bijlage 2. ontwerp Nota Bodembeheer
Tekst van het document
voor de andere PFAS), dan blijft de indeling in kwaliteitsklasse Landbouw/Natuur (< Achtergrondwaarden) staan, maar gelden wel toepassingsvoorwaarden: toepassing van grond op de landbodem in grondwaterbeschermingsgebieden is niet toegestaan. 3. Als een PFAS-gehalte aangetoond wordt boven de voorlopige achtergrondwaarde (van 1,9 µg/kg d.s. voor PFOA en 1,4 µg/kg d.s. voor de andere PFAS) en onder de toepassingsnormen van 7,0 µg/kg d.s. voor PFOA en 3,0 µg/kg d.s voor de overige PFAS, dan blijft de indeling in kwaliteitsklasse Landbouw/Natuur (< Achtergrondwaarden) staan, maar kan de partij uitsluitend toegepast in gebieden met de kwaliteitsklassen Wonen of Industrie als toepassingseis of in gebieden waarvoor verhoogde lokale achtergrondwaarden zijn vastgesteld. 4. Als één of meerdere PFAS-gehalten zijn aangetoond boven de toepassingsnormen van 7,0 µg/kg d.s. voor PFOA en 3,0 µg/kg d.s voor de overige PFAS, kan de partij niet meer ingedeeld worden in een generieke kwaliteitsklasse voor toepasbare grond. Toepassing van de partij kan alleen plaatsvinden als in dat gebied verhoogde Lokale Maximale Waarden door het bevoegd gezag zijn vastgesteld in het kader van gebiedsspecifiek beleid.
Nota bodembeheer gemeente Pijnacker-Nootdorp, Bijlage 1 20 juli 2021 Herzien definitief Pagina: 6 / 11
Puin, asbestverdachtheid en asbestonderzoek Als asbest(golf)plaat en/of ander asbestverdacht materiaal (zoals bouw- en sloopafval, gemengd puin, betonpuin en metselpuin) wordt aangetroffen in de toe te passen grond, moet altijd een asbestonderzoek conform de laatste versie van de NEN 5707 69 of NEN 589770 plaatsvinden (de nieuwste stand der techniek) waarmee het gehalte van asbest wordt vastgesteld. De NEN 5707 moet worden gebruikt bij een bijmenging met bodemvreemd materiaal tot en met 50 gewichtsprocent. Als meer dan 50 gewichtsprocent aan bijmenging met bodemvreemd materiaal is vastgesteld, moet de NEN 5897 worden gebruikt. In overleg met de Omgevingsdienst Haaglanden kan ook direct een partijkeuring worden uitgevoerd (inclusief, dan wel specifiek op asbest). Een onderzoek conform de NEN 5707 of de NEN 5897 is volgens paragraaf 4.3 van de Regeling namelijk geen erkend bewijsmiddel. Of bodemvreemd materiaal daadwerkelijk asbestverdacht is, is onder andere afhankelijk van het type puin dat aanwezig is, het historisch gebruik van de locatie (bijvoorbeeld op welk moment het puin is geproduceerd dan wel in de bodem terecht is gekomen) en de soort puinbijmenging. Alleen als voldoende kan worden onderbouwd of gemotiveerd dat het puin in de grond geen asbest kan bevatten, is de grond niet-verdacht voor asbest.
In de NEN 572571 is hierover het volgende beschreven: “Of puin daadwerkelijk asbestverdacht is, is onder andere afhankelijk van het type puin dat is toegepast en het historisch gebruik van de locatie, bijvoorbeeld op welk moment het puin is geproduceerd dan wel is toegepast. Er zijn verschillende typen puin: metselpuin, betonpuin, puin van asfalt, klinkers en/of straatstenen en historisch puin72. Vooral bij ongedefinieerd gemengd bouw‐ en sloopafval is de kans groot dat dit asbestcementplaatmateriaal bevat (stukjes golfplaat, vlakke plaat, daklei en buis). Ook in betonpuin (vooral funderingspuin) komt incidenteel asbestcement voor in de vorm van asbestcementbuizen, verloren bekisting en stelplaatjes. In de overige soorten puin (puin van asfalt, asfalt, bakstenen, dakpannen, cement, klinkers en/of straatstenen, trottoirbanden en historisch puin) zit in de regel geen asbesthoudend materiaal en de aanwezigheid daarvan maakt een locatie niet verdacht. Indien het (puin)granulaat duidelijk visueel herkenbaar is als eenduidig materiaal en voldoende kan worden onderbouwd dat dit materiaal niet vermengd kan zijn met asbesthoudend materiaal, is de (deel)locatie niet verdacht. De kans op het aantreffen van asbest is sterk afhankelijk van de herkomst en ouderdom van het materiaal.
Op basis van de leeftijd van het bouw‐ en sloopafval of recyclinggranulaat is het mogelijk om de verdachtheid nader vast te stellen.” In de onderstaande tabel is aangegeven welke kans er is op het aantreffen van asbest in relatie tot de leeftijd van het materiaal. Onderzoek door TNO73 naar bodemvreemd materiaal in de bodem en het voorkomen van asbest wijst uit dat ten opzichte van onverdachte locaties: • hogere gehalten met asbest worden gemeten in grond met bijmengingen met bouw- en sloopafval, gemengd puin, betonpuin en metselpuin; • hogere gehalten met asbest worden gemeten in grond als meer bodemvreemd materiaal in de grond aanwezig is; • hogere gehalten met asbest worden gemeten in grond als er slechts spoortjes puin aan bijmenging aanwezig zijn.
69
NEN 5707 – Bodem: inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond. NEN 5897 – Inspectie en monstername van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat. 71 NEN 5725 – Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek. 72 Puin van voor 1945. 73 Statistische analyse van de relatie puin in de bodem en de aanwezigheid van asbest, TNO 2018 R10825, 15 augustus 2018. 70
Nota bodembeheer gemeente Pijnacker-Nootdorp, Bijlage 1 20 juli 2021 Herzien definitief Pagina: 7 / 11
Kans op aantreffen van asbest in puin(granulaat) in relatie tot leeftijd materiaal (bron: NEN 5725) Kans op Indicatief gehalte Periode aantreffen Soort asbest Asbestverdacht? (mg/kg) asbest Puin Vóór 1945
Gering
<10
Nee
>100
Ja
10-100
Ja
Incidenteel
Hechtgebonden Hechtgebonden en niet-hechtgebonden Meestal hechtgebonden Meestal hechtgebonden Hechtgebonden
1945-1980
Groot
1980-1993/1995
Tamelijk groot
1993/1995-1998
Gering
1998-2005 Na 2005
Nihil
Hechtgebonden
<<10
Vaak <10, incidenteel >10 < 10
(Gecertificeerd) recyclinggranulaat <1998 (niet Groot gecertificeerd) 1998-2005 Tamelijk groot (gecertificeerd) Na 2005 Nihil (gecertificeerd) Onder Certiva certificaat (Gecertificeerd) recyclinggranulaat Bouw en sloopafval van project met een asbestinventarisatierapport waar door een gecertificeerd asbestinventarisatiebedrijf is aangegeven dat in het betreffende bouwwerk geen asbest aanwezig is. Bouw- en sloopafval van project met een asbestvrijgaverapport waar door een gecertificeerd asbestverwijderingsbedrijf is aangegeven dat het al in het betreffende bouwwerk aanwezige asbest is verwijderd. Puin dat aantoonbaar voldoet aan de SCB-007/BRL9999 en aantoonbaar is verkregen uit een sloop die aantoonbaar is uitgevoerd conform SCB-007/BRL9999. Bouw- en sloopafval dat afkomstig van een sloper en wordt geleverd met een conformiteitsverklaring volgens de SCB-007/BRL9999.
In principe ja Nee Nee
Ja Ja Nee Nee
Nee
Nee Nee Nee
Quickscan Bij de Quickscan moet worden vastgesteld of op de locatie waar de graafwerkzaamheden plaatsvinden, inclusief de belendende percelen tot een maximum van 25 meter, activiteiten hebben plaatsgevonden die hebben kunnen leiden tot een verontreiniging van de bodem. Hierbij hoeven in eerste instantie alleen de volgende digitale archieven te worden geraadpleegd: • Bodeminformatiesysteem van de gemeente Pijnacker-Nootdorp: U stuurt een e-mail naar het emailadres makelaarsinfo@pijnacker-nootdorp.nl. Hierin vermeldt u van welk perceel of welk adres u informatie wilt opvragen. Ook moet u bij de e-mail een situatietekening en de kadastrale gegevens van het betreffende perceel bijvoegen. De gemeente rekent hiervoor legeskosten. • Bodemloket (www.bodemloket.nl/kaart).
Toepassingseis kwaliteit toe te passen grond op of in de bodem (Generiek kader Besluit bodemkwaliteit) De toepassingskaart geeft de maximale kwaliteitseisen weer waaraan de toe te passen grond moet voldoen. Bij de toepassingskaart wordt gekeken naar de vastgestelde bodemkwaliteit en de (toekomstige) functie van de bodem. Op basis van deze dubbele toets, waarbij de strengste toets doorslaggevend is, wordt voor elke bodemkwaliteitszone de toepassingseis vastgesteld.
Nota bodembeheer gemeente Pijnacker-Nootdorp, Bijlage 1 20 juli 2021 Herzien definitief Pagina: 8 / 11
Tabel B2: Voorbeelden van toepassingseisen per combinatie bodemfunctie- en kwaliteitsklasse Bodemfunctieklasse Bodemkwaliteitsklasse Toepassingseis @ Landbouw/natuur Landbouw/natuur Landbouw/natuur Landbouw/natuur Wonen Landbouw/natuur Landbouw/natuur Industrie Landbouw/natuur Wonen Landbouw/natuur Landbouw/natuur Wonen Wonen Wonen Wonen Industrie Wonen Industrie Landbouw/natuur Landbouw/natuur Industrie Wonen Wonen Industrie Industrie Industrie @ De gehalten aan PFAS-verbindingen moeten voldoen aan de toepassingswaarden in de meest recente versie van het tijdelijk handelingskader hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie.
