CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-062 07 Bijlage 4 bij Toelichting - MER bijlagen 27 juni 2023 (geanonimiseerd)

Raad 28 oktober 2025, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Vaststellen Bestemmingsplan De Horsten (2025-062)29.473 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Plan-MER

Bestemmingsplan De Horsten Egchel Deel B Bijlagen

PO/ODEROYEN C/JNNAER

n Plan-MER

Bestemmingsplan De Horsten Egchel Deel B — Bijlagen

Rapportnummer:

P217712.008

Opdrachtgever:

Gemeente Peel en Maas Postbus 7088 5980 AB

PANNINGEN

status:

Definitief

Datum:

27 juni 2023

PfDEROYEN J)NNAER Vestigingen te Nijmegen, Vught, Baexem en Voerendaal

St. Stevenskerkhof 2

6511 VZ Nijmegen

T(024) 32245 79

info@pouderoyentonnaer.nl

pouderoyentonnaer.nl

Op onze dienstverlening zijnde

DNR 2011 van toepassing die u vindt op

pouderoyentonnaer.nl

Bijlagen

Bijlage 1: Reactienota NRD Bijlage 2: Ontvangen adviezen geraadpleegde bestuursorganen en instanties Bijlage 3: Verklarende woordenlijst. Bijlage 4: Overzicht wet — en regelgevin,

Bijlage 5: Gegevens veehouderi Bijlage 6: Uitwerking inschatting zware verkeersbewegingen …

Bijlage 7: Besluit GS Wet natuurbescherming 20 augustus 2020 Bijlage 8: Berekeningen stikstof Aerius v2022.. Bijlage 9: Kaarten geur - met brongegevens en berekeningsresultaten.. Bijlage 10:

Kaarten fijn StOf

……

Bijlage 11: Kaarten endotoxinen Bijlage 12: Briefverslagen flora en fauna veldbezoek 2019 en 2023, IVN

Bijlage 13: Onderzoek berekening gevelbelasting (wegverkeerslawaai) Bijlage 14: Landschappelijk inpassingsplan 2023 …

Bijlage 15: Bodemonderzoeken

E

|

PÂDEROYEN c?)NNAER Bijlage

eactienota

Paas712008 NRD

In deze reactienota zijn inspraakreacties samengevat en de namen en adressen geanonimiseerd.

Reactienota

Notitie Reikwijdte en Detailniveau Reactie op de zienswijzen op de Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor de PlanMER bij bestemmingsplan De Horsten Egchel - uitbreiding varkenshouderij-

Mei

2023

Gemeente

Peel en

Maas

Postbus

7088

5980 AB

PANNINGEN

Inhoudsopgave 1. Inleiding.. 2. Reacties per onderdeel NRD.…. 1.1

Inleiding en Bestemmingsplan .

1.2

Beleidskaders

13

Werkwijze milieubeoordeling

14

Leemten

1.5

Monitoring en evaluatie

in kennis

…

1. Inleiding Achtergrondinformatie

Een

m.e.r.-procedure

heeft als doel om

het milieu een volwaardige

plaats te geven

binnen

de

toekomstige bestuurlijke besluitvorming. Het milieuonderzoek dat wordt uitgevoerd levert informatie op over de milieugevolgen van de voorgenomen ontwikkeling. Op basis hiervan kunnen, vanuit het

milieuperspectief,

kansen

en

risico's

worden

benoemd

voor

de

verdere

invulling

van

het

ontwikkelprogramma. Voor de (uitgebreide) m.e.r.-procedure is het altijd verplicht openbaar kennis te geven van de start van de m.e.r.-procedure met reactiemogelijkheid en het raadplegen van andere

bestuursorganen. Een

NRD

(notitie

met

de

reikwijdte

en

het

detailniveau

voor

de

op

te

stellen

MER)

is een

onderzoeksopzet en is niet verplicht. In dit geval is een NRD opgesteld en is eenieder in de gelegenheid gesteld om te reageren op de NRD. Bij de NRD gaat het om de (technische) onderzoeksopzet voor de nog uit te voeren milieuonderzoeken.

De milieuonderzoeken bij de MER schrijven vervolgens géén

resultaat voor: de MER benoemt kansen en risico’s. Ook beschrijft de MER hoe negatieve gevolgen kunnen worden voorkomen en verminderd en op welke wijze gewenste positieve effecten kunnen worden geoptimaliseerd. Samen met de informatie uit de MER is het aan de gemeenteraad om een

integrale afweging te maken voor de besluitvorming omtrent het bestemmingsplan. Deze afweging gaat over meer dan alleen milieuaspecten.

De Notitie Reikwijdte en Detailniveau gaat in op: e _ Reikwijdte: welke effecten van het plan worden in het milieueffectrapport onderzocht? e

Detailniveau: hoe worden de effecten in beeld gebracht en met welke diepgang?

e _ Watis de referentiesituatie en welke varianten / scenario's worden in het milieueffectrapport onderzocht?

De NRD heeft ter inzage gelegen van 14 september 2022 tot en met 25 oktober 2022. ledereen kon een zienswijze geven op de inhoud van de NRD en aangeven wat in het milieueffectrapport moet worden

onderzocht.

De

wettelijke

adviseurs

en

betrokken

overheids-

en

maatschappelijke

organisaties (0.a. provincie, waterschap, buurgemeenten en de GGD) zijn apart geraadpleegd. In deze nota wordt aangegeven of en hoe de ingebrachte reacties zijn verwerkt in de MER.

Ingekomen reai Er zijn 13 reacties ontvangen. Alle participanten zijn inwoners van Egchel:

5M

ingekomen 2-10-2022 en 8-10-2022 ingekomen 4-10-2022 ingekomen 9-10-2022 en aanvulling 6-11ingekomen 13-10-2022 ingekomen 18-10-2022 ingekomen 20-10-2022 ingekomen 23-10-2022 ingekomen 20-10-2022 ingekomen 24-10-2022 ingekomen 25-10-2022 ingekomen 25-10-2022 ingekomen 7-11-2022

Algemene strekking binnengekomen reacties

De ontvangen reacties zijn van bewoners van Egchel. Zij geven in hun zienswijzen hun bezwaren tegen grootschalige intensieve veehouderij in het algemeen; vanwege dierenleed, schadelijke effecten voor het milieu, geuroverlast, luchtvervuiling en onbekendheid over de gevolgen voor de volksgezondheid.

Enkele

participanten

geven

aan dat de bewoners

van

Egchel

niets te winnen

hebben

met

de

voorgenomen uitbreiding. Er wordt aangegeven dat de gemeenteraad het belang van de inwoners van Egchel en het belang van de varkens op de eerste plaats moet stellen. Een enkele reactie geeft aan

geen vertrouwen in de politiek te hebben en dat veel inwoners van Egchel denken dat het ‘toch geen zin heeft/ om tegen de plannen in te gaan of te reageren.

Meerdere participanten verzoeken om de vergunningen voor de beoogde uitbreiding niet te verlenen. Dit betekent

mogelijk dat het niet iedereen duidelijk

kaderstellend

bestemmingsplan

is dat de op te stellen MER

en niet toe ziet op vergunningverlening.

toeziet op een

Na vaststelling van

het

bestemmingsplan dient de ondernemer alle benodigde vergunningen (met name milieu, bouw en natuur) aan te vragen en te verkrijgen, voordat de uitbreiding geheel (of gedeeltelijk/gefaseerd) gerealiseerd kan worden. Iedere vergunning die verleend wordt staat open voor bezwaar en beroep. Participanten

hebben

onbegrip

voor

de

voorgenomen

uitbreiding

tot

een

grootschalige

varkenshouderij in een gebied waar al meerdere grootschalige varkenshouderijen aanwezig zijn, en in

een tijd waarin door de politiek gesproken wordt over noodzakelijke krimp van de veestapel

in

Nederland, waarin veehouderijen worden opgekocht met gemeenschapsgeld en waarin stikstof en stankoverlast actuele thema's zijn in de politiek. De vijf onderwerpen die het meest benoemd zijn in de ingediende reacties:

1.

Nuten noodzaak (i.r.t. politieke en maatschappelijke ontwikkelingen, 0.a. stikstof en klimaat)

“prwn

Gezondheidseffecten (voor mens en dier) Geuroverlast (in Egchel) Effectiviteit luchtwassers en betrouwbaarheid

Monitoring en handhaving

rekenmodellen

2. Reacties per onderdeel NRD Voorgaand is de algemene strekking van de ontvangen reacties aangegeven. Niet alle reacties zijn direct te koppelen aan de voorgestelde inhoud en diepgang van de MER. Deze zijn algemene bezwaren tegen het voorgenomen plan en de intensieve veehouderij. Voor de volledigheid wordt

erop gewezen

dat de op te stellen MER

onderdeel

uitmaakt van het

bestemmingsplan en iedereen zienswijzen kan indienen tegen het ontwerp bestemmingsplan én de

inhoud van de MER. Daarbij zal de Commissie m.e.r. om advies gevraagd worden over de opgestelde MER. De te doorlopen procedure wordt ook nader toegelicht n de MER.

