CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3. ruimtelijke motivering

Raad Besluitvorming 25 juni 2026, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: 167529828.699 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Conclusie

Vanuit het aspect klimaatadaptatie is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies op locaties.

8.8

Lichthinder

8.8.1

Wettelijk kader

Vanuit de huidige wet- en regelgeving is geen toetsingskader bepaald voor het aspect lichthinder. Een overmaat aan licht kan echter wel zorgen voor hinder voor omwonenden. In artikel 22.18 van het omgevingsplan van de gemeente Pijnacker-Nootdorp staat echter dat het gebruik van bouwwerken niet mag leiden tot overlast of hinder. Het is vanuit dit artikel van belang om vast te stellen of men redelijkerwijs kan vermoeden dat het initiatief zal leiden tot lichthinder. 8.8.2

Situatie projectgebied

In de huidige situatie is sprake van tennisbanen in de open lucht. De tennisbanen worden door meerdere lichtmasten verlicht. Door de bouw van de overkapping voor de padelbanen komt hier verandering in. Dit staat weergegeven op onderstaande afbeelding.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

45

Ruimtelijke motivering Sportlaan 3, Pijnacker Definitief

Afbeelding 8.2

Situatie lichtmasten projectgebied (Bron: Allesvoorpadel)

In de nieuwe situatie worden in de overkapping lichtarmaturen geplaatst. Echter zal de lichtuitstraling vanuit de overkapping alleen aan de noordzijde plaatsvinden (richting het clubgebouw). In de overige wanden komen geen ramen. Er is dus geen lichtuitstraling in de richting van lichtgevoelige gebouwen. Verder wordt opgemerkt dat er geen nieuwe lichtmasten buiten worden geplaatst. Lichthinder als gevolg van de beoogde ontwikkeling is dan ook niet te verwachten. 8.8.3

Conclusie

Vanuit het aspect lichthinder is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies op locaties.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

46

Ruimtelijke motivering Sportlaan 3, Pijnacker Definitief

HOOFDSTUK 9

BESCHERMING VAN DE NATUUR

In dit hoofdstuk komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect natuur. Het gaat hierbij in de eerste plaats om regels voor de gebiedsbescherming van aangewezen Natura 2000-gebieden, regels voor de soortenbescherming van te beschermen planten diersoorten (waaronder vogels) en regels ter bescherming van houtopstanden. Voor deze aspecten zijn diverse regels opgenomen in het Bkl.

9.1

Gebiedsbescherming

9.1.1

Natura 2000-gebieden

De Europese Vogel- en Habitatrichtlijn beschermt Natura 2000-gebieden. Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wijst de Natura 2000-gebieden aan. Op grond van artikel 2.43 Omgevingswet legt hij ook de instandhoudingsdoelstellingen vast. Dit gebeurt in een aanwijzingsbesluit. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten, afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten, mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze bij de voorbereiding van een omgevingsplan of afwijken van het omgevingsplan in kaart te worden gebracht en beoordeeld. Natura 2000-gebieden hebben een externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden en verstoring kunnen veroorzaken, moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Een ruimtelijk plan dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied kan alleen worden vastgesteld indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten.

Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: • • •

9.1.2

Alternatieve oplossingen zijn niet voorhanden; Het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard; en De noodzakelijke compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft. Natuurnetwerk Nederland (NNN)

Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. Het NNN is in provinciale omgevingsvisies- en verordeningen uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het GNN geldt het 'nee, tenzij'- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Het NNN kent geen externe werking in de provincie Zuid-Holland. 9.1.3

Situatie projectgebied

Het projectgebied ligt op ongeveer 11,3 kilometer afstand van het dichtstbijzijnde Natura 2000gebied ‘Meijendel & Berkheide’. Gelet op de aard en omvang van het initiatief en de grote afstand tot het Natura 2000-gebied zijn directe effecten (lichthinder, geluidhinder) uitgesloten. Daarnaast kan stikstofdepositie met significante negatieve gevolgen op Natura 2000-gebieden met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid worden uitgesloten. Een stikstofberekening wordt niet noodzakelijk geacht. Gesteld wordt dat het project, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, geen Natura 2000-activiteit betreft en gezien artikel 5.1 van de Omgevingswet niet vergunningplichtig is. Het projectgebied ligt op ongeveer 730 meter ten oosten van het dichtstbijzijnde NNN gebied. Directe effecten van het voornemen op het NNN kunnen worden uitgesloten.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

47

Ruimtelijke motivering Sportlaan 3, Pijnacker Definitief

9.2

Soortenbescherming

9.2.1

Algemeen

Onder de Omgevingswet zijn veel dier- en plantsoorten beschermd. De bescherming richt zich op soorten van Europees belang, die onder de reikwijdte van de Vogel- en Habitatrichtlijn vallen, als om bepaalde soorten van nationaal belang. Soortenbescherming vindt plaats binnen en buiten het Natuurnetwerk Nederland. Het kan de vorm hebben van wet- en regelgeving, maar ook van fysieke maatregelen die bescherming, vestiging of uitbreiding van een soortenpopulatie stimuleren. Op grond van artikel 2.18 lid 1 sub f Omgevingswet zijn in beginsel de provincies hiervoor verantwoordelijk. Echter, ook decentrale overheden kunnen hierover actief beleid voeren. Hierbij kan worden gedacht aan het vaststellen van bijvoorbeeld een programma voor soortenbescherming. Door strikte formulering van een flora- en fauna-activiteit moet bij vrijwel alle activiteiten in de fysieke leefomgeving nagegaan worden of: • •

er soorten aanwezig zijn; en welke soorten dat zijn.

In hoofdstuk 11 van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt bepaald wanneer een vergunning nodig is. 9.2.2

Situatie projectgebied

Door middel van de Beschermde SoortenIndicator (BeSI) is een quickscan gemaakt van de mogelijk aanwezige beschermde flora en fauna in het projectgebied. In bijlage 5 staat het resultaat uit BeSI. Hieronder wordt beknopt ingegaan op de soorten en adviezen voor de werkzaamheden. • • • • • • • • • • •

Wilde eend: buiten het broedseizoen werken (begin maart-half augustus), nesten zijn beschermd; Boombewonende vleermuizen: De holtes en spleten waar boombewonende vleermuizen in leven zijn beschermd. Bossen, bosranden, lanen en parken omdat ze dienen als vliegroute en jachtterrein. Voorkom daarnaast het verlichten van de bomen en het leefgebied; Bunzing: in Zuid-Holland geldt een vrijstelling voor ruimtelijke ontwikkelingen; Gebouwbewonende vleermuizen: Spleten en openingen in gebouwen waarin vleermuizen leven, zijn beschermd. Behoud bomenrijen, bosjes en water omdat ze dienen als vliegroute en jachtterrein; Haas: er geldt een vrijstelling voor ruimtelijke ontwikkelingen; Hermelijn: in Zuid-Holland geldt een vrijstelling voor ruimtelijke ontwikkelingen; Konijn: er geldt een vrijstelling voor ruimtelijke ontwikkelingen; Bruine kikker: er geldt een vrijstelling voor ruimtelijke ontwikkelingen; Gewone pad: er geldt een vrijstelling voor ruimtelijke ontwikkelingen; Kleine watersalamander: er geldt een vrijstelling voor ruimtelijke ontwikkelingen; Rugstreeppad: buiten de kwetsbare periode werken, voer werkzaamheden uit tussen 1 augustus en 15 oktober. Let er bij grondwerkzaamheden op dat de rugstreeppad niet wordt op- of ingegraven.

Opgemerkt wordt dat ook voor soorten die een vrijstelling kennen voor ruimtelijke ontwikkelingen de zorgplicht geldt. Binnen het projectgebied wordt geen bebouwing gesloopt. Om de watersilo te kunnen aanleggen wordt 60 m2 aan groen verwijderd. Daar staat tegenover dat een rand van de bestemming “Sport” nu niet in gebruik is en daar nu planten groeien. Dit compenseert de ruimte voor de silo. De ecologisch waardevolle zone aan de zuidkant van het projectgebied blijft onaangetast. Gesteld wordt dat met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid eventueel aanwezige beschermde soorten niet aangetast worden.

9.3

Conclusie

Het voornemen houdt in voldoende mate rekening met de bescherming van de natuur.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

48

Ruimtelijke motivering Sportlaan 3, Pijnacker Definitief

HOOFDSTUK 10 10.1

ARCHEOLOGIE EN CULTUURHISTORIE

Wettelijk kader

Artikel 5.130 van het Bkl bepaalt dat in een omgevingsplan rekening wordt gehouden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed, met inbegrip van bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. In dit hoofdstuk komt aan de orde op welke wijze binnen deze ontwikkeling rekening is gehouden met cultureel erfgoed en archeologische waarden. Wat onder cultureel erfgoed wordt verstaan is opgenomen in bijlage A (begrippen) van de Omgevingswet. Het gaat hierbij om monumenten, archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten, cultuurlandschappen en, voor zover dat voorwerp is of kan zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het omgevingsplan, ander cultureel erfgoed als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet. De Erfgoedwet bevat de wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Het is op basis hiervan verplicht om de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren.

