Bijlage 3a - Toelichting ontwerp Verzamelplan Pijnacker-Nootdorp 2020
Tekst van het document
47
gemeente Pijnacker-Nootdorp
verdacht is voor een parameter/stof die niet in het standaardpakket is opgenomen. Indien sprake is van (voormalige) glastuinbouwactiviteiten dient het standaard stoffenpakket te worden aangevuld met de (som)parameter OCB. Een locatie wordt als asbestverdacht beschouwd indien nu of in het verleden op de locatie verhardingen, (zintuiglijk) verdachte terreindelen aanwezig zijn of zijn geweest (bijvoorbeeld (puin)dammen, (puin)funderings- of ophooglagen, bodemvreemde materialen, slootdempingen, etc.), en overige asbestgerelateerde of bodembedreigende activiteiten plaatsvinden of hebben plaatsgevonden (bijvoorbeeld opstallen met golfplaten, beschoeiingen, etc.). Indien een locatie als asbestverdacht kan worden beschouwd, zal een asbestinventarisatie van de bodem conform de vastgestelde norm moeten worden uitgevoerd (huidige norm: NEN-5707). Indien asbestverdacht bouw- en/of sloopafval of (puin)granulaat wordt aangetroffen zal een asbestinventarisatie conform de vastgestelde norm moeten worden uitgevoerd (huidige norm: NEN-5897).
Voorafgaand aan de sloop dient voor aanwezige opstallen een asbestinventarisatie te worden uitgevoerd conform de vastgestelde norm (huidige norm: SC540), om zorg te dragen dat bij de sloop van opstallen het aanwezige asbesthoudende materiaal, onder daarvoor geldende wet- en regelgeving voorafgaand aan de overige sloopwerkzaamheden, wordt verwijderd (conform de norm: SC530) en naar een erkend eind-verwerker wordt afgevoerd, zodat geen asbesthoudende materialen op en/of in de bodem achterblijven. Bodemverontreiniging/-sanering Indien binnen de locatie een (mogelijk) geval van bodemverontreiniging is en/of wordt vastgesteld, zal bij (her)inrichting of wijziging in het gebruik van de locatie voor de aanpak van de bodemverontreiniging in het kader van de Wet bodembescherming goedkeuring moeten worden verleend door het bevoegd gezag. De gemeente toetst de saneringsvariant van een 'geval van bodemverontreiniging' in het kader van de Woningwet. Voor de aanpak van gevallen van asbestverontreiniging die vallen onder het Besluit asbestwegen Wms dient goedkeuring te zijn verleend door het bevoegd gezag, te weten Inspectie Leefomgeving en Transport. Opgemerkt wordt dat in het kader van de (toekomstige) omgevingswet de gemeente bevoegd gezag bodem is.
Waterbodem Voorafgaand aan het vrijkomen van baggerspecie en/of het dempen van een watergang dient voor het bepalen van de (milieuhygiënische) kwaliteit van baggerspecie een waterbodemonderzoek te worden uitgevoerd conform de vastgestelde norm (huidige norm: NEN-5720), voor zover het Besluit bodemkwaliteit geen vrijstelling kent. Tevens wordt geadviseerd om gelijktijdig monsters te nemen van de ondergrond onder de (aanwezige) baggerspecie, het volume van de aanwezige baggerspecie vast te (laten) stellen en een verwerkingsadvies voor de baggerspecie op te (laten) stellen. Actualiteit milieuhygiënische (bodem)kwaliteitsgegevens Sinds 1 juli 2008 is het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) in werking getreden, waaraan alle bij de overheid ter toetsing aangeleverde bodemkwaliteitsgegevens dienen te voldoen. Met de introductie van het Bbk is een nieuw standaard stoffenpakket geïntroduceerd en dienen onderzoeken en waar nodig bodemsanerende maatregelen te worden uitgevoerd door erkende bodemintermediairs (Kwalibo: Kwaliteitsborging in het bodembeheer). Bodemkwaliteitsgegevens die niet voldoen aan het Bbk kunnen niet als actueel worden beschouwd. Ook locatie specifieke omstandigheden kunnen van invloed zijn op de bodemkwaliteit. Een (bodem)onderzoek betreft een momentopname. De resultaten van het onderzoek kunnen minder representatief worden naarmate de tijd verstrijkt.
Indien na het onderzoek op of nabij de locatie (bodembedreigende) activiteiten of calamiteiten plaatsvinden en/of in de omgeving (mobiele) verontreinigingen aanwezig zijn, kan de bodemkwaliteit hierdoor zijn of worden beïnvloed. Herbruikbare grond, baggerspecie en/of bouwstof
48
od205 | bestemmingsplan Verzamelplan Pijnacker-Nootdorp 2020/2021
Indien tijdens graafwerkzaamheden herbruikbare grond, baggerspecie en/of bouwstof vrijkomt en hergebruikt of afgevoerd gaat worden, is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. In het kader van het Besluit bodemkwaliteit kan het noodzakelijk zijn om aanvullend op het bodemonderzoek een partijkeuring (AP04) uit te laten voeren om van de vrijkomende partij de verwerkings- en/of gebruiksmogelijkheden te kunnen classificeren.'
5.7.2
Conclusies ten aanzien van het bestemmingsplan
Ter plaatse van de Delftsestraatweg 143a-147, Delfgauw, Hoefsmid 16, Nootdorp, Dorpsstraat, Nootdorp, Julianalaan 2, Pijnacker, het aanpassen van een deel Zuidrand Ackerswoude, snippergroen: (Geerweg 36, Pijnacker, Salamanderweide 19, Pijnacker, Rivierenlaan 146, Pijnacker) is er geen sprake van (relevante) functiewijzigingen. Het gaat hierbij slechts om kleinschalige verruimingen en/of aanpassingen van de bestemmingsregelingen. Keulseweg 8-10 Gegevens Van de locaties zijn in het gemeentelijk bodeminformatiesysteem geen gegevens bekend. Van de locatie aan de Keulseweg ten westen van perceel B7944 zijn gegevens bekend, waarbij binnen de onderzoekslocatie bijmengingen met bodemvreemd materiaal zijn waargenomen en lichte verontreinigingen van de onderzochte parameters zijn vastgesteld. Op basis van geraadpleegde luchtfoto's is op te maken dat ter plaatse van de beoogde nieuwbouwlocatie een tuinbouwkas aanwezig is geweest. Conclusie Voorafgaand aan de herinrichting zal een actueel water- en bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd om te bepalen wat de milieuhygiënische (water)bodemkwaliteit geschikt is voor perceel B7944 het beoogde gebruik wonen met tuin en percelen B1330 en B1331 voor het gebruik Bedrijf of dat er sprake is van gebruiksbeperkingen (die door sanerende maatregelen kunnen worden weggenomen).
Nieuwkoopseweg 8 Gegevens Van de locatie zijn in het gemeentelijk bodeminformatiesysteem geen gegevens bekend. Van de locatie aan de Nieuwkoopseweg 10 te Pijnacker zijn wel gegevens bekend, dit betreft een sanering uitgevoerd in 1996. Op basis van het daar voorafgaande bodemonderzoek was de bodem puinhoudend en sterk verontreinigd met zink. Ter plaatse van de wegberm langs de Nieuwkoopseweg is een bodemonderzoek bekend, waarbij een verontreiniging met PAK is vastgesteld. Op basis van geraadpleegde luchtfoto's is op te maken dat ter plaatse van de beoogde nieuwbouwlocatie een tuinbouwkas aanwezig is geweest. Conclusie Bij een wijziging van het gebruik, bestemming, ontgraving, baggeren en/of bouw dient voor wat betreft de milieuhygiënische bodemkwaliteit rekening te worden gehouden met: Dat voorafgaand een actueel water- en bodemonderzoek zal moeten worden uitgevoerd om te bepalen wat de milieuhygiënische (water)bodemkwaliteit geschikt is voor het beoogde gebruik wonen met tuin of dat er sprake is van gebruiksbeperkingen (die door sanerende maatregelen kunnen worden weggenomen). Zuideindseweg 24 Voor de beoogde de bouw van meerdere levensloopbestendige woningen en het verplaatsen en herbouwen van de bestaande woning ter plaatse van de locatie Zuideindseweg 24 te Delfgauw, dient de milieuhygiënische bodemkwaliteit in beeld te worden gebracht.
