CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

B Bestemmingsplan Kwadijkerpark 2021 Toelichting en regels

Gemeenteraad 11 november 2021, gemeente PurmerendBij agendapunt: Bestemmingsplan Kwadijkerpark30.475 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Ook hier is het opzetvereiste van toepassing, maar in tegenstelling tot vogels is er geen uitzondering dat 'verstoring toegestaan is zolang het niet van wezenlijke invloed is'. Via een AMvB kunnen nadere regels gesteld worden. De provincie kan vrijstellingen maken en ontheffingen verlenen, met in achtneming van de belangen. 3 Andere soorten: Dit zijn de in de bijlage van artikel 3.10 van Wet Natuurbescherming genoemde soorten. In deze bijlage staan zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten. Onderdeel A bevat de fauna en onderdeel B de flora. Deze lijst is een nationale toevoeging en betreft soorten die in principe een landelijke achteruitgang kennen. In praktijk is deze bescherming lichter en verwacht wordt dat ontheffingen vrij gemakkelijk verkregen kunnen worden, aangezien er niet de zwaardere belangen gelden voor de soorten van de Europese richtlijnen. Ruimtelijke ontwikkeling is een geldig belang voor een ontheffing (artikel 3.10.2 onderdeel a). Opzettelijk verstoren in algemene zin, wordt voor deze groep niet genoemd als verbod. De provincies kunnen voor deze lijst vrijstellingsbesluiten maken. Op dit moment staan ook zeer algemene soorten op deze lijst; mogelijk zal er een vrijstellingsbesluit of AMvB opgesteld worden hoe hier mee om te gaan. De provincie Noord-Holland heeft nog geen lijst met vrijstellingsbesluiten gemaakt.

Natuurnetwerk Nederland De Provinciale Ruimtelijke Verordening van de provincie Noord-Holland bepaalt dat een bestemmingsplan voor een gebied dat is aangeduid als natuurnetwerk Nederland, strekt tot de bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van die gebieden. In Purmerend zijn alleen enkele delen van het Purmerbos en een stuk agrarische grond tegen Ilpendam aan, als deel van het NNN aangemerkt. Ook ligt er langs de ringvaart van de Wijde Wormer, waar Weidevenne aan grenst, een dergelijk gebied. Het onderhavige project tast deze waarden niet aan. 4.10.2 Analyse Quickscan flora en fauna Er is door Buiting een quickscan flora en fauna uitgevoerd. In deze toelichting worden de belangrijkste conclusies vermeld, voor het gehele onderzoek wordt verwezen naar de bijlagen. Planten De voorgenomen werkzaamheden kunnen ongunstige effecten hebben op de aanwezigheid van de beschermde tengere veldmuur (Wet natuurbescherming 3.10). Aanvullend onderzoek dient aan te tonen of deze soort aanwezig is binnen het plangebied. Vogels In gebruik zijnde nesten van vogels mogen nooit worden beschadigd of vernield. Het is aan te raden werkzaamheden die daartoe kunnen leiden, ruim buiten de indicatieve broedtijd van vogels (15 maart-15 juli) uit te voeren.

Kwadijkerpark 2021

51

Door de voorgenomen werkzaamheden kunnen jaarrond beschermde nesten worden verstoord. Er wordt geadviseerd om voorafgaand aan eventuele bomenkap, de bomen nogmaals te controleren op de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten. Grondgebonden zoogdieren Het plangebied is geschikt voor de beschermde bunzing en hermelijn (Wet natuurbescherming 3.10). De voorgenomen werkzaamheden kunnen negatieve effecten hebben op deze soorten. Aanvullend onderzoek dient de aan- of afwezigheid van deze soorten aan te tonen. Vleermuizen Door de voorgenomen werkzaamheden worden mogelijk geschikte voortplantings- en/of rustplaatsen van vleermuizen aangetast. Het uitvoeren van aanvullend is noodzakelijk om vast te stellen of er daadwerkelijk vleermuizen worden aangetroffen. Reptielen en amfibieën In het plangebied is matig geschikt habitat aangetroffen voor de beschermde rugstreeppad (Wet natuurbescherming 3.10). Aanvullend onderzoek moet de aanwezigheid van deze soort aantonen. Daarnaast luidt het advies om kolonisatie van het plangebied tijdens de werkzaamheden te voorkomen. Op overige beschermde flora en fauna worden geen effecten verwacht. Wel wordt geadviseerd om tijdens de werkzaamheden de algehele zorgplicht in acht te nemen.

Natuurnetwerk en Natura 2000-gebieden Het uitvoeren van verdere toetsing of het aanvragen van een ontheffing in het kader van het Natuurnetwerk Nederland is niet noodzakelijk. Negatieve effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden is niet uit te sluiten. Gezien de recente onduidelijkheden zijn negatieve effecten niet uit te sluiten. Aanvullend fauna onderzoek Door Buiting is een aanvullend fauna onderzoek uitgevoerd naar aanleiding van de resultaten van de quickscan. In deze toelichting worden de belangrijkste conclusies vermeld, voor de gehele rapportage wordt verwezen naar de bijlagen. Tengere veldmuur Tengere veldmuur is niet aangetroffen tijdens het onderzoek. Er is geen ontheffing Wet Natuurbescherming nodig. Huismus Huismussen zijn niet aangetroffen, er is daarom geen ontheffing Wet natuurbescherming nodig. Vleermuizen Zomerverblijfplaatsen Er is één zomerverblijfplaats vastgesteld in de nieuwbouwwoning (Cornwallhof 7-11) naast het te slopen activiteitencentrum ‘Molenwerf’. Hoewel deze zomerverblijfplaats niet in een te slopen gebouw gesitueerd is moet er bij de werkzaamheden rekening gehouden worden met de aanwezigheid van dit verblijf. Het verstoren van verblijfplaatsen is niet toegestaan.

Wanneer de sloop van het activiteitencentrum buiten de kwetsbare periode van de gewone dwergvleermuis plaatsvindt is er geen sprake van verstoring en een ontheffing niet noodzakelijk. Kraamverblijfplaatsen Er zijn geen kraamverblijfplaatsen vastgesteld. Paarverblijfplaatsen Er zijn vier paarterritoria aangetroffen tijdens het onderzoek. Met de voorgenomen werkzaamheden verdwijnen drie hiervan mogelijk. Het verstoren of vernietigen van verblijfplaatsen is niet toegestaan. Het

52

Kwadijkerpark 2021

aanvragen van een ontheffing op de Wet natuurbescherming voor drie paarterritoria is noodzakelijk om de geplande werkzaamheden uit te voeren. (Massa)Winterverblijfplaatsen Er zijn geen (massa)winterverblijfplaatsen vastgesteld. Vliegroutes en foerageerplekken Verspreid over het plangebied zijn foeragerende gewone en ruige dwergvleermuizen waargenomen. Groenstructuren worden grotendeels gespaard en ook zijn er alternatieve foerageerplekken in de directe omgeving aanwezig. Er is een vliegroute vastgesteld aan de noordzijde van het water ten noorden van het plangebied. Deze wordt bij de voorgenomen werkzaamheden niet aangetast. Rugstreeppad Tijdens het onderzoek zijn geen rugstreeppadden, ei-snoeren en of kooractiviteit waargenomen. De werkzaamheden leiden niet tot overtreding van de Wet natuurbescherming. Een ontheffing is daarom niet nodig. Kleine marterachtigen Tijdens het onderzoek zijn geen kleine marterachtigen vastgelegd op camera. Ook zijn er geen kleine marters of sporen daarvan aangetroffen binnen het plangebied. Activiteitenplan en ontheffing Voor de sloop van enkele gebouwen is een ontheffing van de Wet natuurbescherming (vleermuizen) noodzakelijk en dienen maatregelen te worden genomen. Hiervoor is een activiteitenplan opgesteld.

