RKC-rapport Ondermijning - sep. 2021
Tekst van het document
De vooruitgang die is geboekt of in de pijplijn zit, loopt op verschillende punten tegen grenzen aan. Te midden van de brede en complexe veiligheidstaak is ondermijning één van de prioriteiten, die vraagt om opbouwwerk (de basis op orde brengen) én om innovatie die verder reikt dan het team Veiligheid en Handhaving. Dit vergt samenspel met het managementteam, met de burgemeester, met het college en met externe partijen. De trekkersrol ligt bij één OOV-ambtenaar. Wat Bibob betreft is er een deeltijd Bibob-coördinator die tot voor kort een bescheiden aantal horeca-toetsen per jaar uitvoerde, maar die taak zal - naast andere werkzaamheden – stevig toenemen in de komende jaren. Naast Bibob-toetsen ‘aan de voorkant’ zullen ook analyses moeten worden verricht op basis van signalen die via Meld een Vermoeden binnenkomen. De intensivering van Bibob-toetsing vergt op de betrokken afdelingen een verandering in het ambtelijke handelen. Een meer onderzoekende houding is vereist, ook tegenover (rechts)personen waarmee al een relatie bestaat. Er dient een (nieuwe) balans te worden gezocht tussen alertheid op mogelijke ondermijning en gerichtheid op ondernemers en economische vooruitgang. Het veiligheidsbeleid ten aanzien van - fenomenen op het brede terrein van - ondermijning moet zich ontwikkelen van reacties op incidenten, tot een brede en meer samenhangende aanpak.
Het is een politiek-bestuurlijke keuze wat prioriteit verdient. Dit vergt politieke kaders en een politieke opdracht. Hier kan gestalte aan worden gegeven in de nieuwe collegeperiode, en richting en met de nieuwe burgemeester. Deelvraag 5 In welke overlegvormen participeert de gemeente Pijnacker-Nootdorp? Wat zijn de doelen en welke bijdragen levert dit aan de aanpak van ondermijning? Overlegvormen De RIEC-rapporten, de prioriteit voor ondermijning in het veiligheidsbeleid en het besef dat deze prioriteit vraagt om een integrale aanpak, doen een beroep op de burgemeester en het gemeentelijke driehoeksoverleg (burgemeester, officier van justitie en politiechef) om gestalte te geven aan de structurele aanpak van ondermijning. Ook dit staat op de agenda, zij het in een wachtstand. Het gemeentelijk actieplan ondermijning wordt opgesteld en het RIEC-ondermijningsbeeld is in de driehoek nog niet besproken en vertaald naar integrale prioriteiten en een programmatische aanpak. Op basis van de gegroeide inzichten is dat een kwestie van tijd geworden. Als de driehoek en de 35
burgemeester de ondermijningsaanpak straks daadwerkelijk aansturen en aanjagen zal dat gunstig effecten hebben op gemeentelijke en integrale overlegvormen die daar een aandeel in hebben – al staan ze momenteel in de kinderschoenen of in de wachtstand: ▪ In het wekelijks politieoverleg (politiechef en burgemeester) komen nu vooral casus (b.v. bestuurlijke rapportages) aan de orde; als ondermijning een driehoeks-prioriteit is, komt de voortgang hier aan de orde. ▪ De districtelijke ondermijningstafel is een overleg tussen de (vier) gemeenten uit het politiedistrict, politie, Openbaar Ministerie, RIEC, Belastingdienst en het Haags Economisch Interventieteam. In dit overleg wordt gestalte gegeven aan de integrale aanpak van RIECcasus. Momenteel loopt er één casus (witwassen) in Pijnacker-Nootdorp. De casus kunnen worden ingebed in beleidsmatige inspanningen die onder andere voortkomen uit het actieplan ondermijning. ▪ De ‘gemeentelijke ondermijningstafel’ betreft overleg tussen de OOV-specialist ondermijning en Operationeel Expert politie. Dit is een bilateraal overleg over incidenten en (re)acties op het terrein van ondermijning. Het is een onvolledige tafel, want er is nog nooit aan deelgenomen door de RIEC-accounthouder.
