CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerpomgevingsplan Tolhek

Raad Besluitvorming 19 september 2024, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: 152509941.403 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

19-09-2024, 19:59

Viewer - Main | Rx.Base

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1.1 Begripsbepalingen Bijlage I bij dit omgevingsplan bevat begripsbepalingen voor de toepassing van hoofdstuk 2 tot en met 11 van dit (definitieve) omgevingsplan.

Artikel 1.2 Aanvullende begripsbepalingen 1. Begripsbepalingen die, op de dag van de inwerkingtreding van de Omgevingswet, zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet󰏌 en in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving󰏌, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving󰏌, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving󰏌, bijlage I bij het Omgevingsbesluit󰏌 en bijlage I bij de Omgevingsregeling󰏌, zijn van toepassing op hoofdstuk 22 van dit omgevingsplan.

2. Bijlage II bij dit omgevingsplan bevat begripsbepalingen voor de toepassing van hoofdstuk 22 van dit (tijdelijke) omgevingsplan.

Hoofdstuk 2 Doelen Afdeling 2.1 Algemene doelen omgevingsplan Artikel 2.1 Algemene doelen omgevingsplan Dit omgevingsplan is, met het oog op de doelen van artikel 1.3 van de Omgevingswet󰏌, gericht op: a. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; b. het beschermen van een goed woon- en leefklimaat; c. het waarborgen van de veiligheid; d. het beschermen van de gezondheid; e. het beschermen van het milieu; f. het duurzaam veiligstellen van de openbare drinkwatervoorziening; g. het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; h. het behoud van cultureel erfgoed; i. het waarborgen van een goede kwaliteit van bouwwerken; j. het behoeden van de staat en werking van infrastructuur voor nadelige gevolgen van activiteiten; k. het beheren van infrastructuur; l. het beheren van watersystemen; m. het gebruiken van bouwwerken; n. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen; o. het bieden van voldoende fysieke en milieuruimte voor milieubelastende bedrijven en andere activiteiten, anders dan woonactiviteiten; p. het realiseren van een hoge architectonische kwaliteit van het openbaar gebied en van bebouwing.

Afdeling 2.2 Specifieke doelen omgevingsplan Artikel 2.2 Doelen rustige woonwijk In aanvulling op artikel 2.1 gelden voor een rustige woonwijk de volgende specifieke doelen: https://rx-base.nl/viewer/8a1c7ab5-4877-436a-a6c8-5d0ec736a9d2/main

1/422

19-09-2024, 19:59

Viewer - Main | Rx.Base

a. het behouden van een hoogwaardig woonmilieu; b. het in stand houden van voldoende woonruimte; c. het behouden van een gedifferentieerde woningvoorraad; d. het behouden van een akoestisch aanvaardbaar woongebied; e. het behouden van een woongebied met een aanvaardbaar geurniveau; f. het behouden van een fietsvriendelijk woongebied; g. het behouden van een speel- en beweegvriendelijk woongebied; h. het selectief verdichten met passende woningbouw; i. het behouden en waar mogelijk versterken van de verbindingen met het buitengebied; j. kansen benutten om de kwaliteit van de openbare ruimte te versterken; k. een multifunctionele openbare ruimte met aandacht voor ontmoeting; l. een sterke regionale verbinding met duurzame vervoerswijzen; m. een gezonde en veilige leefomgeving.

Hoofdstuk 3 Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving Afdeling 3.1 Algemene bepalingen Artikel 3.1 Toepassingsbereik Hoofdstuk 3 is alleen van toepassing binnen de locatie woonwijk Tolhek.

Afdeling 3.2 Thema's Paragraaf 3.2.1 (Bouw)werken Artikel 3.2 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over activiteiten met betrekking tot bouwwerken en andere werken.

Artikel 3.3 Doelen Voor activiteiten met betrekking tot bouwwerken en andere werken gelden de volgende doelen: a. het beschermen van stedenbouwkundige en landschappelijke waarden; b. het beschermen van cultuurhistorische waarden; c. het beschermen van de gezondheid; d. het beschermen van de architectonische kwaliteit van bouwwerken.

Artikel 3.4 Bouwen van een hoofdgebouw Met het oog op de doelen in artikel 3.3 wordt bij het bouwen van een hoofdgebouw voldaan aan: a. paragraaf 4.2.1 bouwen - algemeen; b. paragraaf 4.2.2 het uiterlijk en plaatsing van bouwwerken; c. paragraaf 4.2.3 bouwen van een hoofdgebouw.

Artikel 3.5 Bouwen van een gebouw Met het oog op de doelen in artikel 3.3 wordt bij het bouwen van een gebouw voldaan aan: a. paragraaf 4.2.1 bouwen - algemeen; b. paragraaf 4.2.2 het uiterlijk en plaatsing van bouwwerken; c. paragraaf 4.2.4 bouwen van een gebouw.

Artikel 3.6 Bouwen van een bijbehorend bouwwerk https://rx-base.nl/viewer/8a1c7ab5-4877-436a-a6c8-5d0ec736a9d2/main

2/422

19-09-2024, 19:59

Viewer - Main | Rx.Base

Met het oog op de doelen in artikel 3.3 wordt bij het bouwen van een bijbehorend bouwwerk voldaan aan: a. paragraaf 4.2.1 bouwen - algemeen; b. paragraaf 4.2.2 het uiterlijk en plaatsing van bouwwerken; c. paragraaf 4.2.5 bouwen van een bijbehorend bouwwerk.

Artikel 3.7 Bouwen van een ander bouwwerk, geen gebouw zijnde Met het oog op de doelen in artikel 3.3 wordt bij het bouwen van een ander bouwwerk, geen gebouw zijnde voldaan aan: a. paragraaf 4.2.1 bouwen - algemeen; b. paragraaf 4.2.2 het uiterlijk en plaatsing van bouwwerken; c. paragraaf 4.2.6 bouwen van een ander bouwwerk, geen gebouw zijnde.

Artikel 3.8 Bouwen van overige bouwwerken Met het oog op de doelen in artikel 3.3 wordt bij het bouwen van een ander bouwwerk, geen gebouw zijnde voldaan aan: a. paragraaf 4.2.1 bouwen - algemeen; b. paragraaf 4.2.2 het uiterlijk en plaatsing van bouwwerken; c. paragraaf 4.2.7 bouwen van overige bouwwerken.

Artikel 3.9 Bouwwerken slopen Met het oog op de doelen in artikel 3.3, wordt bij het slopen van bouwwerken voldaan aan paragraaf 4.2.8.

Artikel 3.10 Erven en terreinen gebruiken Met het oog op de doelen in artikel 3.3, wordt bij het gebruik van open erven en terreinen voldaan aan paragraaf 4.2.9.

Paragraaf 3.2.2 Infrastructuur en openbaar toegankelijk gebied Artikel 3.11 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over activiteiten met betrekking tot infrastructuur en openbaar toegankelijk gebied.

Artikel 3.12 Doelen Voor activiteiten met betrekking tot infrastructuur en openbaar toegankelijk gebied gelden de volgende doelen: a. het waarborgen van de veiligheid; b. het beschermen van de gezondheid; c. het behoeden van de staat en werking van infrastructuur voor nadelige gevolgen van activiteiten; d. het beheren van infrastructuur; e. het beheren van watersystemen; f. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen; g. het bevorderen van een aantrekkelijke en bereikbare stad; h. het behouden een adequaat verkeers- en vervoersniveau; i. het realiseren en in stand houden van voldoende parkeergelegenheid; en j. het bevorderen van een hoge kwaliteit van het openbaar gebied.

