CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

RKC-rapport Ondermijning - sep. 2021

Raad Besluitvorming 23 december 2021, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: Onderzoeksrapport rekenkamer Ondermijning19.958 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

- [Hennepteelt] In een loods aan de Koperslager in Nootdorp wordt een hennepkwekerij ontmanteld. De politie was getipt dat er in de loods mogelijk een kwekerij was ondergebracht [2017]. - [Hennepteelt] De politie heeft bij een inval in een bedrijfspand op De Boezem in Pijnacker een hennepkwekerij geruimd. Er werden 432 planten aangetroffen en afgevoerd. Ook zijn de apparatuur en andere benodigdheden van de kwekerij in beslag genomen [2018]. - [Drugslab] De politie houdt drie personen aan nadat brand was uitgebroken in een pand aan de ’s-Gravenweg in Nootdorp. Volgens de politie gaat het vermoedelijk om een drugslab [2020]. - [Internationale drugshandel] De politie heeft twee Nederlanders opgepakt die via het darkweb zouden handelen in drugs. De mannen komen uit Voorburg en Pijnacker. Het duo handelde volgens justitie in "vrijwel alle te bedenken soorten drugs, van amfetamine, xtc, cocaïne en hasj tot ketamine." Bij onderzoek in een loods werden grote hoeveelheden drugs gevonden. De verdachten zouden zeker 1300 bestellingen hebben verstuurd [2020].

17

Er worden slechts zo nu en dan hennepplantages aangetroffen in woningen; één in 2020; twee in 2019 en één in 2017.

17

- [Chrystal meth-lab] Acht personen uit onder meer Delfgauw, Den Haag en Voorburg zijn dinsdagochtend 2 december aangehouden na de vondst van drugslabs in een huis in Voorburg en een bedrijfsgebouw in Vlaardingen. De gevonden drugs zouden volgens de politie zo’n vijf miljoen euro waard zijn. De verdachten verschenen op de politieradar naar aanleiding van een onderzoek aan de Kryptonstraat in Zoetermeer. Daar werd 16 september na stankoverlast een Crystal Meth lab ontmanteld [2020]. - [Hennepteelt] De recherche pakt een Hagenaar en een vrouw uit Pijnacker op in verband met een brand in een flat aan de Rederijkerstraat in Den Haag. In de woning ontdekte de politie een hennep-stekkerij met 1.200 stekken en een hennepkwekerij met zo’n 220 planten [2021].

Ad d.) Dunne signalen De volgende criminele praktijken en fenomenen komen op basis van dunne signalen in beeld: ▪ Criminele investeringen in vastgoed. Het is – door het land en in de gemeente Den Haag – een bekend verschijnsel dat (witgewassen) crimineel geld wordt geïnvesteerd in vastgoed. Waarna dit vastgoed wordt benut voor witte (huur)inkomsten en/of bij crimineel praktijken, zoals huisvesting van arbeidsmigranten (die worden uitgebuit), witwassen of drugsproductie. In Pijnacker-Nootdorp komen geen criminele netwerken in beeld die een vastgoedportefeuille hebben opgebouwd. Er zijn enkele zachte signalen, zoals twee ondernemers (uit een gemeente in de omgeving) die in Pijnacker-Nootdorp investeren in vastgoed. ▪

Seksuele uitbuiting. Er zijn in de interviews geen actuele signalen benoemd over seksuele uitbuiting.

▪

Collusie. Criminelen kunnen op lokaal niveau invloed krijgen als ze erin slagen hun criminele belangen te verbinden aan publieke belangen. Het bijna ongemerkt samenvloeien van legale en criminele belangen wordt collusie genoemd (LIEC, 2019). Dit kan ontstaan wanneer criminele netwerken publieke of economische functies vervullen. Bijvoorbeeld als criminele netwerken investeren in aansprekende horeca-formules. Of als dergelijke netwerken goedkope arbeidskrachten huisvesten en legale werkzaamheden laten verrichten, terwijl ze ondertussen worden uitgebuit. Toch worden ook dan economische functies vervuld en bestaat het gevaar van collusie. Respondenten herkenden wel het risico, maar konden geen casus benoemen.

18

Hoofdstuk 3 De gemeentelijke aanpak van ondermijning Inleiding Dit hoofdstuk beschrijft en analyseert de gemeentelijke aanpak van ondermijning in PijnackerNootdorp. Paragraaf 3.1 presenteert het politiek-bestuurlijke perspectief op veiligheid, zoals dat tot uitdrukking komt in het collegeprogramma (2014-2018) en in het politieke Hoofdlijnenakkoord (20182022). Paragraaf 3.2 gaat in op het gemeentelijke veiligheidsbeleid. Belangrijke inzichten uit landelijke studies worden gepresenteerd en daarna wordt de balans opgemaakt van het (sterk wijkgerichte) veiligheidsbeleid in Pijnacker-Nootdorp. In paragraaf 3.3 wordt ingegaan op vijf rapporten die ondermijning in Pijnacker-Nootdorp op de agenda hebben gezet. Vervolgens gaat paragraaf 3.4 in op de gemeentelijke aanpak van ondermijning. De geboekte vooruitgang en stellige voornemens (tot verdere verbetering) worden gepresenteerd, net als de grenzen die daarbij moeten worden geslecht. De empirische beschrijvingen in dit hoofdstuk zijn gebaseerd op afgenomen interviews. Wanneer we ons (mede) baseren op andere bronnen, wordt dit vermeld. 3.1

De politiek-bestuurlijke blik op veiligheid (2014-2022): wijkgericht

Het politiek-bestuurlijke perspectief op de lokale veiligheid en op het veiligheidsbeleid komt tot uitdrukking in het Integrale Veiligheidsplan (zie paragraaf 3.2), maar ook in het collegeprogramma (2014-2018) en in het hoofdlijnenakkoord (2018-2022). Deze belangrijke politieke stukken laten zien welke plaats het veiligheidsvraagstuk heeft te midden van andere dossiers en hoe de veiligheidssituatie wordt ingeschat. De twee genoemde politiek-bestuurlijke documenten hanteren een wijk- en burgergericht perspectief op veiligheid. Veiligheid wordt in sterke mate opgevat als leefbaarheid: gericht op niet alleen een veilige, maar ook een prettige woonomgeving. Het collegeprogramma 2014-2018 besteedt in de paragraaf “veilige gemeente om in te wonen, werken en recreëren” aandacht aan veiligheid. Een veilige gemeente vergt, zo wordt geconstateerd, “verdieping van het wijkgericht werken”. Zelfredzaamheid en wijkgerichtheid staan centraal: “Samen met professionals zelfredzaamheid wijkveiligheid promoten en stimuleren door aan te sluiten op bestaande activiteiten en evenementen op wijkniveau” (Collegeprogramma 2014 – 2018, p. 23) Daarnaast wordt dierenwelzijn geprioriteerd, wordt een uitvoeringsplan voor de handhaving in 2016 en 2017 aangekondigd en wordt het gesprek aangegaan met jongeren.

Tot slot wordt het primaire onderwijs bezocht door de (gemeentelijke) wijkmanager, wijkagent en jongerenwerker. De assumptie in het collegeprogramma is dat het niveau van orde en veiligheid toereikend is om het veiligheidsbeleind te enten op zelfredzaamheid en op wijkgerichte inspanningen. Er wordt niet geschreven over (georganiseerde) criminaliteit. Dat vraagstuk staat in deze collegeperiode niet op de politiek-bestuurlijke agenda. Vier jaar later, als de gemeenteraad het hoofdlijnenakkoord 2018-2022 opstelt, is er wat betreft het politiek-bestuurlijke perspectief op het veiligheidsbeleid weinig veranderd. De woorden criminaliteit of ondermijning worden niet gebruikt in het stuk. Het akkoord bevat vier zinnen over veiligheid, waarbij de eerste zin tevredenheid toont over de status quo:18

18

In het uitvoeringsprogramma ontbreekt ondermijning en wordt geconstateerd dat “op peil houden” volstaat wat betreft veiligheid.

