CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-062 06 Bijlage 3 bij Toelichting - MER 27 juni 2023

Raad 28 oktober 2025, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Vaststellen Bestemmingsplan De Horsten (2025-062)36.830 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Rav code

Diersoort

De Horsten 20 D1.1.15.4 Gespeende biggen De Horsten 17 D1.1.15.4 Gespeende biggen D3.2.15.4 Opfokzeugen D1.2.17.4 Kraamzeugen D1.3.12.4 Guste en dragende zeugen D2.4.4 Dekberen Totaal

Aantal

Ammoniak emissie [kg NH3]

Geur emissie [Ou]

Fijnstof emissie [gr PM10]

12.960

1.296

55.728

194.400

689 50 212 635

68,9 22,5 275,6 400,05

2.962,7 635 3.243,6 6.540,5

10.335 1.550 6.784 22.225

2

1,66 2.064,71

20,6 69.130,4

72 235.366

Mestsilo’s met verharding voor mestscheiding De verharding wordt gebruikt voor het bereiken van de mestsilo’s en de plaatsing van een (mobiele) mestscheider. Er is toestemming om maximaal 12x per jaar mest te scheiden in een dunne en dikke fractie. Behalve de ter plaatse geproduceerde drijfmest, wordt hier ook drijfmest van de andere locatie van deze eigenaar (Jacobusstraat 42) opgeslagen en gescheiden, waardoor de vergunde mestscheiding op dat bedrijf op grotere afstand van de bebouwde kom plaatsvindt. Er wordt op De Horsten geen mest van derden opgeslagen en bewerkt. De dunne fractie wordt verpompt naar de mestsilo en de dikke fractie wordt tijdelijk opgeslagen in de opslagvoorziening. De grootste mestsilo heeft een opslagcapaciteit voor maximaal 1.092 m 3 drijfmest. De dunne fractie wordt na scheiding opgevangen in de kleinere mestsilo van maximaal 535 m3 . De dikke fractie is na scheiding stapelbaar en hiervoor is maximaal 250 m3 opslag toegestaan.

68

Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel

P218712.008

De silo’s zijn verplicht afgedekt met een drijfdek om emissies te beperken, conform de algemene regels in het Activiteitenbesluit. Omdat de mobiele mestscheider in de open lucht wordt geplaatst treden hierbij tijdelijke piekemissies van ammoniak, geur en geluid op. Verkeer De Horsten is een verharde weg tot aan de inrit van zeugenlocatie De Horsten 17 en wordt aan de zuidzijde ontsloten via de Melkweg. De Horsten wordt niet door doorgaand verkeer gebruikt. Via de Melkweg zijn de provinciale wegen N562 en N275 goed bereikbaar. Het aan- en afrijdend verkeer bestaat hoofdzakelijk uit vrachtwagens voor transport van voer, varkens en mest. Naast aan- en afvoer van producten en goederen vinden er ook tussen de varkenshouderijlocaties transportbewegingen plaats. De biggen die worden geboren in de zeugenstal worden bijvoorbeeld met een vrachtwagen naar de biggenstallen getransporteerd. Dit transport gaat over De Horsten. Het aantal vervoersbewegingen in de bestaande situatie bedraagt maximaal:  30 vrachtwagens per week (360 zware voertuigen per jaar)  25 personenauto’s per week (300 lichte voertuigen per jaar) 4.3.3 Veehouderij buiten het plangebied De emissies van de veehouderijen die in de omgeving buiten het plangebied liggen zijn relevant voor de cumulatie van milieueffecten die kunnen optreden.

Figuur 12: Veehouderij naar type en omvang in de omgeving van het plangebied (Bron: BVB Limburg)

Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel

69

P218712.008

De nertsenhouderij aan de Karissendijk 7 en 9 (gekoppeld bouwblok) is beëindigd vanwege het landelijke, vervroegde verbod op pelsdierenhouderij en beiden locaties staan tijdens het opstellen van dit MER te koop. Het is mogelijk om de bestemming op deze locaties te wijzigen naar onder andere wonen, niet-agrarisch bedrijf of paardenhouderij. Op basis van de geldende planologische kaders kunnen deze locaties onder voorwaarden ook gewijzigd worden naar een ander type intensieve veehouderij. Omdat nieuwe functie en bestemming van beide locaties nog niet bekend is en de milieuvergunning nog niet is ingetrokken, wordt in het MER nog uitgegaan van de aanwezige vergunde rechten. Dit is met name ten aanzien van de achtergrondbelasting van geur relevant. Ten zuiden van het afwateringskanaal ligt in de gemeente Leudal ook een beëindigde nertsenhouderij waarvan de nieuwe functie niet bekend is. Voor deze locatie wordt net als voor de nertsenhouderijen aan de Karissendijk uitgegaan van de aanwezige vergunde rechten. Verder zijn er enkele melkveehouderijen en paardenhouderijen aanwezig. Deze dragen vanwege diersoort en beperkte omvang niet significant bij aan de cumulatieve effecten ten gevolge van stalemissies en verkeersbewegingen. Voor de cumulatieve effecten zijn de varkenshouderijen in het gebied relevant. Nabij de kern ligt de varkenshouderij Jacobusstraat 42.

Dit bedrijf is van dezelfde eigenaar als de varkenshouderij op De Horsten en gerelateerd aan de ontwikkeling op De Horsten. Er zijn voor deze locatie geen contractuele afspraken over bedrijfsverplaatsing of beëindiging op een specifieke datum. De ondernemer is wel voornemens om op termijn de varkenshouderij op deze locatie te beëindigen als de beoogde bedrijfsopzet op De Horsten is gerealiseerd. Een voorzienbare ontwikkeling waarover nog geen besluitvorming heeft plaatsgevonden, is uitbreiding van het naastgelegen bedrijf Rongvenweg 14. Dit is één van de vier veehouderijen binnen het voormalige LOG. Voor deze locatie is een aanvraag omgevingsvergunning in procedure, maar hierover is ten tijde van het opstellen van dit MER nog geen besluit genomen.

4.4

Huidige waarden en kenmerken binnen het plangebied

4.4.1 Ruimtelijke en functionele structuur Voor 1800 lag het plangebied in een landschap dat bestond uit heide met vennen en moerassen. Gaandeweg de negentiende eeuw is het plangebied ontgonnen en in gebruik genomen als weiland en bos. In deze periode is ook een aantal wegen langs het plangebied ontstaan, die het gebied toegankelijk maakten voor de bewoners van Egchel. Van oudsher maakte het projectgebied en omgeving onderdeel uit van een grootschalig heidegebied (woeste gronden), doorsneden door paden en karresporen en vrij van bebouwing. Halverwege de 19e eeuw werden grote delen van deze woeste gronden bebost voor de mijnbouw in Zuid-Limburg, waar een grote behoefte bestond aan hout om de mijnen te stutten. Het bos is geleidelijk aan in de 20e eeuw verdwenen en zijn de gronden ontgonnen ten behoeve van de landbouw. Eind jaren zeventig, begin jaren tachtig zijn er in de omgeving een aantal varkenshouderijen opgericht. Deze hebben zich in de loop der jaren ontwikkeld tot de huidige omvang.

70

Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel

P218712.008

Figuur 13: Historische situatie. Links: 1925, voornamelijk bosgebied. Rechts: 1980, landbouwgrond.

Het landschap heeft zich door de jaren heen ontwikkeld tot een grootschalig en open landschap, te typeren als een jonge heideontginning. De geschiedenis van het heideontginningslandschap is nog deels te herkennen. Vanaf de bebouwde kom van Echel naar het zuiden toe vormen historische wegen een duidelijk herkenbaar patroon. Veel groenelementen lopen langs de historische wegen. Haaks op de wegen liggen hier en daar groenelementen, veelal bomenrijen. Tussen de akkers liggen enkele watergangen met braamstruweel. De meer open agrarische gronden beschikken soms over lange vergezichten in de richting van de historische wegen. Ten zuiden van het plangebied ligt het afwateringskanaal en de Kanaaldijk. Deze worden geflankeerd met bomenrijen. Het afwateringskanaal vormt een fraaie scheidslijn in het landschap. Functionele structuur De primaire functie van het plangebied is een agrarische bedrijfslocatie met bijbehorende gebouwen en voorzieningen. De weg De Horsten doorkruist het plangebied. De agrarische bedrijfslocatie wordt omringd door weiland en akkerland. In de omgeving directe komen diverse andere functies voor. Het betreft overwegend de agrarisch bedrijfsmatige functie. Zo is ten noorden van de bestande stal is een nertsenfokkerij aanwezig en zijn ten zuidoosten varkenshouderijen aanwezig. In de wijdere omgeving wordt de agrarische functie aangevuld met de woonfunctie.