Toepassingslocatie Betreft dat terreindeel waar grond wordt toegepast. Toetsing toepassen grond Om te beoordelen of grondverzet is toegestaan wordt de kwaliteit van de aan te brengen grond vergeleken met de toepassingseis. De kwaliteit van de aan te brengen grond kan worden bepaald op basis van een bodemkwaliteitskaart, partijkeuring of een ander erkend bewijsmiddel. De toepassingseis op basis van de bodemkwaliteitskaart (gezoneerde gebieden) of bodemonderzoek van de ontvangende bodem (niet gezoneerde gebieden). Kwaliteit toe te passen grond # Toepassingseis @ Toepassing toegestaan? Wonen Wonen Ja Industrie Wonen Nee Landbouw/natuur Wonen Ja Wonen Industrie Ja Industrie Industrie Ja Landbouw/natuur Industrie Ja Wonen Landbouw/natuur Nee Industrie Landbouw/natuur Nee Landbouw/natuur Landbouw/natuur Ja # De gemiddelde waarden van een aantal PFAS-verbindingen zijn lager dan de voorlopige landelijke achtergrondwaarden vastgesteld, maar voor een aantal PFAS-verbindingen boven de bepalingsgrens. @ De gehalten aan PFAS-verbindingen moeten voldoen aan de toepassingswaarden in de meest recente versie van het tijdelijk handelingskader hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie.
Nota bodembeheer gemeente Pijnacker-Nootdorp, Bijlage 1 20 juli 2021 Herzien definitief Pagina: 9 / 11
Toetsingswaarden Besluit en Regeling bodemkwaliteit en het Tijdelijk handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie Om een zone te karakteriseren moet een toetsing plaatsvinden aan de gestelde normen uit het Besluit en de Regeling en het Tijdelijk handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie. Deze toetsingsnormen zijn in de onderstaande tabel weergegeven. Tabel B2: Toetsingsnormen (in mg/kg ds voor standaardbodem -lutum 25%, org.stof 10%-) Stof
Maximale waarden Achtergrondwaarde (AW2000, Landbouw/natuur) 20 190 0,60 55 40 0,15 50 1,5 35 140 1,5 0,02 190
Maximale waarden wonen
Maximale waarden industrie
Arseen 27 76 Barium * 550 920 Cadmium 1,2 4,3 Chroom 62 180 Koper 54 190 Kwik 0,83 4,8 Lood 210 530 Molybdeen 88 150 Nikkel * 39 100 Zink 200 720 Som PAK 6,8 40 Som PCB 0,04 0,5 Minerale olie 190 500 PFOA74 zonder 0,0019 vastgestelde achtergrondwaarde Andere PFAS-verbindingen zonder vastgestelde 0,0014 achtergrondwaarde PFOA 0,0019 0,007 Andere PFAS-verbindingen 0,0014 0,003 * De normstelling in Besluit bodemkwaliteit voor barium en nikkel zijn door het voormalige ministerie van VROM sinds 1 april 2009 gewijzigd (Staatscourant, 7 april 2009). Voor nikkel vindt voor schone grond (klasse ‘Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde-AW2000)’) geen toetsing meer plaats aan de Maximale Waarde voor de kwaliteitsklasse ‘Wonen’. Voor barium is besloten alle toetsingsnormen tijdelijk in te trekken als aangetoond kan worden dat er geen sprake is van een verontreiniging veroorzaakt door activiteiten van de mens. Als een verhoogd gehalte van barium is veroorzaakt door een activiteit door de mens, kan dit gehalte door het bevoegd gezag worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium: 920 mg/kg ds.
Uitgesloten locaties en gebieden Uitgesloten locaties en gebieden zijn terreinen die op beleidsmatige grond niet kunnen worden opgenomen in de bodemkwaliteitskaart of niet voldoen aan de minimumeisen voor het aantal en de spreiding van de bodemgegevens uit de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten. Voorbeelden zijn onder andere terreinen waar de gemeente niet het bevoegd gezag voor het Besluit bodemkwaliteit is zoals buitendijks gebied. Terreinen waar sprake is van een sanering of verontreiniging door een lokale activiteit worden eveneens uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart. Maar ook terreinen die in het beheer zijn van andere organisaties zoals Rijkswaterstaat (rijkswegen), de provincie (provinciale wegen) of de SBNS (spoorgebonden gronden) worden soms uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart. Veiligheidsklasse Klasse waarbij is voorgeschreven welke maatregelen genomen moeten worden om de veiligheid en gezondheid (V&G) van werknemers bij de uitvoering van werkzaamheden te waarborgen.
74
PFOA: perfluoroctaanzuur; gebruikt in vochtafwerende producten.
Nota bodembeheer gemeente Pijnacker-Nootdorp, Bijlage 1 20 juli 2021 Herzien definitief Pagina: 10 / 11
Verdachte watergang Deze zijn gedefinieerd in art. 4.3.4.4 van de Regeling bodemkwaliteit. Het betreffen watergangen in gebieden: • die zijn bebouwd, daaronder begrepen kassen- en industriegebieden; • waar regelmatig beroeps- of pleziermotorvaart plaatsvindt; • waar geloosd wordt na de laatste keer dat er is gebaggerd; • grenzend aan wegen met een verkeersintensiteit van meer dan 500 voertuigen per dag, tenzij het betreft bermsloten op een afstand van ten minste 15 meter waarin de wegriolering niet loost; • met een oeverbeschoeiing die bestaat uit met gecreosoteerde olie behandeld hout; • waarvan redelijkerwijs vermoed kan worden dat deze niet voldoen aan de maximale waarden voor het verspreiden van baggerspecie of die niet zijn aangegeven in een beheerplan. Daarnaast worden watergangen grenzend aan voormalige boomgaarden ook als verdachte watergangen gezien. Voor bodemverontreiniging niet verdachte locatie Een locatie waar geen puntbron aanwezig is (geweest), bijvoorbeeld een ondergrondse huisbrandolietank of een chemische wasserij, gebruik bestrijdingsmiddelen, ophooglaag, gedempte watergang, halfverharding, bodembedreigende activiteiten of een (bekend) geval van ernstige bodemverontreiniging. Vrij grondverzet Van vrij grondverzet is sprake als voorafgaand aan het grondverzet de kwaliteit van de grond niet hoeft te worden vastgesteld.
Nota bodembeheer gemeente Pijnacker-Nootdorp, Bijlage 1 20 juli 2021 Herzien definitief Pagina: 11 / 11
Bijlage 2: Wet- en regelgeving 2.1 Landelijke wet- en regelgeving 2.1.1 Besluit en Regeling bodemkwaliteit Algemeen Voor het in werking treden van het Besluit en de Regeling was de regelgeving voor het nuttig toepassen van grond, baggerspecie (hierna aangeduid met 'grond') en bouwstoffen versnipperd in diverse wet- en regelgevingen. De diverse regelgevingen waren complex, onoverzichtelijk en in de praktijk moeilijk handhaafbaar. Daarom zijn de regels herzien en is één eenduidig landelijk kader gemaakt: het Besluit bodemkwaliteit. Het Besluit heeft betrekking op de kwaliteit van de uitvoering (Kwalibo) en het toepassen van grond en bouwstoffen. Binnen het Besluit kunnen gemeenten en waterkwaliteitsbeheerders voor het toepassen van grond aansluiten bij het landelijke, generieke, kader zoals dat in het Besluit is opgenomen. Ook bestaat de mogelijkheid om op gebiedsniveau maatwerkbeleid te formuleren in de vorm van gebiedsspecifiek beleid. Met gebiedsspecifiek beleid kunnen knelpunten bij grondstromen onder bepaalde voorwaarden worden opgelost. Gemeenten en waterkwaliteitsbeheerders kunnen voor hun bodembeheergebied, of delen daarvan, Lokale Maximale Waarden vaststellen (zie ook § 2.2.2 van deze bijlage). Op deze wijze kunnen de toepassingseisen voor grond worden aangepast.
Ook zijn er meer mogelijkheden voor een lokale invulling van het beleid als het gaat om de nuttige toepassing van grond. Gebiedsspecifiek beleid is mogelijk als: • er sprake is van standstill op bodembeheergebiedsniveau; • de Lokale Maximale Waarden het Saneringscriterium niet overschrijden; • het risiconiveau van de gekozen Lokale Maximale Waarden wordt berekend met behulp van de Risicotoolbox (zie http://www.risicotoolboxbodem.nl); • de Lokale Maximale Waarden worden afgestemd met het bevoegd gezag; • de Lokale Maximale Waarden worden vastgelegd in een nota bodembeheer; • de vaststelling van de gekozen Lokale Maximale Waarden een besluit is van de Raad waarop de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is. Dit betekent dat het besluit alleen openstaat voor inspraak. De Regeling geeft een technische invulling aan de hoofdregels van het Besluit en uitleg over de uitvoering. In de Regeling staan onder andere de normen, de wijze waarop de kwaliteit van grond, baggerspecie en bouwstoffen moet worden bepaald en de wijze waarop aan de normen wordt getoetst. Het Besluit en de Regeling vullen elkaar aan en zijn niet los van elkaar te gebruiken. Nuttige toepassingen van grond Het hergebruik van grond mag uitsluitend in nuttige toepassingen plaatsvinden (Besluit, artikel 35).
