CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-062 06 Bijlage 3 bij Toelichting - MER 27 juni 2023

Raad 28 oktober 2025, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Vaststellen Bestemmingsplan De Horsten (2025-062)36.830 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

Emissiearme stalsystemen kunnen niet zonder meer worden verleend op basis van de Rav-systematiek. Vergunningverlening voor stalsystemen voor alle diercategorieën is alleen nog mogelijk via een passende beoordeling. Hoe deze passende beoordeling eruit moet zien en hoe deze getoetst moet worden is op dit moment echter nog onbekend. Het ministerie van LNV komt daarvoor medio 2023 met een handreiking. In dit plan is geen sprake van wijziging van stalsystemen, waarbij de natuurvergunning als uitgangssituatie wordt gebruikt voor interne saldering met een gewijzigde situatie.

94

Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel

P218712.008

In dit plan is sprake van een onherroepelijke natuurvergunning voor het totale planvoornemen, waarbij ammoniakrechten zijn aangekocht voor externe saldering, hetgeen ervoor zorgt dat er geen significante nadelige gevolgen voor Natura 2000 gebieden ontstaan. Door de gefaseerde realisatie is er ook jarenlang sprake van aanzienlijk minder ammoniakemissie dan vergund, hetgeen een extra positief effect heeft voor de natuur, aangezien de saldogevers inmiddels gestopt zijn.

6.2.2

Natura 2000 gebieden

De afstanden tot de dichtstbij gelegen Natura 2000-gebieden:  Leudal (Habitatrichtlijngebied) ca. 5,3 km.  Swalmdal (Habitatrichtlijngebied) ca. 6,8 km  Deurnsche peel & Mariapeel (Vogel- en Habitatrichtlijngebied) ca. 7,4 km  Groote Peel (Vogel- en Habitatrichtlijngebied) ca. 8,3 km  Sarsven en De Banen (Habitatrichtlijngebied) ca. 10,9 km  Duitse Natura 2000 gebieden ca. 11,5 km Zie voor een weergave van de ligging op een topografische kaart paragraaf 4.4.4. Gezien de ligging van het plangebied ten opzichte van Natura 2000 gebieden zijn alleen (mogelijke) effecten door stikstofdepositie afkomstig van NH3-emissies en (in mindere mate) NOx-emissies relevant. Overige effecten zoals verstoring voor Natura2000 gebieden is op voorhand uit te sluiten gezien de grote afstand. Al jaren is er in Natura 2000 gebieden een overschot aan stikstofdepositie. Dit is schadelijk voor de natuur. Herstelmaatregelen moeten er voor zorgen dat de instandhoudingsdoelen voor de Natura 2000-gebieden worden gerealiseerd. Een toename van stikstofdepositie is niet toegestaan op stikstofgevoelige habitattypen in Natura2000 gebieden als het niet zeker is dat de toename in stikstofdepositie geen nadelige gevolgen heeft voor de instandhoudingsdoelstellingen van het gebied. Dit belemmert de vergunningverlening voor economische activiteiten.

Daarom hebben het Rijk en de provincies het Programma Aanpak Stikstof (PAS) ontwikkeld. Het PAS is op 1 juli 2015 in werking getreden en op 29 mei 2019 onverbindend verklaard door de Raad van State 1 . De stikstofuitspraak legde bouwprojecten en het verlenen van vergunningen stil. Het kabinet kwam daarop in november 2019 met maatregelen om de stikstofuitstoot te verminderen. Zodat de vergunningverlening weer op gang kon komen, zoals verlagen van de maximumsnelheid op snelwegen, de Regeling sanering varkenshouderij en de vrijwillige opkoopregeling van veehouderijen met een piekbelasting op Natura2000 gebieden, maar ook subsidieregeling voor stalaanpassingen. Bij minstens de helft van de stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden, moet de stikstofdepositie in 2030 onder de kritische depositiewaarden (KDW) liggen. In 2018 heeft circa 78% van de stikstofgevoelige natuurgebieden een te hoge stikstofdepositie, uitgaande van de KWD-norm (bron: Rijksoverheid). De benodigde uitstootdaling komt voor de helft van maatregelen die het kabinet al heeft genomen. Circa 10% neemt het Klimaatakkoord voor zijn rekening.