Het plangebied maakt onderdeel uit van het landbouwontwikkelingsgebied (LOG) Egchelse Heide. De begrenzing van het LOG is vastgelegd in de structuurvisie intensieve veehouderij en glastuinbouw (IV en glas), als onderdeel van de structuurvisie buitengebied Peel en Maas. Het LOG Egchelse Heide is een gebied van ruim 20 ha gelegen tussen de Karissendijk, Melkweg en Rongvenweg in de gemeente Peel en Maas, bij het dorp Egchel. Het is een gebied met een sterk agrarisch karakter en geen belemmerende factoren in de directe omgeving. Hierdoor kunnen intensieve veehouderijbedrijven zich in dit gebied duurzaam ontwikkelen.

4.4.2 Verkeer De gemeente Peel en Maas kent een fijnmazig wegennet. De hoofdontsluiting van de gemeente verloopt via de rijkswegen A67, A73 en A2. De gemeente sluit via de provinciale wegen N275, N279, N265, N277 en N562 aan op het rijkswegennet. De Roggelseweg (N562) ten oosten van het plangebied kent een snelheidsregime van 80 km/uur. De wegen in de omgeving van het plangebied maken deel uit van een verblijfsgebied. Binnen de bebouwde kom betreft het wegen met een snelheidsregime van 30 km/uur en daarbuiten van 60 km/uur.

Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel

71

P218712.008

Het plangebied ligt aan weerszijden van De Horsten. De Horsten ligt tussen de Melkweg en de kern Egchel. Op De Horsten geldt geen verkeerskundig verbod op doorgaand verkeer of verbod op vrachtverkeer, maar deze weg wordt niet door doorgaand verkeer gebruikt (geen ontsluiting op een weg van hogere orde of verbinding tussen woonkernen). Via de Melkweg zijn de provinciale wegen N562 en N275 goed bereikbaar. Vanaf de splitsing met de Melkweg is De Horsten geasfalteerd tot net voorbij de zeugenstal op De Horsten 17. Daarna is richting Egchel de weg half-/onverhard tot ongeveer de woning De Horsten 3.

Figuur 14: Streetview splitsing De Horsten met links nummer 20 en rechts Melkweg (bron: Google maps)

Verkeersbewegingen in de bestaande situatie Het aan- en afrijdend verkeer is beperkt op een varkenshouderij met alleen zeugen en biggen en bestaat met name uit zwaar transport van voer, varkens, mest en afval. Verder vinden er dagelijks lichte verkeersbewegingen plaats door bedrijfsleider, werknemers, dierenarts en andere erfbetreders. Gezien de bedrijfsopzet worden de transportbewegingen zo veel mogelijk beperkt. De drijfmest wordt vanuit de stallen via pijpleidingen naar de mestsilo’s getransporteerd. Alleen de drijfmest van Jacobusstraat 42 wordt met een vrachtwagen of trekker naar de mestopslag aan De Horsten vervoerd. Dit is gezien de samenhang met de ontwikkeling van het bedrijf op De Horsten bedoeld als een tijdelijke situatie. Maximaal 12x per jaar komt er een mobiele mestscheider. De drijfmest wordt gescheiden in een dunne en dikke fractie. Door de mestbewerking en het uitrijden van de dunne fractie op omliggende landbouwgronden wordt het af te voeren volume mest aanzienlijk verkleind en het aantal transportbewegingen fors verminderd. Er vindt over de weg De Horsten ‘intern’ transport van biggen plaats tussen de zeugenstal en de biggenstallen. Vanwege de samenhang tussen de afbouw aan de Jacobusstraat 42 en de ontwikkeling van De Horsten worden momenteel ook biggen aangevoerd van deze locatie.

Een klein deel van de biggen wordt (op)fokzeug en gaat terug naar de zeugenstallen, maar het grootste deel van de biggen wordt op circa 25 kg afgevoerd naar een (vlees)varkenshouderij elders. Het aantal vervoersbewegingen in de bestaande situatie volgt uit de omgevingsvergunning van 2020 en bijbehorend akoestisch onderzoek en bedraagt:  Maximaal 30 vrachtwagens per week;  Maximaal 25 personenauto’s per week.

72

Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel

P218712.008

De zware transporten vinden veelal op vaste dagen verspreid over de week plaats. Tijdens mestscheidingsactiviteiten is er een piek in transportbewegingen vanwege de aanvoer van drijfmest van Jacobusstraat 42 en de afvoer van de dunne en dikke fracties na mestscheiding. In par. 6.1 worden de transportbewegingen per jaar gespecificeerd op basis van kengetallen en praktijkgegevens. 4.4.3

Leidingen

Binnen het plangebied liggen geen buisleidingen. Door het plangebied loopt wel de bovengrondse 380 kV hoogspanningslijn Maasbracht – Boxmeer. De indicatieve magneetveldzone van deze hoogspanningslijn is 105 meter aan weerszijde van de hoogspanningslijn (in paragraaf 6.6.4 wordt ingegaan op de mogelijke gezondheidseffecten door magneetvelden, met name vanwege de nieuwe bedrijfswoning en huisvesting voor arbeidsmigranten). Aan weerszijden van de hartlijn ligt een belemmeringenstrook van 36 meter breed (in totaal een zone van 72 meter breed). Binnen deze zone geldt een zakelijk recht en een bouw- en een aanlegverbod voor zowel vergunningplichtige als vergunningvrije bouwwerken. Hiervan kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken als aan de voorwaarden wordt voldaan. Eén van de voorwaarden is dat overleg met de leidingbeheerder (TenneT) nodig is.

Figuur 15: Uitsnede Netkaart Hoogspanningslijnen

De aanduiding ‘Leiding-hoogspanning’ en bijbehorende planregels zijn uit het bestemmingsplan Buitengebied overgenomen in het nieuwe bestemmingsplan De Horsten. Binnen deze zone geldt een bouw- en aanlegverbod. Hiervan kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken mits:  geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de leiding;  geen onevenredige schade aan de andere aan de gronden gegeven bestemmingen wordt of kan worden toegebracht;  vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de desbetreffende leidingbeheerder. Op 23 mei 2012 heeft TenneT ten behoeve van de bouw van de eerste biggenstal schriftelijk aangegeven (kenmerk brief: GS-ADL-REM 12-1335 ROB) geen bezwaar te hebben tegen een stal binnen de belemmeringenstrook, mits aan een aantal voorwaarden wordt voldaan:  In het blauw gearceerde gebied (dit is tot en met 22,00 meter haaks gemeten vanuit het hart van de hoogspanningslijn) bedraagt de maximale toegestane bouwhoogte 4,50 meter.  In het oranje gearceerde gebied (dit is vanaf 22,00 meter tot en met 27,00 meter haaks gemeten uit het hart van de hoogspanningslijn) bedraagt de maximale toegestane bouwhoogte 5,00 meter.

Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel

73

P218712.008

 

In het groen gearceerde gebied (dit is vanaf 27,00 meter tot en met 32,00 meter haaks gemeten uit het hart van de hoogspanningslijn) bedraagt de maximale toegestane bouwhoogte 6,00 meter. In het paars gearceerde gebied (dit is vanaf 32,00 meter tot en met 36,00 meter haaks gemeten uit het hart van de hoogspanningslijn) bedraagt de maximale toegestane bouwhoogte 8,50 meter. Bij deze maximale toegestane bouwhoogtes gaat TenneT uit van het huidige bestaande maaiveld dat geacht wordt te liggen op +NAP 31,50. Bij de bouw van de stal dient men rekening te houden met beperkingen ten aanzien van de inzet van mechanische werktuigen, bouwkranen e.d. In de belaste strook bedraagt de maximale vrije werkhoogte tussen de 6,00 en 10,00 meter ten opzichte van het huidige bestaande maaiveld. Zowel binnen alsmede buiten de belaste strook zullen materialen en/of werktuigen zodanig worden gebruikt dat bij eventueel omvallen de geleiders (spanningvoerende draden) niet dichter genaderd worden dan een afstand van 6,00 meter. Indien dit niet kan worden gegarandeerd dient men maatregelen ter stabilisatie aan te brengen, bijvoorbeeld door het tuien van het werktuig. Alvorens TenneT de definitieve toestemming kan verlenen moeten de uiteindelijke bouwtekeningen ter goedkeuring aan TenneT worden voorgelegd.

