2025-062 28 Zienswijzen ontwerp bestemmingsplan en Plan-MER (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Deze wet gaat uiterlijk 2024 van kracht. Daarmee is het intensieve huisvestingssystem niet
(geanonimiseerd) zullen wettelijk niet meer te meer toegestaan. De plannen van het bedrijf van _
verantwoorden
zijn.
In conclusie, de Europese en Nederlandse wetgeving zullen er binnen de kortste keren voor zorgen, dat het uitbreiden van dit bedrijf wettelijk gezien geen enkele toekomst heeft. Het is niet, zoals in de MER wordt beweerd, “toekomstbestendig en duurzaam’, maar bij uitstek een verspilling van tijd, geld en resourcen en, na ingang van de wetgeving, zelfs crimineel.
2. In de Wet dieren wordt het dier nu al erkend als een wezen met gevoel en een eigen intrinsieke waarde. In simpele woorden: Een dier is ook een iemand!
Deze intrinsieke waarde wordt in de intensieve veehouderij op geen enkele wijze gerespecteerd. Deze intelligente en sociale individuen in een intensieve veehouderij opsluiten is wettelijk en moreel verwerpelijk.
2a. De Raad voor Dierenaangelegenheden, een onafhankelijk raad van deskundigen, heeft in 2021 zes leidende principes geformuleerd voor een dierwaardige veehouderij. Deze worden beschreven in de zienswijze Dierwaardige Veehouderij, opgesteld op verzoek van
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (Bron: RDA, 2021). De raad adviseert dat dierwaardigheid een onderdeel van de transitie van de Nederlandse veehouderij moet worden. De zes leidende principes voor dierwaardigheid zijn 1. Erkenning intrinsieke waarde en integriteit, 2. Goede voeding, 3. Goede omgeving, 4. Goede gezondheid, 5. Natuurlijk gedrag, 6. Positieve emotionele toestand.
Dit houdt in: “Respect voor de eigen waarde van dieren als wezens met gevoel, die pijn en plezier kunnen ervaren. Een consequentie daarvan is dat er geen ingrepen meer worden uitgevoerd, zoals staarten couperen. Dit betekent ook: grenzen aan het aanpassen via fokkerij en oog voor de eigen belangen van het dier. Verder moet een dierwaardig systeem voorzien in de basisbehoeften goede voeding, goede omgeving en goede gezondheid. De basisbehoeften hangen direct samen met overleven. Daarnaast heeft het dier voldoende
mogelijkheden nodig om essentiële natuurlijke gedragingen te vertonen en behoeften te vervullen: rusten, eten en drinken, mesten en urineren, zelfverzorging, exploratie, sociaal gedrag, thermoregulatie, veiligheid, gezondheid, beweging, reproductie, seksueel gedrag, nestbouwgedrag en maternaal gedrag. Essentiële gedragingen zijn op zichzelf belonend, los van het oorspronkelijke doel. Bijvoorbeeld wroeten bij varkens. Als dit natuurlijk gedrag structureel niet mogelijk is, ontstaat afwijkend gedrag. Het natuurlijk gedrag is de schakel
tussen de basisbehoeften en de emotionele toestand van het dier. Een houderijsysteem is pas dierwaardig als het dier ook in staat is om te reageren op de veranderende sociale en fysieke omgeving en als het mede daardoor een emotionele toestand bereikt die het als overwegend positief ervaart. Een dierwaardig leven is dus meer dan voorzien in
basisbehoeften, het is gericht op kwaliteit van leven - A life worth living.” (geanonimiseerd) Het is niet moeilijk om tot de conclusie te komen dat het intensieve veebedrijf van B
B o geen enkele manier als een dierwaardige veehouderij kan en wil gelden. Het dier is hier een product, en er wordt uitsluitend aan economische belangen gedacht. Het varken zoals we die kennen uit kinderboeken en van leuke reclame plaatjes, is vrijwel
niet te vinden in Nederland. Sterker nog, maar 1% van alle varkens mag zijn krulstaart houden. Bij de overige 99% wordt dit op jonge leeftijd (zonder verdoving!) afgebrand. Dat is al meer
dan 30 jaar verboden, maar het wordt nog steeds gedoogd. Ik weet, en u weet, (geanonimiseerd) hoeveel krulstaartjes er bij het bedrijf van B zullen kwispelen… Ik moet helaas concluderen, dat de gemeenteraad deze wetsovertredingen dus ook doogt, en met het
goedkeuren van de uitbreiding van het bedrijf zelfs zal bevorderen.
3. Bij stalbranden, falende ventilatiesystemen, stalvloeren die het begeven, ziekte uitbraak en door de steeds vaker voorkomende hittegolven komen ieder jaar honderdduizenden dieren op een afschuwelijke manier om het leven. Het bouwen van dit soort (geanonimiseerd) (geautomatiseerde) stallen zou beëindigd moeten worden. Het plan van B geeft ook geen alternatief voor de gevaarlijke en onbetrouwbare luchtwassers. Biggen worden niet eens als individuen meegerekend bij brand, en in de plannen. Het bouwen van een constructie waaruit dieren bij een calamiteit onmogelijk kunnen ontsnappen is moreel
verwerpelijk. De dieren hebben geen vrije uitloop en zitten permanent opgesloten. Ze gaan alleen naar buiten voor transport naar mesterij of slachthuis. Dat houdt in dat ze bijvoorbeeld in geval van brand ook niet zullen begrijpen dat naar buiten gaan redding betekent. 4. De risico's voor de volksgezondheid van de intensieve veehouderij (zoönosen, MSRA, endotoxinen, fijnstof etc) zijn inmiddels bekend. Het is bewezen, dat omwonenden van
intensieve veehouderijen meer gezondheidsklachten ondervinden, met name luchtwegklachten. De ingevoerde bouwstop voor geïtenhouders zou dan ook moeten gelden voor alle andere ‘vlees-, zuivel- en eierfabrieken’. Volgens de Nederlandse grondrechten heeft de overheid, en dus ook de gemeenteraad, een zorgplicht ten opzichte van de burgers. Vanuit het voorzorgsprincipe moeten levens beschermd worden totdat onomstotelijk vaststaat dat ze geen gevaar lopen. 4a. Uit WUR-onderzoek blijkt dat de effectiviteit van combiluchtwassers voor geurreductie
lager is dan gedacht. Dit type luchtwassers reduceert de geuruitstoot met slechts 40% in plaats van de veronderstelde 80%. Dit betekent dat er gemiddeld drie keer zoveel geur in de buitenlucht komt dan werd verwacht bij veehouderijen met combiluchtwassers. Overigens blijkt ook de ammoniakreductie uit de stallucht door deze combiluchtwassers lager dan gedacht (Bron: GGD-richtlijn Medische milieukunde, Veehouderij en gezondheid, RIVMrapport 2020-0092). Verder onderzoek concludeert, dat zelfs bij een optimale technische (geanonimiseerd) handhaving en onderhoud het type luchtwasser dat B van plan is te installeren (BWL 2010.02.V7) de geurreductie onvoldoende kan behalen (Bron: Onderzoek naar
verbeterpunten voor combi-luchtwassers in de praktijk. Wageningen Livestock Research, 2021).
4b. Maar laten we ook even stilstaan bij de dieren die dag en nacht in hermetisch dichte stallen in deze lucht opgesloten (zullen) zitten. Ze staan op roosters boven een put met hun eigen uitwerpselen. In de put ontstaan giftige gassen zoals ammoniak. Deze gassen verspreiden zich samen met stofdeeltjes door de stal. De varkens worden hun leven lang gedwongen om deze stinkende, ziekmakende lucht in te ademen. De schadelijke lucht in varkensstallen veroorzaakt veel gezondheidsproblemen. Hoge concentraties ammoniak en fijnstof zorgen voor geïriteerde ogen, benauwdheid, hoesten en ontstekingen van de luchtwegen.
Minstens een op de vijf varkens heeft een long- of borstvliesontsteking. Meer
dan de helft van de Nederlandse varkens kampt met geïrriteerde ogen. Varkens zijn zindelijke dieren met een bijzonder gevoelige neus. Van nature houden ze hun slaap- en
eetplaats schoon door op een afgelegen plek te poepen en te plassen.
