CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-070 03 Rapport Rekenkameronderzoek Accommodatiebeleid Peel en Maas (Geanonimiseerd)

Raad 28 oktober 2025, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Rapport rekenkameronderzoek accommodatiebeleid Peel en Maas (2025-070)29.752 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Rekenkamer Peel en Maas

Onderzoek Accommodatiebeleid Gemeente Peel en Maas

. .

Inhoud Leeswijzer ....................................................................................................................................... 3 1

2

3

4

Inleiding .................................................................................................................................... 5 1.1

Aanleiding onderzoek ........................................................................................................................................... 5

1.2

Doelstelling van het onderzoek ............................................................................................................................ 5

Conclusies en aanbevelingen ................................................................................................. 6 2.1

Hoofdboodschap .................................................................................................................................................. 6

2.2

Deelconclusies ..................................................................................................................................................... 7

2.3

Aanbevelingen ..................................................................................................................................................... 9

Onderzoeksverantwoording.................................................................................................. 12 3.1

Hoofdvraag en deelvragen ................................................................................................................................. 12

3.2

Onderzoeksmethoden ........................................................................................................................................ 14

Beleid ...................................................................................................................................... 16 4.1

Is er sprake van (bestuurlijk vastgesteld) accommodatiebeleid binnen de gemeente? .................................... 17

4.2 Welke doelen zijn vastgesteld met betrekking tot het aanbod van maatschappelijke accommodaties en zijn er meetbare prestatie-indicatoren geformuleerd? ........................................................................................................... 22

5

6

7

Organisatie en uitvoering ...................................................................................................... 24 5.1

Tot welke aanpak en tot welk (voorzieningen)aanbod heeft dit beleid geleid? ................................................. 25

5.2

Heeft de gemeente een goed beeld van haar eigen maatschappelijk vastgoed? ............................................. 26

5.3

Is er in de gemeente vastgoed in privaat eigendom dat wordt gebruikt voor maatschappelijke activiteiten? ... 26

5.4

Welke knelpunten worden gesignaleerd en/of zijn er te verwachten? ............................................................... 27

5.5

Hoe is de ‘governance’ geregeld inzake het beheer en de exploitatie van de accommodatie? ........................ 29

Resultaten............................................................................................................................... 31 6.1

Worden de resultaten gemonitord en zijn de effecten in beeld?........................................................................ 32

6.2

Is de uitvoering van het beleid zowel doeltreffend als doelmatig?..................................................................... 33

6.3

Zijn er verschillen in de uitvoering en exploitatie tussen de kernen? ................................................................ 34

6.4

Hoe waarderen inwoners het gevoerde beleid en de accommodaties? ............................................................ 34

Evaluatie en verantwoording ................................................................................................ 40 7.1

Hoe is de gemeenteraad van Peel en Maas op de hoogte gehouden van de resultaten en voortgang? ......... 40

Bestuurlijke reactie College ........................................................................................................ 46 Nawoord Rekenkamer ................................................................................................................. 51 8

Bijlagen ................................................................................................................................... 52

Rekenkamer Gemeente Peel en Maas

2

Leeswijzer Voor u ligt het rapport van het rekenkameronderzoek naar het maatschappelijk accommodatiebeleid in de gemeente Peel en Maas. Hierin doen we verslag van de onderzoeksactiviteiten die plaatsvonden in de periode januari 2025 tot en met mei 2025 en geven we een overzicht van de bevindingen van het onderzoeksteam, zoals verzameld aan de hand van de onderzoeksvragen van de Rekenkamer. Dit rapport bestaat uit twee delen. Deel I is een zelfstandig leesbare rapportage van het onderzoek. In dit deel zijn de hoofdlijnen van het onderzoek en de belangrijkste uitkomsten op hoofdlijnen beschreven. In dit deel leest u: ● ● ● ●

het doel van het onderzoek; het belang van het onderwerp voor de gemeenteraad; de conclusies uit het onderzoek; de aanbevelingen voor verbetering van het maatschappelijk accommodatiebeleid.

Voor degenen die geïnteresseerd zijn in een gedetailleerde uitwerking van de onderzoeksvragen, is in Deel II (nota van bevindingen) het integrale onderzoek met daarin de volledige beantwoording van de onderzoeksvragen en de onderbouwing van de conclusies en aanbevelingen opgenomen.

Rekenkamer Gemeente Peel en Maas

3

Deel I: Essentie van het onderzoek

Rekenkamer Gemeente Peel en Maas

4

1 Inleiding 1.1 Aanleiding onderzoek Maatschappelijke accommodaties geven ruimte aan tal van waardevolle initiatieven en activiteiten die een positief effect hebben op het welzijn van mensen, zowel jong als oud. Om die reden exploiteren en/of ondersteunen veel gemeenten in Nederland gemeenschaps-, sport- en cultuur- en/of erfgoedvoorzieningen. Ook de gemeente Peel en Maas kent (en ondersteunt) maatschappelijke accommodaties. Omdat Peel en Maas een samengestelde gemeente is van de voormalige gemeenten Helden, Kessel, Meijel en Maasbree, waarvan alle kernen voor de fusie al beschikten over maatschappelijke accommodaties, is het totale maatschappelijke voorzieningenniveau binnen Peel en Maas gespreid. Belangrijk verschil met veel andere gemeenten is dat de gemeente Peel en Maas vanuit het principe van ‘zelfsturing’ veel minder accommodaties zelf beheert, maar dat het echt van de gemeenschap zelf is. ‘Zelfsturing’ is een belangrijk uitgangspunt in al het handelen van de gemeente Peel en Maas. Het is een van de drie kernwaarden naast ‘diversiteit’ en ‘duurzaamheid’. De gemeente gelooft in ‘zelfsturing’ door gemeenschapsontwikkeling en in de daarbij behorende meervoudigheid van de rollen van een gemeente. Vanuit deze zelfsturingsfilosofie en de rolzuiverheid die daarbij hoort, komt het begrip ‘eigenaarschap’ steeds prominent naar voren.

In veel gevallen ligt dat ‘eigenaarschap’ in de gemeente Peel en Maas voor wat betreft maatschappelijke accommodaties bij de gemeenschap en/of bij een stichting. Heel soms bij de gemeente. Tegelijkertijd zijn er ook mengvormen aan het ontstaan. Dit is ook niet zo gek want de afgelopen jaren zijn er tal van ontwikkelingen geweest die het beheren, onderhouden en exploiteren van accommodaties uitdagend hebben gemaakt. Want hoe om te gaan met de substantiële kostenstijgingen als gevolg van de inflatie en verduurzamingsopgaven, die ook de maatschappelijke voorzieningen hard treffen? En wat betekenen teruglopende ledenaantallen en vrijwilligers voor de continuïteit van voorzieningen? De vraag rijst dus hoe maatschappelijk vastgoed en/of maatschappelijke voorzieningen in de toekomst doelmatig beheerd en geëxploiteerd kunnen worden. Reden genoeg om eens wat dieper te kijken naar het hoe en wat van de maatschappelijke accommodaties en/of voorzieningen binnen de gemeente Peel en Maas.

1.2 Doelstelling van het onderzoek De Rekenkamer wil middels dit onderzoek de gemeenteraad van Peel en Maas inzicht geven in de doeltreffendheid, doelmatigheid en rechtmatigheid van het gevoerde gemeentelijke beleid inzake maatschappelijke accommodaties, en in de rol van de gemeenteraad hierbij. Vanuit de onderliggende vraag: in hoeverre leidt het beleid dat de gemeente voert tot maatschappelijke meerwaarde? De Rekenkamer heeft, gekoppeld aan de doelstelling, de volgende centrale onderzoeksvragen geformuleerd:

Liggen de voorbereiding en uitvoering van het accommodatiebeleid op koers, hoe draagt het accommodatiebeleid bij aan het creëren van maatschappelijke meerwaarde en is het voldoende toekomstbestendig?

De probleemstelling is verder geoperationaliseerd naar een serie deelvragen die gerangschikt zijn naar de beleidscyclus. Deze deelvragen vindt u in de onderzoeksverantwoording (hoofdstuk 3).

Rekenkamer Gemeente Peel en Maas

5

2 Conclusies en aanbevelingen In deel II van dit rapport zijn alle bevindingen uitvoerig beschreven. In deel I gaan we in op de belangrijkste conclusies. Hierbij starten we met de hoofdboodschap.