19

“Het veiligheidsbeleid is op orde. Om het op orde te houden zetten we de inspanningen op het gebied van preventie voort en zorgen voor een goede afstemming van preventie en repressie (opsporing en vervolging). Daarmee willen we ook een vermindering van inbraken en overlast realiseren. We zorgen voor voldoende handhavingscapaciteit en middelen om dat beleid uit te kunnen voeren”. Er wordt gezocht naar afstemming tussen gemeentelijk handelen en politiewerk, al wordt voor het overige voornamelijk vastgehouden aan de reeds ingezette koers. Het ondermijningsvraagstuk wordt anno 2018 politiek-bestuurlijk dus (nog) niet geagendeerd. De woningbouwopgave is fors en krijgt politieke prioriteit. Er wordt ook veel aandacht geschonken aan verduurzaming, aan sociaal beleid en aan burgerparticipatie. 3.2

Lokaal veiligheidsbeleid: (herkenbare) patronen

Deze paragraaf gaat eerst in op de inzichten uit drie landelijke rapporten over gemeentelijk veiligheidsbeleid (paragraaf 3.2.1). Met in achtneming van lokale omstandigheden keren de inzichten uit die rapporten terug in Pijnacker-Nootdorp. Lokale patronen wijzen op de sterke en kwetsbare kanten van het veiligheidsbeleid in Pijnacker-Nootdorp tot 2020 (paragraaf 3.2.2). 3.2.1 Drie landelijke studies De studie Aan de rand van het bestel uit 2011 beschrijft patronen in het gemeentelijke veiligheidsbeleid (Van der Torre-Eilert e.a., 2011). Het zijn op het bredere terrein van (maatschappelijke) veiligheid met name gunstige trends, al stammen ze uit de periode dat ondermijning (nog) geen prioriteit genoot, zeker niet in middelgrote of kleinere gemeenten. Het gaat om de volgende trends: a. De OOV-ambtenaar kan een ‘eenzame strijder’ zijn, maar kan ook functioneren als onderdeel van een vitaal informeel ‘professioneel cluster’ – al zal de praktijk vaak het midden houden. Een OOV-ambtenaar kan langs twee lijnen coalities opbouwen: ▪

▪

Via verschillende overlegvormen: intern overleg met het afdelingshoofd, maar ook met de burgemeester en de gemeentesecretaris; maatschappelijk overleg (het sociaal domein en lokale instellingen); en vanwege toegang (als adviseur) tot het driehoeksoverleg. Er kan binnen de gemeentelijke organisatie een informeel veiligheidscluster ontstaan van (bijvoorbeeld ongeveer tien) ambtenaren die bij elkaar opgeteld veel tijd spenderen aan veiligheid: juristen; medewerkers van het sociaal domein; vergunningverleners, handhavers; BOA’s; jongerenwerkers en soms ingehuurde specialisten, zoals particuliere beveiligers. Met enkele ambtelijke gangmakers en met steun en aansturing van de burgemeester kunnen op uitgezochte dossiers resultaten worden geboekt.

b. De beperkte tijd, de breedte van de portefeuille en de interne en externe afhankelijkheden zorgen ervoor dat de OOV-ambtenaar een zware taak heeft. Het zijn factoren die (ook bij vooruitgang) zorgen dat het veiligheidsbeleid in de kinderschoenen staat: ▪

In een beperkt tijdsbestek dient een fors aantal interne en externe taken te worden uitgevoerd. Dit creëert tijdsdruk en dat noopt tot het zoeken naar pragmatische oplossingen.

20

▪

▪

▪

Het is lastig dat een prille gemeentelijke functie (bestuurlijk veiligheidsbeleid) afhankelijk is van gevestigde afdelingen en van professionals met andere taken en bazen bij het uitvoeren van veiligheidsmaatregelen. De burgemeester, de gemeentesecretaris of het afdelingshoofd zijn belangrijke interne trekkers van het veiligheidsbeleid. Dat is niet overal (in dezelfde mate) het geval, bijvoorbeeld bij tevredenheid over het veiligheidsniveau. OOV-ambtenaren hebben weinig tijd voor kennisontwikkeling. Dit kan drempels opwerpen bij de inhoudelijke ontwikkeling van het veiligheidsbeleid.

c. De methode Kernbeleid Veiligheid19 heeft kleine gemeenten geholpen om de veiligheidsplanning op te starten, maar de methode helpt niet bij vervolgstappen die gezet moeten worden. De veiligheidsopdracht wordt complex gemaakt: veel velden, veel targets, veel activiteiten en veel monitoring. Het krijgt een routinematig karakter omdat op bijna alle velden hooguit kleine aanpassingen worden doorgevoerd. Dit gaat vaak gelijk op met oppervlakkigheid bij de analyse van criminaliteit, overlast en daders. d. De politie slaat piketpalen; ze stelt kerntaken centraal en in kleine of middelgrote gemeenten beschikt de politie over beperkte capaciteit om meer te doen. Wel haken wijkagenten en specialisten aan bij het lokale netwerk met onder meer jongerenwerkers, BOA’s en OOVambtenaren. In opdracht van de VNG wordt in 2010 en 2017 onderzoek gedaan naar het bestuurlijke veiligheidsbeleid (Tops e.a., 2010; Tops e.a., 2017). Dat beleid blijkt zich snel te hebben ontwikkeld, met name wat betreft de aanpak van ondermijning: ▪ De probleemgerichte aanpak wordt sterker. Op basis van inzicht in concrete en complexe veiligheidsproblemen wordt gestalte gegeven aan een multidisciplinaire aanpak. ▪ De rol van burgers neemt toe bij het veiligheidsbeleid. Burgers agenderen problemen waarbij professionele inzet nodig is en krijgen een aandeel bij het oplossen van problemen.

▪ Bestuurlijke handhaving wordt steeds meer gebruikt als instrument om de rust te bewaren en op te treden tegen aantasting van het woon- en leefklimaat. ▪ De bestuurlijke aanpak van georganiseerde criminaliteit krijgt een impuls door beter inzicht in deze materie en door de komst van de RIEC’s. Daarbij worden instrumenten ingezet, zoals Bibob-toetsen en bestuurlijke handhaving. 3.2.2 Pijnacker-Nootdorp: lokale patronen (tot 2020) Wat veiligheid en veiligheidsbeleid in Pijnacker-Noordorp betreft keren tot 2020 veel van de in paragraaf 3.2.1 genoemde patronen terug, langs lijnen die passen bij de lokale situatie. Het belangrijkste is dat de situatie wat betreft de openbare orde, geregistreerde criminaliteit en leefbaarheid (de zichtbare veiligheid) gunstig is in Pijnacker-Nootdorp. Dit betekent dat er wat dat betreft geen negatieve omstandigheden zijn om probleemgerichte projecten van de grond te tillen. Wat het veiligheidsbeleid betreft valt op hoofdlijnen de balans tot 2020 op te maken. De sterke punten van het veiligheidsbeleid in Pijnacker-Nootdorp staan in verband met de wijk- en taakgerichtheid van professionals, namelijk:

19

Deze methode telt 5 velden en 30 thema’s. De velden zijn: veilige woon- en leefomgeving; bedrijvigheid en veiligheid; jeugd en veiligheid; fysieke veiligheid; integriteit en veiligheid. De keuze voor de methode komt voort uit gewoonte en uit promotie door het ministerie van Binnenlandse Zaken en de Vereniging van Nederlandse gemeenten.

21

▪

De wijkmanager en zijn of haar netwerk staan dichtbij de burgers en bij zichtbare problemen. Dat helpt om in te spelen op specifieke kenmerken van Pijnacker, Nootdorp en Delfgauw, inclusief het buitengebied.

▪

De wijkmanager heeft weliswaar een brede taak, maar via samenwerking - ingebed in het zogenoemde driemensschapsoverleg (zie paragraaf 3.4) - met wijkagent(en) en jongerenwerker(s) worden inspanningen gericht op met name zichtbare veiligheidsvraagstukken. Bijvoorbeeld jeugdoverlast. Deze frontlijnprofessionals hebben gezamenlijk een brede signalerende functie, waaronder signalering van onrechtmatige en criminele praktijken.

▪

Er is een team van ongeveer zeven jongerenwerkers actief. Het betreft jongerenwerk nieuwe stijl. Op straat wordt in contact getreden met jongeren, er is verbinding en er worden grenzen en normen gesteld.

▪

De signalering van overlast, overtredingen en criminaliteit komt niet alleen uit de wijken, maar ook vanaf de bedrijventerreinen. Professionals die hier actief zijn en in contact staan met ondernemers, zien overtredingen (bijvoorbeeld illegale bewoning of fout parkeren) en praktijken die te denken geven. Bijvoorbeeld opvallend weinig bedrijfsactiviteiten of juist bedrijfsactiviteiten op bijzondere tijdstippen.

