CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-062 07 Bijlage 4 bij Toelichting - MER bijlagen 27 juni 2023 (geanonimiseerd)

Raad 28 oktober 2025, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Vaststellen Bestemmingsplan De Horsten (2025-062)29.473 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

e _ Binnen een afstand van 5,00 meter, gemeten vanaf het zichtbare gedeelte van de mastfundatie, in alle richtingen, zal geen beplanting worden aangebracht e _ Ermag geen beplanting worden aangebracht die hoger kan groeien dan 4,00 meter. ° _ Rondom de mast moet een vlak vrijgehouden worden in verband met de uitvoering van onderhoudswerkzaamheden

van de

netbeheerder.

Indien de plannen meer vorm krijgen en er meer details bekend zijn adviseren wij de initiatiener de plannen ter beoordeling aan ons aan te bieden, dit kan via de mail: grondzaken@tennet.eu.

Hopende u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben,

Met vriendelijke groeten / Kind regards / Mit freundlichen GrüRen,

Advisor

GFO-N-RE-Asset Enviroment Management Aanwezig even weken: ma/di/wo/do Aanwezig oneven weken: diwo/do/vr TenneT

TSO

B.V

Copernicusstraat 6003

£2TenneT Handelsregister:

Amhem

Denk aan het milieu.

09155985

Print dit bericht alleen als het noodzakelijk is

DE

Weert

Postbus

718

6800 AS

Arnhem

Nederland

9

PÄDEROYEN c?)NNAER

Paas712008

Bijlage 3: Verklarende woordenlijst Achtergronddepositie (stikstof}

Dit is de depositiewaarde die er is zonder de ontwikkelingen uit het plan. Het gaat hierbij om de hoeveelheid stikstof veroorzaakt door onder meer landbouw, industrie en autoverkeer.

Achtergrondbelasting (geur)

Dit is de totale hoeveelheid geur in het gebied (in odour units per m3 lucht) afkomstig uit stallen waar dieren gehouden worden waarvoor geuremissiefactoren zijn vastgesteld.

Achtergrondconcentratie (fijn

Dit is de totale concentratie fijn stof in het gebied, zonderde

stof]

ontwikkelingen van het plan (in ug per m3 lucht) veroorzaakt door onder meer de landbouw, industrie en verkeer.

Alternatief

Eén van de mogelijke oplossingen om de doelstellingen te bereiken.

Archeologie

Wetenschap die een bepaalde cultuur of samenlevingsvorm in een bepaalde periode in het verleden tracht te doorgronden via bodemvondsten en andere (stoffelijke) overblijfselen.

Archeologische verwachting

Dit zijn gebieden met potentiële archeologische waarden (op basis van archeologische verwachtingskaart).

Autonome ontwikkeling

De ontwikkeling van het milieu en andere factoren als de voorgenomen activiteit niet wordt uitgevoerd; het betreft

alleen die ontwikkelingen die kunnen worden afgeleid uit vastgesteld beleid.

Bestemmingsplan

Gemeentelijk plan met voorschriften, betreffende de bestemming van een bepaald terrein.

Bestemmingsvlak

Geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

Bevoegd gezag

De overheidsinstantie die bevoegd is (het m.e.r.-plichtige)

besluit te nemen (en die de m.e.r.-procedure organiseert). Bouwvlak

Geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid,

waar ingevolge het planologisch regiem gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. Commissie voor de m.e.r. (Cmer)

Onafhankelijke commissie die het Bevoegd Gezag adviseert over richtlijnen voor de inhoud van het MER en de beoordeling van de kwaliteit van het MER.

Pz18712.008

Cultuurhistorie

De geschiedenis van de beschaving. In drie wetenschappelijke

velden; historische geografie, bouwhistorie en archeologie. Cumulatie / cumulatief effect

Optelsom van effecten

Dierenverblijf

Gebouw voor het houden van landbouwhuisdieren, inclusief de daartoe behorende voorzieningen.

Decibel (dB(A))

Eenheid van geluiddrukniveau. De toevoeging A duidt erop dat een frequentie-afhankelijke correctie is toegepast in

verband met gevoeligheid van het menselijk gehoor. Ecologische verbindingszone

Groenzones die een netwerk vormen ter bevordering van de

(EVZ)

migratie van bepaalde doelsoorten.

Endotoxine

Dode celwandresten van bacteriën die zich via stofdeeltjes

kunnen verspreiden in de omgeving en gezondheidsklachten kunnen veroorzaken.

Expert-judgement

Inschatting van één of meerdere deskundige(n) op grond van kennis en ervaring.

Gemengd landelijk gebied

Multifunctionele gebruiksruimte, gelegen buiten bestaand stedelijk gebied, buiten het Natuur Netwerk Brabant en buiten de groenblauwe mantel.

Groenblauwe mantel

De groenblauwe mantel vormt het gebied tussen het kerngebied groenblauw, het agrarisch gebied en het stedelijk

gebied. De groenblauwe mantel bestaat uit multifunctioneel landelijk gebied met grondgebonden landbouw en het Natuurnetwerk. Het beleid binnen de groenblauwe mantel is

gericht op het behoud en ontwikkeling van natuur, watersysteem en landschap. Natuurnetwerk Nederland (NNN)

Natuurnetwerk Brabant (NNB)

Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een stelsel van

natuurgebieden, natuurontwikkelingsgebieden en verbindende

zones in Nederland

om

de duurzaamheid van

ecologische waarden te versterken. Het NNB is het Brabantse deel van het NNN, aangewezen door de provincie NoordBrabant.

Emissie

Hoeveelheden stoffen of geluid die door bronnen in het milieu worden gebracht.

Flora en fauna

Verzameling van plantensoorten en diersoorten die in een gebied worden aangetroffen.

PÂDEROYEN c?)NNAER Geomorfologie

Paas712008

'Wetenschap die de natuurlijke vorm van het landschap

bestudeert, zoals die ontstaan is door geologische processen en eventueel beïnvloed is door menselijk handelen.

Gevoelige bestemming

Bestemmingen die tegen hinder beschermd moeten worden en waar getoetst wordt in het kader van zonering.

Grondgebonden veehouderij

Alle veehouderijen niet zijnde intensieve veehouderij: Veehouderij waarvan het voer en de mest voor het overgrote deel gewonnen respectievelijk aangewend worden op

gronden die in gebruik zijn van de veehouderij en die in de directe omgeving liggen van de bedrijfslocatie (m.n. melkrundvee, zoogkoeien, schapen en paarden).

Initiatiefnemer

De rechtspersoon die (de m.e.r.-plichtige activiteit) wil ondernemen.

Instandhoudingsdoelstellingen

Instandhoudingsdoelstellingen moeten vastgesteld worden in de aanwijzingsbesluiten van de Vogelrichtlijngebieden en

Habitatrichtlijngebieden. Deze doelen geven aan voor welke natuurwaarden het gebied belangrijk is en voor hoeveel natuurwaarden er geschikt habitat beschikbaar moet zijn in dat gebied. Intensieve veehouderijen

Niet grondgebonden veehouderij

(m.n. varkens, pluimvee, kalveren). Kritische depositiewaarde

Dit is de hoeveelheid stikstofdepositie die een ecosysteem

kan verdragen zonder schade te ondervinden. Landschappelijke waarden

Gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde van

het landschap, gericht op ruimtelijke, ecologische, cultuurhistorische en recreatieve aspecten. me.r.

Milieueffectrapportage, de procedure.

MER

Milieueffectrapport, het document

Mestverwerking

De toepassing van basistechnieken of combinaties daarvan met als doel de aard, samenstelling of hoedanigheid van dierlijke mest te wijzigen, zoals droging, bezinking,

(covergisting, scheiding, hygiënisatie, of indamping van mest.

Mestverwerkingscapaciteit

De hoeveelheid dierlijke mest die een installatie kan

verwerken (overwegend uitgedrukt in m3/jaar of ton/dag).

Pz18712.008

Mitigeren

Verzachten, matigen of verlichten van de negatieve gevolgen

(milieueffecten) van een ingreep. Natura2000

Europees Netwerk van beschermde natuurgebieden.

Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD)

van het Milieueffectrapport en beschrijft de

Dient als bekendmaking van het voornemen tot het opstellen kaders/detailniveau voor het milieuonderzoek.

NOx/NO2

Passende beoordeling

Stikstofoxiden / Stikstofdioxide

Een beoordeling die moet worden opgesteld t.b.v. de vergunningverlening binnen de Wet Natuurbescherming,

indien significante effecten niet uitgesloten kunnen worden. Plangebied

Het gebied waarin de voorgenomen activiteit wordt ondernomen.

PM10 / PM2,5

ijn stof / zeer fijn stof met deeltjes met een aerodynamische diameter kleiner dan 10 / 2,5 micrometer.

Referentiesituatie

De situatie in het plangebied wanneer enkel de autonome

ontwikkelingen en niet de voorgenomen activiteiten plaatsvinden. Ten opzichte van de referentiesituatie worden de effecten van de voorgenomen activiteiten en scenario's / alternatieven beoordeeld.

Ruimtelijke ontwikkeling

Bouwactiviteiten en planologische gebruiksactiviteiten

waarvoor een wijziging van het planologisch regime nodig is. Scenario's

Beschrijving van mogelijke toekomstige effecten ten gevolge van het plan (trendmatig en worstcase).

Significant (negatief) effect

Effecten die als gevolg hebben dat

instandhoudingsdoelstellingen van Natura2000-gebieden niet worden gehaald. Stikstofdepositie

Vermestende depositie; de hoeveelheid stikstofhoudende

verbindingen (stikstofoxiden, ammoniakale stikstof) vanuit de atmosfeer naar de bodem via droge (stof) of natte (regen) depositie. Studiegebied

Gebied waarbinnen relevante effecten op kunnen treden

veroorzaakt door de ingreep.