10.2

Archeologie

10.2.1 Algemeen Lid 3 van artikel 5.130 Bkl bepaalt dat in het belang van de archeologische monumentenzorg in een omgevingsplan regels kunnen worden gesteld over eisen aan onderzoek naar de archeologische waarde van een locatie. Ook kunnen eisen worden gesteld aan de wijze van het verrichten van opgravingen of archeologische begeleiding van andere activiteiten die tot bodemverstoring leiden. 10.2.2 Situatie projectgebied De archeologische waarden zijn opgenomen in het “Paraplubestemmingsplan Archeologie” van de gemeente Pijnacker-Nootdorp. Het projectgebied is aangewezen met de functie ‘Waarde – Archeologie 2’. De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor bescherming van aanwezige of naar verwachting aanwezige archeologische waarden. Voor aanvragen om een omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken met een oppervlakte groter dan 200 m² en bij graaf- of heiwerkzaamheden dieper dan 0,3 meter, is archeologisch onderzoek vereist. Met het voornemen wordt de oppervlaktegrens overschreden (> 200 m2). Echter wordt er geen nieuwe grond geroerd. In de huidige situatie liggen er tennisbanen met een bestaande laag van 55 cm voor zand, gravel en lavalaag. Voor de overkapping gaan de graafwerkzaamheden niet dieper 45 cm inclusief ophogen.

De padelbanen komen zo'n 10-15 cm boven het maaiveld te liggen. Er is contact gezocht met de regionale archeoloog van de gemeente Delft. Op basis van bovenstaande informatie heeft deze het onderstaande advies gegeven: Op de locatie worden de vrijstellingsgrenzen niet overschreden. Er is voor deze aanvraag geen archeologisch onderzoek nodig. Wel blijft altijd de meldingsplicht van kracht. De algemene meldingsplicht bij het aantreffen van oudheden is altijd van toepassing. Op basis van paragraaf 5.4 van de Erfgoedwet moet iedereen die, anders dan bij het doen van archeologisch onderzoek, iets vindt waarvan hij/zij weet of kan vermoeden dat het een (roerend of onroerend) monument betreft, dit melden bij de minister van OCW (of in deze, bij de gemeente PijnackerNootdorp, of direct bij diens archeologisch adviseur Archeologie Delft). Indien het bevoegd gezag van mening is dat dit noodzakelijk is, moet er tijd en ruimte geboden worden de resten te onderzoeken, documenteren en eventueel veiligstellen. Het niet melden van het aantreffen van oudheden is een overtreding van de Erfgoedwet en daarmee een strafbaar feit. Consequenties die

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

49

Ruimtelijke motivering Sportlaan 3, Pijnacker Definitief hieraan verbonden kunnen worden zijn het intrekken van de verleende omgevingsvergunning of het opleggen van een geldboete. 10.2.3 Conclusie Archeologisch onderzoek is niet nodig, de vrijstellingsgrenzen worden niet overschreden. Met inachtneming van de algemene meldingsplicht wordt in voldoende mate rekening gehouden met de bescherming van archeologische waarden.

10.3

Cultuurhistorie

Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. Hierbij kan ook gedacht worden aan in de nabijheid het projectgebied gelegen werelderfgoed. Bij het beschermen van cultureel erfgoed in het omgevingsplan moet de gemeente rekening houden met bepaalde uitgangspunten. In artikel 5.130 lid 2 Bkl staan de instructieregels gesteld door het Rijk. Deze gaan over: • • • • • •

ontsiering, beschadiging of sloop van beschermde monumenten of archeologische monumenten; verplaatsing van beschermde monumenten; gebruik van monumenten ter voorkoming van leegstand; aantasting van de omgeving van een beschermend monument; aantasting van karakteristieke stads- en dorpsgezichten en cultuurlandschappen; conserveren en in stand houden van archeologische monumenten.

In en rond het projectgebied zijn geen Rijks- of gemeentelijke monumenten aanwezig. Het projectgebied ligt op het terrein van Tennisvereniging Pijnacker, waar geen bijzondere cultuurhistorische waarden aanwezig zijn. Geconcludeerd wordt dat het voornemen in voldoende mate rekening houdt met de bescherming van cultuurhistorische waarden.

10.4

Conclusie

Vanuit het aspect archeologie en cultuurhistorie is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

50

Ruimtelijke motivering Sportlaan 3, Pijnacker Definitief

HOOFDSTUK 11 11.1

M.E.R.- BEOORDELING

Algemeen

Een milieueffectrapportage (m.e.r.) brengt het effect van een project op het milieu in beeld. De regelgeving voor de m.e.r. is te vinden in afdeling 16.4 van de Omgevingswet (Ow) en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit (Ob). Uit bijlage V van het Ob kan worden bepaald of een plan mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig is. In deze bijlage is een tabel opgenomen met vier kolommen: • • • •

In kolom 1 staan de projecten opgesomd; In kolom 2 zijn de gevallen genoemd waarin een project-mer verplicht is; In kolom 3 staan de gevallen genoemd waarin de project-mer-beoordelingsplicht geldt; Tot slot bevat kolom 4 de besluiten waarvoor dan de mer-verplichtingen gelden. Het gaat dan om besluiten waarmee de toestemming voor het project wordt verleend.

Bij de project-mer-beoordeling is een mededeling nodig aan het bevoegd gezag. Deze mededeling bevat een beschrijving van de eisen die zijn opgenomen in artikel 11.10 van het Omgevingsbesluit en bijlage III van de Europese m.e.r.-richtlijn. Het bevoegd gezag neemt het resultaat van de beoordeling of sprake is van aanzienlijke milieueffecten, met de bijbehorende motivering, op in het besluit en, voor zover hier sprake van is, in het ontwerp van het besluit (artikel 11.11, lid 2 Omgevingsbesluit). In de motivering van de beslissing (art. 11.11 lid 3 Omgevingsbesluit) wordt in ieder geval verwezen naar: 1. de relevante criteria van bijlage III bij de mer-richtlijn; en 2. als is beslist dat geen milieueffectrapport moet worden gemaakt: a. 1˚. de kenmerken en maatregelen, bedoeld in artikel 11.10, derde lid, als degene die voornemens is het project uit te voeren deze heeft voorgesteld; en b. 2˚. het moment waarop die maatregelen moeten zijn gerealiseerd. Kenmerken en maatregelen als bedoeld in artikel 11.10, lid 3 Ob. Bij een mededeling als bedoeld in artikel 16.45, eerste lid, van de wet, verstrekt degene die voornemens is het project uit te voeren in ieder geval een beschrijving van: 1. het project, met in ieder geval een beschrijving van: a. de fysieke kenmerken van het gehele project en, als dat van toepassing is, van sloopactiviteiten; b.

de locatie van het project, met bijzondere aandacht voor de kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het project van invloed kan zijn; 2. de mogelijk aanzienlijke milieueffecten van het project; en 3. voor zover er informatie over deze effecten beschikbaar is: de mogelijk aanzienlijke milieueffecten van het project ten gevolge van: a. de verwachte residuen en emissies en de productie van afvalstoffen; en b. het gebruik van natuurlijke bronnen, waaronder bodem, land, water en biodiversiteit.

11.2

Situatie projectgebied

Op basis van bijlage V (Ob) kan het voornemen worden aangemerkt als 'De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. Voorgenomen ontwikkeling kan worden aangemerkt als een ‘stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen’. Kolom 2 uit Bijlage V van het Omgevingsbesluit is hierbij niet van toepassing, waarmee geen mer-plicht geldt. Het voornemen is m.e.r.-beoordelingsplichtig als sprake is van aanleg, wijziging of uitbreiding (kolom 3). Het gaat echter om een relatief kleinschalige ontwikkeling waarbij het aantal verkeersbewegingen niet onevenredig toeneemt. Verder is, voor zover in dit kader relevant, sprake

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

51

Ruimtelijke motivering Sportlaan 3, Pijnacker Definitief van een ontwikkeling op een bestaand sportterrein. Er vindt geen extra beslag op de openbare ruimte plaats. Uit de toetsing aan de instructieregels in de vorige hoofdstukken blijkt dat het voornemen aan alle instructieregels voldoet. Het voornemen leidt niet tot aanzienlijke milieueffecten.