▪

Bij de ontwikkeling van bedrijventerreinen wordt vanuit het accountmanagement gelet op de kwaliteit en sociaaleconomische waarde van bedrijven. Er zijn contacten met bedrijven die zich willen vestigen en die gaan bouwen. Bedrijven worden gefaciliteerd, maar zo nodig wordt doorgevraagd over de activiteiten en intenties van ondernemers. Een bedrijfsscan of Bibobonderzoek is een optie, al wordt er - buiten horeca - zelden een Bibob-onderzoek uitgevoerd. Er wordt bij voorkeur grond verkocht aan bedrijven die zich er zelf vestigen. Als ontwikkelaars panden (bijvoorbeeld bedrijfsverzamelgebouwen) verhuren, bestaan namelijk minder garanties over de aard van de bedrijven die zich er vestigen. Vanuit een positieve en economische insteek wordt op deze manier een drempel opgeworpen voor ondermijnende ondernemers.

▪

Op het sociaal domein is vroegtijdig de fraudegevoeligheid onderkend van de Wet Maatschappelijke Ontwikkelingen (2015) en van de Jeugdwet. Het rechtmatigheidstoezicht is georganiseerd en er zijn kwaliteitskaders vastgesteld die worden gebruikt om (gecontracteerde) zorgaanbieders te beoordelen.20

Het hoofdlijnenakkoord 2018-2022 constateert - net als het uitvoeringsprogramma - dat het veiligheidsbeleid op orde is. Dat valt te begrijpen wat betreft het wijkgerichte preventieve beleid en de gunstige stand van zaken wat betreft de zichtbare veiligheid in Pijnacker-Nootdorp. Toch benoemt het Integraal Veiligheidsplan 2018-2022, voor het eerst, ondermijning als prioriteit. Dit is in veel opzichten een nieuw domein. Het veiligheidsbeleid is anno 2018 en 2019, mede door deze nieuwe opdracht, in verschillende opzichten kwetsbaar – rekening houdend met de voortschrijdende groei en verstedelijking:

20

Er komen geen casus in beeld met ondermijnende vormen van zorgfraude. Bij de organisatie van de zorg vanaf 2015 is meteen de fraudepreventie georganiseerd, net als het rechtmatigheidstoezicht.

22

3.3

▪

De BOA-capaciteit ligt tot 2020 op een laag niveau met 3 fte. De consequentie is dat handhavingsverzoeken blijven liggen. Bijvoorbeeld over systematisch fout parkeren op een bedrijventerrein. BOA’s worden eerder gezien als gastheer of -vrouw dan als handhavers. De zogenoemde Broken Windows-these leert echter dat het laten passeren van kleine overtredingen meer misstanden uitlokt die – alleen al door de optelsom – van lieverlee ernstiger worden.

▪

Vanwege de vele nieuwbouwwoningen is de werkdruk van de (twee vaste) bouw- en woninginspecteurs hoog. Het valt te begrijpen dat hun werkzaamheden bij de nieuwbouw prioriteit krijgen, al is de consequentie dat andere zaken blijven liggen. Het betreft onder meer signalen over illegale bewoning (door arbeidsmigranten). Een (deeltijds) ingehuurde professional pakt dit zoveel mogelijk op.

▪

Respondenten signaleren dat problemen in de sfeer van openbare orde en veiligheid reactief worden aangepakt, terwijl op bepaalde dossiers of locaties behoefte bestaat een projectmatige beleidsaanpak. Genoemd worden bedrijventerreinen, arbeidsuitbuiting en het sociale veiligheidsvraagstuk in een deel van de huurwoningen in Nootdorp.

▪

De werkdruk bij OOV-ambtenaren is hoog. De conclusie werd getrokken dat beleidsmatige aangelegenheden bleven liggen. Om die reden is een (extra) OOV-ambtenaar aangesteld die zich kon richten op ondermijning, criminaliteit en openbare orde. De aanpak van ondermijning krijgt in 2020 een impuls door twee rapporten van het RIEC. Zie paragraaf 3.3.2.

▪

De beleidsplanning krijgt gestalte zonder dat - bijvoorbeeld door middel van criminologische analyses - lokale informatie en kennis is verzameld over criminele fenomenen, dadergroepen of risicolocaties. Dergelijke omgevingskennis zou de basis kunnen leggen voor een meer gerichte preventieve en repressieve aanpak van criminaliteit.21 Ondermijning: op de agenda

3.3.1 Integrale Veiligheidsplannen: ondermijning als nieuwe prioriteit De Beleidsnota Integrale Veiligheid en Handhaving 2014-2018 was opgezet volgens het stramien van de methode Kernbeleid Veiligheid. Binnen het ‘kernthema Integriteit en Veiligheid’ wordt aandacht geschonken aan verschijnselen die fundamenteel de rechtsorde en veiligheid bedreigen. Als deelthema’s noemt de beleidsnota: radicalisering en polarisatie; georganiseerde (ondermijnende) criminaliteit, Veilige Publieke Taak, informatieveiligheid en ambtelijke en bestuurlijke integriteit. Ondermijning is met andere woorden een sub-thema van een breder thema dat - in lijn met de focus op wijken, burgers en een prettige woonomgeving – beduidend minder prioriteit geniet dan wijkveiligheid en jeugdproblematiek. Een evaluatie van de beleidsnota, uitgevoerd in 2017 door BMC, bevat enkele opmerkingen over de bestuurlijke aanpak van georganiseerde criminaliteit.22 Ten aanzien van twee punten wordt in de evaluatie vermeld wat was beoogd en wat de stand van zaken was; van onze kant plaatsen we daar enkele korte opmerkingen bij:

21

Het ondermijningsbeeld van het RIEC werd in 2020 opgeteld en het plan van aanpak dat daarop wordt gebaseerd, is tijdens ons veldwerk in 2021 nog niet beschikbaar. 22 BMC Onderzoek, september 2017.

23

1. Punt 1: Verder versteviging/borging van de bestuurlijke aanpak van georganiseerde criminaliteit, in samenwerking met de lokale en bovenlokale partners: a. Beoogd: Consequente toepassing Wet Bibob. Stand van zaken (evaluatie 2017): Vindt plaats. Opmerking van onze kant: In 2020 constateert het RIEC dat (bijna) alleen Bibobtoetsing wordt gedaan bij drank- en horecavergunningen. b. Beoogd: Per eind 2015: verbreding Bibob naar vastgoedtransacties, subsidievertrekking en aanbesteding. Stand van zaken (evaluatie 2017): Verbreding is doorgevoerd, ondersteund door het RIEC. Opmerking van onze kant: Dit is vooruitgang en getuigt van inzicht in toegenomen kwetsbaarheid vanwege criminele kansen. Het blijft sindsdien bij een papieren verandering, omdat de Bibob-toetsing vrijwel beperkt blijft tot een klein aantal horecacasus per jaar. c. Beoogd: Medewerkers opleiden voor effectieve toepassing Bibob. Stand van zaken (evaluatie 2017): Is uitgevoerd. Opmerking van onze kant: Wederom een stap in de goede richting. Wel is afdelings-breed bewustzijn nodig; niet alleen bij uitvoerders van Bibob-onderzoeken, maar ook bij medewerkers die externe relaties onderhouden met ondernemers die mogelijk aan een Bibob-toets worden onderworpen. Die stap is in 2017 nog niet gezet (en staat anno 2021 op de agenda). d.

Beoogd: Op peil houden/verstevigen informatiepositie ondermijningsverschijnselen, in samenwerking met RIEC. Stand van zaken (evaluatie 2017): Lokaal RIEC-overleg vindt plaats. Opmerking van onze kant: De BMC-evaluatie analyseert de informatiepositie niet. De gemeentelijke informatiepositie over ondermijning staat in verreweg de meeste opzichten los van het RIEC-overleg op districtsniveau, dus met in totaal vier gemeenten, waaronder Pijnacker-Nootdorp. Dat overleg gaat ten dele over enkele casus in Pijnacker-Nootdorp. Een periodiek gemeentelijk ondermijningsoverleg met vaste inbreng door gemeente, politie en RIEC ontbreekt. In 2020 stuit het RIEC bij het ondermijningsbeeld op blinde vlekken in de informatiepositie, onder meer wat betreft drugscriminaliteit, arbeidsuitbuiting, vastgoedcriminaliteit en vrijplaatsen. Zie paragraaf 3.3.2. 2. Punt 2: Tegengaan van ondermijnende locaties op risicolocaties, in het bijzonder bedrijvenverzamelgebouwen op bedrijventerreinen: a. Beoogd: Samenwerking tussen politie, gemeente en ondernemers intensiveren, o.m. wat betreft informatie-uitwisseling. Stand van zaken (evaluatie 2017): Afstemming vindt plaats, kan verder geïntensiveerd worden. Opmerking van onze kant: Dit is voorzichtig geformuleerd en de informatie-uitwisseling wordt in feite niet geanalyseerd door BMC.