2.1 Hoofdboodschap De gemeente Peel en Maas kent een sterk verenigingsleven en een rijk aanbod aan maatschappelijke voorzieningen. Er is sprake van een sterke gemeenschapszin, wat ertoe leidt dat veel inwoners erg betrokken zijn bij de maatschappelijke accommodaties. We zien dat inwoners en verenigingen veel tijd en energie stoppen in het initiëren, onderhouden, beheren en exploiteren van deze accommodaties. Dat wordt ook gekoesterd door de gemeente. Aan de andere kant vraagt ‘zelfsturing’ ook veel van de inwoners, bijvoorbeeld daar waar het gaat om beheer en onderhoud, en helemaal als er een nieuwe voorziening of een verbouwing moet worden gerealiseerd. Verenigingen draaien vaak op oudere vrijwilligers en de algemene tendens is dat de animo voor vrijwillige functies afneemt. Het is goed die ontwikkeling scherp te houden bij de verdere vormgeving van het accommodatiebeleid. Wat kan je en/of mag je van de gemeenschap verwachten? Het is daarbij voortdurend zoeken naar de balans. Wat dat betreft is het goed dat de gemeente in het najaar met (nieuw) uitvoeringsbeleid komt op het gebied van maatschappelijke accommodaties. Inwoners hebben behoefte aan meer duidelijkheid, en daarbij moet uit te leggen zijn waarom de ene vereniging en/of kern iets krijgt en de andere op dat moment niet.

Er ligt op dat vlak dus ook een uitdaging om te zoeken naar meer uniformiteit in het beleid, met de lenigheid om in te spelen op toekomstige ontwikkelingen. Het principe van ‘zelfsturing’ is leidend binnen het maatschappelijk accommodatiebeleid. De wijze waarop deze filosofie wordt toegepast en is geïmplementeerd, is bepalend voor de relatie tussen de inwoners en de gemeente. Dit maakt de gemeente Peel en Maas uniek. Het beleidsarme werken heeft veel voordelen, maar het betekent ook dat de gemeente maatwerk moet leveren en per casus kijkt wat er nodig is. Dat levert spanning op bij sommige casussen. Bij lokale voorzieningen (denk aan de gemeenschapshuizen) past het principe van ‘zelfsturing’ beter dan bij gemeentebrede voorzieningen met een ‘meer algemeen belang’ (denk bijvoorbeeld aan een museale en/of erfgoedfunctie). Er zit daarbij een spanningsveld tussen alles loslaten en toch een zekere vorm van contractmanagement in stand houden. Het is een (samen)spel waar de gemeente scherp moet blijven op de uitgangspunten en helder moet blijven communiceren over de spelregels. De gemeente dient zich voortdurend bewust te zijn van hetgeen waarvoor ze aan de lat staat. Ook bij ‘zelfsturing’ moet de gemeente soms de moed hebben om te zeggen: dit laten we niet aan de gemeenschap over. Dat is een dilemma dat niet alleen in de gemeentelijke organisatie speelt, maar ook in de raad.

Dit vergt dus een continu gesprek over het principe van 'zelfsturing'. Hoewel de raad vanuit de P&C-cyclus periodiek wordt geïnformeerd over de voortgang van het maatschappelijk accommodatiebeleid, kan hierin nog het een en ander worden verbeterd. De informatie uit deze stroom vertelt immers niet het hele verhaal. Er is buiten de P&C-documenten weinig (voortgangs)informatie voor de raad. Er zijn geen rapportages of raadsinformatiebrieven die ingaan op de voortgang in de uitvoering van het accommodatiebeleid. Een en ander leidt op onderdelen tot een ‘informatiekloof’. Een dilemma dat deels is terug te voeren op de keuze voor ‘zelfsturing’. Tegelijkertijd ligt daar ook een rol van de raad zelf om samen met het college te bepalen welke informatie zij wil ontvangen en op welke wijze dit wordt besproken. Bij een goede inhoudelijke behandeling is ook de organisatie gebaat, want dit levert ook betere kaders op. Daarom doen we ook de aanbeveling aan de raad én het college om hier in de komende jaren gezamenlijk met de gemeentelijke organisatie in op te trekken. Dit kan alleen als de raad goed in positie wordt gebracht en vice versa: als de organisatie werkbare kaders meekrijgt. Werkbaar, omdat ze binnen de zelfsturingsfilosofie moeten passen, maar wel met ruimte voor creativiteit en maatwerk, wat nu juist de kracht van de gemeente Peel en Maas is.

Rekenkamer Gemeente Peel en Maas

6

2.2 Deelconclusies 1. De gemeente beschikt over een uitgebreide en diverse infrastructuur van maatschappelijke accommodaties, passend bij de schaalgrootte en geografische ligging van de gemeente. Alle kernen van de gemeente beschikken over een eigen gemeenschapshuis en/of multifunctionele accommodatie. Tevens beschikken alle kernen over een accommodatie en/of voorziening voor jeugd en jongeren. In alle kernen van de gemeente is er minimaal één binnensportlocatie en in vrijwel alle kernen een buitensportlocatie. Ook beschikken de meeste kernen over een kleinschalige accommodatie voor de schutterij. Tenslotte kent Peel en Maas twee gemeentelijke cultuur- of erfgoedvoorzieningen: een theater en een museum. 2. ‘Gemeenschapsontwikkeling door zelfsturing’ is in de gemeente Peel en Maas een leidend principe voor het initiëren, exploiteren en in stand houden van de maatschappelijke accommodaties. Het principe van ‘gemeenschapsontwikkeling door zelfsturing’ loopt als een rode draad door het beleid van de gemeente. Het is een filosofie die ook door een groot deel van de gemeenschap is omarmd. Het heeft geleid tot een rijke infrastructuur aan maatschappelijke voorzieningen (zie 1) en een grote betrokkenheid van de gemeenschap bij het initiëren, beheren en exploiteren van deze voorzieningen. De gemeente Peel en Maas is hier uniek in. 3.

De gemeente Peel en Maas heeft geen integraal beleid op het gebied van maatschappelijke accommodaties, maar daar wordt wel aan gewerkt. De filosofie van ‘gemeenschapsontwikkeling door zelfsturing’ maakt dat Peel en Maas een ‘beleidsarme’ gemeente is. De gemeente kent (derhalve) geen overkoepelend beleid voor maatschappelijke accommodaties. Wel zijn er op basis van de door de gemeente en gemeenschap gezamenlijk geformuleerde ambities door de raad kaderstellende uitgangspunten voor het gemeentelijk accommodatiebeleid geformuleerd en vastgesteld. Deze uitgangspunten kennen op onderdelen een tamelijk hoog ‘abstractieniveau’. Kaderstellingen worden vervolgens vertaald in programmadoelen die zijn vastgelegd en worden verantwoord in de programmabegroting: wat willen we bereiken (programmadoel) en wat doen we daarvoor (uitvoeringsafspraak)? Het college bereidt jaarlijks de begroting voor. De raad neemt daar een besluit over. Er wordt momenteel gewerkt aan maatschappelijk accommodatiebeleid in de vorm van uitvoeringsbeleid. De aanbevelingen en bevindingen vanuit dit rekenkameronderzoek worden als input meegenomen voor deze actualisatie. 4. ‘Zelfsturing’ heeft de gemeente en de gemeenschap veel gebracht, maar er zijn ook risico’s en uitdagingen.

De gedachte dat de gemeenschap zelf verantwoordelijk is voor het initiëren, exploiteren en in stand houden van het (eigen) voorzieningenniveau heeft inmiddels tot vele mooie initiatieven geleid, maar legt tegelijkertijd in sommige gevallen een onevenredig zware verantwoordelijkheid bij de gemeenschap. Denk hierbij bijvoorbeeld aan complexe bouwopgaven, die volledig door vrijwilligers worden uitgevoerd. Ook vragen planontwikkeling, beheer en exploitatie om continuïteit en kennis die niet altijd door vrijwilligers kan worden gegarandeerd. En ook is de vraag of deze verantwoordelijkheid in voldoende mate overdraagbaar is aan de komende generaties met alle ontwikkelingen die er spelen. Een van de kaderstellende uitgangspunten is dat verenigingen en/of exploitanten kunnen ‘terugvallen’ op de gemeente wanneer zich problemen voordoen op het gebied van continuïteit en bij financiële knelpunten. Maar het risico is dan dat er feitelijk te laat wordt ingegrepen met alle kostenverhogende aspecten van dien. Tenslotte kan de vraag gesteld worden of de gemeente zelf voldoende geëquipeerd is om projecten snel van de gemeenschap ‘over te nemen’.

