CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

B Bestemmingsplan Kwadijkerpark 2021 Toelichting en regels

Gemeenteraad 11 november 2021, gemeente PurmerendBij agendapunt: Bestemmingsplan Kwadijkerpark30.475 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Voor goed beheer zijn een aantal zaken nodig: goede ondergrond en ruimte zodat bomen oud kunnen worden, de juiste soort bomen die aansluiten op de ecologische structuren en die ziektes geen tot weinig kans geven, en tenslotte integraal plannen van projecten. De nadruk ligt op kwaliteit (gezonde grote bomen) en integraliteit (stedelijke bijdrage en samenwerken). Kwaliteit gaat voor kwantiteit. Het beheer wordt in eigen onderhoud gedaan en bomen kopen we zelf in zodat de kwaliteit en veiligheid binnen de organisatie geborgd is. Er worden bomen vervangen, maar alleen met een juiste groeiplaats en wanneer er voldoende ruimte is onder- en bovengronds. Het doel is om de gemiddelde leeftijd van het bomenbestand fors te verhogen. De groeiplaats is zo ingericht dat de boom minstens 60 jaar kan groeien. We investeren dus in de bodem. Parken zijn een belangrijke plek voor grote, monumentale bomen. Waardevolle bomen worden zoveel mogelijk behouden. Tenslotte is ecologie een belangrijk onderdeel van het beheer. Integraal plannen van projecten betekent dat bomen aan de voorkant van alle projecten worden meegenomen, zowel in beheerprojecten als nieuwbouw- en infrastructuurprojecten. In alle projecten wordt rekening gehouden met de uitgangspunten uit het Bomenplan. Groen en bomen zijn niet het sluitstuk of 'opvulling' van een ontwerp: ze zijn van groot belang voor de leefbaarheid van de stad.

Kwadijkerpark 2021

29

3.4.9 Bomenlijst Purmerend heeft een bomenlijst (https://www.purmerend.nl/kaarten/bomenlijst/). Op deze kaart staan de waardevolle bomen van de stad. De kap van deze bomen is alleen toegestaan met een ontheffing op het kapverbod. Om deze waardevolle bomen ook anderszins te beschermen dient bij nieuwe ontwikkelingen - in het geval dat er zich waardevolle bomen in of in de nabijheid van het plangebied bevinden - m.b.t. die beschermde bomen een Bomen Effect Analyse (BEA) conform het handboek Bomen van het norminstituut Bomen te worden uitgevoerd. Een BEA is een gestandaardiseerde beoordeling die alle mogelijke effecten van de bouw of aanleg op het duurzaam voorbestaan van de boom in beeld brengt. Hierin wordt ook omschreven hoe de nadelige effecten tot een minimum kunnen worden beperkt. Bovendien wordt onderzocht wat het meest boomvriendelijke alternatief is.

Uitsnede gemeentelijke bomenlijst Uit de gemeentelijke bomenlijst blijkt dat er aan de randen van het plangebied structuurbomen en waardevolle bomen staan.

30

Kwadijkerpark 2021

Bomeninventarisatie Door SmitsRinsma is een bomeninventarisatie uitgevoerd. Deze is opgenomen als bijlage.

Kaart bomeninventarisatie De structuurbomen uit de gemeentelijke bomenlijst langs het water aan de noordzijde van het plangebied hebben volgens de bomeninventarisatie geen toekomstwaarde. Het betreffen voornamelijk gewone essen en zomereiken. Deze bomen zullen dus niet allemaal behouden blijven. De waardevolle bomen uit de gemeentelijke bomenlijst verspreid over het plangebied hebben volgens de bomeninventarisatie wel een toekomstwaarde, met uitzondering van een enkele boom. Deze bomen blijven dan ook behouden.

Kwadijkerpark 2021

31

3.4.10 Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving Purmerend 2016-2019 De Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving Purmerend 2016-2019 is op 22 december 2015 door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld. Deze nota beschrijft de bestuurlijke uitgangspunten en beleidskeuzes over de regelgeving op het gebied van het omgevingsrecht, APV en bijzondere wetten. Op basis van deze uitgangspunten, beleidskeuzes en een uitgevoerde omgevingsanalyse zijn prioriteiten en operationele doelstellingen voor de vergunningverlening, toezicht en handhaving geformuleerd. In de nota wordt ook beschreven op welke wijze de gemeente Purmerend ervoor zorgdraagt dat wet- en regelgeving wordt nageleefd. De gemeente Purmerend wil een veilige, schone en gezonde woon-, werk- en leefomgeving voor haar burgers en bedrijven. Dat wil de gemeente bereiken door de duurzaamheid, veiligheid en leefbaarheid te vergroten en te waarborgen. Belangrijke waarden hierbij zijn 'schoon, heel, gezond en veilig'. Een servicegerichte, professionele dienstverlening op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving levert hieraan een belangrijke bijdrage. In het collegewerkprogramma 2014-2018 is aangegeven dat de gemeente Purmerend "van buiten naar binnen" werkt. In de aanpak van problemen krijgen de eigen verantwoordelijkheid en betrokkenheid van burgers en bedrijven een belangrijke rol.

De gemeente Purmerend zet sterk in op wijkgerichte of gebiedsgerichte handhaving en gaat in gesprek met burgers en bedrijven. Er wordt gehandhaafd met gezond verstand en er wordt niet alleen gekeken naar wat niet mag maar ook naar wat mogelijk is. Om een veilige, schone en gezonde woon-, werk- en leefomgeving te realiseren zijn de volgende keuzes gemaakt: kwalitatief goede uitvoering van taken; rechtszekerheid voor burgers en ondernemers; nut en noodzaak centraal; redeneren vanuit oplossingen; gedeelde verantwoordelijkheid; risicogerichte benadering; wijkgericht toezicht; integrale benadering handhaving en beperken toezichtslast; maatwerk bij sanctioneren. 3.4.11 Verkeersplan Purmerend 2040 Purmerend heeft een grote woningbouwopgave en moet tot 2040 10.000 woningen bouwen. Zonder verdere actie gaat deze opgave grote consequenties hebben voor de leefbaarheid, bereikbaarheid en veiligheid in de stad. Het verkeersplan, dat in maart 2019 door de raad is vastgesteld, bevat een pakket aan maatregelen om de parkeerdruk in de binnenstad te reguleren en de doorstroming te reguleren.

De voorgestelde parkeermaatregelen zijn geclusterd rond drie pijlers: optimaliseren van het gebruik van het bestaande parkeeraanbod (realisatie van een parkeerverwijssysteem, ruimere openingstijden parkeergarage Claxonate, vergroten bekendheid avondopenstelling Eggertgarage (Q-park) en vergunninghoudersparkeerplaatsen omzetten naar betaalde parkeerplaatsen); compenseren van het parkeertekort dat ontstaat door woningbouw (haalbaarheidsonderzoek parkeergarage Schapenmarkt en/of omgeving stadhuis); beïnvloeden van het parkeergedrag (aantrekkelijker maken van alternatieve vervoerswijzen zoals fiets en het openbaar vervoer, beïnvloeden van het parkeertarief en het tarief voor de parkeervergunningen, uitbreiden nulvergunningenregeling en uitbreiden parkeerregulering). Om de binnenstad autoluw te maken en het doorgaand verkeer te ontmoedigen de route door de binnenstad te nemen, zijn er globaal vier knoppen waar aan gedraaid kan worden. Zo kunnen maatregelen getroffen worden die betrekking hebben op de: snelheid; instelling verkeerslichten;

32

Kwadijkerpark 2021

op- en afritten van de A7; verkeerscirculatie. Bovenstaand pakket is met behulp van een verkeersmodel doorgerekend. Daaruit blijkt dat het beoogde effect - een autoluwe binnenstad - alleen haalbaar is bij een combinatie van de vier maatregelen. 3.4.12 Nota Gebiedsoverstijgendekosten Purmerend (GKP) Dit bestemmingsplan bevat een of meerdere bouwplannen zoals gedefinieerd in artikel 6.2.1 Bro. Voor deze bouwplan(nen) geldt een uit hoofde van de afdeling 'grondexploitatie' van de Wet ruimtelijke ordening (voortaan: Grondexploitatiewet) plicht tot kostenverhaal. Deze plicht houdt in dat de aan bouwplannen gerelateerde kosten van de grondexploitatie verzekerd moeten worden alvorens het bestemmingsplan wordt vastgesteld. Samen met de Grondexploitatiewet geeft specifiek gemeentelijk beleid invulling aan het kostenverhaalbeleid in Purmerend. Het specifieke beleid is neergelegd in de Nota gebiedsoverstijgende kosten Purmerend (GKP) en in 'ad hoc' aanvullingsbesluiten voor een aantal ontwikkelingslocaties. Uit dit gemeentelijke beleid vloeit voort dat onder de te verhalen kosten ook een bijdrage wordt meegenomen voor de kosten van gebiedsoverstijgende infrastructuur en voorzieningen (bovenwijkse voorzieningen, bovenplanse verevening/kosten en bijdragen aan ruimtelijke ontwikkelingen).

