CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept-jaarstukken 2022 versie 1 0 - 06-04-2023

Raad Besluitvorming 1 juni 2023, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: Informatie ODH30.929 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Daarnaast wordt in 2023 gewerkt aan een gezamenlijk mobiliteits- en kenniscentrum en campusrecruitment. Voorts is in 2022 het bezoeken van hogescholen en actief benaderen jongeren weer opgepakt. Eind 2022 is de wervingsvideo voor Vergunningverleners (naast film voor Toezichthouders uit 2021) met succes gelanceerd op onze website en social media. Er blijft een groeiende behoefte aan het vervullen van vacatures ingegeven door natuurlijke uitstroom en een voorziene groei in (specialistische) taken. De markt kan hier niet of nauwelijks in voorzien en daarom blijft aandacht voor dit onderwerp noodzakelijk. Ultimo 2022 bedroeg de vacatureruimte 30,1 (waarvan 14,4 fte structureel en 15,7 fte incidenteel) tegen 34,3 in 2021 (waarvan 19,2 fte structureel en 15,1 fte incidenteel). De invoering van het hybride werken enerzijds en de uitstroom wegens pensionering anderzijds heeft tot gevolg gehad dat de bezetting van de bedrijfshulpverlening onder druk is komen te staan. In 2022 is actief op zoek gegaan naar nieuwe bedrijfshulpverleners. In totaal zijn 7 medewerkers opgeleid, die per 1 januari 2023 operationeel zijn. En daarmee is de bezetting weer op niveau. In 2023 heeft arbeidsmarktcommunicatie wederom een hoge prioriteit. De samenwerking met de andere omgevingsdiensten in Zuid Holland wordt daarom aanzienlijk versterkt. Daarnaast is social mediabeleid in ontwikkeling.

Bovenal wordt niet alleen aandacht besteed aan ‘binnen halen’, maar ook aan ‘binnen houden’. In 2022 is een medewerkersonderzoek gehouden. Hieruit kwamen relevante verbeterpunten voor het HRbeleid en instrumentarium. In 2023 wordt dit opgepakt. De in 2021 gestarte full-service ondersteuning van de leidinggevenden door de arbodienst en verzuimcoördinator heeft het ziekteverzuim in 2022 tot een gemiddelde gereduceerd dat vergelijkbaar is met het landelijk gemiddelde van 2021. Zowel qua uitval vanwege COVID-19 als vanwege burn-out klachten volgt de ODH de landelijke trend. Burn-out komt steeds vaker voor onder jongere mensen. Het beeld schetst beperkingen in het persoonlijk functioneren ten gevolge van een verstoring in de werk-privé-balans (enerzijds als gevolg van ervaren hoge werkdruk en anderzijds in meer in de persoon gelegen factoren). Ook in 2022 is burn-out inmiddels de belangrijkste oorzaak is van langdurig verzuim. Het zeer langdurig ziekteverzuim ligt hoger dan gemiddeld. Dit betreft situaties waar vanuit de werkgever weinig tot geen invloed op mogelijk is. De verzuimcoördinator onderhoudt aangaande alle zieke medewerkers samen met de leidinggevenden intensief contact met de arbodienst. Het ziekteverzuimpercentage is over 2022 is uitgekomen op 7,5% (5,8% in 2021).

Het landelijk gemiddelde ziekteverzuimpercentage in de gemeentelijke sector was in 2021 volgens de Personeelsmonitor Gemeenten 2021 A&O fonds 5,8% (in 2020 5,5%). Bij het opmaken van de jaarrekening waren landelijke cijfers over 2022 nog niet bekend. In grafiek 12 is het gemiddeld ziekteverzuimpercentage over 2022 naar verzuimduur in dagen weergegeven afgezet tegen het landelijk gemiddelde ziekteverzuimpercentage over 2021 (bron: Personeelsmonitor Gemeenten 2021 A&O fonds).

23 / 75

Grafiek 12 Gemiddelde verzuimpercentage naar verzuimduur in dagen

Tabel 8 Personeelsmonitor 2016 – 2022 Personeelsmonitor ODH Formatie en bezetting (ultimo jaar) Primair proces (exclusief management) Ondersteuning (inclusief management) Formatie Bezetting Vacatureruimte % vacatureruimte van gemiddelde formatie % overhead van totale formatie Gemiddelde leeftijd (ultimo jaar) Aantal medewerkers generatiepact (ultimo jaar)

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

155,7 48,1 203,8 191,7 12,1 5,5 23,6 49,0 17

161,0 48,1 209,1 199,3 9,8 5,3 23,0 49,6 24

167,9 47,6 215,5 182,4 33,1 10,1 22,1 49,4 22

172,6 47,1 219,7 190,5 29,2 14,3 21,4 48,0 20

183,7 46,6 230,3 205,0 25,3 12,1 20,2 46,8 23

188,1 48,4 236,5 202,2 34,3 12,8 20,5 46,6 19

193,8 47,4 241,2 211,1 30,1 13,5 19,7 46,8 16

7,2

6,0

6,8

8,4

5,7

5,8

7,5

Opleiding en ontwikkeling Totaal opleidingskosten Gemiddelde opleidingskosten per fte % opleidingskosten van totale loonsom

448.732 2.341 3,3

266.279 1.336 1,8

282.165 1.547 1,9

275.873 1.448 1,9

187.868 916 1,2

217.294 1.075 1,2

164.779 781 0,9

Strategische personeelsplanning Salariskosten Externe inhuur (exclusief inhuur ICT) Totale loonkosten Gemiddelde loonkosten per fte % externe inhuur van totale loonkosten

13.765.214 1.801.430 15.566.644 72.031 11,6

14.897.616 1.284.143 16.181.759 76.203 7,9

15.008.714 1.905.751 16.914.465 78.641 11,3

14.813.327 2.381.250 17.194.577 79.449 13,8

16.229.686 3.273.934 19.503.620 82.072 16,8

17.387.349 3.102.591 20.489.940 85.400 15,1

18.469.289 3.550.926 22.020.215 90.714 16,1

Ziekteverzuim % verzuim

4.3.2

Klachten handelen ODH

Bij de ODH komen drie soorten klachten binnen: 1. Over overlast (van bedrijven); 2. Over de wijze waarop de ODH taken uitvoert (dienstverlening als tijdigheid, inhoudelijke standpunten etc. dit alles buiten de scope van bezwaar en beroep); 3. Over houding en gedrag van medewerkers van de ODH (bejegening).

24 / 75

Klachten van de eerste soort leiden tot toezicht en mogelijk handhaving. Klachten van het tweede en derde soort vallen onder hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht. De grens tussen bezwaar, klacht of enkel ongenoegen over het feit dat er gehandhaafd wordt is in de praktijk niet altijd even scherp. In gevallen waar concreet rechtsgevolg aan de orde is, zal bij onduidelijkheid meestal de juridische route van bezwaarbehandeling gevolgd worden. In gevallen waarin ongenoegen over handhaving in een gesprek met de toezichthouder tot helderheid gebracht wordt, zal ook geen sprake zijn van een formeel klachttraject. Ook kan er sprake zijn van gevallen waarin de betrokkene alle juridische mogelijkheden inzet om handhaving tegen overtredingen te voorkomen. In 2022 is een formele klacht van de tweede soort geregistreerd. Er waren geen klachten van de derde soort. De klacht betrof de tijdigheid van de reacties van de ODH met betrekking tot een handhavingszaak. In een complexe zaak speelde naast de publiekrechtelijke handhaving ook een onderliggend privaatrechtelijk issue tussen de belanghebbenden (klagers en betrokken ondernemer) met betrekking tot hetzelfde object. Ten gevolge daarvan gaf de klager aan dat de ODH in het bestuursrechtelijk traject onvoldoende voortvarend op de reacties van verschillende partijen reageerde.

Naar aanleiding van de klacht is een tweede toezichthouder aan de zaak toegevoegd en is de handhaving weer op tempo gekomen en vervolgens conform de gewone procedure afgerond. 4.3.3

Informatisering en automatisering

In de taakuitvoering van VTH wordt een grote hoeveelheid gegevens verzameld. Het omzetten van deze data naar waardevolle informatie via data-analyses (voor zowel de omgevingsdiensten als haar deelnemers en ketenpartners) en het creëren van een professionele informatiepositie, is van belang om informatiegestuurd te kunnen werken en daarmee relevant te zijn. In de toekomst en zeker ook bij de komst van de Omgevingswet is verdere samenwerking in de keten noodzakelijk. Samenwerken en informatie delen met landelijke inspectiediensten, het OM, waterschappen, veiligheidsregio en GGD is de toekomst. Meer digitalisering maakt ook de ontwikkeling naar risico-gestuurd toezicht en digitalisering van alle VTH taken mogelijk. Permanente inzet op doorontwikkeling is noodzakelijk omdat de technologische ontwikkelingen razendsnel blijven gaan. De ODH doet dit op basis van een interne visie en informatiebeleid. De zogenaamde ODH-grondplaat die hier onderdeel van is, dient inmiddels landelijk als voorbeeld voor alle omgevingsdiensten. De dienst heeft in 2022 zich vastgehouden aan twee belangrijke aspecten: het (1) beschikbaar hebben van de juiste informatie (data) op de juiste wijze en op het juiste moment voor de gebruikers en (2) het op de juiste wijze kunnen beschikbaar stellen (ontsluiten) van deze data. De digitale toekomst van gegevensopslag zal daarbij vooral geo-georiënteerd zijn.