Rekenkamer Gemeente Peel en Maas

7

5. Het principe van ‘zelfsturing’ is niet voor alle typen maatschappelijke accommodaties even effectief en/of passend. Voor gemeenschaps- en/of dorpshuizen is ‘zelfsturing’ een goed principe om gemeenschapsontwikkeling en eigenaarschap te bevorderen. Het zijn immers voorzieningen die sterk verbonden zijn met de lokale gemeenschappen. Dat geldt in zekere zin ook voor de diverse binnen- en buitensportvoorzieningen binnen de gemeente. Voor voorzieningen die een bovenlokale, regionale en/of zelfs landelijke functie hebben, zoals het theater en het museum, is ‘zelfsturing’ een minder passend principe. Het gaat hier immers om functies (cultuur, erfgoed) waarvan het belang, het aanbod en/of de continuïteit alleen door de overheid goed kunnen worden geborgd en/of gegarandeerd. 6. Het gemeentelijk beleid op het gebied van maatschappelijke accommodaties is doelmatig. De doeltreffendheid van dit beleid is echter niet vast te stellen. Op basis van onze ervaringen met de ontwikkeling, het beheer en de exploitatie van maatschappelijk vastgoed en/of maatschappelijke voorzieningen in andere Nederlandse gemeenten stellen we vast dat het voorzieningenniveau in Peel en Maas tegen relatief lage kosten en/of inzet van publieke middelen in stand kan worden gehouden. In ieder geval tegen lagere kosten dan wanneer de gemeente in een (klassieke) beleidsbepalende en regisserende rol zou zitten.

Het beleid mag in dat opzicht als ‘doelmatig’ worden omschreven. In de gemeente Peel en Maas zijn aan de doelstellingen op het gebied van maatschappelijke accommodaties geen specifieke prestatie-indicatoren gekoppeld. Daarom kan niet worden vastgesteld of het beleid ‘doeltreffend’ is. Wel kunnen de resultaten van het in het kader van het rekenkameronderzoek uitgevoerde publieksonderzoek gezien worden als een van de ‘indicatoren’: het merendeel van de respondenten geeft aan niet tevreden te zijn over de kwaliteit en/of het aanbod van voorzieningen. 7. De voortgang van het accommodatiebeleid is lastig te monitoren. In samenhang met de deelconclusies 3 en 6 moeten we vaststellen dat de verantwoording over de ontwikkelingen en uitvoering van het beleid met betrekking tot de maatschappelijke accommodaties vooral plaatsvindt aan de hand van jaarverslagen en begrotingen binnen de gemeentelijke planning-en-controlcyclus. In de P&C-documenten wordt uitgebreid gerapporteerd over het accommodatiebeleid. Omdat overkoepelend beleid ontbreekt (in het najaar volgt er nieuw uitvoeringsbeleid) wordt er vooral projectmatig gerapporteerd in de P&C-documenten en mondeling tijdens raadsvergaderingen. Er is buiten de P&C-documenten weinig (voortgangs)informatie voor de raad.

Er zijn geen of zeer beperkt rapportages of raadsinformatiebrieven die ingaan op de voortgang in de uitvoering van het accommodatiebeleid. Een en ander leidt op onderdelen tot een informatie-gap. Raadsleden kunnen de voortgang maar beperkt volgen, eigenlijk alleen op project-/casusniveau. Bijgevolg kan de raad ook maar beperkt sturen, namelijk alleen op het niveau van specifieke casussen. De vraag is wel of sturen op het uitvoeringsbeleid wel mogelijk is, omdat de uitvoering per slot van rekening een verantwoordelijkheid van het college is. 8. De raad is erg betrokken, maar is en wordt nog niet goed geëquipeerd als kadersteller en controleur, waardoor het zoeken is naar hun rol. Er is veel betrokkenheid vanuit de raad, maar de raad voelt zich nog niet voldoende geëquipeerd in de rol van kadersteller. Het is voor velen nog zoeken naar hun rol en invloed. Dat merken ook andere respondenten. Om goede kaders te kunnen stellen en om te kunnen controleren is meer kennis en expertise nodig over het thema, dat niet alleen complex is (het gaat over meerdere inhoudelijke thema’s), maar ook aan veel verandering onderhevig is. Dit alles voedt het verlangen bij de raad naar meer grip. Het debat over de strategische koers inzake maatschappelijke accommodaties is de afgelopen jaren niet gevoerd. Er is vooral aandacht geweest voor specifieke casussen.

Rekenkamer Gemeente Peel en Maas

8

Bijgevolg zijn de (bij)sturingsinstrumenten (zeer) beperkt ingezet door de raad. Wel worden er rondom casussen veel mondelinge vragen gesteld tijdens vergaderingen, waaronder in de specifieke klankbordgroepen.

2.3 Aanbevelingen Op basis van dit onderzoek komen we tot volgende aanbevelingen: Naar aanleiding van deelconclusies 3, 6 en 7: 1. Maak de maatschappelijke effecten van het accommodatiebeleid meer inzichtelijk. Formuleer een (beperkt) aantal prestatie-indicatoren. Te denken valt aan aantallen (eind)gebruikers van maatschappelijke voorzieningen en aantallen deelnemers aan maatschappelijke activiteiten binnen de gemeente Peel en Maas. Voer in afstemming met de eigenaren/exploitanten/beheerders van de maatschappelijke accommodaties periodiek een klant-/gebruikerstevredenheidsonderzoek uit. Naar aanleiding van deelconclusie 5: 2. Voer als gemeente (meer) regie op beleidsontwikkeling en -uitvoering rond cultuur en erfgoedaccommodaties. Formuleer (meer specifiek) het gemeentelijke beleid op het gebied van cultuur- en erfgoedaccommodaties. Benoem ambities en vertaal dit in een gewenst gemeentebreed voorzieningenniveau op middellange en lange termijn. Naar aanleiding van deelconclusie 4: 3. Ontwikkel een langetermijnvisie op het maatschappelijk accommodatiebeleid volgens het leidende principe van ‘zelfsturing’. Werk scenario’s uit voor de toekomstbestendigheid van het principe ‘gemeenschapsontwikkeling door zelfsturing’. Betrek hierbij algemene maatschappelijke trends en te verwachten demografische ontwikkelingen binnen de gemeente Peel en Maas.

Ga met de gemeenschap in gesprek over hoe het gedachtegoed van ‘zelfsturing’ kan worden doorgegeven/overgedragen aan de toekomstige generaties. Anticipeer op basis van een ‘risico-analyse’ tijdig op een mogelijk noodzakelijke verschuiving in rollen (autoritaire, regelgestuurde en/of communicatieve overheid). Naar aanleiding van deelconclusies 3, 4, 6 en 7: 4. Organiseer het contractmanagement vanuit de gemeente ook op het niveau van de kernen (en dus niet uitsluitend op het niveau van domeinen en/of disciplines). Er is vanuit de kernen behoefte aan een dialoog met de gemeente over de samenhang van het lokale voorzieningenniveau. Dit vraagt van de gemeente om een domeinoverstijgend contractmanagement (dus niet uitsluitend op het gebied van sociaal, sport, cultuur, erfgoed). Hoewel in terminologie wellicht wat ongelukkig gekozen, is de ‘wijkagent’ als metafoor wellicht passend. De gemeente moet weten wat er in de kern als geheel speelt. In dit kader adviseren we de gemeente ook om de gemeenschap al meer aan de ‘voorkant’ mee te nemen in/te betrekken bij te verwachten ontwikkelingen, onderzoeken, voorgenomen beleid, et cetera. Vanzelfsprekend zou dat ook voor de verenigingen en/of eigenaren/exploitanten moeten gelden. Naar aanleiding van deelconclusies 4, 6 en 7: 5.

