2025-062 07 Bijlage 4 bij Toelichting - MER bijlagen 27 juni 2023 (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Plan-MER
Bestemmingsplan De Horsten Egchel Deel B Bijlagen
PO/ODEROYEN C/JNNAER
n Plan-MER
Bestemmingsplan De Horsten Egchel Deel B — Bijlagen
Rapportnummer:
P217712.008
Opdrachtgever:
Gemeente Peel en Maas Postbus 7088 5980 AB
PANNINGEN
status:
Definitief
Datum:
27 juni 2023
PfDEROYEN J)NNAER Vestigingen te Nijmegen, Vught, Baexem en Voerendaal
St. Stevenskerkhof 2
6511 VZ Nijmegen
T(024) 32245 79
info@pouderoyentonnaer.nl
pouderoyentonnaer.nl
Op onze dienstverlening zijnde
DNR 2011 van toepassing die u vindt op
pouderoyentonnaer.nl
Bijlagen
Bijlage 1: Reactienota NRD Bijlage 2: Ontvangen adviezen geraadpleegde bestuursorganen en instanties Bijlage 3: Verklarende woordenlijst. Bijlage 4: Overzicht wet — en regelgevin,
Bijlage 5: Gegevens veehouderi Bijlage 6: Uitwerking inschatting zware verkeersbewegingen …
Bijlage 7: Besluit GS Wet natuurbescherming 20 augustus 2020 Bijlage 8: Berekeningen stikstof Aerius v2022.. Bijlage 9: Kaarten geur - met brongegevens en berekeningsresultaten.. Bijlage 10:
Kaarten fijn StOf
……
Bijlage 11: Kaarten endotoxinen Bijlage 12: Briefverslagen flora en fauna veldbezoek 2019 en 2023, IVN
Bijlage 13: Onderzoek berekening gevelbelasting (wegverkeerslawaai) Bijlage 14: Landschappelijk inpassingsplan 2023 …
Bijlage 15: Bodemonderzoeken
E
|
PÂDEROYEN c?)NNAER Bijlage
eactienota
Paas712008 NRD
In deze reactienota zijn inspraakreacties samengevat en de namen en adressen geanonimiseerd.
Reactienota
Notitie Reikwijdte en Detailniveau Reactie op de zienswijzen op de Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor de PlanMER bij bestemmingsplan De Horsten Egchel - uitbreiding varkenshouderij-
Mei
2023
Gemeente
Peel en
Maas
Postbus
7088
5980 AB
PANNINGEN
Inhoudsopgave 1. Inleiding.. 2. Reacties per onderdeel NRD.…. 1.1
Inleiding en Bestemmingsplan .
1.2
Beleidskaders
13
Werkwijze milieubeoordeling
14
Leemten
1.5
Monitoring en evaluatie
in kennis
…
1. Inleiding Achtergrondinformatie
Een
m.e.r.-procedure
heeft als doel om
het milieu een volwaardige
plaats te geven
binnen
de
toekomstige bestuurlijke besluitvorming. Het milieuonderzoek dat wordt uitgevoerd levert informatie op over de milieugevolgen van de voorgenomen ontwikkeling. Op basis hiervan kunnen, vanuit het
milieuperspectief,
kansen
en
risico's
worden
benoemd
voor
de
verdere
invulling
van
het
ontwikkelprogramma. Voor de (uitgebreide) m.e.r.-procedure is het altijd verplicht openbaar kennis te geven van de start van de m.e.r.-procedure met reactiemogelijkheid en het raadplegen van andere
bestuursorganen. Een
NRD
(notitie
met
de
reikwijdte
en
het
detailniveau
voor
de
op
te
stellen
MER)
is een
onderzoeksopzet en is niet verplicht. In dit geval is een NRD opgesteld en is eenieder in de gelegenheid gesteld om te reageren op de NRD. Bij de NRD gaat het om de (technische) onderzoeksopzet voor de nog uit te voeren milieuonderzoeken.
De milieuonderzoeken bij de MER schrijven vervolgens géén
resultaat voor: de MER benoemt kansen en risico’s. Ook beschrijft de MER hoe negatieve gevolgen kunnen worden voorkomen en verminderd en op welke wijze gewenste positieve effecten kunnen worden geoptimaliseerd. Samen met de informatie uit de MER is het aan de gemeenteraad om een
integrale afweging te maken voor de besluitvorming omtrent het bestemmingsplan. Deze afweging gaat over meer dan alleen milieuaspecten.
De Notitie Reikwijdte en Detailniveau gaat in op: e _ Reikwijdte: welke effecten van het plan worden in het milieueffectrapport onderzocht? e
Detailniveau: hoe worden de effecten in beeld gebracht en met welke diepgang?
e _ Watis de referentiesituatie en welke varianten / scenario's worden in het milieueffectrapport onderzocht?
De NRD heeft ter inzage gelegen van 14 september 2022 tot en met 25 oktober 2022. ledereen kon een zienswijze geven op de inhoud van de NRD en aangeven wat in het milieueffectrapport moet worden
onderzocht.
De
wettelijke
adviseurs
en
betrokken
overheids-
en
maatschappelijke
organisaties (0.a. provincie, waterschap, buurgemeenten en de GGD) zijn apart geraadpleegd. In deze nota wordt aangegeven of en hoe de ingebrachte reacties zijn verwerkt in de MER.
Ingekomen reai Er zijn 13 reacties ontvangen. Alle participanten zijn inwoners van Egchel:
5M
ingekomen 2-10-2022 en 8-10-2022 ingekomen 4-10-2022 ingekomen 9-10-2022 en aanvulling 6-11ingekomen 13-10-2022 ingekomen 18-10-2022 ingekomen 20-10-2022 ingekomen 23-10-2022 ingekomen 20-10-2022 ingekomen 24-10-2022 ingekomen 25-10-2022 ingekomen 25-10-2022 ingekomen 7-11-2022
Algemene strekking binnengekomen reacties
De ontvangen reacties zijn van bewoners van Egchel. Zij geven in hun zienswijzen hun bezwaren tegen grootschalige intensieve veehouderij in het algemeen; vanwege dierenleed, schadelijke effecten voor het milieu, geuroverlast, luchtvervuiling en onbekendheid over de gevolgen voor de volksgezondheid.
Enkele
participanten
geven
aan dat de bewoners
van
Egchel
niets te winnen
hebben
met
de
voorgenomen uitbreiding. Er wordt aangegeven dat de gemeenteraad het belang van de inwoners van Egchel en het belang van de varkens op de eerste plaats moet stellen. Een enkele reactie geeft aan
geen vertrouwen in de politiek te hebben en dat veel inwoners van Egchel denken dat het ‘toch geen zin heeft/ om tegen de plannen in te gaan of te reageren.
Meerdere participanten verzoeken om de vergunningen voor de beoogde uitbreiding niet te verlenen. Dit betekent
mogelijk dat het niet iedereen duidelijk
kaderstellend
bestemmingsplan
is dat de op te stellen MER
en niet toe ziet op vergunningverlening.
toeziet op een
Na vaststelling van
het
bestemmingsplan dient de ondernemer alle benodigde vergunningen (met name milieu, bouw en natuur) aan te vragen en te verkrijgen, voordat de uitbreiding geheel (of gedeeltelijk/gefaseerd) gerealiseerd kan worden. Iedere vergunning die verleend wordt staat open voor bezwaar en beroep. Participanten
hebben
onbegrip
voor
de
voorgenomen
uitbreiding
tot
een
grootschalige
varkenshouderij in een gebied waar al meerdere grootschalige varkenshouderijen aanwezig zijn, en in
een tijd waarin door de politiek gesproken wordt over noodzakelijke krimp van de veestapel
in
Nederland, waarin veehouderijen worden opgekocht met gemeenschapsgeld en waarin stikstof en stankoverlast actuele thema's zijn in de politiek. De vijf onderwerpen die het meest benoemd zijn in de ingediende reacties:
1.
Nuten noodzaak (i.r.t. politieke en maatschappelijke ontwikkelingen, 0.a. stikstof en klimaat)
“prwn
Gezondheidseffecten (voor mens en dier) Geuroverlast (in Egchel) Effectiviteit luchtwassers en betrouwbaarheid
Monitoring en handhaving
rekenmodellen
2. Reacties per onderdeel NRD Voorgaand is de algemene strekking van de ontvangen reacties aangegeven. Niet alle reacties zijn direct te koppelen aan de voorgestelde inhoud en diepgang van de MER. Deze zijn algemene bezwaren tegen het voorgenomen plan en de intensieve veehouderij. Voor de volledigheid wordt
erop gewezen
dat de op te stellen MER
onderdeel
uitmaakt van het
bestemmingsplan en iedereen zienswijzen kan indienen tegen het ontwerp bestemmingsplan én de
inhoud van de MER. Daarbij zal de Commissie m.e.r. om advies gevraagd worden over de opgestelde MER. De te doorlopen procedure wordt ook nader toegelicht n de MER.
