CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 - Toelichting en regels ontwerpbestemmingsplan Ackerswoude 2021

Raad Besluitvorming 2 juni 2022, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: Ontwerpbestemmingsplan Ackerswoude 202124.825 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

de bouw van een niet op de grond staande uitbreiding van een hoofdgebouw is toegestaan, mits het hoofdgebouw ook na realisatie van de uitbreiding blijft voldoen aan de maximale goot- en bouwhoogte zoals bedoeld onder e; g. de bouw van een op de grond staand bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan in het achtererfgebied is toegestaan, mits voldaan wordt aan de volgende regels: 1. voor zover op een afstand van niet meer dan 4 m van het hoofdgebouw, niet hoger dan: 5 m; 0,3 m boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw; het hoofdgebouw; 2. voor zover op een afstand van meer dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw: indien hoger dan 3 m: voorzien van een schuin dak, de dakvoet niet hoger dan 3 m, de daknok gevormd door twee of meer schuine dakvlakken, met een hellingshoek van niet meer dan 55°, en waarbij de hoogte van de daknok niet meer is dan 5 m en verder wordt begrensd door de volgende formule: maximale daknokhoogte [m] = (afstand daknok tot de

56

od205 | bestemmingsplan Ackerswoude 2021

3. 4. 5. 6.

perceelsgrens [m] x 0,47) + 3; functioneel ondergeschikt aan het hoofdgebouw, tenzij het betreft huisvesting in verband met mantelzorg; op een afstand van meer dan 1 m vanaf openbaar toegankelijk gebied, tenzij geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn; de ligging van een verblijfsgebied, in geval van meer dan een bouwlaag, uitsluitend op de eerste bouwlaag; niet voorzien van een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte; de oppervlakte bedraagt niet meer dan: in geval van een bebouwingsgebied kleiner dan of gelijk aan 100 m2: 50% van dat bebouwingsgebied; in geval van een bebouwingsgebied groter dan 100 m2 en kleiner dan of gelijk aan 300 m2: 50 m2, vermeerderd met 20% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 100 m2; in geval van een bebouwingsgebied groter dan 300 m2: 90 m2, vermeerderd met 10% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 300 m2, tot een maximum van in totaal 150 m2; in aanvulling op het bepaald hiervoor is ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' tevens een bijgebouw toegestaan;

bijbehorende bouwwerken in hoek situaties h. bijbehorende bouwwerken zijn zowel binnen als buiten het bouwvlak uitsluitend toegestaan bij grondgebonden woningen in hoeksituaties op ten minste 1 m achter de voorgevelrooilijn, dan wel ten minste 1 m achter de aanduiding 'gevellijn'; i. de afstand van bijbehorende bouwwerken in hoeksituaties tot de zijdelingse perceelsgrens mag niet minder dan 1 m bedragen; j. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken, buiten het bouwvlak, mag bij elke woning in hoeksituaties niet meer bedragen dan: 1. 50% van de gezamenlijke oppervlakte van de bij die woning behorende gronden, buiten het bouwvlak, en gronden die als 'Tuin' zijn aangewezen, 2. doch niet meer dan 50 m²; k. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer dan 0,3 m boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw; l. in afwijking van het hiervoor bepaalde, mogen bestaande bijbehorende bouwwerken, zoals bestaande erkers en ingangspartijen aan woningen en bergingen uitsluitend op dezelfde plaats en in ten hoogste dezelfde omvang opnieuw worden gebouwd; m. van aan- of uitbouwen mag de diepte gemeten uit de gevels van de oorspronkelijke woning en de verlengden daarvan, niet meer dan 3 m bedragen; andere bouwwerken n.

de bouwhoogte van andere bouwwerken, mag niet meer bedragen dan daarbij hierna is aangegeven: Bouwwerk en pergola's erfof perceelafscheidingen achter voorgevelrooilijn overige erf- of perceelafscheidingen overige andere bouwwerken

max. bouwhoogte 3m de 2 m 1m 3m

57

gemeente Pijnacker-Nootdorp

10.3

Specifieke gebruiksregels

10.3.1 Beroep en/of bedrijf aan huis de gezamenlijke brutovloeroppervlakte ten behoeve van de uitoefening van een beroep en/of bedrijf aan huis dient zowel naar aard als naar oppervlakte ondergeschikt te zijn aan het gebruik voor bewoning, waarbij voorts de bedrijfsactiviteiten door hun aard, omvang en visuele aspecten, het woonkarakter van de woning en het milieu van de omgeving niet onevenredig mogen aantasten. 10.3.2 Wonen uitgesloten Ter plaatse van de aanduiding 'wonen uitgesloten' is het niet toegestaan om in bouwwerken verblijfsruimten te realiseren.

10.4

Specifieke bouwregels

10.4.1 Scootsafes Scootsafes mogen uitsluitend worden gebouwd, indien de inhoud niet meer bedraagt dan 3 m3.

58

od205 | bestemmingsplan Ackerswoude 2021

Artikel 11 11.1

Wonen - 2

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen in een woning, met inbegrip van beroep en/of bedrijf aan huis en water. De gronden zijn mede bestemd voor hospitaverhuur.

11.2

Bouwregels

11.2.1 Toegestane bouwwerken Op en in de gronden als bedoeld in lid 11.1, mogen uitsluitend worden gebouwd: a. b. c. d.

hoofdgebouwen in de vorm van woningen; bijbehorende bouwwerken; andere bouwwerken; en scootsafes.