Gebruik het onderzoek onder inwoners en analyseer nader waarom er ontevredenheid is over de maatschappelijke accommodaties. Uit het onderzoek onder inwoners is gebleken dat van de 580 respondenten ruim 55% in algemene zin niet tevreden is over de accommodaties; op sommige onderdelen, zoals de bereikbaarheid, is 78% ontevreden. Hoewel uit de open antwoorden en in de ‘focusgroep’ is gebleken dat een deel van de oorzaken niet alleen door de gemeente is op te lossen, adviseren we het college toch echt om iets met deze signalen te doen. Daarbij zijn er zelfs op dorpsniveau, maar ook op andere achtergrondkenmerken, nadere analyses te maken, die hopelijk kunnen leiden tot gesprekken met inwoners over toekomstbestendige accommodaties. Want dat Rekenkamer Gemeente Peel en Maas

9

gesprek lijkt met dergelijke signalen wel noodzakelijk. Zie ook aanbeveling inzake een andere vormgeving van het contractmanagement. Naar aanleiding van deelconclusie 8: 6. Betrek de gemeenteraad bij het inrichten van de informatievoorziening, zodat de gemeenteraad beter in positie komt als kadersteller en controleur, maar ook als volksvertegenwoordiger. Het is belangrijk dat de raad kan bepalen hoe en wanneer hij wordt ingelicht over zowel de inhoudelijke taakuitvoering als de voortgang op de doelen en indicatoren. Er is op dit moment een goede informatievoorziening binnen de P&C-cyclus, maar dit vertelt niet het hele verhaal. Accommodatiebeleid is complex omdat het domeinoverstijgend is en er op dit moment verschillende uitdagingen zijn voor de gebruikers van de accommodaties, zoals verduurzaming van de panden, het creëren van meer ruimte voor voorzieningen (en doelgroepen), maar ook de invulling van werk door vrijwilligers is heel actueel en van vitaal belang om verenigingen en hun panden te behouden. Om de kaderstellende en controlerende taak goed te kunnen uitvoeren, is naast voldoende informatie (wat op dit moment nog niet zo is) ook voldoende begrip van de reikwijdte nodig om deze informatie te duiden. Waar gaat de raad wel over, waarover niet (omdat het zelfsturing betreft) en wat hebben verenigingen nodig aan (nieuwe) accommodaties en het onderhoud.

De gemeenteraad kan zich, bijvoorbeeld in sessies met verenigingen (wellicht met ook onafhankelijke experts van buiten), beter laten informeren.

Rekenkamer Gemeente Peel en Maas

10

Deel II: Nota van bevindingen

Rekenkamer Gemeente Peel en Maas

11

3 Onderzoeksverantwoording Deel II van het rapport gaat gedetailleerder in op de bevindingen waarop de conclusies en aanbevelingen in Deel I zijn gebaseerd. Deel II kent de volgende hoofdstukindeling: ●

Hoofdstuk 3: Onderzoeksverantwoording

●

Hoofdstuk 4: Beleid

●

Hoofdstuk 5: Organisatie en uitvoering

●

Hoofdstuk 6: Resultaten

●

Hoofdstuk 7: Evaluatie en verantwoording

In de bijlagen is de informatie opgenomen waarnaar in de tekst wordt verwezen. In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe het onderzoek is uitgevoerd.

3.1 Hoofdvraag en deelvragen De Rekenkamer heeft de volgende centrale onderzoeksvragen geformuleerd:

Liggen de voorbereiding en uitvoering van het accommodatiebeleid op koers, hoe draagt het accommodatiebeleid bij aan het creëren van maatschappelijke meerwaarde en is het voldoende toekomstbestendig?

De Rekenkamer heeft de centrale onderzoeksvragen verder geoperationaliseerd in een aantal deelvragen. Hierbij is gekozen voor een thematische onderverdeling die correspondeert met ons onderzoeksmodel. De deelvragen zijn verdeeld over de aspecten die samen de beleidscyclus vormen. Deze beleidscyclus geeft de samenhang tussen voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid weer.

Figuur 1: Schematische weergave beleidscyclus Beleid 1. Is er sprake van (bestuurlijk vastgesteld) accommodatiebeleid binnen de gemeente?

Rekenkamer Gemeente Peel en Maas

12

2. Welke doelen zijn door de gemeenteraad vastgesteld met betrekking tot het aanbod van maatschappelijke accommodaties (en/of voorzieningen)? Zijn er specifieke, meetbare prestatieindicatoren geformuleerd, en zo ja, welke? Organisatie en uitvoering 3. Tot welke aanpak en tot welk (voorzieningen)aanbod heeft dit beleid geleid? 4. Heeft de gemeente een duidelijk inzicht in de omvang en onderhoudsstaat van het maatschappelijk vastgoed? Hoe wordt het vastgoed gebruikt en door wie? 5. Zijn er binnen de gemeente ook particuliere panden die worden gebruikt voor gesubsidieerde maatschappelijke activiteiten? 6. Welke knelpunten zijn er op dit moment en welke problemen worden voor de toekomst verwacht? 7. Hoe is de ‘governance’ geregeld inzake het beheer en de exploitatie van de accommodaties? Resultaten 8. Worden de resultaten van het accommodatiebeleid actief gemonitord en zijn de effecten duidelijk zichtbaar? Beschikt de gemeente over voldoende middelen om, indien nodig, bij te sturen? 9. Is de uitvoering van het beleid zowel doeltreffend als doelmatig? 10. Zijn er verschillen in de uitvoering en exploitatie van het accommodatiebeleid tussen de verschillende kernen? Zo ja, waar zitten deze verschillen en hoe worden deze beoordeeld door zowel de gemeente als de gebruikers/inwoners? 11. Hoe waarderen inwoners het gevoerde beleid en de accommodaties? Evaluatie en verantwoording 12.

Hoe is de gemeenteraad van Peel en Maas op de hoogte gehouden van de resultaten en voortgang van het accommodatiebeleid?

Scope van het onderzoek Dit onderzoek richt zich op gemeenschaps-, culturele, jeugd- en jongeren- en sportaccommodaties binnen Peel en Maas. Ook wordt gekeken naar erfgoedobjecten. Dit betekent dat er geen onderzoek wordt verricht naar accommodaties ten behoeve van zorg en preventie, onderwijs en kinderopvang. Wel is het de bedoeling om met dit onderzoek aanbevelingen te doen die mogelijk ook voor andere beleidsterreinen van toepassing zijn waar de gemeente een bemoeienis heeft met de accommodaties. ‘Zelfsturing’ is een belangrijk uitgangspunt in al het handelen van de gemeente Peel en Maas. In dit onderzoek wordt gekeken naar ‘zelfsturing’ als leidend principe in relatie tot het accommodatiebeleid. Dit geldt voor zowel de visie en het beleid als voor de uitvoering. Omdat de gemeente Peel en Maas een samengestelde gemeente is (van vier voorheen zelfstandige gemeenten) met elf kernen, hebben we ook hier aandacht voor in het onderzoek. We hebben gekeken of dit van invloed is op hoe er in verschillende kernen gebruik wordt gemaakt van accommodaties. Dit doen we onder andere in de ‘casestudy’ binnen dit onderzoek, maar ook via de vragenlijst en de focusgroepselectie. Het onderzoek heeft bijgevolg zowel oog voor de verschillen als voor de overeenkomsten in de toepassing, beleving en het gebruik van de accommodaties van de verschillende kernen.

Ten slotte beogen we met dit onderzoek de gemeenteraad overzicht te geven in de aard en omvang van accommodaties in de gemeente, inzicht te bieden in de verantwoordelijkheid van de gemeente en in de functies van de accommodaties en ten slotte uitzicht te bieden op een voldoende toekomstbestendig accommodatiebeleid. Hiermee wil de Rekenkamer bereiken dat de gemeentelijke organisatie met de aanbevelingen straks een stap vooruit kan maken. Het normenkader is dan ook geen hard toetsingskader, maar meer kwalitatief ingestoken.

Rekenkamer Gemeente Peel en Maas

13

3.2 Onderzoeksmethoden Voor het verzamelen van de benodigde informatie en het beantwoorden van de onderzoeksvragen zijn verschillende onderzoeksmethoden gebruikt. 1.

Deskresearch

2.

Casestudy

3.

Interviews met sleutelfiguren, belangrijke stakeholders

4.