Figuur 16: Schets van de belemmeringenstrook met bouwhoogtes aangeleverd door TenneT (bron: Brief 23 mei 2012, kenmerk GSADL-REM 12-1335 ROB, TenneT).

Bij de uitvoering van werkzaamheden moeten verder altijd de door TenneT aangeleverde veiligheidsvoorschriften in acht worden genomen.

74

Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel

P218712.008

Planvoornemen De luchtwasser van de meest noordelijk gesitueerde nieuwe biggenstal, de opstelplaats voor mobiele mestscheiding (en toekomstige overdekte mestverwerkingsruimte) en de beoogde sleufsilo’s zijn in het voorgenomen plan binnen de beperkingenzone gesitueerd. Het beoogde mestbassin is onder de leiding gesitueerd. Er is geen ruimte binnen de bouwvlakken om het hele voorgenomen plan buiten de belemmeringenstrook te situeren. Het planvoornemen is in maart 2023 voor advies aan TenneT voorgelegd. Die hebben vanwege het kaderstellende karakter van het plan de volgende voorlopige voorwaarden aangegeven die als richtlijn moeten worden aangehouden bij het verdere ontwerp van de inrichting:  Het maaiveld mag niet verhoogd worden;  Het zichtbare gedeelte van de mastfundatie moet minimaal 0,50 meter boven het maaiveld uitsteken;  Voor de bouw van loodsen en stallen geldt dat deze moeten worden opgetrokken uit onbrandbaar of zeer moeilijk brandbaar materiaal. Voor de dak- en hoofddraagconstructie geldt een minimale brandwerendheidseis van 60 minuten en voor de wanden is deze eis minimaal 30 minuten. Ten aanzien van de brandwerendheid moet voldaan worden aan de eisen die gesteld worden in het Bouwbesluit en rekening houdend met de vereisten uit NEN-EN 50341-2. Als er gebruik wordt gemaakt van een sprinklerinstallatie is deze brandwerendheidseis niet van toepassing.

 Metalen delen van bouwwerken moeten worden geaard, conform de norm NEN 1010.  De hoogspanningsmast moet worden beschermd door middel van het aanbrengen van een aanrijbeveiliging bestaande uit een vangrail, betonblok of aardenwal.  Aan het verblijven van mensen, dieren en objecten onder de hoogspanningsverbinding zijn de volgende risico's verbonden: o het kunnen neervallen van ijs, sneeuw, verontreinigingen, drupwater, verfspatten, vogels en onderdelen; o het kunnen overslaan van elektriciteit bij onweer en bij sluitingen in het hoogspanningsnet; o het tijdelijk niet kunnen gebruiken van het terrein tijdens het uitvoeren van werkzaamheden aan de hoogspanningsverbinding. TenneT is niet aansprakelijk voor de hiermee gepaard gaande kosten.  De hoogspanningsmast moeten altijd (24/7) vanaf de openbare weg bereikbaar zijn.  In de nabijheid van een hoogspanningsverbinding kan hinder worden ondervonden van elektromagnetische beïnvloeding. Om een veilige werking van apparatuur en veiligheid met betrekking tot objecten te garanderen kan het noodzakelijk zijn mitigerende maatregelen te treffen. TenneT adviseert om een beïnvloedingsstudie ten aanzien van wederzijdse beïnvloeding volgens de hiervoor geldende NEN-normeringen te laten uitvoeren. DE ondernemer is hier zelf verantwoordelijk voor.

 Binnen een afstand van 5 meter, gemeten vanaf het zichtbare gedeelte van de mastfundatie, mag in alle richtingen geen beplanting worden aangebracht.  Er mag geen beplanting worden aangebracht die hoger kan groeien dan 4 meter.  Rondom de mast moet een vlak vrijgehouden worden in verband met de uitvoering van onderhoudswerkzaamheden van de netbeheerder.  Geadviseerd wordt de concreet uitgewerkte plannen ter beoordeling voor te leggen aan TenneT.

Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel

75

P218712.008

4.4.4

Natuur

Natura2000 In de omgeving van de locatie liggen de volgende Natura 2000-gebieden:  Leudal: ca. 5,5 km  Swalmdal: ca. 7 km  Deurnsche Peel & Mariapeel: ca. 7,5 km  Groote Peel: ca. 8 km  Sarsven en De Banen: ca. 11 km  Duitse gebieden: ca. 11,5 km

Figuur 17: Ligging Natura 2000 gebieden

Natuurnetwerk Het Natuurnetwerk bestaat uit bestaande en nieuwe natuurgebieden die door ecologische verbindingszones met elkaar verbonden zijn. Het plangebied maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk. Het dichtstbijzijnde gebied wat deel uitmaakt van het NNN ligt circa 1,1 km van het plangebied.

76

Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel

P218712.008

Figuur 18: Ligging Natuurnetwerk

Zeer kwetsbare gebieden Wet ammoniak en veehouderij (Wav-gebieden) De locatie ligt niet in een zeer kwetsbaar natuurgebied (Wav-gebied) of in een zone van 250 meter daaromheen. De Wav heeft hierdoor geen beperkingen voor het planvoornemen. De zeer kwetsbare gebieden liggen op ca. 2,4 km (gebiedsnummer 362) en 2,8 km afstand (gebiedsnummer 303). Deze vallen in de categorie 'overige zeer kwetsbare gebieden'.

Figuur 19: Ligging zeer kwetsbare gebieden (Wav-gebieden)

4.4.5

Landschap

Omgeving Voor 1800 lag het plangebied in een landschap dat bestond uit heide met vennen en moerassen. Gaandeweg de negentiende eeuw is het plangebied ontgonnen en in gebruik genomen als weiland en bos. In deze periode is ook een aantal wegen langs het plangebied ontstaan, die het gebied toegankelijk maakte voor de bewoners van Egchel. Ten zuiden van het plangebied is een kanaal, het zogenoemde afwateringskanaal, gegraven ten behoeven van de scheepvaart en de ontwatering van, in cultuur gebrachte, agrarische gronden. Ook in het plangebied is een afwatering gegraven.

Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel

77

P218712.008

Deze afwatering lag in het noorden en is blijven bestaan tot in de tweede helft van de twintigste eeuw. Hierna is de watergang helemaal uit het landschap verdwenen. Rond 1891 bestond meer dan de helft van het plangebied uit bos. Het overige deel bestond uit de afwatering en de natte percelen daar omheen. In het begin van de twintigste eeuw is het grootste deel van het bos geveld. Er bleven twee houtopstanden over. Na 1967 zijn ook deze houtopstanden geveld. In het verleden heeft er in het plangebied nooit bebouwing gestaan. Pas na 1967 is het eerste gebouw gerealiseerd aan de Melkweg. Tegenwoordig kenmerkt het landschap zich als heideontginningslandschap op een overgang van meer droge naar natte gronden, bestaande uit akkers en diverse agrarische bouwvlakken. De geschiedenis van het landschap is tegenwoordig nog steeds te herkennen. Naar het zuiden toe vormen historische wegen tussen Egchel en het landschap een duidelijk herkenbaar patroon. Veel groenelementen in het plangebied lopen langs de historische wegen. Hiernaast liggen hier en daar, haaks op de wegen groenelementen, veelal bomenrijen. Tussen de akkers liggen enkele watergangen met braamstruweel. De meer open agrarische gronden beschikken soms over lange vergezichten in de richting van de historische wegen. Ten zuiden van het plangebied ligt het Afwateringskanaal en de Kanaaldijk, geflankeerd met bomenrijen.