Hierbij dient tevens aandacht te worden besteed aan de aanwezige verhardingen en de mogelijkheid van een gedempte watergang. Berkelseweg 28 Gegevens In 2019 is op het perceel Berkelseweg 28 te Pijnacker een verkennend bodem-
49
gemeente Pijnacker-Nootdorp
asbest-in-grondonderzoek in combinatie met asfalt- en funderingsonderzoek Berkelseweg 28 te Pijnacker (BK Ingenieurs, projectnummer 191683, d.d. 28 augustus 2019. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat: 1. De boven- en ondergrond maximaal licht verontreinigd zijn met de onderzochte stoffen; 2. Het grondwater maximaal licht verontreinigd is met de onderzochte stoffen; 3. De puinfundering ter plaatse van de te verwijderen weg voldoet aan de eisen voor een niet-vormgegeven bouwstof; 4. Dat puinfundering niet verontreinigd is met asbest; 5. De bovenlaag van het asfalt teerhoudend is en onderlaag niet teerhoudend is. Conclusie Gelet op het voorgaande is de bodem op locatie geschikt voor de beoogde bestemming. De teerhoudende asfaltlaag dient bij het verwijderen en afvoeren gescheiden te worden van de niet teerhoudende asfaltlaag. Indien dat niet mogelijk is, dient het asfalt in zijn geheel als teerhoudend asfalt te worden afgevoerd. Oude Leedeweg 5 Gegevens Voor het perceel Leedeweg 5 te Pijnacker is een bodemonderzoek uitgevoerd (VDHm, versie 2 20190670, d.d. 10 januari 2020). De westelijke toegangsweg is niet in het onderzoek meegenomen. Verder zijn het nog in gebruik zijnde deel van de kas en de grond onder het waterbassin met aansluitend terreindeel waar een ondoordringbare laan aanwezig, niet onderzocht.
Conclusie Nikkel De sterke verontreiniging is aangetoond in de ondergrond van boring 11 (traject 0,5 tot 1,0 m-mv). De bovenliggende bodemlaag blijkt matig verontreinigd te zijn met nikkel en de onderliggende bodemlaag is licht verontreinigd. De boven- en ondergrond van de boringen nabij de matige tot sterke verontreiniging met nikkel is maximaal licht verontreinigd met nikkel. Hierbij wordt opgemerkt dat de boringen nabij boring 11 slechts aan twee zijden verricht konden worden, vanwege het feit dat de onderzoekslocatie hier slechts enkele meters breed is. Er wordt vanuit gegaan dat de onderzoekslocatie hier over de gehele breedte verontreinigd is. Aangezien de grond van de boringen 101 en 102 niet verontreinigd is, kan er vanuit worden gegaan dat de contour van de sterke verontreiniging maximaal in het midden tussen de boringen ligt. In totaal is derhalve maximaal 40 m2 grond sterk verontreinigd. Met een laagdikte van 0,5 meter is er derhalve ter plaatse van de onderzoekslocatie maximaal 20 m3 grond sterk verontreinigd. De verontreiniging is niet afgeperkt buiten de onderzoekslocatie. Zink De matige verontreiniging met zink is aangetoond in de ondergrond van boring 16 (traject 0,5-1,0 m-mv). Het betreft de bodemlaag waarin een sterke bijmenging met slib is aangetroffen. De boven- en onderliggende (niet slibhoudende) bodemlaag blijken niet verontreinigd te zijn met zink.
De ondergrond van de omringende boringen is maximaal licht verontreinigd met zink. Hierbij wordt opgemerkt dat direct ten oosten van boring 16 geen boringen verricht konden worden, vanwege de aanwezigheid van een ondoordringbare laag. Mogelijk is sprake van een oude fundering, aangezien volgens de historische kaarten van topotijdreis.nl de kas tot circa 1980 doorliep tot de oostelijke perceelsgrens. De matige verontreiniging met zink is vermoedelijk te relateren aan de sterke bijmenging met slib. Gezien de ligging van de boringen en de watergangen, is het niet aannemelijk dat een gedempte sloot aanwezig is vanaf boring 16 in oostelijke richting. Vooralsnog wordt er derhalve vanuit gegaan dat de verontreiniging niet verder richting het oosten aanwezig is en dat sprake is van een puntverontreiniging. Mocht hierover meer zekerheid gewenst zijn, dan zal een nader onderzoek uitgevoerd moeten worden. Mogelijk is de ondoordringbare laag wel te doorboren met een mechanische boorstelling. Sliblaag waterbassin De sliblaag in het waterbassin heeft een gemiddelde dikte van 0,08 meter en is nooit verspreidbaar op het aangrenzend perceel. Uit de toetsing aan het Bbk volgt dat de sliblaag niet toepasbaar is op of in de landbodem of in oppervlaktewater.
50
od205 | bestemmingsplan Verzamelplan Pijnacker-Nootdorp 2020/2021
De concentratie zink zorgt voor de classificatie niet toepasbaar. De concentraties aan nikkel en enkele OCB's voldoen aan de klasse “Industrie”. De parameters cadmium, kobalt, kwik, lood en molybdeen voldoen aan de klasse “Wonen”. De concentraties van de overig geanalyseerde parameters voldoen aan de achtergrondwaarde. Noodzaak vervolgonderzoek Opgemerkt wordt dat twee delen van de onderzoekslocatie niet onderzocht konden worden, te weten het nog in gebruik zijnde deel van de kas en de grond onder het waterbassin met aansluitend het terreindeel waar een ondoordringbare laag aanwezig is. Hier zal in een later stadium, afhankelijk van de herinrichtingsplannen, mogelijk alsnog onderzoek uitgevoerd moeten worden. Verder is het westelijke deel van het perceel aan de Oude Leedeweg 5 niet onderzocht. Indien de planologische wijzigingen hiertoe aanleiding geven en de eigenaar alsnog toestemming verleent, kan hier alsnog onderzoek uitgevoerd worden. De hergebruikmogelijkheden van eventueel aan en af te voeren grond en/of bouwstof dient in overleg met het bevoegd gezag en conform het Besluit Bodemkwaliteit (partijkeuring) te worden bepaald. De hergebruikmogelijkheden (incl. PFAS) van de grond zijn in onderhavig onderzoek niet bepaald.
De sliblaag in het waterbassin indicatief nooit verspreidbaar is op het aangrenzend perceel en nooit toepasbaar is op of in de landbodem en in oppervlaktewater. De sliblaag zal derhalve bij het opheffen van het bassin waarschijnlijk afgevoerd moeten worden. Voorafgaand aan de afvoer van de sliblaag zullen de daadwerkelijke verwerkingsmogelijkheden (incl. PFAS) onderzocht moeten worden. Keulseweg 36 Gegevens Op het perceel Keulseweg 36 te Pijnacker is een verkennend bodem-, asfalt- en funderingsonderzoek uitgevoerd (BK Ingenieurs, projectnummer 191683, d.d. 2 januari 2020). Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat: 1. 2. 3. 4.
De boven- en ondergrond maximaal licht verontreinigd zijn met de onderzochte stoffen; Het grondwater maximaal licht verontreinigd is met de onderzochte stoffen; Het asfalt niet teerhoudend is en kan in aanmerking komen voor hergebruik; Het funderingsmateriaal voldoet aan de samenstellings- en emissiewaarden voor een niet vormgegeven bouwstof; 5. In het funderingsmateriaal een gewogen concentratie asbest is aangetoond die hoger is dan 50 mg/kg ds. Conclusie Gelet op het voorgaande is de bodem vooralsnog niet geschikt voor de beoogde bestemming en de dient bij herinrichting van de locatie een nader asbestonderzoek te worden uitgevoerd. Zuideindseweg 37 Gegevens Van de locatie zijn in het gemeentelijk bodeminformatiesysteem (BIS) gegevens bekend, waarvan de contouren zijn ingetekend ter plaatse van de Zuideindseweg 37 en Zuideindseweg 37C. Deze contouren worden als globaal beschouwd. Voor het vaststellen van de definitieve contouren van de onderzoekslocaties zullen de rapporten moeten worden geraadpleegd. De rapporten hebben de volgende kenmerken: 1. Nader onderzoek VDHm, SOD50312, d.d. 8 augustus 2005; 2. Nader onderzoek VDHm, SOD20513, d.d. 5 september 2002; 3. Indicatief onderzoek VDHm, SOD20445, d.d. 26 augustus 2002. De onderzoeken zijn gedateerd en kunnen niet als actueel worden geschouwd (oude stoffenpakket, geen Kwalibo).