Het is dan ook
schandalig dat de varkens in de vee-industrie boven een open riool leven. Het gebrek aan frisse lucht veroorzaakt stress en frustratie. De varkens reageren dat af op elkaar: varkens in stallen met giftige lucht vechten vaker en bijten in elkaars oren en staart (Bron: Rapport Varkensleed door schadelijke lucht, structurele overtreding al 20 jaar gedoogd, Stichting Varkens in Nood, Januari 2021). Zelfs het Boerenvakblad Boerderij heeft hierover een uitgebreid artikel gepubliceerd, getiteld 'Stalklimaat ongezond voor varkens’ (maart 2018). Er wordt gewaarschuwd dat het in de huidige stallen vaak onmogelijk is om een goed en gezond klimaat voor de varkens te realiseren. Dat komt bijvoorbeeld door de diepe kelders vol mest waarboven de varkens leven. Vaak is het gehalte aan ammoniak vele malen hoger dan voor de varkens gezond of prettig is. Stallucht mag eigenlijk niet meer dan 10 ppm ammoniak bevatten. Daarboven is het gas schadelijk voor de dieren. Toch lopen de concentraties in de huidige stallen op tot wel 50 of zelfs 70 ppm.
Nog iets waar de experts het over eens lijken te zijn: door de komst van de luchtwasser is de lucht ín de stal verslechterd. De lucht die naar buiten wordt geblazen is weliswaar schoner,
maar de lucht ín de stal bevat juist hogere concentraties slechte gassen. Grote pech dus voor de varkens die helaas wel degelijk in die stal moeten leven!
5. In de MER staat “Gezien de ligging van het plangebied ten opzichte van Natura 2000 gebieden zijn alleen (mogelijke) effecten door stikstofdepositie afkomstig van NH3-emissies en (in mindere mate) NOx-emissies relevant. In het planvoomemen neemt de stikstofdepositie op Natura2000 gebieden ten opzichte van de bestaande situatie toe.”
De MER concludeert “Ten opzichte van de aanwijsdata van de beschermde natuurgebieden is sprake van een afname van de vergunde ammoniakemissie en geen sprake van een verslechtering ten gevolge van stikstofdepositie. Zonder een stikstofplafondregeling in het
bestemmingsplan is niet uit te sluiten dat het bestemmingsplan niet kan leiden tot een toename van de stikstofdepositie en aantasting van de natuurlijke kenmerken van beschermde Natura2000-gebieden. Voor het Natuurnetwerk en Wav-gebieden is geen stikstofplafondregeling nodig. Als de stikstofplafondregeling in het bestemmingsplan wordt gebaseerd op de zogenaamde één op één inpassing van de onherroepelijke natuurvergunning, dan is er ten opzichte van de referentiesituatie geen sprake van nadelige
effecten ten gevolge van het bestemmingsplan voor stikstofgevoelige habitattypen in Natura2000 gebieden.” 5a. Een hoop tegenstellige en gedurfde uitspraken. Zonder enige vorm van bewijs.
Natura
2000 gebieden moeten wettelijk gezien niet alleen in stand gehouden worden, maar er moet ook alles aan gedaan moet worden om deze te verbeteren. Denkt de gemeenteraad, dat de uitbreiding van deze varkenshouderij onze Natura 2000 gebieden ten goede zal komen? Vindt de gemeenteraad het niet meer als redelijk, dat bepaalde veehouderijen mogen uitbreiden en elders veeboeren gedwongen worden te stoppen? Dat u onze natuur daarmee
een ruggesteuntje geeft? Onze unieke Peelgebieden zijn door grondwateronttrekking, bodemverzuring en stikstof depositie, gepaard met de steeds ernstigere gevolgen van klimaatverandering, nu al vrijwel zeker niet meer te redden. De mooie praatjes in de MER houden de schone schijn op, maar houden niemand voor de gek. De gemeenteraad weet net zo goed als ik, dat onze natuurgebieden alleen maar verder verslechteren. Misschien is de gemeenteraad vergeten, dat zij een verplichting heeft om te voldoen aan het verslechteringsverbod uit de habitatrichtlijn? $b. De MER vertelt ons dat “Op de dichterbij gelegen zeer kwetsbare Wav-gebieden en Natuumetwerk is de toename van stikstofdepositie groter dan op de verder weg gelegen Natura2000 gebieden, maar het Natuurnetwerk in de omgeving dat niet is aangewezen als Wav-gebied is niet stikstofgevoelig”. Dus de negatieve gevolgen voor de “zeer kwetsbare Wav-gebieden” zijn acceptabel?
En andere “natuumetwerken in de omgeving zijn niet stikstofgevoelig”? Hoe durft iemand deze flauwekul op papier te zetten? Mag ik de gemeenteraad er toch even op wijzen, dat ALLE natuurgebieden in Nederland stikstofgevoelig zijn. Als ik u dit (echt?) nog moet uitleggen, dan sta ik te allen tijden graag klaar voor een een gesprek. Ik heb door
mijn achtergrond (BSc en MSc Biologische Wetenschappen) wellicht iets meer verstand van zaken.
6. Volgens de overheid en het IPCC moeten we minder vlees eten, 0a vanwege de
volksgezondheid, het milieu en de klimaatcrisis. De veehouderij voorziet niet in ‘ons’ voedsel, zoals de overheid en veesector iedereen wil doen geloven.
Vlees, zuivel en eieren
zijn producten, die mensen kiezen te consumeren, maar niet (of niet in de enorme
hoeveelheden die nu geconsumeerd worden) nodig hebben in een gezond en gevarieerd dieet. En laten we ook niet vergeten, dat het overgrote deel van de Nederlandse productie is bestemd voor de export. De vleesindustrie draait dan ook niet om voedselvoorziening, maar is een verdienmodel, zoals alle economische activiteiten, maar dan een met vele slachtoffers.
In het licht van de dringend nodige eiwittransitie s het niet uitte leggen, dat onze gemeente Peel en Maas voorop zal lopen met het slechte voorbeeld, door het goedkeuren van de uitbreiding van een grootschalige vleesfabriek. Verleende vergunningen kunnen ingetrokken worden. Niets is onherroepelijk. Niets is zeker. Only death and taxes. Alle niet gebruikte vergunningen, alle latente ruimte, moet worden
bevroren. Er moet een uitbreidingsmoratorium komen voor veehouderijen. 6a. De publieke opinie in Nederland is het hier mee eens. Een zeer recent onderzoek van Kieskompas laat dit overduidelijk zien. Her rapport ‘Beleidsvoorstellen voor de eiwittransitie’ (september 2023) concludeert: *De transitie naar minder dierlijke en meer plantaardige voeding wordt breed gesteund onder
Nederlanders. Kiezers verwachten vergaande stappen van hun politieke partijen in onder andere het verkleinen van de veestapel, subsidies voor plantaardige alternatieven en een verbod op kiloknallers. Bijna twee derde van de Nederlanders wil een overheidsverbod op de intensieve veehouderij. Dit geldt niet alleen voor de kiezers van groene partijen, maar voor kiezers op een groot deel van het politieke spectrum. Zo zijn ook de kiezers van Nieuw Sociaal Contract in grote meerderheid voorstander van dergelijke maatregelen.” 6b. Het is de gemeenteraad waarschijnlijk niet ontgaan, dat er een tal van andere bezwaren
tegen de plannen van BNpinnengekomen zijn. Bijvoorbeeld, net als Mobilisation for the Environment heeft Animal Rights bij de provincie Limburg een verzoek ingediend tot het nemen van passende maatregelen door (partiële) intrekking van vergunde emissieruimte van de natuurvergunning voor de varkenshouderij aan De Horsten 20 (en 17). Animal Rights vraagt ook de gemeente Peel en Maas om de omgevingsvergunning in te trekken. The actiegroep BigPigCity maakt al lang bezwaren tegen de plannen. In de Tweede Kamer en in de media werd met schrik en afschuw gereageerd op de plannen. De publieke opinie heeft de gemeenteraad dus niet mee. 7. Ecocide (Bron:
www.stopecocide. nl/ecocide-wetgeving)
is al n meerdere landen
opgenomen in de wetgeving en er liggen in Nederland nu ook wetsvoorstellen gereed. Door (geanonimiseerd) de plannen van B
o0ed te keuren, zullen de betrokkenen personen in de
gemeenteraad van Peel en Maas zich schuldig maken aan Ecocide. Met uw goede geweten weet u dit, ik weet dit, de maatschappij weet dit, uw kinderen en toekomstige generaties
weten dit. U mag zelf conclusies trekken over hoe de geschiedenis over u zal oordelen. Gelukkig heeft u dit nu nog zelf in de hand. Beste gemeenteraad, ik wil geloven dat u bij rijkdom niet alleen aan financiële belangen
denkt, dat u voor burgers en voor toekomstige generaties zorg draagt, dat u een gezond moreel kompas heeft en de dieren een warm hart toedraagt. *To have a rightto do a thing ís not at all the same as to be rightin doing it” (G.K. Chesterton)
Loop voorop met het goede voorbeeld.