E Toetsingsadvies

Paas712008

Advies van de Commissie voor de m.e.r. waarin

deze het MER

beoordeelt op de aanwezigheid van essentiële informatie. ua/m3

Microgram per kubieke meter

Verkeersafwikkeling

Doorstroming en verwerking van verkeersstromen.

Waterberging

Het tijdelijk of langdurig opslaan van (regen)wateroverschotten uit de omgeving.

Waterkwaliteit

Chemische samenstelling van water.

Waterkwantiteit

Hoeveelheid

Watersysteem

Waterkringloop inclusief opgenomen stoffen vanaf het

water.

moment dat neerslag valt tot op het moment dat water uit het gebied wordt afgevoerd. Watertoets

Een instrument dat waterhuishoudkundige belangen laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten.

Wav-gebied

Gebieden die op grond van de Wet ammoniak en veehouderij

zijn aangewezen als zeer kwetsbare natuur. Zorgvuldige veehouderij

Veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder

andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.

Pz18712.008

Bijlage 4: Overzicht wet — en regelgeving Europees niveau

D

D

sss

Vogel- en

De Vogel- en Habitatrichtlijn zijn opgesteld

Zie Wet natuurbescherming

Habitatrichtlijn

om de biologische diversiteit in Europa in

(landelijk niveau)

stand te houden. In deze richtlijnen wordt

aangegeven welke planten en dieren en hun natuurlijke leefgebieden beschermd moeten worden door de lidstaten van de Europese

Unie. De gebieden die worden aangewezen als speciale beschermingszone worden ‘Natura 2000' genoemd. Samen moeten deze

gebieden uiteindelijk een Europees ecologisch netwerk vormen.

RIE-richtlijn

De Richtlijn Industriële Emissies (2010/75/EU) is een Europese richtlijn inzake de geïntegreerde preventie en bestrijding van

verontreinigingen. Bijlage 1 van deze richtlijn geeft aan wanneer sprake is van een IPPCinstallatie (= installatie voor industriële

1PPC-veehouderijen (pluimvee

en varkens) vallen onder de werkingssfeer van de RIErichtlijn.

activiteiten). Verdrag van Malta

Bescherming van archeologisch erfgoed

Vergravingen kunnen invloed hebben op het bodemarchief.

Bij bodemingrepen en ‘bouwwerkzaamheden

moet

rekening gehouden worden met

archeologische waarden. Kaderrichtlijn

Kwaliteitsverbetering oppervlakte- en

In dit MER zijn de effecten op

Water(KRW)

grondwater gericht op een goede

water beschreven. Waar

chemische en ecologische

relevant wordt een relatie

toestand.

gelegd met de waterfuncties

zoals geformuleerd door het waterschap en vastgesteld door de Provincie Noord-Brabant.

SMB-richtlijn ichtlijn

10

Richtlijn voor het milieueffectbeoordeling

voor plannen en programma's.

Richtlijn voor milieueffectbeoordeling van openbare en particuliere projecten.

In dit MER worden de gevolgen voor

het milieu van een

bestemmingsplan in beeld (PlanMER).

PO€DEROYEN c?NNAER

Paas712008

Landelijk niveau

Positie in plangebied Nationale

De NOVI is een instrument van de nieuwe

Het plangebied ligt niet in of

Omgevingsvisie (NOVIJ

Omgevingswet en is een structuurvisie onder

nabij een NOVI-gebied waarin

de bestaande WRO. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie

het rijk een nationaal belang heeft aangewezen. De NOVI

gelden als een omgevingsvisie. NOVI schetst

heeft geen rechtstreekse

de ambities voor de langere termijn (horizon 2050). Voor veehouderij en landelijk gebied

consequenties voor voorliggend plan.

zijn met name relevant: - _ Verbeteren kwaliteit van water, bodem

Het kaderstellende

en lucht t.b.v. gezondheidsbescherming. - _ Bij nieuwe bouw- en ontwikkelopgaven is

bestemmingsplan past binnen de ambities van het NOVI

natuurinclusieve ontwikkeling de norm.

veehouderij. Met de

- _ Duurzame kringlooplandbouw. - _ Landbouw, landschap en biodiversiteit

concretisering van de bedrijfsopzet in het

versterken elkaar.

voor

vergunningenspoor kan nadere

- _ Integrale duurzame stallen. - _ Intensieve landbouw op goed

invulling worden gegeven aan de benoemde

ambities zoals

aangesloten locaties, waar reststromen

integrale duurzame stallen. Dit

van de ene sector gebruikt worden als

is een

ondernemerskeuze.

grondstof voor de andere (meststoffen} en ketenbedrijven bij elkaar geplaatst zijn om onnodige transportbewegingen te voorkomen.

- _ Met weinig milieubelasting voedsel produceren met ruimte voor natuur,

wonen, landschap, bereikbaarheid en duurzame energie. Wet ruimtelijke ordening

De WRO regelt hoe ruimtelijke plannen in

De gemeente legt de

(WRO)

Nederland tot stand komen en gewijzigd

planologische mogelijkheden

worden. Zowel het Rijk, de provincie als de

concreet

gemeente hebben bevoegdheid om ruimtelijke plannen op te stellen.

bestemmingsplan. Door de het opnemen van milieunormen

vast in een

wordt de bescherming van het

okale milieu geborgd. Besluit ruimtelijke ordening

Het besluit is gericht op doorwerking van nationale belangen in bestemmingsplannen.

Het plangebied ligt niet in of nabij een gebied waarin het Rijk

Dit betreft onder meer het Nationale

een specifiek nationaal belang heeft aangewezen. Het Barro

Natuurnetwerk en Erfgoederen van uitzonderlijke waarde.

heeft geen consequenties voor

voorliggend plan. Crisis- en herstelwet

Het doel van de Crisis- en herstelwet

(Chw)

is het

len van de gevolgen van de

Het bestemmingsplan valt niet onder de werking van de Chw.

economische crisis. Door middel van de Chw moet

de economische

structuur worden

versterkt, zodat Nederland sneller en sterker uit de recessie komt.

m

Pz18712.008

Wet natuurbescherming (Wnb)

De Wnb geeft uitvoering aan Europese Vogelen Habitatrichtlijn en heeft als doel gebieds-

Natuurgebieden en soorten (flora en fauna) kunnen

en soortenbescherming.

mogelijk beïnvloed worden

door de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt en beschermd zijn op grond van de

Wet natuurbescherming. Startnotitie Nationaal

In juni 2022 heeft het Rijk de startnotitie van

De gevolgen van de uitwerking

Programma Landelijk Gebied (NPLG)

het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) ind!. richtinggevende

van het NPLG

emissiereductiedoelen stikstof per gebied

zijn nog niet bekend. Gezien de

gedeeld. In oktober 2022 volgt een regionale

grote afstand tot Natura2000 gebieden, toepassing van BBT

uitwerking van de doelen natuur, water en klimaat. Het kabinet geeft hiermee richting

voor het

bestemmingsplan De Horsten

en de aanwezigheid van een

aan provincies en belanghebbenden om in de

toereikende, onherroepelijke

gebieden aan de slag te gaan en een oplossing te vinden voor het

natuurvergunning worden vooralsnog geen beperkingen

stikstofprobleem. In 2023 komt volgens

verwacht.

planning het NPLG beschikbaar.

De nieuwe, richtinggevende stikstofdoelen staan weergegeven op een kaart met globale

emissiereductiegebieden. Het kabinet is gekomen tot deze verdeling na een proces waarbij de provincies zijn geconsulteerd. Het

betreft een doorvertaling van de landelijke doelstelling van 74% van het areaal onder de Kritische Depositie Waarde (KDW) in 2030.

Wet geurhinder en veehouderij (Wgv)

vormt het landelijk toetsingskader

Geurgevoelige objecten kunnen

voor geurhinder vanuit veehouderijen en schrijft geurnormen en afstandsvereisten

De W

mogelijk door de geurbelasting ten gevolge van veehouderijen

voor. De gemeente heeft een eigen

nadelig beïnvloed worden door

geurverordening met afwijkende geurnormen vastgesteld, zie gemeentelijk beleid.

de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt.

Regeling geurhinder en

De Rgv bevat voor bepaalde diercategorieën

De emissiefactoren

veehouderij (Rgv)

en stalsystemen geuremissie-factoren.

actuele Rgv vormen het uitgangspunt bij de

uit de

berekeningen van de

geuremissie uit stallen. Wet

ammoniak

en

veehouderij (Wav)

De Wav bevat regels met betrekking tot de dierverblijven. Dit ter bescherming van

Deze regels moeten worden toegepast bij de verlening van omgevingsvergunningen voor vehouderijen. De Wav heeft geen beperkende werking voor

zeer kwetsbare natuurgebieden (Wav-

veehouderijen die niet in een

gebieden).

Wav-gebied of een zone van

ammoniakemissie

uit

250 meter eromheen liggen.

12

PÂDEROYEN c?NNAER

Paas712008

Binnen 250 meter van het

plangebied liggen geen Wav-

gebieden. Regeling ammoniak en veehouderij (Rav)

De Rav bevat ammoniakemissiefactoren

voor

bepaalde diercategorieën en stalsystemen.

