Bijlage - Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2022-2025
Tekst van het document
5.1.6 Gegevensbeheer De gemeente wil de komende jaren toegroeien naar een meer professioneel gegevensbeheer. Deze groei wordt gezien als de eerste en ook noodzakelijke stap in het traject naar risicogestuurd beheer (en onderhoud). Recent is een nieuw beheersysteem in gebruik genomen. Hierbij zijn automatische koppelingen met de BGT (Basisregistratie Grootschalige Topografie) gelegd. Tijdens dit proces zijn verbeterslagen in de geadministreerde gegevens gemaakt. Het is komende planperiode zaak de ingezette kwaliteitscontroles af te maken, de data waar nodig te verbeteren en vervolgens de tijdige en goede verwerking van nieuwe en/of aangepaste beheergegevens vast te houden.
pagina 24/68
In het kader van gestandaardiseerd gegevensbeheer en uniforme gegevensuitwisseling werkt de gemeente volgens het GWSW (Gegevens Woordenboek Stedelijk Water). Binnen het NAD werken we toe naar een gezamenlijk gegevensbeheer. In 2021 is het NAD Dataplatform opgericht.
5.1.7 Controle & handhaving ‘Controle en handhaving’ betekent enerzijds ‘in control’ zijn door tijdig op de hoogte te zijn van nieuwe ontwikkelingen, prognoses daarop af te stemmen en met de systemen tijdig op deze prognoses te kunnen anticiperen. Anderzijds betreft dit zowel het toezien en handhaven op de geplande bouw (zijn de ontwikkelingen volgens de prognoses) als het handhaven op de lozingen gedurende de gebruiksfase. Nieuwe aansluitingen Particuliere huishoudens en bedrijven zijn verplicht bij het afvoeren van afvalwater gebruik te maken van en aangesloten te zijn op het gemeentelijk riool. Naleving lozingsvergunningen De afdeling Milieu van de gemeente is bevoegd gezag voor (handhaving op) lozingen op de riolering en op de bodem. De taken vanuit de Waterwet ten aanzien van het toezicht op de indirecte lozingen zijn in 2013 door gemeente en provincie overgedragen aan de Omgevingsdienst Haaglanden.
5.1.8 Meldingen & klachten Meldingen en klachten zijn de thermometer voor ons om te toetsen of wij ons werk goed uitvoeren. Daarom is het belangrijk dat wij zorgvuldig en accuraat met klachten en meldingen omgaan. Zeker wanneer die een structureel karakter krijgen. De gemeente is voor de inwoners en bedrijven het eerste aanspreekpunt voor alle waterzaken. De gemeente beschikt over een Klant Contact Centrum (KCC) waar zij terecht kunnen met water gerelateerde vragen en klachten. Klachten en meldingen die binnen komen worden geregistreerd in het meldingsysteem en volgens afgesproken regels afgehandeld door ter zake kundige medewerkers. Op de gemeentelijke website is praktische informatie en voorlichting te vinden over afvalwater, hemelwater en grondwater. Zo wordt invulling gegeven aan het Waterloket.
5.1.9 Communicatie en participatie Overlast tijdens werkzaamheden aan de riolering dient beperkt te zijn. Als onderdeel van de voorbereiding van projecten vindt afstemming met andere overheidsdiensten (binnen en buiten de gemeente) plaats. Daarnaast wordt voorafgaand aan de uitvoering van projecten een communicatieplan opgesteld, hierin is onder andere een snelle afhandeling van klachten tijdens de werkzaamheden gewaarborgd. De gemeente sluit periodiek aan bij landelijke voorlichtingscampagnes gericht op een juist gebruik van de riolering. In principe eens per jaar organiseren wij een open dag om onze riolering en vooral ook het gebruik en misbruik ervan tastbaar te maken. Daarnaast verspreiden wij als de situatie daarom vraagt huis-aan-huis informatiekaarten (zie voorbeeld in figuur 5) om de riolering en gemalen samen met de inwoners zonder problemen te laten functioneren. Ook verstrekt de gemeente algemene- en projectgebonden informatie over de riolering en het oppervlaktewater via de gemeentelijke website.
pagina 25/68
Figuur 5 Informatiekaart goed rioolgebruik
5.2 Hemelwater De gemeente draagt als eigenaar en beheerder van het rioleringssysteem zorg voor de inzameling en verwerking van het hemelwater in het openbare gebied. Op particulier terrein is primair de eigenaar verantwoordelijk voor de afvoer van hemelwater naar het oppervlaktewater of de bodem. Wanneer dit redelijkerwijs van de eigenaar niet kan worden verwacht heeft de gemeente een inspanningsverplichting. Het is aan de gemeente om te bepalen hoe het ingezamelde hemelwater wordt verwerkt.
5.2.1 Duurzame omgang met hemelwater In navolging op het landelijke beleid vastgesteld in de Wet Milieubeheer (art.10.29a), het Nationaal Bestuursakkoord Water en Waterbeheer 21e eeuw hanteren gemeenten en waterschap de volgende tritsen voor de omgang met hemelwater: Waterkwantiteit • Hergebruiken • Vasthouden • Bergen • Afvoeren
Waterkwaliteit • • •
Schoonhouden Scheiden Schoonmaken
Hemelwaterverordening De Wet milieubeheer kent een gemeentelijke verordeningsbevoegdheid voor de afvoer van hemel- en grondwater (artikel 10.32a). Hiermee worden regels gesteld aan het omgaan met hemel- en grondwater. Komende planperiode zal worden onderzocht of het voor de gemeente Pijnacker-Nootdorp gewenst is om een hemel- en/of grondwaterverordening op te stellen. Onder de Omgevingswet zullen de betreffende regels, indien gewenst, in een omgevingsplan opgenomen dienen te worden.
pagina 26/68
Verantwoordelijkheden particulier • De perceeleigenaar is primair verantwoordelijk voor het verwerken van hemelwater op eigen terrein. • Pas als de perceeleigenaar het hemelwater redelijkerwijs niet zelf kan verwerken, treedt de zorgplicht voor de gemeente in werking. • In gescheiden gerioleerde wijken en bij nieuwbouw zal de particulier het hemelwater gescheiden van het afvalwater moeten aanbieden. • In drukrioleringsgebieden en bij gebruik van een IBA dient de particulier het hemelwater op zijn perceel zelf te verwerken.
Nieuwbouw Onder nieuwbouw worden zowel uitbreidingen verstaan alsook inbreidingslocaties en renovatie/herinrichting van bestaande bouw. Alle situaties zijn volgens de wet- en regelgeving omgevingsvergunning plichtig. Hierbij hanteren gemeente en hoogheemraadschap het uitgangspunt dat zij nieuwbouw situaties onderling afstemmen volgens de systematiek van de watertoets. Dit betreft onder andere de vloerpeilen afstemmen op de hoogte van grondwaterstanden, de waterberging afstemmen op de hoeveelheid te realiseren verharding, de wijze waarop het gebied wordt gerioleerd, waterveiligheid, en drinkwaterbesparing. In lijn met de voorkeursvolgorde voor verwerking van hemelwater streeft de gemeente bij nieuwbouw naar een volledig gescheiden inzameling en verwerking van afval- en hemelwater, zolang de lokale situatie dit toelaat. 1. Zoveel mogelijk verwerken hemelwater op eigen terrein (hergebruiken en vasthouden). 2. Overtollig hemelwater gescheiden aanleveren van het vuilwater (afkoppelen). 3. Hemelwater waar mogelijk terugbrengen in de bodem, in het watersysteem of in de riolering. Voor inbreidingsprojecten en nieuwe bedrijventerreinen geldt evenals voor nieuwbouwlocaties de eis tot het realiseren van een volledig gescheiden stelsel.
