2025-062 06 Bijlage 3 bij Toelichting - MER 27 juni 2023
Tekst van het document
Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel
21
P218712.008
Hoogspanningsleiding en indicatieve magneetveldzone In het plangebied loopt de bovengrondse 380 kV lijn Maasbracht – Boxmeer. De indicatieve magneetveldzone van deze hoogspanningslijn is 105 meter aan weerszijde van de lijn. Deze zone overlapt een groot deel van het plangebied. Het Rijk adviseert bij bestaande hoogspanningslijnen te voorkomen dat kinderen langdurig blootgesteld worden aan magneetvelden sterker dan 0,4 microtesla. De GGD adviseert in zijn algemeenheid om binnen magneetvelden langdurig verblijf van kinderen zoveel als redelijkerwijs mogelijk is te vermijden. Binnen de indicatieve magneetveldzone is in de globale bedrijfsopzet de short stay huisvesting voor arbeidsmigranten beoogd. Hier wonen alleen volwassenen, maar de gemeente dient af te wegen of dit een wenselijke situering is en of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. De nieuwe bedrijfswoning is geschikt voor een gezin met kinderen en is daarom buiten de indicatieve magneetveldzone gesitueerd. Verder geldt er aan weerszijden een belemmeringenstrook van 36 waar de leidingbeheerder voorwaarden stelt aan bouwwerken. Bouwtekeningen moeten altijd voorgelegd worden en bij de uitvoering van werkzaamheden binnen de strook moeten altijd de veiligheidsvoorschriften van TenneT in acht worden genomen.
8.7 Klimaatadaptatie en verduurzaming Binnen het plangebied zijn geen grootschalige duurzame energiebronnen aanwez ig en deze maken ook geen onderdeel uit van het plan. De nieuwbouw wordt mogelijk voorzien van zonnepanelen. Meekoppel-mogelijkheden binnen het gebied zijn niet onderzocht voor de ontwikkelscenario’s. Mestbe- en verwerking kan beschouwd worden als een verduurzamingsmaatregel. In de bestaande situatie is met de centrale waterbergingsvoorziening al voorzien in voldoende waterbergingscapaciteit. Verder voorziet het plan in aanleg van twee natuurlijke poelen binnen het plangebied. 8.8 Landschappelijke inpassing De bestaande inrichting is nog niet landschappelijk inpast. Voor de het totale planvoornemen is een landschappelijk inpassingsplan uitgewerkt. In dit plan staan ook de beheer- en inrichtingsmaatregelen in fases uitgewerkt. Het totaal oppervlakte bouwvlak bedraagt 86.605 m2 . Het oppervlak te realiseren aan landschappelijke inpassing bedraagt 8.661 m 2 (= 10% van het oppervlakte bouwvlak). Het landschappelijk inpassingsplan voorziet in bijna 8.800 m2 aan groenelementen en natuurlijke poelen. Met dit landschappelijke inpassingsplan wordt invulling gegeven aan het Limburg Kwaliteitsmenu. 8.9 Externe veiligheid Aan de hand van de provinciale risicokaart is de aanwezigheid van risicobronnen beoordeeld.
Hieruit blijkt dat het plangebied buiten invloedsgebieden van Bevi-bedrijven, wegen en spoorwegen ligt. De beoogde herontwikkeling van het plangebied heeft geen negatieve gevolgen voor de inzet van hulpdienstverleningen en zelfredzaamheid van personen binnen het plangebied. Het bestemmingsplan maakt mestbe- en verwerking mogelijk. Het plan van de ondernemer gaat uit van fysische mestscheiding (geen risicovolle activiteit), echter planologisch worden alle vormen van mestbe- en verwerking toegestaan, waaronder mestvergisting. Uit een studie van het RIVM volgt een risicocontour van maximaal 50 meter van het middelpunt van de reactor/gashouder. Binnen deze 50 meter contour vanaf rand bestemmingsvlak zijn geen bestaande woningen aanwezig en geen nieuwe woningen voorzien.
22
Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel
P218712.008
Er is binnen het plangebied ook voldoende ruimte om de beoogde bedrijfswoning en tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten buiten de theoretische risicocontour te situeren. Het planologisch toestaan van mestverwerking veroorzaakt geen verhoogde veiligheidsrisico’s voor de omgeving. De Veiligheidsregio Limburg-Noord heeft de gemeente geadviseerd over het planvoornemen. Dit advies wordt bij het MER en het bestemmingsplan bijgevoegd. De geadviseerde maatregelen bevorderen de zelfredzaamheid in het plangebied en kunnen de effecten van ongevallen reduceren tot een omvang die beter beheersbaar of bestrijdbaar wordt geacht door de hulpverleningsdiensten. 9. Vergelijking milieueffecten Totale effectscores t.o.v. referentie (feitelijke situatie met autonome ontwikkeling)
Criterium
Uitvoerbaar scenario
Planvoornemen
Verkeer Verkeersbewegingen
-
-
0
0
-
-
Natuur (gebieden en soorten) Sti kstofdepositie op beschermingsgebieden Wet na tuurbescherming (Natura2000) Sti kstofdepositie op Wav-gebieden en overige natuur Verdroging i n natuurgebieden
0
0
Soortenbescherming Wnb – flora en fauna Ecol ogische waarde binnen het plangebied
0/+ +
0/+ +
Geur Geuremissie
-
-
Leefklimaat bestaande woningen buitengebied
0
-
Leefklimaat woonkern Egchel
0
0
Fijnstof en endotoxinen Fi jnstof emissie
-
-
Bedri jfsvoering – bijdrage fijn s tof concentratie
0
0
Bedri jfsvoering – bijdrage endotoxinen concentratie
0
0
Verkeer – bi jdrage fijn stof
0
0
Industrielawaai - directe hinder Verkeersaantrekkende werking - i ndirecte hinder
0 0
0
Wegverkeerslawaai nieuwe gevoelige objecten
0
0
Verduurzaming
0/+
0/+
Kl i maatadaptatie
0
0
Veehouderij en gezondheid totaal plangebied - a mmoniak en gezondheid
+ -
0/+ -
- geur en gezondheid 1
+
0/+
- fi jn s tof en gezondheid
0
0
- endotoxinen en gezondheid
0
0
- ma gneetvelden bedrijfswoning
0
0
- ma gneetvelden a rbeidsmigranten huisvesting Externe veiligheid
0
0
Geluid
Klimaatadaptatie en verduurzaming
Gezondheid
Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel
23
P218712.008
Overige milieuaspecten Bodem en water Cul tuurhistorie en a rcheologie
0 0
0 0
10. Leemten in kennis Dit MER bevat voldoende informatie ter ondersteuning van de besluitvorming. Een aantal aspecten kunnen meer gedetailleerd worden onderzocht, maar dit leidt niet tot andere argumenten voor de besluitvorming over het kaderstellende bestemmingsplan. Invulling van de exacte bedrijfsopzet en bedrijfsvoering en eventuele toepassing van maatregelen om te voldoen aan de wet- en regelgeving vindt plaats in de vervolgprocedures voor vergunningverlening. Leemten in kennis zien met name toe op de onzekerheden omtrent de ontwikkeling van het stikstofbeleid, aanpassing van landelijk geurbeleid, de verwijderingsrendementen van gecombineerde luchtwassers. 11. Monitoring en evaluatie De wijze van monitoring en evaluatie moet met name gericht zijn op waarborgen dat de berekende milieubelasting en het daaraan gekoppelde aanvaardbare leefklimaat gegarandeerd behaald wordt en controleerbaar en handhaafbaar is voor de gemeente. Met een evaluatieprogramma kan worden getoetst in hoeverre de daadwerkelijk optredende effecten overeenkomen met de in het MER voorspelde effecten. Wanneer de daadwerkelijke effecten afwijken van de voorspelde effecten, kan het evaluatieprogramma het bevoegd gezag aanleiding geven om effect te reduceren of ongedaan te maken. Dit kan bijvoorbeeld door het opleggen van mitigerende maatregelen.