De emissiefactoren

uit de

actuele

het

Rav vormen

uitgangspunt bij de berekening van ammoniakemissies. Besluit

emissiearme

huisvesting (Beh)

Het Beh bepaalt dat dierenverblijven, waar

Dit besluit moet worden

emissiearme

toegepast bij bestaande

huisvestings-systemen voor

beschikbaar zijn, emissiearm moeten zijn

intensieve veehouderijen en bij

uitgevoerd. Het Beh bevat maximale emissiewaarden voor ammoniak en fijn stof.

nieuwvestiging van intensieve veehouderijen. In het MER

Op grond van het Beh mogen alleen nog

wordt het voldoen aan het Beh

stalsystemen toegepast worden met een emissiefactor lager dan of gelijk aan de maximale emissiewaarde(n).

beschouwd

Deze beleidslijn is bedoeld als handreiking voor het uitvoeren van de omgevingstoets die

IPPC-veehouderijen (varkens en pluimvee) vallen onderde

veehouderij (Beleidslijn

op grond van de RIE-richtlijn voor IPPC-

werkingssfeer van deze

1PPC)

installaties dient te worden uitgevoerd.

beleidslijn.

Onderdeel van de Wet milieubeheer (hst 5)

Toetsing aan wettelijke normen

IPPC omgevingstoets ammoniak

Wet

en

luchtkwaliteit

als autonome

ontwikkeling

stofis relevant en

en bevat regels en grenswaarden voor 0.a.

stikstofdioxide en fijnstof. Jaarlijks wordt een

wordt in dit MER

behandeld.

lijst met fijn stof emissiefactoren voor dierenverblijven uitgebracht. Voor bepaalde projecten is vastgesteld dat deze ‘niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen.

In dit plan is met name de uitstoot van fijnstof (PM:0) vanuit stallen relevant. En in mindere

mate

PM:oen

NO/NO: door

de

uitstoot van

mestverwerking en verkeersbewegingen.

Wet geluidhinder

De Wet geluidhinder regelt voorkoming en

n het MER

bestrijding van geluidshinder.

geluidhinder ter plaatse van gevoelige objecten (met name

wordt de

woningen) in beeld gebracht. Waterwet

De Waterwet regelt het beheer van

Het plan voorziet niet in lozing

oppervlaktewater en grondwater en

van afvalwater op het

verbetert de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Voor specifieke activiteiten is een watervergunning vereist, waaronder lozing op het opperviaktewater.

oppervlaktewater of het oppompen van grondwater.

Hiervoor kan bij concretisering van de plannen (in het vergunningenspoor) eventueel

een watervergunning worden aangevraagd door de ondernemer.

n

Pz18712.008

Wet op de publieke gezondheid

Deze wet regelt de organisatie van de openbare gezondheidszorg, de bestrijding van

voor het bewaken van

De gemeenteraad draagt zorg

infectieziekte-crises en de isolatie van

gezondheidsaspecten in

personen / vervoermiddelen die

bestuurlijke beslissingen.

internationaal gezondheidsgevaren kunnen opleveren.

Wet bodembescherming

De Wet bodembescherming stelt regels om

In het LOG en met name

(Wbb)

de bodem- en grondwaterkwaliteit te

kavel van voormalige Melkweg

de

beschermen. Daarnaast wordt de sanering van verontreinigde bodem en grondwater

22 zijn bodemonderzoeken verricht. De locaties zijn

geregeld.

onverdacht voor

bodemverontreinigingen. Provinciaal

niveau

m POL 2014

é&

Het POL 2014 is op 12 december 2014

vastgesteld In het POL staat de ambitie voor de provincie Limburg weergeven voor wat betreft de (fysieke) kwaliteit van het leef- en vestigingsklimaat en hoe deze behouden

en versterkt kan

worden. Belangrijke uitdagingen zijn het faciliteren van innovatie, het

plangebied

Op de kaart ‘Landbouw’ heeft de projectlocatie de aanduidingen ‘Buitengebied' en ‘Ontwikkelingsgebied intensieve

veehouderij’ gekregen. Binnen de andere kaarten zijn er geen specifieke aanduidingen opgenomen.

aantrekkelijk houden van de regio voor jongeren en arbeidskrachten, het

versnellen van de energietransitie, de fundamenteel veranderde opgaven op het gebied van wonen en

voorzieningen, de leefbaarheid van kernen en buurten en het inspelen op de klimaatverandering. Binnen het ontwikkelingsgebied intensieve veehouderij staat de

ontwikkeling van de intensieve veehouderij voorop. In deze zones is nieuwvestiging van veehouderij

mogelijk. Regels over ontwikkelingen van veehouderijen staan n de Omgevingsverordening Limburg 2014 Omgevingsverordening Limburg 2014

m

De provinciale omgevingsverordening Limburg 2014 is opgebouwd uit

Het plangebied ligt binnen de aanduiding ‘ontwikkelingsgebied

verschillende hoofdstukken. Hierin zijn

intensieve veehouderij’. Binnen deze

regels opgenomen voor onder andere ontwikkelingen voor de intensieve

aanduiding is nieuwvestiging en uitbreiding van een intensieve

veehouderij.

veehouderij toegestaan.

PÂDEROYEN c?NNAER

Paas712008

Provinciale regels inzake bescherming

Varkenshouderijen moeten voor

van Natura 2000-gebieden bevatten

nieuwe

met name verplichtingen voor stalsystemen bij nieuwe stallen.

ammoniakreductie bewerkstellingen

Regionale visie Land- en

In de 'Wijzigingsverordening

Het plangebied ligt op een

Tuinbouw Noord-Limburg

Omgevingsverordening Limburg

toekomstbestendige locatie (LOG).

van april 2019

2014, 20 december 2016' is

Alleen de drijfmest van eigen

aanvullend beleid opgenomen voor

bedrijven wordt verwerkt, verwerken

mestverwerking (aanvullend op de

van mest van derden

POL 2014). De regio Noord-Limburg (met de gemeente Peel en Maas) heeft in overleg met de provincie

rechtstreeks toegestaan

verschillende land- en

stallen een

minimale

van 85%.

wordt niet

in het

bestemmingsplan. Maximaal mag er

35.000 m eigen mest per jaar worden verwerkt afkomstig van het

tuinbouwonderwerpen regionaal

bedrijf aan De Horsten, maar ook van

uitgewerkt. Beleidsuitgangspunten voor mestverwerking in de Regionale

Deze locatie wordt afgebouwd in

visie Land- en Tuinbouw

Noord-

Limburg van april 2019: * Uitgangspunt is dat in de regio niet meer ruimte voor mestverwerking wordt geboden dan nodig is om de hoeveelheid mest die in de regio

wordt geproduceerd te verwerken. «

Mestverwerking is een vorm van agglomeratielandbouw. De

beleidsuitgangspunten van agglomeratielandbouw zijn ook van toepassing op mestverwerking:

in het

buitengebied alleen acceptabel in

gebieden waar de ontwikkeling ruimtelijk inpasbaar is en er sprake

de thuislocatie

Jacobusstraat

42.

relatie met de ontwikkeling van het bedrijf aan De Horsten. Het van de Jacobusstraat afvoeren van mest en

verwerken op De Horsten heeft een positief effect op de woonkern Egchel vanwege de grotere afstand. De mest wordt op De Horsten via pijpleidingen vanuitde stallen

afgevoerd naar de mestsilo's, waardoor

er minder

transportbewegingen plaatsvinden. Alleen de mest van de Jacobusstraat

42 wordt met een vrachtwagen aangevoerd.

is van een toekomstbestendige locatie.

e _ Bij nieuwe grootschalige initiatieven wordt

in eerste

instantie ingezet op vestiging op bedrijventerreinen. Indien dit niet haalbaar is, wordt gezocht naar

bestaande toekomstbestendige locaties in het landelijk gebied.

Limburgse Aanpak

De 'Limburgse Aanpak Stikstof’ bestaat

De gevolgen van de uitwerking de

Stikstofreductie en

uit drie actielijnen: 1. Natuurverbetering en

en Natuurherstel voor het

natuurherstel

2.

Limburgse Aanpak Stikstofreductie

biodiversiteitsherstel.

bestemmingsplan De Horsten zijn

Inzet op de reductie van stikstofdepositie op

nog niet bekend. Vanwege de gunstige ligging ten opzichte van

stikstofgevoelige natuur.

Natura2000 gebieden en de aanwezigheid van een toereikende

15

Pz18712.008

3.

Het weer eenvoudiger mogelijk maken van economische

en

maatschappelijke ontwikkelingen.

onherroepelijke natuurvergunning worden geen beperkingen voor het bestemmingsplan verwacht.

De essentie van dit plan is om de stikstofproblematiek aan te pakken met het versnellen van natuurherstel

in 21 stikstofgevoelige Natura2000-

gebieden, een wijze om stikstofemissie bij de bron aan te pakken én tegelijkertijd ruimte te bieden voor

nieuwe bedrijvigheid. De Provincie zal hier samen met het Rijk, de Limburgse gemeenten, natuurorganisaties,

ondernemers en belanghebbenden voor de korte én middellange termijn werk van

maken.

In de periode 2022/2023 worden vijf gebiedsplannen geschreven die samen worden gevoegd tot één gebiedsplan

voor heel Limburg. Dit gebiedsplan wordt op 1 juli 2023 aangeboden aan het Rijk.

Gemeentelijk niveau

m

k

Bestemmingsplan

In een bestemmingsplan staan regels over het

De partiële herziening van het

Buitengebied

gebruik van grond en gebouwen. Het

bestemmingsplan vervangt

bestemmingsplan regelt wat er maximaal is toegestaan. Een bestemmingsplan bestaat uit

binnen het plangebied na vaststelling het onderliggende

planregels, verbeelding n toelichting.

bestemmingsplan.