Vragenlijst onder (eind)gebruikers en inwoners

5.

Focusgroep met een vertegenwoordiging van de inwoners uit de verschillende kernen

Deskresearch Om inzicht te krijgen in het beleid en de uitvoering is een uitgebreide deskresearch uitgevoerd. Hierbij hebben we onder andere bestudeerd: beleidsdocumenten, verantwoordingsdocumenten, visies, overeenkomsten en (voortgangs)verslagen met gebruikers, moties en schriftelijke raadsvragen. Op basis van de documentenstudie zijn ‘topiclijsten’ opgesteld voor de interviews met betrokkenen. Een complete lijst van de bestudeerde documenten is opgenomen in bijlage 2. De deskresearch is gebaseerd op documenten die door de ambtelijke organisatie op basis van een door ons aangedragen lijst en vragen zijn overlegd. Casestudy In het onderzoek is gebruikgemaakt van een achttal casestudies voor een verdieping naar de praktijk binnen de gemeente Peel en Maas. De casestudies kunnen gezien worden als een ‘reality check’. Aan de hand van een casus is getoetst in hoeverre de regels worden toegepast, of er afspraken zijn gemaakt over de doelen, prestaties, effecten en verantwoording. Onze bevindingen op basis van de casussen zijn terug te lezen in bijlage 4. Bij de selectie van de casussen zijn een aantal criteria gehanteerd: ●

Geografische spreiding (d.w.z. verschillende kernen, verschillende voormalige gemeenten).

●

Type accommodatie: ten behoeve van een specifieke activiteit of multifunctioneel gebruik.

●

Domein: cultureel-maatschappelijk (ontmoeting), sport, cultuur, erfgoed.

●

Omvang van de accommodatie: klein, middelgroot en groot.

De onderzochte casussen zijn: 1.

De Poart (Kessel)

2.

Gemeenschapshuis Kessel-Eik (Kessel-Eik)

3.

Blokhut Jong Nederland (Maasbree)

4.

Zwembad Waterloat (Panningen)

5.

De Heuf (Panningen)

6.

Kasteel Keverberg (Kessel)

7.

DOK6 (Panningen)

8.

Museum Peel en Maas (Helden)

Voor alle acht de casussen zijn de dossiers bestudeerd en zijn gesprekken gevoerd met vertegenwoordigers van de betrokken organisaties.

Rekenkamer Gemeente Peel en Maas

14

Interviews met sleutelfiguren en stakeholders Voor verdieping en nadere duiding zijn interviews gehouden. Er zijn onder andere gesprekken gevoerd met een afvaardiging van het college, bij de casussen betrokken ambtenaren en met beheerders en exploitanten. De complete lijst van geïnterviewde personen is te vinden in bijlage 3. Voorafgaand aan de interviews met intern en extern betrokkenen is een interviewprotocol toegestuurd met informatie over het doel van het onderzoek en de gespreksthema’s. Tijdens de gesprekken zijn verdiepende vragen gesteld aan de hand van een topiclijst. Na afloop van het interview is aan de geïnterviewde(n) een kort verslag aangeboden voor eventueel commentaar. Van die mogelijkheid is in de meeste gevallen ook gebruikgemaakt. Vragenlijst gemeenteraad De gemeenteraad hebben we via een schriftelijke enquête bevraagd. Hierop hebben we acht reacties ontvangen. Vragenlijst onder (eind)gebruikers en inwoners Om het inwonersperspectief eveneens in beeld te brengen, hebben we een korte vragenlijst uitgezet onder inwoners. Dit betrof een digitale vragenlijst met negen vragen, zowel gesloten als open, die ingingen op de ervaring en tevredenheid van inwoners met het accommodatieaanbod. De gehele vragenlijst treft u in bijlage 5. De vragenlijst is uitgezet via de volgende kanalen: ●

Gemeentelijke website

●

Digitale nieuwsbrief: 5.000 abonnees

●

Kabelkrant Omroep P&M

●

Papieren gemeentenieuws dat als inkijkexemplaar wordt neergelegd in bibliotheken en gemeenschapshuizen

●

Facebook en LinkedIn

●

Persbericht aan lokale media (o.a. Omroep P&M)

De respons op de vragenlijst was 580 unieke reacties. Ook was er in de vragenlijst een vraag opgenomen waarin de respondent kon aangeven of deze wilde meedoen aan een ‘focusgroep’. Hiervoor hebben zich 94 inwoners aangemeld, waaruit we een selectie hebben gemaakt van 28 personen, verdeeld over de verschillende kernen van de gemeente. Focusgroep Omdat we in dit onderzoek ook graag nieuwe inzichten vanuit de inwoners wilden ophalen, is ook een ‘focusgroepbijeenkomst’ georganiseerd. Tijdens deze bijeenkomst zijn we samen met een groep van 28 inwoners nader ingegaan op de resultaten van de online vragenlijst. Hierbij hebben we aan de hand van een aantal achtergrondkenmerken, zoals verdeling over kernen en wel of niet lid van een vereniging, een zo breed mogelijke selectie gemaakt. Tijdens de ‘focusgroep’ hebben we de bevindingen, voornamelijk uit de vragenlijst, getoetst en besproken. Daarbij ging de dialoog over hoe de inwoners (het aanbod van) accommodaties in de gemeente beoordelen en wat ze belangrijk vinden voor de toekomst. De ‘focusgroep’ is daarmee complementair aan de andere onderzoeksmethoden.

Rekenkamer Gemeente Peel en Maas

15

4 Beleid In dit hoofdstuk wordt beschreven welk beleid de gemeente Peel en Maas hanteert ten aanzien van maatschappelijke accommodaties. We zeggen bewust ‘hanteert’ omdat de gemeente vanuit de zelfsturingsfilosofie niet eerder specifiek accommodatiebeleid heeft gehad (wel in ontwikkeling - oplevering in najaar 2025). We hanteren zelfsturing dan ook als leidend voor dit normenkader.

Deelvragen

Norm

1.

●

Is er sprake van (bestuurlijk vastgesteld) accommodatiebeleid binnen de gemeente?

●

2.

Welke doelen zijn door de gemeenteraad vastgesteld met betrekking tot het aanbod van maatschappelijke accommodaties (en/of voorzieningen/activiteiten)? Zijn er specifieke, meetbare prestatie-indicatoren geformuleerd, en zo ja, welke?

● ● ● ●

Er is sprake van een bestuurlijk vastgesteld en vastgelegd gemeentelijk accommodatiebeleid voor in ieder geval de domeinen die onderwerp zijn van het rekenkameronderzoek: cultureel-maatschappelijke voorzieningen, sportaccommodaties en culturele en erfgoedvoorzieningen. Het accommodatiebeleid is actueel en up-to-date, dan wel er wordt aan gewerkt of er zijn plannen om dit vorm te geven.

Beleidsambities zijn vertaald naar concrete en meetbare doelen en resultaten. De doelen zijn benoemd en SMART geformuleerd (of SMT). Er is expliciet in kaart gebracht welke streefwaarden gerealiseerd dienen te worden. Er is sprake van verwevenheid met aanpalend beleid en vice versa.

De belangrijkste bevindingen in dit hoofdstuk zijn: ●

●

● ●

●

●

‘Zelfsturing’ is een leidend principe binnen het maatschappelijk accommodatiebeleid. Vanwege dit principe kan de gemeente Peel en Maas worden aangemerkt als een 'beleidsarme' gemeente. Het principe van ‘zelfsturing’ leidt tot meervoudige rollen van de gemeente Peel en Maas: ‘de autoritaire’, de ‘regelgestuurde’ en de ‘communicatieve’ overheid. Medewerkers van de gemeentelijke organisatie opereren bijgevolg ook in meerdere rollen. Dit vraagt om intensieve interne afstemming en permanente aandacht voor rolbepaling. Er is in de gemeente Peel en Maas geen specifiek of integraal maatschappelijk accommodatiebeleid geformuleerd en vastgesteld. Het maatschappelijk accommodatiebeleid in de gemeente Peel en Maas wordt primair vormgegeven door door de raad vastgestelde kaderstellingen met uitgangspunten die zijn uitgewerkt in uitvoeringsafspraken. De uitvoeringsafspraken zijn vastgesteld door de raad en het college voert deze uit binnen de jaarschijf/-schijven waarin ze zijn opgenomen binnen de begroting. Beleidsdoelen zijn maar beperkt ‘SMART’ geformuleerd, omdat specifieke streefwaarden (meetbaar, tijdgebonden) ontbreken. Met andere woorden: het is nu niet duidelijk wanneer Peel en Maas tevreden is. Er wordt gewerkt aan maatschappelijk accommodatiebeleid in de vorm van uitvoeringsbeleid.