Hierbij moet worden opgemerkt dat het bevoegd gezag bij het verstrekken van een vergunning een monitoringsplicht kan opnemen. Initiatiefnemer dient zorg te dragen dat de gestelde normen worden gehaald en voorschriften worden nageleefd. Het bevoegd gezag heeft hierbij een controlerende functie en controleert regelmatig of bedrijven zich houden aan de voorschriften in de omgevingsvergunning. Controle op naleving van de vergunning vormt een belangrijke evaluatiemethode. Enkele andere evaluatiemethoden zijn periodieke metingen en toetsing van de werkelijke effecten in de vorm van bijvoorbeeld geluidsmetingen en emissiemetingen en opstellen en uitvoeren van mitigerende maatregelen als blijkt dat de bepaalde milieueffecten groter zijn dan voorspeld. Het bevoegd gezag bepaalt de wijze waarop de milieueffecten worden geëvalueerd. Het evaluatieprogramma kan ook gericht zijn op het verzamelen van informatie voor de geconstateerde leemten in kennis.
24
Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel
P218712.008
1 Inleiding 1.1
Aanleiding voor het kaderstellend bestemmingsplan
De voormalige gemeente Helden heeft in 2008 in het gebied Egchelse Heide ruim 22 ha grond gekocht voor de ontwikkeling van een Landbouwontwikkelingsgebied (LOG) Egchelse Heide. De doelstelling van het LOG was aanvankelijk om te voorzien in de mogelijkheid van nieuwvestiging van intensieve veehouderijen die elders binnen de gemeente een knelpunt vormden. De gemeente heeft destijds alle gronden opgekocht om maximale sturing te houden op milieuaspecten, met name geur vanwege afspraken die zijn gemaakt met de inwoners van Egchel. Voor het hele LOG is 2013 een bestemmingsplan vastgesteld, waarna de Raad van State dit plan in 2015 heeft vernietigd. Het vernietigde bestemmingsplan voor het LOG voorzag in de directe vestiging van twee intensieve veehouderijbedrijven en de nieuwvestiging van maximaal nog vier intensieve veehouderijen was mogelijk via een wijzigingsbevoegdheid. Van beide rechtstreeks bestemde bedrijven heeft één bedrijf te kennen gegeven geen gebruik meer te willen maken van de aankoop van de kavel. Het andere bedrijf heeft de kavel wel gekocht en met deze ondernemer is een overeenkomst gesloten op basis waarvan de gemeente onder andere de verplichting heeft de realisatie van de intensieve veehouderij planologisch mogelijk te maken. Met het (ontwerp)bestemmingsplan De Horsten, waarvoor dit PlanMER is opgesteld, wordt invulling gegeven aan deze verplichting.
Mede door veranderende omstandigheden in de agrarische sector, veel agrarische bedrijven gaan stoppen of zijn al gestopt, heeft de grondverkoop in het gebied lang stil gelegen. Er waren geen intensieve veehouderijen meer die een knelpunt vormden en die hierdoor dringend op zoek waren naar een locatie om een nieuw bedrijf te kunnen starten. Eén van de twee bedrijven die rechtstreeks werden toegestaan in het LOG (in het vernietigde bestemmingsplan van 2013) heeft afgezien van de nieuwvestiging in het LOG. De beoogde centrale mestverwerker is ook niet doorgegaan. En er lagen contractuele verplichtingen met de andere ondernemer die wel een kavel aan De Horsten had aangekocht. De Raad heeft daarom op 29 september 2015 besloten de begrenzing van het LOG te handhaven en de invulling en kaders te verbreden, en ingestemd met het opstellen van een nieuw bestemmingsplan voor het LOG met verbrede kaders. Dit zonder de gemaakte afspraken met de inwoners van Egchel te kort te doen. Het oplossen van een knelpunt is als voorwaarde voor nieuwvestiging in het LOG losgelaten. Het was van belang dat de kavels verkocht konden worden door de gemeente en er was wel belangstelling bij ondernemers uit de omgeving. De verbrede kaders boden de mogelijkheid tot nieuwvestiging of uitbreiding van bestaande intensieve veehouderijen uit de gemeente Peel en Maas.
Met het bouwvlak per kavel werd aangesloten bij bestemmingsplan Buitengebied: (2,5 ha) tot maximaal 4 ha. Verder werd een alternatieve invulling van het LOG mogelijk gemaakt (alternatief voor o.a. de centrale mestverwerking).
Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel
25
P218712.008
In 2017 heeft de laatste grondtransactie plaatsgevonden en zijn er twee intensieve veehouderijen gevestigd, in plaats van de aanvankelijk beoogde zes bedrijven. Het oppervlakte van het totale LOG kwam hiermee uit op ongeveer 20 ha. Bij de verkoop van de gronden aan De Horsten aan de betreffende ondernemer zijn door de gemeente afspraken gemaakt over de ontwikkelmogelijkheden op de aangekochte gronden in het LOG. Aanvankelijk voor de twee kavels aan De Horsten 20 en De Horsten 17 en later kwam de kavel aan de Melkweg hier nog bij (voorheen Melkweg 22; dit was de kavel voor de aanvankelijke beoogde centrale mestverwerking). In januari 2017 en februari 2018 is de gemeenteraad bijgepraat over de op stapel zijnde ontwikkeling van de twee ondernemers die het LOG willen invullen. Aanvankelijk was de kavel aan de Melkweg bedoeld voor nog een derde ondernemer, maar deze kavel is verdeeld tussen de twee ondernemers die daadwerkelijk in het LOG zijn gevestigd: De Horsten 17-20 en Rongvenweg 14. Destijds is aangegeven dat het in procedure brengen van het nieuwe bestemmingsplan mede afhankelijk is van de verkoop en invullingswijze door deze bedrijven.
De gewijzigde inzichten met betrekking tot de geuremissie van gecombineerde luchtwassers (minder effectief) en de ontwikkelingen op het gebied van gezondheidseffecten voor de omgeving (onder andere fijnstof) zijn mede aanleiding geweest om de mogelijkheden en wijze met betrekking tot de beoogde invulling van het LOG nog eens kritisch te bekijken. Om de ontwikkelingen in het gebied toch mogelijk te maken is in de tussentijd gewerkt met omgevingsvergunningen, waardoor twee partijen zich inmiddels in het gebied hebben kunnen vestigen/uitbreiden. De eigenaar van De Horsten 17 en De Horsten 20 was in 2012 het bedrijf dat de eerste kavel (nu De Horsten 20) heeft gekocht. Aanvankelijk was uitbreiding van de varkenshouderij op de Jacobusstraat 42 beoogd. Deze varkenshouderij ligt bij de woonkern Egchel, waardoor bekeken is of dit bedrijf op grotere afstand van de woonkern in het LOG kon ontwikkelen. In 2012 is op deze ‘thuislocatie’ de laatste nieuwe stal gebouwd. Deze ondernemer heeft uiteindelijk drie kavels aangekocht, waarvan De Horsten 20, De Horsten 17 en de kavel aan de Melkweg (voor mestopslag en mestverwerking). Door de vernietiging van het bestemmingsplan voor het LOG Egchelse Heide kon de gemeente haar verplichting ten aanzien van maken van een bestemmingsplan voor het te vestigen bedrijf niet nakomen.