Anno 2021 constateren respondenten dat betere informatieuitwisseling broodnodig is. b. Beoogd: Voorbereiding, doorvoering integrale handhavingsacties, eventueel ondersteund door het HEIT (Haags Economisch Interventie Team). Stand van zaken (evaluatie 2017): Een en ander bevindt zich in de voorbereidende fase, nadere stappen zijn voorzien. c. Beoogd: Communicatie met ondernemers over de risico’s van ondermijnende activiteiten voor het gehele bedrijventerrein. Stand van zaken (evaluatie 2017): Wordt uitgevoerd. Opmerking van onze kant: In 2021 staat intensivering van de communicatie met ondernemers - mede in het kader van signalering van ondermijning - weer of nog op de agenda. Dit is uiteraard geen doel op zich; communicatie en signalering dienen te leiden tot actie en resultaten.

24

De evaluatie uit 2017 adviseert om de georganiseerde (ondermijnende) criminaliteit prioriteit te geven in het veiligheidsbeleid voor de collegeperiode 2018-2022. In het Integraal Veiligheidsplan 2018-2022 wordt ondermijning inderdaad benoemd als derde prioriteit, naast twee al lang bestaande prioriteiten, namelijk ‘veilige en leefbare wijken en kernen’ en ‘verminderen (jeugd)overlast, alcohol- en drugsgebruik’. De tekst over ondermijning getuigt van (toegenomen) inzicht in de criminele gelegenheidsstructuren, want als risicofactoren worden genoemd “(…) het grote grondgebied met relatief veel buitengebied, de goede infrastructurele ontsluiting en de nabijheid van grote steden.” (Gemeente Pijnacker-Nootdorp, 2017, p. 8). Er worden drie hoofdlijnen benoemd voor de bestuurlijke en integrale aanpak van ondermijning: ▪ Een consequente inzet van bestuurlijke instrumenten. Met name Bibob-beleid, drank- en horecaregels, de Damocles-aanpak (m.n. hennepteelt) en consequent toezicht, gevolgd voor handhaving. De ambitie ligt hoog, want het is de bedoeling om op deze manier invloed te krijgen op het doen en laten van ondermijnende (rechts)personen. ▪ Het versterken van de maatschappelijke weerbaarheid door ondernemers en inwoners en het versterken van ‘positieve’ tendensen op kwetsbare locaties. Er wordt gewezen op het Keurmerk Veilig Ondernemen.

▪ Het versterken van bestuurlijke weerbaarheid, om te voorkomen dat ambtenaren, bestuurders en politici ongewild/onbewust in contact staan met “criminele elementen.” De ambities die spreken uit deze hoofdlijnen zijn vooruitgang. Het is wel de vraag hoe met een klein aantal BOA’s (3 fte in 2018) en OOV-ambtenaren (2fte in 2018) de ambities kunnen worden gerealiseerd. Dat neemt niet weg dat het vooruitgang is dat ondermijning is geprioriteerd. 3.3.2 Het RIEC als aanjager Na het opstellen van het Integraal Veiligheidsplan 2018-2022 moet veel gebeuren om de bestuurlijke en integrale aanpak van ondermijning vlot te trekken. Doordat lange tijd een wijkgerichte benadering centraal stond, worden stevige veranderingen gevraagd. Het gaat niet louter om inhoudelijke zaken, maar ook om een andere kijk op de gemeente, met oog voor criminele kansen en praktijken. Het gevoel dat de prioritering van ondermijning vraagt om heroverweging van het beleid, komt in 2019 tot uitdrukking in de wens van de rekenkamercommissie om onderzoek te verrichten naar (de aanpak van) ondermijning. Het (onderhavige) rekenkameronderzoek maakt enige tijd een pas op de plaats, als in het eerste kwartaal van 2020 blijkt dat het RIEC twee rapporten opstelt: één over ondermijning (een zogenoemd ondermijningsbeeld) en één over de ‘weerbaarheid van de gemeente tegen ondermijning’ (een zogenoemde weerbaarheidsscan).

Het ondermijningsbeeld is een vertrouwelijke rapport. Een infographic is wel verstrekt ten behoeve van dit openbare rekenkamerrapport. Het RIEC constateert dat de informatie over ondermijnende criminaliteit op een laag niveau ligt: ▪ Er wordt geconcludeerd dat criminele kansen mede het gevolg zijn van te weinig ambtelijke capaciteit om goed zicht te krijgen op ondermijnende criminaliteit. ▪ Bijna alle fenomenen waarvan wordt geconstateerd dat ze voorkomen in Pijnacker-Nootdorp, worden tevens betiteld als blinde vlek; een fenomeen waar weinig zicht op is. Dat geldt voor drugsproductie en -handel; mensenhandel (arbeidsuitbuiting); witwassen en fraude (vastgoed-criminaliteit) en (potentiële) vrijplaatsen. ▪ De drie aanbevelingen hebben betrekking op versterking van de criminele informatie: 1.) vergroot het bewustzijn van ambtenaren (en burgers); 2.) verbeter het zicht op blinde vlekken en risicolocaties, zoals bedrijventerreinen en het buitengebied; en 3) benut integrale controles

25

en handhaving om beter zicht te krijgen op ondernemingen, branches en locaties met vermoedens van criminaliteit. De weerbaarheidsscan drukt de gemeente op het hart om een actieplan ondermijning op te stellen, zodat daarmee de basis op orde kan worden gebracht wat betreft de bestuurlijke aanpak. Het RIEC adviseert om in het actieplan drie lijnen uit te werken: bewustwording, het versterken van de informatiepositie en aanscherping van het handhavingsbeleid. 3.4 De gemeentelijke aanpak van ondermijning: vooruitgang en grenzen In 2017 wordt, bij de evaluatie van het Integraal Veiligheidsplan (2014-2018), geconstateerd dat ondermijning een nieuwe prioriteit moet worden in de aanstaande collegeperiode. Het Integraal Veiligheidsplan (2018-2022) benoemt ondermijning inderdaad als één van de drie prioriteiten, terwijl het nog geen plaats krijgt in het politieke Hoofdlijnenakkoord 2018-2022. Om de gemeentelijke aanpak van ondermijning op orde te brengen, zijn stevige inspanningen vereist. Anno 2021 zijn ambtenaren zich hiervan bewust. De handschoen is opgepakt. Deze paragraaf zet op een rij op welke manieren vooruitgang is geboekt of dit is voorgenomen (paragraaf 3.4.1) en tegen welke grenzen dit oploopt (paragraaf 3.4.2). 3.4.1 Vooruitgang en voornemens De agendering van ondermijning als gemeentelijke prioriteit heeft geresulteerd in vooruitgang en in stellige voornemens daartoe.

Het betreft: a. Capaciteitsuitbreidingen b. Versterking van het informele veiligheidscluster c. Bibob-toetsing: element van een strategie d. Actieplan ondermijning: (kans op) ambtelijke en bestuurlijke positionering e. Meld een vermoeden f. Een beroep op de driehoek: aansturing van de structurele aanpak van ondermijning Ad a.) Capaciteitsuitbreidingen Er is sinds 2018 capaciteitsuitbreiding gerealiseerd binnen het team Veiligheid en Handhaving.23 In de eerste plaats wat betreft OOV-ambtenaren. Naast de teamleider is er een ambtenaar voor de zogenoemde fysieke veiligheid. Eén OOV-ambtenaar is (nieuw) aangesteld, omdat beleidsmatig een achterstand was ontstaan. Deze ambtenaar richt zich op ondermijning, criminaliteit en openbare orde. Ongeveer een jaar geleden is een OOV-ambtenaar gestart met als hoofdtaak sociale veiligheid, zoals leefbaarheidsproblemen en jeugdoverlast en -criminaliteit (dit was vervanging en geen extra capaciteit, al is wel de taakinvulling aangepast). Zo ontstaat een liaison tussen aan de ene kant OOV en andere kant wijkmanagers en jongerenwerkers. Een andere ambtenaar is belast met APV-kwesties, vergunningverlening, evenementen en de coördinatie van Bibob-onderzoeken. Daartoe beschikt deze ambtenaar over administratieve ondersteuning. Tot slot was er tot juni 2021 een trainee die hand- en spandiensten verleende in een hectische periode vanwege corona.