Opname van nieuwe ontwikkelingen in dit bestemmingsplan is om deze redenen pas mogelijk als het blijkt dat de kosten van de grondexploitatie verzekerd zijn. Kosten kunnen worden verzekerd wanneer de gemeente deze kosten in haar begroting opneemt, wanneer de gemeente een exploitatieplan vaststelt, of wanneer de gemeente en de particuliere grondexploitant die het bouwplan gaat realiseren een anterieure overeenkomst sluiten. De voorkeur van de gemeente gaat uit naar het verzekeren van de kosten via een anterieure overeenkomst. In hoofdstuk 5 zal concreet worden ingegaan op de vraag hoe de kosten van de grondexploitatie gerelateerd aan de in dit bestemmingsplan opgenomen bouwplan(nen) verzekerd zijn. 3.4.13 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling om 340 woningen te realiseren in het Kwadijkerpark ligt in lijn met het Rijks- provinciaal-, regionaal-, en gemeentelijk beleid.

Kwadijkerpark 2021

33

34

Kwadijkerpark 2021

Hoofdstuk 4 4.1

Randvoorwaarden / omgevingsaspecten

Archeologie

4.1.1 Beleidskader In de Erfgoedwet, vastgesteld op 1 juli 2016, zijn de regels voor de archeologische monumentenzorg opgenomen. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient voorafgaand aan bodemingrepen door een gecertificeerd bureau archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. De gemeente Purmerend heeft in 2009 een eigen archeologisch beleid opgesteld. In 2017 is dit beleid opgegaan in het Erfgoedbeleid Purmerend 2017. Hierbij hoort een archeologische verwachtingskaart. Dit is een voorspellingskaart waarop verwachtingen met betrekking tot de situering van (nog) onbekende archeologische vindplaatsen zijn vertaald in termen van vlakken en zones. Op de kaart worden zones aangegeven met verschillende verwachtingen: hoge, middelhoge of lage verwachting. De archeologische verwachtingskaart vormt de basis voor het opstellen van een beleidsadvieskaart, die vervolgens kan worden gebruikt voor de toetsing van ruimtelijke plannen op de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Het bestemmingsplan vormt het belangrijkste instrument voor de archeologische monumentenzorg.

Voor gemeenten kunnen de door deskundigen opgestelde archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaarten als leidraad worden gebuikt voor zowel de planologische bescherming van archeologische waarden in het ruimtelijke plan als voor het vaststellen van het benodigde archeologisch onderzoek dat bij voorbereiding van ruimtelijke plannen moet plaatsvinden. Ter plaatse van een lage archeologische verwachtingswaarde is er geen noodzaak om een verkennend archeologisch onderzoek uit te voeren voordat nieuwe bouwactiviteiten plaatsvinden. Ter plaatse van een hoge en middelhoge verwachtingswaarde dient bij grondwerkzaamheden eerst een verkennend archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd door een hiertoe gecertificeerd bureau.

Kwadijkerpark 2021

35

Archeologische verwachtingskaart met aanduiding plangebied Ligt het plangebied buiten het historisch centrum van Purmerend, in een gebied met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde, en de bodemverstoring meer dan 500 m² en dieper dan 0,50 m onder het maaiveld, dan is archeologisch onderzoek verplicht. 4.1.2 Analyse Het westelijk deel van het plangebied ligt in een gebied met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde. Archeologisch onderzoek is daarom noodzakelijk. Daarom is er door Econsultancy een archeologisch verkennend booronderzoek uitgevoerd. In deze toelichting worden de belangrijkste conclusies vermeld, voor het gehele onderzoek wordt verwezen naar de bijlagen. Tijdens het booronderzoek zijn ongerijpte getijde-afzettingen van het Wormer Laagpakket op 2,2 à 3,1 m -mv (-3,6 tot -4,2 m NAP) aangetroffen. Hierop bevindt zich een pakket riet- en zeggeveen, waarvan de top zich op 0,9 à 2,0 m -mv (-2,2 tot -3,1 m NAP) bevindt. In enkele boringen is de top iets geoxideerd, maar er zijn geen veraarde lagen aangetroffen. Gezien de afwezigheid van geoxideerde lagen in de overige boringen is de oorspronkelijke top van het veen hoogstwaarschijnlijk door erosie en/of recente verstoringen verloren gegaan. In een deel van de boringen is boven het veenpakket een laag matig siltige, zwak humeuze klei aangetroffen, die de IJe Laag betreft.

De bovenste 20 à 30 cm is vaak matig humeus en deze laag vormt waarschijnlijk een oude bouwvoor. De top van de IJe Laag bevindt zich op 0,8 à 1,7 m -mv (-2,0 tot -2,0 m NAP). Het geheel wordt afgedekt door een dik pakket opgebracht zand, waarschijnlijk gerelateerd aan versteviging van het maaiveld tijdens de inrichting van het Kwadijkerpark. In geen van de deelgebieden zijn aanwijzingen gevonden voor bewoning in de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd. Deze aanwijzingen zouden aanwezig moeten zijn in de vorm van een geroerde kleilaag of een rulle, veraarde veentop met archeologische indicatoren als aardewerk, baksteen en houtskool. De ervaring leert dat dit soort niveaus duidelijk te herkennen zijn in veenontginningslinten. De afwezigheid van dergelijke niveaus sluit aan bij het gegeven uit het bureauonderzoek dat er vermoedelijk geen sprake is van historische bebouwing langs de dijk of weg die hier heeft gelegen. Op basis van het

36

Kwadijkerpark 2021

booronderzoek wordt de archeologische verwachting voor alle archeologische perioden bijgesteld naar laag. Op grond van de resultaten van het bureau- en veldonderzoek adviseert Econsultancy om het plangebied vrij te geven. Beoordeling gemeente Het plangebied wordt vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkeling. Hiertoe zal door de gemeente een selectiebesluit worden genomen. Dit selectiebesluit zal samenvallen met en onderdeel zijn van de te verlenen omgevingsvergunning. Voor de trefkans op archeologische toevalsvondsten zal een voorschrift worden opgenomen in de te verlenen omgevingsvergunning. In het bestemmingsplan zal de dubbelbestemming archeologie niet vervallen voor dit plangebied. 4.1.3 Conclusie In het onderhavige bestemmingsplan spelen archeologische waarden niet. Er zijn daarom vanuit archeologie geen belemmeringen voor het onderhavige bestemmingsplan. In het bestemmingsplan zal de dubbelbestemming Waarde - Archeologie niet vervallen voor dit plangebied.

