2025-070 03 Rapport Rekenkameronderzoek Accommodatiebeleid Peel en Maas (Geanonimiseerd)
Tekst van het document
Maatschappelijke accommodaties voor ontmoeting, sport en cultuur zijn een belangrijk middel voor gemeenschappen om hun vitaliteit te behouden en om eigen doelen te bereiken. We hebben aandacht voor de toekomstbestendigheid van deze accommodaties.
●
Het eigenaarschap van maatschappelijke accommodaties, waaronder beheer en exploitatie, is in handen van verenigingen en stichtingen. Wanneer de draagkracht voor vrijwilligers bij beheer en exploitatie in het geding komt, gaan we in gesprek en denken we mee over een passend toekomstperspectief.
Bij dit eigenaarschap kunnen gemeenschapshuizen, MFA’s, sociaal-culturele accommodaties, buitensportaccommodaties voor sporten met een bepaalde omvang en jeugd- en jongerenaccommodaties rekenen op een investeringssubsidie voor (ver)nieuwbouw of renovatie, als nut, noodzaak en toekomstbestendigheid ervan worden aangetoond. Deze subsidie betreft voor gemeenschapshuizen en MFA’s maximaal 75% van de te verantwoorden werkelijke subsidiabele kosten en maximaal 50% voor de andere voornoemde accommodaties. Hoewel we de ratio achter deze specifieke percentages niet uit de stukken hebben kunnen herleiden, past het feit dat eigenaren/initiatiefnemers zelf ook een substantiële bijdrage in de bekostiging van de voorziening dienen te leveren, goed bij het principe van ‘gemeenschapsontwikkeling door zelfsturing’. In dat opzicht is er sprake van consistent beleid. Hierbij dient nog wel uitdrukkelijk te worden aangetekend dat de doelen, zoals die zijn opgenomen in de diverse programma’s als onderdeel van beide kaderstellingen, uitsluitend kwalitatief zijn geformuleerd. Specifieke streefwaarden (meetbaar en tijdgebonden) vormen geen onderdeel van de kaderstellingen.
Rekenkamer Gemeente Peel en Maas
23
5 Organisatie en uitvoering In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe de gemeente Peel en Maas de taken op het gebied van accommodatiebeleid heeft georganiseerd. Of de inzet ook resultaat heeft, komt in het volgende hoofdstuk aan de orde. In dit hoofdstuk beantwoorden we de volgende deelvragen:
Deelvragen 3.
Norm
Tot welke aanpak en tot welk (voorzieningen)aanbod heeft dit beleid geleid?
●
Heeft de gemeente een goed beeld van haar eigen maatschappelijk vastgoed (in de zin van omvang, staat van onderhoud, wijze van gebruik)?
●
Is er binnen de gemeente vastgoed in privaat eigendom dat wordt gebruikt voor maatschappelijke (gesubsidieerde) activiteiten?
●
6.
Welke knelpunten worden gesignaleerd en/of zijn er in de toekomst te verwachten?
●
Hiervoor bestaat geen norm, dit moet uit het onderzoek blijken.
7.
Hoe is de ‘governance’ geregeld inzake het beheer en de exploitatie van de accommodaties?
●
Hiervoor bestaat geen norm, dit moet uit het onderzoek blijken.
4.
5.
●
●
●
In het beleidskader is duidelijk uitgewerkt hoe het accommodatiebeleid is georganiseerd en tot welk voorzieningenaanbod dit heeft geleid. Er is een vastgestelde en herkenbare aanpak/strategie binnen de gemeente Peel en Maas. De gemeente heeft een overzicht van het maatschappelijk vastgoed in eigen bezit in termen van: aantallen, omvang, staat van onderhoud, doel en wijze van gebruik. De gemeente heeft een overzicht van de verschillende exploitanten en/of verenigingen/gebruikers en de hiermee gesloten overeenkomsten. De gemeente heeft een overzicht van vastgoed in privaat bezit dat voor maatschappelijke activiteiten wordt gebruikt in termen van: aantallen, omvang en doel en wijze van gebruik. De gemeente heeft een overzicht van de verschillende verenigingen/gebruikers en de hiermee gesloten overeenkomsten.
De belangrijkste bevindingen in dit hoofdstuk zijn: ●
● ● ●
●
De gemeente Peel en Maas (en daarmee de gemeenschap) beschikt over een uitgebreide en diverse infrastructuur van maatschappelijke accommodaties, passend bij de schaalgrootte en geografische ligging van de gemeente. De gemeente heeft voldoende zicht op haar eigen maatschappelijk vastgoed, qua aantallen, omvang, gebruik en gebruikers, bezetting en staat van onderhoud. De gemeente heeft stappen gezet om de eigen vastgoedportefeuille en de daarmee samenhangende risicobeheersing adequater en/of meer integraal aan te sturen. Een belangrijk deel van de maatschappelijke accommodaties is in lijn met de filosofie van ‘zelfsturing’ in eigendom van de gemeenschap. Dit zorgt vanwege de grote betrokkenheid van de gemeenschap voor een diverse en vitale infrastructuur van voorzieningen, maar er zijn ook knelpunten en zorgen. Die zitten met name op het gebied bestuurlijke verantwoordelijkheid, ‘vergrijzing’ van vrijwilligers en kostenstijgingen, waardoor exploitaties meer en meer onder druk komen te staan. Er zijn met de maatschappelijke organisaties heldere afspraken gemaakt en vastgelegd over de verantwoording van de besteding van publieke middelen, zowel voor accommodaties die eigendom zijn van de gemeente als voor eigen accommodaties. Dit betekent niet dat de gemeente hiermee automatisch sturingsinformatie verkrijgt, aangezien er aan de besteding van
Rekenkamer Gemeente Peel en Maas
24
publieke middelen geen indicatoren met betrekking tot de te realiseren maatschappelijke effecten worden gekoppeld.
5.1 Tot welke aanpak en tot welk (voorzieningen)aanbod heeft dit beleid geleid? De gemeente en gemeenschap beschikken over een uitgebreide en diverse infrastructuur van maatschappelijke accommodaties. De ambities die de gemeente en de gemeenschap gezamenlijk hebben geformuleerd, de door de raad vastgestelde kaderstellende uitgangspunten binnen de aandachtsgebieden ‘Vitale gemeenschappen’ en ‘Sociaal Domein’, en de Uitvoeringsprogramma’s (zie ook paragraaf 4.1) hebben geleid tot een infrastructuur van maatschappelijke accommodaties, die als volgt is opgebouwd: A. Gemeenschaps- en/of dorpshuizen/multifunctionele accommodaties in de kernen Kessel, Kessel-Eik, Grashoek, Meijel, Maasbree, Panningen, Baarlo, Egchel, Helden, Beringe en Koningslust. B. Accommodaties voor jeugd en jongeren in de kernen Kessel, Kessel-Eik, Grashoek, Meijel, Maasbree, Panningen, Baarlo, Egchel, Helden, Beringe en Koningslust. Meer specifiek: blokhutten in Maasbree, Baarlo, Kessel-Eik, Panningen en Helden, en aparte jongerensociëteiten in Maasbree en Baarlo. In de overige kernen maken faciliteiten voor jeugd en jongeren deel uit van de gemeenschapshuizen en/of MFA’s. C. Buitensportlocaties in alle kernen, met uitzondering van Kessel-Eik en (binnenkort) Eghel voor minimaal tennis of voetbal of hockey. D. Minimaal één binnensportlocatie in alle kernen van de gemeente. E.
Kleinschalige culturele accommodaties ten behoeve van schutterijen in Grashoek, Helden, Panningen, Baarlo, Meijel, Beringe, Maasbree, Eghel en Kessel. F. Een professionele theaterfunctie (Dok6) in Panningen. G. Een museum voor het erfgoed van Peel en Maas in Helden. Op basis van onze kennis van het voorzieningenniveau in min of meer vergelijkbare gemeenten stellen we vast dat de gemeente Peel en Maas beschikt over een redelijk complete en goed geoutilleerde infrastructuur van maatschappelijke accommodaties. Dit beeld wordt bevestigd in de vragenlijst onder inwoners, waarin een ruime meerderheid aangeeft dat er voldoende aanbod aan voorzieningen en accommodaties is (zie ook paragraaf 6.4), en in het gesprek dat we met inwoners hebben gevoerd binnen de ‘focusgroep’. De infrastructuur van maatschappelijke accommodaties voldoet op hoofdlijnen aan de behoeften van de gemeenschap Op basis van het principe van ‘zelfsturing’, waarbij de gemeenschap initiërend is, kan worden gesteld dat een belangrijk deel van de infrastructuur van maatschappelijke accommodaties bestaat omdat er vanuit de gemeenschap(en) behoefte aan is. In de gesprekken die we in het kader van dit rekenkameronderzoek hebben gevoerd met stichtingen, beheerders en/of exploitanten wordt dit bevestigd. Een treffend voorbeeld hiervan is het bereik dat De Blokhut in Maasbree heeft onder schoolgaande kinderen.