11.3

Conclusie

Gelet op de beoordeling van de bovengenoemde kenmerken van de ontwikkeling en de kenmerken van de potentiële effecten, zijn er geen belangrijke negatieve milieugevolgen te verwachten. Het opstellen van een milieueffectrapport is niet nodig. Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

52

Ruimtelijke motivering Sportlaan 3, Pijnacker Definitief

HOOFDSTUK 12 12.1

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

Algemeen

In deze paragraaf wordt getoetst of de betreffende ontwikkeling niet evident onuitvoerbaar is. Vastgesteld moet kunnen worden dat er geen financieel-economische redenen zijn waardoor het op voorhand aannemelijk is dat de ontwikkeling niet uitgevoerd kan worden.

12.2

Kostenverhaal

Overheden zijn verplicht om de kosten te verhalen. Het afsluiten van een overeenkomst tussen de initiatiefnemer van de bouwactiviteit en het bevoegd gezag heeft daarbij de voorkeur. Als het niet mogelijk is een overeenkomst af te sluiten, is de publiekrechtelijke weg verplicht. Dan verhaalt het bevoegd gezag de kosten op basis van de regels in een omgevingsplan, een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit of een projectbesluit. Kostenverhaal geldt voor kostenverhaalplichtige activiteiten. Het Omgevingsbesluit bevat relevante regels over (verplicht) kostenverhaal (zie artikel 8.13 Ob voor aangewezen activiteiten waarvoor kostenverhaal verplicht is, artikel 8.14 Ob voor de mogelijkheden om af te zien van kostenverhaal en artikel 8.15 Ob voor de kostensoortenlijst). Pas nadat is betaald, is het toegestaan de activiteiten uit te voeren (zie artikel 13.12 Ow). Eén van de bouwactiviteiten waarvoor kosten verhaald worden is de bouw van een of meer gebouwen met een woonfunctie (zie artikel 8.13 aanhef en sub a Ob). Er zijn bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet nog geen activiteiten vanwege gebruikswijzigingen aangewezen.

12.3

Situatie projectgebied

In dit geval wordt een overeenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en de gemeente. Hierin is verzekerd dat het risico op nadeelcompensatie voor rekening van de initiatiefnemer komt. De gemeentelijke kosten zijn hier ook in opgenomen. Het kostenverhaal voor de gemeente is hiermee volledig verzekerd.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

53

Ruimtelijke motivering Sportlaan 3, Pijnacker Definitief

HOOFDSTUK 13 13.1

MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID

Participatie

Participatie is onder de Omgevingswet een belangrijk aspect in de procedure van een ruimtelijke ontwikkeling. Een ontwikkeling heeft namelijk niet alleen invloed op de fysieke leefomgeving, maar ook op de mensen die daar wonen, werken en recreëren. Het is daarom van belang dat deze mensen in een vroeg stadium worden betrokken bij het initiatief. Conform artikel 7.4 van de Omgevingsregeling heeft initiatiefnemer de afgelopen maanden reeds aan de nodige participatie gedaan. Daarbij gaat het om de volgende partijen die op verschillende manieren betrokken zijn bij het initiatief: a. b. c. d.

De bewoners van de Rijskade Het Stanislas College Pijnacker gevestigd aan de Sportlaan 3a Andere sportverenigingen gevestigd in sportpark de Groene Wijdte Bouwfonds Property Development, eigenaar van de grond ten zuiden van het tennispark welke bestemd is voor toekomstige woningbouw (Transitiegebied)

Hierna is per doelgroep de wijze verwoord waarop de participatie is gedaan en de resultaten daarvan. A. Bewoners Rijskade Teneinde hen te informeren over het plan heeft initiatiefnemer eind januari contact opgenomen met de bewoner van de Rijskade 11. In het verleden heeft hij meermaals namens de bewoners met initiatiefnemer gesproken over geluidsoverlast vanwege festiviteiten op het tennispark. Hij heeft de overige bewoners van de Rijskade benaderd en uitgenodigd voor een bijeenkomst op het tennispark. Die is gehouden op 4 maart en daarbij waren zeven bewoners van vijf huizen aanwezig. De bijeenkomst is gestart met een presentatie van het initiatief. Grootste zorg van de bewoners is nog meer geluidsoverlast. Een aantal kassen aan de Rijskade zorgen ervoor dat geluid afkomstig van de het sportpark erg ver draagt. Van de activiteiten op het sportpark, en dan met name bij de hockey, ervaren zij mede daardoor vaak geluidsoverlast. Niet zozeer door het sporten zelf, maar vooral door harde muziek die vaak buiten wordt afgespeeld. Hierover zijn de bewoners al in overleg met de gemeente. Wat de komst van padel betreft zijn zij uitermate bezorgd over het ‘pok-pok-pok’-geluid waarover in de media veel is geschreven.

De vrees is dat de aan één zijde open overkapping het geluid onvoldoende zal tegenhouden en er vanwege de populariteit van padel de hele dag en avond overlast gaat zijn op de Rijskade. Zij stellen een aantal kritische vragen over enerzijds de kwaliteit en onafhankelijkheid van het geluidsonderzoek en anderzijds over de geluidsisolatie van de te gebruiken materialen. Afgesproken is dat initiatiefnemer het geluidsrapport en meer informatie over de constructie en te gebruiken materialen naar de bewoners zal sturen zodra dat beschikbaar is. In vervolg op de bijeenkomst heeft de bewoner van de Rijskade 11 meermaals laten weten dat hij c.q. de overige bewoners van de Rijskade het niet eens blijven met initiatiefnemer over zowel de onafhankelijkheid van de door initiatiefnemer ingehuurde geluidsexpert als de gekozen constructie en te gebruiken materialen. Bovendien verlangt de bewoner van de Rijskade 11 namens de bewoners dat er voorafgaand aan de eventuele bouw een overeenkomst met initiatiefnemer gesloten wordt over te ondernemen acties indien de bewoners na de ingebruikname alsnog geluidshinder ervaren. Initiatiefnemer heeft aangegeven daar niet aan te willen voldoen en te vertrouwen op handhaving door de gemeente o.b.v. voorwaarden die in de vergunning gesteld worden.

Initiatiefnemer heeft daarna de bewoners meermaals voor een vervolgoverleg uitgenodigd om het geluidsrapport en plan toe te lichten, maar de bewoners zijn daar niet op ingegaan omdat het rapport volgens hen niet door een onafhankelijke expert is opgesteld en initiatiefnemer niet bereid is een overeenkomst met hen te willen sluiten. B. Stanislas College Met de rector van het Stanislas College Pijnacker (hierna: SCP) heeft initiatiefnemer op 11 april 2025 een gesprek gehad over het initiatief. Het SCP vertrouwt erop dat de constructie zodanig is dat de school geen geluidsoverlast zal ondervinden. Bovendien bieden padelbanen wellicht extra mogelijkheden voor de sportlessen van het SCP. De afgelopen jaren maakt het SCP al gebruik van de tennisbanen voor deze lessen. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

54

Ruimtelijke motivering Sportlaan 3, Pijnacker Definitief Wel vraagt het SCP om bij de bouw rekening te houden met enerzijds de examenperiodes, i.v.m. geluidsoverlast door de bouw, en anderzijds de verkeersveiligheid op de Sportlaan. Initiatiefnemer zegt toe dat te doen en het SCP op de hoogte te houden van de verdere ontwikkelingen. C. Sportverenigingen in Groene Wijdte De sportverenigingen zijn op 20 mei 2025 via de mail geïnformeerd over het initiatief. Omdat de impact voor de andere sportverenigingen zeer gering is, heeft initiatiefnemer het aan deze verenigingen overgelaten of zij behoefte hebben aan een overleg over het plan. Daar zijn geen reacties op ontvangen. D. Bouwfonds Property Development Het Bouwfonds Property Development (hierna: BPD), eigenaar van de grond direct ten zuiden van het tennispark en bedoeld voor woningbouw, is door initiatiefnemer op 6 augustus 2025 per e-mail op de hoogte gesteld van het initiatief door middel van toegezonden uitwerkingen. Na enkele reminders (6 nov, 12 nov zowel bellen als per email) vanuit de initiatiefnemer is er een gesprek geweest met BPD (dhr. T. van der Plas, op 19 november). Als follow up heeft initiatiefnemer de meest actuele plannen en geluidsmodelering diezelfde avond nog een keer toegestuurd met het aanbod dat mocht er BPD nog behoefte zijn aan toelichting, de initiatiefnemer hier gaarne toe bereid is.

Waarschijnlijk omdat de geluidsoverlast op hun perceel af zal nemen t.o.v. de huidige situatie, heeft BPD hierop geen nadere reactie meer gegeven.