In de tweede plaats is de handhavingscapaciteit uitgebreid. Het aantal BOA’s steeg van drie naar zes. De coördinatie van de BOA’s is ook een nieuwe functie en ligt in handen van een voormalige wijkmanager met veel lokale kennis. Er is 2 fte beschikbaar voor bouw- en woningtoezicht. Daarnaast wordt een professional 18 uur in de week ingehuurd die zich onder meer richt op controle op illegale

23

Dit team vervult de OOV-functie, verzorgt de vergunningverlening en het Bibob-onderzoek en telt handhavers (BOA’s) en toezichthouders voor bouwen en wonen.

26

praktijken (bouwen en gebruik). Daartoe gaat hij bij controles met de politie mee en ondersteunt hij handhavingsjuristen. Het team telt twee handhavingsjuristen. Ad b.) Versterking van het informele veiligheidscluster Het zwaartepunt van het lokale veiligheidsbeleid lag tot voor kort bij het zogenoemde driemensschap. Dat is een overlegvorm en samenwerkingsverband tussen de wijkmanager, jongerenwerk en politie (wijkagenten). Dit stond op afstand van het team Veiligheid en Handhaving. Door de capaciteitsuitbreidingen kan de OOV-ambtenaar sociale veiligheid nu aansluiten bij het driemensschap. Voor de OOV-ambtenaar met ondermijning in portefeuille zijn deze lokaal gepositioneerde ambtenaren partners bij de aanpak van ondermijning; als bron van informatie en als mede-uitvoerder. Ad c.) Bibob-toetsing: element van een strategie Door de agendering van ondermijning krijgt Bibob-toetsing strategische betekenis. Tot enkele jaren geleden zagen veel afdelingen geen meerwaarde in Bibob-toetsing. Dat is veranderd. Er zijn ongeveer een jaar geleden bijeenkomsten geweest over de inhoud en bedoelingen van het Bibob-beleid met de gemeentesecretaris, afdelingshoofden en teamleiders.

Los van praktische vragen, werd ingezien dat strategische Bibob-doelstellingen relevant zijn in Pijnacker-Nootdorp, namelijk a.) het blokkeren van ongewenste/riskante vergunningen; b.) duidelijk maken dat Pijnacker-Nootdorp alert is richting criminelen (geen regionaal soft target voor kwaadwillende investeerders in de Haagse regio); en c.) eerlijke concurrentie realiseren voor ondernemers. De situatie was en is bijzonder, omdat feitelijk bijna alleen een bescheiden aantal Bibobtoetsen werd uitgevoerd naar aanvragen van horecavergunningen. Terwijl het Bibob-beleid op papier veelomvattend was. Er zou altijd (op basis van een zogenoemde zal-bepaling) een toets moeten worden uitgevoerd bij evenementen, horeca, speelgelegenheden, seksinrichtingen en escortbedrijven en omgevingsvergunningen. Er kan Bibob-toetsing worden gedaan bij milieuvergunningen, vastgoedtransacties, subsidievertrekking en aanbesteding, alsook op basis van de huisvestingsverordening (bij kamerverhuur). Er wordt anno 2021 gezocht naar een middenweg, zodat Bibob-toetsing wordt gericht op risicobranches en op omstandigheden die wijzen op risico’s. Dit zoekproces is in gang gezet en maakt deel uit van het actieplan ondermijning dat wordt opgesteld. Ad d.) Actieplan ondermijning: ambtelijke en bestuurlijke positionering Er wordt gewerkt aan een actieplan ondermijning.

Dit biedt een uitgelezen kans om de aanpak van ondermijning te positioneren in de ambtelijke en bestuurlijke organisatie. Kennis, alertheid, aansturing en steun vanuit de top zijn noodzakelijk om te kunnen komen tot een ambtelijke integrale aanpak. Steun en sturing door burgemeester, college en managementteam zijn belangrijk, omdat OOVambtenaren moeten kunnen rekenen op inzet en medewerking van ambtenaren verspreid door de organisatie. Het actieplan is nog niet gereed, maar werkt verschillende lijnen uit. In de eerste plaats de strategische en afgewogen inzet van Bibob-beleid. De prioriteit komt (naast horeca) waarschijnlijk te liggen bij verkamering (huisvestingsverordening), omgevingsvergunningen, subsidies en vastgoedtransacties. In de tweede plaats wordt werk gemaakt van bewustwording en daarop gebaseerde organisatieontwikkeling. Dit blijft niet beperkt tot ambtelijke afdelingen en uitvoerders, maar zal ook worden gericht op de gemeenteraad, het college en het managementteam. Een eerste bijeenkomst met het ambtelijk kader (met onder meer aandacht voor het Bibob-beleid) liet zien dat het besef bestaat dat ondermijning een gemeentelijke prioriteit behoort te zijn in Pijnacker Nootdorp. In de derde plaats krijgt de versterking van de informatiepositie een centrale plaats in het actieplan. In de vierde plaats wordt het handhavingsbeleid aangescherpt. Daartoe is inmiddels een 27

aanwijzingsbesluit risicobranches opgenomen in de APV, net als de mogelijkheid tot sluiting van voor publiek openstaande gebouwen. Ook is in de APV een artikel opgenomen dat het gebruik van lachgas verbiedt op plekken waar dat voor overlast zorgt. Ad e.) Meld een vermoeden Er is een meldpunt ingericht binnen de gemeente, zodat ambtenaren signalen over mogelijke ondermijning kunnen doorgeven. Dergelijke inzichten blijven nu, verspreid over de organisatie, bij professionals en ambtenaren steken. Daardoor ontstaat geen goed beeld en stagneert de informatieuitwisseling. Om de signalering en meldingen van de grond te tillen heeft Pijnacker-Nootdorp zich aangesloten bij het particuliere project ‘Meld een Vermoeden’. Ambtenaren kunnen, via een app, gemakkelijk het meldpunt bereiken. Er is inmiddels uitleg gegeven aan ambtenaren en er wordt gebruik gemaakt van promotiemateriaal om het verder onder de aandacht te brengen. Het is de bedoeling om het instrument in de toekomst ook in te zetten om bewoners en ondernemers in staat te stellen om meldingen door te geven. De parkmanagers (actief op de bedrijventerreinen) sluiten wel reeds aan bij Meld een Vermoeden.

Ad f.) Een beroep op de driehoek: aansturing van de structurele aanpak van ondermijning De RIEC-rapporten, de prioriteit voor ondermijning in het veiligheidsbeleid en het besef dat deze prioriteit vraagt om een integrale aanpak, doen een beroep op de burgemeester en het gemeentelijke driehoeksoverleg (burgemeester, officier van justitie en politiechef) om gestalte te geven aan de structurele aanpak van ondermijning. Ook dit staat op de agenda, zij het in een wachtstand. Het gemeentelijk actieplan ondermijning wordt opgesteld en het RIEC-ondermijningsbeeld is in de driehoek nog niet besproken en vertaald naar integrale prioriteiten en een programmatische aanpak. Op basis van de gegroeide inzichten is dat een kwestie van tijd geworden. Als de driehoek en de burgemeester de ondermijningsaanpak straks aansturen en aanjagen zal dat een gunstig effect hebben op gemeentelijke en integrale overlegvormen die daar een aandeel in hebben. Zie de onderstaande tabel voor een overzicht van die overlegvormen. Tabel 3.1: Overlegvormen

1.) Lokaal driehoeksoverleg Deelnemers: burgemeester, officier van justitie en politiechef. Frequentie: één keer per kwartaal Over ondermijning: Respondenten constateren dat de driehoek een rol zal (moeten) gaan spelen bij de aanpak van ondermijning. Tijdens ons veldwerk is dat nog niet het geval, maar wel het stellige voornemen. 2.) Wekelijks politieoverleg Deelnemers: politiechef en burgemeester (met ambtelijke ondersteuning). Frequentie: wekelijks. Over ondermijning: Bespreking van actuele zaken die strategische aandacht behoeven, zoals incidenten en bestuurlijke rapportages. Op casusniveau komt ondermijning aan de orde. Als ondermijning, op basis van het actieplan en het RIEC-ondermijningsbeeld, een driehoeks-prioriteit is, komt de voortgang hier aan de orde. 3.) De districtelijke ondermijningstafel Deelnemers: de (vier) gemeenten uit het politiedistrict, politie, Openbaar Ministerie, RIEC, Belastingdienst en het Haags Economisch Interventieteam (HEIT). De Inspectie SZW zal aansluiten. Frequentie: eens in de zes weken. Over ondermijning: In dit overleg wordt gestalte gegeven aan de integrale aanpak van RIEC-casus. Momenteel loopt er één casus (witwassen) in Pijnacker-Nootdorp. De casus kunnen in de toekomst worden ingebed in beleidsmatige inspanningen bij de aanpak van ondermijning 28