Locatiegegevens zullen de ingang zijn tot alle gegevens die erover bekend (moeten) zijn. De ODH heeft een geo-voorziening gerealiseerd en zal in kleine stappen steeds meer kaartlagen geo-georiënteerd gaan ontsluiten. Daarnaast heeft een project Digitaal ordenen documenten gelopen waarbij een voorziening is ingericht om documenten te voorzien van relevante aanvullende metadata. De Omgevingswet is uitgesteld o.a. wegens problemen in de landelijke ICT-systemen. Ondertussen zorgen de verdergaande voorbereidingen op de komst van de Omgevingswet met daaraan gekoppeld het DSO ervoor dat op dit vlak blijvende inspanningen noodzakelijk zullen zijn. D.m.v. dit systeem kunnen initiatiefnemers, belanghebbenden en bevoegd gezag de informatie raadplegen die zij nodig hebben bij het gebruik van de Ow. Het systeem wordt zo opgezet dat alle informatie voor iedereen snel inzichtelijk is. 4.3.3.1

Informatiebeveiliging en AVG

De ODH hecht aan een goede informatiebeveiliging en heeft haar beleid vastgelegd in een strategische visie op informatiebeveiliging die gebaseerd is op de nieuwe landelijke standaard: Baseline Informatiebeveiliging Overheid. De dienst heeft een Information Security Officer die zorg draagt voor goede fysieke beveiliging van de systemen en de bewustwording op dit vlak stimuleert. Er is een stapsgewijze overgang naar de Cloud waarbij de eigen systemen langzaam worden afgebouwd. In 2022 heeft er één datalek plaatsgevonden welke is gemeld bij de Autoriteit Persoonsgegevens. De ODH heeft in dit geval conform de opgestelde procedures gehandeld. Met leveranciers die met persoonsgegevens 25 / 75

in aanraking komen worden altijd verwerkersovereenkomsten afgesloten die aan de (digitale) contractdossiers worden toegevoegd . 4.3.3.2

Digitale informatievoorziening

Het cluster Documentaire Informatie Voorziening (DlV) is verantwoordelijk voor tijdige postverwerking (zowel inkomend als uitgaand, papier en digitaal) en voor archivering. De voormalige post en reprokamer is ontwikkeld naar een moderne professionele Documentatie en lnformatie Voorzieningsorganisatie. De ODH werkt volledig digitaal en heeft hiervoor goedkeuring gekregen van de Archiefinspectie. Hierdoor is er sprake van een adequate en rechtmatige archivering.

4.4 Openbaarheid Op 1 mei 2022 is het grootste deel van de Wet open overheid (hierna: Woo) in werking getreden. De Woo is een initiatiefwet uit 2012 en heeft tot doel om de transparantie van overheden en semi-overheden te verbeteren. Met de inwerkingtreding van de Woo is de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) ingetrokken. In de wet is voorgeschreven dat bestuursorganen in de jaarlijkse begroting aandacht besteden aan de beleidsvoornemens inzake de uitvoering van deze wet en in de jaarlijkse verantwoording verslag doen van de uitvoering ervan, mede in relatie tot de beleidsvoornemens. In de wet wordt een onderscheid gemaakt tussen actieve en passieve openbaarmaking (openbaarmaking op verzoek). Een aantal artikelen van de Woo die nieuwe verplichtingen tot actieve openbaarmaking bevatten, treden op een later nog te bepalen moment in werking. Dit betreft o.a.: • Beschikkingen (bijv. een vergunning) en herstelacties (bijv. een last onder dwangsom); • Bestuurlijke stukken; onder de actieve openbaarmaking vallen straks ook de vergaderstukken en verslagen van het AB en de agenda en besluitenlijst van het DB. Begin 2022 is een projectgroep ingesteld die tot doel heeft: 1. de veranderingen en gevolgen van de Woo in beeld te brengen; 2. een plan van aanpak te schrijven voor de implementatie van de Woo op korte termijn; 3.

een meerjarenplan op te stellen om de digitale informatiehuishouding op orde te brengen. Om de ODH voor te bereiden op het actief bekendmaken van de aangewezen documenten is op basis van het plan van aanpak gestart met de implementatie. Daarbij wordt aandacht besteed aan het koppelen van het softwaresysteem aan het zaaksysteem en/of archiefsysteem en het anonimiseren van documenten. De ODH richt zich in eerste instantie op het voldoen aan de wettelijke verplichtingen, dat wil zeggen het openbaar maken van de stukken die genoemd staan in de wet. In een later stadium zal de ODH bezien of we in de geest van de wet ook andere stukken openbaar willen maken en zo ja welke stukken daarvoor geschikt zijn. Doel is om zo transparant mogelijk te zijn en stukken zo veel als mogelijk beschikbaar te stellen. De openbaarmaking zal elektronisch plaatsvinden op een aangewezen platform dat door het ministerie van BZK wordt ontwikkeld. Door de vakjuristen zijn de veranderingen van de passieve openbaarmaking onder de Woo ten opzichte van passieve openbaarmaking onder de Wob in beeld gebracht en in de organisatie uitgerold. Daarbij is het nieuwe proces beschreven en zijn de wijzigingen gecommuniceerd met de medewerkers, met name over de wijziging dat persoonlijke beleidsopvattingen in documenten voortaan ook naar buiten gaan (in geanonimiseerde vorm).

Daarnaast is een aantal praktische zaken uitgewerkt: • Zorgplicht: de Woo kent een (niet strak omlijnde) zorgplicht die strekt tot het duurzaam toegankelijk maken van de digitale documenten die het ontvangt, vervaardigt of onder zich heeft. Een vrijwel gelijkluidende zorgplicht is opgenomen in artikel 3 Archiefwet 1995. Mede in het licht van de komst van de Omgevingswet wordt aan deze verplichting gewerkt door het team Informatievoorziening; • Contactpersoon: ter beantwoording van vragen over de beschikbaarheid van publieke informatie moeten een of meer contactpersonen aangewezen worden. Voor deze taak zijn de medewerkers van de teams Intake & Procedures van de afdelingen T&V en T&H aangewezen; onze “backoffice”; • Website: de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer geeft de burger het recht digitaal met de overheid te communiceren. In lijn daarmee regelt de Woo uitdrukkelijk dat een verzoek elektronisch kan worden ingediend. Op onze website staat dit inmiddels vermeld; 26 / 75

•

•

Aandacht voor openbaarheid in begroting en jaarstukken: de Woo verplicht het bestuursorgaan in hun jaarlijkse begroting aandacht te besteden aan de beleidsvoornemens inzake de uitvoering van deze wet en in de jaarstukken verslag te doen van de uitvoering ervan, mede in relatie tot de beleidsvoornemens. Mandaat: door alle gemeenten is inmiddels mandaat verleend.

4.5 Onderhoud kapitaalgoederen Deze paragraaf heeft tot doel te laten zien hoe de ODH de instandhouding waarborgt van de kapitaalgoederenvoorraad. De kapitaalgoederen van de ODH bestaan uit twee onderdelen: investeringen in ICT en investeringen in huisvesting/inventaris. De kapitaallasten en onderhoudskosten van deze investeringen zijn opgenomen in de exploitatie. In tabel 9 is een totaaloverzicht opgenomen. Tabel 9 Kredietoverzicht Materiële vaste activa

Krediet

Uitgaven t/m 2021

Vervanging mobiele apparatuur 2022 Aanschaf audiovisuele apparatuur 2022 Vervangingsinvestering DMS/RMA Vervangingsinvestering VTH (OpenWave) Vervangingsinvestering ICT oud Vervangingsinvestering ICT nieuw Totaal ICT krediet Huisvesting en inventaris oud Huisvesting en inventaris nieuw Inrichting thuiswerkplek Totaal Krediet Huisvesting en Inventaris

209.000 71.700 661.100 64.300 473.000 2.000.000 3.479.100 386.900 436.500 63.500 886.900

0 0 661.144 55.226

Uitgaven 2022 208.955 71.700 0 9.040

0 716.370 375.794 0 0 375.794

0 289.695 11.106 26.700 63.455 101.261

Totaal uitgaven 208.955 71.700 661.144 64.266 0 0 1.006.065 386.900 26.700 63.455 477.055

