CConstaterende datPijnacker-Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerpomgevingsplan Tolhek

Raad Besluitvorming 19 september 2024, gemeente Pijnacker-NootdorpBij agendapunt: 152509941.403 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

2. Er is sprake van overschrijding van de toelaatbare kwaliteit als voor ten minste één stof de gemiddelde gemeten concentratie in meer dan 25 m3 bodemvolume hoger is dan de interventiewaarde bodemkwaliteit.

3. Het zinsdeel “in meer dan 25 m3 bodemvolume” in het tweede lid is niet van toepassing op asbest. Artikel 4.148 Maatregelen bij overschrijding waarde toelaatbare kwaliteit Het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een locatie waar sprake is van een overschrijding van een waarde als bedoeld in artikel 4.147 is uitsluitend toegestaan als een sanering van de bodem wordt uitgevoerd volgens paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving󰏌.

Artikel 4.149 Meldingsplicht https://rx-base.nl/viewer/8a1c7ab5-4877-436a-a6c8-5d0ec736a9d2/main

45/422

19-09-2024, 19:59

Viewer - Main | Rx.Base

1. Het is verboden een bodemgevoelig gebouw te bouwen op een bodemgevoelige locatie zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.

2. Een melding wordt ondertekend en bevat ten minste: a. de resultaten van een vooronderzoek/verkennend bodemonderzoek/ verkennend bodemonderzoek asbest/nader bodemonderzoek/nader bodemonderzoek asbest; en b. bij overschrijding van een waarde als bedoeld in artikel 4.147: gegevens en bescheiden die aannemelijk maken dat een sanerende of andere beschermende maatregel wordt getroffen.

Artikel 4.150 Informatieplicht: ingebruikname na maatregelen op verontreinigde bodem Bij overschrijding van een waarde van de toelaatbare kwaliteit van de bodem, bedoeld in artikel 4.147, wordt een bodemgevoelig gebouw of een gedeelte daarvan op een bodemgevoelige locatie alleen in gebruik genomen nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de sanering, bedoeld in artikel 4.148, is verricht.

Afdeling 4.3 Gebiedsgerichte activiteiten met gebruiksruimte Paragraaf 4.3.1 Algemeen Artikel 4.151 Toepassingsbereik Deze afdeling is van toepassing op het verrichten van activiteiten met gebruiksruimte als bedoeld in de paragrafen 4.3.2 tot en met 4.3.7.

Artikel 4.152 Doelen 1. De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. het waarborgen van de veiligheid; b. het beschermen van de gezondheid; en c. het beschermen van het milieu, waaronder: 1. het beschermen tegen milieuverontreiniging; 2. het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; 3. het doelmatig gebruik van energie en grondstoffen; 4. een doelmatig beheer van afvalstoffen; 5. het voorkomen of beperken van geluidhinder, trillinghinder, lichthinder en geurhinder; 6. het beperken van de kans op en het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan, bedoeld in artikel 19.1, eerste lid van de Omgevingswet󰏌; 7. het beschermen van de doelmatige werking van voorzieningen voor het beheer van afvalwater; 8. het voorkomen en beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste; en 9. het vervullen van maatschappelijke functies doorwatersystemen.

2. De regels in deze afdeling zijn ook gesteld met het oog op: a. het beperken van verkeer van en naar activiteiten met gebruiksruimte; b. het gebruik van bouwwerken; c. het behoeden van de staat en werking van infrastructuur voor nadelige gevolgen van activiteiten; d. de duurzame ruimtelijke en economische ontwikkeling van gebieden; en https://rx-base.nl/viewer/8a1c7ab5-4877-436a-a6c8-5d0ec736a9d2/main

46/422

19-09-2024, 19:59

Viewer - Main | Rx.Base

e. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

3. De regels in deze afdeling zijn niet gesteld met het oog op: a. de natuurbescherming; b. het bevorderen van de biodiversiteit; c. het beheer van natuurgebieden; d. het beschermen van stedenbouwkundige en landschappelijke waarden; en e. het beschermen van cultuurhistorische waarden.

Artikel 4.153 Specifieke zorgplicht 1. De specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 4.4, houdt voor activiteiten met gebruiksruimte in ieder geval in dat: a. alle passende preventieve maatregelen tegen milieuverontreiniging worden getroffen; b. alle passende preventieve maatregelen ter bescherming van de gezondheid worden getroffen; c. de beste beschikbare technieken worden toegepast; d. geen significante milieuverontreiniging wordt veroorzaakt; e. alle passende maatregelen worden getroffen voor het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan, bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, van de Omgevingswet󰏌; f. afvalwater dat wordt geloosd en gekanaliseerde emissies van stoffen in de lucht doelmatig kunnen worden bemonsterd; g. metingen representatief zijn en monsters niet worden verdund; h. meetresultaten op geschikte wijze worden geregistreerd, verwerkt, en gepresenteerd; i. voor zover verontreiniging van de bodem ontstaat, herstel van de bodem redelijkerwijs mogelijk blijft; en j. afvalstoffen worden afgevoerd na beëindiging van een activiteit.

2. De specifieke zorgplicht houdt voor het gebruik van bouwwerken in dat: a. degene die een bouwwerk gebruikt en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat dit gebruik tot gevaar voor de gezondheid of veiligheid kan leiden, verplicht is alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om dat gevaar te voorkomen of niet te laten voortduren; b. degene die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn handelen of nalaten in, op of aan een bouwwerk overlast of hinder veroorzaakt of kan veroorzaken voor de omgeving, verplicht is alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die overlast of hinder te voorkomen of niet te laten voortduren, waarbij onder overlast en hinder in elk geval wordt verstaan: 1. het op hinderlijke wijze verspreiden van rook, roet, walm, stof, stank, vocht of irriterend materiaal; 2. het veroorzaken van overlast door geluid, trilling, dieren of verontreiniging; en 3. het nalaten van het normale onderhoud waardoor het bouwwerk zich niet in een zindelijke staat bevindt.

3. Het eerste en tweede lid gelden niet voor milieubelastende activiteiten die zijn aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving󰏌.

4. Het tweede lid, aanhef en onder a, is niet van toepassing op het gebruik van bouwwerken, bedoeld in afdeling 6.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving󰏌. https://rx-base.nl/viewer/8a1c7ab5-4877-436a-a6c8-5d0ec736a9d2/main

47/422

19-09-2024, 19:59

Viewer - Main | Rx.Base

5. De specifieke zorgplicht houdt ook in dat: a. de nadelige gevolgen voor het milieu van het verkeer van personen en goederen van en naar de activiteit zo veel mogelijk worden voorkomen of beperkt; b. beslag op gebruiksruimte buiten de locatie waar de activiteit wordt verricht, onder meer door zichtbare stofverspreiding, zo veel mogelijk wordt voorkomen of beperkt; c. buitenverlichting op de locatie van de activiteit is beperkt tot het noodzakelijke voor het verrichten van de nodige werkzaamheden op die locatie, de bewaking of de beveiliging; d. verlichting zodanig is opgesteld en ingericht en de lampen zodanig zijn afgeschermd, dat hinderlijke lichtstraling voor de omgeving zo veel mogelijk wordt voorkomen of beperkt.

Artikel 4.154 Samenhangende activiteiten In deze afdeling wordt voor de regels over geluid, geur en trillingen als één activiteit beschouwd: a. activiteiten als bedoeld in de afdelingen 3.3󰏌 tot en met 3.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving󰏌; of b. als het gaat om andere activiteiten dan bedoeld onder a, meerdere activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie en die: 1. rechtstreeks met elkaar samenhangen en met elkaar in technisch verband staan; of 2. elkaar functioneel ondersteunen.

