CConstaterende datPijnacker-Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2022-2025

Raad Besluitvorming 24 februari 2022, gemeente Pijnacker-NootdorpBij agendapunt: Gemeentelijk Rioleringsplan 2022-202521.053 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Hetzelfde geldt voor het op oppervlaktewater lozen van afvalwater afkomstig van overstortvoorzieningen of nooduitlaten van openbare vuilwaterstelsels. Het lozen van grondwater bij bodemsanering en proefbronnering op oppervlaktewater of een hemelwaterriool is onder kwalitatieve voorwaarden toegestaan en onder de voorwaarde dat geen wateroverlast plaatsvindt. Het lozen in een vuilwaterriool is niet toegestaan. Indien er redelijkerwijs geen andere mogelijkheid bestaat kan hiervan worden afgeweken met medewerking van het bevoegd gezag. Het ten behoeve van ontwatering lozen van grondwater in oppervlaktewater is onder zowel kwalitatieve als kwantitatieve voorwaarden toegestaan. Lozing op een vuilwaterriool is verboden tenzij het een kortdurende en relatief schone lozing betreft (< 8 weken, < 5 m3/h ,< 300 mg/l onopgeloste stoffen).

pagina 48/68

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) regelt de omgevingsvergunning. De omgevingsvergunning is één geïntegreerde vergunning voor bouwen, wonen, monumenten, ruimte, natuur en milieu. De omgevingsvergunning heeft betrekking op activiteiten die voorheen vergunningplichtig waren onder de volgende wetten en verordeningen: •

• • • • • •

VROM wetten o Woningwet (bouwvergunning) o Gebruiksbesluit (vergunning/melding) o Wet milieubeheer (milieuvergunning, meldingsplicht) o Wet ruimtelijke ordening (afwijking bestemmingsplan, aanlegvergunning) Monumentenwet (monumenten vergunning) Mijnbouwwet (mijnbouwmilieuvergunning) Wet verontreiniging oppervlaktewateren (indirecte lozingen) Flora en faunawet (ontheffing) Natuurbeschermingswet (handelingen in beschermd natuurgebied, gevolgen habitat/soort) Provinciale en gemeentelijke verordeningen (kap, sloop-, aanlegvergunningen e.d.)

Wet informatie uitwisseling ondergrondse netten (2008) Om de ernst en de hoeveelheid van graafincidenten in Nederland in te perken is in 2008 de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken (Wibon) oftewel de Grondroerdersregeling van kracht geworden. De regeling verplicht zorgvuldiger graven en informatie uitwisseling tussen grondroerders (de gravers) en de kabel- en leidingbeheerders. Informatie uitwisseling voorafgaand aan de graafwerkzaamheden verloopt via een digitaal loket bij het Kadaster. Basisregistratie ondergrond Informatie over activiteiten in de Nederlandse ondergrond moet beter worden vastgelegd. Overheden dienen gegevens over de ondergrond centraal te registreren in een basisregistratie ondergrond (BRO). Dit zorgt voor lagere onderzoekskosten, helpt bij het opstellen van ruimtelijke plannen en bespaart overlast en kosten bij uitvoering van werkzaamheden. De wet verplicht het Rijk, Provincies, Gemeenten en Waterschappen om nieuwe gegevens over de ondergrond centraal te registreren. Bedrijven en inwoners krijgen gratis toegang tot de gegevens. De basisregistratie bouwt voort op de bestaande landelijke systemen. Dit zijn Data en Informatie Nederlandse Ondergrond van de Geologische Dienst Nederland, onderdeel van TNO, en het Bodem Informatie Systeem van Alterra.

De registratie zal zorgen dat gegevens vollediger zijn, sneller beschikbaar en eenvoudiger te gebruiken. Het beheer ervan is met het oog op de benodigde expertise in handen van TNO. De basisregistratie ondergrond wordt de komende jaren stapsgewijs ingevuld. Er wordt gestart met gegevens over sonderingen, grondwater en mijnbouw. Deze informatie is onder meer van belang bij het plannen en uitvoeren van bouwprojecten, het verzorgen van drinkwatervoorziening en het winnen van natuurlijke hulpbronnen.

