Bijlage 4 - Toelichting en regels ontwerpbestemmingsplan Ackerswoude 2021
Tekst van het document
Groepsrisico Bij transportroutes geldt vanuit het Bevt dat de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico overeenkomt met de kans op een ongeval met 10 of meer dodelijke slachtoffers van ten hoogste 10-4 per jaar, met de kans op een ongeval met 100 of meer dodelijke slachtoffers van ten hoogste 10-6 per jaar en met de kans op een ongeval met 1.000 of meer dodelijke slachtoffers van ten hoogste 10-8 per jaar. Wanneer verantwoording groepsrisico? Verantwoording is van toepassing op de volgende besluiten: De vaststelling van een bestemmingsplan (artikel 3.1 Wro); Inpassingsplan van een project met een provinciaal belang (artikel 3.26, lid 1Wro); Inpassingsplan van een project met een landelijk belang (artikel 3.28, lid 1 Wro); Omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 2.1, lid, onder c, Wabo, waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2 of 3, of tweede lid, van de Wabo van het bestemmingsplan of de beheerverordening wordt afgeweken. Het Bevt schrijft voor dat voor alle bovenstaande ruimtelijke plannen binnen het invloedsgebied van een transportroute in ieder geval aandacht moet worden geschonken aan: 1. Mogelijkheden tot voorbereiding van het bestrijden en het beperken van de omvang van een ramp of zwaar ongeval; 2. Zelfredzaamheid ten aanzien van nog niet gerealiseerde (beperkt) kwetsbare objecten.
Hierbij dient niet alleen het invloedsgebied van de maatgevende vervoersklasse (GF3: brandbaar gas) te worden beschouwd, maar ook van overige stoffen die over het wegvak worden vervoerd. Een ruimtelijke ontwikkeling op een afstand groter dan 200 meter levert echter een geringe bijdrage aan
26
od205 | bestemmingsplan Ackerswoude 2021
de hoogte van het groepsrisico. Daarom is het niet effectief om in het gebied op een grotere afstand dan 200 meter van een transportroute uitgebreid de mogelijkheden voor ruimtelijke maatregelen te onderzoeken om het groepsrisico te verkleinen. Alleen wanneer een ruimtelijk plan binnen 200 meter van een transportroute gelegen is, dient een volledige verantwoording afgelegd te worden waarin ook de volgende aspecten worden behandeld: 3. Dichtheid van personen en de verwachte veranderingen; 4. Hoogte van het groepsrisico; 5. Maatregelen ter beperking van het groepsrisico (zowel bronmaatregelen als ruimtelijke maatregelen); 6. Mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen (alternatieve locaties) met een lager groepsrisico en de voor- en nadelen daarvan. Een volledige verantwoording mag ook achterwege blijven indien kan worden aangetoond dat: a. het groepsrisico, niet hoger is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico, of; b. het groepsrisico, gelet op de redelijkerwijs te verwachten verandering van de dichtheid van personen, met niet meer dan 10% toeneemt en; c. de oriëntatiewaarde, gelet op de dichtheid van personen, niet wordt overschreden.
Besluit externe veiligheid buisleidingen Sinds 1984 wordt er getoetst aan circulaire Zonering langs hoge druk aardgastransportleidingen (1984) en vanaf 1991 ook aan de circulaire Bekendmaking van beleid ten behoeve van de zonering langs transportleidingen voor brandbare vloeistoffen van de K1-, K2- en K3-categorie. Sinds 1 januari 2011 zijn beide circulaires vervangen door het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de bijbehorende regeling. Vanaf 1 juli 2014 vallen ook de chemicaliënleidingen onder dit besluit. Het Bevb regelt onder meer de externe veiligheidsaspecten van buisleidingen. Het Bevb is gebaseerd op de Wet milieubeheer en de Wet ruimtelijke ordening. Het externe veiligheidsbeleid voor buisleidingen is in lijn gebracht met het beleid voor inrichtingen en transport. Ook bij buisleidingen geldt dat de hoogte van het groepsrisico en de mate van toename van het groepsrisico bepalen of een volledige verantwoording moet worden opgesteld of dat een beperkte verantwoording volstaat. Plaatsgebonden risico Het Bevb gaat bij het plaatsgebonden risico uit van: Het in acht nemen van een grenswaarde van 10-6 voor kwetsbare objecten. Dit betekent dat altijd moet worden voldaan aan deze grenswaarde. Rekening houden met een richtwaarde van 10-6 voor beperkt kwetsbare objecten. Dit betekent dat om gewichtige redenen mag worden afgeweken van de richtwaarde.
Groepsrisico Bij buisleidingen geldt dat de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico overeenkomt met de kans op een ongeval met 10 of meer dodelijke slachtoffers van ten hoogste 10-4 per jaar, met de kans op een ongeval met 100 of meer dodelijke slachtoffers van ten hoogste 10-6 per jaar en met de kans op een ongeval met 1000 of meer dodelijke slachtoffers van ten hoogste 10-8 per jaar; Wanneer verantwoording groepsrisico? De verantwoordingsplicht van het groepsrisico is van toepassing bij de vaststelling van een bestemmingsplan (mede inbegrepen een inpassingsplan), op grond waarvan de aanleg van een buisleiding of de aanleg, bouw of vestiging van een kwetsbaar of een beperkt kwetsbaar object wordt toegelaten. Echter, ook als de verantwoordingsplicht niet van toepassing is kan in het kader van goede ruimtelijke ordening (artikel 10 Wro) een verantwoording noodzakelijk zijn. Een volledige verantwoording mag buiten toepassing blijven indien kan worden aangetoond dat: a. het groepsrisico, niet hoger is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico, of; b. het groepsrisico, gelet op de redelijkerwijs te verwachten verandering van de dichtheid van personen, met niet meer dan 10% toeneemt en; c. de oriëntatiewaarde, gelet op de dichtheid van personen, niet wordt overschreden.
27
gemeente Pijnacker-Nootdorp
De beperkte verantwoording dient in ieder geval in te gaan op de volgende onderdelen: I. de aanwezige en de te verwachten dichtheid van personen in het invloedsgebied van de buisleiding; II. de omvang van het groepsrisico; III. de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval; IV. de mogelijkheden van personen die zich bevinden in het invloedsgebied van de risicobron om zichzelf in veiligheid te brengen. Overige voor Pijnacker-Nootdorp relevante besluiten op het gebied van externe veiligheid Activiteitenbesluit Dit besluit en de bijbehorende regeling zijn de opvolger van een groot aantal AMvB's. In het Activiteitenbesluit staan algemene regels voor verschillende milieuaspecten, waaronder veiligheidsafstanden (voor bijvoorbeeld propaantanks, ammoniak koelinstallaties en gasontvangststations) waaraan voldaan moet worden. Vuurwerk besluit Dit besluit reguleert de gehele keten rondom vuurwerk. In bijlage 3 van het Vuurwerkbesluit zijn veiligheidsafstanden tot kwetsbare en geprojecteerde kwetsbare objecten opgenomen. De aan te houden afstand is afhankelijk van het type vuurwerk en de hoeveelheid vuurwerk dat wordt opgeslagen. De regels voor het vervoer van vuurwerk zijn een uitwerking van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Wvgs).
Risicovolle bedrijven binnen/nabij het plangebied Binnen/nabij het plangebied zijn geen risicovolle inrichtingen met een plaatsgebonden risicocontour buiten de inrichting. Het plangebied ligt ook niet binnen het invloedsgebied van een risicovolle inrichting.