Binnen het plangebied is het bestemmingsplan

Voor de bestaande, vergunde

‘Buitengebied Helden’, vastgesteld op 16

situatie

september 1991 nog van toepassing.

omgevingsvergunningen verleend voor het ‘buitenplans’

plangebied

zijn in 2012

en 2020

afwijken van het bestemmingsplan. Deze

vergunde situatie maakt ook onderdeel Structuurvisie

Op 20 december 2011 is door de gemeenteraad

Buitengebied Peel en

van Peel en Maas de structuurvisie

grootschalig, open

Maas

“Buitengebied Peel en Maas' vastgesteld. Deze structuurvisie is een overkoepelend document

ontginningslandschap waar ontwikkeling van

bestaande uit een bundeling van beleid voor

landbouwbedrijven mogelijk is

het buitengebied, ter voorbereiding van een nieuw bestemmingsplan voor het buitengebied.

mits rekening wordt gehouden met de landschappelijke kwaliteiten.

1

uit van het nieuwe

bestemmingsplan. Het plangebied ligt in een

PÂDEROYEN c?NNAER

Paas712008

Naast algemene beleidsuitgangspunten zijn

Binnen het LOG zijn de

herzieningen op het structuurplan 2008, het

ontwikkelingsmogelijkheden

archeologiebeleid, streefkwaliteiten geur en het kwaliteitskader hierin opgenomen. Door middel

primair gericht op agrarische bedrijvigheid. Ten aangezien

van

van geur mag de situatie niet

de structuurvisie wordt het beleid

in een

integrale context geplaatst.

verslechteren, uitgezonderd de woningen binnen het LOG. Het plangebied ligt in een gebied met een lage archeologische verwachtingswaarde.

Structuurvisie

De structuurvisie voor IV en glastuinbouw is

Nieuwvestiging en uitbreiding

Intensieve

onderdeel van de structuurvisie voor het

van intensieve veehouderij s in

buitengebied en ook vastgesteld op 20

het LOG toegestaan als er een knelpunt wordt opgelost op een

veehouderij en Glastuinbouw

Peel

en Maas

december

2011

Insteek

is om

ontwikkelruimte

te bieden aan bestaande bedrijven op duurzame locaties op afstand van de woonkernen, met draagvlak in de samenleving

ongewenste locatie.

als belangrijk aandachtspunt. Eén van de

het woon-en

uitgangspunten betreft de instelling van

woonkern Egchel niet

kernrandzones

verslechtert.

die een

buffer vormen

tussen

Voor het plan is van belang dat leefklimaat in de

woonkernen en het buitengebied. Structuurvisie

De structuurvisie is vastgesteld op 8 februari

Het plan past binnen de

Gebiedsontwikkeling Egchel

2012 en is een planologisch instrument waarin

uitgangspunten van de

de raadsbesluiten van 22 december 2008, 16

structuurvisie.

juli 2009 en 2 november 2009 voor een het LOG

Egchelse Heide en woongebied Giel Peetershof zijn opgenomen, aangevuld met nieuwe inzichten.

Gebiedsvisie

LOG

Egchelse Heide

De gebiedsvisie is vastgesteld op 13 maart 2012

Het plan past binnen de

en gaat in op de wijze van ontwikkelen van intensieve veehouderijen in het LOG Egchelse

uitgangspunten van de gebiedsvisie.

Heide en bevat een beschrijving van de ambitie van de gemeente, de functionele

randvoorwaarden voor vestiging van veehouderijen in het LOG en landschappelijke randvoorwaarden.

Gebiedsvisie geur

n de gebiedsvisie geur van 13 juli 2015 is

Het plan resulteert niet tot een

Egchel

onderbouwd wat met betrekking tot geur toelaatbaar en wenselijk wordt geacht n de

verslechtering van de geursituatie in de kern Egchel

woonkern Egchel en de uitbreidingslocatie Giel

en uitbreidingslocatie Giel

Peetershof. Deze gebiedsvisie ligt ten grondslag aan de geurverordening waarin het

blijft gelijk. In het

beschermingsniveau door middel van normen

vergunningenspoor wordt hier

voor de voorgrondbelasting is verankerd.

opnieuw aan getoetst. Omdat

Peetershof.

De milieukwaliteit

het gaat om de cumulatieve geurbelasting van alle

1

Pz18712.008

Voor de kern Egchel is in de structuurvisie vastgelegd dat de leefbaarheid in het dorp

veehouderijen samen en de ondernemer gefaseerd wil

voorop staat en dat het woon- en leefklimaat

realiseren kan de situatie

minimaal gelijk moet blijven (peildatum is 22

ontstaan

december 2008): een milieukwaliteit van ‘redelijk goed’. Om te zorgen dat niet alleen in

milieuruimte

het ruimtelijk spoor aan de streefkwaliteiten uit

‘opgevuld’ s een volgende

de structuurvisie wordt getoetst, maar ook bij

vergunningaanvraag leidt tot

toetsing van omgevingsvergunningen zijn

gemeentelijke geurnormen voor de

een verslechtering van de geursituatie in de kern. In dat

voorgrondbelasting vastgesteld in de

geval kan het zijn dat de

geurverordening.

ondernemer

dat dat de ten aanzien

van

geur op een bepaald moment

niet het hele

beoogde ontwikkelplan ksn realiseren.

Het bestemmingsplan stelt alleen de planologische kaders, maar reserveert geen

milieugebruiksruimte voor toekomstige vergunningaanvragen,

bijvoorbeeld ten aanzien van de achtergrondbelasting van geur. Verordening geurhinderen

De gemeente Peel en Maas heeft sinds 1

Het totale ontwikkelplan

oktober 2015 de Verordening op grond van de

voldoet met de huidige

veehouderij

Wet geurhinder en veehouderij voor Egchel en woonwijk Giel Peetershof in werking. Deze

geuremissiefactoren voor gecombineerde luchtwassers

verordening is op 29 september 2015 door de

op de woning Karissendijk 10

gemeenteraad vastgesteld en legt normen op

niet aan de gemeentelijke

die betrekking hebben op de voorgrondbelasting van geur. Deze verordening

geurnorm van 14 Ou. Op alle andere woningen in de

is opgesteld voor het gebied rondom de kern

omgeving en de woonkern

Egchel, om het woon- en leefklimaat in deze kern en het aansluitende ontwikkelgebied te

Egchel wordt wel voldaan aan de geurnormen. Dit betekent

borgen.

dat met de huidige geuremissiefactoren de laatste

Deze geurverordening stelt een geurnorm van 5,5 Ou voor een bufferzone tussen de kern Egchel en het LOG Egchel. Deze bufferzone is aangeduid op een bijbehorende kaart. Verder

realisatiefase conform

het

beoogde ontwikkelplan nog niet gerealiseerd kan worden.

gelden de landelijke geurnormen van 3 Ou voor

Momenteel loopt er onderzoek

de bebouwde

vanuit de WUR, het Riijk en de provincie Noord-Brabant om de

buitengebied.

kom

en 14 Ou

in het

werking van de gecombineerde luchtwassers

te verbeteren

met

als doel door extra maatregelen

de geuremissiefactoren van gecombineerde luchtwassers weer te kunnen verlagen. In dat

geval kan het weer mogelijk zijn het totale ontwikkelplan te realiseren.

1

P(Á’DEROYEN c?NNAER

Paas712008

Het plan is kaderstellend dus biedt aan de ondernemer

de

ruimte om binnen de geldende geurnormen het ontwikkelplan te baseren op minder stallen of minder varkens per vierkante meter stal.

1

Pz18712.008

Bijlage 5: Gegevens veehouderij « _ Dierbezetting en stalemissies bestaand - conform omgevingsvergunning van 22 oktober 2020 Ravcode

_

Diersoort

Aantal

Ammoni

Geur

Fijnstof

akemissie _ [Ou] emissie

emissie lor

Ikg NH3] De Horsten

PM10]

20

Bestaand

D1.1.15.4

_ Gespeende biggen

12.960

1.296

55.728

194.400

stal 142 De Horsten

17

Bestaand

D1.1.15.4 _ Gespeende biggen

689

689

stalS

D1.3.12.4

635

400,05

_ Guste en dragende

2.962,7 _

65405

10.335 _

22.225

zeugen

D1.2.17.4

_ Kraamzeugen

212

275,6

3.2436

6784

D3.2.15.4

_ Opfokzeugen

50

225

635

1.550

Dekberen

2

166

20,6

2.064,71

_69.130,4

D2.4.4 Totaal

72 _ 235.366

* Alle stallen zijn voorzien van een gecombineerd luchtwassysteem met watergordijn en biologische wasser met een emissiereductie van 85% ammoniak, 45% geur en 80% fijn stof (huidige BWL 2010.02.V7).

e _ Dierbezetting en stalemissies planvoornemen — totaal ontwikkelplan Ravcode

_

Diersoort

Aantal

Ammoniak

emissie

[kgNH3]

Geur

_

emissie [Ou]

Fijnstof emissie

[ar PM10]

De Horsten 20 (biggenstallen 2-3-4-8 zijn hetzelfde uitgevoerd) Bestaand

D1.1.15.4

Gespeende biggen

_ 12.960

1.296

55.728

194.400

D1.1.15.4

Gespeendebiggen

_ 20.160

2.016

86.688

302.400

835

526,05

8.600,5

29.225

265

344,5

4.054,5

8.480

stal1+2

Nieuw stal3-4-8

De Horsten 17 (alle zeugenstallen zijn hetzelfde uitgevoerd) Bestaand

D1.3.12.4

stal 5 gewijzigd

Nieuw

zeugen D1.2.17.4

Kraamzeugen

D3.2.15.4

_ Opfokzeugen

150

67,5

1.905

4.650

D2.4.4

Dekberen

4

332

412

144

013.12.4

Gusteendragende

2.505

1578,15

25.801,5

87.675

stal6-7-9

_

zeugen D1.2.17.4

_ Kraamzeugen

795

1033,5

12.163,5

25.440

D3.2.15.4

_ Opfokzeugen

450

202,5

5.715

13.950

Dekberen

12

9,96

123,6

432

7.077,5

200.821

666.796

D2.4.4

Totaal (afgerond)

Gusteendragende

* Alle stallen zijn voorzien van een gecombineerd luchtwassysteem met watergordijn en biologische wasser met een emissiereductie van 85% ammoniak, 45% geur en 80% fijn stof (huidige BWL 2010.02.V7).

x

PÂDEROYEN ?NNAER

ET

Bijlage 6: Uitwerking inschatting zware verkeersbewegingen In Deel A - rapport paragraaf 6.1 worden de milieueffecten ten aanzien van verkeer beschreven. In deze bijlage staat de bijbehorende uitwerking van de indicatieve, geschatte zware verkeersbewegingen 0.b.v. kengetallen en praktijkcijfers.