11.2.2 Bouwen Voor het bouwen van bouwwerken als bedoeld in sublid 11.2.1, gelden de volgende bepalingen: woningen a. woningen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak, met de voorgevel in de voorgevelrooilijn. Indien geen voorgevellijn is aangegeven, dient de voorgevel in de naar de weg gekeerde bouwgrens te worden gebouwd; b. het bouwvlak mag volledig worden bebouwd, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlakte (m2)' het te bebouwen oppervlak per woning ten hoogste het ter plaatse van de aanduiding aangegeven oppervlak bedraagt; c. ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand' mogen uitsluitend vrijstaande woningen worden gebouwd; d. de goothoogte en de bouwhoogte van woningen mogen niet meer bedragen dan op de verbeelding ter plaatse van de aanduiding 'maximum goot- en bouwhoogte (m)' is aangegeven; e. de bouwhoogte van woningen mag niet meer bedragen dan op de verbeelding ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven; bijbehorende bouwwerken f.

de bouw van een niet op de grond staande uitbreiding van een hoofdgebouw is toegestaan, mits het hoofdgebouw ook na realisatie van de uitbreiding blijft voldoen aan de maximale goot- en bouwhoogte zoals bedoeld onder e; g. de bouw van een op de grond staand bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan in het achtererfgebied is toegestaan, mits voldaan wordt aan de volgende regels: 1. voor zover op een afstand van niet meer dan 4 m van het hoofdgebouw, niet hoger dan: 5 m; 0,3 m boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw; het hoofdgebouw; 2. voor zover op een afstand van meer dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw: indien hoger dan 3 m: voorzien van een schuin dak, de dakvoet niet hoger dan 3 m, de daknok gevormd door twee of meer schuine dakvlakken, met een hellingshoek van niet meer dan 55°, en waarbij de hoogte van de daknok niet meer is dan 5 m en verder wordt begrensd door de volgende formule: maximale daknokhoogte [m] = (afstand daknok tot de perceelsgrens [m] x 0,47) + 3; functioneel ondergeschikt aan het hoofdgebouw, tenzij het betreft huisvesting in verband met mantelzorg; 3. op een afstand van meer dan 1 m vanaf openbaar toegankelijk gebied, tenzij geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn; 4. de ligging van een verblijfsgebied, in geval van meer dan een bouwlaag, uitsluitend op de eerste bouwlaag;

59

gemeente Pijnacker-Nootdorp

5. niet voorzien van een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte; 6. de oppervlakte bedraagt niet meer dan: in geval van een bebouwingsgebied kleiner dan of gelijk aan 100 m2: 50% van dat bebouwingsgebied; in geval van een bebouwingsgebied groter dan 100 m2 en kleiner dan of gelijk aan 300 m2: 50 m2, vermeerderd met 20% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 100 m2; in geval van een bebouwingsgebied groter dan 300 m2: 90 m2, vermeerderd met 10% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 300 m2, tot een maximum van in totaal 150 m2; bijbehorende bouwwerken in hoek situaties h. bijbehorende bouwwerken zijn zowel binnen als buiten het bouwvlak uitsluitend toegestaan bij grondgebonden woningen in hoeksituaties op ten minste 1 m achter de voorgevelrooilijn, dan wel ten minste 1 m achter de aanduiding 'gevellijn'; i. de afstand van bijbehorende bouwwerken in hoeksituaties tot de zijdelingse perceelsgrens mag niet minder dan 1 m bedragen; j. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken, buiten het bouwvlak, mag bij elke woning in hoeksituaties niet meer bedragen dan: 1. 50% van de gezamenlijke oppervlakte van de bij die woning behorende gronden, buiten het bouwvlak, en gronden die als 'Tuin' zijn aangewezen, 2. doch niet meer dan 50 m²; k.

de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer dan 0,3 m boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw; l. in afwijking van het hiervoor bepaalde, mogen bestaande bijbehorende bouwwerken, zoals bestaande erkers en ingangspartijen aan woningen en bergingen uitsluitend op dezelfde plaats en in ten hoogste dezelfde omvang opnieuw worden gebouwd; m. van aan- of uitbouwen mag de diepte gemeten uit de gevels van de oorspronkelijke woning en de verlengden daarvan, niet meer dan 3 m bedragen; andere bouwwerken n. de bouwhoogte van andere bouwwerken, mag niet meer bedragen dan daarbij hierna is aangegeven: Bouwwerk en pergola's erf- of perceelafscheidingen achter de voorgevelrooilijn overige erf- of perceelafscheidingen overige andere bouwwerken

11.3

max. bouwhoogte 3m 2m 1m 3m

Specifieke gebruiksregels

11.3.1 Beroep en/of bedrijf aan huis de gezamenlijke brutovloeroppervlakte ten behoeve van de uitoefening van een beroep en/of bedrijf aan huis dient zowel naar aard als naar oppervlakte ondergeschikt te zijn aan het gebruik voor bewoning, waarbij voorts de bedrijfsactiviteiten door hun aard, omvang en visuele aspecten, het woonkarakter van de woning en het milieu van de omgeving niet onevenredig mogen aantasten.

11.4

Specifieke bouwregels

11.4.1 scootsafes Scootsafes mogen uitsluitend worden gebouwd, indien de inhoud niet meer bedraagt dan 3 m3.

60

od205 | bestemmingsplan Ackerswoude 2021

61

gemeente Pijnacker-Nootdorp

Artikel 12 12.1

Woongebied

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Woongebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, met inbegrip van beroep aan huis; b. bedrijven in de categorieën 1 en 2 behorende tot de bij deze regels behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten; c. horeca uit ten hoogste categorie 1 van de Staat van Horeca-activiteiten; d. commerciële dienstverlening; e. maatschappelijke voorzieningen en onderwijs; f. water, bruggen, duikers en daarbij behorende taluds; g. bijbehorende voorzieningen, zoals ontsluitingswegen, voetpaden, fietsstroken en (brom)fietspaden, nutsvoorzieningen, beeldende kunstwerken, speel- en groenvoorzieningen, parkeerplaatsen, gebouwde (half-)verdiepte parkeervoorzieningen en straatmeubilair, waartoe mede gerekend worden (ondergrondse) containers voor vuil- en/of glasinzameling en fietsenstallingen en -rekken; met dien verstande dat: h. voldaan dient te worden aan de hydraulische normen zoals opgenomen in het rapport Waterstructuur Ackerswoude (zie Bijlage 1).