Ingezonden reacties niet etterlijk terug te vinden in deze nota In deze
reactienota
wordt
telkens
een
samenvatting
gemaakt
van
de
inbreng
op
een
bepaald
onderdeel van de NRD. Reacties zijn daardoor niet letterlijk terug te vinden in deze reactienota. Er
wordt wel per onderdeel verwezen naar de nummering van de participanten op de vorige pagina.
1.1
Inleiding en Bestemmingsplan
In deze hoofdstukken wordt ingegaan op de achtergrond van het voorgenomen bestemmingsplan en toegelicht waarom een m.e.r-procedure moet worden doorlopen. Er wordt uitgelegd wat een NRD is en er wordt ingegaan op het detailniveau en de onderdelen van de op te stellen MER.
Insprekers 1 en 4 verzoeken om de vergunningen niet te verlenen en insprekers 2, 4, 8, 9, 12 en 13 zijn tegen de beoogde ontwikkeling. Er is bij insprekers 5, 7, 9, 10 en 12 onbegrip over het feit dat
gevolg wordt gegeven aan plannen en afspraken die 10 jaar oud zijn. Ook wordt er gevraagd om transparantie vanuit de gemeente over de aanleiding om nu nog aan dit plan mee te werken door insprekers 3 en 11. Reactie van de gemeente De
MER
wordt
opgesteld
voor
een
kaderstellend
bestemmingsplan,
vanwege
een
inspanningsverplichting die is aangegaan richting de ondernemer. H.M.M. Rutten Holding BV is eigenaar van de varkenshouderij aan De Horsten en was in 2012 het bedrijf dat de eerste kavel in het gebied heeft gekocht. Aanvankelijk was uitbreiding van de varkenshouderij beoogd.
Naar aanleiding van de uitbreidingsplannen
afstand van de woonkern
is destijds bekeken
op de Jacobusstraat 42 of dit bedrijf op grotere
in het LOG kon ontwikkelen. Bij de verkoop van de gronden
ondernemer zijn door de gemeente
aan deze
afspraken gemaakt over de ontwikkelmogelijkheden op de nieuwe
bedrijfslocatie aan De Horsten. Op de locatie Jacobusstraat 42 is de laatste nieuwe stal gebouwd in 2012.
Door de vernietiging van het bestemmingsplan voor het LOG Egchelse Heide kon de gemeente haar verplichting ten aanzien van maken van een bestemmingsplan voor het te vestigen bedrijf niet nakomen.
Om
toch
voor
een
deel
hieraan
te kunnen
voldoen,
is ervoor
gekozen
om
via een
omgevingsvergunning (voor onder andere het afwijken van het bestemmingsplan) de oprichting van nieuwe stallen met bijbehorende voorzieningen planologisch mogelijk te maken. De ondernemer heeft het toekomstplan voor het totale beoogde bedrijf globaal uitgewerkt en wil deze bedrijfsopzet
gefaseerd gaan realiseren in de komende jaren. Daarvoor zijn de benodigde gronden aangekocht (ongeveer 12 ha) en is een overeenkomst gesloten tussen de ondernemer en de gemeente. In de geactualiseerde overeenkomst van 20 mei 2021 staat een inspanningsverplichting voor de gemeente
om de beoogde bedrijfsopzet qua bestemming en vergunningen mogelijk te maken. Dit
bestemmingsplan
biedt
de
planologische
kaders
voor
de
uitbreiding,
maar
maakt
het
niet
rechtstreeks mogelijk om de beoogde uitbreiding zonder vergunningen te realiseren. Binnen het planologisch kader kan de ondernemer (al dan niet gefaseerd) vergunningen aanvragen voor realisatie van de beoogde eindsituatie. Op dit moment is het ontwikkelplan nog niet geconcretiseerd en zijn er
geen vergunningaanvragen voor de beoogde uitbreiding in procedure. Het kan in theorie voorkomen dat in de toekomst
door gewijzigde
beleidskaders,
normen
en wet- en
regelgeving
de beoogde
uitbreiding niet (meer) geheel vergunbaar is. Iedere verleende vergunning staat daarbij opnieuw open
voor bezwaar en beroep. Gevolgen voor de MER
De MER is een objectief document dat wat betreft milieueffecten moet voorzien in de benodigde gegevens
en
gemeenteraad
informatie om
bestemmingsplan
te
die
nodig
beslissen
zijn
over
voor de
een
zorgvuldige
wenselijkheid
van
besluitvorming. de
Het
ontwikkelingen
is aan
de
waarvoor
het
het planologisch kader vormt. De gemeenteraad moet de belangen afwegen en
betrekt hierbij niet alleen de milieueffecten, maar ook alle andere aspecten die van belang zij
In de MER zal in de inleiding beschreven worden wat de aanleiding en status is van het kaderstellend bestemmingsplan. Ook zal daarbij
ingegaan worden op de relatie met de bestaande varkenshouderij
van betreffende ondernemer op de locatie Jacobusstraat 42.
1.2
Beleidskaders
Insprekers 1 en 12 verzoeken te wachten maatschappelijke
ontwikkelingen
ten
met het opstellen van de MER vanwege
aanzien
van
de
veehouderij
en
de
de politieke en
voorziene
nieuwe
beleidskaders, regels en normen voor onder andere stikstof en geur. Insprekers 1, 2,3, 4, 7,9, 10, 11 en
12
vinden
dat
de
beschikbare
informatie
en
kennis
samen
met
lopende
onderzoeken
en
verouderde beleidskaders en normen geen goede basis is voor een goede MER. Reacties van de gemeente In de MER wordt uitgegaan van de bestaande wetenschappelijke kennisbasis ten aanzien van milieu-
en gezondheidseffecten gemaakt
van
‘expert
ten gevolge van judgement’.
Als
intensieve veehouderij. er
nieuwe
Ook
wetenschappelijke
wordt
in de
MER
gebruik
onderzoeksresultaten
of
beleidswijzigingen beschikbaar komen, dan wordt bekeken of dit moet leiden tot aanvulling op de
MER en/of aanpassing van het (ontwerp)bestemmingsplan. Een overzicht van leemten in kennis is onderdeel van de MER, zoals beschreven in de NRD.
Op moment van vaststelling van het bestemmingsplan moeten de actuele inzichten en beleidskaders betrokken
worden
in de besluitvorming.
Dit kan er in theorie toe leiden dan
het plan niet meer
uitvoerbaar is en dat een aanvulling op de MER of een wijziging van het plan nodig is.
De bestemmingsplanprocedure wordt niet gecoördineerd met een vergunningprocedure (coördinatieregeling afdeling 3.6 Wro). Na vaststelling van het kaderstellende bestemmingsplan kan de ondernemerde benodigde vergunningen (met name milieu, bouwen en natuur) aanvragen. Dit kan
voor
het
hele
plan
vergunningverlening
of
voor
een
is de
op
dat
gedeelte moment
vergunbaarheid en hierbij kunnen opnieuw
van
het
geldende
plan wet-
(gefaseerde en
ontwikkeling).
Voor
bepalend
de
regelgeving
voor
zienswijzen worden ingediend.
Gevolgen voor de MER In de MER wordt uitgegaan van de actuele onderzoeksresultaten en beleidskaders. Ook zal worden
ingegaan op de voorziene ontwikkelingen ten aanzien van het overheidsbeleid voor veehouderijen, met name stikstof, ammoniak, geur, luchtkwaliteit en gezondheidseffecten. Dit staat ook beschreven in de NRD.
1.3
Werkwijze milieubeoordeling
Een aantal reacties hebben betrekking op aspecten die al beschreven staan bij de werkwijze van de milieubeoordeling in hoofdstuk 4 van de NRD. De reacties die toezien op de werkwijze van milieubeoordeling in de MER hebben betrekking op: °
Studiegebied
° _
Referentiesituatie
e
Alternatieven
e
Te
beoordelen
milieuaspecten:
ammoniak,
stikstof, geur, fijnstof en gezondheid
(dier en
mens) e _ Leemten in kennis: werking luchtwassers, rekenmodellen e _ Monitoring en evaluatie: landschappelijke inpassing, luchtwassers, geur Studiegebied Door
inspreker
3
wordt
aangegeven
dat
enkel
lokaal
wordt
gekeken
(naar
het
plan
van
de
varkenshouder en cumulatieve effecten) en dat effecten elders niet worden bekeken. Waarom wordt hiermee geen rekening gehouden in de MER?
Reactie van de gemeente n paragraaf 4.1 van de NRD staat beschreven dat in de MER onderscheid wordt gemaakt tussen het plangebied
en studiegebied. Bij de beschrijving van de mogelijke effecten voor met name emissie
gerelateerde milieuthema's zal sprake zijn van een groter beïnvloedingsgebied dan het plangebied. De omvang van studiegebied verschilt daarom
per milieuthema en i gelijk aan of ruimer dan
het
plangebied. Ook zullen de grensoverschrijdende effecten in de MER worden onderzocht. Voor stikstof is het studiegebied het grootst en worden de effecten beoordeeld op alle Natura2000
gebieden waarop stikstofdepositie berekend wordt. Dit zijn 10 Nederlandse Natura2000 gebieden tot circa 11 km afstand. Ook worden de stikstofeffecten inzichtelijk gemaakt op Duitse Natura2000 gebieden (circa 11,5 km, 6 punten).