Artikel 4.155 Bouwvalligheid nabijgelegen bouwwerk Met het oog op het waarborgen van de veiligheid wordt een bouwwerk niet gebruikt als door of namens het bevoegd gezag is medegedeeld dat het gebruik in verband met bouwvalligheid van een in de nabijheid gelegen bouwwerk gevaarlijk is.

Paragraaf 4.3.2 Horeca-activiteiten Artikel 4.156 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het verrichten van horeca-activiteiten.

Artikel 4.157 Doelen De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van duurzame economische ontwikkeling van gebieden; b. het beschermen van de ruimte voor bedrijfsactiviteiten; en c. het stimuleren van de levendigheid van de openbare ruimte.

Artikel 4.158 Locaties voor horeca-activiteiten 1. Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden horeca-activiteiten uitsluitend verricht binnen de locatie horeca.

2. Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden binnen horeca de volgend horeca-activiteiten alleen verricht binnen de daarbij aangegeven locaties en worden de aangegeven locaties alleen de daarbij aangegeven horeca-activiteiten verricht: a. het exploiteren van een restaurant/snackbar binnen de locatie restaurant/snackbar.

Paragraaf 4.3.3 Maatschappelijke activiteiten https://rx-base.nl/viewer/8a1c7ab5-4877-436a-a6c8-5d0ec736a9d2/main

48/422

19-09-2024, 19:59

Viewer - Main | Rx.Base

Artikel 4.159 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het verrichten van maatschappelijke activiteiten

Artikel 4.160 Doelen De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het bieden van ruimte aan maatschappelijke activiteiten; en b. het beschermen van een goed woon- en leefklimaat.

Artikel 4.161 Locaties voor maatschappelijke activiteiten 1. Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden maatschappelijke activiteiten uitsluitend verricht binnen de locatie maatschappelijk.

2. Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden binnen maatschappelijk de volgende maatschappelijke activiteiten alleen verricht binnen de daarbij aangegeven locaties en worden de aangegeven locaties alleen de daarbij aangegeven maatschappelijke activiteiten verricht: a. onderwijsactiviteiten, kinderopvang en buitenschoolse opvang binnen de locatie onderwijs. b. maatschappelijke activiteiten zoals bedoeld in bijlage I bij dit omgevingsplan.

Paragraaf 4.3.4 Wateractiviteiten Artikel 4.162 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over oppervlaktewaterlichaam binnen het water.

Artikel 4.163 Doelen De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. waterberging; b. waterhuishouding; c. het realiseren, in stand houden en gebruiken van watervoorzieningen, waaronder in ieder geval worden begrepen sloten, vijvers, vaarten, kanalen, grachten, plassen, waterwegen en overige waterpartijen.

Artikel 4.164 Locaties voor water activiteiten 1. Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden water activiteiten uitsluitend verricht binnen de locatie water.

2. Tenzij elders in dit omgevingsplan anders is bepaald zijn gronden ter plaatse van de activiteit water in elk geval bedoeld voor het realiseren van de volgende voorzieningen, bouwwerken en andere werken: a. bruggen; b. beschoeiingen, (aanleg)steigers, en daarmee vergelijkbare werken en bouwwerken en overige naar aard en omvang ondergeschikte werken en bouwwerken; c. groenvoorzieningen van ondergeschikte omvang; d. nutsvoorzieningen en ondergrondse infrastructurele voorzieningen; e. waterstaatkundige werken.

3. Bij het realiseren van de in het tweede lid bedoelde voorzieningen, bouwwerken en andere werken worden de bepalingen zoals elders in dit omgevingsplan gesteld, voor zover die op de desbetreffende activiteiten van toepassing zijn, in acht genomen. https://rx-base.nl/viewer/8a1c7ab5-4877-436a-a6c8-5d0ec736a9d2/main

49/422

19-09-2024, 19:59

Viewer - Main | Rx.Base

Paragraaf 4.3.5 Woonactiviteiten Subparagraaf 4.3.5.1 Algemene bepalingen over wonen Artikel 4.165 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over woonactiviteiten.

Artikel 4.166 Doelen De regels in paragraaf 4.3.5.1 zijn gesteld met het oog op: a. het waarborgen van de veiligheid; b. het beschermen van de gezondheid; c. het beschermen van het milieu; d. het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden; e. het bereiken en in stand houden van voldoende woonruimte.

Artikel 4.167 Locaties voor woonactiviteiten Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden woonactiviteiten activiteiten uitsluitend verricht binnen de locatie wonen.

Subparagraaf 4.3.5.2 Woonruimte toevoegen Gereserveerd

Subparagraaf 4.3.5.3 Woonruimte wijzigen Artikel 4.168 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het wijzigen van woonruimte.

Artikel 4.169 Doelen De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het bereiken en in stand houden van voldoende woonruimte; b. een gevarieerde woningvoorraad; en c. een goed woon- en leefklimaat.

Artikel 4.170 Aanwijzing vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning: a. een bestaand gebouw om te zetten of omgezet te houden in woonruimte; b. een woonruimte aan de woonruimtevoorraad te onttrekken of onttrokken te houden, tenzij er sprake is van [shortstay, vakantieverhuur, een beroep of bedrijf aan huis etc.]; c. een woonruimte met andere woonruimte samen te voegen of samengevoegd te houden; d. een woonruimte van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte om te zetten of omgezet te houden ten behoeve van de huisvesting van meer dan twee personen; en

Artikel 4.171 Bijzondere aanvraagvereisten Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de plattegrond van iedere verdieping van het gebouw in de huidige en beoogde situatie; b. de wijze waarop het terrein ontsloten wordt; https://rx-base.nl/viewer/8a1c7ab5-4877-436a-a6c8-5d0ec736a9d2/main

50/422

19-09-2024, 19:59

Viewer - Main | Rx.Base

c. de reeds aanwezige parkeerplaatsen en nieuw te realiseren parkeerplaatsen; d. de volgende gegevens over de huidige situatie: 1. de plattegrond van iedere verdieping van het gebouw; 2. de huur- of koopprijs; 3. aantal kamers; 4. gebruiksoppervlakte; en 5. staat van onderhoud; e. de volgende gegevens over de beoogde situatie: 1. de plattegrond van iedere verdieping van het gebouw; 2. een situatietekening waaruit de situering van het gebouw ten opzichte van de in de nabijheid gelegen bouwwerken blijkt; 3. een geluidsisolatieplan of meetrapport; en 4. een compensatievoorstel; f. de volgende gegevens bij een voorgenomen samenvoeging: 1. de verwachte huur- of koopprijs; 2. de naam van de toekomstige bewoner(s); 3. de omvang van het huishouden van de toekomstige bewoners; en 4. een schriftelijke verklaring van toestemming van de verhuurder; en g. de volgende gegevens bij een voorgenomen splitsing: 1. een splitsingsplan dat voldoet aan artikel 109 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek en het krachtens dat artikel vastgestelde besluit over splitsing in appartementsrechten, waarin de indeling en met de splitsing beoogde eigendomswijzigingen zijn aangegeven op ten minste de schaal 1:100; 2.

een bouwkundig rapport niet ouder dan 6 maanden waaruit afdoende blijkt dat de toestand van het gebouw zich uit een oogpunt van indeling of staat van onderhoud niet tegen splitsing verzet, dan wel hoe het gebouw hiertoe zal worden aangepast; 3. een funderingsrapport niet ouder dan 6 maanden waaruit blijkt dat het aannemelijk is dat de fundering binnen 25 jaar geen onderhoud behoeft; en 4. een keuringsrapport gas en elektra niet ouder dan 6 maanden van een erkend keuringsbedrijf waaruit blijkt dat de gas- en elektra-installatie voldoet aan de eisen gesteld in het Besluit bouwwerken leefomgeving.

