Ontwerpomgevingsplan Tolhek
Tekst van het document
Artikel 4.52 Informatieplicht bouwen dakkapel 1. In aanvulling op artikel 4.6 worden ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 4.51 aan het bevoegd gezag de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een opgave van de bruto inhoud in m3 en de bruto vloeroppervlakte in m2 van het deel van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft; b. een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop: 1. de afmetingen van het perceel en bebouwd oppervlak; 2. de situering van de dakkapel ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde; 3. de aangrenzende locaties en de daarop voorkomende bebouwing; en 4. de hoogte van het bouwwerk ten opzichte van het straatpeil en het aantal bouwlagen.
2. Een tekening verstrekt bij het voldoen aan de informatieplicht bedoeld in het eerste lid voldoet aan de volgende vereisten: a. een tekening heeft een duidelijke maatvoering en schaalaanduiding; b. een situatietekening heeft: 1. een noordpijl waaruit de oriëntatie van het bouwwerk op het perceel blijkt ten opzichte van de omgeving; en 2. een schaal die niet kleiner is dan 1:1.000.
Subparagraaf 4.2.5.3 Bouwen van een dakopbouw Artikel 4.53 Toepassingsbereik Subparagraaf 4.2.5.3 is van toepassing op de activiteit het bouwen van een dakopbouw.
Artikel 4.54 Algemene regels bouwen dakopbouw In afwijking van het verbod als bedoeld in artikel 4.45 is het bij woningen toegestaan zonder omgevingsvergunning een dakopbouw te bouwen mits: a. op de betreffende bouwlaag al bebouwing aanwezig is; b. de dakopbouw wordt gerealiseerd vanaf ten minste 1 m uit de voorgevel van de woning; c. ten opzichte van de bestaande achtergevel een bebouwingsvrije zone van 2,5 m wordt gehanteerd;
https://rx-base.nl/viewer/8a1c7ab5-4877-436a-a6c8-5d0ec736a9d2/main
23/422
19-09-2024, 19:59
Viewer - Main | Rx.Base
d. bij hoekwoningen een bebouwingsvrije zone van 1 m ten opzichte van de zijgevel worden aangehouden. Voor zover de bestaande bebouwing op de betreffende etage niet is teruggelegd ten opzichte van de zijgevel mag met de dakopbouw worden aangesloten op de bestaande bebouwing; e. de dakopbouw moet binnen de oorspronkelijke voor- en achtergevel van het hoofdgebouw worden gerealiseerd; en f. een dakopbouw mag de bouwhoogte van de aanwezige bebouwing op de betreffende verdieping van de woning niet verhogen.
Artikel 4.55 Meldingsplicht bouwen dakopbouw Het is verboden een dakopbouw te bouwen zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.
Subparagraaf 4.2.5.4 Bouwen van een erker Artikel 4.56 Toepassingsbereik Paragraaf 4.2.5.4 is van toepassing op de activiteit het bouwen van aangebouwde bijbehorende bouwwerken. Daarmee worden erkers- of ingangspartijen bedoeld die aan het hoofdgebouw worden aangebouwd.
Artikel 4.57 Algemene regels bouwen erker In afwijking van het verbod als bedoeld in artikel 4.45, is het toegestaan zonder omgevingsvergunning een aangebouwd bijbehorend bouwwerk te bouwen, als bedoeld in artikel 4.56, mits: a. de diepte van het aangebouwde bijbehorende bouwwerk maximaal 1 m is; b. het aangebouwde bijbehorende bouwwerk een oppervlakte van maximaal 4 m2 heeft; c. de bouwhoogte van het aangebouwde bijbehorende bouwwerk maximaal 0,4 m boven de bouwvloer van de 1e verdieping van het hoofdgebouw bedraagt én in geval van bouwen aan de voorgevel van het hoofdgebouw de diepte van de voortuin tot de voorste perceelsgrens ten minste 4 m is.
Paragraaf 4.2.6 Bouwen van een ander bouwwerk, geen gebouw zijnde Subparagraaf 4.2.6.1 Bouwen van een ander bouwwerk, geen gebouw zijnde - algemeen Artikel 4.58 Toepassingsbereik Paragraaf 4.2.6 is van toepassing op de activiteit het bouwen van een ander bouwwerk, geen gebouw zijnde, onderverdeeld in onder meer: a. de activiteit het bouwen van een erf- of perceelsafscheiding; b. de activiteit het bouwen van een vlaggenmast; c. de activiteit het bouwen van een lichtmast; d. de activiteit het bouwen van een luifel; e. de activiteit het bouwen van een pergola; f. de activiteit het bouwen van een sport- of speeltoestel; g. de activiteit het bouwen van een zwembad, bubbelbad of soortgelijke voorziening.
Subparagraaf 4.2.6.2 Bouwen van een erf- of perceelsafscheiding Artikel 4.59 Toepassingsbereik Subparagraaf 4.2.6.2 is van toepassing op de activiteit het bouwen van een erf- of perceelsafscheiding.
Artikel 4.60 Aanwijzing vergunningplicht https://rx-base.nl/viewer/8a1c7ab5-4877-436a-a6c8-5d0ec736a9d2/main
24/422
19-09-2024, 19:59
Viewer - Main | Rx.Base
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een erf- of perceelsafscheiding te bouwen, als daarbij niet wordt voldaan aan de algemene regels, bedoeld in artikel 4.62.
Artikel 4.61 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning wordt in ieder geval geweigerd als: a. het aangevraagde bouwwerk naar het oordeel van het bevoegd gezag geen bijdrage levert aan het behouden of verbeteren van de stedenbouwkundige structuur; b. de bouw- en gebruiksmogelijkheden van omliggende gebouwen en locaties naar het oordeel van het bevoegd gezag onevenredig worden aangetast; of c. het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet bijdraagt aan de goede omgevingskwaliteit, beoordeeld volgens de beleidsregel, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet.
Artikel 4.62 Algemene regels bouwen erf- of perceelsafscheiding Het is toegestaan zonder omgevingsvergunning een erf- of perceelsafscheiding te bouwen als deze: a. maximaal 1 m hoog is; of b. hoger is dan 1 m, maar niet hoger dan 2 m en de afscheiding: 1. een functionele relatie heeft met een gebouw op het perceel; én 2. achter de lijn ligt die langs de voorkant van het gebouw evenwijdig loopt aan het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied.
Subparagraaf 4.2.6.3 Bouwen van een vlaggenmast Artikel 4.63 Toepassingsbereik Subparagraaf 4.2.6.3 is van toepassing op de activiteit het bouwen van een vlaggenmast.
Artikel 4.64 Aanwijzing vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning een vlaggenmast te bouwen, als daarbij niet wordt voldaan aan de algemene regels, bedoeld in artikel 4.66.
Artikel 4.65 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning wordt in ieder geval geweigerd als: a. het aangevraagde bouwwerk naar het oordeel van het bevoegd gezag geen bijdrage levert aan het behouden of verbeteren van de stedenbouwkundige structuur; b. de bouw- en gebruiksmogelijkheden van omliggende gebouwen en locaties naar het oordeel van het bevoegd gezag onevenredig worden aangetast; of c. het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet bijdraagt aan de goede omgevingskwaliteit, beoordeeld volgens de beleidsregel, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet.