Artikel 3.13 Insluiten activiteiten https://rx-base.nl/viewer/8a1c7ab5-4877-436a-a6c8-5d0ec736a9d2/main

3/422

19-09-2024, 19:59

Viewer - Main | Rx.Base

Met het oog op de doelen in artikel 3.3 wordt bij infrastructuuractiviteiten aan: a. Paragraaf 4.2.1 bouwen - algemeen; b. Paragraaf 4.2.6 - bouwen van een ander bouwwerk, geen gebouw zijde; c. Paragraaf 4.2.7 - bouwen van overige (andere) bouwwerken; d. Paragraaf 4.2.9 - gebruik van open erven en terreinen; e. Paragraaf 4.3.6 - aanleggen of wijziging van wegen of spoorwegen; f. Hoofdstuk 5 - milieubelastende activiteiten.

Paragraaf 3.2.3 Cultureel erfgoed Subparagraaf 3.2.3.1 Algemeen Artikel 3.14 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed.

Artikel 3.15 Doelen Voor activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed gelden de volgende doelen: a. het behoud van cultureel erfgoed.

Subparagraaf 3.2.3.2 Gebouwde en aangelegde gemeentelijke monumenten Artikel 3.16 Aanwijzing monument als gemeentelijk monument Een monument, opgenomen in bijlage III Gemeentelijke monumenten (monument), op een locatie met de functie-aanduiding gemeentelijk monument is aangewezen als gemeentelijk monument.

Artikel 3.17 Regels voor gemeentelijke monumentenactiviteiten en andere activiteiten die gemeentelijke monumenten betreffen, voor zover het gaat om een monument Op het verrichten van een gemeentelijke monumentenactiviteit of andere activiteiten die een gemeentelijk monument betreffen, zijn voor zover het gaat om een monument de volgende regels van toepassing: a. Paragraaf 4.2.10 - gemeentelijke monumentenactiviteiten en andere activiteiten die gemeentelijke monumenten betreffen, voor zover het gaat om een monument; b. Artikel 8.4 - advies gemeentelijke monumentenactiviteit.

Subparagraaf 3.2.3.3 (Te verwachten) archeologische monumenten Artikel 3.18 Aanwijzing (te verwachten) archeologische monumenten 1. De te verwachten archeologische monumenten op een locatie met de functie-aanduiding te verwachten archeologisch monument met een hoge verwachting zijn aangewezen als te verwachten archeologisch monument met een hoge verwachting.

Artikel 3.19 Regels (ruimtelijk) bouwen in of op (te verwachten) archeologisch monument Op het verrichten van een bouwactiviteit in of op een archeologisch monument of te verwachten archeologisch monument zijn de volgende regels van toepassing: a. Paragraaf 4.2.11.1 - ruimtelijk bouwen in of op (te verwachten) archeologisch monument; b. artikel 8.2 - betrokkenheid archeologisch deskundige bij beoordeling aanvraag voor activiteiten met betrekking tot archeologisch monument of te verwachten archeologisch monument

Artikel 3.20 Regels aanlegactiviteiten in of op (te verwachten) archeologisch monument https://rx-base.nl/viewer/8a1c7ab5-4877-436a-a6c8-5d0ec736a9d2/main

4/422

19-09-2024, 19:59

Viewer - Main | Rx.Base

Op het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden, in of op een archeologisch monument of te verwachten archeologisch monument zijn de volgende regels van toepassing: a. Paragraaf 4.2.11.2 - aanlegactiviteiten in of op (te verwachten) archeologisch monument; b. Artikel 8.2 - betrokkenheid archeologisch deskundige bij beoordeling aanvraag voor activiteiten met betrekking tot archeologisch monument of te verwachten archeologisch monument.

Artikel 3.21 Regels slopen bouwwerk in of op (te verwachten) archeologisch monument Op het slopen van een bouwwerk in of op een archeologisch monument of te verwachten archeologisch monument zijn de volgende regels van toepassing: a. Paragraaf 4.2.11.3 - slopen bouwwerk in of op (te verwachten) archeologisch monument; b. Artikel 8.2 - betrokkenheid archeologisch deskundige bij beoordeling aanvraag voor activiteiten met betrekking tot archeologisch monument of te verwachten archeologisch monument.

Paragraaf 3.2.4 Belemmeringengebieden Subparagraaf 3.2.4.1 Algemeen Artikel 3.22 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het verrichten van activiteiten in belemmeringengebieden

Artikel 3.23 Doelen De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op de bescherming van in de grond aanwezige leidingen en ondersteunende werken.

Subparagraaf 3.2.4.2 Belemmeringengebied gasleiding Artikel 3.24 Aanwijzing De geometrische begrenzing van de gasleiding is opgenomen in het geometrische informatieobject buisleiding gevaarlijke stoffen - gasleiding in bijlage IV bij dit omgevingsplan.

Artikel 3.25 Doelen De regels in deze subparagraaf zijn gesteld met het oog op de bescherming van in de grond aanwezige gasleidingen en ondersteunende werken.

Artikel 3.26 Insluiten activiteiten Op het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden, in of op een buisleiding gevaarlijke stoffen - gasleiding zijn ten behoeve van de buisleiding alleen de volgende regels van toepassing: a. Paragraaf 4.2.1 - bouwen algemeen; b. Paragraaf 4.2.5 - bijbehorend bouwwerk; c. Paragraaf 4.2.6 - bouwen van een ander bouwwerk, geen gebouw zijnde; d. Paragraaf 4.2.7 - bouwen van overige (andere) bouwwerken; en e. Subparagraaf 4.2.12.1 - belemmeringengebied gasleiding - omgevingsvergunningplicht.

Subparagraaf 3.2.4.3 Belemmeringengebied brandstofleiding Artikel 3.27 Aanwijzing

https://rx-base.nl/viewer/8a1c7ab5-4877-436a-a6c8-5d0ec736a9d2/main

5/422

19-09-2024, 19:59

Viewer - Main | Rx.Base

De geometrische begrenzing van de gasleiding is opgenomen in het geometrische informatieobject buisleiding gevaarlijke stoffen - brandstofleiding in bijlage IV bij dit omgevingsplan.

Artikel 3.28 Doelen De regels in deze subparagraaf zijn gesteld met het oog op de bescherming van in de grond aanwezige brandstofleidingen en ondersteunende werken.

Artikel 3.29 Insluiten acitiviteiten Op het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden, in of op een buisleiding gevaarlijke stoffen - brandstofleiding zijn ten behoeve van de buisleiding de volgende regels van toepassing: a. Paragraaf 4.2.1 - bouwen algemeen; b. Paragraaf 3.6 - bijbehorend bouwwerk; c. Paragraaf 4.2.6 - bouwen van een ander bouwwerk, geen gebouw zijnde; d. Paragraaf 4.2.7 - bouwen van overige (andere) bouwwerken; en e. Subparagraaf 4.2.12.2 - belemmeringengebied brandstofleiding - omgevingsvergunningplicht.

Subparagraaf 3.2.4.4 Belemmeringengebied watertransportleiding Artikel 3.30 Aanwijzing De geometrische begrenzing van de drinkwatertransportleiding is opgenomen in het geometrische informatieobject buisleiding - watertransportleiding in bijlage IV bij dit omgevingsplan.

Artikel 3.31 Doelen De regels in deze subparagraaf zijn gesteld met het oog op de bescherming van in de grond aanwezige drinkwatertransportleiding.

Artikel 3.32 Insluiten activiteiten Op het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden, in of op een buisleiding watertransportleiding zijn ten behoeve van de buisleiding de volgende regels van toepassing: a. Paragraaf 4.2.1 - bouwen algemeen; b. Paragraaf 4.2.6 - bouwen van een ander bouwwerk, geen gebouw zijnde; c. Paragraaf 4.2.7 - bouwen van overige (andere) bouwwerken; en d. Paragraaf 4.2.12.3 - belemmeringengebied watertransportleiding - omgevingsvergunningplicht

Afdeling 3.3 Gebiedstypen Paragraaf 3.3.1 Algemeen Artikel 3.33 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over de volgende activiteiten met gebruiksruimte: a. horeca-activiteiten, zoals bedoeld in artikel 3.36; b. infrastructuuractiviteiten, zoals bedoeld in artikel 3.37; c. maatschappelijke activiteiten, zoals bedoeld in artikel 3.38; d. wateractiviteiten, zoals bedoeld in artikel 3.39; en e. woonactiviteiten, zoals bedoeld in artikel 3.40.