De aanbevelingen en bevindingen vanuit dit rekenkameronderzoek worden als input meegenomen voor deze actualisatie.

Rekenkamer Gemeente Peel en Maas

16

4.1 Is er sprake van (bestuurlijk vastgesteld) accommodatiebeleid binnen de gemeente? ‘Zelfsturing’ is een leidend principe binnen het maatschappelijk accommodatiebeleid Omdat gemeenschapsontwikkeling door ‘zelfsturing’ binnen de gemeente Peel en Maas een ‘basisfilosofie’ is, die in beginsel leidend is voor alle gemeentelijke beleidsterreinen, zo ook voor het beleid op het gebied van het principe van maatschappelijke accommodaties, beginnen we deze paragraaf met een korte beschouwing van hoe dit gedachtegoed tot ontwikkeling is gekomen. Voor het ontstaan van het principe van ‘zelfsturing’ als kernwaarde van de gemeente en/of als uitgangspunt voor gemeentelijk beleid moeten we terug naar het midden van de jaren ‘90, toen in de Peelgemeenten (nog voor de fusie) de leefbaarheid vanwege het verdwijnen van allerlei voorzieningen (denk bijvoorbeeld aan een postkantoor, een bankfiliaal, een huisartsenpraktijk, een post van een kruisvereniging of een bibliotheekvestiging) steeds meer onder druk kwam te staan. Dit was voor de toenmalige gemeentebesturen aanleiding om samen met maatschappelijke partners onder de naam ‘Peelproject’ een veertigtal kleine uitvoeringsprojecten te starten. Deze waren met name gericht op de bevolkingsgroepen die door het verlies van voorzieningen het hardste werden getroffen: jongeren, ouderen en agrariërs.

Deze ontwikkeling is kenmerkend voor de tweede golf burgerparticipatie waarin het gemeentelijk beleid verschuift van ‘aanbodgericht’ naar ‘vraaggestuurd’. Maar de lokale overheid blijft de initiërende partij. De rolopvatting van een overheid als beslissende actor verandert rond de eeuwwisseling. In de Ontwikkelvisie 2000 van de gemeente Helden lezen we dan het volgende: “Het waarborgen van de leefbaarheid in de dorpen wordt de grootste opgave voor het gemeentelijk beleid in de komende jaren. Leefbaarheid is uiteraard primair de opgave voor de dorpen zelf, maar de gemeente kan hen daarbij helpen om de condities te scheppen voor de zelfredzaamheid van die gemeenschappen.” Daarbij tekent zich een drievoudige betrokkenheid van de overheid af: ●

aspecten van het sociale klimaat ontwikkelen zich autonoom, dus zonder bemoeienis van de overheid;

●

aspecten van het sociale klimaat worden via de overheid geregeld;

●

aspecten die de overheid pas tot haar taak rekent als die niet autonoom tot stand komen en in stand blijven.

Het ‘burgerschap’ binnen de Peelgemeenten ontwikkelt zich daarmee meer en meer in de richting van ‘actief creëren van en/of bouwen aan de leefbaarheid binnen de eigen dorpsgemeenschappen'. Vaak gebeurt dit door middel van leefbaarheidsdiscussies aan de hand van de door de dorpskernen zelf opgestelde agenda’s. De focus ligt aanvankelijk vooral op fysieke voorzieningen. Later komen ook meer immateriële zaken aan bod. Tevens zien we een verschuiving van individuele voorzieningen naar collectieve voorzieningen. De derde Ontwikkelingsvisie van de gemeente Helden (2006) gaat nader in op de burger-burger relatie, maar dan niet als individuele relatie tussen de burgers binnen de gemeenschappen, maar als ‘burgerschap’, als onderdeel van de gemeenschap: “Verantwoordelijkheid nemen voor de manier waarop de burgers samen inhoud en vorm geven aan het openbare, gemeenschappelijke leven. Die verantwoordelijkheid heeft in de eerste plaats een collectieve inhoud. Het dorp, de wijk, de groep, de familie en het gezin dragen er als collectief zorg voor dat iedereen meedoet en meetelt.”. Het begrip ‘zelfsturing’ wordt nader uitgewerkt in de Kadernota ‘Leven 2008’ van de gemeente Helden.

‘Zelfsturing’ houdt in dat de overheid en de maatschappelijke partners op het openbare terrein ruimte geven aan gemeenschappen (dorpen en kernen) en aan kleinere sociale verbanden, zoals bijvoorbeeld verenigingen, gezinnen en individuen, om zelf verantwoordelijkheid te nemen voor de kwaliteit van hun eigen leven en leefomgeving, waarbij op basis van feedback gemeenschappen zich ontwikkelen en doorontwikkelen tot krachtige intelligente sociale Rekenkamer Gemeente Peel en Maas

17

verbanden. Het verschil tussen ‘burgerparticipatie’ en ‘zelfsturing’ is dan dat bij ‘burgerparticipatie’ de vraag is hoe de samenleving het beste aansluit op de overheid, terwijl de vraag bij ‘zelfsturing’ is hoe de overheid het beste kan aansluiten op de ontwikkeling van de gemeenschappen. De kracht van zelfsturing is “loslaten, maar niet laten vallen”. Vanaf 2010 neemt het principe van ‘zelfsturing’ een centrale plek in in de coalitieprogramma's van de (nieuwe) fusiegemeente Peel en Maas in. In het ‘coalitieakkoord 2022-2026 Met lef en vertrouwen verder bouwen’ is het gedachtegoed van ‘zelfsturing’ onder meer als volgt verwoord: “We bouwen als coalitie graag voort op de waardevolle traditie die in Peel en Maas aanwezig is. Een traditie waarin inwoners met elkaar leidend zijn als het gaat om het hoofddoel: het realiseren en behouden van vitale gemeenschappen, waarin tal van verenigingen, stichtingen en andere vormen van samenwerking tussen inwoners op een prachtige wijze bijdragen aan de vitaliteit van deze gemeenschappen. We koesteren het rijke verenigingsleven in onze kernen en erkennen de rol van betrokken inwoners als aanjager van gemeenschapsontwikkeling in hun kern.” Vanaf 2021 vinden er zogenaamde ‘samenspelbijeenkomsten’ plaats waarin ‘gemeenschapsontwikkeling door zelfsturing’ vanuit praktisch en theoretisch perspectief centraal staan.

De herijking van de kernwaarden – waaronder zelfsturing – vindt op dit moment plaats en leidt naar alle waarschijnlijkheid tot besluitvorming in het derde kwartaal van 2025. Er is binnen de gemeente Peel en Maas geen maatschappelijk accommodatiebeleid. Wel zijn er kaderstellende uitgangspunten voor het beleid geformuleerd en vastgesteld Binnen de gemeente Peel en Maas worden een zestal beleidsterreinen onderscheiden: Ruimte, Sociaal Domein, Vitale gemeenschappen, Economie, Integrale veiligheid en Bestuur, communicatie en dienstverlening, ook wel ‘thema’s’ genoemd. Voor deze beleidsterreinen zijn, met drie gemeentelijke kernwaarden - diversiteit, duurzaamheid en zelfsturing - als uitgangspunt, door de raad kaderstellende uitgangspunten geformuleerd en vastgesteld. Deze kaderstellingen kijken tien jaar vooruit met een herijking na vijf jaar. Kaderstellingen worden vervolgens vertaald in programmadoelen, die zijn vastgelegd en worden verantwoord in de programmabegroting: wat willen we bereiken (programmadoel) en wat doen we daarvoor (uitvoeringsafspraak)? Het college bereidt jaarlijks de begroting voor. De raad neemt daar een besluit over. Uitvoeringsafspraken zijn de bevoegdheid van het college. Het zijn praktische regels, richtlijnen of plannen die aangeven hoe het beleid van de gemeente in de praktijk wordt gebracht.