Tijdens themadagen, zoals een spelendag, komen gemiddeld 200 tot 250 kinderen naar de Blokhut. Dat is tussen de 30% en 40% van het aantal schoolgaande kinderen. Dit wil overigens niet zeggen dat iedereen op individueel niveau en/of gebruikersniveau tevreden is over de kwaliteit van de voorzieningen en/of het aanbod vanuit deze voorzieningen (zie ook paragraaf 6.4).
Rekenkamer Gemeente Peel en Maas
25
5.2 Heeft de gemeente een goed beeld van haar eigen maatschappelijk vastgoed? De gemeente heeft voldoende overzicht van het maatschappelijk vastgoed in eigen bezit in termen van aantallen, omvang, doel, wijze van gebruik en staat van onderhoud Op basis van de aangeleverde stukken hebben we vastgesteld dat de gemeente voldoende inzicht heeft in de omvang, de functionaliteiten, de gebruikers en de staat van onderhoud van de eigen accommodaties. Dit is onder meer op te maken uit de huur- en exploitatieovereenkomsten die zijn afgesloten met de verenigingen die gebruikmaken van de faciliteiten die in eigendom zijn van de gemeente en waarin de verantwoordelijkheden met betrekking tot het gebruik en het beheer, en de gemeentelijke bijdrage aan de exploitatie zijn vastgelegd. Ook hebben we vastgesteld dat er door de gemeente voor de betreffende voorzieningen meerjarige onderhoudsplanningen (MJOP’s) zijn opgesteld. Daarnaast zien we dat er wordt gekeken naar de toekomstbestendigheid van de eigen voorzieningen. Het onderzoek naar de toekomst van sporthallen dat in opdracht van de gemeente door Synarchis is uitgevoerd en waarvan de eindrapportage in juni 2023 is opgeleverd, is daarvan een goed voorbeeld. Deze waarneming is met name van toepassing op de sportaccommodaties.
Wel lijkt het dat de gemeente op het gebied van de sportvoorzieningen een meer proactieve rol speelt dan bijvoorbeeld bij de culturele en erfgoedvoorzieningen. Bij het domein ‘sport’ zien we dat de gemeente zelf onderzoeken initieert of (laat) uitvoeren naar het toekomstperspectief van accommodaties/voorzieningen, bijvoorbeeld Behoeftebepaling binnensportaccommodaties 2015 en Onderzoek toekomst sporthallen 2024. Dit staat enigszins in contrast met de huisvestingsknelpunten die Dok6 en Museum Peel en Maas al jaren ervaren, zonder dat dit heeft geleid tot een concreet verbeterplan aan de kant van de gemeente als eigenaar van het vastgoed. We hebben wel begrepen dat de gemeente inmiddels capaciteit heeft vrijgemaakt om nader onderzoek te doen naar verbetermaatregelen. De gemeente geeft zelf aan dat het moeilijk is om grip te krijgen op de volledige (eigen) vastgoedportefeuille en de daarmee samenhangende risicobeheersing Samenhangend met wat hiervoor is bevonden, heeft de gemeente in een eigen presentatie (2018) en in een daaropvolgend projectplan (2019) vastgesteld dat de aansturing van de eigen vastgoedportefeuille en de daarmee samenhangende risicobeheersing nog onvoldoende adequaat verlopen vanwege het feit dat verantwoordelijkheden, taken en rollen versnipperd door de eigen organisatie liggen. Daartoe werd een project gestart: ‘ Vastgoed geregeld’.
Het project dient te leiden tot een professioneler en dynamisch vastgoedmanagement, waarbij alle verantwoordelijkheden, taken en rollen voor de toekomst vanuit alle disciplines in de organisatie worden geborgd. Vermeld wordt dat hiervoor mogelijk een zogenoemde “vastgoedregieorganisatie” wordt ingesteld, waarbij werknemers vanuit hun professie hun rol en verantwoordelijkheid nemen, gecoördineerd vanuit een centraal punt. In dit kader vindt er inmiddels periodiek overleg plaats tussen de teams die met vastgoed te maken hebben. In dit overleg wordt de stand van zaken van het vastgoed besproken. Er is een coördinerende rol weggelegd voor team 00, maar deze functie is nog niet formeel geborgd. Er is inmiddels ook een ‘vastgoedregistratiesysteem’ opgezet. Integrale aansturing van de eigen vastgoedportefeuille en de daarmee samenhangende risicobeheersing is onder meer belangrijk voor het borgen van eenduidig en passend kwaliteitsniveau van de voorzieningen en/om de kosten te beheersen en daarmee (onnodige) tariefverhogingen te voorkomen.
5.3 Is er in de gemeente vastgoed in privaat eigendom dat wordt gebruikt voor maatschappelijke activiteiten? Een deel van het maatschappelijk vastgoed is in privaat eigendom Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat een belangrijk deel van het maatschappelijk vastgoed in de gemeente in privaat bezit is. Dat wil zeggen: een deel van het vastgoed dat wordt gebruikt voor maatschappelijke activiteiten is in Rekenkamer Gemeente Peel en Maas
26
lijn met het principe van ‘gemeenschapsontwikkeling door zelfsturing’, eigendom van de gemeenschap in de vorm van een daartoe opgerichte stichting, die veelal ook als beheerder en exploitant optreedt. Deze constructie geldt in de gemeente Peel en Maas voor gemeenschaps- en/of dorpshuizen. Aanvullend hierop dient nog te worden opgemerkt dat de filmfunctie die onderdeel is van het activiteitenaanbod van Dok6 weliswaar gehuisvest is in een pand van de gemeente, maar wel door een private partij wordt geëxploiteerd. De gemeente onderhoudt periodiek contact met eigenaren (en beheerders/exploitanten) van het maatschappelijk vastgoed en heeft naar onze waarneming een goed beeld van de aard en omvang van het activiteitenaanbod vanuit deze maatschappelijke accommodaties, van de gebruikers en de samenwerkingsverbanden binnen de betreffende accommodatie, van de inzet die door vrijwilligers wordt gepleegd en van het verloop van de exploitatie. Eveneens in lijn met het principe van ‘gemeenschapsontwikkeling door zelfsturing’ zijn de gemeenschaps- en/of dorpshuizen qua exploitatie zelfvoorzienend, dat wil zeggen: ze worden door de gemeente niet structureel gesubsidieerd.
De gemeente ondersteunt ontwikkeling van maatschappelijk vastgoed in privaat eigendom Eveneens in lijn met het principe van ‘gemeenschapsontwikkeling door zelfsturing’ en op basis van de door de raad vastgestelde kaderstelling ‘Vitale gemeenschappen’ draagt de gemeente onder voorwaarden in financiële zin bij aan de private vastgoedontwikkelingen voor zover deze bedoeld zijn voor het ontwikkelen van maatschappelijke activiteiten. Een voorbeeld hiervan is de nieuwbouw van het gemeenschapshuis in Kessel-Eik in 2018, waarbij de gemeente € 810.000 bijdroeg aan de investering (waarvan overigens € 100.000 weer door Stichting Gemeenschapshuis Kessel-Eik aan de gemeente werd teruggeven, omdat het project ruim binnen het gestelde budget kon worden gerealiseerd) en meer recentelijk de bouw van een nieuwe MFA in Kessel De Paort, waar de gemeente in twee tranches een bijdrage gaf van totaal € 2.267.000. Overigens merken we hier op dat ook in dit opzicht het beleid van de gemeente Peel en Maas vrij uniek is, omdat gemeenten zelden of nooit financieel bijdragen in vastgoed dat niet hun eigendom is. Dit is terug te voeren op het feit dat het investeren door de gemeente in “andermans vastgoed” risico’s met zich meebrengt, omdat er bij een onverhoopt faillissement sprake zal zijn van ‘desinvestering’.