Ingezonden reacties niet etterlijk terug te vinden in deze nota In deze

reactienota

wordt

telkens

een

samenvatting

gemaakt

van

de

inbreng

op

een

bepaald

onderdeel van de NRD. Reacties zijn daardoor niet letterlijk terug te vinden in deze reactienota. Er

wordt wel per onderdeel verwezen naar de nummering van de participanten op de vorige pagina.

1.1

Inleiding en Bestemmingsplan

In deze hoofdstukken wordt ingegaan op de achtergrond van het voorgenomen bestemmingsplan en toegelicht waarom een m.e.r-procedure moet worden doorlopen. Er wordt uitgelegd wat een NRD is en er wordt ingegaan op het detailniveau en de onderdelen van de op te stellen MER.

Insprekers 1 en 4 verzoeken om de vergunningen niet te verlenen en insprekers 2, 4, 8, 9, 12 en 13 zijn tegen de beoogde ontwikkeling. Er is bij insprekers 5, 7, 9, 10 en 12 onbegrip over het feit dat

gevolg wordt gegeven aan plannen en afspraken die 10 jaar oud zijn. Ook wordt er gevraagd om transparantie vanuit de gemeente over de aanleiding om nu nog aan dit plan mee te werken door insprekers 3 en 11. Reactie van de gemeente De

MER

wordt

opgesteld

voor

een

kaderstellend

bestemmingsplan,

vanwege

een

inspanningsverplichting die is aangegaan richting de ondernemer. H.M.M. Rutten Holding BV is eigenaar van de varkenshouderij aan De Horsten en was in 2012 het bedrijf dat de eerste kavel in het gebied heeft gekocht. Aanvankelijk was uitbreiding van de varkenshouderij beoogd.

Naar aanleiding van de uitbreidingsplannen

afstand van de woonkern

is destijds bekeken

op de Jacobusstraat 42 of dit bedrijf op grotere

in het LOG kon ontwikkelen. Bij de verkoop van de gronden

ondernemer zijn door de gemeente

aan deze

afspraken gemaakt over de ontwikkelmogelijkheden op de nieuwe

bedrijfslocatie aan De Horsten. Op de locatie Jacobusstraat 42 is de laatste nieuwe stal gebouwd in 2012.

Door de vernietiging van het bestemmingsplan voor het LOG Egchelse Heide kon de gemeente haar verplichting ten aanzien van maken van een bestemmingsplan voor het te vestigen bedrijf niet nakomen.

Om

toch

voor

een

deel

hieraan

te kunnen

voldoen,

is ervoor

gekozen

om

via een

omgevingsvergunning (voor onder andere het afwijken van het bestemmingsplan) de oprichting van nieuwe stallen met bijbehorende voorzieningen planologisch mogelijk te maken. De ondernemer heeft het toekomstplan voor het totale beoogde bedrijf globaal uitgewerkt en wil deze bedrijfsopzet

gefaseerd gaan realiseren in de komende jaren. Daarvoor zijn de benodigde gronden aangekocht (ongeveer 12 ha) en is een overeenkomst gesloten tussen de ondernemer en de gemeente. In de geactualiseerde overeenkomst van 20 mei 2021 staat een inspanningsverplichting voor de gemeente

om de beoogde bedrijfsopzet qua bestemming en vergunningen mogelijk te maken. Dit

bestemmingsplan

biedt

de

planologische

kaders

voor

de

uitbreiding,

maar

maakt

het

niet

rechtstreeks mogelijk om de beoogde uitbreiding zonder vergunningen te realiseren. Binnen het planologisch kader kan de ondernemer (al dan niet gefaseerd) vergunningen aanvragen voor realisatie van de beoogde eindsituatie. Op dit moment is het ontwikkelplan nog niet geconcretiseerd en zijn er

geen vergunningaanvragen voor de beoogde uitbreiding in procedure. Het kan in theorie voorkomen dat in de toekomst

door gewijzigde

beleidskaders,

normen

en wet- en

regelgeving

de beoogde

uitbreiding niet (meer) geheel vergunbaar is. Iedere verleende vergunning staat daarbij opnieuw open

voor bezwaar en beroep. Gevolgen voor de MER

De MER is een objectief document dat wat betreft milieueffecten moet voorzien in de benodigde gegevens

en

gemeenteraad

informatie om

bestemmingsplan

te

die

nodig

beslissen

zijn

over

voor de

een

zorgvuldige

wenselijkheid

van

besluitvorming. de

Het

ontwikkelingen

is aan

de

waarvoor

het

het planologisch kader vormt. De gemeenteraad moet de belangen afwegen en

betrekt hierbij niet alleen de milieueffecten, maar ook alle andere aspecten die van belang zij

In de MER zal in de inleiding beschreven worden wat de aanleiding en status is van het kaderstellend bestemmingsplan. Ook zal daarbij

ingegaan worden op de relatie met de bestaande varkenshouderij

van betreffende ondernemer op de locatie Jacobusstraat 42.

1.2

Beleidskaders

Insprekers 1 en 12 verzoeken te wachten maatschappelijke

ontwikkelingen

ten

met het opstellen van de MER vanwege

aanzien

van

de

veehouderij

en

de

de politieke en

voorziene

nieuwe

beleidskaders, regels en normen voor onder andere stikstof en geur. Insprekers 1, 2,3, 4, 7,9, 10, 11 en

12

vinden

dat

de

beschikbare

informatie

en

kennis

samen

met

lopende

onderzoeken

en

verouderde beleidskaders en normen geen goede basis is voor een goede MER. Reacties van de gemeente In de MER wordt uitgegaan van de bestaande wetenschappelijke kennisbasis ten aanzien van milieu-

en gezondheidseffecten gemaakt

van

‘expert

ten gevolge van judgement’.

Als

intensieve veehouderij. er

nieuwe

Ook

wetenschappelijke

wordt

in de

MER

gebruik

onderzoeksresultaten

of

beleidswijzigingen beschikbaar komen, dan wordt bekeken of dit moet leiden tot aanvulling op de

MER en/of aanpassing van het (ontwerp)bestemmingsplan. Een overzicht van leemten in kennis is onderdeel van de MER, zoals beschreven in de NRD.

Op moment van vaststelling van het bestemmingsplan moeten de actuele inzichten en beleidskaders betrokken

worden

in de besluitvorming.

Dit kan er in theorie toe leiden dan

het plan niet meer

uitvoerbaar is en dat een aanvulling op de MER of een wijziging van het plan nodig is.

De bestemmingsplanprocedure wordt niet gecoördineerd met een vergunningprocedure (coördinatieregeling afdeling 3.6 Wro). Na vaststelling van het kaderstellende bestemmingsplan kan de ondernemerde benodigde vergunningen (met name milieu, bouwen en natuur) aanvragen. Dit kan

voor

het

hele

plan

vergunningverlening

of

voor

een

is de

op

dat

gedeelte moment

vergunbaarheid en hierbij kunnen opnieuw

van

het

geldende

plan wet-

(gefaseerde en

ontwikkeling).

Voor

bepalend

de

regelgeving

voor

zienswijzen worden ingediend.

Gevolgen voor de MER In de MER wordt uitgegaan van de actuele onderzoeksresultaten en beleidskaders. Ook zal worden

ingegaan op de voorziene ontwikkelingen ten aanzien van het overheidsbeleid voor veehouderijen, met name stikstof, ammoniak, geur, luchtkwaliteit en gezondheidseffecten. Dit staat ook beschreven in de NRD.

1.3

Werkwijze milieubeoordeling

Een aantal reacties hebben betrekking op aspecten die al beschreven staan bij de werkwijze van de milieubeoordeling in hoofdstuk 4 van de NRD. De reacties die toezien op de werkwijze van milieubeoordeling in de MER hebben betrekking op: °

Studiegebied

° _

Referentiesituatie

e

Alternatieven

e

Te

beoordelen

milieuaspecten:

ammoniak,

stikstof, geur, fijnstof en gezondheid

(dier en

mens) e _ Leemten in kennis: werking luchtwassers, rekenmodellen e _ Monitoring en evaluatie: landschappelijke inpassing, luchtwassers, geur Studiegebied Door

inspreker

3

wordt

aangegeven

dat

enkel

lokaal

wordt

gekeken

(naar

het

plan

van

de

varkenshouder en cumulatieve effecten) en dat effecten elders niet worden bekeken. Waarom wordt hiermee geen rekening gehouden in de MER?