Totaal

4.366.000

1.092.164

390.956

1.483.120

Restant krediet 45 0 -44 34 473.000 2.000.000 2.473.035 0 409.800 45 409.845 2.882.880

ICT Krediet In 2022 is de mobiele apparatuur vervangen. Met de vervanging was een bedrag gemoeid van € 209.000. Daarnaast is als gevolg van het hybride werken audiovisuele apparatuur aangeschaft voor een totaalbedrag van € 71.700. Ten behoeve van de vervanging van het zaaksysteem VTH is in 2022 nog een uitgave gedaan van € 9.000. Van het oude vervangingskrediet ICT was ultimo 2022 nog een restantkrediet beschikbaar van € 473.000. Bij Voorjaarsnota 2022 is besloten voor IT-hardware een nieuw investeringskrediet van € 2.000.000 beschikbaar te stellen. Krediet Huisvesting en Inventaris Het invoeren van het hybride werken binnen de ODH heeft tot gevolg dat er huisvestingsaanpassingen zijn gedaan waaronder het nieuw inrichten van vergaderlocaties en de inrichting van thuiswerkplekken. Met de investering daarvan was een bedrag gemoeid van in totaal € 101.300. Bij Voorjaarsnota 2022 is besloten voor huisvesting en inventaris een nieuw krediet van € 500.000 beschikbaar te stellen. Van dit bedrag was ultimo 2022 nog een bedrag beschikbaar van € 409.800.

27 / 75

5 Jaarrekening 5.1 Programmaverantwoording In dit hoofdstuk vindt u de verantwoording 2022 per programma. Tabel 10 Programmaverantwoording Omschrijving 1. Programma Toetsing en Vergunningverlening 2. Programma Toezicht en Handhaving Totaal lasten programma's

Realisatie Begroting 2021 primitief 2022 9.236.800 8.073.900 6.907.152 7.004.200 16.143.952 15.078.100

3. Algemene dekkingsmiddelen 4. Overhead 5. Heffing Vpb 6. Onvoorzien Saldo van baten en lasten

-27.112.897 10.223.245 0 0 -745.700

-25.142.300 10.017.700 0 46.500 0

-640.800 704.900 0 0 334.100

-93.400 -66.100 0 0 0

-3.765.000 863.400 0 0 0

-29.641.500 11.519.900 0 46.500 334.100

-3.128.200 0 0 0 0

-32.769.700 11.519.900 0 46.500 334.100

-29.593.003 10.912.102 0 0 -1.127.457

0 0

0 0

-334.100 -334.100

0 0

0 0

-334.100 -334.100

0 0

-334.100 -334.100

-334.098 -334.098

-745.700

0

0

0

0

0

0

0

-1.461.555

7. Mutaties reserves Mutatie reserves Gerealiseerd resultaat

5.1.1

Wijziging VJN 2022 200.300 69.700 270.000

Wijziging Administratieve NJN 2022 wijzigingen t/m NJN 35.800 2.707.600 123.700 194.000 159.500 2.901.600

Begroting Administratieve na NJN wijzigingen na NJN 11.017.600 33.600 7.391.600 3.094.600 18.409.200 3.128.200

Begroting na wijziging 11.051.200 10.486.200 21.537.400

Realisatie 2022 10.539.586 7.013.858 17.553.444

Toelichting programma’s

De programma’s zijn direct gerelateerd aan de uitvoerende afdeling met dezelfde benaming. Tabel 11 Afwijkingen op kostensoort Kostensoort

1. Personeel 2. Kapitaallasten 3. Indirecte kosten 4. Additionele projecten 5. Onvoorzien

5.1.2

Programma Toetsing en Vergunningverlening Programma Toezicht en Handhaving Overhead Begroting 2022 Begroting 2022 Begroting 2022 na wijziging Realisatie 2022 Verschil 2022 na wijziging Realisatie 2022 Verschil 2022 na wijziging Realisatie 2022 Verschil 2022 9.906.000 10.027.744 -121.744 7.144.000 6.790.716 353.284 8.437.200 7.432.393 1.004.807 0 0 0 0 0 0 331.300 331.315 -15 279.300 140.298 139.002 190.900 61.576 129.324 2.751.400 3.148.394 -396.994 865.900 371.544 494.356 3.151.300 161.566 2.989.734 0 0 0 0 0 0 0 0 0 46.500 0 46.500 11.051.200 10.539.586 511.614 10.486.200 7.013.858 3.472.342 11.566.400 10.912.102 654.298

Programma Toetsing en Vergunningverlening

Het programma T&V laat een onderschrijding zien € 511.600. Hiervan heeft een bedrag van € 494.400 betrekking op additionele opdrachten, waarvan op realisatiebasis minder is uitgegeven dan geraamd (zie 5.1.4.2). De reguliere exploitatie is per saldo € 17.200 lager uitgevallen dan geraamd. De personele kosten zijn € 121.700 hoger uitgevallen met name door hogere inhuurkosten. De indirecte kosten zijn daarentegen € 139.000 lager uitgevallen dan geraamd met name door lagere kosten bezwaar- en beroepskosten, minder onderzoekskosten en lagere communicatie- en publicatiekosten. Voor een toelichting op de kostensoorten wordt verwezen naar bijlage 9.1. 5.1.3

Programma Toezicht en Handhaving

Het programma T&H laat een onderschrijding zien € 3.472.300. Hiervan heeft een bedrag van € 2.989.700 betrekking op additionele opdrachten, waarvan op realisatiebasis minder is uitgegeven dan geraamd (zie 5.1.4.2). De reguliere exploitatie is per saldo € 482.600 lager uitgevallen dan geraamd. De personele lasten zijn € 353.300 lager uitgevallen met name doordat er minder is uitgegeven aan inhuur. Aan indirecte kosten is in totaal € 129.300 minder uitgegeven met name door lagere kosten bezwaar- en beroepskosten en minder onderzoekskosten. Voor een toelichting op de kostensoorten wordt verwezen naar bijlage 9.1.

28 / 75

5.1.4

Overhead

De overhead is € 654.300 lager uitgevallen dan geraamd. De personele lasten zijn € 1.004.800 lager uitgevallen. De salariskosten, inhuur en inkoop diensten is in totaal € 693.400 lager uitgevallen dan geraamd, terwijl aan de opleidingskosten eveneens € 279.900 minder is uitgegeven. De algemene personeelskosten zijn € 31.500 lager uitgevallen met name doordat als gevolg van het hybride werken er minder kosten woon-werkverkeer zijn gemaakt. De indirecte kosten zijn € 397.000 hoger uitgevallen dan geraamd. Aan huisvestingskosten is € 6.700 minder uitgegeven en aan vervoerskosten € 9.300. Aan ICT-kosten (voornamelijk licentiekosten) is € 90.800 minder uitgegeven en aan overige bedrijfskosten € 337.200. Daar staat tegenover een verplichte storting in een voorziening bovenwettelijk verlof tegenover van € 841.000. De overhead wordt aan de programma’s toegerekend op basis van het op begrotingsbasis aantal direct toe te rekenen fte’s. Op basis van de verdeelsleutel overhead gaat het voor het programma T&V om een bedrag van € 10.912.100 x 108,22 fte/193,83 fte = afgerond € 6.092.500 en voor het programma T&H om een bedrag van € 10.912.100 x 85,61/193,83 = afgerond € 4.819.600. 5.1.5

Onvoorzien

De post onvoorzien van € 46.500 is in 2022 niet aangewend. 5.1.6

Algemene dekkingsmiddelen

De algemene dekkingsmiddelen bestaan uit de deelnemersbijdragen, opbrengsten additionele projecten en overige opbrengsten: • Deelnemersbijdragen € 28.441.700 • Additionele opdrachten € 533.100 • Overige opbrengsten € 618.200 Totaal € 29.593.000 In totaal is in 2022 ten opzichte van de raming € 3.176.700 minder aan algemene dekkingsmiddelen ontvangen: • Additionele opdrachten € -/- 3.484.100 • Overige opbrengsten € 307.400 Totaal € -/- 3.176.700 5.1.6.1

Deelnemersbijdragen

De bijdragen van deelnemers zijn gebaseerd op de uitvoering van de werkplannen inclusief een bijdrage van € 35.511 voor de kosten van het abonnement Nationale Databank Flora en Fauna. De jaarrekening 2022 sluit met een positief rekeningresultaat van € 1.461.600. Voor een toelichting op de bestemming wordt verwezen naar paragraaf 2.2. Van het resultaat wordt voorgesteld een bedrag van € 575.760 overeenkomstig het besluit van het AB van 26 juni 2019 collectief met de deelnemers af te rekenen op basis van het werkelijk aantal bestede uren en het werkelijk uurtarief per deelnemer. Het betreft hier het verschil tussen voor- en nacalculatie als gevolg van niet gerealiseerde productie die via de methodiek nacalculatie wordt doorgeschoven naar 2023 dan wel wordt afgerekend (zie tabel 15). Indien het verschil van de deelnemersbijdrage tussen voor- en nacalculatie zich binnen de bandbreedte van 10% bevindt dan wordt het verschil meegenomen naar een volgend dienstjaar via een vordering of schuld op de balans. Is het verschil van de deelnemersbijdrage tussen voor- en nacalculatie meer dan 10% dan wordt het verschil buiten de bandbreedte van 10% met de deelnemer afgerekend.