In het activiteitenplan wordt beschreven welke werkzaamheden worden uitgevoerd, de planning van de werkzaamheden, de aanwezige beschermde soorten, welke effecten optreden op de beschermde soorten, welke mitigerende en/of compenserende maatregelen voor deze soorten worden genomen en wordt een alternatievenafweging voor het voorgenomen initiatief beschreven. Tevens wordt er natuurinclusief gebouwd. Te denken hierbij valt aan vleermuiskasten aanbrengen in de nieuwbouw, verlichtingsadvies t.a.v. vleermuizen en het creëren van een groene leefomgeving. De ontheffing Wet natuurbescherming is op 17 maart 2021 verleend. Stikstofdepositie Er is door BRO een stikstofdepositie onderzoek uitgevoerd. In deze toelichting worden de belangrijkste conclusies vermeld, voor het gehele onderzoek wordt verwezen naar de bijlagen. Het projectgebied ligt niet binnen de grenzen van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied met daarin stikstofgevoelige habitattypen is 'Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske', wat ligt op een afstand van ongeveer 6,8 km. Aangezien de voorgenomen ontwikkeling de realisatie van 340 woningen betreft, kan een significante toename aan stikstofdepositie tijdens de aanleg- en gebruiksfase op omliggende Natura 2000-gebieden niet zondermeer op voorhand worden uitgesloten.

Om op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uit te sluiten is daarom een AERIUS-berekening uitgevoerd. Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat bij zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. Daarmee kunnen op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uitgesloten worden. 4.10.3 Conclusie Het project heeft geen invloed op de in de nabijheid van Purmerend gelegen Natura 2000-gebieden. Voor de sloop van enkele gebouwen is een ontheffing van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. De ontheffing Wet natuurbescherming is op 17 maart 2021 verleend. Vanuit het aspect ecologie zijn er daarom geen belemmeringen.

Kwadijkerpark 2021

53

4.11

Planologisch relevante leidingen

4.11.1 Beleidskader Voor ruimtelijke plannen in de omgeving van hogedrukaardgasleidingen en leidingen voor aardolieproducten met een externe veiligheidscontour is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) van toepassing. Op grond van dit besluit dienen plannen te worden getoetst aan de grens- en richtwaarde voor het plaatsgebonden risico (PR) en de oriënterende waarde voor het groepsrisico (GR). 4.11.2 Analyse Binnen het plangebied liggen geen planologisch relevante leidingen. Ook in de nabijheid van het plangebied is geen sprake van leidingen die van invloed kunnen zijn op het project. 4.11.3 Conclusie De wetgeving inzake planologisch relevante leidingen levert geen belemmering op voor het onderhavige bestemmingsplan.

4.12

Verkeer en parkeren

4.12.1 Beleidskader Verkeersaantrekkende werking Voor de berekening van de huidige verkeersgeneratie en de toekomstige verkeersgeneratie is gebruik gemaakt van de rekentool 'Verkeersgeneratie & parkeren' van het CROW (zie ook CROW-publicatie 317 “Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie”). Voor het bepalen van de verkeersgeneratie van een bouwplan moet in de rekentool aangegeven worden 1) wat voor een gemeente (zeer sterk, sterk, matig, weinig, niet stedelijk) het betreft en 2) in welk gebied (centrum, schil centrum, rest bebouwde kom, buitengebied) het bouwplan gerealiseerd wordt. De gemeente Purmerend is een 'sterk stedelijke' gemeente en het plangebied is gelegen in 'rest bebouwde kom'. Parkeren De parkeerbehoefte van het onderhavige plan wordt berekend aan de hand van de Nota Parkeernormen 2016, vastgesteld op 26 mei 2016. Het bestuursorgaan handelt overeenkomstig de beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen. Zie ook art 4:84 Algemene wet bestuursrecht. 4.12.2 Analyse Verkeer Er is door Mobycon een verkeerskundige toetsing uitgevoerd. In deze toelichting worden de belangrijkste conclusies vermeld, voor het gehele onderzoek wordt verwezen naar de bijlagen.

Als gevolg van de ontwikkeling neemt de verkeersgeneratie toe met maximaal 2.364 motorvoertuigen per etmaal, met 186 pae (PersonenAutoEquivalant) in het drukste ochtendspitsuur en met 243 pae in het drukste avondspitsuur. De ontwikkeling zal worden ontsloten via twee verschillende toegangswegen, namelijk Kwadijkerpark/Nieuwe Gouw en Flevostraat. Vervolgens verspreidt het verkeer zich over verschillende wegen. De toekomstige intensiteiten zijn aan de hand van de toename van de verkeersgeneratie inzichtelijk gemaakt en aan de hand hiervan de verkeersafwikkeling bepaald. Er wordt geconstateerd dat op geen enkel wegvak en op geen enkel kruispunt sprake is van een doorstromingsknelpunt na de realisatie van de ontwikkeling. Daarmee wordt geconcludeerd dat het aspect verkeer de ontwikkeling aan het Kwadijkerpark in Purmerend niet in de weg staat.

54

Kwadijkerpark 2021

Parkeren Door Goudappel Coffeng is de parkeerbehoefte voor het Kwadijkerpark berekend en onderbouwd. In deze toelichting worden de belangrijkste conclusies vermeld, voor het gehele onderzoek wordt verwezen naar de bijlagen. Beleid Het parkeernormenbeleid van de gemeente Purmerend is weergegeven in de Nota Parkeernormen Purmerend (26 mei 2016). Het grondgebied binnen de bebouwde kom is onderverdeeld in: voetgangersgebied, rest centrum, schil en rest bebouwde kom. Het Kwadijkerpark ligt in de zone 'rest bebouwde kom'. De parkeernormen van de gemeente Purmerend zijn weergegeven in onderstaande tabel. Het aandeel bezoekers is 0,3 parkeerplaats per woning.

Parkeernormen gemeente Purmerend Parkeerbehoefte sociale huurwoningen Binnen de parkeernormen van Purmerend wordt geen onderscheid gemaakt in sociale huur, middenhuur en dure huur. Ook is er geen verschil tussen huur en koop. Relatief snel is er sprake van een parkeernorm van 1,5 parkeerplaats per woning of hoger. Voor sociale huurwoningen zijn deze normen te hoog, omdat er voor inwoners van deze woningen sprake is van een lager autobezit. Ook wordt geen rekening gehouden met de aanwezigheid van het station Purmerend Overwhere. In het onderzoek wordt onderbouwd waarom voor de sociale huurwoningen uitgegaan kan worden van een lagere parkeernorm. Zie hiervoor in de bijlage. De parkeernormen voor het Kwadijkerpark zijn als volgt:

Samenvatting parkeernormen Kwadijkerpark Deelauto's Voor deelauto’s zijn geen regels of normen opgenomen in het parkeernormenbeleid van Purmerend. Aangesloten wordt bij de richtlijnen uit CROW publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren’, waarin gesteld wordt dat iedere deelauto minimaal 4 personenauto’s kan vervangen. De ontwikkelaar introduceert een deelautoconcept, maar legt het volledig aantal parkeerplaatsen aan op grond van de parkeernorm, zonder reductie op de parkeervraag als gevolg van het deelautosysteem. Parkeerbehoefte Niet op ieder moment van de week is de parkeerbehoefte even groot. Om die reden is gebruik gemaakt van aanwezigheidspercentages voor bewoners en bezoekers (zie tabel onderstaande tabel). De

Kwadijkerpark 2021

55

aanwezigheidspercentages gelden niet voor parkeerplaatsen in eigendom.