Artikel 4.172 Beoordelingsruimte omgevingsvergunning 1. De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. er naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het woon- en leefmilieu; 2. de privacy van omwonenden; en 3. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; b. het een gebied betreft waarvoor een maximum aantal [om te zetten, samen te voegen, te onttrekken te splitsen] woningen is vastgesteld en dit quotum met inwilliging van de aanvraag niet wordt overschreden; c. het belang van het behoud en de samenstelling van de woningvoorraad naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders niet onevenredig wordt geschaad; en d. de aanvrager bereid is financiële compensatie te betalen.

2. Het college stelt beleidsregels op, waarin in ieder geval zijn opgenomen: https://rx-base.nl/viewer/8a1c7ab5-4877-436a-a6c8-5d0ec736a9d2/main

51/422

19-09-2024, 19:59

Viewer - Main | Rx.Base

a. criteria wanneer sprake is van een onevenredige aantasting van het woon- en leefmilieu; b. normen voor geluidisolatie; en c. de gebruiksoppervlakte van de woonruimte.

Subparagraaf 4.3.5.4 Woonruimte gebruiken Artikel 4.173 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het gebruiken van een woonruimte.

Artikel 4.174 Doelen De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van een goed woon- en leefklimaat;

Artikel 4.175 Algemene regels over wonen 1. Een woning wordt gebruik door ten hoogste één huishouden. 2. Voor de toepassing van het eerste lid geldt als één huishouden ook: a. een eigenaar die als hoofdbewoner kamers verhuurt aan maximaal twee personen; en b. een huishouden dat mantelzorg verleent, waarbij de ontvanger van mantelzorg in de woning woont of in een gebouw dat bij de woning hoort.

3. Met het oog op het beschermen van de gezondheid van de bewoners: a. wordt een woning niet bewoond door meer dan een persoon per 12 m2 gebruiksoppervlakte; en b. wordt een woonwagen niet bewoond door meer dan een persoon per 6 m2 gebruiksoppervlakte.

4. Het derde lid geldt niet voor woonruimte waarin door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers opvang aan asielzoekers wordt geboden.

Subparagraaf 4.3.5.5 Beroep en/of bedrijf aan huis Artikel 4.176 Toepassingsbereik Deze subparagraaf gaat over het uitoefenen van een beroep of bedrijf aan huis.

Artikel 4.177 Doelen De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van een goed woon- en leefklimaat; b. het beschermen van de gezondheid; en c. ruimte bieden aan economische activiteiten.

Artikel 4.178 Algemene regels uitoefenen beroep of bedrijf aan huis

Het is toegestaan zonder omgevingsvergunning een beroep en/of bedrijf aan huis uit te oefenen, mits: a. een beroep of bedrijf aan huis wordt door de bewoner zelf uitgeoefend; b. het beroep of bedrijf aan huis wordt in de woonruimte of in een bijbehorend bouwwerk bij de woonruimte uitgeoefend; https://rx-base.nl/viewer/8a1c7ab5-4877-436a-a6c8-5d0ec736a9d2/main

52/422

19-09-2024, 19:59

Viewer - Main | Rx.Base

c. de oppervlakte waarop het beroep of bedrijf aan huis wordt uitgeoefend, is ten hoogste 75 m2 of ten hoogste 30% van de bruto vloeroppervlakte van het hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken; d. op de bij de betreffende woning behorende gronden geen buitenopslag van goederen ten behoeve van het bedrijf plaatsvindt; e. in de omgeving van de betreffende woning geen onevenredige vergroting van de verkeers- en parkeerdruk optreedt, met dien verstande dat behoudens in- en uitladen, geen bedrijfsactiviteiten in de openbare ruimte rond de betreffende woning mogen plaatsvinden, en f. de bedrijfsactiviteiten door hun aard, omvang en visuele aspecten, het woonkarakter van de woning en het milieu van de omgeving niet onevenredig aantasten.

Artikel 4.179 Zorgplicht uitoefenen beroep of bedrijf aan huis 1. De uitvoerder van de beroep of bedrijf aan huis draagt er zorg voor dat buiten de woning en de bijbehorende bouwwerken geen onevenredige hinder voor het milieu van de omgeving optreedt.

2. Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld voor de uitwerking van de toepassing van het eerste lid. Paragraaf 4.3.6 Aanleggen of wijziging van een wegen of spoorwegen Artikel 4.180 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het aanleggen of wijzigen van een weg of spoorweg, tenzij: a. aan de aanleg of wijziging een besluit tot vaststelling van dit omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit ten grondslag ligt; of b. het een rijksweg, provinciale weg of bij omgevingsverordening aangewezen lokale spoorweg betreft.

Artikel 4.181 Doelen De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het bereiken van een adequaat verkeer- en vervoerniveau; en b. een aanvaardbaar geluidniveau.

Artikel 4.182 Aanwijzing omgevingsvergunningplicht 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning een gemeenteweg of waterschapsweg te wijzigen, als: a. één of twee rijstroken met meer dan 2 m worden verplaatst; b. rijstroken met meer dan 1 m worden verhoogd of verlaagd; c. het aantal rijstroken wordt vergroot, anders dan door middel van voorsorteerstroken en in- en uitvoegstroken; d. het wegdek wordt vervangen door een minder stil wegdek; of e. geluidbeperkende maatregelen bestaande uit werken of bouwwerken langs de weg worden verwijderd.

2. Het is verboden zonder omgevingsvergunning een gemeenteweg of een waterschapsweg toe te voegen als de geluidbelasting op een geluidgevoelig gebouw hoger is dan de standaardwaarde, bedoeld in tabel 5.78t bij artikel 5.78t Besluit kwaliteit leefomgeving󰏌.

Artikel 4.183 Bijzondere aanvraagvereisten Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het toevoegen van een gemeenteweg of waterschapsweg worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: https://rx-base.nl/viewer/8a1c7ab5-4877-436a-a6c8-5d0ec736a9d2/main

53/422

19-09-2024, 19:59

Viewer - Main | Rx.Base

a. een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand waarop de weg is aangegeven; b. een akoestisch rapport, waaruit blijkt hoe hoog de geluidbelasting op omliggende geluidgevoelige gebouwen is, inclusief de gecumuleerde geluidbelasting en de gezamenlijke geluidbelasting; en c. een rapport, waarin inzicht wordt gegeven in de haalbaarheid van bron- en overdrachtsmaatregelen ter beperking van geluid op geluidgevoelige activiteiten.

Artikel 4.184 Beoordelingsregels omgevingsvergunning 1. Een omgevingsvergunning voor het wijzigen van een gemeenteweg of waterschapsweg wordt alleen verleend als het geluid op geluidgevoelige activiteiten niet hoger is dan de hoogste van de volgende twee waarden: a. de standaardwaarde, bedoeld in tabel 3.32 Besluit kwaliteit leefomgeving, daarbij rekening houdend met cumulatie met andere geluidbronnen; of b. het geluid op die geluidgevoelige gebouwen voorafgaand aan de aanvraag van de omgevingsvergunning, daarbij rekening houdend met cumulatie met andere geluidbronnen.