In tabel 12 zijn de uitkomsten van de vastgestelde methodiek nacalculatie opgenomen per deelnemer en in tabel 13 is per deelnemer de afwijking weergegeven voor de afrekening/verrekening op basis van de afgesproken marge van +/-10% (ten opzichte van de geraamde deelnemersbijdrage 2022). Bij de 29 / 75

berekening van de afwijking wordt het balanssaldo van de afrekening/verrekening per 31-12-2021 meegenomen. Een overzicht van de deelnemersbijdrage over 2022 na verrekening nacalculatie inclusief additionele opdrachten is opgenomen in tabel 14. Tabel 12 Verrekening rekeningresultaat volgens vastgestelde methodiek nacalculatie Deelnemers

1 Delft Den Haag Leidschendam-Voorburg Midden-Delfland Pijnacker-Nootdorp Rijswijk Wassenaar Westland Zoetermeer Provincie Zuid-Holland Totaal

Begroting (voorcalculatie) Realisatie (nacalculatie) Bijdrage 2022 Geraamde uren Gemiddeld tarief Quotiënt Gemiddeld tarief Totaal Verschil raming Bijdrage Bijdrage Rekeningna wijziging werkplan voorcalculatie nacalculatie bestede uren en realisatie Nacalculatie Voorcalculatie resultaat 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 1.404.026 13.634 102,98 1,0131 104,33 13.422 212 1.400.064 1.404.026 -3.962 7.066.803 70.309 100,51 1,0131 101,82 68.253 2.056 6.948.262 7.066.803 -118.541 970.720 9.408 103,18 1,0131 104,53 8.889 519 928.999 970.720 -41.721 587.743 5.763 101,99 1,0131 103,32 5.468 295 564.851 587.743 -22.892 782.084 7.586 103,10 1,0131 104,45 7.009 577 731.957 782.084 -50.127 736.313 7.178 102,58 1,0131 103,92 7.623 -445 792.039 736.313 55.726 391.205 3.801 102,92 1,0131 104,27 4.807 -1.006 501.135 391.205 109.930 3.929.704 38.442 102,22 1,0131 103,56 35.098 3.344 3.634.090 3.929.704 -295.614 1.204.366 11.721 102,75 1,0131 104,09 11.338 383 1.179.959 1.204.366 -24.407 11.368.740 101.544 111,96 1,0131 113,42 98.630 2.914 11.184.588 11.368.740 -184.152 28.441.704 269.386 105,58 106,96 260.537 8.849 27.865.944 28.441.704 -575.760

Tabel 13 Nacalculatie per deelnemer

1 Delft Den Haag Leidschendam-Voorburg Midden-Delfland Pijnacker-Nootdorp Rijswijk Wassenaar Westland Zoetermeer Provincie Zuid-Holland Totaal

Nacalculatiesaldo ultimo 2021 2 -108.312 -539.282 -49.422 56.962 -53.716 61.431 -1.659 -267.193 -116.229 -268.278 -1.285.698

Dekking Nacalculatie 2022 NacalculatieMinderwerk Duurzaamheid saldo Resultaat 2022 Te verrekenen Bijdrage voorAfwijking Den Haag Den Haag actueel na bestemming via balans calculatie 2022 binnen 10% 3 4 5 6 7 8 9 0 0 -108.312 -3.962 -112.274 1.404.026 140.403 162.123 104.643 -272.516 -118.541 -391.057 7.066.803 706.680 0 0 -49.422 -41.721 -91.143 970.720 97.072 0 0 56.962 -22.892 34.070 587.743 58.774 0 0 -53.716 -50.127 -103.843 782.084 78.208 0 0 61.431 55.726 117.157 736.313 73.631 0 0 -1.659 109.930 108.271 391.205 39.121 0 0 -267.193 -295.614 -562.807 3.929.704 392.970 0 0 -116.229 -24.407 -140.636 1.204.366 120.437 0 0 -268.278 -184.152 -452.430 11.368.740 1.136.874 162.123 104.643 -1.018.932 -575.760 -1.594.692 28.441.704

Afwijking % 10 -8,00 -5,53 -9,39 5,80 -13,28 15,91 27,68 -14,32 -11,68 -3,98 -5,61

Afrekening 11 0 0 0 0 -25.635 43.526 69.150 -169.837 -20.199 0 -102.995

Verrekening via balans 12 -112.274 -391.057 -91.143 34.070 -78.208 73.631 39.121 -392.970 -120.437 -452.430 -1.491.697

Tabel 14 Deelnemersbijdragen

1 Delft Den Haag Leidschendam-Voorburg Midden-Delfland Pijnacker-Nootdorp Rijswijk Wassenaar Westland Zoetermeer Provincie Zuid-Holland Totaal

5.1.6.2

Betaald voorschot 2022 2 1.404.026 6.773.537 970.720 587.743 782.084 739.499 391.205 3.944.014 1.208.938 10.117.940 26.919.706

Deelnemersbijdrage Intensivering werkplan Totaal reguliere via balans gefactureerd te factureren bijdrage 3 4 5 6 0 0 0 1.404.026 266.766 26.500 0 7.066.803 0 0 0 970.720 0 0 0 587.743 0 0 0 782.084 0 0 -3.186 736.313 0 0 0 391.205 0 0 -14.310 3.929.704 0 0 -4.572 1.204.366 0 1.208.800 42.000 11.368.740 266.766 1.235.300 19.932 28.441.704

Nacalculatie 2022 7 -3.962 -118.541 -41.721 -22.892 -50.127 55.726 109.930 -295.614 -24.407 -184.152 -575.760

Totaal na nacalculatie 8 1.400.064 6.948.262 928.999 564.851 731.957 792.039 501.135 3.634.090 1.179.959 11.184.588 27.865.944

Additionele opdrachten

Totaal bijdrage na nacalculatie 9 10 0 1.400.064 0 6.948.262 0 928.999 0 564.851 0 731.957 0 792.039 0 501.135 0 3.634.090 0 1.179.959 344.474 11.529.062 344.474 28.210.418

Additionele projecten

In totaal zijn in 2022 € 4.017.200 aan additionele opdrachten verstrekt. Deze wijzigingen zijn op grond van artikel 24, lid 8b van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Haaglanden via een administratieve wijziging verwerkt. Tot en met de Najaarsnota 2022 was een bedrag van € 889.000 aan additionele opdrachten verstrekt.

30 / 75

Na vaststelling van de Najaarsnota 2022 is nog bedrag van € 3.128.200 aan additionele opdrachten binnengekomen: • Versterking Omgevingsveiligheid cluster 3 (provincie Zuid-Holland) € 7.700 • Versterking Omgevingsveiligheid cluster 2 (Omgevingsdienst NL) € 21.900 • Versterking Omgevingsveiligheid cluster 6 (Omgevingsdienst NL) € 4.000 • SPUK IBP Versterking VTH-stelsel (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat) € 385.400 • SPUK Extra toezicht en handhaving energiebesparingsplicht (Ministerie van Klimaat en Energie) € 2.709.200 Totaal € 3.128.200 Ultimo 2022 was voor de SPUK IBP Versterking VTH-stelsel nog een bedrag beschikbaar van € 351.000 en voor de SPUK Extra toezicht en handhaving energiebesparingsplicht nog een bedrag van € 2.592.600. De verdere uitvoering vindt plaats in 2023 en volgende jaren. Van de additionele opdrachten is een totaalbedrag van € 533.100 bij de opdrachtgevers in rekening gebracht. Doordat de lasten € 3.484.100 lager zijn uitgevallen dan geraamd zijn ook de baten lager.