Aanwezigheidspercentages 4.12.3 Conclusie In de regels van dit bestemmingsplan is vastgelegd dat de omgevingsvergunning voor het bouwen pas verleend kan worden als er voldaan wordt aan de geldende parkeernormen. Voor sociale huurwoningen is een afwijkende norm vastgelegd van 1,3 voor dit project. Het parkeren is hiermee voldoende geborgd.

4.13

Water

4.13.1 Beleidskader Nota Waterbeleid 21e eeuw Op basis van beleid dat voortkomt uit de nota 'Waterbeleid 21e eeuw' is een watertoetsproces ingesteld bij de ruimtelijke planvorming. Het watertoetsproces heeft tot doel om elkaar vroegtijdig te informeren, adviseren, afwegen en beoordelen van het belang van water en dit in ruimtelijke plannen gestalte te geven. Een watertoetsproces leidt onder andere tot een waterparagraaf in het plan. De diepgang van de watertoets en de inhoud van de waterparagraaf kan verschillen naar de aard van de planvorming. De watertoets moet er voor gaan zorgen dat er bij de inrichting van ons land bewust rekening wordt gehouden met water. De waterbeheerder en initiatiefnemer nemen daarvoor samen de waterhuishoudkundige doelstellingen zichtbaar en evenwichtig mee bij alle ruimtelijke plannen of ingrepen. Naast de in de toelichting genoemde Watertoets is er in de Nota 'Waterbeleid 21e eeuw' (Commissie Tielrooij, 2000) het principe van 'Vasthouden - Bergen - Afvoeren' als ordeningsprincipes geïntroduceerd. Dit is bedoeld om het watersysteem op een duurzame en robuuste manier in te richten, teneinde de burgers een prettige en veilige leefomgeving te bieden. Nationale Waterplan 2016-2021 In het Nationale Waterplan staan vijf ambities centraal. Nederland moet de veiligste delta in de wereld blijven.

Deze ambitie wordt vooral ingevuld door onze veiligheidsnormen tegen overstroming te vernieuwen. Het kabinet kiest voor een grotere inzet op verbetering van de waterkwaliteit (meststoffen, bestrijdingsmiddelen, medicijnresten, microplastics). Dit zorgt er voor dat de Nederlandse wateren schoon en gezond zijn en er genoeg zoet water is. Verder wil het kabinet dat Nederland klimaatbestendig en waterrobuust wordt ingericht, dat Nederland een gidsland is en blijft voor watermanagement en -innovaties. Dat is gunstig voor onze economie en ons verdienvermogen. Tot slot wil het kabinet dat Nederlanders waterbewust leven. Deze ambities moeten gezamenlijk ingevuld worden door iedereen die werkt aan de ruimtelijke inrichting van Nederland: alle overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen. Water en ruimtelijke ordening zijn dus steeds meer met elkaar verweven. In het verleden werd water vooral geplooid naar de wensen van inrichters en gebruikers. Steeds vaker verschijnt waterproblematiek in de actualiteit. De hoogwatersituaties van de afgelopen jaren, maar ook verdrogingsverschijnselen, hebben aangetoond dat water een belangrijk aspect is bij ruimtelijke ordening. Daarom moet men water beter inbedden in ruimtelijke plannen. Ook vraagt klimaatverandering om ruimtelijke aanpassingen.

Denk hierbij aan zeespiegelstijging, hogere afvoeren van rivieren en hevige regenbuien en perioden van droogte. Het wateraspect moet men zo vroeg mogelijk betrekken bij ruimtelijke planvorming. In structuurvisies en bestemmingsplannen staat de wettelijke verplichting om de gevolgen voor water af te wegen via de watertoets. Bij ruimtelijke ontwikkelingen moeten planners rekening houden met

56

Kwadijkerpark 2021

waterhuishoudkundige eisen op korte en lange termijn. Het proces van de watertoets voorziet erin dat rekening wordt gehouden met de eisen zoals die vanuit het waterbeheer worden gesteld. Dit is niet alleen van belang voor een duurzaam en klimaatbestendig watersysteem. Het is ook belangrijk om zoveel mogelijk te voorkomen dat er problemen met water ontstaan nadat men heeft gebouwd. Tenslotte moet men in de waterparagraaf van zowel structuurvisies, bestemmingsplannen en ruimtelijke onderbouwingen verantwoorden hoe het plan rekening houdt met: waterkwantiteit, waterkwaliteit, oppervlaktewater, grondwater, afvalwater en de landschappelijke aspecten van water. Beleid Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft samen met haar partners haar waterbeleid op lange termijn (Deltavisie) en op middellange termijn (Waterprogramma 2016-2021) opgesteld. In het Waterprogramma 2016-2021 (voorheen waterbeheersplan) zijn de programma's en beheerstaken van het hoogheemraadschap opgenomen met de programmering en uitvoering van het waterbeheer. Het programma is nodig om het beheersgebied klimaatbestendig te maken, toegespitst op de thema's waterveiligheid, wateroverlast, watertekort, schoon en gezond water en crisisbeheersing. Door het veranderende klimaat wordt het waterbeheer steeds complexer.

Alleen door slim samen te werken is integraal en doelmatig waterbeheer mogelijk. Bij de ontwikkeling van het Waterprogramma is hieraan invulling gegeven door middel van een partnerproces en de ontwikkeling van gezamenlijke bouwstenen. Daarnaast beschikt het Hoogheemraadschap over een verordening: de Keur 2016. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels. Beleid gemeente Purmerend Het (hemel)waterbeleid van de gemeente Purmerend is onder meer vastgelegd in het rioleringsplan Purmerend 2018-2023. Om de waterbelangen bij ruimtelijke ontwikkelingen veilig te stellen doorlopen waterschappen en gemeente bij alle ruimtelijke ontwikkelingen de watertoetsprocedure. Hierbij wordt o.a. toegezien op een hydrologisch neutrale inpassing van ontwikkelingen. De resultaten hiervan worden vastgesteld in de waterparagraaf. De particuliere perceeleigenaar is verantwoordelijk voor de staat van zijn woning en perceel. Dit betekent dat hij zelf verantwoordelijk is voor het op eigen perceel treffen van maatregelen om de waterdichtheid te garanderen en voor de inzameling van stedelijk afvalwater en overtollig hemel- en grondwater.

Pas als de perceeleigenaar zich redelijkerwijs niet kan ontdoen van het overtollige water, is er een taak voor de gemeente of hoogheemraadschap. De perceeleigenaar heeft ook een zorgplicht. Dit betekent dat hij geen handelingen mag verrichten waarvan hij kan verwachten dat deze het doelmatige functioneren van (water)voorzieningen belemmeren 4.13.2 Analyse Er is door Econsultancy een watertoets opgesteld. In deze toelichting worden de belangrijkste conclusies vermeld, voor het gehele onderzoek wordt verwezen naar de bijlagen. De projectlocatie is gelegen binnen Het Kwadijkerpark te Purmerend. Het Kwadijkerpark wordt in 4 fasen ontwikkeld. Door externe omstandigheden is na de aanleg van fase 1 tussen 2005 en 2017 de verdere ontwikkeling van het gebied gestagneerd. Vanaf 2018 tot heden zijn de tweede en derde fasen in ontwikkeling.