Uit de (korte) opmerkingen gemaakt in het BIS is op te maken dat er op basis van de bodemonderzoeken er sprake is van een bodem waar puin is opgebracht, onder andere ter plaatse van een gedempte watergang. Naast puin zou er ook kolengruis in de bodem zijn waargenomen. Daarnaast is er sprake van een sterke verontreiniging met minerale olie in de ondergrond en het grondwater zijn vastgesteld. De omvang van deze verontreiniging met minerale olie wordt niet vermeld.
51
gemeente Pijnacker-Nootdorp
Conclusie Bij een wijziging van het gebruik, bestemming, ontgraving, baggeren en/of bouw dient voor wat betreft de milieuhygiënische bodemkwaliteit rekening te worden gehouden met: Dat voorafgaand een actueel water- en bodemonderzoek zal moeten worden uitgevoerd om te bepalen wat de milieuhygiënische (water)bodemkwaliteit geschikt is voor het beoogde gebruik wonen met tuin of dat er sprake is van gebruiksbeperkingen (die door sanerende maatregelen kunnen worden weggenomen). Onderweg 1 Gegevens De aanwezige beschikbare milieuhygiënische bodemkwaliteitsgegevens van de locatie Onderweg 1 dateren uit het jaar 1995. Deze gegevens zijn niet meer actueel. In het gemeentelijke bodeminformatiesysteem zijn voor het overige geen actuele milieuhygiënische bodemkwaliteitsgevens van de locatie bekend. Conclusie Vanaf 2008 geldt een ander NEN-standaardstoffenpakket. Gelet hierop wordt geadviseerd voorafgaand aan de vergunningsaanvraag, de actuele milieuhygiënische bodemkwaliteit in beeld te brengen.
5.8
Ecologie
5.8.1
Regelgeving en beleid
De Wet natuurbescherming beschermt Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. De wet geldt sinds 1 januari 2017 en vervangt 3 wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet.
5.8.2
Conclusies ten aanzien van het bestemmingsplan
Voor de locaties Delftsestraatweg, Hoefsmid, Dorpsstraat, Zuidrand Ackerswoude, Beatrixschool en ter plaatse van het snippergroen geldt dat er geen sprake is van ontwikkelingen die mogelijke effecten hebben op beschermde natuurgebieden en/of flora en fauna. Het gaat hierbij om functiewijzigingen en/of kleinschalige ontwikkelingen in het bebouwd gebied. Voor de locatie Oude Leedweg 5 wordt momenteel nog een quickscan flora en fauna uitgevoerd. De resultaten worden bij de vaststelling van het bestemmingsplan toegevoegd.
Voor de volgende locaties is onderzoek uitgevoerd: Principeverzoeken: A. Katwijkerlaan 50A -Keulseweg 8/10: Sloop en bouw van 2 woningen; B. Nieuwkoopseweg 8: Sloop en verplaatsen van 1 woning; C. Zuideindseweg 24: Herbouw bestaande woning en ontwikkeling gebied Hollands Hoftuyn. Katwijkerlaan 50A Door Tritium Advies is voor de ontwikkeling op de locatie Katwijkerlaan 50A een quickscan flora en fauna uitgevoerd (zie Bijlage 19). Beschermde gebieden Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het NNN. Het plangebied is op een dergelijke afstand gelegen, dat er van een negatief effect op het dichtstbijzijnde NNN-gebied geen sprake is. Tevens betreft het een beperkte ingreep. Het meest nabijgelegen Natura2000-gebied is met circa 10,1 kilometer op relatief grote afstand gelegen. Gezien deze afstand en de beperkte aard van de ingreep valt een significant negatief effect niet te verwachten. Soorten Er zijn binnen het plangebied geen beschermde wilde plantensoorten aangetroffen. Er zijn tevens geen
52
od205 | bestemmingsplan Verzamelplan Pijnacker-Nootdorp 2020/2021
vogelnesten c.q. verblijfplaatsen aangetroffen van vogels waarvan de nest- en verblijflocaties jaarrond zijn beschermd. Binnen het plangebied zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen vastgesteld van soorten grondgebonden zoogdieren die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Er zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen van vleermuizen aanwezig binnen het plangebied. Mogelijk wordt er gefoerageerd binnen en nabij het plangebied. In de directe omgeving van het plangebied is echter voldoende alternatief foerageergebied in de ovrm van weilanden, watergangen en bosgebied. Binnen het plangebied zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen vastgesteld van soorten amfibieën, reptielen en vissen die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie.
Eindconclusie de omschreven werkwijzen met betrekking tot zowel de zorgplicht als ten aanzien van vogels dienen in acht te worden genomen zodat een overtreding van de natuurwetgeving wordt voorkomen; om een verstorend effect op foeragerende vleermuizen uit te sluiten, dienen de voorgenomen bouwwerkzaamheden overdag te worden uitgevoerd; nader onderzoek naar soorten is niet noodzakelijk; een ontheffing in het kader van de Wnb (soorten) is niet noodzakelijk; voor algemeen voorkomende soorten geldt een algemene vrijstelling als het ruimtelijke ingrepen betreft. Keulseweg 8/10 Door Tritium Advies is voor de ontwikkeling op de locatie Keulseweg 8/10 een quickscan flora en fauna uitgevoerd (zie Bijlage 20). Beschermde gebieden Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het NNN. Het plangebied is op een dergelijke afstand gelegen, dat er van een negatief effect op het dichtstbijzijnde NNN-gebied geen sprake is. Tevens betreft het een beperkte ingreep. Het meest nabijgelegen Natura2000-gebied is met circa 10,2 kilometer op relatief grote afstand gelegen. Gezien deze afstand en de beperkte aard van de ingreep valt een significant negatief effect niet te verwachten. Soorten Er zijn binnen het plangebied geen beschermde wilde plantensoorten aangetroffen. Een deel van de te slopen bebouwing bevat openingen die geschikt zijn als jaarrond beschermde vaste verblijfplaats voor huismussen.
Om deze reden dient aanvullend onderzoek te worden uitgevoerd naar deze vogelsoort. Er zijn geen andere vogelnesten c.q. verblijfplaatsen aangetroffen van vogels waarvan de nest- en verblijflocaties jaarrond zijn beschermd. Algemeen voorkomende soorten zonder jaarrond beschermd nest kunnen blijven broeden in de directe omgeving van het plangebied. Binnen het plangebied zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen vastgesteld van soorten grondgebonden zoogdieren die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. In de aanwezige bebouwing zijn opgeningen aangetroffen die geschikt zijn als vaste verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuizen. Hier dient aanvullend onderzoek voor uitgevoerd te worden in de vorm van vijf veldbezoeken. Mogelijk wordt er gefoerageerd binnen en in de directe omgeving van het plangebied. Binnen het plangebied zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen vastgesteld van soorten amfibieën, reptielen en vissen die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie.
Eindconclusie nader onderzoek naar huismussen en gebouwbewonende vleermuizen is noodzakelijk; de omschreven werkwijzen met betrekking tot zowel de zorgplicht als ten aanzien van vogels dienen in acht te worden genomen zodat een overtreding van de natuurwetgeving wordt voorkomen; om een verstorend effect op foeragerende vleermuizen uit te sluiten, dienen de voorgenomen bouwwerkzaamheden overdag te worden uitgevoerd; voor algemeen voorkomende soorten geldt een algemene vrijstelling als het ruimtelijke ingrepen betreft.