pagina 49/68

Wet op de lijkbezorging (1991) In de Wet op de lijkbezorging (Wlb) zijn bepalingen opgenomen omtrent begraving. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen op grond van die wet regels worden gesteld over onder meer de inrichting van het graf en de afstand van de graven onderling. In het Besluit op de lijkbezorging (Blb) is daaraan gevolg gegeven. Uit de artikelen 40 en 41 Wlb kan worden afgeleid dat burgemeester en wethouders bevoegd gezag zijn met betrekking tot (bijzondere) begraafplaatsen. Artikel 5 Besluit op de lijkbezorging 1. De afstand tussen de graven onderling bedraagt ten minste dertig centimeter. 2. Boven de kist of het omhulsel bevindt zich een laag grond van ten minste vijfenzestig centimeter. 3. Ten hoogste drie lijken mogen boven elkaar worden begraven, mits boven elke kist of ander omhulsel een laag grond van ten minste dertig centimeter dikte wordt aangebracht, die bij een volgende begraving niet mag worden geroerd. Ten aanzien van de bovenste kist of het bovenste omhulsel is het tweede lid van toepassing. 4. De graven bevinden zich ten minste dertig centimeter boven het niveau van de gemiddeld hoogste grondwaterstand. 5. Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing op bestaande graven. 6. Dit artikel is niet van toepassing op grafkelders. De belangrijkste bepaling in relatie tot grondwater is die van het vierde lid.

In samenhang met het derde lid kan worden vastgesteld hoe diep het grondwaterpeil moet zijn als er in meerdere lagen boven elkaar wordt begraven. Nationaal waterplan 2016-2021 Het Nationaal Waterplan (NWP) is het rijksplan voor het waterbeleid voor de periode 2016-2021. Het NWP beschrijft welke maatregelen nodig zijn om Nederland ook in de toekomst veilig en leefbaar te houden. Ook de (economische) kansen die water biedt komen in het NWP aan bod. In de bijlage van het NWP zijn stroomgebiedbeheerplannen opgenomen. Deze geven aan hoe de waterkwaliteit in een bepaald gebied kan verbeteren. Nederland ligt in de stroomgebieden Rijn (Waal), Maas, Schelde en Eems. Bestuursakkoord water (2011) In het Bestuursakkoord Water hebben overheden en drinkwaterbedrijven afspraken gemaakt over verbetering van de organisatie van het waterbeheer. Deze afspraken leiden tot meer transparantie, duidelijke verantwoordelijkheden, minder bestuurlijke drukte, optimalisatie in transport en zuivering van afvalwater, een beheersbaar programma voor de waterkeringen en het realiseren van slimme samenwerkingsvormen. Hierdoor blijft waterbeheer betaalbaar. De ambitie is om vanaf 2020 jaarlijks structureel 750 miljoen euro te besparen op de stijgende kosten voor veiligheid en waterbeheer.

In het Addendum BAW staan aanvullende afspraken over de volgende onderwerpen: • Bruikbare en toegankelijke data en informatie binnen de watersector • Cybersecurity binnen de watersector • Samenwerking tussen gemeenten, waterschappen en drinkwaterbedrijven • Implementatie Omgevingswet in de waterketen.

pagina 50/68

Besluit begroting en verantwoording Provincies en Gemeenten Ten behoeve van meer transparantie heeft de commissie BBV (commissie Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten) richtlijnen opgesteld voor de bepaling van de rioolheffing. De commissie BBV spoort gemeenten en provincies aan om deze aanbevelingen te volgen omdat dat naar haar oordeel bijdraagt aan het inzicht in de financiële positie. Deltaplan ruimtelijke adaptatie Het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie is een gezamenlijk plan van gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk. Het Deltaplan RA versnelt en intensiveert de aanpak van wateroverlast, hittestress, droogte en de gevolgen van overstromingen. Omgevingswet De Omgevingswet is een integrale wet die de kwaliteit van de leefomgeving borgt en tegelijkertijd ontwikkeling stimuleert. Sleutelbegrippen in de toepassing van de wet zijn eenvoud & efficiency, (integrale) samenwerking, regionaal maatwerk en verbinding naar externe partners. Drinkwaterwet & drinkwaterbesluit De Drinkwaterwet en het drinkwaterbesluit gaan vooral over de drinkwaterkwaliteit van het kraanwater in Nederland. De overheid heeft hiervoor kwaliteitseisen vastgelegd, bijvoorbeeld over hoeveel stoffen en organismen er maximaal in het kraanwater mogen voorkomen.