Tabel 15 Additionele projecten Projectomschrijving E-PRTR (European Pollutant Release and Transfer Register) Advisering BRIKS gemeenten Werkplan Spoed en Nazorg Plan van aanpak gebiedsgenese Westland Versterking Omgevingsveiligheid (cluster 3) Versterking Omgevingsveiligheid (cluster 2) Versterking Omgevingsveiligheid (cluster 6) SPUK IBP Versterking VTH-stelsel SPUK Extra toezicht en handhaving energiebesparingsplicht Totaal

5.1.6.3

Opdrachtgever Provincie Zuid-Holland Provincie Zuid-Holland Provincie Zuid-Holland Provincie Zuid-Holland Provincie Zuid-Holland Omgevingsdienst NL Omgevingsdienst NL Min. Infrastructuur en Waterstaat Min. Klimaat en Energie

Budget 6.700 100.000 731.300 22.700 7.700 50.200 4.000 385.400 2.709.200 4.017.200

Kosten 6.718 26.495 278.795 25.238 7.228 33.685 4.004 34.388 116.559 533.110

Verschil -18 73.505 452.505 -2.538 472 16.515 -4 351.012 2.592.641 3.484.090

Naar 2023 0 0 0 0 0 0 0 351.000 2.592.600 2.943.600

Overige opbrengsten

De overige opbrengsten zijn € 307.400 hoger uitgevallen dan geraamd. Ten opzichte van de Najaarsnota 2022 is de vergoeding voor gedetacheerd personeel € 78.600 hoger uitgevallen dan geraamd en de vergoeding in het kader van de Ziektewet en Wet Arbeid en Zorg (WAZO) is € 90.100 hoger uitgevallen dan geraamd. Aan rente-inkomsten is een bedrag van € 4.300 ontvangen en wegens doorbelasting van gemaakte kosten een bedrag van € 38.400. Uit de voorziening werkloosheidsuitkeringen is een bedrag van € 96.000 vrijgevallen doordat een medewerker een arbeidsongeschiktheidsuitkering heeft ontvangen. 5.1.7

Heffing Vpb

Met het Bureau Belastingplicht Overheidsondernemingen zijn in 2016 afspraken gemaakt dat indien een omgevingsdienst zijn overheidstaken op basis van wetgeving uitvoert en op alle andere (commerciële) activiteiten geen winst behaald de omgevingsdienst dan niet Vpb-plichtig is. De ODH belast zijn producten en diensten uitsluitend tegen kostprijs (zonder winstopslag) door aan zijn afnemers. Met inachtneming hiervan is geconcludeerd dat de ODH niet Vpb-plichtig is (en dus geen fiscale administratie hoeft te voeren en geen aangifte hoeft te doen). 5.1.8

Mutaties reserves

De ODH is, naast dat zij eigen risicodrager in het kader van de werkloosheidswet (WW), met ingang van 2022 ook eigen risicodrager voor de Ziektewet (ZW) en Wet Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA). Dit betekent dat de uitkering na het tweede ziektejaar voor rekening van de ODH komt in plaats van het UWV. De ODH is vanaf 1 januari 2022 geen werkgeverspremie Werkhervattingkas (Whk) meer verschuldigd, waardoor de loonsom in totaal € 184.000 structureel lager uitvalt. Om het financieel risico af te dekken is bij Voorjaarsnota 2022 besloten een bestemmingsreserve eigen risicodragerschap WW, ZW en WGA in te stellen. De bestemmingsreserve wordt gevoed door storting van het vrijgevallen premiebedrag in de bestemmingsreserve en wordt jaarlijks geïndexeerd met het percentage loonsomstijging. In 2022 gaat het om een bedrag van € 184.000. Onttrekking aan de bestemmingsreserve vindt plaats op het moment dat een WW-uitkering, ZW-uitkering of WGA-uitkering is verschuldigd. Het te onttrekken bedrag wordt gestort in een 31 / 75

voorziening waaruit de verschuldigde uitkeringen worden gedekt. Jaarlijks wordt (bij het opstellen van de begroting en/of jaarrekening) op basis van de instroom de hoogte van de bestemmingsreserve beoordeeld en zo nodig bijgesteld. In 2022 heeft nog geen instroom plaatsgevonden, maar de verwachting is dat vanaf 2023 instroom zal plaatsvinden. De aanvullende bijdrage WW die bij de medewerkers wordt ingehouden is tot en met 2021 op de balans verantwoord. Het ingehouden bedrag per ultimo 2021 van € 41.900 en de storting van € 184.000 is via de exploitatie in de bestemmingsreserve gestort. De maandelijkse inhoudingen van de werknemers zijn over 2022 rechtstreeks in de voorziening gestort. Bij vaststelling van de jaarrekening 2021 is van het batig resultaat van € 745.000 een bedrag van € 185.700 in de algemene reserve gestort. Van het restantbedrag van € 560.000 is een bedrag van € 360.000 overgeheveld naar 2022 ten behoeve van het project ‘Digitaal ordenen documenten’ en een bedrag van € 200.000 ten behoeve van het programma ‘Samenwerking omgevingsdiensten Zuid-Holland’.

5.2 Overzicht incidentele lasten en baten De in dit overzicht opgenomen lasten en baten zijn als incidenteel bestempeld, omdat deze lasten en baten alleen in 2022 zijn gerealiseerd. Tabel 16 Incidentele lasten en baten Programma

Kostensoort

Omschrijving

Personeel/overhead

Intensiveringen werkplannen

Personeel/overhead

Programma versterking Omgevingsveiligheid

Personeel/overhead

Project Samenwerking omgevingsdiensten Zuid-Holland

Personeel/overhead

Project Digitaal ordenen documenten

Personeel/overhead

Inhuur i.v.m. detachering en zwangerschappen

Personeel/overhead

Afwikkelingsverschillen voorgaande dienstjaren - detachering

36.605

Personeel/overhead

Doorbelaste kosten

12.536

Personeel/overhead

Overschrijding personele lasten

360.844

Indirecte kosten

Storting in voorziening bovenwettelijk verlof

0

Additionele projecten

Kosten additionele projecten

T&V

Totaal incidentele lasten

Overhead

Algemene

T&H

Totaal

dekkingsmiddelen

1.566.489

138.704

719.644

0

2.424.837

61.096

0

15.504

0

76.600

0

0

0

0

0

0

0

242.320

0

242.320

76.134

250.734

70.733

0

397.601

0

0

0

36.605

0

29.298

0

41.834

0

0

0

360.844

0

841.000

0

841.000

371.544

161.566

0

0

533.110

2.485.248

551.004

1.918.499

0

4.954.751

0

-1.460.744

Personeel/overhead

Onderuitputting personele lasten

0

-175.584

-1.285.160

Indirecte kosten

Onderuitputting indirecte kosten en onvoorzien

337.957

-139.001

-983.684

0

-784.728

Algemene dekkingsmiddelen

Intensivering werkplan 2022

0

0

0

-2.424.837

-2.424.837

Algemene dekkingsmiddelen

Programma versterking Omgevingsveiligheid

0

0

0

-76.600

-76.600

Algemene dekkingsmiddelen

Vergoedingen detacheringen en uitkeringsinstanties

0

0

0

-397.601

-397.601

Algemene dekkingsmiddelen

Overige opbrengsten - vrijval voorziening werkloosheidsuitkeringen

0

0

0

-96.000

-96.000

Algemene dekkingsmiddelen

Overige opbrengsten - doorbelaste kosten

0

0

0

-41.834

-41.834

Algemene dekkingsmiddelen

Overige opbrengsten - rente

0

0

0

-4.247

-4.247

Algemene dekkingsmiddelen

Afwikkelingsverschillen voorgaande dienstjaren - detachering

0

0

0

-36.605

-36.605

Algemene dekkingsmiddelen

Afwikkelingsverschillen voorgaande dienstjaren - inhouding premie ww

Algemene dekkingsmiddelen

Bijdragen additionele projecten

0

Totaal incidentele baten

0

0

-41.902

-41.902

0

0

0

-533.110

-533.110

337.957

-314.585

-2.268.844

-3.652.736

-5.898.208

Incidentele lasten • Intensivering werkplannen: in 2022 is het werkvolume van de werkplannen door intensiveringen met incidenteel € 2.424.800 toegenomen. Van de provincie Zuid-Holland is in totaal € 2.206.100 aan extra opdrachten ontvangen (met name intensiveringen in het kader van de Wet natuurbescherming zoals soortenbescherming en gebiedsbescherming stikstof en Waterwet). Van de gemeenten Rijswijk, Westland en Zoetermeer zijn in totaal € 62.200 aan opdrachten ontvangen voor de uitvoering van label C en EPBD III. Van de gemeente Den Haag is een aanvullende opdracht ontvangen van € 131.100 voor extra inzet op duurzaamheid en ten behoeve van het grondstoffenproject ZKD-terrein). Voor de begeleiding van gevelsaneringen woningen is van de gemeente Wassenaar een aanvullende opdracht ontvangen van € 25.400; • Programma versterking Omgevingsveiligheid (VOV): dit programma heeft in 2021 het programma Impuls Omgevingsveiligheid (IOV) vervangen. Gemeenten ontvingen in het kader van cluster 4 van de Meerjaren agenda omgevingsveiligheid 2021-2024 in 2022 een bedrag € 144.000. Een deel van deze taak (€ 76.600) wordt door de ODH uitgevoerd; • Project Samenwerking omgevingsdiensten Zuid-Holland: bij resultaatbestemming 2021 is voor dit project incidenteel een bedrag van € 200.000 beschikbaar gesteld.