Kwadijkerpark 2021

57

Fasering Kwadijkerpark Voor het plangebied vigeert het bestemmingsplan ‘Overwhere Noord 2012’ van de gemeente Purmerend, dat is vastgesteld op 30 juli 2012. Hierin is de ontwikkeling van het woongebied ‘Kwadijkerpark‘ (deels) meegenomen. Ten aanzien van de beoogde ontwikkeling is voor het plangebied in 2008 door Grontmij een watertoets uitgevoerd (Grontmij, 18 juni 2008). De initiatiefnemer is voornemens om fase 4 te herontwikkelen. Inmiddels zijn de plannen voor het nieuwe woongebied (fase 4) zodanig gewijzigd dat deze niet meer passen binnen het vigerend bestemmingsplan. Als verplicht onderdeel van het ruimtelijk plan of besluit, dient een waterparagraaf opgenomen te worden. De waterparagraaf beschrijft de invloed van het plan op het watersysteem en geeft aan welke eisen het watersysteem aan het besluit of plan oplegt. De waterparagraaf omschrijft daarnaast de waterhuishoudkundige consequenties van het plan. Om invulling te kunnen geven aan de waterparagraaf en de waterbelangen te waarborgen is voor de planontwikkeling van fase 4 de watertoets opgesteld waarin naar aanleiding van de ontwikkeling de consequenties voor het watersysteem in beeld zijn gebracht. Het nieuwe woongebied (fase 4) voorziet in de herbestemming van de desbetreffende gronden ten behoeve van de realisatie van maximaal 340 nieuwe woningen.

Ten opzichte van de situatie uit 2008 zal ten aanzien van de ontwikkelingen binnen het park het verhard oppervlak toenemen met 41.635 m². HHNK eist dat de toename van verharding wordt gecompenseerd door de aanleg van extra oppervlaktewater in de vorm van 17% extra water gerekend over de toename in het verhard oppervlak. Ten aanzien van de ontwikkelingen en de toename in het verhard oppervlak dient 7.078 m² extra oppervlaktewater gegraven te worden. Binnen het plangebied hebben reeds diverse aanpassingen aan het watersysteem plaatsgevonden. Hieruit blijkt dat als gevolg van de ontwikkelingen in totaal 3.710 m² water is of nog wordt gedempt. De totale waterbergingsopgave komt daarmee op 10.788 m² water. Ten aanzien van het duurzaam omgaan met regenwater wordt bij nieuwe ontwikkelingen gestreefd naar een gescheiden stelsel met maximaal afkoppelen. Huishoudelijk afvalwater (DWA, droogweerafvoer) en regenwater (RWA, regenwaterafvoer) worden daarbij gescheiden ingezameld. Alleen de DWA wordt dan afgevoerd naar de rioolwater zuiveringsinstallatie. In de toekomstige situatie zal het schone hemelwater (zogenaamde hemelwaterafvoer; HWA) dan ook niet op het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) worden aangesloten maar separaat worden verwerkt.

58

Kwadijkerpark 2021

Ten aanzien van de ontwikkeling van de voorgaande fases is ter compensatie van het extra verhard oppervlak reeds extra oppervlaktewater gegraven. Ter compensatie van het extra verhard oppervlak vanuit de ontwikkeling van fase 4 zal het bestaande oppervlaktewater worden vergroot. In totaal wordt voorzien in 10.892 m² (extra) nieuw oppervlaktewater. Dit komt overeen met een overschot van 104 m² (10.892 m² – 10.788 m²). Met betrekking tot het beheer en onderhoud zijn in het verleden afspraken vastgelegd en zelfs zaken vergund. Het hoogheemraadschap gaat de watergangen varend onderhouden en beheren. Afwijken van varend onderhoud is niet gewenst. Bij de aanleg van het nieuwe oppervlaktewatersysteem wordt rekening gehouden met de afspraken uit het verleden en het vigerende beleid van het hoogheemraadschap. Voor alle handelingen aan of in de nabijheid van een watergang zoals: dempen, graven, bouwen, onttrekken, lozen etc. is in het kader van de keur een vergunning van het waterschap benodigd en zal in overleg aangevraagd worden. Ten aanzien van de verweking van het vuilwater wordt uitgegaan van de uitgangspunten uit de watertoets uit 2008. Conform het planontwerp zullen er maximaal 340 woningen worden gerealiseerd. Voor de ontwikkelingen binnen fase 4 betreft dit een aanbod van circa 14,36 m³/uur.

De nieuwe DWA afvoer zal net als in de huidige situatie met een gemaal aangesloten moeten worden op de DWA-afvoer langs de Flevostraat. Tijdens de verdere planvorming wordt dit in overleg met de gemeente Purmerend nader besproken. Op basis van de randvoorwaarden en uitgangspunten is de ontwikkeling in zowel ruimte als tijd waterneutraal uit te voeren. Er worden dan ook vanuit het oogpunt van de waterhuishouding geen belemmering verwacht ten aanzien van de bestemmingswijziging en de uitvoering van het plan. Overleg In het kader van dit bestemmingsplan is overleg gepleegd met het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK). Het HHNK heeft opmerkingen gemaakt over o.a. de hoeveelheid watercompensatie, de breedte van de waterlopen, de doorvaarbaarheid en bereikbaarheid van de waterlopen i.v.m. varend onderhoud. Er heeft overleg plaatsgevonden met het Hoogheemraadschap en het bestemmingsplan is hierop aangepast. 4.13.3 Conclusie Op basis van de randvoorwaarden en uitgangspunten is de ontwikkeling in zowel ruimte als tijd waterneutraal uit te voeren. Er worden dan ook vanuit het oogpunt van de waterhuishouding geen belemmering verwacht ten aanzien van de bestemmingswijziging en de uitvoering van het plan.

4.14

Milieu-effectrapportage

4.14.1 Beleidskader Voor bepaalde grootschalige ontwikkelingen op het gebied van woningen, bedrijvigheid en infrastructuur dient op grond van het Besluit milieu-effectrapportage 1994 een milieu-effectrapportage (m.e.r.) opgesteld te worden. Hierin moet worden aangegeven wat de gevolgen zijn van de ontwikkelingen voor het milieu. In het Besluit mer is aangegeven in welke gevallen er onderzoek gedaan moet worden. Afhankelijk van de grootte van het project zijn er drie mogelijkheden: 1. bij een project dat voorkomt in onderdeel C van de bijlage van het Besluit mer en boven de daar genoemde drempelwaarden uitkomt, geldt een directe m.e.r.-plicht. In dat geval dient een m.e.r. opgesteld te worden. Dit geldt ook voor een project die onder de drempelwaarden genoemd in onderdeel C blijft, maar boven de drempelwaarden die in onderdeel D gegeven worden ligt en waarvoor een (kaderstellend) bestemmingsplan opgesteld wordt. 2. indien er geen directe m.e.r.-plicht geldt, kan er wel een vormvrije m.e.r.-beoordelingsplicht gelden.