In de Drinkwaterwet is een specifieke zorgplicht, gericht aan alle bestuursorganen opgenomen om te zorgen voor de duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening. Daarnaast hebben ook installateurs ermee te maken. Zij mogen bijvoorbeeld alleen goedgekeurde producten zoals kranen en leidingen gebruiken en die op een bepaalde manier toepassen om te voorkomen dat het kraanwater vervuild raakt. Bronnen: www.infomil.nl www.helpdeskwater.nl www.riool.net www.stowa.nl www.wetten.overheid.nl www.samenwerkenaanwater.nl www.ruimtelijkeadaptatie.nl www.omgevingswet.nl

pagina 51/68

Plaats van het vGRP Inleiding Navolgend wordt ingegaan op de plaats van dit vGRP ten opzichte van wettelijke kaders en beleidsdocumenten. We beschrijven de kaders die invloed hebben op dit vGRP, zoals de Waterwet en het Besluit lozen buiten inrichtingen (Blbi). Daarnaast gaan we in op het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie (DPRA. Verder beschrijven we de beleidsdocumenten waar dit vGRP invloed op heeft, zoals afvalwater- en hemelwaterverordeningen en de Leidraad inrichting openbare ruimte (LIOR). De Omgevingswet heeft een bijzondere plek in dit hoofdstuk: die vormt een kader voor dit vGRP, terwijl dit vGRP tegelijkertijd ook input is voor de uitwerking van de Omgevingswet in de vorm van het Omgevingsplan.

pagina 52/68

Verantwoordelijkheden in het waterbeheer Rijksoverheid De Rijksoverheid is verantwoordelijk voor het nationale beleid en landelijke maatregelen. Daarnaast is het Rijk verantwoordelijk voor de normen voor waterveiligheid van de primaire waterkeringen. Dit zijn dijken en duinen die het land beschermen tegen water uit zee en de grote rivieren. De Provincie Zuid-Holland De provincie is verantwoordelijk voor de vertaling van het nationale waterbeleid naar regionale maatregelen. Voor een deel van het waterbeheer heeft de provincie operationele taken. Bijvoorbeeld bij het onttrekken van grondwater uit de bodem. Het beheer van de grondwaterkwaliteit ligt volgens de Wet Bodembescherming ook bij de provincie. Het hoogheemraadschap van Delfland Het hoogheemraadschap stelt beheerplannen op voor de waterkwantiteit en waterkwaliteit van de wateren in hun beheersgebied. Verder zorgt het hoogheemraadschap voor het transport en de zuivering van afvalwater van bedrijven en huishoudens. Het beheer en onderhoud van het transportstelsel en de zuiveringen is door het hoogheemraadschap uitbesteed aan Delfluent Services BV. Ook is het hoogheemraadschap verantwoordelijk voor de regionale waterkeringen. Deze beschermen het land bijvoorbeeld tegen water uit kanalen. Gemeenten Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het grondwater in stedelijk gebied.

Ook zorgt de gemeente voor het inzamelen en de afvoer van afvalwater en overtollig regenwater via de riolering. In dit kader vormt het taakveld riolering en stedelijk water een verbindende functie tussen de voornoemde stakeholders, de gemeentelijke planvormers (ruimtelijk ordening, programmering) en de burger. Samenwerking hoogheemraadschap en gemeenten Hoogheemraadschap en gemeenten zijn volgens de Waterwet verplicht tot samenwerking om te komen tot integraal waterbeheer. Bij de afstemming van taken gaat het in ieder geval om het beheer van inname, inzameling en zuivering van afvalwater. Daarnaast is er afstemming over o.a. het vormgeven van de zorgplichten voor hemel- en grondwater, optimalisatie van de afvalwaterketen, waterkwaliteitsmaatregelen en over het opstellen van waterregels bij nieuwbouw (de watertoets).

pagina 53/68

De waterwet geeft een wettelijk kader In de Waterwet is een aantal ‘oude’ wetten gewijzigd of aangevuld, waaronder de Wet milieubeheer, de Gemeentewet en de Wet op de waterhuishouding. De zorgplichten van de gemeente zijn verbreed en uitgewerkt. Gemeenten hebben de zorgtaak voor: a. Afvalwater. De doelmatige inzameling en het transport van het stedelijke afvalwater (huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, eventueel gemengd met hemelwater en/of grondwater), dat vrijkomt bij de binnen het grondgebied van de gemeente gelegen percelen. b. Hemelwater. De doelmatige inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater. c. Grondwater. Het in openbaar gebied treffen van doelmatige maatregelen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming te voorkomen of te beperken. Sinds de Waterwet is er sprake van de verbrede rioolheffing voor de bekostiging van de gemeentelijke watertaken/zorgplichten. Die zorgt ervoor dat ook kosten die voortvloeien uit de aanleg en het beheer van voorzieningen voor hemelwater en grondwater uit de rioolheffing betaald mogen worden. De rioolheffing is een belasting. Dat betekent dat het verband tussen het directe belang van de betalers en de gemeentelijke voorzieningen (het rioolstelsel) is losgelaten. Toch is de rioolheffing daarmee nog niet een ‘normale’ belasting.