De zware transportbewegingen bestaan met name uit de aan- en afvoer van dieren, voer, mest en overige aan- en afvoer (zoals afvalstoffen, kadavers, bedrijfshulpstoffen). In de volgende tabe! zijn de geschatte maximale zware transportbewegingen per jaar opgenomen met daarna een toelichting. Aantal geschatte transportbewegingen indicatief Mest

Voer

Dieren

Overig

1224

240

954

__1.900

760

_1.740

_

Totaalgeschat

Totaal geschat

104

2522

48

312

4712

91

per jaar

gemiddelde per week

Bestaand,

vergund Planvoornemen

Tabel: Aantal geschatte transportbewegingen bestaand en planvoornemen - indicatief

Transportbewegingen mest bestaande, vergunde situatie

Alle op De Horsten geproduceerde mest wordt gescheiden. De drijfmest vanuit de stallen binnen het plangebied wordt via pijpleidingen naar de mestsilo's en mestscheider getransporteerd. In de bestaande situatie wordt ook mest aangevoerd met een zwaar transportmiddel vanaf de “thuislocatie’ aan de Jacobusstraat 42.

Het scheiden van mest vindt in de bestaande, vergunde situatie maximaal 12 keer en circa 30 dagen

per jaar plaats. In de geldende omgevingsvergunning van 2020 (kenmerk Z-HZ_WABO-2019-03786) staat de volgende hoeveelheden t.a.v. de mestproductie en -verwerking vermeld:

e _ Mestproductie De Horsten 20 en 17: 9.588 m?/jaar

e _ Mestproductie Jacobusstraat 42: 5.490 m?/jaar (aanvoer) e _ Dunne fractie na mestscheiding: 8.293 m?/jaar (afvoer) e

Dikke fractie na mestscheiding: 6.785 m?/jaar (afvoer)

Uitgangspunt is dat de aanvoer van de drijfmest van de Jacobusstraat 42 afgebouwd wordt naarmate het ontwikkelplan op De Horsten gerealiseerd wordt en wegvalt zodra het totale

ontwikkelplan gerealiseerd s Bestaande situatie - schatting maximale mesttransportbewegingen per jaar:

e _ Aanvoer drijfmest Jacobusstraat: 5.490 m?: 30 m? = 183 x 2 = 366 mvt-bewegingen per jaar e _ Afvoer dunne fractie: 8.293 m? : 30 m? = 276 x 2 = 556 mvt-bewegingen per jaar. e Afvoer dikke fractie: 6.785 m? : 45 m? = 151 x 2 = 302 mvt-bewegingen per jaar. Totaal maximaal aantal mesttransporten per jaar: 1.224 mvt-bewegingen per jaar.

”

Pz18712.008

Transportbewegingen mest totaal ontwikkelplan (Planvoornemen) Voor het planvoornemen wordt uitgegaan van forfaitaire normen. Deze liggen hoger dan de

werkelijke mestproductie en daarmee is sprake van een worstcase benadering.

Diersoort Biggen Zeugen Opfokzeugen

Aantallen Forfaitairenorm __ Forfaitaire mestproductie planvoornemen mestproductie __ planvoornemen - worstcase [m*/dier/jaar] [m*/iaar] 33.120 051 17.033 4.400 24 10.560 600 156 936

Dekberen

16

3,08

49

Totaal Tabel:

28.578

Mestproductie per jaar planvoornemen 0.b.v. forfaitaire diernormen (bron:

Mestbeleid 2022 Tabellen, Tabel 4, RVO)

De afvoer van mest bestaat uit de gescheiden afvoer van dunne fractie en van stapelbare, dikke fractie. De hoeveelheid mest en aantal transporten is ingeschat op basis van gemiddeld droge stof

(d.s.) gehalte voor en na mestscheiding. Zeugen/biggen mest heeft volgens literatuur een gemiddeld d.s-gehalte van 5,5% en na scheiding heeft de dunne fractie een gemiddeld d.S. gehalte van 3% en de dikke fractie gemiddeld 30% (bron: Gemiddelde samensteling op hoofdeomponenten von getransporteerde rundvee- en varkensdrijfmest in Nederland (CBGV 2012} en Wageningen UR, Melse et al 2002b; Melse en Verdoes, 2005). Dit resulteert in

de volgende schatting en hieraan gekoppelde hoeveelheden af te voeren meststoffen (onder vermelding dat er een variëteit bestaat in d.s.-gehalten per scheidingstechniek en verschillen in samenstelling van de drijfmest, dus het zijn geen exacte cijfers): Planvoornemen - schatting maximale mesttransportbewegingen per jaar:

e _ Afvoer dunne fractie:

26.913 m? : 30 m? = 897 vrachten x 2 = 1.794 mvt-bewegingen per jaar

e _ Afvoer dikke fractie: 2.382 m?:

5 m

3 vrachten x 2 = 106 mvt-bewegingen per jaar

Totaal maximaal aantal zware transportbewegingen per jaar: 1.900 vrachten per jaar.

Transportbewegingen voer In de bestaande situatie wordt alleen mengvoer aangevoerd. In het planvoornemen wil de

ondernemer enkelvoudige grondstoffen en premixen aanvoeren en ter plaatse mengen. Voor een inschatting van de transportbewegingen wordt uitgegaan van aanvoer van mengvoer en kengetallen uit de praktijk (mengvoederleverancier) in ton mengvoer per dier per jaar.

Bestaande situatie (0.b.v. akoestisch rapport bij vigerende omgevingsvergunning, dus worstcase): gemiddeld 1 vracht mengvoer per dag. Uitgaande van maximaal 6 vrachten per week

zijn dit

maximaal 312 vrachten per jaar. Uitgaande van kengetallen komt de inschatting lager uit: 3.744 ton/jaar = 117 vrachten per jaar, gemiddeld 2-3 vrachten per week. Voor een uniforme vergelijking is de inschatting 0.b.v. kengetallen uit de praktijk aangehouden, afgerond op 120 vrachten per jaar, ofwel 240 zware transportbewegingen. Planvoornemen: inschatting 0.b.v. kengetallen uit de praktijk 12.154 ton/jaar = 380 vrachten per jaar, gemiddeld 7 vrachten per week.

2

PÂDEROYEN ?NNAER

ET

Transportbewegingen dieren Bestaande situatie (0.b.v. vigerende vergunning en bijbehorend akoestisch onderzoek):

Bij de zeugenstal: . 1x per 6 weken aanvoer opfokzeugen (9 vrachten per jaar) .

1x per week afvoer slachtzeugen (52 vrachten per jaar)

. 1x per week afvoer 4 vrachten biggen naar de biggenstallen. Dit is intern transport. Bij de biggenstallen worden biggen aangevoerd en biggen afgevoerd: . 1x per week 4 vrachten aanvoer biggen aangevoerd (208 vrachten per jaar). .

1x per week 4 vrachten afvoer biggen (208 vrachten per jaar).

Totaal worden er per jaar naar schatting 477 vrachten met dieren aan- en afgevoerd. In het planvoornemen neemt het aantal aan- en af te voeren dieren aanzienlijk toe. Door de schaalvergroting zullen bijvoorbeeld voor de afvoer van slachtzeugen schaalvoordelen benut kunnen worden. Voor afvoer van biggen wordt aangenomen dat er volle vrachtwagens afgevoerd worden.

Op basis van kengetallen uit de praktijk worden er naar schatting 662 vrachten met biggen per jaar afgevoerd. Voor de zeugenstallen wordt aangenomen dat er per zeugenstal 1x per week een vracht slachtzeugen wordt afgevoerd ofwel 4 vrachten per week, 208 vrachten per jaar.

Ten aanzien van de aanvoer van opfokzeugen en afvoer van biggen (uit de zeugenstallen) wordt aangenomen dat dit intern transport is. Totale inschatting diertransporten: 870 vrachten dieren per jaar.

Transportbewegingen overig Onder overige transportbewegingen moet gedacht worden aan afvoer van reguliere bedrijfsafvalstoffen, mogelijk aanvoer van diesel of propaan, afvoer van kadavers.