Artikel 4.66 Algemene regels bouwen vlaggenmast Het is toegestaan zonder omgevingsvergunning een vlaggenmast te bouwen als: a. deze maximaal 6 m hoog is; b. bij het bouwen van een vlaggenmast op een erf, er in totaal maximaal één vlaggenmast aanwezig is op dat erf; of https://rx-base.nl/viewer/8a1c7ab5-4877-436a-a6c8-5d0ec736a9d2/main
25/422
19-09-2024, 19:59
Viewer - Main | Rx.Base
c. er sprake is van het bouwen van een vlaggenmast bij een school of in openbaar toegankelijk gebied, deze maximaal 10 m hoog is.
Subparagraaf 4.2.6.4 Bouwen van een lichtmast Artikel 4.67 Toepassingsbereik Subparagraaf 4.2.6.4 is van toepassing op de activiteit het bouwen van een lichtmast.
Artikel 4.68 Aanwijzing vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning een lichtmast te bouwen, als daarbij niet wordt voldaan aan de algemene regels, bedoeld in artikel 4.70.
Artikel 4.69 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning wordt in ieder geval geweigerd als: a. het aangevraagde bouwwerk naar het oordeel van het bevoegd gezag geen bijdrage levert aan het behouden of verbeteren van de stedenbouwkundige structuur; b. de bouw- en gebruiksmogelijkheden van omliggende gebouwen en locaties naar het oordeel van het bevoegd gezag onevenredig worden aangetast; of c. het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet bijdraagt aan de goede omgevingskwaliteit, beoordeeld volgens de beleidsregel, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet.
Artikel 4.70 Algemene regels bouwen lichtmast Het is toegestaan zonder omgevingsvergunning een lichtmast te bouwen als deze: a. maximaal 10 m hoog is; én b. in het openbaar toegankelijk gebied wordt geplaatst.
Subparagraaf 4.2.6.5 Bouwen van een luifel Artikel 4.71 Toepassingsbereik Subparagraaf 4.2.6.5 is van toepassing op de activiteit het bouwen van een luifel.
Artikel 4.72 Aanwijzing vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning een luifel te bouwen, als daarbij niet wordt voldaan aan de algemene regels, bedoeld in artikel 4.74.
Artikel 4.73 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning wordt in ieder geval geweigerd als: a. het aangevraagde bouwwerk naar het oordeel van het bevoegd gezag geen bijdrage levert aan het behouden of verbeteren van de stedenbouwkundige structuur; b. de bouw- en gebruiksmogelijkheden van omliggende gebouwen en locaties naar het oordeel van het bevoegd gezag onevenredig worden aangetast; of c. het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet bijdraagt aan de goede omgevingskwaliteit, beoordeeld volgens de beleidsregel, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet.
Artikel 4.74 Algemene regels bouwen luifel https://rx-base.nl/viewer/8a1c7ab5-4877-436a-a6c8-5d0ec736a9d2/main
26/422
19-09-2024, 19:59
Viewer - Main | Rx.Base
Het is toegestaan zonder omgevingsvergunning een luifel te bouwen als deze: a. maximaal 3 m hoog is; of b. bij een school geplaatst wordt en maximaal 8 m hoog is.
Subparagraaf 4.2.6.6 Bouwen van een pergola Artikel 4.75 Toepassingsbereik Subparagraaf 4.2.6.6 is van toepassing op de activiteit het bouwen van een pergola.
Artikel 4.76 Aanwijzing vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning een pergola te bouwen, als daarbij niet wordt voldaan aan de algemene regels, bedoeld in artikel 4.78.
Artikel 4.77 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning wordt in ieder geval geweigerd als: a. het aangevraagde bouwwerk naar het oordeel van het bevoegd gezag geen bijdrage levert aan het behouden of verbeteren van de stedenbouwkundige structuur; b. de bouw- en gebruiksmogelijkheden van omliggende gebouwen en locaties naar het oordeel van het bevoegd gezag onevenredig worden aangetast; of c. het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet bijdraagt aan de goede omgevingskwaliteit, beoordeeld volgens de beleidsregel, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet.
Artikel 4.78 Algemene regels bouwen pergola Het is toegestaan zonder omgevingsvergunning een pergola te bouwen als deze maximaal 3 m hoog is.
Subparagraaf 4.2.6.7 Bouwen van een sport- of speeltoestel Artikel 4.79 Toepassingsbereik Subparagraaf 4.2.6.7 is van toepassing op de activiteit het bouwen van een sport- of speeltoestel.
Artikel 4.80 Aanwijzing vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning een sport- of speeltoestel te bouwen, als daarbij niet wordt voldaan aan de algemene regels, bedoeld in artikel 4.82.
Artikel 4.81 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning wordt in ieder geval geweigerd als: a. het aangevraagde bouwwerk naar het oordeel van het bevoegd gezag geen bijdrage levert aan het behouden of verbeteren van de stedenbouwkundige structuur; b. de bouw- en gebruiksmogelijkheden van omliggende gebouwen en locaties naar het oordeel van het bevoegd gezag onevenredig worden aangetast; of c. het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet bijdraagt aan de goede omgevingskwaliteit, beoordeeld volgens de beleidsregel, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet.
Artikel 4.82 Algemene regels bouwen sport- of speeltoestel https://rx-base.nl/viewer/8a1c7ab5-4877-436a-a6c8-5d0ec736a9d2/main
27/422
19-09-2024, 19:59
Viewer - Main | Rx.Base
Het is toegestaan zonder omgevingsvergunning een sport- of speeltoestel anders dan voor alleen particulier gebruik te bouwen als deze: a. maximaal 4 m hoog is; én b. alleen functioneert met behulp van de zwaartekracht of de fysieke kracht van de mens.
Subparagraaf 4.2.6.8 Bouwen van een zwembad, bubbelbad of soortgelijke voorziening Artikel 4.83 Toepassingsbereik Subparagraaf 4.2.6.8 is van toepassing op de activiteit het bouwen van een zwembad, bubbelbad of soortgelijke voorziening.
Artikel 4.84 Aanwijzing vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning een zwembad, bubbelbad of soortgelijke voorziening te bouwen, als daarbij niet wordt voldaan aan de algemene regels, bedoeld in artikel 4.86.
Artikel 4.85 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning wordt in ieder geval geweigerd als: a. het aangevraagde bouwwerk naar het oordeel van het bevoegd gezag geen bijdrage levert aan het behouden of verbeteren van de stedenbouwkundige structuur; b. de bouw- en gebruiksmogelijkheden van omliggende gebouwen en locaties naar het oordeel van het bevoegd gezag onevenredig worden aangetast; of c. het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet bijdraagt aan de goede omgevingskwaliteit, beoordeeld volgens de beleidsregel, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet.
Artikel 4.86 Algemene regels bouwen zwembad, bubbelbad of soortgelijke voorziening Het is toegestaan zonder omgevingsvergunning een zwembad, bubbelbad of een vijver op het gebouwerf bij een woning of woongebouw, als deze niet van een overkapping is voorzien.
Paragraaf 4.2.7 Bouwen van overige (andere) bouwwerken Artikel 4.87 Toepassingsbereik Paragraaf 4.2.7 geldt voor het bouwen van alle overige (andere) bouwwerken.