4.) De ‘gemeentelijke ondermijningstafel’ Deelnemers: OOV-specialist ondermijning en Operationeel Expert politie. Frequentie: maandelijks. Over ondermijning: Dit is een bilateraal overleg over incidenten en (re)acties op het terrein van ondermijning. Het is een onvolledige tafel, want er is nog nooit aan deelgenomen door de RIECaccounthouder. 5.) Stafoverleg Deelnemers: burgemeester, teamleider, beleidsmedewerker OOV (tevens specialist ondermijning) (afhankelijk van het thema sluiten eventueel andere OOV-ambtenaren aan). Frequentie: één keer per maand. N.B.: eens per kwartaal nemen politie en brandweer deel aan dit overleg. Over ondermijning: Dit is een beleidsoverleg, waar momenteel de corona-aanpak prioriteit heeft. Het Bibob-beleid wordt besproken. Dit is een geschikt form om de intra-gemeentelijke invoering van het actieplan ondermijning te bewaken en aan te sturen, zodra dat gereed is. 6.) Integraal wijkoverleg in Nootdorp Sinds kort in Nootdorp, met als deelnemers: wijkmanager, wijkagent(en), OOV-specialist sociaal domein en woningcorporatie. Frequentie: eens per drie maanden. Over ondermijning: Op de agenda staan o.a. de sociale problemen in huurwoningen.

3.4.2 Grenzen en opdrachten De vooruitgang die is geboekt of in de pijplijn zit, loopt op verschillende punten tegen grenzen aan. De volgende punten en opdrachten komen in beeld: a. De (brede) veiligheidsfunctie: beperkte capaciteit en werkdruk b. Bibob-beleid: een ambtelijke koerswijziging c. Opdracht: projectmatige aanpak van sub-prioriteiten d. Politieke sturing: kaders en sturing ten aanzien van ondermijning Ad a.) De (brede) veiligheidsfunctie: beperkte capaciteit De gemeentelijke veiligheidstaak is breed. Er zijn drie prioriteiten geformuleerd. Naast ondermijning betreft het ‘veilige en leefbare wijken en kernen’ en ‘vermindering (jeugd)overlast, alcohol- en drugsgebruik’. Het Integraal Veiligheidsplan 2018-2022 somt daarnaast een lijst met lopende zaken op, namelijk: 1.) veilig winkelgebied en veilige bedrijventerreinen; 2.) veilige evenementen; 3.) verkeersveiligheid; 4.) brandveiligheid, externe veiligheid en crisisbeheersing; 5.) polarisatie en radicalisering; 6.) veilige publieke taak (VPT); 7.) informatieveiligheid; en 8.) ambtelijke en bestuurlijke integriteit. Hier komt bij dat veiligheidsambtenaren de burgemeester ondersteunen bij allerhande kwesties die te maken hebben met orde en veiligheid, zoals incidenten en uiteraard de (gevolgen van) de coronacrisis.

Te midden van deze brede en complexe veiligheidstaak is ondermijning dus een prioriteit die vraagt om opbouwwerk (de basis op orde brengen) én om innovatie die verder reikt dan het team Veiligheid en Handhaving. Die opdracht vergt samenspel met het managementteam, met de burgemeester, met het college en met externe partijen. De trekkersrol is een deeltaak van een beleidsmedewerker OOV-ambtenaar. Het OOV-smaldeel (een onderdeel van team Handhaving & Veiligheid) telt in totaal drie OOV-medewerkers (waaronder een medewerker die zich richt op crisisen rampenbestrijding) en medewerker APV vergunningen (met als taken evenementen, drank- en horecawet en Bibob). In het OOV-smaldeel is weinig ruimte voor vervanging, bijvoorbeeld bij vakantie of (ziekte)verlof, omdat andere ambtenaren eigen taken hebben te vervullen. In het team handhaving & Veiligheid zijn wel twee handhavingsjuristen beschikbaar. Door de coronacrisis is het versterken van de aanpak van ondermijning vertraagd. 29

Ad b.) Bibob-beleid: een ambtelijke koerswijziging Het getuigt van toegenomen risicobesef dat de Bibob-toetsing wordt aangescherpt. Deze beleidsomslag vergt verandering in het ambtelijke handelen. Een meer onderzoekende houding is vereist, bijvoorbeeld bij een toelichting op een (mogelijke) Bibob-toets. Ook tegenover (rechts)personen waarmee al een relatie bestaat. Er dient een (nieuwe) balans te worden gezocht tussen alertheid op mogelijke ondermijning en gerichtheid op ondernemers en economische vooruitgang. Hierbij kan worden aangesloten bij de alertheid die bij het accountmanagement reeds aan de dag wordt gelegd bij de vestiging van (nieuwe) bedrijven. Het team Veiligheid en Handhaving heeft het project Meld een Vermoeden opgestart en daarmee een meldpunt ingericht voor signalen over mogelijke ondermijning. Het gevolg is dat naast Bibob-toetsen ‘aan de voorkant’ ook analyses zullen worden verricht op basis van deze signalen. Dit resulteert in extra werk voor het team Veiligheid en Handhaving. Ad c.) Opdracht: projectmatige aanpak van sub-prioriteiten Het veiligheidsbeleid ten aanzien van - fenomenen op het brede terrein van - ondermijning zal zich in de komende jaren moeten ontwikkelen van reacties op incidenten, tot een brede en meer samenhangende aanpak.

Om deze taak uitvoerbaar te maken zijn sub-prioriteiten nodig op het ondermijningsdossiers, zodat een gerichte projectmatige aanpak mogelijk is. Het is een politiekbestuurlijke keuze wat prioriteit verdient. Opties zijn de aanpak van: arbeidsuitbuiting (waaronder het huisvestingsvraagstuk, inclusief illegaal wonen, waarmee de afdeling Beleid een start heeft gemaakt); bedrijventerreinen; en het brede veiligheidsvraagstuk in huurwoningen in een deel van Nootdorp, waar een sociaal-preventieve aanpak de kern zou zijn van de gemeentelijke bijdrage. Ad d.) Politieke sturing: kaders en sturing ten aanzien van ondermijning Ondermijning is meer dan een prioriteit in het veiligheidsplan of voor ambtenaren met een veiligheidstaak. Vanwege de hardnekkigheid van georganiseerde criminaliteit (in de Haagse regio), de betrokkenheid van verschillende ambtelijke afdelingen en de relatie met sociale problemen, is het óók een stedelijk en politiek thema. Politieke kaders en sturing zijn nodig, bijvoorbeeld als het actieplan ondermijning extra budget en personele uitbreiding vergt. In het Hoofdlijnenakkoord 2018-2022 kreeg veiligheid een marginale plaats en over ondermijning werd niets gemeld. Inmiddels zijn raadsleden doordrongen van de noodzaak om de aanpak van ondermijning naar een hoger plan te tillen.

Dit zal in de nabije toekomst waarschijnlijk tot uitdrukking te komen in het collegeprogramma (2022-2026) en in een eventueel nieuw politiek akkoord.

30

Hoofdstuk 4 In antwoord op de onderzoeksvragen Inleiding Dit hoofdstuk beantwoordt de geformuleerde onderzoeksvragen. De paragrafen 4.1 en 4.2 geven antwoord op criminologische hoofdvragen. Paragraaf 4.3 vat de antwoorden samen over de empirische bestuurskundige vragen, over de gemeentelijke aanpak van ondermijning. In paragaaf 4.4 wordt toegelicht dat dit onderzoek zal worden benut om over ondermijning in overleg te treden met ondernemers en inwoners. Tot slot worden, in paragraaf 4.5, aanbevelingen geformuleerd. Door de wijze waarop de deelvragen zijn geformuleerd en beantwoord wordt op deze manier antwoord gegeven op de centrale vraag van deze studie: Hoe is de bestuurlijke aanpak van ondermijning georganiseerd en geborgd, en op welke punten behoeft deze aanpak eventueel aanpassingen? 4.1 Ondermijning: kansen, fenomenen en locaties Deelvragen 1 en 2: - Welke vormen van ondermijnende criminaliteit doen zich voor in Pijnacker-Nootdorp en wat kan worden gezegd over de frequentie en maatschappelijke effecten, inclusief slachtofferschap? - Welke locaties, branches en facilitators worden benut voor ondermijnende criminaliteit? Er komen meer criminele kansen in beeld dan criminele netwerken en praktijken.