Tabel invloedsgebieden Inrichtingen
Transport gevaarlijke stoffen binnen/nabij het plangebied Transport gevaarlijke stoffen over rijkswegen Uit de risicokaart blijkt dat voor de A4 de PR 10-6 contour per wegvak verschilt van 0 tot maximaal 23 meter. De A4 heeft een plasbrandaandachtsgebied. Uit de risicokaart blijkt dat de A12 een PR 10-6 contour heeft van 0 meter. De A12 heeft geen plasbrandaandachtsgebied. Uit de risicokaart blijkt dat de wegvakken van de A13 een PR 10-6 contour hebben die varieert van 6 tot 17 meter. De A13 heeft ook een plasbrandaandachtsgebied. Het plangebied ligt niet binnen deze contouren. Het plangebied ligt ook niet binnen het invloedsgebied van de A4, de A12 of de A13.
28
od205 | bestemmingsplan Ackerswoude 2021
Tabel invloedsgebieden Rijkswegen
Transport gevaarlijke stoffen over provinciale wegen Een klein deel van de N470 is aangewezen als gemeentelijke route voor het transport van gevaarlijke stoffen. Over dit gedeelte wordt voornamelijk LNG vervoerd, naar een locatie op het bedrijvenpark Ruyven. Op basis van de vergunde jaarlijkse doorzet zijn er 260 transportbewegingen te verwachten. Het overige deel van de N470 is niet aangewezen als route transport gevaarlijke stoffen. Er kan incidenteel wel transport van gevaarlijke stoffen plaats vinden, via een ontheffing. Dit zal met name de bevoorrading van (kleine) propaantanks in het buitengebied betreffen. De tankstations binnen de gemeente Pijnacker-Nootdorp verkopen geen LPG, ook ESSO aan de Rijksweg A13 niet. In de Handleiding Risicoanalyse Transport (HART) is vastgelegd hoe de risico's van transport van gevaarlijke stoffen conform het vigerende beleid geanalyseerd moeten worden. In HART zijn vuistregels opgenomen ten aanzien van de noodzaak om te rekenen aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het gebruik van deze handleiding is verplicht. De vuistregels uit de HART geven aan dat voor een weg buiten de bebouwde kom (zoals de N470) geldt dat er geen PR-10-6 contour aanwezig is als het aantal tankauto's van de stofcategorie GF3 (propaan, LPG, LNG) lager is dan 500.
Voor de N470 binnen de gemeente Pijnacker-Nootdorp zijn geen tellingen beschikbaar, wel voor het deel in Delft (GF3: 75) en in Zoetermeer (GF3: 73). Gezien het feit dat in Pijnacker-Nootdorp geen LPG geleverd wordt maar alleen propaan zal het aantal transporten GF3 op het niet aangewezen deel van de N470 vergelijkbaar of lager zijn. Op het aangewezen deel van de N470 komen daar de transporten LNG bij (260). Opgeteld zal het totaal aantal transporten GF3 beduidend lager zijn dan 500. Daarmee wordt voldaan aan de vuistregels voor het plaatsgebonden risico. Er is ook gekeken of er voor de N470 sprake is van overschrijding van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico. Om dit te bepalen is getoetst of het aantal GF3 transporten onder de drempelwaarden in tabel 1-6 (overschrijding 10% van de oriëntatiewaarde voor wegen buiten de bebouwde kom, eenzijdige bebouwing) en tabel 1-7 (overschrijding 10% van de oriëntatiewaarde voor wegen buiten de bebouwde kom, tweezijdige bebouwing) zit en of met dit plan ook onder deze drempelwaarde wordt gebleven. Van belang is de afstand tussen de bebouwing en de N470, het aantal personen per hectare en het aantal transporten GF3 over de N470. Ter hoogte van dichte en tweezijdige bebouwing (Emerald en Ruyven) is de afstand tussen de as van de weg en de bebouwing minimaal 30 meter.
Hier is ook het aantal transporten het hoogst, vanwege het bevoorraden van het LNG-tankstation op Ruyven: 260. Tabel 1-7 laat zien dat de drempelwaarde voor de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico wordt pas overschreden bij een bevolkingsdichtheid van 90 personen per hectare. Dat is daar niet aan de orde. Elders langs de N470 (zo ook ter hoogte van dit wijzigingsplan) ligt de bebouwing wel dichterbij (mimimaal 15 meter) maar daar is sprake van eenzijdige bebouwing. Hiervoor wordt gekeken naar tabel 1-6. Over dit deel van de N470 wordt alleen sporadisch propaan vervoerd. In combinatie met de lagere bevolkingsdichtheid zal ook hier de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico niet worden overschreden. De N470 ligt op ongeveer 1200 meter van het plangebied. Tabellen 1-6 en 1-7 gaan tot een afstand van 200 meter. Overeenkomstig het Bevt (artikel 8, lid 1) en de HART hoeven namelijk geen beperkingen aan het ruimtegebruik van een plan te worden gesteld in een gebied dat op meer dan 200 meter van een
29
gemeente Pijnacker-Nootdorp
route of tracé ligt. Een berekening van (de toename van) de hoogte van het groepsrisico is dan niet aan de orde. Een (beperkte) verantwoording van het groepsrisico is aan de orde indien een plangebied zich bevindt binnen het invloedsgebied van een risicobron. Het invloedsgebied wordt bepaald door de 1% letaliteitsafstand van de stofcategorieën die getransporteerd worden. Voor de N470 geldt vanwege het transport van GF3 een invloedsgebied van 355 meter. Omdat het plangebied niet binnen het invloedsgebied van de N470 ligt hoeft geen berekening of (beperkte) verantwoording van het groepsrisico plaats te vinden.
Gemeentelijke route voor transport gevaarlijke stoffen Het transport van alle gevaarlijke stoffen rust op een belangrijk basisprincipe: diegene die met een voertuig via de weg gevaarlijke stoffen vervoert is, op grond van de Wegenverkeerswet 1994 en de Wet Vervoer Gevaarlijke Stoffen (WVGS), verplicht als zodanig de bebouwde kommen van gemeenten te vermijden. Als het vervoer binnen de bebouwde kom noodzakelijk is ten behoeve van het laden en lossen of omdat er redelijkerwijs geen route buiten de bebouwde kom beschikbaar is, mag de chauffeur van dit basisprincipe afwijken. Op deze manier wordt het transport van gevaarlijke stoffen door de bebouwde kom geminimaliseerd. De gemeente Pijnacker-Nootdorp beschikt over een aangewezen wegennet voor routeplichtige stoffen op grond van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen. De route voor gevaarlijk transport is gelegen op bedrijventerrein Ruijven, ligt op ruime afstand (ongeveer 3.500 meter) van het plangebied en vormt dus geen belemmering. Transport gevaarlijke stoffen over spoor en water Het spoor (NS Den Haag - Gouda; Randstadrail Den Haag - Rotterdam) wordt niet gebruikt voor transport van gevaarlijke stoffen. Rondom deze spoorbanen bevindt zich daarom geen risicocontour in het kader van externe veiligheid. Er vindt ook geen transport van gevaarlijke stoffen over water plaats.
Buisleidingen binnen/nabij het plangebied
Tabel invloedsgebieden Buisleidingen
Aardgas Het plangebied ligt niet binnen de 1% of de 100% letaliteitsgrens van een hoge druk aardgasleiding. Deze leidingen vormen dan ook geen belemmering in het kader van externe veiligheid.
Brandbare vloeistoffen Er loopt een brandstofleiding (K2) van Defensie Pijpleidingorganisatie (DPO) door de gemeente Pijnacker-Nootdorp. De PR 10-6 contour ligt op de leiding. De leiding ligt op ruime afstand van het plangebied en vormt daarom geen belemmering.