De uitvoeringskosten maken onderdeel uit van de Specifieke uitkering Interbestuurlijk programma Versterking VTH-stelsel, waardoor er in 2022 geen uitgaven ten laste van het project zijn gedaan; • Project Digitaal ordenen documenten: bij resultaatbestemming 2021 is voor dit project incidenteel een bedrag van € 360.000 beschikbaar gesteld, waarvan in 2022 in totaal € 242.320 is uitgegeven; • De incidentele vergoedingen wegens detachering en zwangerschappen zijn toegevoegd aan de post inhuur; 32 / 75

• • • • •

Over 2021 is een vergoeding wegens detachering personeel ontvangen die is toegevoegd aan de post inhuur; Betreft een aantal incidentele kosten die zijn doorbelast; Betreft overschrijding personele lasten als gevolg van incidentele inhuur; Voor het bovenwettelijk verlof is voorziening gevormd, waarvan in 2022 incidenteel een bedrag van € 841.000 is toegevoegd; Additionele projecten: in 2022 is voor een totaalbedrag van € 533.100 aan additionele opdrachten uitgevoerd. Deze opdrachten hebben een incidenteel karakter (zie ook 5.1.4.2 Additionele projecten);

Incidentele baten • Onderuitputting personele lasten: de personele lasten zijn als gevolg van vacatures lager dan geraamd. Daarnaast is door de invoering van het hybride werken er minder uitgegeven aan o.a. woonwerkverkeer. Ook de opleidingskosten zijn lager uitgevallen dan geraamd. • Onderuitputting indirecte kosten: de indirecte kosten zijn lager uitgevallen dan geraamd. De incidentele intensiveringen worden afgerekend tegen het vastgestelde tarief waarin ook de overhead is verdisconteerd. Een groot deel van deze overhead is in 2022 niet aangewend waardoor sprake is van onderuitputting. Na resultaatbestemming vloeit een deel van deze onderuitputting via de nacalculatie terug naar de deelnemers; • Intensivering werkplan 2022: zie toelichting incidentele lasten; • Programma versterking Omgevingsveiligheid: zie toelichting incidentele lasten; • Vergoedingen detachering en uitkeringsinstanties: betreft incidentele baten in verband met detachering personeel en incidentele vergoedingen van uitkeringsinstanties in verband met zwangerschap; • Vrijval voorziening werkloosheidsuitkeringen: één van de uit dienst vertrokken medewerkers is arbeidsongeschikt verklaard.

De hiervoor gereserveerde werkloosheidsuitkering is hierdoor volledig komen te vervallen; • Overige opbrengsten: betreft incidentele baten voor een bedrag van € 46.100 waaronder rente en doorbelaste kosten uitvoering samenwerking arbeidsmarkt (Nationale Carrièrebeurs). • Afwikkelingsverschillen voorgaande dienstjaren: betreft afwikkeling detachering personeel en inhouding premie werkloosheidsuitkering over 2021. • Bijdragen additionele projecten: zie toelichting incidentele lasten. Tabel 17 Structureel evenwicht

Structureel jaarrekeningsaldo

2022

Saldo van baten en lasten 2022 Af: incidentele baten (exclusief onttrekkingen reserves) Bij: incidentele lasten (exclusief toevoegingen reserves) Genormaliseerd saldo van baten en lasten 2022 Af: onttrekkingen reserves Bij: toevoegingen reserves Genormaliseerd resultaat 2022

1.461.555 -5.898.208 4.954.751 518.098 -745.700 411.602 184.000

33 / 75

6 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling 6.1 Wet- en regelgeving De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) daarvoor geeft.

6.2 Algemene waarderingsgrondslagen De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Voor zover relevant wordt met oninbaarheid rekening gehouden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben (met uitzondering van de opgebouwde vakantiegelden). Lasten en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. De gehanteerde valuta is de Euro. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het wettelijke verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals vakantiegelden en vakantiedagen. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. Op basis van de aanbevelingen van de commissie BBV geldt hetzelfde voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen met een jaarlijks constante ontwikkeling.

6.3 Activa 6.3.1

Materiële vaste activa

Materiele vaste activa met economisch nut zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. Afschrijving vindt op lineaire wijze plaats met ingang van het jaar volgend op het jaar waarin de investering is gedaan op basis van de verwachte gebruiksduur. Op grondbezit met economisch nut wordt niet afgeschreven. De ODH kent geen vaste activa met maatschappelijk nut. Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is. In het begrotingsjaar heeft een dergelijke vermindering overigens niet plaatsgevonden. De gehanteerde afschrijvingstermijnen zijn: a. Kosten onderzoek en ontwikkeling 4 jaar b. Gereedschappen, meet- en geluidsapparatuur 5 jaar c. Hardware en software automatisering met uitzondering van mobiele telefoons en tablets 5 jaar d. Huisvesting en Kantoorinventaris 10 jaar e. Mobiele telefoons en tablets 3 jaar Specifieke investeringsbijdragen van derden, evenals aangewezen reserves worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht. In die gevallen wordt op het saldo afgeschreven, conform de door het algemeen bestuur besloten wijze en termijnen.

Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is. 6.3.2

Vlottende activa

Vorderingen worden gewaardeerd op de nominale waarde onder aftrek van een voorziening voor oninbaarheid. Voorzieningen worden bepaald op basis van individuele beoordeling (statische methode) van de inbaarheid van de vorderingen. Op basis hiervan zijn vorderingen uit hoofde van sociale voorzieningen

34 / 75

geheel voorzien. De overlopende activa en liquide middelen zijn eveneens op basis van de nominale waarden gewaardeerd. Onder de overlopende activa worden opgenomen: a. de van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel; b. overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen.

6.4 Passiva 6.4.1

Eigen vermogen

Het totale eigen vermogen is gelijk aan het eigen vermogen van voorgaand jaar vermeerderd of verminderd met het resultaat voor bestemming. Voor zover het bestuur gedurende het jaar al besluiten over bestemmingsreserves heeft genomen, zijn de effecten van deze besluiten in de stand van die reserves per jaareinde verwerkt. Uit het resultaat voor reservemutaties en de effecten van genoemde bestuursbesluiten betreffende goedgekeurde reservemutaties volgt een resultaat voor bestemming, dat als een gescheiden post van het eigen vermogen is gepresenteerd. De reserves van het eigen vermogen worden onderscheiden in een algemene reserve en bestemmingsreserves. De overige bestemmingsreserves zijn door het bestuur ingesteld voor specifieke doeleinden, zoals de financiering van activa, verwachte bijdrage in projecten of relevante risico’s. Voor alle bestemmingsreserves geldt dat het bestuur over de aard en omvang kan beslissen. 6.4.2

Vlottende passiva

De vlottende passiva zijn op basis van de nominale waarden gewaardeerd. Onder de overlopende passiva worden afzonderlijk opgenomen: a) verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume; b) de van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren; c) overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen.

35 / 75

7 Balans en toelichting 7.1 Balans 31-12-2022

Activa

31-12-2021 Passiva

31-12-2022

31-12-2021

Vaste activa

998.107

938.466 Eigen vermogen

2.952.965

1.817.085

Totaal materiële activa Materiële vaste activa

998.107 998.107

938.466 Algemene reserve 938.466 - weerstandsvermogen - resultaat boekjaar

2.718.640 1.257.085 1.461.555

1.817.085 1.071.385 745.700

Bestemmingsreserve - eigen risicodragerschap WW, ZW en WGA

234.325 234.325

0 0

Voorzieningen Werkloosheidsuitkeringen Bovenwettelijk verlof

906.708 65.708 841.000

178.306 178.306 0

3.859.673

1.995.391

3.025.085 213.549 1.278.980 1.532.556

3.872.203 113.363 2.336.132 1.422.708

11.516.971 8.488.879 456.638 1.018.932 1.552.522

15.489.427 12.571.133 363.100 1.306.098 1.249.096

TOTAAL VASTE ACTIVA Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar. Vorderingen openbare lichamen Overige vorderingen Rekening courant schatkistbankieren Rekening courant Simpled Card

998.107

16.803.304 10.038.475 275.566 6.488.129 1.134 5.920 5.920

Liquide middelen Banksaldi

938.466 TOTAAL VASTE PASSIVA Netto-vlottende schulden met een rentetypische 17.411.045 looptijd korter dan één jaar 13.040.439 Crediteuren 252.703 Af te dragen BTW 4.116.878 Af te dragen loonheffing en soc. premies 1.025 2.343.218 2.343.218 664.292 Overlopende passiva 516.770 Vooruit gefactureerde deelnemersbijdragen 147.522 Vooruit gefactureerde dwangsommen Nog af te rekenen/verrekenen resultaat nacalculatie Overige overlopende passiva