Anders dan bij bijvoorbeeld de onroerendezaakbelasting (OZB) mogen de opbrengsten van de rioolheffing maar aan één doel worden uitgegeven, namelijk: de gemeentelijke watertaken. Dit was voorheen zo en is ongewijzigd gebleven in de Waterwet. Ook na in werking treden van de Omgevingswet zal deze restrictie niet wijzigen. De Waterwet heeft dus twee belangrijke consequenties voor dit vGRP: de gemeentelijk zorgplichten spelen een belangrijke rol en er geldt een verplichting de inkomsten uit de rioolheffing alleen te besteden aan de zorgplichten (bestemmingsheffing). Alle maatregelen die we voorstellen in dit vGRP dragen bij aan het vervullen van één of meerdere zorgplichten. De waterwet zegt ook dat gemeenten en waterschappen samen moeten werken aan een doelmatig waterbeheer.

Besluit lozen buiten inrichtingen heeft gevolgen voor het vGRP Volgens de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) worden overstorten uitgezonderd van heffingsbetaling aan het waterschap. De overstortvergunning is hiermee vervallen. De algemene regel is dat een overstort moet zijn opgenomen in het GRP.

pagina 54/68

Voorsorteren op de omgevingswet In 2022 wordt de Omgevingswet naar verwachting van kracht. Deze wet vereenvoudigt bestaande wetgeving voor de fysieke leefomgeving. Gemeentes zijn verplicht om één integrale visie op te stellen voor alle beleidsterreinen in de fysieke leefomgeving, zoals natuur, ruimtelijke ordening en verkeer en vervoer. Op basis van de opgestelde omgevingsvisie stellen gemeentes uitvoeringsprogramma’s en omgevingsplannen op. Samenwerken, participatie en integraal werken zijn belangrijke pijlers onder de nieuwe wet. De omgevingsvisie en dit vGRP De komst van de Omgevingswet betekent dat de planverplichting voor het opstellen van een vGRP verdwijnt. De drie waterzorgplichten blijven echter bestaan, net als de verplichting om de financiën te verantwoorden. Deze onderwerpen en de financiën krijgen een plaats in het programma dat gemeentes verplicht zijn op te stellen. Dit programma zal komende planperiode worden opgesteld als vervanging van voorliggend vGRP. Op het gebied van water dient in de Omgevingsvisie namelijk ten minste de visie op de (drie) gemeentelijke watertaken beschreven te worden.

De uitvoering wordt concreet gemaakt in het uitvoeringsprogramma Water- en riolering, terwijl in het omgevingsplan alle Figuur A2-2 Schematische weergave van de verhouding tussen het huidige relevante gemeentelijke VGRP en de toekomstige situatie onder de Omgevingswet verordeningen samengevoegd worden. De figuur hiernaast geeft een schematisch overzicht van bovenstaande. Vooruitlopend op de overgang naar de Omgevingswet hebben we dit vGRP zo ingedeeld dat de onderdelen daarvan als input kunnen dienen voor de nieuwe planvormen (Omgevingsvisie, -plan en programma). Voor de Omgevingsvisie zijn (lange termijn) opgaven de basis. Daarom gaan we in dit vGRP ook uit van een aantal opgaven. De Omgevingsvisie en -plannen kijken vooral op lange termijn naar deze opgaven. In dit vGRP zullen we ons met name focussen op de eerste stappen die we kunnen zetten in deze opgaven binnen de looptijd van dit vGRP richting de lange termijn doelen. De watervisie van Delfland geeft hiervoor input. Tevens sorteren we voor op de overgang naar de Omgevingswet, met zijn integrale karakter, door verschillende afdelingen en teams te betrekken in de totstandkoming van dit vGRP. We kijken hoe we onze individuele belangen, die samenhangen met de zorgplichten, kunnen versterken om zo bij te dragen aan de ambities in dit vGRP.