Aangenomen wordt dat in de bestaande situatie gemiddeld 1 vracht per week plaatsvindt, 52 vrachten per jaar. En in het planvoornemen gemiddeld 3 vrachten per week, 156 vrachten per jaar.

a

RENVOOI

UTIIE

bestaande bebouwing nieuwe bebouwing bebouwing, geen gebouw

tuimtelijke inpassing groen

waterberging erfverharding

297

nieuw e bouwen staen / 297

nieuw te bouwen overkapping

bestaande stal

nieuw nieuw te bouwen

te bouwen

loods

stal

nieuw te plaatsen mestsis zaneieoge meness nieuw e bouwenloods /

Z

Ä

\

K

á Ï ‘IIQ_°°/I°IJ°" sleufsilo's | | £ a DUN ADVIES 8V

‘DUN ADVIES

nieuw te bouwen woning + garage

partner in het buitengebied Vestiging Ulicoten T. 013 5199458

21

SITUATIE

Kadastrale gemeente: Sectie/nummer(s):

Helden

Schaal:

1:2000

H /255, 256 & 3124

_8

Vestiging Someren

T. 0493 745015

PROJECTNUMMER 16420-001

TEKENING

Situatie

TEKENAAR GF

SCHAAL 1:2000 euD 1-01

DATUM 05-02-2021

$

WZIGINGEN

5

ONDERWERP

info@vandunadvies.nl www.vandunadvies.nl

Agrarisch bedrijf aan de Horsten 20 / ong. te Egchel

bem

=-_ =

bem

slo t

mesteiding afkonsti van zeugensta

18500

‘ +=

x

10300

|

10000

-

l

l

erfverhardng

l

84 ë

s

zle 4|

2/

opslag dikke fractie 250 m3

EM

si

|510

200 *

3500

7o00

5050

__________________ e

50

3500

7900

+

50 +

7000

50

7000

+

N

50 e

e

700

+

1002000100 +

7900

+

50

7000

+

50

133200

700

t

50 +

7000

50

7900

t

50 f

7900

50 *

HWA naar retentievoorziening LOG

7000

EJ

7000

+

50 +

DEE

3500

7900 e

5050 )E

b

E

50

3500

7o00

+

100 150

3000

„ISW“

150

4550

*

200 *

:

erfverhardng !

a

5 58

*‘

z

88 39 2E E

‘

3

erfverharding

Z

‘

33$

3 8

p 5 _

mestsilo 2 inhoud

HrLetenWOtieavAGorzienring

B

e

e EE

2 O

E

N

E O

B

D

D

N

e e O

E

N

E

e

E

n

S

1

EE m3

:

P

E

. _

535

_

s

Thtkansal

29 0

E |

| k L

|__ |_{

|oo

vogens opgee evrncer

LI

LEI

IIL

L

ET

L

EE

bm

|

||

|

È

È

È

È

5

È

È

È

È

5

È

3

E:

3

&:

#

E

5

5

t:

3

&:

E

ë

5

ë

4

ì

3

ë

ë

ë

2

ë

ë

$!

ë

3

E!

$!

#:

E!

$!

#:

‘hygiëneslui

El

g

<a

i

j3

8

r

[e]

w de n Iossen varkens

ererharding

—

&

r

9) 3

overkapping tussen stallen

E

N

_1

etverhardng

E

.

5

E:

EE

ertvehardng

_

am 8

a dk

G)

:

+4062

a

Ë 5

eerhadng

a

5

5

5

5

5

&

5

5

5

ë

ë

ë

ë

ë

ë

ë

ë

ë

ë

:

:

:

i

i

:

:

i

i

:

ë

| {

5

ë

|

ä

|

&

|

ë

Î

&

í

ä

f

8

|f

ä

H

&

E

|

&

i

|

i

ë

E

5

ê‘

H

8

É

i

i

f

L

5

ë

E

ú

8 !

4 (E

EN v3an

B /g g A ‘,

Iuchtkanaal f

IJ

8

v‚zon drijfdek

PEIL=0

e

PEIL=0

DOORSNEDE MESTSILO 1

DOORSNEDE

MESTSILO

2

ijë 8

e5 +

8R

E

4

f

300;100 00 12 40

62 70

2500

800,

2500

_ __ _b

S

e

d HWA naarretentievoorziening LOG __

5a 6a 7a

EO

109500

‘

‘

1

E

‘ E. L Ll

NR _

AANTAL

/OMSCHRIJVING

1

6

voervijzel

4

1

compressor

2 3

2 #

5 +9150 +8130 3

min.

17,4m2 +3550

+3300 _

e

Hm

-2500

6,00 ton 20,00 ton

1,50 kW

hogedrukreiniger

3,50 KW

mengtank + mixer voermachine elektrisch handgereedschap

1,00 KW 2,00 kW 10,00 kW

9

1

/1

waterpomp

kadaverkoeling

1,00 kW

0,37 KW

u 12

2 1

aandrijving luchtwasser CV ketel

diergeneesmiddelen

3,00 kwW 25,00 kW

25,00 kg/ltr

14

|1

reinigingsmiddelen (in kast)

50,00 kg/tr

15

2

mestpomp

17

1

afvalcontainer

|1

16

_

1450

0,55 kW

voersilo voersilo

2 2 1

3

PEIL=0

CAPACITEIT

6 7 8

10

uchtkanaal opp. min 1972

Iuchtkanaal pp.

1

£

noodstroomaggregaat

-2500

SYSTEEMNUMMERS STAL NR

GL/BWL NUMMER

SOORT DIEREN

1

BWL 2010.02.V6

gespeende biggen

2

BWL 2010.02.V6

gespeende biggen

5kW

80,00 kW

250 Itr

OPPERVLAKTE

OMSCHRIJVING

bestaande dakoppervlakte

DOORSNEDE

GEBOUW

1 EN

,

2

B

2,52 KW

ventilator @ 830 mm

BEDRIJFSOVERZICHT OMSCHRIJVING

/ AANTAL

DIERPLAATSEN

GEBOUW 1

GEBOUW 2

gespeende biggen

6240 stuks

6720 stuks

drijfmest opslag

3645 m3

5040 m3

‚

LAADRUIMTE

MESTSILO 1

MESTSILO 2

OPSLAG DIKKE FRACTIE

TOTAAL

toename dakopperviakte

TOTAAL

BEBOUWING

OPPERVLAKTE

3361.50 m? 3964.00 m?

7325.50 m2

_ meetventilator erfverharding

[]]

kunststof roosters

L

stalen roosters

]

ijë

&

—x-x -

brandscheiding 60 min WBDBO

0

zelfsluitende deur aan 2-zijde brandwerend

OPPERVLAKTE

ERFVERHARDING

OMSCHRIJVING bestaande erfverharding

OPPERVLAKTE 2921.00 m?

toename erfverharding

1562.00 m2

TOTAAL

© VAN DUN ADVIES

BV

4483.00 m2

DUN ADVIES partner in het buitengebied

60 min. WBDBO volgens NEN 6069

sproeischuimblusser inhoud in lters

12960 stuks

M

Voor brandklasse A,8 en C vlgs NEN 2559

10442 m3

— -—

leiding spuiwater

250 m3

=“ze.

lilngmest

Vestiging Ulicoten

vaste mest opslag

130 m3

1092 m3

535 m3

250 m3

T. 013

5199458

PROJECTNUMMER 16420-BA008 TEKENING

Omgevingsvergunning Milieu

TEKENMR RM / RvD. ScHAAL

DATUM

04-01-2019 WIJZIGINGEN

1:200

24-05-2019

Vestiging Someren

auD

2

18-10-2019

T. 0493

1-02

x

13-12-2019

745015 ONDERWERP

info@vandunadvies.nl www.vandunadvies.nl

Agrarisch bedrijf aan de Horsten 20 te Egchel

a

erfverhardng

ererhardng

ertverharding

sputplats

r

N

|

{

|

|A

TE

H

| |

N

H f

|

e

È

| |

&

îH HH

|3

°

7

îi

7_

Ä

|

ii

ad

H

:

â H

E

2i

|

i iH

*

m

$

K O

|L

ë

|o D

N

E

g

R L3e

O (m

mm

|N e ee

ë

i

z

.

EI

.

e

E

n

+

SA

+}

=ale

r

I EECE

+

4

E

7

7

I

as60

7

==

de:

z

?

s

g

EE

8:

m

m

mì

AEA

||

|

L

E HEA |AI TEL

e

ij

1 e

15

=

e

e

e

e

3000

f

15

e

E

mP

m

88

P

:

AA

AAE

mP

luchtkanaal

SA ST

P

z | 'Vê/j\ UEZS1£

AAE AT A AEA EAAE |A EAEA

HEA |AL AE(A IA IA IAI

À

/

T

S

/

Ï8/

:

N

8

R5

8//1

1 e

u

1

I

5050

1

5á î

$

|

&

/!

3

12

HZA

,

£

!

8 s|5

| EE

eii e | [/‘s{„ ij EE 5 D

o

z

e

erkerhardng

î

5/ 3/$/

8

!

500

2S£ £

3/

WI S

m

JA

s

4

3SI

S

L=s

m

m O

H |AEA [A[HEIE SI

n (

[

S

u3£

3

| hz

Lj

ITI

s

Ï

m

E

w

B

m TTT

aa

H s

aL

A

4E |E EAEA

&

58

|E|4 E A

n D.

8

E

s

i g

i

E

B

e

o560

_"Î_

Ei

sl E! S

n m \_Ë |EE

tS

| 'ÎÙ |

= SL

IE

t

5

i

E

+ n

+

n m

os60

8

s

|

£ JA8

t

D R/

X

S |EE

4j n

5

s

EI

86IRE53s

mm

E

#

eP

SS E

560

E![

E3

N

5

5

7

T

SSE

H

}

0

WE

K

|L

E

í t:

n

:

n aa | |

+

| N )?<Ê‘ CE )

e

Ê 7 Eë Cmm N e cm

+

+

z[>

e ( */"„e‚“x |

N

}

o

+

[as

n

8

S

5

wastuime / gang N

e E

E

| |S

:

d

L

|

S

H

+

e

JLA

e

q

n t

D

nioknedts

m

#

|EN

N

ancor | 1

#

|0

Ê 3E Em

N (

$

g ë

SE

DE

iH S

Ê1 E ëz

E

d

e

|

e

t

!

E |ÙN

$|

E

awe

ì

H

l

b e

IET

!/_! E z I E

7

l

Ex

si

H

$

a

|E

& Pfoerneagemeenteroa … |i

É

:

Ï

H

ÊË 3Ë

nN e

E

E

3

1

1

$

eT

i

Gverherdng H

I EE

o m !