Voor overige natuurgebieden wordt gekeken naar de effecten op
de zeer kwetsbare Wav-gebieden
(circa 2,5 km afstand, 3 punten) en het natuurnetwerk (circa 1,1 km
afstand, 3 punten).
Voor geur worden niet alleen de lokale effecten op woningen in het buitengebied beoordeeld, maar worden
de effecten
in de kern Egchel, bufferzone en buitengebied
inzichtelijk gemaakt.
Voor de
achtergrondbelasting van geur worden de veehouderijen beoordeeld. Referentiesituatie
Reacties van insprekers 3, 4, 7 en 10 op de referentiesituatie in de MER gaan over de in 2020 verleende
natuurvergunning en het beleidsstandpunt uit 2008 dat t.g.v. geur het leefklimaat in de kern Egchel niet mag verslechteren t.0.v. peildatum 20 december 2008. Waarom
worden de milieueffecten niet
met de huidige situatie vergeleken? Reactie van de gemeente - referentie natuurvergunning (Wnb} Voor het totale ontwikkelingsplan is een onherroepelijke natuurvergunning aanwezig van 20 augustus
2020. Deze vergunning is ‘passend beoordeeld’ en verleend op basis van de op 1 oktober 2015 verleende
Nbwet-vergunning
voor
De
Horsten.
De
in
de
natuurvergunning
gehanteerde
emissiefactoren zijn nog steeds actueel. Inmiddels is er wel een nieuwere versie van het rekenmodel
Aerius Calculator. In de MER worden alle berekeningen, dus ook die van de Wnb-vergunde situatie, in de meest actuele versie van Aerius Calculator met actuele emissiefactoren uitgevoerd.
In de MER zal ingegaan worden op het actuele wettelijke beleidskader en de jurisprudentie over de plantoets
in
de
Wet
natuurbescherming,
de
‘één
op
één
inpassing'
van
een
onherroepelijke
natuurvergunning in een bestemmingsplan en de regels en voorziene ontwikkelingen voor interne en
externe saldering. Hierbij worden ook de aangekondigde landelijke en provinciale stikstofmaatregelen betrokken.
Er hoeft geen passende beoordeling te worden gemaakt in het geval van een zogenaamde ‘één op één inpassing
van
een
onherroepelijke
natuurtoestemming,
waarvoor
een
toereikende
passende
beoordeling is uitgevoerd en een nieuwe passende beoordeling geen nieuwe inzichten zal opleveren.
Dit wordt betrokken in de MER en hiervoor zal in de MER niet alleen naar de natuurvergunning van 2020, maar ook naar de passende beoordeling van de onderliggende vergunning van 2015 worden gekeken. Reactie van de gemeente - referentiesituatie geur Een toename
in geuremissie
en -belasting is binnen
de wettelijke
kaders toegestaan,
zolang de
geldende geurnormen niet worden overschreden en voldaan wordt aan het gemeentelijk geurbeleid. Het is dan ook toegestaan om de voorgrondbelasting toe te laten nemen tot aan de geurnormen. In de MER wordt de geurbelasting voor de bestaande, vergunde situatie inzichtelijk gemaakt. In het plangebied wordt de milieugebruiksruimte echter niet alleen bepaald door de geldende normen voor de voorgrondbelasting (individuele milieugebruiksruimte), maar ook door het beleidsstandpunt
dat bij ontwikkelingen in het (voormalige) LOG het woon- en leefklimaat ten aanzien van geur in de kern
Egchel
niet mag verslechteren ten opzichte van de situatie op peildatum
22 december
2008
(cumulatieve, ‘gedeelde' milieugebruiksruimte): een milieukwaliteit van ‘redelijk goed’. De bestaande, vergunde
situatie is bij vergunningverlening voor de bestaande
stallen ook aan dit
beleidsstandpunt getoetst en heeft ten aanzien van de milieukwaliteit in de woonkern Egchel geen verslechtering ten gevolg t.0.v. de peildatum. In deze MER kan daarom worden volstaan met de
vergunde situatie als referentie en het gelijk gebleven woon- en leefklimaat in de woonkern Egchelals op de peildatum. bestaande
In de MER
situatie
wordt voor de referentiesituatie de geurbelasting berekend
en vergeleken
met
het
planvoornemen,
rekening
houdend
met
voor de
de
lopende
aanvraag voor uitbreiding van varkenshouderij Rongvenweg 14 als autonome ontwikkeling. Van het rekenmodel
V-Stacks gebied zijn drie versies: v2007, v2010
en v2020.
De milieukwaliteit
‘matig’ voor de woonkern Egchel op peildatum 22 december 2008 is vastgesteld op basis van versie v2007. Voor deze
MER wordt de actuele versie v2020 gebruikt, met toepassing van bijbehorende
gebruikshandleiding en invoerinstructies.
Uit de berekeningsresultaten
volgt dat in de bestaande,
situatie (referentiesituatie MER) de milieukwaliteit in de woonkern Egchel ‘redelijk goed’ is. Dit zal verder toegelicht en uitgewerkt worden in de MER, onder andere door de achtergrondbelasting van geur te classificeren naar woon- en leefklimaat in absolute aantallen woningen op basis van het gehele
woningenbestand van de gemeente Leudal (uitgaande van de gebieden die worden onderscheiden in de geurverordening: kern Egchel, bufferzone en buitengebied). Alternatieven
Inspreker
10 vraagt wat er op bladzijde 27 wordt verstaan
onder ‘een alternatief ontwikkelplan’
(inpasbaar alternatief). Blijkbaar is er wel een inpasbaar alternatief. Waaruit bestaat dat dan? Reactie van de gemeente In de NRD
is in paragraaf 4.4. aangegeven dat het totale planvoornemen
op basis van de huidige
emissiefactoren voor geur resulteert n een overschrijding van de geurnorm op alleen de woning Karissendijk
10.
Het
is
mogelijk
dat
toekomstige
biijstelling
van
de
emissiefactoren
voor
gecombineerde Iuchtwassers de benodigde geurruimte biedt om het hele plan te realiseren, maar op
korte termijn is het niet de verwachting dat de emissiefactoren voor gecombineerde luchtwassers zullen worden verlaagd. Het is echter ook de bedoeling om het plan in fasen binnen een tijdsbestek van ongeveer 10 jaarte realiseren. Het alternatief, een inpasbaar ontwikkelplan (inpasbaar is binnen huidige milieugrenzen) geeft inzicht in
de
bedrijfsomvang
en
dierbezetting
waarbij
voldaan
wordt
aan
alle
huidige
normen
en
beleidskaders, met name geur. Dit inpasbaar alternatief zal het uitgangspunt vormen voor hetgeen rechtstreeks mogelijk gemaakt kan worden n het bestemmingsplan. In de MER wordt het inpasbaar alternatief onderzocht door middel van een indicatieve optimalisatieberekening, waarbij op basis van
de
huidige
geuremissiefactoren
voorgrondnormen
de berekende
voorgrondbelasting
valt. Uiteraard zit hier een zekere marge
nog
in, aangezien
net binnen
de geldende
het maximaal
mogelijke
aantal dieren binnen de geldende geurnormen mede afhangt van de stallen en dieren die je weglaat
in de berekening en de uitvoering van de emissiepunten. Te beoordelen milieuaspecten
Alle
insprekers
benoemen
gezondheidseffecten.
zorgen
over
de milieuaspecten
Insprekers 3, 10, 11 en 12 benoemen
ammoniak/stikstof,
geur,
fijnstof en
daarbij de relatie met het woon-
en
leefklimaat. Hierbij wordt vooral gewezen op het in beeld brengen van de effecten voor de kern Egchel door insprekers 4, 10 en 11, maar ook voor de beoogde huisvesting van arbeidsmigranten binnen de inrichting volgens insprekers 2, 3, en 10, waar geen sprake van een gezond leefklimaat is.
Ook gaan insprekers 1, 2, 3, 5 en 6 in op de risico's voor de diergezondheid bij de sterke concentratie van grote aantallen varkens in dit gebied, bijvoorbeeld uitbraak van varkenspest.
Inspreker 7 geeft als suggestie om in de MER vooral de effecten voor de natuur, de directe omgeving en de bewoners van de regio mee te wegen.
Volgens inspreker 10iijkt het er in de NRD op dat geen kwantitatief onderzoek wordt uitgevoerd, maar een kwalitatieve beoordeling
die alle ruimte laat voor een politieke keuze in het voordeel van de
veehouder.
Reactie van de gemeente In de NRD staat beschreven dat en hoe de genoemde
milieuaspecten worden betrokken in de MER.