Als grond wordt hergebruikt in een niet-nuttige toepassing, dan wordt dit gezien als een middel om zich te ontdoen van afvalstoffen en gelden in het kader van de Europese Kaderrichtlijn afvalstoffen strengere regels. De onderstaande toepassingen van grond en baggerspecie worden beoordeeld als nuttige toepassingen: a) Toepassing in bouw- en wegconstructies, waaronder wegen, spoorwegen en geluidswallen. b) Toepassing in ophogingen van industrieterreinen, woningbouwlocaties en landbouw- en natuurgronden, met het oog op het verbeteren van de bodemgesteldheid. c) Toepassing voor het afdekken van een saneringslocatie of als bovenafdichting voor een stortplaats, met het oog op het voorkomen van nadelige gevolgen voor mens, plant of dier door contact met het onderliggende materiaal. Nota bodembeheer gemeente Pijnacker-Nootdorp, Bijlage 2 20 juli 2021 Herzien definitief Pagina: 1 / 8
d) Toepassing in ophogingen in waterbouwkundige constructies en voor het verondiepen en dempen van een oppervlaktewaterlichaam met het oog op de hoogwaterbescherming, de doelstellingen van de Kaderrichtlijn water, bevordering van natuurwaarden en de vlotte en veilige afwikkeling van de scheepvaart. e) Toepassing in aanvullingen, waaronder de herinrichting en stabilisering van voormalige winplaatsen voor delfstoffen, of met het oog op onderhoud en herstel van de toepassingen bedoeld in a tot en met d. f) Verspreiding van baggerspecie uit een watergang over de aan de watergang grenzende percelen, met het oog op het herstellen of verbeteren van de aan de watergang aangrenzende percelen. g) Verspreiding van baggerspecie in een oppervlaktewaterlichaam, uitgezonderd uiterwaarden, gorzen, slikken, stranden en platen, met het oog op de duurzame invulling van de ecologische en morfologische functies van het sediment. h) Tijdelijke opslag van grond en baggerspecie, bestemd voor de toepassingen bedoeld in onderdeel a tot en met e, gedurende maximaal drie jaar op landbodems of gedurende maximaal 10 jaar in een oppervlaktewaterlichaam. i) Tijdelijke opslag van baggerspecie, bestemd voor toepassingen bedoeld in a tot en met f, gedurende maximaal drie jaar op percelen gelegen naast de watergang waaruit de baggerspecie afkomstig is.
Grootschalige toepassingen Binnen het Besluit is een verbijzondering opgenomen: het toetsingskader voor het toepassen van grond in grootschalige toepassingen. Er hoeft niet te worden getoetst aan de kwaliteit en de functie van de ontvangende bodem. Wel moet de toe te passen grond voldoen aan de emissiewaarden om te voorkomen dat ontoelaatbare uitloging naar de onderliggende bodem en het grondwater plaatsvindt. De toetsing aan de emissiewaarden is een eenvoudige toetsing op basis van het rekenkundige gemiddelde van de gemeten stoffen in de toe te passen grond. De emissietoetsingswaarden komen overeen met de t-waarden uit het voormalige Bouwstoffenbesluit. Grootschalige toepassingen hebben een minimaal volume van 5.000 m3 en een minimale toepassingshoogte van 2 meter. Met de voornoemde eisen voor toepassingshoogten moet pragmatisch worden omgegaan. Taluds lopen bijvoorbeeld niet verticaal maar schuin af waardoor ze formeel gezien niet aan de eisen voor de toepassingshoogten voldoen. Voor (spoor)wegen geldt een minimale toepassingshoogte van 0,5 meter. Een grootschalige toepassing moet worden afgedekt met een leeflaag van tenminste 0,5 meter dikte. Hiervan zijn grootschalige toepassingen in bermen van (spoor)wegen uitgezonderd. De leeflaag moet geschikt zijn voor de functie en passen bij de daadwerkelijke bodemkwaliteit van de omliggende bodem.
Van het toetsingskader voor grootschalige toepassingen kunnen gemeenten en waterkwaliteitsbeheerders, als bevoegde gezagen van het Besluit, gebruik maken. Het is niet verplicht om van dit toetsingskader gebruik te maken. In het Besluit (artikel 63) zijn toepassingen benoemd die als grootschalige toepassingen gedefinieerd mogen worden: • Toepassingen van grond en baggerspecie in bouw- en wegconstructies, waaronder wegen, spoorwegen en geluidswallen. • Toepassingen van grond en baggerspecie voor het afdekken van een saneringslocatie of een stortplaats, met het oog op het voorkomen van nadelige gevolgen voor de omgeving. • Toepassingen van grond en baggerspecie in ophogingen in waterbouwkundige constructies en voor het verondiepen en dempen van oppervlaktewater met het oog op de hoogwaterbescherming, de doelstellingen van de Kaderrichtlijn water, bevordering van natuurwaarden en de vlotte en veilige afwikkeling van de scheepvaart. • Toepassing van grond en baggerspecie in aanvullingen, waaronder de herinrichting en stabilisering van voormalige winplaatsen voor delfstoffen. N.B.
Het ophogen van een industrie/bedrijventerrein of een woonwijk wordt niet als een grootschalige toepassing beschouwd. Nota bodembeheer gemeente Pijnacker-Nootdorp, Bijlage 2 20 juli 2021 Herzien definitief Pagina: 2 / 8
De initiatiefnemer van de grootschalige toepassing neemt in de planfase contact op met de gemeente waar de grootschalige toepassing wordt gerealiseerd.
2.1.2 Wet bodembescherming De Wet bodembescherming (Wbb) is geschreven met het oogmerk de bodem te beschermen. In de Wbb is een regeling opgenomen voor ernstig verontreinigde bodems. Op grond van de Wbb is grondverzet ter plaatse van ernstig verontreinigde locaties alleen toegestaan als hiervoor een melding ingevolge artikel 28 of een melding ingevolge het Besluit uniforme saneringen wordt verricht aan het bevoegd gezag. Ook geldt als voorwaarde dat het grondverzet moet passen binnen een van te voren opgesteld en door het bevoegd gezag goedgekeurd (raam)saneringsplan. Daarom moet voorafgaand aan het grondverzet worden geverifieerd of de leverende en/of de ontvangende bodem ernstig verontreinigd is. Het bevoegd gezag voor het bereiken van het saneringsresultaat is het bevoegd gezag (de provincie Zuid-Holland). Nadat het saneringsresultaat is behaald, mag grond op deze locatie nuttig worden toegepast. Daarbij moet worden nagegaan of dit niet in strijd is met de opgelegde gebruiksbeperkingen en/of nazorgverplichtingen. Nieuwe bodemverontreiniging Op nieuw ontstane bodemverontreiniging (dat wil zeggen ontstaan na 1 januari 1987) is allereerst de zorgplicht van toepassing (artikel 13 Wbb). De zorgplicht wordt in de Omgevingswet overgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving.
Het is aan het bevoegd gezag om aanwijzingen te geven over hoe de nieuwe verontreiniging dient te worden gesaneerd. Binnen inrichtingen is dit het bevoegd gezag inzake de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht /Activiteitenbesluit (gemeente of provincie, soms de minister van Infrastructuur en Waterstaat), buiten inrichtingen het bevoegd gezag (gemeente met provincie als 'aanvullend' gezag). Indien het om een ongewoon voorval gaat buiten een inrichting, is de provincie bevoegd gezag. Ongewoon voorval Voor het begrip ongewoon voorval geeft de wet geen definitie, maar daarmee kan niets anders zijn bedoeld dan elke gebeurtenis die afwijkt van de normale bedrijfsactiviteit. Daaronder vallen zowel ongelukken en calamiteiten, zoals bijvoorbeeld brand en leidingbreuken, als onderhoud aan en reparatie van installaties waardoor die niet (volledig) normaal kunnen functioneren. In een uitspraak75 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State gesteld dat bij elke gebeurtenis die afwijkt van de normale bedrijfsactiviteit sprake is van een ongewoon voorval. Dus óók het falen van voorzieningen. Dit betekent ook dat een milieuvergunning daarover geen eisen mag stellen. De gewone voorvallen, zoals bijvoorbeeld het druppelen van een pomp iedere keer nadat een automobilist de slang van de pomp terughangt, moeten wel via vergunningsvoorschriften worden gereguleerd.
Indien sprake is van een ongewoon voorval gaat het vaak over calamiteiten, zoals een lekkende vrachtwagen, gedumpte vaten met onbekende inhoud, etc. In dergelijke gevallen is een adequaat optreden van de bodemmedewerker nodig. Saneringsregeling Wbb (historische bodemverontreiniging) De Wbb definieert gevallen van ernstige verontreiniging. Op grond van artikel 37 van de Wbb (saneringscriterium) wordt bepaald of bij een geval van ernstige verontreiniging aanleiding is voor een vorm van saneren of beheren. De saneringsdoelstelling is opgenomen in artikel 38 van de Wbb. De uitwerking van de artikelen 37 en 38 Wbb is opgenomen in de Circulaire Bodemsanering (oorspronkelijke circulaire uit 2006, in de afgelopen jaren echter meerdere malen aangepast).
75
Zie ABRvS 22 april 1999, E03.97.0229, gepubliceerd in JM september 1999, afl. 8, p.460 e.v.