Reactie van de gemeente n paragraaf 4.1 van de NRD staat beschreven dat in de MER onderscheid wordt gemaakt tussen het plangebied

en studiegebied. Bij de beschrijving van de mogelijke effecten voor met name emissie

gerelateerde milieuthema's zal sprake zijn van een groter beïnvloedingsgebied dan het plangebied. De omvang van studiegebied verschilt daarom

per milieuthema en i gelijk aan of ruimer dan

het

plangebied. Ook zullen de grensoverschrijdende effecten in de MER worden onderzocht. Voor stikstof is het studiegebied het grootst en worden de effecten beoordeeld op alle Natura2000

gebieden waarop stikstofdepositie berekend wordt. Dit zijn 10 Nederlandse Natura2000 gebieden tot circa 11 km afstand. Ook worden de stikstofeffecten inzichtelijk gemaakt op Duitse Natura2000 gebieden (circa 11,5 km, 6 punten).

Voor overige natuurgebieden wordt gekeken naar de effecten op

de zeer kwetsbare Wav-gebieden

(circa 2,5 km afstand, 3 punten) en het natuurnetwerk (circa 1,1 km

afstand, 3 punten).

Voor geur worden niet alleen de lokale effecten op woningen in het buitengebied beoordeeld, maar worden

de effecten

in de kern Egchel, bufferzone en buitengebied

inzichtelijk gemaakt.

Voor de

achtergrondbelasting van geur worden de veehouderijen beoordeeld. Referentiesituatie

Reacties van insprekers 3, 4, 7 en 10 op de referentiesituatie in de MER gaan over de in 2020 verleende

natuurvergunning en het beleidsstandpunt uit 2008 dat t.g.v. geur het leefklimaat in de kern Egchel niet mag verslechteren t.0.v. peildatum 20 december 2008. Waarom

worden de milieueffecten niet

met de huidige situatie vergeleken? Reactie van de gemeente - referentie natuurvergunning (Wnb} Voor het totale ontwikkelingsplan is een onherroepelijke natuurvergunning aanwezig van 20 augustus

2020. Deze vergunning is ‘passend beoordeeld’ en verleend op basis van de op 1 oktober 2015 verleende

Nbwet-vergunning

voor

De

Horsten.

De

in

de

natuurvergunning

gehanteerde

emissiefactoren zijn nog steeds actueel. Inmiddels is er wel een nieuwere versie van het rekenmodel

Aerius Calculator. In de MER worden alle berekeningen, dus ook die van de Wnb-vergunde situatie, in de meest actuele versie van Aerius Calculator met actuele emissiefactoren uitgevoerd.

In de MER zal ingegaan worden op het actuele wettelijke beleidskader en de jurisprudentie over de plantoets

in

de

Wet

natuurbescherming,

de

‘één

op

één

inpassing'

van

een

onherroepelijke

natuurvergunning in een bestemmingsplan en de regels en voorziene ontwikkelingen voor interne en

externe saldering. Hierbij worden ook de aangekondigde landelijke en provinciale stikstofmaatregelen betrokken.

Er hoeft geen passende beoordeling te worden gemaakt in het geval van een zogenaamde ‘één op één inpassing

van

een

onherroepelijke

natuurtoestemming,

waarvoor

een

toereikende

passende

beoordeling is uitgevoerd en een nieuwe passende beoordeling geen nieuwe inzichten zal opleveren.

Dit wordt betrokken in de MER en hiervoor zal in de MER niet alleen naar de natuurvergunning van 2020, maar ook naar de passende beoordeling van de onderliggende vergunning van 2015 worden gekeken. Reactie van de gemeente - referentiesituatie geur Een toename

in geuremissie

en -belasting is binnen

de wettelijke

kaders toegestaan,

zolang de

geldende geurnormen niet worden overschreden en voldaan wordt aan het gemeentelijk geurbeleid. Het is dan ook toegestaan om de voorgrondbelasting toe te laten nemen tot aan de geurnormen. In de MER wordt de geurbelasting voor de bestaande, vergunde situatie inzichtelijk gemaakt. In het plangebied wordt de milieugebruiksruimte echter niet alleen bepaald door de geldende normen voor de voorgrondbelasting (individuele milieugebruiksruimte), maar ook door het beleidsstandpunt

dat bij ontwikkelingen in het (voormalige) LOG het woon- en leefklimaat ten aanzien van geur in de kern

Egchel

niet mag verslechteren ten opzichte van de situatie op peildatum

22 december

2008

(cumulatieve, ‘gedeelde' milieugebruiksruimte): een milieukwaliteit van ‘redelijk goed’. De bestaande, vergunde

situatie is bij vergunningverlening voor de bestaande

stallen ook aan dit

beleidsstandpunt getoetst en heeft ten aanzien van de milieukwaliteit in de woonkern Egchel geen verslechtering ten gevolg t.0.v. de peildatum. In deze MER kan daarom worden volstaan met de

vergunde situatie als referentie en het gelijk gebleven woon- en leefklimaat in de woonkern Egchelals op de peildatum. bestaande

In de MER

situatie

wordt voor de referentiesituatie de geurbelasting berekend

en vergeleken

met

het

planvoornemen,

rekening

houdend

met

voor de

de

lopende

aanvraag voor uitbreiding van varkenshouderij Rongvenweg 14 als autonome ontwikkeling. Van het rekenmodel

V-Stacks gebied zijn drie versies: v2007, v2010

en v2020.

De milieukwaliteit

‘matig’ voor de woonkern Egchel op peildatum 22 december 2008 is vastgesteld op basis van versie v2007. Voor deze

MER wordt de actuele versie v2020 gebruikt, met toepassing van bijbehorende

gebruikshandleiding en invoerinstructies.

Uit de berekeningsresultaten

volgt dat in de bestaande,

situatie (referentiesituatie MER) de milieukwaliteit in de woonkern Egchel ‘redelijk goed’ is. Dit zal verder toegelicht en uitgewerkt worden in de MER, onder andere door de achtergrondbelasting van geur te classificeren naar woon- en leefklimaat in absolute aantallen woningen op basis van het gehele

woningenbestand van de gemeente Leudal (uitgaande van de gebieden die worden onderscheiden in de geurverordening: kern Egchel, bufferzone en buitengebied). Alternatieven

Inspreker

10 vraagt wat er op bladzijde 27 wordt verstaan

onder ‘een alternatief ontwikkelplan’

(inpasbaar alternatief). Blijkbaar is er wel een inpasbaar alternatief. Waaruit bestaat dat dan? Reactie van de gemeente In de NRD

is in paragraaf 4.4. aangegeven dat het totale planvoornemen

op basis van de huidige

emissiefactoren voor geur resulteert n een overschrijding van de geurnorm op alleen de woning Karissendijk

10.

Het

is

mogelijk

dat

toekomstige

biijstelling

van

de

emissiefactoren

voor

gecombineerde Iuchtwassers de benodigde geurruimte biedt om het hele plan te realiseren, maar op

korte termijn is het niet de verwachting dat de emissiefactoren voor gecombineerde luchtwassers zullen worden verlaagd. Het is echter ook de bedoeling om het plan in fasen binnen een tijdsbestek van ongeveer 10 jaarte realiseren. Het alternatief, een inpasbaar ontwikkelplan (inpasbaar is binnen huidige milieugrenzen) geeft inzicht in

de

bedrijfsomvang

en

dierbezetting

waarbij

voldaan

wordt

aan

alle

huidige

normen

en

beleidskaders, met name geur. Dit inpasbaar alternatief zal het uitgangspunt vormen voor hetgeen rechtstreeks mogelijk gemaakt kan worden n het bestemmingsplan. In de MER wordt het inpasbaar alternatief onderzocht door middel van een indicatieve optimalisatieberekening, waarbij op basis van

de

huidige

geuremissiefactoren

voorgrondnormen

de berekende

voorgrondbelasting

valt. Uiteraard zit hier een zekere marge

nog

in, aangezien

net binnen

de geldende

het maximaal

mogelijke

aantal dieren binnen de geldende geurnormen mede afhangt van de stallen en dieren die je weglaat

in de berekening en de uitvoering van de emissiepunten. Te beoordelen milieuaspecten

Alle

insprekers

benoemen

gezondheidseffecten.

zorgen

over

de milieuaspecten

Insprekers 3, 10, 11 en 12 benoemen

ammoniak/stikstof,

geur,

fijnstof en

daarbij de relatie met het woon-

en

leefklimaat. Hierbij wordt vooral gewezen op het in beeld brengen van de effecten voor de kern Egchel door insprekers 4, 10 en 11, maar ook voor de beoogde huisvesting van arbeidsmigranten binnen de inrichting volgens insprekers 2, 3, en 10, waar geen sprake van een gezond leefklimaat is.

Ook gaan insprekers 1, 2, 3, 5 en 6 in op de risico's voor de diergezondheid bij de sterke concentratie van grote aantallen varkens in dit gebied, bijvoorbeeld uitbraak van varkenspest.

Inspreker 7 geeft als suggestie om in de MER vooral de effecten voor de natuur, de directe omgeving en de bewoners van de regio mee te wegen.

Volgens inspreker 10iijkt het er in de NRD op dat geen kwantitatief onderzoek wordt uitgevoerd, maar een kwalitatieve beoordeling

die alle ruimte laat voor een politieke keuze in het voordeel van de

veehouder.

Reactie van de gemeente In de NRD staat beschreven dat en hoe de genoemde

milieuaspecten worden betrokken in de MER.