2. Een omgevingsvergunning voor het toevoegen van een gemeenteweg of waterschapsweg wordt alleen verleend als: a. er geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de standaardwaarde te voldoen; b. de overschrijding van de standaardwaarde door het treffen van geluidbeperkende maatregelen zoveel mogelijk wordt beperkt; c. het geluid op geluidgevoelige gebouwen niet hoger is dan de grenswaarde, bedoeld in tabel 5.78u bij artikel 5.78u Besluit kwaliteit leefomgeving󰏌; en d. het cumulatieve geluidniveau aanvaardbaar is.

3. De geluidbeperkende maatregelen, bedoelde in het tweede lid, onder a en b, worden in aanmerking genomen als deze naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders: a. financieel doelmatig zijn; en b. daartegen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan.

4. Als vergunningvoorschrift legt het college van burgemeester en wethouders het gezamenlijke toegestane geluid vast.

Artikel 4.185 Binnenplanse vergunning omgevingsplanactiviteit geluid weg of spoorweg 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning een weg of spoorweg aan te leggen of te wijzigen als op grond van een omgevingsplan of bij omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit een geluidgevoelig gebouw is toegelaten binnen het aandachtsgebied van die weg of spoorweg.

2. Het eerste lid is niet van toepassing op een weg als: a. deze is gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied; b. een maximumsnelheid van 30 km per uur geldt; c. de snelheid wordt verlaagd; d. een wegdeklaag wordt vervangen door een wegdeklaag met dezelfde of een grotere geluidsreducerende werking; https://rx-base.nl/viewer/8a1c7ab5-4877-436a-a6c8-5d0ec736a9d2/main

54/422

19-09-2024, 19:59

Viewer - Main | Rx.Base

e. de snelheid wordt verhoogd tot ten hoogste de maximumsnelheid, zoals die gold voor een tijdelijke snelheidsverlaging die als maatregel is opgenomen in een programma als bedoeld in artikel 5.12 van de Wet milieubeheer, zoals dat luidde voor inwerkingtreding van de Omgevingswet; of f. het wijzigen, gerekend zonder het treffen van maatregelen, leidt tot: 1. niet meer dan 50 dB op de gevel van een geluidgevoelig gebouw; 2. als een hogere waarde is vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder, de Experimentenwet Stad en Milieu, de Interimwet stad-en-milieubenadering of de Spoedwet wegverbreding: niet meer dan 2 dB meer geluid op de gevel van een geluidgevoelig gebouw dan die hogere waarde of, als de heersende waarde lager is, de heersende waarde; of 3. als de weg en het geluidgevoelige gebouw op 1 januari 2007 waren toegelaten, niet eerder een hogere waarde is vastgesteld dan 48 dB en de heersende waarde hoger is dan 48 dB: niet meer dan 2 dB meer dan de heersende waarde.

3. Het eerste lid is niet van toepassing op een spoorweg als: a. de intensiteit, de verkeerssnelheid of een combinatie van beide wordt gewijzigd waardoor het geluid onafgerond niet meer dan 1,0 dB toeneemt ten opzichte van het geluid gedurende de drie jaren voorafgaand aan de wijziging; b. spoorstaven horizontaal worden verplaatst over een afstand van minder dan 2 m; c. spoorstaven verticaal worden verplaatst over een afstand van minder dan 1 m; d. de baanconstructie wordt vervangen door een baanconstructie die niet meer geluid emitteert dan de te vervangen constructie; of e. het wijzigen, gerekend zonder het treffen van maatregelen, leidt tot: 1. niet meer dan 3 dB meer geluid op de gevel van een geluidgevoelig gebouw dan de heersende waarde; en 2. niet meer dan 63 dB op de gevel van een geluidgevoelig gebouw.

Artikel 4.186 Aandachtsgebied 1. Het aandachtsgebied van een weg, met inbegrip van een spoorweg die is verweven of gebundeld met delen van die weg, bedoeld in artikel 4.185, eerste lid, strekt zich aan weerszijden van de as van de weg uit tot de volgende afstand, gemeten vanaf de buitenste rijstrook of spoorstaaf: a. binnen een krachtens de Wegenverkeerswet 1994 vastgestelde bebouwde kom, tenzij het een autoweg of autosnelweg betreft: 1. voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken of een of twee sporen: 200 m; en 2. voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken of drie of meer sporen: 350 m; en b. buiten die bebouwde kom of voor een autoweg of autosnelweg: 1. voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken of een of twee sporen: 250 m; 2. voor een weg, bestaande uit drie of vier rijstroken of drie of meer sporen: 400 m; en 3. voor een weg, bestaande uit vijf of meer rijstroken: 600 m.

2. Het aandachtsgebied van een spoorweg die niet is verweven of gebundeld met delen van een weg, bedoeld in artikel 4.185, eerste lid, strekt zich aan weerszijden van de as van de spoorweg uit tot de volgende afstand, gemeten vanaf de buitenste spoorstaaf: a. voor een spoorweg in een tunnel: 25 m; en b. voor een andere spoorweg: 100 m.

3. Als zich langs een weg of spoorweg een aandachtsgebied bevindt dat bestaat uit delen met een onderling verschillende breedte, geldt voor de aansluiting van de verschillende delen dat het breedste https://rx-base.nl/viewer/8a1c7ab5-4877-436a-a6c8-5d0ec736a9d2/main

55/422

19-09-2024, 19:59

Viewer - Main | Rx.Base

deel over een afstand gelijk aan een derde van de breedte van dat deel, gemeten vanaf het punt van versmalling van de breedte, nog langs de as van de weg of spoorweg doorloopt en met een loodlijn aansluit op het smalste aandachtsgebied.

4. Aan de uiteinden van een weg of spoorweg loopt het aandachtsgebied door over een afstand gelijk aan de breedte van dat gebied ter hoogte van dat uiteinde. Het aandachtsgebied loopt door langs een lijn die is gelegen in het verlengde van de as van de weg of spoorweg en behoudt de breedte die het had ter hoogte van het uiteinde.

Artikel 4.187 Aanvraagvereisten binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit geluid weg of spoorweg Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 4.185, eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een akoestisch onderzoek naar: 1. het geluid dat geluidgevoelige gebouwen binnen het aandachtsgebied onmiddellijk voorafgaand aan de wijziging of aanleg van de weg of spoorweg ondervinden; 2. het geluid dat geluidgevoelige gebouwen binnen het aandachtsgebied in de toekomst door de weg of spoorweg zouden ondervinden zonder de invloed van maatregelen die de geluidsbelasting beperken; 3. het geluid door andere wegen of niet te wijzigen delen van de weg, als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de wijziging van een weg zal leiden tot een toename van meer dan 2 dB van het geluid op geluidgevoelige gebouwen door die wegen of delen; 4. de doeltreffendheid van de in aanmerking komende verkeersmaatregelen en andere maatregelen om te voorkomen dat het in de toekomst door de weg optredende geluid op de gebouwen, bedoeld onder 1, de standaardwaarde, zijnde 53 Lden voor een weg en 55 Lden voor een spoorweg, te boven zou gaan of om te voorkomen dat het geluid op geluidgevoelige gebouwen toeneemt ten opzichte van het geluid onmiddellijk voorafgaand aan de wijziging; b.

een beschrijving van de voorgenomen maatregelen, bedoeld onder a, onder 4; en c. een beschrijving van te treffen geluidwerende maatregelen aan gevels van gebouwen waarvoor het toekomstige geluid hoger wordt dan de standaardwaarde en toeneemt ten opzichte van de situatie voor de wijziging of aanleg, voor zover nodig om te voldoen aan de grenswaarde, bedoeld in tabel 3.53 van het Besluit kwaliteit leefomgeving󰏌.