Het afwateringskanaal vormt een fraaie scheidslijn in het landschap. Direct ten zuiden van het afwateringskanaal ligt het windmolenpark Egchelse heide. De bestaande situatie in het plangebied Ten behoeve van de omgevingsvergunning van 22 oktober 2020 is een landschappelijk inpassingsplan gemaakt (Landschapsplan, projectnummer 16420-BA010/18307-AA005, laatst gewijzigd 17 december 2019, ingediend 20 december 2019 en het Onderhoudsplan landschappelijke inpassing, kenmerk FA/16420.BA010/418502, laatst gewijzigd 15 januari 2020, ingediend 30 januari 2020) . De ondernemer heeft de

verplichting om de landschappelijke inpassing te realiseren in de eerstvolgende plantperiode (1 november t/m 1 maart) nadat het 'bouwwerk' is opgeleverd. In 2021-2022 zijn de vergunde, nieuwe stallen gebouwd en opgeleverd. Dit betekent dat formeel in eerste kwartaal van 2023 de beplanting gerealiseerd moet zijn. In januari 2023 was dit nog niet aangeplant, zie navolgende foto’s. Na realisatie is de ondernemer verplicht de landschappelijke inpassing te onderhouden conform het onderhoudsplan. Het nieuwe bestemmingsplan verankerd ook de bestaande, vergunde situatie, maar ontslaat de ondernemer niet van de verplichting tot het realiseren van de landschappelijke inpassing conform de omgevingsvergunning. De gemeente kan indien nodig handhavend optreden. 

Volgens de vergunning komen er boomsingels langs beiden zijden van De Horsten. Ter plaatse van de hoogspanningslijn worden de bomensingels onderbroken. De gemeente heeft aan de oostzijde van De Horsten de boomsingel aangeplant (inpassing LOG-gebied).

Zicht op De Horsten, gezien vanaf splitsing met de Melkweg (jan 2023)

78

Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel

P218712.008

Volgens de vergunning komt er een dubbele bomenrij aan de zuidzijde van de kavel De Horsten 20 langs de Melkweg. Aan de westzijde van deze kavel komt een houtsingel en aan de noordzijde van deze kavel komen boomgroepjes op kruiden en faunarijk grasland. Dit is nog niet gerealiseerd.

Zicht op De Horsten 20, gezien vanaf de Melkweg (jan 2023)

De gemeente heeft een groenstructuur gerealiseerd langs de noordelijke perceelsgrens van kavel De Horsten 17 (inpassing LOG-gebied). Volgens de vergunning komt aan de oostzijde van de kavel De Horsten 17 nog een houtsingel, maar deze is nog niet gerealiseerd.

Zicht op kavel De Horsten 17, gezien vanaf De Horsten

De gemeente heeft binnen en rondom het plangebied (op gemeentegrond) bomen, groenstructuren en een waterbergingsvoorziening gerealiseerd volgens het inpassingsplan voor het LOG.

Luchtfoto waterbergingsvoorziening met groenstructuren (april 2022)

De omgevingsvergunning van 2020 richt zich op de landschappelijke inpassing die de ondernemer zelf moet realiseren ter compensatie van de bestaande bouwblokken. De vergunde situatie is gebaseerd op de eis dat het oppervlak landschappelijke inpassing minimaal 10% van het bouwvlak moet bedragen. Volgens het landschappelijk inpassingsplan bij de omgevingsvergunning moet de ondernemer in de bestaande situatie 3.325 m2 aan landschappelijke inpassing realiseren. Volgens de voorschriften moet dit aangeplant worden in het eerstvolgende plantseizoen na gereedkoming van de laatste stal, ofwel voorjaar en najaar van het jaar 2023. Voor de totale beoogde bedrijfsopzet in dit bestemmingsplan is een nieuw landschappelijk inpassingsplan gemaakt met een gefaseerde realisatie. De inpassing van de bestaande stallen is als eerste fase opgenomen. Zie paragraaf 6.8.

Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel

79

P218712.008

4.4.6

Bodem en water

Beschermingsgebieden Het plangebied ligt niet in een boringsvrije zone, waterwin- of grondwaterbeschermingsgebied.

Figuur 20: Waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden (bron: POL-viewer Limburg)

Geologie en geomorfologie Het plangebied ligt ten noorden van de Peelrandbreuk en ten zuiden van de Tegelenbreuk. De ondergrond bestaat uit afzettingen van de formaties van Beegden en bevat sedimenten die door de Maas zijn afgezet. De formatie van Beegden is afgedekt met eolische afzettingen van de Formatie van Boxtel die fijnkorrelige wind- en beekafzettingen omvat. Binnen de Formatie van Boxtel worden acht laagpakketten gedefinieerd waarvan het laagpakket van Liempde in het plangebied voorkomt. Dit laagpakket bestaat uit dekzandafzettingen welke zijn gevormd in de late fase van de laatste ijstijd. Het Laagpakket kenmerkt zich als een langgerekt, noord-zuid georiënteerd, gebied met laagten, glooiingen en ruggen. Plaatselijk kunnen deze afzettingen zijn afgedekt door Holocene afzettingen bestaande uit:  Stuifduinen en landduinen die in het Holoceen op de Pleistocene zandgronden zijn gevormd vooral als gevolg van ontbossing. Deze worden aangeduid als het Kootwijk Laagpakket (behorende tot de Formatie van Boxtel):  Beekafzettingen op de hogere Pleistocene zandgronden. Deze worden aangeduid als het Singraven laagpakket (behorend tot de Formatie van Boxtel);  Veenafzettingen behorende tot de Nieuwkoop Formatie. Deze omvat al het Holocene veen dus ook het hoogveen dat op de zandgronden in het Pleistocene deel van Nederland is gevormd.

Waar dit hoogveen aan het oppervlak voorkomt, kan het als een apart laagpakket, het Griendtsveen laagpakket, worden onderscheiden. Het Hoogveen wordt echter vrijwel alleen op de Peelhorst aangetroffen;  Antropogene pakketten zoals een plaggendek ook wel aangeduid als esdek. Geomorfologisch gezien behoort het plangebied tot een dekzandvlakte (2M13) en dekzandrug (3L5).

80

Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel

P218712.008

Figuur 21: Geomorfologische waarden (bron: Geomorfologische kaart van Nederland)

Figuur 22: Bodemkaart plangebied (bron: Bodemkaart van Nederland)

Bodemopbouw In het plangebied bevinden zich volgens de bodemkaart (bodemcode pZn23) ontwikkeld in leem met een zanddek en een moerige tussenlaag op zand (en in een heel klein deel veldpodzolgronden). In 2008 is bij een verkennend bodemonderzoek tot 3,5 m zand aangetroffen. De diepere bodemopbouw in het plangebied is weergegeven in tabel 9. Tabel 9: Diepere bodemopbouw in het plangebied

Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel

81

P218712.008

Waterdoorlatendheid

Figuur 23: Bodemdoorlatendheid en K-waarde plangebied

Uit deze kaart blijkt dat ter plaatse van het plangebied een k-waarde tussen de 0,75 en 1,5 m/d wordt verwacht. Dit betekent de doorlatendheid van de bodem in het plangebied goed is. Hoogteligging Het maaiveld in het plangebied varieert van tussen 29,7 en 31,2 m + NAP [14]. In het van het plangebied ligt het maaiveld lager en in het zuidwestelijke deel hoger. In figuur 24 is een uitsnede van de hoogtekaart weergegeven.

Figuur 24: Uitsnede hoogtekaart

82

Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel

P218712.008

Aardkundige waarden In het plangebied zijn geen aardkundige waarden aanwezig. Waterhuishouding In en nabij het plangebied liggen de waterlopen Egchelhoekerbeek en Egchelbeek. Deze waterlopen zijn op de legger aangeduid als ‘primair water’. Dit betekent dat bij aanpassingen aan de waterloop een vergunning of ontheffing in het kader van de keur aan de orde is. De waterlopen in het plangebied stromen af richting de waterloop langs de Roggelseweg, die weer afwatert richting het Afwateringskanaal tussen Neer en Helden.