Hiervan wordt alleen afgeweken (met een vorm van een verbeterd gescheiden stelsel) wanneer een ‘gewoon’ gescheiden stelsel gecombineerd met het type inbreiding of bedrijf of het type transport over het terrein een risico vormt voor het oppervlaktewater of het grondwater. Het ontwerp van nieuwe stelsels moet hydraulisch voldoen aan een belasting met Bui08 (rekenbui van 20 mm in 1 uur, gemiddeld eens in de 2 jaar) vanuit de Kennisbank Riolering zonder dat er water-op-straat situaties ontstaan. Hierbij dient er een minimale waking van 20 cm aanwezig te zijn. Daarnaast toetst de gemeente op eventuele knelpunten aan de hand van de zwaardere controlebuien Bui09 (gemiddeld eens in de 5 jaar) en Bui10 (gemiddeld eens in de 10 jaar) vanuit de Kennisbank Riolering. Bij een belasting met Bui09 (29,4 mm in 60 min) mag er niet langer dan 15 minuten water op straat staan. Bij aanleg dient de ontwikkelaar te anticiperen op eventuele effecten van bodemdaling zodat het systeem ook op lange termijn conform de gestelde eisen blijft functioneren. Het hemelwaterbeleid van Delfland gaat uit van het stand-still beginsel voor ruimtelijke ontwikkelingen. Dit betekent dat de kans op wateroverlast niet mag toenemen als gevolg van een ingreep in het watersysteem of een handeling die invloed heeft op het functioneren van het watersysteem.
Ontwikkelingen waarbij het verhard oppervlak toeneemt, zoals nieuwbouw, zorgen voor een snellere afstroming van hemelwater naar het oppervlaktewater. Dit kan leiden tot wateroverlast en moet worden gecompenseerd door extra waterberging aan te leggen. Daarnaast vindt Delfland het belangrijk dat bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening wordt gehouden met hevigere neerslag door klimaatverandering. Om te berekenen hoeveel waterberging moet worden gerealiseerd om de effecten van nieuwbouw te compenseren kan gebruik worden gemaakt van
pagina 27/68
de watersleutel. Deze rekentool houdt eveneens rekening met hevigere neerslag in de toekomst. Zie voor meer informatie Watersleutel (hhdelfland.nl). Bestaande openbare ruimte In bestaande situaties zal steeds een afweging gemaakt worden of het actief scheiden van waterstromen de meest doelmatige en duurzame wijze van hemelwaterverwerking is. In beginsel geldt dat de openbare ruimte en de voorzijde van daken worden afgekoppeld. Met name investeringsmomenten zoals vervangings- en renovatiewerkzaamheden zijn een logisch moment om de riolering duurzamer in te richten. Ook mogelijkheden om mee te liften met andere werkzaamheden in de openbare ruimte kunnen hier aanleiding toe geven (zoals bijvoorbeeld bij de reconstructie van Klimaatbestendig Klapwijk). Afkoppelen wordt daarbij gezien als een middel om knelpunten te reduceren en/of ambities te behalen – bijvoorbeeld vanuit afspraken voor de Kaderrichtlijn Water. Het verkrijgen en behouden van een actueel overzicht van de aanwezige (hydraulische) knelpunten in het stelsel en in de afvalwaterketen is daarvoor essentieel. Afkoppelen is altijd noodzakelijk (maar niet altijd mogelijk), omdat het de enige manier is om de overstortvolumes te beperken.
Voor het maken van een goede afweging kan de gemeente gebruikmaken van het afwegingskader voor hemelwater van de gemeente Westland en het hoogheemraadschap van Delfland zoals opgenomen in het Convenant Klimaatadaptief bouwen in Zuid-Holland11. In geval van het afkoppelen van het hemelwater ontvangen de particulieren in deze gebieden actief voorlichting over mogelijkheden en de werking van stelsels voor afkoppelen. Daarbij wordt gekeken of afkoppelen gecombineerd kan worden met andere werkzaamheden in de openbare ruimte.
5.2.2 Hemelwateroverlast Voorkomen wateroverlast De riolering kan veel water verwerken, water-op-straat treedt in beperkte mate op en overlast vindt incidenteel plaats en is van korte duur. Toch worden de grenzen van de capaciteit van rioolstelsels een keer bereikt, waardoor water-op-straat tijdens hevige neerslag onvermijdelijk is. Bij zware regenbuien kan dit leiden tot wateroverlast en vuilemissie via gemengde riooloverstorten. Naar verwachting zullen dergelijke zware buien in de toekomst vaker voorkomen. Vaker zullen dus water-op-straat situaties voorkomen en hinder veroorzaken. Bewoners accepteren incidentele wateroverlastsituaties op straat wanneer het extreem regent of geregend heeft, maar deze acceptatie is aan grenzen gebonden. De gemeente spreekt van regen- of afvalwateroverlast als: • Vuilwater op straat komt te staan of vanuit de openbare ruimte gebouwen instroomt (gezondheidsrisico). • Er als gevolg van water vanuit het rioolsysteem materiële schade aan gebouwen of objecten in de openbare ruimte optreedt. • Water-op-straat het verkeer op belangrijke wegen langdurig belemmert. In de volgende gevallen wordt van hinder gesproken: • Hinder: kortdurend beperkte hoeveelheden water-op-straat, met een duur in de orde van 15 tot 30 minuten.
• Ernstige hinder: forse hoeveelheden water-op-straat, ondergelopen tunnels, opdrijvende putdeksels, met een duur in de orde van 30 tot 120 minuten (gezondheidsrisico).
11
https://www.zuid-holland.nl/publish/pages/21795/convenantklimaatadaptiefbouwen.pdf
pagina 28/68
Er is sprake van overlast vanuit het oppervlaktewater wanneer water vanuit (binnenstedelijke) waterlopen gebouwen instroomt. Toetsingsnorm voor wateroverlast Veel rioolstelsels binnen de gemeente zijn ooit ontworpen op basis van een theoretische neerslagbelasting. Dit betreft van oudsher een inloop van 20 mm/uur of 30 mm/uur en na 1994 een neerslag van Bui07 of Bui08 vanuit de Leidraad Riolering. De gehanteerde uitgangspunten kunnen in de loop der jaren echter zijn gewijzigd, bijvoorbeeld ten gevolge van bodemdaling of de toename van verharding, ook op particulier terrein. Ook de introductie van nieuwe rekenbuien waarin het huidige en het verwachte klimaat in 2050 zijn verwerkt, zorgen voor een aanleiding om uitgevoerde toetsen periodiek te herhalen en rioolstelsels op andere rekenbuien te ontwerpen. Zo is het nieuwe Klimaatbestendige Klapwijk bijvoorbeeld op Bui10 ontworpen. Periodiek brengt de gemeente het hydraulische en milieutechnische functioneren van de stelsels in beeld. Gecombineerd met praktijkervaringen, uitkomsten uit stresstesten en risicodialogen, en een actueel inzicht in meldingen en klachten geeft dit inzicht in de aanwezige knelpuntlocaties binnen de gemeente. Daarbij bepaalt de gemeente welke risico’s zij nog acceptabel vindt en wanneer maatregelen gewenst zijn.
Op basis van de verkregen resultaten maakt de gemeente een afweging waar welke maatregelen gewenst en doelmatig zijn (in de riolering, openbare ruimte en het watersysteem). Anticiperen op klimaatverandering Om meer inzicht te verkrijgen in de gevolgen van klimaatverandering brengt de gemeente de komende planperiode ook de effecten van toekomstig zwaardere buien in beeld. Bij de studie OAS Harnaschpolder worden twee klimaatbuien doorgerekend: een blokbui en een bui waarin de intensiteit verloopt over de tijd. Voor beide buien is gerekend met 70 mm in 1 uur (T=100 volgens het WH2050 scenario van het KNMI). Klimaatverandering verloopt geleidelijk, waardoor het mogelijk is om wijkrenovaties aan te grijpen om het stedelijk gebied hier op lange termijn op aan te passen. Klimaat Vanuit de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie (september 2014) is afgesproken dat klimaatbestendig en waterrobuust inrichten in Nederland een vanzelfsprekend onderdeel moet zijn bij ruimtelijke (her)ontwikkelingen. Het doel van het deltaprogramma is dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust moet zijn. Uitgangspunten voor gemeenten en waterschap zijn om in werkzaamheden te anticiperen op de verwachte klimaatverandering en risicolocaties voor wateroverlast in de toekomst zoveel mogelijk te voorkomen.