13.2

Advies en instemming

In de Nota Sturing fysieke leefomgeving staat in welke gevallen advies en instemming van de gemeenteraad nodig is. In de lijst met adviesplichtige ontwikkelingen is onderscheid gemaakt naar vier typen gebieden. In dit geval is het stedelijk gebied van toepassing: Lijst stedelijk gebied a) Het bouwen van tien of meer woningen. b) Functieverandering van bestaande bebouwing naar wonen. Indien dit leidt tot tien of meer nieuwe woningen. c) Nieuwbouw, uitbreiding van bestaande bebouwing, of functieverandering van bestaande bebouwing ten behoeve van “niet-wonen” functies met een (gezamenlijke) oppervlakte van 1.500 m2 of meer; d) Het veranderen van het gebruik van onbebouwde gronden met een oppervlakte van 1.500 m2 of meer. In dit geval beslaat de overkapping meer dan 1.500 m2. Daarmee is sprake van een geval onder lid c en is advies en instemming van de gemeenteraad nodig.

13.3

Zienswijzen

Deze paragraaf wordt ingevuld nadat de omgevingsvergunning voor een periode van zes weken ter inzage heeft gelegen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

55

Ruimtelijke motivering Sportlaan 3, Pijnacker Definitief

HOOFDSTUK 14

VOORSTEL OPNEMEN INITIATIEF IN OMGEVINGSPLAN

In voorliggende motivering is aangetoond dat het initiatief voorziet in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit hoofdstuk is een voorstel voor het opnemen van het initiatief in het omgevingsplan van de gemeente Pijnacker-Nootdorp. Met dit voorstel kan de strijdigheid van het initiatief met het omgevingsplan (zie paragraaf 1.3.2) worden opgeheven. Op moment van schrijven werkt de gemeente Pijnacker-Nootdorp aan de invulling van het omgevingsplan. Omdat deze regels nog niet in het omgevingsplan zijn opgenomen, wordt in dit voorstel nog aangesloten bij het omgevingsplan van rechtswege, te weten het bestemmingsplan “De Groene Wijdte” (vastgesteld 18 oktober 2018). Voorstel opnemen regels De activiteit dient overeen te komen met de bestemming ‘Sport’ in het gehele projectgebied. Daarnaast moet de maximaal toegestane oppervlakte aan bebouwing op het perceel worden gewijzigd naar 1.776 m2. De maximaal toegestane bouwhoogte moet worden gewijzigd: voor gebouwen ter plaatse van de overkapping naar 9,77 meter, voor bijbehorende bouwwerken ter plaatse van de watersilo naar 4,62 meter. Onderstaande afbeelding geeft een visualisatie weer van de regels. Met rode omlijning is het projectgebied aangegeven. Met lichtgroene arcering is de functie ‘Sport’ aangegeven en met de stippellijnen zijn de vlakken aangegeven voor de overkapping en de watersilo.

Afbeelding 14.1 Verbeelding voorstel regels (Bron: BJZ.nu)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

56

Ruimtelijke motivering Sportlaan 3, Pijnacker Definitief

BIJLAGEN BIJ DE RUIMTELIJKE MOTIVERING Bijlage 1

Vuurlastberekening

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

57

Buro Appel

Padelbanen Sportlaan 3 te Pijnacker Rapportage Grote Brandcompartimenten – NEN 6060

085 - 06 06 163

info@buro-appel.nl

buro-appel.nl

PADELBANEN SPORTLAAN 3 TE PIJNACKER Rapportage Grote Brandcompartimenten – NEN 6060

Buro Appel

Padelbanen Sportlaan 3 te Pijnacker Rapportage Grote Brandcompartimenten – NEN 6060 Projectnummer Document Versie Datum

26.674 NEN6060 A 3 maart 2026

Opdrachtgever

Alles voor Padel Schutweg 47 8243 PC Lelystad

Contactpersoon

Christian Stam

Opdrachtnemer

Buro Appel www.buro-appel.nl info@buro-appel.nl

Auteur

Ing. K. Bakker

© 2026 Ingenieursburo Appel

Alle rechten voorbehouden aan Ingenieursburo Appel. Alle opdrachten worden aanvaard en uitgevoerd overeenkomstig de DNR 2011, inclusief alle bijlagen en aanvullingen tot op heden.

Rapport 26.674_NEN6060_A | 3 maart 2026 | Pagina 1

www.buro-appel.nl

PADELBANEN SPORTLAAN 3 TE PIJNACKER Rapportage Grote Brandcompartimenten – NEN 6060

Buro Appel

Inhoudsopgave 1

Inleiding

3

1.1

Aanpak en wijze van beoordelen

3

1.2

Documenten en integraliteit

3

2

Uitgangspunten en beschrijving bouwwerk

4

2.1

Situering

4

2.2

Bestemming en gebruik

4

2.3

Bouwkundige situatie

4

3

Beoordeling

5

3.1

Methode van de NEN 6060

5

3.2

Maatregelpakketten

5

3.3

Controle toepassingsgebied

6

3.4

Vuurbelasting

8

3.5

Voorzieningen

8

4

Conclusie

11

4.1

Compartimentsgrootte

11

4.2

Eisen aan de omhulling

11

4.3

Toezichtarrangement

11

Bijlagen 1 | Berekeningen 2 | Tekeningen 3 | Documentatie

Rapport 26.674_NEN6060_A | 3 maart 2026 | Pagina 2

www.buro-appel.nl

Buro Appel

PADELBANEN SPORTLAAN 3 TE PIJNACKER Rapportage Grote Brandcompartimenten – NEN 6060

1

INLEIDING Alles voor Padel heeft Buro Appel opdracht gegeven om een rapportage grote brandcompartimenten op te stellen voor de realisatie van overdekte padelbanen aan de Sportlaan 3 te Pijnacker.

1.1

AANPAK EN WIJZE VAN BEOORDELEN Voor de beoordeling hiervan is gebruik gemaakt van de norm NEN 6060/A1 – Brandveiligheid van grote brandcompartimenten [2018]. Deze norm geeft in het kader van artikel 4.51 van het Bbl een aantal maatregelpakketten waarmee brandcompartimenten die groter zijn dan de standaardprestatie-eis, kunnen voldoen aan de eisen voor beperking van uitbreiding van brand. Dit rapport heeft betrekking op de toegestane compartimentsgrootte en rechtstreeks hiermee verband houdende voorschriften. Een toetsing van de overige voorschriften brandveiligheid uit het Bbl 2024 is opgenomen in een apart rapport van Buro Appel, zoals vermeldt in paragraaf 1.2. Ook geldt dat dit rapport alleen gaat over de publiekrechtelijke brandveiligheidseisen vanuit het Bbl. Privaatrechtelijke eisen van verzekeraars, mogelijke maatregelen ten behoeve van schadebeperking of het voorkomen van bedrijfsstilstand zijn in dit rapport niet behandeld, tenzij expliciet benoemd.

1.2

DOCUMENTEN EN INTEGRALITEIT Voor de beoordeling van het ontwerp is gebruik gemaakt van de tekeningen van Allesvoorpadel met projectnummer 1001 van 22 januari 2026. In de bijlagen zijn deze opgenomen. Deze rapportage maakt onderdeel uit van de aanvraag omgevingsvergunning voor bouwen, waarvoor Buro Appel de volgende documenten heeft opgesteld:  NEN 6060 - Grote brandcompartimenten: 26.674_NEN6060_A_3 maart 2026 (dit rapport);

Rapport 26.674_NEN6060_A | 3 maart 2026 | Pagina 3

www.buro-appel.nl

PADELBANEN SPORTLAAN 3 TE PIJNACKER Rapportage Grote Brandcompartimenten – NEN 6060

2

UITGANGSPUNTEN EN BESCHRIJVING BOUWWERK

2.1

SITUERING

Buro Appel

Het project is gelegen aan de Sportlaan 3 (2641 AZ) te Pijnacker. Het betreft de realisatie van meerdere overdekte padelbanen. De padelbanen komen te liggen ter plaatse van bestaande tennisbanen die worden opgeheven. Op figuur 2.1 is de bestaande situatie weergegeven en de locatie van de nieuwe padelbanen. Figuur 2.1 | Overzicht bestaande situatie (bron: BAG/Kadaster)

2.2

BESTEMMING EN GEBRUIK Het complex is in gebruik als tennis- en padelclub. De nieuwbouw bestaat uit een overkapping van de padelbanen door middel van stalen spanten die worden voorzien van sandwichpanelen. In bijlage 1 zijn de plattegronden van het gebouw opgenomen. De maximale hoogte (nok) ligt 9.868mm boven peil. De gebruiksfunctie van het gebouw is sportfunctie. Het gehele gebouw wordt beschouwd als één NEN 6060-compartiment met een grootte van circa 1.775 m².