4.2

Bodemkwaliteit

4.2.1 Beleidskader Op 7 mei 2020 is het nieuwe bodembeleid vastgesteld door de gemeenteraad. Deze stukken, bestaande uit de “Bodemkwaliteitskaart gemeente Purmerend en “Nota bodembeheer Purmerend”, bevatten de regels om grondverzet binnen Purmerend plaats te laten vinden zonder dat daar extra bodemonderzoek noodzakelijk is. De bodemkwaliteitskaart is gebaseerd op bodemonderzoek, en daarin zijn ook de PFAS- en PFOA-gerelateerde stoffen meegenomen. Daarbij heeft de gemeenteraad ook de Bodemkwaliteitskaart van de gemeente Beemster geaccepteerd als erkend bewijsmateriaal van de bodemkwaliteit. Hierdoor is voor veel locaties uitwisseling van grond tussen Purmerend en Beemster mogelijk zonder extra bodemonderzoek. Het bodembeleid is voornamelijk generiek (wat schoon is, moet schoon blijven). Voor de rijkswegen, spoorbanen en grond in eigendom van het Hoogheemraadschap zijn uitzonderingen daarop gemaakt en is het beleid specifiek (meer grondverzet mogelijk). In Beemster is het beleid voor alle locaties specifiek. Wat betreft de concrete ontwikkelingen dient in geval van functiewijziging onderzoek te worden verricht naar de bodemkwaliteit. Bij de vaststelling van bestemmingplannen dient aandacht te worden besteed aan de bodemgesteldheid. 4.2.2 Analyse Er is door Econsultancy een historisch bodemonderzoek uitgevoerd.

In deze toelichting worden de belangrijkste conclusies vermeld, voor het gehele onderzoek wordt verwezen naar de bijlagen. In 2007 is er mede ter plaatse van de huidige onderzoekslocatie door Cauberg-Huygen Raadgevende Ingenieurs een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (rapport 2006.2790-08, d.d. 12 januari 2007). Destijds zijn er geen bodemverontreinigingen aangetoond die een milieuhygiënische belemmeringen vormen voor de bestemmingsplanwijziging en nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Uit het huidige vooronderzoek blijkt dat het gebruik van de onderzoekslocatie sindsdien niet wezenlijk veranderd is. Er is dan ook geen aanleiding om dit wel van de bodemkwaliteit te veronderstellen. In het kader van de bestemmingsplan wordt derhalve niet verwacht dat de huidige bodemkwaliteit een milieuhygiënische belemmering vormt voor de voorgenomen bestemmingsplanwijziging. Aangezien het verkennend bodemonderzoek al in 2007 uitgevoerd is, dient mogelijk, in het kader van de omgevingsvergunning bouwen, wel een nieuw of actualiserend verkennend bodemonderzoek uitgevoerd te worden. De uiteindelijke beslissing hierover ligt bij de bevoegde overheid. Het is onbekend of onder de verhardingen op het terrein (puin)fundatie aanwezig is. Tijdens het eerdere

Kwadijkerpark 2021

37

bodemonderzoek uit 2007 is niet door de verhardingen geboord om dit te controleren. Indien de verhardingen verwijderd dienen te worden of een reconstructie plaats zal vinden ter plaatse van de wegen adviseert Econsultancy ter plaatse van deze verhardingen een verkennend bodemonderzoek uit te voeren. Bij aanwezigheid van puin onder de verhardingen dient het bodemonderzoek mogelijk uitgebreid te worden met een verkennend onderzoek asbest in bodem en/of puin. 4.2.3 Conclusie Indien de bestaande verhardingen verwijderd dienen te worden is mogelijk een verkennend bodemonderzoek nodig ter plaatse van de verhardingen. Verder zijn er vanuit het aspect bodem geen belemmeringen.

4.3

Cultuurhistorische waarden

4.3.1 Beleidskader In de toelichting van ruimtelijke plannen moet een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Het doel hiervan is om cultuurhistorische belangen meer te laten meewegen in de ruimtelijke ordening. Hiertoe is op 1 januari 2012 het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd, waarbij dit voorschrift in artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a is opgenomen. De in de grond aanwezige waarden komen in paragraaf 4.1 (Archeologie) aan bod, de overige cultuurhistorische aspecten worden in deze paragraaf besproken. Op 2 november 2017 heeft de gemeenteraad het Erfgoedbeleid Purmerend 2017 vastgesteld. Dit beleid richt zich op het behoud van het Purmerendse erfgoed. Het spreekt de visie uit dat het erfgoed belangrijk is voor de stad. De gemeente heeft vier ambities met betrekking tot het erfgoed: 1. de karakteristieke historische waarden van Purmerend blijven zo veel mogelijk behouden. Dit wil niet zeggen dat erfgoed onaantastbaar is, ontwikkelingen aan en rond cultuurhistorische waarden blijven mogelijk, mits dit gebeurt met respect voor het 'verhaal' van het object; 2. de historische waarden van onze stad worden versterkt door bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen een zichtbare relatie met het erfgoed te leggen.

Dit geldt vooral voor locaties in de binnenstad en op bijzondere historische locaties. 3. de kennis over het erfgoed wordt toegankelijker; 4. de gemeente werkt samen met de Purmerendse burgers en ondernemers aan de ambities met betrekking tot het erfgoed. Bij dit beleid is een Cultuurhistorische Waardenkaart opgesteld, waar al het erfgoed van Purmerend op is afgebeeld. 4.3.2 Analyse De Cultuurhistorische Waardenkaart toont dat in en in de nabijheid van het plangebied geen sprake is van actuele cultuurhistorische waarden. Enkel de zuidelijk gelegen Flevostraat is aangeduid als cultuurhistorisch waardevol (weg). Op kaarten uit de 17e eeuw is reeds een waterloop te zien ten noordoosten van de stad Purmerend op de plaats waar nu de Flevostraat loopt. Vanwege zijn structurerende werking is deze lijn aangemerkt als cultuurhistorisch waardevol. De ontwikkeling heeft geen negatief effect op deze cultuurhistorische waardevolle lijn. 4.3.3 Conclusie De ontwikkeling heeft geen negatieve effecten op de in / rond het plangebied aanwezige cultuurhistorische waarden.

38

Kwadijkerpark 2021

4.4

Duurzaamheid en klimaatadaptatie

Het Kwadijkerpark is een prachtig groene omgeving met een mooie grote diversiteit aan natuur en volwassen bomen. Het park, ooit aangelegd eind jaren '70 van de vorige eeuw voor de cliënten van de Prinsenstichting, ademt een ontspannen sfeer uit waar je tot rust kan komen. De ecologische waarde van het park is belangrijk voor de leefomgeving van mens en dier en er wordt ook veelvuldig gebruik van gemaakt. Het zoveel mogelijk in stand houden van deze prachtige omgeving is dan ook uitgangspunt voor de uitwerking van het plan. Vooraf is uitgebreid onderzoek gedaan naar de kwaliteit van het bomenbestand en zijn alle bomen nauwkeurig ingemeten. Zo kan de nieuwe bebouwing zoveel als mogelijk tussen de bestaande bomen worden ingepast en vormt het Kwadijkerpark een belangrijke bijdrage in de groenvoorziening van Purmerend. Door de veranderende klimaatomstandigheden is het noodzaak om voldoende waterberging binnen het Kwadijkerpark te realiseren. 17% van het verhard oppervlak binnen de exploitatiegrenzen van het Kwadijkerpark wordt voorzien van waterberging. Om het hemelwater binnen de bebouwing zolang mogelijk vast te houden, wordt het park voorzien van een slimme greppel en wadi structuur rond de terpen die het hemelwater langer kunnen vasthouden en uiteindelijk afvoeren op het bestaande en aan te leggen oppervlakte water.

In het park is de auto te gast en is er veel aandacht voor vrij liggende fietsroutes. Belangrijk dat deze worden aangesloten op het bestaande fietsnetwerk van Purmerend. Er worden elektrische deelauto's ingezet en er worden laadpalen geplaatst bij de openbare parkeerplaatsen. De woningen worden gasloos en energieneutraal uitgevoerd, dat wil zeggen voorzien van goede isolatie en kierdichtheid, mechanische afzuiging en natuurlijke toevoer, zonnepanelen op de daken en vloerverwarming in de woning voor duurzame warmte in de woning. Het streven is de woningen met een EPC=0 uit te voeren. Deze rekenregels worden aangepast en vertaald naar de nieuwe BENG norm, d.w.z. beperking van de energiebehoefte van de woning, beperking van het gebruik van fossiele energie en stimulering van het gebruik van hernieuwbare energie.