Het klimaatbestendig handelen dient in 2020 te zijn verankerd in gemeentelijk beleid zodat steden in 2050 daadwerkelijk zoveel mogelijk klimaatbestendig kunnen zijn. Omdat water slechts één van de thema’s binnen de klimaatbestendige stad vormt, zal er een integrale visie binnen de gemeente nodig zijn om echt invulling te geven aan de Deltabeslissing. Daarnaast zijn oplossingsrichtingen in de openbare ruimte onderling sterk met elkaar verweven waardoor een breed gedragen visie voor ontwerp, uitvoering en financiering van maatregelen vereist is. Het verder uitnutten van de kracht van “Klimaatkrachtig Delfland” is hierbij erg belangrijk. Klimaatkrachtig Delfland is een initiatief van hoogheemraadschap van Delfland voor de regio Delfland. Het netwerk Klimaatkrachtig Delfland verbindt partijen, initiatieven en projecten en wisselt kennis en kunde uit. Het inspireert en faciliteert hen om samen te werken. De strategie voor de klimaatbestendige stad is uitgewerkt in het al eerder genoemde programma Water en Klimaat.
pagina 29/68
Communicatie Enkele voorbeelden van communicatie rondom rioleringszorg, water en klimaatsverandering: • Voorlichting en communicatie over riolering, grondwater en klimaat op de gemeentelijke website. • Tijdens de “Week van het water” organiseert de gemeente een open dag bij een rioolgemaal om bewoners te informeren. • Locatie- en onderwerpgerichte informatiebrochures naar aanleiding van voorkomende praktijksituaties (zie voorbeeld Figuur 5 Informatiekaart goed rioolgebruik).
5.3 Grondwater Op basis van de Waterwet heeft de gemeente de zorgplicht voor het in de openbare ruimte van bebouwd gebied treffen van maatregelen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet tot de zorg van het hoogheemraadschap of de provincie behoort. Grondwaterstanden in waterkeringen behoren dus tot de verantwoordelijkheid van het hoogheemraadschap. De grondwaterstand is de resultante van een natuurlijk neerslag-afvoerproces en is, zeker in bebouwd gebied, niet volledig te sturen. Daarom heeft de gemeentelijke grondwaterzorgplicht het karakter van een inspanningsverplichting en niet van een resultaatsverplichting. Dit betekent dat de gemeente aanspreekbaar is voor grondwaterproblemen, streeft naar maatwerk gebaseerd op specifieke kenmerken, maar niet dat zij ook aansprakelijk is. De gemeente kan op op drie manieren iets betekenen voor bewoners met grondwateroverlast: • Door op te treden als aanspreekpunt en adviseur. • Door overtollig grondwater van bewoners in ontvangst te nemen op het gemeentelijk stelsel. • Door de grondwaterstand op openbaar terrein gerichter te gaan beheersen.
Verantwoordelijkheden grondwater Een visie op de verantwoordelijkheden van de perceeleigenaar: • Perceeleigenaar is primair verantwoordelijk voor het tegengaan van grondwaterlast op eigen terrein. Dit geldt ook voor funderingsproblemen. • De eigenaar moet zorgen dat voldaan wordt aan de bouwkundige regelgeving, o.a. dat ondergrondse gebruiksruimtes van panden, zoals een kelder of een souterrain, volgens de bouwregelgeving vochtdicht zijn. Ook het hoogheemraadschap en de provincie spelen (indirect) een rol op het gebied van het stedelijk grondwater. De provincie Zuid-Holland, het hoogheemraadschap van Delfland en de ODH verlenen vergunningen voor grondwateronttrekkingen. Het hoogheemraadschap beheert daarnaast het peil van het oppervlaktewater. Dit kan lokaal de grondwaterstanden beïnvloeden. Gemeenten geven toestemming voor lozing van bronneringswater of spoelwater van WKO’s op de riolering.
pagina 30/68
5.3.1 Ontwateringsdiepte bij nieuwbouw De gemeente streeft bij nieuwbouwplannen naar de ontwateringsdieptes zoals opgenomen in onderstaande tabel. Vanzelfsprekend is het beter om grondwaterproblemen te voorkómen dan om de ontstane overlast of onderlast te moeten beperken. Tabel 5-2 Ontwateringseisen nieuwbouw (bron Handboek Drainage in LIOR)
Gebruiksfuncties
Ontwateringsdiepten2 m –mv (as wegen) m –vloerpeil
Wegen • woonstraten • ontsluitingswegen
1,00 m -mv 1,00 m -mv
Woningen 1) • met kruipruimte 0,50 m • kruipruimteloos
0,90 m –mv 0,30 m –mv
1,10 m -vloerpeil 0,50 m -vloerpeil
Bedrijfsgebouwen • met kruipruimte • kruipruimteloos, constructievloer • kruipruimteloos, zelfdragende vloer
0,90 m –mv 0,30 m –mv 0,50 m –mv
1,10 m -vloerpeil 0,50 m -vloerpeil 0,70 m -vloerpeil
Kabels en leidingen • elektriciteit en datacommunicatie • gas- en waterleidingen
0,70 à 0,80 m -mv 1,00 à 1,20 m -mv
Tuinen en groenvoorzieningen • algemeen • bomen
0,50 m -mv 0,80 m –mv
1) 2)
uitgaande van een minimaal hoogteverschil van 0,20 m tussen wegpeil (as van de weg) en vloerpeil ontwateringsdiepte = maaiveldhoogte – gemiddeld hoogste grondwaterstand
In overleg met de gemeente en het hoogheemraadschap zal aanvullend op de bovenstaande eisen getoetst worden in hoeverre voor individuele nieuwbouwlocaties geanticipeerd moet worden op: • Effecten van eventuele bodemdaling over 20 – 50 jaar. • Effecten van klimaatverandering op grondwaterstanden. Ten behoeve van een goede beoordeling van de lokale grondwaterhuishouding dient de initiatiefnemer van de ontwikkeling voorafgaand aan de ontwikkeling in overleg met de gemeente de benodigde bodem- en grondwatermetingen aan te leveren. De initiatiefnemer kan zich hierbij baseren op het gemeentelijke grondwatermeetnet, maar vaak zijn aanvullende metingen voor het ontwikkelgebied onmisbaar. Deze metingen beslaan ten minste één volledig hydrologisch jaar. Bij aanleg van ondergrondse objecten dient de initiatiefnemer de effecten op de omgeving te onderzoeken, in beeld te brengen en aan te tonen. Om te voldoen aan de ontwateringseisen zijn verschillende oplossingen denkbaar. Niet alle oplossingen zijn echter even gewenst. De initiatiefnemer dient bij het ontwerp en uitvoering de onderstaande voorkeursvolgorde aan te houden: 1. Aanleg van (extra) open water. 2. Integraal ophogen van het gebied, binnen de grenzen van de draagkracht van de ondergrond, inclusief een risicobeoordeling op de omliggende omgeving. 3. Grondverbetering. 4. Aanpassing bouwwijze of gebruik.
pagina 31/68
5.
Het toepassen van robuuste ontwateringsmiddelen (zowel particulier als openbaar), zoals drainage, en het uitvoeren van een risicobeoordeling op de omliggende bestaande bebouwing (zie LIOR, handboek drainage).
De initiatiefnemer onderbouwt als de voorkeursmethode niet mogelijk geacht wordt.
5.3.2 Omgaan met grondwateroverlast en grondwateronderlast De gemeente voorziet in een loketfunctie voor vragen, meldingen en/of klachten over grondwater en adviseert over waar de verantwoordelijkheid ligt (gebruiker, eigenaar, gemeente, hoogheemraadschap, derden). Vervolgens handelt de gemeente, in het geval de gemeente daar zelf een verantwoordelijkheid in heeft, de melding of klacht zorgvuldig af volgens de onderstaande stappen. 1. Beoordelen en registreren van melding of klacht. 2. Beoordelen of er sprake is van structurele grondwateroverlast (zie hinder of structurele overlast). Indien, ja: 3. Nader (laten) onderzoeken van de situatie. 4. Doelmatigheidsafweging maken (mate van overlast, hoeveel bewoners ervaren overlast, wat zijn de mogelijkheden om overlast te verminderen). 5. Gebiedsgerichte aanpak voor treffen van eventuele maatregelen. Belangrijk is dat de gemeente een zorgvuldige afhandeling regisseert, maar daarmee niet verantwoordelijk is voor het oplossen van alle meldingen. Ook zal de particulier zijn eigen verantwoordelijkheid behouden in het onderzoeken van de situatie (bijvoorbeeld het inventariseren van overlast bij de buren).