30
od205 | bestemmingsplan Ackerswoude 2021
CO2 Er loopt een CO2-leiding door de gemeente Pijnacker-Nootdorp. Naar aanleiding van ontwikkelingen nabij dezelfde CO2-leiding in Zoetermeer is in 2007 door RIVM en TNO uitgebreid onderzoek gedaan naar de risico's en effecten van vrijkomend CO2 bij leidingbreuk. Hierbij is door het RIVM geconcludeerd dat de risico's en letale effecten zich niet voordoen buiten een afstand van 4 meter van de buisleiding. VROM onderschrijft dit onderzoek en deze conclusie (brief VROM, datum 24 augustus 2007, kenmerk DGM/EV2007082989). Ook recent onderzoek aan de leiding De CO2 leiding (Tebodin, documentnummer 3413682, 7 april 2014) bevestigt dit. De rapportage van Arcadis “QRA Vervoersknoop Bleizo (1 februari 2016, kenmerk D04011.000122) stelt “De ondergrondse leidingdelen leiden niet tot externe veiligheidsrisico.” De buisleiding ligt ook op ruime afstand van het plangebied en is dan ook geen belemmering in het kader van externe veiligheid. Conclusie Alle aspecten van externe veiligheid zijn beschreven en beoordeeld. Er is advies gevraagd aan de Veiligheidsregio Haaglanden (VRH). De VRH heeft per e-mail (17 november 2021, kenmerk 2021101443965) gereageerd. De uitvoering van dit bestemmingsplan leidt niet tot een noemenswaardige toename of afname van bestaande risico's.
Op basis hiervan heeft de VRH besloten om in het kader van externe veiligheid geen spcifieke adviezen uit te brengen met betrekking tot dit bestemmingsplan. Externe veiligheid vormt geen belemmering voor de ontwikkeling binnen het plangebied.
4.5
Geluid
Geluid kan hinderlijk en schadelijk voor de gezondheid zijn. Zo kunnen hoge geluidsniveaus het gehoor beschadigen. Maar ook verstoring van de slaap kan op de lange duur slecht zijn voor de gezondheid. In Nederland zijn afspraken gemaakt over wat acceptabele geluidsniveaus zijn en wat niet (de geluidsnormen). Bij ruimtelijke plannen kan akoestisch onderzoek nodig zijn om geluidhinder bij geluidgevoelige objecten (scholen, woningen, etc.) te voorkomen. De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai. Een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd als een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidzone van een bestaande geluidbron of indien het plan een nieuwe geluidbron mogelijk maakt. In onderhavig bestemmingsplan worden geen nieuwe geluidsgevoelige objecten mogelijk gemaakt ten opzichte van de geldende plannen. De afweging voor een goed woon- en leefkomaat op het aspect geluid is dan ook al in deze plannen onderzocht/onderbouwd. Ook vinden er geen ontwikkelingen plaats die een geluidsbron vormen. Het uitvoeren van akoestisch onderzoek is niet nodig.
4.6
Kabels en leidingen
In het bestemmingsplan worden uitsluitend kabels en leidingen (gas, water, elektra, rioolpersleidingen) opgenomen die ruimtelijke relevantie hebben, of van belang zijn in het kader van externe veiligheid, beheer of gezondheidsrisico. Voor deze kabels en leidingen geldt een waarborgzone omdat deze wellicht een risico met zich meebrengen. Het gaat hier met name om een verhoogd risico als ze bij werkzaamheden worden geraakt. In het plangebied zijn geen planologische relevante kabels en leidingen aanwezig.
31
gemeente Pijnacker-Nootdorp
4.7
Luchtkwaliteit
In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient rekening te worden gehouden met luchtkwaliteit. Als het een ruimtelijk project of (te vergunnen) activiteit betreft, waarvan de bijdrage aan de luchtverontreiniging klein is, is geen toetsing aan de grenswaarden luchtkwaliteit nodig. Beoordeeld moet worden of de ontwikkeling 'Niet In Betekende Mate' (NIBM) bijdraagt aan de concentraties van diverse verontreinigende stoffen, waaronder stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) in de buitenlucht. Als een project tot een toename voor NO2 en PM10 leidt die lager is dan de NIBM grens van 1,2 µg/m3 hoeft het project niet getoetst te worden aan de grenswaarden. Vanzelfsprekend moet er wel sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening. Conform de NSL-monitoringstool 2019 (rekenjaar 2020) bedraagt de luchtkwaliteit in het midden van het plangebied (rekenpunt 15637951, ter plaatse van de Brinkrijk) 18,6 µg/m3 NO2, 17,3 µg/m3 PM10 en 10,2 µg/m3 PM2,5. Daar wordt ruim onder de grenswaarde van de jaargemiddelde concentratie van 40 µg/m3 voor NO2 en PM10 gebleven en onder de grenswaarde van de jaargemiddelde concentratie van 20 µg/m3 voor PM2,5. Ook ter plaatse van de Klapwijkseweg (rekenpunt 15636687), blijven de concentraties van respectievelijk 21,5 µg/m3, 18,4 µg/m3 en 10,8 µg/m3 ver onder de eerder genoemde grenswaarden.
In de regeling NIBM is aangegeven, dat een woningbouwlocatie met maximaal 1.500 woningen en één ontsluitingsweg is aan te merken als een ontwikkeling die NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. In onderhavig bestemmingsplan worden geen extra woningen mogelijk gemaakt ten opzichte van de geldende plannen en dus de al geplande woningbouw. Het aantal woningen dat nog gebouwd moet worden in het plangebied bedraagt minder dan 1.500 woningen. Het uitvoeren van een nader luchtkwaliteitsonderzoek is niet nodig. De grenswaarden worden niet overschreden.
4.8
Natuur
De Wet natuurbescherming zorgt voor bescherming van gebieden, diersoorten, plantensoorten en bossen. De beschermde flora en fauna mag niet worden verstoord, verjaagd of worden gedood. Voorafgaand aan een ontwikkeling moet worden onderzocht of er beschermde dieren- of plantensoorten in het plangebied leven. Natura2000-gebieden In of in de nabijheid van het plangebied zijn geen Natura2000-gebieden gelegen. Het dichtstbij gelegen Natura2000-gebied betreft Meijendel & Berkheide en ligt op een afstand van circa 12 kilometer. Onderhavig bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk die - ook gezien de grote afstand - negatieve effecten hebben op de habitattypen in Natura2000-gebieden. NatuurNetwerk Nederland In het plangebied zijn geen gebieden aanwezig die deel uitmaken van het NatuurNetwerk Nederland. Ook in de omgeving van het plangebied zijn geen natuurgebieden aanwezig die behoren tot het NatuurNetwerk Nederland. Ecologie De groenrand aan de oostzijde en de waterpartijen in de zuidoosthoek van het plangebied zijn ecologisch waardevol. Deze gronden hebben de dubbelbestemming 'Waarde - Ecologie'. De waterpartij in de zuidoosthoek is aangegeven als 'zone water en moeras' op de gemeentelijke ecologiekaart uit 2009. De plannen voor de woonwijk Ackerswoude waren op dat moment nog in ontwikkeling.
In het rapport bij de gemeentelijke ecologiekaart is aangegeven dat in het gebied kansen zijn voor het versterken van het ecologische netwerk. Dit heeft zijn uitwerking gevonden in een groenzone met watergang aan de oostzijde van het plangebied, welke de zuidelijke waterpartij met de noordelijke waterpartij (Boezemzoom) verbindt.