▪ Het stafoverleg tussen burgemeester, OOV-teamleider en OOV-specialist ondermijning is een geschikt form om de intra-gemeentelijke invoering van het actieplan ondermijning te bewaken en aan te sturen. 4.4
Op de agenda: samenwerking met burgers en ondernemers
Deelvraag 6 Op welke wijze werkt de gemeente samen met (bonafide) ondernemers en met burgers bij de aanpak van ondermijnende criminaliteit? Vanwege de corona-maatregelen is ten behoeve van dit rekenkameronderzoek afgezien van groepsinterviews met inwoners en ondernemers. Er is besloten om op basis van dit onderzoek met hen in contact te treden. Het versterken van de maatschappelijke weerbaarheid is een element van het actieplan dat wordt opgesteld. Het is een benadering die past bij de bestaande werkwijze bij sociale veiligheid, die sterk is gericht op wijken, zelfredzaamheid en burgerparticipatie. Ook zijn op de bedrijventerreinen – te beginnen bij het alerte en sterk relationeel ingestelde accountmanagement en op dagelijkse basis op de werkvloer – reeds contacten tussen gemeente en ondernemers. Bovendien werd versterking van de maatschappelijke weerbaarheid reeds benoemd als één van de drie beleidslijnen in het Integraal Veiligheidspal 2018-2022 dat (voor het eerst) ondermijning prioriteit gaf in het kader van veiligheidsbeleid. 4.5
Aanbevelingen
Deelvraag 7 Welke aanbevelingen kunnen worden geformuleerd om de bestuurlijke aanpak van ondermijnende criminaliteit te verbeteren, waaronder de rol in relevante overlegvormen? Tot slot worden aanbevelingen geformuleerd. Die komen neer op een aanmoediging om voornemens in de praktijk te brengen en deels om deze te concretiseren of aan te scherpen. Voorts is het zaak om daartoe de voorwaarden te creëren, zoals in het bijzonder een politiek-bestuurlijke prioritering van de gemeentelijke aanpak van ondermijning. Het is belangrijk om deze aanpak te versterken in aanvulling op, en in samenwerking met, het reeds ontwikkelde wijkveiligheidsbeleid (gericht op sociale 36
veiligheid), inclusief preventieve actie door professionals op het sociaal domein (zoals jongerenwerkers). 1. De prioriteit voor de gemeentelijke aanpak van ondermijning dient vanaf de collegeperiode 2022-2026 niet alleen in veiligheidsplannen te worden opgenomen, maar ook in het collegeprogramma en in een eventueel politiek akkoord. Het dient een gedeelde politiekbestuurlijke prioriteit te zijn, omdat de aanpak (extra) tijd en middelen vergt en omdat integraliteit is gevraagd. Dit laatste vergt betrokkenheid en alertheid vanuit verschillende bestuurlijke portefeuilles, van het ambtelijk kader en van ambtelijke afdelingen (bijvoorbeeld t.a.v. vastgoed en ruimtelijke ordening, bedrijventerreinen en glastuinbouw, en bij burgerzaken, wijkzaken en op het sociaal domein). 2. Een heldere politiek-bestuurlijke prioritering van ondermijning werkt door in de focus daarop in het college en in het gemeentelijke managementteam en ook – via de burgemeester – in een ondermijningsopdracht voor de lokale driehoek (burgemeester, officier van justitie en politiechef). De continue prioriteit in de toplaag maakt het mogelijk om gestalte te geven aan enkele lokale opdrachten, namelijk: a. De omslag van reacties op incidenten en gebeurtenissen, naar een duurzame aanpak wat betreft concrete en urgente lokale kwesties (zie aanbeveling 4); b.