Artikel 4.188 Beoordelingsregel aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit geluid weg of spoorweg Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.185, eerste lid, wordt alleen verleend als de activiteit er niet toe leidt dat de grenswaarde 70 Lden wordt overschreden.

Artikel 4.189 Voorschriften binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit geluid weg of spoorweg Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.185, eerste lid, worden voorschriften verbonden die ertoe strekken dat: a. maatregelen als bedoeld in artikel 4.187, onder a, onder 4, worden getroffen, als deze doelmatig zijn; en b. maatregelen als bedoeld in artikel 4.187, onder c, worden getroffen.

Paragraaf 4.3.7 Kwetsbare gebouwen en locaties toevoegen https://rx-base.nl/viewer/8a1c7ab5-4877-436a-a6c8-5d0ec736a9d2/main

56/422

19-09-2024, 19:59

Viewer - Main | Rx.Base

Artikel 4.190 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het toevoegen van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties binnen een brandaandachtsgebied als bedoeld in artikel 5.12, eerste lid Besluit kwaliteit leefomgeving.

Artikel 4.191 Doelen De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het bereiken van een aanvaardbaar veiligheidsniveau van personen; en b. het beperken van schade bij een ongeval bij een risicovolle activiteit.

Artikel 4.192 Aanwijzing brandvoorschriftengebied 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning een beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties toe te voegen binnen een brandvoorschriftengebied.

2. In afwijking van het eerste lid zijn beperkt kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties binnen het brandaandachtsgebied niet aangewezen als brandvoorschriftengebied als bedoeld in artikel 5.14 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

3. Binnen het brandvoorschriftengebied geldende aanvullende bouweisen, bedoeld in de artikelen 4.90 tot en met 4.96 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.

Artikel 4.193 Bijzondere aanvraagvereisten Bij de aanvraag om de omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een berekening van het groepsrisico; en b. een verantwoording van het groepsrisico, waarbij ten minste wordt ingegaan op maatregelen die worden getroffen of die zijn overwogen ter bescherming van personen.

Artikel 4.194 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. het groepsrisico niet meer dan 0,75x de oriëntatiewaarde is; en b. maatregelen zijn getroffen ter bescherming van personen in de gebouwen en op de locaties.

Hoofdstuk 5 Milieubelastende activiteiten Afdeling 5.1 Algemene bepalingen Artikel 5.1 Toepassingsbereik 1. Dit hoofdstuk is van toepassing binnen de locatie woonwijk Tolhek op een milieubelastende activiteit als bedoeld in de bijlage bij de Omgevingswet.

2. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op: a. wonen; b. het feitelijk verrichten van bouw- en sloopwerkzaamheden aan bouwwerken of het feitelijk verrichten van onderhoudswerkzaamheden aan een bouwwerk of van een terrein; c. een milieubelastende activiteit die in hoofdzaak in de openbare buitenruimte wordt verricht; https://rx-base.nl/viewer/8a1c7ab5-4877-436a-a6c8-5d0ec736a9d2/main

57/422

19-09-2024, 19:59

Viewer - Main | Rx.Base

d. doorgaand verkeer op wegen, vaarwegen en spoorwegen; e. een evenement: 1. dat ergens anders plaatsvindt dan op een locatie voor evenementen; 2. dat geen festiviteit als bedoeld in artikel 5.68 van het Besluit kwaliteit leefomgeving󰏌 is; of 3. waarover geluidregels zijn gesteld bij of krachtens een gemeentelijke verordening; f. het verrichten van werkzaamheden met een mobiele installatie op een weiland, akker of bos die geen verplaatsbaar mijnbouwwerk als bedoeld in artikel 4.1116 van het Besluit activiteiten leefomgeving󰏌 is; en g. bruggen, viaducten, verkeerstunnels en andere ondergronds gelegen bouwwerken voor het vervoer van personen of goederen en beweegbare waterkeringen.

3. In afwijking van het eerste lid zijn de paragrafen 5.3, 5.4 en 5.5 van toepassing op het toelaten van activiteiten anders dan het wonen en doorgaand verkeer, die geluid, trillingen of geur veroorzaken en op het toelaten van te beschermen gebouwen.

4. Het tweede lid geldt niet voor milieubelastende activiteiten die bestaan uit het lozen op of in de bodem of op de riolering, voor zover het gaat om de gevolgen van het lozen voor de bodem, voor de voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater of voor het zuiveringtechnisch werk.

5. Het tweede lid geldt niet voor de activiteiten, bedoeld in paragraaf 5.6. Artikel 5.2 Voorrangsbepaling Tenzij elders in dit omgevingsplan anders bepaald, zijn de regels in dit hoofdstuk niet van toepassing op een milieubelastende activiteit die als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving󰏌, voor zover voorschriften zijn verbonden aan: a. een voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet onherroepelijke omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit; b. een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet en na de inwerkingtreding van de Omgevingswet onherroepelijk wordt.

Artikel 5.3 Doelen De regels in hoofdstuk 5 zijn gesteld met het oog op: a. het waarborgen van de veiligheid; b. het beschermen van de gezondheid; en c. het beschermen van het milieu, waaronder: 1. het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; 2. het doelmatig gebruik van energie en grondstoffen; en 3. een doelmatig beheer van afvalstoffen.

Artikel 5.4 Normadressaat Aan hoofdstuk 5 wordt voldaan door degene die de activiteit verricht. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.

Artikel 5.5 Specifieke zorgplicht https://rx-base.nl/viewer/8a1c7ab5-4877-436a-a6c8-5d0ec736a9d2/main

58/422

19-09-2024, 19:59

Viewer - Main | Rx.Base

1. Degene die een activiteit verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen, bedoeld in artikel 5.3, is verplicht: a. alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voorzover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.

2. Deze plicht houdt in ieder geval in dat: a. alle passende preventieve maatregelen tegen milieuverontreiniging worden getroffen; b. alle passende preventieve maatregelen ter bescherming van de gezondheid worden getroffen; c. de beste beschikbare technieken worden toegepast; d. geen significante milieuverontreiniging wordt veroorzaakt; e. alle passende maatregelen worden getroffen voor het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan, bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, van de Omgevingswet󰏌; f. afvalwater dat wordt geloosd en gekanaliseerde emissies van stoffen in de lucht doelmatig kunnen worden bemonsterd; g. metingen representatief zijn en monsters niet worden verdund; h. meetresultaten op geschikte wijze worden geregistreerd, verwerkt, en gepresenteerd; i. voor zover verontreiniging van de bodem ontstaat, herstel van de bodem redelijkerwijs mogelijk blijft; en j. afvalstoffen worden afgevoerd na beëindiging van een activiteit.

3. De plicht, bedoeld in het eerste lid, houdt in ieder geval ook in dat de nadelige gevolgen voor het milieu van het verkeer van personen en goederen van en naar de activiteit zo veel mogelijk worden voorkomen of beperkt.

4. Het eerste lid, voor zover het ziet op het tweede lid, en het tweede lid, zijn niet van toepassing op een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving󰏌.

Artikel 5.6 Maatwerkvoorschriften 1. Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de artikelen 5.5, 5.10 en 5.11 en de paragrafen 5.2 tot en met 5.16.

2. Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen 5.10 en 5.11 en de paragrafen 5.2 tot en met 5.16.