53
gemeente Pijnacker-Nootdorp
Nieuwkoopseweg 8 Door Tritium Advies is voor de ontwikkeling op de locatie Nieuwkoopseweg 8 een quickscan flora en fauna uitgevoerd (zie Bijlage 21). Beschermde gebieden Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het NNN. Het plangebied is op een dergelijke afstand gelegen, dat er van een negatief effect op het dichtstbijzijnde NNN-gebied geen sprake is. Tevens betreft het een beperkte ingreep. Het meest nabijgelegen Natura2000-gebied is met circa 11,3 kilometer op relatief grote afstand gelegen. Gezien deze afstand en de beperkte aard van de ingreep valt een significant negatief effect niet te verwachten. Soorten Er zijn binnen het plangebied geen beschermde wilde plantensoorten aangetroffen. De te slopen bebouwing bevat enkele openingen die geschikt zijn als jaarrond beschermde vaste verblijfplaats voor de gierzwaluw. Om uit te sluiten dan wel aan te tonen dat de gierzwaluw een jaarrond beschermde vaste verblijfplaats heeft in de bebouwing binnen het plangebied dienen drie veldbezoeken uitgevoerd te worden. Er zijn geen andere vogelnesten c.q. verblijfplaatsen aangetroffen van vogels waarvan de nesten verblijflocaties jaarrond zijn beschermd. Algemeen voorkomende soorten zonder jaarrond beschermd nest kunnen blijven broeden in de directe omgeving van het plangebied.
Binnen het plangebied zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen vastgesteld van soorten grondgebonden zoogdieren die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. In de aanwezige bebouwing zijn opgeningen aangetroffen die geschikt zijn als vaste verblijfplaats voor vleermuizen. Hier dient aanvullend onderzoek voor uitgevoerd te worden in de vorm van vier veldbezoeken. Mogelijk wordt er gefoerageerd binnen en nabij het plangebied. Binnen het plangebied zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen vastgesteld van soorten amfibieën, reptielen en vissen die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Eindconclusie de omschreven werkwijzen met betrekking tot zowel de zorgplicht als ten aanzien van vogels dienen in acht te worden genomen zodat een overtreding van de natuurwetgeving wordt voorkomen; om een verstorend effect op foeragerende vleermuizen uit te sluiten, dienen de voorgenomen sloopwerkzaamheden en toekomstige bouwwerkzaamheden overdag te worden uitgevoerd; nader onderzoek naar gierzwaluwen en gebouwbewonende vleermuizen is noodzakelijk; voor algemeen voorkomende soorten geldt een algemene vrijstelling als het ruimtelijke ingrepen betreft.
Zuideindseweg 24 Door Tritium Advies is voor de ontwikkeling op de locatie Zuideindseweg 24 een quickscan flora en fauna uitgevoerd (zie Bijlage 12). Beschermde gebieden Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het NNN. Het plangebied is op een dergelijke afstand gelegen, dat er van een negatief effect op het dichtstbijzijnde NNN-gebied geen sprake is. Tevens betreft het een beperkte ingreep. Het meest nabijgelegen Natura2000-gebied is met circa 12,4 kilometer op relatief grote afstand gelegen. Gezien deze afstand en de beperkte aard van de ingreep valt een significant negatief effect niet te verwachten. Soorten Er zijn binnen het plangebied geen beschermde wilde plantensoorten aangetroffen. Er zijn tevens geen vogelnesten c.q. verblijfplaatsen aangetroffen van vogels waarvan de nest- en verblijflocaties jaarrond zijn beschermd. Binnen het plangebied zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen vastgesteld van soorten grondgebonden zoogdieren die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Er zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen van vleermuizen aanwezig binnen het plangebied. Mogelijk wordt er gefoerageerd binnen en nabij het plangebied. In de directe omgeving van het plangebied is echter voldoende alternatief foerageergebied.
Binnen het plangebied zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen vastgesteld van soorten amfibieën, reptielen en vissen die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie.
54
od205 | bestemmingsplan Verzamelplan Pijnacker-Nootdorp 2020/2021
Eindconclusie de omschreven werkwijzen met betrekking tot zowel de zorgplicht als ten aanzien van vogels dienen in acht te worden genomen zodat een overtreding van de natuurwetgeving wordt voorkomen; om een verstorend effect op foeragerende vleermuizen uit te sluiten, dienen de voorgenomen sloopwerkzaamheden en toekomstige bouwwerkzaamheden overdag te worden uitgevoerd; nader onderzoek naar soorten is niet noodzakelijk; een ontheffing in het kader van de Wnb (soorten) is niet noodzakelijk; voor algemeen voorkomende soorten geldt een algemene vrijstelling als het ruimtelijke ingrepen betreft. Ruimte voor ruimteplannen: D. E. F. G. H.
Berkelseweg 28: Bouw van 5 woningen; Oude Leedeweg 5: Bouw van 6 woningen; Keulseweg 36: Bouw van 2 woningen; Zuideindseweg 37: Bouw van 2 woningen; Onderweg 1: Bouw van 2 woningen.
Berkelseweg 28 Door Tritium Advies is voor de ontwikkeling op de locatie Berkelseweg 28 een quickscan flora en fauna uitgevoerd (zie Bijlage 14). Beschermde gebieden Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het NNN. Het plangebied is op een dergelijke afstand gelegen, dat er van een negatief effect op het dichtstbijzijnde NNN-gebied geen sprake is. Tevens betreft het een beperkte ingreep. Het meest nabijgelegen Natura2000-gebied is met circa 12,4 kilometer op relatief grote afstand gelegen. Gezien deze afstand en de beperkte aard van de ingreep valt een significant negatief effect niet te verwachten. Soorten Er zijn binnen het plangebied geen beschermde wilde plantensoorten aangetroffen. Er zijn tevens geen vogelnesten c.q. verblijfplaatsen aangetroffen van vogels waarvan de nest- en verblijflocaties jaarrond zijn beschermd. Binnen het plangebied zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen vastgesteld van soorten grondgebonden zoogdieren die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Er zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen van vleermuizen aanwezig binnen het plangebied. Mogelijk wordt er gefoerageerd binnen en nabij het plangebied.
In de directe omgeving van het plangebied is echter voldoende alternatief foerageergebied aanwezig in de vorm van weilanden en de tuinen van woningen in de omgeving van het plangebied. Binnen het plangebied zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen vastgesteld van amfibieën, reptielen en vissen die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Eindconclusie de omschreven werkwijzen met betrekking tot zowel de zorgplicht als ten aanzien van vogels dienen in acht te worden genomen zodat een overtreding van de natuurwetgeving wordt voorkomen; om een verstorend effect op foeragerende vleermuizen uit te sluiten, dienen de voorgenomen sloopbouwwerkzaamheden en toekomstige bouwwerkzaamheden overdag te worden uitgevoerd; nader onderzoek naar soorten is niet noodzakelijk; een ontheffing in het kader van de Wnb (soorten) is niet noodzakelijk; voor algemeen voorkomende soorten geldt een algemene vrijstelling als het ruimtelijke ingrepen betreft. Keulseweg 36 Door Tritium Advies is voor de ontwikkeling op de locatie Keulseweg 36 een quickscan flora en fauna uitgevoerd (zie Bijlage 18). Beschermde gebieden
55
gemeente Pijnacker-Nootdorp
Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het NNN. Het plangebied is op een dergelijke afstand gelegen, dat er van een negatief effect op het dichtstbijzijnde NNN-gebied geen sprake is. Tevens betreft het een beperkte ingreep. Het meest nabijgelegen Natura2000-gebied is met circa 9,8 kilometer op relatief grote afstand gelegen. Gezien deze afstand en de beperkte aard van de ingreep valt een significant negatief effect niet te verwachten. Soorten Er zijn binnen het plangebied geen beschermde wilde plantensoorten aangetroffen. Er zijn tevens geen vogelnesten c.q. verblijfplaatsen aangetroffen van vogels waarvan de nest- en verblijflocaties jaarrond zijn beschermd. Binnen het plangebied zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen vastgesteld van soorten grondgebonden zoogdieren die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Er zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen van vleermuizen aanwezig binnen het plangebied. Mogelijk wordt er gefoerageerd binnen en nabij het plangebied. In de directe omgeving van het plangebied is echter voldoende alternatief foerageergebied aanwezig in de vorm van weilanden en de tuinen van woningen in de omgeving van het plangebied.