We stellen in dit verband vast dat de gemeente Peel en Maas weliswaar aan de voorkant heldere voorwaarden stelt ten aanzien van de besteding van publieke middelen aan de ontwikkeling van vastgoed dat niet haar eigendom is, maar dat na de ingebruikname van het vastgoed de gemeentelijke ‘bemoeienis’ stopt. Het “is dan weer van de eigenaar”. Dit is in lijn met het principe van ‘zelfsturing’, maar levert voor de gemeente wel (extra) risico’s op. Omdat een (formele) periodieke monitoring van de exploitatie na de ingebruikname van de accommodatie door de gemeente ontbreekt, kan de gemeente onvoldoende anticiperen op mogelijke toekomstige knelpunten.
5.4 Welke knelpunten worden gesignaleerd en/of zijn er te verwachten? ‘Zelfsturing’ legt in toenemende mate een onevenredig zware verantwoordelijkheid bij de eigenaren en/of beheerders/exploitanten In vrijwel alle interviews die we in het kader van de casestudies hebben afgenomen, komt naar voren dat het eigenaarschap en/of het beheer en de exploitaties van de maatschappelijke accommodaties als een zware verantwoordelijkheid wordt ervaren. En dat deze verantwoordelijkheid steeds groter wordt door complexere vraagstukken en toenemende regelgeving. Bij bouw- en/of renovatieprocessen, denk bijvoorbeeld aan de recent in gebruik genomen nieuwe Paort of de ‘upgrading’ van Blokhut Jong Nederland in Maasbree, worden weliswaar op cruciale onderdelen (beperkt) specialisten ingehuurd (architecten, technische adviseurs), maar het opdrachtgeverschap ligt bij een rechtspersoon (stichting) die
Rekenkamer Gemeente Peel en Maas
27
geheel uit vrijwilligers bestaat en die zijn daarmee eindverantwoordelijk en (formeel) aansprakelijk voor het gehele proces (planvoorbereiding, vergunningaanvraag, ontwerpfase, aansturing bouwteam, budgetbewaking, et cetera). Om het opdrachtgeverschap goed te kunnen uitvoeren, dienen inwoners vanzelfsprekend zelf ook de nodige kennis te hebben. Er wordt ondersteuning ervaren door de gemeente, maar dat doet niets af aan het feit dat de volledige eindverantwoordelijkheid bij vrijwilligers ligt. Regelmatig werd door onze gesprekspartners de vraag gesteld of het verantwoord is om dit soort opgaven met aanzienlijke risico’s aan vrijwilligers over te laten. Een sprekend voorbeeld hiervan is kasteel de Keverberg (zie ook de casusbeschrijving in de bijlage) dat met veel energie is herbouwd, maar waarbij de exploitatie en het beheer toch te complex zijn gebleken om volledig aan de gemeenschap (lees: vrijwilligers) over te laten. Overigens werden ook de voordelen van ‘zelfsturing’ (nog steeds) onderschreven (o.a. betrokkenheid, draagvlak, kostenbewustzijn), maar men ervaart dat de balans zoek is. Het wordt steeds moeilijker om vrijwilligers te vinden.
Discontinuïteit in eigenaarschap en uitvoering is op termijn een serieus risico Samenhangend met wat hiervoor is gezegd over de verantwoordelijkheden van eigenaren en beheerders/exploitanten, is door alle gesprekspartners aangegeven dat het steeds moeilijker wordt om vrijwilligers te vinden en te binden, met name vrijwilligers die over specifieke kennis beschikken (bijvoorbeeld op het gebied van bouwen en/of renoveren, juridische aangelegenheden of op het gebied van financiën). Dit heeft ook te maken met het feit dat steeds meer burgers betrokken raken bij activiteiten op het gebied van ‘mantelzorg’ of in het onderwijs. Overigens is de ‘vergrijzing’ (en bijgevolg uitval) van het vrijwilligersbestand een bekend landelijk fenomeen en valt op dat er in Peel en Maas nog steeds een beroep kan worden gedaan op een enorm ‘volume’ aan vrijwilligers. Maar ook hier is een geleidelijke verschuiving zichtbaar. De vraag die hierbij opkomt, is of het gedachtegoed van ‘gemeenschapsontwikkeling door zelfsturing’ wel voldoende overdraagbaar is aan de nieuwe generaties en op welke wijze hierin wordt geïnvesteerd. Het valt op dat het probleem van de ‘vergrijzing van het vrijwilligersbestand’ wel steeds wordt genoemd en wordt herkend als een risico, maar dat er door de betrokkenen geen toekomstperspectief wordt geschetst.
Exploitaties komen steeds meer onder druk te staan Eveneens samenhangend met wat hiervoor is bevonden over de toenemende complexiteit van het eigenaarschap en met de ‘uitval’ van ervaren vrijwilligers, komen exploitaties steeds meer onder druk te staan door aanzienlijke kostenstijgingen. Het toegankelijk houden van voorzieningen door lage huur- en/of gebruikstarieven loopt steeds minder goed in de pas met de inflatie. Extra investeringen met betrekking tot aangescherpte brandweereisen, duurzaamheidseisen, legionellapreventies en aanzienlijke stijgingen van verzekeringspremies (zie o.a. de exploitatie en beoogde renovatie van de Blokhut Jong Nederland in Maasbree) dragen nog extra bij aan de lastenverzwaring. Maar ook het onderhoud van accommodaties en het terrein is steeds kostbaarder geworden, waarvan Kasteel Keverberg een treffend voorbeeld is. Een ander punt dat hier nog moet worden genoemd, is het feit dat door een veranderende bevolkingssamenstelling de bezetting en het gebruik van de voorzieningen minder wordt, of dat dit voor de toekomst dreigt. Voor niet alle nieuwe inwoners is het vanzelfsprekend om gebruik te maken van de voorzieningen in de kernen, laat staan om hierin als vrijwilliger actief te participeren. Deze ontwikkeling is bijvoorbeeld zichtbaar in Kessel-Eik.
Vanzelfsprekend zet een terugloop in inkomsten vanwege een lagere bezetting de exploitatie ook verder onder druk. Op dit punt zou het goed zijn om middels onderzoeken onder inwoners nader te inventariseren waar de behoefte zit (de resultaten van de vragenlijst voor dit onderzoek zouden hiervoor ook gebruikt kunnen worden, zie paragraaf 6.4). Tenslotte wijzen we in dit verband nog op het ontbreken van goede afspraken omtrent duurzaamheidsvoorzieningen. Deze zijn op dit ogenblik geen onderdeel van de gemeentelijke financieringsregeling voor nieuwbouw en/of renovatie van de maatschappelijke accommodaties die niet in eigendom zijn van de gemeente. Ook is er vanuit de eigenaren/exploitanten behoefte aan ondersteuning bij het opzetten van duurzaamheidsprogramma's en/of het treffen
Rekenkamer Gemeente Peel en Maas
28
van maatregelen daaromtrent. Het Museum Peel en Maas in Helden en De Blokhut Jong Nederland in Maasbree zijn voorbeelden van voorzieningen die zich geplaatst zien voor aanzienlijke uitdagingen op dit gebied. Samenwerking wordt als oplossing gezien voor een versterking van het voorzieningenniveau en een doelmatigere inzet van middelen In een inventariserend overleg tussen de gemeente en de eigenaren/exploitanten (november 2024) is naar voren gekomen dat er behoefte is aan (meer) samenwerking tussen de gemeenschaps- en/of dorpshuizen om bijvoorbeeld tot gezamenlijke inkoop of gezamenlijke diensten in de backoffice te komen. Vooralsnog is hier geen concreet plan voor opgesteld. Wel hebben de gemeenschaps- en/of dorpshuizen twee maal per jaar een afstemmingsoverleg. Verder hebben ook de voetbalverenigingen meerdere malen per jaar een gezamenlijk afstemmingsoverleg nu de coöperatie Sport Peel en Maas in 2024 is ontbonden. Op basis van de ervaringen die we hebben opgedaan met eerdere onderzoeken bij samenwerkingsverbanden in de culturele en cultureel-maatschappelijke sector, plaatsen we hierbij de kanttekening dat het zeker de moeite waard is om te onderzoeken of er schaalvoordelen zijn te behalen, maar dat de mogelijk financiële voordelen hiervan niet moeten worden overschat (tegenover de extra inzet die samenwerking ook vraagt).