3. Een maatwerkvoorschrift wordt gesteld met het oog op de belangen, bedoeld in artikel 5.3. 4. Op het stellen van een maatwerkvoorschrift over een milieubelastende activiteit zijn de instructieregels in paragraaf 5.1.4󰏌 en artikel 5.165 van het Besluit kwaliteit leefomgeving󰏌, van overeenkomstige toepassing.

Artikel 5.7 Algemene gegevens bij het verstrekken van gegevens en bescheiden

https://rx-base.nl/viewer/8a1c7ab5-4877-436a-a6c8-5d0ec736a9d2/main

59/422

19-09-2024, 19:59

Viewer - Main | Rx.Base

Als gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders, worden die ondertekend en voorzien van: a. de aanduiding van de activiteit; b. de naam en het adres van degene die de activiteit verricht; c. het adres waarop de activiteit wordt verricht; en d. de dagtekening.

Artikel 5.8 Gegevens bij wijzigen naam, adres of normadressaat 1. Voordat de naam of het adres, bedoeld in artikel 5.7 wijzigen, worden de daardoor gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

2. Ten minste vier weken voordat de activiteit door een ander zal gaan worden verricht, worden de daardoor gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 5.9 Gegevens en bescheiden op verzoek van het college van burgemeester en wethouders 1. Op verzoek van het college van burgemeester en wethouders worden de gegevens en bescheiden verstrekt die nodig zijn om te bezien of de algemene regels uit dit omgevingsplan en maatwerkvoorschriften op grond van dit omgevingsplan voor de activiteit toereikend zijn gezien de ontwikkelingen van de technische mogelijkheden tot het beschermen van het milieu en de ontwikkelingen met betrekking tot de kwaliteit van het milieu.

2. Gegevens en bescheiden worden verstrekt voor zover degene die de activiteit verricht er redelijkerwijs de beschikking over kan krijgen.

Artikel 5.10 Informeren over een ongewoon voorval 1. Het college van burgemeester en wethouders wordt onverwijld geïnformeerd over een ongewoon voorval.

2. Het eerste lid geldt niet voor: a. milieubelastende activiteiten die zijn aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving󰏌; en b. ongewone voorvallen bij wonen.

Artikel 5.11 Gegevens en bescheiden bij een ongewoon voorval 1. Zodra de volgende gegevens en bescheiden bekend zijn, worden ze verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders: a. informatie over de oorzaken van het ongewoon voorval en de omstandigheden waaronder het ongewoon voorval zich heeft voorgedaan; b. informatie over de vrijgekomen stoffen en hun eigenschappen; c. andere gegevens die nodig zijn om de aard en de ernst van de gevolgen voor de fysieke leefomgeving te kunnen inschatten; en d. informatie over de maatregelen die zijn getroffen of worden overwogen om de nadelige gevolgen van het ongewoon voorval te voorkomen als bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, van de Omgevingswet󰏌. https://rx-base.nl/viewer/8a1c7ab5-4877-436a-a6c8-5d0ec736a9d2/main

60/422

19-09-2024, 19:59

Viewer - Main | Rx.Base

2. Het eerste lid geldt niet voor: a. milieubelastende activiteiten die zijn aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving󰏌; en b. ongewone voorvallen bij wonen.

Afdeling 5.2 Zwerfafval Artikel 5.12 Afval: zwerfvuil Met het oog op het doelmatig beheer van afvalstoffen worden binnen een straal van 25 m rond de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, zo vaak als nodig etenswaren, verpakkingen, sport- of spelmaterialen, of andere materialen verwijderd die van de activiteit afkomstig zijn.

Afdeling 5.3 Geluid Paragraaf 5.3.1 Algemene bepalingen Artikel 5.13 Toepassingsbereik 1. Afdeling 5.3 is van toepassing op het geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw dat is toegelaten op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit.

2. In afwijking van het eerste lid is deze afdeling niet van toepassing op geluid door een activiteit: a. op of in een geluidgevoelig gebouw, dat geheel of gedeeltelijk ligt op een gezoneerd industrieterrein of op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld; b. op of in een geluidgevoelig gebouw, dat is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor een duur van niet meer dan tien jaar; c. op een niet-geluidgevoelige gevel;

3. Deze afdeling is alleen van toepassing op het geluid door activiteiten bij detailhandel als: a. een of meer elektromotoren aanwezig zijn met een gezamenlijk vermogen van meer dan 1,5 kW, met uitzondering van elektromotoren met een vermogen van 0,25 kW of minder; of b. een of meer stookinstallaties aanwezig zijn met een nominaal thermisch ingangsvermogen van meer dan 130 kW.

Artikel 5.14 Toepassingsbereik: eerbiedigende werking 1. In afwijking van artikel 5.13, tweede lid onder b, is deze afdeling ook van toepassing op het geluid door een activiteit op of in een bestaand geluidgevoelig gebouw, dat is toegelaten op grond van dit omgevingsplan voor de duur van niet meer dan tien jaar of in een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

2. In afwijking van artikel 5.13, tweede lid onder b, is deze afdeling niet van toepassing op het geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is als: a. de activiteit al werd verricht voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet en op een locatie is toegelaten op grond van: 1. het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet󰏌; of https://rx-base.nl/viewer/8a1c7ab5-4877-436a-a6c8-5d0ec736a9d2/main

61/422

19-09-2024, 19:59

Viewer - Main | Rx.Base

2. een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet; en b. het geluidgevoelig gebouw mag worden gebouwd op grond van: 1. het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet󰏌; of 2. een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

3. In afwijking van artikel 5.13 is paragraaf 5.3 niet van toepassing op het geluid door bovengrondse hoogspanningsverbindingen met een spanning van ten minste 110 kV.

Artikel 5.15 Geluid: meerdere activiteiten beschouwen als één activiteit Onverminderd artikel 5.1 worden voor de toepassing van afdeling 5.3 als één activiteit beschouwd, meerdere activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie en die: a. rechtstreeks met elkaar samenhangen en met elkaar in technisch verband staan; of b. elkaar functioneel ondersteunen.

Artikel 5.16 Geluid: waar waarden gelden De waarden voor het geluid door een activiteit gelden: a. als het gaat om een geluidgevoelig gebouw: op de gevel; b. als het gaat om een nieuw te bouwen geluidgevoelig gebouw: op de locatie waar een gevel mag komen; c. in afwijking van onder a. en b., als het gaat om een woonschip of woonwagen: op de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van dat woonschip of die woonwagen; en d. als het gaat om een geluidgevoelige ruimte: in een geluidgevoelige ruimte.

Artikel 5.17 Geluid: functionele binding De waarden voor geluid zijn niet van toepassing op het geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw dat een functionele binding heeft met die activiteit.