32
od205 | bestemmingsplan Ackerswoude 2021
Afbeelding 4 | Kaart Ecologische structuur bebouwd gebied Pijnacker (bron: Natuur op de kaart)
4.9
Verkeer en parkeren
De ontsluiting van de wijk Ackerswoude vindt plaats op de hoofdontsluitingsweg Klapwijkseweg en Vlielandseweg. De interne stratenstructuur is zodanig ontworpen dat het noordelijk deel van de wijk via de Lange Campen wordt ontsloten en het zuidelijke deel via de Monnikenweg. Door middel van langzwaamverkeersverbindingen zijn de twee delen met elkaar verbonden. Een solitair fietspad in de as van Ackerswoude verbind de wijk direct richting het centrum en de Randstadrailhalte Pijnacker Centrum. In de wijk zelf is een verfijnd fietsnetwerk doordat gebruik gemaakt kan worden van de woonstraten, die in de gehele wijk zijn ingericht als 30 km/h-straten. Omdat Ackerswoude ingeklemd ligt tussen de Zijdeweg, als oostelijke randweg, en het centrum van Pijnacker worden maatregelen genomen om sluipverkeer te weren. Hiervoor wordt in beide wegen een knip opgenomen. De verschillende woonvelden binnen de wijk zijn daarmee wel onderling te bereiken, maar op deze manier wordt sluipverkeer tegen gegaan. Voor het noordelijk deel van de wijk is middels een verkeersbesluit in 2019 de knip in de Lange Campen bekrachtigd. Voor de Monnikenweg is dit nog niet het geval. Om doorgaand verkeer door het zuidelijk deel van het plangebied tegen te gaan dient een barrière voor gemotoriseerd verkeer te worden aangebracht in de Monnikenweg.
De planning (zomer 2021) is dat na verkeerstellingen het verkeersbesluit hierover in 2022 in procedure wordt gebracht. De barrière kan vormgegeven worden door een 'harde' knip (afsluiting) of inrichtingsmaatregelen om doorgaand verkeer te weren. Hierdoor krijgt de Monnikenweg, gelijk de Lange Campen, een verkeersluw karakter en wordt hij alleen gebruikt voor de ontsluiting van het plangebied. De weg kan dan ingericht worden als erftoegangsweg met een maximumsnelheid van 30 km/h. Hierdoor neemt de woon- en leefkwaliteit binnen het gebied niet af en vraagt de Monnikenweg relatief weinig ruimte voor het wegprofiel. Het parkeren vindt bij vrijstaande woningen en twee-onder-één-kapwoningen hoofdzakelijk op eigen terrein plaats. Voor de bewoners van rijwoningen is voorzien in parkeerhofjes achter de woningen. Aan de voorzijde is voorzien in parkeergelegenheid door middel van langsparkeren.
33
gemeente Pijnacker-Nootdorp
4.10
Water
Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt een watertoets in ruimtelijke plannen verplicht. Beschreven moet worden op welke wijze in het plangebied met water en watergerelateerde aspecten wordt omgegaan. Voorkomen moet worden dat ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een goede afstemming tussen beiden is derhalve noodzakelijk om problemen, zoals bijvoorbeeld wateroverlast, slechte waterkwaliteit, verdroging, etc., te voorkomen. Waterklimaatplan Pijnacker-Nootdorp 2017-2020 Het beleidsdocument 'Waterklimaatplan Pijnacker-Nootdorp 2017-2020 heeft de gemeente samen met het Hoogheemraadschap van Delfland opgesteld. Het bevat de opgave voor de gemeente bij de klimaatverandering, en de maatregelen daarvoor in de komende jaren. Voor de wijk Ackerswoude zijn geen knelpunten of maatregelen aangegeven. Wel zijn de volgende twee kansrijke maatregelen aangeduid ter plaatse van de Klapwijkseweg: Het Oude Kerkpad: extra verbinding onder RandstadRail. Oost- en Westlaan: herstructurering van het watersysteem. Veiligheid en waterkeringen Ten noorden van het plangebied is een regionale waterkering gelegen. De bijbehorende beschermingszone valt deels binnen de begrenzing van het plangebied. Ter plaatse is de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' opgenomen.
Voor de werkzaamheden die uitgevoerd worden en voor werken die binnen de zonering van de waterkering aangelegd worden, is over het algemeen een watervergunning nodig. De definitieve uitwerking moet daarbij voldoen aan de criteria, die het Hoogheemraadschap van Delfland stelt, en wordt nader met het Hoogheemraadschap van Delfland afgestemd.
Voorkomen van wateroverlast Waterstructuur Ackerswoude Voor de ontwikkeling van de wijk Ackerswoude is in 2014 een hydraulische toets uitgevoerd. De resultaten hiervan zijn vastgelegd in het rapport Waterstructuur Ackerswoude. Deze is als Bijlage 1 bij de regels van dit bestemmingsplan gevoegd. De toets is uitgevoerd ter onderbouwing van de watertoets. Kortheidshalve wordt dan ook verwezen naar dit rapport in Bijlage 1 bij de regels.
Hoofdwatergangen In het plangebied zijn meerdere hoofdwatergangen aanwezig. Deze watergangen zijn als 'Water' bestemd. Het gaat om de hoofdwatergangen in het noorden en zuiden van het plangebied. Deze watergangen dienen onder andere voor het doorvoeren van water vanuit het oosten naar het westen.
34
od205 | bestemmingsplan Ackerswoude 2021
Afbeelding 5 | Uitsnede Legger hoogheemraadschap van Delfland Waterberging In het plangebied zijn twee waterpartijen aanwezig die voorzien in de waterberging van de woonwijk. Diverse watergangen zijn hierop aangesloten. Ook maakt een deel van deze waterpartijen deel uit van ecologische verbindingszones. In augustus 2021 zijn afspraken tussen het Hoogheemraadschap van Delfland en de gemeente Pijnacker-Nootdorp omtrent de watercompensatie vastgelegd. In het raamplan is destijds de wateropgave vastgelegd van 13% oppervlaktewater. In het bestemmingsplan Ackerswoude uit 2014 was een norm opgenomen van 324 m3/ha. Met de wateropgave van 13% kon echter niet voldaan worden aan de norm van 324 m3/ha. Om dit verschil op te vangen is afgesproken om de peilstijging te vergroten van 20 cm naar 23 cm ove rde hele Oude Polder van Pijnacker. De peilstijging met 3 cm is mogelijk zonder overlast te veroorzaken in het betreffende peilvlak doordat de gemeente lage plekken heeft verhoogd. Met de peilstijdig onstaat er 6.104 m3 extra waterberging. Hiermee wordt het tekort vanuit Ackerswoude (1.027 m3) ruimschoots gecompenseerd. Kunstwerken Voor de aanwezige kunstwerken binnen het plangebied zijn in het rapport 'Waterstructuur Ackerswoude' uitgangspunten opgenomen ten aanzien van de ontwerpafmetingen, de diepte en minimale afmeting van de duikers.
Grondwater en voorkomen zoetwatertekort De bodem binnen het plangebied bestaat grotendeels uit moerige gronden met kleiondergrond (warmoezerijgronden (gerijpt)) (bron: bodemdata.nl).
Watersysteemkwaliteit en ecologie
35
gemeente Pijnacker-Nootdorp
In Ackerswoude zijn natuurvriendelijke oevers toegepast. De waterpartij in de zuidoosthoek is aangegeven als 'zone water en moeras' op de gemeentelijke ecologiekaart uit 2009. Tevens zijn met de ontwikkeling de ecologische verbindingen uitgebreid. Aan de oostzijde van het plangebied is een groenzone met een watergang gerealiseerd die de zuidelijke waterpartij met de noordelijke waterpartij (Boezemzoom) verbindt. Dit heeft een positieve invloed op de waterkwaliteit van het oppervlaktewater.
Gezuiverd afvalwater Het Gemeentelijke Rioleringsplan (GRP) beschrijft hoe de gemeente invulling geeft aan de wettelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater. Vanauit het Netwerk Afvalwaterketen Delfland is een gezamenlijke GRP opgesteld (2018-2021). De gemeente hanteert de volgende tritsen voor de omvang van hemelwater: waterkwantiteit: vasthouden, bergen, afvoeren; waterkwaliteit: schoonhouden, scheiden, schoonmaken. In lijn met deze voorkeursvolgorde voor verwerking van hemelwater streeft de gemeente bij nieuwbouw naar een volledig gescheiden inzameling en verwerking van afval- en hemelwater, zolang de lokale situatie dit toelaat. 1. zoveel mogelijk verwerken hemelwater op eigen terrein; 2. hemelwater waar mogelijk terugbrengen in het watersysteem, in de bodem, óf in de riolering; 3. overtollig hemelwater gescheiden aanleveren van het vuilwater.