Verschuil u niet achter smoesjes, vergunningen,
rapporten en achterhaalde economische plannen.
Uw beleid kan en moet zich richten op het
intrekken van verleende vergunningen en het afkeuren van de plannen voor de uitbreiding
van de intensieve varkenshouderij van Bn
Egche!
Ik zie uw reactie op mijn zienswijze met belangstelling tegemoet. Hoogachtend,
Gemeenderaad Relen RBsdbus
Jo88
'5<\80 AB annknäcn R
BRIEF AANGETEKEND NL NL Frankering betaald €9.25 “ogr.
D
222224
PostNL _ 03-10-2023 15:44
NL
UUU 3SRPKS425719242
S9BOAB 7088
Ma5
VL-B
res:
WILHELMIN
PANNINGEN
/vLow 1002
Zienswijze 8
Zienswijze / reactie Plan-MER De Horsten Egchel
Egchel, 5 oktober 2023
Aan het college van burgemeester en wethouders, Aan de raadsleden, Hierbij mijn reactie/zienswijze op het ontwerp Bestemmingsplan / Plan-MER De Horsten b.NL.IMRO.1894.BPL0287-ON01_tb1.pdf, gepubliceerd augustus 2023. Eerst per onderwerp (genummerde) bevindingen. Vervolgens rond ik af met vragen en conclusies. Waar ik spreek over beoogde uitbreiding doel ik op de uitbreiding (varkensstallen) van het bedrijf
B
D Horsten in Egchel.
1. Flora en Fauna
In bijlage b_NL.IMRO.1894.BPL0287-ON01_tb6.pdf staat een in opdracht van de gemeente door TVN gemaakte Flora en Fauna quick-scan van de locatie. In de tekst staat Floristisch gezien troffen wij op de genoemde percelen geen bijzonderheden aan. (citaat blz 1) En Faunistisch troffen wij eveneens geen bijzonderheden aan. (citaat blz 1) De quick-scan geeft geen informatie over de wel of niet aanwezige flora en fauna.
2. Landschapsplan Bijlage Plan-MER De Horsten b_NL_IMRO.1894.BPL0287-ONO_rb3.pdf is een Landschapsplan in het kader van Inpassing en integratie van bedrijf De Horsten Egchel. Het document licht de doelstelling van het Landschapsplan toe:
Dit betreft bestaand en nieuw groen op eigendom van de onderneming. Hiermee wordt het kwantitatief helder hoe het bedrijf een plaatje vormt in het landschap en een bijdrage levert m.b.t. voor biodiversiteit.
Vanuit overleg met initiatiefnemers is helder dat ze de plek waarderen en graag inzet plegen om voor de groene omgeving een meerwaarde te creëren. Daarnaast vormt het groene decor ook het visitekaartje om als bedrijf zich te laten zien. Een groene inkleding, passend binnen de landschapsstructuur en met behoud van een aantrekkelijke presentatie van het bedrijf zou wenselijk zijn. Maar ook t.b.v. de biodiversiteit. Met de initiatiefnemer is het plan opgesteld, waarbij met respect is omgegaan met de plek en aansluiting op het groen in de omgeving. (blz 3)
Het inrichtingsplan geeft in detail aan waar op de locatie groenpassages, bomen, hagen, struiken en planten kunnen komen om er een fraai landschappelijk decor van te maken. (blz 5) Verder wordt voorgesteld om twee natuurlijke poelen van 600 m2 en van 1000 m2 aan te leggen. Suggesties voor aanplant, aanplantmaat, soorten en aantallen worden in detail benoemd. Ook het noodzakelijke beheer wordt toegelicht.
Het Landschapsplan komt tot de conclusie dat: Dit landschapsplan met beplantingsplan met beheer geeft weer wat aangeplant en verfraaid wordt om het gehele project in een fraai landschappelijk decor te integreren. Met een oppervlakte aan
groen en natuurlijke elementen van bijna 8.800 m2 voldoet het ook goed qua kwantiteit. En niet te vergeten ook een mooie meerwaarde voor de biodiversiteit. (blz 22) In het plan wordt de huidige groen situatie (flora, fauna) niet beschreven. Er is geen nulmeting of effectstudie en een eventuele meerwaarde na uitvoering van het landschaps- en beplantingsplan
voor natuur of biodiversiteit kan niet worden aangetoond. Er wordt enkel kort verwezen naar de quick-scan, zie onder 1. Niet benoemd wordt het effect van de geplande direct nabijgelegen
agrarische activiteit (nieuwe varkensstallen). Niet benoemd wordt het effect van de neerslag van stikstof en fijnstof op de huidige en nieuw aan te leggen flora (bomen, struiken, bloemen etc).
Terwijl de neerslag van stikstof juist in de directe omgeving van de bron het hoogst is. Neerslag van stikstof is funest, verzuring en overbemesting van de bodem en verstoring van het natuurlijk evenwicht (diverse bronnen), en zorgt daarnaast voor snelle en verstikkende algengroei in de aan te
leggen poelen.
3. Fijnstof Over fijnstof staat in Plan-MER De Horsten b_NL_IMRO.1894.BPL0287-ONO_tb1.pdf het volgende:
De emissies van fijn stof en endotoxinen nemen toe, aangezien uitbreiding van het aantal varkens mogelijk wordt gemaakt. Ten aanzien van fijn stof is binnen het plangebied voldoende
milieugebruiksruimte aanwezig, aangezien de concentratie fijn stof mag toenemen tot aan de wettelijke grenswaarden. De milieuaspecten geur en ammoniak (stikstof) zijn de bepalende factoren
voor de ontwikkelingsmogelijkheden van de veehouderijen, niet fijn stof. (blz 127) Fijnstof neemt en mag, volgens Plan-MER, ook toenemen tot aan de wettelijke grenswaarden maar voor het al dan niet verlenen van een vergunning is fijnstof niet van belang want het is, volgens Plan-MER, geen bepalende factor. Volgens tabel 19 op blz 122 neemt de emissie fijnstof met een factor 3 toe, van 235,4 kg/jaar naar 666,8 kg/jaar, een toename van 283%. De meeste uitstoot slaat in de directe omgeving neer. Een kleiner deel maar wel 3x zoveel als in de huidige situatie slaat elders (in de omgeving) neer. Citaat uit het Plan-MER:
Ten aanzien van fijn stof is op basis van wettelijke normen milieugebruiksruimte aanwezig, aangezien de concentratie fijn stof mag toenemen tot aan de wettelijke grenswaarden. Ten opzichte van gezondheidskundige advieswaarden is er sprake van een overschrijding in de
bestaande situatie, echter vanwege de relatief grote afstand (voor wat betreft fijnstof uit stallen) is de overschrijding beperkt op de kern Egchel. (blz 121)
De neerslag van fijnstof neemt na de beoogde uitbreiding in de kern Egchel toe met een factor drie, 3x zoveel als de huidige situatie, en er is ten opzichte van gezondheidskundige advieswaarden sprake van een overschrijding in Egchel. Dat de uitstoot van fijnstof PM10 vooral afkomstig is van de landbouw (intensieve veehouderij) en dat de huidige uitstoot in Midden-Limburg ver boven de door de WHO
geadviseerde grens ligt en een van de oorzaken is van vroegtijdige sterfte telt dus niet mee. (Rapport GGD Limburg, Luchtkwaliteit en gezondheid, november 2022)
4. Stikstof
De uitstoot van stikstof en met name ammoniak NH3 (een verbinding van stikstof en waterstof) komt met name van dieren in de (intensieve) veeteelt. Een klein deel komt uit overige bronnen zoals industrie, de bouw en het verkeer. Boeren gebruiken mest van dieren en kunstmest om hun land te bemesten. Een deel van die mest verdampt als ammoniak en komt zo in de lucht.