Paragraaf 3.3.2 Woongebied https://rx-base.nl/viewer/8a1c7ab5-4877-436a-a6c8-5d0ec736a9d2/main

6/422

19-09-2024, 19:59

Viewer - Main | Rx.Base

Artikel 3.34 Aanwijzing De geometrische begrenzing van woongebied is opgenomen in het geometrische informatieobject wonen in bijlage IV bij dit omgevingsplan.

Artikel 3.35 Insluiten activiteiten Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden binnen het woongebied, voor zover het gaat om activiteiten met gebruiksruimte als bedoeld in artikel 3.33, alleen de volgende activiteiten verricht: a. horeca-activiteiten; b. infrastructuuractiviteiten; c. maatschappelijke activiteiten; d. wateractiviteiten; en e. woonactiviteiten.

Artikel 3.36 Horeca-activiteiten 1. De geometrische begrenzing van horeca-activiteiten is opgenomen in het geometrische informatieobject horeca in bijlage IV bij dit omgevingsplan.

2. Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden binnen horeca, voor zover het gaat om activiteiten met gebruiksruimte, alleen de volgende activiteiten verricht: a. Paragraaf 4.2.1 - bouwen algemeen; b. Paragraaf 4.2.4 - bouwen van een gebouw; c. Paragraaf 4.2.6 - bouwen van een ander bouwwerk, geen gebouw zijnde; d. Paragraaf 4.3.2 - horeca-activiteit verrichten; en e. Hoofdstuk 5 - milieubelastende activiteiten.

Artikel 3.37 Infrastructuuractiviteiten 1. De geometrische begrenzing van infrastructurele-activiteiten is opgenomen in het geometrische informatieobject infrastructuur in bijlage IV bij dit omgevingsplan.

2. Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden binnen infrastructuur, voor zover het gaat om activiteiten met gebruiksruimte, alleen de volgende activiteiten verricht: a. Paragraaf 4.2.1 - bouwen algemeen; b. Paragraaf 4.2.6 - bouwen van een ander bouwwerk, geen gebouw zijnde; c. Paragraaf 4.2.7 - bouwen van overige (andere) bouwwerken; d. Paragraaf 4.2.9 - gebruik van open erven en terreinen; e. Paragraaf 4.3.6 - aanleggen of wijziging van wegen of wegen of spoorwegen f. Hoofdstuk 5 - milieubelastende activiteiten.

Artikel 3.38 Maatschappelijke activiteiten 1. De geometrische begrenzing van maatschappelijke activiteiten is opgenomen in het geometrische informatieobject maatschappelijk in bijlage IV bij dit omgevingsplan.

2. Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden binnen maatschappelijk, voor zover het gaat om activiteiten met gebruiksruimte, alleen de volgende activiteiten verricht: https://rx-base.nl/viewer/8a1c7ab5-4877-436a-a6c8-5d0ec736a9d2/main

7/422

19-09-2024, 19:59

Viewer - Main | Rx.Base

a. Paragraaf 4.2.1 - bouwen algemeen; b. Paragraaf 4.2.4 - bouwen van een gebouw; c. Paragraaf 4.2.6 - bouwen van een ander bouwwerk, geen gebouw zijnde; d. Paragraaf 4.3.3 - maatschappelijke activiteiten verrichten; en e. Hoofdstuk 5 - milieubelastende activiteiten.

Artikel 3.39 Wateractiviteiten 1. De geometrische begrenzing van water is opgenomen in het geometrische informatieobject water in bijlage IV bij dit omgevingsplan.

2. Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden binnen water, voor zover het gaat om activiteiten met gebruiksruimte, alleen de volgende activiteiten verricht: a. Paragraaf 4.2.7 - bouwen van overige (andere) bouwwerken; b. Paragraaf 4.3.4 - water; en c. Hoofdstuk 5 - milieubelastende activiteiten

Artikel 3.40 Woonactiviteiten 1. De geometrische begrenzing van woonactiviteiten is opgenomen in het geometrische informatieobject wonen in bijlage IV bij dit omgevingsplan.

2. Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden binnen wonen, voor zover het gaat om activiteiten met gebruiksruimte, alleen de volgende activiteiten verricht: a. Paragraaf 4.2.1 - bouwen algemeen; b. Paragraaf 4.2.3 - bouwen van een hoofdgebouw; c. Paragraaf 4.2.5 - bouwen van een bijbehorend bouwwerk; d. Paragraaf 4.2.6 - bouwen van een ander bouwwerk, geen bouwwerk zijnde; e. Paragraaf 4.2.7 - bouwen van overige (andere) bouwwerken; f. Paragraaf 4.3.5 - woonactiviteiten; en g. Hoofdstuk 5 - milieubelastende activiteiten

Hoofdstuk 4 Activiteiten Afdeling 4.1 Algemene bepalingen Artikel 4.1 Toepassingsbereik 1. Hoofdstuk 4 is alleen van toepassing binnen de locatie woonwijk Tolhek. 2. Deze afdeling is van toepassing op alle activiteiten genoemd in dit hoofdstuk. Artikel 4.2 Normadressaat Aan dit hoofdstuk moet worden voldaan door degene die de activiteit verricht, tenzij anders is bepaald. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.

Artikel 4.3 Maatwerkvoorschriften of vergunningvoorschriften Het college van burgemeester en wethouders kan bij een omgevingsplanactiviteit maatwerkvoorschriften stellen of vergunningvoorschriften verbinden aan een omgevingsvergunning, waarvoor de volgende https://rx-base.nl/viewer/8a1c7ab5-4877-436a-a6c8-5d0ec736a9d2/main

8/422

19-09-2024, 19:59

Viewer - Main | Rx.Base

voorwaarden gelden: a. aan een algemene bepaling, algemene regel of zorgplicht genoemd in hoofdstuk 4 en hoofdstuk 5 kan een maatwerkvoorschrift worden verbonden, waarbij in artikelen soms specifiek is aangegeven ten aanzien van welke onderwerpen maatwerkvoorschriften kunnen worden gesteld en/of welke instanties daarbij om advies moeten worden gevraagd; b. daarnaast kan aan een omgevingsvergunning een voorschrift worden verbonden; c. met een maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift kan worden afgeweken van de regels over activiteiten genoemd in hoofdstuk 4 en hoofdstuk 5 in dit omgevingsplan, waarbij een maatwerkvoorschrift niet wordt gesteld als over dat onderwerp al een voorschrift aan een omgevingsvergunning kan worden verbonden; d. bij het stellen van een maatwerkvoorschrift worden, indien aanwezig, de doelen, met het oog waarop de regels zijn gesteld, in acht genomen; e. maatwerkvoorschriften en vergunningvoorschriften kunnen alleen worden gesteld voor zover deze niet zijn uitgesloten in het Besluit activiteiten leefomgeving, het besluit kwaliteit leefomgeving en het besluit bouwwerken leefomgeving. Op het stellen van een maatwerkvoorschrift over een milieubelastende activiteit zijn de instructieregels in paragraaf 5.1.4 en artikel 5.165 van het Besluit kwaliteit leefomgeving󰏌 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 4.4 Specifieke zorgplicht Degene die een activiteit verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen, bedoeld in artikel 2.1 is verplicht: a. alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteiten achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.