Nota bodembeheer gemeente Pijnacker-Nootdorp, Bijlage 2 20 juli 2021 Herzien definitief Pagina: 3 / 8
Gebiedsgericht beheer Op 1 juli 2012 is de aanpassing van de Wbb, die gebiedsgericht beheer van grootschalige grondwaterverontreinigingen mogelijk maakt, in werking getreden. De verwachting is dat daarmee onder andere de kosten van aanpak van verspreidingsrisico’s zullen worden gedrukt. Het gebiedsgericht beheer biedt kansen om in samenhang tussen bovengrondse en ondergrondse ontwikkelingen te komen tot meerdere kostendragers voor de te nemen maatregelen. De wettelijke verankering van gebiedsgericht beheer moet leiden tot een versnelling in de aanpak van de problematiek van de grootschalige grondwaterverontreinigingen.
2.1.3 Besluit en Regeling Uniforme Sanering Het Besluit Uniforme Saneringen (BUS) en de daarbij behorende Regeling (RUS) is bedoeld voor eenvoudige, gelijksoortige saneringen die in korte tijd afgerond kunnen worden. In de RUS (artikel 3.1.7) is vastgelegd dat de grond in de leeflaag en andere aanvulgrond moet voldoen aan de maximale waarde van de kwaliteitsklasse volgens de bodemfunctieklassenkaart. Als gebiedsspecifiek beleid is vastgesteld dan gelden de hierin vastgestelde Lokale Maximale Waarden. Want naast het RUS geldt ook het Besluit bodemkwaliteit. Dit is het algemeen staatsrechtelijk beginsel en is ook terug te vinden in de toelichting op het Besluit76. In artikel 3.1.6 lid c van de RUS is aangegeven dat als Lokale Maximale Waarden zijn vastgesteld, deze waarden gelden als terugsaneerwaarden in het kader van het BUS.
2.1.4 Tijdelijk handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie Op 8 juli 2019 is een tijdelijk handelingskader in werking getreden voor hergebruik van PFAShoudende grond en baggerspecie. De initiatiefnemers van grondverzet moeten de kwaliteit van de grond voor PFAS-verbindingen inzichtelijk maken in te verzetten grond en baggerspecie, die op of in de landbodem of in het oppervlaktewater wordt toegepast. Het tijdelijk handelingskader is op 29 november 2019 en op 2 juli 2020 geactualiseerd. Op 29 november 2019 zijn voorlopige landelijke achtergrondwaarden voor PFAS-gehalten gedefinieerd, evenals voorlopige toepassingswaarden in verschillende toepassingssituaties. Op 2 juli 2020 zijn de voorlopige landelijke achtergrondwaarden aangepast en voor een aantal toepassingssituaties in een oppervlaktewaterlichaam de toepassingswaarden gewijzigd.
2.1.5 Transport verontreinigde grond Voor het vervoer van verontreinigde grond geldt de landelijke Regeling melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke stoffen77. In § 7.5 van het hoofdrapport is hier nader op ingegaan.
2.1.6 Overige wet- en regelgeving Vanwege overig wet- en regelgeving kunnen bij grondverzet (ontgraven en toepassen van grond) aanvullende voorwaarden worden gesteld. Hierbij moet worden gedacht aan: • Wet ruimtelijke ordening (Wro), wordt op termijn vervangen door de Omgevingswet. Een groot aantal toestemmingstelsels uit de Wro zijn volledig geïntegreerd in de omgevingsvergunning. Hierbij gaat het onder meer om bouwen, slopen, aanlegactiviteiten, het gebruik in strijd met een ruimtelijk plan of besluit. Als gevolg van de Wabo zijn de regels over de verlening en handhaving van die toestemmingen uit de Wro verdwenen. De Wro blijft echter de centrale wet voor het ruimtelijke ordeningsrecht.
76 77
Besluit bodemkwaliteit paragraaf 5.3.2 (Staatsblad 2007, 469, pagina 112). Regeling melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke stoffen, Staatscourant 2004, 207.
Nota bodembeheer gemeente Pijnacker-Nootdorp, Bijlage 2 20 juli 2021 Herzien definitief Pagina: 4 / 8
• •
• • •
•
•
•
De financiële haalbaarheid van een plan blijft echter een belangrijk criterium en een eventuele saneringsnoodzaak kan van invloed zijn hierop. Tevens dient de bodemkwaliteit te stroken met de beoogde bestemming binnen het plan. Ten behoeve van bestemmingswijzigingen zal daarom in de meeste gevallen een bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd om te kunnen beoordelen of de bodem geschikt is voor de geplande functie en of sprake is van een eventuele saneringsnoodzaak. In de Wro is de verplichting voor bodemonderzoek niet rechtstreeks opgenomen, in de Bro blijft de verplichting bestaan voor onderzoek naar de bodemgesteldheid (artikel 9 Bro). Gemeenten worden in de Wro verplicht elke 10 jaar het bestemmingsplan te actualiseren. Eventueel aan te vragen vergunningen waarbij tevens grondverzet plaatsvindt, zoals omgevingsvergunningen met activiteit bouwen of activiteit aanleggen dienen te worden getoetst aan een 'actueel' bestemmingsplan. De omgevingsvergunning moet worden aangevraagd voorafgaand aan grondverzet. In het bestemmingsplan kan een aanlegvergunning worden geëist voor ophogen. Ontgrondingenwet, wordt op termijn vervangen door de Omgevingswet. De ontgrondingenwet en -verordening reguleren de winning van oppervlaktedelfstoffen als zand, klei en grind voor de bouwproductie.
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), wordt op termijn vervangen door de Omgevingswet, en Activiteitenbesluit. In het Activiteitenbesluit staan algemene regels voor inrichtingen over verschillende milieuaspecten, zoals geluid, bodem, lucht en afvalwater. De Wabo en het Besluit omgevingsrecht (Bor) bepalen al dan niet in combinatie met een deel van het Activiteitenbesluit of er sprake is van vergunningplicht; bijvoorbeeld de opslag van grond. Met de inwerkingtreding van de Wabo zijn de bepalingen met betrekking tot de bouwvergunning en handhaving overgeheveld uit de Woningwet naar de Wabo. Hiermee is de bouwvergunning vervangen door de omgevingsvergunning voor bouwen. Bij de ontwikkeling van bouwplannen moet echter nog steeds rekening worden gehouden met de functie-eisen in relatie tot de aanwezige bodemkwaliteit. Bij aanvragen om een omgevingsvergunning voor bouwen dient de aanvrager daarom in een aantal gevallen een bodemonderzoek te overleggen. Woningwet, wordt op termijn grotendeels vervangen door de Omgevingswet. In deze wet wordt het bouwen op verontreinigde bodem (grond en grondwater) geregeld. Besluit gebruik meststoffen (Bgm). Bij het toepassen van compost of zwarte grond zijn (aanvullende) kwaliteitseisen gesteld. Monumentenwet 1988, wordt op termijn grotendeels vervangen door de Omgevingswet. In deze wet is het verdrag van Malta opgenomen.
Bij grondverzet moet rekening worden gehouden met archeologische waarden. Op kaart moet de gemeente een overzicht geven van bekende archeologische vindplaatsen. Bij grondverzet moeten andere bronnen zoals bijvoorbeeld de stadsarcheoloog worden geraadpleegd. Wet natuurbescherming, enkele bepalingen gaan op termijn over naar de Omgevingswet. Deze wet vereist dat in planvorming rekening wordt gehouden met de aanwezige flora en fauna. Voor een groot aantal expliciet beschermde soorten is bepaald welke handelingen niet zijn toegestaan. Daarnaast is in de wet een algemene zorgplicht opgenomen, die aangeeft dat de negatieve gevolgen van ieders handelen op de aanwezige (beschermde) flora en fauna voor komen of zo veel mogelijk beperkt moet worden. De gebieden van het Natuurnetwerk Nederland zijn opgenomen in de provinciale structuurvisie. Wet Informatie uitwisseling ondergrondse netten en netwerken (WIBON). Doel van de WIBON is gevaar of economische schade door beschadiging van ondergrondse kabels of leidingen (zoals bijvoorbeeld: water-, elektriciteit-, gas- en telecomleidingen) te voorkomen. Bij machinale graafwerkzaamheden is een KLIC-melding verplicht. Arbeidsomstandighedenbesluit. De regels voor het werken in verontreinigde grond liggen vast in de Arbeidsomstandighedenwet en -besluit.
Met name in het Arbeidsomstandighedenbesluit zijn regels opgenomen die werken met gevaarlijke stoffen veilig moeten houden. In het Arbeidsomstandighedenbesluit, hoofdstuk 2, afdeling 5 wordt aangegeven welke verantwoordelijkheden opdrachtgevers, ontwerpende partijen en werkgevers hebben ten aanzien van veilig en gezond werken. Nota bodembeheer gemeente Pijnacker-Nootdorp, Bijlage 2 20 juli 2021 Herzien definitief Pagina: 5 / 8
•
•
•
•
Wijzigingsbesluit bodemenergiesystemen. Dit besluit bepaalt sinds 1 juli 2013 de regels met betrekking tot het installeren en in werking hebben van bodemenergiesystemen. In het besluit wordt onderscheid gemaakt tussen open en gesloten bodemenergiesystemen. De gemeente is als bevoegd gezag voor gesloten bodemenergiesystemen belast met de ontvangst en behandeling van meldingen, vergunningaanvragen, toezicht en handhaving. Ook krijgt de gemeente de bevoegdheid zogeheten “interferentiegebieden” aan te wijzen indien door drukte in de ondergrond bodemenergie inefficiënt dreigt te worden gebruikt. De nieuwe regels stellen de gemeente daarmee voor de uitdaging om het thema bodemenergie concreet in de passen in het ruimtelijk beleid. Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Op basis van de Wob is de gemeente verplicht om te zorgen voor informatie en communicatie in het kader van bodemkwaliteitsbeheer. Het is aan te bevelen binnen de gemeente één bodeminformatiepunt (bodemloket) in te richten om de verschillende informatiestromen op elkaar af te stemmen. In de meeste gevallen zal de milieu- afdeling van een gemeente deze taak toegewezen krijgen.