Betrokkenheid van de gemeente wordt op onderdelen gemist Over het algemeen zijn respondenten vanuit het casusonderzoek tevreden over de ondersteuning door de gemeente bij nieuwbouw- en/of renovatieprojecten in de vorm van een (toegevoegd) gemeentelijk projectleider. Waarbij overigens wel wordt aangegeven dat er na vertrek van een aantal ervaren medewerkers van de gemeente op dit ogenblik bijvoorbeeld bouwkundige kennis wordt gemist. Een centraal gemeentelijk aanspreekpunt of loket voor allerhande zaken rond verbouwingen, regelgeving en duurzaamheidsprogramma’s wordt door een aantal gesprekspartners genoemd als een gewenste service, maar er wordt in onze optiek onvoldoende duidelijk gemaakt wat hiermee concreet wordt beoogd en hoe dit zou moeten functioneren. Daarnaast heeft een aantal geïnterviewden aangegeven te weinig bestuurlijke en politieke betrokkenheid te ervaren bij de ontwikkelingen in de gemeenschappen en daarmee waardering voor wat door de gemeenschappen wordt gerealiseerd.
5.5 Hoe is de ‘governance’ geregeld inzake het beheer en de exploitatie van de accommodatie? Wanneer het eigenaarschap bij de gemeenschap ligt, is de governance als volgt geregeld: Stichtingen hebben een eigen bestuurlijke verantwoordelijkheid voor het ontwikkelen van eigen vastgoed, en het in stand houden en exploiteren ervan. Vanwege het ontbreken van een (structurele) subsidierelatie hoeft er geen inhoudelijke en financiële verantwoording aan de gemeente te worden afgelegd. Wel hebben de exploitanten en de gemeente periodiek overleg, maar naar onze waarneming ontbreekt hiervoor een vaste structuur. Dat neemt niet weg dat we het beeld hebben dat de gemeente goed op de hoogte is van wat er bijvoorbeeld rond de gemeenschapshuizen speelt en breder: wat er in de kernen speelt. Er vindt twee keer per jaar een overleg tussen de gemeenschapshuizen onderling plaats, daar is de gemeente bij aanwezig, maar dan als gast. Bij nieuwbouw- of renovatieprojecten stelt de stichting die eigenaar is van het vastgoed doorgaans een eigen integraal projectplan plus een investeringsraming op. Bij een aanvraag voor financiële ondersteuning toetst de gemeente dit plan op validiteit/haalbaarheid en wordt bekeken of het een en ander past binnen de bekostigingsregeling (zie kaderstellende uitgangspunten).
Bij het beschikken van de gemeentelijke financiële bijdrage na besluitvorming worden afspraken gemaakt over hoe de gemeente de voortgang van het project monitort
Rekenkamer Gemeente Peel en Maas
29
(voortgangsrapportage, risicoanalyse, budgetbewaking, toezicht op de bouw). De gemeentelijke financiële bijdrage wordt definitief vastgesteld op basis van een integrale projectverantwoording. Bij exploitatie op basis van een gebruiksovereenkomst binnen een reguliere subsidierelatie is de governance als volgt geregeld: Daar waar het gaat om exploitatie vanuit een gebruikersovereenkomst zien we een andere wijze van verantwoording. Daar vindt verantwoording doorgaans plaats op basis van een inhoudelijk en financieel jaarverslag en middels periodieke gesprekken over de voortgang. Bij de beschikking van een reguliere subsidie, bijvoorbeeld in het geval van Dok6 en het Museum, worden aan de verlening van de subsidie doelstellingen gekoppeld, bijvoorbeeld te realiseren soorten activiteiten en/of aandachtsgebieden. Deze worden echter niet of zeer beperkt gekwantificeerd, bijvoorbeeld ten aanzien van het te realiseren publieksbereik.
Rekenkamer Gemeente Peel en Maas
30
6 Resultaten In dit hoofdstuk beschrijven we in paragraaf 6.1 eerst of de voortgang van het beleid en de uitvoering van het beleid worden gemonitord. In paragraaf 6.2 gaan we nader in op de vraag of het gemeentelijk beleid tot meerwaarde leidt. Ten slotte kijken we in hoeverre er sprake is van een doeltreffende en doelmatige aanpak.
Deelvragen
Norm
8.
Worden de resultaten van de beleidsuitvoering gemonitord en zijn de effecten in beeld? Zijn er voldoende sturingsmiddelen?
●
Is de uitvoering van het beleid zowel doeltreffend als doelmatig?
●
9.
● ● ●
● ●
●
Er kan zowel kwantitatief als kwalitatief een overzicht worden verstrekt over de stand van zaken inzake het accommodatiebeleid. De behaalde maatschappelijke effecten worden benoemd. Er is sprake van een monitoringssystematiek. Er wordt structureel gemonitord. De prestaties van de gemeente Peel en Maas zijn in lijn met de geformuleerde streefwaarden. In de beheersystematiek zijn prikkels tot kostenbeheersing en budgetbewaking ingebouwd. Er is sprake van contractmanagement waarin zicht is op budgetuitputting, prijsvorming en trends en patronen in het gebruik van maatschappelijk vastgoed. De gemeente heeft een overzicht van de kosten en inkomsten die samenhangen met het accommodatiebeleid en de geëxploiteerde accommodaties.
10. Zijn er verschillen in de uitvoering en exploitatie van het accommodatiebeleid tussen de kernen binnen de gemeente? Zo ja, waar zitten deze verschillen en hoe worden deze beoordeeld door zowel de gemeente als de gebruikers/inwoners?
Hiervoor bestaat geen norm, dit moet uit het onderzoek blijken.
11. Hoe waarderen inwoners het gevoerde beleid en de accommodaties?
● ● ●
● ●
Inwoners zijn tevreden over het huidige accommodatieaanbod. De accommodaties zijn volgens inwoners toekomstbestendig. Er is een helder overzicht voor inwoners van het accommodatieaanbod en de voorzieningen die daarmee gepaard gaan; waarvan zij gebruik kunnen maken. De inwoners van de gemeente Peel en Maas kunnen kennis nemen van de diverse regelingen die voortvloeien uit het accommodatiebeleid. Tarieven zijn eenduidig en er wordt voldoende toegelicht hoe deze tot stand komen.
De belangrijkste bevindingen in dit hoofdstuk zijn: ●
●
● ●
De effecten van de beleidsuitvoering worden op diverse manieren gemonitord. Maar de gemeente heeft onvoldoende inzicht in de ‘klanttevredenheid’ van de eindgebruiker van de maatschappelijke accommodaties. Het beleid van de gemeente op het gebied van maatschappelijke accommodaties kan als ‘doelmatig’ worden aangemerkt. Omdat aan de beleidsdoelen geen prestatie-indicatoren worden gekoppeld is niet vast te stellen of het gemeentelijke beleid ‘doeltreffend’ is. Er is een rijk verenigingsleven in de gemeente Peel en Maas. Niet verwonderlijk wordt er vooral via verenigingen gebruikgemaakt van accommodaties. Meer dan de helft van de bevraagde inwoners geeft aan dat de accommodaties een slechte indruk maken. Als we kijken naar de deelaspecten die hieronder liggen, dan is over de gehele linie genomen meer dan de helft van de inwoners niet tevreden. Vooral de bereikbaarheid en de
Rekenkamer Gemeente Peel en Maas
31
●
veiligheid van de accommodaties zijn volgens veel respondenten slecht. Hierbij moet bijvoorbeeld gedacht worden aan gevaarlijke (toegangs)wegen en (lange) afstanden, maar ook in de accommodaties zelf bemerken respondenten soms onveilige aspecten, zoals gladde douchevloeren. Twee derde van de bevraagde inwoners vindt dat er wel voldoende voorzieningen zijn (in de zin van aanbod van accommodaties).