Structurele overlast Er is sprake van structurele grondwateroverlast wanneer: • de gewenste ontwateringsdiepte voor het betreffende gebied in de openbare ruimte niet wordt gehaald, én • ten gevolge hiervan er overlast optreedt in relatie tot een bestemming van particulier of openbare terrein, én • de overlast structureel van aard is: meerdere aaneengesloten weken (vier of meer) gedurende meerdere aaneengesloten jaren (drie of meer), én • er geen andere (bouwkundige) oorzaken zijn voor de ondervonden overlast. Er is sprake van overlast als gevolg van de nadelige gevolgen van de grondwaterstand wanneer de actuele grondwaterstand een negatief effect heeft op de volksgezondheid of wanneer er door de (actuele) grondwaterstand blijvende schade ontstaat aan het pand. Incidenten worden niet als grondwateroverlast aangemerkt. Structurele onderlast Er is sprake van structurele grondwateronderlast wanneer: • de gewenste grondwaterstanden voor het betreffende gebied in de openbare ruimte niet op peil kunnen worden gehouden, én • ten gevolge hiervan in droge perioden beplantingen van onvoldoende water kunnen worden voorzien of houten paalfunderingen onvoldoende kunnen worden beschermd, én • de onderlast structureel van aard is: in een periode van 8 jaar vaker voorkomt dan nagestreefd, én • er geen andere (bouwkundige) oorzaken zijn voor de ondervonden onderlast.
In het kader van het voorkomen van grondwateronderlast voert de gemeente binnen de mogelijkheden van het eigen riolerings-/drainage-/infiltratiesysteem voldoende (hemel- en/of oppervlakte) water aan om de grondwaterstanden zoveel als mogelijk is op peil te houden in pagina 32/68
droge perioden om de beplanting van voldoende water te voorzien en houten paalfunderingen zo veel mogelijk te beschermen. Bodemdaling
In grote delen van Nederland daalt de bodem: De
Bodemdaling 2016 – 2050 (bron: Bodemdalingskaart.nl)
verwachte daling en stijging van het oppervlak van Nederland voor het jaar 2050 ten opzichte van de huidige situatie (bron: Rijkswaterstaat, NAM)
In de regio Delfland is bodemdaling (als gevolg van zetting, oxidatie van veen en tektoniek) op lange termijn van belang. Lokaal kan dit leiden tot maatregelen zoals bemalen drainage. De verschillen voor wat betreft bodemdaling tussen de NAD-gemeenten zijn groot. Bodemdaling is een brede maatschappelijke uitdaging die op regionaal niveau moet worden opgepakt. De oplossingen voor bodemdaling moeten breed worden gezocht in allerlei domeinen, waarvan water en riolering slechts een onderdeel is. Ook zal bodemdaling meegenomen moeten worden in de gemeentelijke strategie ten aanzien van ruimtelijke adaptatie.
Als beheerder van de openbare ruimte streeft de gemeente naar de ontwateringsdieptes zoals opgenomen in tabel 5-2. Het zijn gewenste ontwateringsdieptes, omdat het gezien de historische groei van veel situaties niet altijd mogelijk is deze ontwateringsdieptes daadwerkelijk te behalen. Daarnaast zijn de grondwaterstanden en daarmee de haalbare ontwateringsdiepten gebiedsafhankelijk. Maatregelen bij structurele grondwateroverlast Zoals hiervoor beschreven beoordeelt de gemeente eerst of er sprake is van structurele overlast veroorzaakt door afwijkende grondwaterstanden in openbaar gebied. Voor een zorgvuldige afhandeling zal de gemeente (mede) onderzoeken waar oplossingen voor de problemen kunnen liggen. Daarbij neemt de gemeente de volgende aspecten mee: • of er geen andere partij (particulier, hoogheemraadschap, provincie) verantwoordelijk is voor het probleem; • of de mogelijke maatregel doelmatig is; • en of de maatregel niet leidt tot nieuwe knelpunten. pagina 33/68
Bij structurele problemen op zowel particulier als openbaar terrein streeft de gemeente naar een gezamenlijke en doelmatige oplossing. Een maatregel/ actie kan als doelmatig worden beschouwd wanneer de volgende principes in ogenschouw zijn genomen: • Het principe van "eigen verantwoordelijkheid" is gehanteerd. • De eigenaar van het perceel is verantwoordelijk voor de staat van onderhoud van de aanwezige (drainerende) voorzieningen binnen de perceelgrenzen. • De voorgestelde maatregel of actie mag geen nieuwe problemen introduceren. • De kosten en baten van de maatregel of actie moeten maatschappelijk verantwoord zijn. • Van de uit te voeren maatregel of actie is onderzocht of deze te combineren is met andere geplande werkzaamheden in de openbare ruimte. • Bij het uitvoeren van de maatregel wordt gezocht naar een financieel samenwerkingverband tussen gemeente, particulieren en indien van toepassing het hoogheemraadschap van Delfland. Inzicht in grondwatersituatie De gemeente beschikt al meer dan 10 jaar over een uitgebreid grondwatermeetnet van peilbuizen (voorbeeld peilbuis in Figuur 6) waarmee de gemeente de grondwaterhuishouding in beeld brengt. Deze metingen worden onder andere gebruikt voor analyse en beoordeling van klachten. De grondwaterstanden zijn in te zien via de Open Data Portal, website: https://diverhub.com/public.
Figuur 6 Peilbuis met telemetrische datalogger in straatpot
5.3.3 Grondwatermaatregelen bij rioolvervanging Bij werken in de openbare ruimte zoals het vervangen van oude riolering is de gemeente alert op ongewenste stijging van de grondwaterstand als gevolg van het wegvallen van de drainerende werking van oude lekkende riolen. De gemeente zorgt bij voorkeur voor compensatie hiervan, zodat de gewenste ontwateringsdieptes worden bereikt, maar is hiertoe niet verplicht.
5.3.4 Grondwateronttrekkingen Een aandachtspunt binnen de regio Delfland vormt het afbouwen van de grondwaterwinning van (oorspronkelijk) 1.200 m3/uur op het terrein van DSM. Het water werd gebruikt voor de industrie. Na 2009 was dat niet meer nodig. Sinds 2016 is de gemeente Delft verantwoordelijk voor het oppompen van het grondwater. Uit een onderzoek van Deltares blijkt dat het stoppen/te snel afbouwen van de winning mogelijk grote gevolgen voor de regio kan hebben, met stijgende grondwaterstanden en schade aan woningen tot gevolg. Om schade te voorkomen wordt het onttrekken van grondwater sinds 2017 langzaam en zorgvuldig afgebouwd. Vooralsnog zijn geen problemen ontstaan. Door middel van reguliere overleggen met de gemeente Delft worden de
pagina 34/68
ontwikkelingen samen gevolgd. Hierbij wordt gebruik gemaakt van diverse ondiepe en diepe peilbuizen in de regio en specifiek binnen onze gemeente.
Bronneringswater Het hoogheemraadschap is bevoegd gezag voor de grondwateronttrekkingen, onder andere tijdens bouwwerkzaamheden. Bij het verlenen van de vergunning houdt het hoogheemraadschap rekening met alle belangen in de omgeving die kwetsbaar zijn voor grote veranderingen in de grondwaterstand, zoals bebouwing, wegen en de groenvoorziening. Ook wordt nagegaan of bodemverontreinigingen niet verplaatsen. Lozing van bronneringswater vindt bij voorkeur, in overleg met het hoogheemraadschap, plaats op het oppervlaktewater. In geval van verontreinigd grondwater kan lozing op de afvalwaterriolering acceptabel zijn (ODH vergunt dit). Voor lozing op de afvalwater- of hemelwaterriolering is ook toestemming nodig van de gemeente. Warmte- en koudeopslag (WKO) Het grondwater dat vrijkomt bij de ontwikkeling van de WKO-bronnen mag in overleg met het hoogheemraadschap van Delfland op de riolering geloosd worden. Het grondwater dat vrijkomt bij het tweejaarlijks onderhoud dient geretourneerd te worden in de bodem. Binnen het NAD is een projectgroep opgezet om gezamenlijk te kijken hoe om te gaan met indirecte lozingen, waaronder de WKO-lozingen. In de “Nota bevordering doelmatige werking zuiveringstechnische werken 2016” staat ook beschreven hoe met WKO-lozingen omgegaan dient te worden.
pagina 35/68
5.3.5 Oppervlaktewater kwaliteit De kwaliteit van het oppervlaktewater wordt beïnvloed door een groot aantal factoren, waaronder de afvoer van afvalwater, hemelwater en grondwater. Binnen de gemeente hebben we 12 gemengde riooloverstorten plus 1 bij het bergbezinkbassin die continu worden bemeten. Via het aanwezige telemetriesysteem bestaat inzicht in deze gegevens. Schoon en gezond water In de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) staat dat alle lidstaten moeten voldoen aan de doelen voor chemische en ecologische waterkwaliteit. Voor de aangewezen KRW-waterlichamen geldt een resultaatsverplichting, voor de overige wateren een inspanningsverplichting. Alle overheden (Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen) staan samen aan de lat voor het behalen van de doelstellingen uit de KRW. Ieder neemt maatregelen binnen de eigen verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Voor alle wateren geldt dat minimaal geen achteruitgang van de waterkwaliteit mag plaatsvinden. Meer informatie is te vinden in ons programma Water en Klimaat welke door de gemeenteraad is vastgesteld op 22 april 2021.