Hieronder wordt nader ingegaan op reacties over de specifieke milieuaspecten. In de MER wordt uitgegaan van de actuele inzichten, normen en beleidskaders en er wordt voor zover mogelijk een doorkijk gemaakt naar te verwachten ontwikkelingen en wijzigingen in wet- en regelgeving. In de MER
wordt voor de verschillende milieuaspecten binnen
de
inrichting sprake
huisvesting
voor
betrokken
en
is van
een
arbeidsmigranten.
een
advies
gegeven
beoordeeld
aanvaardbaar
hoe hoog de milieubelasting is en waar woon-
Hierbij
wordt
de
voor
de
situering
en
geldende
van
leefklimaat
ter plaatse
regelgeving
en
de
huisvesting
voor
door
van
tijdelijke
van
de
normstellingen
arbeidsmigranten.
Waar
dat
mogelijk
berekeningen,
is,
worden
de
milieueffecten
cijfers en onderzoeksresultaten.
Onder
kwantitatief andere
beoordeeld
de meest
relevante
middel
milieuaspecten
ammoniak{/stikstof, geur, geluid, fijnstof en endotoxine worden zo beoordeeld. Dit staat vermeld in paragraaf 4.6 van de NRD, na de tabel. De effectbeoordeling van het plan t.0.v. de referentie op basis van een zevenpunts beoordelingsschaal is kwalitatief van aard. Dit is een gangbare m.e.r.-systematiek. Ammoniak / stikstof Voor de uitbreiding is al een natuurvergunning verleend, maar in de tussentijd zijn de stikstofregels gewijzigd en is er wijziging van stikstofregels aangekondigd door het kabinet en de provincie. Inspreker
11 vraagt wat de gevolgen zijn voor het LOG Egchelse Heide naar aanleiding van de 'Startnotitie Nationaal Programma Landelijk Gebied' (NPLG).
Door de uitbreiding neemt de ammoniakemissie en stikstofdepositie toe. Dit terwijl elders bedrijven worden uitgekocht met gemeenschapsgeld vanwege stikstof. Insprekers 1, 2, 3 en 8 vragen zich af hoe dit mogelijk en aanvaardbaar is. Vermindering van veebedrijven op de ene plek zou niet mogen leiden
tot uitbreiding van de veestapel op een andere plek. Verder wordt door insprekers 2, 4, 5, 8, 10, 11 en 12 gewezen op de effectiviteit van de luchtwassers
en door insprekers 3, 4, 9, 11 en 12 op de betrouwbaarheid van de rekenmodellen. Reactie van de gemeente In de MER zal de actuele informatie ten aanzien van de stikstofaanpak en -maatregelen betrokken worden, waaronder het Nationaal Programma
Landelijk Gebied (NPLG). In de startnotitie van NPLG
wordt onder andere aandacht besteed aan de terugdringing van de stikstofuitstoot en de verbetering van de natuurkwaliteit. Het Rijk legt in het NPLG de richtinggevende keuzes en (regionale) doelen vast.
10
Dit vormt
de basis voor
de uitwerking van
integrale gebiedsprogramma's
onder
regie van
de
provincies. De definitieve stikstofreductiedoelen en het maatregelpakket daarbij worden in juli 2023 vastgesteld via de provinciale gebiedsprogramma's.
Bij Ieemten in kennis wordt beschreven
welke
informatie op dat moment (nog) niet bekend is, maar wel van belang kan zijn voor de besluitvorming. Bijvoorbeeld de provinciale gebiedsplannen. Tot aan besluitvorming kan altijd besloten worden tot aanvulling van de MER als actuele ontwikkelingen
hiertoe noodzaken.
De provincie Limburg wordt
gevraagd om op de MER en het ontwerp bestemmingsplan te reageren. Ook de Commissie m.e.r. toetst de MER op basis van actuele beleidskaders en met het oog op voorziene beleidsontwikkelingen en kan ook verzoeken tot aanvulling van de MER. De
ondernemer
uitbreiding.
heeft
Deze
een
rechtsgeldige,
is in 2020 verleend
en
onherroepelijke
natuurvergunning
betreft feitelijk een
wijziging van
voor
de
beoogde
de eerder verleende
natuurvergunning van 2015, welke nog niet geheel gerealiseerd was. De natuurvergunning van 2015 is vergund op basis van externe saldering met een veehouderij aan de Roggelseweg. Deze locatie ligt in de nabije omgeving van het plangebied, ten oosten van het voormalige LOG
Egchelse Heide. De
‘verplaatsing' van de ammoniakrechten naar De Horsten is een afwaartse beweging ten opzichte van de kern van Egchel. De wet- en regelgeving staat toe dat ammoniakrechten extern gesaldeerd mogen worden
en reeds vergunde
rechten worden juridisch gezien gerespecteerd.
In de MER
zal nader
ingegaan worden op de passende beoordeling van beide natuurvergunningen, om deze na te gaan en inzicht te geven op de externe saldering van ammoniakrechten.
Op de reacties inzake effectiviteit luchtwassers en betrouwbaarheid rekenmodellen wordt navolgend ingegaan bij 1.4 ‘Leemten in kennis’ en 1.5 ‘Monitoring en evaluatie’. Geur
Ondanks
alle maatregelen
die nu al genomen
zijn, is er in Egchel
regelmatig overlast van stank.
Daarnaast wordt door insprekers 2, 4, 5, 8, 10, 11 en 12 ingegaan op de effectiviteit van luchtwassers
en door insprekers 3, 4,9, 11 en 12 op de betrouwbaarheid van de rekenmodellen. Het kan zijn dat er nog geurhinder ervaren wordt ondanks dat de geurbelasting op papier overal aan voldoet. Dit wordt door insprekers 1, 2,3, 4, 5, 8, 9, 10, 11 en 12 benoemd. Inspreker 10 vreest in de buurt van de Jacobusstraat 42 een toename van stankoverlast bij het ophalen en vervoer van
de mest richting De Horsten.
Inspreker 3 vraagt hoe de geuremissie van de mestverwerking en opslag van voer op De Horsten verwerkt wordt
in de MER.
Insprekers 3, 10, 11 en 12 reageren op het uitgangspunt dat het woon- en leefklimaat in de kern Egchel minimaal gelijk moet blijven met als uitgangssituatie 22 december 2008. Deze afspraak is volgens hen
achterhaald en zij vragen waarom er niet uitgegaan wordt van de huidige situatie. Met name inspreker 5 vraagt waarom
er geen streven
is naar verbetering van het woon-
en leefklimaat in de kern. Er
zouden destijds metingen zijn verricht. Worden deze metingen nog regelmatig uitgevoerd? Nieuwvestiging n het LOG zou gepaard gaan met oplossen van knelpunten elders in de gemeente.
Insprekers 3 en 10 vragen welke knelpunten er met dit plan worden opgelost. Hoe verhoudt de bestaande locatie aan de Jacobusstraat 42 zich tot het plan en de beoogde gefaseerde uitbreiding?
m
Door inspreker 4 wordt gewezen op de uitspraak van de rechtbank in Den Haag van 14 september 2022, waarin geoordeeld wordt dat het huidige wettelijke systeem onvoldoende bescherming biedt en de overheid verantwoordelijk is voor het aanpakken van geuroverlast en met een werkende aanpak
moet komen. Er wordt gewaarschuwd voor schadeclaims voor geuroverlast. Reactie van de gemeente
Op de reacties inzake effectiviteit luchtwassers en betrouwbaarheid rekenmodellen wordt navolgend ingegaan bij 1.4 ‘Leemten in kennis’ en 1.5 ‘Monitoring en evaluatie’.
Onder
1.1 is ingegaan
Jacobusstraat
42.
Met
op de reacties over de samenhang
tussen
het
wordt
beoogde
plan
op
De
Horsten
het plan en de locatie op de deze
thuislocatie
niet verplicht
afgebouwd of beëindigd, maar hierdoor heeft de ondernemer zijn eerdere uitbreidingsplannen op de
Jacobusstraat niet doorgezet (recent is nog een loods gebouwd, geen varkensstal). Voor de locatie Jacobusstraat 42 is een vergunning aanwezig voor mobiele mestscheiding. Mobiele
mestscheiding vindt periodiek plaats n de openlucht en kan piekemissies veroorzaken en daardoor geuroverlast. Door de mest af te voeren naar de locatie De Horsten en aldaar deze mest te scheiden (inpandige mestscheiding in het beoogde plan) wordt geuroverlast door mestscheiding in Egchel juist
voorkomen. De afvoer van de drijfmest van Jacobusstraat 42 moet hoe dan ook plaatsvinden, en waar deze mest naartoe wordt afgevoerd maakt geen verschil voor de geurbelasting in de omgeving.
Fijnstof - endotoxinen De
normen
voor
fijnstof
in
de
Wet
milieubeheer
liggen
hoger
dan
de
gezondheidskundige
advieswaarden. Inspreker 3 vraagt van welke normen er wordt uitgegaan in de MER. In de NRD
wordt
woonkern.