Kwadijkerpark 2021

59

Dit geldt voor projecten die in onderdeel D genoemd worden en niet boven onder de drempelwaarde uitkomen. Hierbij moet worden onderzocht of er sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen. Er gelden geen vormvereisten, maar wel inhoudelijke vereisten: de criteria uit bijlage III van de Europese richtlijn moeten in acht worden genomen. Als de uitkomst is dat het uitgesloten is dat er belangrijke gevolgen voor het milieu zijn, dan dit moet in de toelichting van het bestemmingsplan worden gemotiveerd. Zijn belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu niet uitgesloten, dan geldt een mer-plicht. 4.14.2 Analyse De voorgenomen activiteit is niet opgenomen in onderdeel C van het Besluit m.e.r. en is daarom niet aan te merken als een activiteit waarvoor een directe m.e.r.-plicht bestaat. Het is wel opgenomen in onderdeel D (categorie D.11.2) van bijlage II van het Besluit m.e.r. De activiteit betreft een stedelijk ontwikkelingsproject, maar het valt onder de drempelwaarden die hier genoemd worden.

D.11.2

Activiteiten Gevallen De aanleg, wijziging In gevallen waarin de activiteit betrekking of uitbreiding van een heeft op: stedelijk 1: een oppervlakte van 100 hectare of meer, ontwikkelingsproject, 2. een aaneengesloten gebied en 2.000 of met inbegrip van de meer woningen omvat, of bouw van 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 winkelcentra of m2 of meer. parkeerterreinen.

Besluit De vaststelling van het plan, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ruimtelijke ordening --> het bestemmingsplan

Dit betekent dat het verplicht is een vormvrije m.e.r.-beoordelingsplicht uit te voeren. De inhoudelijke vereisten voor deze beoordeling staan benoemd in bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r. Hierin staat dat de voorgenomen activiteiten aan de volgende drie aspecten moeten worden getoetst: 1. kenmerken van het project; 2. plaats van het project; 3. kenmerken van het potentiële effect. De initiatiefnemer heeft een aanmeldnotitie m.e.r. opgesteld waarin deze aspecten aan de orde komen. Deze is opgenomen als bijlage. Het bevoegd gezag beslist of er een m.e.r.-plicht geldt. De conclusie van de m.e.r.-beoordeling is dat het plan geen belangrijke negatieve gevolgen zal hebben voor de kenmerken van het gebied en voor het woon- en leefmilieu in de omgeving. Er worden geen negatieve effecten verwacht vanwege de ligging van het plangebied ten opzichte van gevoelige gebieden. Geconcludeerd wordt dat geen belangrijke nadelige milieugevolgen worden verwacht en dat het opstellen van een m.e.r. niet noodzakelijk wordt geacht. In de notitie wordt het college van burgemeester en wethouders geadviseerd te besluiten dat er geen m.e.r. behoeft te worden vastgesteld. 4.14.3 Conclusie Gezien de kenmerken van de potentiële effecten van het voornemen in combinatie met de kenmerken/gevoeligheid van de omgeving waarin deze optreden, is de impact van het plan op het milieu gering te noemen.

Het is dus niet noodzakelijk om een m.e.r. op te starten.

60

Kwadijkerpark 2021

Hoofdstuk 5

Uitvoerbaarheid

De gemeente mag op basis van de Wet ruimtelijke ordening alleen meewerken aan planontwikkelingen die haalbaar en uitvoerbaar zijn. Ingevolge artikel 3.1.6 Bro dient de toelichting van een bestemmingsplan inzichten te bevatten over de uitvoerbaarheid van een plan.

5.1

Privaatrechtelijke uitvoerbaarheid

De initiatiefnemer is eigenaar van de gronden in het plangebied. Er zijn derhalve geen privaatrechtelijke belemmeringen voor de uitvoering van het plan aanwezig.

5.2

Economische uitvoerbaarheid

5.2.1 Kostenverhaal Op grond van afdeling 6.4 van de Wro geldt voor de gemeente de verplichting tot kostenverhaal in de gevallen die zijn aangewezen in het Bro. Het Bro stelt kostenverhaal verplicht in geval er sprake is van een van de volgende bouwplannen: de bouw van één of meer woningen en andere hoofdgebouwen; de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m² bruto-vloeroppervlakte of met één of meer woningen; de verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits tenminste 10 woningen worden gerealiseerd; de verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1.500 m² bruto-vloeroppervlakte bedraagt; de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 m² bruto-vloeroppervlakte. In dit geval worden er woningen gerealiseerd en is er dus sprake van verplicht kostenverhaal. De uitvoering van de ontwikkeling is volledig voor rekening en risico van de initiatiefnemer. Met deze initiatiefnemer heeft de gemeente een anterieure overeenkomst gesloten, zoals bedoeld in artikel 6.12 lid 2 Wro juncto artikel 6.24 Wro.

Met die overeenkomst is verzekerd dat alle wettelijk te verhalen kosten die de gemeente maakt, worden verhaald op de initiatiefnemer. Eventuele kosten voor de inrichting en overige voorzieningen zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Op grond daarvan kan de gemeenteraad afzien van het vaststellen van een exploitatieplan, omdat het verhaal van de kosten anderszins is verzekerd. 5.2.2 Haalbaarheid De ontwikkeling maakt onderdeel uit van het totaalplan voor het Kwadijkerpark. Onderhavig bestemmingsplan voorziet in de realisatie van 340 woningen. De initiatiefnemer beschikt over voldoende middelen om de beoogde ontwikkeling te kunnen realiseren. De financiële haalbaarheid is hiermee in voldoende mate aangetoond.

5.3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

5.3.1 Algemeen In deze paragraaf wordt ingegaan op het draagvlak dat in de maatschappij en bij andere (overheids-) instanties leeft voor de ontwikkeling. Het moet aannemelijk zijn dat er voldoende draagvlak is, waarbij opgemerkt wordt dat het is niet mogelijk is iedereen tevreden te stemmen. Bij het tegen elkaar afwegen van de diverse belangen kan het altijd mogelijk zijn dat één belang minder gewicht wordt toegekend dan het ander.

Kwadijkerpark 2021

61

5.3.2 Communicatie De samenwerking die AM en woningcorporatie Rochdale (samen de ontwikkelcombinatie Kwadijkerpark CV) hebben gesloten met de Prinsenstichting en de gemeente Purmerend staat aan de basis van deze gebiedsontwikkeling. Kwadijkerpark wordt in een co-creatie met partijen ontwikkeld. Iedere stap die wordt gezet wordt teruggekoppeld naar de Prinsenstichting en het projectteam van de gemeente Purmerend en op gezette tijden gecommuniceerd naar de buurt. De herontwikkeling is gestart met een uitgebreide marktanalyse die in workshops met Kwadijkerpark CV, gemeente en de Prinsenstichting zijn besproken en in concepten zijn uitgewerkt. Daarin is veel aandacht besteed aan een zorgvuldig participatietraject met alle betrokkenen, zoals de omwonenden en de Prinsenstichting. Iedere partij brengt daarbij eigen kennis en ervaring in. Door goed te luisteren en goed samen te werken groeit het draagvlak voor deze ontwikkeling. Met elkaar zijn de kernwaarden voor de ontwikkeling bepaald en vastgelegd in het DNA voor Kwadijkerpark waar alle partijen mee zijn gaan werken en wat geleid heeft tot een bijzonder plan. Deze plannen zijn gepresenteerd aan de belanghebbenden uit de naastgelegen wijk de Molenkoog en omgeving, de opgehaalde reacties zijn in de planvorming verwerkt. Nu de plannen concreter zijn, zal gestart worden met de placemaking en campagne.