5.4 Duurzaamheid & circulariteit Duurzaamheid en circulariteit zijn ook voor de gemeentelijke watertaken belangrijk. Op landelijk niveau zijn afspraken gemaakt in onder andere het Klimaatakkoord (49% reductie van broeikasgassen in 2030), Grondstoffenakkoord (Nederland circulair in 2050) en het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (Nederland klimaatbestendig en waterrobuust in 2050). Watercyclus sluiten Vanuit de visie van het Netwerk (Afval)waterketen Delfland (NAD) wordt gestreefd naar een gesloten watercyclus: De afvalwaterketen ontwikkelt richting een watercyclus waarbij alle partijen het fysieke systeem centraal stellen. Dat vraagt om samenwerking met verschillende partijen zoals drinkwaterbedrijven, energiebedrijven, onderzoeksinstellingen en particuliere initiatieven. De samenwerkende partners laten zich inspireren door verdienmodellen en gaan flexibel en transparant om met investeringen. Gemeenten en hoogheemraadschap zullen vanuit het NAD steeds nauwer met elkaar gaan samenwerken richting één kaderstellende en faciliterende maatschappelijke onderneming die regie houdt op de kosten, kwaliteit en kwetsbaarheid van de watercyclus, maar ruimte laat voor initiatief en innovatie. De verwachting is dat in de toekomst steeds meer energie en grondstoffen uit het afvalwater zullen worden teruggewonnen.
Voor het gebied van Delfland is daarbij zoet water ook een belangrijke grondstof. Daarnaast blijft de riolering ervoor zorgen dat de volksgezondheid, de leefomgeving en het milieu duurzaam worden veiliggesteld en beschermd. Het verbeteren van de waterkwaliteit en anticiperen op klimaatveranderingen zullen een belangrijke rol (blijven) spelen. Klimaatadaptief bouwen In 2021 heeft de gemeente het convenant Klimaatadaptief bouwen Zuid-Holland ondertekend. Bouwbedrijven, gemeenten, de provincie, waterschappen, maatschappelijke organisaties en projectontwikkelaars gaan samen werken aan bebouwing die beter bestand is tegen weersextremen en bodemdaling. Het convenant is erop gericht om nieuwe ontwerpprincipes en standaarden te ontwikkelen, innovaties te stimuleren en meer proeflocaties mogelijk te maken. Verder wil het de ‘klassieke aanbestedingen’ ombuigen tot nieuwe manieren van financiering zoals een klimaathypotheek. pagina 36/68
In de nieuwe ontwerpprincipes worden uitgangspunten vastgelegd die leiden tot minder wateroverlast en hittestress, minder nadelige gevolgen van langdurige droogte en bodemdaling, en meer biodiversiteit. Komende planperiode gaan we verder met het implementeren van klimaatadaptief bouwen. Materiaalgebruik Ten aanzien van keuzes met betrekking tot (circulair) materiaalgebruik volgt de gemeente de pilots die landelijk en in de regio lopen. Voor materialen die voor langere tijd in de ondergrond moeten functioneren blijft ‘degelijkheid’ een hele belangrijke eigenschap. Voor de riolering is het toepassen van gerecyclede grondstoffen van belang, maar het is minder opportuun om voorop te lopen met de riolering, omdat het materiaal in de grond ligt en de levensduur zo ontzettend belangrijk is. Optie is om bijvoorbeeld in andere sectoren proeven te doen en lessen te trekken over de levensduur van gerecyclede producten. Bewezen ontwikkelde producten kunnen dan worden ‘overgeheveld’ naar de rioleringssector.
pagina 37/68
6 Wat gaan we doen (maatregelentabellen) In dit hoofdstuk zijn de maatregelen beschreven die de gemeente treft om de doelen voor de rioleringszorg te behalen. Deze bestaan enerzijds uit de vereiste reguliere activiteiten voor de instandhouding en vervanging van de voorzieningen. Anderzijds zijn er specifieke onderzoeken en beleidsmatige activiteiten die de komende periode worden opgepakt, al dan niet vanuit de samenwerkingsregio.
6.1 Investeringen Vervangingsinvesteringen De investeringen in de planperiode bestaan uit vervangingsinvesteringen van vrij verval riolering, renovatie van gemalen en vervanging van pompinstallaties. Deze investeringen zijn nodig om het functioneren van het systeem in stand te houden. Daar waar optimalisaties in het systeem mogelijk zijn, worden deze zoveel mogelijk gelijktijdig met de vervangingen of renovaties meegenomen. In hoofdstuk 7 “Financiën en organisatie” is een overzicht gegeven van de te verwachten investeringen voor vervanging en renovatie. Verbeteringsinvesteringen In het bestaande gemengde rioleringsstelsel is de aanleg van een aanvullende overstort op het oppervlaktewater voorzien om het lokale risico van ‘water-op-straat’ te verminderen.
6.2 Beheeractiviteiten De reguliere beheeractiviteiten die de gemeente tot op heden heeft uitgevoerd, worden ook in de komende planperiode voortgezet. De kosten voor deze reguliere beheeractiviteiten worden bekostigd uit de exploitatie. De reguliere onderhoudsactiviteiten bestaan uit: • het (laten) uitvoeren van inspecties en het beoordelen van de inspectieresultaten; • het (laten) uitvoeren van noodzakelijke keuringen en beoordelingen van gemalen; • het laten reinigen van de riolering, kolken en drainage; • kleine reparaties aan de riolering; • het oplossen van storingen aan gemalen.
6.3 Onderzoek In de planperiode 2022 – 2025 worden de volgende onderzoeken uitgevoerd: • hydrodynamische analyse functioneren drukriolering buitengebied; • onderzoek foutaansluitingen drukriolering buitengebied; • onderzoek rioolvreemd water; • actualisatie emissieberekeningen rioolstelsel, inclusief beoordelen POC’s; • onderzoek optimalisatie overstortregistratie; • onderzoek optimalisatie neerslagregistratie; • de beheergegevens op tijd, conform de wettelijke eisen van de WIBON, op orde brengen en houden (conform GWSW); • onderzoek optimale invulling waarschuwings- en ingrijpmaatstaven ten behoeve beoordeling rioolinspecties; • analyseren data uit meetnet riolering en grondwater; • onderzoek wenselijkheid opstellen hemel- en/of grondwaterverordening; • opvolging resultaten stresstest wateroverlast (OAS Harnaschpolder studie). In hoofdstuk 7 “Financiën en organisatie” wordt nader ingegaan op de financiële middelen die naar verwachting nodig zijn om voornoemde onderzoeken te kunnen uitvoeren in de komende planperiode.
pagina 38/68
6.4 Beleidsmatige activiteiten & planvorming • • • • • • • •
(jaarlijks) opstellen planmatige operationele programma’s; ontwikkelen visie afvoercapaciteit (huishoudelijk) afvalwater versus woningbouw; het actualiseren en verder ontwikkelen van een visie en beleidsmatige invulling voor grote (bedrijfs)afvalwaterlozers op de drukriolering en het effectueren hiervan; voeren risicodialogen naar aanleiding van uitgevoerde stresstesten; het actief deelnemen aan voor de gemeente belangrijke (ambtelijke) werkgroepen in NAD en OAS-verband; het op de hoogte blijven van nieuwe ontwikkelingen in het vakgebied; o.a. door lidmaatschap van de Stichting RIONED en kennisdeling in netwerkverband; Data-gestuurde/risico-gestuurde afwegingen bij het rioolbeheer; Het volgen van ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid en circulariteit en het signaleren van bewezen techniek/bewezen producten die (binnen NAD-pilot) kunnen worden toegepast.
pagina 39/68
7 Financiën en organisatie In dit hoofdstuk zijn de benodigde middelen beschreven om invulling te geven aan de taken binnen de rioleringszorg. Naast het aanreiken van de algemene kaders geeft dit hoofdstuk de hoofdlijnen weer van de kosten voor het uitvoeren van de taken en de vertaling hiervan in lasten voor de burger. Gedetailleerde resultaten vanuit de kostendekkingsberekening zijn opgenomen in bijlage 5.