4.11
Milieu Effect Rapportage
In onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. zijn diverse activiteiten opgenomen waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Hierbij moet beoordeeld worden of er sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden geldt een m.e.r.-plicht. In onderdeel D is per activiteit de drempelwaarde benoemd. Als een activiteit voorkomt in onderdeel D en boven de drempelwaarde komt, geldt voor het te nemen besluit een m.e.r.-beoordelingsplicht. Indien er activiteiten plaatsvinden die in onderdeel D zijn opgenomen, maar onder de drempelwaarde blijven, dient er nagegaan te worden of het project grote milieugevolgen heeft. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria uit bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r.. De hoofdcriteria waaraan getoetst moet worden zijn: kenmerken van het project, plaats van het project en kenmerken van het potentiële effect. Het bevoegd gezag dient vervolgens voor de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan een besluit te nemen of er een MER moet worden opgesteld. De grondslag hiervoor is een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe activiteiten (ten opzichte van de geldende plannen) mogelijk die genoemd zijn in onderdeel D van het Besluit m.e.r.. Een beoordeling of besluit is dan ook niet benodigd.
36
od205 | bestemmingsplan Ackerswoude 2021
Hoofdstuk 5 5.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Voor bouwplannen zoals die zijn aangewezen in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het uitgangspunt dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt. Van de verplichting een exploitatieplan vast te stellen kan onder andere worden afgeweken als het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd, bijvoorbeeld door een anterieure overeenkomst of doordat de verplicht te verhalen kosten zijn verdisconteerd in de grondprijs. Dit bestemmingsplan heeft betrekking op het vastleggen van verleende omgevingsvergunningen voor woningen. De vergunningen zijn verleend op basis van regels van de onderliggende bestemmingsplannen. Voor de delen waarvoor nog geen vergunningen zijn verleend is de geldende bestemming (Woongebied) overgenomen. Onderhavig bestemmingsplan maakt geen nieuwe woningen of andere bouwplannen mogelijk ten opzichte van de geldende bestemmingsplannen. Het opstellen van een exploitatieplan is derhalve niet aan de orde. Het gebied Ackerswoude wordt in kleine delen ontwikkeld. Voor de gehele ontwikkeling is een globale grondexploitatieraming opgesteld. De kosten hiervoor zijn opgenomen in de gemeentelijke begroting. Per half jaar wordt de stand van zaken opgemaakt en wordt bekeken in hoeverre de begroting hierop moet worden aangepast.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
5.2.1
Vooroverleg
Vooroverleg zoals bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening is voor dit plan van toepassing. In het kader van dit bestuurlijke vooroverleg is het voorontwerpbestemmingsplan in ieder geval toegezonden aan de provincie, het waterschap en de veiligheidsregio. De ingekomen overlegreacties zijn samengevat en voorzien van een antwoord in de Nota inspraak en overleg. Deze nota is als bijlage x bij deze toelichting gevoegd.
5.2.2
Inspraak voorontwerpbestemmingsplan
Conform de Wet ruimtelijke ordening is het niet verplicht om een inspraakprocedure te volgen. De gemeente is vrij om toch inspraak te verlenen. Het voorontwerpbestemmingsplan is zes weken ter inzage gelegd. Een ieder is in de gelegenheid gesteld een inspraakreactie in te dienen. De ingekomen inspraakreacties zijn samengevat en voorzien van een antwoord in de Nota inspraak en overleg. Deze nota is als bijlage x bij deze toelichting gevoegd.
5.2.3
Ter inzage legging ontwerpbestemmingsplan
Gelet op het bepaalde in artikel 3.8 Wro in combinatie met afdeling 3.4 Awb wordt een ontwerpbestemmingsplan, na voorafgaande bekendmaking, gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd. Een ieder is dan in de gelegenheid zijn of haar zienswijze mondeling of schriftelijk kenbaar te maken bij de gemeenteraad. Vaststelling van het bestemmingsplan, al dan niet in gewijzigde vorm, gebeurt met inachtneming van de ingediende zienswijzen.
37
gemeente Pijnacker-Nootdorp
38
od205 | bestemmingsplan Ackerswoude 2021
Bijlagen toelichting
39
gemeente Pijnacker-Nootdorp
40
od205 | bestemmingsplan Ackerswoude 2021
Regels
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
plan
het bestemmingsplan Ackerswoude 2021 van de gemeente Pijnacker-Nootdorp;
1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.NL.IMRO.1926.bp000210050-3001 met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen;
1.3
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;
1.4
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;
1.5
achtererfgebied
erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen;
1.6
afhankelijke woonruimte
het niet tot het hoofdgebouw behorende bebouwing laten bewonen door één of meer personen die ondersteuning of verzorging kunnen krijgen van het in het bijbehorende hoofdgebouw woonachtige huishouden;
1.7
ander bouwwerk
een bouwwerk, geen gebouw zijnde;
1.8
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;
1.9
bebouwingsgebied
achtererfgebied alsmede de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijk hoofdgebouw;
1.10
bebouwingspercentage
een met een maatvoeringsaanduiding in de regels of op de verbeelding aangegeven percentage, dat het gedeelte van het bestemmingsvlak of bouwvlak aangeeft dat mag worden bebouwd;
41
gemeente Pijnacker-Nootdorp
1.11
bed-and-breakfastvoorziening
een voorziening gericht op het bieden van de mogelijkheid tot overnachting en het serveren van ontbijt, als toeristisch-recreatieve activiteit, ondergeschikt aan de woonfunctie. Onder een bed-and-breakfastvoorziening wordt niet verstaan overnachting noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of seizoensgebonden arbeid;
1.12
bedrijf
een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren, inzamelen, opslaan, distribueren en verhandelen van goederen, waarbij de eventuele kantoorfunctie en/of detailhandel uitsluitend plaatsvindt als ondergeschikt, niet-zelfstandig onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop dan wel levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen dan wel goederen die in rechtstreeks verband staan met de ter plaatse uitgeoefende hoofdactiviteiten;
1.13
belhuis
een voor het publiek toegankelijke ruimte waarin de hoofdactiviteit wordt gevormd door het ter plaatse gelegenheid bieden tot het voeren van telefoongesprekken, waaronder mede begrepen het verzenden en/of ontvangen van faxen;
1.14
beroep en/of bedrijf aan huis
het in de woning en bijbehorende bouwwerken uitsluitend door de bewoners van de betreffende woning uitoefenen van bedrijfsactiviteiten in categorie 1 zoals genoemd in de bijbehorende Staat van bedrijfsactiviteiten en die geen horeca of detailhandel zijn, en/of het beroepsmatig uitoefenen van activiteiten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, educatief, kunstzinnig, maatschappelijk of daarmee gelijk te stellen gebied alsmede zakelijke dienstverlening en een bed-and-breakfastvoorziening. De bedrijfsactiviteiten dienen plaats te vinden met behoud van de woonfunctie en daaraan qua oppervlakte ondergeschikt te zijn;
1.15
beschermde groei- en verblijfplaats
een verblijfplaats van plant- en diersoorten, waar bij verstoring, vernietiging en soortgelijke activiteiten de verbodsbepalingen in de Wet Natuurbescherming worden overtreden;
1.16
bestaand bouwwerk
bebouwing, situatie, maat, zoals dat bestaat of rechtens mag bestaan op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan;
1.17
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak;
1.18
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;
1.19
bijbehorend bouwwerk
een uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd op de grond staand gebouw, of ander bouwwerk, met een dak;
1.20
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk;
42
od205 | bestemmingsplan Ackerswoude 2021
1.21
bouwgrens
de grens van een bouwvlak;
1.22
bouwlaag
een voor verblijf geschikt deel van een gebouw, gelegen tussen twee opeenvolgende vloeren (of tussen een vloer en dak);
1.23
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, zijn toegestaan;
1.24
bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;
1.25
brutovloeroppervlakte
de vloeroppervlakte, gemeten conform NEN 2580, van alle voor mensen toegankelijke ruimten binnen een gebouw;
1.26
dakkapel
een uitspringend dakvenster, aangebracht op het hellende dakvlak en aan alle zijden omgeven door het betreffende dakvlak;
1.27
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen voor gebruik, verbruik of aanwending overwegend anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. In dit plan worden een horecabedrijf alsmede het uitsluitend via internet aanbieden van diensten en producten, waarbij geen verkoopruimte voor rechtstreekse verkoop aanwezig is en aflevering ter plaatse aan consumenten plaatsvindt, niet als detailhandel aangemerkt;
1.28
ecologisch netwerk
een netwerk van leefgebieden en verbindingszones ten behoeve van de duurzame instandhouding van populaties van plant- en diersoorten;
1.29
erf
al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden;
1.30
erker
een ruimte op de begane grond in een gebouw die buiten de gevel of gevellijn van het gebouw uitsteekt;
1.31
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
1.32
gebruiksfunctie
gedeelten van een of meer bouwwerken die dezelfde gebruiksbestemming hebben en die tezamen een gebruikseenheid vormen;
43
gemeente Pijnacker-Nootdorp
1.33
gebruiksgebied
vrij indeelbaar gedeelte van een gebruiksfunctie waar voor de gebruiksfunctie kenmerkende activiteiten plaatsvinden, dat bestaat uit een of meer op dezelfde bouwlaag gelegen ruimten gelegen in een brandcompartiment die niet door een dragende scheidingsconstructie van elkaar zijn gescheiden en die geen toiletruimte, badruimte, technische ruimte of verkeersruimte zijn, tenzij die ruimte zelf een functieruimte is;
1.34
gevellijn
de op de verbeelding als zodanig aangegeven lijn die buitenwerks loopt langs de voorgevel van een gebouw en/of de denkbeeldige lijn in het verlengde van die lijn; zie ook: voorgevelrooilijn;
1.35
hoeksituatie
situatie waarbij het erf minimaal aan twee zijden naar het openbaar toegankelijk gebied gekeerd is én waarvan de grenzen met dat openbaar toegankelijk gebied elkaar snijden;
1.36
hoofdgebouw
gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is;
1.37
horeca
een bedrijf dat gericht is op het verstrekken van nachtverblijf, niet zijnde een bed-and-breakfastvoorziening, en/of het ter plaatse nuttigen van voedsel en/of dranken en/of het exploiteren van zaalaccommodatie. Onder de genoemde categorieën worden mede begrepen de niet genoemde, maar naar aard, omvang en uitstraling op het woon- en leefmilieu vergelijkbare horecasoorten alsmede mengvormen van ter plaatse toegestane categorieën: categorie 1 daghoreca en winkelondersteunende horeca: een bedrijf, waarbij de bedrijfsactiviteit is gericht op het verstrekken van voedsel en dranken voor consumptie ter plaatse en waarbij de aard en omvang van de bedrijfsactiviteit past binnen een overwegend winkelgebied; categorie 2 restaurant/snackbar: een bedrijf, dat bestaat uit het verstrekken van hoofdzakelijk maaltijden en daaraan ondergeschikt dranken al dan niet voor consumptie ter plaatse, al dan niet met bezorgservice en/of afhaalgelegenheid; categorie 3 hotel/pension: een bedrijf, dat bestaat uit het verstrekken van nachtverblijf en waarbij het verstrekken van voedsel en dranken en/of het exploiteren van zaalaccommodatie (daaraan) ondergeschikt is; categorie 4 bar/(eet)café: een bedrijf, dat bestaat uit het verstrekken van hoofdzakelijk dranken en daaraan ondergeschikt etenswaren voor consumptie ter plaatse; categorie 5 partycentrum/danscafé/feestcafé: een bedrijf, waarvan de
hoofdactiviteit bestaat uit het gelegenheid geven tot (besloten) feesten, bruiloften en partijen en andere daarmee vergelijkbare evenementen, met een horecavloeroppervlakte van ten hoogste 500 m2; categorie 6 discotheek/dancing;
44
od205 | bestemmingsplan Ackerswoude 2021
bedrijven als bedoeld in categorie 5 met een horecavloeroppervlakte groter dan 500 m2;
1.38
huishouden
een persoon of groep van personen waarbij sprake is van continuïteit in de samenstelling en onderlinge verbondenheid;
1.39
hospitaverhuur
Verhuur van een deel van een woning door een eigenaar/bewoner die zelf hoofdverblijf heeft in de woning. Waarbij: minder dan 50% van de woning wordt verhuurd aan een ander huishouden; het hurende huishouden per volwassene tenminste één kamer heeft (uitzondering geldt voor echtparen en bij geregistreerd partnerschap) de huurders gemiddeld over minimaal 12 m2 woonruimte beschikken; voorzieningen zoals keuken, douche en toilet worden gedeeld door verhuurder en huurder;
1.40
maatschappelijke voorzieningen
educatieve, informatieve, levensbeschouwelijke, medische, sociaal-medische, sociaal-culturele voorzieningen, zorg- en welzijnsvoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van de openbare dienstverlening;
1.41
nutsvoorzieningen
voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, de distributie van gas, water, warmte, elektra en de telecommunicatie;
1.42
onderkomen
een voor verblijf geschikt, al dan niet aan zijn bestemming onttrokken, vaar- of voertuig, ark of caravan, voor zover dat/die niet als een bouwwerk is aan te merken, alsook een tent;
1.43
onzelfstandige woning
een gedeelte van een woning of ander gebouw dat bedoeld/bestemd is voor afzonderlijke bewoning en dat geen eigen toegang of voorzieningen heeft zoals badkamer, toilet en keuken. Hierbij wordt door de bewoners gebruik gemaakt van gezamenlijke wezenlijke voorzieningen (keuken, douche en/of toilet) buiten de woning;
1.44
peil
het punt waarvan uit de hoogte van bouwwerken (of onderdelen) wordt gemeten: d. de hoogte van de kruin van de weg: in geval van een gebouw waarvan de hoofdtoegang direct aan die weg grenst en de onderzijde van de hoofdtoegang op maximaal 0,25 m boven of onder de hoogte van de kruin is gelegen; e. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein bij voltooiing van de bouw
1.45
raamprostitutiebedrijf
een prostitutiebedrijf, waarbij prostituees zich aanbieden aan het publiek door zich opvallend aan een raam aan de straat te vertonen;
1.46
samenvoegen van woningen
het samenvoegen van twee of meer zelfstandige woningen tot één zelfstandige woning;
45
gemeente Pijnacker-Nootdorp
1.47
scootsafe
bouwwerk voor de stalling van een scootmobiel of daarmee vergelijkbaar hulpmiddel voor mensen met een beperking;
1.48
seksinrichting
een inrichting, bestaande uit een of meer voor publiek toegankelijke, besloten ruimten, waarin bedrijfsmatig of op een daarmee vergelijkbare wijze, seksuele handelingen worden verricht; onder een hiervoor bedoelde inrichting worden in elk geval verstaan: een prostitutiebedrijf en raamprostitutiebedrijf;
1.49
straatmeubilair
alle bij het openbaar gebied behorende en ten dienste van dat gebied en aangrenzende bestemmingen staande bouwwerken, zoals verkeersgeleiders, verkeers-, verwijs- en informatieborden, lichtmasten, zitbanken en bloembakken, abri's, beeldende kunstwerken, speeltoestellen en -objecten, draagconstructies voor reclame, kleinschalige bouwwerken ten behoeve van (openbare) nutsvoorzieningen (waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van telecommunicatie, energievoorziening en brandkranen), onder- en bovengrondse afvalinzamelingsvoorzieningen, toegangsconstructies voor ondergrondse voorzieningen, regelinstallaties, geluidwerende voorzieningen en fietsenstallingen en -rekken.