Artikel 5.18 Geluid: onderzoek 1. In de volgende gevallen wordt er een geluidonderzoek verricht: a. als tussen 19.00 en 7.00 uur per dag gemiddeld meer dan vier transportbewegingen plaatsvinden met motorvoertuigen waarvan de massa van het ledig voertuig vermeerderd met het laadvermogen meer is dan 3.500 kg en binnen een afstand van 50 m van de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht geluidgevoelige gebouwen aanwezig zijn, tenzij het gaat om het bieden van gelegenheid voor het tanken van motorvoertuigen van derden of een activiteit waarvan horecaactiviteiten de kern vormen; b. als in de buitenlucht metalen in bulk worden overgeslagen of in de buitenlucht metalen mechanisch worden bewerkt; c. bij het reinigen van afvalwater door waterstraal- of oppervlaktebeluchters met een capaciteit van 120.000 of meer vervuilingseenheden; d. bij het neutraliseren van airbags of gordelspanners door deze te ontsteken; e. bij het vervaardigen van betonmortel of betonwaren; f. bij een binnenschietbaan als de afstand van de binnenschietbaan tot het dichtstbijzijnde geluidgevoelige gebouw kleiner is dan 50 m; https://rx-base.nl/viewer/8a1c7ab5-4877-436a-a6c8-5d0ec736a9d2/main

62/422

19-09-2024, 19:59

Viewer - Main | Rx.Base

g. als het op basis van de aard van de activiteit aannemelijk is dat: 1. in enige ruimte op de locatie waarop de activiteit wordt verricht, het equivalente geluidniveau (LAeq) veroorzaakt door de ten gehore gebrachte muziek in de representatieve bedrijfssituatie, meer bedraagt dan: i. 70 dB(A), als die ruimte in- of aanpandig is gelegen met geluidgevoelige gebouwen; of ii. 80 dB(A), in andere gevallen dan bedoeld onder I; of 2. in de buitenlucht of op een open terrein muziek ten gehore zal worden gebracht.

2. Het gemiddelde aantal transportbewegingen is een gemiddelde gemeten over de periode van een jaar. 3. Uit het rapport van een geluidonderzoek, bedoeld in het eerste lid, blijkt op grond van verrichte geluidsmetingen of geluidsberekeningen of wordt voldaan aan: a. de waarden, bedoeld in de paragraaf 5.3.2 of b. de van toepassing zijnde geluidswaarden van de omgevingsvergunning of een maatwerkvoorschrift. In het rapport wordt aangegeven welke voorzieningen worden getroffen om te voorkomen dat de waarden, bedoeld onder a., worden overschreden.

Artikel 5.19 Gegevens en bescheiden: rapport geluidonderzoek 1. Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit wordt het rapport van het geluidonderzoek, bedoeld in artikel 5.18, verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

2. Ten minste vier weken voordat de activiteit op een andere manier wordt verricht dan op grond van de gegevens in het rapport van het geluidonderzoek, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

Paragraaf 5.3.2 Geluid door activiteiten, anders dan specifieke activiteiten Artikel 5.20 Toepassingsbereik 1. Deze paragraaf is van toepassing op het geluid door activiteiten op of in een geluidgevoelig gebouw. 2. In afwijking van het eerste lid is deze paragraaf niet van toepassing op het geluid waarvoor bij maatwerkvoorschrift of maatwerkregel is bepaald dat het niet representatief is voor een activiteit.

Artikel 5.21 Geluid: waarden voor geluidgevoelige gebouwen 1. Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is het geluid door een activiteit op een geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 5.3.1. Tabel 5.3.1 Standaardwaarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw 07.00 – 19.00 uur

19.00 – 23.00 uur

23.00 – 07.00 uur

50 dB(A)

45 dB(A)

40 dB(A

Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door aandrijfgeluid van transportmiddelen

70 dB(A)

70 dB(A)

Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door andere piekgeluiden

65 dB(A)

65 dB(A)

Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau als gevolg van activiteiten

https://rx-base.nl/viewer/8a1c7ab5-4877-436a-a6c8-5d0ec736a9d2/main

63/422

19-09-2024, 19:59

Viewer - Main | Rx.Base

2. Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door andere piekgeluiden. Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is het geluid door een activiteit, in een geluidgevoelige ruimte binnen een in- of aanpandig geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 5.3.2. Tabel 5.3.2 Grenswaarde toelaatbaar geluid in geluidgevoelige ruimte binnen in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen 07.00 – 19.00 uur

19.00 – 23.00 uur

23.00 – 07.00 uur

35 dB(A)

30 dB(A)

25 dB(A

Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door aandrijfgeluid van transportmiddelen

55 dB(A)

55 dB(A)

Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door andere piekgeluiden

45 dB(A)

45 (dB(A)

Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT

3. Het geluid van een nieuw geluidgevoelig gebouw in een geluidaandachtsgebied mag niet hoger zijn dan de standaardwaarden bedoeld in tabel 5.3.3. Tabel 5.3.3 Standaardwaarde geluidgevoelige gebouwen Geluidbronsoort

Standaardwaarde

Provinciale wegen Rijkswegen

50 Lden

Gemeentewegen Waterschapswegen

53 Lden

Lokale spoorwegen Hoofdspoorwegen

55 Lden

Industrieterreinen

50 Lden 40 Lnight

4. De in het eerste en het tweede lid opgenomen maximale geluidniveaus LAmax zijn niet van toepassing op het laden en lossen in de periode tussen 07.00 en 19.00 uur.

Artikel 5.22 Geluid: waarden voor geluidgevoelige gebouwen: tankstation 1. Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is, in afwijking van artikel 5.21, eerste, derde en vierde lid, het geluid door het bieden van gelegenheid voor het tanken van motorvoertuigen van derden, op een geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 5.3.4. Hierbij moet voldaan worden aan de grenswaarden voor de binnenniveaus voor de avond als bedoeld in artikel 5.21, tweede lid, tabel 5.3.2. Tabel 5.3.4 Waarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw door het bieden van gelegenheid voor het tanken van motorvoertuigen van derden. 07.00 – 21.00 uur Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT

50 dB(A)

21.00 - 07.00 uur 40 dB(A)

als gevolg van activiteiten Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten https://rx-base.nl/viewer/8a1c7ab5-4877-436a-a6c8-5d0ec736a9d2/main

70 dB(A)

60 dB(A)

64/422

19-09-2024, 19:59

Viewer - Main | Rx.Base

2. De in het eerste lid opgenomen maximale geluidniveaus LAmaxzijn niet van toepassing op laden en lossen in de periode tussen 07.00 en 21.00 uur.

Artikel 5.23 Geluid: buiten beschouwing laten van geluidbronnen 1. Bij het bepalen van de geluidniveaus, bedoeld in artikel 5.21 en artikel 5.22, blijft buiten beschouwing: a. het geluid door de inzet van motorvoertuigen of helikopters voor spoedeisende medische hulpverlening, ongevallenbestrijding, brandbestrijding, gladheidbestrijding en het vrijmaken van de weg na een ongeval; b. het geluid voor het oproepen tot het belijden van godsdienst of levensovertuiging of het bijwonen van godsdienstige of levensbeschouwelijke bijeenkomsten en lijkplechtigheden, en ook het geluid in verband met het houden van deze bijeenkomsten of plechtigheden; c. het geluid van het traditioneel ten gehore brengen van muziek tijdens het hijsen en strijken van de nationale vlag bij zonsopkomst en zonsondergang op militaire terreinen; d. het ten gehore brengen van muziek wegens het oefenen door militaire muziekkorpsen in de buitenlucht gedurende de dagperiode met een maximum van twee uur per week op militaire terreinen; e. het ten gehore brengen van onversterkte muziek, behalve voor zover daarvoor bij gemeentelijke verordening regels zijn gesteld.

2. Bij het bepalen van het maximale geluidniveau (LAmax), bedoeld in artikel 5.21 en artikel 5.22, blijft buiten beschouwing het geluid als gevolg van: a. het komen en gaan van bezoekers bij een activiteit waarvan horeca-, sport- of recreatieactiviteiten de kern vormen; of b. het verrichten in de open lucht van sportactiviteiten of activiteiten die hiermee in nauw verband staan; c. onversterkt stemgeluid, tenzij het muziekgeluid is of daarmee is vermengd.