Om toch voor een deel hieraan te kunnen voldoen, is ervoor gekozen om via een omgevingsvergunning (voor onder andere het afwijken van het bestemmingsplan) de oprichting van nieuwe stallen met bijbehorende voorzieningen planologisch mogelijk te maken. Deze ondernemer heeft het toekomstplan voor het totale beoogde bedrijf globaal uitgewerkt en wil deze bedrijfsopzet gefaseerd gaan realiseren in de komende jaren. Daarvoor zijn alle benodigde gronden aangekocht (in totaal ongeveer 12 ha) en is een overeenkomst gesloten tussen de ondernemer en de gemeente. In de geactualiseerde overeenkomst van 20 mei 2021 staat een inspanningsverplichting voor de gemeente om de beoogde bedrijfsopzet qua bestemming en vergunningen mogelijk te maken. Het bedrijfsontwikkelingsplan is nog niet geconcretiseerd door de ondernemer. Er zijn dan ook nog geen vergunningaanvragen, specifieke onderzoeken of onderbouwingen opgesteld of ingediend. Om als gemeente toch te voldoen aan de inspanningsverplichting die is aangegaan wordt nu een kaderstellend bestemmingsplan opgesteld voor het globale bedrijfsontwikkelingsplan. Medewerking is mogelijk op basis van een partiële bestemmingsplanherziening als bedoeld in artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening (Wro).
26
Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel
P218712.008
In dit bestemmingsplan zal in de regels voor een aantal aspecten een normering, plafond of voorwaardelijke verplichting opgenomen worden, die dan verder uitgewerkt en onderbouwd moeten worden in een latere aanvraag voor een omgevingsvergunning. De vergunde stallen, mestopslagen en mestscheiding (bestaande situatie) worden ook planologisch verankerd in het bestemmingsplan. Het beoogde plangebied is ongeveer 12 ha groot, met 3 bouwvlakken van in totaal 8,66 ha: • Bouwvlak voor intensieve veehouderij op kavel De Horsten 20: 28.093 m2 (2,8 ha) • Bouwvlak voor intensieve veehouderij op kavel De Horsten 17: 30.548 m2 (3,1 ha) • Bouwvlak voor mestverwerking, bedrijfswoning e.v. op kavel Melkweg: 27.965 m2 (2,8 ha). Binnen dit bouwvlak worden geen dierenverblijven toegestaan. Het bouwvlak per kavel voor intensieve veehouderij mag volgens het Raadsbesluit van 29 september 2015 maximaal 4 ha bedragen. De twee kavels voor de varkenshouderij zijn samen met de kavel voor de mestverwerking, bedrijfswoning e.v. eigendom van dezelfde varkenshouderij; en tevens eigenaar van de varkenshouderij op Jacobusstraat 42. Zie de verdere uitwerkingen in paragraaf 2.3. Voornoemde bouwvlakken per kavel (bij de opsommingstekens) hebben een relatie met elkaar en betreffende dezelfde intensieve veehouderij. De bestaande ‘bouwvlakken’ zijn o.b.v.
de verleende omgevingsvergunningen samen ongeveer 2,65 ha groot, waarmee de uitbreiding van bouwvlakken ten opzichte van bestaand / vergund afgerond 6 ha omvat. Nu zich twee bedrijven in plaats van zes bedrijven de gronden in het LOG hebben aangekocht en de begrenzing van het LOG door de Raad in 2015 niet is gewijzigd, is het een logisch gevolg dat dit veehouderijbedrijf drie bouwvlakken krijgt, waarvan er twee bestemd zijn voor intensieve veehouderij (= stallen toegestaan) met een gezamenlijk oppervlakte van ongeveer 6 ha. De afspraken met de inwoners van Egchel zijn hierdoor niet in het geding. Doordat de drie bouwblokken een relatie met elkaar hebben wordt de geuremissie uit alle beoogde bouwblokken (stallen) betrokken in de berekening van voorgrondbelasting en getoetst aan de geurnormen (voorgrond). Als dit drie afzonderlijke intensieve veehouderijen zouden zijn geweest (zoals aanvankelijk beoogd voor het LOG) dan zou de voorgrondbelasting berekend worden op basis van de geuremissie per afzonderlijk veehouderijbedrijf en afzonderlijk getoetst worden aan de voorgrondnormen en is per bedrijf een hogere geuremissie mogelijk. Dit is vooral relevant voor de woningen in de directe omgeving (in het buitengebied), aangezien alleen voor de kern Egchel en de bufferzone is bepaald dat het leefklimaat t.a.v. geur niet mag verslechteren.
Doordat het nu één intensieve veehouderij betreft met twee bouwvlakken voor stallen, is de voorgrond geurbelasting op de Karissendijk 10 de beperkende factor voor de ontwikkelingsmogelijkheden en is een lagere totale geuremissie vergunbaar dan als het drie afzonderlijke bedrijven zouden zijn geweest. Voor het bestemmingsplan dient een milieueffectrapport (MER) te worden opgesteld en de m.e.r. procedure te worden doorlopen. Er is sprake van een m.e.r.-plicht, omdat het bestemmingsplan kaderstellend is voor later te nemen m.e.r.-(beoordelings)plichtige besluiten voor intensieve veehouderij. Het MER wordt samen met het ontwerp bestemmingsplan ter visie gelegd.
Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel
27
P218712.008
1.1
Initiatiefnemer en bevoegd gezag
Formeel is voor het bestemmingsplan en deze m.e.r.‐procedure de gemeente Peel en Maas zowel initiatiefnemer als bevoegd gezag. Praktisch betekent dit dat het college van burgemeester en wethouders het bestemmingsplan en het MER voorbereidt en dat de gemeenteraad het bestemmingsplan vaststelt. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan maakt de gemeenteraad gebruik van het MER en de ontvangen reacties en adviezen naar aanleiding van de ter inzagelegging.
1.2
M.e.r.-plicht
Het doel van de milieueffectrapportage is om bij de besluitvorming over het bestemmingsplan het milieu een volwaardige plaats te geven. Voor het bestemmingsplan ‘De Horsten’ doorloopt de gemeente Peel en Maas een m.e.r.-procedure. Het opstellen van een milieueffectrapport (MER) is verplicht wanneer een bestemmingsplan ruimte biedt voor activiteiten die zijn genoemd in het Besluit m.e.r. en/of wanneer een Passende beoordeling op basis van de Wet natuurbescherming noodzakelijk is. Het MER wordt gebruikt bij de besluitvorming over het bestemmingsplan. Het voorgenomen planologisch beleid in het bestemmingsplan maakt oprichting, uitbreiding en wijzigingen van een veehouderij mogelijk en is kaderstellend voor latere m.e.r.-(beoordelings)plichtige besluiten voor veehouderijen met een omvang boven de m.e.r.-beoordelingsdrempel. Toelichting op m.e.r.-procedure en de terminologie: • m.e.r. = milieueffectrapportage = de procedure • MER = milieueffectrapport = het product
Het bestemmingsplan omvat het totale bedrijfsontwikkelingsplan van de gevestigde varkenshouderij (in hoofdstuk 2 volgt een uitgebreidere beschrijving van het planvoornemen) en maakt een uitbreiding met drie nieuwe biggenstallen (3 x 6.720 gespeende biggen) en drie nieuwe zeugenstallen (3x 1.250 (op)fokzeugen) mogelijk en is vanwege de kaderstelling m.e.r.-plichtig. M.e.r.-plichtig bestemmingsplan Op grond van de Bijlage van het Besluit m.e.r., categorie C14, is het bestemmingsplan m.e.r.-plichtig als sprake is van een kaderstellend bestemmingsplan dat de oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie voor het fokken, mesten of houden van pluimvee of varkens mogelijk maakt voor meer dierplaatsen dan: 85.000 stuks mesthoenders (Rav cat. E 3 t/m 5), 60.000 stuks hennen (Rav cat. E 1 en E2), 3.000 stuks mestvarkens (Rav cat. D3) of 900 stuks zeugen (Rav cat. D 1.2, D 1.3 en D 3 voor zover het opfokzeugen betreft). M.e.r.-beoordelingsplichtige besluiten Op grond van de Bijlage van het Besluit m.e.r., categorie D14, zijn besluiten voor een omgevingsvergunning voor veehouderijbedrijven m.e.r.-(beoordelings)plichtig in gevallen met meer dierplaatsen dan: 40.000 stuks pluimvee; 2.000 stuks mestvarkens;
28
Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel
P218712.008
750 stuks zeugen; 3.750 stuks gespeende biggen; 5.000 stuks pelsdieren; stuks voedsters of 6.000 vlees - en opfokkonijnen; 200 stuks melk-, kalf- of zoogkoeien ouder dan 2 jaar; 340 stuks vrouwelijk jongvee tot 2 j aar; 340 stuks melk-, kalf- en zoogkoeien ouder dan 2 jaar en vrouwelijk jongvee tot 2 jaar; 1.200 stuks vleesrunderen; 2.000 stuks schapen of geiten; 100 stuks paarden of pony’s; 1.000 stuks struisvogels.