Het versterken van de ambtelijke samenwerking bij de gemeentelijke aanpak van ondermijning; c. Het Bibob-beleid ontwikkelen als een element van een brede ambtelijke en bestuurlijke stijl en alertheid t.a.v. aanvragen en investeringen; d. Om de ambtelijke en bestuurlijke integraliteit en alertheid (punt b. en c.) te versterken, is een sturende en coördinerende rol weggelegd voor het team Veiligheid en Handhaving. Dit vergt enige capaciteitsuitbreiding, zodat de ambtelijke aansturing van ondermijning een sleutelfunctie wordt (met onderlinge vervangbaarheid) en niet en kwestie van één of twee (deeltijds beschikbare) sleutelfiguren; e. Sturing en steun vanuit de top (burgemeester en managementteam) zijn noodzakelijk om op dossiers en bij kwesties te kunnen doorpakken. Ambtenaren die dagelijks bezig zijn met ondermijning dienen ruggensteun te krijgen, bijvoorbeeld als omstandigheden vragen om handhaving of juist om onmiddellijke hulp aan mensen die door criminelen in de problemen worden gebracht (bijvoorbeeld intimidatie, verslaving of geldezel-praktijken). 3. De versterking van het ondermijningsbewustzijn wordt opgenomen in het gemeentelijke actieplan ondermijning. Het gaat daarbij om bewustzijn ten aanzien van: het herkennen van ondermijning; de schade daarvan; de kansen en noodzaak om signalering om te zetten in ambtelijk en/of bestuurlijk handelen.
Als de versterking van het bewustzijn zo wordt opgevat, wordt duidelijk dat het ook gaat om bestuurders en om de ambtelijke toplaag. Bovendien vergt het inzicht in maatregelen die dienen te worden getroffen naar aanleiding van concrete inzichten in ondermijning. De criminele wereld merkt immers pas iets van het toegenomen bewustzijn als de gemeente handelend optreedt. Zie aanbeveling 4. 4. Op het dossier ondermijning dienen concrete prioriteiten te worden geformuleerd, gericht op vraagstukken die een duurzame gemeentelijke en integrale aanpak vergen. Dit vergt een politiek-bestuurlijke afweging, waarbij drie opties in beeld komen bij dit onderzoek, namelijk: a. De aanpak van bedrijventerreinen; 37
b. Het vraagstuk van (de huisvesting van) arbeidsmigranten en arbeidsuitbuiting. Hierbij gaat het om meer dan huisvesting; het gaat ook om handelend optreden (door gemeente, politie, justitie, Inspectie SZW en RIEC) tegen criminele uitbuiting en/of overtredingen. c. De sociale problemen en illegaliteit in huurwoningen in Nootdorp. 5. Positioneer onder het college (gemeentelijk) en de lokale driehoek (bestuur, justitie en politie) een gemeentelijk ondermijningsoverleg (met een secretaris die voldoende tijd heeft om gestalte te geven aan voorbereiding en nasleep) en een volwaardige gemeentelijke ondermijningstafel: een overleg tussen de ambtelijk trekker, een politiespecialist en (als vaste deelnemer) de RIEC-accounthouder. 6. Investeer bij de aanpak van ondermijning afgewogen in bovenlokale (regionale) activiteiten. Overweeg aan te sluiten bij het programma Weerbare Sierteeltsector. 7. Om de noodzakelijke vooruitgang in de bestuurlijke aanpak van ondermijning te realiseren, zijn politieke aansturing en openbare politieke en maatschappelijke debatten over (de aanpak van) ondermijning cruciaal. De aanpak van ondermijning is immers een maatschappelijke opgave die vraagt om samenwerking tussen bestuurders, ambtenaren, professionals (o.a. politie en jongerenwerk), bewoners en ondernemers, waarbij het openbare politieke debat fungeert als aanjager en smeerolie.