6.1 Worden de resultaten gemonitord en zijn de effecten in beeld? De gemeente onderneemt op verschillende manieren acties om de resultaten van haar beleid op het gebied van maatschappelijke accommodaties en/of om de effecten daarvan in beeld te brengen. Behoefteonderzoeken De gemeente monitort met enige regelmaat welke algemene trends en ontwikkelingen er gaande zijn binnen het maatschappelijke domein (middellange en lange termijn perspectief), hoe de bezetting van tenminste de eigen voorzieningen/accommodaties zich ontwikkelt en welke behoeften er leven onder gebruikers en/of potentiële gebruikers van de maatschappelijke voorzieningen. Enkele voorbeelden van onderzoeken die daartoe in opdracht van de gemeente zijn uitgevoerd, zijn: ● ● ●
Behoeftebepaling binnensportaccommodaties, Synarchis februari 2015 Locatiestudie PEC'20, kragten februari 2024 Onderzoek toekomst sporthallen, Synarchis juni 2024
Consultatie gemeenschappen De gemeente consulteert naar eigen zeggen regelmatig de gemeenschappen, soms in een wat meer formele setting. Zie voor dit laatste de ‘Samenvatting gespreksrondes maatschappelijke accommodaties, 27 november 2024’. De gemeentelijke organisatie geeft aan dat ze geen beleid maakt “van achter het bureau”, maar in de samenleving staat en daar ook de “voelsprieten” in heeft. We hebben uit de diverse interviews kunnen opmaken dat de lijnen tussen de gemeente en de gemeenschap in ieder geval kort zijn, maar het beeld dat de gemeente precies weet wat er in de gemeenschappen speelt werd in de focusgroepbijeenkomst van 13 mei wel genuanceerd. Inwoners geven aan dat er veel verloop is binnen de gemeentelijke organisatie, waardoor kennis weglekt. Ook is het beeld dat (mede door de personeelswisselingen) een deel van de gemeentelijke organisatie onvoldoende bekend is met het principe van ‘zelfsturing’ en/of dit (nog) onvoldoende doorgrondt. Periodiek overleg met beheerders en/of gebruikers De gemeente overlegt periodiek met de beheerders en/of gebruikers van de maatschappelijke accommodaties die zij zelf in eigendom heeft, over zaken als huur, onderhoud en bezetting. We maken dat onder meer op uit de diverse gespreksverslagen die we hebben ontvangen (zie bijvoorbeeld het verslag van het gesprek met lawn tennisclub Tonido d.d. 26-08-2024).
Formele verslagen naar aanleiding van besteding subsidie Over de besteding van subsidies wordt door de maatschappelijke en/of culturele organisaties verantwoording afgelegd. De gemeente vermeldt in de beschikking die zij afgeeft op welke wijze inzicht moet worden verschaft over de resultaten/effecten van de besteding van de subsidie. Op basis van de stukken die aan ons ter beschikking zijn gesteld hebben we niet kunnen opmaken in welke mate de gemeente hiervoor eenduidige criteria hanteert (zie verder ook paragraaf 5.5). Uit het ambtelijk wederhoor is naar voren gekomen dat de partijen een verantwoording moeten opleveren van de kosten die ze gemaakt hebben, zodat er getoetst kan worden of het geld ook aan de goede dingen Rekenkamer Gemeente Peel en Maas
32
is uitgegeven. Er moet een volledige inhoudelijke en financiële eindverantwoording, inclusief een afschrift van het proces verbaal, worden aangereikt. We hebben deze stukken echter niet in alle dossiers aangetroffen. We stellen wel vast dat de gemeente weinig actie onderneemt en/of over instrumenten beschikt om de tevredenheid van de ‘eindgebruikers’ van maatschappelijke accommodaties te toetsen en dus in dat opzicht onvoldoende zicht heeft op de effecten van haar beleid. Dat zien we ook terug in de vragenlijst die we onder inwoners hebben uitgezet, en het was ook een signaal dat is afgegeven tijdens de focusgroep; in paragraaf 6.4 komt dit uitgebreid aan bod. Ook hier moeten we wijzen op het feit dat de gemeente geen kwantitatieve doelstellingen en daaraan gekoppelde prestatie-indicatoren heeft geformuleerd. Dat past deels ook minder in het principe van ‘zelfsturing’, maar het maakt wel dat het moeilijk is om precies te bepalen wat de effecten zijn of zijn geweest van beleid.
6.2 Is de uitvoering van het beleid zowel doeltreffend als doelmatig? Een bijna onvermijdelijke vraag bij een rekenkameronderzoek, of wellicht de essentie ervan, is of het beleid, in dit geval op het gebied van maatschappelijke accommodaties, 'doelmatig' en ‘doeltreffend’ is. Daarbij nog even een definiëring van beide begrippen in de context van het accommodatiebeleid. Onder ‘doelmatigheid’ verstaan we het realiseren van bepaalde prestaties met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen, terwijl ‘doeltreffendheid’ moet worden gelezen als de mate waarin de gewenste prestaties en de beoogde maatschappelijke effecten of gestelde doelen van het beleid ook daadwerkelijk worden behaald. Als we het budget dat nodig zou zijn om het maatschappelijk voorzieningenniveau te realiseren en in stand te houden als norm nemen - in het geval dat de gemeente Peel en Maas zelf ‘aan het stuur’ zou zitten, dan durven we op basis van onze praktijkervaring te stellen dat het maatschappelijk accommodatiebeleid in de gemeente Peel en Maas meer dan ‘doelmatig’ is. Ook zonder benchmark komen we tot de conclusie dat, vanwege het principe van ‘gemeenschapsontwikkeling door zelfsturing’, het voorzieningenniveau tegen relatief lage kosten en/of met een beperkte inzet van publieke middelen kan bestaan.
Alleen het feit al dat er sprake is van een substantiële inzet van uren ‘om niet’, zowel bij de vastgoedontwikkeling, als bij de uitvoering en exploitatie, leidt tot aanzienlijk lagere kosten dan de (klassieke) situatie, waarin de gemeente het (volledige) maatschappelijk vastgoed in eigendom heeft (en dus ook dient te onderhouden) en de uitvoeringsorganisaties geheel of vrijwel geheel zijn geprofessionaliseerd. Aanvullend hierop: uit de diverse gesprekken die we hebben gevoerd is naar voren gekomen dat er door de gemeenschappen en/of stichtingen overwegend zeer ‘kostenbewust’ wordt gehandeld. Dat neemt overigens niet weg dat er over het onderhoud, de beschikbare ruimte en in algemene zin het beheer van de accommodaties kritische noten zijn gekraakt door de gebruikers (lees: inwoners); daarover meer in paragraaf 6.4. De vraag of er sprake is van voldoende ‘doelmatigheid’ op casusniveau is moeilijk te beantwoorden. De reden hiervoor is dat er voor de maatschappelijke accommodaties geen richtinggevend ambitieniveau (schaalgrootte, functionaliteit, kwaliteit faciliteiten, et cetera) is geformuleerd. Dat maakt bijvoorbeeld dat nieuwbouw van de Paort tenminste in de beeldvorming heel veel geld kost (en in ogen van een aantal personen die we hebben gesproken te veel: “men heeft overvraagd”).
Maar wat is dan het referentiekader op basis waarvan dit wordt bepaald, wat is de norm voor een passend voorzieningenniveau, zowel voor de gemeente als geheel als voor de respectievelijke kernen? De nieuwe Paort herbergt straks een aantal grotere partijen/samenwerkingspartners (Bibliotheek Maas en Peel, VVV). Dat zou een legitieme keuze kunnen zijn, ervan uitgaande dat deze kan rekenen op voldoende draagvlak vanuit de gemeenschap.
Rekenkamer Gemeente Peel en Maas
33
Omdat er aan de doelstellingen op het gebied van accommodatiebeleid geen (specifieke) prestatie-indicatoren worden gekoppeld, is het niet mogelijk om vast te stellen of het gemeentelijk beleid ‘doeltreffend’ is. In dit verband noemen we wel een aantal kwalitatieve waarnemingen. Al eerder in dit rapport (zie paragraaf 5.1) constateerden we dat de gemeente Peel en Maas, vergeleken met gemeenten met een min of meer vergelijkbare schaalgrootte en geografische ligging/indeling, beschikt over een redelijk complete en goed geoutilleerde infrastructuur van maatschappelijke accommodaties. We doen deze uitspraak op basis van onze ervaringen met accommodatie- ontwikkelingen in tal van Nederlandse gemeenten. Ook benadrukken we hier nog een keer dat een belangrijk deel van het voorzieningenniveau in de gemeente op initiatief van de gemeenschap zelf tot stand is gekomen en door de gemeenschap wordt onderhouden en dus blijkbaar ook tegemoet komt aan de behoeften van de gemeenschap. Dit kwam ook aan de orde in de bijeenkomst van de focusgroep met 28 inwoners, waarin de algemene opinie was dat Peel en Maas in de basis beschikt over een diverse en goed geoutilleerde infrastructuur van maatschappelijke accommodaties.
Maar ook op dit punt zien we dat het bij verschillende verenigingen en exploitanten piept en kraakt, zoals we al in het vorige hoofdstuk hebben beschreven vanuit de beheerders en exploitatierol en zoals in paragraaf 6.4 valt te lezen vanuit het inwonersperspectief.