E=5

\ |l voorzaa | 8

H

$ £

‚

SEA

e

voorraad x | 8|E

H

5

l

m

HH H

$

i

E

HH

)

°L

m !

W DW \ Ê 3000 190 2600 100 |Ë oo} am 3 578opsieg

IK |(EE

slo!

e

TL

E de

…Ë |j |

ifH

©

9

—

®

|

5

|

| x|

i ii

c

:

8/

H

| |

D *° J e r = ) dJ

8

S 4

150 4

—

sk

techrische | ruime

8 3 3 4

000

200

ererhardng

H

5

l

|

v

E

K” Y

E

10350

B

+10000

fffffffff - gp.hoogte

î

1360

-

EN

|

PEL=09

4350

J_

L

L

‘

l

3

|

J

l

putdiepte Lpy. 7

koamsta 1600

|AANTAL

/OMSCHRIJVING

1 ä 3

3 Ef 1

|1

voervijzel voersilo aandrijving luchtwasser

kadaverkoeling

0,55 kW| 20,00 ton 3,00 kW|

5

6 78

1

1 |1t

elecktrisch handgereedschap

hogedrukreiniger compressor CV ketel

10,00 kw

3,50 KW 1,50 KW 25,00 kW|

9

1

diergeneesmiddelen

25,00 kg/ltr

11

1

noodstroom aggregaat

4

ie

o

NR

l

L

L

|

|

|

J

10

_

2

T

DOORSNEDE

GEBOUW

1

0,37 kW|

reinigingsmiddelen (in kast)

|1 .

CAPACITEIT

c

1

50,00 kg/ltr

80 kW

mestpomp

-'Il

2,52 KW

®

_ meetventilator

_E

5 kW|

ventilator G 830 mm

erfverharding

[T]] [

| —x-x-

60

BEDRIJFSOVERZICHT / AANTAL

DIERPLAATSEN |]

GEBOUW 1

TOTAAL

gespeende biggen

689 stuks

689 stuks

”

212 stuks

—

212 stuks

6352 stuks stuks

6352 stuks stuks

opfokzeugen

50 stuks

50 5tuks

guste en dragende zeugen dekberen jj

drijfmest opslag

5250 m

3

5250 m

3

beton roosters _ brandscheiding 60 min WBDBO

zelfsluitende deur aan 2-zijde brandwerend

Somin WEB volgens: NENI6063

OMSCHRIJVING

kraamzeugen

kunststof roosters

sproeischuimblusser inhoud in liters

voor brandklasse A,B en C vlgs NEN 2559 16 spuineten

—

leïdi

e

© VAN DUN AOVIES BV

t

ËDU N ADVI ES partner in het buitengebied

| PROJECTNUMMER Vestiging Ulicoten | 18307-AA003

SYSTEEMNUMMERS

STAL NR 1

GL/BWL NUMMER BWL 2010.02.V6

SOORT DIEREN varkens

T. 013 5199458

TEKENING

Omgevingsvergunning Milieu

TEKENAAR RM / RvD.

SCHAAL

DATUM 09-10-2018

WIJZIGINGEN

Vestiging Someren

1:200 s

” 29-11-2018 7 13-06-

To s

102

> 25-06-2019 * 18-10-2019

|

mf;::g:::g;:ï-::

oxemwee

Agrarisch bedrijf aan de Horsten ong. te Egchel

13-06-2019

13-12-2019

/

LEGENDA

Plangebied

Verklaring De Horsten, Egchel

à

Ä

ondergrond: BGT en DKK (magenta) (datum: 23 augustus 2022)

Bestemmingen Enkelbestemming Agrarisch A

Agrarisch - Intensieve veehouderij A-IV Verkeer

V Water

WA

Dubbelbestemming Leiding - Hoogspanning L-H Waterstaat - Beschermingszone watergang LMSMK/

Aanduidingen Functieaanduiding ©m

bedrijfswoning

(-sa-dier)

specifieke vorm van agrarisch uitgesloten - dierenverblijf

(eg-i) (ewshrt)

specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing specifieke vorm van wonen - short stay huisvesting

Bouwvlak bouwvlak

hartljn leiding - hoogspanning 2 relatie

(-sa-dier)

Gemeente

Peel en Maas

Bestemmingsplan

saus

Concept

caum

Mei 2023

scraat

1:2000

oummer

P216712

dactomast

a

ii

De Horsten, Egchel

Verbeelding

vH

ED k bezoekadressen en colactgegevens:

P£D EROYEN TONNAER

Á

l Locatie Rosmalen: _ Berlicumseweg 6D LocatieNijmegen:

6538 SX Nijmegen

S248NT

Telefoon: Emai:

Pouderoyen Tonnaeris een zelfstandig onderdeel van de Aelmans

__ Wijchenseweg 102

Adviesgroep

_

Website:

Rosmalen

+31 (0)24-32245 79

info@pouderoyentonnaer.nl

_ wwrw.pouderoyentonnaer.nl

eg

Gamveysd

Haalmbergs

Legenda

>k

type veehouderij

318

melk- en overig rundvee vleeskalveren -

Koelen

varkens

pluimvee nertsen

paarden

E

Log Egchelse Heide

Veehouderij log Egchelse Heide en omgeving naar type en omvang

- huidige situatie vergund

eprntgeergemeente

Peel en Maas

de rd€ninovin TONNAER

|

c

… B

e

Pas0n2

e

17 mei

2022

Pz18712.008

Bijlage 7: Besluit GS Wet natuurbescherming 20 augustus 2020 (en besluit GS Nbwet 2015)

x

Pan

MER Sestemmingsplan

De Horsten Egche! Bijagen Deel

8

provincie limburg á VI

l

l

u

Ons kenmerk

DOC-00086448

Maastricht

_20 augustus 2020

Bijlagen)

2

Verzonden

_24 augustus 2020

Besluit van Gedeputeerde Staten van Limburg

Artikel 2.7, tweede lid, Wet natuurbescherming Varkenshouderij te Egchel Zaaknummer:

2018-206531

Limburglaan 10

Postbus 5700

+3143 3899999

6229 GA Maastricht

6202 MA Maasticht

vowimburg.nl

provincie limburg a

1. Besluit Gelet op het bepaalde in de Wet natuurbescherming, de wijzigingsaanvraag van 10 oktober 2018 en de navolgende overwegingen, besluiten wij de bij ons besluit van 1 oktober 2015 (zaaknummer 2014-0012 met kenmerk 2015/71566) op grond van artikel 19d van de Nb-wet 1998 verleende vergunning voor het oprichten en exploiteren van een varkenshouderij aan De Horsten 20 te Egchel verleende vergunning als volgt te wijzigen:

1.

de exploitatie van een varkenshouderij aan De Horsten 20 te Egchel te wijzigen overeenkomstig de op 10 oktober 2018 ontvangen wijzigingsaanvraag en bijbehorende stukken;

2.

de aanvraag en de bijbehorende stukken ontvangen op 10 oktober 2018, aangevuld op 22 november 2018, 16 april 2019, 15 april 2020 en 25 mei 2020, maken deel uit van deze

3.

vergunning, behoudens en voor zover daarvan bij dit besluit niet wordt afgeweken; de voorschriften als bepaald in het besluit van 1 oktober 2015 (zaaknummer 2014-0012 met

_

kenmerk 2015/71566), zijnde de verleende vergunning op grond van artikel 19d, eerste lid,

van de Nbw 1998 voor de exploitatie van een varkenshouderij gelegen aan De Horsten 20 en ongenummerd te Egchel te wijzigen in de voorschriften zoals opgenomen onder hoofdstuk 3.

2.

Rechtsbescherming

Als dit besluit uw belang rechtstreeks raakt en u het met de inhoud van dit besluit niet eens bent, kunt U, tegen betaling van de verschuldigde griffierechten, beroep instellen bij de Rechtbank Limburg. Het beroepschrift moet binnen een termijn van zes weken worden ingediend. Deze termijn vangt aan met ingang van de dag na die waarop dit besluit ter inzage is gelegd. Op deze beroepschriftprocedure is de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Het beroepschrift moet worden ondertekend en ten minste bevatten: a.

_ de naam

b.

_ dedatum,

en het adres van de indiener,

©. d.

_ een omschrijving van het besluit waartegen het beroep is gericht, en _ de redenen van het beroep (motivering)

Het beroepschrift moet worden gericht aan: Rechtbank Limburg Sector Bestuursrecht Postbus

950

6040

Roermond.

AZ

Voor meer informatie verwijzen wij u naar de internetpagina van de Rechtbank Limburg, wwwrechtspraak.nl.

DOC-00086446

2

provincie limburg fl Het indienen van een beroepschrift heeft geen schorsende werking. Als u een beroepschrift heeft ingediend, dan kunt u tevens een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening indienen bij de

Voorzieningenrechter van de Rechtbank Limburg, sector Bestuursrecht, Postbus 950, 6040 AZ Roermond.