2.3

BOUWKUNDIGE SITUATIE Constructief De hoofddraagconstructie bestaat uit een staalconstructie met betonnen vloeren. Gevels en daken Het dak en de gevels bestaan uit sandwichpanelen van het type Falk 1100 TR3 30/60. In bijlage 3 zijn de materiaalgegevens opgenomen. Vloer De betonnen vloer is geheel voorzien van kunstgras.

Rapport 26.674_NEN6060_A | 3 maart 2026 | Pagina 4

www.buro-appel.nl

Buro Appel

PADELBANEN SPORTLAAN 3 TE PIJNACKER Rapportage Grote Brandcompartimenten – NEN 6060

3

BEOORDELING

3.1

METHODE VAN DE NEN 6060 Kern van de NEN 6060 is dat de verwachte brandduur binnen een groot compartiment niet meer mag zijn dan de brandwerendheid van de omhulling toelaat. Er moet dus sprake zijn van een zelfstandige brandstop voordat de omhulling bezwijkt, of de brand overslaat naar een ander brandcompartiment of gebouw. Het voorkomen van branduitbreiding moet kunnen worden bereikt met een beperkte repressieve inzet van de brandweer. In de beoordeling speelt de vuurbelasting respectievelijk de vuurlast in de inrichting een belangrijke rol. Het gaat hierbij om de verbrandingswaarde van goederen in het gebouw en in de constructie ervan. In deze rapportage wordt de verbrandingswaarde uitgedrukt in kilogrammen of tonnen 'vurenhoutequivalent' (VH). Een kilo vurenhout staat daarbij voor 19 MJ aan verbrandingsenergie. Brandbaar materiaal is op basis van zijn verbrandingsenergie vertaald in kilogrammen vurenhout. De reden dat voor het gebruik van de eenheid [kg vh/m²] in plaats van SI-eenheden is dat een relatie gelegd kan worden met de brandduur: Eén kilogram vurenhout per vierkante meter vloeroppervlakte brand ongeveer één minuut. Opgemerkt wordt dat bij erg hoge of lage vuurbelastingen de relatie tussen vuurbelasting en brandduur anders uitpakt dan beschreven. Daarnaast speelt de samenstelling van het materiaal en de wijze van opslag een rol.

3.2

MAATREGELPAKKETTEN De NEN 6060 onderscheidt vier maatregelpakketten voor de beperking van uitbreiding van brand: I. Het basispakket, waarin enkel door een gebruiksbeperking aan de maximaal toelaatbare totale vuurlast en de daarop afgestemde omhullingseisen, grotere brandcompartimenten mogelijk zijn; II. Door aanvullende eisen aan het brandgedrag van de inventaris en het aanbrengen van automatische detectie en een installatie voor rook- en warmteafvoer zijn hier grotere compartimenten mogelijk dan bij pakket I; III. Een pakket speciaal voor compartimenten bestemd voor bulkopslag, uitgaande van een relatief lage afbrandsnelheid van ene ontwikkelde brand, installatietechnische eisen en een hoge eis aan de WBDBO naar andere ruimten; IV. Compartimenten met een gecertificeerd automatisch vastopgesteld brandbeheersings- of brandblusstysteem (VBB-systeem), en met daarop afgestemde eisen ter plaatse van de omhulling.

Rapport 26.674_NEN6060_A | 3 maart 2026 | Pagina 5

www.buro-appel.nl

PADELBANEN SPORTLAAN 3 TE PIJNACKER Rapportage Grote Brandcompartimenten – NEN 6060

3.3

Buro Appel

CONTROLE TOEPASSINGSGEBIED Om de NEN 6060 te kunnen gebruiken is er sprake van een toepassingsgebied en -voorwaarden. In deze paragraaf is hierop ingegaan en in tabel 3.1 is de controle hierop samengevat. Waar nodig is een toelichting gegeven. In deze situatie wordt getoetst aan: Maatregelpakket I. Tabel 3.1 | Controle toepassingsgebied en -voorwaarden Onderdeel (*) Verwerking (**) 7.2.1 Bouwwerkfase 3.3.1 Verbouw: NEN 6060 Nieuwbouw 7.2.2.1 Gebruiksfunctie 3.3.2 Sportfunctie, deze gebruiksfunctie is toelaatbaar: 7.2.2.2 Beperking kantoorfunctie 3.3.3 Er is geen sprake van een kantoorgebouw 7.2.2.4 Gevaarlijke stoffen Niet aanwezig. 3.3.4 3.3.5 De gebruiksfunctie(s) is/zijn gelegen 7.2.3.2 Vormgeving NEN 6060binnen 1 NEN 6060-compartiment. compartiment 7.2.3.3 Celvormige indeling 3.3.6 Er is geen sprake van een celvormige indeling. 3.3.7 7.2.3.4 Inwendige hoogte <15 m, toelaatbaar 7.2.3.5 Gebruiksoppervlakte op 3.3.8 Er is geen sprake van verdiepingen (<50%) verdieping(en) (*) De nummering refereert aan de desbetreffende paragraaf in de NEN 6060 (**) De nummering refereert aan de desbetreffende paragraaf in dit rapport

3.3.1 Nieuwbouw/bestaande bouw In een verbouwsituatie volgt de norm het Bbl voor de bepaling van het aan te houden veiligheidsniveau. Wanneer de analyse hiervan uitkomt op een verwijzing naar eerdere regels of richtlijnen, dan geldt het volgende:  Voor brandcompartimenten die zijn vergund op basis van het Bouwbesluit 2003 of later, de methode BvB 2007 of op basis van de NEN 6060 geldt: NEN 6060 nieuwbouw;  Voor brandcompartimenten die zijn vergund op basis van een eerdere versie van het Bouwbesluit 2003 geldt: NEN 6060 bestaande bouw. 3.3.2 Gebruiksfuncties De methode is nadrukkelijk niet bedoeld om te worden toegepast op gebruiksfuncties die voor overnachten of voor het verblijf van niet-zelfredzame personen zijn bedoeld. De volgende functies mogen niet voorkomen binnen een NEN 6060-compartiment:  Woonfunctie; Logiesfunctie; Celfunctie;  Gezondheidszorgfunctie voor bedgebonden patiënten;  Bijeenkomstfunctie voor bedrijfsmatige kinderopvang 3.3.3 Beperking aan de kantoorfunctie met celvormige indeling Maatregelpakket I is niet van toepassing op gebouwen met een celvormige indeling. 3.3.4 Gevaarlijke stoffen Wanneer er gevaarlijke stoffen (mogen) voorkomen in het NEN 6060-compartiment dan moet de verbrandingswaarde van die stoffen worden meegerekend in de vuurbelasting wanneer deze kunnen deelnemen of bijdragen aan een brand.

Rapport 26.674_NEN6060_A | 3 maart 2026 | Pagina 6

www.buro-appel.nl

PADELBANEN SPORTLAAN 3 TE PIJNACKER Rapportage Grote Brandcompartimenten – NEN 6060

Buro Appel

3.3.5 Een NEN 6060-compartiment moet zich in één gebouw bevinden De norm is niet uitgewerkt voor een NEN 6060-compartiment dat zich over meerdere gebouwen uitstrekt. Overigens staat het Bouwbesluit/Bbl wel toe dat een brandcompartiment uit meer gebouwen bestaat. 3.3.6 NEN 6060-compartiment met celvormige indeling en maatregelpakket I Het is onder voorwaarden mogelijk om een celvormige indeling toe te staan binnen een NEN 6060compartiment: a. De gebruiksfuncties worden bij een gezamenlijke gebruiksoppervlakte van in totaal meer dan 500 m2 met 30 minuten brandwerendheid afgescheiden van de rest van het compartiment; b. Bij een gezamenlijke gebruiksoppervlakte van meer dan 1.000 m2 worden voor deze celvormige gebruiksfuncties met 60 minuten brandwerendheid afgescheiden van de rest van het compartiment; c. Voor een celvormig ingedeeld oppervlakte van ten hoogste 50 m² geldt een vrijstelling In het gebouw is geen sprake van een celvormige indeling. 3.3.7 Beperking aan de netto inwendige hoogte Voor de maatregelpaketten I, II en III is de netto inwendige hoogte begrensd tot 15 meter. Voor matregelpakket IV zijn er geen beperkingen aan de netto inwendige hoogte. De maximale inwendige hoogte van het NEN 6060-compartiment bedraagt circa 10 meter en is toelaatbaar.