12.2

Bouwregels

12.2.1 Toegestane bouwwerken Op en in de gronden als bedoeld in lid 12.1, mogen gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere bouwwerken worden gebouwd. 12.2.2 Bouwen woningen a. woningen worden gestapeld, vrijstaand, half-vrijstaand of aaneengebouwd gebouwd, met dien verstande dat de afstand tussen woningen en glastuinbouwbedrijven ten minste 30 m bedraagt; b. het aantal woningen bedraagt ten hoogste 150; c. de bouwhoogte van niet-gestapelde woningen bedraagt ten hoogste 13 m; d. de bouwhoogte van gestapelde woningen bedraagt ten hoogste 16 m. 12.2.3 Bouwen (hoofd)gebouwen ten behoeve van overige functies a. de maximale vloeroppervlakte ten behoeve van bedrijven bedraagt ten hoogste 1.200 m2, met dien verstande dat de afstand tot bestaande of nog te realiseren woningen ten minste 30 m bedraagt; b. de maximale vloeroppervlakte ten behoeve van horeca bedraagt ten hoogste 600 m2; c. de maximale vloeroppervlakte ten behoeve van commerciële dienstverlening bedraagt ten hoogste 600 m2; d. de maximale vloeroppervlakte ten behoeve van maatschappelijke voorzieningen en onderwijs bedraagt ten hoogste 3.200 m2 met dien verstande dat de afstand tot bestaande of nog te realiseren woningen ten minste 10 meter bedraagt; e. wonen op de verdieping(en) is toegestaan; f. de bouwhoogte van hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste 18 m.

12.2.4 Specifieke bouwregel voor bouwen nabij bestaande woningen Binnen een afstand van 20 meter van de perceelsgrens van bestaande woningen en woningen waarvoor op het moment van terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan vergunning is verleend, bedraagt de bouwhoogte ten hoogste 13 m. Met deze perceelsgrens wordt de perceelsgrens bedoeld zoals die bestond ten tijde van terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. 12.2.5 Bouwen bijbehorende bouwwerken Bijbehorende bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan bij grondgebonden woningen.

62

od205 | bestemmingsplan Ackerswoude 2021

12.2.6 Bouwen andere bouwwerk en a. de bouwhoogte van andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan daarbij hierna is aangegeven: Bouwwerk en pergola's erfof perceelafscheidingen achter voorgevelrooilijn overige erf- of perceelafscheidingen overige andere bouwwerken

12.3

max. bouwhoogte 3m de 2 m 1m 3m

Specifieke gebruiksregels

12.3.1 Brutovloeroppervlakte beroep aan huis De gezamenlijke brutovloeroppervlakte ten behoeve van de uitoefening van een beroep aan huis mag, in voorkomend geval samen met de brutovloeroppervlakte ten behoeve van de uitoefening van een bedrijf aan huis als bedoeld in sublid 12.4.1 niet meer bedragen dan 30% van de totale brutovloeroppervlakte van de betreffende woning en de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken, en in ieder geval niet meer dan 75 m².

12.4

Afwijken van de gebruiksregels

12.4.1 Bedrijf aan huis Burgemeester en wethouders zijn bevoegd een omgevingsvergunning te verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 12.1, ten behoeve van de uitoefening van een bedrijf aan huis, mits: a. de gezamenlijke brutovloeroppervlakte ten behoeve van een bedrijf aan huis, in voorkomend geval samen met de brutovloeroppervlakte ten behoeve van een beroep aan huis als bedoeld in sublid 12.3.1 niet meer bedraagt dan 30% van de totale brutovloeroppervlakte van de betreffende woning en de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken, en in ieder geval niet meer dan 75 m²; b. op de bij de betreffende woning behorende gronden geen buitenopslag van goederen ten behoeve van het bedrijf plaatsvindt, c. in de omgeving van de betreffende woning geen onevenredige vergroting van de verkeers- en parkeerdruk optreedt, met dien verstande dat behoudens in- en uitladen, geen bedrijfsactiviteiten in de openbare ruimte rond de betreffende woning mogen plaatsvinden, en d. de bedrijfsactiviteiten door hun aard, omvang en visuele aspecten, het woonkarakter van de woning en het milieu van de omgeving niet onevenredig aantasten.

12.4.2 Staat van Horeca-activiteiten Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van lid 12.1 onder c om horecabedrijven toe te laten in één categorie hoger dan in lid 12.1 onder c genoemd, voor zover het betrokken horecabedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of de bijzondere verschijningsvorm) geacht kan worden te behoren tot de categorieën, zoals in lid 12.1 onder c genoemd.

12.5

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen door de bestemming Woongebied te wijzigen in gedetailleerdere bestemmingen ten behoeve van het beheer, waarbij nadere bepalingen worden opgenomen over de ligging en omvang van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met dien verstande dat: a. de gebruiksmogelijkheden als bepaald in 12.1 niet mogen worden vergroot; b. de bouwmogelijkheden als bepaald in 12.2 niet mogen worden verruimd; c. de bouw- en gebruiksmogelijkheden niet mogen worden ingeperkt omgevingsvergunningen die zijn verleend.

ten

opzichte

van

63

gemeente Pijnacker-Nootdorp

Artikel 13 13.1

Waarde - Ecologie

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Ecologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor: a. instandhouding en ontwikkeling van natuurwaarden, gericht op ontwikkeling en instandhouding van ecologische netwerken, als bedoeld in artikel 1.28, en beschermde groei- en verblijfplaatsen, als bedoeld in artikel 1.15; b. voorzieningen ten behoeve van en behorende bij de onder a bedoelde doeleinden.

13.2

Bouwregels

In zoverre in afwijking van het overigens in deze regels bepaalde met betrekking tot het bouwen mogen op en in de gronden als bedoeld in lid 13.1, andere bouwwerken ten behoeve van de in dat lid aangegeven doeleinden worden gebouwd, waarvan de bouwhoogte niet meer dan 2 m mag bedragen.

13.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, met toepassing van artikel 20 (Algemene procedureregels), nadere eisen te stellen aan de situering van bouwwerken die krachtens de andere bestemmingen van de gronden als bedoeld in lid 13.1, mogen worden gebouwd, ter voorkoming van onevenredige aantasting van de in lid 13.1 bedoelde waarden en belangen.

13.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 13.4.1 Omgevingsvergunningplicht Behoudens het bepaalde in lid 13.4.2, is het verboden zonder een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders op en in de in lid 13.1 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e. f.

het ontgronden, afgraven, egaliseren of ophogen van gronden; het rooien of aanplanten van bomen of andere houtgewassen; het aanbrengen van oppervlakteverhardingen; het aanleggen van paden; het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere waterpartijen en het aanleggen van drainage; het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.

13.4.2 Uitzonderingen omgevingsvergunningplicht Het in sublid 13.4.1 gestelde verbod geldt niet voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden: a. in het kader van het normale beheer en onderhoud; b. werken en werkzaamheden waarmee op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan: 1. is begonnen, voor zover daarvoor tot dat tijdstip geen vergunning was vereist; 2. is of mag worden begonnen krachtens een verleende vergunning.