Inspreker 3 vraagt of het acceptabel is om de gezondheid
onderscheid
gemaakt tussen
woningen
in het buitengebied
en woningen
in de
van mensen verschillend te
waarderen.
Inspreker 10 vraagt wat de achtergrondconcentratie is in vergelijking met plattelandsgebieden zónder
een concentratie van veehouderijen. Insprekers 5 en 10 vragen of er metingen worden betrokken en in hoeverre er wordt gecontroleerd. Reactie van de gemeente: In de MER wordt zoals beschreven in de NRD ingegaan op de milieukundige, wettelijke normen en de
gezondheidskundige advieswaarden ten aanzien van onder andere fijnstofen endotoxinen. Voor
het
aspect
luchtkwaliteit
is
er
vanwege
Europese
regelgeving
geen
onderscheid
in
beschermingsniveau voor woningen van derden of andere zogenaamde ‘te beschermen objecten’. Een bedrijfswoning bij een veehouderij is echter niet beschermd
tegen de fijnstofuitstoot van
het
eigen bedrijf. In de MER wordt inzicht gegeven in de heersende achtergrondconcentratie
fijnstof. Ook wordt voor
de omgeving van het plangebied (inclusief de woonkern Egchel) de indicatieve cumulatieve bijdrage vanuit veehouderijen aan de heersende achtergrondconcentratie fijnstof inzichtelijk gemaakt voor de
12
bestaande vergunde situatie en voor de beoogde situatie. Hiervoor worden de actuele gegevens van het RIVM gebruikt en deze zijn gebaseerd op metingen.
Controle van emissies valt onder het onderdeel monitoring & evaluatie en betreft vooral de werking van luchtwassers. Deze staat voor gecombineerde luchtwassers niet ter discussie voor wat betreft reductiepercentages van fijnstof. In de MER zal dit nader worden toegelicht. Gezondheidseffecten
Alle
insprekers
geven
aan
grote
zorgen
te hebben
over
de gezondheidseffecten
van
intensieve
veehouderij en met name de grootschaligheid van de cluster varkensbedrijven in het voormalige LOGgebied en over de gevolgen voor het woon- en leefklimaat in de kern Egchel.
Verschillende reacties zien toe op gezondheidseffecten ten gevolge van uitstoot van vee-gerelateerde stoffen en bio-agentia vanuit de inrichting: met name geur en fijnstof zoals eerder genoemd,
en
endotoxinen en zoönosen door insprekers 3, 6 en 10. Insprekers 2, 3 en 10 richten zich ook op het
leefklimaat voor de arbeidsmigranten als deze binnen de inrichting gehuisvest worden, met name de slechte
luchtkwaliteit.
Insprekers
5 en
10
vragen
specifieke
naar
de
relatie
tussen
intensieve
veehouderij en een mogelijke verhoogde kans op kanker. Reactie van de gemeente In de MER wordt zoals beschreven in de NRD in een afzonderlijk hoofdstuk ingegaan op de effecten
voor de gezondheid ten gevolge van de beoogde ontwikkeling en de intensieve veehouderij in het algemeen. In de effectbeoordeling worden de gezondheidskundige advieswaarden (WHO) betrokken (ook de cumulatieve
effecten). Het gaat hier om waarden
waarop
beleid zich zou moeten
richten
(inspanningsplicht) om schadelijke gevolgen voor de volksgezondheid en/of het milieu te vermijden, te voorkomen of te verminderen. Luchtverontreiniging helemaal de wereld uit helpen is niet mogelijk, dus deze streefwaarden zijn hoger dan nul. Wel liggen ze lager dan de wettelijke grenswaarden. Naast
uitstoot
van
stoffen
hoogspanningsleiding
en
zoönosen
bij varkens
en geluid i.v.m. de nieuwe
worden
ook
bedrijfswoning
de
magneetveldzones
van
de
en huisvesting arbeidsmigranten
beoordeeld.
Alle actuele inzichten omtrent de (vervolg)onderzoeken naar gezondheid en veehouderijen worden
betrokken in de MER, dus ook de actuele wetenschappelijk inzichten ten aanzien van kanker in relatie tot veehouderijen.
Er is op dit moment
geen wetenschappelijk
kanker is in de omgeving van veehouderijen.
bewijs dat er een verhoogd
Uitgebreide beschouwing van beschikbare
risico
literatuur
heeft wel aangetoond dat luchtverontreiniging kankerverwekkend is. Dit gaat echter over het effect van de totale hoeveelheid luchtverontreiniging, zonder dat de relatieve bijdrage van de veehouderij daarin
gekwantificeerd
is en
zonder
specifiek
te
kijken
naar
het
effect
bij
omwonenden
van
veehouderijen. Om gefundeerde conclusies te kunnen trekken over nitraatinname via drinkwater en het ontstaan van
dikke darmkanker is volgens het Kennisplatform gezondheid en veehouderij meer onderzoek nodig. Op de conclusies van de onderzoeken zal in de MER worden ingegaan.
n
Specifiek onderzoek naar mogelijk verhoogd risico op kanker in Egchel en omgeving valt niet binnen de scope en het doel van deze MER.
Verder wordt het ontvangen advies van de GGD op de NRD betrokken in de MER. Veel punten komen overeen met hetgeen in de NRD staat benoemd.
Overige milieuaspecten Inspreker
3 vraagt
hoe
er wordt
omgegaan
met
het spuiwater
van
de luchtwassers
en
hoe
de
milieueffecten beoordeeld gaan worden in de MER. Inspreker 10 vraagt welke garanties er zijn dat vrachtverkeer niet tóch gebruik gaat maken van de ontsluiting in noordelijke richting, uitkomend op de Jacobusstraat, waar in de huidige situatie al veel
te veel doorgaand verkeer komt. Reactie van de gemeente - spuiwater
In de MER wordt nader ingegaan op de (on)mogelijkheden voor het afvoeren, uitrijden als meststof of hergebruiken
van het spuiwater van de luchtwassers en de effecten
hiervan voor onder
andere
verkeer. Echter betreft het hier een kaderstellend bestemmingsplan en ligt er nog geen uitgewerkt
ontwikkelingsplan op detailniveau. De exacte uitwerking valt binnen het vergunningenspoor. Reactie van de gemeente — verkeer
In de MER zal in hoofdlijnen ingegaan worden op de mogelijke effecten voor de verschillende rijroutes als ontsluiting en er wordt een aanbeveling gedaan voor de regeling in het bestemmingsplan over het al dan niet noodzakelijk borgen van de rijrichting en de ontsluiting over de Melkweg i.p.v. De Horsten
richting Egchel.
1.4
Leemten
in kennis
Insprekers 2, 4, 5, 8, 10, 11 en
12 stellen vragen over luchtwassers.
Hoe
wordt de verminderde
effectiviteit van luchtwassers ten aanzien van ammoniak en geur betrokken in de MER? Uit onderzoek blijkt echter
dat veel luchtwassers
niet naar behoren
functioneren.
Te weinig
aandacht
voor de
luchtwasser blijkt een van de oorzaken hiervan. Met andere woorden, de verantwoordelijkheid voor
een goede werking ligt bij de veehouder zelf. Hoe wordt dit geborgd? Reactie van de gemeente
In de NRD wordt hierop ingegaan ten aanzien van geur. Op 20 juli 2018 is de Regeling geurhinder en veehouderij
gewijzigd.
Deze wijziging hield verband
met
een onderzoek
naar de effectiviteit van
gecombineerde luchtwassystemen. Bepaalde typen luchtwassystemen verwijderen minder geur dan
gedacht. De emissiefactoren voor alle gecombineerde luchtwassers en één biologische luchtwasser zijn hierop verhoogd
(0.b.v. 30%
en 45%
geurreductie i.p.v. 85% geurreductie).
Gevolg is dat de
geuremissie van een vergunde veehouderij met betreffende luchtwassers groter is dan waarvoor vergunning is verleend. Dit heeft tot gevolg dat de omgeving zwaarder belast wordt dan aanvankelijk is aangenomen en de milieugebruiksruimte ten aanzien van geur kleiner is geworden.
m
De verlaagde geurreductiepercentages zijn gebaseerd op het voorzorgsbeginsel, dus door uit te gaan van de actuele geuremissiefactoren geurbelasting.
De
Riijksoverheid
is er geen sprake van onderschatting van de geuremissies en heeft
aangeven
dat
alleen
bij
voldoende
waarborging
van
reductiepercentages de emissiefactoren in de Rgv weer kunnen worden bijgesteld. Momenteel lopen hier onderzoeken naar. Hierop zal ook worden ingegaan in de MER.
In de MER zullen ook de uitspraken en inzichten ten aanzien van de onzekerheden van de ammoniakreducties door de luchtwassers betrokken worden, bij het aspect ammoniak/stikstof en leemten
in kennis.