1.50
verbeelding
de visuele weergave van een bestemmingsplan. Onder het begrip 'verbeelding' wordt zowel de analoge als de digitale wijze verstaan;
1.51
verblijfsgebied
gebruiksgebied of een gedeelte daarvan voor het verblijven van personen;
1.52
verblijfsruimte
in een verblijfsgebied gelegen ruimte voor het verblijven van personen;
1.53
verkamering
het omzetten van één zelfstandige wooneenheid in meerdere onzelfstandige woning;
1.54
voorgevel
de naar de weg gekeerde of aan de voorzijde van een hoofdgebouw gelegen gevel;
1.55
voorgevelrooilijn
De op de verbeelding als zodanig aangegeven lijn die buitenwerks loopt waar de voorgevel van een gebouw zich bevindt of dient te bevinden en/of de denkbeeldige lijn in het verlengde van die lijn;
1.56
wonen
gehuisvest zijn in een woning;
1.57
woning
een complex van aaneengesloten ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één huishouden;
1.58
woningsplitsing
het opsplitsen van één zelfstandige wooneenheid in twee of meer zelfstandige woning;
46
od205 | bestemmingsplan Ackerswoude 2021
1.59
zakelijke dienstverlening
het verlenen van diensten, al dan niet met baliefunctie en al dan niet in een kantoorgebouw, op administratief, financieel en juridisch gebied, alsmede op het gebied van de informatie- en communicatietechnologie, de verhuur en handel in onroerend goed, architecten-, onderzoeks-, marketing-, uitzend- en beveiligingsbureaus en daarmee naar de aard vergelijkbare vormen van dienstverlening;
1.60
zelfstandige woning
woning met een eigen toegang, die door één huishouden kan worden bewoond zonder dat het huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woning.
47
gemeente Pijnacker-Nootdorp
Artikel 2 2.1
Wijze van meten
de bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, zonnepanelen, dakkapellen en naar de aard en/of omvang daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
2.2
de dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;
2.3
de goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, met uitzondering van dakkapellen;
2.4
de inhoud van een bouwwerk boven peil, tussen de buitenwerkse gevelvlakken, harten van scheidsmuren en buitenwerkse dakvlakken, met inbegrip van erkers en met inbegrip van dakkapellen. In geval van een gebouw waarvan de hoofdtoegang is gelegen in het talud of op de kruin van een dijk, wordt de ruimte onder peil doch boven het maaiveld van het laagst gelegen aansluitende terrein meegerekend. Voor zover een kelder geheel of gedeeltelijk is gelegen onder peil doch boven het maaiveld van het laagst gelegen aansluitende terrein, moet de gehele kelder meegerekend worden bij de inhoud van een gebouw.
2.5
de oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
48
od205 | bestemmingsplan Ackerswoude 2021
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Bedrijf
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijven die hierna zijn aangegeven: Bedrijven: ter plaatse van de aanduiding: Nutsbedrijf nutsvoorziening b. bij het bedrijf behorende wegen met bijbehorende paden en bermen; c. water; d. groen-, parkeer- en overige voorzieningen.
3.2
Bouwregels
3.2.1 Toegestane bouwwerken Op en in de gronden als bedoeld in lid 3.1 mogen uitsluitend worden gebouwd: a. gebouwen, niet zijnde bedrijfs- of andere woningen, en b. andere bouwwerken, zoals palen, masten, verkeers-, reclame- en andere tekens, technische installatie en erf- of perceelafscheidingen.
3.2.2 Bouwen Voor het bouwen van toegestane bouwwerken als bedoeld in sublid 3.2.1, gelden de volgende bepalingen: a. gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. de goothoogte en bouwhoogte van gebouwen als bedoeld in sublid 3.2.1, onder a, mogen niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m), maximum goothoogte (m)'; c. de bouwhoogte van andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan heirna is aangegeven: Bouwwerk en max. bouwhoogte luifels, vlaggen- en andere masten 8m erf- of perceelscheidingen achter de voorgevelrooilijn, op of rond een terrein 2 m met daarop een gebouw erf- of perceelafscheidingen - 1 meter achter voorgevelrooilijn, grenzend aan 2 m openbaar toegankelijk gebied mits redelijke eisen van welstand zoals zijn opgenomen in Welstandsnota overige erf- of perceelafscheidingen 1m overige andere bouwwerken 3m
49
gemeente Pijnacker-Nootdorp
Artikel 4 4.1
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.
4.2
groen- en speelvoorzieningen; fiets- en voetpaden, in- en uitritten en andere, ondergeschikte verhardingen, nutsvoorzieningen; straatmeubilair; gemalen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'gemaal'; bij deze bestemming behorende overige voorzieningen zoals watergangen en -partijen, bruggen en duikers.
Bouwregels
4.2.1 toegestane bouwwerken Op de gronden als bedoeld in lid 4.1, mogen uitsluitend worden gebouwd: a. b. c. d.
gebouwen ten dienste van de bestemming; andere bouwwerken; scootsafes; straatmeubilair.
4.2.2 Bouwen Voor het bouwen van bouwwerken als bedoeld in sublid 4.2.1, gelden de volgende bepalingen: a. van gebouwen mag de oppervlakte niet meer dan 20 m² en de bouwhoogte niet meer dan 3 m bedragen; b. de bouwhoogte van straatmeubilair mag niet meer dan 10 m bedragen en van overige andere bouwwerken niet meer dan 3 m; c. scootsafes mogen uitsluitend worden gebouwd, indien: 1. de inhoud niet meer bedraagt dan 3 m3, en 2. plaatsing van de scootsafes binnen de woonbestemming al dan niet inpandig niet mogelijk is.
50
od205 | bestemmingsplan Ackerswoude 2021
Artikel 5 5.1
Maatschappelijk
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. maatschappelijke voorzieningen; b. geluidswerende voorzieningen; c. water.
5.2
Bouwregels
5.2.1 Toegestane bouwwerken Op en in de gronden als bedoeld in lid 5.1, mogen uitsluitend worden gebouwd: a. hoofdgebouwen; b. bergingen en fietsenstallingen; c. andere bouwwerken.
5.2.2 Bouwen Voor het bouwen van bouwwerken als bedoeld in sublid 5.2.1, gelden de volgende bepalingen: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. het bebouwingspercentage mag bij eenzelfde voorziening behorende gronden ten hoogste zoveel bedragen als op de verbeelding ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' is aangegeven; c. de goothoogte en bouwhoogte van gebouwen als bedoeld in sublid 5.2.1, onder a, mogen niet meer bedragen dan op de verbeelding ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte (m)' is aangeven; d. de bouwhoogte van andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan daarbij hierna is aangegeven: Bouwwerk en luifels, vlaggen- en andere masten erf- of perceelafscheidingen op of rond een terrein met daarop een gebouw erf- of perceelafscheidingen - 1 meter achter de voorgevelrooilijn grenzend aan openbaar toegankelijk gebied, mits voldaan wordt aan redelijke eisen van welstand zoals opgenomen in Welstandsnota overige erf- of perceelafscheidingen overige andere bouwwerken
max. bouwhoogte 8m 2m 2m
1m 3m
e. bergingen en fietsenstallingen mogen buiten bouwvlakken worden gebouwd, tot een gezamenlijke oppervlakte van 100 m2 en tot een maximale bouwhoogte van 3,5 m.
51
gemeente Pijnacker-Nootdorp
Artikel 6 6.1
Tuin
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen, parkeren en water.