Hieronder wordt nader ingegaan op reacties over de specifieke milieuaspecten. In de MER wordt uitgegaan van de actuele inzichten, normen en beleidskaders en er wordt voor zover mogelijk een doorkijk gemaakt naar te verwachten ontwikkelingen en wijzigingen in wet- en regelgeving. In de MER

wordt voor de verschillende milieuaspecten binnen

de

inrichting sprake

huisvesting

voor

betrokken

en

is van

een

arbeidsmigranten.

een

advies

gegeven

beoordeeld

aanvaardbaar

hoe hoog de milieubelasting is en waar woon-

Hierbij

wordt

de

voor

de

situering

en

geldende

van

leefklimaat

ter plaatse

regelgeving

en

de

huisvesting

voor

door

van

tijdelijke

van

de

normstellingen

arbeidsmigranten.

Waar

dat

mogelijk

berekeningen,

is,

worden

de

milieueffecten

cijfers en onderzoeksresultaten.

Onder

kwantitatief andere

beoordeeld

de meest

relevante

middel

milieuaspecten

ammoniak{/stikstof, geur, geluid, fijnstof en endotoxine worden zo beoordeeld. Dit staat vermeld in paragraaf 4.6 van de NRD, na de tabel. De effectbeoordeling van het plan t.0.v. de referentie op basis van een zevenpunts beoordelingsschaal is kwalitatief van aard. Dit is een gangbare m.e.r.-systematiek. Ammoniak / stikstof Voor de uitbreiding is al een natuurvergunning verleend, maar in de tussentijd zijn de stikstofregels gewijzigd en is er wijziging van stikstofregels aangekondigd door het kabinet en de provincie. Inspreker

11 vraagt wat de gevolgen zijn voor het LOG Egchelse Heide naar aanleiding van de 'Startnotitie Nationaal Programma Landelijk Gebied' (NPLG).

Door de uitbreiding neemt de ammoniakemissie en stikstofdepositie toe. Dit terwijl elders bedrijven worden uitgekocht met gemeenschapsgeld vanwege stikstof. Insprekers 1, 2, 3 en 8 vragen zich af hoe dit mogelijk en aanvaardbaar is. Vermindering van veebedrijven op de ene plek zou niet mogen leiden

tot uitbreiding van de veestapel op een andere plek. Verder wordt door insprekers 2, 4, 5, 8, 10, 11 en 12 gewezen op de effectiviteit van de luchtwassers

en door insprekers 3, 4, 9, 11 en 12 op de betrouwbaarheid van de rekenmodellen. Reactie van de gemeente In de MER zal de actuele informatie ten aanzien van de stikstofaanpak en -maatregelen betrokken worden, waaronder het Nationaal Programma

Landelijk Gebied (NPLG). In de startnotitie van NPLG

wordt onder andere aandacht besteed aan de terugdringing van de stikstofuitstoot en de verbetering van de natuurkwaliteit. Het Rijk legt in het NPLG de richtinggevende keuzes en (regionale) doelen vast.

10

Dit vormt

de basis voor

de uitwerking van

integrale gebiedsprogramma's

onder

regie van

de

provincies. De definitieve stikstofreductiedoelen en het maatregelpakket daarbij worden in juli 2023 vastgesteld via de provinciale gebiedsprogramma's.

Bij Ieemten in kennis wordt beschreven

welke

informatie op dat moment (nog) niet bekend is, maar wel van belang kan zijn voor de besluitvorming. Bijvoorbeeld de provinciale gebiedsplannen. Tot aan besluitvorming kan altijd besloten worden tot aanvulling van de MER als actuele ontwikkelingen

hiertoe noodzaken.

De provincie Limburg wordt

gevraagd om op de MER en het ontwerp bestemmingsplan te reageren. Ook de Commissie m.e.r. toetst de MER op basis van actuele beleidskaders en met het oog op voorziene beleidsontwikkelingen en kan ook verzoeken tot aanvulling van de MER. De

ondernemer

uitbreiding.

heeft

Deze

een

rechtsgeldige,

is in 2020 verleend

en

onherroepelijke

natuurvergunning

betreft feitelijk een

wijziging van

voor

de

beoogde

de eerder verleende

natuurvergunning van 2015, welke nog niet geheel gerealiseerd was. De natuurvergunning van 2015 is vergund op basis van externe saldering met een veehouderij aan de Roggelseweg. Deze locatie ligt in de nabije omgeving van het plangebied, ten oosten van het voormalige LOG

Egchelse Heide. De

‘verplaatsing' van de ammoniakrechten naar De Horsten is een afwaartse beweging ten opzichte van de kern van Egchel. De wet- en regelgeving staat toe dat ammoniakrechten extern gesaldeerd mogen worden

en reeds vergunde

rechten worden juridisch gezien gerespecteerd.

In de MER

zal nader

ingegaan worden op de passende beoordeling van beide natuurvergunningen, om deze na te gaan en inzicht te geven op de externe saldering van ammoniakrechten.

Op de reacties inzake effectiviteit luchtwassers en betrouwbaarheid rekenmodellen wordt navolgend ingegaan bij 1.4 ‘Leemten in kennis’ en 1.5 ‘Monitoring en evaluatie’. Geur

Ondanks

alle maatregelen

die nu al genomen

zijn, is er in Egchel

regelmatig overlast van stank.

Daarnaast wordt door insprekers 2, 4, 5, 8, 10, 11 en 12 ingegaan op de effectiviteit van luchtwassers

en door insprekers 3, 4,9, 11 en 12 op de betrouwbaarheid van de rekenmodellen. Het kan zijn dat er nog geurhinder ervaren wordt ondanks dat de geurbelasting op papier overal aan voldoet. Dit wordt door insprekers 1, 2,3, 4, 5, 8, 9, 10, 11 en 12 benoemd. Inspreker 10 vreest in de buurt van de Jacobusstraat 42 een toename van stankoverlast bij het ophalen en vervoer van

de mest richting De Horsten.

Inspreker 3 vraagt hoe de geuremissie van de mestverwerking en opslag van voer op De Horsten verwerkt wordt

in de MER.

Insprekers 3, 10, 11 en 12 reageren op het uitgangspunt dat het woon- en leefklimaat in de kern Egchel minimaal gelijk moet blijven met als uitgangssituatie 22 december 2008. Deze afspraak is volgens hen

achterhaald en zij vragen waarom er niet uitgegaan wordt van de huidige situatie. Met name inspreker 5 vraagt waarom

er geen streven

is naar verbetering van het woon-

en leefklimaat in de kern. Er

zouden destijds metingen zijn verricht. Worden deze metingen nog regelmatig uitgevoerd? Nieuwvestiging n het LOG zou gepaard gaan met oplossen van knelpunten elders in de gemeente.

Insprekers 3 en 10 vragen welke knelpunten er met dit plan worden opgelost. Hoe verhoudt de bestaande locatie aan de Jacobusstraat 42 zich tot het plan en de beoogde gefaseerde uitbreiding?

m

Door inspreker 4 wordt gewezen op de uitspraak van de rechtbank in Den Haag van 14 september 2022, waarin geoordeeld wordt dat het huidige wettelijke systeem onvoldoende bescherming biedt en de overheid verantwoordelijk is voor het aanpakken van geuroverlast en met een werkende aanpak

moet komen. Er wordt gewaarschuwd voor schadeclaims voor geuroverlast. Reactie van de gemeente

Op de reacties inzake effectiviteit luchtwassers en betrouwbaarheid rekenmodellen wordt navolgend ingegaan bij 1.4 ‘Leemten in kennis’ en 1.5 ‘Monitoring en evaluatie’.

Onder

1.1 is ingegaan

Jacobusstraat

42.

Met

op de reacties over de samenhang

tussen

het

wordt

beoogde

plan

op

De

Horsten

het plan en de locatie op de deze

thuislocatie

niet verplicht

afgebouwd of beëindigd, maar hierdoor heeft de ondernemer zijn eerdere uitbreidingsplannen op de

Jacobusstraat niet doorgezet (recent is nog een loods gebouwd, geen varkensstal). Voor de locatie Jacobusstraat 42 is een vergunning aanwezig voor mobiele mestscheiding. Mobiele

mestscheiding vindt periodiek plaats n de openlucht en kan piekemissies veroorzaken en daardoor geuroverlast. Door de mest af te voeren naar de locatie De Horsten en aldaar deze mest te scheiden (inpandige mestscheiding in het beoogde plan) wordt geuroverlast door mestscheiding in Egchel juist

voorkomen. De afvoer van de drijfmest van Jacobusstraat 42 moet hoe dan ook plaatsvinden, en waar deze mest naartoe wordt afgevoerd maakt geen verschil voor de geurbelasting in de omgeving.

Fijnstof - endotoxinen De

normen

voor

fijnstof

in

de

Wet

milieubeheer

liggen

hoger

dan

de

gezondheidskundige

advieswaarden. Inspreker 3 vraagt van welke normen er wordt uitgegaan in de MER. In de NRD

wordt

woonkern.