Figuur 25: Legger (bron: Atlas Limburg)

Het freatisch grondwater in het plangebied stroomt in zuidwestelijke richting de Maas. Plaatselijk kan het grondwater gericht zijn op de beken in het plangebied, die vermoedelijk een drainerende werking hebben. Het grondwater bevindt zich op 1,5 m beneden maaiveld (29,5 m +NAP). Centrale waterberging LOG (n.a.v. waterparagraaf 2009) In opdracht van de gemeente Peel en Maas heeft Grontmij Nederland BV in 2009 een waterparagraaf opgesteld ter voorbereiding op het bestemmingsplan en de MER voor het LOG Egchelse Heide. Uit de inventarisatie in het kader van de inrichting van het LOG is gebleken dat: - de bodem is opgebouwd uit een deklaag van circa 3,5 m-mv matig fijn zand welke een totale dikte heeft van 10 meter. Lokaal kan een leemlaag of lemig zand in de bovenste 2 meter voorkomen; - het freatisch grondwater bevindt zich gemiddeld tussen de 1,2 tot 1,6 m-mv, de GLG tussen 1,6 en 2,2 m-mv en de GHG tussen de 0,7 en 1,0 m-mv; - er geen schijngrondwaterstanden zijn aangetroffen; - de doorlatendheid van de bodem circa 0,45 m/d bedraagt (worst-case), waarbij wordt opgemerkt dat geen infiltratieproeven zijn verricht; - het maaiveld ter plaatse van het plangebied globaal rond de 29,7-30,3 m +NAP. - het plangebied wordt doorkruist door de Egchelhoekerbeek en Egchelbeek.

De waterlopen stromen af richting de waterloop langs de Roggelseweg, die weer afwatert richting het afwateringskanaal tussen Neer en Helden. De beide waterlopen in het plangebied zijn niet gestuwd. Beide zijn primaire watergangen, hetgeen betekent dat tot 5 meter uit de insteek

Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel

83

P218712.008

-

-

de Keur van toepassing is. (www.wpm.nl > Vergunningen > Keur, Waterwetgeving en leges); Bij aanpassingen aan de waterloop geldt dat een vergunning of ontheffing in het kader van de KEUR dient te worden aangevraagd; in het noordwesten van het plangebied ligt een hydrologisch gebied dat als ‘niet gevoelig maar aan grondwater gebonden’ is aangeduid. Het gebied is verder niet beschreven in de ecohydrologische atlas van Limburg; er geen grondwateronttrekkingen in de directe omgeving (1 kilometer) zijn gelegen en het plangebied niet in of in de directe nabijheid van een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied is gelegen.

In het kader van de inrichting van het LOG Egchelse Heide is door de gemeente een waterretentievoorziening aangelegd waarnaar het niet-verontreinigd hemelwater van verhard oppervlak kan worden afgevoerd om ter plaatse te infiltreren. Deze retentievoorziening ligt in het midden van het plangebied (zie onderstaande afbeelding). Het spuiwater wordt conform de omgevingsvergunning geloosd op het vuilwaterriool.

Figuur 26: Ligging waterretentievoorziening

Bodemkwaliteit Bij iedere ruimtelijke ontwikkeling waar sprake is van het toevoegen van woningen of andere verblijfsplaatsen waar personen langere tijd kunnen verblijven dient onderzocht te worden of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde ontwikkeling. Het bestemmingsplan staat nieuwbouw van een bedrijfswoning toe op het perceel van de (voormalige) locatie Melkweg 22. In opdracht van de gemeente zijn meerdere bodemonderzoeken uitgevoerd voor het LOG Egchelse Heide en voor de voormalige locatie Melkweg 22. De bodemonderzoeken zijn bijgevoegd als bijlage 14. Een overzicht van alle uitgevoerde bodemonderzoeken:  Vooronderzoek Melkweg 22, Egchel. Het Milieubureau, rapport 98-050-06, d.d. 2 februari 1998. Dit onderzoek heeft betrekking op ± 700 m2 waar een stal gebouwd gaat worden. Hoewel verwezen wordt naar verdachte locaties elders op het terrein (ondergrondse HBO tank van 3.000 L en bovengrondse dieseltank van 1.200 L) wordt de onderzoekslocatie als onverdacht aangewezen en de uitvoering van een bodemonderzoek is niet noodzakelijk.  Verkennend bodemonderzoek Melkweg 22, Egchel. HMB BV, rapport 08250101A, d.d. 9 december 2008. Dit onderzoek op perceel H 245 heeft alleen betrekking op het bebouwde

84

Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel

P218712.008

deel en directe omgeving. Er zijn geen boringen binnen geplaatst. Plaatselijk worden in de bovengrond een zwakke tot matige bijmenging met beton en baksteen aangetroffen. Zintuiglijk is op het maaiveld en in de grond geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Uit de analyses volgt dat plaatselijk een lichte verontreiniging met PAK aanwezig is. Alleen in boring 30 ter plaatse van de ondergrondse HBO-tank onder de oprit bij het woonhuis is op 2,0-2,5 m-mv een sterke verontreiniging met minerale olie aangetroffen (2.500 mg/kgds). Geadviseerd wordt hier een nader bodemonderzoek uit te voeren. 

Vooronderzoek Landbouwontwikkelingsgebied Egchelse Heide. Grontmij, rapport 284016, d.d. 24 december 2009. Dit vooronderzoek is uitgevoerd in opdracht van de gemeente Helden in het kader van een projectbesluit/MER voor herinrichting van de onderzoekslocatie en enkele aangrenzende percelen (totaal ± 22 ha). De conclusie is dat de agrarische oppervlakte (onverhard) onverdacht is. De locatie van de brandstoftank, welke in het rapport van HMB in 2008 is vermeld met de aanwezigheid van een sterke olieverontreiniging dient nader onderzocht te worden, alsmede de verdachte inpandige locaties welke nog niet onderzocht zijn.

Nader bodemonderzoek bij ondergrondse tank, Melkweg 22 te Egchel. HMB B.V. rapport 08250102B, d.d. 18 juni 2012. Hierin is vastgesteld dat bij de inmiddels verwijderde tank ± 5 m3 sterk is verontreinigd met minerale olie (2.500 mg/kgds). In een geplaatste peilbuis zijn in het grondwater geen verontreinigingen met minerale olie of vluchtige aromaten (BETXN) aangetroffen. Deze verontreiniging (vermoedelijk ontstaan vóór 1987) dient gesaneerd te worden, maar betreft geen geval van ernstige bodemverontreiniging.

Evaluatierapport bodemsanering Melkweg 22, Egchel. HMB B.V. rapport 08250103F, d.d. 6 november 2012. In dit rapport is beschreven dat de ingekaderde olieverontreiniging geheel is ontgraven en afgevoerd naar Theo POUW in Weert (8,38 ton). Bij de ontgraving is echter in de zuidoosthoek van de ontgravingsput op 0,7 m-mv een tyleenleiding aangetroffen, die aan de bovenzijde is afgedekt met asbestverdachte golfplaten. Deze asbestverontreiniging is nog niet ingekaderd.

Inspectierapport VTH, gemeente Peel en Maas, d.d. 16 januari 2014. Tijdens en de sloop heeft de gemeente de locatie meerdere malen bezocht en de waarnemingen gerapporteerd. In het najaar van 2013 is de woning en zijn de stallen gesloopt. Hierbij is in de woning nog asbest aangetroffen welke niet in het inventarisatierapport is vermeld. Hier is vervolgonderzoek naar gedaan waarmee in de verdere sloop rekening is gehouden. Ook is een melding gedaan van het brengen van meststoffen op of in de bodem. Nadat de opstallen en funderingen zijn gesloopt is in januari 2014 de puin ter plaatse gebroken. Op 6 februari 2014 is melding gedaan dat alles is gesloopt en alle puin is afgevoerd.

Vooronderzoek Melkweg (voormalig nr. 22), nummer 201081.BKK, BKK Bodemadvies, d.d. 15 februari 2021. Dit betreft een bodemonderzoek conform de NEN 5752 en bestaat uit een historisch onderzoek en locatiebezoek. Op basis van de historische gegevens en de waarnemingen tijdens het locatiebezoek op 21 januari 2021 zijn er geen aanleidingen een bodemverontreiniging op de locatie te verwachten. De onderzoekslocatie kan als 'onverdacht' worden aangemerkt. Feitelijk bodemonderzoek kan achterwege blijven.

Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel

85

P218712.008

Sinds uitvoering van deze onderzoeken zijn de onbebouwde en onverharde gronden alleen landbouwkundig in gebruik geweest. De kwaliteit van de bodem kan dan ook als onveranderd worden beschouwd. Met name ter plaatse van het perceel van de voormalige Melkweg 22, waar de bedrijfswoning en mogelijke huisvesting van arbeidsmigranten is voorzien. Er zijn hierdoor geen beperkingen voor de uitvoerbaarheid van het plan. Bodembedreigende activiteiten bestaande situatie Binnen de huidige bedrijfsvoering vinden bodembedreigende activiteiten plaats. Deze activiteiten hebben met name betrekking op opslag van mest, kadavers en kleine gebruikshoeveelheden medicijnen- en reinigingsmiddelen. De dikke mestfractie uit de mestscheider wordt opgeslagen op een vloeistofkerende vaste mestopslag met een opslagcapaciteit van 250 m³. De dunne fractie wordt teruggeleid naar de mestsilo’s. Het gevaar van bodemverontreiniging kan in voldoende mate worden beperkt door een vloeistofkerende voorziening op de plaatsen waar de installatie wordt opgesteld. Door het toepassen van de hiervoor beschreven maatregel wordt de bodem in voldoende mate beschermd en is in de bestaande situatie sprake van verwaarloosbaar bodemrisico.

4.4.1

Cultuurhistorie en archeologie

Cultuurhistorie De beoogde bebouwing wordt gerealiseerd binnen het landbouwontwikkelingsgebied. Dit gebied betreft een jong ontginningslandschap waar geen cultuurhistorische vlakelementen aanwezig zijn. In en nabij het plangebied zijn cultuurhistorische waardevolle wegenpatronen aanwezig (lijnelementen). Door het plangebied loopt De Horsten, waarvan een deel op de Cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Limburg is aangegeven als ‘weg uit de periode 1806 – 1890’. Ook de Melkweg en de Rongvenweg, die langs het plangebied lopen, staan aangegeven als ‘weg uit de periode 1806 – 1890’. De Karissendijk ten westen van het plangebied staat naast ‘weg uit de periode 1806 – 1890’ ook aangegeven als ‘weg ouder of gelijk met middeleeuwse verkaveling’. De gronden in het plangebied staan op de cultuurhistorische waardenkaart als ‘nieuw cultuurland 18901990’). Tussen de Karissendijk en De Horsten is een weg/veldkruis aanwezig, maar verder zijn in of nabij het plangebied geen monumenten of cultuurhistorische objecten aanwezig. Archeologie Met de inwerkingtreding van de 'Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz)' per 1 september 2007 is de implementatie van het 'Verdrag van Malta' (1992) een feit. Deze wet regelt de omgang met het archeologisch erfgoed.

Uitgangspunt van het verdrag is het archeologisch erfgoed zoveel mogelijk ter plekke te bewaren en beheermaatregelen te nemen om dit te bewerkstelligen. Om het bodemarchief beter te beschermen is het sindsdien verplicht om de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden te beoordelen. Vooruitlopend op opname in bestemmingsplannen is door de gemeente Peel en Maas een beleidsplan archeologie vastgesteld. In dit beleidsplan is onderzocht waar archeologische waarden te verwachten zijn op basis van historisch onderzoek en bekende archeologische vindplaatsen. Dit samen is vertaald naar een archeologische beleidskaart. Onderstaand is een uitsnede van deze archeologische beleidskaart voor de projectlocatie en directe omgeving.

86

Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel

P218712.008

Figuur 27: Uitsnede archeologische beleidskaart

De gronden ter plaatse van het bedrijf hebben een lage archeologische verwachtingswaarde. Dit betekent dat er geen archeologische waarden te verwachten zijn die beschermd moeten worden. Een nader onderzoek wordt om deze reden niet noodzakelijk geacht.

4.4.2

Leefbaarheid en gezondheid

In de bestaande situatie zijn binnen het plangebied geen gevoelige objecten aanwezig en het aantal blootgestelden in het buitengebied is beperkt vanwege het kleine aantal woningen in de directe omgeving van het plangebied. Dit is kenmerkend voor (voormalige) LOG-gebieden. De bestaande veehouderijactiviteiten worden uitgebreid, waardoor de emissies toenemen en mogelijk nadelige effecten voor de gezondheid van omwonenden kunnen optreden. De emissie gerelateerde milieuaspecten worden afzonderlijk beoordeeld in hoofdstuk 6. In paragraaf 6.6 wordt vervolgens nader ingegaan op de effecten van de voorgenomen activiteiten op de volksgezondheid en leefbaarheid in de omgeving.

Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel

87

P218712.008

5 Alternatieven 5.1

Inleiding

Het MER moet inzicht geven in de milieueffecten van de geboden ontwikkelruimte in het bestemmingsplan. Het gaat daarbij om de onderdelen van het bestemmingsplan waarbij er sprake kan zijn van belangrijke gevolgen voor het milieu. In een milieueffectrapportage wordt als basisregel gehanteerd dat alles waarover een nieuw besluit kan worden genomen onderdeel is van het voornemen. Toegespitst op het MER betekent dit dat het voornemen is opgebouwd uit: • De begrenzing van de bouw- en gebruiksmogelijkheden. Hoeveel planologische ruimte wordt geboden voor uitbreiding zonder dat hiervoor een nieuwe planologische procedure hoeft te worden doorlopen? • Welke flexibiliteitsmogelijkheden biedt het plan? Welke besluiten kan het college nemen zonder dat hiervoor een nieuw besluit van de gemeenteraad nodig is? Hierbij gaat het om de afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden van het college.

5.2

Te onderzoeken alternatieven / scenario’s

Het totale ontwikkelplan voor het varkensbedrijf aan De Horsten is het planvoornemen waarop het bestemmingsplan is gebaseerd. Locatie-onderzoek is niet relevant voor dit MER, aangezien de locatieafweging al uitgebreid heeft plaatsgevonden in de visie- en besluitvorming ten aanzien van de gebiedsontwikkeling Egchel en in het bijzonder het (voormalig) LOG Egchelse Heide. Deze locatie is de beste locatie voor de ontwikkeling van een toekomstgerichte, duurzame varkenshouderij. Omdat de nieuwvestiging en eerste uitbreidingsfase van dit bedrijf al een feit is en de eindsituatie bepaald wordt door de eigendomssituatie van de gronden binnen het LOG, zijn er geen locatie-alternatieven om te onderzoeken. Het planvoornemen voorziet in een optimale invulling van het plangebied waarbij drie deelgebieden te onderscheiden zijn: 1. biggenstallen, 2. zeugenstallen, 3. waterberging, mestopslag en -verwerking en (aan de zijde van de Melkweg) een bedrijfswoning, opslagloods, sleufsilo’s en mogelijke huisvesting arbeidsmigranten. Voor het planMER is het van belang om ten aanzien van het planvoornemen de bandbreedte aan mogelijke milieueffecten in kaart te brengen. Het betreft de effecten die op kunnen treden bij het volledig benutten van de planologische ruimte die in het bestemmingsplan geboden wordt aan het totale bedrijfsontwikkelingsplan.

Op basis hiervan wordt onderzocht of en welke begrenzingen/beperkingen in het bestemmingsplan nodig zijn om significant nadelige milieueffecten te kunnen uitsluiten.

88

Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel

P218712.008

In het MER worden gezien voorgaande geen echte alternatieven voor het bestemmingsplan uitgewerkt, maar worden de volgende twee scenario’s onderzocht en vergeleken met de referentiesituatie: 3. het totale ontwikkelplan (=planvoornemen) (maximale ontwikkelscenario); 4. het deel van het ontwikkelplan dat inpasbaar is binnen de huidige milieugrenzen en beleidskaders (inpasbaar alternatief). Omdat uit berekeningen bekend is dat in het planvoornemen de voorgrondbelasting van geur resulteert in een overschrijding van de geldende geurnorm op de burgerwoning Karissendijk 10 (zie paragraaf 4.6), is het totale ontwikkelplan in feite het maximale ontwikkelscenario dat met toepassing van de huidige geuremissiefactoren voor de luchtwassers nog niet volledig inpasbaar is binnen de geldende geurnormering. Mogelijk dat toekomstige bijstelling van de emissiefactoren voor gecombineerde luchtwassers wel voldoende geurruimte biedt om het hele plan te realiseren, maar op korte termijn is het niet de verwachting dat de emissiefactoren voor gecombineerde luchtwassers worden verlaagd. Het is echter ook de bedoeling om het plan in fasen binnen een tijdsbestek van ongeveer 10 jaar te realiseren. Het alternatievenonderzoek maakt inzichtelijk welke deel van het ontwikkelplan met de huidige kaders direct planologisch toegestaan kan worden en welk deel op dit moment (nog) niet.