Via de website www.kwadijkerpark.nl zal steeds meer zichtbaar worden zowel van het plan als de verschillende stakeholders die bij deze ontwikkeling betrokken zijn. Communicatie met de omgeving Hieronder volgt een samenvatting van de communicatie (op welke manier en wanneer) van de initiatiefnemer (Kwadijkerpark CV) met de omgeving. 17 januari 2019, inloop van de Prinsenstichting (circa 30 omwonende) voor een informatieavond over de nieuwbouw Kinderboerderij Prinsenstichting, waarbij AM namens Kwadijkerpark CV ook de vernieuwde uitgangspunten heeft toegelicht. December 2019 is een kerstkaart met kerstgroet die huis aan huis in de Molenkoog is bezorgd en de aankondiging van de inloop over de plannen van het Kwadijkerpark die in januari 2020 bij de Prinsenstichting zal plaatsvinden. 16 januari 2020 presentatie in de nieuwbouw Prinsenstichting aan de regiomanagers Prinsenstichting over de stand van zaken van de planvorming en planning Kwadijkerpark. 22 januari 2020 is een presentatie in de nieuwbouw van Prinsenstichting gegeven aan circa 20 belangstellende uit de buurt, panelen van het plan waar mensen op konden reageren. Belangrijkste punt van discussie is de derde ontsluitingsmogelijkheid met auto's door de Molenkoog. Reacties zijn verwerkt in de plannen, onder andere het verwijderen van de derde ontsluitingsmogelijkheid voor gemotoriseerd verkeer door de Molenkoog.

Nieuwsbrieven aan belangstellende en buurtbewoners met de mededeling dat indien zij hun e-mailadres achterlaten zij worden geïnformeerd d.m.v. een nieuwsbrief over de voortgang en de planvorming. Door Corona is fysiek contact of ontmoeting niet mogelijk, alle informatie wordt digitaal verstrekt. Van juli 2020 tot november 2020 werd bij inschrijving van belangstellende op de website een vragenlijst toegestuurd. De enquête is door 400 mensen ingevuld en een samenvatting van de resultaten op de website gepubliceerd, resultaten zijn verwerkt in de plannen. December 2020 kerstgroet aan de bewoners van de Molenkoog. Huis aan huis bezorgd, met de mededeling dat zij zich via de website kunnen inschrijven voor een webinar die in februari 2021 zal worden georganiseerd. Op de website en via een nieuwsbrief de aankondiging dat 17 februari 2021 een webinar wordt georganiseerd. Als mensen zich inschrijven voor de webinar zal er een link worden toegestuurd. 11 februari 2021 presentatie in een Teams overleg aan de regiomanagers en cliëntenraad van de Prinsenstichting betreffende de planning stand van zaken en veiligheidsmaatregelen tijdens de sloopwerkzaamheden. Extra aankondiging aan de 20 buurtbewoners die een e-mailadres hebben achtergelaten dat zij zich kunnen inschrijven voor een link naar de webinar op 17 februari 2021.

Op 17 februari 2021 van 18.45 tot 19.45 uur een live event (webinar) voor de buurt waar het plan en planning zijn gepresenteerd, totaal 4 belangstellende vanuit de buurt (geen vragen of opmerkingen

62

Kwadijkerpark 2021

ontvangen). Aansluitend op 17 februari 2021 van 20.15 uur tot 21.15 uur een live event (webinar) voor de belangstellende in Kwadijkerpark, Totaal 70 belangstellende die hebben deelgenomen aan het live event. Vragen die via de chat konden worden gesteld worden gebundeld en in FAQ op de website geplaatst.

5.3.3 Overleg ingevolge artikel 3.1.1 Bro Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat een bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een ruimtelijk plan, daarbij overleg pleegt met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van Rijk en provincie die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Artikel 3.1.6 Bro bepaalt daarnaast dat in de toelichting de uitkomsten van dit overleg worden beschreven. Het concept van dit bestemmingsplan is voorgelegd aan het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) en de Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland (VrZW). Het HHNK heeft opmerkingen gemaakt over o.a. de hoeveelheid watercompensatie, de breedte van de waterlopen, de doorvaarbaarheid en bereikbaarheid van de waterlopen i.v.m. varend onderhoud. Er heeft overleg plaatsgevonden met het Hoogheemraadschap en het bestemmingsplan is hierop aangepast. De VrZW heeft aangegeven dat het geen aanleiding ziet om opmerkingen te maken op het concept-ontwerpbestemmingsplan.

5.3.4 Inspraak ingevolge Algemene inspraakverordeninggemeente Purmerend De Algemene Inspraakverordening van de gemeente Purmerend bepaalt dat elk bestuursorgaan ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden kan besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. Er is besloten voor dit plan geen formele inspraakprocedure te doorlopen omdat er reeds participatie heeft plaatsgevonden in het voortraject. Zie hiervoor paragraaf 5.3.2 Communicatie. 5.3.5 Overleg ingevolge artikel 3.8 Wro Artikel 3:8 Wro bepaalt dat op de voorbereiding van een bestemmingsplan afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is. Deze afdeling bevat bepalingen rond de Uniforme openbare voorbereidingsprocedure. Het ontwerp van dit bestemmingsplan heeft gedurende zes weken ter inzage gelegen van 9 augustus 2021 tot en met 20 september 2021. De kennisgevingen van de terinzagelegging zijn gepubliceerd in het Gemeenteblad en het Purmerends Nieuwsblad, beide op 5 augustus 2021. Er zijn geen zienswijzen ingediend.

Kwadijkerpark 2021

63

64

Kwadijkerpark 2021

Hoofdstuk 6

Juridische planbeschrijving

Dit hoofdstuk bevat de toelichting op de gekozen planvorm, die van een gedetailleerd bestemmingsplan. Tevens geeft het inzicht in de overwegingen die aan de juridische regeling ten grondslag hebben gelegen.

6.1

Planvorm

Het onderhavige plan voorziet in een actueel en adequaat juridisch kader voor ontwikkeling en beheer van het plangebied. Het is een plan op basis van artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening, opgesteld conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012). Gezien het gewenste behoud van de ruimtelijke en functionele structuur en de beperkte mate van ontwikkeling is gekozen voor een gedetailleerde planvorm. Deze planvorm maakt het mogelijk alle aanwezige functies in het plangebied te voorzien van een gedetailleerde bestemmingsregeling waardoor de ruimtelijke kwaliteit in het gebied als zodanig kan worden beheerd en behouden. Op de verbeelding zijn alle functies zodanig bestemd, dat het direct mogelijk is om met het bijbehorende renvooi (verklaring van de bestemmingen) te zien welke bestemmingen aan de gronden binnen het plangebied gegeven zijn. Uitgangspunt daarbij is dat de verbeelding zoveel mogelijk informatie geeft omtrent de in acht te nemen horizontale en verticale maten. In de bijbehorende voorschriften zijn de bestemmingsomschrijving, de bouwregels en de gebruiksbepalingen alsmede de eventuele afwijkingsmogelijkheden te vinden. Voor een goede ruimtelijke ordening is het noodzakelijk dat de in het bestemmingsplan gestelde regels zodanig zijn opgesteld dat deze (goed) te handhaven zijn.

Het gemeentebestuur is van oordeel dat de regels in het onderhavige plan voldoen aan deze eis.