Artikel 4.5 Algemene indieningsvereisten bij een melding Een melding wordt ondertekend en bevat tenminste: a. een beschrijving van de activiteit; en b. de naam en het adres van degene die de activiteit verricht; en c. het telefoonnummer en e-mailadres van degenen die de melding doet; en d. als de melding wordt ingediend door een gemachtigde: naam, adres, telefoonnummer en woonplaats van de gemachtigde; en e. als de melding wordt ingediend namens een onderneming: nummer van Kamer van Koophandel; en f. het adres, kadastrale aanduiding, of coördinaten waarop de activiteit wordt verricht; en g. de dagtekening. Bij een (voorgenomen) wijziging van de naam of het adres moeten de gewijzigde gegevens zijn verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders. Daarnaast moeten tenminste vier weken voordat de activiteit door een ander zal worden verricht, de gewijzigde gegevens verstrekt zijn aan het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 4.6 Algemene indieningsvereisten bij een informatieplicht Informatie die wordt verzonden in het kader van een informatieplicht wordt ondertekend en bevat tenminste: https://rx-base.nl/viewer/8a1c7ab5-4877-436a-a6c8-5d0ec736a9d2/main

9/422

19-09-2024, 19:59

Viewer - Main | Rx.Base

a. de aanduiding van de activiteit; en b. de naam en het adres van degene die de activiteit verricht; en c. het telefoonnummer en e-mailadres van degenen die de informatie geeft; en d. als de informatie wordt gegeven door een gemachtigde: naam, adres, telefoonnummer en woonplaats van de gemachtigde; en e. het adres waarop de activiteit wordt verricht; en f. de dagtekening. Bij een (voorgenomen) wijziging van de naam of het adres moeten de gewijzigde gegevens zijn verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders. Daarnaast moeten tenminste vier weken voordat de activiteit door een ander zal worden verricht, de gewijzigde gegevens verstrekt zijn aan het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 4.7 Algemene indieningsvereisten bij een omgevingsvergunning Een aanvraag omgevingsvergunning bevat, naast de wettelijke aanvraagvereisten: a. de aanduiding van de activiteit; en b. de naam en het adres van degene die de activiteit verricht; en c. het adres waarop de activiteit wordt verricht; en d. de dagtekening; e. tekeningen, waarbij de volgende eisen gelden: 1. Tekeningen worden verstrekt met een duidelijke maatvoering en schaalaanduiding; en 2. Een tekening heeft een schaal die niet kleiner is dan: i. 1:1000, als het gaat om een situatietekening; of ii. 1:100, als het gaat om een geveltekening, plattegrond of doorsnede van een bouwwerk met een bruto vloeroppervlakte van minder dan 10.000 m2; of iii. 1:200, als het gaat om een geveltekening, plattegrond of doorsnede van een bouwwerk met een bruto vloeroppervlakte van 10.000 m2 of groter; en 3. Een detailtekening heeft schaal van 1:5, 1:10 of 1:20; en 4. De situatietekening heeft een noordpijl waaruit de oriëntatie van het bouwwerk blijkt op het perceel en ten opzichte van de omgeving; en 5. Indien in de bijzondere aanvraagvereisten een schaal is aangegeven, dan heeft die schaal voorrang op de hierboven genoemde schalen. Bij een (voorgenomen) wijziging van de naam of het adres moeten de gewijzigde gegevens zijn verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

Daarnaast moeten tenminste vier weken voordat de activiteit door een ander zal worden verricht, de gewijzigde gegevens verstrekt zijn aan het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 4.8 Gegevens en documenten op verzoek van het college van burgemeester en wethouders Op verzoek van het college van burgemeester en wethouders worden de gegevens en documenten verstrekt: a. voor zover degene die de activiteit verricht hier redelijkerwijs beschikking over kan krijgen; b. die nodig zijn om te bezien of de algemene regels in dit omgevingsplan en maatwerkvoorschriften op grond van dit omgevingsplan voor de activiteit toereikend zijn gezien de ontwikkelingen van de technische mogelijkheden tot het beschermen van het milieu en de ontwikkelingen met betrekking tot de kwaliteit van het milieu.

Artikel 4.9 Gelijkwaardige maatregelen https://rx-base.nl/viewer/8a1c7ab5-4877-436a-a6c8-5d0ec736a9d2/main

10/422

19-09-2024, 19:59

Viewer - Main | Rx.Base

Daar waar binnen dit omgevingsplan sprake is van voorgeschreven maatregelen binnen de algemene regels, is het voor een initiatiefnemer mogelijk om in plaats van de voorgeschreven maatregel een gelijkwaardige maatregel te treffen, mits de gelijkwaardige maatregel tenminste hetzelfde resultaat bereikt als in de regel is beoogd en de volgende procedure wordt gevolgd: a. voor het treffen van een gelijkwaardige maatregel is van tevoren toestemming vereist van het college van burgemeester en wethouders; b. bij een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen moeten de volgende gegevens en bescheiden worden verstrekt: 1. een beschrijving van de activiteit en het onderwerp waarvoor de toestemming wordt aangevraagd; 2. gegevens waaruit blijkt dat met de gelijkwaardige maatregel ten minste hetzelfde resultaat wordt bereikt als met de voorgeschreven maatregel is beoogd; 3. het telefoonnummer van de initiatiefnemer; 4. het adres; 5. de kadastrale aanduiding of coördinaten van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; 6. een aanduiding van de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; 7. als de aanvraag wordt ingediend door een gemachtigde: naam, adres, telefoonnummer en woonplaats van de gemachtigde; en 8. als de aanvraag elektronisch wordt ingediend: het e-mailadres van de initiatiefnemer of de gemachtigde; c.

het college beslist binnen 8 weken over het verlenen van toestemming voor het treffen van de gelijkwaardige maatregel.

Artikel 4.10 Algemene inherente afwijking Het college van burgemeester en wethouders kan een omgevingsvergunning verlenen voor een activiteit waarvoor op grond van de toepasselijke beoordelingsregels in dit omgevingsplan geen omgevingsvergunning kan worden verleend én voor een activiteit die niet overeenkomstig de algemene regels van dit omgevingsplan kan worden uitgevoerd, onder de volgende voorwaarden: a. de activiteit mag geen onevenredige negatieve gevolgen veroorzaken voor één of meer belanghebbenden in verhouding tot de gevolgen die zouden ontstaan bij het toepassen van de algemene regels of beoordelingsregels; en b. de activiteit past aantoonbaar binnen: 1. de oogmerken van de algemene regel of de beoordelingsregel; of 2. de bredere doelen van het omgevingsplan, ondanks strijd met de oogmerken waartoe de beoordelingsregels of de algemene regels zijn opgesteld; en c. er zijn aantoonbaar geen alternatieven voor handen, waarvoor niet of in mindere mare van de oorspronkelijke regels hoeft te worden afgeweken.

Artikel 4.11 Verbod op gebruik bouwwerk bij bouwvalligheid nabijgelegen bouwwerk Met het oog op het waarborgen van de veiligheid wordt een bouwwerk niet gebruikt als door of namens het college van burgemeester en wethouders is medegedeeld dat het gebruik in verband met bouwvalligheid van een in de nabijheid gelegen bouwwerk gevaarlijk is.

Artikel 4.12 Verbod verrichten activiteit bij meldingsplicht In het geval van een meldingsplicht is het verboden om een activiteit te verrichten zonder voorafgaande melding. https://rx-base.nl/viewer/8a1c7ab5-4877-436a-a6c8-5d0ec736a9d2/main

11/422

19-09-2024, 19:59

Viewer - Main | Rx.Base

Artikel 4.13 Verbod verrichten activiteit bij omgevingsvergunningplicht In het geval van een omgevingsvergunningplicht is het verboden om een activiteit te verrichten zonder omgevingsvergunning.