3. De maximale geluidniveaus (LAmax), bedoeld in artikel 5.21 artikel 5.22, zijn tussen 23.00 en 7.00 uur niet van toepassing op aandrijfgeluid van motorvoertuigen bij het laden en lossen als: a. voor die activiteit het in die periode geldende maximale geluidniveau (LAmax) niet te bereiken is door het treffen van maatregelen; en b. het niveau van het aandrijfgeluid op een afstand van 7,5 m van het motorvoertuig niet hoger is dan 65dB(A).

Artikel 5.24 Geluid: festiviteiten 1. De waarden, bedoeld in artikel 5.21 en artikel 5.23, zijn voor zover de naleving van deze normen redelijkerwijs niet kan worden gevergd, niet van toepassing op dagen of dagdelen in verband met de viering van: a. festiviteiten die bij of krachtens gemeentelijke verordening zijn aangewezen, in de gebieden in de gemeente waarvoor die verordening geldt; en b. andere festiviteiten die plaatsvinden op de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het aantal bij of krachtens die verordening aan te wijzen dagen of dagdelen per gebied of categorie van bedrijfssector kan verschillen en niet meer bedraagt dan twaalf per kalenderjaar.

https://rx-base.nl/viewer/8a1c7ab5-4877-436a-a6c8-5d0ec736a9d2/main

65/422

19-09-2024, 19:59

Viewer - Main | Rx.Base

2. Een festiviteit die ten hoogste een etmaal duurt, maar die zowel voor als na 00.00 uur plaatsvindt, wordt beschouwd als plaatshebbende op één dag.

Artikel 5.25 Geluid: meet- en rekenbepalingen Op het bepalen van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) of het maximaal geluidniveau (LAmax), bedoeld in deze paragraaf, zijn de artikelen 6.6󰏌 en6.7 van de Omgevingsregeling󰏌 van toepassing.

Afdeling 5.4 Trillingen Artikel 5.26 Toepassingsbereik 1. Deze afdeling is van toepassing op: a. een locatie van een activiteit, anders dan het wonen, die trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz veroorzaakt in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw, dat is toegelaten op grond van dit omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit; of b. een trillinggevoelig gebouw waarop trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz worden veroorzaakt door een activiteit, anders dan het wonen, die op een locatie is toegelaten op grond van dit omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit.

2. In afwijking van het eerste lid is deze afdeling niet van toepassing op: a. een trillinggevoelige ruimte in een trillinggevoelig gebouw dat geheel of gedeeltelijk is gelegen op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld; b. een trillinggevoelig gebouw dat op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar, met uitzondering van artikel 5.27; c. activiteiten die in de hoofdzaak in de openbare ruimte worden verricht en evenementen die niet plaatsvinden op een locatie voor evenementen, met uitzondering van artikel 5.27 tot en met artikel 5.30; en d. doorgaand verkeer op wegen, vaarwegen en spoorwegen.

Artikel 5.27 Trillingen: meerdere activiteiten beschouwen als een activiteit Onverminderd artikel 5.1 wordt voor de toepassing van deze afdeling als één activiteit beschouwd, meerdere activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie en die: a. rechtstreeks met elkaar samenhangen en met elkaar in technisch verband staan; of b. elkaar functioneel ondersteunen.

Artikel 5.28 Trillingen: functionele binding De waarden voor trillingen zijn niet van toepassing op trillingen door een activiteit in trillinggevoelige ruimten van een trillinggevoelig gebouw dat een functionele binding heeft met die activiteit.

Artikel 5.29 Trillingen: waarden voor trillingen 1. Met het oog op het voorkomen of het beperken van trillinghinder zijn de continue trillingen door een activiteit in trillinggevoelige ruimten, niet hoger dan de waarde A1 trillingssterkte Vmax, bedoeld in tabel 5.4.1.

https://rx-base.nl/viewer/8a1c7ab5-4877-436a-a6c8-5d0ec736a9d2/main

66/422

19-09-2024, 19:59

Viewer - Main | Rx.Base

2. Als niet voldaan wordt aan de waarde, bedoeld in het eerste lid, is de waarde van continue trillingen door een activiteit in trillinggevoelige ruimten, niet hoger dan de waarden onder A2 trillingssterkte Vmax en A3 trillingssterkte Vper, bedoeld in tabel 5.4.1. Tabel 5.4.1 Waarde voor continue trillingen in trillinggevoelige ruimten Soort

waarden 07.00 – 23.00 uur

23.00 – 07.00 uur

A1 onderste norm voor trillingssterkte Vmax

0,1

0,1

A2 bovenste norm voor trillingssterkte Vmax

0,4

0,2

A3 norm voor trillingssterkte Vper

0,05

0,05

3. In afwijking van tweede lid moet met het oog op het voorkomen of het beperken van trillinghinder zijn de herhaald voorkomende trillingen door een activiteit in trillinggevoelige ruimten, niet hoger dan de waarde A1 trillingssterkte Vmax, bedoeld in tabel 5.4.2. Tabel 5.4.2 Soort

waarden 07.00 – 23.00 uur

23.00 – 07.00 uur

A1 onderste norm voor trillingssterkte Vmax

0,2

0,2

A2 bovenste norm voor trillingssterkte Vmax

0,8

0,4

A3 norm voor trillingssterkte Vper

0,1

0,1

4. De waarden zoals bedoeld in tabel 5.4.1 en 5.4.2 gelden niet voor trillingen in trillinggevoelige ruimten van ‘trillinggevoelig gebouwen met een functionele binding of voormalige functionele binding’ met die activiteit.

5. Op een locatie waar dit omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit het bouwen van een trillinggevoelig gebouw toelaat, zijn de normen pas van toepassing als het gebouw is gerealiseerd.

Artikel 5.30 Trillingen: meet- en rekenbepalingen Op het bepalen van de trillingen, bedoeld in deze afdeling, is artikel 6.11 van de Omgevingsregeling󰏌 van toepassing.

Afdeling 5.5 Geur Paragraaf 5.5.1 Algemene bepalingen Artikel 5.31 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op de geur door een activiteit als bedoeld in artikel 5.1 op een geurgevoelig gebouw.

https://rx-base.nl/viewer/8a1c7ab5-4877-436a-a6c8-5d0ec736a9d2/main

67/422

19-09-2024, 19:59

Viewer - Main | Rx.Base

Artikel 5.32 Voorkomen of beperken van geurhinder 1. Indien bij een activiteit emissies naar de lucht plaatsvinden, wordt daarbij geurhinder bij geurgevoelige gebouwen voorkomen, dan wel voor zover dat niet mogelijk is wordt de geurhinder tot een aanvaardbaar niveau beperkt.

2. Het bevoegd gezag kan, indien het redelijk vermoeden bestaat dat er sprake is van geurhinder, verzoeken dat een rapport van een geuronderzoek wordt overgelegd. Een geuronderzoek wordt uitgevoerd overeenkomstig de NTA 9065. Het rapport bevat ook een onderzoek naar de beschikbaarheid van technische voorzieningen en gedragsregels om geurhinder te beperken.

3. Bij het bepalen van een aanvaardbaar niveau van geurhinder kan onder meer rekening worden gehouden met de volgende aspecten: a. de bestaande toetsingskaders, waaronder lokaal geurbeleid; b. de geurbelasting ter plaatse van geurgevoelige gebouwen; c. de aard, omvang en waardering van de geur die vrijkomt bij de betreffende activiteit; d. de historie van de betreffende activiteit en het klachtenpatroon met betrekking geurhinder; e. de bestaande en verwachte geurhinder van de betreffende activiteit, en f. de kosten en baten van technische voorzieningen en gedragsregels.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14548248/1