Wettelijk kader overgang vGRP naar Omgevingswet Het gemeentelijk rioleringsplan moet op grond van artikel 4.22 van de Wet milieubeheer door de gemeenteraad worden vastgesteld. De Tweede Kamer heeft op 1 juli 2015 ingestemd met de voorgestelde Omgevingswet, waarin het gemeentelijk rioleringsplan overgeheveld wordt naar artikel 3.13 van de Omgevingswet als facultatief programma dat wordt vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders. De komende planperiode zal duidelijk worden hoe gemeenten hier in de nabije toekomst exact invulling aan (kunnen) geven. De gemeenteraad zorgt voor de kaders voor en controle van een goede uitvoering van de gemeentelijke watertaken. Met de planvormen onder de Omgevingswet (omgevingsvisie, programma en -plan) stelt de gemeenteraad ambitieniveau, regels en de werkwijze van de pagina 55/68

gemeente vast, en ook hoe deze tegen de laatste maatschappelijke kosten te realiseren. De raad maakt keuzes die van invloed kunnen zijn op de hoogte van de rioolheffing. Onder de Omgevingswet onderbouwt het gemeentelijk rioleringsprogramma de rioolheffing. Dat maakt financieel toezicht door de Provincie mogelijk. Het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie geeft input In 2018 is het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie (DPRA) toegevoegd aan het Nationale Deltaprogramma. Dit DPRA heeft als doel: een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting; in 2020 in handelen en in 2050 gerealiseerd in de inrichting. Dit betekent dat vanaf 2020 bij iedere ruimtelijke ingreep rekening wordt gehouden met weersextremen. Het DPRA richt zich op vier thema’s: wateroverlast, hittestress, overstroming en droogte. Om op die thema’s een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting te verwezenlijken, werkt het DPRA met zeven ambities: 1. Kwetsbaarheid in beeld brengen 2. Risicodialoog voeren en strategie Figuur A2-3: De zeven ambities van het DPRA Bron: Deltacommissaris.nl opstellen 3. Uitvoeringsagenda opstellen 4. Meekoppelkansen benutten 5. Stimuleren en faciliteren 6. Reguleren en borgen 7. Handelen bij calamiteiten

Het DPRA en dit vGRP De uitkomsten van de stresstest wateroverlast worden in 2022 verwacht. Na afronding van de stresstest zal de gemeente samen met Delfland risicodialogen gaan voeren met inwoners en bedrijven. NAD Samenwerkingsovereenkomst De gemeenten Delft, Den Haag, Lansingerland, Leidschendam-Voorburg, Maassluis, MiddenDelfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Schiedam, Vlaardingen, Westland, Zoetermeer, het hoogheemraadschap van Delfland en de drinkwaterbedrijven Dunea en Evides Waterbedrijf werken samen binnen de bestuurlijke overeenkomst Netwerk Waterketen Delfland (NAD).

pagina 56/68

Missie & langetermijnvisie NAD Elke gemeente is er om burgers en bedrijven tot dienst te zijn. Dat vormt de basis van haar bestaansrecht. Van de gemeente wordt daarom verlangd dat zij streeft naar een goede en betrouwbare invulling van de zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater tegen de laatst maatschappelijke kosten. Daarbij houdt de gemeente rekening met toekomstige ontwikkelingen zodat de dienstverlening ook op lange termijn gecontinueerd kan worden. Omdat water de grenzen van gebieden en organisaties overschrijdt, werken de NAD-gemeenten, het hoogheemraadschap en de drinkwaterbedrijven in het beheergebied van Delfland samen aan een betrouwbare, toekomstbestendige, betaalbare en duurzame waterketen. Daarom stelden ze in 2014 gezamenlijk een langetermijnvisie op (zie onderstaand tekstvak), die is vastgesteld in het Strategisch Ketenplan in 2015. Deze visie is in het nieuwe bestuursakkoord 2021-2027 opnieuw ondergeschreven en in 2020 aangescherpt en geactualiseerd op basis van huidige inzichten in de Samenwerkingsagenda. In het kader hiervan is een aantal actuele ontwikkelingen geïdentificeerd waarop wij ons in de komende periode willen richten.

Om de werkzaamheden in te bedden in de wet- en regelgeving en te faciliteren sluiten we aan bij de omgevingswet, kijken we met een creatieve (andere) blik naar kosten, houden we de economische ontwikkelingen goed in beeld, en zorgen we ervoor dat we onze beslissingen baseren en/of kunnen toetsen aan betrouwbare (big) meet data. Duurzaamheid betekent voor ons óók toekomstbestendig en robuust, dus met de nadruk op een lange levensduur. In dat kader focussen wij ons op de vervanging(spiek) in de riolering, de waterkwaliteit en het breder kijken dan alléén ons eigen systeem en/of belang. In dit kader verbreden wij onze blik vanuit de riolering naar de openbare ruimte. Klimaatadaptatie, een klimaat adaptieve inrichting van bestaande en nieuwe gebieden en een prominente plaats voor water in ruimtelijke ontwikkelingen zijn verbonden aan ons werkveld en verdienen onze aandacht en input. En zeker niet in de laatste plaats; de wereld om ons heen is volop in beweging. We moeten bij blijven. Energietransitie, circulaire economie, technologische ontwikkelingen en particuliere initiatieven, we blijven ze volgen en staan open voor kansen. Duurzaamheid en circulariteit. Om uiteindelijk als duurzaam en circulair waterbedrijf te kunnen functioneren hanteren wij onderstaande lange termijnvisie. Water is de belangrijkste asset. Zonder water geen leven.