Insprekers wijzen op de mate van nauwkeurigheid van rekenmodellen en verschil tussen de theorie en de praktijk. In de MER zal ingegaan worden op de rekenmodellen die gebruikt zijn en de mate van
nauwkeurigheid.
15
Monitoring en evaluatie
Insprekers 2, 4, 5, 8, 10, 11 en 12 stellen vragen over luchtwassers. Hoe wordt het gebruik en een
goede werking van de luchtwassers geborgd en gemonitord? Of de systemen werken en gebruikt worden zoals bedoeld en of boeren te goeder trouw werken wordt momenteel niet of nauwelijks door de
overheid
gecontroleerd
op
regelmatige
basis.
Daarmee
wordt
de
burger
onvoldoende
door
diezelfde overheid beschermd. Hoe wordt hier n de MER op geanticipeerd? Inspreker 10 vraagt hoe de landschappelijke inpassing gewaarborgd en gehandhaafd wordt. Reactie van de gemeente In de MER wordt in het onderdeel monitoring & evaluatie ingegaan op de werking van de luchtwassers
en de landschappelijk inpassing.
15
Pz18712.008
Bijlage 2: Ontvangen adviezen geraadpleegde bestuursorganen en instanties Er zijn 4 adviezen van geraadpleegde bestuursorganen en instanties ontvangen:
1.
Provincie Limburg, ingekomen mail van 25-10-2022
2.
GGD Limburg-Noord, brief van 20-10-2022
3.
Veiligheidsregio Limburg-Noord, brief van 24-10-2022
4.
TenneT, ingekomen mail van 10-03-2023
_ Verzonden:
dinsdag 25 oktober 2022 16:55
Aan:
PB
Info
Peel en
Maas
cc:
Onderwerp:
Provinciale reactie Notitie Reikwijdte en Detailhandelsniveau vestiging IV De Horsten 20
Provinciale reactie Notitie Reikwijdte en Detailhandelsniveau vestiging IV De Horsten 20
Geacht College, Inleiding Per brief van 12 september 2022 heeft u ons geïnformeerd dat vanaf woensdag
14 september
2022 de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) voor het project De Horsten Egchel voor de duur
van zes weken ter inzage ligt. Om het totale bedrijfsontwikkelingsplan van deze varkenshouderij mogelijk te maken en ook de al vergunde en gerealiseerde stallen en mestopslagen voor
mestscheiding juridisch-planologisch te regelen, bent u voornemens een bestemmingsplan op te stellen. Dit bestemmingsplan maakt de uitbreiding van het bedrijf met drie nieuwe biggenstallen (3 x 6.720 gespeende biggen) en drie nieuwe zeugenstallen (3x 1.250 (op)fokzeugen) mogelijk. Een kaderstellend plan dat voorziet in de uitbreiding met deze aantallen zijn, toetsend aan het Besluit milieueffectrapportage, plan-m.e.r.-plichtig. Een milieueffectrapport (MER) dient derhalve te worden opgesteld en de m.e.r.-
procedure dient te worden doorlopen. Het doel van het ter inzage
leggen van deze Notitie reikwijdte en detailniveau is het betrekken van alle relevante partijen, waaronder de Provincie Limburg, om daarmee een breed gedragen programma te verkrijgen voor
het onderzoek dat moet worden uitgevoerd voor het MER.
Het MER wordt samen met het
ontwerp-bestemmingsplan ter visie gelegd. Deze notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) is de eerste stap in de m.e.r.-procedure en wordt afzonderlijk gepubliceerd. U heeft ons in de gelegenheid gesteld te reageren om desgewenst te reageren op deze notitie Provinciaal belang
De Notitie reikwijdte en detailniveau milieueffectrapportage Bestemmingsplan 'De Horsten Egche!’, is beoordeeld op de adequate doorwerking van de provinciale belangen. Als provinciaal belang
zetten we in op een betekenisvolle transitie in de agrofoodsector: een overgang naar een meer duurzame circulaire, vraaggerichte productie, die in balans is met, en bijdraagt aan een gezonde en duurzame leefomgeving. De locatie is binnen de vigerende Omgevingsverordening 2014 gelegen in de aanduiding ‘Ontwikkelingsgebied intensieve veehouderij. Volgend uit artikel 2.11.2 is uitbreiding van intensieve veehouderij op deze gronden in beginsel mogelijk. Wel Ieidt het voornemen
en het gestelde in de Notitie Reikwijdte en Detailniveau tot een aantal opmerkingen.
Opmerkingen &
In hoofdstuk 3 gaat u in op de vigerende beleidskaders. U benoemt hierin het Provinciaal Omgevingsplan
Limburg 2014 (POL2014). Op 1 oktober 2021 hebben Provinciale Staten van
Limburg de Omgevingsvisie Limburg vastgesteld. De Omgevingsvisie Limburg vervangt het in 1
2014 vastgestelde POL2014. Ik verzoek u n de voorbereiding van de MER, in het alternatief ontwikkelplan en het bestemmingsplan rekening te houden met het gestelde in de Omgevingsvisie Limburg. 2.
Het plan beoogt tevens de huisvesting van arbeidsmigranten mogelijk te maken. Ik verzoek u
daarom om in de voorbereiding van het MER, in het alternatief ontwikkelplan en het bestemmingsplan deze ontwikkeling ook te relateren aan paragraaf 2.15 huisvesting internationale werknemers van de Wijzigingsverordening Omgevingsverordening 2014 (regels inzake 0.a. wonen en zonne-energie). 3.
Provinciale Staten hebben de nieuwe Omgevingsverordening 2021 vastgesteld in de vergadering
van 17 december 2021. In hoofdstuk 3 gaat u hier niet op in. Ik verzoek u in de voorbereiding van de MER, in het alternatief ontwikkelplan en het bestemmingsplan het initiatief te relateren aan de regels van deze Omgevingsverordening. De mogelijkheid bestaat dat het bestemmingsplan onder deze Verordening gaat gelden. 4
Volgens de Omgevingsverordening 2021 ligt het gebied niet in een extensiveringsgebied intensieve veehouderij. De artikelen 10.1, 10.2 en 10.3 bieden derhalve een grondslag voor de uitbreiding/verandering. Uit deze artikelen volgt ook dat de ontwikkeling per saldo geen negatieve
invloed kan hebben op de aspecten die bij een integrale afweging moeten worden betrokken, in het bijzonder landbouw, natuur, bos, landschap, recreatie, water, milieu en infrastructuur, woon-, werk- en leefklimaat en economische structuur. Ik constateer dat deze aspecten grotendeels terugkomen in de beoordelingscriteria zoals aangegeven in paragraaf 4.6 en dan specifiek in tabel 3. De invloed van de bedrijfsontwikkeling op recreatieve aspecten, het werkklimaat en nabije economische structuur komen niet expliciet in tabel 3 terug. Ik adviseer u deze aspecten ook te beschouwen
5.
U gaat binnen de MER de effecten op de soorten, beschermd in de Wet Natuurbescherming, na. Ik verzoek u mede ter voorbereiding op het bestemmingsplan hiertoe een Quickscan Flora en fauna uit te voeren binnen en rondom het plangebied. 6.
Ten behoeve van het bestemmingsplan en de verdere uitwerkingen geef ik u de volgende twee opmerkingen mee ter overweging.
e _ Binnen het bedrijfsontwikkelplan is ook een bedrijfswoning en is de huisvesting van internationale werknemers voorzien. In een ontwikkelingsgebied Intensieve veehouderij
hebben de bedrijfsmatige activiteiten het primaat.
Een bedrijfswoning en/of huisvesting van
internationale werknemers landt bij voorkeur niet in het LOG.
Een overhoek/ rand is een beter
alternatief, zodat het gebied optimaal bedrijfsmatig ingericht kan worden (uitgaande van een ‘high tech’ bedrijfsopzet). «
Landschappelijke inpassing van een separate locatie in een ontwikkelingsgebied is niet altijd de meest voor de hand liggende kwalitatieve oplossing. Landschappelijke inpassing aan de rand van het ontwikkelingsgebied (waarbij het gebied ‘ingepakt wordt, komt beter tot zijn recht en verzacht de overgang naar
de directe omgeving van het ontwikkelingsgebied. Dit
aangevuld met het accentueren van bestaande (route) structuren in plaats van te focussen op de kavel.
Vertrouwend u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Mocht u verdere vragen en/of opmerkingen hebben, dan kunt u contact opnemen met de behandelende rayonplanoloog, te
clustermanager Ruimte
provincie limburg á
Dit e-mailbericht en de informatie verzonden met dit e-mailbericht is vertrouwelijk en uitsluitend bestemd voor de geadresseerde(n). Dit bericht kan informatie bevatten waarop intellectuele eigendomsrechten rusten of die vertrouwelijk is of om andere redenen rechtens beschermd is. Kennisname en gebruik van deze informatie door anderen dan de geadresseerde (n) is verboden. Indien u deze email abusievelijk hebt ontvangen, brengt u ons dan op de hoogte waarbij u gevraagd zal worden het originele bericht te vernietigen.