6.3 Zijn er verschillen in de uitvoering en exploitatie tussen de kernen? Het principe van ‘gemeenschapsontwikkeling door zelfsturing’ maakt dat de gemeenschappen in de kernen van de gemeente een vrij autonome positie hebben in het initiëren en organiseren van maatschappelijke voorzieningen en/of faciliteiten. Dit gegeven en het feit de gemeente Peel en Maas een fusie is van vier voormalige gemeenten (Maasbree, Helden, Kessel en Meijel) met een eigen koers en cultuur, doet de vraag rijzen of er verschillen zijn in de uitvoering en exploitatie tussen de kernen. Wat de gemeenschaps- en/of dorpshuizen betreft in de diverse kernen, zijn er logischerwijs verschillen in schaalgrootte, gebruiksmogelijkheden en soorten gebruikers en/of bewoners. Dit is onder andere afhankelijk van het aantal inwoners per kern en het verzorgingsgebied. Er zijn gemeenschapshuizen die meer gebouwd zijn als MFA en die huisvesting bieden aan meerdere samenwerkingspartners, denk hierbij bijvoorbeeld aan de nieuwe Paort, en er zijn voorzieningen die meer als kleinschalig ‘dorpshuis’ fungeren. Het gemeenschapshuis Kessel-Eik is hier een goed voorbeeld van. De verschillen vloeien ook logischerwijs voort uit de lokale behoeften en ambities, zoals ook is opgemerkt in de vorige paragraaf.
De schaalgrootte en opzet bepalen mede het exploitatiemodel, bijvoorbeeld een constructie met een aantal vaste huurders en dus vaste inkomsten voor de hoofdexploitant. Wat de gemeenschaps- en/of dorpshuizen gemeen hebben, is het feit dat ze eigendom van de gemeenschap zijn en dat het juridisch eigendom van het vastgoed en het beheer en de exploitatie bij een stichting liggen. Bij geen van de accommodaties is sprake van een structurele bekostiging door de gemeente. Wat we in de gesprekken hebben kunnen constateren is dat er bij sommige vertegenwoordigers van de gemeenschappen de opvatting leeft dat alle kernen binnen de gemeente moeten kunnen rekenen of recht hebben op dezelfde financiële ondersteuning door de gemeente. Andersom is het dus ook zo dat er nu bij sommigen een beeld is dat er veel meer geld naar de ene kern (of accommodatie) gaat dan naar de andere en dat er politiek geen goede afweging wordt gemaakt voor wat betreft de inzet van publieke middelen. We constateren dat politieke keuzes vanwege het ontbreken van een norm voor de basisvoorzieningen gemeentebreed (aantal en schaalgrootte) een arbitrair karakter kunnen hebben (wie heeft het beste idee en wie is hiermee het meest overtuigend), of in ieder geval zo kan overkomen.
6.4 Hoe waarderen inwoners het gevoerde beleid en de accommodaties? De gemeente voert zelf (structureel) geen tevredenheidsonderzoeken uit onder de eindgebruikers (inwoners), zoals eerder bevonden in paragraaf 6.1. Dat heeft ook te maken met het feit dat het ‘eigenaarschap’ van de voorzieningen in veel gevallen bij de gemeenschap zelf ligt. Wel heeft de gemeente in november 2024 met de verenigingen en Rekenkamer Gemeente Peel en Maas
34
stichtingen die maatschappelijke accommodaties gebruiken, beheren en/of exploiteren een aantal gespreksrondes georganiseerd over het accommodatiebeleid, onder andere om aandachts- en/of knelpunten te inventariseren op het gebied van beheer en exploitatie, governance en vrijwilligersbeleid, om de behoeften vanuit de gemeenschappen in kaart te brengen en om gezamenlijk een toekomstperspectief te schetsen. Naar onze waarneming was dit een eenmalig initiatief, dus geen onderdeel van een vaste structuur van evaluaties. Vanuit de gemeente is echter aangegeven dat het maken van uitvoeringsbeleid een continu en interactief proces is. Voor dit onderzoek hebben we daarom besloten om inwoners direct te bevragen. We hebben twee methoden ingezet om de inwonerstevredenheid te peilen. We hebben ten eerste een online vragenlijst uitgezet en ten tweede hebben we een ‘focusgroep’ georganiseerd, waarin we met inwoners in gesprek zijn gegaan over de uitkomsten van de vragenlijst. De vragenlijst is ingevuld door 580 inwoners en in de ‘focusgroep’ zijn we met 28 inwoners in gesprek gegaan. Hierbij zijn we onder andere ingegaan op de vraag van welke accommodaties men gebruikmaakt, hoe men de accommodaties beoordeelt en wat nog wordt gemist.1 In deze paragraaf gaan we in op de belangrijkste punten die vanuit inwoners zijn meegeven.
Er is een rijk verenigingsleven en er wordt vooral via verenigingen gebruikgemaakt van accommodaties Zoals eerder benoemd, kent de gemeente een rijk verenigingsleven. Van de 580 respondenten zijn er maar liefst 441 lid van een vereniging. Precies 500 respondenten maken gebruik van een accommodatie in de gemeente Peel en Maas. We hebben ook gevraagd van wat voor voorzieningen mensen gebruikmaken. Dit betreft vooral gemeenschapshuizen en binnensportaccommodaties, zoals valt op te maken uit figuur 1. Daarbij maakt 79% van de respondenten via een vereniging gebruik van de accommodatie. Meer dan de helft van de bevraagde inwoners geeft aan dat de accommodaties een slechte indruk maken Vervolgens hebben we inwoners gevraagd naar hun mening over bepaalde deelaspecten van de accommodatie(s) waar ze gebruik van maken. Omdat de resultaten van het geheel en de deelaspecten niet altijd positief zijn, hebben we hier in de focusgroep nader op doorgevraagd, om te kijken wat hier achter zit. Het is goed deze nuance hierin mee te nemen, maar tegelijkertijd zijn de uitkomsten van de vragenlijst, waarvoor 580 inwoners de moeite hebben genomen om een reactie te geven, wel een signaal. Om te beginnen hebben we gevraagd naar de algemene indruk van de accommodatie(s). Van de alle respondenten die deze vraag hebben beantwoord, geeft 55% aan dat hun algemene indruk slecht tot heel slecht is.
Als we kijken naar de deelaspecten die hieronder liggen, dan is over de gehele linie genomen de helft van de respondenten niet tevreden. Vooral de bereikbaarheid en de veiligheid van de accommodaties zijn volgens veel respondenten slecht. We hebben inwoners ook de mogelijkheid gegeven om via een open antwoord een nadere duiding te geven op een van de aspecten. Uit de (271) reacties komt naar voren dat respondenten vooral problemen ervaren met parkeren en het onderhoud van de accommodaties. Opvallend vaak is ook de veiligheid genoemd in relatie tot toegankelijkheid, bijvoorbeeld omdat een drukke weg overgestoken moet worden. Dit signaal werd ook duidelijk afgegeven tijdens de Figuur 2: Gebruik voorzieningen
1 We hebben ook een aantal achtergrondkenmerken uitgevraagd, zoals uit welke kern mensen komen en of ze wel of niet lid zijn van een
vereniging. Het voert te ver om de resultaten in het rapport per kern te behandelen, het achterliggende analysebestand wordt echter aangeleverd bij de Rekenkamer.
Rekenkamer Gemeente Peel en Maas
35
focusgroep. De begrippen bereikbaarheid en veiligheid worden overigens heel breed beleefd, zo gaat het bijvoorbeeld ook om openbaar vervoer naar accommodaties en veiligheid op de (fiets)routes naar accommodaties. Ook zijn er verschillende respondenten die aangeven dat de fysieke toegankelijkheid een drempel voor hen is. En ten slotte merken verschillende respondenten op dat de accommodatie verouderd is en te weinig ruimte biedt. Uiteraard zou het goed zijn om op deze punten per locatie/kern een nadere analyse te maken in de toekomst. In de focusgroep werd dit ook belangrijk geacht, maar werd tegelijkertijd ook voorgesteld om juist over de kernen heen te kijken, bijvoorbeeld per sector of doelgroep, of juist naar oplossingen waarbij meerdere verenigingen van dezelfde accommodatie gebruikmaken. Hierin liggen mogelijkheden die de inwoners graag samen met de gemeente zouden verkennen. Op dit vlak, kwam uit de focusgroep naar voren, verwachten inwoners een faciliterende overheid. Citaten inwoners over accommodaties: •
‘Slecht rolstoeltoegankelijk, parkeerplek en fietsenstalling te dicht bij elkaar waardoor gevaarlijke situaties ontstaan, te weinig parkeerplek.’