Het bestemmingsplan zal hierop moeten worden afgestemd, eventueel met toepassing van maatwerkregels.

5.3

Toegepaste modellen

Stikstof De berekeningen van de stikstofdeposities zijn uitgevoerd met AERIUS Calculator v2022 én het modelprogramma OPS-pro (dit is het rekenmodel dat ook in Aerius Calculator gebruikt wordt). Output is een grid met een 100*100m resolutie, waarmee de depositiekaarten gemaakt z ijn. De (cumulatieve) stikstofbelasting op Natura 2000-gebieden en overige voor natuurgebieden is berekend door het grid te confronteren met de Natura 2000-gebieden en in een door Pouderoyen Tonnaer ontwikkelde GIS-module op kaarten inzichtelijk gemaakt. Geur Voor het uitvoeren van berekeningen aan geur uit veehouderijen zijn twee rekenmodellen beschikbaar: - V-Stacks vergunning: dit model berekent de geurbelasting van een individuele veehouderij op omliggende woningen. - V-Stacks gebied: dit model berekent de achtergrondbelasting in een gebied. Deze rekenmodellen hebben een gemeenschappelijke achtergrond. Beide zijn afgeleid van het Stacksmodel, dat rekent volgens de beschrijving van het Nieuw Nationaal Model (NNM) en zijn ontwikkeld voor een ander doel en verschillen daarom op een aantal punten van elkaar en van het NNM. De modellen V-stacks vergunning en V-Stacks gebied berekenen soms afwijkende resultaten bij gelijke invoergegevens. Het verschil is grotendeels te verklaren door een afwijkende berekende of ingestelde ruwheid.

Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel

89

P218712.008

Bij V-Stacks gebied wordt de ruwheid gebaseerd op een groot gebied (rechthoek om uiterste punten heen plus 2 km bufferzone). V-stacks vergunning rekent niet met zo’n bufferzone. Afhankelijk van de invoer van het gebied rekent V-Stacks gebied dus meestal met een ruwheid gebaseerd op een groter gebied dan bij V-Stacks vergunning het geval is. Nog steeds kan na het gelijkzetten van bovenstaande invoerparameters een klein verschil in de uitkomsten zijn. Beide modellen zijn ontwikkeld met ander doel en bijbehorende keuzes. Op bedrijfsniveau leidt dat zelden exact tot dezelfde uitkomsten. VStacks gebied kent namelijk een aantal vereenvoudigingen waardoor het mogelijk wordt een groot aantal emissiebronnen mee te nemen. Dit is bedoeld als hulpmiddel bij het beoordelen van de indicatieve geurbelasting vertaald naar woon- en leefklimaat (voor beleids- en planvorming) en niet voor het berekenen en weergeven van exacte individuele geurcontouren voor het beoordelen van de vergunbaarheid. Voor het exact bepalen van de geurbelasting door een enkele veehouderij (voorgrondbelasting) is V-Stacks vergunning het aangewezen programma. De geurberekeningen in dit MER zijn uitgevoerd met het rekenprogramma V-stacks gebied versie 2022 aangevuld met een GIS-module ontwikkeld door Pouderoyen Tonnaer, en V-stacks vergunning versie 2020.

Deze GIS-module is ontwikkeld om met minder handmatige handelingen de geurbelasting en de uitbreidingsruimte voor wat betreft geur voor een groter plangebied te berekenen en inzichtelijk te maken. In de modelberekeningen is uitgegaan van default V-Stacks parameters en een vaste ruwheid, zoals aangegeven op de kaarten in het MER. De achtergrondbelasting geur is berekend op de geurgevoelige objecten en een 25*25m grid voor kaartpresentaties. Voor extra nauwkeurigheid zijn de meest relevante veehouderijen (Rongvenweg 14 en 15, Jacobusstraat 42, Roggelseweg 112, Huiskesweg 6, Melkweg 9 en 16) en uiteraard planlocaties De Horsten 20 en 17 met specifieke emissiepuntparameters meegenomen in de geurberekeningen. Overige veehouderijen zijn betrokken op basis van defaultwaarden.

Fijnstof De fijnstof berekeningen zijn gebaseerd op RIVM-data aangevuld met een GIS-module ontwikkeld door Pouderoyen Tonnaer. Deze module is ontwikkeld om met minder handmatige handelingen de indicatieve, cumulatieve fijnstofbelasting van veehouderijen in een groter plangebied te berekenen. In de modelberekeningen is uitgegaan van default parameters. Per alternatief is de cumulatieve fijnstofbelasting berekend op verblijfsobjecten en een 25*25m grid voor kaartpresentaties. De wijze van rekenen en analyseren is bedoeld voor (kaderstellende) planvorming en beoordelen van de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan en het in beeld brengen van de milieueffecten en is niet bedoeld voor vergunningverlening. De initiatiefnemer dient bij iedere vergunningaanvraag middels eigen, specifieke berekeningen (op dit moment met Aerius Calculator, V-Stacks Vergunning en V-Stacks gebied en ISL3A) aan te tonen dat kan worden voldaan aan de actuele wet- en regelgeving.

90

Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel

P218712.008

6 Milieueffecten 6.1

Verkeer

Met de uitbreiding in aantallen varkens en toename in mestopslag en -verwerkingscapaciteit nemen de verkeersbewegingen ook toe. Dit is geen evenredige toename, aangezien er ook schaalvoordelen benut kunnen worden (grotere aantallen en hoeveelheden per transport). Alle stallen worden, net als de bestaande stallen, met pijpleidingen aangesloten op de mestsilo’s en de drijfmest wordt gescheiden in een dunne en dikke fractie. Het aantal vervoersbewegingen zoals vermeld in de vigerende omgevingsvergunning en bijbehorend akoestisch onderzoek is gebaseerd op een worstcase situatie, waarbij alle vrachtwagens in dezelfde week van en naar het bedrijf rijden. In de praktijk vindt er periodiek mestscheiding plaats gedurende een aantal aaneengesloten dagen, hetgeen ook pieken in mestaanvoer en mestafvoer geeft. Er is voor het planvoornemen geen opgave van de verkeersbewegingen aangeleverd door de ondernemer. Het geschatte aantal verkeersbewegingen in de bestaande situatie en in het totale ontwikkelplan is ingeschat op kengetallen en praktijkcijfers.

6.1.1 Lichte verkeersbewegingen In de vigerende omgevingsvergunning en bijbehorend akoestisch onderzoek wordt uitgegaan van maximaal 25 auto’s per week. Dit zijn auto’s en bestelbusjes van de ondernemer, werknemers en erfbetreders. Dit komt neer op maximaal 8 lichte verkeersbewegingen per etmaal. Het aantal benodigde werknemers zal toenemen als het totale ontwikkelplan gerealiseerd is, echter door de nieuwe bedrijfswoning en mogelijke huisvesting voor de arbeidsmigranten die werkzaam zijn op het eigen bedrijf, zal het aantal auto’s dat dagelijks van en naar het bedrijf rijdt niet toenemen. Het aantal erfbetreders dat het bedrijf bezoekt zoals de dierenarts, koeriers en adviseurs is niet direct gerelateerd aan de omvang van het bedrijf. Voor het totale ontwikkelplan (planvoornemen) wordt een schatting gedaan van max. 12 lichte verkeersbewegingen per etmaal. Schatting aantal lichte verkeersbewegingen per jaar:  Bestaande situatie: 2.800 lichte verkeersbewegingen per jaar  Planvoornemen: 4.200 lichte verkeersbewegingen per jaar 6.1.2 Zware verkeersbewegingen De zware transportbewegingen bestaan met name uit de aan- en afvoer van dieren, voer, mest en overige aan- en afvoer (zoals afvalstoffen, kadavers, bedrijfshulpstoffen). In de tabel 10 zijn de geschatte maximale zware transportbewegingen per jaar opgenomen.

Voor de bestaande situatie is uitgegaan van de gegevens in de vigerende vergunning. Voor het planvoornemen is uitgegaan van (forfaitaire) normen en kengetallen e.d., waardoor sprake is van een worstcase benadering. In Deel B – Bijlage 5 is de uitwerking van de ingeschatte zware transportbewegingen opgenomen.

Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel

91

P218712.008

Tabel 10: Geschatte maximale zware transportbewegingen per jaar in de bestaande situatie en planvoornemen (indicatief)

Bestaand, vergund Planvoornemen

Aantal geschatte zware transportbewegingen (indicatief) Mest Voer Dieren Overig Totaal geschat Totaal geschat per jaar gemiddelde per week 1.224 240 954 104 2.522 48 1.900

760

1.740

312

4.712

91

Het spuiwater van de luchtwassers kan uitgereden worden als meststof op omliggende landbouwgronden, maar ook afgevoerd worden als meststof. In de geldende omgevingsvergunning staat vermeld dat het spuiwater geloosd wordt op het vuilwaterriool. Het is niet bekend hoe in de toekomstige situatie omgegaan zal worden met het spuiwater. Deze worstcase benadering van de vervoersbewegingen dekt ook de eventuele afvoer van spuiwater.

6.1.1

Betekenis voor het bestemmingsplan

Als al het aan- en afrijdend vrachtverkeer via De Horsten en Egchel gaat rijden levert dat theoretisch gezien een extra verkeersdruk in Egchel en kan de verkeersveiligheid in Egchel verslechteren. Het is, gezien de halfverharde/onverharde weginrichting, de rijroute (niet de snelste route) en de aanwezige snellere ontsluitingsroutes van en naar het ontwikkelgebied via de Melkweg, niet waarschijnlijk dat het aan- en afrijdend vrachtverkeer De Horsten richting Egchel als ontsluitingsroute gaat gebruiken. Er kunnen lichte voertuigen of tractoren deze route nemen, omdat ze in Egchel moeten zijn of vandaan komen, maar dit is te verwaarlozen, zeker een eventuele toename ten opzichte van de bestaande situatie. Er is geen noodzaak om in het bestemmingsplan een verplichte rijroute op te nemen als voorwaardelijke verplichting.

6.2

Stikstof en Natura2000 gebieden

6.2.1 Kaders stikstof en Natura2000 Voor stikstofeffecten op gevoelige natuurgebieden is de Wet natuurbescherming en de Wet ammoniak en veehouderij bepalend. De mogelijkheden voor ontwikkeling van veehouderijen worden in belangrijke mate bepaald door de eisen en randvoorden die voortvloeien uit de Wet natuurbescherming en het landelijke en provinciale stikstofbeleid.

92

Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel

P218712.008

Om de stikstofdepositie op Natura2000 gebieden te verminderen worden generieke maatregelen gericht op NOx en NH3 en gebiedsgerichte maatregelen gericht op NH3 genomen. Emissiereductie per eenheid ammoniak levert meer ‘stikstofwinst’ op dan emissiereductie per eenheid NOx, omdat ammoniak gemiddeld genomen dichter bij de bron neerslaat. Natura 2000 is de verzamelnaam voor het netwerk van Europese natuurgebieden. Natura 2000gebieden vallen onder de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn en zijn in nationale wetgeving verankerd in de Wet Natuurbescherming 2017. De Europese Unie heeft zich als doel gesteld om bedreigde soorten en habitats te beschermen. Aan de hand van een lijst met meest kwetsbare soorten zijn opgaven opgelegd aan de landen binnen de Europese Unie. De landelijke opgave is inmiddels vertaald naar gebieden in de vorm van zogenaamde aanwijzingsbesluiten. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan dient de gemeenteraad rekening te houden met de gevolgen die het plan kan hebben voor de Natura2000-gebieden. Een besluit mag alleen genomen indien de raad zich op grond van de Voortoets / Passende beoordeling ervan heeft verzekerd dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zullen worden aangetast. Zekerheid bestaat wanneer er wetenschappelijk gezien redelijkerwijs geen twijfel is over de afwezigheid van schadelijke gevolgen.

Als schadelijke gevolgen niet kunnen worden uitgesloten, kan het plan worden vastgesteld c.q. de vergunning alsnog worden verleend aan de hand van de ‘ADC- criteria’. De criteria geven aan dat bij mogelijke significante negatieve gevolgen alleen vergunning verleend kan worden wanneer aan alle volgende criteria wordt voldaan: A) het ontbreken van alternatieve oplossingen; D) dwingende redenen van groot openbaar belang; C) met het voorschrift verbonden aan de vergunning dat de initiatiefnemer compenserende maatregelen vooraf en tijdig treft. Voor een plan hoeft volgens artikel 8.2 lid 2 Wet natuurbescherming geen passende beoordeling te worden gemaakt, ingeval het plan of het project een herhaling of voortzetting is van een ander plan, onderscheidenlijk project, of deel uitmaakt van een ander plan, voor zover voor dat andere plan of project een passende beoordeling is gemaakt en een nieuwe passende beoordeling redelijkerwijs geen nieuwe gegevens en inzichten kan opleveren over de significante gevolgen van dat plan of project. Een passende beoordeling nodig om zeker te stellen dat het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. In de passende beoordeling mag rekening worden gehouden met de effecten van mitigerende maatregelen. Dit zijn maatregelen zoals het inzetten van externe saldering of verleasen.

Daarbij is wel vereist dat de positieve effecten van deze maatregelen vast staan. Een passende beoordeling is vormvrij, maar heeft wel een aantal vereisten. Deze moet betrekking hebben op de gevolgen van het project waarvoor de vergunning wordt aangevraagd. Er kan gebruik worden gemaakt van onderzoeken die niet specifiek voor het project zijn opgesteld, maar dan dient wel een individuele toets plaats te vinden om te bepalen of deze informatie ook toepasbaar is.

Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel

93

P218712.008

Voor de beoordeling van de gevolgen van een project voor een Natura 2000-gebied in een passende beoordeling zijn de volgende aspecten van belang: 1. Instandhoudings- en passende maatregelen en autonome ontwikkelingen kunnen worden betrokken bij het bepalen van de staat van instandhouding van de natuurwaarden. 2. Instandhoudingsmaatregelen, passende maatregelen en beschermingsmaatregelen kunnen worden betrokken als de verwachte voordelen daarvan ten tijde van die beoordeling vaststaan. 3. De hierboven genoemde maatregelen moeten zijn uitgevoerd ten tijde van het opstellen van de ecologische Natura 2000-toets. Er mag dus géén rekening worden gehouden met nog te treffen beheermaatregelen. Er mag alleen rekening worden gehouden met het positieve effect van de maatregelen voor de instandhoudingsdoelstelling als dat positieve effect ook vast staat. 4. Autonome ontwikkelingen mogen niet betrokken worden bij de beoordeling van de vraag of de negatieve gevolgen van de toedeling van de depositieruimte kunnen worden voorkomen of verminderd. Deze autonome ontwikkelingen mogen alleen worden betrokken als deze voordelen ten tijde van de passende beoordeling vaststaan. Bijvoorbeeld het schoner worden van verkeer. 5. De rechtstreekse gevolgen van het te beoordelen project (positieve en negatieve) dienen in het kader van mitigatie per areaal van een habitattype onderzocht te worden. 6.

Er moet worden aangegeven welke maatregelen betrokken worden. Mitigerende maatregelen (o.a. extern salderen) mogen worden meegenomen. 7. Ook is relevant welke uitgangssituatie voor de toestand van het Natura 2000-gebied meegenomen wordt bij de beoordeling van de gevolgen van het project. De feitelijke situatie in het Natura 2000-gebied is hierbij de uitgangssituatie, oftewel de ten tijde van de besluitvorming van het project bestaande staat van instandhouding van de habitattypen en soorten en de actuele achtergrondwaarden en hydrologische situatie. 8. In artikel 2.1 van de Regeling natuurbescherming staat dat de AERIUS Calculator gebruikt dient te worden voor het berekenen van de gevolgen op Natura 2000gebieden. Passende beoordeling nodig bij wijziging emissiearm stalsysteem sinds december 2022 Gerechtelijke uitspraken en de op 25 november 2022 verschenen kamerbrieven van het ministerie van LNV hebben consequenties voor de vergunningverlening van alle emissiearme stalsystemen. Er kan met onvoldoende zekerheid worden vastgesteld dat de stalsystemen voldoende emissies reduceren. In eerste instantie gold dit alleen voor melkvee en jongvee. In de op 25 november uitgebrachte kamerbrief geeft de Minister aan dat de Rav-factoren niet meer kunnen worden toegepast bij de vergunningverlening Wnb voor álle sectoren en voor álle emissiearme systemen, ook luchtwassers.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=91ffbbac-6950-4557-a510-434ef0a349b4