Inspreker 3 vraagt of het acceptabel is om de gezondheid

onderscheid

gemaakt tussen

woningen

in het buitengebied

en woningen

in de

van mensen verschillend te

waarderen.

Inspreker 10 vraagt wat de achtergrondconcentratie is in vergelijking met plattelandsgebieden zónder

een concentratie van veehouderijen. Insprekers 5 en 10 vragen of er metingen worden betrokken en in hoeverre er wordt gecontroleerd. Reactie van de gemeente: In de MER wordt zoals beschreven in de NRD ingegaan op de milieukundige, wettelijke normen en de

gezondheidskundige advieswaarden ten aanzien van onder andere fijnstofen endotoxinen. Voor

het

aspect

luchtkwaliteit

is

er

vanwege

Europese

regelgeving

geen

onderscheid

in

beschermingsniveau voor woningen van derden of andere zogenaamde ‘te beschermen objecten’. Een bedrijfswoning bij een veehouderij is echter niet beschermd

tegen de fijnstofuitstoot van

het

eigen bedrijf. In de MER wordt inzicht gegeven in de heersende achtergrondconcentratie

fijnstof. Ook wordt voor

de omgeving van het plangebied (inclusief de woonkern Egchel) de indicatieve cumulatieve bijdrage vanuit veehouderijen aan de heersende achtergrondconcentratie fijnstof inzichtelijk gemaakt voor de

12

bestaande vergunde situatie en voor de beoogde situatie. Hiervoor worden de actuele gegevens van het RIVM gebruikt en deze zijn gebaseerd op metingen.

Controle van emissies valt onder het onderdeel monitoring & evaluatie en betreft vooral de werking van luchtwassers. Deze staat voor gecombineerde luchtwassers niet ter discussie voor wat betreft reductiepercentages van fijnstof. In de MER zal dit nader worden toegelicht. Gezondheidseffecten

Alle

insprekers

geven

aan

grote

zorgen

te hebben

over

de gezondheidseffecten

van

intensieve

veehouderij en met name de grootschaligheid van de cluster varkensbedrijven in het voormalige LOGgebied en over de gevolgen voor het woon- en leefklimaat in de kern Egchel.

Verschillende reacties zien toe op gezondheidseffecten ten gevolge van uitstoot van vee-gerelateerde stoffen en bio-agentia vanuit de inrichting: met name geur en fijnstof zoals eerder genoemd,

en

endotoxinen en zoönosen door insprekers 3, 6 en 10. Insprekers 2, 3 en 10 richten zich ook op het

leefklimaat voor de arbeidsmigranten als deze binnen de inrichting gehuisvest worden, met name de slechte

luchtkwaliteit.

Insprekers

5 en

10

vragen

specifieke

naar

de

relatie

tussen

intensieve

veehouderij en een mogelijke verhoogde kans op kanker. Reactie van de gemeente In de MER wordt zoals beschreven in de NRD in een afzonderlijk hoofdstuk ingegaan op de effecten

voor de gezondheid ten gevolge van de beoogde ontwikkeling en de intensieve veehouderij in het algemeen. In de effectbeoordeling worden de gezondheidskundige advieswaarden (WHO) betrokken (ook de cumulatieve

effecten). Het gaat hier om waarden

waarop

beleid zich zou moeten

richten

(inspanningsplicht) om schadelijke gevolgen voor de volksgezondheid en/of het milieu te vermijden, te voorkomen of te verminderen. Luchtverontreiniging helemaal de wereld uit helpen is niet mogelijk, dus deze streefwaarden zijn hoger dan nul. Wel liggen ze lager dan de wettelijke grenswaarden. Naast

uitstoot

van

stoffen

hoogspanningsleiding

en

zoönosen

bij varkens

en geluid i.v.m. de nieuwe

worden

ook

bedrijfswoning

de

magneetveldzones

van

de

en huisvesting arbeidsmigranten

beoordeeld.

Alle actuele inzichten omtrent de (vervolg)onderzoeken naar gezondheid en veehouderijen worden

betrokken in de MER, dus ook de actuele wetenschappelijk inzichten ten aanzien van kanker in relatie tot veehouderijen.

Er is op dit moment

geen wetenschappelijk

kanker is in de omgeving van veehouderijen.

bewijs dat er een verhoogd

Uitgebreide beschouwing van beschikbare

risico

literatuur

heeft wel aangetoond dat luchtverontreiniging kankerverwekkend is. Dit gaat echter over het effect van de totale hoeveelheid luchtverontreiniging, zonder dat de relatieve bijdrage van de veehouderij daarin

gekwantificeerd

is en

zonder

specifiek

te

kijken

naar

het

effect

bij

omwonenden

van

veehouderijen. Om gefundeerde conclusies te kunnen trekken over nitraatinname via drinkwater en het ontstaan van

dikke darmkanker is volgens het Kennisplatform gezondheid en veehouderij meer onderzoek nodig. Op de conclusies van de onderzoeken zal in de MER worden ingegaan.

n

Specifiek onderzoek naar mogelijk verhoogd risico op kanker in Egchel en omgeving valt niet binnen de scope en het doel van deze MER.

Verder wordt het ontvangen advies van de GGD op de NRD betrokken in de MER. Veel punten komen overeen met hetgeen in de NRD staat benoemd.

Overige milieuaspecten Inspreker

3 vraagt

hoe

er wordt

omgegaan

met

het spuiwater

van

de luchtwassers

en

hoe

de

milieueffecten beoordeeld gaan worden in de MER. Inspreker 10 vraagt welke garanties er zijn dat vrachtverkeer niet tóch gebruik gaat maken van de ontsluiting in noordelijke richting, uitkomend op de Jacobusstraat, waar in de huidige situatie al veel

te veel doorgaand verkeer komt. Reactie van de gemeente - spuiwater

In de MER wordt nader ingegaan op de (on)mogelijkheden voor het afvoeren, uitrijden als meststof of hergebruiken

van het spuiwater van de luchtwassers en de effecten

hiervan voor onder

andere

verkeer. Echter betreft het hier een kaderstellend bestemmingsplan en ligt er nog geen uitgewerkt

ontwikkelingsplan op detailniveau. De exacte uitwerking valt binnen het vergunningenspoor. Reactie van de gemeente — verkeer

In de MER zal in hoofdlijnen ingegaan worden op de mogelijke effecten voor de verschillende rijroutes als ontsluiting en er wordt een aanbeveling gedaan voor de regeling in het bestemmingsplan over het al dan niet noodzakelijk borgen van de rijrichting en de ontsluiting over de Melkweg i.p.v. De Horsten

richting Egchel.

1.4

Leemten

in kennis

Insprekers 2, 4, 5, 8, 10, 11 en

12 stellen vragen over luchtwassers.

Hoe

wordt de verminderde

effectiviteit van luchtwassers ten aanzien van ammoniak en geur betrokken in de MER? Uit onderzoek blijkt echter

dat veel luchtwassers

niet naar behoren

functioneren.

Te weinig

aandacht

voor de

luchtwasser blijkt een van de oorzaken hiervan. Met andere woorden, de verantwoordelijkheid voor

een goede werking ligt bij de veehouder zelf. Hoe wordt dit geborgd? Reactie van de gemeente

In de NRD wordt hierop ingegaan ten aanzien van geur. Op 20 juli 2018 is de Regeling geurhinder en veehouderij

gewijzigd.

Deze wijziging hield verband

met

een onderzoek

naar de effectiviteit van

gecombineerde luchtwassystemen. Bepaalde typen luchtwassystemen verwijderen minder geur dan

gedacht. De emissiefactoren voor alle gecombineerde luchtwassers en één biologische luchtwasser zijn hierop verhoogd

(0.b.v. 30%

en 45%

geurreductie i.p.v. 85% geurreductie).

Gevolg is dat de

geuremissie van een vergunde veehouderij met betreffende luchtwassers groter is dan waarvoor vergunning is verleend. Dit heeft tot gevolg dat de omgeving zwaarder belast wordt dan aanvankelijk is aangenomen en de milieugebruiksruimte ten aanzien van geur kleiner is geworden.

m

De verlaagde geurreductiepercentages zijn gebaseerd op het voorzorgsbeginsel, dus door uit te gaan van de actuele geuremissiefactoren geurbelasting.

De

Riijksoverheid

is er geen sprake van onderschatting van de geuremissies en heeft

aangeven

dat

alleen

bij

voldoende

waarborging

van

reductiepercentages de emissiefactoren in de Rgv weer kunnen worden bijgesteld. Momenteel lopen hier onderzoeken naar. Hierop zal ook worden ingegaan in de MER.

In de MER zullen ook de uitspraken en inzichten ten aanzien van de onzekerheden van de ammoniakreducties door de luchtwassers betrokken worden, bij het aspect ammoniak/stikstof en leemten

in kennis.