Limburg-Noord
Postbus 1150
/
5900 8D Venlo
NGE K O/l/' -
“<‘‘…‚?Ëqanvmn…gnuamn\ !dv@'ivlìnr: nfo
Postbus 7088 5980 AB PANNINGEN
datum uw
20 oktober 2022
kenmerk
behandeld door _ Mil telefoonnummer
(geanonimiseerd)
(geanonimiseerd)
ons kenmerk
UIT053415
onderwerp
Advies inzake NRD bestemmingsplan ‘De Horsten Egchel
Geachte
bijlage(n)
mevrouw (geanonimiseerd) B
De gemeente Peel en Maas heeft het team milieu van de GGD Limburg-Noord (GGD) gevraagd om een advies uit te brengen met betrekking tot de notitie reikwijdte en detailniveau betreffende het bestemmingsplan ‘De Horsten Egchel’.
De door u hiervoor beschikbaar gestelde informatie is: Notitie reikwijdte en detailniveau milieueffectrapportage — Bestemmingsplan ‘De Horsten Egchel’ — Pouderoyen Tonnaer — rapportnummer P218712.007 - 29 juni 2022 Algemeen: gezondheid en veehouderij Omwonenden
van veehouderijen kunnen een verhoogde blootstelling hebben aan
onder meer geur, fijn stof, biologische agentia en infectieziekten. Van geur is bekend dat dit kan leiden tot hinder en gezondheidsklachten zoals misselijkheid en hoofdpijn.
Van veegerelateerd fijn stof, endotoxinen en biologische agentia is bekend dat deze tot gezondheidseffecten kunnen leiden zoals luchtwegklachten en van dier-op-mens overdraagbare infectieziekten. Voor veel milieufactoren gelden wettelijke normen. Het is bekend dat ook onder de algemeen wettelijke normen gezondheidseffecten optreden, echter het is nog niet goed inzichtelijk vanaf welke concentraties of binnen welke afstand tot aan veehouderijen het
risico is verhoogd.
Daarnaast is in de huidige wetgeving onvoldoende opgenomen dat bij vergunningverlening rekening gehouden dient te worden met het cumulatieve effect als een gevoelige bestemming omgeven is/wordt door meerdere veehouderijen. Op basis van bovenstaande informatie is het advies van de GGD aan de gemeente om bij lopende- en nieuwe vergunningaanvragen of meldingen, te vermijden dat de
gezondheidsrisico's voor omwonenden groter worden. Dit kan door:
oo
K
ggd@vrl.n
Limburg-Noord
e
voorkomen nieuwe knelpunten;
e
voorkomen dat bestaande knelpunten vergroten.
In de beschikbaar gestelde rapportage wordt vermeld dat het woon- en leefklimaat in de kern Egchel minimaal gelijk dient te blijven. De GGD'en pleiten voor meer inzet op gezonde lucht. En dat is alleen haalbaar als
iedereen — burger, bedrijf en overheid — zijn steentje bijdraagt. Begin 2020 is het Schone Lucht Akkoord afgesloten tussen Rijk, provincies en een groeiend aantal gemeenten. Het doel van dit akkoord is om de gezondheidsschade door luchtvervuiling te verminderen. Het streven is om minimaal 50% gezondheidswinst te behalen in 2030
ten opzichte van 2016. De GGD vindt het mooi om te vernemen dat de gemeente Peel en Maas is aangesloten bij dit Schone Lucht Akkoord. De GGD Limburg-Noord kan adviseren indien de gemeente dit programma verder gaat uitwerken.
Aanvullend adviseert de GGD onderstaande punten mee te nemen: Als aanvulling op de bestaande gemeentelijke geurverordening acht de GGD
maximaal 12% geurhinder acceptabel in woongebieden. Dit hinderniveau komt overeen met een maximale voorgrondbelasting van 2 OU/m3 en een maximale achtergrondbelasting van 5 OU/m3 in woongebieden. Voor het beoordelen van het woon- en leefklimaat is de achtergrondbelasting het belangrijkst. Dit aspect
kan gekwantificeerd worden door het aantal mensen te bepalen welke blootgesteld worden boven de gezondheidkundige advieswaarde
-
Het advies van de GGD is om toe te werken naar de strengere advieswaarden van de WHO. Waarbij opgemerkt dient te worden dat iedere vermindering van
-
luchtverontreiniging (denk naast 0.a. fijn stof ook aan endotoxinen) tot gezondheidswinst zal leiden. Onder het aspect gezondheid wordt ook het infectieziekte gerelateerde aspect verstaan (zoönosen). |s er ook aandacht voor de monitoring van de effecten van het plan/initiatief? De GGD vindt een goede communicatie met en naar de omgeving belangrijk. De eventuele negatieve risicoperceptie van omwonenden kan door het krijgen van goede informatie en voorlichting positief worden bijgesteld. Aanbevolen wordt dan ook hier vóór en tijdens planrealisatie voldoende aandacht aan te besteden.
Mocht u naar aanleiding van bovenstaande vragen hebben dan kunt u contact opnemen (geanonimiseerd)
met het team Milieu (contactpersoon mevrouw_‚ Met vriendelijke groet,
Adjunct DPG
ia.a. Gemeente Peel en Maas —_ 5980 AB PANNINGEN
Postbus 7088 — onoenDeeL “xll.llqhmdflegxo
ì\veiligheidsregio limburg-noord
5981 CC Panningen
deum
o
e
ons kenmerk
2022-057225
bijlage{n)
onderwerp
Advies concept
uw kenmerk
telefetoonnummer
gsplan uitbreiding
(geanonimiseerd)
veehouderij De Horsten
20 Egchel
Op 17 oktober 2022 heeft u de Veiligheidsregio Limburg-Noord advies gevraagd ten behoeve van het concept bestemmingsplan De Horsten voor de uitbreiding van een bestaande intensieve veehouderij (varkensbedrijf) gelegen aan de Horsten 20 te Egchel. Het advies is bij ons ingeboekt onder kenmerk 2022-057225.
Aanleiding De initiatiefnemer wil de bestaande varkenshouderij op de locatie de komende 10 jaar uitbreiden. Dit wordt in fases verder ontwikkeld.
Het toekomstplan voor de komende 10 jaar bestaat uit: a. Drie nieuwe biggenstallen op De Horsten 20 en drie nieuwe zeugenstallen op De Horsten 17. b. Uitbreiding van de capaciteit van de mestsilo's en een nieuw mestbassin. De mest zal worden bewerkt in een
nieuw te bouwen
loods.
c. Een voerloods voor het mengen en bereiden van voer en enkele nieuwe sleufsilo's; d. Huisvesting voor 8 arbeidsmigranten die op het eigen bedrijf werkzaam zijn.
e. Een nieuwe bedrijfswoning, gericht op de Melkweg Externe Veiligh Op het plangebied is het “standaard” advies ten aanzien van het toxisch scenario (gifwolk) van toepassing. Scenariobeschrijving Giftige wolk Door een ongeval of brand in de omgeving ontstaat er een giftige wolk die met de wind mee wordt gevoerd over het plangebied. Afhankelijk van de Iuchtdichtheid van de bebouwing kan de gifwolk daarbij mogelijk ook het binnenklimaat bereiken.
\\‚\veiligheidsregío limburg-noord
Effecten gifwolk Het effect van de gifwolk is vergiftiging of verstikking. Personen die zich buiten begeven in het effectgebied lopen kans gewond te raken dan wel dodelijk slachtoffer te worden. Zelfredzaamheid en handelingsperspectief bij een gifwolk Afhankelijk van het tempo waarin de gifwolk zich verspreid en hoe snel het gevaar herkend wordt, kan mogelijk nog haaks op de wind gevlucht worden uit de gevarenzone. Indien vluchten niet meer gaat, dan
is schuilen het beste handelingsperspectief. Daarvoor is het dan van belang dat de bebouwing in het plangebied voldoende bescherming biedt. Bereikbaarheid plangebied Het plangebied is vanuit meerdere routes en verschillende windrichtingen benaderbaar tot op een afstand van minder dan 15 meter. De bereikbaarheid voor de hulpdiensten is daarmee voldoende geborgd. Bluswatervoorziening Direct langs het perceel van De Horsten 20 en De Horsten 17 bevinden zich twee ondergrondse
brandkranen met een zeer geringe capaciteit (minder dan 10 m?uur), waardoor deze nauwelijks toegevoegde waarde hebben bij de brandbestrijding n een van de (toekomstige) stallen of loodsen. De aanwezige bluswatervoorzieningen voldoen daarmee dus ook niet aan het beleid bluswatervoorziening en bereikbaarheid. Hiervoor zullen voor het initiatief aanvullende bluswatervoorzieningen gerealiseerd dienen te worden in overleg met de brandweer. Ten behoeve van de reeds vergunde biggen en zeugenstallen is in het verleden reeds een advies
afgegeven door de brandweer voor de realisatie van een aantal geboorde putten ten behoeve van de bluswatervoorzieningen. Deze geboorde putten zijn in het mobiele operationele informatievoorzieningensysteem (MOI) van de regionale brandweer echter nog niet opgenomen, wat mogelijk betekent dat deze nog niet gerealiseerd zijn, of dat deze nog niet gereed gemeld zijn bij de brandweer om op te nemen in de operationele informatie. Voor de toekomstige uitbreidingen zal in overleg met de brandweer gekeken moeten worden naar de noodzaak van aanvullende voorzieningen voor de bluswatervoorzieningen en de bereikbaarheid van de bouwwerken binnen het plangebied.