Dit past bij de kanteling die het beleid in Pijnacker-Nootdorp doormaakt, in die zin dat de aandacht voor vormen van georganiseerde (ondermijnende) criminaliteit toeneemt, al was de alertheid op dergelijke patronen tot voor kort beperkt. Anno 2021 (b)lijkt het ambtelijke bewustzijn omtrent criminele kansen en praktijken reeds op een hoger plan te liggen dan tot voor kort. Criminele gelegenheidsstructuren Wat de criminele kansen betreft is belangrijk dat Pijnacker-Nootdorp centraal ligt in de metropoolregio Rotterdam-Den Haag, vlakbij Den Haag (Nootdorp ligt er letterlijk tegenaan), Zoetermeer, Delft, Rotterdam en Schiedam. Dit ligt ten grondslag aan de sociaaleconomische groei en zelfredzaamheid van Pijnacker-Nootdorp, maar vanuit het perspectief van deze studie vallen vier kwade kansen en criminelen patronen op die hiermee verband houden: verhuisbewegingen vanuit Haagse achterstandswijken naar Nootdorp; bedrijfsverhuizingen vanaf bedrijventerrein in de regio die een vindplaats zijn van criminele branches en praktijken; lokale aanwezigheid en invloed van criminele netwerken uit de (Haagse) regio; en mobiele drugsdealers die onder andere vanuit Den Haag en Zoetermeer naar Pijnacker-Nootdorp komen voor drugsverkoop.

Pijnacker-Nootdorp is een interessante gemeente voor (rechts)personen die geld willen investeren in (bedrijfs-)vastgoed, los van de vraag of dit geld eerlijk is verdiend of met criminele praktijken. Voorts is Pijnacker-Nootdorp de derde glastuinbouwgemeente van het land. De glastuinbouw resulteert in een vraag naar goedkope arbeid. De inzet en huisvesting van arbeidsmigranten resulteren in veiligheids- en handhavingsvraagstukken, onder andere vanwege illegale huisvesting, huisjesmelkerij en arbeidsuitbuiting. De kassen (met name het oude kassengebied) zijn ook geschikt voor andere criminele activiteiten, zoals de productie van drugs of criminele opslag. Met Bleiswijk (gemeente Lansingerland), Naaldwijk (gemeente Westland) en Aalsmeer vormt Pijnacker-Nootdorp het internationale glastuinbouwcluster Greenport West-Holland. Zo wordt niet alleen aangehaakt op een vitale economische sector, maar ook op de riante gelegenheidsstructuren die de internationale greenport biedt voor talrijke vormen van georganiseerde criminaliteit.

31

De non-stedelijke cultuur in Pijnacker-Nootdorp sluit niet meer aan op een groeigemeente met inmiddels ongeveer 55.000 inwoners. Bewoners onderkennen de stadse invloeden op lokale problemen onvolledig. De meldingsbereidheid wordt geremd door een ons-kent-ons-cultuur (de vuile was wordt niet buiten gehangen) en door een overoptimistische houding, bijvoorbeeld wat betreft drugsproblemen onder de jeugd. Structureel incidentalisme In Pijnacker-Nootdorp bestond lang het idee dat georganiseerde (ondermijnende) criminaliteit vooral tot uitdrukking kwam in gebeurtenissen en incidenten. Van lieverlee is het beeld ontstaan dat bepaalde ondermijnende fenomenen een (meer) structureel karakter hebben, omdat ze gebruik maken van duurzame gelegenheidsstructuren. Het gaat daarmee om zogenoemd structureel incidentalisme: systematische criminele praktijken en regelovertredingen. Dergelijke ondermijnende patronen komen op drie manieren in beeld. In de eerste plaats wijst een reeks incidenten en signalen op ondermijnende praktijken op bedrijventerreinen. Het betreft onder meer hennepteelt, illegale bewoning en aanwijzingen voor criminele ontmoetingen. Voorts komen met name rond bedrijven in de autosector en rondom bedrijfsverzamelgebouwen incongruenties in beeld: omstandigheden en gedragingen die niet lijken te deugen.

Bijvoorbeeld weinig klandizie, medewerkers die de gang van zaken op straat in de gaten houden en activiteiten (of juist geen activiteiten) op ongebruikelijke tijden. In de tweede plaats is een (semi-)autonome levensstijl gegroeid in straten met huurwoningen in Nootdorp. Dit houdt verband met verhuisbewegingen vanuit Haagse achterstandswijken. Er wordt (onder andere met intimidatie) invloed uitgeoefend op woonruimtetoedeling, extra inkomsten worden verkregen uit zwart werk of criminele praktijken en lage inkomens (onder andere bijstand) kunnen samengaan met dure bezittingen. Er worden gestolen of illegale goederen/producten verkocht en gekocht. In de derde plaats resulteert de inzet en huisvesting van arbeidsmigranten in criminele kansen, signalen en overtredingen. Er is een gestage toename van het aantal woningen dat wordt gebruikt voor de verhuur van woonruimte/kamers aan arbeidsmigranten. Dit wordt geschat op meer dan honderd. Er worden arbeidsmigranten illegaal gehuisvest op bedrijventerreinen en op of rondom bedrijven, onder meer in het oude kassengebied. Er wordt niet meteen gehandhaafd bij illegale bewoning, al worden er ook geen woonvoorzieningen in Pijnacker-Nootdorp gerealiseerd. De consequentie is dat schaarse woonruimte een potentieel geschikt pressiemiddel blijft (ook voor criminelen) richting arbeidsmigranten.

In Pijnacker-Nootdorp werken onder meer arbeidsmigranten die buiten de gemeente (onder meer in Den Haag) worden gehuisvest. Dit roept de vraag op of het gaat om ondermijnende uitzendbureaus die arbeidsmigranten uitbuiten. Die vraag bleef vaak onbeantwoord, al denken enkele respondenten dat dit zo is. Jongeren, horeca en criminele netwerken Pijnacker-Nootdorp kent een goed ontwikkelde aanpak van jeugdoverlast en jongerenproblemen. Met een communicatieve benadering, inclusief zachte handhaving, wordt de overlast (op geijkte hangplekken) binnen de perken gehouden. De individuele criminaliteit onder rondhangende jongeren ligt op een laag peil, getuige een gering aantal jongeren dat in aanmerking komt voor een persoonsgerichte aanpak. Jongeren krijgen wel te maken met verleidingen vanwege ondermijning op straatniveau. Er worden, op straat en via snapchat, allerhande soorten drugs aangeboden, net als flessen (sterke) drank. Wat drugs betreft gaat het niet alleen om softdrugs en (het snel populair geworden) lachgas, maar ook om harddrugs. Onder jongeren worden zogenoemde geldezels gerekruteerd. Dat zijn mensen die hun bankrekening ter beschikking stellen aan (internet)criminelen die hier ten behoeve van strafbare feiten geld op (laten) storten. Dit fenomeen is tijdens de 32

coronapandemie merkbaar toegenomen. Jongeren worden ook ingezet om te assisteren bij drugshandel, zoals bezorging of opslag. Er wordt messenbezit gesignaleerd, al blijft het gebruik ervan beperkt tot een uitzondering. Als jongeren ouder worden, neemt hun actieradius toe en wordt het gemakkelijker om met criminelen en criminele groepen in de regio, bijvoorbeeld in Den Haag of Zoetermeer (al is dit niet goed in beeld). Er wordt gesignaleerd dat drugs wordt gebruikt en verhandeld in of rondom enkele horecazaken die populair zijn bij jongeren en jongvolwassenen. Een aantal kleinere horecazaken wordt genoemd vanwege mogelijk witwassen, bezoek van verdachte personen en mogelijke drugshandel. Er zijn criminele families en personen uit criminele netwerken woonachtig in PijnackerNoordorp. Hier komt bij dat criminele netwerken ook - met behulp van lokale contacten - gebruik maken van infrastructurele voorzieningen in de gemeente, onder meer op bedrijventerreinen. De aanwezigheid van deze netwerken komt zo nu en dan tot uitdrukking in locaties met drugsproductie, waaronder tamelijk grootschalige of professionele locaties. Het is (landelijk en in de Haagse regio) een bekend verschijnsel dat (witgewassen) crimineel geld wordt geïnvesteerd in vastgoed. In Pijnacker-Nootdorp is dit een blinde vlek. Er zijn enkele zachte signalen.