Insprekers wijzen op de mate van nauwkeurigheid van rekenmodellen en verschil tussen de theorie en de praktijk. In de MER zal ingegaan worden op de rekenmodellen die gebruikt zijn en de mate van

nauwkeurigheid.

15

Monitoring en evaluatie

Insprekers 2, 4, 5, 8, 10, 11 en 12 stellen vragen over luchtwassers. Hoe wordt het gebruik en een

goede werking van de luchtwassers geborgd en gemonitord? Of de systemen werken en gebruikt worden zoals bedoeld en of boeren te goeder trouw werken wordt momenteel niet of nauwelijks door de

overheid

gecontroleerd

op

regelmatige

basis.

Daarmee

wordt

de

burger

onvoldoende

door

diezelfde overheid beschermd. Hoe wordt hier n de MER op geanticipeerd? Inspreker 10 vraagt hoe de landschappelijke inpassing gewaarborgd en gehandhaafd wordt. Reactie van de gemeente In de MER wordt in het onderdeel monitoring & evaluatie ingegaan op de werking van de luchtwassers

en de landschappelijk inpassing.

15

Pz18712.008

Bijlage 2: Ontvangen adviezen geraadpleegde bestuursorganen en instanties Er zijn 4 adviezen van geraadpleegde bestuursorganen en instanties ontvangen:

1.

Provincie Limburg, ingekomen mail van 25-10-2022

2.

GGD Limburg-Noord, brief van 20-10-2022

3.

Veiligheidsregio Limburg-Noord, brief van 24-10-2022

4.

TenneT, ingekomen mail van 10-03-2023

_ Verzonden:

dinsdag 25 oktober 2022 16:55

Aan:

PB

Info

Peel en

Maas

cc:

Onderwerp:

Provinciale reactie Notitie Reikwijdte en Detailhandelsniveau vestiging IV De Horsten 20

Provinciale reactie Notitie Reikwijdte en Detailhandelsniveau vestiging IV De Horsten 20

Geacht College, Inleiding Per brief van 12 september 2022 heeft u ons geïnformeerd dat vanaf woensdag

14 september

2022 de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) voor het project De Horsten Egchel voor de duur

van zes weken ter inzage ligt. Om het totale bedrijfsontwikkelingsplan van deze varkenshouderij mogelijk te maken en ook de al vergunde en gerealiseerde stallen en mestopslagen voor

mestscheiding juridisch-planologisch te regelen, bent u voornemens een bestemmingsplan op te stellen. Dit bestemmingsplan maakt de uitbreiding van het bedrijf met drie nieuwe biggenstallen (3 x 6.720 gespeende biggen) en drie nieuwe zeugenstallen (3x 1.250 (op)fokzeugen) mogelijk. Een kaderstellend plan dat voorziet in de uitbreiding met deze aantallen zijn, toetsend aan het Besluit milieueffectrapportage, plan-m.e.r.-plichtig. Een milieueffectrapport (MER) dient derhalve te worden opgesteld en de m.e.r.-

procedure dient te worden doorlopen. Het doel van het ter inzage

leggen van deze Notitie reikwijdte en detailniveau is het betrekken van alle relevante partijen, waaronder de Provincie Limburg, om daarmee een breed gedragen programma te verkrijgen voor

het onderzoek dat moet worden uitgevoerd voor het MER.

Het MER wordt samen met het

ontwerp-bestemmingsplan ter visie gelegd. Deze notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) is de eerste stap in de m.e.r.-procedure en wordt afzonderlijk gepubliceerd. U heeft ons in de gelegenheid gesteld te reageren om desgewenst te reageren op deze notitie Provinciaal belang

De Notitie reikwijdte en detailniveau milieueffectrapportage Bestemmingsplan 'De Horsten Egche!’, is beoordeeld op de adequate doorwerking van de provinciale belangen. Als provinciaal belang

zetten we in op een betekenisvolle transitie in de agrofoodsector: een overgang naar een meer duurzame circulaire, vraaggerichte productie, die in balans is met, en bijdraagt aan een gezonde en duurzame leefomgeving. De locatie is binnen de vigerende Omgevingsverordening 2014 gelegen in de aanduiding ‘Ontwikkelingsgebied intensieve veehouderij. Volgend uit artikel 2.11.2 is uitbreiding van intensieve veehouderij op deze gronden in beginsel mogelijk. Wel Ieidt het voornemen

en het gestelde in de Notitie Reikwijdte en Detailniveau tot een aantal opmerkingen.

Opmerkingen &

In hoofdstuk 3 gaat u in op de vigerende beleidskaders. U benoemt hierin het Provinciaal Omgevingsplan

Limburg 2014 (POL2014). Op 1 oktober 2021 hebben Provinciale Staten van

Limburg de Omgevingsvisie Limburg vastgesteld. De Omgevingsvisie Limburg vervangt het in 1

2014 vastgestelde POL2014. Ik verzoek u n de voorbereiding van de MER, in het alternatief ontwikkelplan en het bestemmingsplan rekening te houden met het gestelde in de Omgevingsvisie Limburg. 2.

Het plan beoogt tevens de huisvesting van arbeidsmigranten mogelijk te maken. Ik verzoek u

daarom om in de voorbereiding van het MER, in het alternatief ontwikkelplan en het bestemmingsplan deze ontwikkeling ook te relateren aan paragraaf 2.15 huisvesting internationale werknemers van de Wijzigingsverordening Omgevingsverordening 2014 (regels inzake 0.a. wonen en zonne-energie). 3.

Provinciale Staten hebben de nieuwe Omgevingsverordening 2021 vastgesteld in de vergadering

van 17 december 2021. In hoofdstuk 3 gaat u hier niet op in. Ik verzoek u in de voorbereiding van de MER, in het alternatief ontwikkelplan en het bestemmingsplan het initiatief te relateren aan de regels van deze Omgevingsverordening. De mogelijkheid bestaat dat het bestemmingsplan onder deze Verordening gaat gelden. 4

Volgens de Omgevingsverordening 2021 ligt het gebied niet in een extensiveringsgebied intensieve veehouderij. De artikelen 10.1, 10.2 en 10.3 bieden derhalve een grondslag voor de uitbreiding/verandering. Uit deze artikelen volgt ook dat de ontwikkeling per saldo geen negatieve

invloed kan hebben op de aspecten die bij een integrale afweging moeten worden betrokken, in het bijzonder landbouw, natuur, bos, landschap, recreatie, water, milieu en infrastructuur, woon-, werk- en leefklimaat en economische structuur. Ik constateer dat deze aspecten grotendeels terugkomen in de beoordelingscriteria zoals aangegeven in paragraaf 4.6 en dan specifiek in tabel 3. De invloed van de bedrijfsontwikkeling op recreatieve aspecten, het werkklimaat en nabije economische structuur komen niet expliciet in tabel 3 terug. Ik adviseer u deze aspecten ook te beschouwen

5.

U gaat binnen de MER de effecten op de soorten, beschermd in de Wet Natuurbescherming, na. Ik verzoek u mede ter voorbereiding op het bestemmingsplan hiertoe een Quickscan Flora en fauna uit te voeren binnen en rondom het plangebied. 6.

Ten behoeve van het bestemmingsplan en de verdere uitwerkingen geef ik u de volgende twee opmerkingen mee ter overweging.

e _ Binnen het bedrijfsontwikkelplan is ook een bedrijfswoning en is de huisvesting van internationale werknemers voorzien. In een ontwikkelingsgebied Intensieve veehouderij

hebben de bedrijfsmatige activiteiten het primaat.

Een bedrijfswoning en/of huisvesting van

internationale werknemers landt bij voorkeur niet in het LOG.

Een overhoek/ rand is een beter

alternatief, zodat het gebied optimaal bedrijfsmatig ingericht kan worden (uitgaande van een ‘high tech’ bedrijfsopzet). «

Landschappelijke inpassing van een separate locatie in een ontwikkelingsgebied is niet altijd de meest voor de hand liggende kwalitatieve oplossing. Landschappelijke inpassing aan de rand van het ontwikkelingsgebied (waarbij het gebied ‘ingepakt wordt, komt beter tot zijn recht en verzacht de overgang naar

de directe omgeving van het ontwikkelingsgebied. Dit

aangevuld met het accentueren van bestaande (route) structuren in plaats van te focussen op de kavel.

Vertrouwend u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Mocht u verdere vragen en/of opmerkingen hebben, dan kunt u contact opnemen met de behandelende rayonplanoloog, te

clustermanager Ruimte

provincie limburg á

Dit e-mailbericht en de informatie verzonden met dit e-mailbericht is vertrouwelijk en uitsluitend bestemd voor de geadresseerde(n). Dit bericht kan informatie bevatten waarop intellectuele eigendomsrechten rusten of die vertrouwelijk is of om andere redenen rechtens beschermd is. Kennisname en gebruik van deze informatie door anderen dan de geadresseerde (n) is verboden. Indien u deze email abusievelijk hebt ontvangen, brengt u ons dan op de hoogte waarbij u gevraagd zal worden het originele bericht te vernietigen.