13.4.3 Toelaatbaarheid van werken of werkzaamheden De werken of werkzaamheden als bedoeld in sublid 13.4.1, zijn slechts toelaatbaar, indien door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, een of meer waarden of functies van de in lid 13.1 bedoelde gronden, welke het plan beoogt te beschermen:

64

od205 | bestemmingsplan Ackerswoude 2021

a. niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel b. de mogelijkheden voor het herstel van die waarden of functies niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind.

65

gemeente Pijnacker-Nootdorp

Artikel 14 14.1

Waterstaat - Waterkering

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor waterkering en waterhuishouding, met de daarbij behorende voorzieningen.

14.2

Bouwregels

14.2.1 Bouwbepalingen 'Waterkering' In afwijking van het overige in deze regels bepaalde ten aanzien van het bouwen krachtens de andere bestemmingen van deze gronden, zijn op en in de gronden als bedoeld in lid 14.1, toegestaan andere bouwwerken, zoals keermuren, bakens en lichten, ten dienste van en behorende bij de in dat lid bedoelde doeleinden. 14.2.2 Bouwbepalingen samenvallende bestemmingen Het bouwen krachtens de andere bestemmingen van de gronden als bedoeld in lid 14.1, mag uitsluitend geschieden nadat advies is ingewonnen bij de beheerder van de waterkering omtrent de belangen van de waterkering en de waterhuishouding.

14.3

Specifieke gebruiksregels

14.3.1 Gebruiksbepalingen samenvallende bestemmingen De inrichting en het gebruik krachtens de andere bestemmingen van de gronden als bedoeld in lid 14.1, mag uitsluitend geschieden nadat advies is ingewonnen bij de beheerder van de waterkering omtrent de belangen van de waterkering en de waterhuishouding.

66

od205 | bestemmingsplan Ackerswoude 2021

Hoofdstuk 3 Artikel 15

Algemene regels

Antidubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

67

gemeente Pijnacker-Nootdorp

Artikel 16

Algemene bouwregels

In die gevallen dat de bestaande goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud of afstand tot enige grens van bouwwerken, die rechtens, in overeenstemming met het bepaalde in de ter zake geldende wet- en regelgeving tot stand zijn gekomen, minder dan wel meer bedraagt dan in hoofdstuk 2 van deze regels is voorgeschreven respectievelijk toegestaan, geldt die goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud of afstand in afwijking daarvan als minimaal respectievelijk maximaal toegestaan.

68

od205 | bestemmingsplan Ackerswoude 2021

Artikel 17 17.1

Algemene gebruiksregels

Beperkte verharding toegestaan

Het is verboden om op de gronden die op de verbeelding zijn aangewezen als 'specifieke vorm van wonen - beperkte verharding toegestaan' verhardingen aan te brengen met een oppervlakte groter dan 20 m2.

17.2

Strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan: a. het gebruik van (aangebouwde) bijbehorende bouwwerken als zelfstandige woning en/of als afhankelijke woonruimte; b. het gebruik van gronden, gebouwen , bouwwerken en onderkomens ten behoeve van een seksinrichting en het uitoefenen van prostitutie; c. het gebruik van gebouwen, bouwwerken en onderkomens als belhuis; d. het gebruik van gronden als stort- en/of opslagplaats van grond en/of afval, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gericht gebruik en onderhoud; e. als opslag-, stort- of bergplaats van machines, voer- en vaartuigen en andere al of niet afgedankte stoffen, voorwerpen en producten, f. het gebruik van (aangebouwde) bijbehorende bouwwerken als zelfstandige woning en als afhankelijke woonruimte.

69

gemeente Pijnacker-Nootdorp

Artikel 18 18.1

Algemene afwijkingsregels

Algemeen

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning in afwijking van het plan verlenen: a. ten behoeve van het bouwen van niet voor bewoning bestemde bouwwerken voor nutsvoorzieningen, zoals gasdrukregelstations, wachthuisjes, bewaarplaatsen van huisvuilcontainers, gemalen en transformatorhuisjes, waarvan de bouwhoogte niet meer dan 3 m en de oppervlakte niet meer dan 30 m² mag bedragen; b. de bouw van geluidwerende voorzieningen, met een maximale hoogte van 6 m, indien zulks in het kader van de uitvoering van de Wet geluidhinder noodzakelijk is; c. indien en voor zover afwijkingen ten aanzien van grens of richting van wegen en paden en ligging van bestemmings-, bouw- en aanduidingsgrenzen noodzakelijk zijn ter aanpassing van het plan aan de bij uitmeting blijkende werkelijke toestand van het terrein, mits die afwijkingen ten opzichte van hetgeen is aangegeven niet meer dan 5 m bedragen.

18.2

Afwijking wonen

a. burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen voor het huisvesten van een persoon of groep van personen in een woning, waarbij geen sprake is van continuïteit in de samenstelling en onderlinge verbondenheid, mits parkeren op eigen terrein plaatsvindt, tenzij aangetoond is dat in de nabijheid reeds voldoende parkeergelegenheid aanwezig is; b. alvorens ontheffing als bedoeld in lid a wordt verleend, dient ten behoeve daarvan een splitsingsen/of onttrekkingsvergunning als bedoeld in de geldende Huisvestingsverordening van de gemeente Pijnacker-Nootdorp verleend te zijn; c. bij verbouw dient te worden voldaan aan de bestaande bouwregels van de ter plekke geldende bestemming(en) behorende bij de vigerende bestemmingsplannen en aan de bepalingen ten aanzien van woningen/logiesgebouwen ingevolge het Bouwbesluit, de Bouwverordening en de Algemene Plaatselijke Verordening.

70

od205 | bestemmingsplan Ackerswoude 2021

Artikel 19 19.1

Algemene wijzigingsregels

Algemene wijzigingen

Burgemeester en wethouders kunnen de ligging van grenzen van bestemmings- en bouwvlakken en van aanduidingen zodanig wijzigen, dat de geldende oppervlakte van de bij wijziging betrokken vlakken met niet meer dan 10% wordt verkleind of vergroot en de grenzen daarbij met niet meer dan 10 m worden verschoven.