1 ECLI:NL:RVS:2019:1603 en ECLI:NL:RVS:2019:1604, Raad van State, 29 mei 2019

Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel

95

P218712.008

Aanvullende maatregelen moeten zorgen voor de andere 40%. Naast de maatregelen voor het verminderen van stikstofuitstoot aan de bron, zet het kabinet ook in op natuurbehoud en –herstel. (bron: RIVM)

6.2.3 Milieugebruiksruimte Voor het totale ontwikkelingsplan is een rechtsgeldige, onherroepelijke vergunning art. 2.7 lid 2 Wet natuurbescherming aanwezig (Besluit van Gedeputeerde Staten van Limburg van 20 augustus 2020, zaaknummer 2018-206531). Deze vergunning is ‘passend beoordeeld’ en verleend op basis van de op 1 oktober 2015 verleende, onherroepelijke Nbwet-vergunning voor De Horsten 20 (zaaknummer 2014-0012 met kenmerk 2015/71566). De in de vergunning gehanteerde emissiefactoren zijn nog steeds actueel. Uitgangssituatie plantoets Wet natuurbescherming In het planspoor vormen de artikelen 2.7 lid 1 en 2.8 lid 1 van de Wet natuurbescherming (Wnb) het toetsingskader. Een plan dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura2000 gebied mag alleen worden vastgesteld als daaraan een passende beoordeling ten grondslag wordt gelegd. Bij de beoordeling of een plan significante gevolgen kan hebben vanwege stikstof, moet de feitelijk bestaande, planologisch legale situatie ten tijde van planvaststelling afgezet worden tegen de beoogde situatie. Op dit uitgangspunt zijn door de Raad van State een aantal uitzonderingen geaccepteerd. In artikel 3.8 lid 2 Wnb staat geregeld in welke situaties geen passende beoordeling hoeft te worden gemaakt.

Dit betreft volgens vaste jurisprudentie de zogenaamde ‘één op één inpassing’ van een onherroepelijke natuurtoestemming (waarvoor een toereikende passende beoordeling is uitgevoerd en een nieuwe passende beoordeling geen nieuwe inzichten zal opleveren). Reden daarvoor is dat de planologische uitbreidingsmogelijkheden reeds passend zijn beoordeeld in het kader van de natuurvergunningverlening en dat niet opnieuw hoeft te worden gedaan (zie o.a. ABRvS 17 augustus 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2271, ABRvS 10 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1105 en ABRvS 24 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4359). De Raad van State stelt dat, om toepassing te kunnen geven aan dit artikel, het ook is vereist dat in de planregels is gewaarborgd dat sprake is van een zogenoemde één-op-één-inpassing van het in een onherroepelijke vergunning vergunde gebruik. Stikstofeffecten door NOx zijn ondergeschikt aan de stikstofeffecten ten gevolge van NH3 uit stallen. In de verleende Nbwet-vergunning (thans: Wnb-vergunning) zijn wel ‘diverse vervoersbewegingen’ vergund. In de beschikking van de verleende vergunning is een emissie van 7.077,58 kg NH3/jaar en 13,58 kg NOx/jaar vermeld. Hierbij moet vermeld worden dat de activiteiten zijn vergund en niet de stikstofemissies of -deposities. Deze zijn herberekend in Aerius versie 2022 o.b.v. rekenjaar (met actuele emissiefactoren voor stallen en verkeer.

De emissiefactoren voor verkeer hebben een dalende trend). Onherroepelijke natuurvergunning als referentie in het bestemmingsplan Er hoeft geen passende beoordeling te worden gemaakt ingeval van zogenaamde ‘één op één inpassing’ van een onherroepelijke natuurtoestemming, waarvoor een toereikende passende beoordeling is uitgevoerd en een nieuwe passende beoordeling geen nieuwe inzichten zal opleveren. Reden daarvoor is dat de planologische uitbreidingsmogelijkheden al passend zijn beoordeeld in het kader van de natuurvergunning en niet opnieuw hoeft te worden gedaan.

96

Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel

P218712.008

In de beschikking van de onherroepelijke natuurvergunning van 20 augustus 2020 staat als uitgangssituatie voor de passende beoordeling de Nbwet-vergunning van 1 oktober 2015 vermeld (zaaknummer 2014-0012 met kenmerk 2015/71566, voor het oprichten en exploiteren van een varkenshouderij aan De Horsten 20 te Egchel). Een deel van de Nbwet-vergunning van 2015 was niet gerealiseerd, maar kon met de salderingsregels ingezet worden voor interne saldering ten behoeve van het ontwikkelplan. Er heeft een wijziging in diercategorieën plaatsgevonden, maar de natuurvergunning van 2015 zag ook al toe op dezelfde gecombineerde luchtwasser als de natuurvergunning van 2020 (planvoornemen). Tabel 11: Uitgangssituatie Nbwet-vergunde situatie vergunning 1 okt 2015 (bron: Beschikking Wnb-vergunning 20 augustus 2020)