Limburg-Noord

Postbus 1150

/

5900 8D Venlo

NGE K O/l/' -

“<‘‘…‚?Ëqanvmn…gnuamn\ !dv@'ivlìnr: nfo

Postbus 7088 5980 AB PANNINGEN

datum uw

20 oktober 2022

kenmerk

behandeld door _ Mil telefoonnummer

(geanonimiseerd)

(geanonimiseerd)

ons kenmerk

UIT053415

onderwerp

Advies inzake NRD bestemmingsplan ‘De Horsten Egchel

Geachte

bijlage(n)

mevrouw (geanonimiseerd) B

De gemeente Peel en Maas heeft het team milieu van de GGD Limburg-Noord (GGD) gevraagd om een advies uit te brengen met betrekking tot de notitie reikwijdte en detailniveau betreffende het bestemmingsplan ‘De Horsten Egchel’.

De door u hiervoor beschikbaar gestelde informatie is: Notitie reikwijdte en detailniveau milieueffectrapportage — Bestemmingsplan ‘De Horsten Egchel’ — Pouderoyen Tonnaer — rapportnummer P218712.007 - 29 juni 2022 Algemeen: gezondheid en veehouderij Omwonenden

van veehouderijen kunnen een verhoogde blootstelling hebben aan

onder meer geur, fijn stof, biologische agentia en infectieziekten. Van geur is bekend dat dit kan leiden tot hinder en gezondheidsklachten zoals misselijkheid en hoofdpijn.

Van veegerelateerd fijn stof, endotoxinen en biologische agentia is bekend dat deze tot gezondheidseffecten kunnen leiden zoals luchtwegklachten en van dier-op-mens overdraagbare infectieziekten. Voor veel milieufactoren gelden wettelijke normen. Het is bekend dat ook onder de algemeen wettelijke normen gezondheidseffecten optreden, echter het is nog niet goed inzichtelijk vanaf welke concentraties of binnen welke afstand tot aan veehouderijen het

risico is verhoogd.

Daarnaast is in de huidige wetgeving onvoldoende opgenomen dat bij vergunningverlening rekening gehouden dient te worden met het cumulatieve effect als een gevoelige bestemming omgeven is/wordt door meerdere veehouderijen. Op basis van bovenstaande informatie is het advies van de GGD aan de gemeente om bij lopende- en nieuwe vergunningaanvragen of meldingen, te vermijden dat de

gezondheidsrisico's voor omwonenden groter worden. Dit kan door:

oo

K

ggd@vrl.n

Limburg-Noord

e

voorkomen nieuwe knelpunten;

e

voorkomen dat bestaande knelpunten vergroten.

In de beschikbaar gestelde rapportage wordt vermeld dat het woon- en leefklimaat in de kern Egchel minimaal gelijk dient te blijven. De GGD'en pleiten voor meer inzet op gezonde lucht. En dat is alleen haalbaar als

iedereen — burger, bedrijf en overheid — zijn steentje bijdraagt. Begin 2020 is het Schone Lucht Akkoord afgesloten tussen Rijk, provincies en een groeiend aantal gemeenten. Het doel van dit akkoord is om de gezondheidsschade door luchtvervuiling te verminderen. Het streven is om minimaal 50% gezondheidswinst te behalen in 2030

ten opzichte van 2016. De GGD vindt het mooi om te vernemen dat de gemeente Peel en Maas is aangesloten bij dit Schone Lucht Akkoord. De GGD Limburg-Noord kan adviseren indien de gemeente dit programma verder gaat uitwerken.

Aanvullend adviseert de GGD onderstaande punten mee te nemen: Als aanvulling op de bestaande gemeentelijke geurverordening acht de GGD

maximaal 12% geurhinder acceptabel in woongebieden. Dit hinderniveau komt overeen met een maximale voorgrondbelasting van 2 OU/m3 en een maximale achtergrondbelasting van 5 OU/m3 in woongebieden. Voor het beoordelen van het woon- en leefklimaat is de achtergrondbelasting het belangrijkst. Dit aspect

kan gekwantificeerd worden door het aantal mensen te bepalen welke blootgesteld worden boven de gezondheidkundige advieswaarde

-

Het advies van de GGD is om toe te werken naar de strengere advieswaarden van de WHO. Waarbij opgemerkt dient te worden dat iedere vermindering van

-

luchtverontreiniging (denk naast 0.a. fijn stof ook aan endotoxinen) tot gezondheidswinst zal leiden. Onder het aspect gezondheid wordt ook het infectieziekte gerelateerde aspect verstaan (zoönosen). |s er ook aandacht voor de monitoring van de effecten van het plan/initiatief? De GGD vindt een goede communicatie met en naar de omgeving belangrijk. De eventuele negatieve risicoperceptie van omwonenden kan door het krijgen van goede informatie en voorlichting positief worden bijgesteld. Aanbevolen wordt dan ook hier vóór en tijdens planrealisatie voldoende aandacht aan te besteden.

Mocht u naar aanleiding van bovenstaande vragen hebben dan kunt u contact opnemen (geanonimiseerd)

met het team Milieu (contactpersoon mevrouw_‚ Met vriendelijke groet,

Adjunct DPG

ia.a. Gemeente Peel en Maas —_ 5980 AB PANNINGEN

Postbus 7088 — onoenDeeL “xll.llqhmdflegxo

ì\veiligheidsregio limburg-noord

5981 CC Panningen

deum

o

e

ons kenmerk

2022-057225

bijlage{n)

onderwerp

Advies concept

uw kenmerk

telefetoonnummer

gsplan uitbreiding

(geanonimiseerd)

veehouderij De Horsten

20 Egchel

Op 17 oktober 2022 heeft u de Veiligheidsregio Limburg-Noord advies gevraagd ten behoeve van het concept bestemmingsplan De Horsten voor de uitbreiding van een bestaande intensieve veehouderij (varkensbedrijf) gelegen aan de Horsten 20 te Egchel. Het advies is bij ons ingeboekt onder kenmerk 2022-057225.

Aanleiding De initiatiefnemer wil de bestaande varkenshouderij op de locatie de komende 10 jaar uitbreiden. Dit wordt in fases verder ontwikkeld.

Het toekomstplan voor de komende 10 jaar bestaat uit: a. Drie nieuwe biggenstallen op De Horsten 20 en drie nieuwe zeugenstallen op De Horsten 17. b. Uitbreiding van de capaciteit van de mestsilo's en een nieuw mestbassin. De mest zal worden bewerkt in een

nieuw te bouwen

loods.

c. Een voerloods voor het mengen en bereiden van voer en enkele nieuwe sleufsilo's; d. Huisvesting voor 8 arbeidsmigranten die op het eigen bedrijf werkzaam zijn.

e. Een nieuwe bedrijfswoning, gericht op de Melkweg Externe Veiligh Op het plangebied is het “standaard” advies ten aanzien van het toxisch scenario (gifwolk) van toepassing. Scenariobeschrijving Giftige wolk Door een ongeval of brand in de omgeving ontstaat er een giftige wolk die met de wind mee wordt gevoerd over het plangebied. Afhankelijk van de Iuchtdichtheid van de bebouwing kan de gifwolk daarbij mogelijk ook het binnenklimaat bereiken.

\\‚\veiligheidsregío limburg-noord

Effecten gifwolk Het effect van de gifwolk is vergiftiging of verstikking. Personen die zich buiten begeven in het effectgebied lopen kans gewond te raken dan wel dodelijk slachtoffer te worden. Zelfredzaamheid en handelingsperspectief bij een gifwolk Afhankelijk van het tempo waarin de gifwolk zich verspreid en hoe snel het gevaar herkend wordt, kan mogelijk nog haaks op de wind gevlucht worden uit de gevarenzone. Indien vluchten niet meer gaat, dan

is schuilen het beste handelingsperspectief. Daarvoor is het dan van belang dat de bebouwing in het plangebied voldoende bescherming biedt. Bereikbaarheid plangebied Het plangebied is vanuit meerdere routes en verschillende windrichtingen benaderbaar tot op een afstand van minder dan 15 meter. De bereikbaarheid voor de hulpdiensten is daarmee voldoende geborgd. Bluswatervoorziening Direct langs het perceel van De Horsten 20 en De Horsten 17 bevinden zich twee ondergrondse

brandkranen met een zeer geringe capaciteit (minder dan 10 m?uur), waardoor deze nauwelijks toegevoegde waarde hebben bij de brandbestrijding n een van de (toekomstige) stallen of loodsen. De aanwezige bluswatervoorzieningen voldoen daarmee dus ook niet aan het beleid bluswatervoorziening en bereikbaarheid. Hiervoor zullen voor het initiatief aanvullende bluswatervoorzieningen gerealiseerd dienen te worden in overleg met de brandweer. Ten behoeve van de reeds vergunde biggen en zeugenstallen is in het verleden reeds een advies

afgegeven door de brandweer voor de realisatie van een aantal geboorde putten ten behoeve van de bluswatervoorzieningen. Deze geboorde putten zijn in het mobiele operationele informatievoorzieningensysteem (MOI) van de regionale brandweer echter nog niet opgenomen, wat mogelijk betekent dat deze nog niet gerealiseerd zijn, of dat deze nog niet gereed gemeld zijn bij de brandweer om op te nemen in de operationele informatie. Voor de toekomstige uitbreidingen zal in overleg met de brandweer gekeken moeten worden naar de noodzaak van aanvullende voorzieningen voor de bluswatervoorzieningen en de bereikbaarheid van de bouwwerken binnen het plangebied.