Binnen het plangebied zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen vastgesteld van amfibieën, reptielen en vissen die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Eindconclusie de omschreven werkwijzen met betrekking tot zowel de zorgplicht als ten aanzien van vogels dienen in acht te worden genomen zodat een overtreding van de natuurwetgeving wordt voorkomen; om een verstorend effect op foeragerende vleermuizen uit te sluiten, dienen de voorgenomen sloopbouwwerkzaamheden en toekomstige bouwwerkzaamheden overdag te worden uitgevoerd; nader onderzoek naar soorten is niet noodzakelijk; een ontheffing in het kader van de Wnb (soorten) is niet noodzakelijk; voor algemeen voorkomende soorten geldt een algemene vrijstelling als het ruimtelijke ingrepen betreft. Zuideindseweg 37 Door Tritium Advies is voor de ontwikkeling op de locatie Zuideindseweg 37 een quickscan flora en fauna uitgevoerd (zie Bijlage 16). Beschermde gebieden Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het NNN. Het plangebied is op een dergelijke afstand gelegen, dat er van een negatief effect op het dichtstbijzijnde NNN-gebied geen sprake is. Tevens betreft het een beperkte ingreep. Het meest nabijgelegen Natura2000-gebied is met circa 12,9 kilometer op relatief grote afstand gelegen.
Gezien deze afstand en de beperkte aard van de ingreep valt een significant negatief effect niet te verwachten. Soorten Er zijn binnen het plangebied geen beschermde wilde plantensoorten aangetroffen. Er zijn tevens geen vogelnesten c.q. verblijfplaatsen aangetroffen van vogels waarvan de nest- en verblijflocaties jaarrond zijn beschermd. Binnen het plangebied zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen vastgesteld van soorten grondgebonden zoogdieren die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Wel is er een holte aangetroffen in een populier. Deze holte is geschikt als verblijfplaats voor de boommarter. Indien de boom gekapt wordt is aanvullend onderzoek naar deze soort noodzakelijk. Er zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen van vleermuizen aanwezig binnen het plangebied. Wel zijn in enkele bomen holtes aangetroffen welke door boombewonende vleermuizen als verblijfplaats kunnen worden gebruikt. Indien deze bomen gekapt worden dient een boomholtecheck en aanvullend onderzoek naar boomgewonende vleermuizen uitgevoerd te worden. Mogelijk wordt er gefoerageerd binnen en nabij het plangebied. In de directe omgeving van het plangebied is echter voldoende alternatief foerageergebied aanwezig in de vorm van weilanden en de tuinen van woningen in de omgeving van het plangebied.
Binnen het plangebied zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen vastgesteld van amfibieën, reptielen en vissen die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Eindconclusie
56
od205 | bestemmingsplan Verzamelplan Pijnacker-Nootdorp 2020/2021
de omschreven werkwijzen met betrekking tot zowel de zorgplicht als ten aanzien van vogels dienen in acht te worden genomen zodat een overtreding van de natuurwetgeving wordt voorkomen; om een verstorend effect op foeragerende vleermuizen uit te sluiten, dienen de voorgenomen sloopwerkzaamheden en toekomstige bouwwerkzaamheden overdag te worden uitgevoerd; nader onderzoek naar soorten is noodzakelijk indien de bomen met holtes worden gekapt; een ontheffing in het kader van de Wnb (soorten) is niet noodzakelijk; voor algemeen voorkomende soorten geldt een algemene vrijstelling als het ruimtelijke ingrepen betreft. Onderweg 1 Door Tritium Advies is voor de ontwikkeling op de locatie Onderweg 1 een quickscan flora en fauna uitgevoerd (zie Bijlage 15). Beschermde gebieden Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het NNN. Het plangebied is op een dergelijke afstand gelegen, dat er van een negatief effect op het dichtstbijzijnde NNN-gebied geen sprake is. Tevens betreft het een beperkte ingreep. Het meest nabijgelegen Natura2000-gebied is met circa 15,1 kilometer op relatief grote afstand gelegen. Gezien deze afstand en de beperkte aard van de ingreep valt een significant negatief effect niet te verwachten. Soorten Er zijn binnen het plangebied geen beschermde wilde plantensoorten aangetroffen. Er zijn tevens geen vogelnesten c.q.
verblijfplaatsen aangetroffen van vogels waarvan de nest- en verblijflocaties jaarrond zijn beschermd. Er is wel een huismusnest aangetroffen in het gebouw ten noorden van het plangebied, maar dit zal geen belemmering veroorzaken. Binnen het plangebied zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen vastgesteld van soorten grondgebonden zoogdieren die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Er zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen van vleermuizen aanwezig binnen het plangebied. Mogelijk wordt er gefoerageerd binnen en nabij het plangebied. In de directe omgeving van het plangebied is echter voldoende alternatief foerageergebied aanwezig in de vorm van weilanden en de tuinen van woningen in de omgeving van het plangebied. Binnen het plangebied zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen vastgesteld van amfibieën, reptielen en vissen die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie.
Eindconclusie de omschreven werkwijzen met betrekking tot zowel de zorgplicht als ten aanzien van vogels dienen in acht te worden genomen zodat een overtreding van de natuurwetgeving wordt voorkomen; om een verstorend effect op foeragerende vleermuizen uit te sluiten, dienen de voorgenomen sloopwerkzaamheden en toekomstige bouwwerkzaamheden overdag te worden uitgevoerd; nader onderzoek naar soorten is niet noodzakelijk; een ontheffing in het kader van de Wnb (soorten) is niet noodzakelijk; voor algemeen voorkomende soorten geldt een algemene vrijstelling als het ruimtelijke ingrepen betreft. Zorgplicht Voor alle soorten geldt een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan deze soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De kwetsbare perioden zijn niet voor alle verschillende soortgroepen gelijk. Als 'veilige' periode voor alle groepen geldt in het algemeen de periode van half oktober tot eind november, de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en dieren als de egel en amfibieën nog niet in winterslaap zijn. Bovendien zijn de houtduiven uit het laatste legsel dan ook uitgevlogen.
Indien vooraf bekend is dat werkzaamheden moeten worden uitgevoerd binnen de kwetsbare perioden van de betreffende soorten, is het zaak ervoor te zorgen dat het gebied tegen die tijd ongeschikt is als
57
gemeente Pijnacker-Nootdorp
leefgebied voor die soorten. Zo kan bijvoorbeeld vegetatie gedurende het groeiseizoen kort gemaaid worden, zodat er geen vogels gaan broeden en het tegen de winter ook ongeschikt is voor kleine zoogdieren die in winterslaap gaan. Indien tijdens de uitvoering van werkzaamheden beschermde soorten worden waargenomen dienen maatregelen te worden genomen om schade aan deze individuen zo veel mogelijk te beperken (bijvoorbeeld wegvangen en verplaatsen).
5.9
Water
5.9.1
Regelgeving en beleid
Europese Kaderrichtlijn Water De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Streefdatum voor het bereiken van de gewenste waterkwaliteit is 2015, met eventueel uitstel tot 2027. De doelstellingen worden uitgewerkt in (deel)stroomgebiedsbeheerplannen. In deze plannen staan de ambities en maatregelen beschreven; ook de ecologische ambities worden op dit niveau geregeld. Nationaal Waterplan Op 10 december 2015 is Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP) vastgesteld en vervangt het Nationaal Waterplan 2009-2015 en de partiële herziening. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening heeft het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie. Het NWP is bindend voor het Rijk. Het Rijk is in Nederland verantwoordelijk voor het hoofdwatersysteem. In het NWP legt het Rijk onder meer de strategische doelen voor het waterbeheer vast.