Voor het be- en verwerken van uitsluitend ‘eigen’ mest geldt geen m.e.r.-(beoordelings)plicht, omdat de mest na verwerking toegepast wordt als meststof en bijproduct (uitrijden op eigen landbouwgronden en/of onder economisch gunstige omstandigheden aan anderen leveren) en niet als afvalstof (bij verwerking van mest van derden wordt de mest beschouwd als afvalstof). M.e.r.(beoordelings-)plicht mestbewerking en -verwerking Mestbe- en verwerkingsinstallaties kunnen m.e.r.-plichtig zijn op basis van categorie C18.4 in de Bijlage behorende bij het Besluit milieueffectrapportage en kunnen m.e.r.(beoordelings -)plichtig zijn op basis van categorie D18.1 en D18.7. C18.4: De oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie bestemd voor de verbranding of de chemische behandeling van niet-gevaarlijke afvalstoffen. In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een capaciteit van 100 ton per dag of meer (= ca. 36.000 ton per jaar). D18.7: De wijziging of uitbreiding van een installatie bestemd voor de verbranding of de chemische behandeling van niet-gevaarlijke afvalstoffen. In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een installatie met een capaciteit van 50 ton per dag of meer (= ca. 18.000 ton per jaar). D 18.1 De oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie voor de verwijdering van afval, anders dan bedoeld onder D 18.3, D 18.6 of D 18.7.
In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een installatie met een capaciteit van 50 ton per dag of meer (= ca. 18.000 ton per jaar). Wanneer is sprake van een afvalstof in de zin van het Besluit m.e.r.? “afvalstof”: elke stof of elk voorwerp waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen. Het begrip afvalstof moet worden uitgelegd met inachtneming van de gevormde jurisprudentie. Bij beantwoording van die vraag is volgens het Europese Hof van Justitie (hierna: het Hof) vooral het gedrag van de houder in relatie tot de betekenis van de woorden "zich ontdoen van" relevant (ECLI:EU:C:2008:359, punt 53). In dit verband verdient volgens het Hof (ECLI:EU:C:2013:821, punt 42) bijzondere aandacht of de stof in kwestie voor de houder ervan geen nut heeft of meer heeft, zodat deze stof een last is waarvan hij zich wil ontdoen. Het Hof heeft vervolgens op 3 oktober 2013 (ECLI:EU:C:2013:627, 3 oktober 2013) geoordeeld dat een intensieve veehouderij geproduceerde mest onder omstandigheden kan worden aangemerkt als een bijproduct in plaats van een afvalstof.
Daarvoor is vereist dat de producent van de mest voornemens is de mest in een later stadium onder voor hem gunstige economische omstandigheden te exploiteren of op de markt te brengen, mits het hergebruik van de mest zeker is, geen voorafgaande bewerking vereist is en deze verwerking plaatsvindt als voortzetting van het productieproces.
Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel
29
P218712.008
In de Raad van State uitspraak ‘MACE’ (ABRvS 201508301/2/A1, ECLI:NL:RVS:2016:3057, 16 november 2016) heeft de Afdeling geoordeeld dat mest van derden moet worden aangemerkt als een afvalstof. De mest die aan MACE wordt geleverd, kan door de veehouders niet worden uitgereden op eigen landbouwgronden en evenmin voor dat doel onder economisch gunstige omstandigheden aan anderen worden geleverd. Voor de afname van hun mest door MACE zullen de veehouders een vergoeding aan MACE moeten betalen. Onder deze omstandigheden is de mest een last waarvan de veehouders zich moeten ontdoen, zodat deze mest moet worden aangemerkt als afvalstof.
Ook het uitvoeren van een passende beoordeling in de zin van de Wet natuurbescherming (Wnb) vormt een aanleiding om een MER op te stellen. Het kaderstellende bestemmingsplan kan mogelijk significante gevolgen hebben voor Natura 2000-gebieden. Omdat voor het planvoornemen een rechtsgeldige, onherroepelijke natuurvergunning aanwezig is, kan deze natuurvergunning zogenaamd één op één ingepast worden in het bestemmingsplan, onder de voorwaarde dat er geen nieuwe passende beoordeling nodig is. In dat geval is geen sprake van een rechtstreekse m.e.r.plicht. Voor vergunningverlening heeft een passende beoordeling plaatsgevonden op basis van beleidskaders, kennis en inzichten van dat moment en een nieuwe passende beoordeling zou op dit moment geen nieuwe inzichten opleveren. Het kan echter niet uitgesloten worden dat er ten tijde van vaststelling van het bestemmingsplan geen nieuwe inzichten zijn vanwege van wijzigingen in stikstofbeleid en/of emissiefactoren voor emissiearme stalsystemen (zoals luchtwassers). M.e.r.-plicht bij Passende beoordeling De Wet natuurbescherming en de m.e.r.-plicht zijn aan elkaar gekoppeld. Wanneer een plan wettelijk of bestuursrechtelijk verplicht is (zoals een bestemmingsplan) én hiervoor een Passende beoordeling moet worden gemaakt, dan geldt rechtstreeks een m.e.r.-plicht.
Een Passende beoordeling is vereist wanneer een wettelijk of bestuursrechtelijk verplicht plan significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied.
1.3
M.e.r-procedure
De gemeente is verantwoordelijk voor het doorlopen van de bestemmingsplanprocedure inclusief het opstellen van een MER t.b.v. het bestemmingsplan. De veehouders zijn verantwoordelijk voor de vergunningaanvraag inclusief het opstellen van een MER of een m.e.r.-beoordeling, gekoppeld aan de aanvraag voor een omgevingsvergunning. Het startdocument van de m.e.r. -procedure is de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). Het eindproduct van de procedure is het voorliggende milieueffectrapport (MER). De m.e.r.-procedure bestaat uit de volgende stappen: Openbare kennisgeving van het voornemen; Raadpleging van de betrokken bestuurlijke organen en adviseurs over de reikwijdte en het detailniveau van de m.e.r.; Bieden van de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen; Opstellen milieueffectrapport (MER); Openbaar maken MER en opsturen aan wettelijke adviseurs & Commissie m.e.r; Bieden van de mogelijkheid om zienswijzen op het MER in te dienen; Toetsingsadvies Commissie m.e.r;
30
Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel
P218712.008
Besluit nemen inclusief motivatie hoe de m.e.r. in de planvorming is betrokken en bekendmaking besluit; Evaluatie van effecten tijdens en na realisatie.
De gemeente publiceert dit MER samen met het ontwerp van het bestemmingsplan en legt beiden ter inzage. Iedereen kan in deze periode een reactie geven op het planMER en het ontwerpbestemmingsplan. De Commissie voor de milieueffectrapportage (hierna: Commissie m.e.r.) is een onafhankelijk instantie die het MER op volledigheid en juistheid toets en een toetsingsadvies uitbrengt. De gemeente geeft in het bestemmingsplan aan, hoe omgegaan wordt met de inspraakreacties op het planMER en het toetsingsadvies van de Commissie m.e.r. Voor het bestemmingsplan is de uitgebreide m.e.r.-procedure verplicht, zie hiervoor navolgend schema.
Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel
31
P218712.008
Figuur 1: Procedureschema m.e.r. en bestemmingsplan
32
Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel
P218712.008
1.4
Consultatie
Notitie reikwijdte en detailniveau Voor het bestemmingsplan is een Notitie reikwijdte en detailniveau (hierna: NRD) opgesteld. Deze notitie beschrijft de opzet en inhoud van het op te stellen MER. Bij het bepalen van de reikwijdte en het detailniveau van dit MER raadpleegt het bevoegd gezag minstens de wettelijk voorgeschreven bestuursorganen (artikel 7.11b Wet milieubeheer). Burgemeester & wethouders van de gemeente Peel en Maas hebben op 22 augustus 2022 ingestemd met de ter inzagelegging van de NRD. De NRD heeft vervolgens ter inzage gelegen van 14 september 2022 tot en met 25 oktober 2022. Iedereen kon een zienswijze geven op de inhoud van de NRD en aangeven wat in het milieueffectrapport moet worden onderzocht. Tijdens het Dorpsoverleg Egchel van 28-9-2022 zijn omwonenden en het dorp Egchel door de gemeente geïnformeerd. Hier waren ongeveer 40 mensen aanwezig. De wettelijke adviseurs en betrokken overheids- en maatschappelijke organisaties (onder andere provincie, waterschap, buurgemeenten en de GGD) zijn apart geraadpleegd. In Bijlage 1 is een reactienota bijgevoegd waarin de binnengekomen reacties en adviezen zijn samengevat en waarbij wordt aangegeven of en hoe de reacties over de reikwijdte en het detailniveau van het MER zijn verwerkt in het milieuonderzoek. Het MER en het bestemmingsplan De gemeente legt het ontwerp bestemmingsplan samen met het MER ter inzage.
Iedereen wordt in de gelegenheid gesteld om binnen 6 weken een zienswijze naar voren te brengen. De gemeente vraagt weer de wettelijke adviseurs en enkele betrokken overheids- en maatschappelijke organisaties om een advies uit te brengen. De Commissie m.e.r. wordt gevraagd het MER te toetsen. De Commissie m.e.r. toetst de kwaliteit en juistheid van het MER en beoordeelt of alle essentiële informatie aanwezig is om het besluit over de vaststelling van het bestemmingsplan te kunnen nemen. Op basis van de zienswijzen en ontvangen adviezen stelt de gemeente een zienswijzennota op, waarin wordt beschreven hoe de inspraak en adviezen worden meegenomen in het definitief vast te stellen bestemmingsplan en mogelijk een aanvulling op het MER. Ook wordt beschreven op welke wijze de milieugevolgen worden geëvalueerd. In het MER wordt hiertoe een evaluatieprogramma opgenomen.
1.5
Leeswijzer
Het MER is opgebouwd uit Deel A en Deel B. Deel A is het rapport met samenvatting en onderbouwing. Deel B bevat de bijlagen bij het MER zoals een verklarende woordenlijst, kaarten, berekeningen en onderzoeksrapporten. Voorliggende rapportage betreft Deel A.
Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel
33
P218712.008
2 Bestaande en beoogde situatie 2.1
Begrenzing plangebied
Het plangebied ligt aan De Horsten in Egchel en ligt in het agrarisch ontwikkelgebied tussen de woonkern Egchel en het afwateringskanaal.
Figuur 2: Globale begrenzing plangebied – rood omkaderd (bron: ruimtelijke plannen)
De woonkern Egchel ligt op een afstand van 1,5 km van het plangebied. De omgeving van het plangebied bestaat overwegend uit agrarische gronden, intensieve veehouderijen en een enkele burgerwoning. Het plangebied wordt aan de zuidzijde begrensd door de Melkweg. De Horsten loopt door het midden van het plangebied. Ten noordwesten van het plangebied en ten oosten van het plangebied zijn nog twee grote intensieve veehouderijen gelegen. Verder wordt het plangebied omringt door onbebouwde landbouwgronden en doorkruist door een 380kV hoogspanningsleiding . Hieronder ligt een onbebouwd perceel met een waterbergingsvoorziening. Plangebied en studiegebied In dit MER worden de termen plangebied en studiegebied gebruikt. Het plangebied is het gebied waar het ruimtelijk besluit voor geldt, in dit geval het bestemmingsplan. De plangrens, de grens van het plangebied, is vastgelegd op de verbeelding, de kaart bij het bestemmingsplan. Het studiegebied is het gebied waar de ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt effect kunnen hebben. De effecten van de m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteiten kunnen verder reiken dan het plangebied. Bijvoorbeeld de stikstofbelasting op natuurgebieden in de wijde omgeving van het plangebied ten gevolge van ammoniakemissies uit stallen van veehouderijen of de geurbelasting door veehouderijen op woningen buiten het plangebied.
De omvang van studiegebied verschilt daarom per milieuthema en is gelijk aan of ruimer dan het plangebied.
34
Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel
P218712.008
2.2
Bestaande situatie
Op basis van de op 21 september 2012 verleende omgevingsvergunning heeft de varkenshouderij zich hier gevestigd met één biggenstal op De Horsten 20. Daarna is op 14 mei 2020 een eerste fase omgevingsvergunning voor planologisch strijdig gebruik en oprichten/veranderen/in werking hebben van een inrichting verleend voor uitbreiding van het bedrijf op De Horsten 20 en 17. De tweede fase omgevingsvergunning (bouwvergunning) is op 22 oktober 2020 verleend. Deze omgevingsvergunning heeft betrekking op varkensstallen en bijbehorende voorzieningen die samen één inrichting vormen in de zin van de Wet milieubeheer. De vergunde activiteiten zijn conform de vergunning volledig gerealiseerd en in werking. Volgende afbeelding laat de drie deelgebieden / bouwvlakken in de bestaande situatie zien. De bestaande bouwvlakken zijn samen 26.500 m2 groot (2,65 ha). Tussen de stallen loopt een hoogspanningslijn en daaronder ligt een ven dat fungeert als waterbergingsvoorziening. In de gebiedsvisie LOG Egchelse Heide is deze waterbergingsvoorziening al beschreven.
Figuur 3: Schets van de vergunde bouwvlakken en gerealiseerde stallen en voorzieningen
Deelgebied 1 (De Horsten 20): Op deze locatie zijn twee biggenstallen gerealiseerd. De eerste biggenstal voor 6.240 gespeende biggen is gebouwd in 2012 en is voorzien van een gecombineerde biologische luchtwasser gesitueerd aan de achterzijde van de stal. Op basis van de omgevingsvergunning 2020 is een tweede biggenstal voor 6.720 gespeende biggen gerealiseerd. Deze stal is ook voorzien van een gecombineerde biologische luchtwasser, maar om de afstand tot de woning Karissendijk 10 zo groot mogelijk te houden is deze luchtwasser gesitueerd aan de voorzijde van de stal (aan de kant van De Horsten). De biggen verlaten vanaf circa 25 kg de biggenstallen als opfokzeug of als vleesvarken. De omliggende landbouwgronden worden gebruikt voor het telen van akkerbouwgewassen.
Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel
35
P218712.008
Figuur 4: Luchtfoto biggenstallen op De Horsten 20 in deelgebied 1 (Bron: App Slagboom en Peeters, obliekviewer, 18 april 2022)
Deelgebied 2: Aan de overzijde van de bestaande biggenstallen zijn twee mestsilo’s met verharding aanwezig. Deze zijn vergund in 2012. Deze verharding wordt gebruikt voor het bereiken van de silo’s en de plaatsing van de gehuurde mestscheider. Voor deze locatie is vergunning verleend om maximaal 12x per jaar enkele aaneengesloten dagen- mest te scheiden in een dunne en dikke fractie. In totaal vindt het scheiden van mest ongeveer 30 dagen per jaar plaats. De mest is afkomstig van de biggenstallen en zeugenstal aan De Horsten en van de andere, eigen locatie aan de Jacobusstraat 42. Er wordt geen mest van derden gescheiden op deze locatie. De dunne fractie wordt verpompt naar de mestsilo en de dikke, stapelbare fractie wordt tijdelijk opgeslagen in een opslagvoorziening op de verharding naast de mestsilo’s. In de omgevingsvergunning van 2020 staat ook opgenomen dat alleen eigen mest verwerkt mag worden, zijnde van De Horsten 20 en 17 én Jacobusstraat 42. Alleen mestscheiding is toegestaan. De aanwezige mestopslagcapaciteit is aanwezig conform de verleende vergunning: drijfmest: mestsilo maximaal 1.092 m3 dunne fractie: silo maximaal 535 m3 dikke fractie: opslag op de verharding maximaal 250 m3
36
Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel
P218712.008
Figuur 5: Luchtfoto mestsilo’s met drijvende afdekking in deelgebied 2 (Bron: App Slagboom en Peeters, obliekviewer, 18 april 2022)
Deelgebied 3 (De Horsten 17): Even verderop in de straat De Horsten is op basis van de omgevingsvergunning van 2020 de eerste zeugenstal gebouwd. Het grootste deel van de biggen gaan na spenen vanuit deze stal naar de biggenstallen op De Horsten 20.
Figuur 6: Luchtfoto zeugenstal op De Horsten 17 in deelgebied 3. Ten zuiden van de stal het stuk perceel onder de hoogspanningslijn dat is gericht als waterbergingsvoorziening (Bron: App Slagboom en Peeters, obliekviewer, 18 april 2022)
Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel
37
P218712.008
Bestaande, vergunde dierbezetting Tabel 1: Dierbezetting en stalemissies in de bestaande situatie conform de omgevingsvergunning van 22 oktober 2020
Rav code
Diersoort
De Horsten 20 D1.1.15.4 Gespeende biggen De Horsten 17 D1.1.15.4 Gespeende biggen D3.2.15.4 Opfokzeugen D1.2.17.4 Kraamzeugen D1.3.12.4 Guste en dragende zeugen D2.4.4 Dekberen Totaal
Aantal
Ammoniak emissie [kg NH3 ]
Geur emissie [Ou]
Fijnstof emissie [gr PM10 ]
12.960
1.296
55.728
194.400
689 50 212 635
68,9 22,5 275,6 400,05
2.962,7 635 3.243,6 6.540,5
10.335 1.550 6.784 22.225
2
1,66 2.064,71
20,6 69.130,4
72 235.366
Alle stallen zijn voorzien van een gecombineerd luchtwassysteem met watergordijn en biologische wasser met een emissiereductie van 85% ammoniak, 45% geur en 80% fijnstof (huidige BWL 2010.02.V7).
2.3
Beoogde situatie
De ondernemer heeft een totaal bedrijfsontwikkelingsplan dat in de komende 10 jaar in fasen gerealiseerd zal worden. De huidige planologische kaders en regelingen bevatten hiervoor geen rechtstreekse mogelijkheden. Het voorgenomen bestemmingsplan biedt het planologisch kader voor het totale ontwikkelplan. Voor het totale ontwikkelplan is al wel door de provincie Limburg een vergunning in het kader van de Wet Natuurbescherming (Wnb) verleend. Deze Wnb-vergunning is onherroepelijk en kan één op één ingepast worden in het bestemmingsplan, waardoor geen Passende beoordeling nodig is. Er is nog geen uitgewerkt bedrijfsontwikkelingsplan, maar wel een situatieschets aangeleverd door de ondernemer. Deze diende als basis voor dit MER. De agrarische bouwvlakken hebben een totaal oppervlak van 8,66 ha: 1. Locatie biggen: ca. 28.0931 m2 (afgerond 2,8 ha) 2. Locatie zeugen: ca. 30.548 m2 (afgerond 3,1 ha) 3. Locatie mestverwerking, loods, bedrijfswoning, overige voorzieningen (dierenverblijven zijn hier uitgesloten): ca. 27.965 m2 (afgerond 2,8 ha) Het voorgenomen ontwikkelplan bestaat uit onderstaande onderdelen: a. Naast de aanwezige stallen, zoals opgenomen in de omgevingsvergunning van 22 oktober 2020, zullen nog 3 nieuwe biggenstallen en 3 nieuwe zeugenstallen worden gerealiseerd.
38
Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel
P218712.008
Het totale ontwikkelplan ziet toe op de volgende dieraantallen:
b. Vanwege de toename in mestproductie moet ook de mestopslagcapaciteit uitgebreid worden. De ondernemer wil het aantal mestsilo’s uitbreiden en een mestbassin realiseren. De opgeslagen drijfmest wordt be-/verwerkt in een nieuw te bouwen loods (mestverwerkingscapaciteit maximaal 35.000 m3 per jaar). c. Voor het mengen van enkelvoudige grondstoffen en premixen wil de ondernemer een voerloods en enkele sleufsilo’s realiseren. d. De ondernemer wil huisvesting realiseren voor maximaal 8 buitenlandse werknemers die uitsluitend op het eigen varkensbedrijf zullen werken. Het idee is om een aparte woonvoorziening tegen de voerloods aan te bouwen. e. Op dit moment is er nog geen bedrijfswoning aanwezig, maar het plan is om een nieuwe bedrijfswoning te bouwen op het perceel naast de voerloods, met de voorzijde gericht op de Melkweg.
Figuur 7: Situatieschets van het globale beoogde bedrijfsontwikkelingsplan
De beoogde situering van de stallen, de mestverwerking en overige activiteiten zoals opslagloods, nieuwe bedrijfswoning en tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten wordt bepaald door de hoogspanningsleiding die door het plangebied loopt, de geldende beperkingen in de bouwregels voor gebouwen en bouwwerken en de magneetvelden. In voorgaande situatieschets is hiermee rekening gehouden en betreft dit de meest realistische invulling van de totale varkenshouderij met bijbehorende gewenste bedrijfsactiviteiten en voorzieningen.
Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel
39
P218712.008
In het deelgebied waar de mestverwerking en opslagen zijn gesitueerd kunnen geen clusters van varkensstallen opgericht worden als je rekening houdt met van een logische indeling van een zeugen- en biggenbedrijf. Op basis hiervan is het niet strikt noodzakelijk om nadere aanduidingen op te nemen, maar het geeft wel meer duidelijkheid als in het deelgebied met mestverwerking, overige voorzieningen en opslag, eventuele bedrijfswoning en huisvesting personeel / arbeidsmigranten geen dierenverblijven planologisch worden toegestaan. Mestbe- en verwerking De drijfmest die wordt geproduceerd in de stallen wordt via pijpleidingen naar de mestopslagvoorzieningen gevoerd en tijdelijk opgeslagen tot de mest gescheiden wordt. Verder wordt hier ook de drijfmest van Jacobusstraat 42, de andere locatie van dezelfde ondernemer, met vrachtwagens aangevoerd en tijdelijk opgeslagen. Reden hiervoor is dat voor deze locatie ook periodieke mestscheiding met een mobiele mestscheider vergund is en periodieke piekbelastingen in de woonkern Egchel van met name geluid, geur en in mindere mate ook fijnstof kan veroorzaken.