De taken van het bodemloket kunnen zijn: o voorlichtingsfunctie voor gemeentelijke afdelingen, burgers en bedrijven; o beheren Bodem Informatie Systeem (BIS): o registratie bodemonderzoeks- en saneringsgegevens; o registratie verdachte locaties; o registratie grondstromen; o registratie nazorg bodemsanerings- en hergebruiklocaties; o referentiekader bij preventie; o sturing grondstromen. Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken (Wkpb). De Wkpb moet de registratie van alle beperkingen van de overheid (publiekrechtelijke beperkingen) verbeteren zodat kopers of eigenaren makkelijker inzicht hebben in de geregistreerde beperkingen die voor een gebouw of stuk grond gelden. Ook bodembesluiten die leiden tot publiekrechtelijke beperkingen vallen onder de Wkpb, bijvoorbeeld een beschikking van gedeputeerde staten over het nazorgplan (art. 39d Wbb) of een bevel tot het nemen van tijdelijke beveiligingsmaatregelen, tot het verrichten van onderzoek of tot het beheren of saneren van de bodem (art. 43 Wbb). Meldingen van bodemsaneringen die worden uitgevoerd onder het Besluit uniforme saneringen (BUS) hoeven sinds 1 februari 2013 niet meer door het bevoegd gezag te worden geregistreerd in het kader van de Wkpb. Een bodembesluit heeft veelal betrekking op een ‘geval van ernstige verontreiniging’.
Echter niet alle percelen die onder het besluit vallen hebben een publiekrechtelijke beperking. Alleen percelen die vallen binnen de ‘interventiewaardecontour’ van grond (niet grondwater) bevatten een ernstige verontreiniging die leidt tot een publiekrechtelijke beperking. De Regeling beperkingenregistratie Wet bodembescherming, die op 1 augustus 2007 in werking is getreden, schept verdere duidelijkheid over de invulling van het begrip publiekrechtelijke beperking in relatie tot bodembesluiten. Resterende wetten. Bovenstaand zijn een aantal wetten beschreven, die belangrijke gevolgen hebben voor gemeentelijke taken en verplichtingen met betrekking tot bodemkwaliteit. Naast bovengenoemde wetten heeft de gemeente ook nog bodemtaken en –verplichtingen op basis van de volgende wetten: o Wetboek van strafrecht. o Wet op economische delicten. o Bestrijdingsmiddelenwet. o Waterwet.
Nota bodembeheer gemeente Pijnacker-Nootdorp, Bijlage 2 20 juli 2021 Herzien definitief Pagina: 6 / 8
2.2 Landelijk beleid grondstromen 2.2.1 Richtlijn bodemkwaliteitskaarten In de landelijke Richtlijn voor het opstellen van bodemkwaliteitskaarten 78 is voorgeschreven hoe een bodemkwaliteitskaart moet worden opgesteld als deze wordt gebruikt voor hergebruik van grond onder het Besluit. Met deze Richtlijn is ook een aantal andere procedures geregeld, waaronder de te hanteren normwaarden, omgaan met extreme waarden (uitbijters), vergelijkbaarheid, omgaan met ‘bijzondere omstandigheden’ en het in een kaart weergeven van de bodemkwaliteit en mogelijkheden tot grondverzet.
2.2.2 Lokale Maximale Waarden Zoals in § 2.1.1 van deze bijlage al beschreven, hebben gemeenten en waterkwaliteitbeheerders de mogelijkheid om voor het toepassen van grond binnen haar bodembeheergebied, of delen daarvan, per stof Lokale Maximale Waarden (LMW) op te stellen die afwijken van het landelijke (generieke) maximale waarden; het zogenaamde gebiedsspecifiek beleid. Aanleidingen voor gebiedsspecifiek beleid kunnen zijn: • De ambitie van een gemeente. De gemeente wil strenger of minder streng beleid hanteren dan het generieke kader van het Besluit; • Dat de vastgestelde diffuse kwaliteit in een gebied knelpunten veroorzaakt bij het beoogde grondverzet als uitgegaan wordt van het generieke kader van het Besluit. • Deze LMW kunnen variëren tussen de ‘altijd’- en ‘nooit’-grens. De ‘altijd’-grens is gebaseerd op de Achtergrondwaarden (AW2000, Landbouw/natuur). Partijen grond die voldoen aan de Achtergrondwaarden zijn, voor wat betreft de chemische kwaliteit, altijd toepasbaar. De 'nooit'-grens is gebaseerd op het Saneringscriterium. Partijen grond die het Saneringscriterium overschrijden leveren onaanvaardbare risico's op. • In het generieke kader van het Besluit zijn voor de kwaliteit van de toe te passen grond Generieke Maximale Waarden vastgesteld die horen bij de functie van de ontvangende bodem.
LMW die hoger dan de Generieke Maximale Waarden liggen moeten worden onderbouwd om aan te tonen dat geen onaanvaardbare risico's ontstaan. Het risiconiveau van de gekozen LMW wordt berekend met behulp van de Risicotoolbox (http://www.risicotoolboxbodem.nl). In figuur B2.2 is het voorgaande schematisch weergegeven. Max. waarden AW2000 Generiek Gebiedsspecifiek
Altijd toepasbaar (AW2000)
Max. waarden Wonen Klasse Wonen
Max. waarden Industrie
Klasse Industrie
Niet toepasbaar
Ruimte voor Lokale Maximale Waarden Interventiewaarden landbodem
Nooit toepasbaar
Generiek Gebiedsspecifiek
Saneringscriterium
Figuur B2.2. Generiek versus gebiedsspecifiek beleid.
78
Richtlijn bodemkwaliteitskaarten, voormalig ministerie van VROM en van Verkeer en waterstaat, 3 september 2007 en latere wijzigingen.
Nota bodembeheer gemeente Pijnacker-Nootdorp, Bijlage 2 20 juli 2021 Herzien definitief Pagina: 7 / 8
2.3
Provinciaal beleid grondstromen
De Provinciale Milieuverordening (PMV) is gebaseerd op het Activiteitenbesluit (daarvoor de Wet milieubeheer) en de Wet bodembescherming. De PMV is één van de instrumenten om het milieu gezond en veilig te houden. De PMV bevat regels over afvalwater, gebruik stortplaatsen, milieubeschermingsgebieden, bodemsanering en inspraak bij een milieubeleidsplan, milieuprogramma en milieuverordening. Ook door de provincie aangewezen beschermingsgebieden vallen onder locaties met bijzondere omstandigheden voor grondverzet. Voorafgaand aan het grondverzet moet zowel voor de ontgravingslocatie als op de toepassingslocatie worden nagegaan of er naar aanleiding van de ligging in één of meerdere beschermingsgebieden er restricties zijn ten aanzien van het grond- en baggerverzet. De provincie kan hier aanvullende eisen stellen. In de gemeenten Pijnacker-Nootdorp liggen de provinciale beschermingsgebieden. Voorbeelden hiervan zijn archeologie en cultuurhistorie, Natuurnetwerk Nederland (voormalige EHS) en aardkundig waardevolle gebieden. De ligging van deze gebieden is te raadplegen op de website van de Provincie Zuid-Holland (www.zuid-holland.nl). Als de ontgravings-, toepassingslocatie of de locatie voor de tijdelijke opslag van grond in een provinciaal beschermingsgebied is gelegen, moet er afstemming plaatsvinden met de provincie over de uit te voeren werkzaamheden.
Nota bodembeheer gemeente Pijnacker-Nootdorp, Bijlage 2 20 juli 2021 Herzien definitief Pagina: 8 / 8
Bijlage 3A:
Statistische parameters bodemkwaliteitszones getoetst het Besluit bodemkwaliteit (voor standaardbodem)
Nota bodembeheer gemeente Pijnacker-Nootdorp, Bijlage 3A 20 juli 2021 Herzien definitief
Statistische parameters, toetsing aan Besluit bodemkwaliteit * Barium wordt niet meegenomen in de toetsing, zie bijlage 1 in de rapportage.