Artikel 4.88 Aanwijzing vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning een overig (ander) bouwwerk te bouwen, als daarbij niet wordt voldaan aan de algemene regels, bedoeld in artikel 4.90.
Artikel 4.89 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning wordt in ieder geval geweigerd als: a. het aangevraagde bouwwerk naar het oordeel van het bevoegd gezag geen bijdrage levert aan het behouden of verbeteren van de stedenbouwkundige structuur; b. de bouw- en gebruiksmogelijkheden van omliggende gebouwen en locaties naar het oordeel van het bevoegd gezag onevenredig worden aangetast; of c. het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet bijdraagt aan de goede omgevingskwaliteit, https://rx-base.nl/viewer/8a1c7ab5-4877-436a-a6c8-5d0ec736a9d2/main
28/422
19-09-2024, 19:59
Viewer - Main | Rx.Base
beoordeeld volgens de beleidsregel, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet.
Artikel 4.90 Algemene regels bouwen overig (ander) bouwwerk Het is toegestaan zonder omgevingsvergunning een overig (ander) bouwwerk te bouwen als wordt voldaan aan de volgende eisen: a. een overig (ander) bouwwerk wat gebouwd wordt in voor- of achtererfgebied mag maximaal 3 m hoog zijn én de oppervlakte mag maximaal 2 m2 zijn; b. geluidwerende voorzieningen in openbaar toegankelijk gebied mogen maximaal 6 meter hoog zijn.
Paragraaf 4.2.8 Bouwwerk slopen Artikel 4.91 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het slopen van bouwwerken.
Artikel 4.92 Doelen De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. de waarborgen van de veiligheid; b. het waarborgen van het woon- en leefklimaat; c. het beschermen van de gezondheid; d. het beschermen van landschappelijke, natuurlijke, cultuurhistorische en stedenbouwkundige waarden; e. het beschermen van het milieu; f. de waterhuishouding; g. de afwikkeling van het verkeer; h. het functioneren van nutsvoorzieningen.
Artikel 4.93 Specifieke zorgplicht De specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 4.4, houdt voor het slopen van bouwwerken in ieder geval in dat: a. beschadiging van bestaande werken die niet tot de sloopwerken behoren, zoveel mogelijk wordt voorkomen, beperkt of hersteld; en b. belemmering van het gebruik van bestaande werken zoveel mogelijk wordt voorkomen of beperkt.
Paragraaf 4.2.9 Gebruik van open erven en terreinen Artikel 4.94 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het gebruiken van open erven en terreinen.
Artikel 4.95 Doelen De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het waarborgen van de veiligheid; b. het behoeden van de staat en werking van open erven en terreinen;
Artikel 4.96 Specifieke zorgplicht 1. De specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 4.4, houdt voor het gebruiken van een open erf of terrein in ieder geval in dat:
https://rx-base.nl/viewer/8a1c7ab5-4877-436a-a6c8-5d0ec736a9d2/main
29/422
19-09-2024, 19:59
Viewer - Main | Rx.Base
a. de eigenaar of degene die uit anderen hoofde bevoegd is tot het treffen van voorzieningen aan het open erf of terrein en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat de staat van het open erf of terrein tot gevaar voor de gezondheid of de veiligheid kan leiden, verplicht is alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om dat gevaar te voorkomen of niet te laten voortduren; b. degene die een open erf of terrein gebruikt en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat dit gebruik tot gevaar voor de gezondheid of de veiligheid kan leiden, verplicht is alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om dat gevaar te voorkomen of niet te laten voortduren; en c. degene die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn handelen of nalaten op een open erf of terrein overlast of hinder veroorzaakt of kan veroorzaken voor de omgeving, verplicht is alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die overlast of hinder te voorkomen of niet te laten voortduren.
2. Het eerste lid, aanhef en onder c, gaat in ieder geval over overlast of hinder door: a. het op hinderlijke wijze verspreiden van rook, roet, walm, stof, stank, vocht of irriterend materiaal; b. het veroorzaken van overlast door geluid, trilling, dieren of verontreiniging; en c. het nalaten van het normale onderhoud waardoor het open erf of terrein zich niet in een zindelijke staat bevindt.
Artikel 4.97 Aanwezigheid brandgevaarlijke stoffen nabij bouwwerken 1. Op een open erf of terrein nabij een bouwwerk is geen brandgevaarlijke stof als bedoeld in tabel 4.2.11 aanwezig.
2. Het eerste lid is niet van toepassing als: a. de in tabel 4.2.11 aangegeven toegestane hoeveelheid per stof niet wordt overschreden, waarbij de totale toegestane hoeveelheid stoffen 100 kilogram of liter is; b. de stof deugdelijk is verpakt, waarbij: 1. de verpakking tegen normale behandeling bestand is; 2. de verpakking is voorzien van een adequate gevaarsaanduiding; en 3. geen inhoud onvoorzien uit de verpakking kan ontsnappen; en c. de stof wordt gebruikt met inachtneming van de op de verpakking aangegeven gevaarsaanduidingen.
3. Het eerste lid is niet van toepassing op: a. brandstof in het reservoir van een verbrandingsmotor; b. brandstof in een verlichtings-, verwarmings- of ander warmteontwikkelend toestel; c. voor consumptie bestemde alcoholhoudende dranken; d. gasflessen tot een totale waterinhoud van 115 liter; e. dieselolie, gasolie of lichte stookolie met een vlampunt tussen de 61 °C en 100 °C tot een totale hoeveelheid van 1.000 liter; en f. brandgevaarlijke stoffen voor zover de aanwezigheid daarvan op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving of een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is toegestaan.
4. Bij het berekenen van de toegestane hoeveelheid, bedoeld in het tweede lid, onder a, wordt een aangebroken verpakking als een volle meegerekend.
https://rx-base.nl/viewer/8a1c7ab5-4877-436a-a6c8-5d0ec736a9d2/main
30/422
19-09-2024, 19:59
Viewer - Main | Rx.Base
5. In afwijking van het derde lid, aanhef en onder e, is de aanwezigheid van meer dan 1.000 liter van een oliesoort als bedoeld in dat onderdeel toegestaan als die oliesoort op zodanige wijze wordt opgeslagen en gebruikt dat het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie en de ontwikkeling van brand voldoende worden voorkomen. Tabel 4.2.11 Brandgevaarlijke stoffen ADR-klasse1
Omschrijving
Verpakkingsgroep
Toegestane maximum hoeveelheid
2 UN 1950 spuitbussen & UN 2037 houders, klein, gas
Gassen zoals propaan, zuurstof, acetyleen, aerosolen (spuitbussen)
n.v.t.
50 kg
3
Brandbare vloeistoffen zoals bepaalde oplosmiddelen en aceton
II
25 liter
3 excl. dieselolie, gasolie of lichte stookolie met een vlampunt tussen 61°C en 100°C
Brandbare vloeistoffen zoals terpentine en bepaalde inkten
III
50 liter
4.1, 4.2, 4.3
4.1: brandbare vaste stoffen, zelfontledende vaste stoffen en vaste ontplofbare stoffen in nietexplosieve toestand zoals wrijvingslucifers, zwavel en metaalpoeders 4.2: voor zelfontbranding vatbare stoffen zoals fosfor (wit of geel) en diethylzink 4.3: stoffen die in contact met water brandbare gassen ontwikkelen zoals magnesiumpoeder, natrium en calciumcarbide
II en III
50 kg
5.1
Brandbevorderende stoffen zoals waterstofperoxide
II en III
50 liter
5.2
Organische peroxiden zoals dicumyl peroxide en di-propionyl peroxide
n.v.t.