Afdeling 4.2 Thematische activiteiten Paragraaf 4.2.1 Bouwen - algemeen Artikel 4.14 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over algemene bepalingen voor het bouwen.

Artikel 4.15 Indieningsvereisten melding - activiteit bouwen 1. Bij het doen van een melding voor een bouwactiviteit worden in ieder geval de volgende documenten en gegevens verstrekt: a. een overzicht van de bouwkosten; b. het gewenste en het huidige gebruik van het bouwwerk en de gronden die daar bij horen waarop de aanvraag betrekking heeft; c. een opgave van de bruto inhoud in m3 en de bruto vloeroppervlakte in m2 van het deel van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft; d. een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop: 1. de afmetingen van het perceel en bebouwd oppervlak; 2. de situering van het bouwwerk ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde; 3. de wijze waarop de plek toegankelijk is; 4. de aangrenzende locaties en de daarop voorkomende bebouwing; en 5. het gewenste gebruik van de gronden die onderdeel zijn van de plannen voor het bouwwerk; e. de hoogte van het bouwwerk ten opzichte van het straatpeil en het aantal bouwlagen; f. een beschrijving waar uit op te maken is of voldoende laad-, los- en parkeervoorzieningen voor auto's, (bestel)bussen, vrachtwagens en fietsen worden gerealiseerd op deze plek of in de directe omgeving daarvan; en g. andere gegevens en documenten die te maken hebben met een mogelijke benodigde toetsing aan dit omgevingsplan.

2. Een tekening verstrekt bij het doen van een melding voor het bouwen van een bouwactiviteit voldoet aan de volgende regels: a. een tekening heeft een duidelijke maatvoering en schaalaanduiding; b. een situatietekening heeft: 1. een noordpijl waaruit de oriëntatie van het bouwwerk op het perceel blijkt ten opzichte van de omgeving; en 2. een schaal die niet kleiner is dan 1:1.000; c. een detailtekening heeft een schaal van 1:5, 1:10 of 1:20; d. een geveltekening, plattegrond en doorsnede heeft een schaal van: 1. 1:100 als de oppervlakte van het bouwwerk kleiner is dan 10.000 m2; of 2. 1:200 als de oppervlakte van het bouwwerk 10.000 m2 of groter is.

Artikel 4.16 Indieningsvereisten omgevingsvergunning - activiteit bouwen https://rx-base.nl/viewer/8a1c7ab5-4877-436a-a6c8-5d0ec736a9d2/main

12/422

19-09-2024, 19:59

Viewer - Main | Rx.Base

1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit worden in ieder geval de volgende documenten en gegevens verstrekt: a. een overzicht van de bouwkosten; b. de plattegronden van alle verdiepingen en een doorsnedetekening voor de nieuwe situatie en, voor zover daarvan sprake is, van de bestaande situatie; c. het gewenste en het huidige gebruik van het bouwwerk en de gronden die daar bij horen waarop de aanvraag betrekking heeft; d. een opgave van de bruto inhoud in m3 en de bruto vloeroppervlakte in m2 van het deel van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft; e. een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop: 1. de afmetingen van het perceel en bebouwd oppervlak; 2. de situering van het bouwwerk ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde; 3. de wijze waarop de plek toegankelijk is; 4. de aangrenzende locaties en de daarop voorkomende bebouwing; en 5. het gewenste gebruik van de gronden die onderdeel zijn van de plannen voor het bouwwerk; f. de hoogte van het bouwwerk ten opzichte van het straatpeil en het aantal bouwlagen; g. een beschrijving waar uit op te maken is of voldoende laad-, los- en parkeervoorzieningen voor auto's, (bestel)bussen, vrachtwagens en fietsen worden gerealiseerd op deze plek of in de directe omgeving daarvan; h.

als dat in het omgevingsplan wordt bepaald: een rapport waarin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld; i. de volgende gegevens en bescheiden voor de toetsing aan de regels over redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de Welstandsnota Pijnacker-Nootdorp 2013󰏌 en de toekomstige wijzigingen daarvan: 1. tekeningen van alle gevels van het bouwwerk, inclusief de gevels van belendende bebouwing, waaruit blijkt hoe het geplande bouwwerk in de directe omgeving past; 2. principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk; 3. kleurenfoto's van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; en 4. een opgave van de toe te passen bouwmaterialen in de uitwendige scheidingsconstructie en de kleur daarvan, waaronder in ieder geval het materiaal en de kleur van de gevels, het voegwerk, kozijnen, ramen en deuren, balkonhekken, dakgoten, boeidelen en de dakbedekking; j. als de aanvraag betrekking heeft op een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie: 1. de onderzoeken, bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving󰏌, tenzij het gaat om een locatie die is aangewezen in dit omgevingsplan waar een overschrijding van de toelaatbare kwaliteit, bedoeld in artikel 4.18, redelijkerwijs is uit te sluiten; en 2.

als de toelaatbare kwaliteit, bedoeld in artikel 4.18, wordt overschreden: gegevens en bescheiden die aannemelijk maken dat een sanerende of andere beschermende maatregel wordt getroffen, tenzij het gaat om een locatie die is aangewezen in dit omgevingsplan waar een overschrijding van de toelaatbare kwaliteit, bedoeld in artikel 4.18, redelijkerwijs is uit te sluiten; en k. andere gegevens en documenten die te maken hebben met een mogelijke benodigde toetsing aan dit omgevingsplan.

2. Een tekening verstrekt bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen voldoet aan de volgende regels: https://rx-base.nl/viewer/8a1c7ab5-4877-436a-a6c8-5d0ec736a9d2/main

13/422

19-09-2024, 19:59

Viewer - Main | Rx.Base

a. een tekening heeft een duidelijke maatvoering en schaalaanduiding; b. een situatietekening heeft: 1. een noordpijl waaruit de oriëntatie van het bouwwerk op het perceel blijkt ten opzichte van de omgeving; en 2. een schaal die niet kleiner is dan 1:1.000; c. een detailtekening heeft een schaal van 1:5, 1:10 of 1:20; d. een geveltekening, plattegrond en doorsnede heeft een schaal van: 1. 1:100 als de oppervlakte van het bouwwerk kleiner is dan 10.000 m2; of 2. 1:200 als de oppervlakte van het bouwwerk 10.000 m2 of groter is.

Artikel 4.17 Beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken algemeen 1. Voor zover een aanvraag om omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit en hetin stand houden van het te bouwen bouwwerk, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als: a. de activiteit niet in strijd is met de in dit omgevingsplan gestelde regels over het bouwen, in stand houden van bouwwerken, met uitzondering van het bepaalde in de artikelen 4.98en 4.175. b. het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd is met redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de Welstandsnota Pijnacker-Nootdorp 2013󰏌 en de toekomstige wijzigingen daarvan; en c. de activiteit betrekking heeft op een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie en: 1. de toelaatbare kwaliteit van de bodem niet wordt overschreden; of 2. bij overschrijding van de toelaatbare kwaliteit van de bodem: als aannemelijk is dat een sanerende of andere beschermende maatregelen wordt getroffen. Een sanerende of andere beschermende maatregel is in ieder geval een sanering overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving󰏌.

2. Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing als het bevoegd gezag van oordeel is dat de omgevingsvergunning in afwijking van het eerste lid, aanhef en onder b, toch moet worden verleend.

3. Aan een omgevingsvergunning voor een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie die is verleend met toepassing van artikel 4.17, eerste lid, aanhef en onder c, onder 2, wordt in ieder geval het voorschrift verbonden dat het gebouw, of gedeelte daarvan, alleen in gebruik wordt genomen nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop er een of meer sanerende of andere beschermende maatregelen zijn getroffen als bedoeld in artikel 4.17.