Heterogeniteit (mate betrouwbaarheid van de bepaald diffuse bodemkwaliteit) sterke heterogeniteit (Index > 0,7) er is sprake van heterogeniteit (0,5 < index < 0,7) beperkte heterogeniteit (0,2 < Index < 0,5) weinig heterogeniteit (Index < 0,2) Zone Statistische parameters B1 - Historische bebouwing en kassen Gezoneerd: ja
Stoffen Barium* Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink PCB (som 7) PAK (som 10) Minerale olie
N
B2 - Bebouwing na 1945 Gezoneerd: ja
Stoffen Barium* Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink PCB (som 7) PAK (som 10) Minerale olie
Versiedatum: 1-5-2021
N
Statistische waarde getoetst aan de normen voor standaardbodem van de Regeling bodemkwaliteit waarde > max. waarde industrie max. waarde wonen < waarde ≤ max. waarde industrie achtergrondwaarde < waarde ≤ max. waarde wonen waarde < achtergrondwaarde
Gemiddeld Lutumpercentage in de zone: Gemiddeld Org stof-percentage in de zone: 80% MIN
10,40% 8,60% 80% MAX
Gem Min 5P 25P 50P 75P 80P 90P 95P Max VC 80 26,5 26,5 76,2 115,4 170,3 211,9 266,8 321,7 397,4 129,0 135,7 142,4 151 0,14 0,14 0,30 0,42 0,63 0,72 0,99 1,26 2,41 0,49 0,52 0,55 80 3,7 3,9 8,1 10,2 13,2 14,7 17,1 20,2 27,5 10,60 11,00 11,40 149 4,78 5,6 15,0 32,8 58,7 66,1 97,2 119,3 163,9 40,20 43,00 45,80 151 0,04 0,04 0,10 0,21 0,37 0,45 0,85 1,39 2,78 0,33 0,37 0,41 163 4,8 16,0 40,1 119,6 209,6 234,3 283,6 357,5 579,5 130,20 139,70 149,20 80 0,04 0,35 0,52 1,05 1,43 2,04 2,91 3,21 25,00 1,16 1,64 2,12 145 6,0 9,2 17,2 22,3 30,9 32,6 38,8 42,9 75,6 23,90 24,60 25,30 167 20,85 50,5 96,1 178,7 290,5 312,8 437,9 521,3 670,3 202,20 211,80 221,40 81 0,0040 0,0040 0,0057 0,0057 0,0079 0,0103 0,0115 0,0310 0,1263 0,0083 0,0102 0,0121 132 0,049 0,14 0,5 1,1 3,0 3,8 7,1 14,9 19,0 2,4 2,9 3,4 132 8,2 16,4 16,4 28,6 58,4 58,4 92,9 120,2 245,4 39,8 43,8 47,8 Gemiddeld Lutumpercentage in de zone: Gemiddeld Org stof-percentage in de zone: 80% MIN
Heterogeniteit
Bodemkwaliteitsklasse: Ontgravingsklasse:
95P> I
0,34 n.v.t. n.v.t. 0,59 0,30 nee 0,24 0,09 nee 0,62 0,76 nee 1,10 0,29 nee 0,68 0,71 nee 2,05 0,02 nee 0,28 0,52 nee 0,46 0,81 nee 1,31 0,06 nee 1,53 0,38 nee 0,82 0,33 nee 10,90% 8,40%
80% MAX
Gem Min 5P 25P 50P 75P 80P 90P 95P Max VC 86 25,6 25,6 25,6 42,1 122,7 152,0 181,3 215,1 274,6 73,7 78,9 84,1 228 0,084 0,14 0,29 0,34 0,37 0,48 0,84 1,10 2,77 0,41 0,44 0,47 86 1,9 2,9 3,7 6,8 10,1 11,5 13,0 14,1 19,6 7,20 7,50 7,80 225 4,7 4,7 6,8 13,5 31,1 37,9 59,0 74,4 175,9 22,50 24,20 25,90 225 0,0336 0,042 0,05 0,08 0,18 0,22 0,32 0,48 0,72 0,15 0,16 0,17 272 7,2 8,6 13,5 43,5 134,9 169,2 257,5 385,6 698,8 90,40 98,80 107,20 86 0,04 0,35 0,35 1,05 1,05 1,05 1,75 2,80 9,10 0,88 1,03 1,18 227 1,8 5,9 10,2 16,1 25,1 28,4 33,4 38,5 66,9 18,50 19,10 19,70 231 12,2 20,5 41,8 71,9 135,8 146,8 234,8 300,9 865,9 100,20 106,40 112,60 86 0,0041 0,0058 0,0058 0,0058 0,0096 0,0117 0,0161 0,0190 0,0988 0,0085 0,0100 0,0115 213 0,029 0,07 0,1 0,6 2,1 2,7 5,5 11,0 38,0 2,0 2,5 3,0 204 2,50 16,7 16,7 16,7 41,7 44,0 71,4 106,2 333,3 33,2 36,5 39,8
blz. 1/4
Heterogeniteit
Stoffen
Achtergrond waarde
Barium* Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink PCB (som 7) PAK (som 10) Minerale olie
0,60 15,0 40,0 0,15 50,0 1,5 35,0 140,0 0,0200 1,5 190,0
Bodemkwaliteitsklasse: Ontgravingsklasse:
95P> I
0,47 n.v.t. n.v.t. 0,83 0,26 nee 0,31 0,06 nee 0,83 0,46 nee 0,74 0,09 nee 1,10 0,79 nee 1,09 0,01 nee 0,35 0,50 nee 0,69 0,48 nee 1,08 0,03 nee 2,20 0,28 nee 1,02 0,29 nee
Stoffen Barium* Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink PCB (som 7) PAK (som 10) Minerale olie
Achtergrond waarde 0,60 15,0 40,0 0,15 50,0 1,5 35,0 140,0 0,0200 1,5 190,0
wonen industrie Max. waarde wonen 1,20 35,0 54,0 0,83 210,0 88,0 39,0 200,0 0,0400 6,8 190,0 wonen wonen Max. waarde wonen 1,20 35,0 54,0 0,83 210,0 88,0 39,0 200,0 0,0400 6,8 190,0
Max. waarde industrie
Interventiew aarde bodem (I)
4,30 190,0 190,0 4,80 530,0 190,0 100,0 720,0 0,5000 40,0 500,0
Max. waarde industrie
13,0 190,0 190,0 36,0 530,0 190,0 100,0 720,0 1,00 40,0 5000,0
Interventiew aarde bodem (I)
4,30 190,0 190,0 4,80 530,0 190,0 100,0 720,0 0,5000 40,0 500,0
13,0 190,0 190,0 36,0 530,0 190,0 100,0 720,0 1,00 40,0 5000,0
Project: BKK Pijnacker-Nootdorp Projectcode: SOB011007
Statistische parameters, toetsing aan Besluit bodemkwaliteit * Barium wordt niet meegenomen in de toetsing, zie bijlage 1 in de rapportage.
Heterogeniteit (mate betrouwbaarheid van de bepaald diffuse bodemkwaliteit) sterke heterogeniteit (Index > 0,7) er is sprake van heterogeniteit (0,5 < index < 0,7) beperkte heterogeniteit (0,2 < Index < 0,5) weinig heterogeniteit (Index < 0,2) Zone Statistische parameters B3 - Kassen 1945-1970 en wonen na 1990 Gezoneerd: ja
Stoffen Barium* Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink PCB (som 7) PAK (som 10) Minerale olie
N
Versiedatum: 1-5-2021
N
Gemiddeld Lutumpercentage in de zone: Gemiddeld Org stof-percentage in de zone: 80% MIN
18,10% 8,80% 80% MAX
Gem Min 5P 25P 50P 75P 80P 90P 95P Max VC 121 18,0 18,0 64,2 91,2 120,8 128,5 167,0 205,6 629,6 93,0 99,6 106,2 218 0,155 0,15 0,31 0,55 0,83 0,88 1,10 1,23 2,21 0,58 0,61 0,64 121 2,5 3,6 6,2 9,3 12,0 12,5 15,3 16,5 22,9 9,00 9,40 9,80 218 4,0 6,2 17,3 31,8 56,6 61,3 77,0 91,5 265,9 37,30 39,70 42,10 218 0,0382 0,038 0,10 0,19 0,35 0,39 0,49 0,59 1,03 0,23 0,24 0,25 221 7,7 14,4 32,1 68,5 110,5 132,6 165,8 199,0 386,9 77,20 82,10 87,00 119 0,35 0,35 0,59 1,05 2,30 2,70 3,24 3,91 6,20 1,38 1,52 1,66 215 1,5 7,7 18,7 24,9 31,1 32,4 34,8 40,2 64,7 24,30 25,00 25,70 221 16,7 33,4 108,4 166,8 262,0 285,9 333,5 381,2 595,6 178,70 187,00 195,30 121 0,0039 0,0039 0,0056 0,0056 0,0115 0,0125 0,0173 0,0239 0,0752 0,0089 0,0099 0,0109 154 0,070 0,13 0,4 0,9 1,9 2,2 3,6 5,9 12,2 1,4 1,6 1,8 161 15,96 16,0 16,0 22,8 57,0 68,4 101,5 136,8 592,8 44,5 50,7 56,9
B4 - Buitengebied incl. recreatie en kassen na 1970 Gezoneerd: ja
Stoffen Barium* Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink PCB (som 7) PAK (som 10) Minerale olie
Statistische waarde getoetst aan de normen voor standaardbodem van de Regeling bodemkwaliteit waarde > max. waarde industrie max. waarde wonen < waarde ≤ max. waarde industrie achtergrondwaarde < waarde ≤ max. waarde wonen waarde < achtergrondwaarde
Gemiddeld Lutumpercentage in de zone: Gemiddeld Org stof-percentage in de zone: 80% MIN
Heterogeniteit
Bodemkwaliteitsklasse: Ontgravingsklasse:
95P> I
0,57 n.v.t. n.v.t. 0,54 0,29 nee 0,34 0,07 nee 0,70 0,57 nee 0,72 0,12 nee 0,69 0,38 nee 0,79 0,02 nee 0,33 0,50 nee 0,51 0,60 nee 0,82 0,04 nee 1,33 0,15 nee 1,20 0,39 nee 20,80% 11,00%
80% MAX
Gem Min 5P 25P 50P 75P 80P 90P 95P Max VC 118 16,2 16,2 40,5 59,0 76,3 83,9 111,0 142,2 450,8 63,3 68,7 74,1 170 0,049 0,12 0,14 0,25 0,40 0,44 0,61 0,71 1,72 0,29 0,31 0,33 118 1,8 3,4 5,9 8,3 10,3 11,2 12,6 13,8 21,8 8,00 8,30 8,60 179 0,0 5,6 13,7 19,0 25,3 29,8 59,5 70,9 126,6 23,90 25,90 27,90 168 0,0365 0,037 0,05 0,08 0,16 0,19 0,26 0,42 0,77 0,13 0,14 0,15 178 2,2 12,0 26,0 39,5 63,6 71,2 155,8 238,8 436,1 57,10 63,80 70,50 119 0,35 0,35 0,95 1,05 1,80 2,10 2,52 3,10 27,00 1,26 1,55 1,84 170 4,4 9,7 17,0 22,7 28,4 29,5 34,1 36,3 48,8 21,90 22,60 23,30 170 10,9 33,6 65,4 88,4 119,4 130,2 173,6 233,8 401,5 95,60 101,60 107,60 117 0,0031 0,0031 0,0044 0,0044 0,0045 0,0047 0,0074 0,0118 0,0525 0,0052 0,0061 0,0070 161 0,015 0,07 0,3 0,5 1,1 1,4 2,4 4,4 18,1 0,9 1,1 1,3 166 1,81 12,7 12,7 12,7 31,4 36,2 63,4 99,6 226,4 25,5 28,8 32,1
blz. 2/4
Heterogeniteit
Stoffen
Achtergrond waarde
Barium* Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink PCB (som 7) PAK (som 10) Minerale olie
0,60 15,0 40,0 0,15 50,0 1,5 35,0 140,0 0,0200 1,5 190,0
Bodemkwaliteitsklasse: Ontgravingsklasse:
95P> I
0,66 n.v.t. n.v.t. 0,72 0,16 nee 0,35 0,06 nee 0,80 0,44 nee 0,86 0,08 nee 1,10 0,47 nee 1,61 0,01 nee 0,32 0,41 nee 0,60 0,35 nee 1,27 0,02 nee 2,01 0,11 nee 1,15 0,28 nee
Stoffen Barium* Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink PCB (som 7) PAK (som 10) Minerale olie
Achtergrond waarde 0,60 15,0 40,0 0,15 50,0 1,5 35,0 140,0 0,0200 1,5 190,0
wonen wonen Max. waarde wonen 1,20 35,0 54,0 0,83 210,0 88,0 39,0 200,0 0,0400 6,8 190,0
Max. waarde industrie
Interventiew aarde bodem (I)
4,30 190,0 190,0 4,80 530,0 190,0 100,0 720,0 0,5000 40,0 500,0
landbouw/natuur landbouw/natuur Max. Max. waarde waarde wonen industrie 1,20 35,0 54,0 0,83 210,0 88,0 39,0 200,0 0,0400 6,8 190,0
13,0 190,0 190,0 36,0 530,0 190,0 100,0 720,0 1,00 40,0 5000,0
Interventiew aarde bodem (I)
4,30 190,0 190,0 4,80 530,0 190,0 100,0 720,0 0,5000 40,0 500,0
13,0 190,0 190,0 36,0 530,0 190,0 100,0 720,0 1,00 40,0 5000,0
Project: BKK Pijnacker-Nootdorp Projectcode: SOB011007
Statistische parameters, toetsing aan Besluit bodemkwaliteit * Barium wordt niet meegenomen in de toetsing, zie bijlage 1 in de rapportage.