In Plan-MER b.NL.IMRO.1894.BPL0287-ON01_tb1.pdf staat over de uitstoot van stikstof: Ten opzichte van de bestaande situatie nemen in het planvoornemen de stikstofemissies (NO2 en NH3) toe vanwege toename in aantal dieren en verkeersbewegingen. De ammoniakemissie uit stallen is het meest bepalend voor de stikstofdepositie op natuurgebieden. In de bestaande situatie bedraagt (uitgaande van rekenjaar 2023) de stikstofemissie uit stallen 2.064,8 kg NH3/jaar en door verkeer 5,3 kg NOx/jaar. In het planvoornemen bedraagt de stikstofemissie uit stallen 7.077,7 kg NH3/jaar en door verkeer 10,5 kg NOx/jaar (zie berekening Aerius v2022 in Deel B - bijlage 7). (blz 99)
In paragraaf 6.2.4 van Plan-MER staat een verhelderende tabel met een overzicht van de toename van de stikstof depositie (uitstoot) bij toekenning van het beoogde plan vergeleken met de huidige situatie. De tabel geeft de toename, gemiddeld factor drie, weer voor de Natura2000 gebieden. (blz 100, tabel 12)
Maar die gemiddelde toename van de neerslag zal na de beoogde uitbreiding ook buiten de Natura2000 gebieden in de omgeving en in de gemeente Peel en Maas en zeker in de nabijgelegen kern Egchel neerslaan. De hoeveelheid neerslag van stikstof en ammoniak zal na
uitbreiding in
Egchel
x zoveel
worden.
5. Geur
Voor de kern Egchel is vastgelegd dat bij de beoogde gebiedsontwikkeling in het (voormalige) LOG de leefbaarheid in het dorp voorop staat en dat het woon- en leefklimaat minimaal gelijk moet blijven (peildatum is 22 december 2008): een milieukwaliteit van ‘redelijk goed’. De bestaande, vergunde situatie is bij vergunningverlening aan dit beleidsstandpunt getoetst en heeft volgens Plan_MER ten aanzien van de milieukwaliteit in de woonkern Egchel geen verslechtering ten gevolg t.0.v. de peildatum. (blz 110)
In het plan wordt voor Egchel voor geuremissie uitgegaan van de peildatum 2008, woon- en leefklimaat mag immers niet slechter worden dan het in 2008 was. Dat is 15 jaar geleden en sindsdien is veel meer bekend geworden over nadelige gevolgen van geuremissies als gevolg van uitstoot stikstof, ammoniak en fijnstof. Met veel ingewikkelde berekeningen en uitgaande van optimale toepassing van Best Beschikbare Techniek (BBT), optimale situering van emissiepuntparameters, gebruik van verticale uitstroomopeningen, verhoging van de uitstroomsnelheid, het inzetten van de
nieuwste generatie al dan niet biologische luchtwassers (waar veel kritiek op is) en door nog niet volledig gebruik te maken van de totale planruimte is het, volgens Plan-MER, mogelijk om voor de kern Egchel binnen de huidige geurnorm van 3 Ou/m3 te blijven. In tabel 14 (blz 110) worden van enkele adressen, waaronder aan de Jacobusstraat in Egchel, de huidige (berekende) belasting geur benoemd, die is respectievelijk 1,2 en 1,3 Ou. De norm is 3 Ou en volgens het totale planvoornemen wordt dat bij uitbreiding 2,6 en 2,9 Ou. Wanneer het plan beperkt wordt uitgevoerd is dat voor de adressen aan de Jacobusstraat 2,3 en 2,5 Ou.
Hoewel de “voorgrondbelasting geur in de woonkern Egchel wel toeneermt, maar onder de geldende geurnormen blijft’ (blz 110), zal de geurbelasting oftewel stank toenemen met een factor twee, dus 2x zoveel geuroverlast of stank.
6. Gezondheid
Hoofdstuk 6.6 van b.NL.IMRO.1894.BPL0287-ONO1_tbl.pdf gaat specifiek over gezondheid.
Er wordt in Plan-MER wel erkend dat de uitstoot van stikstof en fijnstof schadelijk kan zijn voor de gezondheid maar dat het niet altijd duidelijk is, volgens de opsteller van Plan-MER, wat bron is van
genoemde emissies. Ook is niet goed aantoonbaar of bijvoorbeeld (long)kanker een direct gevolg is van emissies van (intensieve) veehouderijen. Wat opvalt is dat gezondheidsrisico’s dus wel worden benoemd en ook dat in verschillende passages wordt benadrukt dat er nog veel vragen zijn over de relatie tussen veehouderijen en de gezondheid
van omwonenden (blz 136) of dat meer onderzoek nodig is en dat ten aanzien van effecten van veehouderij op de gezondheid er nog kennishiaten zijn. (blz 142) Er wordt verwezen naar onderzoeken van onder andere de GGD. Maar het recente rapport van GGD Limburg Noord en Limburg Zuid, Luchtkwaliteit en gezondheid in Limburg van november 2022
wordt niet benoemd. De uitstoot van fijn stof door de sector landbouw, specifiek PM10, is volgens dit onderzoek van de GGD in de regio Midden Limburg de grootste bron van uitstoot. In dat rapport wordt geadviseerd om uit te gaan van bronbeleid: minder dieren geven minder uitstoot. (blz 38)
Vragen en Conclusies Op onderdelen is het Plan-MER b.NL.IMRO.1894.BPL0287-ON01_tbl.pdf niet volledig. *
Zois er geen nulmeting wat betreft flora en fauna.
*
Het Landschapsplan, onderdeel van Plan-MER, geeft geen informatie over het effect van de uitstoot fijnstof en stikstof op de geplande aanplant van flora.
*
De conclusie dat Het planvoornemen zorgt voor een kwaliteitsverbetering vanwege de nieuwe groenstructuren en landschappelijke inpassing.… Dit heeft een positief effect op de ecologische waarde en de biodiversiteit binnen het plangebied. (blz 172) kan door ontbreken van een nulmeting en het niet meenemen van de gevolgen van (nieuwe) emissies op geplande aanplant niet worden waargemaakt.
Het Plan-MER heeft voor de onderdelen fijnstof, stikstof en geur veel tekst nodig om te betogen dat de uitstoot, ter geruststelling van de bewoners van de gemeente Peel en Maas, binnen de wettelijke norm blijft. Uiteindelijk is de conclusie wel dat de uitstoot van stikstof en van fijnstof toeneemt met een factor 3, 3x zoveel als de huidige uitstoot. De geuremissie verdubbelt voor de kern Egchel. Vraag: voldoet de uitstoot die bij de beoogde uitbreiding fors zal toenemen aan de doelstellingen (verbeteren van de luchtkwaliteit) van het ook door de gemeente Peel en Maas getekende Schone Lucht Akkoord?
In zekere zin is het terecht dat in het hoofdstuk gezondheid ( b.NL.IMRO.1894.BPL0287ONO1_tb1.pdf, vanaf blz 134) wordt opgemerkt dat veel nog onzeker is. Vraag:
In het Plan-MER wordt geen rekening gehouden met het voorzorg principe (het
onder omstandigheden van (en niettegenstaande) wetenschappelijke onzekerheid treffen van zodanige maatregelen dat (onomkeerbare) schade aan mens en milieu wordt voorkomen). Bron: https://magazines.rijksoverheid.nl/ienw/veiligheid-en-risicos/2017/03/voorzorg. Het onderzoek naar de gevolgen van het stapelen van emissies over langere tijd en de mogelijke gevolgen voor het milieu en de gezondheid is pas redelijk recent in volle aandacht gekomen. Zie ook opmerkingen bij 5/ voorgaand over peildatum 2008 en sindsdien toegenomen kennis. Zou bij de besluitvorming over dit bestemmingsplan waar zoveel (politieke) discussie over is (zowel landelijk als lokaal) en waarbij de gezondheid van de burgers in het geding is niet nadrukkelijk ook rekening moet worden gehouden met het voorzorg principe?
De uitstoot van stikstof en fijnstof zal door de beoogde uitbreiding aanzienlijk toenemen. De geur, veel bewoners spreken van stank, zal verdubbelen. Het in het Plan-MER niet
genoemde rapport van de GGD over gevolgen voor de volksgezondheid in Limburg geeft een verontrustend beeld van de gevolgen van luchtverontreiniging, met name door de sector landbouw.
De GGD adviseert in haar eerder genoemde rapport om gezondheid expliciet mee te laten wegen en voegt daar aan toe: Ook de beperking van de uitstoot uit de landbouw leidt tot verbetering van de luchtkwaliteit. Door beperking van de ammoniakuitstoot worden de fijn stof concentraties lager (zie ook paragraaf 1.2 en 4.3), wat leidt tot gezondheidswinst. De GGD pleit ervoor om bij de aanpak van stikstofbronnen naar zowel natuur als gezondheid te kijken, zodat niet alleen de stikstofdepositie in natuurgebieden omlaag gaat, maar de luchtkwaliteit ook op andere plekken verbetert. (rapport GGD blz 40) Tot slot. Gezien de uitkomst van Plan-MER, aanzienlijk meer uitstoot van kwalijke stoffen en toename van geur/stank en het belang van de volksgezondheid, lijkt mij afwijzing en dus afkeuren van het bestemmingsplan Plan-MER De Horsten b.NL.IMRO.1894.BPL0287ON01_tb1.pd, ook gezien het voorzorg principe, een logische beslissing.