4.5

Externe veiligheid

4.5.1 Beleidskader In het kader van ruimtelijke procedures conform de Wet ruimtelijke ordening (Wro) dient het aspect externe veiligheid in acht te worden genomen. Het gaat hierbij om risico's ten aanzien van het vervoer, de opslag en het bewerken van gevaarlijke stoffen. De risico's met betrekking tot gevaarlijke stoffen worden geduid in het zogenaamde Plaatsgebonden risico (PR) en het Groepsrisico (GR). Het groepsrisico dient in veelal de meeste ruimtelijke procedures verantwoord te worden. De verantwoording is erop gericht om een weloverwogen besluit te nemen over het van het groepsrisico. Het uiteindelijke besluit is aan het bevoegd bezag. Plaatsgebonden risico (PR) De kans per jaar dat een persoon komt te overlijden door een ongeval met (het transport van) gevaarlijke stoffen, indien deze persoon zich permanent (vierentwintig uur per dag, gedurende het gehele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR is het risico (uitgedrukt in kans per jaar) dat één persoon die zich onafgebroken en onbeschermd op die plaats bevindt, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een calamiteit met een gevaarlijke stof. In het besluit is een norm opgenomen voor het plaatsgebonden risico. Deze norm is een grenswaarde voor kwetsbare objecten en moet daarom door het bevoegde gezag in acht worden genomen (mag niet van worden afgeweken).

Het plaatsgebonden risico wordt beheerst door de inherente veiligheid (veiligheidsmaatregelen die aan risicobronnen zijn opgelegd zonder tussenkomst van externe veiligheid) waarmee risicobronnen zijn omgeven. De kans op een ongeval is daardoor zowel volgens de risicoanalyseberekeningen als blijkens

Kwadijkerpark 2021

39

de statistiek buitengewoon klein. Het plaatsgebonden risico is daarom een norm waaraan moet worden voldaan. De mogelijkheid van een ramp is een beleidsrelevante afweging voor de inrichting van de ruimte. Omdat de kans op een ongeval buitengewoon klein is, is de zeer kleine kans op een ramp daarmee per definitie een gegeven. Groepsrisico (GR) De cumulatieve kans per jaar dat ten minste 10, 100 of 1.000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is. Het groepsrisico is een oriëntatiewaarde, ten aanzien waarvan een afweging moet worden gemaakt. De oriëntatiewaarde van het groepsrisico heeft in beginsel geen wettelijk basis en het wettelijk gezag kan alleen op grond hiervan niet haar oordeel baseren. In de praktijk heeft de oriëntatiewaarde wel juridische relevantie en fungeert als markeringspunt, niet als wettelijke waarde met rechtsgevolgen (het al dan niet doorgaan van een plan). In het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) staat wanneer het groepsrisico moet worden verantwoord. In de artikelen 12 en 13 van het Bevi is de verantwoordingsplicht voor het bevoegd gezag ten aanzien van de acceptatie van het groepsrisico wettelijk geregeld.

Artikel 12 regelt de verantwoordingsplicht bij omgevingsvergunningen voor de activiteit milieu en artikel 13 bij de vaststelling van besluiten in het kader van de Wet ruimtelijke ordening. In artikel 13 lid 1 onder a tot en met i staat aangegeven welke onderwerpen in de verantwoordingsplicht aan de orde moeten komen. Op grond van artikel 2 lid 1, aanhef en onder e en lid 2, aanhef en onder a jo 5 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (hierna: "Bevi") jo artikel 3.1 Wro is het Bevi van toepassing op besluiten tot vaststelling van een bestemmingsplan indien dit ziet op gronden die liggen binnen het invloedsgebied van een LPG-tankstation. 'Invloedsgebied' is in artikel 1 lid 1, aanhef en onder k Bevi gedefinieerd als "gebied waarin volgens bij [de Regeling externe veiligheid inrichtingen (hierna: "Revi") gestelde regels personen worden meegeteld voor de berekening van het groepsrisico." Op grond van artikel 6 lid 2, aanhef en onder a juncto Tabel 1 in Bijlage 2 Revi geldt in het geval van LPG-tankstations in dit kader een afstand van 150 meter tot de grens van het invloedsgebied. Op grond van artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheid buisleidingen (hierna: "Bevb") is dit Besluit van toepassing op het vervoer van de bij de Regeling externe veiligheid buisleidingen (hierna: "Revb") aangewezen stoffen door buisleidingen.

Op grond van artikel 2 lid 2 Bevb kan in de Revb worden bepaald dat de aanwijzing slechts geldt voor stoffen die zich bevinden in een daarbij aangegeven toestand. In dit kader bepaalt artikel 2, aanhef en onder a Revb dat als categorieën buisleidingen zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 Bevb worden aangewezen buisleidingen voor aardgas met een uitwendige diameter van 50 mm of meer en een druk van 1.600 kPA of meer. Buisleidingen voor aardgas met een uitwendige diameter van minder dan 50 mm of een druk van minder dan 1.600 kPA vallen daarom niet onder de reikwijdte van het Bevb. Risicocommunicatie met inwoners Doordat de gemeente 'dichterbij' inwoners staat dan de Veiligheidsregio, communiceert de gemeente Purmerend ook over risico's en gevaren in de (directe) woon- en leefomgeving: op de gemeentesite wordt verwezen naar de websites www.risicokaart.nl en https://www.veiligheidsregiozaanstreekwaterland.nl/wat-te-doen-bij.html. Hier kunnen inwoners informatie vinden over gevaarlijke stoffen en inrichtingen, en wat men kan doen ingeval van een calamiteit; regelmatig wordt er een bericht gepost over veiligheid/risico's op de socialmedia-kanalen (Facebook/Twitter), met een verwijzing naar de twee bovengenoemde sites; ook wordt aandacht besteed aan het onderwerp in Purmerend Totaal, met een verwijzing naar de twee bovengenoemde sites.

Zo werken de gemeente en de Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland samen aan risicocommunicatie en weten inwoners sneller wat zij kunnen doen om zichzelf in veiligheid te brengen in geval van een ramp of crisis.

40

Kwadijkerpark 2021

4.5.2 Analyse Er is door Econsultancy een onderzoek externe veiligheid uitgevoerd. In deze toelichting worden de belangrijkste conclusies vermeld, voor het gehele onderzoek wordt verwezen naar de bijlagen. Aan de hand van de Risicokaart is een inschatting gemaakt van de risicovolle transporten en activiteiten in de omgeving van het plan. In onderstaande figuur zijn deze bronnen in relatie tot het plangebied weergegeven.

Uitsnede risicokaart met aanduiding van het plangebied Via de provinciale weg N244 aan de noordzijde van het plan worden volgens de risicokaart geen significante hoeveelheden gevaarlijke stoffen vervoerd. Ook de spoorlijn Zaandam – Hoorn ten zuidoosten van het plan is volgens de risicokaart niet in gebruik voor het transport van gevaarlijke stoffen. De Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland geeft aan dat over de N244 in beperkte mate transporten plaatsvinden met stoffen in de categorieën LF1 en LF2 (bv benzine) en GF3 (bv LPG). Hoewel wordt bevestigd dat de kans op een calamiteit verwaarloosbaar klein is, kan de noordrand van het plangebied worden getroffen in geval van een explosie van een LPG-tank. In de beperkte verantwoording groepsrisico wordt hier nader op ingegaan. In zuidoostelijke richting is op circa 430 meter een hogedruk aardgastransportleiding (buisleiding) met gasontvangststation gelegen. De gasleiding heeft een diameter van 8 inch en een werkdruk van 40 bar. De inventarisatieafstand bedraagt 95 meter. De inventarisatieafstand van het gasontvangststation is gelijk aan de grootste afstand voor aantakkende leidingen en bedraagt daarmee eveneens 95 meter. Omdat het plan ruim buiten de inventarisatieafstand is gelegen, is een nadere verantwoording niet noodzakelijk. Ten zuiden van het plangebied is een LPG-tankstation aanwezig.