38
Colofon Dit rapport is opgesteld door dr. Edward van der Torre van LokaleZaken (www.lokalezaken.com)
39
adres post telefoon
Voorzitter Rekenkamercommissie Pijnacker-Nootdorp dhr. F. van der Linden Cc: dhr. J. van der Haas, ambtelijk secretaris van de Rekenkamercommissie
onderwerp nadere informatie verzenddatum zaaknummer briefnummer uw brief van
e-mail internet
Oranjeplein 1, 2641 EZ Pijnacker Postbus 1, 2640 AA Pijnacker 14 015 info@pijnacker-nootdorp.nl www.pijnacker-nootdorp.nl
Bestuurlijke reactie rekenkameronderzoek ondermijning G. Bouter 7 september 2021 1269112 1139865 23 juli 2021
uw kenmerk
Geachte heer van der Linden, Onlangs heeft u ons de mogelijkheid geboden een reactie te geven op uw rapport ‘Over (de aanpak van) ondermijning in Pijnacker-Nootdorp’. Met interesse hebben wij kennisgenomen van het rapport waarin u uw onderzoeksbevindingen naar ondermijning en de effectiviteit van de gemeentelijke aanpak daarvan uiteenzet. Wij onderstrepen het belang van de aanpak van ondermijning. Zoals u ook omschrijft in uw onderzoek, heeft onze gemeente stedelijke, dorpse en landelijke kenmerken, is gesitueerd te midden van steden en grootstedelijke voorzieningen en vervoersmodaliteiten zijn ruim aanwezig. Dat maakt het prettig wonen in de gemeente. Tegelijkertijd concludeert u ook dat de gemeente situationele factoren biedt die het voor de georganiseerde criminaliteit aantrekkelijk maakt om vanuit omliggende grotere steden naar onze gemeente toe te bewegen. Wij zijn ons in toenemende mate bewust van de negatieve maatschappelijke effecten van ondermijnende criminaliteit. Getuige ook de ambities die wij eind 2019 hebben uitgesproken ten aanzien van de aanpak van ondermijning. Daarbij dient opgemerkt te worden dat de afgelopen anderhalf jaar, specifiek voor de taakvelden die een prominente rol moeten spelen bij de aanpak van ondermijning, de werkzaamheden in overwegende mate gericht zijn geweest op de uitvoering van corona-gerelateerde maatregelen.
Gezien de uitzonderlijke situatie in de afgelopen anderhalf jaar, kan derhalve moeilijk gesproken worden van een representatief beeld van de gemeentelijke inspanningen op het gebied van ondermijning. Desalniettemin herkennen wij de conclusies die u trekt en zien wij de opgaven die voor ons liggen. Daarbij moet wel worden opgemerkt dat een aantal van uw bevindingen een beeld oproepen van een gemeente waar (ondermijnende) criminaliteit aan de orde van de dag is. Dit beeld behoeft naar onze mening wel enige nuancering. In de kern komen uw bevindingen en aanbevelingen overeen met het vertrouwelijke ondermijningsbeeld en de weerbaarheidsscan die wij medio 2020 van het Regionaal Informatie- en Expertise Centrum (hierna: RIEC) hebben mogen ontvangen. Vanzelfsprekend hebben het ondermijningsbeeld en de weerbaarheidsscan voor zowel ons als de ambtelijke organisatie gefungeerd
pagina
1/3
als aanjager en markeringspunt voor een gerichte bestuurlijke aanpak van ondermijnende criminaliteit. In uw aanbevelingen zien wij het beeld dat het RIEC ons heeft gegeven bevestigd. Dat stemt ons positief over de reeds ondernomen stappen om te komen tot een gerichte aanpak. Hieronder gaan wij puntsgewijs in op de aanbevelingen die u doet. Reactie op aanbevelingen 1. Wij onderschrijven het belang van aandacht voor ondermijning en blijven ons hiervoor inzetten. Op basis van onder andere de genoemde rapportages van het RIEC hebben wij de afgelopen jaren al verschillende stappen ondernomen om tot een gerichte aanpak te komen. De aankomende nieuwe college- en raadsperiode biedt een mogelijkheid de aanpak van ondermijning verder te prioriteren en op te nemen in het collegeprogramma en de nieuwe raad te adviseren ondermijning in het hoofdlijnenakkoord op te nemen. Dit is echter niet aan ons, maar aan de nieuwe raad en het nieuwe college. 2. Wij onderschrijven de noodzaak van sturing van de bestuurlijke en ambtelijke top, zowel op dossiers waarbij een daadkrachtige en snelle aanpak nodig is als bij het ontwikkelen van een duurzame aanpak van ondermijning. Continue aandacht dient naar beide facetten uit te gaan. Op basis van de weerbaarheidsscan en het ondermijningsbeeld van het RIEC hebben wij stappen gezet om te komen tot een duurzame aanpak.