Zienswijze 9
Gemeenteraad
Peel en Maas.
Egchel, 7 oktober 2023
Betreft : Zienswijze Ontwerpbestemmingsplan De Horsten Egchel en ontwerp Plan-MER
Geachte raad, N.a. bovengenoemd ontwerp bestemmingsplan en het ontwerp Plan-MER gelieve U onderstaand mijn zienswijze aan te treffen. Het i onbegrijpelijk en aan niemand uit te leggen dat er anno 2023 nog steeds uitbreidingen van de intensieve veehouderij worden aangevraagd en blijkbaar nog steeds mogelijk zijn. De overheid besteedt en gaat tientallen miljarden euro's belastinggeld besteden om het leefklimaat te verbeteren en de gezondheidsrisico's te minimaliseren. De intensieve veehouderij met alle denkbare soorten schadelijke emissies is zeer nadelig is voor het leefklimaat, is desastreus voor de natuur en brengt grote gezondheidsrisico's voor mens en dier met zich mee. Onlangs sprak Minister Adema zich duidelijk uit dat het zeer onwenselijk is dat er nog steeds uitbreidingen zijn met intensieve veehouderij bedrijven. Hij stelde zelfs dat dit type landbouw niet meer bij Nederland past. Deze feiten alleen al zouden meer dan voldoende moeten zijn om het bestemmingsplan De Horsten Egchel niet goed te keuren en daardoor iedere uitbreiding te voorkomen. Onlangs heeft de gemeenteraad van Nederweert aangekondigd over te gaan naar een grondige aanpak om de slechte luchtkwaliteit te verbeteren en de uitstoot van fijnstof terug te brengen.
Dat de depositie van verontreinigende stoffen alle grenzen te buiten gaat in gebieden met intensieve veehouderij is onlangs gepubliceerd door de Universiteit van Amsterdam in een rapport waarin zij gebruik hebben gemaakt van een rekenmodel van de RIVM. Duidelijk zichtbaar is dat er boven oost Brabant en Noord Limburg, ook boven Egchel, een deken hangt van schadelijke stoffen di zijn uitgestoten m.n. door de intensieve veehouderij. Dit moet gestopt worden. De fijnstof is in ons leefklimaat al significant hoger dan de norm die de WHO voorstelt. Binnen zeer nabije afstand < 1 km van De Horsten bevinden zich een tweetal rundvee bedrijven die worden gerund door jonge ondernemers. Beiden hebben enkele jaren geleden flinke investeringen gedaan in hun bedrijf. O.b.v. de tot nu toe bekende cijfers, die gerelateerd zijn aan de nabijheid van < 10 km van de twee Natura 2000 gebieden De Peel en Leudal, zouden deze bedrijven het aantal dieren met ongeveer de helft moeten verminderen. Hoe demotiverend, schrijnend, pijnlijk, onbegrijpelijk en niet uit te leggen is het voor deze ondernemers dat zij moeten reduceren tot een vrijwel onrendabel bedrijf terwijl op zichtafstand nieuwe varkensstallen zouden gaan verschijnen. Dit kan en mag gewoon niet gebeuren.
In het artikel in Dagblad De Limburger van wethouder Wanten op 9 september 2023 worden getallen gebruikt die tenderen dat er geen problemen zijn om het LOG uit te breiden met IV's. Dit artikel probeert zand in de ogen te strooien met technische, formele en nauwelijks te doorgronden argumenten. We weten immers allemaal hoe omstreden en achterhaald de gebruikte meetmethoden vaak zijn. De door de wethouder gebruikte rekenmodellen zijn afkomstig van Staatsbosbeheer en stammen uit 1981. Het zou al heel vreemd zijn dat zo’n rekenmodel na ruim 40 jaar nog steeds actueel is en gebruikt kan worden om IV uitbreidingen te rechtvaardigen. De fijnstof in ons leefklimaat is al hoger dan de norm van de Wereld Gezondheidsorganisatie. Het oppervlaktewater voldoet bij lange na niet aan de EU-richtlijnen. Om over stikstof maar te zwijgen.. Behalve voornoemde algemene en voor vrijwel iedereen logische reden waarom dit plan moet worden afgewezen zijn er nog diverse individuele redenen om tot definitieve afwijzing over te gaan. Er zijn nog talloze onzekerheden m.b.t. waardes van emissies waarmee gerekend wordt. Verschillende waardes zijn gebaseerd op theoretische rekenmodellen en niet op werkelijk gemeten emissies. Overheden verschuilen zich achter achterhaalde normen. Te noemen zijn 0.a - _ De uitstoot van fijnstof.
Er vinden nog geen metingen plaats van de werkelijke hoeveelheden fijnstof die in Egchel neerdwarrelt. Onlangs heeft een initiatief van de gemeentes Venray, Horst aan de Maas en Peel en Maas ertoe geleid dat er fijnstofmeters worden geplaatst in deze drie gemeentes. In Egchel zijn of worden twee fijnstofmeters geplaatst in de Jacobusstraat en in de Muldersweg. Resultaten van de metingen zijn er uiteraard nog niet. Dit betekent dat de in de berekeningen opgenomen uitstoot slechts theorie is en geen werkelijkheid. - _ In de uitzending van Pointer van 21 september 2023 werd wederom bewezen en door professionals wetenschappelijk vastgesteld dat het effect van emissie arme stallen nihil is op de vermindering van de schadelijke emissies. Als dit voor rundveestallen geldt dan is dat ook van toepassing voor varkensstallen. - _ Zeer recent heeft de Raad van State negen natuurvergunningen in Overijssel afgewezen. Reden is dat niet bewezen kan worden dat de emissiearme stalsystemen voor pluimvee en varkens geen schade aan de natuur veroorzaken. - _ Mogelijk overlast door geur wordt nog steeds berekend aan de hand theoretische rekenmodellen. Er vindt geen daadwerkelijke meting plaats. Feit is dat we nu al in Egchel zeer regelmatig sterke stank uit varkensstallen ruiken. Saillant en opvallend is dat dit vrijwel altijd buiten kantooruren is in de morgen- en avonduren.
- _ Luchtwassers zuiveren veel minder dan in de oorspronkelijke berekeningen van uit is
gegaan. Volgens metingen in Deurne is het zuiveren / wassen door luchtwassers veel minder dan helft effectief als waarvan bij de (her)berekeningen wordt uitgegaan. Gezien de steeds wisselende berekeningen dient er eerst 100% zekerheid te zijn over de daadwerkelijke effectiviteit van luchtwassers door metingen gedurende een langere periode. - _ Uitstoot en stankoverlast meten door de industrie is wettelijk geregeld. Voor de agrarische sector is dat niet het geval. Met zo’n grote concentratie van mega varkensstallen rond Egchel zullen niet alleen te meten emissies veel groter zijn dan elders maar ook de geur- en stank overlast. Bij het verlenen van vergunningen wordt alleen maar gekeken naar rekenmodellen en gemiddelde emissies. Er wordt geen rekening gehouden met de stankoverlast waar de omgeving en omwonenden daadwerkelijk mee te maken hebben.
Een voornemen in het plan is dat er arbeidsmigranten gehuisvest gaan worden bij de nieuw te bouwen stallen, Dit is een flagrante schending van de rechten van de mens (art. 8 EVRM). Waar door de overheid initiatieven worden genomen om overlast gevende bedrijven zoals de intensieve veehouderij zover mogelijk van de “bewoonde wereld” te houden worden arbeidsmigranten 24/7 bloot gesteld aan ondraaglijke stank en alle schadelijke emissies omdat ze tussen de varkensstallen moeten wonen. Dit kan niet en is een vorm van discriminatie : arbeidsmigranten wel maar de Nederlander hoeft niet in de stank en slechte lucht te wonen.