3.3.8 Beperking van de gebruiksoppervlakte op verdiepingen Voor maatregelpaketten I, II en III zijn beperkingen gesteld aan het gedeelte van het gebruiksoppervlakte dat ligt op verdiepingen en tussenvloeren:  Bij maatregelpakket I en II mag het aandeel vloeroppervlakte van verdiepingen en tussenvloeren niet meer dan 50% bedragen van het totale gebruiksoppervlak van het NEN 606compartiment;  In maatregelpakket III mag slechts een verwaarloosbaar deel van het gebruiksoppervlakte op een verdiepingsvloer of tussenverdieping liggen.

Rapport 26.674_NEN6060_A | 3 maart 2026 | Pagina 7

www.buro-appel.nl

Buro Appel

PADELBANEN SPORTLAAN 3 TE PIJNACKER Rapportage Grote Brandcompartimenten – NEN 6060

3.4

VUURBELASTING Uitgangspunt is nieuwbouw voor maatregelpakket I uit de NEN 6060. Op basis van de gebruiksfunctie betekent een maximale vuurlast van 300 ton VH. Er is een inventarisatie uitgevoerd naar het beoogde gebruik en de bouwkundige situatie. Verder heeft de opdrachtgever/architect gegevens en tekeningen omtrent de constructie en de bouwkundige situatie aangeleverd. Deze gegevens zijn vervolgens vertaald naar een bijdrage aan de permanente en variabele vuurbelasting. De permanente vuurbelasting is gebaseerd op de uitgangspunten van de bouwkundige situatie in combinatie met een veiligheidsmarge van 10%. Voor de variabele vuurlast van de diverse gebouwfuncties zijn kentallen aangehouden afkomstig uit bijlage B van de NEN 6060 in combinatie met de eigen expertise. Hierbij is een veiligheidsmarge gehanteerd van 10%. De rekenkundige bepaling van de vuurlast van de beoordeling is opgenomen in bijlage 2. In tabel 3.1 is hiervan de samenvatting opgenomen. Tabel 3.1 | Vuurlastgegevens, maatregelpakket IV, overig Omschrijving Vuurlast

Vuurbelasting

[MJ]

[VH x1000kg]

[MJ/m²]

[kg VH/m²]

Permanent

63.561

3

36

1,9

Variabel

251.843

13

142

7,5

Totaal

315.404

17

178

9

Wanneer de vuurlast binnen de relevante grenswaarde valt (< 300 ton VH), is de grootte toelaatbaar. De vuurlast in het NEN 6060-compartiment bedraagt 17 ton vh en valt daarmee binnen het kader van maatregelpakket I. De compartimentsgrootte is toelaatbaar.

3.5

VOORZIENINGEN

3.5.1

Maatgevende vuurbelasting – Basiseis WBDBO De eisen aan een omhulling van een brandcompartiment worden volgens de norm bepaald door een combinatie van maatgevende vuurbelasting en de afmetingen van de gevels en andere scheidingsoppervlakken. De minimumeis aan de omhulling is een WBDBO van 60 minuten. De WBDBO wordt gevormd door een combinatie van afstand en brandwerendheid. Voor de maatgevende vuurbelasting is bepalend hoe de vuurlast over het compartiment verdeeld is. Het gaat daarbij over de 1000 aaneengesloten vierkante meters waarin zich de hoogste vuurlast bevindt. De norm verbindt hieraan eisen aan de omhulling c.q. afscheiding van het compartiment (afstandsbijdragen tellen mee in de omhulling). De minimumeis is 60 minuten of de hoogte van de maatgevende vuurbelasting in de getalswaarde in minuten verhoogd met een marge die afhangt van de gevelmaten. De zone van de maatgevende vuurlast is aangegeven op figuur 3.1. Deze is gelijkmatig verdeeld en gelijk aan de gemiddelde vuurbelasting en bedraagt 11 kg VH/m² (60 minuten).

Rapport 26.674_NEN6060_A | 3 maart 2026 | Pagina 8

www.buro-appel.nl

Buro Appel

PADELBANEN SPORTLAAN 3 TE PIJNACKER Rapportage Grote Brandcompartimenten – NEN 6060

Figuur 3.1 | Gebied maatgevende vuurbelasting

3.5.2

WBDBO-toeslag Wanneer compartimenten (vrijwel) aan elkaar zijn gebouwd, dient bepaald te worden of er een veiligheidsmarge bovenop de basiseis voor de WBDBO voor een deel van de omhulling van het NEN 6060-compartiment noodzakelijk is. Wanneer er sprake is van gevels of opslag (op het eigen terrein) die op meer dan 5 meter van de perceelsgrens gesitueerd zijn wordt de marge geacht aanwezig te zijn en bedraagt deze dus 0 minuten. Voor iedere maatgevende vuurlast kan de oppervlakte waarbij een marge benodigd is bepaald worden: • Sprong 1: 36.000 / qm [m²]: marge 30 minuten • Sprong 2: 48.000 / qm [m²]: marge 60 minuten (vanaf qm > 60 kg VH) Voor alle gevels is er sprake van een afstand tot aan de perceelsgrens of gebouwen op het eigen perceel van meer dan 5 meter en is geen marge noodzakelijk. Deze bedraagt dus 0 minuten.

3.5.3

Afstandsbijdrage Zoals gesteld kan ook in de WBDBO voorzien worden door de afstand. Wanneer een gevel op voldoende afstand is gelegen van een naburige gevel zal immers nooit brandoverslag plaatsvinden. De WBDBO is dan ten minste even groot als de brandduur. De relevante gevel in deze situatie is de zuidgevel van de padelhal die is gelegen naar de perceelsgrens. De overige gevels zijn gericht naar de omringende tennisbanen gelegen op het eigen perceel en de afstanden naar bebouwing en/of perceelsgrenzen is ruim voldoende om in de afstandsbijdrage te voorzien (>15m). Op figuur 3.2 is overzicht weergegeven van het compartiment en de afstanden tot aan de perceelsgrens aan de zuidzijde en in tabel 3.2 is de afstandsbijdrage en de resulterende eis aan de brandwerendheid weergegeven. Tabel 3.2 | Overzicht afstandsbijdrage en brandwerendheid gevels Omhullingseis AfstandsOmschrijving (basis + toeslag) X* bijdrage

Bijdrage eigen perceel

Resulterende eis gevel

[minuten]

[minuten]

[minuten]

[minuten]

240

0

0

[m]

I. Zuid

60 24 * De afstand van de gevel tot aan het beoordelingspunt.

Rapport 26.674_NEN6060_A | 3 maart 2026 | Pagina 9

www.buro-appel.nl

PADELBANEN SPORTLAAN 3 TE PIJNACKER Rapportage Grote Brandcompartimenten – NEN 6060

Buro Appel

Door de aanwezige afstanden gelden er voor de gevels geen brandwerendheidseisen. In bijlage 2 is de stralingsberekening opgenomen. Figuur 3.2 | Bepaling afstandsbijdrage

Rapport 26.674_NEN6060_A | 3 maart 2026 | Pagina 10

www.buro-appel.nl

PADELBANEN SPORTLAAN 3 TE PIJNACKER Rapportage Grote Brandcompartimenten – NEN 6060

4

Buro Appel

CONCLUSIE In opdracht van Alles voor Padel is een beoordeling uitgevoerd voor de omvang van een groter dan toegestaan brandcompartiment volgens de prestatie-eisen van het Besluit bouwwerken leefomgeving. Voor de beoordeling hiervan is gebruik gemaakt van de bepalingsmethode zoals die is beschreven in de NEN 6060: Brandveiligheid van grote brandcompartimenten. Op basis hiervan kan eveneens worden voldaan aan artikel 4.53 van het Bbl.

4.1

COMPARTIMENTSGROOTTE Er is gekozen voor maatregelpakket I. De totale vuurlast van 17 ton VH is lager dan grenswaarde (300 ton VH) en de compartimentsgrootte is daarmee toelaatbaar. De brand is beheersbaar conform de methodiek van de NEN 6060 en de consequenties voor de omgeving in geval van brand vallen binnen de kaders van het redelijke (paragraaf 3.1).

4.2

EISEN AAN DE OMHULLING Door de aanwezige afstanden gelden er voor de gevels geen brandwerendheidseisen voor wat betreft de WBDBO richting de perceelsgrenzen.

4.3

TOEZICHTARRANGEMENT Door gebruik te maken van de NEN 6060 neemt de gebruiker/eigenaar de verplichting tot een toezichtarrangement op zich. Dit houdt in dat met een bepaalde frequentie door een onafhankelijke en deskundige instelling een controle wordt uitgevoerd. Hierbij wordt beschouwd of de gebruiksbeperkingen en voorzieningen die volgen uit deze rapportage nog in overeenstemming zijn met het gekozen maatregelpakket. De werkwijze hiervoor is beschreven in paragraaf 6.3.4 van NEN 6060. De rapportage van deze controle dient aan het bevoegd gezag te worden verstrekt. De voorgestelde frequentie hiervan is eens per 3 jaar.