7.1 Personele middelen In deze paragraaf zal een vergelijking gemaakt worden tussen de huidige beschikbare personele capaciteit en de gewenste personele capaciteit op basis van de Kennisbank Stedelijk Water (Stichting Rioned) – “rekentool formatie kwantitatief”.
7.1.1 Huidige personele situatie zorgplichten De huidig beschikbare personele capaciteit vanuit het urenbudget binnen de gemeente is weergegeven in Tabel 7-1. Tabel 7-1 Beschikbare personele capaciteit rioleringszorg
Beschikbaar Wijkzaken en NAD gemalendienst
fte
Wijkzaken (IBOR en Servicebedrijf) NAD Gemalendienst Uren lasten rioolheffing Totaal
3,4 2,0* 0,1 5,5
*Exclusief 0,5 fte teamleider/overhead
In de bovenstaande tabel zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • 1 fte komt overeen met 1450 uur/jaar • exclusief overhead De binnendienst is voornamelijk belast met de planvorming, onderzoek, facilitaire werkzaamheden en voorbereiding van maatregelen zoals vervanging en reparatie. Het servicebedrijf (vrij verval riolering) en de NAD gemalendienst (gemalen en persleidingen) zijn belast met het dagelijks onderhoud en toezicht bij maatregelen zoals vervanging en reparatie. De uren voor het heffen van de rioolheffing zijn ondergebracht bij de afdeling RBG (Ruimte, Belastingen en Gegevensbeheer); taakveld belastingen, maar komen ten laste van de rioolheffing.
7.1.2 Gewenste situatie Op basis van de Kennisbank Stedelijk Water (Stichting Rioned) – “rekentool formatie kwantitatief” is bepaald hoeveel personeel noodzakelijk is voor het handhaven van een adequaat niveau van rioleringszorg. Hierbij is uitgegaan van een gemeente met meer dan 50.000 inwoners. De benadering is globaal en onder andere afhankelijk van de plaatselijke organisatorische situatie en de mate van uitbesteding. In Tabel 7-2 is de benodigde personele capaciteit voor de komende planperiode inzichtelijk gemaakt. Daarbij is conform de rekentool onderscheid gemaakt naar ‘planvorming’, ‘onderzoek’, ‘facilitair’, ‘onderhoud’ en ‘maatregelen’.
pagina 40/68
Tabel 7-2 Benodigde inzet technisch personeel rioleringszorg (gemiddeld over 2022-2025)
Gemiddeld fte Planvorming Onderzoek Facilitair Onderhoud Maatregelen
1,3 0,9 0,9 3,0 0,1
Totaal
6,2
De benodigde inzet voor ‘Maatregelen’ bedraagt circa 3,3 fte. Hieronder wordt verstaan projectleiding, voorbereiding en toezicht. De personele inzet voor maatregelen is grotendeels verwerkt in de investeringsbedragen. In bovenstaande tabel is 0,1 fte opgenomen voor vragen, advies en overige input bij het uitvoeren van de ‘maatregelen’.
7.1.3 Advies voor de planperiode De beschikbare personele capaciteit is lager dan de berekende benodigde capaciteit. Om de kwetsbaarheid ten aanzien van het onderhoud van de gemalen te verkleinen werken we samen met de gemeente Delft en de gemeente Leidschendam-Voorburg. De uitdagingen en bedreigingen die wij daarin voelen zijn globaal de volgende: • Vertrek en schaarste op de arbeidsmarkt van monteurs. • Veranderingen in de techniek van gemalen en daarmee behoefte aan specialistischer kennis (E-kant, automatisering). • Verschuiving van het werk van ‘buiten’ (sleutelen) naar ‘binnen’ (monitoren, analyseren van data, optimaliseren). Formatie De gemeente slaagt erin om met minder beschikbare personele capaciteit haar taken uit te voeren, maar deze uitvoering staat met name voor de binnendienst wel onder druk. Reden hiervoor zijn bijvoorbeeld vergrijzing, het toenemende areaal en ontwikkelingen in het vakgebied die de komende jaren een nieuwe en/of intensievere vorm van aandacht vragen.
Op dat vlak kan gedacht worden aan de toenemende noodzaak om vanwege klimaatverandering (wateroverlast door extremere buien) het taakveld van de riolering en de inrichting van de openbare ruimte nog beter op elkaar af te stemmen, de invulling van de zorgplichten onder de nieuwe omgevingswet en de toenemende administratieve inspanningen door het delen en afstemmen van data (basisregistraties, Publieke Dienstverlening op Kaart e.d.), het up tot date houden van modellen en het werken met big data. Deze ontwikkelingen zorgen ervoor dat de aard van het werk verandert en deels al veranderd is. Bovenstaande in ogenschouw nemend is personele uitbreiding komende planperiode gewenst. In het kostendekkingsplan is hier rekening mee gehouden.
7.2 Kostendekking De belangrijkste jaarlijkse baten zijn afkomstig uit de rioolheffing. Hierop wordt in deze paragraaf nader ingegaan. Voor het dekken van de rioleringsuitgaven maakt de gemeente gebruik van de rioolheffing. Kosten voor aanleg van riolering in uitbreidingsgebieden en inbreidingslocaties worden bekostigd uit de planexploitatie en zijn in dit GRP verder buiten beschouwing gelaten.
7.2.1 Uitgangspunten kostendekkingsberekening rioolheffing Voor de berekening van de rioolheffing is uitgegaan van de volgende uitgangspunten: • De kostendekkingsperiode bedraagt 45 jaar, van 2022 tot en met 2066. • De geprognotiseerde stand voorziening per 1-1-2022 bedraagt € 3.192.900,00. • De rioolheffing dient 100% kostendekkend te zijn. • De rente op de kapitaallasten bedraagt 2%. • De investeringen worden lineair afgeschreven. • Het aantal heffingseenheden is per 1-1-2022 op 24.084 gesteld. pagina 41/68
• • •
• • • • • • • •
De rioolheffing in 2021 bedraagt € 228,36 per heffingseenheid voor alle gebruikers. De kosten kwijtschelding zijn inbegrepen. De compensabele BTW wordt toegerekend aan de externe kosten in de exploitatie en over de afschrijvingscomponent van de investeringen. Voor de exploitatie is de compensabele BTW vanaf 2023 op een bedrag van € 191.000 per jaar gecalculeerd. Voor de investeringen is de compensabele BTW vanaf 2022 op een vast bedrag van € 250.000 per jaar gesteld. De berekeningen van de rioolheffing zijn gebaseerd op prijspeil 2021. Eventuele inflatiecorrecties zijn niet in de berekening meegenomen. Alle geraamde bedragen zijn exclusief BTW opgenomen in het GRP. De verwachte uitbreiding van het aantal woningen is gemiddeld 200 woningen per jaar tot en met 2030. Straatvegen wordt voor 25% (€ 105.000 per jaar) toegerekend aan de rioolheffing. Baggeren wordt voor 75% (€ 65.000 per jaar) toegerekend aan de rioolheffing. De post ‘vermindering i.v.m. oninbaar’ betreft leegstand van panden/woningen. Investeringen worden afgeschreven conform de in de onderstaande tabel vermelde afschrijvingstermijnen.