19.2

Wijziging bijlage Staat van Bedrijfsactiviteiten

Burgemeester en wethouders kunnen de van deze regels deel uitmakende bijlage Staat van Bedrijfsactiviteiten als volgt wijzigen: het toevoegen en schrappen van soorten bedrijven en het veranderen van de categorie-indeling van soorten bedrijven, voor zover veranderingen in de bedrijfsvoering en de milieugevolgen van soorten bedrijven hiertoe aanleiding geven.

19.3

Wetgevingszone - wijzigingsgebied 1

Burgemeester en wethouders kunnen ter plaatse van de aanduiding 'Wetgevingszone - wijzigingsgebied - 1' het bestemmingsplan wijzigen door het opnemen van gedetailleerdere bestemmingen ten behoeve van het beheer, waarbij nadere bepalingen worden opgenomen over de ligging en omvang van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met dien verstande dat: a. de gebruiksmogelijkheden als bepaald in de onderliggende bestemming niet mogen worden vergroot; b. de bouwmogelijkheden als bepaald in de onderliggende bestemming niet mogen worden verruimd; c. de bouw- en gebruiksmogelijkheden niet mogen worden ingeperkt ten opzichte van omgevingsvergunningen die zijn verleend.

71

gemeente Pijnacker-Nootdorp

Artikel 20

Algemene procedureregels

In de gevallen dat in deze regels toepassing van deze procedurebepalingen is voorgeschreven, gelden de volgende bepalingen: a. het ontwerpbesluit omtrent nadere eisen ligt met bijbehorende stukken gedurende zes weken voor een ieder ter inzage; b. het bevoegd gezag maakt de terinzagelegging vooraf bekend in één of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen, die in de gemeente worden verspreid, alsmede op de gebruikelijke wijze; c. de bekendmaking houdt mededeling in van de bevoegdheid van belanghebbenden om gedurende de termijn van terinzagelegging schriftelijk zienswijzen omtrent het ontwerpbesluit naar voren te brengen bij het bevoegd gezag; d. burgemeester en wethouders delen aan hen die zienswijzen naar voren hebben gebracht de beslissing daaromtrent mede.

72

od205 | bestemmingsplan Ackerswoude 2021

Artikel 21 21.1

Overige regels

Parkeren

a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen, veranderen of uitbreiden van gebouwen wordt verleend, indien wordt aangetoond dat in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor het parkeren of stallen van auto's. Hierbij wordt rekening gehouden met de omvang van het gebouw en de activiteiten die plaatsvinden in het gebouw. b. Het parkeren of stallen van auto’s dient plaats te vinden in, op of onder het gebouw, danwel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. c. Het benodigde aantal parkeerplaatsen wordt vastgesteld aan de hand van de 'Nota Parkeernormen 2021' en wijzingen daar van. d. De onder a. genoemde parkeergelegenheid dient in stand te worden gehouden. e. Het college kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder a.: 1. indien het voldoen aan de parkeernorm door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of 2. voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- en stallingsruimte is voorzien. f. Indien de onder c. genoemde 'Nota Parkeernormen 2021', na vaststelling van dit plan wordt gewijzigd, moet bij het bouwen en het uitbreiden of veranderen van activiteiten of functies op grond van deze planregels worden voldaan aan deze gewijzigde nota.

21.2

Verkamering en woningsplitsing en/of -samenvoeging

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in de 'onderliggende bestemmingsplannen' en toestaan dat: a. verkamering, woningsplitsing en/of het samenvoegen van woningen plaats vindt, mits voldaan wordt aan de 'Beleidsregels woningvoorraad' zoals vastgesteld door de gemeenteraad van Pijnacker-Nootdorp; b. indien de onder a. genoemde 'Beleidsregels woningvoorraad' na vaststelling van dit plan worden gewijzigd, moet rekening worden gehouden met deze wijziging.

73

gemeente Pijnacker-Nootdorp

74

od205 | bestemmingsplan Ackerswoude 2021

Hoofdstuk 4 Artikel 22

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht bestaande bouwwerken

a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen, wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. c. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

75

gemeente Pijnacker-Nootdorp

Artikel 23

Overgangsrecht bestaand gebruik

a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

76

od205 | bestemmingsplan Ackerswoude 2021

Artikel 24

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Ackerswoude 2021 van de gemeente Pijnacker-Nootdorp.

77

gemeente Pijnacker-Nootdorp

78

od205 | bestemmingsplan Ackerswoude 2021

Bijlagen regels

79

gemeente Pijnacker-Nootdorp

80

od205 | bestemmingsplan Ackerswoude 2021

Bijlage 1

Waterstructuur Ackerswoude

81

Waterstructuur Ackerswoude Hydraulische toetsing

Gemeente Pijnacker-Nootdorp 16 juni 2014 Definitief rapport BC1698

HASKONINGDHV NEDERLAND B.V. RIVERS, DELTAS & COASTS

George Hintzenweg 85 Postbus 8520 3009 AM Rotterdam +31 10 443 36 66

E-mail

www.royalhaskoningdhv.com

Internet

Amersfoort 56515154

Documenttitel

Telefoon

info@rotterdam.royalhaskoning.com

KvK

Waterstructuur Ackerswoude Hydraulische toetsing

Verkorte documenttitel

Waterstructuur Ackerswoude

Status

Definitief rapport

Datum

16 juni 2014

Projectnaam

Waterstructuur Ackerswoude

Projectnummer

BC1698

Opdrachtgever

Gemeente Pijnacker-Nootdorp

Referentie

BC1698/R0003/903135/Rott

Auteur(s)

ir. S.H. (Saskia) Vuurens

Collegiale toets

ir. G.J. (Geertjo) van Dijk

Datum/paraaf Vrijgegeven door Datum/paraaf

16 juni 2014 ir. F.J. (Frans) Jorna 16 juni 2014

A company of Royal HaskoningDHV

INHOUDSOPGAVE Blz. 1

INLEIDING 1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding Doel Waterhuishouding plangebied Leeswijzer

5 5 5 6 8

2

UITGANGSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN 2.1 Uitgangspunten 2.2 Randvoorwaarden HH Delfland 2.2.1 Afvoer 2.2.2 Watergangen 2.2.3 Kunstwerken 2.2.4 Beheer en onderhoud