Artikel 4.18 Nadere invulling beoordelingsregel omgevingsplanactiviteit bouwwerken bodemgevoelig gebouw op bodemgevoelige locatie 1. De toelaatbare kwaliteit van de bodem, bedoeld in artikel 4.17, eerste lid, onder c, is de interventiewaarde bodemkwaliteit, bedoeld in bijlage IIA bij het Besluit activiteiten leefomgeving󰏌.

2. Er is sprake van overschrijding van de toelaatbare kwaliteit als voor ten minste één stof de gemiddelde gemeten concentratie in meer dan 25 m3 bodemvolume hoger is dan de interventiewaarde bodemkwaliteit.

https://rx-base.nl/viewer/8a1c7ab5-4877-436a-a6c8-5d0ec736a9d2/main

14/422

19-09-2024, 19:59

Viewer - Main | Rx.Base

3. Het zinsdeel “in meer dan 25 m3 bodemvolume” in het tweede lid is niet van toepassing voor zover het gaat om aanwezigheid van asbest.

Artikel 4.19 Meetbepalingen Bij het bouwen van bouwwerken wordt op de volgende wijze gemeten: a. bouwhoogte: de afstand vanaf het straatpeil tot aan het hoogste punt van het gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen; b. dakhelling: de hoek die het dakvlak maakt ten opzichte van het horizontale vlak; c. oppervlakte van een bouwwerk: de oppervlakte, gemeten tussen de buitenwerkse gevelvlakken of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; en d. de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; e. in dit hoofdstuk worden de waarden die in m of in m2 zijn uitgedrukt op de volgende wijze gemeten: 1. afstanden loodrecht; 2. hoogten vanaf het aansluitend afgewerkt terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven; en 3. maten buitenwerks, waarbij uitstekende delen van ondergeschikte aard tot ten hoogste 0,5 m buiten beschouwing blijven; f.

voor de toepassing van artikel 4.19 aanhef sub e en sub e onder 2, wordt een bouwwerk, voor zover dit zich bevindt op een erf- of perceelsgrens, gemeten aan de kant waar het aansluitend afgewerkt terrein het hoogst is.

Artikel 4.20 Specifieke zorgplicht De specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 4.4, houdt voor de activiteiten in dit hoofdstuk in ieder geval in dat: a. beschadiging van bestaande werken zo veel mogelijk wordt voorkomen; b. belemmering van het gebruik van bestaande werken zo veel mogelijk wordt voorkomen of beperkt; en c. bij werkzaamheden die kunnen leiden tot beschadiging of belemmering van wegen, van in de weg gelegen werken en van andere roerende of onroerende zaken op een aangrenzend perceel of op een aan het bouw- of sloopterrein grenzende openbare weg, openbaar water of openbaar groen, alle maatregelen worden getroffen die redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om die beschadiging of belemmering te voorkomen of niet te laten voortduren.

Artikel 4.21 Uitzetten rooilijnen, bebouwingsgrenzen en straatpeil Met het bouwen van een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of een omgevingsplanactiviteit is verleend wordt niet begonnen voordat: a. de rooilijnen of bebouwingsgrenzen op het bouwterrein zijn uitgezet; en b. het straatpeil is uitgezet.

Artikel 4.22 Aansluiting op distributienet voor elektriciteit

https://rx-base.nl/viewer/8a1c7ab5-4877-436a-a6c8-5d0ec736a9d2/main

15/422

19-09-2024, 19:59

Viewer - Main | Rx.Base

1. Met het oog op het waarborgen van de veiligheid is een voorziening voor het afnemen en gebruiken van elektriciteit in een bouwwerk aangesloten op het distributienet voor elektriciteit als de aansluitafstand niet groter is dan 100 m of groter is dan 100 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 100 m.

2. Het eerste lid is niet van toepassing op het bouwen van een woonfunctie voor particulier eigendom of een drijvend bouwwerk.

Artikel 4.23 Aansluiting op het distributienet voor gas 1. Met het oog op het waarborgen van de veiligheid is een voorziening voor het afnemen en gebruiken van gas in een bouwwerk aangesloten op het distributienet voor gas als: a. artikel 10, zesde lid, onder a of b, van de Gaswet󰏌 op de aansluiting van toepassing is; en b. de aansluitafstand niet groter is dan 40 m of groter is dan 40 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 m.

2. Het eerste lid is niet van toepassing op het bouwen van een woonfunctie voor particulier eigendom of een drijvend bouwwerk.

Artikel 4.24 Aansluiting op het distributienet voor warmte 1. Met het oog op het waarborgen van de veiligheid en de energiezuinigheid en de bescherming van het milieu is een te bouwen bouwwerk met een of meer verblijfsgebieden aangesloten op het in het warmteplan bedoelde distributienet voor warmte als: a. het in het warmteplan geplande aantal aansluitingen op het distributienet op het moment van de indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit met betrekking tot een bouwwerk nog niet is bereikt; en b. de aansluitafstand niet groter is dan 40 m of groter is dan 40 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 m.

2. Een gelijkwaardige maatregel voor een aansluiting op het distributienet voor warmte heeft ten minste dezelfde mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu als wordt bereikt met de in het warmteplan voor die aansluiting opgenomen mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu.

3. Onverminderd het vierde lid, zijn het eerste en tweede lid niet van toepassing op het bouwen van een woonfunctie voor particulier eigendom of een drijvend bouwwerk.

4. Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet op grond van artikel 9.2, tiende lid, van het Bouwbesluit 2012 voor een gebied een aansluitplicht op het distributienet voor warmte geldt, blijft die aansluitplicht voor dat gebied van toepassing.

Artikel 4.25 Aansluiting op distributienet voor drinkwater Met het oog op het beschermen van de gezondheid is een voorziening voor het afnemen en gebruiken van drinkwater in een bouwwerk aangesloten op het distributienet voor drinkwater als de aansluitafstand niet groter is dan 40 m of groter is dan 40 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 m.

https://rx-base.nl/viewer/8a1c7ab5-4877-436a-a6c8-5d0ec736a9d2/main

16/422

19-09-2024, 19:59

Viewer - Main | Rx.Base

Artikel 4.26 Aansluiting op afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater 1. Met het oog op het beschermen van de gezondheid ligt een ondergrondse doorvoer van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater door een uitwendige scheidingsconstructie van een bouwwerk zoveel mogelijk haaks op de scheidingsconstructie.

2. De gebouwaansluiting van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater op de op het eigen erf of terrein gelegen riolering of een andere voorziening voor afvoer van afvalwater is zodanig dat bij zetting de dichtheid van de aansluiting en de afvoer gehandhaafd blijft.

3. Een terreinleiding waardoor huishoudelijk afvalwater wordt geleid: a. heeft geen vernauwing in de stroomrichting; b. heeft een vloeiend beloop; c. is waterdicht; d. heeft een voldoende inwendige middellijn; en e. bevat geen beer- of rottingput.

4. Bij maatwerkvoorschrift als bedoeld in artikel 4.3 kan in ieder geval worden bepaald: a. als voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater een openbaar vuilwaterriool of een ander passend systeem als bedoeld in artikel 2.16, derde lid, van de Omgevingswet󰏌 aanwezig is waarop kan worden aangesloten: op welke plaats, op welke hoogte en met welke inwendige middellijn de voor aansluiting van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater op dat riool of systeem noodzakelijke perceelaansluitleiding bij de gevel van het bouwwerk of de grens van het erf of terrein wordt aangelegd; b. als voor de afvoer van hemelwater een openbaar hemelwaterstelsel of een openbaar vuilwaterriool aanwezig is waarop kan worden aangesloten, en hemelwater op dat stelsel of riool mag worden gebracht: op welke plaats, op welke hoogte en met welke inwendige middellijn de voor aansluiting van een voorziening voor de afvoer van hemelwater op dat stelsel of riool noodzakelijke perceelaansluitleiding bij de gevel van het bouwwerk of de grens van het erf of terrein wordt aangelegd; en c. of, en zo ja welke voorzieningen in de afvoervoorziening of de op het erf of terrein gelegen riolering moeten worden aangebracht om het functioneren van de afvoervoorzieningen, naburige aansluitingen en de openbare voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater te waarborgen.