Overlopende activa Vooruitbetaalde bedragen Overige overlopende activa

594.398 495.502 98.896

TOTAAL VLOTTENDE ACTIVA

17.403.622

20.418.555 TOTAAL VLOTTENDE PASSIVA

14.542.056

19.361.630

TOTAAL ACTIVA

18.401.729

21.357.021 TOTAAL PASSIVA

18.401.729

21.357.021

7.2 Toelichting op de balans 7.2.1

Vaste activa

Materiële vaste activa Vervangingsinvestering ICT Vervangingsinvestering mobiele apparatuur 2019 Vervangingsinvestering mobiele apparatuur 2022 Aanschaf audiovisuele apparatuur 2022 Vervangingsinvestering DMS/RMA nieuw Vervangingsinvestering HRM-gesprekkencyclus (My Forms) Vervangingsinvestering VTH Totaal ICT krediet Huisvesting en inventaris oud Huisvesting en inventaris nieuw Inrichting thuiswerkplek Gereedschappen, meet- en geluidsapparatuur Totaal Krediet Huisvesting en Inventaris Totaal

Boekwaarde begin 2022 534.111 57.664 0 0 38.362 16.197 49.314 695.648 217.944 0 0 24.874 242.818

Investering 2022

938.466

36 / 75

0 0 208.955 71.700 0 0 9.040 289.695 11.106 26.700 63.455 0 101.261 390.956

Afschrijving Bijzondere waarde2022 vermindering 195.054 0 57.664 0 0 0 0 0 7.672 0 4.049 0 11.045 0 275.484 0 37.579 0 0 0 0 0 18.252 0 55.831 0 331.315

0

Boekwaarde einde 2022 339.057 0 208.955 71.700 30.690 12.148 47.309 709.859 191.471 26.700 63.455 6.622 288.248 998.107

7.2.2

Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

Kortlopende vorderingen

Boekwaarde 31-12-2022 10.038.475 275.566 6.488.129 1.134 16.803.304

Vorderingen openbare lichamen Overige vorderingen Rekening courant schatkistbankieren Rekening courant Simpled Card Totaal

Boekwaarde 31-12-2021 13.040.439 252.703 4.116.878 1.025 17.411.045

De vorderingen op openbare lichamen bedragen in totaal € 10.038.475. Van de vooruit gefactureerde deelnemersbijdrage over de 1e helft van 2023 van € 10.271.543 (inclusief BTW) is eind 2022 in totaal € 349.684 ontvangen zodat nog een vordering open staat van € 9.921.859. Van de overige vorderingen met een totaalbedrag van € 275.566 heeft € 273.175 betrekking op nog te ontvangen dwangsommen. In het kader van de wet Schatkistbankieren zijn alle decentrale overheden vanaf 15 december 2013 verplicht hun overtollige7 liquide middelen op een rekening courant bij het Ministerie van Financiën te storten. 7.2.3

Liquide middelen

Liquide middelen Banksaldi Totaal

7.2.4

Boekwaarde 31-12-2022 5.920 5.920

Boekwaarde 31-12-2021 2.343.218 2.343.218

Boekwaarde 31-12-2022 495.502 98.896 594.398

Boekwaarde 31-12-2021 516.770 147.522 664.292

Overlopende activa

Overlopende activa Vooruitbetaalde bedragen Overige overlopende activa Totaal

De overlopende activa bestaat uit door leveranciers vooruit gefactureerde bedragen die betrekking hebben op 2023 (vooruitbetaalde bedragen). Van de overige overlopende activa heeft een bedrag van € 84.567 betrekking op nog te ontvangen projectkosten additionele opdrachten. De overige € 14.329 heeft betrekking op nog te corrigeren salarisinhoudingen. 7.2.5

Eigen vermogen

Reserves 2022 Algemene Reserve Rekeningresultaat 2021 Rekeningresultaat 2022 Bestemmingsreserve eigen risico WW, ZW en WGA Totaal

Beginstand 2022 1.071.385 0 0 0 1.071.385

Stortingen Onttrekkingen Eindstand 2022 185.700 0 1.257.085 745.700 745.700 0 1.461.555 0 1.461.555 234.325 0 234.325 2.627.279 745.700 2.952.965

De jaarrekening 2022 sluit met een batig saldo van € 1.461.555.

7

Het woord ‘overtollig’ verwijst naar alle middelen die decentrale overheden niet onmiddellijk nodig hebben voor de publieke taak.

37 / 75

Voorgesteld wordt het rekeningresultaat 2022 van € 1.461.555 te bestemmen voor: 1. Nacalculatie 2022 € 2. Aanvulling algemene reserve (weerstandsvermogen tot 5% van de structurele lasten € 3. Overheveling restantbudget project ‘Digitaal ordenen documenten’ naar 2023 € 4. 10-jarig bestaan ODH € 5. Overheveling budget ten behoeve van ‘Organisatieontwikkelingskosten’ € Totaal €

575.760 55.115 102.680 75.000 653.000 1.461.555

Het bedrag van de nacalculatie van € 575.760 wordt overeenkomstig het besluit van het AB van 26 juni 2019 collectief met de deelnemers afgerekend op basis van het werkelijk aantal bestede uren en het werkelijk uurtarief per deelnemer. Het betreft hier het verschil tussen voor- en nacalculatie als gevolg van niet gerealiseerde productie die via de methodiek nacalculatie wordt doorgeschoven naar 2023 dan wel wordt afgerekend (zie tabel 15). 7.2.6

Voorzieningen

Voorzieningen 2022 Werkloosheidsuitkeringen Bovenwettelijk verlof Totaal

Beginstand 2022 178.306 0 0

Stortingen 0 0 0

Onttrekkingen Eindstand 2022 112.598 65.708 841.000 -841.000 841.000 -841.000

Voor een tweetal medewerkers heeft het ‘van werk naar werk’ traject als gevolg van de in 2016 besloten wijzigingen en aanvullingen op het inrichtings- en personeelsplan (I&P-plan) niet tot het gewenste resultaat geleid. Zij hebben vanaf 1 januari 2019 recht op een werkloosheidsuitkering. De ODH heeft als risicodrager een voorziening gevormd voor de dekking van de (bovenwettelijk) werkloosheidsuitkering waardoor de kosten van de werkloosheidsuitkeringen niet op de exploitatie in toekomstige jaren drukken. Van het UWV is van één van de medewerkers die in 2021 gedeeltelijk arbeidsongeschikt is verklaard bericht ontvangen dat sprake is van volledige arbeidsongeschiktheid. Als gevolg daarvan is de voorziening verder afgewaardeerd met € 96.000. Daarnaast is in 2022 een bedrag van € 16.598 aan werkloosheidsuitkering uitgekeerd. 7.2.7

Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

Kortlopende schulden

Boekwaarde 31-12-2022 213.549 1.278.980 1.422.708 2.915.237

Crediteuren Af te dragen BTW Af te dragen loonheffing en sociale premies Totaal

Boekwaarde 31-12-2021 113.363 2.336.132 1.413.826 3.863.321

Het crediteurensaldo betreft de nog openstaande facturen per 31 december 2022. 7.2.8

Overlopende passiva

Overlopende passiva

Boekwaarde 31-12-2022 8.488.879 456.638 1.018.932 1.552.522 11.516.971

Vooruit gefactureerde deelnemersbijdragen Vooruit gefactureerde dwangsommen Nog af te rekenen/verrekenen resultaat nacalculatie Overige overlopende passiva Totaal

Boekwaarde 31-12-2021 12.571.133 363.100 1.306.098 1.249.096 15.489.427

De vooruit gefactureerde deelnemersbijdrage bevat de in 2022 gefactureerde deelnemersbijdrage over het eerste halfjaar van 2023. Ultimo 2021 was een bedrag van € 363.100 aan dwangsommen gefactureerd. In 2022 is een bedrag van € 210.375 aan nieuwe dwangsommen gefactureerd en is een bedrag van € 71.002 aan ontvangen dwangsommen aan de deelnemende gemeenten uitbetaald en een bedrag van € 45.835 afgeboekt. Van het 38 / 75

saldo van € 456.638 is ultimo 2022 een bedrag van € 183.365 ontvangen maar nog niet uitbetaald. Dit bedrag wordt pas nadat het volledige bedrag van de dwangsom is geïnd aan de deelnemende gemeenten uitbetaald. Op basis van de bij besluit van 26 juni 2019 door het AB vastgestelde methodiek nacalculatie wordt voorgesteld een bedrag van € 575.760 via de balans met de deelnemers te verrekenen/af te rekenen. Van het afgerekende/nog te verrekenen rekeningresultaat was ultimo 2022 nog een bedrag beschikbaar van € 1.018.932. Met toevoeging van het bedrag van € 575.760 komt het saldo uit op een bedrag van € 1.594.692 Hiervan wordt € 102.995 afgerekend met de deelnemers zodat een bedrag van € 1.491.697 op de balans blijft staan. De overige overlopende passiva bestaan met name uit nog te ontvangen facturen van in 2022 geleverde goederen en diensten voor een bedrag van € 1.018.231. In het kader van de nacalculatie over 2021 is aan één deelnemer nog een bedrag verschuldigd van € 20.400. Ten behoeve van uitvoering van extra ondersteuning toezicht op en handhaving van de energiebesparingsplicht is in het kader van een Specifieke uitkering (SPUK) een bedrag van € 419.818 vooruit ontvangen. Ten behoeve van de uitvoering van het Interbestuurlijk Programma Versterking VTH-stelsel is een bedrag van € 94.073 vooruit ontvangen.