De ambities die in dit Waterplan centraal staan zijn: Nederland blijft de veiligste delta in de wereld Nederlandse wateren zijn schoon en gezond en er is genoeg zoetwater Nederland is klimaatbestendig en waterrobuust ingericht Nederland is en blijft een gidsland voor watermanagement Nederlanders leven waterbewust. Voor de gebieden waar het Rijk verantwoordelijkheden heeft op gebeid van waterveiligheid en zoetwater, zijn er gebiedsgericht uitwerkingen opgenomen in het NWP. Provinciaal beleid De provincie Zuid-Holland heeft een ontwerpplanherzieningsbesluit genomen voor haar waterbeleid. Het Waterbeleid 2016-2021 bestaat uit de Visie Ruimte en Mobiliteit, de Voortgangsnota Europese Kaderrichtlijn Water 2015 en het provinciaal Waterplan Zuid-Holland 2010-2015. Het Waterplan heeft vier hoofdopgaven: Waarborgen waterveiligheid. Zorgen voor mooi en schoon water. Ontwikkelen duurzame zoetwatervoorziening. Realiseren robuust en veerkrachtig watersysteem. In het plan zijn deze opgaven verder uitgewerkt in 19 thema's én voor drie gebieden, in samenhang met economische, milieu- en maatschappelijke opgaven. Waterbeheerprogramma Hoogheemraadschap Delfland Het plangebied ligt in het gebied van het Hoogheemraadschap van Delfland. Op 19 november 2015 heeft Delfland het Waterbeheerplan 2016-2021 (WBP) vastgesteld.
In het WBP wordt de strategie voor de uitvoering van de kerntaken voor de komende jaren beschreven. Het WBP is de leidraad voor het
58
od205 | bestemmingsplan Verzamelplan Pijnacker-Nootdorp 2020/2021
handelen van Delfland in de planperiode 2016-2021 en is tevens een uitnodiging aan private, particuliere en publieke partijen om binnen de uitgezette koers met initiatieven te komen. De werkzaamheden en projecten voor de komende planperiode zijn terug gebracht tot vier speerpunten: In stand houden: De waterkeringen, het watersysteem, de ecologische structuren en het afvalwatersysteem worden met beheer verder geoptimaliseerd. Investeren: Natte voeten verkleinen door bij het zoeken naar oplossingen om water langer vast te houden, de waterkeringen op orde te houden met oog voor de multifunctionaliteit, de waterkwaliteit te verbeter en toe te spitsen op de potenties van het gebied en de waterzuiveringen om te bouwen tot zoetwaterfabrieken. Samenwerken: Het waterschap kan en doet het niet alleen, de samenwerking in waterbeheer is pluriform van karakter. Flexibel en duidelijk: Een flexibel waterschap die rol en houding afstemt op basis van vraagstukken die voorliggen. Er worden duidelijke kaders neergezet maar dogma's zijn er niet. Handreik ing watertoets Het Hoogheemraadschap heeft de Handreiking watertoets voor gemeenten vastgesteld. Deze is specifiek geschreven voor ruimtelijke plannen op gemeentelijk niveau. Met deze handreiking wordt inzicht gegeven in de wijze waarop het Hoogheemraadschap van Delfland procedureel en inhoudelijk omgaat met de watertoets.
De handreiking is gebaseerd op bestaand beleid van Delfland en sluit aan op de landelijke wet- en regelgeving. Met de watertoets wordt gestreefd naar een goede inpassing van water in ruimtelijke planvorming. Voorkomen moet worden dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen negatieve effecten hebben op het watersysteem. Waar mogelijk moeten kansen worden benut om het watersysteem te verbeteren. Waterklimaatplan Pijnacker-Nootdorp De gemeenteraad heeft 30 maart 2017 het Waterklimaatplan en de bijbehorende maatregelenkaart vastgesteld. Het Waterklimaatplan is gemaakt samen met het Hoogheemraadschap van Delfland. Met het plan willen we de gevolgen van klimaatverandering aanpakken: wateroverlast door hevige regenbuien en watertekort door langdurige droogte. In het Waterklimaatplan staan zo’n 50 maatregelen die de gemeente en het hoogheemraadschap de komende jaren nemen of voorbereiden. Het waterklimaatplan heeft geen directe invloed op de locaties. Wel worden de aanbevelingen per locatie meegenomen.
5.9.2
Conclusies ten aanzien van het bestemmingsplan
Aangezien in voorliggend plan slechts sprake is van kleinschalige ontwikkelingen, passend binnen de uitgangspunten van de gemeentelijke raamplannen, is geen nader wateronderzoek noodzakelijk. Wel moet voldaan worden aan het stand still principe. Dit betekent dat ontwikkelingen niet tot een verslechtering van de waterhuishoudkundige situatie mogen leiden. Principeverzoeken: A. Katwijkerlaan 50A -Keulseweg 8/10: Sloop en bouw van 2 woningen; B. Nieuwkoopseweg 8: Sloop en verplaatsen van 1 woning; C. Zuideindseweg 24: Herbouw bestaande woning en ontwikkeling gebied Hollands Hoftuyn. Katwijkerlaan 50A - Keulseweg 8/10 Bodem en grondwater Het (grond)waterpeil wordt niet aangepast als gevolg of ten behoeve van de ontwikkeling. Eventuele bodemdaling in de omgeving zal niet door het plan worden beïnvloed. Waterkwantiteit De sloop en nieuwbouw zorgt voor het nagenoeg gelijk blijven van het bebouwde oppervlak. De twee woningen aan de Keulseweg worden gesloopt. Op het perceel Katwijkerlaan 50A worden daarvoor in de
59
gemeente Pijnacker-Nootdorp
plaats twee nieuwe woningen teruggebouwd. Na de sloop van de woningen mag het terrein uitsluitend verhard worden met open waterdoorlatende verharding. Daarmee zal ook de oppervlakte aan verharding nagenoeg gelijk blijven. Zodra de bouwplannen bekend zijn wordt in het kader van de omgevingsvergunning berekend of er watercompensatie nodig is. Waterkwaliteit Het Waterklimaatplan Pijnacker-Nootdorp 2017-2020, is op 30 maart 2017 vastgesteld. Voor wat betreft de waterkwaliteitsdoelen worden geen negatieve effecten voorzien. Er wordt gestreefd naar het principe van geen achteruitgang zoals genoemd in de Kaderrichtlijn water. Delfland kan vanuit de programma's Kaderrichtlijn Water en Ecologie concreet aanduiden welke ecologische waterkwaliteitsdoelen worden nagestreefd en wat deze concreet inhouden. In het gebied worden geen nieuwe, potentieel verontreinigende functies en ontwikkelingen voorzien, die vanuit het oogpunt van waterkwaliteit bijzondere aandacht vragen. Veiligheid en waterkeringen De woonbestemming ligt voor een klein deel binnen de beschermingszone van een regionale waterkering. Ter plaatse van deze waterkering zijn reeds meerdere woonpercelen gelegen. Met de situering van de woonbestemming is rekening gehouden met de beschermingszone door het woonperceel zo ver mogelijk naar de Keulseweg te situeren.
De gronden worden niet opgehoogd, waardoor het niet mogelijk is om de woningen nog verder naar de Keulseweg te situeren. Ten behoeve van de bouw worden de gronden wel geëgaliseerd. De voorgevel van de woningen dienen ter plaatse van de gevellijn te worden gebouwd. Voor de gevellijn is geen bebouwing mogelijk. Daarmee wordt slechts enkele meters in de beschermingszone gebouwd. Ter plaatse van de beschermingszone is de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering opgenomen. In het kader van de omgevingsvergunning zal het bouwplan worden afgestemd met het Hoogheemraadschap. Onderhoud en baggeren Ten noorden van het woonperceel is een primaire watergang gelegen. Het woonperceel is op een afstand van circa 20 meter gelegen en heeft daarmee geen invloed op de watergang. Er is voldoende ruimte voor het onderhoud van de watergang. Afvalwater en riolering De gemeente Pijnacker-Nootdorp geeft in het Gemeentelijk Rioleringsplan 2014-2017 aan dat in geval van kleinschalige nieuwbouwprojecten de percelen worden aangesloten op het al aanwezige rioolstelsel met als extra voorwaarde dat zoveel mogelijk verhard oppervlak afgekoppeld wordt. In onderhavige situatie dienen de mogelijkheden van afkoppelen zoveel mogelijk benut te worden. Schoon dak- en terreinwater (mits geen uitlogende materialen worden toegepast) kan direct naar het oppervlaktewater afgevoerd worden.