De natuurvergunning die verleend is door de provincie Limburg op 20 augustus 2020 is 0.3. gebaseerd op het per saldo niet toenemen van de stikstofneerslag omdat vergunningen rond de Peel waren ingetrokken. Dit heeft echter wel tot gevolg dat we een concentratie van uitstoot en neerslag krijgen in Egchel terwijl dat elders rond de Peel minder wordt. Het kan niet zo zijn dat het goede nieuws van minder emissies voor andere plaatsen rond de Peel leidt tot ontoelaatbare hogere emissies in Egchel. Dit benadeelt ernstig de leefbaarheid in ons dorp en zal leiden tot verhoging van gezondheid risico's. Hetzelfde geldt voor de elders in Nederland gekochte emissierechten. Een vermindering van schadelijke emissies in andere plaatsen in Nederland mag niet leiden tot door de concentratie significante grotere schadelijke emissies in Egchel. De Raad van State heeft een streep gehaald door natuurvergunningen van drie veehouders met een emissiearme stal. Dit betreft rundveestallen. Inmiddels lopen er in ons land soortgelijke gedingen betreffende vergunningen voor varkensstallen en pluimveestallen. Gezien het vernietigen van de vergunningen voor rundveestallen s het aannemelijk dat dit ook gaat gebeuren voor varkensstallen en pluimveestallen. Het bewijs is zeer recent geleverd door het weigeren door de Raad van State van 9 natuurvergunningen in Overijssel.
Landelijke milieu organisaties hebben gerechtelijke procedures in gang gezet om oude nog niet gerealiseerde natuurvergunningen te vernietigen. Hoewel deze natuurvergunningen de titel “onherroepelijk” hebben wordt dit door landelijke milieu organisaties betwist omdat het overgrote deel van de basis waarop die natuurvergunningen zijn verleend inmiddels is achterhaald nog voordat de aanvrager van de natuurvergunning tot realisatie is overgegaan. Omdat dit ook van toepassing is voor De Horsten is het zeer goed mogelijk dat ook de natuurvergunning van 2015/2020 door de rechter ongeldig zal worden verklaard. Door nu geen goedkeuring te geven aan het voorstel voor het bestemmingsplan voorkomt U mogelijke ingewikkelde, tijdrovende, peperdure en ongewenste toekomstige ontwikkelingen. Overheid schiet tekort in het beschermen tegen geuroverlast door veehouderij. Dit i vastgesteld door de rechtbank in Den Haag op 14 september 2022. Er zal een schadevergoeding worden toegekend aan gedupeerden van de stankoverlast. De voorgenomen uitbreidingen met zoveel varkensstallen met tienduizenden varkens zal een forse toename van de stankoverlast tot gevolg hebben. Het gevolg zal zijn dat er schadeclaims zullen worden ingediend die veel tijd, geld en ongenoegen gaan kosten bij alle betrokkenen.
De Raad van State heeft op 2 november 2022 uitgesproken dat de bouwrijstelling niet mag worden gebruikt. Dit is uiteraard ook van toepassing als er nieuwe varkensstallen zouden worden gebouwd.
Op basis van de hiervoor genoemde argumenten en onzekerheden rondom de onderhavige plannen om zo fors uit te breiden kan het m.i. niet anders zijn dan dat geen vergunning kan worden verleend. Ik verzoek U conform te gaan beslissen.
Vriendelijke groeten,
Zienswijze 10
Aan gemeenteraad en college van B&W van Peel en Maas
Zienswijze op ontwerp bestemmingsplan en plan-MER veehouderij De Horsten
Geachte raad en college,
Graag bieden wij, veelal inwoners van Peel en Maas (zie onderaan voor de namen), onze zienswijze aan op het ontwerp bestemmingsplan en de plan-MER inzake de
uitbreiding van varkenshauderij_r'n Egchel. Wij rekenen erop dat u onze bezwaren ter harte neemt. Niet alles wat kan,
moet je ook willen
In Egchel woedt een strijd om de kwaliteit van leven voor inwoners, natuur en het nog ongeboren leven van dieren in de bio-industrie dat na pakweg een half jaar wordt opgeofferd op het altaar van de vrije markt. De Egchelse Heide druipt van het bloed dat jaar in jaar uit wordt verspild ten behoeve van de export van goedkoop vlees naar andere landen. Bestuurders hebben de neiging om zich te verschuilen achter procedures en regels. Natuurvergunningen voor intensieve veehouderijen worden verleend omdat de huidige regels dat nog toestaan. Dit terwijl toch elk weldenkend mens zal begrijpen dat deze gang van zaken om meerdere redenen verwerpelijk is. Lokale bestuurders zijn aangesteld als volksvertegenwoordigers van hun gemeente. Zij moeten het welzijn en de belangen van alle inwoners bewaken en besluiten afwegen tegen het algemeen belang. Dit dreigt goed mis te gaan in de gemeente Peel en Maas: het belang van één ondernemer dreigt
zwaarder te wegen dan het belang van de rest van de gemeente.
Het is niet zo dat het lokale bestuur
niet anders
kan dan
instemmen
met de nu betwiste
uitbreidingsplannen van een varkensfokker. Integendeel zelfs: de Raad van State zegt hierover dat bij de vaststelling van een bestemmingsplan de raad beleidsvrijheid heeft om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad kan dus gewoon tegenstemmen omdat men een bepaalde ontwikkeling simpelweg niet meer wil hebben in hun gemeente. Voor het gebied dat met LOG Egchelheide wordt aangeduid bestaat ook nog geen overkoepelend plan dat intensieve veehouderij daar mogelijk maakt. De intentie daartoe is in 2015 door de Raad van State afgeschoten. De lokale bevolking, maar in groter verband speelt dit natuurlijk in heel Nederland, blijft achter met een economisch rendement bestaande uit stank, vervuiling en een ongekende hoeveelheid stront. Dat heeft weer een impact op de kwaliteit van het milieu: vervuiling van grond, water en lucht.
De redding van de planeet hangt natuurlijk niet af van het wel of niet doorgaan van de betwiste
uitbreiding met 25.000 varkens in Egchel. Maar het is niet te ontkennen (wetenschappelijke onderzoeken genoeg die dit onderbouwen) dat de totale intensieve veehouderij een wel zeer grote impact heeft op onze leefomgeving.
Elke marginale uitbreiding binnen de intensieve veehouderij draagt zijn steentje bij in de verwoesting van onze biosfeer. De kosten van verwoesting komen op het bordje van de gemeenschap en haar nakomelingen en niet op dat van de vervuiler.
De in 1995 overleden
v
n =ndbouwminister in de jaren vijftig, was de aanjager
van productiviteitsverbetering en schaalvergroting in de landbouw: Later, na het groeien van de boter- en vleesbergen, en bij het aanschouwen van de kaalslag in het landschap en de schade aan het milieu die de grootschalige, monotone, industriële landbouw had aangericht, had hij spijt. Zijn ooit zo begrijpelijke droom de landbouw efficiënter en productiever te maken, was in een nachtmerrie ontaard. Onze dolgedraaide productie put de planeet uit (De Correspondent, 3-92014). Nederland is de grootste vleesexporteur van de EU. Meer dan de helft van het geproduceerde vlees gaat naar het buitenland. De vleessector draagt voor 1,1% bij aan het bnp, vertegenwoordigt 4,4% van de totale export aan goederen en levert 1,4% van de werkgelegenheid in Nederland. (CBS 2020) Het feit dat Nederland deze productie levert in een land ter grootte van een postzegel, geeft natuurlijk een enorme druk op het milieu. Of de geringe bijdrage aan bnp en werkgelegenheid al die milieuschade waard is, is een vraag die door overheden beantwoord dient te worden. Dat kan niet afgeschoven worden op de gemakkelijk te beïnvloeden consument. We zitten nu dan ook niet voor niets in een stikstofcrisis. Watje daar ook van vindt: was er geen intensieve veehouderij dan was er ook geen stikstofcrisis in deze mate. De crisis is niet veroorzaakt door milieuactivisten.
Zijzijn juist degenen die de overheden aansprakelijk stellen voor het niet naleven van gemaakte afspraken. Vorige kabinetten hebben niets gedaan om de crisis af te wenden. Sterker nog: met het aantreden van het eerste kabinet Rutte werd de bijl gezet aan de wortels van een gezond natuurbeleid. Nota bene onder leiding van de (destijds) CDA'er|
B e
e natuurbeleid in Nederland om zeep geholpen. Rentmeesterschap betekende
kennelijk voor de christendemocraten iets heel anders: geen verzorging en instandhouding, maar uitbuiting en vernietiging voor geldelijk gewin. Dat laatste is nog steeds het spoor waar de vleesfokkers op zitten als het om de natuur gaat. Zij hebben geen boodschap aan de natuur, aan onze biosfeer en kennelijk ook niet aan hun eigen kinderen. Daarnaast zorgt deze vleesindustrie ook voor een forse bijdrage in de hoeveelheid fijnstof die we dagelijks met zijn allen opsnuiven. Je ziet het niet, je ruikt het niet en dus bestaat het niet voor veel probleemontkenners. Metingen geven onweerlegbaar aan dat we hier in een luchtklimaat leven die de WHO aanbevolen fijnstoflimieten overschrijdt. Nederlands onderzoek (Fischer, 20153) laat zien dat door langdurige blootstelling aan PM10 fijnstof de verwachting van de levensduur van Nederlanders van 30jaar en ouder gemiddeld met ongeveer 9 maanden verkort wordt, aldus het RIVM.