7.3 Niet uit de balans blijkende verplichtingen Artikel 53 van de BBV verplicht de ODH om in de toelichting op de balans inzicht te geven in de financiële verplichtingen waaraan de ODH is verbonden, voor zover die verplichtingen financiële consequenties hebben voor toekomstige jaren en deze verplichtingen niet zijn opgenomen in een balanspost. In de uitwerkingen van dit artikel is aangegeven dat alleen politiek-bestuurlijke en financieel gezien belangrijke verplichtingen dienen worden opgenomen. Tabel 18 Niet uit de balans blijkende verplichtingen Naam Omschrijving Provincie Zuid-Holland Huurcontract Centraal Beheer Achmea Aansprakelijkheidsverzekering Multilease Leasecontract wagenpark ARP Nederland B.V. Logistieke dienstverlening ICT Hardware & Devices PricewaterhouseCoopers Accountants N.V.Accountantsdienst KPN Nederland B.V. Technisch beheer en uitwijkvoorziening Intersafe Groeneveld Beeldschermbrillen Afas Software Contract geïntegreerd salaris, financieel en HRM-systeem Profit Bechtle direct B.V. Microsoft licenties en daaraan gerelateerde dienstverlening Breur Dienstkleding en PBM's ABOVO Media B.V. Media-inkoop Arbo Concern B.V. Arbodienst Staffing Management Services B.V. Inhuur personeel Xerox Nederland B.V. Dienstverleningsovereenkomst printers Cauberg-Huygen Milieu B.V. Milieucontroles Pro 10 B.V. Inkoopadvisering Medewerkers Verlofrechten

Start Einde 1 januari 2013 Looptijd 5 jaar, stilzwijgend verlengd tot 31-12-2027 1 februari 2013 Looptijd 3 jaar, stilzwijgend verlengd met 3 jaar tot 31-01-2025 1 april 2018 Looptijd 3 jaar en verlengd tot 03-03-2023 7 juni 2018 Looptijd 2 jaar met optie verlenging met 2 x 1 jaar tot 06-06-2022 1 augustus 2022 Looptijd 3 jaar tot 31-07-2025 1 april 2019 Looptijd 2 jaar met optie 5 x 1 jaar verlenging tot 31-03-2027 22 april 2019 Looptijd 4 jaar met optie verlenging 2 x 1 jaar tot 21-04-2025 1 mei 2020 Looptijd 4 jaar met optie 3 x 2 jaar verlenging tot 30-04-2030 1 juni 2020 Looptijd 2 jaar met optie 2 x 1 jaar verlenging tot 31-05-2024 1 september 2020 Looptijd 2 jaar met optie 2 x 1 jaar verlenging tot 31-08-2024 1 februari 2021 Looptijd 2 jaar met optie 2 x 1 jaar verlenging tot 31-01-2025 1 mei 2021 Looptijd 2 jaar met optie 3 x 1 jaar verlenging tot 30-04-2026 1 mei 2021 Looptijd 2 jaar met optie verlenging met 2 x 1 jaar tot 23-07-2025 1 juni 2021 Looptijd 3 jaar met optie verlenging met 1 x 3 jaar tot 30-05-2027 1 oktober 2021 Looptijd 1 jaar met optie verlenging met 2 x 1 jaar tot 30-09-2025 1 januari 2022 Looptijd 1 jaar met optie verlenging met 3 x 1 jaar tot 31-12-2025 2022 Opgebouwde verlofrechten t/m 2022

* Waarde is gebaseerd op nog te verwachten investering in IT-hardware.

39 / 75

Bedrag per jaar 727.900 30.200 71.700 * 250.000 55.000 268.900 3.700 73.300 146.900 7.000 100.000 38.800 64.000 111.200 175.000 40.000 364.100

40 / 75

8 Besluit Algemeen Bestuur Het Algemeen Bestuur van de Omgevingsdienst Haaglanden; Gelezen het voorstel van het Dagelijks Bestuur van 6 april 2023; Gelezen het verslag van bevindingen van de onafhankelijke accountant; Gelezen het verslag en het advies van de rekeningcommissie; Gelezen de reactie van het Dagelijks Bestuur van 15 juni 2023;

BESLUIT:

1. De Ontwerp Jaarstukken 2022 vast te stellen; 2. Het batig saldo van € 1.461.555 te bestemmen voor: a. Nacalculatie 2022 € 575.760 b. Aanvulling algemene reserve (weerstandsvermogen) tot 5% van de structurele lasten € 55.115 c. Overheveling restantbudget project ‘Digitaal ordenen documenten’ naar 2023 € 102.680 d. 10-jarig bestaan ODH € 75.000 e. Overheveling budget ten behoeve van ‘Organisatieontwikkelingskosten’ € 653.000 Totaal € 1.461.555 3. Het resultaat van de nacalculatie van € 575.760 met de deelnemers af te rekenen op basis van de vastgestelde methodiek nacalculatie (zoals opgenomen in tabel 12 en 13); Aldus besloten in de openbare vergadering van het algemeen bestuur op 6 juli 2023. De secretaris,

De voorzitter,

Mr. C. van der Kamp

M.R. Ferwerda Msc.

41 / 75

42 / 75

9 Bijlagen 9.1 Exploitatierekening Exploitatie-overzicht 1 Personeel 2 Kapitaallasten 3 Indirecte kosten 4 Additionele projecten 5 Onvoorzien Totaal lasten

Realisatie Primitieve 2021 begroting 2022 22.844.452 21.323.000 670.827 599.800 2.532.357 3.173.000 319.561 0 0 46.500 26.367.197 25.142.300

6 Algemene dekkingsmiddelen Totaal baten

-27.112.897 -27.112.897

Gerealiseerd totaal van baten en lasten

874.100 0 98.500 0 0 972.600

93.400 0 0 0 0 93.400

Admin. wijzigingen 3.196.700 -268.500 -49.900 4.017.200 0 6.895.500

-25.142.300 -25.142.300

-638.500 -638.500

-93.400 -93.400

-6.895.500 -6.895.500

-7.627.400 -7.627.400

-32.769.700 -32.769.700

-29.593.004 -29.593.004

-745.700

0

334.100

0

0

334.100

334.100

-1.127.458

0 0 0

0 0 0

411.600 -745.700 -334.100

0 0 0

0 0 0

411.600 -745.700 -334.100

411.600 -745.700 -334.100

411.602 -745.700 -334.098

-745.700

0

0

0

0

0

0

-1.461.555

Mutatie reserves Storting Onttrekking Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves

VJN

NJN

Totaal Begroting 2022 wijzigingen na wijziging 4.164.200 25.487.200 -268.500 331.300 48.600 3.221.600 4.017.200 4.017.200 0 46.500 7.961.500 33.103.800

Realisatie 2022 24.250.853 331.315 3.350.268 533.110 0 28.465.546

7

Gerealiseerd resultaat

De jaarrekening 2022 sluit met een positief rekeningresultaat van € 1.461.555. Voor een toelichting op de bestemming wordt verwezen naar paragraaf 2.2. De totale lasten (inclusief additionele projecten en storting in reserves) komen in 2022 uit op € 28.877.100 en dat is € 4.638.300 lager dan geraamd. De totale baten (inclusief additionele projecten en onttrekkingen aan reserves) komen in 2022 uit € 30.338.700 en dat is € 3.176.700 lager dan geraamd. De post personeel bestaat uit de salariskosten van eigen personeel, de inhuur van derden, inkoop en diensten t.b.v. ICT (o.a. Servicedesk en uitwijkvoorziening), opleidingskosten en algemene personeelskosten. Hierna is per hoofdkostensoort een toelichting opgenomen van de verschillen (afgerond op honderdtallen). Personeel De post personeel is in totaal € 1.236.400 lager uitgevallen dan geraamd door: • Meer personele lasten T&V • Minder personele lasten T&H • Minder personele lasten BV Totaal

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12611710/1