Opkomsttijd De opkomsttijd bij een incident vanuit de brandweerkazerne Panningen naar het plangebied bedraagt circa 9.30 minuten en voldoet daarmee aan de nommtijd van 10 minuten voor een industriefunctie. Zelfredzaamheid
Er wordt bij het gebruik als veehouderij en zelfstandige woning/huisvesting vanuit gegaan dat de aanwezige personen binnen het plangebied voldoende zelfredzaam zijn en zelfstandig kunnen handelen in het geval van een calamiteit. Waarschuwing en alarmering
Het waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS) is niet dekkend voor het plangebied, waardoor de aanwezige personen in het geval van een calamiteit in de omgeving op een andere manier
gewaarschuwd dienen te worden, zoals bijvoorbeeld met behulp van NL-alert. Het gebruik van NL-alert kan er aan bijdragen dat het aantal slachtoffers bij een incident wordt beperkt. Hoogspanningsleidingen Dwars door het plangebied lopen hoogspanningsleidingen en in het plangebied staat een ‘hoogspanningsmast.
\\‚\veil.igheidsregio limburg-noord
Aanwezige hoogspanningsleidingen kunnen een gebouwbrandbestrijding ernstig bemoeilijken voor de hulpdiensten door met name het extra gevaar op elektrocutie. In de planregels van het concept bestemmingsplan is reeds opgenomen dat op de gronden aangeduid met “Leiding-Hoogspanning” geen gebouwen mogen worden gebouwd. Mocht hier middels het afwijkingsartikel toch van afgeweken worden dan dienen de leidingbeheerder en de brandweer hiervoor om advies gevraagd te worden. Advies
Maatregelen op het gebied van zelfredzaamheid vergroten de mogelijkheden voor de in het effectgebied aanwezige personen om zichzelf op eigen kracht in veiligheid te brengen. Hiervoor adviseren we de volgende maatregelen:
1. Gifwolk: Zorg dat de bouwwerken voldoende luchtdicht af te sluiten zijn door ramen en deuren te sluiten en ventilatie af te schakelen.
2.
3.
4.
Gifwolk: Indien voor de ventilatie een installatie nodig is, plaats dan een noodschakelaar waarmee de installatie uit te schakelen is op een gemakkelijk te bereiken plaats, zodat er geen ventilatielucht van buitenaf wordt ingebracht. De noodschakelaar kan bijvoorbeeld in de meterkast geplaatst worden. Algemeen: Zorg dat de bewoners/gebruikers van het plangebied op de hoogte zijn van eventuele risico's uit de omgeving en de aanwezige voorzieningen in de woning, zodat ze daarnaar kunnen
handelen bij een incident; Vluchten of schuilen, ramen en deuren sluiten en ventilatie afschakelen. Bluswatervoorzieningen: Ten behoeve van zowel de toekomstige te bouwen bouwwerken als de reeds vergunde stallen is het noodzakelijk dat er in overleg met de brandweer aanvullende bluswatervoorzieningen gerealiseerd en onderhouden worden. De bluswatervoorzieningen dienen na realisatie gereed gemeld te worden aan de brandweer, zodat deze ook in de operationele informatie van de brandweer verwerkt kunnen worden en zij bij een calamiteit ook op de hoogte zijn van de aanwezigheid van deze bluswatervoorzieningen. Het gereedmelden van de bluswatervoorzieningen kan via de mail aan risicobeheersing@vrin.nl gedaan worden, waarbij eveneens de debietmeting van de leverancier van de bluswatervoorziening meegestuurd dient te worden.
5. Hoogspanning: In de planregels van het concept bestemmingsplan is reeds opgenomen dat op de gronden aangeduid met “Leiding-Hoogspanning® geen gebouwen mogen worden gebouwd. Mocht hier middels het afwijkingsartikel 7.3 toch van afgeweken worden dan dienen de leidingbeheerder en de brandweer hiervoor om advies gevraagd te worden. Restrisico
De geadviseerde maatregelen bevorderen de zelfredzaamheid in het plangebied en kunnen de effecten van ongevallen reduceren tot een omvang die beter beheersbaar of bestrijdbaar wordt geacht door de hulpverleningsdiensten. Hoewel het uitvoeren van de veiligheid verhogende maatregelen een positief effect zal hebben, valt daarmee niet uit te sluiten dat zich een incident voor zal doen. Het is aan het bevoegd gezag om dit risico te accepteren en in het besluit te verantwoorden binnen de verantwoordingsplicht voor het groepsrisico. Tot slot wil k u vragen om ons van de verdere besluitvorming op de hoogte te stellen.
Ik vertrouw ert
de te hebben geïnformeerd.
op
(geanonimiseerd) adviseur risicobeheersing, telefoonnummer B of
via
Voor nadere informatie kunt u contact
veiligheidsregio e A\llmbllgoord Namens het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Limburg-Noord, Met vriendeijke groet,
Afdelingshoofd Crisis- en Risicobeheersing
———— Van:
toestemming <Toestemming@tennet.eu>
Verzonden:
maart 2023
09:35
Aan: cc:
Onderwerp:
FW:
IFW: BSP0028512 - De Horsten 20 -
Peel
Bijlagen:
Toelichting.pdf; Verbeelding met opmerkingen.pdf; Regels.pdf
z B Naar aanleiding van de aangeleverde stukken kan k u het volgende mededelen: Aangezien de plannen nog geen definitief karakter hebben, kunnen wij alleen een voorlopig advies afgeven De uitbreiding van de varkenshouderij vindt deels plaats in de belemmerde strook van onze 380kV bovengrondse hoogspanningsverbinding Maasbracht-Dodewaard tussen de masten 53-54-55.
Deze strook heeft op deze locatie een breedte van 36 meter aan weerszijden vanuit de hartlijn, totale breedte:
72 meter.
De voorlopige voorwaarden die hier worden omschreven zijn slechts een richtlijn voor het verdere ontwerp van de loodsen, sleufsilo en de inrichting van het terrein.
« «
Het maaiveld mag niet verhoogd worden Het zichtbare gedeelte van de mastfundatie moet minimaal 0,50 meter boven het maaiveld
«
uitsteken
Voor de bouw van de loodsen en stallen geldt: Het werk moet
worden
opgetrokken uit
onbrandbaar of zeer moeilijk brandbaar materiaal. Voorde dak- en hoofddraagconstructie geldt een minimale brandwerendheidseis van 60 minuten, voor de wanden minimaal
30 minuten.
Ten
aanzien
van
de brandwerendheid
moet
men
is deze eis
voldoen
aan
de
eisen die gesteld worden n het vigerende bouwbesluit, rekening houdend met de vereisten uit NEN-EN 50341-2. Indien er gebruik wordt gemaakt van een
sprinklerinstallatie, is bovenstaande brandwerendheidseis niet van toepassing. e _ Metalen delen van bouwwerken moeten worden geaard, zoals vermeld in de vigerende norm
NEN
1010
*
De hoogspanningsmast moet worden beschermd door middel van het aanbrengen van een aanrijbeveiliging bestaande uit een vangrail/betonblok/aardewal. e _ Aan het verblijven van mensen, dieren en objecten onder de hoogspanningsverbinding zijn de volgende risico's verbonden: o het kunnen neervallen van ijs, sneeuw, verontreinigingen, drupwater, verfspatten, vogels en onderdelen (advies: bordjes plaatsen met tekst: parkeren op eigen risico); o het kunnen overslaan van elektriciteit bij onweer en
bij sluitingen in ons hoogspanningsnet; o het tijdelijk niet kunnen gebruiken van het (parkeer)terrein tijdens het uitvoeren van werkzaamheden aan de hoogspanningsverbinding. TenneT is niet aansprakelijk voor de hiermee gepaard gaande kosten
« _ Onze hoogspanningsmasten moeten altijd (24/7) vanaf de openbare weg bereikbaar zijn. « _ In de nabijheid van een hoogspanningsverbinding kan hinder worden ondervonden van
elektromagnetische beïnvloeding. Om een veilige werking van apparatuur en veiligheid met betrekking tot objecten te garanderen kan het noodzakelijk zijn mitigerende maatregelen te treffen. Wij adviseren om een beïnvloedingsstudie ten aanzien van wederzijdse beïnvloeding volgens de hiervoor geldende NEN-normeringen te laten uitvoeren. U bent hier als initiatiefnemer zelf verantwoordelijk voor.