Dit weten
we dus al sinds 2015.
De waterkwaliteit in Nederland is de slechtste van alle EU-lidstaten; maar één procent van onze wateren verdient het predicaat 'goed’. Grondwater en oppervlaktewater, zoals rivieren, kanalen, beken en meren, bevatten al jaren te veel meststoffen als nitraat en fosfaat en restanten van bijvoorbeeld bestrijdingsmiddelen. De kans is dan ook klein dat we tijdig voldoen aan de Europese Kaderrichtlijn Water per 2027 (WUR 2-1-2023). De volgende crisis kondigt zich hier al aan: de watercrisis. LTO en andere agrolobbies kunnen zich al gaan voorbereiden in het bedenken van argumenten om die deadline te gaan verschuiven naar achter. Hoe vertalen we dit allemaal naar de plattelandsgemeente Peel en Maas? |s het terecht dat een varkensfokker nu de dupe wordt van veel aandacht rond de aard van zijn bedrijfsvoering?
Kan de gemeente überhaupt een bijdrage leveren aan de oplossing van de hierboven beschreven problematiek? Het antwoord is ja, en wel om diverse redenen. Krimp van de veestapel draagt bij aan de oplossing van de volgende problemen: -
Te hoge uitstoot ammoniak
-
Te veel fijnstof in de lucht
-
Te veel stank in de buitenlucht
-
Vervuiling van oppervlakte- en grondwater Te hoog risico op infectieziekten
-
Te veel dierenleed
-
De onvoorstelbaar grote slachtpartijen onder het vee
-
Medeverantwoordelijkheid aan de vernietiging van regenwouden (soja-teelt)
-
Te veel akkerland dat voor veevoer en niet voor mensenvoer wordt ingezet
-
Verlies aan biodiversiteit
-
Opwarming van de aarde (klimaatcrisis)
Krimp van de veestapel heeft de volgende twee, beperkte nadelen: -
Een ondernemer verliest mogelijk zijn bedrijf Een marginale terugloop van het BNP
Al met al vinden wij als burgers van Peel en Maas onverteerbaar vanwege de volgende punten:
de uitbreidingsplannen van deze varkenshouder
rage aan welvaai De gemeente Peel en Maas wil een bijdrage leveren aan een duurzame toekomst voor intensieve veehouderijen. Waarom zouden we dat willen? Het economisch belang en de geleverde werkgelegenheid in de landbouw is al jaren op zijn retour. Liever investeren in werkelijk duurzame en toekomstbestendige varianten. De landbouw is in Peel en Maas goed voor 15,5% van de werkgelegenheid in 2021. In 2001 was dat nog 22,5%. De collectieve en zakelijke dienstverlening zijn de groeisectoren in de gemeente. Is de landbouw daarmee onbelangrijk geworden? Natuurlijk niet, maar de werkgelegenheid die via ivbedrijven wordt geleverd is gering. In 2022 telde Peel en Maas 390 landbouwbedrijven waaronder 36 varkensfokkers. Tuinbouw en akkerbouw zijn veel arbeidsintensiever dan veefokkerijen. Het verdwijnen van de totale intensieve veehouderij zal niet leiden tot een significante toename van het aantal werklozen in de gemeente. In welke mate draagt het bevorderen van de intensieve veehouderij in de gemeente dan wél bij aan welvaart en welzijn van haar inwoners? Is het enkel het goedkope vlees? Het alternatief van met meer respect voor dierenwelzijn geproduceerd vlees i niet heel veel duurder. Als de balans wordt opgemaakt wordt voornamelijk de ondernemer er beter van. De milieuschade wentelt hij af op de inwoners van Peel en Maas.
Die blijven zitten met de vervuiling en lopen het risico geframed te worden als inwoners van een vieze gemeente: ‘pig city’. Hoe ontwikkelde zich de varkenshouderij in Peel en Maas in pakweg de laatste veertig jaar? Het gemiddelde aantal varkens in Peel en Maas bedroeg over de laatste 42 jaar ruim 263.000. In 2022 werden er ruim 247.000 geteld, dat was enkele duizenden méér dan het jaar ervoor. Met de nu geplande uitbreidingen erbij zitten we met 272.000 dieren alweer ruim boven dat 42jarig gemiddelde.
Van krimp is dus geen sprake, integendeel: het aantal varkens n Peel en Maas groeit weer enkele
jaren! (zie ook de tabel hieronder) Er heeft wel een gigantisch ‘slachting’ plaatsgevonden onder de aantallen varkensbedrijven. Van ruim 500 bedrijven in 1980 is dit teruggelopen naar 36 bedrijven in 2022. Omdat het aantal varkens redelijk constant is gebleven moet er wel een enorme schaalvergroting hebben plaatsgevonden: van gemiddeld 360 varkens per bedrijf in 1980 naar ruim 6.800 varkens per bedrijf in 2022.
Varkens
in Peel en Maas)
Bovenstaande grafiek bevatten cijfers van 1980 tot en met 2022 van het CBS. De cijfers voor 2024 laten de situatie zien bij uitbreiding met 25.000 ten opzichte van 2022. De provincie Limburg claimt miljarden uit de landelijke pot van 24,5 miljard om invulling te kunnen geven aan onder andere het uitkopen van veefokkers die willen stoppen. Allemaal van ons belastinggeld. Tot nog toe streeft de gemeente Peel en Maas niet actief naar krimp van de veestapel maar zoekt voornamelijk naar mogelijkheden om de vee-industrie zoveel mogelijk te faciliteren. Waar komt deze absurditeit vandaan? Belangenverstrengeling, gebrek aan durf, gebrek aan visie, domheid, heeft men het belang van de inwoners uit het o0g verloren? ? De raad van buurgemeente Nederweert is wel in staat gebleken om paal en perk te (willen) stellen aan verdere uitbreidingen van veehouderijen. Waarom zou dat n Peel en Maas niet kunnen? Dierenleed
Speciësisme, oftewel discriminatie op basis van soort, wil zeggen dat we sommige dieren op basis van hun soort anders behandelen dan andere dieren. Denk hierbij aan hoe we tegen katten en honden aankijken en hoe we vervolgens varkens, koeien en kippen behandelen.
Inmiddels is ruimschoots aangetoond dat ook dieren, en zeker zoogdieren als varkens, pijn kunnen ervaren en een zekere vorm van bewustzijn hebben. Dat wij deze dieren een dierwaardig bestaan ontzeggen door ze op te sluiten in concentratiekampen i immoreel en verwerpelijk. De aantallen slachtingen per jaar in Nederland zijn immens: ruim 2 miljoen runderen, ruim 16 miljoen varkens en ruim 575 miljoen vleeskuikens (CBS, Vleesproductie; aantal slachtingen per diersoort in 2020). Dit jaarlijkse bloedbad komt nog niet eens ‘ten goede’ van de binnenlandse voedselvoorziening, maar is grotendeels bedoeld voor de export en wordt enkel gedreven door geldzucht over de ruggen van dieren. Ook Remkes stelt dat in zones waar hoogproductieve landbouw mogelijk moet zijn (de rode zone), het niet de bedoeling is dat daar ‘het door velen gevreesde doembeeld van heel veel dieren, die nooit een weidegang beleven, in een stal waarin alle uitstoot afgevangen en opgezogen wordt’ ontstaat (Wat wel kan, Remkes, pag. 43-44, 5 oktober 2022).