1 liter
1Classificatie volgens de Europese overeenkomst van 30 september 1957 betreffende het internationaal
vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg (Trb. 1959, 171).
Artikel 4.98 Bouwvalligheid nabijgelegen bouwwerk https://rx-base.nl/viewer/8a1c7ab5-4877-436a-a6c8-5d0ec736a9d2/main
31/422
19-09-2024, 19:59
Viewer - Main | Rx.Base
Met het oog op het waarborgen van de veiligheid wordt een open erf of terrein niet gebruikt als door of namens het bevoegd gezag is medegedeeld dat dit in verband met bouwvalligheid van een in de nabijheid gelegen bouwwerk gevaarlijk is.
Paragraaf 4.2.10 Gemeentelijke monumentenactiviteiten en andere activiteiten die gemeentelijke monumenten betreffen, voor zover het gaat om een monument Artikel 4.99 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het verrichten van gemeentelijke monumentenactiviteiten en andere activiteiten die gemeentelijke monumenten betreffen, met betrekking tot de monumenten als bedoeld in artikel 3.16.
Artikel 4.100 Doelen De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op het behoud van cultureel erfgoed.
Artikel 4.101 Verbod Het is verboden: a. een gemeentelijk monument te beschadigen of te vernielen; b. aan gemeentelijke monumenten, voor zover het gaat om een monument, onderhoud te onthouden dat voor de instandhouding daarvan noodzakelijk is.
Artikel 4.102 Specifieke zorgplicht Degene die een gemeentelijke monumentenactiviteit of een andere activiteit die een gemeentelijk monument betreft, verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit kan leiden tot het beschadigen of vernielen van een gemeentelijk monument, is verplicht alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om deze beschadiging of vernieling te voorkomen.
Artikel 4.103 Maatwerkvoorschrift Een maatwerkvoorschrift kan met het oog op het belang, bedoeld in artikel 4.100 over een andere activiteit die een gemeentelijk monument betreft worden gesteld over artikel 4.102.
Artikel 4.104 Aanwijzing gemeentelijke monumentenactiviteit voor zover het gaat om een monument 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning een gemeentelijke monumentenactiviteit te verrichten. 2. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor een gemeentelijke monumentenactiviteit met betrekking tot een monument, voor zover het gaat om: a. noodzakelijke reguliere werkzaamheden die zijn gericht op het behoud van de monumentale waarden, als detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur niet worden gewijzigd; b. alleen inpandige wijzigingen van een onderdeel van het monument dat uit het oogpunt van monumentenzorg geen waarde heeft; of c. het binnen een monument dat als begraafplaats in gebruik is met inachtneming van de monumentale waarden: 1. plaatsen van grafmonumenten, met inbegrip van het tijdelijk verwijderen daarvan en het bijwerken van het opschrift; 2. doen van begravingen of asbijzettingen; of https://rx-base.nl/viewer/8a1c7ab5-4877-436a-a6c8-5d0ec736a9d2/main
32/422
19-09-2024, 19:59
Viewer - Main | Rx.Base
3. ruimen van graven waarvan het grafmonument niet is beschermd als gemeentelijk monument of een onderdeel daarvan.
Artikel 4.105 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning gemeentelijke monumentenactiviteit: algemeen Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit die betrekking heeft op een gemeentelijk monument worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het adres van het monument en, voor zover van toepassing, de naam van het monument, het monumentnummer of de plaatselijke aanduiding van het archeologisch monument; b. de opgave van het huidige gebruik van het gemeentelijk monument en het voorgenomen gebruik, als dat afwijkt van het huidige gebruik; en c. de motivering voor het verrichten van de activiteit en een omschrijving van de gevolgen ervan voor het gemeentelijk monument.
Artikel 4.106 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning gemeentelijke monumentenactiviteit: slopen monument 1. Bij de aanvraag, bedoeld in artikel 4.105, worden, voor zover het gaat om het slopen van een monument, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de volgende kleurenfoto’s die een duidelijke indruk geven van het monument in relatie tot de voorgenomen sloop: 1. overzichtsfoto’s van de bestaande situatie; en 2. foto’s van de bestaande toestand; b. de volgende tekeningen: 1. als sprake is van het slopen van een deel van het monument waarbij de omvang van het monument wijzigt: situatietekeningen van de bestaande en de nieuwe situatie; 2. opnametekeningen van de bestaande toestand met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag: i. plattegronden; ii. doorsneden; iii. gevelaanzichten; of iv. een dakaanzicht; en 3. slooptekeningen; en c. een omschrijving van de sloopmethode en de aard van en bestemming voor het vrijkomend materiaal.
2. Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een nadere bepaling van de monumentale waarde van het monument aan de hand van cultuurhistorische rapporten, met inbegrip van rapporten over architectuurhistorie, bouwhistorie, interieurhistorie, kleurhistorie of tuinhistorie; b. als sprake is van verstoring van de bodem: een rapport waarin de archeologische waarde van de bodem onder het te slopen bouwwerk in voldoende mate is vastgesteld; c. een beschrijving van de technische staat van het monument of het onderdeel van het monument waarop de voorgenomen activiteit betrekking heeft; of d. een onderbouwing van de beschrijving van de technische staat aan de hand van technische rapporten, met inbegrip van rapporten over bouwfysische en constructieve aspecten.
https://rx-base.nl/viewer/8a1c7ab5-4877-436a-a6c8-5d0ec736a9d2/main
33/422
19-09-2024, 19:59
Viewer - Main | Rx.Base
Artikel 4.107 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning gemeentelijke monumentenactiviteit: verplaatsen monument 1. Bij de aanvraag, bedoeld in artikel 4.105, worden, voor zover het gaat om het gedeeltelijk of volledig verplaatsen van een monument, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een beschrijving van de technische staat van het monument of het onderdeel van het monument waarop de voorgenomen activiteit betrekking heeft; b. de volgende kleurenfoto’s die een duidelijke indruk geven van het monument in relatie tot de voorgenomen verplaatsing: 1. overzichtsfoto’s van de bestaande situatie; 2. foto’s van de bestaande toestand; en 3. overzichtsfoto’s van de nieuwe locatie; c. de volgende tekeningen: 1. situatietekeningen van de bestaande en nieuwe situatie; 2. opnametekeningen van de bestaande toestand met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag: i. plattegronden; ii. doorsneden; iii. gevelaanzichten; of iv. een dakaanzicht; en 3. plantekeningen van de nieuwe toestand met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag: i. plattegronden; ii. doorsneden; iii. gevelaanzichten; of iv. een dakaanzicht; d. een bestek of werkomschrijving van de wijze van demonteren, van het verplaatsen naar de nieuwe locatie en de herbouw; en e.
als de activiteit bestaat uit het verplaatsen van een molen; een rapport over de molenbiotoop van de bestaande en de nieuwe situatie.
2. Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een nadere bepaling van de monumentale waarde van het monument aan de hand van cultuurhistorische rapporten, met inbegrip van rapporten over architectuurhistorie, bouwhistorie, interieurhistorie, kleurhistorie, tuinhistorie of over de relatie van het monument tot zijn historische omgeving; b. als op de bestaande of op de nieuwe locatie sprake is van verstoring van de bodem: een rapport waarin de archeologische waarde van het terrein dat volgens de aanvraag door de activiteit zal worden verstoord in voldoende mate is vastgesteld; c. een onderbouwing van de beschrijving van de technische staat aan de hand van technische rapporten, met inbegrip van rapporten over bouwfysische, constructieve, materiaaltechnische of preventieve aspecten; d. aanvullende tekeningen van de bestaande en nieuwe toestand, met inbegrip van detailtekeningen; of e. een opgave van de bij de voorbereiding en het verrichten van de activiteit te hanteren uitvoeringsrichtlijnen. https://rx-base.nl/viewer/8a1c7ab5-4877-436a-a6c8-5d0ec736a9d2/main
34/422
19-09-2024, 19:59
Viewer - Main | Rx.Base
Artikel 4.108 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning gemeentelijke monumentenactiviteit: wijzigen monument of monument door herstel ontsieren of in gevaar brengen 1. Bij de aanvraag, bedoeld in artikel 4.105, worden, voor zover het gaat om het wijzigen van een monument of het herstellen daarvan waardoor het kan worden ontsierd of in gevaar kan worden gebracht, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de volgende kleurenfoto’s die een duidelijke indruk geven van het monument in relatie tot de voorgenomen activiteit: 1. overzichtsfoto’s van de bestaande situatie; en 2. detailfoto’s van de bestaande toestand, die een duidelijke indruk geven van het onderdeel van het monument waar de voorgenomen activiteit zal worden verricht; b. de volgende tekeningen: 1. een situatietekening van de bestaande situatie, en als de nieuwe situatie daarvan afwijkt: een situatietekening van de nieuwe situatie; 2. opnametekeningen van de bestaande toestand met voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag: i. plattegronden; ii. doorsneden; iii. gevelaanzichten; of iv. een dakaanzicht; 3. als er gebreken worden hersteld: gebrekentekeningen; 4.
plantekeningen van de nieuwe toestand en van de voorgenomen werkzaamheden, met inbegrip van de te vervangen of te veranderen onderdelen en de te verhelpen gebreken, met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag: i. plattegronden; ii. doorsneden; iii. gevelaanzichten; of iv. een dakaanzicht; en 5. als sprake is van verwijdering van materiaal: slooptekeningen; en c. een omschrijving van de aard en omvang van de activiteit in de vorm van een bestek of werkomschrijving, met: 1. de te gebruiken en de te vervangen materialen, de toe te passen constructies, afwerkingen en kleuren, en de wijze van uitvoering of verwerking; en 2. als sprake is van verwijdering van materiaal: de sloopmethode en de aard van en bestemming voor het vrijkomend materiaal.
2. Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een nadere bepaling van de monumentale waarde van het monument aan de hand van cultuurhistorische rapporten, met inbegrip van rapporten over architectuurhistorie, bouwhistorie, interieurhistorie, kleurhistorie of tuinhistorie; b. als sprake is van verstoring van de bodem: een rapport waarin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld; c. een beschrijving van de technische staat van het monument of het onderdeel van het monument waarop de voorgenomen activiteit betrekking heeft; d. een onderbouwing van de beschrijving van de technische staat aan de hand van technische rapporten, met inbegrip van rapporten over bouwfysische, constructieve, materiaaltechnische of https://rx-base.nl/viewer/8a1c7ab5-4877-436a-a6c8-5d0ec736a9d2/main
35/422
19-09-2024, 19:59
Viewer - Main | Rx.Base
preventieve aspecten; e. aanvullende tekeningen van de bestaande en nieuwe toestand, met inbegrip van detailtekeningen; f. voor zover er algemene kwaliteitsnormen of uitvoeringsrichtlijnen voor de instandhouding van monumenten op de activiteit van toepassing zijn: een opgave of de voorgenomen activiteit hierop is afgestemd; of g. als de activiteit een monument betreft dat een tuinaanleg, parkaanleg of andere groenaanleg is: een beheervisie.
Artikel 4.109 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning gemeentelijke monumentenactiviteit: monument door gebruik ontsieren of in gevaar brengen Bij een aanvraag als bedoeld in artikel 4.105 wordt, voor zover het gaat om het gebruiken van een monument waardoor het kan worden ontsierd of in gevaar gebracht, een opgave verstrekt van de maatregelen die worden getroffen om deze nadelige gevolgen te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken.
Artikel 4.110 Eisen aan tekeningen als bedoeld in de artikelen 4.106 tot en met 4.108 1. Bij een aanvraag als bedoeld in de artikelen 4.106 tot en met 4.108 hebben tekeningen een schaal die niet kleiner is dan: a. 1:1000, als het gaat om een situatietekening; b. 1:100, als het gaat om een algemene geveltekening; c. 1:20 of 1:50, als het gaat om een geveltekening voor een ingrijpende wijziging; en d. 1:100, als het gaat om een plattegrondtekening, doorsnedetekening of een tekening van het dakaanzicht.
2. Een detailtekening heeft een schaal van 1:1, 1:2 of 1:5 en is voorzien van een omschrijving van de materiaaltoepassing en de maatvoering.
3. Uit een situatietekening die is voorzien van een noordpijl blijkt de oriëntatie van het monument op het perceel en ten opzichte van omliggende bebouwing en wegen.
4. Een plattegrondtekening en een doorsnedetekening bevatten de volgende historische gegevens: a. balklagen: 1. gestippeld aangegeven in plattegronden van ruimten onder de balklagen; en 2. getekend aangegeven in doorsneden met aanduiding van de afmetingen; b. geornamenteerde plafonds, gestippeld aangegeven in plattegronden van de ruimten waar deze zich bevinden; c. houtafmeting, balklagen en kapconstructie, aangegeven in doorsneden van de bestaande en van de nieuwe toestand; en d. bijzondere ruimten of bouwdelen, direct of indirect betrokken bij de activiteit, aangegeven in plattegronden en doorsneden.
Artikel 4.111 Beoordelingsregels omgevingsvergunning gemeentelijke monumentenactiviteit voor zover het gaat om een monument 1. De omgevingsvergunning voor een gemeentelijke monumentenactiviteit wordt alleen verleend als de activiteit in overeenstemming is met het belang van de monumentenzorg.
2. Bij de beslissing op de aanvraag wordt rekening gehouden met de volgende beginselen: https://rx-base.nl/viewer/8a1c7ab5-4877-436a-a6c8-5d0ec736a9d2/main
36/422
19-09-2024, 19:59
Viewer - Main | Rx.Base
a. het voorkomen van ontsiering, beschadiging of sloop van monumenten en archeologische monumenten; b. het voorkomen van verplaatsing van monumenten of een deel daarvan, tenzij dit dringend is vereist voor het behoud van die monumenten; c. het bevorderen van het gebruik van monumenten, zo nodig door wijziging van die monumenten, rekening houdend met de monumentale waarden; en d. het conserveren en in stand houden van archeologische monumenten, bij voorkeur in situ.