De vergunde doorzet van dit tankstation is kleiner dan 500 m³ per jaar. De inventarisatieafstand bedraagt 150 meter. Het tankstation bevat drie risicobronnen, namelijk een vulpunt en een opslagtank met een plaatsgebonden risico van 10-6 op 25 meter rondom deze bronnen en de afleverzuil met een plaatsgebonden risico van 10-6 op 15 meter. Het plangebied is gelegen op meer dan 150 meter afstand tot de risicovolle bronnen van het LPG-station. De afstand tot het vulpunt is groter dan de effectafstand van 160 meter uit de Circulaire ("Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations voor besluiten met gevolgen voor de externe veiligheid"). Daarom is het niet noodzakelijk een inschatting van het groepsrisico te geven. Wel

Kwadijkerpark 2021

41

zal een beperkte verantwoording van het groepsrisico worden gegeven. Ten zuidoosten van het tankstation is nog een Bevi-inrichting gelegen, waar gevaarlijke stoffen worden opgeslagen en verwerkt. De opslag van stoffen vindt inpandig plaats volgens PGS15. Het plaatsgebonden risico bedraagt 10-6 op 30 meter afstand. De inrichting vormt geen belemmering voor het plan wat betreft externe veiligheid. Het project zelf maakt ook geen risicovolle inrichting mogelijk. Beperkte verantwoording groepsrisico Het plan is gelegen op ruime afstand van risicovolle bronnen, die vrijwel alle ten zuiden van de Flevostraat zijn gelegen. In geval van explosie kunnen tot op 180 meter afstand van de calamiteit ruiten sneuvelen als gevolg van de drukgolf. De hittestraling van een warme BLEVE (explosie) van een LPG-tankwagen (ook op de N244) is van korte duur. Tot op 200 meter afstand kunnen secundaire brandhaarden ontstaan. Binnen het plangebied is voldoende oppervlaktewater voorzien om als bluswater te kunnen dienen. In geval van vrijkomen van toxische wolken zal inpandig moeten worden geschuild. Ventilatievoorzieningen moeten door middel van een noodknop direct af te sluiten zijn. Het plangebied kan via meerdere wegen worden ontvlucht. Hulpdiensten kunnen het plan vanuit verschillende richtingen bereiken. Evacuatie kan dusdanig worden uitgevoerd dat aanrijdende hulpdiensten niet worden gehinderd.

Uit een eerder advies van de Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland met betrekking tot de realisatie van kwetsbare functies aan de rand van het plangebied (in het kader van het vooroverleg voor bestemmingsplan 'Kwadijkerpark 2019', advies d.d. 31 juli 2018) zijn de volgende belangrijke constateringen af te leiden: uit het aanvalsplan voor de bestrijding van calamiteiten bij het LPG-tankstation en de inrichting aan de Van IJsendijkstraat blijkt dat voldoende bluswater voorhanden is; bij een calamiteit op de N244 moet gebruik worden gemaakt van open water; het plangebied is door hulpdiensten via twee zijden binnen 8 minuten te bereiken; nooddeuren en vluchtwegen moeten aan de veilige zijde van gebouwen zijn aangebracht. De nieuwe woonwijk wordt zo gerealiseerd dat de grotere woonterpen aan twee zijden (vanaf de rondweg en vanuit het park) bereikbaar zijn voor nood- en hulpdiensten. Hiervoor zullen centraal in de wijk/park de voetpaden onder het maaiveld verstevigd worden zodat nood- en hulpdiensten hier probleemloos over heen kunnen rijden. Advies Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland (VrZW) De Veiligheidsregio heeft één aanvulling voor de risicocommunicatie: Risicocommunicatie bevordert de zelfredzaamheid. Hierdoor weten de toekomstige bewoners wat de externe ongevalsscenario’s zijn en wat het beste handelingsperspectief is.

Het communiceren over de risico’s kan bijvoorbeeld door standaard een veiligheidsparagraaf in het koopcontract/de huurovereenkomst op te laten nemen. In overleg met de gemeente Purmerend is besloten geen veiligheidsparagraaf op te nemen in het koopcontract of de huurovereenkomst. VrZW ziet geen noodzaak om een aanvullend advies te geven op het (concept) ontwerpbestemmingsplan Kwadijkerpark 2021. VrZW verzoekt diens team Risicobeheersing te betrekken bij de verbetering van een primaire bluswatervoorziening in het gebied en bij verdere ontwikkeling en uitwerking van de plannen. 4.5.3 Conclusie De wetgeving omtrent externe veiligheid levert geen belemmeringen op voor het onderhavige bestemmingsplan.

42

Kwadijkerpark 2021

4.6

Geluid

4.6.1

Wegverkeerslawaai

4.6.1.1 Beleidskader Artikelen 76 en 74 van de Wet geluidhinder (hierna Wgh) schrijven voor dat in ruimtelijke plannen, die betrekking hebben op gronden die langs een verkeersweg gelegen zijn, onderzocht dient te worden of op de gevel van gebouwen de maximale toegestane geluidsbelasting niet wordt overschreden. Langs alle wegen bevinden zich, als gevolg van de Wgh, geluidszones, met uitzondering van woonerven en 30 km/h-gebieden. Binnen de geluidszone van een weg dient de geluidsbelasting op de gevel van geluidsgevoelige bestemmingen aan bepaalde wettelijke normen te voldoen. De zonebreedte is afhankelijk van een binnen of buitenstedelijke ligging en de hoeveelheid rijstroken van de weg en wordt gemeten uit de rand van de weg. Een naast die rijstrook liggend fietspad ligt dus ook in die zone. Ook een vluchtstrook, niet zijde een rijstrook ligt in de zone. De ruimte boven en onder de weg behoort ook tot de zone. Voor wegen die zijn ondergebracht in een 30 km/h-gebied geldt geen wettelijke geluidszone en is akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai in nieuwe situaties op grond van de Wgh niet verplicht. Op basis van jurisprudentie dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening echter aannemelijk te worden gemaakt dat sprake is van een aanvaardbaar geluidsniveau.

Indien dit niet aannemelijk is, dient te worden onderbouwd of maatregelen ter beheersing van de geluidsbelasting op de gevels noodzakelijk, mogelijk en doelmatig zijn. Bij gebrek aan wettelijke normen kunnen uitsluitend de eerder vermelde voorkeursgrenswaarde en de uiterste grenswaarde uit de Wgh als referentiekader worden gehanteerd. Voor de geluidsbelasting aan de buitengevels van nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen binnen de wettelijke geluidszone van een weg geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De voorkeursgrenswaarde mag in principe niet worden overschreden. Indien uit akoestisch onderzoek blijkt dat deze voorkeursgrenswaarde wel wordt overschreden, is onderzoek naar maatregelen gericht op het verminderen van de geluidsbelasting op de gevels van geluidgevoelige objecten noodzakelijk. Onderscheid wordt gemaakt in maatregelen aan de kant van de bron (bijvoorbeeld geluidsreducerend asfalt), maatregelen in het overdrachtsgebied (bijvoorbeeld geluidsschermen), maatregelen aan de kant van de geluidsontvanger (bijvoorbeeld geluidsdove gevels) of het vergroten van de afstand tussen de geluidsbron en de ontvanger.

Zijn maatregelen onvoldoende doeltreffend, dan wel ontmoeten deze maatregelen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard, dan kan onder bepaalde voorwaarden een verzoek tot vaststelling van (een) hogere waarde(n) worden ingediend bij burgemeester en wethouders van de gemeente Purmerend. Deze hogere grenswaarde mag, afhankelijk van de situatie, een bepaalde waarde niet te boven gaan (uiterste grenswaarde). De uiterste grenswaarde voor nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen langs bestaande wegen in binnenstedelijk gebied bedraagt 63 dB. Krachtens artikel 110g van de Wet geluidhinder mag het berekende geluidsniveau van het wegverkeer worden gecorrigeerd in verband met de verwachting dat motorvoertuigen in de toekomst stiller zullen worden. Voor wegen met een snelheid lager dan 70 km/h geldt een aftrek van 5 dB. Voor wegen met een maximumsnelheid van 70 km/h of meer geldt een aftrek van 2 dB. Op alle in akoestische onderzoeken worden genoemde geluidsbelastingen is deze aftrek toegepast, tenzij anders vermeld 4.6.1.2 Analyse Er is door M+P een akoestisch onderzoek wegverkeer uitgevoerd. In deze toelichting worden de belangrijkste conclusies vermeld, voor het gehele onderzoek wordt verwezen naar de bijlagen.