•
‘De gymzaal is erg oud, koud in de winter. Heet in de zomer. Alles is oud en eigenlijk veel te krap.’
•
‘Slechte lucht in het gebouw, slechte ventilatie.’
•
‘Voorzieningen zijn redelijk, echter soms ook overlast en weinig parkeergelegenheid bij bijvoorbeeld de sporthal. Soms ook duur in prijs voor deelname.’
•
‘Ik gebruik de sporthal zowel in Baarlo als Maasbree. Beiden zijn verouderd, onderhoud wordt niet gedaan en ze worden minimaal schoongemaakt. Met name de vloer van de zalen is vuil, glad en daardoor onveilig.’
•
‘Oud gebouw wat niet altijd netjes wordt onderhouden. Klein voor hoeveelheid kinderen tijdens trainingsdagen.’
•
‘Met name de veiligheid is erg slecht. En dan bedoel ik de weg er naar toe. Om bij de tennisbaan, tennishal, Blokhut Jong Nederland of de voetbalvelden te komen, moet de drukke Provinciale autoweg (N273) overgestoken worden.’
•
‘Aangezien de herfst en de winter zeer natte periodes zijn geweest, zijn er veel trainingen afgelast vanwege niet bespeelbare velden. Zowel voor de jeugd als de senioren. Andere verenigingen buiten de gemeente Peel en Maas hebben veelal een kunstgrasveld ter beschikking. Hierdoor gaan wedstrijden vaak wel door zonder dat onze leden normaal hebben kunnen trainen.’
•
‘De sporthal in Maasbree is compleet afgeschreven. De beheerders maken er het beste van met dat wat ze hebben. Gelukkig is alles wel schoon. Ondanks alles zie je een sporthal nergens zo schoon als in Maasbree.’
Rekenkamer Gemeente Peel en Maas
36
•
‘Het clubgebouw met voorzieningen zoals kleedlokalen en douches zijn verouderd. De velden ieder jaar in zéér slechte staat. Gedurende de winterperiode is er weinig kans op doortrainen. De verdere algehele uitstraling van de vereniging vind ik niet spraakmakend.’
•
‘Dok 6, de trappen daar zijn vreselijk. Er zijn al vaker valpartijen geweest. Leuning slecht te gebruiken doordat er een zeer ongewoon gootje aan beide zijden van de trappen is. Plaats een leuning in het midden van de trappen en er is al veel opgelost.’
•
‘De verkeersveiligheid rondom het voetbal en tennispark kan beter. Er fiets veel jeugd en er rijden veel auto's op en af in de avonduren. De weg van en naar het centrum is veel te smal voor auto's om elkaar te passeren terwijl er ook nog jeugd op de weg fietst. Levensgevaarlijk.. daar moeten ze echt wat anders voor verzinnen.’
Rekenkamer Gemeente Peel en Maas
37
Figuur 3: Tevredenheid over (deelaspecten van) accommodaties in de gemeente Peel en Maas Twee derde van de respondenten vindt dat er wel voldoende voorzieningen zijn (in de zin van huisvesting voor accommodaties) We hebben inwoners ook gevraagd of zij vinden dat er voldoende voorzieningen (lees: accommodaties om deze te huisvesten) zijn voor verenigingen en activiteiten. Van de 580 respondenten geeft 66% aan dat er voldoende aanbod is. Bij de respondenten die aangeven dat er niet genoeg aanbod is, hebben we nagevraagd wat er op dit moment mist. Uit die reacties kwamen de volgende punten naar voren: ● ● ● ● ●
Specifieke ruimte en voorzieningen voor jongeren Meer ruimte in de sporthal Meer ruimte in de avonduren Voorzieningen en ruimte speciaal voor ouderen Ruimte voor aanbod van culturele activiteiten
Figuur 4: Aanbod accommodaties voor voorzieningen
Ook op dit punt is het uiteraard interessant om via vervolgonderzoek ook per kern te kijken naar de behoefte(n). Ten slotte konden inwoners nog tips meegeven aan de gemeente daar waar het gaat om voorzieningen in relatie tot Rekenkamer Gemeente Peel en Maas
38
accommodaties. Hiervan hebben 425 inwoners gebruikgemaakt. Deze tips zijn rijp en groen door elkaar, maar liggen voor een groot deel in het verlengde van de eerder gemaakte opmerkingen ten aanzien van de huidige accommodaties. ● ● ● ● ● ● ●
Uitbreiding van het aantal (sport)zalen bij de huidige accommodatie Vernieuwing en verduurzaming van de accommodatie Verbetering verkeersveiligheid rondom de accommodatie Goed blijven luisteren naar de behoeften van verenigingen Gelijke prijzen voor gebruik/huur van accommodaties Aandacht voor breedtesport Betrekken van jongeren (en hun behoefte in beeld brengen)
Rekenkamer Gemeente Peel en Maas
39
7 Evaluatie en verantwoording In dit hoofdstuk beschrijven we op welke wijze verantwoording wordt afgelegd door het college, dat wil zeggen, wat er wordt teruggekoppeld aan de raad en of de raad zijn rol ook kan vervullen met de aangeleverde informatie. Ook gaan we in op de vraag hoe de gemeenteraad kan (bij)sturen en controleren. Welke instrumenten en overleggen er hiervoor zijn en in hoeverre de raad hier ook gebruik van heeft gemaakt?
Deelvragen 12. Hoe is de gemeenteraad van Peel en Maas op de hoogte gehouden van de resultaten en voortgang van het accommodatiebeleid?
Norm ●
Het college rapporteert structureel over de voortgang van het beleid.
●
De informatievoorziening aan de gemeenteraad is tijdig (er kan nog iets met de informatie worden gedaan).
●
De informatievoorziening aan de gemeenteraad is juist (de informatie kent geen fouten en is betrouwbaar).
●
De informatievoorziening aan de gemeenteraad is volledig.
De belangrijkste bevindingen in dit hoofdstuk zijn: ●
In de P&C-documenten wordt uitgebreid gerapporteerd over het accommodatiebeleid. Er zijn heldere kaderstellende uitgangspunten, doelstellingen en acties geformuleerd.
●
Er is buiten de P&C-documenten weinig (voortgangs)informatie voor de raad. Er zijn geen rapportages of raadsinformatiebrieven die ingaan op de voortgang in de uitvoering van het accommodatiebeleid.
●
Er is veel betrokkenheid vanuit de raad, maar de raad voelt zich nog niet voldoende geëquipeerd in de rol van kadersteller. Het is voor velen nog zoeken naar hun rol en invloed. Het debat over de strategische koers met betrekking tot de maatschappelijke accommodaties is de afgelopen jaren niet gevoerd. Er is vooral aandacht voor specifieke casussen en vooral op het moment dat er zich knelpunten voordoen.
●
(Bij)sturingsinstrumenten zijn (zeer) beperkt ingezet door de raad. Wel worden er rondom casussen veel mondelinge vragen gesteld tijdens vergaderingen.
7.1 Hoe is de gemeenteraad van Peel en Maas op de hoogte gehouden van de resultaten en voortgang? In deze paragraaf beschrijven we eerst welke informatie wordt gedeeld met de gemeenteraad en in hoeverre er sprake is van een systematiek om de gemeenteraad te informeren. Daarna kijken we in hoeverre de raad daarmee heeft kunnen (bij)sturen. In de P&C-documenten wordt uitgebreid gerapporteerd over het accommodatiebeleid
Rekenkamer Gemeente Peel en Maas
40
In de P&C-cyclus legt het college verantwoording af over het gevoerde beleid. Deze agenda bepaalt in hoge mate de inhoud van de verschillende documenten die onderdeel uitmaken van de jaarlijkse begrotingscyclus: de kadernota, de programmabegroting en de jaarstukken. Voor het controleren of het beleid zich verder ontwikkelt volgens de principes van de gestelde kaders, heeft de gemeenteraad van Peel en Maas de volgende gegevens tot zijn beschikking: ●
Via de reguliere P&C-cyclus per jaar: ○
kadernota
○
programmabegroting
○
jaarverslag
●
Evaluaties en (behoefte)onderzoeken
●
Raadsbrieven en memo’s
Verantwoording over de uitvoering van het maatschappelijk accommodatiebeleid gebeurt op hoofdlijnen in de P&Cdocumenten. In deze documenten is het gewenste maatschappelijke effect (wat willen we bereiken?) gekoppeld aan de inspanning die de gemeente daarvoor wil uitvoeren (wat doen we ervoor en wat hebben we gedaan?). De begrotingen en jaarrekeningen van Peel en Maas bevatten verschillende elementen met betrekking tot het maatschappelijk accommodatiebeleid van de gemeente. Er zijn heldere doelstellingen en acties geformuleerd met betrekking tot het beheer, onderhoud en eigenaarschap van accommodaties. Ook valt te lezen hoeveel geld de gemeente heeft uitgegeven aan maatschappelijke accommodaties die de gemeente zelf in beheer heeft (zoals reeds benoemd in paragraaf 6.2.) Er wordt eveneens gerapporteerd op wat er buiten de genoemde doelen en acties nog meer is gerealiseerd binnen het programma.