Artikel 4.112 Vergunningvoorschriften omgevingsvergunning gemeentelijke monumentenactiviteit voor zover het gaat om verplaatsen monument Aan de omgevingsvergunning voor een gemeentelijke monumentenactiviteit die een gedeeltelijke of volledige verplaatsing inhoudt van een monument dat een bouwwerk is, worden voorschriften verbonden over het treffen van voorzorgsmaatregelen voor het demonteren, het overbrengen en de herbouw van dat bouwwerk op de nieuwe locatie.
Paragraaf 4.2.11 Activiteiten in of op (te verwachten) archeologische monumenten Subparagraaf 4.2.11.1 (Ruimtelijk) bouwen in of op (te verwachten) archeologisch monument Artikel 4.113 Toepassingsbereik Deze subparagraaf gaat over het bouwen van een bouwwerk op een locatie met de functie-aanduiding te verwachten archeologisch monument.
Artikel 4.114 Doelen De regels in deze subparagraaf zijn gesteld met het oog op het behoud van archeologische monumenten.
Artikel 4.115 Aanwijzing omgevingsvergunningplicht (ruimtelijk) bouwen in of op (te verwachten) archeologisch monument 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten in of op een archeologisch monument of een te verwachten archeologisch monument.
2. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing als de aanvraag betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte op of onder het maaiveld niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.
3. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing in of op een te verwachten archeologisch monument met een hoge verwachting als: a. de aanvraag betrekking heeft op een of meer bouwwerken waarvan de totale te bebouwen oppervlakte kleiner is dan 50m2; of b. het bouwen plaatsvindt zonder graafwerkzaamheden dieper dan 0,3 m, en 1. zonder heipalen, of 2. met heipalen, waarbij het palenplan voldoet aan de volgende voorwaarden: i. de totale verstoring door heipalen bedraagt niet meer dan 3% van de oppervlakte van het projectgebied, en ii. de afstand tussen de rijen heipalen bedraagt tenminste 4 m.
Artikel 4.116 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning https://rx-base.nl/viewer/8a1c7ab5-4877-436a-a6c8-5d0ec736a9d2/main
37/422
19-09-2024, 19:59
Viewer - Main | Rx.Base
1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit in of op een archeologisch monument of een te verwachten archeologisch monument worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een rapport waarin de archeologische waarde van de locatie naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld, dat is gebaseerd op: 1. een bureauonderzoek; 2. zo nodig een booronderzoek; en 3. zo nodig een proefsleuvenonderzoek of proefputtenonderzoek; b. funderingstekeningen; c. als sprake is van een opgraving, ook als deze alleen bestaat uit een proefsleuvenonderzoek of een proefputtenonderzoek: een door het college van burgemeester en wethouders goedgekeurd programma van eisen voor de opgraving; d. als sprake is van een booronderzoek: een door het college van burgemeester en wethouders goedgekeurd plan van aanpak voor het booronderzoek; e. als sprake is van een (te verwachten) archeologisch monument onderwater: een vlakdekkende hoge resolutie sonaropname van de waterbodem en ultrahoge resolutie sonaropnamen van details.
2. Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. als sprake is van een zichtbaar archeologisch monument: overzichtsfoto’s van de bestaande situatie en plantekeningen van de nieuwe toestand; of b. een rapport waarin de gevolgen van de activiteit voor de archeologische waarden in voldoende mate inzichtelijk zijn gemaakt.
Artikel 4.117 Beoordelingsregels omgevingsvergunning 1. Een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit in of op een archeologisch monument of een te verwachten archeologisch monument wordt alleen verleend als: a. uit het bij de aanvraag gevoegde rapport blijkt dat er op de locatie van de bouwactiviteit geen archeologische waarden aanwezig zijn; b. de archeologische waarde van het archeologisch monument of het te verwachten archeologisch monument naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders niet of niet onevenredig wordt geschaad; of c. de archeologische waarde van het archeologisch monument of het te verwachten archeologisch monument kan worden behouden door aan de omgevingsvergunning voorschriften te verbinden.
2. Bij de beslissing op de aanvraag wordt rekening gehouden met het beginsel van het conserveren en in stand houden van archeologische monumenten, bij voorkeur in situ.
Artikel 4.118 Vergunningvoorschriften (ruimtelijk) bouwen in, aan of op (te verwachten) archeologisch monument Aan een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit in of op een archeologisch monument of een te verwachten archeologisch monument kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg in ieder geval voorschriften worden verbonden, dien inhouden een plicht tot: a. het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in situ kunnen worden behouden; b. het verrichten van opgravingen als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet; https://rx-base.nl/viewer/8a1c7ab5-4877-436a-a6c8-5d0ec736a9d2/main
38/422
19-09-2024, 19:59
Viewer - Main | Rx.Base
c. het laten begeleiden van een activiteit die tot bodemverstoring leidt door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij die voorschriften te stellen kwalificaties; d. het verrichten van een opgraving, daaronder mede begrepen een archeologische begeleiding, op een bepaalde wijze, als die wijze in overeenstemming is met de Erfgoedwet; e. het binnen een bepaalde termijn starten van werkzaamheden; f. het vooraf melden van de start van de werkzaamheden; g. het zo spoedig mogelijk schriftelijk melden van feiten of omstandigheden die van invloed zijn op de uitvoering van werkzaamheden in overeenstemming met de aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften; h. het tijdig voor aanvang van werkzaamheden bekend maken van de aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften aan de opdrachtnemer van de werkzaamheden, onder wie mede begrepen een onderaannemer; en i. het uitvoeren van de werkzaamheden in overeenstemming met de in de omgevingsvergunning genoemde versie van tekeningen of van een programma van eisen.
Subparagraaf 4.2.11.2 Aanlegactiviteiten in of op (te verwachten) archeologisch monument Artikel 4.119 Toepassingsbereik Deze subparagraaf gaat over het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden in of op een archeologisch monument of een te verwachten archeologisch monument op een locatie met de functie-aanduiding te verwachten archeologisch monument met een hoge verwachting.
Artikel 4.120 Doelen De regels in deze subparagraaf zijn gesteld met het oog op het behoud van archeologische monumenten.
Artikel 4.121 Aanwijzing omgevingsvergunningplicht aanlegactiviteiten in of op (te verwachten) archeologisch monument 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning in of op een archeologisch monument of een te verwachten archeologisch monument de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. het afgraven van gronden; b. verlagen van de bodem; c. het graven of anderszins aanbrengen van watergangen en waterpartijen; d. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen; e. het ophogen en egaliseren van gronden.
2. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing als de aanvraag betrekking heeft op een of meer werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden: a. die worden uitgevoerd in het kader van het normale beheer en onderhoud; b. die worden uitgevoerd in het kader van artikel 4.115; c. die uit een oogpunt van bescherming van een archeologisch monument of een te verwachten archeologisch monument niet van ingrijpende betekenis zijn; d. die in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een ter zake deskundige; e. waarmee op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan: 1. is begonnen, voor zover daarvoor tot dat tijdstip geen omgevingsvergunning was vereist; https://rx-base.nl/viewer/8a1c7ab5-4877-436a-a6c8-5d0ec736a9d2/main
39/422
19-09-2024, 19:59
Viewer - Main | Rx.Base
2. is of mag worden begonnen krachtens een verleende omgevingsvergunning.
3. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op een te verwachten archeologisch monument met een hoge verwachting als de aanvraag betrekking heeft op een of meer werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden waarvan de totale oppervlakte kleiner is dan 50 m2of die plaatsvinden op een diepte van niet meer dan 30 cm ten opzichte van het maaiveld.
Artikel 4.122 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning 1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, in of op een archeologisch monument of een te verwachten archeologisch monument de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een omschrijving van de aard van het werk, geen bouwwerk zijnde, of de werkzaamheid, met vermelding van: 1. de omvang in vierkante meters; en 2. de diepte, in centimeters ten opzichte van het maaiveld; b. een topografische kaart voorzien van een noordpijl en ten minste twee coördinatieparen, met de exacte locatie en omvang van de activiteit; c. doorsnedetekeningen met de exacte locatie, omvang en diepte van de afzonderlijke ingrepen ten opzichte van het maaiveld; d. een rapport waarin de archeologische waarde van de locatie naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld, dat is gebaseerd op: 1. een bureauonderzoek; 2. zo nodig een booronderzoek; en 3. zo nodig een proefsleuvenonderzoek of proefputtenonderzoek; e. als sprake is van een opgraving, ook als deze alleen bestaat uit een proefsleuvenonderzoek of een proefputtenonderzoek: een door het college van burgemeester en wethouders goedgekeurd programma van eisen voor de opgraving; en f.
als sprake is van een booronderzoek: een door het college van burgemeester en wethouders goedgekeurd plan van aanpak voor een booronderzoek; en g. als sprake is van een (te verwachten) archeologisch monument onderwater: een vlakdekkende hoge resolutie sonaropname van de waterbodem en ultrahoge resolutie sonaropnamen van details.
2. Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een bestek of werkomschrijving met bijbehorende tekeningen; b. als sprake is van een zichtbaar archeologisch monument: overzichtsfoto’s van de bestaande situatie en plantekeningen van de nieuwe toestand; of c. een rapport waarin de gevolgen van de activiteit voor de archeologische waarden in voldoende mate inzichtelijk zijn gemaakt.
Artikel 4.123 Beoordelingsregels omgevingsvergunning aanlegactiviteiten in of op (te verwachten) archeologisch monument 1. Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, in of op een archeologisch monument of een te verwachten archeologisch monument wordt alleen verleend als: a. uit het bij de aanvraag gevoegde rapport blijkt dat er op de locatie van de uit te voeren werken of werkzaamheden geen archeologische waarden aanwezig zijn; https://rx-base.nl/viewer/8a1c7ab5-4877-436a-a6c8-5d0ec736a9d2/main
40/422
19-09-2024, 19:59
Viewer - Main | Rx.Base
b. de archeologische waarde van het archeologisch monument of het te verwachten archeologisch monument naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders niet of niet onevenredig wordt geschaad; of c. de archeologische waarde van het archeologisch monument of het te verwachten archeologisch monument kan worden behouden door aan de omgevingsvergunning voorschriften te verbinden.
2. Bij de beslissing op de aanvraag wordt rekening gehouden met het beginsel van het conserveren en in stand houden van archeologische monumenten, bij voorkeur in situ.
Artikel 4.124 Vergunningvoorschriften aanlegactiviteiten in of op (te verwachten) archeologisch monument Aan een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, in of op een archeologisch monument of een te verwachten archeologisch monument kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg in ieder geval voorschriften worden verbonden, die inhouden een plicht tot: a. het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in situ kunnen worden behouden; b. het verrichten van opgravingen als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet; c. het laten begeleiden van een activiteit die tot bodemverstoring leidt door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij die voorschriften te stellen kwalificaties; d. het verrichten van een opgraving, daaronder mede begrepen een archeologische begeleiding, op een bepaalde wijze, als die wijze in overeenstemming is met de Erfgoedwet; e. het binnen een bepaalde termijn starten van werkzaamheden; f. het vooraf melden van de start van de werkzaamheden; g. het zo spoedig mogelijk schriftelijk melden van feiten of omstandigheden die van invloed zijn op de uitvoering van werkzaamheden in overeenstemming met de aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften; h.
het tijdig voor aanvang van werkzaamheden bekend maken van de aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften aan de opdrachtnemer van de werkzaamheden, onder wie mede begrepen een onderaannemer; en i. het uitvoeren van de werkzaamheden in overeenstemming met de in de omgevingsvergunning genoemde versie van tekeningen of van een programma van eisen.
Subparagraaf 4.2.11.3 Slopen bouwwerk in of op (te verwachten) archeologisch monument Artikel 4.125 Toepassingsbereik Deze subparagraaf gaat over het slopen van bouwwerken op een locatie met de functie-aanduiding ‘archeologisch monument’ of ‘te verwachten archeologisch monument’.
Artikel 4.126 Doelen De regels in deze subparagraaf zijn gesteld met het oog op het behoud van archeologische monumenten
Artikel 4.127 Omgevingsvergunning slopen van een bouwwerk in of op (te verwachten) archeologisch monument Het is verboden zonder omgevingsvergunning in of op een archeologisch monument of een te verwachten archeologisch monument een bouwwerk te slopen.
https://rx-base.nl/viewer/8a1c7ab5-4877-436a-a6c8-5d0ec736a9d2/main
41/422
19-09-2024, 19:59
Viewer - Main | Rx.Base
Artikel 4.128 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning slopen bouwwerk in of op (te verwachten) archeologisch monument Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk in of op een archeologisch monument of een te verwachten archeologisch monument worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een rapport waarin de archeologische waarde van de bodem onder het te slopen bouwwerk in voldoende mate is vastgesteld; en b. voor zover deze beschikbaar zijn: bestaande funderingstekeningen.
Artikel 4.129 Beoordelingsregels omgevingsvergunning slopen bouwwerk in of op (te verwachten) archeologisch monument 1. Een omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk in of op een archeologisch monument of een te verwachten archeologisch monument wordt alleen verleend als uit het bij de aanvraag gevoegde rapport blijkt dat: a. er op de locatie van het te slopen bouwwerk geen archeologische waarden aanwezig of te verwachten zijn; b. de archeologische waarde van het archeologisch monument of het te verwachten archeologisch monument naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet of niet onevenredig wordt geschaad; of c. de archeologische waarde van het archeologisch monument of het te verwachten archeologisch monument kan worden behouden door aan de omgevingsvergunning voorschriften te verbinden.
2. Bij de beslissing op de aanvraag wordt rekening gehouden met het beginsel van het conserveren en in stand houden van archeologische monumenten, bij voorkeur in situ.