Dierenwelzijn met betrekking tot intensieve veehouderijen is nauwelijks/niet in wetten vastgelegd. Met uitzondering de Wet Dieren, die regelt dat dieren in de veehouderij geen leed meer mogen ondervinden door de manier waarop ze worden gehouden. Deze wet is aangenomen in zowel 2° als 1° kamer, maar de minister van LNV weigert tot nu toe de wet in uitvoering te brengen, vanwege de verregaande consequenties die de wet kan hebben op de intensieve veehouderijen. Daarnaast is dierenwelzijn geen onderwerp met betrekking tot milieueffecten. Vandaar dat dit aspect in de plan-MER genegeerd wordt. Dieren blijven gereduceerd tot artikelen waarmee op dieronwaardige wijze mag worden omgesprongen. Maar dat neemt niet weg dat immoraliteiten benoemd
moeten worden. Zeker raadsleden
die zich christen
noemen
zouden
zich moeten
afvragen of dit soort ‘bedrijfsvoering’ niet in strijd is met wat God wil dat de mens doet met zijn schepping. Uitstoot van fijnstof
Wat fijnstofuitstoot betreft stelt men dat de PM2.5 uitstoot vanuit veehouderijen nauwelijks relevant is en dat daarom alleen naar PM10 wordt gekeken. De PM10 uitstoot verdriedubbelt voornamelijk in de nabijheid van de stallen zelf en veel minder in de verdere omgeving. De
toegestane EU-norm van 40 ug/m3 wordt weliswaar niet gehaald, maar de door de WHO voorgestelde norm van 15 ug/m3 wordt al overschreden in de huidige situatie. De GGD schrijft hierover dat ‘In de huidige wetgeving onvoldoende opgenomen [is] dat bij vergunningverlening rekening gehouden dient te worden met het cumulatieve effect als een gevoelige bestemming omgeven is/wordt door meerdere veehouderijen’ (brief GGD 20-10-2022, bijlage plan-MER,
Schone Lucht Akkoord). Zoals bekend mag worden verondersteld wordt Egchel omgeven met varkensfokkers en andere dierhouderijen. Elke marginale toename van de fijnstofuitstoot is een verslechtering van de leefomgeving, een verhoogde bedreiging voor de volksgezondheid en daarmee in strijd met het door gemeente omarmde Schone Lucht Akkoord.
Rutten
BV
Daarom is ook het plan van de varkensfokker om arbeidsmigranten bij het bedrijf te vestigen en hen zodoende voor langere tijd bloot te stellen aan verhoogde concentraties fijnstof, zeer afkeurenswaardig. Bij goedkeuring van deze plannen verzaakt de overheid zijn zorgplicht jegens haar inwoners.
De Grondwet van Nederland bevat onderstaande bepalingen: . Artikel 11: Ieder heeft, behoudens bij of krachtens de wet te stellen beperkingen, recht op onaantastbaarheid van zijn lichaam. Dit vertalen wij als: wij willen niet/zo weinig mogelijk geconfronteerd worden met een vervuild leefklimaat dat via mond, neus en huid ons lichaam binnendringt. . Artikel 21: De zorg van de overheid is gericht op de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu. Dit vertalen wij als: bij bescherming en verbetering van het leefmilieu passen geen besluiten die willens en wetens
dat leefmilieu verder verslechteren.
. Artikel 22 lid 1: De overheid treft maatregelen ter bevordering van de volksgezondheid. Dit vertalen wij als: de overheid dient maatregelen te treffen die de uitstoot van fijnstof, stank en dreigende risico's op zoönose beperken. De uitstoot van stikstof
Wat de stikstofuitstoot
betreft wordt er continue teruggegrepen op de al door de provincie
verleende natuurvergunningen. Er vindt bureaucratisch bekeken geen verslechtering in de stikstofuitstoot plaats omdat er uitstootruimte wordt ingezet die eerder door de ondernemer is gekocht van elders gestopte varkenshouderijen. Die rechten liggen dus op de plank.
Door het inzetten van die rechten zal de stikstofuitstoot in Egchel echter met een factor 3 (!) toenemen. Dat de stikstofneerslag per saldo (bij verdiscontering van de gekochte rechten) niet zal toenemen s alleen een boekhoudkundige realiteit. In de reële wereld werkt dat zo natuurlijk niet.
Een daadwerkelijke reductie van uitstoot vindt pas plaats bij een reductie van de veestapel en/of het niet meer
inzetten van
latente stikstofrechten.
De in de rekenmodellen gebruikte reductiefactoren voor uitstoot blijken in de praktijk bovendien niet haalbaar. Dit werd nog maar
eens keer bevestigd door een recente uitspraak van de Raad van
state van 4 oktober 2023 waarbij natuurvergunningen voor veehouderijen in de provincie Overijssel werden vernietigd. De Raad van State spreekt haar twijfel uit over de effectiviteit van emissiearme stallen voor melkvee, varkens en pluimvee. De geschetste situaties met betrekking tot stikstofuitstoot in het Egchelse uitbreidingsplan zijn veel te rooskleurig weergegeven. De stikstofneerslag op Natura2000-gebieden zal veel groter zijn.
De middels de luchtwassers gereduceerde hoeveelheden stikstof (in de vorm van ammoniak) zijn natuurlijk niet weg. Het zit opgelost in het spoelwater (spuiwater) en in de toegepaste filters. Het Kenniscentrum InfoMil stelt dat de concentraties n het water weliswaar laag zijn, maar de te verbruiken hoeveelheid water is dan ook enorm (waterverspilling). Het spuiwater wordt vaak gebruikt als meststof en weer uitgereden over het land waarmee de stikstof alsnog terecht komt in het milieu of wordt geloosd op een riool.
Bovenstaand plaatje geeft de situatie weer waar we nu in leven. De getoonde ammoniakdeken is onderdeel van de totale stikstofdeken boven Nederland. Het correleert perfect met de overvloedige aanwezigheid van veehouderijen in bepaalde delen van het Nederland. Willen we dat nu echt?
Met het uitkomen van het rapport stikstofdepositie van de UVA van 12 september 2023 is de conclusie te trekken dat de stikstof die uitgestoten wordt door een varkensfokker voor circa 10% neerslaat binnen een radius van 500 meter rond het bedrijf.
De overige 90% komt terecht n de ‘stikstofdeken’ en slaat neer buiten die radius, maar op deze afstand is een individuele boerderij niet langer aan te wijzen als de belangrijkste bron. De stikstof die dan neerslaat is afkomstig uit die ‘stikstofdeken’ die ontstaat door zowel agrarische als industriële bronnen. Een andere conclusie is dat de stikstofberekeningen zoals het RIVM ze maakt wel degelijk betrouwbaar zijn. M.a.w. de veehouderijis nog steeds verantwoordelijk voor een groot deel van die stikstofuitstoot. Deze is het best te beperken door krimp van de veestapel in Nederland.
De overheid dient haar rol als beschermer van het leefmilieu serieus te nemen en uit voorzorg niet in te stemmen met uitbreidingen van intensieve veehouderijen.
Geurbelasting Door het gebruik van een nieuwere versie geurberekeningsprogramma komen de opstellers van de plan-MER tot de conclusie dat de leefomgeving in Egchel feitelijk beter is dan in 2008 werd berekend. Er wordt geen noemenswaardige verslechtering verwacht. Ondanks een geringe verhoging van de achtergrond geurbelasting (deze is maatgevend voor de ervaring) zal de leefkwaliteit binnen de categorie ‘redelijk goed’ blijven vallen, zo staat te lezen in de plan-MER. In de berekeningen is overigens ook de mogelijke en reeds aangevraagde uitbreiding van de varkenshouderij aan de Rongvenweg 14 meegenomen. Alleen de woning op de Karissendijk 10 blijft problematisch voor de uitvoering van het gehele uitbreidingsplan van de ondernemer. Ook hier is gebruik gemaakt van rekenmodellen op basis van stalemissies. Daarnaast is er nog sprake van een benodigde mestbewerkingscapaciteit van 35.000 m3 per jaar. Dit kan tijdelijke pieken in emissie, geur en geluid opleveren. Ook de bereiding van voer op het terrein en de opslag ervan in silo's heeft zijn effecten op de geurbelasting. Al blijft de geurbelasting theoretisch nog onder de geurnorm van 3 OU, de uitbreiding zal hoe dan ook zorgen voor meer stankoverlast (immers meer dieren).
Op 14 september 2022 heeft de rechtbank Den Haag uitspraak gedaan over de schending van mensenrechten door stank ten gevolge van intensieve veehouderijen, daarbij aanhalend artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Een cumulatieve stankbelasting van meer dan 19.4 OU wordt daarbij als een onrechtmatige daad van de overheid gezien. Advocaat Nout Verbeek, die deze schending aanhangig heeft gemaakt bij de rechtbank, stelt zich op het standpunt dat ook bedrijfswoningen onder de bescherming van artikel 8 EVRM vallen. Ingevolge artikel 3, tweede lid, Wet geurhinder en veehouderij, worden bedrijfswoningen weliswaar niet beschermd met een geurnorm, maar met een afstandsnorm. Maar als een wettelijk voorschrift niet verenigbaar is met een hogere regeling, blijft het buiten toepassing. Daarmee valt ook de geplande woning voor arbeidsmigranten onder die bescherming van het EVRM. Wil de gemeenteraad nu willens en wetens een mensenrechtenschending begaan jegens arbeidsmigranten die toch al een zwakke positie bezetten? Zoönose