Langetermijnvisie 2050 NAD; vastgesteld op 8 december 2014 De afvalwaterketen ontwikkelt richting een watercyclus waarbij alle partijen het fysieke systeem centraal stellen. Dat vraagt om samenwerking met verschillende partijen zoals drinkwaterbedrijven, energiebedrijven, onderzoeksinstellingen en particuliere initiatieven. De samenwerkende partners laten zich inspireren door verdienmodellen en gaan flexibel en transparant om met investeringen. Gemeenten en hoogheemraadschap zullen vanuit NAD steeds nauwer met elkaar gaan samenwerken richting één kader stellende en faciliterende maatschappelijke onderneming die regie houdt op de kosten, kwaliteit en kwetsbaarheid van de watercyclus, maar ruimte laat voor initiatief en innovatie.

pagina 57/68

Korte termijnvisie (tot 2027) Vanuit de langetermijnvisie zijn acties op kortere termijn vastgesteld. Het Netwerk Waterketen Delfland werkt op de korte termijn (2027) aan: • Een minder sterke stijging van kosten van de keten. De kosten moeten in verhouding zijn tot de maatschappelijke meerwaarde (waterwinst) die we creëren. • Het minimaal handhaven van de huidige kwaliteit van de dienstverlening en de performance van de deelnemers in de waterketen. • Het waar mogelijk een bijdrage leveren aan klimaatadaptatie en duurzaam omgaan met water (sluiten kringloop). • Het verminderen van de kwetsbaarheid en het toekomstbestendig maken van de waterketen, met oog voor circulariteit, duurzaamheid en de ruimtelijke ontwikkeling in het gebied. Daarvoor is binnen het NAD het volgende afgesproken: • Partijen bouwen voort op eerder behaalde samenwerkingsresultaten, zoals het gezamenlijk formuleren van een gezamenlijk format voor (gemeentelijke) rioleringsplannen (neem het voorliggend vGRP), het gezamenlijk aanbesteden van werkzaamheden en het delen van kennis en informatie. Projecten waaraan wordt gewerkt, zijn opgenomen in de Samenwerkingsagenda (bijlage bij de eerder genoemde bestuurlijke overeenkomst NAD 2021-2027). • Partijen geven ruimte om te komen tot de maatschappelijk meest gewenste oplossingen; organisatiegrenzen staan die oplossingen niet in de weg.

De prestatie indicatoren vanuit de Samenwerkingsovereenkomst 2013 blijven gehandhaafd (Kosten, Kwaliteit, Kwetsbaarheid). Voor deze prestatie indicatoren worden de huidige waarden en de na te streven waarden voor eind 2027 vastgesteld. • De prestatie indicatoren vanuit de Samenwerkingsovereenkomst blijven in aangescherpte vorm gehandhaafd (Kosten, Kwaliteit, Kwetsbaarheid). • Partijen zorgen voor draagvlak binnen de organisaties, voldoende kennis, personele capaciteit en competenties om dit aan te pakken. Voor uitgebreidere toelichting op de visie en de ontwikkelingen verwijzen we naar de Bestuurlijke overeenkomst NAD, Netwerk Waterketen Delfland, november 2020.

KPI en PI Om nog concreter te maken waar we samen aan werken, zijn voor de samenwerking binnen het NAD kern prestatie-indicatoren (KPI) vastgesteld. Deze zijn vervolgens uitgewerkt tot prestatieindicatoren (PI), die concreet maken waar we de komende jaren aan willen werken. A. Kwaliteit, klimaatadaptatie en duurzaam omgaan met water (sluiten kringloop): ‘Minimaal handhaven van de huidige kwaliteit van de dienstverlening en de performance van de waterketen’. Dat doen we met oog voor circulariteit, duurzaamheid en de ruimtelijke ontwikkeling in het gebied’. 1. Afvalwater van panden wordt ingezameld. 2. Geen schoon water in het riool (‘rioolvreemd water’). 3. Overstorten van rioolwater naar het oppervlaktewater zo veel mogelijk beperken. 4. Betrouwbare afvoer van afvalwater door voorkomen gemaalstoringen. 5. Beperken van het aantal milieu-incidenten van ongezuiverd afvalwater naar de omgeving. pagina 58/68

6.