Tabel 7-3 Overzicht afschrijvingstermijnen
Onderdeel
Afschrijvingstermijn
Vervangen drukriolering -Vervangen drukriolering leidingen
60 jaar
- Vervanging drukrioleringspompen inclusief telemetrie 15 jaar
15 jaar
Vervangen gemalen - Elektromechanisch 15 jaar
15 jaar
- Bouwkundig 30 jaar
30 jaar
Vervangen persleidingen
60 jaar
Vervangen/ renoveren vrij verval riolering
45 jaar
Vervangen Infiltratie-transportriolen
45 jaar
Vervangen drainage
45 jaar
7.2.2 Exploitatie en investeringskosten zorgplichten In de onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van alle reguliere kosten voor onderzoek, beheer en onderhoud van de in hoofdstuk 6 beschreven activiteiten. Een totaaloverzicht van alle lasten is opgenomen in bijlage 5. Omschrijving Uren Riolering, gemalen en drukriolering Riolering algemeen Rioolgemalen Vrijverval riolering Drukriolering Grondwater Lasten rioolheffingen
2022 € 253.400 € 2.311.302 € 816.224 € 266.909 € 165.000 € 65.000 € 6.000
2023 € 326.886 € 2.608.297 € 848.224 € 216.909 € 165.000 € 65.000 € 6.000
2024 € 326.886 € 2.352.042 € 805.224 € 216.909 € 165.000 € 65.000 € 6.000
2025 € 326.886 € 2.496.743 € 805.224 € 216.909 € 165.000 € 65.000 € 6.000
In onderstaand overzicht zijn de geraamde investeringen voor de komende planperiode opgenomen. In het vorige vGRP was de rioolvervanging in (Klimaatbestendig) Klapwijk doorgerekend op basis van ouderdom van de riolering. Inmiddels is de vervanging van deze riolering om functionele reden in de tijd naar voren gehaald en projectmatig in fases ingepland. Dit resulteert voor komende planperiode in toegenomen investeringen ten opzichte van dezelfde jaren in vorig vGRP.
pagina 42/68
INVESTERINGEN Drukriolering Vervangen drukriolering (leidingen, 62 km) Vervanging drukrioleringspompen inclusief telemetrie
2022 € 990.000
2023 € 990.000
2024 € 990.000
2025 € 990.000
€-
€-
€-
€-
€ 990.000
€ 990.000
€ 990.000
€ 990.000
Vervangen gemalen Electomechanisch Bouwkundig Overstortmeters Persleiding
€ 707.000 € 575.000 € 102.000 € 30.000 €-
€ 453.000 € 453.000 €€€-
€ 398.000 € 398.000 €€€-
€ 589.000 € 385.000 € 204.000 €€-
Vervangen vrijverval riolering bestaande vrij verval riolering lange termijn bestaande vrij verval riolering o.b.v. geplande projecten: - Klapwijk - Klapwijk Wijkpark - Koningshof fase 7/8 (Aanvulling op bestaande kredieten) - Aanvulling Oranjeplein (GRP 18-21: vrijvervalriolering Oranjeplein) -Zijstraat Vlielandseweg
€ 2.996.928
€ 2.517.577
€ 2.542.487
€ 1.645.029
€ 97.256
€ 597.256
€ 597.256
€ 597.256
€ 2.899.672
€ 1.920.321
€ 1.945.231
€ 1.047.772
€ 600.000 € 1.300.000
€ 1.720.321 €-
€ 1.945.231 €-
€ 1.047.772 €-
€-
€-
€-
€ 382.943
€-
€-
€-
€-
€ 200.000
€-
€-
Vervangen drainage
€-
€-
€-
€-
€ 616.729
7.2.3 Baten rioolheffing De gemeentewet biedt de gemeente met de rioolheffing het instrument om haar watertaken te bekostigen. De heffingsmaatstaf in Pijnacker-Nootdorp is een vast bedrag per perceel (gebruikersbelasting) per belastingjaar12. De hoogte van de rioolheffing die de belastingplichtige dient te betalen wordt met voorliggend GRP onderbouwd. Een totaaloverzicht van de baten vanuit de rioolheffing is opgenomen in bijlage 5.
7.2.4 Resultaten kostendekkingsberekening rioolheffing Op basis van de beschreven uitgangspunten en kostenoverzichten is een kostendekkingsberekening uitgevoerd. Voor de rioolheffing (prijspeil 2021, exclusief inflatie) zijn hierbij twee alternatieven beschouwd: 1. Een verlaging van de rioolheffing per 1 januari 2023 van € 228,36 naar € 220,00 per heffingseenheid per jaar. 2. Het handhaven van de huidige rioolheffing van € 228,36 per heffingseenheid per jaar. In beide scenario’s is uitgegaan van een (geringe) verhoging van het tarief vanaf 2038. Bij scenario 1 is enkele jaren een iets grotere verhoging ten opzichte van scenario 2 voorzien.
12 Indien meer dan 400 m3 afvalwater vanuit een perceel wordt afgevoerd, wordt deze heffing voor elke 50 m3 of
gedeelte daarvan dat boven de eerste 400 m3 afvalwater wordt afgevoerd, vermeerderd met € 23,52. Met dien verstande dat de totale belasting niet meer bedraagt dan € 393,00. pagina 43/68
In onderstaande figuren is de ontwikkeling van de voorziening weergegeven in relatie tot de baten en lasten.
Lasten / Baten [ x €1.000 ]
Kostendekkingsplan Scenario 1: Tarief omlaag € 10.000
€ 500
€ 9.000
€ 450
€ 8.000
€ 400
€ 7.000
€ 350
€ 6.000
€ 300
€ 5.000
€ 250
€ 4.000
€ 200
€ 3.000
€ 150
€ 2.000
€ 100
€ 1.000
€ 50
€-
€-
2066 2064 2062 2060 2058 2056 2054 2052 2050 2048 2046 2044 2042 2040 2038 2036 2034 2032 2030 2028 2026 2024 2022
Jaar Stand voorziening einde jaar
Inkomsten uit rioolheffing
Totale lasten
tarief rioolheffing
Lasten / Baten [ x €1.000 ]
Kostendekkingsplan Scenario 2: Tarief gelijk € 10.000
€ 500
€ 9.000
€ 450
€ 8.000
€ 400
€ 7.000
€ 350
€ 6.000
€ 300
€ 5.000
€ 250
€ 4.000
€ 200
€ 3.000
€ 150
€ 2.000
€ 100
€ 1.000
€ 50
€-
€-
2066 2064 2062 2060 2058 2056 2054 2052 2050 2048 2046 2044 2042 2040 2038 2036 2034 2032 2030 2028 2026 2024 2022
Jaar Stand voorziening einde jaar
Inkomsten uit rioolheffing
Totale lasten
tarief rioolheffing
7.3 Advies De stand van de voorziening en de ontwikkeling daarin laten zien dat het mogelijk is om een verlaging van de rioolheffing door te voeren. In de balans tussen de lasten en baten zien we in bovenstaande grafiek (scenario 1) op termijn een mooi gebruik van de voorziening zoals deze ook bedoeld is. Zoals wettelijk vereist blijft de geraamde voorziening over de gehele beschouwde periode positief. Wij stellen voor de inwoners maximaal te laten profiteren van de mogelijkheid om de rioolheffing te verlagen en de voorgestelde verlaging vanaf 2023 door te voeren.
pagina 44/68
Bijlage 1 Wettelijk kader & plaats vGRP
pagina 45/68
Europees Kaderrichtlijn water (2009) De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is erop gericht op Europees niveau de kwaliteit van watersystemen te verbeteren, onder meer door lozingen te reduceren. Verder is het de bedoeling het duurzame gebruik van water te bevorderen en de verontreiniging van grondwater aanzienlijk te verminderen. Naast een verbetering van de waterkwaliteit is het streven de Europese waterwetgeving te harmoniseren, uiterlijk in 2015. De KRW stelt voor alle water een ecologische en kwaliteitsdoelstelling. Vooral voor water met een verhoogde natuurdoelstelling kan verwacht worden dat nog grote inspanningen geleverd moeten worden. De toekomstige invulling van het waterkwaliteitsspoor wordt sterk gerelateerd aan de bedoelingen van de KRW. Op basis van gebiedsrapportages worden de monitoringsprogramma’s en beheersplannen voor heel Nederland en Europa opgesteld. Kenmerkend voor de KRW is dat er sprake is van een resultaatsverplichting in plaats van de inspanningsverplichting die voorheen gebruikelijk was.