Opkomsttijd De opkomsttijd bij een incident vanuit de brandweerkazerne Panningen naar het plangebied bedraagt circa 9.30 minuten en voldoet daarmee aan de nommtijd van 10 minuten voor een industriefunctie. Zelfredzaamheid

Er wordt bij het gebruik als veehouderij en zelfstandige woning/huisvesting vanuit gegaan dat de aanwezige personen binnen het plangebied voldoende zelfredzaam zijn en zelfstandig kunnen handelen in het geval van een calamiteit. Waarschuwing en alarmering

Het waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS) is niet dekkend voor het plangebied, waardoor de aanwezige personen in het geval van een calamiteit in de omgeving op een andere manier

gewaarschuwd dienen te worden, zoals bijvoorbeeld met behulp van NL-alert. Het gebruik van NL-alert kan er aan bijdragen dat het aantal slachtoffers bij een incident wordt beperkt. Hoogspanningsleidingen Dwars door het plangebied lopen hoogspanningsleidingen en in het plangebied staat een ‘hoogspanningsmast.

\\‚\veil.igheidsregio limburg-noord

Aanwezige hoogspanningsleidingen kunnen een gebouwbrandbestrijding ernstig bemoeilijken voor de hulpdiensten door met name het extra gevaar op elektrocutie. In de planregels van het concept bestemmingsplan is reeds opgenomen dat op de gronden aangeduid met “Leiding-Hoogspanning” geen gebouwen mogen worden gebouwd. Mocht hier middels het afwijkingsartikel toch van afgeweken worden dan dienen de leidingbeheerder en de brandweer hiervoor om advies gevraagd te worden. Advies

Maatregelen op het gebied van zelfredzaamheid vergroten de mogelijkheden voor de in het effectgebied aanwezige personen om zichzelf op eigen kracht in veiligheid te brengen. Hiervoor adviseren we de volgende maatregelen:

1. Gifwolk: Zorg dat de bouwwerken voldoende luchtdicht af te sluiten zijn door ramen en deuren te sluiten en ventilatie af te schakelen.

2.

3.

4.

Gifwolk: Indien voor de ventilatie een installatie nodig is, plaats dan een noodschakelaar waarmee de installatie uit te schakelen is op een gemakkelijk te bereiken plaats, zodat er geen ventilatielucht van buitenaf wordt ingebracht. De noodschakelaar kan bijvoorbeeld in de meterkast geplaatst worden. Algemeen: Zorg dat de bewoners/gebruikers van het plangebied op de hoogte zijn van eventuele risico's uit de omgeving en de aanwezige voorzieningen in de woning, zodat ze daarnaar kunnen

handelen bij een incident; Vluchten of schuilen, ramen en deuren sluiten en ventilatie afschakelen. Bluswatervoorzieningen: Ten behoeve van zowel de toekomstige te bouwen bouwwerken als de reeds vergunde stallen is het noodzakelijk dat er in overleg met de brandweer aanvullende bluswatervoorzieningen gerealiseerd en onderhouden worden. De bluswatervoorzieningen dienen na realisatie gereed gemeld te worden aan de brandweer, zodat deze ook in de operationele informatie van de brandweer verwerkt kunnen worden en zij bij een calamiteit ook op de hoogte zijn van de aanwezigheid van deze bluswatervoorzieningen. Het gereedmelden van de bluswatervoorzieningen kan via de mail aan risicobeheersing@vrin.nl gedaan worden, waarbij eveneens de debietmeting van de leverancier van de bluswatervoorziening meegestuurd dient te worden.

5. Hoogspanning: In de planregels van het concept bestemmingsplan is reeds opgenomen dat op de gronden aangeduid met “Leiding-Hoogspanning® geen gebouwen mogen worden gebouwd. Mocht hier middels het afwijkingsartikel 7.3 toch van afgeweken worden dan dienen de leidingbeheerder en de brandweer hiervoor om advies gevraagd te worden. Restrisico

De geadviseerde maatregelen bevorderen de zelfredzaamheid in het plangebied en kunnen de effecten van ongevallen reduceren tot een omvang die beter beheersbaar of bestrijdbaar wordt geacht door de hulpverleningsdiensten. Hoewel het uitvoeren van de veiligheid verhogende maatregelen een positief effect zal hebben, valt daarmee niet uit te sluiten dat zich een incident voor zal doen. Het is aan het bevoegd gezag om dit risico te accepteren en in het besluit te verantwoorden binnen de verantwoordingsplicht voor het groepsrisico. Tot slot wil k u vragen om ons van de verdere besluitvorming op de hoogte te stellen.

Ik vertrouw ert

de te hebben geïnformeerd.

op

(geanonimiseerd) adviseur risicobeheersing, telefoonnummer B of

via

Voor nadere informatie kunt u contact

veiligheidsregio e A\llmbllgoord Namens het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Limburg-Noord, Met vriendeijke groet,

Afdelingshoofd Crisis- en Risicobeheersing

———— Van:

toestemming <Toestemming@tennet.eu>

Verzonden:

maart 2023

09:35

Aan: cc:

Onderwerp:

FW:

IFW: BSP0028512 - De Horsten 20 -

Peel

Bijlagen:

Toelichting.pdf; Verbeelding met opmerkingen.pdf; Regels.pdf

z B Naar aanleiding van de aangeleverde stukken kan k u het volgende mededelen: Aangezien de plannen nog geen definitief karakter hebben, kunnen wij alleen een voorlopig advies afgeven De uitbreiding van de varkenshouderij vindt deels plaats in de belemmerde strook van onze 380kV bovengrondse hoogspanningsverbinding Maasbracht-Dodewaard tussen de masten 53-54-55.

Deze strook heeft op deze locatie een breedte van 36 meter aan weerszijden vanuit de hartlijn, totale breedte:

72 meter.

De voorlopige voorwaarden die hier worden omschreven zijn slechts een richtlijn voor het verdere ontwerp van de loodsen, sleufsilo en de inrichting van het terrein.

« «

Het maaiveld mag niet verhoogd worden Het zichtbare gedeelte van de mastfundatie moet minimaal 0,50 meter boven het maaiveld

«

uitsteken

Voor de bouw van de loodsen en stallen geldt: Het werk moet

worden

opgetrokken uit

onbrandbaar of zeer moeilijk brandbaar materiaal. Voorde dak- en hoofddraagconstructie geldt een minimale brandwerendheidseis van 60 minuten, voor de wanden minimaal

30 minuten.

Ten

aanzien

van

de brandwerendheid

moet

men

is deze eis

voldoen

aan

de

eisen die gesteld worden n het vigerende bouwbesluit, rekening houdend met de vereisten uit NEN-EN 50341-2. Indien er gebruik wordt gemaakt van een

sprinklerinstallatie, is bovenstaande brandwerendheidseis niet van toepassing. e _ Metalen delen van bouwwerken moeten worden geaard, zoals vermeld in de vigerende norm

NEN

1010

*

De hoogspanningsmast moet worden beschermd door middel van het aanbrengen van een aanrijbeveiliging bestaande uit een vangrail/betonblok/aardewal. e _ Aan het verblijven van mensen, dieren en objecten onder de hoogspanningsverbinding zijn de volgende risico's verbonden: o het kunnen neervallen van ijs, sneeuw, verontreinigingen, drupwater, verfspatten, vogels en onderdelen (advies: bordjes plaatsen met tekst: parkeren op eigen risico); o het kunnen overslaan van elektriciteit bij onweer en

bij sluitingen in ons hoogspanningsnet; o het tijdelijk niet kunnen gebruiken van het (parkeer)terrein tijdens het uitvoeren van werkzaamheden aan de hoogspanningsverbinding. TenneT is niet aansprakelijk voor de hiermee gepaard gaande kosten

« _ Onze hoogspanningsmasten moeten altijd (24/7) vanaf de openbare weg bereikbaar zijn. « _ In de nabijheid van een hoogspanningsverbinding kan hinder worden ondervonden van

elektromagnetische beïnvloeding. Om een veilige werking van apparatuur en veiligheid met betrekking tot objecten te garanderen kan het noodzakelijk zijn mitigerende maatregelen te treffen. Wij adviseren om een beïnvloedingsstudie ten aanzien van wederzijdse beïnvloeding volgens de hiervoor geldende NEN-normeringen te laten uitvoeren. U bent hier als initiatiefnemer zelf verantwoordelijk voor.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=45becf53-7167-4c23-ad6c-99d292fccb9f