De volgende wegen zijn beschouwd: N244 (80 km/uur), Nieuwe Gouw, Flevostraat (50 km/uur), Flevostraat (op park, 30 km/uur), Spinnekop (30 km/uur) en Kwadijkerparkweg (30 km/uur). Uit de

Kwadijkerpark 2021

43

berekeningen blijkt dat er sprake is van overschrijdingen van de grenswaarde van Lden = 48 dB voor wegverkeerslawaai. De maximaal benodigde hogere waarde vanwege de N244 bedraagt 57 dB (na aftrek). Vanwege de overige gezoneerde wegen is geen sprake van overschrijdingen. Er is nergens sprake van een grenswaardeoverschrijding van meer dan één bron. De woningen en appartementen binnen het plan hebben nagenoeg allemaal een geluidluwe zijde. Waar sprake is van een geluidsbelaste gevel (hogere waarde) dienen maatregelen te worden getroffen om te voldoen aan de eisen voor de geluidwering van de gevel uit het Bouwbesluit 2012. Aanvullend advies m.b.t. akoestische woonkwaliteit In verband met het realiseren van een aangename akoestische woonkwaliteit wordt geadviseerd om bij de woningen en appartementen waar nog geen geluidluwe gevel aanwezig is, deze aanvullend met maatregelen te realiseren. Bij de twee noordelijke appartementenblokken aan N244 is niet overal een geluidsluwe zijde aanwezig. Om bij de appartementenblokken een geluidsluwe zijde te verkrijgen kan gedacht worden aan de volgende maatregelen: rondom het balkon afsluitbare balkons/loggia's met een schermhoogte van ten minste 2,0 m t.o.v. balkonpeil en bij boven elkaar gelegen balkons bij voorkeur verdiepingshoog.

Bij drie kopwoningen (grondgebonden woningen) is een geluidsluwe begane grond verdieping te realiseren met een tuinmuur aan de noord/westzijde. Hier kan bijvoorbeeld een dichte tuinmuur van 2 m hoog en 2 meter lang worden gerealiseerd met een massa van minimaal 15 kg/m². 4.6.1.3 Conclusie Voor de te treffen maatregelen (tuinmuur bij drie grondgebonden woningen en afsluitbare balkons/loggia's voor de twee noordelijke appartementenblokken) is een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Rekening dient te worden gehouden met het aanvragen en vaststellen van hogere geluidwaarden op enkele gevels vanwege geluidsproductie van verkeer op de provinciale weg N244. Na het verlenen van een hogere grenswaarde zijn er geen belemmeringen voor het onderhavige bestemmingsplan vanuit het aspect geluid. 4.6.2

Spoorweglawaai

4.6.2.1 Beleidskader Indien nieuwe woningen of andere geluidsgevoelige bestemmingen binnen de onderzoekszone van een spoorweg mogelijk worden gemaakt, moet onderzoek plaatsvinden naar de geluidsbelasting vanwege deze spoorweg. De zone is afgebeeld op de geluidkaart, te vinden op www.geluidregisterspoor.nl. Grondslag hiervoor is artikel 4.3 Besluit geluidhinder (Bgh). Binnen deze zone gelden voorkeursgrenswaarden en maximale grenswaarden voor spoorweglawaai (art. 4.9 t/m 4.12 Bgh). Bij overschrijding van de voorkeursgrenswaarden is vaststelling van een hogere waarde mogelijk, mits de maximale grenswaarde daarbij niet wordt overschreden (art. 4.10 t/m 4.12 Bgh). Hogere grenswaarden worden alleen verleend als maatregelen om de geluidsbelasting aan de gevel van geluidsgevoelige bestemmingen terug te dringen onvoldoende doeltreffend zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. 4.6.2.2 Analyse Het plangebied bevindt zich niet binnen de geluidszone van een spoorweg.

44

Kwadijkerpark 2021

4.6.2.3 Conclusie Er hoeft voor het onderhavige bestemmingsplan geen onderzoek gedaan te worden naar de invloed van spoorweglawaai.

4.7

Geur

4.7.1 Beleidskader In de Duurzaamheidsagenda van de gemeente Purmerend wordt geen toetsingskader op basis van geurpercentielen gepresenteerd. Als toetsingskader voor het onderwerp geur wordt het geurbeleid van Provincie Noord-Holland gehanteerd. In het Provinciaal Milieubeleidsplan 2015-2018 van provincie Noord-Holland staat het geurbeleid voor 2015–2018. Het uitgangspunt is de nationale doelstelling van maximaal 12% geurgehinderden en geen ernstige geurhinder. 4.7.2 Analyse Ten zuiden van de nieuwe woningen bevindt zich een fabriek waar geparfumeerde verzorgingsproducten (Hegron Cosmetics BV, verder 'Hegron', Van IJsendijkstraat 174) worden geproduceerd. Volgens de handleiding 'Bedrijven en milieuzonering' geldt voor dit bedrijf een richtafstand van 300 meter (op basis van een 'rustige woonwijk') voor het aspect geur. De nieuwe woningen bevinden zich niet binnen deze richtafstand. 4.7.3 Conclusie Geurhinder levert geen belemmering op voor het onderhavige bestemmingsplan.

4.8

Luchtkwaliteit

4.8.1 Beleidskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een uit een oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens tevens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Op 15 november 2007 is wet- en regelgeving in werking getreden die tezamen bekend staat onder de naam 'Wet luchtkwaliteit'. Dit is echter geen formele benaming. Op basis van deze wetgeving kunnen ruimtelijk-economische initiatieven worden uitgevoerd als aan één of meer voorwaarden wordt voldaan: grenswaarden niet worden overschreden, of; de luchtkwaliteit per saldo verbetert of tenminste gelijk blijft, of; het initiatief niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit, of; het initiatief is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De kern van titel 5.2 van de Wet milieubeheer (Wm) bestaat uit luchtkwaliteitseisen, gebaseerd op de Europese richtlijnen. Een overzicht van deze luchtkwaliteitseisen is te vinden in het Compendium voor de Leefomgeving. Verder bevat titel 5.2 van de Wm basisverplichtingen op grond van Europese richtlijnen, namelijk: plannen, maatregelen, het beoordelen van luchtkwaliteit, verslaglegging en rapportage. Titel 5.2 van de Wm regelt het zogenaamde Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL).

Daarbinnen werken het rijk, de provincies en gemeenten samen om de Europese eisen voor luchtkwaliteit te realiseren. Het uitgangspunt is dat de grenswaarden voor luchtkwaliteit worden gehaald. In artikel 5.16 lid 1 van de Wm staat opgesomd wanneer een (luchtvervuilend) project toelaatbaar is. Dan moet aannemelijk worden gemaakt, dat het project aan één of een combinatie van de volgende voorwaarden voldoet: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde een project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit een project draagt slechts 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging een project is opgenomen in, of past binnen, het NSL of een regionaal programma van maatregelen.

Kwadijkerpark 2021

45

Voor ruimtelijke projecten geldt uiteraard ook het principe van een goede ruimtelijke ordening. Daarnaast kan de amvb Gevoelige bestemmingen relevant zijn. Met het Besluit gevoelige bestemmingen van 1 december 2008, gebaseerd op artikel 5.16a van de Wet milieubeheer, wordt de vestiging van zogeheten 'gevoelige bestemmingen'- zoals een school of een verzorgingstehuis- in de nabijheid van provinciale en rijkswegen beperkt. Het besluit is gericht op bescherming van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2), met name kinderen, ouderen en zieken. Het besluit voorziet in zones waarbinnen luchtkwaliteitsonderzoek noodzakelijk is: 300 meter aan weerszijden van rijkswegen en 50 meter langs provinciale wegen, gemeten vanaf de rand van de weg. Waar in de onderzoekszone de grenswaarden voor PM10 of NO2 (dreigen te) worden overschreden, mag het totaal aantal mensen dat hoort bij een 'gevoelige bestemming' niet toenemen. Dit wordt bereikt door op een dergelijke plek de vestiging van bijvoorbeeld een school niet toe te staan. Bij uitbreidingen van bestaande gevoelige bestemmingen is een eenmalige toename van maximaal 10% van het totale aantal blootgestelden toegestaan. 4.8.2 Analyse Onderzoek NIBM toets Om te bepalen wat de invloed is van het initiatief op de luchtkwaliteit is gebruik gemaakt van de NIBM toets.