Afbeelding 1: Kader en acties voor programma 3.1 Gemeenschapsontwikkeling (begroting 2025)
Rekenkamer Gemeente Peel en Maas
41
Afbeelding 2: Kader en acties voor programma 3.3 Sport en bewegen (begroting 2025) Er is buiten de P&C-documenten weinig (voortgangs)informatie voor de raad Zoals beschreven in hoofdstuk 4 is er geen (overkoepelend) integraal maatschappelijk accommodatiebeleid geformuleerd. We hebben in de stukken dan ook geen rapportages aangetroffen die ingaan op de voortgang in de uitvoering van het accommodatiebeleid en bovengenoemde. Ook hebben we in de documenten zeer beperkt raadsinformatiebrieven aangetroffen2. Wel zien we dat de gemeente verschillende onderzoeken en evaluaties heeft uitgevoerd, zoals behoeftebepalingen voor sporthallen en maatschappelijke accommodaties. Onderzoeken en met name de resultaten worden gebruikt bij het opstellen van college- en raadsvoorstellen, bemerken medewerkers. Alleen het ontvangen van informatie is niet voldoende om ook daadwerkelijk te kunnen sturen. De informatie moet ook goed behandeld worden en/of er dienen de juiste vragen aan de raad te worden gesteld. Zo begrijpen we uit gesprekken met de gemeentelijke organisatie dat er rondom bepaalde casussen, zoals De Heuf, ook raadsklankbordgroepen zijn opgezet. Om na te gaan hoe de raad informatievoorziening en behandeling zelf ervaart, hebben we een online vragenlijst uitgezet.
3 Uit de vragenlijst komt naar voren dat verschillende raadsleden ervaren dat zij te laat worden geïnformeerd en dat afwegingen - om bijvoorbeeld wel of niet subsidie toe te kennen - niet altijd helder zijn. Er is vanuit de raad meer behoefte aan eerdere betrokkenheid bij het proces en een meer gestructureerde aanpak van informatievoorziening, mogelijk in de vorm van bijpraatsessies en raadsinformatiebrieven. Sommigen pleiten voor een aanpak vergelijkbaar
2 Het betreft slechts een raadsinformatiebrief: 023-04-Afsluiting investeringsproject renovatie gemeenschapshuis d'n Binger in Meijel. 3 De vragenlijst is door acht raadsleden ingevuld.
Rekenkamer Gemeente Peel en Maas
42
met een herijking van beleid, inclusief sessies voorafgaand aan de besluitvorming. Tegelijkertijd kunnen raadsleden hier zelf ook een rol in spelen. Als de informatievoorziening bijvoorbeeld als ‘niet proactief’ wordt ervaren, kan de raad immers ook zelf vragen om meer of andersoortige informatie. Vanuit de gemeentelijke organisatie is aangegeven dat zij graag in gesprek gaat met de raad over de informatiebehoefte, qua inhoud, maar ook qua vorm. Belangrijke opmerking bij dit alles is dat dit rekenkameronderzoek ook meegenomen gaat worden in het uitvoeringsbeleid dat - zoals eerder genoemd in hoofdstuk 4 - in het najaar vastgesteld gaat worden. Uit gesprekken blijkt dat er rondom dit nieuwe uitvoeringsbeleid ook sessies met de raad gehouden gaan worden, wat uitgelezen kansen zijn om mee te denken en input te leveren. Ook zijn er op dit moment al raadsbijeenkomsten binnen het Sociaal Domein en binnen Vitale Gemeenschappen waarbinnen ook de ontwikkelingen met betrekking tot de gemeenschapshuizen worden besproken. Er is veel betrokkenheid vanuit de raad, maar de raad voelt zich nog niet voldoende geëquipeerd in de rol van kadersteller Hoewel de voortgang op dit moment lastig is te monitoren door de raad, kan het onderwerp wel op belangstelling rekenen in de raad.
Uit verschillende interviews komt naar voren dat het rijke verenigingsleven en de gemeenschapszin tot de bouwstenen van de samenleving behoren. In Peel en Maas zijn veel mensen (sportief) betrokken bij een vereniging, niet alleen om de sport maar ook om het gemeenschappelijke aspect en de sociale functie. De betrokkenheid van de raad bij het accommodatiebeleid is dan ook groot. Toch is het voor de raad nog zoeken naar hun rol en invloed. Sommige raadsleden vinden dat ze daadwerkelijk invloed hebben, alleen al omdat zij moeten beslissen over de kaders en uitgangspunten, en het toekennen van (extra) subsidies. Anderen voelen minder mogelijkheid om invloed uit te oefenen, omdat het op dit moment vooral een uitvoeringsaangelegenheid is waar de raad buitenspel staat en/of omdat de raad vaak pas betrokken wordt als zich knelpunten voordoen. Andersom is het ook zo dat verschillende partijen die gebruikmaken van accommodaties en/of deze beheren, merken dat raadsleden worstelen met het zelfsturingsprincipe en de daarbij geldende overkoepelende kaders. Het blijft volgens meerdere respondenten dan ook nodig om ‘te vuur en te zwaard’ het evangelie te prediken voor wat betreft de zelfsturing. Raadsleden hebben als volksvertegenwoordigers ook een signalerende functie. Zo krijgen ze van inwoners, maar ook vanuit verenigingen, die gebruikmaken van accommodaties, regelmatig signalen binnen.
Een daarvan gaat over de uitdaging van de gebruikers en/of exploitanten van de accommodaties om de continuïteit te kunnen borgen vanwege stijgende kosten en problemen met het behoud van voldoende vrijwilligers. Meerdere raadsleden constateren dat sommige accommodaties, die in het verleden werden overgedragen aan de gemeenschap, de laatste jaren terugkomen bij de gemeente door gebrek aan vrijwilligers, toenemende regeldruk en stijgende kosten. Dit roept bij hen de vraag op of er naar alternatieve beheervormen, zoals omniverenigingen met betaalde krachten of exploitatie door de gemeente zelf gekeken moet worden. Aan raadsleden is ook gevraagd wat er beter kan in het betrekken van de raad. Hierbij is onder andere aangegeven: het vroegtijdiger betrekken van de raad, een beter inzicht in de korte en lange termijn ontwikkelingen, en een meer transparante besluitvorming. Ook is de wens geuit voor een risicoanalyse van de situatie wanneer verenigingen krimpen en een accommodatiebeleid dat per kern naar de situatie aangepast kan worden; uniforme richtlijnen, maar wel met ruimte voor maatwerk (zoals bij De Heuf en Keverberg). Ook zouden raadsleden graag zien dat de gemeente beter luistert naar de behoeften van verenigingen, zeker de kleinere, en kritischer kijkt naar plannen die sterk afhankelijk zijn van vrijwilligers.
Tegelijkertijd zijn raadsleden ook trots dat veel accommodaties behouden zijn gebleven in de dorpen, ongeacht wie de eigenaar is. Dit draagt bij aan het verenigingsleven en de sociale cohesie. (Bij)sturingsinstrumenten zijn (zeer) beperkt ingezet door de raad Raadsleden kunnen verschillende instrumenten gebruiken om bij te sturen, dan wel extra informatie te ontvangen om hun controlerende taak uit te voeren. Zo kunnen ze schriftelijke vragen stellen, moties en amendementen indienen, en ook mondeling vragen stellen in de commissie. Uit het onderzoek komt naar voren dat de afgelopen jaren beperkt gebruik is gemaakt van de reguliere instrumenten. Rekenkamer Gemeente Peel en Maas