Heterogeniteit (mate betrouwbaarheid van de bepaald diffuse bodemkwaliteit) sterke heterogeniteit (Index > 0,7) er is sprake van heterogeniteit (0,5 < index < 0,7) beperkte heterogeniteit (0,2 < Index < 0,5) weinig heterogeniteit (Index < 0,2) Zone Statistische parameters O1 - Historische bebouwing en kassen Gezoneerd: ja
Stoffen Barium* Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink PCB (som 7) PAK (som 10) Minerale olie
N
O2 - Bebouwing na 1945 Gezoneerd: ja
Stoffen Barium* Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink PCB (som 7) PAK (som 10) Minerale olie
Versiedatum: 1-5-2021
N
Statistische waarde getoetst aan de normen voor standaardbodem van de Regeling bodemkwaliteit waarde > max. waarde industrie max. waarde wonen < waarde ≤ max. waarde industrie achtergrondwaarde < waarde ≤ max. waarde wonen waarde < achtergrondwaarde
Gemiddeld Lutumpercentage in de zone: Gemiddeld Org stof-percentage in de zone: 80% MIN
12,00% 9,40% 80% MAX
Gem Min 5P 25P 50P 75P 80P 90P 95P Max VC 68 18,1 24,1 46,6 67,2 121,1 126,9 160,2 245,7 603,5 89,7 98,3 106,9 132 0,081 0,14 0,22 0,32 0,33 0,46 0,57 0,69 3,23 0,33 0,36 0,39 69 1,8 3,6 6,2 8,9 12,9 13,4 15,6 18,5 38,7 9,80 10,40 11,00 131 4,5 4,5 10,0 18,1 44,6 50,4 63,4 80,8 129,4 26,80 29,10 31,40 133 0,0329 0,041 0,07 0,12 0,27 0,29 0,64 0,79 1,53 0,21 0,24 0,27 141 2,1 10,8 20,2 46,4 131,0 154,8 226,2 297,7 416,8 81,00 89,90 98,80 69 0,35 0,35 0,70 1,05 1,05 1,07 2,28 2,72 33,00 0,95 1,55 2,15 140 -8,0 8,1 15,0 22,3 30,7 33,4 41,6 47,9 79,6 23,50 24,40 25,30 139 19,6 33,2 55,2 84,0 146,9 187,5 268,7 422,6 587,7 120,10 129,30 138,50 65 0,0036 0,0036 0,0052 0,0052 0,0074 0,0081 0,0104 0,0106 0,1640 0,0055 0,0085 0,0115 137 0,049 0,07 0,1 0,7 2,2 2,9 4,9 7,2 16,0 1,5 1,8 2,1 133 7,44 14,9 14,9 14,9 37,2 53,2 76,0 146,7 382,7 35,2 41,5 47,8 Gemiddeld Lutumpercentage in de zone: Gemiddeld Org stof-percentage in de zone: 80% MIN
Heterogeniteit
Bodemkwaliteitsklasse: Ontgravingsklasse:
95P> I
0,56 n.v.t. n.v.t. 0,76 0,15 nee 0,36 0,09 nee 0,70 0,51 nee 1,00 0,16 nee 0,91 0,60 nee 2,52 0,01 nee 0,36 0,61 nee 0,66 0,67 nee 2,19 0,01 nee 1,58 0,19 nee 1,36 0,43 nee 13,30% 13,20%
80% MAX
Gem Min 5P 25P 50P 75P 80P 90P 95P Max VC 66 16,9 22,5 32,6 49,9 70,4 85,3 98,1 134,7 484,3 56,6 62,6 68,6 166 0,029 0,12 0,24 0,29 0,29 0,29 0,36 0,41 0,62 0,26 0,27 0,28 66 2,4 3,3 6,0 9,9 12,4 13,1 14,1 17,3 28,3 8,90 9,40 9,90 166 4,1 4,1 4,5 10,8 17,5 19,8 28,0 40,8 151,6 14,40 16,00 17,60 164 0,0237 0,040 0,04 0,08 0,12 0,14 0,19 0,32 0,80 0,10 0,11 0,12 181 0,8 7,8 10,1 22,2 51,1 60,0 122,3 278,0 511,5 46,50 54,00 61,50 66 0,35 0,35 0,72 1,05 1,25 1,40 2,05 2,65 3,30 1,04 1,15 1,26 166 3,2 6,0 10,8 18,1 30,1 31,6 36,1 41,7 49,6 20,10 20,90 21,70 171 7,4 17,9 33,2 61,3 88,2 94,5 120,1 153,3 370,5 65,50 69,40 73,30 61 0,0026 0,0037 0,0037 0,0037 0,0041 0,0049 0,0074 0,0074 0,0112 0,0042 0,0046 0,0050 160 0,005 0,05 0,1 0,2 0,6 0,9 2,1 3,0 15,2 0,6 0,9 1,2 164 1,59 10,6 10,6 10,6 26,6 26,6 45,5 96,4 220,0 20,3 24,7 29,1
blz. 3/4
Heterogeniteit
Stoffen
Achtergrond waarde
Barium* Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink PCB (som 7) PAK (som 10) Minerale olie
0,60 15,0 40,0 0,15 50,0 1,5 35,0 140,0 0,0200 1,5 190,0
Bodemkwaliteitsklasse: Ontgravingsklasse:
95P> I
0,61 n.v.t. n.v.t. 0,31 0,08 nee 0,34 0,08 nee 1,04 0,24 nee 0,90 0,06 nee 1,46 0,56 nee 0,58 0,01 nee 0,37 0,55 nee 0,57 0,23 nee 0,51 0,01 nee 3,03 0,08 nee 1,79 0,28 nee
Stoffen Barium* Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink PCB (som 7) PAK (som 10) Minerale olie
Achtergrond waarde 0,60 15,0 40,0 0,15 50,0 1,5 35,0 140,0 0,0200 1,5 190,0
wonen wonen Max. waarde wonen 1,20 35,0 54,0 0,83 210,0 88,0 39,0 200,0 0,0400 6,8 190,0
Max. waarde industrie
Interventiew aarde bodem (I)
4,30 190,0 190,0 4,80 530,0 190,0 100,0 720,0 0,5000 40,0 500,0
landbouw/natuur landbouw/natuur Max. Max. waarde waarde wonen industrie 1,20 35,0 54,0 0,83 210,0 88,0 39,0 200,0 0,0400 6,8 190,0
13,0 190,0 190,0 36,0 530,0 190,0 100,0 720,0 1,00 40,0 5000,0
Interventiew aarde bodem (I)
4,30 190,0 190,0 4,80 530,0 190,0 100,0 720,0 0,5000 40,0 500,0
13,0 190,0 190,0 36,0 530,0 190,0 100,0 720,0 1,00 40,0 5000,0
Project: BKK Pijnacker-Nootdorp Projectcode: SOB011007
Statistische parameters, toetsing aan Besluit bodemkwaliteit * Barium wordt niet meegenomen in de toetsing, zie bijlage 1 in de rapportage.