Beperken knelpunten in de water- en luchtkwaliteit vanuit de riolering en gemalen. 7. Regenwater zo veel mogelijk lokaal opvangen. 8. Effluent van de RWZI’s voldoet aan effluent-waterkwaliteitsnormen. 9. Stimuleren van een gesloten energiecyclus. 10. Hergebruik van zoet water. 11. Duurzaam omgaan met peilfluctuatie in het grondwater. 12. Goede levering van drinkwater in het gebied. 13. Goede kwaliteit van drinkwater in het gebied. 14. Besparing drinkwatergebruik. B.

Kwetsbaarheid: vermindering van de kwetsbaarheid: ‘Verminderen van de kwetsbaarheid en toekomstbestendig maken van de waterketen. Dat doen we door het in huis halen van voldoende kwalitatief goed personeel, gezamenlijke gegevensuitwisseling.’ 1. Onderbezetting verminderen. 2. Sleutelposities zijn bezet. 3. NAD is een volwaardige netwerkorganisatie. 4. NAD-partners hebben een gezamenlijk NAD-dataplatform en stellen hun gegevens beschikbaar.

C.

Kosten: minder-meerkosten: ‘Minder sterke stijging van kosten in de waterketen. De kosten moeten in verhouding zijn tot de maatschappelijke meerwaarde (waterwinst) die we creëren’. 1. De rioolheffingen en de zuiveringsheffing. 2. De onderbouwing van de maatschappelijke meerwaarde (waterwinst).

NAD Samenwerkingsovereenkomst en dit vGRP De afspraken, doelstellingen en (K)PI vanuit de NAD-samenwerking moeten bij alle partners een plaats krijgen in de organisatie en in beleidsdocumenten. Eén van de plekken waar dat mogelijk is, is dit vGRP. De langetermijnvisie, de korte termijn afspraken en de (K)PI krijgen dan ook hun plek in dit vGRP: zowel in het hoofdstuk visie, als in de hoofdstukken strategie en maatregelen zullen ze terug te vinden zijn. Waterverordening Uitgaande van de wens om burgers meer te laten participeren en draagvlak voor stedelijk water en riolering te vergroten, zal komende planperiode worden onderzocht of het voor de gemeente Pijnacker-Nootdorp gewenst is om een hemel- en/of grondwaterverordening op te stellen. Hierin worden rechten en plichten van gemeente en (participerende) burger vastgelegd op het gebied van schade, afkoppelen en ontwatering. Leidraad inrichting openbare ruimte Een voorwaarde voor het slagen van ambities is een heldere zichtlijn tussen de ambities en visies op een hoog abstractieniveau en de (beheer)werkzaamheden op de werkvloer. De DoFeMaMe en de operationele plannen helpen deze zichtlijn te concretiseren.

Beschouwd vanuit de asset riolering, en ook daarbij betrokken de aangrenzende assets/werkvelden, worden de beleidskeuzes in het vGRP (via de DoFeMaMe) door vertaald naar technische uitgangspunten, randvoorwaarden, eisen, standaard principes/constructies e.d. Hiertoe beschikt de gemeente Pijnacker-Nootdorp over een Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR).

pagina 59/68

Omgevingsplan De omgevingsvisie (structuurvisie) die wordt uitgewerkt in diverse programma’s (kadernota’s, bouwstenen, beleid beheer openbare ruimte) worden juridisch geborgd in het omgevingsplan. Hierin staan de verordeningen en beleidsregels. Toetsing aan het omgevingsplan vindt plaats via de omgevingsvergunning. Belangrijk is dat er continue interactie plaatsvindt tussen het vGRP, de omgevingsprogramma’s en het omgevingsplan. Primair aan de voorkant van het proces, waarin de visie, programma’s en plannen worden opgesteld, maar zeker ook in de fase waarin deze operationeel zijn Hierbij dienen ook de geleerde lessen vanuit vergunningverlening te worden betrokken. Het hoogheemraadschap van Delfland heeft een Watervisie omgesteld als input voor de Omgevingsvisies van gemeenten en provincie.

pagina 60/68

Bijlage 2 Overzicht van voorzieningen

pagina 61/68

Tabel: Gegevens overstorten en bergbezinkbassin (bron: Datawatt Teldas en revisie PYD-43-0322_BBB)