© 2026-Ingenieursburo Appel

Rapport 26.674_NEN6060_A | 3 maart 2026 | Pagina 11

www.buro-appel.nl

Buro Appel

BIJLAGEN

085 - 06 06 163

info@buro-appel.nl

buro-appel.nl

N

tel: 0651603582 E-mail: roy@allesvoorpadel.nl

Bestaande fietsenstalling Nieuwe fietsenrekken tel: 0320 331 588 E-mail: info@allesvoorpadel.nl

PROJECT - 1001 Sportlaan 3, 2641 AZ Pijnacker

ONDERWERP Fietsenstalling uitbreiding

SCHAAL

DATUM January 22, 2026 FORMAAT A3

HANDTEKENING ALLESVOORPADEL

DATUM:

HANDTEKENING OPDRACHTGEVER

ALLE MAATVOERING IN HET WERK CONTROLEREN January 22, 2026

DATUM:

Project Location

A

02

Leveringsvoorwaarden volgens DNR-2011. Deze tekening blijft ons eigendom en mag zonder toestemming niet worden gecopieerd, of ter inzage worden gegeven aan derden.

N

tel: 0651603582 E-mail: roy@allesvoorpadel.nl

tel: 0320 331 588 E-mail: info@allesvoorpadel.nl

PROJECT - 1001 Sportlaan 3, 2641 AZ Pijnacker

ONDERWERP -

Realisatie

SCHAAL 1mm:500mm (1:500)

DATUM January 22, 2026 FORMAAT 24 m

A3

HANDTEKENING ALLESVOORPADEL

570

74 m 12 m

DATUM:

I. Zuid

HANDTEKENING OPDRACHTGEVER

DATUM:

January 22, 2026

Project Location

A

02

Leveringsvoorwaarden volgens DNR-2011. Deze tekening blijft ons eigendom en mag zonder toestemming niet worden gecopieerd, of ter inzage worden gegeven aan derden.

N

tel: 0651603582 E-mail: roy@allesvoorpadel.nl

tel: 0320 331 588 E-mail: info@allesvoorpadel.nl

PROJECT - 1001 2000

3300

1200

900

Sportlaan 3, 2641 AZ Pijnacker

1100

1070

ONDERWERP

199

199

30

Maatvoering

SCHAAL 1 mm:250 mm (1:250)

3500

DATUM

2002

2002

2400

January 22, 2026

1.000 m²

FORMAAT A3

199

199

HANDTEKENING ALLESVOORPADEL

70

1005

200

1005

200

1005

315

1005

315

1005

200

1005

70

7400

HANDTEKENING OPDRACHTGEVER

ALLE MAATVOERING IN HET WERK CONTROLEREN January 22, 2026

DATUM:

DATUM:

Project Location

A

02

Leveringsvoorwaarden volgens DNR-2011. Deze tekening blijft ons eigendom en mag zonder toestemming niet worden gecopieerd, of ter inzage worden gegeven aan derden.

RENDERS ZIJN TER IMPRESSIE EN ZIJN NIET BESTEMD VOOR UITVOERING

January 22, 2026

Project Location

A

02

RENDERS ZIJN TER IMPRESSIE EN ZIJN NIET BESTEMD VOOR UITVOERING

January 22, 2026

Project Location

A

02

RENDERS ZIJN TER IMPRESSIE EN ZIJN NIET BESTEMD VOOR UITVOERING

January 22, 2026

Project Location

A

02

NEN 6060 - Brandveiligheid van grote brandcompartimenten Project: Locatie:

26.674 Padelbanen Sportlaan 3 te Pijnacker

Bouwwerkfase: Gebruiksfunctie: Maatregelpakket: Maximale vuurlast:

Nieuwbouw (voor brandcompartimenten die zijn/worden vergund op basis van het Bbl, Bouwbesluit 2003 of later, BvB 2007 of op basis van de NEN 6060 ) Overig I. (Basispakket) 300 ton VH

Omvang NEN 6060-compartiment:

Datum: Versie:

3 maart 2026 A

1.776 m²

Permanente vuurbelasting (PV) Dak / gevel Bijdrage Materiaal [d] / [g]

[qm] *

g d g

82% 68% 50%

10%

Sandwichpaneel; PIR, 30 mm Sandwichpaneel; PIR, 30 mm Flexlight Cristable 400 (PVC 540 gr/m²)

Veiligheidsmarge

Permanente vuurbelasting

Toelichting wand: Falk 1100 TR3 30/60 dak: Falk 1100 TR3 30/60 schuifbare doeken

installaties, verlichting, etc

Aantal 995 1880 125

10 %

Eenheid 1,7 kg/m2 1,7 kg/m2 0,54 kg/m2

Verbrandingswaarde Vuurlast [MJ]

Aandeel in vuurbel.

[MJ/eenheid]

[MJ]

PV [%]

Tot. [%]

26 MJ/kg 26 MJ/kg 17 MJ/kg

29.319 27.699 765 5.778

46%

9%

44%

9%

1%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

9%

2%

63.561 MJ

100%

20%

Permanente vuurbelasting op basis van de NEN 6090 (Bbl artikel 4.7):

72 MJ/m²

In de kolom Bijdrage [q m ] * is voor de permanente en variabele vuurbelasting het percentage materiaal weergegeven dat bijdraagt aan de maatgevende of piekvuurbelasting. Hiertoe is het percentage van de vuurlast bepaald dat zich binnen de ongunstigste 1.000 m2 van het grondoppervlak bevind (in de rapportage is beschreven waar deze is gelegen). Dit betekent dat de vuurlast van zowel de begane grond als eventuele verdiepingen die zich boven dit oppervlak bevinden hierin meetellen.

BIJLAGE 2

NEN 6060 - Brandveiligheid van grote brandcompartimenten Project: Locatie:

26.674 Padelbanen Sportlaan 3 te Pijnacker

Datum: Versie:

3 maart 2026 A

Verbrandingswaarde Vuurlast [MJ] [MJ/eenheid] [MJ]

Aandeel in vuurbel. VV [%] Tot. [%]

Variabele vuurbelasting (VV) Product# [-] 10 689

690

Bijdrage Materiaal [qm] * 68% 68%

10%

Diversen Kunstgras padel (latex/PP)

Toelichting

Hoeveelheid

aankleding kunstgras

500 kg 1776 m2

Veiligheidsmarge

21 MJ/kg 123 MJ/m2

10.500 218.448 22.895

10 %

Variabele vuurbelasting

251.843 MJ

4%

3%

87%

69%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

9%

7%

100%

80%

Toetsing vuurlast en compartimentsgrootte Permanente vuurbelasting

63.561 MJ

3 ton VH

36 MJ/m²

1,9 kg VH/m²

Variabele vuurbelasting

251.843 MJ

13 ton VH

142 MJ/m²

7,5 kg VH/m²

Totale en gemiddelde vuurbelasting (q) Maatgevende of piekvuurbelasting (qm)

315.404 MJ

17 ton VH

178 MJ/m²

9 kg VH/m² 11 kg VH/m²

Omvang NEN 6060-compartiment: Maximale compartimentsgrootte (Amax)

1.776 m² 32.096 m²

Vuurlast lager dan toegestaan? Omvang NEN 6060-compartiment toegestaan?

Ja Ja

BIJLAGE 2

NEN 6060 - Brandveiligheid van grote brandcompartimenten Project: Locatie:

26.674 Padelbanen Sportlaan 3 te Pijnacker

Datum: Versie:

Bepaling afstandsbijdrage (gevel naar gevel) # Gevel I. Zuid II. III. IV. V. VI.

Breedte b [m]

Hoogte h [m]

Afstand [m]

ten opzichte van

74,0

5,5

12,0

Perceelsgrens

Maatgevende of piekvuurlast (q m ):

11 kW/m²

Vermogensdichtheid:

45 kW/m²

x [m]

[ kW/m²]

Afstands-bijdrage Ca [min]

Toeslag Wt [min]

Buurcomp. Cb [min]

WBDBO-eis We [min]

WBDBO-gevel (bi --> bu)

24,0

4,5

240

0

0

60

0 minuten

ϕdoel

Bepaling afstandsbijdrage (gevel naar dak) # Gevel

Hoogte gevel hv [m]

Breedte b [m]

3 maart 2026 A

Vermogensdichtheid:

Hoogte dak Hd [m]

Hoogte stralend vlak hv - Hd [m]

Afstand x [m]

ϕdoel [ kW/m²]

Afstandsbijdrage Ca

WBDBO-eis We [min]

WBDBO-dak (bu --> bi)

60 60 60

0 minuten 0 minuten 0 minuten

0,0 0,0 0,0

Bepaling WBDBO-toeslag o.b.v. piekvuurlast, Wt

240

60

180

45

WBDBO-toeslag, Wt [min]

Afstandsbijdrage . Ca [min]

Relatie warmtestraling en afstandsbijdrage

120 60 0 0

3

6

9

45 kW/m²

12

Warmtestraling op ontvangerpunt, ϕdoel [kW/m²]

15

18

21

24

120 90 60 45

30 30 t/m 20

15 0 0

200

400

600

800

1000

1200

1400

1600

1800

2000

Oppervlakte wand [m²]

BIJLAGE 2

BIJLAGE 3

Doorsnede PRODUCTSPECIFICATIES Dit paneel is aan de onderzijde voorzien van een wit stuccofolie en heeft daardoor geen profilering.