6.2

Bestemmingsregeling

Hieronder volgt een beknopte omschrijving van de verschillende bestemmingen binnen het plangebied. Artikel 3 Groen De hoofdgroenstructuur binnen het plangebied is als 'Groen' bestemd. Binnen de bestemming Groen is een beperkt aantal gebruiksvormen toegestaan, zoals groen, voet- en fietspaden, water, speelvoorzieningen, en nutsvoorzieningen. (Ontsluitings)wegen, in- en uitritten zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting'. Er mogen binnen deze bestemming in principe slechts bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. Artikel 4 Verkeer - 2 De bestemming Verkeer-2 wordt toegekend aan wegen met een functie voor verblijf en verplaatsing. Binnen deze bestemming zijn tevens bijbehorende voorzieningen zoals groen, water, parkeervoorzieningen, etc. toegestaan. Binnen deze bestemming mogen enkel bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd. Artikel 5 Water De in het plangebied aanwezige gronden die zijn aangewezen voor water zijn bestemd voor de waterhuishouding, met de daarbij behorende oevers. Dit water mag in principe niet worden gedempt of vergraven. Voor bouwwerken of werkzaamheden langs, in, of op het water dient een watervergunning bij het Hoogheemraadschap aangevraagd te worden. Steigers zijn niet toegestaan omdat er een rietkraag aan de waterrand gerealiseerd wordt en steigers daarom hier niet gewenst zijn.

Artikel 6 Woongebied Voor het overgrote deel van het plangebied is de bestemming 'Woongebied' opgenomen. Er zijn vrijstaande woningen, vrijstaand geschakelde woningen, twee-aaneengebouwde woningen, aaneengebouwde woningen en gestapelde woningen (uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld') toegestaan.

Kwadijkerpark 2021

65

Het betreft een globale eindbestemming die echter voldoende objectief is begrensd en waarbij de maximale bouwmogelijkheden voldoen aan een goede ruimtelijke ordening: De maximale goot- en bouwhoogte van grondgebonden binnen deze bestemming is opgenomen. Voor gestapelde woningen geldt een afwijkende goot- en bouwhoogte. Het maximum aantal woningen bedraagt niet meer dan 340. Hoofdgebouwen op bouwpercelen, die grenzen aan de figuur 'gevellijn' of waar de figuur 'gevellijn' is opgenomen, dienen met de voorgevel naar deze gevellijn te worden gericht. Dit om de oriëntatie van de woningen op het park te bewerkstelligen. De gronden/tuinen aan deze zijde (de parkzijde) worden als voortuin aangemerkt. Deze gronden behoren hiermee niet tot het 'achtererfgebied', zoals bedoeld in het Besluit omgevingsrecht, Bijlage II. Het is hier niet mogelijk om vergunningsvrije aan-. uit- en bijgebouwen te realiseren. Dit is wenselijk om een zachte, groene overgang van de privétuinen naar de parken te waarborgen en te behouden. Een doorbreking hiervan met aan-, uit- en/of bijgebouwen zou hieraan een onwenselijke afbreuk doen.

Het Kwadijkerpark beschikt in zijn huidige vorm als voormalig instellingenterrein van de Prinsenstichting, over een groenblauwe parkstructuur met groepen van verschillende soorten volwassen bomen, open plekken en waterstructuren van grote kwaliteit die sturend zijn in de inrichting en de beleving van het park. De woningen zijn in nauwe samenhang met de parkstructuur ontworpen. De zijde van de woning aan de kant van het park is zo ontworpen dat vanuit de leefruimte in de woning en de buitenruimte goed zicht is op het park met een natuurlijke afscherming voor privacy. Om enige privacy te kunnen borgen en de groene uitstraling van het park te kunnen garanderen wordt de overgang van privé naar openbaar afgezoomd met een zachte groene afscheiding van bijvoorbeeld een beukenhaag of andersoortig gewas. De zachte groene overgang aan de parkzijde is aan de parkzijde (openbaar) maximaal 1,80 meter hoog en aan de terraszijde (privé), op de ca. 0,60 tot 0,70 meter hoger gelegen terp, max. 1,20 meter hoog. De verplichting om de groene overgang tussen privé en openbaar te realiseren en in stand te houden is opgenomen als een voorwaardelijke verplichting in voorliggend bestemmingsplan. Tevens wordt dit als een kwalitatieve verplichting met kettingbeding opgenomen in de koopovereenkomst met kopers. Voor bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn regelingen opgenomen.

Voor de geluidwerende voorzieningen is een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Voor de grondgebonden woningen die met de achterzijde aan het water gelegen zijn is een regeling opgenomen dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bebouwingsvrij' enkel bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan zijn tot een maximale bouwhoogte van 1,2 meter. De gronden ter plaatse van de aanduiding worden niet gerekend tot het 'erf', zoals bedoeld in artikel 1 van het Besluit omgevingsrecht (Bor), Bijlage II. Vergunningsvrij bouwen is hiermee uitgesloten ter plaatse van deze aanduiding. De reden hiervoor is omdat het aan de waterzijde ruimtelijk niet wenselijk is dat hier opstallen en hoge erfafscheidingen gerealiseerd worden.

Artikel 7 Waarde - Archeologie Gebieden die op de archeologische verwachtingskaart uit het Erfgoedbeleid Purmerend 2017 zijn aangewezen als gebieden met een middelhoge of hoge archeologische verwachtingswaarde, worden beschermd via de dubbelbestemming 'Waarde- archeologie'. Algemene regels Artikel 8 Anti-dubbeltelregel Het doel van deze bepaling is te voorkomen dat grond die al in aanmerking is genomen of betrokken is bij het verlenen van een vergunning niet nog een keer wordt betrokken bij een aanvraag om omgevingsvergunning. Hierdoor wordt voorkomen dat met gebruikmaking van privaatrechtelijke overeenkomsten, de publiekrechtelijke regels worden ondergraven. Artikel 9 Algemene bouwregels In dit artikel worden regels gegeven voor bestaande maten en overschrijding bouwgrenzen. Ondergrondse bouw

66

Kwadijkerpark 2021

De regels die van toepassing zijn op bovengrondse bouw zijn ook van toepassing op ondergrondse bouw. Het onderhavige bestemmingsplan verbindt daar de regel aan dat qua diepte ondergrondse bouw beperkt moet blijven tot ten hoogste één bouwlaag. Artikel 10 Algemene gebruiksregels In de algemene gebruiksbepaling is opgenomen wat onder verboden gebruik van de gronden wordt verstaan. Bij het bouwen of aanleggen van een nieuwe functie of voorziening moet gezorgd worden voor voldoende parkeerplaatsen. Hiervoor wordt verwezen naar de in mei 2016 vastgestelde Nota Parkeernormen gemeente Purmerend 2016. In afwijking van de Nota Parkeernormen geldt voor sociale huurwoningen een parkeernorm van 1,3. Tevens is er een regeling opgenomen voor een reductie van het aantal parkeerplaatsen bij de inzet van deelauto's. Artikel 11 Algemene afwijkingsregels Dit artikel geeft een regeling voor het geval dit voor een betere technische realisering van bouwwerken dan wel in verband met de werkelijke toestand van het terrein noodzakelijk is. Deze afwijkingsregel dient bij uitzondering te worden toegepast. De noodzaak om van de bestemmingsregeling af te wijken dient te worden aangetoond. Artikel 13 Overgangsrecht Dit artikel betreft het overgangsrecht met betrekking tot gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken dat afwijkt van het bestemmingsplan op het moment dat dit in werking treedt.

Dit gebruik mag worden voortgezet. Wijziging van het afwijkend gebruik is slechts toegestaan indien de afwijking hierdoor wordt verkleind. Daarnaast zijn overgangsregels opgenomen ten aanzien van het bouwen. Een bouwwerk dat afwijkt van de bouwregels van het bestemmingsplan op het moment dat dit in werking treedt, mag gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd, of na een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd. De afwijking mag daarbij naar aard en omvang niet worden vergroot. Daarvan mag eenmalig worden afgeweken tot maximaal 10% van de inhoud van het bouwwerk. Het overgangsrecht is niet van toepassing op bouwwerken die reeds in strijd waren met het voorgaande geldende bestemmingsplan.