Zo wordt er ingezet op bewustwording over ondermijning binnen en buiten de gemeentelijke organisatie, het versterken van de informatiepositie en het versterken van de (bestuurlijke) weerbaarheid door het actualiseren van beleid en lokale regelgeving op het gebied van ondermijning. Voorbeelden hiervan zijn bijvoorbeeld het beleggen van bewustwordingssessies en interne communicatie via ons intranet, het doorvoeren van wijzingen in de Algemene plaatselijke verordening waardoor deze minder ruimte laat voor ondermijning, de aandacht die bij de totstandkoming van het huisvestingsbeleid voor arbeidsmigranten uitgaat naar ondermijning en de implementatie van de ‘Meld een vermoeden app’ die enerzijds bedoeld is om onze informatiepositie te versterken en anderzijds om bewustwording in de ambtelijke organisatie te stimuleren. Wij merken dat aandacht van medewerkers die zich bezighouden met onder andere leefbaarheid, economische ontwikkeling, vastgoed, vergunningverlening en kwetsbare personen steeds vaker uitgaat naar ondermijning binnen hun vakgebied. 3. Bewustwording is van belang en dit komt ook terug in het Integraal Veiligheidsplan 2018-2022 en is nog concreter uitgewerkt in het Uitvoeringsplan Integrale Veiligheid 2020-2021. 4. Zoals aangegeven zetten wij ons in voor een duurzame aanpak.
Wij gaan graag met de raad in gesprek over het onderwerp ondermijning, maar wij zien ook de naderende nieuwe college- en raadsperiode als een kans om het onderwerp ondermijning nog hoger op de politiek-bestuurlijke agenda te zetten. 5. Wij beschikken reeds over een gemeentelijke ondermijningstafel en -overleg. Zo wordt maandelijks gesproken met de politie over ondermijning en kan, indien dit nodig wordt geacht door het ondermijningsoverleg of het RIEC, een RIEC-accounthouder deelnemen aan dit overleg. Dit is alleen nodig op het moment dat een signaal integraal met andere RIEC-partners moet worden besproken of wanneer een andere RIEC-partner een signaal voor Pijnacker-Nootdorp wil inbrengen. Daarnaast vindt wekelijks overleg plaats tussen de portefeuillehouder, ambtelijk trekker en de politie waarbij onder andere aandacht wordt besteed aan signalen van ondermijning en lopende ondermijningscasuïstiek.
pagina
2/3
briefnummer
1139865
6. Op dit moment sluiten wij aan bij bovenlokale dan wel regionale activiteiten of overlegvormen omdat het van belang is om geïnformeerd te blijven en eventueel regionaal afgestemde interventies te plegen of beleid te vormen. Ondermijnende criminaliteit stopt immers niet bij de gemeentegrens. Uw suggestie om aan te sluiten bij het programma Weerbare Sierteeltsector is niet mogelijk aangezien onze gemeente geen veiling heeft en dit een vereiste is. Daarbij is het programma voornamelijk gericht op de veilinghuizen zelf en minder op de vervoersmodaliteiten daar omheen. Wel nemen wij deel aan het RIEC-onderzoek ‘Drugscriminaliteit in de glastuinbouw’ en is burgemeester Ravestein de bestuurlijk trekker van dit onderzoek. Daarnaast participeren wij in meerdere overlegvormen zoals de districtelijke ondermijningstafel, het districtscollege en het Regionaal bestuurlijk overleg en onderhouden wij, zowel bestuurlijk als ambtelijk, contacten met de politie, het Openbaar Ministerie, het RIEC, het Haags Economisch Interventieteam en omliggende gemeenten om geïnformeerd te blijven en waar nodig in te kunnen spelen op signalen. Ten slotte Graag gaan wij vertrouwelijk met de raad in gesprek over uw bevindingen, uw aanbevelingen over de prioritering en aanpak van ondermijning in de gemeente. Wij vertrouwen erop dat met bovenstaande reactie aan uw verzoek is voldaan.
Hoogachtend, het college van Pijnacker-Nootdorp,
J.P.R. Woudstra secretaris
pagina
3/3
mw. F. Ravestein burgemeester