Voor het afvoeren van water zijn creatieve en efficiënte maatregelen mogelijk, zoals bijvoorbeeld het toepassen van halfopen verharding ter plekke van parkeerplaatsen van de nieuw te bouwen woningen. Het aantal woningen dat aangesloten wordt op de riolering blijft gelijk. Klimaatadaptatie In de afgelopen jaren is steeds meer aandacht gekomen voor klimaatverandering. Naast de overheid kunnen ook particuliere initiatieven bijdragen aan het klimaatbestendiger inrichten van het terrein. Binnen onderhavige ontwikkeling liggen er kansen voor creatieve, simpele en efficiënte oplossingen om water of vasthoudmaatregelen aan te leggen of toe te passen. Zo zijn de volgende ontwerp principes denkbaar voor onderhavige ontwikkeling: Regenwater zo veel mogelijk afkoppelen en leiden naar vasthoudmaatregelen en vertraagd afvoeren naar nabijgelegen oppervlaktewater. Speeltuinen en openbare groen en openbare ruimtes worden zo veel mogelijk ingezet als extra en tijdelijke voorzieningen om regenwater vast te houden en te bergen. Nieuwkoopseweg 8 Bodem en grondwater Het (grond)waterpeil wordt niet aangepast als gevolg of ten behoeve van de ontwikkeling. Eventuele bodemdaling in de omgeving zal niet door het plan worden beïnvloed.
60
od205 | bestemmingsplan Verzamelplan Pijnacker-Nootdorp 2020/2021
Waterkwantiteit Er is sprake van vervangende nieuwbouw. De woonbestemming wordt niet vergroot. Ten opzichte van het geldende plan is daarmee geen sprake van groter ruimtebeslag of extra mogelijkheden. Watercompensatie is niet aan de orde. Waterkwaliteit Het Waterklimaatplan Pijnacker-Nootdorp 2017-2020, is op 30 maart 2017 vastgesteld. Voor wat betreft de waterkwaliteitsdoelen worden geen negatieve effecten voorzien. Er wordt gestreefd naar het principe van geen achteruitgang zoals genoemd in de Kaderrichtlijn water. Delfland kan vanuit de programma's Kaderrichtlijn Water en Ecologie concreet aanduiden welke ecologische waterkwaliteitsdoelen worden nagestreefd en wat deze concreet inhouden. In het gebied worden geen nieuwe, potentieel verontreinigende functies en ontwikkelingen voorzien, die vanuit het oogpunt van waterkwaliteit bijzondere aandacht vragen. Veiligheid en waterkeringen De woonbestemming ligt voor een deel binnen de beschermingszone van een regionale waterkering. Bij het bouwen binnen deze waterkering dient rekening te worden gehouden met de (beperkingen van de) waterkering. Ter plaatse van de beschermingszone is de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering opgenomen. In het kader van de omgevingsvergunning zal het bouwplan worden afgestemd met het Hoogheemraadschap. Onderhoud en baggeren Ten westen van het woonperceel is een primaire watergang gelegen.
Het woonperceel is op een afstand van circa 8 meter gelegen en heeft daarmee geen invloed op de watergang. Vanaf de Nieukoopseweg is er voldoende ruimte voor het onderhoud van de watergang. Afvalwater en riolering De gemeente Pijnacker-Nootdorp geeft in het Gemeentelijk Rioleringsplan 2014-2017 aan dat in geval van kleinschalige nieuwbouwprojecten de percelen worden aangesloten op het al aanwezige rioolstelsel met als extra voorwaarde dat zoveel mogelijk verhard oppervlak afgekoppeld wordt. In onderhavige situatie dienen de mogelijkheden van afkoppelen zoveel mogelijk benut te worden. Schoon dak- en terreinwater (mits geen uitlogende materialen worden toegepast) kan direct naar het oppervlaktewater afgevoerd worden. Voor het afvoeren van water zijn creatieve en efficiënte maatregelen mogelijk, zoals bijvoorbeeld het toepassen van halfopen verharding ter plekke van parkeerplaatsen van de nieuw te bouwen woning. Het aantal woningen dat aangesloten wordt op de riolering blijft gelijk. Klimaatadaptatie In de afgelopen jaren is steeds meer aandacht gekomen voor klimaatverandering. Naast de overheid kunnen ook particuliere initiatieven bijdragen aan het klimaatbestendiger inrichten van het terrein. Binnen onderhavige ontwikkeling liggen er kansen voor creatieve, simpele en efficiënte oplossingen om water of vasthoudmaatregelen aan te leggen of toe te passen.
Zo zijn de volgende ontwerp principes denkbaar voor onderhavige ontwikkeling: Regenwater zo veel mogelijk afkoppelen en leiden naar vasthoudmaatregelen en vertraagd afvoeren naar nabijgelegen oppervlaktewater. Speeltuinen en openbare groen en openbare ruimtes worden zo veel mogelijk ingezet als extra en tijdelijke voorzieningen om regenwater vast te houden en te bergen. Zuideindseweg 24 Bodem en grondwater Het (grond)waterpeil wordt niet aangepast als gevolg of ten behoeve van de ontwikkeling. Eventuele bodemdaling in de omgeving zal niet door het plan worden beïnvloed. Waterkwantiteit Er is sprake van vervangende nieuwbouw voor één woning. Ten aanzien van deze woning blijven de bouwmogelijkheden gelijk. Voor het overige deel van het terrein zijn bedrijfsgebouwen en terreinverhardingen aanwezig. De gebouwen zullen gesloopt worden en een deel van de verhardingen verwijderd. Hiervoor in de plaats worden drie duurzame levensloopbestendige woningen gebouwd. De
61
gemeente Pijnacker-Nootdorp
voorlopige schetsen van deze woningen maken nog onvodoende duidelijk wat de toe- en of afname aan verharding is. Aan de hand van het definitieve bouwplan kan in het kader van de omgevingsvergunning inzichtelijk worden gemaakt wat de gevolgen zijn voor de waterhuishouding en of er eventueel watercompensatie dient plaats te vinden. Indien watercompensatie aan de orde is zal dit in overleg met het hoogheemraadschap plaatsvinden. Waterkwaliteit Het Waterklimaatplan Pijnacker-Nootdorp 2017-2020, is op 30 maart 2017 vastgesteld. Voor wat betreft de waterkwaliteitsdoelen worden geen negatieve effecten voorzien. Er wordt gestreefd naar het principe van geen achteruitgang zoals genoemd in de Kaderrichtlijn water. Delfland kan vanuit de programma's Kaderrichtlijn Water en Ecologie concreet aanduiden welke ecologische waterkwaliteitsdoelen worden nagestreefd en wat deze concreet inhouden. In het gebied worden geen nieuwe, potentieel verontreinigende functies en ontwikkelingen voorzien, die vanuit het oogpunt van waterkwaliteit bijzondere aandacht vragen. Veiligheid en waterkeringen In de directe nabijheid van het perceel lopen geen regionale waterkeringen en/of beschermingszones. De ontwikkeling heeft aldus op dit onderdeel geen nadelige gevolgen voor de veiligheid. De bestemming van het plangebied wijzigt van "Bedrijf" naar "Agrarisch" en "Wonen".