Nationaal Waterwet De Waterwet heeft acht bestaande wetten voor het waterbeheer in Nederland vervangen. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater. De wet is gericht op het bereiken van doelstellingen van watersystemen (stroomgebieden), met een verdeling van verantwoordelijkheden en taken tussen de verschillende betrokken overheden. Tevens is de wet gericht op een adequaat instrumentarium voor de uitvoering van het waterbeleid. Dit betreft dan vooral een vermindering van regels, vergunningstelsels en administratieve lasten. Door de Waterwet zijn Waterschappen, Gemeenten en Provincies beter in staat wateroverlast, waterschaarste en watervervuiling tegen te gaan. Ook voorziet de wet in het toekennen van functies voor het gebruik van water zoals scheepvaart, drinkwatervoorziening, landbouw, industrie en recreatie. Op grond van toegekende functies worden eisen gesteld aan de kwaliteit en inrichting van het water. Watervergunning De Watervergunning integreert alle vergunningstelsels van de verschillende waterwetten. Daarmee gaan zes vergunningen uit de eerdere waterbeheerwetten op in één Watervergunning. Het gaat hierbij om een scala van handelingen in watersystemen die voorheen door de afzonderlijke wetten werden gereguleerd, zoals het lozen van verontreinigende stoffen op het oppervlaktewater, het onttrekken van grondwater of het dempen van een sloot.
Veel activiteiten vallen onder algemene regels, waarvoor geen watervergunning nodig is; in deze gevallen kan dan met een melding worden volstaan. Lozingen van hemelwater uit het gemeentelijk rioolstelsel bijvoorbeeld vallen niet meer onder een vergunningsplicht (voorheen Wvo-vergunning), maar onder algemene regels. Bevoegd gezag kan Rijkswaterstaat, het Waterschap of de Provincie zijn. Activiteiten waarvoor een Watervergunning nodig is, zijn: • Stoffen in een oppervlaktewaterlichaam brengen; • Afvalwater in een oppervlaktewaterlichaam lozen of rechtstreeks (dus niet via de gemeentelijke riolering) afvoeren naar een rioolwaterzuiveringsinrichting; • Stoffen in zee brengen; • Een waterstaatswerk of beschermingszone gebruiken (aanleg, wijzigen, verwijderen); • Een waterstaatswerk is een oppervlaktewaterlichaam, bergingsgebied, waterkering of ondersteunend kunstwerk (bijv. een sluis of stuw); • Water in de bodem brengen of eraan onttrekken; pagina 46/68
•
• •
Grondwater onttrekken of in samenhang daarmee water in de bodem brengen (infiltreren). Ook onttrekkingen in verband met bodemenergiesystemen vallen in deze categorie; Water in een oppervlaktewaterlichaam brengen of eraan onttrekken; Grote hoeveelheden water in een oppervlaktewaterlichaam lozen of daaraan grote hoeveelheden onttrekken.
Wet milieubeheer De Wet milieubeheer (Wm) bevat verschillende onderdelen die specifiek van toepassing zijn op watergerelateerde onderwerpen, zoals indirecte lozingen, de gemeentelijke zorgplicht voor de inzameling van stedelijk afvalwater en het gemeentelijk rioleringsplan. De Wm kent naast watergerelateerde onderwerpen ook onderdelen die van grote relevantie zijn voor waterzaken. Te denken valt aan de afvalstoffenregelgeving, de coördinatie bij vergunningverlening en de samenwerking tussen bevoegde gezagen. Samen met de Waterwet biedt de Wm de wettelijke grondslag voor een aantal uitvoeringsbesluiten en de gemeentelijke afval-, hemel-, en grondwaterzorgplichten.
Zorgplichten afvalwater, hemelwater & grondwater Zorgplicht stedelijk afvalwater De zorgplicht stedelijk afvalwater valt onder de Wet Milieubeheer (in de toekomst onder de Omgevingswet). In artikel 10.33 is de wettelijke verplichting vastgelegd: 1. De gemeente draagt zorg voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater dat vrijkomt bij de binnen het grondgebied van de gemeente gelegen percelen, door middel van een openbaar vuilwaterriool naar een inrichting als bedoeld in artikel 3.4 van de Waterwet. 2. In plaats van een openbaar vuilwaterriool en een inrichting als bedoeld in het eerste lid kunnen afzonderlijke systemen of andere passende systemen in beheer bij een Gemeente, Waterschap of een rechtspersoon die door een Gemeente of Waterschap met het beheer is belast, worden toegepast, indien met die systemen blijkens het gemeentelijk rioleringsplan eenzelfde graad van bescherming van het milieu wordt bereikt. Zorgplicht hemelwater De zorgplicht hemelwater valt onder de Waterwet (in de toekomst onder de Omgevingswet). In artikel 3.5 is de wettelijke verplichting vastgelegd: 1.
De gemeente draagt zorg voor een doelmatige inzameling van het afvloeiend hemelwater, voor zover van degene die zich daarvan ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen, redelijkerwijs niet kan worden gevergd het afvloeiend hemelwater op of in de bodem of in het oppervlaktewater te brengen. 2. De gemeente draagt tevens zorg voor een doelmatige verwerking van het ingezamelde hemelwater. Onder het verwerken van hemelwater kunnen in ieder geval de volgende maatregelen worden begrepen: de berging, het transport, de nuttige toepassing, het, al dan niet na zuivering, terugbrengen op of in de bodem of in het oppervlaktewater van ingezameld hemelwater, en het afvoeren naar een zuiveringtechnisch werk. Zorgplicht grondwater De zorgplicht grondwater valt onder de Waterwet (in de toekomst onder de Omgevingswet). In artikel 3.6 is de wettelijke verplichting vastgelegd: 1. De gemeente draagt zorg voor het in het openbaar gemeentelijke gebied treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet tot de zorg van het Waterschap of de Provincie behoort. 2.
De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, omvatten mede de verwerking van het ingezamelde grondwater, waaronder in ieder geval worden begrepen de berging, het transport, de nuttige toepassing en het, al dan niet na zuivering, op of in de bodem of in het oppervlaktewater brengen van ingezameld grondwater en het afvoeren naar een zuiveringtechnisch werk.
pagina 47/68
Lozingenbesluit afvalwater Afvalwaterlozingen worden tegenwoordig hoofdzakelijk geregeld via algemene regels (AmvB’s). Uitgangspunt: de lozer mag niets doen waarvan hij kan verwachten dat het problemen oplevert voor het riool, de zuivering of het (water)milieu. Directe en indirecte lozingen Er wordt onderscheid gemaakt tussen directe en indirecte (via riolering) lozingen. De indirecte lozingen worden weer onderscheiden in lozingen op een ‘schoonwaterriool’ en een ‘vuilwaterriool’. De eisen aan de lozingen op schoonwaterriolen zijn strenger dan die op een vuilwaterriool, omdat die lozingen direct in het milieu terechtkomen. De houder van het hemelwater moet het hemelwater op verantwoorde wijze terugbrengen in het milieu. Lozing op een vuilwaterriool is alleen toegestaan als een directe lozing of een lozing op een schoonwaterriool niet mogelijk is. Er is een indeling gemaakt naar drie categorieën: Besluit lozing afvalwater huishoudens Het besluit bevat regels voor het lozen van afvalwater door particulieren. Huishoudens hebben geen vergunning of ontheffing nodig om hun afvalwater te lozen, maar moeten zich wel houden aan regels die moeten voorkomen dat de kwaliteit van bodem en oppervlaktewater worden aangetast. Dat betekent onder meer dat afvalwater alleen in het oppervlaktewater of in de bodem mag worden geloosd als het gezuiverd is.
Activiteitenbesluit Op lozingen in het riool vanuit bedrijven (inrichtingen als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de Wet milieubeheer (Wm)) zijn de regels van het Activiteitenbesluit van toepassing. Sommige categorieën bedrijven hebben nog een omgevingsvergunning milieu nodig. Voor de milieurelevantere activiteiten en aspecten staan in het Activiteitenbesluit concrete voorschriften. Voor hemel- en grondwaterlozingen zijn er alleen algemene voorschriften en geldt de zorgplicht van het Activiteitenbesluit. Besluit lozen buiten inrichtingen Het besluit heeft betrekking op een breed scala aan lozingen die buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer plaatsvinden. Het gaat bijvoorbeeld om lozingen uit gemeentelijke rioolstelsels, lozingen van grondwater bij ontwatering van gronden (zoals bronneringswater bij bouwactiviteiten), lozingen van afstromend regenwater van wegen en andere openbare ruimten en lozingen bij gevelreiniging. De lozingen kunnen zowel door bedrijven als overheden plaatsvinden. Volgens dit besluit is (vrij vertaald) het lozen van afvalwater, afkomstig uit een openbaar ontwaterings- of hemelwaterstelsel op of in de bodem toegestaan, mits de ligging van de voorzieningen bekend is, deze goed beheerd worden en hierdoor geen nieuwe problemen ontstaan.