9 9 10 10 12 13 13

3

RESULTATEN HYDRAULISCHE TOETSING 3.1 Variant 1 3.2 Variant 2

15 15 18

4

VOORSTEL NIEUWE WATERSTRUCTUUR 4.1 Watergangen 4.2 Duikers

22 22 23

BIJLAGEN 1. Inrichtingsschets waterstructuur Ackerswoude - Variant 1 & 2 2. Modeluitgangspunten 3. Opstuwing duikers

Waterstructuur Ackerswoude Definitief rapport

BC1698/R0003/903135/Rott 16 juni 2014

1

INLEIDING

1.1

Aanleiding De gemeente Pijnacker-Nootdorp wil het voormalige glastuinbouwgebied tussen de Klapwijkseweg, de Lange Campen en de Monnikenweg inrichten als woningbouwlocatie, genaamd Ackerswoude. Het gebied wordt in verschillende fasen ontwikkeld, afhankelijk van de vraag naar woningen. Ter onderbouwing aan de bestemmingsplanwijziging (de Watertoets) is het nodig om te onderzoeken of de beoogde waterstructuur van het de woningbouwlocatie Ackerswoude voldoet aan de normen voor verhang en stroomsnelheid van het Hoogheemraadschap van Delfland (hierna te noemen: HH Delfland). Figuur 1.1. Plangebied woningbouwlocatie Ackerswoude.

Lange Campen

Klapwijkseweg en Randstadrail

1.2

Monnikenweg

Doel In deze studie wordt een voorstel gedaan voor de waterstructuur (primaire en secundaire watergangen) en belangrijkste kunstwerken van de woningbouwlocatie Ackerswoude. De watergangen en kunstwerken worden daartoe hydraulisch getoetst aan de normen van HH Delflandi.

i

Het benoemen van maatregelen voor het oplossen van de wateropgave is geen onderdeel van deze studie.

Waterstructuur Ackerswoude Definitief rapport

BC1698/R0003/903135/Rott -5-

16 juni 2014

Nadere uitwerking van het ontwerp voor Ackerswoude op niveau van voorontwerp (VO) en definitief ontwerp (DO) zal na afronding van deze studie een vervolg krijgen, afhankelijk van de ontwikkeling van de woningbouw in verschillende projectfasen.

1.3

Waterhuishouding plangebied Huidige situatie Het plangebied Ackerswoude ligt volledig in peilgebied I van de Oude Polder van Pijnacker. Dit peilgebied heeft een peil van NAP -2,70 m (peilbesluit). Op peilvak I watert, ten noordoosten van het plangebied, de droogmaking af via gemaal Molenweg. Peilvak I wordt bemalen door het gemaal aan de Overgauwseweg, ten westen van het plangebied, en watert af op de Pijnackerse Vaart en de noordelijke tak van de bypass in de Zuidpolder van Delfgauw (beoogde situatie 2015). Op dit moment watert peilgebied III nog via Klapwijk af op het plangebied (gemaal Vrouwenrecht van 5 m3/min). HH Delfland is voornemens om dit gemaal op te heffen en peilgebied III aan de zuidzijde te laten afwateren naar peilgebied XVIII als het afwatering naar de Zuidpolder van Delfgauw mogelijk is (bron: Watergebiedsstudie Berkel-Pijnacker, deelrapport 1: actuele situatie (Grontmij, 2008)). In figuur 1.2 is de waterhuishoudkundige situatie in het plangebied in de huidige situatie weergegeven (bron: GIS gegevens HH Delfland, februari 2013). Figuur 1.2. Huidige waterhuishoudkundige situatie Ackerswoude.

Peilgebied 1 NAP -2,70 m

Stroomrichting

Gemaal Vrouwenrecht

BC1698/R0003/903135/Rott 16 juni 2014

Waterstructuur Ackerswoude -6-

Definitief rapport

2 varianten De gemeente Pijnacker-Nootdorp wil de huidige waterstructuur en afwatering in het plangebied Ackerswoude aanpassen om woningbouw mogelijk te maken. Daarbij is het doel om het watersysteem op zodanige wijze aan te passen dat het robuust is en dat woningbouw in verschillende fasen kan plaatsvinden. Daarnaast wil de gemeente Pijnacker-Nootdorp naar de toekomst toe mogelijkheden behouden om het water af te voeren via een andere route, dan nu het geval is, naar de westzijde van de Klapwijkseweg en het spoor van de RandstadRail. De wens van de gemeente PijnackerNoortdorp is namelijk om de watergang aan de oostzijde van de Randstadrail te dempen om ruimte te creëren voor ontwikkeling van het stationsgebied en een verkeersknooppunt. Daarom worden in deze studie twee varianten onderzocht. Eén variant voor de nieuwe waterstructuur voor Ackerswoude met mogelijkheid tot afwatering aan de oostzijde van het spoor van de Randstadrail (variant 1, figuur 1.3a) en één variant zonder deze mogelijkheid (variant 2, figuur 1.3b). Figuur 1.3a. Variant 1 Ackerswoude: afwatering met watergang aan oostzijde spoor Randstadrail.

Waterstructuur Ackerswoude Definitief rapport

BC1698/R0003/903135/Rott -7-

16 juni 2014

Figuur 1.3b. Variant 2 Ackerswoude: afwatering zonder watergang aan oostzijde spoor Randstadrail.

1.4

Leeswijzer In hoofdstuk 2 worden de uitgangspunten voor deze studie en de randvoorwaarden vanuit HH Delfland gegeven. In hoofdstuk 3 worden de twee varianten beschreven en volgen de resultaten van de hydraulische toetsing. In hoofdstuk 4 wordt een voorstel gegeven voor de dimensies van de primaire en secundaire watergangen en kunstwerken voor Ackerswoude voor beide varianten. Bij dit rapport behoort tevens een inrichtingsschets van de waterstructuur voor beide varianten (bijlage 1).