Stal

type

Rav

Aantal dieren

1

ges peende biggen opfokzeugen kra a mzeugen dekberen g. en dr. zeugen kra a mzeugen dekberen g. en dr. zeugen vl eesvarkens vl eesvarkens vl eesvarkens vl eesvarkens

D1.1.15.4 D3.2.15.4 D1.2.17.4 D2.4.4 D1.3.12.4 D1.2.17.4 D2.4.4 D1.3.12.4 D3.2.15.4 D3.2.15.4 D3.2.15.4 D3.2.15.4

6.240 300 150 2 490 150 2 490 3.120 3.120 3.120 3.120

2a

2b

3a 3b 4a 4b

Ammoniak emissie per dier kg NH3/di er/jaar 0,10 0,45 1,30 0,83 0,63 1,30 0,83 0,63 0,45 0,45 0,45 0,45

Ammoniak emissie totaal 624 135 195 1,66 308,70 195 1,66 308,70 1.404 1.404 1.404 1.404

Feitelijk gerealiseerd ja nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee

De Raad van State heeft op 20 januari 2021 uitgesproken dat ‘intern salderen’ sinds 1 januari 2020 niet langer vergunningplichtig is op basis van artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming (uitspraak ‘Logtsebaan’, 201907146/1/R2). Hieraan hebben Gedeputeerde Staten invulling gegeven en het besluit genomen dat bij de afhandeling van aanvragen die zijn en worden ingediend op basis van artikel 2.7 Wnb, de bepalingen uit de Beleidsregel ‘intern en extern salderen in Limburg december 2019’ over intern salderen buiten toepassing worden gelaten (GS-besluit van 23 februari 2021, in werking per 2 maart 2021). Dit betekent dat de niet-gerealiseerde, vergunde ruimte zoals aangegeven in tabel 11 op basis van de beleidsregel ten tijde van besluitvorming voor intern salderen gebruikt mocht worden voor interne saldering. Op dit moment is de beleidsregel voor saldering nog ongewijzigd en zal de passende beoordeling voor de Wnb-vergunning van 20 augustus 2020 niet tot nieuwe inzichten leiden. De geldende regels op moment van vaststellen van het bestemmingsplan zijn leidend, dus als de beleidsregels tussentijds wijzigen dan kan dit (mogelijk) alsnog leiden tot nieuwe inzichten en noodzaken tot een nieuwe passende beoordeling. De Aerius-verschilberekening behorende bij de Wnb-vergunning van 20 augustus 2020 is berekend met een oudere Aerius versie.

Deze is opnieuw berekend in de meest recente Aerius versie v2022 en opgenomen in bijlage 7. De coördinaten van de emissiepunten van bestaande stallen wijken licht af van de coördinaten in de Aerius berekening bij de Wnb-vergunning, aangezien met de luchtfoto in Aerius calculator als ondergrond blijkt dat de vergunde coördinaten van de bestaande emissiepunten niet op het midden van de werkelijke emissiepunten liggen. Deze wijziging van coördinaten is dusdanig klein dat de berekeningsresultaten hierdoor niet wijzigen (blijkt uit een uitgevoerde controle berekening).

Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel

97

P218712.008

Deze rechtsgeldige natuurvergunning kan op dit moment één op één ingepast worden in het bestemmingsplan, aangezien een nieuwe passende beoordeling geen nieuwe inzichten zou opleveren en vergunde stikstofrechten worden gerespecteerd. Dit wordt gecombineerd met een planregel op basis waarvan een toename in stikstofemissie en -depositie ten opzichte van deze Wnbvergunning niet wordt toegestaan. Provinciale eisen m.b.t. de emissie van ammoniak uit stallen Op provinciaal niveau en specifiek voor de veehouderijen heeft de provincie Limburg een verordening Stikstof en Natura 2000 vastgesteld. Nieuwe varkenstallen moeten voldoen aan 85% ammoniakreductie. Zowel de bestaande situatie als het planvoornemen voldoen aan deze eis vanwege de toepassing van gecombineerde biologische luchtwassers 85% op alle stallen. Duitse Natura2000 gebieden De buitenlandse Natura 2000-gebieden vallen ook onder de reikwijdte van artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb. Daarnaast geldt voor aangevraagde projecten op Nederlands grondgebied die stikstofdepositie veroorzaken op stikstofgevoelige Duitse en Belgische Natura 2000-gebieden dat de effecten van stikstofdepositie dienen te worden beoordeeld overeenkomstig de daarvoor geldende toetsingskaders in Duitsland respectievelijk Vlaanderen en Wallonië. De Duitse Natura2000 gebieden zijn in de Wnb-vergunning 2020 getoetst.