Kwadijkerpark 2021

67

68

Kwadijkerpark 2021

Regels

Kwadijkerpark 2021

69

70

Kwadijkerpark 2021

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

1.1 plan het bestemmingsplan 'Kwadijkerpark 2021' met identificatienummer NL.IMRO.0439.BPKWADIJKERP2021-va01 van de gemeente Purmerend. 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of een figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5 aan-huis-gebondenberoep een dienstverlenend beroep, dat in een woning door de bewoner wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. 1.6 aaneengebouwdewoning een woning die onderdeel uitmaakt van een blok van meer dan twee aaneengebouwde woningen, waarbij de hoofdgebouwen van de woningen met elkaar verbonden zijn, niet zijnde een gestapelde woning; 1.7 achtererf de gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn achter de achtergevel van het hoofdgebouw of achter een denkbeeldige lijn in het verlengde daarvan.

1.8 achtererfgebied erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorgevel en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied gelegen aan de voorkant van het hoofdgebouw tot aan de zijdelingse perceelgrens. 1.9 afhankelijke woonruimte een bijgebouw dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg gehuisvest is. 1.10 ambulante handel het ter verkoop aanbieden van producten of diensten aan de consument, door een handelaar op een markt of een vaste commerciële standplaats op de openbare weg. 1.11 antennedrager een antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne. 1.12 antenne-installatie een installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie.

Kwadijkerpark 2021

71

1.13 archeologisch deskundige een deskundige op het gebied van de archeologie en werkend volgens de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie. 1.14 archeologisch onderzoek onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling die beschikt over een certificaat als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, van de Erfgoedwet. 1.15 archeologisch onderzoeksgebied gebied met een daaraan toegekende middelhoge of hoge archeologische verwachting in verband met de kennis en wetenschap van de in dat gebied verwachte overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit het verleden. 1.16 archeologischewaarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden. 1.17 archeologisch waardevol gebied gebied met een daaraan toegekende archeologische waarde in verband met de kennis en wetenschap van de in dat gebied verwachte overblijfselen en menselijke aanwezigheid of activiteiten uit het verleden. 1.18 bebouwing een of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.19 bebouwingsgebied achtererfgebied alsmede de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijk hoofdgebouw. 1.20 bedrijf een onderneming gericht op het produceren, vervaardigen, bewerken, herstellen, installeren of inzamelen van goederen, alsmede verhuur, opslag en distributie van goederen.

1.21 bestaandeafstands-,hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen, die op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan tot stand zijn gekomen of tot stand zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.22 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak. 1.23 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.24 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.25 bouwgrens de grens van een bouwvlak.

72

Kwadijkerpark 2021

1.26 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat is begrensd door op (nagenoeg) gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen en dat zodanige afmetingen en vormen heeft dat dit gedeelte zonder ingrijpende voorzieningen voor woonfuncties geschikt of geschikt te maken is. 1.27 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens het plan zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.28 bouwperceelgrens een grens van een bouwperceel. 1.29 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.30 bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.31 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak. 1.32 dakkapel een constructie ter vergroting van een gebouw, die zich tussen de dakgoot en de nok van een dakvlak bevindt, waarbij deze constructie onder de noklijn is gelegen en de onderzijde van de constructie in het dakvlak is geplaatst. 1.33 dakopbouw a.

een constructie ter vergroting van een gebouw, welke zich in geval van gebouwen met een hellend dakvlak tussen de dakgoot en de nok bevindt en waarvan de onderzijde van de constructie in het verlengde van het gevelvlak is geplaatst; b. een constructie ter vergroting van een gebouw, welke zich in geval van gebouwen met een platte afdekking boven de dakgoot dan wel het boeibord bevindt. 1.34 erker een hoek- of rondvormig ondergeschikte toevoeging aan de verblijfsruimte van de woning (woonkamer) gelegen aan de voorgevel op de begane grond en aan drie zijden geheel of gedeeltelijk voorzien van glas. 1.35 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.36 gestapelde woningen boven dan wel beneden en/of naast elkaar gesitueerde woningen waarbij per woning een zelfstandige toegankelijkheid, al dan niet direct vanaf het voetgangersniveau, gewaarborgd is. 1.37 groene erfafscheiding een erfafscheiding, waarvan de bouwkundige constructie geheel dan wel nagenoeg geheel aan het zicht is onttrokken door een haag en/of andersoortig gewas, dan wel een erfafscheiding, geen bouwwerk zijnde, uitsluitend bestaande uit een haag en/of andersoortig gewas.

Kwadijkerpark 2021

73

1.38 hoofdgebouw een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken. 1.39 jongerenontmoetingsplek een gebouw, of bouwwerk, geen gebouw zijnde, waar jongeren elkaar kunnen ontmoeten. 1.40 kampeermiddelen niet als een bouwwerk aan te merken vouwwagens, kampeerauto's, caravans of hiermee gelijk te stellen onderkomens, die bestemd zijn voor recreatief verblijf en waarbij de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben. 1.41 kap constructie ter afdekking van een gebouw waarop de dakbedekking rust, niet zijnde een muur, en die bestaat uit ten minste twee hellende dakvlakken die elkaar snijden op het hoogste punt. 1.42 kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten het in een woning door de bewoner op bedrijfsmatige wijze uitoefenen van activiteiten, waarvoor geen melding- of vergunningplicht op grond van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer geldt en waarbij de woning in overwegende mate zijn woonfunctie behoudt met een ruimtelijke uitstraling die daarbij past. 1.43 mantelzorg het bieden van zorg aan eenieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband.

1.44 nutsvoorzieningen voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie. 1.45 overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak. 1.46 overig bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.47 pand de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is. 1.48 peil a. voor hoofdgebouwen op bouwpercelen ter plaatse van de figuur 'gevellijn': de bovenkant van de begane grondvloer aan de voorgevelzijde van de woning; b. voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg grenzen, met uitzondering van hoofdgebouwen als bedoeld onder a.: de hoogte van die weg; c. in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld. 1.49 perceelsgrens de grens van een bouwperceel.

74

Kwadijkerpark 2021

1.50 platte afdekking een horizontaal vlak, ter afdekking van een gebouw, dat meer dan tweederde van het grondoppervlak van het gebouw beslaat. 1.51 prostitutie het zich beschikbaar stellen voor seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.52 seksinrichting het bedrijfsmatig - of in een omvang of frequentie die daarmee overeenkomt - gelegenheid bieden tot het ter plaatse, in een gebouw of in een vaartuig, verrichten van seksuele handelingen. 1.53 sociale huurwoning een huurwoning als bedoeld in artikel 1.1.1., eerste lid, onder d. van het Besluit ruimtelijke ordening. 1.54 voorgevel a. voor hoofdgebouwen op bouwpercelen ter plaatse van de figuur 'gevellijn': de op de figuur 'gevellijn' gerichte gevel; b. in andere gevallen: de gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of uitstraling als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt, mede gezien de situering van het huisnummer, brievenbus, voordeur en uitrit. 1.55 voorgevellijn de lijn waarin de voorgevel van een bouwwerk is gelegen alsmede het verlengde daarvan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10667124/1