4.2 Ondermijnende invloed Deelvraag 3 Op welke wijzen trachten ondermijnende partijen (personen, rechtspersonen, families of netwerken) invloed uit te oefenen op het politiek-bestuurlijke en ambtelijke handelen? Criminelen kunnen op lokaal niveau invloed krijgen als ze erin slagen hun criminele belangen te verbinden aan publieke belangen. Het bijna ongemerkt samenvloeien van legale en criminele belangen wordt collusie genoemd (LIEC, 2019). Dit kan ontstaan wanneer criminele netwerken publieke of economische functies vervullen. Bijvoorbeeld als criminele netwerken investeren in aansprekende horeca-formules. Of als dergelijke netwerken goedkope arbeidskrachten huisvesten en legale werkzaamheden laten verrichten, terwijl ze ondertussen worden uitgebuit. Respondenten herkenden wel het risico, maar konden geen casus benoemen. Bewoners en vooral (lokaal gewortelde) ondernemers waren in Pijnacker-Nootdorp gewend om korte lijnen met het lokaal bestuur te hebben. Door de groei, fusie en ontwikkeling van Delfgauw is Pijnacker-Nootdorp geen kleine gemeente meer, al zijn politiek en bestuur benaderbaar gebleven. Enkele raadsleden en/of een wethouder waren snel bereid zich in een casus te verdiepen. Bijvoorbeeld in de horecasector. Er lijkt zich een modernisering te voltrekken.

Respondenten benoemen althans geen actuele voorbeelden van ondermijnende (rechts)personen die politiek-bestuurlijke invloed uitoefenen. 4.3

Bestuurskundig perspectief: beleid, organisatie en overleg

Deelvraag 4 Wat is de invloed van het beleid, organisatie, risicobewustzijn en informatie van de gemeente PijnackerNootdorp op de lokale criminele gelegenheidsstructuur? Het politiek-bestuurlijke perspectief De politiek-bestuurlijke blik op veiligheid is, zeker tot 2018, sterk gericht op wijkveiligheid: op leefbaarheid in een veilige en prettige woonomgeving. Dit is - wat veiligheid betreft - de rode draad in het collegeprogramma 2014-2018, waarin niet wordt geschreven over (georganiseerde) criminaliteit. Dat is niet anders in het politieke Hoofdlijnenakkoord 2018-2022. Daarin wordt geconstateerd dat het veiligheidsbeleid op orde is; de preventieve inspanningen van de gemeente dienen wel beter te 33

worden afgestemd op opsporing en vervolging (door politie en justitie). In deze politiek-bestuurlijke invalshoek ontbreekt alertheid op risico’s vanwege de (stedelijke) criminele gelegenheidsstructuur waarmee Pijnacker-Nootdorp te maken krijgt (zie paragraaf 4.2). Het ondermijningsvraagstuk wordt anno 2018 politiek-bestuurlijk dus (nog) niet geagendeerd. De prioriteiten liggen niet bij veiligheid. De woningbouwopgave is fors en krijgt politieke prioriteit. Er wordt ook veel aandacht geschonken aan verduurzaming, aan sociaal beleid en aan burgerparticipatie. Tijdens het gesprek met raadsleden voor dit onderzoek blijkt dat de politiek-maatschappelijke relevantie van het versterken van de gemeentelijke aanpak van ondermijning inmiddels wordt onderkend. Ondermijning: van prille prioriteit naar volwaardige agendering Op het veiligheidsdomein - op afstand van de politiek-bestuurlijke prioriteiten - wordt ondermijning in 2018 intussen wel geprioriteerd. Dit wordt geadviseerd in een globale evaluatie van het Integraal Veiligheidsplan 2014-2018. In dat plan was ondermijning nog een sub-thema dat - in lijn met de focus op wijken, burgers en een prettige woonomgeving – met beduidend minder prioriteit dan wijkveiligheid en jeugdproblematiek. In het Integraal Veiligheidsplan 2018-2022 wordt ondermijning benoemd als (derde) prioriteit.

De tekst over ondermijning getuigt van toegenomen risicobewustzijn, want als risicofactoren worden genoemd “(…) het grote grondgebied met relatief veel buitengebied, de goede infrastructurele ontsluiting en de nabijheid van grote steden.” Er worden drie hoofdlijnen benoemd voor de bestuurlijke en integrale aanpak van ondermijning: een consequente inzet van bestuurlijke instrumenten (met name Bibob-beleid en consequent toezicht, gevolgd voor handhaving); het versterken van de maatschappelijke weerbaarheid van ondernemers en inwoners; en het versterken van bestuurlijke weerbaarheid, om te voorkomen dat ambtenaren, bestuurders en politici ongewild/onbewust in contact staan met “criminele elementen.” Er valt weinig in te brengen tegen deze hoofdlijnen. Het was anno 2018 wel de vraag hoe met een klein aantal BOA’s (3 fte in 2018) en OOV-ambtenaren (2fte in 2018) de ambities kunnen worden gerealiseerd. Dat neemt niet weg dat de prioritering van ondermijning vooruitgang was. Na het opstellen van het Integraal Veiligheidsplan 2018-2022 moet veel gebeuren om de aanpak van ondermijning vlot te trekken, want lange tijd stond een wijkgerichte benadering van veiligheid centraal. Het vergt een andere kijk op de gemeente, met oog voor criminele kansen en praktijken. De prille prioriteit voor ondermijning wordt in 2020 volwaardig geagendeerd door twee rapporten van het RIEC.

Het RIEC drukt de gemeente op het hart om een actieplan ondermijning op te stellen, zodat de basis op orde wordt gebracht. Het RIEC adviseert daarbij drie lijnen uit te werken: bewustwording, het versterken van de informatiepositie en aanscherping van het handhavingsbeleid. Vooruitgang, voornemens en grenzen Om de gemeentelijke aanpak van ondermijning op orde te brengen, zijn stevige inspanningen vereist. Anno 2021 zijn ambtenaren zich hiervan bewust. Er wordt vooruitgang geboekt, al loopt dit deels tegen grenzen aan. De vooruitgang komt tot uitdrukking in de volgende patronen: ▪ Het RIEC wees in 2020 op veel zogenoemde blinde vlekken. Dat zijn criminele fenomenen die vanwege de gelegenheidsstructuren vrijwel zeker voorkomen in Pijnacker-Nootdorp, maar waarover weinig informatie beschikbaar is.24 Anno 2021 (b)lijkt het ambtelijke bewustzijn omtrent criminele kansen en praktijken reeds op een hoger plan te liggen, want respondenten benoemen structurele vormen van ondermijning, met name in de vorm van semi-vrijplaatsen, onder meer op bedrijventerreinen en in een kwetsbare wijk (zie paragraaf 4.2).

24

Als blinde vlekken werden genoemd: drugsproductie en -handel; arbeidsuitbuiting; vastgoedcriminaliteit; adresfraude en vrijplaatsen.

34

▪

▪

▪

▪

Er zijn binnen het team Veiligheid en Handhaving capaciteitsuitbreidingen doorgevoerd: een extra OOV-ambtenaar (met ondermijning in portefeuille) en drie extra BOA’s en een coördinator. De strategische betekenis van Bibob-beleid wordt in de ambtelijke top (beter) onderkend bij het weren van criminele investeringen, praktijken en invloeden. De feitelijke Bibob-toetsing bleef nagenoeg beperkt tot enkele horecacasus per jaar en dit wordt uitgebreid, al wordt momenteel bezien hoe dit gestalte krijgt. Er wordt gewerkt aan een actieplan ondermijning. Dit biedt een uitgelezen kans om de aanpak van ondermijning te positioneren in de ambtelijke en bestuurlijke organisatie. Het actieplan is nog niet gereed, maar werkt verschillende lijnen uit: de strategische en afgewogen inzet van Bibob-beleid; bewustwording en daarop gebaseerde organisatieontwikkeling; versterking van de informatiepositie; en aanscherpingen van het handhavingsbeleid. Via het project Meld een Vermoeden worden ambtenaren, politiemensen en parkmanagers (op bedrijventerreinen) in staat gesteld om met een app signalen van mogelijke ondermijning door te geven. Zo ontstaat een meldroute die in de toekomst ook open wordt gesteld voor ondernemers en inwoners.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10810199/1