Het gaat dus niet om wat er moet gebeuren (dat is op kaderstellend niveau door de gemeenteraad bepaald), maar hoe het precies wordt uitgevoerd. Het college heeft hierbij binnen de vastgestelde kaders van de raad de vrijheid om eigen keuzes te maken over de praktische invulling. Dit betekent dat de raad vooraf goede afspraken moet maken over hoe ze hierop willen meekijken. Voor de vormgeving en uitvoering van het maatschappelijk accommodatiebeleid zijn in het bijzonder de kaderstellingen ‘Vitale gemeenschappen’ en ‘Sociaal Domein’ richtinggevend. Aan de kaderstellingen liggen ambities ten grondslag, die de gemeente samen met de gemeenschap heeft geformuleerd. Hieronder gaan we kort in op de kaderstelling ‘Vitale gemeenschappen’ en ‘Sociaal domein’. We vermelden welke programmadoelen zijn geformuleerd en we lichten per programmadoel een of twee kaderstellende uitgangspunten uit.

Kaderstelling ‘Vitale gemeenschappen’ Gedeelde ambities: ‘Gemeenschapskracht’, ‘Leefbaarheid en toekomstige dorpsorganisatie’, ‘Ruimte voor verschil’ en ‘Samenspel’. Rekenkamer Gemeente Peel en Maas

18

Programma Gemeenschapsontwikkeling Doel 1: Gemeenschappen ontwikkelen zich met de eigen ambities en in een eigen tempo. Kader: Waar eigenaarschap bij de gemeenschap ligt, levert de gemeente passende ondersteuning). Doel 2: Eigenaarschap van accommodaties ligt zoveel mogelijk bij de gemeenschappen. Kader: Eigenaarschap van maatschappelijke accommodaties, waaronder beheer en exploitatie, is in handen van verenigingen en stichtingen, maar als draagkracht (vrijwilligers) in het geding komt, gaat de gemeente in overleg over continuïteit en/of passend toekomstperspectief. Investeringssubsidie voor (ver)nieuwbouw of renovatie als nut, noodzaak en toekomstbestendigheid ervan wordt aangetoond: maximaal 75% van te verantwoorden werkelijke subsidiabele kosten in het geval van MFA’s en gemeenschapshuizen, en maximaal 50% voor sociaal-culturele accommodaties, buitensportaccommodaties voor sporten met een bepaalde omvang en jeugd- en jongerenaccommodaties Doel 3: Iedereen heeft de mogelijkheid om actief deel te nemen en een bijdrage te leveren aan gemeenschappen (inclusieve samenleving en hechte gemeenschappen). Kader: Iedereen moet mogelijkheden krijgen om zich te ontwikkelen en mee te doen in Peel en Maa s Programma Sport en bewegen Doel 1: Sport en bewegen, en de sportaccommodaties daarvoor, zijn zo veel als mogelijk van de gemeenschappen zelf en zo optimaal mogelijk in gebruik.

Kader: De gemeente heeft een faciliterende en stimulerende rol ten aanzien van de breedtesportverenigingen om sportaccommodaties in eigendom te hebben, te exploiteren en te beheren. Doel 2: Sport en bewegen draagt bij aan de vitaliteit van de inwoners en gemeenschappen. Kader: Gemeenschappen en inwoners geven zelf invulling aan het sportklimaat en beweegaanbod. De gemeente ondersteunt bij het verkennen van toekomstige ontwikkelingen. Doel 3: Oog hebben voor nieuwe vormen van aanbod en het organiseren van sport en bewegen die ontstaan. Kader: Steunen van initiatieven die leiden tot nieuwe vormen van sport en bewegen. Programma Kunst en cultuur Doel 1: De gemeenschap draagt bij aan de culturele ontwikkeling van de mens. Kader: Culturele organisaties zijn zelf verantwoordelijk voor het aanbod. De gemeente stimuleert integrale samenwerking tussen culturele organisaties die met elkaar initiatieven met en voor de inwoners realiseren (in de eigen kern en voor sommige initiatieven gemeentebreed). Doel 2: Cultuur draagt bij aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor mensen en bedrijven. Kader: Het beleid is gericht op het verbeteren van het productieklimaat, het verhogen van de zichtbaarheid en op talentontwikkeling. Doel 3: Actief samenwerken met inwoners aan het behouden en beleefbaar maken van erfgoed.

Kader: De gemeente faciliteert organisaties in het bereiken van doelstellingen erfgoed. Doel 4: Peel en Maas hecht grote waarde aan het beschermen van zijn erfgoed.

Rekenkamer Gemeente Peel en Maas

19

Kader: De gemeente is een goede huisvader voor monumenten in gemeentelijk eigendom. Doel 5: Peel en Maas benut kansen op het gebied van erfgoed voor opgaves in diverse programma’s. Kader: Herstellen en versterken van erfgoed bij ruimtelijke ontwikkelingen; gebiedsgerichte benadering om de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving te behouden

Kaderstelling ‘Sociaal domein’ Gedeelde ambities: ‘Een hoopvol toekomstperspectief voor onze kinderen', 'Iedereen doet mee’, ‘Vitaal ouder worden’, ‘Ontmoeten’ en ‘Anders samenwerken’.

Programma Zorg en ondersteuning Doel 1: Inwoners voeren zo veel mogelijk zelf de regie op hun leven en zijn zo zelfredzaam mogelijk. Kader: Wij stimuleren een gezonde leefomgeving met een groene openbare ruimte, die ontmoeting en beweging stimuleert. Doel 2: Gemeenschappen geven onder eigen regie vorm aan het zorgen voor elkaar. Kader: Gemeenschappen kiezen hun eigen vorm(en) en (her)nemen zoveel mogelijk eigenaarschap. We faciliteren en stimuleren collectieve en dorpsvoorzieningen. Doel 3: Inwoners krijgen de ondersteuning en opvang die nodig is. Kader: Bij het aangaan van contracten met zorgaanbieders gaan we uit van een duurzame samenwerking met oog voor lokale aanbieders die zorg dichtbij en op maat kunnen leveren. Programma Jeugd en onderwijs Doel 1: Kinderen en jongeren groeien veilig en gezond op. Kader: De focus ligt op eigen kracht en de inzet van het sociaal netwerk. Doel 2: Gemeenschappen geven onder eigen regie vorm aan het opvoeden en opgroeien van hun jeugd. Kader: Het is belangrijk dat kinderen ruimte hebben om te spelen, jongeren elkaar kunnen ontmoeten en ruimte hebben om samen te komen. Als gemeente stimuleren en faciliteren we initiatieven van en voor jongeren. Doel 3: Kinderen, jongeren en gezinnen krijgen de hulp die nodig is.

Kader: Hulp en bescherming vinden bij voorkeur in de eigen omgeving van het kind plaats, hebben (zoveel mogelijk) een tijdelijk en duurzaam karakter en zijn er op gericht om inwoners zoveel mogelijk zelf en met hun omgeving in staat te stellen om het gewone leven (weer) op te pakken. Doel 4: Kinderen en jongeren krijgen gelijke kansen om op te groeien tot zelfstandige jongvolwassenen. Kader: Talentontwikkeling vindt naast thuis en in de buurt ook plaats op de kinderopvang, scholen en culturele en sportverenigingen, zowel fysiek als online. Doel 4: Peel en Maas hecht grote waarde aan het beschermen van zijn erfgoed. Kader: De gemeente is een goede huisvader voor monumenten in gemeentelijk eigendom. De kaderstellingen ‘Vitale gemeenschappen’ en ‘Sociaal domein’ zijn helder, maar doorgaans tamelijk abstract Rekenkamer Gemeente Peel en Maas

20

geformuleerd (“We stimuleren en faciliteren initiatieven van betrokken maatschappelijke partijen”). Beide kaderstellingen vormen - in samenhang met elkaar - een goede en complete basis voor de vormgeving van het maatschappelijk accommodatiebeleid op basis van ‘zelfsturing’. Door de kaderstellingen loopt een consequente rode draad voor wat betreft de eigen verantwoordelijkheid van de gemeenschap(pen) voor de gemeenschapsontwikkeling en het daarmee samenhangende voorzieningenniveau en de ondersteunende en/of faciliterende rol die de gemeente hierbij vervult. Het principe van ‘zelfsturing’ leidt tot een meervoudige overheid met de drie rollen van de ‘autoritaire’, de ‘regelgestuurde’ en ‘communicatieve’ overheid Het principe van ‘zelfsturing’ maakt dat de gemeente van Peel en Maas drie verschillende rollen speelt. Dit zijn de twee gekende rollen van de ‘autoritaire’ en ‘regelgestuurde’ overheid, aangevuld met een nieuwe rol, namelijk die van de ‘communicatieve’ overheid (groen). Die rol houdt in dat de gemeente Peel en Maas zich als overheid in netwerken begeeft, waarin de ander (lees: de gemeenschap) leidend is. Dit betekent dat wanneer de gemeente zich in het ‘groene’ begeeft, zij zich aansluit bij de vorm van de ander (lees: de gemeenschap).