BC1698/R0003/903135/Rott 16 juni 2014

Waterstructuur Ackerswoude -8-

Definitief rapport

2

UITGANGSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN

2.1

Uitgangspunten − −

−

Er wordt uitgegaan van de waterstructuur voor Ackerswoude van d.d. 30-08-2012, de essentiekaart (figuur 2.2). Voor instroom vanuit het achterliggende gebied wordt uitgegaan van de gegeven instroomdebieten uit de rapportage ‘hydraulische berekening plan Ackerswoude’ (Advin BV, 2009) (tabel en figuur 2.1). Daarbij is naar de invloed van de nieuwe waterstructuur van de Oostelijke Randweg / Fes-gebied op de instroomdebieten bekeken. Hieruit is opgemaakt dat de instroomdebieten uit 2009 niet gewijzigd hoeven te worden. Er wordt vanuit gegaan dat het gemaal Vrouwenrecht in de huidige situatie loost op het plangebied en wordt daarom meegenomen in de berekening. Het gemaal heeft een capaciteit van 5 m3/min (Advin BV, 2009). Eventuele opheffing van dit gemaal zal positief uitwerken op de hydraulische situatie in het plangebied.

Tabel en figuur 2.1 Modelranden plangebied Ackerswoude. Waterstand

Instroom

benedenrand

(m3/s)

(m NAP) 4

-2,70

27

-2,70

72

0.0375

73

0.4500

74

0.3000

75

0.0650

76

0.0650

77 (gemaal)

0.1100

Totaal

1.0275

instroom

−

−

− −

Binnen de waterstructuur van Ackerswoude wordt uitgegaan van bestaande dimensies van watergangen en kunstwerken (aangeleverd door HH Delfland in GIS bestanden, d.d. 30-1-2013 en 04-02-2013) (zie ook figuur 1.2). Indien er voor de varianten geen bestaande wateren of kunstwerken aanwezig zijn, wordt uitgegaan van de minimale afmetingen voor primaire en secundaire wateren en kunstwerken voorgeschreven in het beleid van HH Delfland (zie ook bijlage 2). Op de inrichtingsschets (bijlage 1) zijn de bestaande, te dempen en de nieuwe watergangen aangegeven. Voor de twee varianten worden de beoogde primaire en secundaire watergangen en kunstwerken hydraulisch getoetst aan de normen van het HH Delfland voor verhang en stroomsnelheid (zie paragraaf 2.2). Er wordt gerekend met een peil van NAP -2,70 m (peilgebied I Oude Polder van Pijnacker). In deze studie worden geen maatregelen benoemd om de wateropgave op te lossen. In het vervolgtraject van de Watertoets zal dit aan de orde komen.

Waterstructuur Ackerswoude Definitief rapport

BC1698/R0003/903135/Rott -9-

16 juni 2014

−

−

−

−

−

2.2

Bij de hydraulische toetsing wordt geen rekening gehouden met natuurvriendelijke oevers of ecologische inrichting. Dit kan in een latere fase eventueel gecombineerd worden met de te realiseren waterberging. Er wordt vanuit gegaan dat de onderbemaling van de Lange Campen (peilgebied IC, NAP -2,85 m, en ID, NAP -3,15 m) wordt opgeheven. Eventueel ophoging van laag gelegen delen wordt in het nadere ontwerp uitgewerkt. Er wordt vanuit gegaan dat de onderbemaling aan de Monnikenweg (peilgebied IG, NAP -3,10 m) wordt opgeheven. Eventuele ophoging van laag gelegen delen wordt in het nader ontwerp uitgewerkt. Er bestaat op dit moment onduidelijkheid over de onderbemaling tussen de Monnikenweg en Klapwijk (peilgebied IH, NAP -3,10 m) (zie ook Keurvergunning HH Delfland 789365 / 0980726 HH Delfland, 2009). Eventuele ophoging van laag gelegen delen of behoud van de onderbemaling wordt in het nadere ontwerp verder uitgewerkt. Bij de inrichting van het de waterstructuur is er derhalve rekening mee gehouden dat deze watergang géén hoofdafvoerfunctie krijgt, zodat eventuele aanpassingen geen effect hebben op de (hoofd)waterstructuur en hydraulische toetsing. Er wordt vanuit gegaan dat een nadere uitwerking op niveau voorontwerp (VO) en definitief ontwerp (DO) na afronding van deze studie een vervolg zal krijgen, afhankelijk van de ontwikkeling van de verschillende projectfasen.

De exacte afmetingen van nog te realiseren kunstwerken en de exacte locatie van secundaire watergangen (afhankelijk van de ontwikkeling) worden dan nader uitgewerkt (op basis van beleid HH Delfland).

Randvoorwaarden HH Delfland HH Delfland heeft de randvoorwaarden voor de dimensionering van watergangen en kunstwerken vastgelegd in diverse beleidsregels: -

Beleidsregels Kunstwerken in wateren (2009). Beleidsregels Werken in het profiel van wateren (2009). Beleidsregels Dempen en graven (2009).

Voor deze studie zijn onderstaande randvoorwaarden uit deze beleidsregels van belang. 2.2.1

Afvoer HH Delfland hanteert voor de dimensionering van wateren de afvoernorm. De afvoernorm gaat uit van: -

Onverhard oppervlak: 10 m3/min.100 ha. Verhard oppervlak: 20 m3/min.100 ha.

In paragraaf 2.1 is reeds aangegeven dat voor deze studie gebruik wordt gemaakt van de debietgegevens van de Advin uit 2009, welke gebaseerd zijn op de afvoernorm (zie figuur 2.2).

BC1698/R0003/903135/Rott 16 juni 2014

Waterstructuur Ackerswoude - 10 -

Definitief rapport

HH Delfland hanteert in een stationaire afvoersituatie op basis van de afvoernorm (zie kader) de volgende ontwerpnormen voor waterlopen en kunstwerken: -

Verhang van maximaal 0,04 meter per km met een maximum van 20 cm (in primaire en secundaire polderwatergangen). Verval van maximaal 2 mm in duikers tot 20 meter; anders verval 2 mm + het verhang van de watergang. Stroomsnelheid maximaal 0,2 m/s in primaire en secundaire waterlopen en 0,6 m/s in duikers.

Voor de hydraulische berekeningen gaat Delfland in principe uit van het winterpeil en de leggerafmetingen uit het GIS-systeem, waarbij wordt aangenomen dat er geen achterstallig onderhoud is en dat de waterlopen enigszins begroeid zijn (weerstand (kM) 20 m1/3s voor watergangen smaller dan 10 m). Figuur 2.2. Essentiekaart woningbouwlocatie Ackerswoude (bron: gemeente Pijnacker-Nootdorp).