Artikel 4.27 Bluswatervoorziening 1. Met het oog op het waarborgen van de veiligheid heeft een bouwwerk een toereikende bluswatervoorziening, tenzij de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk dat niet vereist.

2. De afstand tussen de bluswatervoorziening en een brandweeringang als bedoeld in artikel 3.129󰏌 of 4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving󰏌 of, als deze niet aanwezig is, een toegang van het bouwwerk is ten hoogste 40 m.

3. De bluswatervoorziening is onbeperkt toegankelijk voor bluswerkzaamheden. Artikel 4.28 Bereikbaarheid bouwwerk voor hulpdiensten

https://rx-base.nl/viewer/8a1c7ab5-4877-436a-a6c8-5d0ec736a9d2/main

17/422

19-09-2024, 19:59

Viewer - Main | Rx.Base

1. Met het oog op het waarborgen van de veiligheid ligt tussen de openbare weg en ten minste een toegang van een gebouw of ander bouwwerk voor het verblijven van personen een verbindingsweg die geschikt is voor voertuigen van de brandweer en andere hulpverleningsdiensten.

2. Het eerste lid is niet van toepassing: a. op een gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 1.000 m2 en een vuurbelasting van ten hoogste 500 MJ/m2 bepaald volgens NEN 6090; b. op een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m2; c. op een lichte industriefunctie alleen voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met een permanente vuurbelasting van ten hoogste 150 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090; d. als de toegang van het bouwwerk op ten hoogste 10 m van een openbare weg ligt; of e. als de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk geen verbindingsweg vereist.

3. Tenzij elders in dit omgevingsplan of een gemeentelijke verordening anders bepaald, heeft een verbindingsweg: a. een breedte van ten minste 4,5 m; b. een verharding over een breedte van ten minste 3,25 m die geschikt is voor motorvoertuigen met een massa van ten minste 14.600 kilogram; c. een vrijgehouden hoogte boven de kruin van de weg van ten minste 4,2 m; en d. een doeltreffende afwatering.

4. Een verbindingsweg is over de voorgeschreven hoogte en breedte, bedoeld in het derde lid, vrijgehouden voor voertuigen van de brandweer en andere hulpverleningsdiensten.

5. Hekwerken die een verbindingsweg afsluiten, kunnen door hulpdiensten snel en gemakkelijk worden geopend of worden ontsloten met een systeem dat in overleg met het bevoegd gezag is bepaald.

Artikel 4.29 Opstelplaatsen voor brandweervoertuigen 1. Met het oog op het waarborgen van de veiligheid zijn bij een bouwwerk voor het verblijven van personen zodanige opstelplaatsen voor brandweervoertuigen dat een doeltreffende verbinding tussen die voertuigen en de bluswatervoorziening kan worden gelegd.

2. Het eerste lid is niet van toepassing: a. op een gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 1.000 m2 en een vuurbelasting van ten hoogste 500 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090; b. op een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m2; c. op een lichte industriefunctie alleen voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met een permanente vuurbelasting van ten hoogste 150 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090; of d. als de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk geen opstelplaatsen vereist.

3. De afstand tussen een opstelplaats en een brandweeringang als bedoeld in artikel 3.129󰏌 of artikel 4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving󰏌 of, als deze niet aanwezig is, een toegang van het bouwwerk is ten hoogste 40 m. https://rx-base.nl/viewer/8a1c7ab5-4877-436a-a6c8-5d0ec736a9d2/main

18/422

19-09-2024, 19:59

Viewer - Main | Rx.Base

4. Een opstelplaats voor brandweervoertuigen is over de hoogte en breedte, bedoeld in artikel 4.28, derde lid, vrijgehouden voor brandweervoertuigen.

5. Hekwerken die een opstelplaats afsluiten, kunnen door hulpdiensten snel en gemakkelijk worden geopend of worden ontsloten met een systeem dat in overleg met het bevoegd gezag is bepaald.

Paragraaf 4.2.2 Het uiterlijk en de plaatsing van bouwwerken Artikel 4.30 Toepassingsbereik 1. Paragraaf 4.2.2 geldt voor het bouwen van een al dan niet vergunningplichtig bouwwerk en het in stand houden van een bouwwerk.

2. Paragraaf 4.2.2 geldt niet voor een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is. Artikel 4.31 Algemene beoordelingsregels over het uiterlijk en de plaatsing van bouwwerken (welstand) 1. Met het oog op het beschermen van de omgevingskwaliteit wordt een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor het bouwen alleen verleend als het uiterlijk en de plaatsing van het bouwwerk, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, geen onaanvaardbare afbreuk doet aan een goede omgevingskwaliteit, beoordeeld volgens de criteria in Welstandsnota Pijnacker-Nootdorp 2013󰏌 en toekomstige wijzigingen daarvan. Dit is niet van toepassing als het bevoegd gezag van oordeel is dat de omgevingsvergunning toch moet worden verleend.

2. Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de uitwerking en de toepassing van het eerste lid. Artikel 4.32 Overgangsbepaling over het uiterlijk en de plaatsing van bouwwerken (welstand) Voor zover nog geen beleidsregels als bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet󰏌 zijn vastgesteld, wordt de vraag of sprake is van een onaanvaardbare afbreuk aan een goede omgevingskwaliteit als bedoeld in artikel 4.31 beoordeeld volgens de criteria in de Welstandsnota Pijnacker-Nootdorp 2013󰏌.

Artikel 4.33 Toezicht achteraf op het uiterlijk van bouwwerken Het uiterlijk van de volgende bouwwerken mag niet in ernstige mate in strijd zijn met een goede omgevingskwaliteit, beoordeeld volgens de criteria in de beleidsregels, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet󰏌: a. een bestaand bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is; en b. een te bouwen bouwwerk waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk is vereist.

Paragraaf 4.2.3 Bouwen van een hoofdgebouw Artikel 4.34 Toepassingsbereik 1. Paragraaf 4.2.3 geldt voor het bouwen van een hoofdgebouw.

https://rx-base.nl/viewer/8a1c7ab5-4877-436a-a6c8-5d0ec736a9d2/main

19/422

19-09-2024, 19:59

Viewer - Main | Rx.Base

2. Voor de toepassing van de paragrafen 4.1 tot en met 4.2.7 wordt huisvesting in verband met mantelzorg aangemerkt als functioneel verbonden met het hoofdgebouw.

Artikel 4.35 Aanwijzing omgevingsvergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning een hoofdgebouw te bouwen.

Artikel 4.36 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning wordt in ieder geval geweigerd als: a. het aangevraagde bouwwerk naar het oordeel van het bevoegd gezag geen bijdrage levert aan het behouden of verbeteren van de stedenbouwkundige structuur; b. de bouw- en gebruiksmogelijkheden van omliggende gebouwen en locaties naar het oordeel van het bevoegd gezag onevenredig worden aangetast; of c. het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet bijdraagt aan de goede omgevingskwaliteit, beoordeeld volgens de beleidsregel, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet󰏌.

Paragraaf 4.2.4 Bouwen van een gebouw Subparagraaf 4.2.4.1 Bouwen van een gebouw - algemeen Artikel 4.37 Toepassingsbereik Paragraaf 4.2.4 geldt voor het bouwen van een gebouw, niet zijnde een hoofdgebouw en/of een bijbehorend bouwwerk.

Artikel 4.38 Aanwijzing omgevingsvergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning een gebouw te bouwen.