De verkeersgeneratie uit de notitie Verkeerskundige toetsing van Mobycon is aangehouden (gebaseerd op CROW-rekentool). De verkeersgeneratie op een gemiddelde werkdag bedraagt 2.364 motorvoertuigen per etmaal, op een gemiddelde weekdag zijn dat er 2.130 (werkdag gemiddelde gedeeld door de factor 1,11; bron CROW publicatie 317). Voor het aandeel vrachtverkeer is uitgegaan van 2%. Hieronder zijn de resultaten van de tool weergegeven. Met deze uitgangspunten is de NIBM-toets uitgevoerd, waarbij is uitgegaan van realisatie in 2022 (worst case scenario):

NIBM-tool: worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer (Bron: Kenniscentrum InfoMil). Berekend is dat de bijdrage van het plan aan de concentraties voor NO2 (stikstofdioxide) en PM10 (fijn stof) mogelijk in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit. De berekening laat zien dat het extra verkeer ten gevolge van het plan maximaal 1,68 µg/m3 bijdraagt aan de jaargemiddelde concentratie NO2. Voor de concentratie PM10 zal het verkeer maximaal 0,36 µg/m3 bijdragen.

46

Kwadijkerpark 2021

Onderzoek NSL-Monitoringstool 2019 Om te beschouwen of de gecumuleerde concentraties voldoen aan de grenswaarden uit de Wet luchtkwaliteit wordt het planeffect opgeteld bij de heersende concentraties. Dit is inzichtelijk gemaakt door middel van de NSL-Monitoringstool 2019. De beschouwde rekenpunten geven de totale concentratie in de nabije omgeving van het plangebied. Voor het jaartal 2020 bedraagt de hoogste totale concentratie NO2 17,4 µg/m3 en voor PM10 17,2 µg/m3. Voor PM2,5 geldt een hoogste totale concentratie van 9,6 µg/m3. '

NSL Monitoringstool: rekenpunten met bijbehorende concentraties Wanneer het planeffect hierboven op wordt geteld worden de totale concentraties voor NO2 en PM10 respectievelijk 19,1 µg/m3 en 17,6 µg/m3. Deze concentraties blijven met de bijdrage van de ontwikkeling, ruim beneden de grenswaarden voor luchtkwaliteit (40 µg/m3 voor NO2 en ook 40 µg/m3 voor PM10 ). Op grond van de gebleken samenhang tussen de concentraties voor PM10 (fijn stof) en PM2,5 (fijn stof) kan het volgende worden gesteld: vanwege het feit dat de concentratie voor PM10 voldoet aan de grenswaarde kan in voldoende mate aannemelijk gemaakt worden dat ook voor PM2,5 de ontwikkeling niet in betekenende mate zal bijdragen en dat de geldende grenswaarde niet zal worden overschreden. Ook in het prognosejaar 2030 zal worden blijven voldaan aan de grenswaarden. 4.8.3 Conclusie De bijdrage van het extra verkeer ten gevolge van het plan draagt mogelijk in betekenende mate (NIBM) bij aan de luchtkwaliteit. Daarom is onderzoek uitgevoerd met gebruikmaking van de Monitoringstool. Hieruit blijkt dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de voorgestane ontwikkeling.

4.9

Milieuzonering

4.9.1 Beleidskader Milieuzonering legt een relatie tussen de milieuaspecten van een bedrijf - geluid, geur, gevaar en stof en de omgeving. Daarnaast is de mate waarin een bedrijfstype personen- of goederenverkeer genereert mede bepalend voor de mate van hinder, en dus voor de mogelijkheid tot vestiging of uitbreiding. Bij milieuzonering staan vier vragen centraal: 1. Welke afstand is aanvaardbaar tussen nieuwe bedrijven en nieuwe woningen? 2. Welke afstand is aanvaardbaar tussen nieuwe bedrijven en bestaande woningen? 3. Welke afstand is aanvaardbaar tussen bestaande bedrijven en nieuwe woningen? 4. Mag een concreet bedrijf zich op een bepaalde locatie vestigen? Voor het opstellen van een milieuzonering hanteert de gemeente Purmerend de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering', editie 2009. Met behulp van richtafstanden wordt bepaald welke afstand aanvaardbaar is.

Kwadijkerpark 2021

47

De VNG-publicatie maakt voor de beoordeling onderscheid in twee gebiedstypen. Een rustige woonwijk wordt omschreven als een woonwijk, die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied. Een gemengd gebied wordt omschreven als een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. Eerstelijns bebouwing langs de N244 en bedrijventerrein De Koog kan worden getypeerd als 'gemengd gebied'. Overige bebouwing in en rond Kwadijkerpark wordt aangeduid als 'rustige woonwijk'.

4.9.2 Analyse In de directe omgeving van het plan zijn de volgende bestemmingsplannen van kracht die van belang (kunnen) zijn in het kader van milieuzonering: Buitengebied 2015 van de gemeente Edam-Volendam; Overwhere Noord 2012; Bedrijventerreinen 2013; Van IJsendijkstraat 2014. Buitengebied 2015 In het bestemmingsplan 'Buitengebied 2015' zijn geen bedrijfsmatige activiteiten mogelijk binnen relevante afstanden tot het plan. Dit bestemmingsplan blijft daarom verder buiten beschouwing. Overwhere Noord 2012 Voorliggend bestemmingsplan komt volledig binnen de grenzen van dit bestemmingsplan te liggen. Een groot deel van de percelen binnen en rondom het plangebied hebben de bestemming 'Maatschappelijk 1' in dit bestemmingsplan. Binnen de bestemming 'Maatschappelijk - 1' zijn diverse maatschappelijke voorzieningen mogelijk. De richtafstand hiervan bedraagt maximaal 30 meter binnen het omgevingstype 'rustige woonwijk' en 10 meter binnen het omgevingstype 'gemengd gebied'. Zoals gezegd kan de eerstelijns bebouwing langs de N244 en bedrijventerrein De Koog kan worden getypeerd als gemengd gebied. Hierdoor geldt er voor de omliggende maatschappelijke bebouwing een richtafstand van 10 meter. De beoogde woningen liggen op een afstand van meer dan 10 meter van de aanwezige maatschappelijke bebouwing.

Binnen de bestemming 'Maatschappelijk - 1' is een school voor voortgezet onderwijs (Purmerendse ScholenGroep, Flevostraat 257) aanwezig. Hiervoor geldt alleen voor geluid een richtafstand, te weten 30 meter. Deze afstand kan vanwege de gebiedstypering worden teruggebracht tot 10 meter. De beoogde woningen liggen op een afstand van meer dan 10 meter van de school. Aan de zuidwestzijde van het plangebied is in het bestemmingsplan 'Overwhere Noord 2012' de bestemming 'Sport' opgenomen. Binnen de bestemming 'Sport' zijn een Wellnesscenter annex sportschool en sportvelden met verlichting aanwezig. Voor sportscholen geldt een (gereduceerde) richtafstand van 10 meter. Voor sportvelden met verlichting bedraagt de richtafstand in gemengd gebied 30 meter. De beoogde woningen liggen buiten de richtafstanden. Omgevingsvergunning Kwadijkerpark 2019, deelgebied C 'boerderij' Deze fase betreft het realiseren diverse voorzieningen ten behoeve van de dagbesteding van de cliënten van de Prinsenstichting, nabij gebouw A van de Prinsenstichting aan de noordwestkant van het Kwadijkerpark. Het voornemen betreft de realisatie van een boerderij, een kweekkas, een belevingstuin en een houtkloverij met stalling. Tussen deze panden liggen moestuinen en weiden. In onderstaande figuur zijn de gebouwen van deelgebied C aangegeven.