Waterstructuur Ackerswoude Definitief rapport

BC1698/R0003/903135/Rott - 11 -

16 juni 2014

2.2.2

Watergangen Primaire watergangen Voor nieuw te realiseren primaire watergangen gelden vanuit HH Delfland de onderstaande beleidsregels. Figuur 2.3. Beleidsregels dempen en graven HH Delfland primair en secundair water (2009).

Op basis van het bovenstaande beleid van HH Delfland wordt voor deze studie van de volgende minimale afmetingen uitgegaan (figuur 2.4). -

Bodembreedte: 1,0 m. Minimale breedte op de waterlijn: 5,0 m. Onder- en bovenwatertalud 1:2. Waterdiepte (ontwerp): 1,0 m. Waterdiepte (aanleg): 1,1 m (0,1 m ruimte voor slibvorming).

Figuur 2.4. Profiel primaire watergangen.

BC1698/R0003/903135/Rott 16 juni 2014

Waterstructuur Ackerswoude - 12 -

Definitief rapport

Secundaire watergangen Voor nieuw te realiseren primaire watergangen gelden vanuit HH Delfland de beleidsregels uit figuur 2.3. Op basis van dit beleid wordt voor deze studie van de volgende minimale afmetingen uitgegaan (figuur 2.5). -

Bodembreedte: 0,5 m. Minimale breedte op de waterlijn: 2,5 m. Onder- en bovenwatertalud: 1:2. Waterdiepte (ontwerp): 0,5 m. Waterdiepte (aanleg): 0,6 m (0,1 m ruimte voor slibvorming).

Figuur 2.5. Profiel secundaire watergangen.

2.2.3

Kunstwerken Voor duikers gelden de volgende uitgangspunten (beleidsregels kunstwerken in wateren, HH Delfland, 2009): - Ontwerpafmetingen duikers maximaal 1/3 deel lucht en minimaal 25 cm. - De bodem van de duiker ligt 10 cm boven de leggerdiepte van de primaire watergang. - De minimale afmeting van duikers is als volgt: ∗ Primaire polderwatergangen: Ø 800 mm. ∗ Secundaire watergangen, stedelijk en glastuinbouwgebied: Ø 600 mm. ∗ Secundaire watergangen, perceelsloten in landelijk gebied tot 2,5 m breed: Ø 600 mm. ∗ Overige secundair water: Ø 600 mm.

2.2.4

Beheer en onderhoud Bij de aanleg van nieuwe wateren en het verbreden van bestaande wateren zijn de volgende breedtes van onderhoudsstroken benodigd (beleidsregels dempen en graven, HH Delfland, 2009): Bij wateren met een breedte tot 5 meter is een onderhoudsstrook van 4 m aan één zijde voldoende. De (onderhouds)strook aan de andere zijde kan 1 m breed zijn. Wateren met een breedte tussen de 5 en 10 m moeten aan beide kanten kunnen worden onderhouden. Hiervoor zijn aan weerszijden van de wateren onderhoudsstroken met een breedte van 4 m nodig. Wateren met een breedte groter dan 10 m moeten varend worden onderhouden. Voor varend onderhoud zijn onderhoudsstroken nodig van 1 m aan weerszijden van de wateren.

Waterstructuur Ackerswoude Definitief rapport

BC1698/R0003/903135/Rott - 13 -

16 juni 2014

-

Langs een nieuw aan te leggen natuurvriendelijke oever met een plasberm, drasberm of vooroever dient een onderhoudsstrook van 4 meter aanwezig te zijn of vrijgehouden te worden. Natuurvriendelijke oevers met een plasberm, drasberm of vooroever moeten vanaf de kant onderhouden worden. Met varend onderhoud is de kans op beschadiging groot.

BC1698/R0003/903135/Rott 16 juni 2014

Waterstructuur Ackerswoude - 14 -

Definitief rapport

3

RESULTATEN HYDRAULISCHE TOETSING

3.1

Variant 1 Voor variant 1 is de nieuwe waterstructuur van Ackerswoude geschematiseerd in Sobek. Op basis van verschillende hydraulische berekeningen is het ontwerp van de waterstructuur geoptimaliseerd, zodat er geen knelpunten ontstaan in stroomsnelheid en verhang. De daarvoor benodigde maatregelen (watergangen en kunstwerken) zijn gegeven op de inrichtingsschets in bijlage 1. In onderstaande figuur 3.1 zijn de volgende belangrijkste veranderingen ten opzichte van de huidige situatie weergegeven: 1. Nieuwe noord-zuid verbinding (primair water) ten zuiden van Lange Campenii, inclusief nieuwe duiker van 2,0 m bij 1,25 m. 2. Nieuwe duiker Klapwijkseweg (Ø 1700 mm) (ter hoogte bedrijf van der Kooy). 3. Nieuwe duiker onder Hageveld (Ø 1700 mm). 4. Opwaarderen aansluitende watergang naar primair water (breedte 5 m, diepte 1 m). 5. Afwaarderen primair water in plangebied naar secundair watergang (functie als hoofdafvoer vervalt). 6. Verdiepen watergang parallel Klapwijkseweg, zowel ten noorden als ten zuiden van de zuidelijke doorgang onder de Randstadrail (naar 1 m diepte). Figuur 3.1. Waterhuishoudkundige situatie met bovengenoemde maatregelen variant 1.

1.Doorverbinding

Lange Campen

Molenlaan 3. Duiker rond 1700 mm

2. Duiker rond 1700 mm

ii

Een nieuwe doorverbinding tussen de twee primaire watergangen kan ófwel op deze locatie worden gerealiseerd ófwel langs de nieuwe Oostelijke Randweg / Fes-gebied (bron: Royal Haskoning, mei 2012). Waterstructuur Ackerswoude Definitief rapport

BC1698/R0003/903135/Rott - 15 -

16 juni 2014

De resultaten van de geoptimaliseerde toetsing voor variant 1 zijn gegeven in onderstaande figuren 3.2 t/m 3.4. In bijlage 3 is de opstuwing over de duikers gegeven. Figuur 3.2. Waterstanden (m NAP) stationaire toetsing – variant 1.

Figuur 3.3. Verhang stationaire toetsing – variant 1. Verhang cm/km

BC1698/R0003/903135/Rott 16 juni 2014

Waterstructuur Ackerswoude - 16 -

Definitief rapport

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11439931/1