FALK 1100 TR3+ EKO

Kenmerken EKO B

PV GESCHIKT

EKO B-panelen in deze uitvoering voldoen aan brandklasse B. Deze panelen worden met name toegepast in de agrarische sector.

Deze producten zijn geschikt om zonnepanelen op te monteren.

FM-GECERTIFICEERD Dit paneel is FM-gecertificeerd.*

BRANDVEILIG Leverbaar met brandwerende eigenschappen en geclassificeerd als brandklasse B-s2,d0.

*Indien je het FM-certificaat op je bestelling wenst, dien je dit bij de aanvraag bekend te maken zodat we hier tijdens de productie rekening mee kunnen houden.

De circulaire isolatieoplossing falk.com/cradlecore

Optioneel kun je kiezen voor de circulaire CradleCore® isolatiekern bij FALK.

AMMONIAKBESTENDIG & EXTRA BREED Neonstraat 23 6718 WX Ede Holland

FALK.com

(0318) 670 670 info@falkbouwsystemen.nl www.falk.com

Aan de documentatie en technische informatie is veel aandacht besteed. Er kunnen echter geen rechten aan worden ontleend. Versie: 2025-02

FALK.com

BIJLAGE 3

Snelle montage dankzij maximale lengte en breedte!

FALK 1100 TR3+ EKO Eigenschappen

* op aanvraag beschikbaar

Kerndikte [mm]

Totale hoogte [mm]

U-waarde [m²K/W]

Rc-waarde NTA 8800 [m²K/W]

Gewicht* [kg/m²]

Brandklasse [-]

30

60

0,573

1,61

6,2

B-S2-D0

40 ***

70

0,449

2,09

6,6

B-S2-D0

50 *

80

0,370

2,57

7,0

B-S2-D0

Snelle montage, hoge kwaliteit. Dat kenmerkt het FALK 1100 TR3+ EKO paneel. Dit paneel

60

90

0,314

3,04

7,4

B-S2-D0

wordt veel toegepast in de agrarische sector, vooral op een hellend dak en is geschikt

100 *

130

0,196

4,94

9,0

B-S2-D0

voor zowel nieuwbouw als renovatie.

FALK 1100 TR3+ EKO Standaard uitvoering Breed inzetbaar en hoge brandwerendheid

HPS200 Ultra® / Colorcoat Prisma®). Deze coatings

Werkende breedte:

1.100 mm

De geschiktheid voor de agrarische sector is onder

bieden het paneel een gegarandeerde bescherming

H.o.h. afstand kronen:

367 mm

meer te danken aan de hoge brandwerendheid

tot 40 jaar en vallen onder de Confidex®-garantie.

Profielhoogte:

30 mm

Kernmateriaal:

PIR-isolatieschuim / CradleCore®

Eindoverlap:

Eindoverlap tussen de 5 mm en 300 mm.

(brandklasse B-s2,d0) en de afwerking met een ammoniakbestendige aluminiumfolie. De FALK

Leverbaar tot 25 meter

1100 TR3+ EKO is uitstekend te combineren met

De FALK 1100 TR 3+ EKO is leverbaar in lengtes tot

zowel zonnepanelen als lichtoplossingen. Mét

25 meter. De minimale productielengte is 2,3

Legrichting:

Linkse en rechtse uitvoering

behoud van de kwaliteit en de garanties.

meter. Maatwerk onder de 2,3 meter? Dat wordt

Coating:

Buitenzijde: Colorcoat HPS200 Ultra® / Colorcoat Prisma® (andere coatings op aanvraag) Binnenzijde: Witte stucco aluminiumfolie (ca. RAL 9002)

Staaldikte:

Buiten: 0,5 mm (standaard) Binnen: Aluminium folie (De witte aluminium stucco binnenzijde dient als functionele afwerking. Deze kan lichte rimpelvorming bevatten. Als uitstraling aan de binnenzijde van een pand een rol speelt adviseren we om te kiezen voor een stalen binnenplaat, in dit geval de FALK 1100 TR3+)

Minimale lengte:

2.300 mm (korter op aanvraag)

Maximale lengte:

25.000 mm in overleg (vanaf 15.000 mm specifieke montagevaardigheden vereist)

Verpakking:

Optioneel geleverd met beschermfolie

Geluidsisolatie:

Circa 27 dB(A)

Lichtcassettes:

Vanaf kerndikte 40 mm t/m 60 mm leverbaar in dezelfde profilering

Hoge kwaliteit met garantie Het paneel wordt standaard uitgevoerd met de hoogste kwaliteit buitencoating (Colorcoat

geleverd door FALK Bewerking. Wij leveren de panelen verpakt op de bouwplaats en transporteren met eigen chauffeurs en zelfs met zelflossers.

Toepassingsgebied:

FALKULATOR Bereken eenvoudig de overspanning via falk.com/falkulator

Ruimtelijke motivering Sportlaan 3, Pijnacker Definitief

Bijlage 2

Watersleutel

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

82

08-07-2025, 17:05

Watersleutel

Versie 012025

Watersleutel Beweeg cursor over begrippen voor toelichting. Blauwe vakjes invullen. Druk vervolgens op update. Projectnaam & omschrijving 8-7-2025

Sportlaan 3, Pijnacker

15 91 6 0 42

Bouw padelhal en faciliteiten

Watersysteem Nieuwe of Drooggemaakte Po

polder/boezem

16,0

gemaalcapaciteit mm/etmaal peilgebied

kaart

GPG2011NDP I-A

Oppervlakteverdeling plangebied

HUIDIG

TOEKOMSTIG

Stedelijk en/of natuur verhard infrastr./bebouwing onverhard stedelijk en/of natuur

m²

1464

2496,5

m²

2077

1044,5

verhard glasgebied

m²

0

0

onverhard glasgebied

m²

0

0

verhard landelijk

m²

0

0

onverhard landelijk

m²

0

0

huidig aanwezig water

m²

0

0

oppervlakte plangebied

m²

3541

Agrarisch glastuinbouw

Agrarisch gras, akkerbouw

Water

Totaal

Gebiedskenmerken

HUIDIG

3541 1

TOEKOMSTIG

gemiddeld maaiveld

NAP m

-2,40

-2,40

maatgevend peil

NAP m

-3,17

-3,17

m

0,77

0,77

gemiddelde drooglegging

Oppervlaktewater in m² Totaal extra te realiseren huidig aanwezig totaal te realiseren aandeel plangebied https://watertoetsportaal.hhdelfland.nl/watersleutel/index.htm

Ontwikkeling Klimaat 2050

346

246

100

0

0

346

246

100

9,8%

6,9%

2,8% 1/2

08-07-2025, 17:05

Watersleutel

Waterberging in m³ Totaal extra te realiseren

https://watertoetsportaal.hhdelfland.nl/watersleutel/index.htm

106,1

Ontwikkeling Klimaat 2050 70,0

36,1

2/2

Ruimtelijke motivering Sportlaan 3, Pijnacker Definitief

Bijlage 3

Akoestisch onderzoek

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

85

Akoestisch onderzoek Tennisvereniging Pijnacker

26 november 2025

Verantwoording Titel: Rapportnummer: Datum: Opdrachtgever: Opsteller: Status:

Akoestisch onderzoek Tennisvereniging Pijnacker 2324601-R01-D2 26 november 2025 Tennisvereniging Pijnacker ing. A. van den Berg Definitief versie 2

Dit document is eigendom van de opdrachtgever en mag door hem worden gebruikt voor het doel waarvoor het is vervaardigd met inachtneming van de rechten die voortvloeien uit de wetgeving op het gebied van het intellectuele eigendom. De auteursrechten van dit document blijven berusten bij Van dB Advies.

2

Inhoudsopgave Inhoudsopgave ...................................................................................................................... 3 1

Inleiding .......................................................................................................................... 4

2

Situatie ........................................................................................................................... 5

3

Toetsingskader ............................................................................................................... 7 3.1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17070801/1