Het beschermingsniveau tegen wateroverlast voor wonen is, zoals opgenomen in de provinciale verordening, hoger dan voor bedrijfsterreinen of glastuinbouw. Voor kleinschalige bestemmingswijzigingen waarvoor een hoger beschermingsniveau zou gelden, wordt het watersysteem niet aangepast. Onderhoud en baggeren Ten oosten van het plangebied is een primaire watergang gelegen. Aan de zuidkant grenst het plangebied aan een secundaire watergang. Vanaf de andere zijde van de watergangen is voldoende ruimte aanwezig voor het onderhoud van de watergang. Afvalwater en riolering De gemeente Pijnacker-Nootdorp geeft in het Gemeentelijk Rioleringsplan 2014-2017 aan dat in geval van kleinschalige nieuwbouwprojecten de percelen worden aangesloten op het al aanwezige rioolstelsel met als extra voorwaarde dat zoveel mogelijk verhard oppervlak afgekoppeld wordt. In onderhavige situatie dienen de mogelijkheden van afkoppelen zoveel mogelijk benut te worden. Schoon dak- en terreinwater (mits geen uitlogende materialen worden toegepast) kan direct naar het oppervlaktewater afgevoerd worden. Voor het afvoeren van water zijn creatieve en efficiënte maatregelen mogelijk, zoals bijvoorbeeld het toepassen van halfopen verharding ter plekke van parkeerplaatsen van de nieuw te bouwen woning. Het aantal woningen dat aangesloten wordt op de riolering blijft gelijk.
Klimaatadaptatie In de afgelopen jaren is steeds meer aandacht gekomen voor klimaatverandering. Naast de overheid kunnen ook particuliere initiatieven bijdragen aan het klimaatbestendiger inrichten van het terrein. Binnen onderhavige ontwikkeling liggen er kansen voor creatieve, simpele en efficiënte oplossingen om water of vasthoudmaatregelen aan te leggen of toe te passen. Zo zijn de volgende ontwerp principes denkbaar voor onderhavige ontwikkeling: Regenwater zo veel mogelijk afkoppelen en leiden naar vasthoudmaatregelen en vertraagd afvoeren naar nabijgelegen oppervlaktewater. Speeltuinen en openbare groen en openbare ruimtes worden zo veel mogelijk ingezet als extra en tijdelijke voorzieningen om regenwater vast te houden en te bergen.
Ruimte voor ruimteplannen: D. E. F. G. H.
62
Berkelseweg 28: Bouw van 5 woningen; Oude Leedeweg 5: Bouw van 6 woningen; Keulseweg 36: Bouw van 2 woningen; Zuideindseweg 37: Bouw van 2 woningen; Onderweg 1: Bouw van 2 woningen.
od205 | bestemmingsplan Verzamelplan Pijnacker-Nootdorp 2020/2021
Berkelseweg 28 Bodem en grondwater De bodem ter plaatse van het plangebied bestaat uit lichte klei met een homogeen profiel (bron: maps.bodemdata.nl). De ontwikkeling van de nieuwe functies beïnvloedt de grondwaterstand niet. Het (grond)waterpeil wordt niet aangepast als gevolg of ten behoeve van de ontwikkeling. Eventuele bodemdaling in de omgeving zal niet door het plan worden beïnvloed. Waterkwantiteit Het plangebied grenst aan een secundaire watergang. In het plangebied is geen water aanwezig. Alvorens onderhavige ontwikkeling gerealiseerd kan worden, dient een deel van de bestaande bebouwing en verharding gesloopt te worden. In de toekomstige situatie worden de stukken grond die in gebruik zijn als achter- en voortuin voor 50% als verhard en voor 50% als onverhard gerekend. De bouwplannen moeten nog verder worden uitgewerkt. In dit stadium van het bestemmingsplan zijn de bouwplannen nog niet concreet genoeg om de exacte oppervlakte aan verharding te bepalen. Voor het plan worden de opstallen gesloopt. Dit komt neer op ongeveer 21.000 m2 aan bebouwing. De verharding zal daarmee ruim afnemen. Dit komt de waterhuishoudkundige situatie ten goede. Er behoeft geen watercompensatie plaats te vinden. Waterkwaliteit Het Waterklimaatplan Pijnacker-Nootdorp 2017-2020, is op 30 maart 2017 vastgesteld. Voor wat betreft de waterkwaliteitsdoelen worden geen negatieve effecten voorzien.
Er wordt gestreefd naar het principe van geen achteruitgang zoals genoemd in de Kaderrichtlijn water. Delfland kan vanuit de programma's Kaderrichtlijn Water en Ecologie concreet aanduiden welke ecologische waterkwaliteitsdoelen worden nagestreefd en wat deze concreet inhouden. In het gebied worden geen nieuwe, potentieel verontreinigende functies en ontwikkelingen voorzien, die vanuit het oogpunt van waterkwaliteit bijzondere aandacht vragen. Veiligheid en waterkeringen In de directe nabijheid van het perceel lopen geen regionale waterkeringen en/of beschermingszones. De ontwikkeling heeft aldus op dit onderdeel geen nadelige gevolgen voor de veiligheid. De bestemming van een deel van het plangebied wijzigt van "Agrarisch-Glastuinbouw" naar "Wonen". Het beschermingsniveau tegen wateroverlast voor wonen is, zoals opgenomen in de provinciale verordening, hoger dan voor bedrijfsterreinen of glastuinbouw. Voor kleinschalige bestemmingswijzigingen waarvoor een hoger beschermingsniveau zou gelden, wordt het watersysteem niet aangepast. Onderhoud en baggeren Rondom het perceel lopen geen primaire watergangen. Voor wat betreft de secundaire watergangen in en rond het plangebied zullen de eigenaren van de aangrenzende percelen voor het onderhoud zorgdragen. Hiertoe zal een strook grond langs de watergang vrijgehouden worden van obstakels.
Afvalwater en riolering De gemeente Pijnacker-Nootdorp geeft in het Gemeentelijk Rioleringsplan 2014-2017 aan dat in geval van kleinschalige nieuwbouwprojecten de percelen worden aangesloten op het al aanwezige rioolstelsel met als extra voorwaarde dat zoveel mogelijk verhard oppervlak afgekoppeld wordt. In onderhavige situatie dienen de mogelijkheden van afkoppelen zoveel mogelijk benut te worden. Schoon dak- en terreinwater (mits geen uitlogende materialen worden toegepast) kan (eventueel vertraagd) naar het oppervlaktewater afgevoerd worden. Voor het afvoeren van water zijn creatieve en efficiënte maatregelen mogelijk, zoals bijvoorbeeld het toepassen van halfopen verharding ter plekke van parkeerplaatsen van de nieuw te bouwen woningen. Klimaatadaptatie In de afgelopen jaren is steeds meer aandacht gekomen voor klimaatverandering. Naast de overheid kunnen ook particuliere initiatieven bijdragen aan het klimaatbestendiger inrichten van het terrein.
63
gemeente Pijnacker-Nootdorp
Binnen onderhavige ontwikkeling liggen er kansen voor creatieve, simpele en efficiënte oplossingen om water of vasthoudmaatregelen aan te leggen of toe te passen. Zo zijn de volgende ontwerp principes denkbaar voor onderhavige ontwikkeling: Regenwater zo veel mogelijk afkoppelen en leiden naar vasthoudmaatregelen en vertraagd afvoeren naar nabijgelegen oppervlaktewater. Speeltuinen en openbare groen en openbare ruimtes worden zo veel mogelijk ingezet als extra en tijdelijke voorzieningen om regenwater vast te houden en te bergen. Oude Leedeweg 5 Bodem en grondwater De bodem ter plaatse van het plangebied bestaat uit Veraarde bovengrond op diep veen (bron: maps.bodemdata.nl). Bij een bestemmingsplan moet in het kader van de watertoets ook aandacht moet worden besteed aan het thema grondwater. Op basis van historische gegevens (meldingen van bewoners) zijn geen problemen met het grondwater ter plaatse van deze locatie bekend. Deze hoeven ook anderszins niet te worden verondersteld. Het (grond)waterpeil wordt niet aangepast als gevolg of ten behoeve van de ontwikkeling. Eventuele bodemdaling in de omgeving zal niet door het plan worden beïnvloed. Waterkwantiteit Het deelgebied grenst aan een secundaire watergang. De voorzijde van het deelgebied, ter hoogte van de ontsluiting grenst aan een primaire watergang. In het deelgebied is een sloot en een watersilo aanwezig.