De toename van stikstofdepositie op Duitse Natura 2000-gebieden was ten opzichte van de onderliggende Nbwetvergunning van 2015 niet groter dan 0,1 kg N/ha/jaar (7,14 mol/ha/jaar) of meer. Op basis van de Duitse toetsingsmethode voor de beoordeling van effecten van stikstofdepositie op Natura 2000gebieden kan dan er vanuit worden gegaan dat significante negatieve effecten op deze gebieden zijn uitgesloten. Bij de effectbeoordeling in volgende paragraaf worden ook de Duitse gebieden betrokken.

6.2.4

Effecten scenario’s

Ten opzichte van de bestaande situatie nemen in het planvoornemen de stikstofemissies (NO2 en NH3) toe vanwege toename in aantal dieren en verkeersbewegingen. De ammoniakemissie uit stallen is het meest bepalend voor de stikstofdepositie op natuurgebieden. In de bestaande situatie bedraagt (uitgaande van rekenjaar 2023) de stikstofemissie uit stallen 2.064,8 kg NH3/jaar en door verkeer 5,3 kg NOx/jaar. In het planvoornemen bedraagt de stikstofemissie uit stallen 7.077,7 kg NH3/jaar en door verkeer 10,5 kg NOx/jaar (zie berekening Aerius v2022 in Deel B - bijlage 7). Aangezien sprake is van één op één inpassing van voornoemde Wnb-vergunning van 2020 in het bestemmingsplan, vormt deze vergunning de referentiesituatie in de voortoets Wnb voor het bestemmingsplan, maar is tegelijkertijd gelijk aan het planvoornemen. De Wnb-vergunde activiteiten zijn doorgerekend met de actuele Aerius Calculator v2022, rekenjaar 2023. Dit rekenjaar geeft een iets lagere NOx-emissie dan in de Aerius-berekening met rekenjaar 2020 in de beschikking van de vigerende Wnb-vergunning, ten gevolge van de afnemende emissiefactoren voor voertuigen in de loop der jaren.

98

Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel

P218712.008

Voor het inzichtelijk maken van de milieueffecten ten opzichte van de bestaande situatie (= referentie MER) is in tabel 12 de berekende stikstofdepositie van de bestaande situatie weergegeven en deze is vergeleken in een verschilberekening met de Wnb-vergunning / planvoornemen. Tabel 12: Stikstofdeposities Wnb-vergunning 2020/planvoornemen en bestaande situatie (Aerius Calculator v2022, rekenjaar 2023)

Natuurgebied

Bestaande situatie

Vergund Wnb 2020 / planvoornemen

Verschil bestaande situatie en referentie Wnb / planvoornemen

hoogste bijdrage op

hoogste bijdrage op habitattypen

Grootste toename / hoogste verschil op habitattypen

habitattypen mol/ha/jaar

mol/ha/jaar

mol/ha/jaar

Leudal

0,26

0,88

+0,62

Deurnsche Peel & Mariapeel

0,24

0,76

+0,52

Maasduinen

0,17

0,58

+0,41

Swalmdal

0,16

0,56

+0,39

Meinweg

0,12

0,40

+0,29

Weerter- en Budelerbergen

0,10

0,33

+0,23

Groote Peel

0,10

0,34

+0,24

Sarsven en De Banen

0,10

0,32

+0,23

Roerdal

0,08

0,27

+0,19

Strabrechtse Heide &

0,05

0,16

+0,11

Duitse N2000 punt 1

0,12

0,43

+0,31

Duitse N2000 punt 2

0,12

0,42

+0,29

Duitse N2000 punt 3

0,15

0,52

+0,37

Duitse N2000 punt 4

0,16

0,56

+0,40

Duitse N2000 punt 5

0,14

0,48

+0,34

Duitse N2000 punt 6

0,20

0,70

+0,50

Natuurnetwerk punt 1

1,22

3,80

+2,58

Natuurnetwerk punt 2

1,25

4,23

+2,98

Natuurnetwerk punt 3

1,23

4,23

+3,01

Wav-gebied punt 1

0,31

1,02

+0,71

Wav-gebied punt 2

0,61

1,97

+1,37

Wav-gebied punt 3

0,53

1,74

+1,21

Ringselven

Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel

99

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=91ffbbac-6950-4557-a510-434ef0a349b4