Heterogeniteit (mate betrouwbaarheid van de bepaald diffuse bodemkwaliteit) sterke heterogeniteit (Index > 0,7) er is sprake van heterogeniteit (0,5 < index < 0,7) beperkte heterogeniteit (0,2 < Index < 0,5) weinig heterogeniteit (Index < 0,2) Zone Statistische parameters O3 - Kassen 1945-1970 en wonen na 1990 Gezoneerd: ja
Stoffen Barium* Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink PCB (som 7) PAK (som 10) Minerale olie
N
Versiedatum: 1-5-2021
N
Gemiddeld Lutumpercentage in de zone: Gemiddeld Org stof-percentage in de zone: 80% MIN
16,60% 8,90% 80% MAX
Gem Min 5P 25P 50P 75P 80P 90P 95P Max VC 72 19,2 19,2 31,5 49,3 73,3 78,7 149,4 205,6 616,7 63,7 73,3 82,9 107 0,156 0,16 0,16 0,29 0,35 0,39 0,52 0,76 3,24 0,31 0,35 0,39 72 2,8 3,2 5,9 9,0 11,8 13,3 16,1 20,8 62,2 9,40 10,30 11,20 107 4,2 4,2 8,3 11,5 15,5 19,0 34,9 50,9 190,2 15,30 17,60 19,90 107 0,0389 0,039 0,04 0,08 0,12 0,12 0,17 0,26 2,11 0,10 0,12 0,14 111 7,9 7,9 10,2 19,1 32,7 33,8 58,6 118,3 281,6 28,30 33,20 38,10 72 0,35 0,35 0,35 0,85 1,23 1,70 2,49 3,85 5,80 1,01 1,18 1,35 109 4,9 8,2 14,5 22,4 30,2 33,4 35,8 45,0 157,8 23,10 24,70 26,30 109 17,3 18,4 49,5 71,8 102,7 117,8 188,1 279,7 668,2 89,70 99,70 109,70 70 0,0039 0,0039 0,0055 0,0055 0,0056 0,0071 0,0108 0,0221 0,0594 0,0068 0,0080 0,0092 94 0,007 0,06 0,1 0,2 0,4 0,8 1,8 4,0 9,4 0,6 0,8 1,0 111 15,81 15,8 15,8 15,8 53,6 79,0 124,2 192,0 1038,9 47,7 61,5 75,3
O4 - Buitengebied incl. recreatie en kassen na 1970 Gezoneerd: ja
Stoffen Barium* Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink PCB (som 7) PAK (som 10) Minerale olie
Statistische waarde getoetst aan de normen voor standaardbodem van de Regeling bodemkwaliteit waarde > max. waarde industrie max. waarde wonen < waarde ≤ max. waarde industrie achtergrondwaarde < waarde ≤ max. waarde wonen waarde < achtergrondwaarde
Gemiddeld Lutumpercentage in de zone: Gemiddeld Org stof-percentage in de zone: 80% MIN
Heterogeniteit
Bodemkwaliteitsklasse: Ontgravingsklasse:
95P> I
0,87 n.v.t. n.v.t. 0,90 0,16 nee 0,57 0,10 nee 1,07 0,31 nee 1,68 0,05 nee 1,21 0,23 nee 0,94 0,02 nee 0,52 0,57 nee 0,82 0,45 nee 0,96 0,04 nee 2,13 0,10 nee 1,84 0,57 nee 21,30% 10,10%
80% MAX
Gem Min 5P 25P 50P 75P 80P 90P 95P Max VC 61 15,9 15,9 26,1 40,9 56,8 64,7 84,1 92,0 147,7 41,5 45,4 49,3 101 0,072 0,12 0,12 0,21 0,25 0,27 0,29 0,42 2,89 0,21 0,25 0,29 61 2,7 3,7 6,1 7,7 9,3 9,7 10,9 13,6 19,2 7,40 7,90 8,40 103 3,7 3,7 5,2 9,1 14,9 16,0 26,6 37,4 80,8 11,80 13,50 15,20 101 0,0037 0,037 0,04 0,06 0,07 0,08 0,16 0,20 0,50 0,06 0,07 0,08 101 7,3 9,5 9,5 15,7 26,1 33,4 76,2 87,7 187,9 24,20 28,10 32,00 61 0,35 0,35 1,05 1,05 1,20 1,80 2,60 3,60 4,80 1,16 1,32 1,48 101 2,3 7,7 14,5 20,1 24,6 25,7 29,1 35,8 43,6 19,00 19,90 20,80 100 12,9 12,9 39,1 57,0 78,1 85,5 104,6 195,8 390,5 62,00 69,60 77,20 59 0,0034 0,0034 0,0048 0,0048 0,0048 0,0048 0,0083 0,0122 0,0485 0,0050 0,0061 0,0072 88 0,040 0,06 0,1 0,2 0,7 0,9 1,8 2,2 14,8 0,5 0,7 0,9 100 13,84 13,8 13,8 13,8 28,2 40,7 59,7 91,2 267,0 26,1 30,7 35,3
blz. 4/4
Heterogeniteit
Stoffen
Achtergrond waarde
Barium* Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink PCB (som 7) PAK (som 10) Minerale olie
0,60 15,0 40,0 0,15 50,0 1,5 35,0 140,0 0,0200 1,5 190,0
Bodemkwaliteitsklasse: Ontgravingsklasse:
95P> I
0,53 n.v.t. n.v.t. 1,19 0,08 nee 0,36 0,06 nee 1,01 0,22 nee 0,97 0,03 nee 1,10 0,16 nee 0,72 0,02 nee 0,37 0,43 nee 0,85 0,32 nee 1,05 0,02 nee 2,49 0,06 nee 1,18 0,25 nee
Stoffen Barium* Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink PCB (som 7) PAK (som 10) Minerale olie
Achtergrond waarde 0,60 15,0 40,0 0,15 50,0 1,5 35,0 140,0 0,0200 1,5 190,0
landbouw/natuur landbouw/natuur Max. Max. waarde waarde wonen industrie 1,20 35,0 54,0 0,83 210,0 88,0 39,0 200,0 0,0400 6,8 190,0
Interventiew aarde bodem (I)
4,30 190,0 190,0 4,80 530,0 190,0 100,0 720,0 0,5000 40,0 500,0
landbouw/natuur landbouw/natuur Max. Max. waarde waarde wonen industrie 1,20 35,0 54,0 0,83 210,0 88,0 39,0 200,0 0,0400 6,8 190,0
13,0 190,0 190,0 36,0 530,0 190,0 100,0 720,0 1,00 40,0 5000,0
Interventiew aarde bodem (I)
4,30 190,0 190,0 4,80 530,0 190,0 100,0 720,0 0,5000 40,0 500,0
13,0 190,0 190,0 36,0 530,0 190,0 100,0 720,0 1,00 40,0 5000,0
Project: BKK Pijnacker-Nootdorp Projectcode: SOB011007
Bijlage 3B:
Statistische parameters PFAS-verbindingen getoetst aan het tijdelijk handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie (gemeten waarden)
Nota bodembeheer gemeente Pijnacker-Nootdorp, Bijlage 3B 20 juli 2021 Herzien definitief
Statistische parameters, toetsing aan Tijdelijke handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie Heterogeniteit (mate betrouwbaarheid van de bepaald diffuse bodemkwaliteit) formule: (95P - 5P) / (maximale waarde industrie – achtergrondwaarde) sterke heterogeniteit (Index > 0,7) Statistische waarde getoetst er is sprake van heterogeniteit (0,5 < index < 0,7) aan de normen van de Regeling bodemkwaliteit beperkte heterogeniteit (0,2 < Index < 0,5) waarde > max. waarde industrie weinig heterogeniteit (Index < 0,2) max. waarde wonen < waarde ≤ max. waarde industrie achtergrondwaarde < waarde ≤ max. waarde wonen waarde < achtergrondwaarde Statistische parameters
Zone Bovengrond hele gemeente (0-0,5 m-mv) Gezoneerd:
Stoffen PFOA som lineair + vertakt PFOS som lineair + vertakt PFOA lineair (perfluoroctaanzuur) PFOA vertakt (perfluoroctaanzuur) PFOS lineair (perfluoroctaansulfonzuur) PFOS vertakt (perfluoroctaansulfonzuur) perfluorbutaanzuur (PFBA) perfluorpentaanzuur (PFPA) perfluorhexaanzuur (PFHxA) perfluorheptaanzuur (PFHpA) perfluornonaanzuur (PFNA) perfluordecaanzuur (PFDA) perfluorundecaanzuur (PFUdA) perfluordodecaanzuur (PFDoA) perfluortridecaanzuur (PFTDA) perfluortetradecaanzuur (PFTeDA) perfluorhexadecaanzuur (PFC16azr) perfluoroctadecaanzuur (PFC18azr) perfluor-1-butaansulfonaat (lineair) (L_PFBS) perfluorpentaan-1-sulfonzuur (PFC5asfzr) perfluor-1-hexaansulfonaat (lineair) (L_PFHxS) perfluor-1-heptaansulfonaat (lineair) (L_PFHpS) perfluor-1-decaansulfonaat (lineair) (L_PFDS) 1H,1H,2H,2H-perfluorhexaansulfonzuur (4:2 FTS) 2-(perfluorhexyl)ethaan-1-sulfonzuur (6:2 FTS) 1H,1H,2H,2H-perfluordecaansulfonzuur (8:2 FTS) 1H,1H,2H,2H-perfluordodecaansulfonzuur (10:2 FTS) perfluoroctaansulfonylamide(N-methyl)acetaat (N-MeFOSAA) perfluoroctaansulfonylamide(N-ethyl)acetaat (EtFOSAA) perfluoroctaansulfonamide (PFOSA) N-methyl perfluoroctaansulfonamide (MeFOSA) bisperfluordecyl fosfaat (8:2 diPAP)