Artikel 4.130 Vergunningvoorschriften slopen bouwwerk in of op (te verwachten) archeologisch monument 1. Aan een omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk in of op een archeologisch monument of een te verwachten archeologisch monument kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg in ieder geval voorschriften worden verbonden, die inhouden een plicht tot: a. het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in situ kunnen worden behouden; b. het verrichten van opgravingen als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet; c. het laten begeleiden van een activiteit die tot bodemverstoring leidt door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij die voorschriften te stellen kwalificaties; d. het verrichten van een opgraving, daaronder mede begrepen een archeologische begeleiding, op een bepaalde wijze, als die wijze in overeenstemming is met de Erfgoedwet; e. het binnen een bepaalde termijn starten van werkzaamheden; f. het vooraf melden van de start van de werkzaamheden; g. het zo spoedig mogelijk schriftelijk melden van feiten of omstandigheden die van invloed zijn op de uitvoering van werkzaamheden in overeenstemming met de aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften; h.
het tijdig voor aanvang van werkzaamheden bekend maken van de aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften aan de opdrachtnemer van de werkzaamheden, onder wie mede begrepen een onderaannemer; en https://rx-base.nl/viewer/8a1c7ab5-4877-436a-a6c8-5d0ec736a9d2/main
42/422
19-09-2024, 19:59
Viewer - Main | Rx.Base
i. het uitvoeren van de werkzaamheden in overeenstemming met de in de omgevingsvergunning genoemde versie van tekeningen of van een programma van eisen.
2. De voorschriften als bedoeld in het eerste lid, onder a, kunnen worden gesteld over de wijze van slopen. Paragraaf 4.2.12 Belemmeringengebieden Subparagraaf 4.2.12.1 Belemmeringengebied gasleiding - omgevingsvergunningplicht Artikel 4.131 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op alle activiteiten binnen buisleiding gevaarlijke stoffen gasleiding ten behoeve van een ondergrondse gasleiding met een diameter van 16 inch en een druk van ten hoogste 40 bar.
Artikel 4.132 Aanwijzing omgevingsvergunningplicht 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning in het buisleiding gevaarlijke stoffen - gasleiding de volgende activiteiten te verrichten: a. het aanleggen en verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het uitvoeren van graafwerkzaamheden anders dan normaal spit- en ploegwerk; c. het indrijven van voorwerpen in de grond; d. het verlagen van bodem en afgraven, ophogen en egaliseren van gronden.
2. De omgevingsvergunningplicht in het eerste geldt niet voor het uitvoeren van de volgende werken en werkzaamheden: a. werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud; b. werken en werkzaamheden, waarmee is of mag worden begonnen ten tijde van het onherroepelijk worden van het plan.
Artikel 4.133 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning In aanvulling op de wettelijk geldende aanvraagvereisten bevat een aanvraag omgevingsvergunning voor een activiteit, zoals genoemd in artikel 4.131, een advies van de leidingbeheerder voor de aangevraagde activiteit.
Artikel 4.134 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning voor een activiteit zoals genoemd in artikel 4.131 wordt uitsluitend verleend indien het belang van de gasleiding door het uitvoeren van de activiteit niet onevenredig wordt geschaad. Alvorens een omgevingsvergunning te verlenen wordt hierover advies ingewonnen bij de beheerder van de gasleiding.
Artikel 4.135 Verboden activiteiten binnen belemmeringengebied gasleiding Binnen de buisleiding gevaarlijke stoffen - gasleiding zijn verboden: a. kwetsbare gebouwen, tenzij die een functionele binding hebben met de gasleiding; en b. zeer kwetsbare gebouwen.
Subparagraaf 4.2.12.2 Belemmeringengebied brandstofleiding Artikel 4.136 Toepassingsbereik https://rx-base.nl/viewer/8a1c7ab5-4877-436a-a6c8-5d0ec736a9d2/main
43/422
19-09-2024, 19:59
Viewer - Main | Rx.Base
Deze subparagraaf is van toepassing op alle activiteiten binnen buisleiding gevaarlijke stoffen brandstofleiding ten behoeve van de brandstofleiding.
Artikel 4.137 Aanwijzing omgevingsvergunningplicht 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning in het buisleiding gevaarlijke stoffen - brandstofleiding de volgende activiteiten te verrichten: a. het aanleggen en verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het uitvoeren van graafwerkzaamheden anders dan normaal spit- en ploegwerk; c. het indrijven van voorwerpen in de grond; d. het verlagen van bodem en afgraven, ophogen en egaliseren van gronden.
2. De omgevingsvergunningplicht in het eerste geldt niet voor het uitvoeren van de volgende werken en werkzaamheden: a. werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud; b. werken en werkzaamheden, waarmee is of mag worden begonnen ten tijde van het onherroepelijk worden van het plan.
Artikel 4.138 Bijzondere aanvraagvereisten In aanvulling op de wettelijk geldende aanvraagvereisten bevat een aanvraag omgevingsvergunning voor een activiteit, zoals genoemd in artikel 4.131, een advies van de leidingbeheerder voor de aangevraagde activiteit.
Artikel 4.139 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning voor een activiteit zoals genoemd in artikel 4.136 wordt uitsluitend verleend indien het belang van de brandstofleiding door het uitvoeren van de activiteit niet onevenredig wordt geschaad. Alvorens een omgevingsvergunning te verlenen wordt hierover advies ingewonnen bij de beheerder van de gasleiding.
Artikel 4.140 Verboden activiteiten binnen belemmeringengebied brandstofleiding Binnen de buisleiding gevaarlijke stoffen - brandstofleiding zijn verboden: a. kwetsbare gebouwen, tenzij die een functionele binding hebben met de brandstofleiding; en b. zeer kwetsbare gebouwen.
Subparagraaf 4.2.12.3 Belemmeringengebied watertransportleiding - omgevingsvergunningplicht Artikel 4.141 Toepassingsbereik Het is toegestaan de locatie buisleiding - watertransportleiding te gebruiken voor een ondergrondse watertransportleiding.
Artikel 4.142 Aanwijzing omgevingsvergunningplicht 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning in het buisleiding - watertransportleiding de volgende activiteiten te verrichten: a. het aanleggen en verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; https://rx-base.nl/viewer/8a1c7ab5-4877-436a-a6c8-5d0ec736a9d2/main
44/422
19-09-2024, 19:59
Viewer - Main | Rx.Base
b. het uitvoeren van graafwerkzaamheden anders dan normaal spit- en ploegwerk; c. het indrijven van voorwerpen in de grond; d. het verlagen van bodem en afgraven, ophogen en egaliseren van gronden.
2. De omgevingsvergunningplicht in het eerste geldt niet voor het uitvoeren van de volgende werken en werkzaamheden: a. werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud; b. werken en werkzaamheden, waarmee is of mag worden begonnen ten tijde van het onherroepelijk worden van het plan.
Artikel 4.143 Bijzondere aanvraagvereisten In aanvulling op de wettelijk geldende aanvraagvereisten bevat een aanvraag omgevingsvergunning voor een activiteit, zoals genoemd in artikel 4.142, eerste lid, een advies van de leidingbeheerder voor de aangevraagde activiteit.
Artikel 4.144 Beoordeling omgevingsvergunning De omgevingsvergunning voor een activiteit zoals genoemd in artikel 4.142, eerste lid wordt uitsluitend verleend indien het belang van de drinkwatertransportleiding door het uitvoeren van de activiteit niet onevenredig wordt geschaad.
Paragraaf 4.2.13 Bodemgevoelig gebouw bouwen Artikel 4.145 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie.
Artikel 4.146 Doelen De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van de gezondheid; en b. het voorzien in voldoende woonruimte.
Artikel 4.147 Waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem 1. De waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie zijn de interventiewaarden bodemkwaliteit, bedoeld in bijlage IIa bij het Besluit activiteiten leefomgeving.