48

Kwadijkerpark 2021

Definitief ontwerp deelgebied C zoals vergund De boerderij is qua hinder het beste te vergelijken met een 'kinderboerderij'. Hiervoor geldt een grootste richtafstand van 30 meter voor geur en geluid. De houtkloverij is kleinschalig van aard en wordt geklasseerd als ‘timmerwerkfabriek, <200 m²’ De grootste richtafstand bedraagt 50 meter vanwege geluid. Gelet op de aanwezigheid van de N244 ten noorden van het plan kan deze afstand worden teruggebracht tot 30 meter. De 'Woongebied' bestemming van voorliggend bestemmingsplan ligt gedeeltelijk binnen de richtafstand van zowel de boerderij als de houtkloverij. Op basis van het verkavelingsplan zijn enkele woningen voorzien binnen de richtafstand van de houtkloverij. Omdat zowel de boerderij als de houtkloverij kleinschalig van opzet zijn, mag worden verwacht dat geen geur- of geluidsoverlast zal optreden. Bedrijventerreinen 2013 Het bestemmingsplan 'Bedrijventerreinen 2013' maakt in aangewezen gebieden de vestiging van bedrijven tot milieucategorie 3.2 en 4.2 mogelijk. Voor categorie 3.2 geldt een grootste richtafstand van 100 meter voor zowel geluid als geur, voor categorie 4.2 bedraagt deze afstand 300 meter. De richtafstand voor geluid kan in gemengd gebied 1 stap worden verlaagd, de afstand voor geur echter niet. De beoogde woningen liggen buiten de genoemde richtafstanden.

Van IJsendijkstraat 2014 Het bestemmingsplan 'Van IJsendijkstraat 2014' is geografisch volledig gelegen binnen bestemmingsplan 'Bedrijventerreinen 2013'. Het betreft een bestemmingsplan dat voorziet in het verkleinen van de veiligheidscontour voor het plaatsgebonden risico rond het LPG-reservoir van het tankstation aan de Van IJsendijkstraat 395 als gevolg van het ondergronds plaatsen van de tank. Ook voorziet het in de vestiging van creativiteitscentrum Wherelant. Beide inrichtingen zijn op meer dan 100 meter afstand tot het plan gelegen, waarmee wordt voldaan aan de richtafstand voor bedrijven tot categorie 3.2. Het tankstation heeft een vergunde LPG-doorzet van minder dan 500 m³ per jaar. De richtafstand voor gevaar bedraagt 10 meter. In het kader van externe veiligheid is reeds een onderzoek

Kwadijkerpark 2021

49

uitgevoerd naar het tankstation. Conclusie Het plan is gelegen buiten de richtafstanden voor de inrichtingen binnen de omliggende bestemmingsplannen. Op basis van het verkavelingsplan zijn enkele woningen voorzien binnen de richtafstand van de houtkloverij. Omdat zowel de boerderij als de houtkloverij kleinschalig van opzet zijn, mag worden verwacht dat geen geur- of geluidsoverlast zal optreden. Omgekeerd wordt er geen milieubelastende inrichting in het plangebied mogelijk gemaakt. Hiermee is sprake van een goede ruimtelijke ordening. 4.9.3 Conclusie Milieuzonering levert geen belemmering op voor het onderhavige bestemmingsplan.

4.10

Natuurwaarden

4.10.1 Beleidskader In ruimtelijke plannen moet worden aangetoond dat hoe de ontwikkelingen die hierin mogelijk worden gemaakt zich verhouden met de wet- en regelgeving op het gebied van gebieds- en soortenbescherming. Wet Natuurbescherming Sinds 1 januari 2017 geldt de Wet natuurbescherming. Deze wet vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. Daarmee zijn gebiedsbescherming en soortbescherming bij elkaar gebracht in één Nederlandse wet. Deze wet beschermt de van nature in Nederland in het wild voorkomende planten en dieren en hun directe leefomgeving, waaronder nesten en holen. De Wet Natuurbescherming wijkt in een aantal opzichten af van de Flora- en faunawet; de strekking is echter hetzelfde. In de wet is onder meer bepaald dat beschermde dieren niet gedood, gevangen of verontrust mogen worden en planten niet geplukt, uitgestoken of verzameld mogen worden (algemene verbodsbepalingen). Net als in de Flora en faunawet is de Wet Natuurbescherming een zorgplicht opgenomen, een algemeen geldende fatsoensnorm voor de omgang met flora en fauna. Deze zorgplicht houdt in dat menselijk handelen zo weinig mogelijk nadelige gevolgen voor flora en fauna mag hebben.

De soortbeschermingsbepalingen uit de Europese richtlijnen Vogelrichtlijn (VR) en Habitatrichtlijn (HR) zijn in de Wet Natuurbescherming geïmplementeerd: soorten en vegetatietypen waarvoor Natura 2000-gebieden zijn aangewezen, worden beschermd onder de nieuwe Wet Natuurbescherming. Ongeveer 200 soorten verliezen hun bescherming in vergelijking met de eerder vigerende Flora-en faunawet, voornamelijk soorten vaatplanten (muurplanten, orchideeën) en (zee)vissen. De bij de Flora en faunawet gehanteerde gedragscodes blijven bestaan, zij het dat de lijsten met beschermde soorten wijzigen en aangepast moeten worden. Voor soortbescherming in relatie tot ruimtelijke ingrepen is een aantal artikelen in de nieuwe Wet Natuurbescherming van belang: Zorgbeginsel artikel 1.10 en 1.11: net als bij artikel 2 Ffwet is de intrinsieke waarde van soorten vastgesteld in een doelbepaling en geldt voor alle soorten, los van een beschermingsregime, een zorgplicht. Dit zorgbeginsel is vergelijkbaar met de zorgplicht in de Ffwet. Actieve soortbescherming, artikel 1.12: provincies moeten verplicht beleid opstellen voor de bescherming van soorten, specifiek in hun eigen provincie. Dit beleid is nog in ontwikkeling en de inhoud is nog niet bekend. In de Wet Natuurbescherming worden drie beschermingsregimes onderscheiden: 1.

Soorten van Vogelrichtlijn: Bescherming van alle in het wild levende volgens in de EU, beschreven in artikel 3.1-3.4 van de Wet Natuurbescherming. Dit beleid verandert deels t.o.v. de Ffwet. Hieronder valt ook het begrip "opzettelijk" is bij doden, vangen en verstoring van nesten etc. opgenomen. Hieronder valt ook het begrip voorwaardelijk opzet". De grote verandering is dat verstoring onder de nieuwe wet is toegestaan, mits de staat van instandhouding van de soort maar niet in het geding komt. Degene die de verstoring begaat,

50

Kwadijkerpark 2021

moet dan aantonen dat er geen verstoring van wezenlijke invloed is. Verstoren van broedende vogels (op nest) en eieren blijft verboden. De provincie kan hiervoor vrijstellingen maken en ontheffingen verlenen. 2. Soorten van Habitatrichtlijn: Bescherming van dier- en plantensoorten in artikel 3.5-3.9: A. die strikt beschermd zijn op grond van Habitatrichtlijn bijlage IV, Verdrag van Bern, bijlage I en II, Verdrag van Bonn bijlage I. In het geval van ontheffing of vrijstelling moet aan drie voorwaarden voldaan worden: dat er geen andere bevredigde oplossing bestaat, de handeling noodzakelijk is (diverse redenen mogelijk, waaronder die van groot openbaar belang met redenen van sociale en economische aard) en tot slot alleen wanneer er geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort in haar natuurlijke verspreidingsgebied. B. die streng beschermd zijn op grond van Habitatrichtlijn bijlage V, Verdrag van Bern bijlage III, Verdrag van Bonn bijlage II. Hiervoor moeten maatregelen worden getroffen indien de gunstige staat van instandhouding in het geding is. In geval van ontheffing of vrijstelling moet alleen voldaan worden aan de eis dat de gunstige staat van instandhouding niet in het geding komt. Hiervoor zijn maatregelen verplicht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10667124/1