6.2
Bouwregels
6.2.1 Toegestane bouwwerken Op en in de gronden als bedoeld in lid 6.1, mogen uitsluitend worden gebouwd: a. b. c. d.
aan een hoofdgebouw aangebouwde erkers en ingangspartijen; bergingen binnen een bouwvlak; andere bouwwerken; scootsafes.
6.2.2 Bouwen Voor het bouwen van bouwwerken als bedoeld in sublid 6.2.1, gelden de volgende bepalingen: a. aangebouwde bijbehorende bouwwerken, behorende bij de aan de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd: 1. tot een diepte van de uitbreiding mag niet meer bedragen dan 1 m; 2. tot een oppervlakte van 4 m², en 3. tot een bouwhoogte van 0,4 m boven de bouwvloer van de 1e verdieping van het hoofdgebouw mits, in geval van bouwen aan de voorgevel van het hoofdgebouw, de diepte van de voortuin tot de voorste perceelsgrens ten minste 4 m bedraagt; b. bergingen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd waarbij de bouwhoogte van bergingen niet meer mag bedragen dan op de verbeelding ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven; c. scootsafes mogen uitsluitend worden gebouwd, indien: 1. de inhoud niet meer bedraagt dan 3 m3, en 2. plaatsing van de scootsafes binnen de woonbestemming al dan niet inpandig niet mogelijk is; d. ter plaatse van de aanduiding 'bebouwing uitgesloten' is het bouwen van bebouwing niet toegestaan; e. de bouwhoogte van andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan daarbij hierna is aangegeven: bouwwerken erfof perceelafscheidingen voorgevelrooilijn overige erf- of perceelafscheidingen overige andere bouwwerken
6.3
achter
max. bouwhoogte de 2 m 1m 3m
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 6.2.2 onder a ten behoeve van de bouw van een erker met een grotere diepte en/of oppervlakte, mits de afstand van de erker tot de voorste perceelsgrens minimaal 4 m bedraagt.
52
od205 | bestemmingsplan Ackerswoude 2021
Artikel 7 7.1
Verkeer - Verblijfsgebied
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen, met de daarbij behorende in- en uitvoegstroken, in- en uitritten, voetpaden, fietsstroken en (brom)fietspaden, parkeerstroken en -voorzieningen, opstelstroken, bushaltes en andere verhardingen; b. bermen en groenvoorzieningen; c. nutsvoorzieningen, ter plaatse van de nadere aanduiding 'nutsvoorziening'; d. straatmeubilair en geluidswerende voorzieningen; e. bij deze bestemming behorende overige voorzieningen zoals watergangen, bruggen en duikers, met uitzondering van verkooppunten voor motorbrandstoffen.
7.2
Bouwregels
7.2.1 Toegestane bouwwerken Op de gronden als bedoeld in lid 7.1, mogen uitsluitend worden gebouwd: a. b. c. d.
gebouwen ten dienste van de bestemming of aangrenzende bestemmingen; en andere bouwwerken; scootsafes; straatmeubilair.
7.2.2 Bouwen Voor het bouwen van bouwwerken als bedoeld in sublid 7.2.1, gelden de volgende bepalingen: a. van garageboxen mag de bouwhoogte niet meer dan 3 m bedragen; b. van overige gebouwen mag de oppervlakte niet meer dan 20 m² en de bouwhoogte niet meer dan 3 m bedragen; c. de bouwhoogte van straatmeubilair mag niet meer dan 10 m bedragen en van overige andere bouwwerken niet meer dan 3 m; d. scootsafes mogen uitsluitend worden gebouwd, indien: 1. de inhoud niet meer bedraagt dan 3 m3, en 2. plaatsing van de scootsafes binnen de woonbestemming al dan niet inpandig niet mogelijk is.
7.3
Specifieke gebruiksregels
Een gebruik in strijd met de bestemming is in ieder geval het gebruik van gronden als bedoeld in lid 7.1, voor bedrijfsmatige activiteiten en bedrijfsmatige opslag.
53
gemeente Pijnacker-Nootdorp
Artikel 8 8.1
Verkeer - Wegverkeer
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer - Wegverkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen, met de daarbij behorende in- en uitvoegstroken, in- en uitritten, voetpaden, fietsstroken en (brom)fietspaden, parkeerstroken en -voorzieningen, opstelstroken, bushaltes en andere verhardingen; b. bermen en andere groenvoorzieningen; c. nutsvoorzieningen; d. straatmeubilair; e. bij deze bestemming behorende overige voorzieningen zoals watergangen, bruggen en duikers, met uitzondering van verkooppunten voor motorbrandstoffen.
8.2
Bouwregels
8.2.1 Toegestane bouwwerken Op de gronden als bedoeld in lid 8.1, mogen uitsluitend worden gebouwd: a. b. c. d.
gebouwen ten dienste van de bestemming of aangrenzende bestemmingen; andere bouwwerken; scootsafes; straatmeubilair.
8.2.2 Bouwen Voor het bouwen van bouwwerken als bedoeld in sublid 8.2.1, gelden de volgende bepalingen: a. van gebouwen mag de oppervlakte niet meer dan 20 m² en de bouwhoogte niet meer dan 3 m bedragen; b. de bouwhoogte van straatmeubilair mag niet meer dan 15 m bedragen en van overige andere bouwwerken niet meer dan 3 m; c. scootsafes mogen uitsluitend worden gebouwd, indien: 1. de inhoud niet meer bedraagt dan 3 m3, en 2. plaatsing van de scootsafes binnen de woonbestemming al dan niet inpandig niet mogelijk is.
54
od205 | bestemmingsplan Ackerswoude 2021
Artikel 9 9.1
Water
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor water met daarbij behorende taluds en oevers.
9.2
Bouwregels
Op de gronden als bedoeld in lid 9.1, mogen uitsluitend worden gebouwd: a. bij de bestemming behorende andere bouwwerken, zoals duikers, bruggen, kademuren, beschoeiingen, een en ander uitgezonderd steigers en andere aanlegplaatsen; b. bij aangrenzende wegen behorende andere bouwwerken, zoals overkluizingen ten behoeve van inen uitritten en paden.
55
gemeente Pijnacker-Nootdorp
Artikel 10 10.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen in een woning, met inbegrip van beroep en/of bedrijf aan huis en water. De gronden zijn mede bestemd voor hospitaverhuur.
10.2
Bouwregels
10.2.1 Toegestane bouwwerken Op en in de gronden als bedoeld in lid 10.1, mogen uitsluitend worden gebouwd: a. b. c. d.
hoofdgebouwen in de vorm van woningen; bijbehorende bouwwerken; andere bouwwerken; en scootsafes.
10.2.2 Bouwen Voor het bouwen van bouwwerken als bedoeld in sublid 10.2.1, gelden de volgende bepalingen: woningen a. woningen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak, met de voorgevel in de voorgevelrooilijn. Indien geen voorgevellijn is aangegeven, dient de voorgevel in de naar de weg gekeerde bouwgrens te worden gebouwd; b. het bouwvlak mag volledig worden bebouwd, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlakte (m2)' het te bebouwen oppervlak per woning ten hoogste het ter plaatse van de aanduiding aangegeven oppervlak bedraagt; c. woningen mogen uitsluitend worden gebouwd op de hierna aangegeven wijze: bouwwijze: ter plaatse van de aanduiding: alle woningen aaneen, in niet-gestapelde vorm 'aaneengebouwd' in gestapelde vorm 'gestapeld' half-vrijstaand 'twee-aaneen' vrijstaand 'vrijstaand' d. de goothoogte en de bouwhoogte van woningen mogen niet meer bedragen dan op de verbeelding ter plaatse van de aanduiding 'maximum goot- en bouwhoogte (m)' is aangegeven; e. het aantal wooneenheden ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' mag niet worden overschreden; bijbehorende bouwwerken f.