Door als gemeente een rol te kiezen die binnen een bepaalde context het meest passend is, kan de gemeente een effectieve bijdrage leveren. Als dit wordt gekoppeld aan het ‘eigenaarschap’ van een onderwerp, dan levert dit het volgende beeld op. Domein gemeenschap = ‘zelfsturing

Type 1 Activiteiten: gemeenschap is eigenaar.

Type 2 Activiteiten: gemeenschap is eigenaar en gemeente levert een bijdrage.

Type 3 Activiteiten: gemeente is eigenaar en burgers leveren een bijdrage.

Publiek domein Type 4 Activiteiten: gemeente is eigenaar.

Een en ander betekent dat de medewerkers van de gemeentelijke organisatie, afhankelijk van het aandachtsgebied en/of dossier waarmee ze zich bezighouden, tegelijkertijd in meerdere domeinen (kleuren) werkzaam kunnen zijn. Vanuit de gemeentelijke organisatie wordt aangegeven dat dit met het oog op de samenhang tussen de diverse aspecten van het maatschappelijk accommodatiebeleid veel interne afstemming vraagt en dat rolwisseling soms een uitdaging is.

Rekenkamer Gemeente Peel en Maas

21

4.2 Welke doelen zijn vastgesteld met betrekking tot het aanbod van maatschappelijke accommodaties en zijn er meetbare prestatieindicatoren geformuleerd? Door de raad zijn binnen de kaderstelling ‘Vitale gemeenschappen’ en ‘Sociaal Domein’ (globale) programmadoelen geformuleerd en vastgesteld (zie paragraaf 4.1), die richtinggevend zijn voor het gemeentelijk beleid met betrekking tot maatschappelijke accommodaties. Deze zijn concreet uitgewerkt in helder beschreven uitvoeringsafspraken in de programmabegroting van het college, in beleidsregels (zie bijvoorbeeld de ‘Beleidsregel ingebruikname binnensportaccommodaties 2013) en in uitvoeringsregelingen (zie bijvoorbeeld de Uitvoeringsregeling Kunst en Cultuurstimulering 2016 en de Uitvoeringsregeling Accommodaties 2017). De programmadoelen, zoals vastgelegd in de Kaderstellingen, en de uitwerking daarvan in de Uitvoeringsafspraken zijn niet gekoppeld aan specifieke prestatieindicatoren. Bijgevolg zijn de gemeentelijke beleidsdoelen maar beperkt SMART geformuleerd. Ook zijn er aan de doelen geen specifieke streefwaarden (meetbaar, tijdgebonden) gekoppeld, dus het is niet duidelijk wanneer Peel en Maas tevreden is. Aanvullend hierop noemen we nog een aantal documenten die mede richting geven aan het maatschappelijk accommodatiebeleid en/of daar een verdere uitwerking van zijn.

Uit het document ‘zelfsturing 3.0’ komt naar voren dat zelfsturing een relatie heeft tot accommodaties in de context van gemeenschapsontwikkeling binnen Peel en Maas. Accommodaties, zoals gemeenschapshuizen, moeten een belangrijke rol spelen in het faciliteren van zelfsturing en het versterken van de gemeenschap. Voorbeelden hierbij zijn: ●

Gemeenschapshuizen kunnen dienen als motoren voor samenwerking en ontmoetingsplekken voor burgers. In Panningen bijvoorbeeld, wordt het gemeenschapshuis gezien als een sociaal knooppunt waar mensen elkaar kunnen ontmoeten en zich kunnen ontwikkelen, ongeacht leeftijd, achtergrond of gezindte. De samenwerking die nodig is om een gemeenschapshuis van de grond te krijgen, kan leiden tot een gevoel van gezamenlijke verantwoordelijkheid en het aangaan van verbindingen met elkaar.

●

De stichting "Gemeenschapshuis in Kepèl" in Panningen streeft ernaar het gebouw exploiteerbaar te maken door verduurzaming en uitbreiding van de bestaande functies met een gemeenschapsfunctie. Door vrijwilligersbeheer wordt beoogd samenwerking organisch te laten ontstaan en het eigenaarschap bij de gebruikers zelf te leggen. Het bestuur komt in een faciliterende rol, terwijl de gebruikers zelf "aan het roer" staan.

●

In Helden groeide de saamhorigheid met de komst van gemeenschapshuis Kerkeböske in 2008. Verenigingen en buurten verzamelden zich en zochten elkaar op, en inwoners konden meedenken en meepraten over de komst van het gemeenschapshuis.

●

Ook in Grashoek wordt een goed functionerend gemeenschapshuis genoemd als een belangrijke voorwaarde om het voor ouderen en andere inwoners mogelijk te maken zo lang mogelijk zelfstandig in het dorp te blijven wonen.

●

In Baarlo is de realisatie van MFC de Engelbewaarder een markant voorbeeld van een ontmoetingsplek voor inwoners, met een dorpsdagvoorziening, eetpunt, dorpsinformatiepunt en een dependance van de bibliotheek.

●

Het is belangrijk dat een gemeenschapshuis een plek is van en voor de gemeenschap, waar ruimte is voor iedereen en waar mensen elkaar kunnen ontmoeten en zich kunnen ontwikkelen. Het gemeenschapshuis kan een katalysator zijn voor verdere ontwikkeling van een vitale gemeenschap.

Uit de verschillende P&C-documenten van de gemeente Peel en Maas komt het volgende naar voren:

Rekenkamer Gemeente Peel en Maas

22

●

De gemeente streeft ernaar dat het eigenaarschap van maatschappelijke accommodaties zoveel mogelijk bij gemeenschappen, organisaties en verenigingen ligt. Dit omvat ook het beheer en de exploitatie van de accommodaties. De gemeente blijft wel proactief in gesprek over een gezond beheer en exploitatie. Wat dat precies behelst, komt terug in het volgende hoofdstuk.

●

Wanneer de draagkracht voor vrijwilligers bij beheer en exploitatie in het geding komt, denkt de gemeente mee over een passend toekomstperspectief.

●

De gemeente ondersteunt organisaties en gemeenschappen bij accommodatievraagstukken, waarbij de organisaties en verenigingen zelf eigenaar zijn van de accommodaties en zo veel als mogelijk in de eigen behoeften voorzien.

●

Sportvoorzieningen en sportaccommodaties zijn zo veel mogelijk van de gemeenschappen zelf en zijn optimaal in gebruik. De gemeente neemt de rol van ondersteuner aan en vraagt sportverenigingen en stichtingen om het beheer en de exploitatie van binnen- en buitensportvoorzieningen op zich te nemen.

In het coalitieakkoord 2022-2026 wordt op pagina 6 en 7 een uitgebreide paragraaf gewijd aan ‘vitale gemeenschappen’. Onderdeel hiervan zijn de gemeenschapsaccommodaties. Hiervan zegt het college: ●

De gemeenschapsaccommodaties dragen bij aan de vitaliteit van de gemeenschappen. Het eigenaarschap van accommodaties ligt bij gemeenschappen, organisaties en verenigingen. We ondersteunen hen bij accommodatievraagstukken. Dit zien we ook terug bij de onderdelen die verder vallen onder ‘gemeenschappen’; het beleggen van het eigenaarschap bij de gemeenschap, ook in niet fysieke zin.

In het beleidsstuk Kaderstelling Vitale Gemeenschappen 2024-2035 wordt expliciet benoemd dat het eigenaarschap van accommodaties zo veel mogelijk bij gemeenschappen ligt. ●

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=43004842-ccb3-4ca1-a757-a05e09ce60c0