Gedeputeerde Staten van Limburg namens dezen,

wrgunningen‚ Toezicht en Handhaving team Vergunningen

DOC-00086446

provincie limburg à VI

l

3.

l

u

Voorschriften

Aan deze vergunning worden de volgende voorschriften verbonden: 31

De vergunning heeft betrekking op het houden van de dieraantallen op de stalsystemen aan De

Horsten 20 en ongenummerd te Egchel zoals weergegeven in onderstaande tabel:

Stal-

Code RAV

nummer

Type

Bijlagel

Code RAV _ Aantal _

Bijage2

_

dieren

1big

_ Gespeende biggen

D11454

-

6.240

2big

_

Gespeende biggen

D11454

-

6.720

3big

_

Gespeende biggen

D11454

-

6.720

4big

_

Gespeende biggen

D11454

-

6.720

8big

_

Gespeende biggen

D11454

-

6.720

Kraamzeugen

D12474

-

265

Guste en dragende zeugen

D13124

-

835

Dekberen Opfokzeugen

D2.4.4 D32454

-

4 150

Kraamzeugen

D12474

-

265

Guste en dragende zeugen

D13124

-

835

Dekberen Opfokzeugen

D2.4.4 D32454

-

4 150

Kraamzeugen

D12474

-

265

Guste en dragende zeugen

D13124

-

835

Dekberen Opfokzeugen

D2.4.4 D32454

-

4 150

Kraamzeugen

D12474

-

265

Guste en dragende zeugen

D13124

-

835

Dekberen Opfokzeugen

D2.4.4 D3.2.15.4

-

4

5zeug

6zeug

7zeug

9zeug

De in de tabel vermelde ‘Code RAV’ alsmede de ammoniakemissiefactoren die zijn gehanteerd bij het berekenen van de (totale) emissie, zijn ontleend aan de bijlagen behorende bij de meest

actuele Regeling ammoniak en veehouderij.

DOC-00086446

+

provincie limburg a Type Diverse vervoersbewegingen

3.2

Emissie kg NOx/ jaar 13,58

De vergunning heeft betrekking op de emissie van 7.077,58.kg NH: / jaar en 13,58 kg NOx / jaar.

DOC-00086446

5

provincie limburg a

4.

Aanvraag

Op 10 oktober 2018 heeft Van Dun Advies B.V. namens e

=gchei een

wijziging aangevraagd van de bij besluit van 1 oktober 2015, kenmerk 2015/71566 verleende vergunning ex artikel 19d, eerste lid, van de Nbw 1998 voor het exploiteren van een varkenshouderij, gelegen aan De Horsten 20 te Egchel. De inrichting heeft een (potentieel) negatief effect op meerdere Natura 2000gebieden. De wijzigingsaanvraag is geregistreerd onder nummer 2018-206531. Op 22 november 2018 en 16 april 2019 zijn aanvullende gegevens ontvangen. Op 4 februari 2020 hebben wij de aanvrager verzocht om aanvullende gegevens. Op 15 april 2020 en 25 mei 2020 zijn daartoe aanvullende gegevens ontvangen.

5.

Procedure

De aanvraag is afgehandeld met toepassing van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Het ontwerp van het besluit op de aanvraag heeft gedurende zes weken voor een ieder ter inzage gelegen in het gouvernement te Maastricht. Gedurende deze termijn kon een ieder bij ons college schriftelijk dan wel mondeling zienswijzen over dit ontwerp naar voren brengen. Binnen de termijn waarin de aanvraag en het ontwerpbesluit ter inzage hebben gelegen zijn geen zienswijzen ingediend.

Op grond van artikel 1.3, derde lid Wnb, is voor het besluit op de aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 2.7 tweede lid Wnb, overeenstemming vereist met de colleges van Gedeputeerde Staten van alle provincies waarin (delen van) Natura 2000-gebieden zijn gelegen waarvoor het aangevraagde project/de aangevraagde andere handeling gevolgen kan hebben. Het aangevraagde project/de aangevraagde andere handeling kan gevolgen hebben voor (delen van) Natura 2000-gebieden gelegen in de provincies Noord-Brabant, Gelderland, Overijssel, Drenthe, Friesland, Groningen, Zeeland, Utrecht, Zuid-Holland en Noord-Holland Met de colleges van Gedeputeerde Staten van voornoemde provincies bestaat overeenstemming over het voorliggende besluit.

DOC-00086446

6

provincie limburg a 6.

Beoordelingskader en de beschermde gebieden

6.1

Algemeen

Artikel 2.7, tweede lid, Wb

heeft betrekking op de vergunningplicht in verband met Natura 2000-

gebieden (Habitatrichtlijn- en Vogelrichtlijngebieden) binnen en buiten Nederland. Op grond van artikel 2.7, tweede lid, Wb is een vergunning van Gedeputeerde Staten vereist voor het realiseren van projecten of het verrichten van andere handelingen die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor het

gebied is aangewezen. Zodanige projecten of andere handelingen zijn in ieder geval projecten of andere handelingen die de natuurlijke kenmerken van het gebied kunnen aantasten. Bij het beslissen op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb dient rekening te worden gehouden met de gevolgen die het project kan hebben voor een Natura 2000-gebied, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor dat gebied. Heeft een aangevraagde vergunning betrekking op een project dat afzonderlijk of in combinatie met andere projecten of plannen, significant negatieve effecten kan hebben voor een Natura 2000-gebied, dan dient op grond van het bepaalde in artikel 2.8, eerste lid, van de Wnb een passende beoordeling te worden gemaakt van de gevolgen voor het gebied, waarbij rekening wordt gehouden met de instandhoudingsdoelstellingen. Is een passende beoordeling vereist, dan kan de aangevraagde vergunning als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb in principe slechts worden verleend, indien op grond van de passende beoordeling de zekerheid bestaat dat de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet zullen worden aangetast. Daarbij geldt dat bij de passende beoordeling het positieve effect van mitigerende maatregelen mag worden betrokken.

Bestaat op grond van de passende beoordeling (inclusief de daarbij betrokken mitigerende maatregelen) niet de vereiste zekerheid, dan kan een aangevraagde vergunning als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb niettemin worden verleend in het uitzonderlijke geval dat bij toetsing blijkt dat geen Alternatieve oplossingen voor handen zijn, sprake is van Dwingende redenen van openbaar belang en Compenserende maatregelen worden getroffen. Oftewel n voorkomend geval dat de zogenaamde ADC-toets met succes wordt doorlopen.

6.2

Pas en Beleidsregel intern en extern salderen

Op 29 mei 2019 heeft de Afdeling uitspraak gedaan over het PAS. Als gevolg van de uitspraak is de

passende beoordeling die ten grondslag lag aan het PAS onbruikbaar geworden als basis voor toestemmingsverlening. Op 25 september heeft een adviescollege onder leiding van de heer Remkes advies uitgebracht hoe de toestemmingsverlening weer op gang kan komen en welke maatregelen op korte termijn getroffen kunnen worden. Nu het PAS niet meer gebruikt kan worden, moet teruggevallen worden op de instrumenten die voor nu resteren, te weten intern en extern salderen, een ecologische onderbouwing en de ADC-toets. In dat kader zijn op 13 december 2019 de ‘Beleidsregels intern en extern salderen in Limburg december 2019' in werking getreden. Op basis

van de uitspraak van de Afdeling en het advies van het college van Remkes is evident dat

DOC-00086446

7

provincie limburg a toestemmingsverlening voor nieuwe of gewijzigde initiatieven niet mag leiden tot een toename van de

stikstofdepositie. De nieuwe beleidsregels stellen daarom strikte voorwaarden aan de instrumenten intern

en

extern

salderen.

6.3

_ Buitenlandse toetsingskaders

Buitenlandse Natura 2000-gebieden vallen onder de reikwijdte van artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb. Dat volgt reeds uit deze bepaling in samenhang met de begripsomschrijving van Natura 2000-gebied in artikel 1.1 van de Wnb. Uitvloeisel daarvan is dat bij het beslissen op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb tevens de gevolgen moeten worden betrokken die een project of andere handeling kan hebben in een buiten Nederland gelegen Natura 2000-gebied. Daarbij gaat het om alle denkbare (negatieve) gevolgen van een project of andere handeling die de natuurlijke kenmerken van een buitenlands Natura 2000-gebied kunnen aantasten. In de praktijk is het vorenstaande evenwel met name van belang voor aanvragen voor projecten op Nederlands grondgebied

die (mede) voorzien in stikstofdepositie op buitenlandse Natura 2000-gebieden. Resulteert een zodanige aanvraag niet in een toename van stikstofdepositie op één of meer stikstofgevoelige buitenlandse Natura 2000-gebieden ten opzichte van de toepasselijke referentiesituatie(s), dan kan er mede gezien de

jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vanuit worden gegaan dat significante effecten in zoverre zijn uitgesloten. Alsdan bestaat geen verplichting tot het maken van een passende beoordeling en kan in zoverre worden overgegaan tot vergunningverlening als bedoeld in artikel 2.7, tweede

lid, van de Wnb.

Wanneer een vergunningaanvraag voor een project wél voorziet in een toename van stikstofdepositie op één of meer stikstofgevoelige buitenlandse Natura 2000-gebieden ten opzichte van de toepasselijke referentiesituatie(s), volgt uit de uitspraak van de Afdeling van 16 april 2014 inzake RWE Eemshaven (201304768/1/R2), dat ter beantwoording van de vraag of de aangevraagde situatie significante effecten op deze gebieden kan hebben, toepassing kan worden gegeven aan het daarvoor relevante buitenlands toetsingskader.

DOC-00086446

8

provincie limburg à VI

l

l

ur

7.

Overwegingen

7.1

_ Aangevraagde situatie

De aanvraag heeft betrekking op het exploiteren en

wijzigen van een varkenshouderij, gelegen aan De

Horsten 20 en ongenummerd te Egchel. Er wordt vergunning gevraagd voor de situatie als weergegeven in tabel 1:

s

nummer

|n

Di1154

-

6720

010

67200

Kraamzeugen

D1.2.17.4

=

265

1,30

344,50

Guste en dragende zeugen

D1.3.124

-

835

0,63

526,05

Dekberen

D244

-

4

0,83

3,32

Opfokzeugen Kraamzeugen

D3.2.15.4 D1.2.17.4

-

150 265

0,45 1,30

67,50 344,50

Gusteendragende zeugen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=45becf53-7167-4c23-ad6c-99d292fccb9f