Artikel 4.39 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning wordt in ieder geval geweigerd als: a. het aangevraagde bouwwerk naar het oordeel van het bevoegd gezag geen bijdrage levert aan het behouden of verbeteren van de stedenbouwkundige structuur; b. de bouw- en gebruiksmogelijkheden van omliggende gebouwen en locaties naar het oordeel van het bevoegd gezag onevenredig worden aangetast; of c. het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet bijdraagt aan de goede omgevingskwaliteit, beoordeeld volgens de beleidsregel, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet󰏌.

Subparagraaf 4.2.4.2 Bouwen van een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf Artikel 4.40 Toepassingsbereik Subparagraaf 4.2.4.2 is van toepassing op de activiteit het bouwen van een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf.

Artikel 4.41 Aanwijzing vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf te bouwen, als daarbij niet wordt voldaan aan de algemene regels, bedoeld in artikel 4.43.

Artikel 4.42 Beoordelingsregels omgevingsvergunning https://rx-base.nl/viewer/8a1c7ab5-4877-436a-a6c8-5d0ec736a9d2/main

20/422

19-09-2024, 19:59

Viewer - Main | Rx.Base

De omgevingsvergunning wordt in ieder geval geweigerd als: a. het aangevraagde bouwwerk naar het oordeel van het bevoegd gezag geen bijdrage levert aan het behouden of verbeteren van de stedenbouwkundige structuur; b. de bouw- en gebruiksmogelijkheden van omliggende gebouwen en locaties naar het oordeel van het bevoegd gezag onevenredig worden aangetast; of c. het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet bijdraagt aan de goede omgevingskwaliteit, beoordeeld volgens de beleidsregel, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet󰏌.

Artikel 4.43 Algemene regels bouwen bouwwerk voor recreatief nachtverblijf Het is toegestaan zonder omgevingsvergunning een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf te bouwen als deze: a. op de grond staat; en b. maximaal 5 m hoog is; en c. een maximale oppervlakte van 70 m2heeft.

Paragraaf 4.2.5 Bouwen van een bijbehorend bouwwerk Subparagraaf 4.2.5.1 Bouwen van een bijbehorend bouwwerk - algemeen Artikel 4.44 Toepassingsbereik

Paragraaf 4.2.5 is van toepassing op de activiteit het bouwen van een bijbehorend bouwwerk, onderverdeeld in onder meer: a. de activiteit het bouwen van een dakkapel; b. de activiteit het bouwen van een dakopbouw; c. de activiteit het bouwen van een erker.

Artikel 4.45 Aanwijzing vergunningplicht 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bijbehorend bouwwerk te bouwen. 2. Het verbod geldt niet voor het veranderen van een bouwwerk, als er geen sprake is van: a. uitbreiding van de bebouwde oppervlakte; b. uitbreiding van het bouwvolume; en c. een bouwwerk als bedoeld in artikel 2.29, onder b tot en met r, van het Besluit bouwwerken leefomgeving󰏌 dat niet voldoet aan de voor dat bouwwerk in die onderdelen gestelde eisen.

Artikel 4.46 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning wordt in ieder geval geweigerd als: a. het aangevraagde bouwwerk naar het oordeel van het bevoegd gezag geen bijdrage levert aan het behouden of verbeteren van de stedenbouwkundige structuur; b. de bouw- en gebruiksmogelijkheden van omliggende gebouwen en locaties naar het oordeel van het bevoegd gezag onevenredig worden aangetast; of c. het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet bijdraagt aan de goede omgevingskwaliteit, beoordeeld volgens de beleidsregel, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet󰏌. https://rx-base.nl/viewer/8a1c7ab5-4877-436a-a6c8-5d0ec736a9d2/main

21/422

19-09-2024, 19:59

Viewer - Main | Rx.Base

Artikel 4.47 Algemene regels bouwen bijbehorend bouwwerk algemeen In afwijking van het verbod als bedoeld in artikel 4.45, is het toegestaan zonder omgevingsvergunning, een bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan te bouwen als wordt voldaan aan de volgende eisen: a. het staat op de grond; b. het ligt in het achtererfgebied; c. het biedt alleen verblijfsgebied op de eerste bouwlaag; d. het ligt op een afstand van meer dan 1 m vanaf het openbaar toegankelijk gebied; e. het is maximaal 5 m hoog; f. het heeft geen balkon, dakterras of andere niet op de grond gelegen buitenruimte; g. de totale oppervlakte van alle bijbehorende bouwwerken in het bebouwingsgebied is maximaal: 1. 50% in het geval van een bebouwingsgebied kleiner dan of gelijk aan 100 m2; 2. 50 m2, vermeerderd met 20% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 100 m2 in het geval van een bebouwingsgebied groter dan 100 m2 en kleiner dan of gelijk aan 300 m2; of 3. 90 m2, vermeerderd met 10% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 300 m2, tot een maximum van in totaal 150 m2 in het geval van een bebouwingsgebied groter dan 300 m2; h. indien het bijbehorend bouwwerk is gelegen binnen 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw deze maximaal: 1. 5 m hoog is; 2. zo hoog is als de eerste verdiepingsvloer van het hoofdgebouw + 0,3 m; en 3. de bouwhoogte van het hoofdgebouw heeft; i.

indien het bijbehorend bouwwerk is gelegen op meer dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw: 1. de goothoogte maximaal 3 m is; 2. de daknok van de kap is gevormd door ten minste 2 schuine dakvlakken; 3. de hellingshoek van de kap maximaal 55 graden betreft; 4. de bouwhoogte maximaal: i. (de afstand van de daknok tot de perceelsgrens in [m] x 0,47) + 3 m bedraagt; en ii. 5 m is; en 5. functioneel ondergeschikt is aan het hoofdgebouw, tenzij het gaat om huisvesting in verband met mantelzorg.

Artikel 4.48 Absoluut verbod Het is verboden een bijbehorend bouwwerk te bouwen als dit een uitbreiding is van: a. een woonwagen; b. een hoofdgebouw dat tijdelijk (middels een omgevingsvergunning) is toegestaan; of c. een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf door één huishouden.

Artikel 4.49 Specifieke regels bijbehorend bouwwerk in bijzondere gevallen Als een bijbehorend bouwwerk als bedoeld in artikel 4.47 bestaat uit een deel dat op meer, en een deel dat op minder dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw is gelegen zonder een inwendige scheidingsconstructie tussen beide delen, is op het deel dat op minder dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw is gelegen artikel 4.47, onder i, onder 5 van overeenkomstige toepassing.

Subparagraaf 4.2.5.2 Bouwen van een dakkapel Artikel 4.50 Toepassingsbereik https://rx-base.nl/viewer/8a1c7ab5-4877-436a-a6c8-5d0ec736a9d2/main

22/422

19-09-2024, 19:59

Viewer - Main | Rx.Base

Subparagraaf 4.2.5.2 is van toepassing op de activiteit het bouwen van een dakkapel.

Artikel 4.51 Algemene regels bouwen dakkapel In afwijking van het verbod als bedoeld in artikel 4.45 is het bij woningen toegestaan zonder omgevingsvergunning een dakkapel in het voordakvlak of een naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak van de woning te bouwen mits: a. de dakkapel is voorzien van een plat dak; b. de dakkapel is, gemeten vanaf de voet van de dakkapel, maximaal 50% van de in het verticale vlak geprojecteerde hoogte van het dakvlak met een maximum van 1,75 m; c. de onderzijde van de dakkapel meer dan 0,50 m en minder dan 1 m boven de dakvoet ligt; d. de bovenzijde van de dakkapel meer dan 0,50 m onder de daknok ligt; en e. de zijkanten van de dakkapel meer dan 0,50 m van de zijkanten van het dakvlak liggen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14548248/1