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13

Naam overstort

Plaats

Overstort Sportparkweg Overstort Graaf Willem II Laan Overstort Delftsestraatweg 89 Overstort Zuideindseweg 23B Overstort Hildelaan Overstort Vlierlaan Lindelaan 11 Overstort Vlierlaan 29 Overstort Meidoornlaan 16 Overstort Goudenregensingel Ligustrumlaan Overstort Vlielandseweg 6D Overstort Stationsstraat 81 Overstort Delflanddreef Overstort bergbezinkbassin Wilhelminasingel

Nootdorp Delfgauw Delfgauw Delfgauw Delfgauw Pijnacker Pijnacker Pijnacker Pijnacker Pijnacker Pijnacker Pijnacker Pijnacker

pagina 62/68

Niveau bovenzijde muur (m NAP) -3,985 -1,319 -1,541 -1,653 -1,789 -2,508 -2,510 -2,309 -2,469 -2,399 -1,834 -2,692 -2,46

Bijlage 3 Werken volgens de DoFeMaMe-werkwijze

pagina 63/68

De DoFeMaMe-systematiek is ondertussen gemeengoed in Nederland en ook in de gemeente Pijnacker-Nootdorp: Doelen In de doelen geven we aan wat we (als effect/prestatie) willen bereiken met de invulling van de drie gemeentelijke watertaken. Functionele eisen Via de functionele eisen specificeren we de doelen die wij voor de gemeentelijke watertaken hebben geformuleerd. Aangegeven wordt aan welke voorwaarden moet worden voldaan en hoe de eventuele voorzieningen moeten presteren/functioneren om de doelen te kunnen bereiken. Maatstaven Via de maatstaven maken wij de functionele eisen concreet. Maatstaven zijn nodig om te kunnen bepalen in hoeverre aan de functionele eisen wordt voldaan. Maatstaven maken de functionele eisen toetsbaar. Om ruimte te bieden voor doelmatigheid formuleren wij de maatstaven abstract. Dit betekent in rangorde: effectgericht, resultaatgericht, inspanningsgericht. Wanneer we over voldoende betrouwbare gegevens/data beschikken, passen we een risicobenadering toe en stemmen we de getalswaarde van de maatstaf af op de risico’s die daarmee samenhangen. Meetmethoden Via de meetmethoden wordt het presteren, de toestand of het functioneren van de voorzieningen aan de gestelde eis getoetst.

In de huidige generatie DoFeMaMe is inmiddels een verschuiving doorgemaakt van een systematiek die was gericht op de opbouw en het beheer van de infrastructuur naar een systematiek die gericht is op de dienstverlening van de infrastructuur. Deze transformatie zetten we voort waarbij de DoFeMaMe niet langer beperken tot het gewenste systeemgedrag maar verbinden aan de thema’s die wij belangrijk vinden en de beoogde effecten (de maatschappelijke prestaties) die wij daarmee voor ogen hebben. Daarmee vormt de DoFeMaMe-systematiek het beoordelingskader voor de wijze waarop wij onze zorgplichten voor afval-, hemel- en grondwater invullen. Als onderdeel daarvan vormen de DoFeMaMe een ‘zichtlijn’ tussen de abstracte beleidskeuzes en praktische operationele keuzes van alle dag. Daarnaast bieden de DoFeMaMe een kader om top-down en bottom-up continu te leren en te verbeteren. We beseffen dat als we de DoFeMaMe-systematiek optimaal willen toepassen en het continue leer- en verbeterproces willen voeden en benutten dit voorwaarden stelt aan onze organisatie(onderdelen). In steeds sterkere mate speelt het gebruik van meetgegevens een rol bij het beoordelen en verbeteren van de prestaties van (onderdelen van) de riolering en de rioleringszorg als geheel. Het inrichten en beheren van meetnetten en informatiesystemen is een essentiële voorwaarde voor de invulling van onze rioleringszorg.

De in paragraaf 5.1. beschreven thema’s en speerpunten zijn door vertaald naar en uitgewerkt in Doelen, Functionele eisen, Maatstaven en Meetmethoden. Hierbij wordt verwezen naar bijlage 4.

pagina 64/68

Bijlage 4 Toetsing huidige situatie

pagina 65/68

In deze bijlage is de huidige situatie (peildatum: eind 2021) getoetst aan elk van de zeven functionele eisen. Het resultaat is opgenomen in onderstaande tabel.

pagina 66/68

Bijlage 5 Kostendekkingsplan

pagina 67/68

Auteurs: Royal HaskoningDHV, Gemeente Pijnacker-Nootdorp en samenwerkingspartners NAD

pagina 68/68

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11067483/1