Door de mest van Jacobusstraat 42 te verwerken op locatie De Horsten vinden deze piekemissies op aanzienlijk grotere afstand van de woonkern Egchel plaats en kan de mest jaarrond én inpandig verwerkt worden, waardoor de periodieke piekbelastingen in de woonkern door de mobiele mestverwerking worden weggenomen. De opgeslagen mest wordt gescheiden in een dikke en dunne fractie. Om drijfmest te kunnen scheiden, zijn aparte opslagen nodig voor de drijfmest en voor de beide fracties. Voor de dunne fractie is een mestkelder, mestbassin, mestzak of mestsilo nodig. Voor de dikke fractie is een al dan niet overdekte mestdichte, veelal betonnen mestplaat of loods nodig. Als gevolg van de uitbreiding in stallen neemt de mestproductie toe en zal de mestopslagcapaciteit en mestverwerkingscapaciteit uitgebreid moeten worden. Hiervoor zijn een mestbassin, extra mestsilo’s en een loods voorzien. De mestbewerkingscapaciteit wordt uitgebreid tot maximaal 35.000 m3 /jaar en zal inpandig gaan plaatsvinden in een nieuw te bouwen loods, waar ook de dikke fractie tijdelijk wordt opgeslagen. Er is nog steeds weinig bekend over de milieueffecten van mobiele en vaste installaties voor mestbewerking. In het algemeen kan gesteld worden dat wanneer er gewerkt wordt met mest er altijd sprake zal zijn van emissies.
Veel hangt af van de wijze waarop de mestbewerkingstechniek in de praktijk wordt toegepast (bijvoorbeeld in de open lucht of in een gesloten gebouw) en of emissiebeperkende technieken worden gebruikt (bijvoorbeeld een luchtwasser). Voor alle mestbewerkingstechnieken geldt dat het afdekken en dichtmaken van opslagen voor mest(producten) en het gesloten maken van procesruimtes de emissies terugdringen. Ook kan de geluidsemissie beperkt worden door de installatie in een ruimte met geluidsisolatie op te stellen. In hoofdstuk 6 wordt per milieuaspect ook ingegaan op de mogelijke effecten van mestbewerking. Bij mestscheiding (fysische scheiding in dikke en dunne fractie) is geen sprake van een hoge kans op emissies. Mestbewerkingstechnieken met wel een hoge kans op emissies zijn: Composteren: ammoniak, geur, fijn stof en broeikasgassen Drogen en indikken: ammoniak, geur en fijn stof Nitrificatie/denitrificatie: broeikasgassen Strippen: geur (Bron: Rapport 703, Inventarisatie emissies en geluidsoverlast van mestbewerkingsinstallaties en eventuele maatregelen, sept 2013, Wageningen UR, Melse, Verdoes, Mosquera en de Buisonjé).
40
Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel
P218712.008
In de bestaande situatie en het planvoornemen is er sprake van mestscheiding. De risico’s voor het optreden van emissies van ammoniak, geur, fijnstof en broeikasgassen tijdens het scheiden van mest wordt als beperkt ingeschat als de scheiding in een gesloten systeem wordt uitgevoerd. Op basis van metingen (Mosquera 2010) in een bedrijfsruimte waarin scheiding van varkensmest plaatsvond zijn bij een mestbewerkingsinstallatie lage emissies van ammoniak, methaan en lachgas gevonden ten opzichte van wat een stal met een vergelijkbaar aantal varkens zou hebben geëmitteerd. Bij de ‘open’ scheiders is de verblijftijd van de mest in de installatie kort en bij de zeefbandpersen wordt de drijfmest verdund en aangezuurd, waardoor ammoniakemissies beperkt zullen blijven; desalniettemin zal enige emissie plaatsvinden. Tenzij de open installatie in een gesloten ruimte wordt geplaatst met afzuiging en luchtwasser (Melse en Verdoes, 2005; Verdoes et al., 2002a; Melse et al., 2002b, 2002c, 2002d) . Bij langdurige opslag van de dikke fractie kan broei optreden (langzame vorm van composteren). Om emissies te voorkomen moet de dikke fractie kortdurend opgeslagen worden, worden afgedekt of inpandig worden opgeslagen worden, eventueel voorzien van een luchtwasser. Voerloods en sleufsilo's Vanwege de bedrijfsomvang loont het om ter plaatse zelf voer te mengen.
Hiervoor is de ondernemer voornemens om een voerloods en enkele sleufsilo’s te realiseren, waar enkelvoudige grondstoffen en premixen worden opgeslagen. In de voerloods worden deze producten gemengd, waarna het voer naar de stallen wordt getransporteerd. Er wordt alleen voer gemengd voor het eigen bedrijf. Deze voerloods is in deelgebied 2 gesitueerd. Er wordt geen brijvoer gevoerd, dus geen opslag en verwerking van bijproducten / afvalstoffen afkomstig uit de voedingsmiddelenindustrie. Huisvesting arbeidsmigranten De ondernemer wil graag maximaal 8 arbeidsmigranten tijdelijke huisvesting kunnen bieden op de eigen bedrijfslocatie. Deze werknemers moeten uitsluitend werkzaam zijn op dit varkensbedrijf en mogen maximaal 18 maanden hier wonen (short stay). Om een goede huisvesting te bieden is het niet toegestaan wooneenheden te creëren in een stal of voerloods. Wel kan er een afzonderlijk gebouw tegen de loods worden gesitueerd. De huisvesting zal moeten voldoen aan alle regelgeving, onder andere het gemeentelijke beleid, het Bouwbesluit en de SNF-normen (normen flexwonen). Bedrijfswoning Bij de voormalige veehouderij op het adres Melkweg 22 was een bedrijfswoning aanwezig. Deze bedrijfswoning was gesitueerd binnen het plangebied, tegenover de eerste biggenstal waarvoor in 2012 vergunning is verleend.
Deze veehouderijlocatie is gesaneerd en de bedrijfswoning is in 2014 gesloopt (bron: topotijdreis.nl). Tot op heden is er nog geen nieuwe bedrijfswoning gebouwd of een vergunning voor aangevraagd. Door de gemeente is de realisatie van één nieuwe bedrijfswoning toegezegd. De ondernemer heeft in de situatieschets van het voorgenomen plan een bedrijfswoning met bijgebouw ingetekend aan de zuidzijde van het plangebied, ten oosten van De Horsten en met de voorzijde gericht op de Melkweg. In dit MER is de exacte plaats van het aanduidingsvlak ‘bedrijfswoning’ bepaald, rekening houden met wegverkeerslawaai en met magneetveldzones van de hoogspanningsleiding.
Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel
41
P218712.008
Dierbezetting totale ontwikkelplan Het totale bedrijfsontwikkelingsplan dat komende 10 jaar in fasen gerealiseerd zal worden voorziet in de volgende dierbezetting. Alle stallen zijn voorzien van een gecombineerd luchtwassysteem met watergordijn en biologische wasser met een emissiereductie van 85% ammoniak, 45% geur en 80% fijnstof (huidige BWL 2010.02.V7). Tabel 2: Dierbezetting en stalemissies totaal ontwikkelplan (planvoornemen)
Rav code
Diersoort
Aantal
De Horsten 20 (biggenstallen 2-3-4-8 zijn hetzelfde uitgevoerd) Bestaand D1.1.15.4 Gespeende biggen 12.960 stal 1+2 Nieuw D1.1.15.4 Gespeende biggen 20.160 stal 3-4-8 De Horsten 17 (alle zeugenstallen zijn hetzelfde uitgevoerd) Bestaand D1.3.12.4 Guste en dragende 835 stal 5 gewijzigd zeugen D1.2.17.4 Kraamzeugen 265 D3.2.15.4 Opfokzeugen 150 D2.4.4 Dekberen 4 Nieuw D1.3.12.4 Guste en dragende 2.505 stal 6-7-9 zeugen D1.2.17.4 Kraamzeugen 795 D3.2.15.4 Opfokzeugen 450 D2.4.4 Dekberen 12 Totaal (afgerond)
Ammoniak emissie [kg NH3]
Geur emissie [Ou]
Fijnstof emissie [gr PM10]
1.296
55.728
194.400
2.016
86.688
302.400
526,05
8.600,5
29.225
344,5 67,5 3,32 1.578,15
4.054,5 1.905 41,2 25.801,5
8.480 4.650 144 87.675
1.033,5 202,5 9,96 7.077,5
12.163,5 5.715 123,6 200.821
25.440 13.950 432 666.796
Met het beoogde totale ontwikkelplan wordt ten opzichte van de bestaande, vergunde situatie uitgebreid met 17.557 varkens. In totaal zijn er dan 33.120 gespeende biggen, 5.000 (op)fokzeugen en 16 dekberen aanwezig. Tabel 3: Toename aantal varkens planvoornemen
Diersoort Gespeende biggen Kraamzeugen Guste en dragende zeugen Opfokzeugen Dekberen Totaal
42
Aantallen bestaand 19.680 212 635
Aantallen beoogd 33.120 1.060 3.340
Toename 13.440 848 2.705
50 2 20.579
600 16 38.136
550 14 17.557
Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel
P218712.008
Vergunning Wet natuurbescherming 20 augustus 2020 Voor het totale ontwikkelplan is al een natuurvergunning in het kader van artikel 2.7 tweede lid van de Wet Natuurbescherming verleend en deze is onherroepelijk. Deze Wnb-vergunning heeft betrekking op het totale ontwikkelplan met een emissie van 7.077,48 kg NH3/jaar en 13,58 kg NOx/jaar). De vergunning Wet natuurbescherming is op 20 augustus 2020 verleend door de provincie Limburg (zaaknummer 2018-206531 met kenmerk 2018-206531). In deze vergunning zijn stalemissies en verkeersbewegingen vergund. Ook zijn de buitenlandse Natura 2000-gebieden getoetst. Deze vergunning voldoet aan de provinciale beleidsregels voor salderen. Deze Wnb-vergunning is een wijziging op de onderliggende onherroepelijke natuurvergunning die op 1 oktober 2015 is verleend op grond van artikel 16/19d Natuurbeschermingswet 1998 voor het oprichten en exploiteren van een varkenshouderij aan De Horsten 20 te Egchel (zaaknummer 20140012 met kenmerk 2015/71566) met een vergunde ammoniakemissie van 8.455,5 kg NH3/jaar. Beide besluiten van Gedeputeerde Staten zijn bijgevoegd in Deel B - Bijlage 5. Beide vergunningen zien toe op de beoogde oprichting en uitbreiding van de varkenshouderij aan De Horsten. Een deel van de vergunning is nog niet gerealiseerd.
Dit komt door het lange traject voor het LOG Egchelse Heide en de voorbereidingsperiode voor deze bestemmingsplanprocedure. Inmiddels is er een andere versie van het rekenprogramma Aerius Calculator beschikbaar dan ten tijde van vergunningverlening. Uit een herberekening met versie 2022 blijkt dat de vergunning van 2020 ten opzichte van de onderliggende Nbwet-vergunning van 2015 niet resulteert in een toename van stikstofdepositie op een voor stikstof gevoelig habitattype in een Natura 2000-gebied. Hiermee is gewaarborgd dat de natuurlijke kenmerken van de betrokken Natura 2000-gebieden in zoverre niet zullen worden aangetast door de beoogde ontwikkeling. Een nieuwe passende beoordeling zal op dit moment geen nieuwe inzichten opleveren. Als voor de vaststelling van het bestemmingsplan de (beleids)regels wijzigen, dan dient dit opnieuw beoordeeld te worden. In de paragrafen 3.9 en 6.2 wordt hier verder op ingegaan.
Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel
43
P218712.008
3 Beleidskaders 3.1
Inleiding
In Deel B –bijlage 3 is een overzicht van beleid en regelgeving op Europees, landelijk, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau opgenomen. In deze paragraaf wordt ingegaan het ruimtelijk- en milieubeleid dat voor het bestemmingsplan het meest relevant is.
3.2
Geldend planologisch regime
Bestemmingsplannen Op het gehele plangebied is het bestemmingsplan “Buitengebied Helden” van toepassing zoals vastgesteld op 16 september 1991. De gronden hebben de bestemming ‘agrarische doeleinden gebied met landschappelijke openheid’. Aanvullend is, op 9 januari 2006, door de gemeenteraad van de voormalige gemeente Helden het bestemmingsplan ‘Voorschriften herziening Ariba, gemeente Helden’ vastgesteld. Dit bestemmingsplan is op 18 april 2006 goedgekeurd door het college van Gedeputeerde Staten van Limburg en voorzag in het vastleggen van de provinciale POL-uitwerking BOM+ en het vastleggen van de zonering voor de intensieve veehouderij, zoals deze in het Reconstructieplan Noord- en Midden-Limburg is vastgesteld. Omgevingsvergunningen 21 september 2012: omgevingsvergunning voor planologisch strijdig gebruik en oprichten/in werking hebben van een inrichting, verleend voor de eerste biggenstal op De Horsten 20. 14 mei 2020: eerste fase omgevingsvergunning voor planologisch strijdig gebruik en oprichten/veranderen/in werking hebben van een inrichting, verleend voor uitbreiding op De Horsten 20 en 17. Deze vergunning is voor de mestopslagen en mestscheiding tijdelijk verleend voor een periode van 10 jaar (tot 20 februari 2029). 22 oktober 2020: tweede fase omgevingsvergunning voor bouwen op De Horsten 20 en 17.
De omgevingsvergunning uit 2020 maakt het mogelijk om de periodieke mestscheiding met een mobiele mestscheider om te zetten naar een permanente mestverwerkingsinstallatie voor het verwerken van de drijfmest afkomstig van de locatie aan de Horsten 17, 20 en Jacobusstraat 42. Binnen deze locaties wordt in de bestaande situatie ca. 15.078 m³ mest geproduceerd. Bij de verlening van de omgevingsvergunning is al rekening gehouden met een voorgenomen uitbreiding op termijn op één van de locaties. De omgevingsvergunning voorziet om die reden in een verwerkingscapaciteit van 20.000 m³ drijfmest (pagina 11 van het Besluit B&W van de gemeente Peel en Maas, Omgevingsvergunning 1 e fase, datum en kenmerk besluit 14 mei 2020, 1894/2020/2202374) .
44
Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel
P218712.008
Figuur 8: Uitsnede ruimtelijkeplannen.nl omgevingsvergunning 2020
3.3
Perspectievennota Toekomst in beeld; perspectieven voor Peel en Maas
In het kader van de fusie van de gemeenten Helden, Kessel, Maasbree en Meijel is op 17 september 2008 de gezamenlijke perspectievennota ‘Toekomst in beeld, perspectieven voor Peel en Maas’ vastgesteld. In deze nota wordt aangegeven dat Peel en Maas een bepalende economische speler is, profiterend van de kleinschalige en gevarieerde structuur als plattelandsgemeente. De kenmerken van de omgeving en de inwoners, de ligging in de Regio Venlo en de nabijheid van de Technologische Top Regio Zuid Oost Nederland vormen de basis voor een zeer aantrekkelijk woon-, werk- en leefmilieu. In de perspectievennota worden drie principes genoemd die richting geven aan de ontwikkeling van Peel en Maas en tevens de strategische kaders voor beleid vormen: diversiteit, duurzaamheid en zelfsturing. Peel en Maas laat zich kenschetsen als een plattelandsgemeente. De agrarische sector is prominent aanwezig. Met de verplaatsing van productiecapaciteit komt het accent ook hier meer en meer te liggen op de kennisintensieve werkgelegenheid, de “green life sciences”. Door in te zetten op variatie van economische dragers versterkt Peel en Maas de robuustheid van de economische structuur.
Peel en Maas zet in op de doorontwikkeling van de aanwezige sectoren met bijzondere aandacht voor de agrarische sector, MKB, recreatie en toerisme en dienstverlening, door middel van een afgestemd arbeidsmarkt-, productiemilieu- en structuurbeleid. De agrarische sector inclusief transport en logistiek - blijft een onmisbaar onderdeel van de economische structuur van Peel en Maas. De primaire sector heeft goede perspectieven en is druk doende de lange termijn ontwikkeling van schaalvergroting, innovatie en verbreding vorm te geven. Ten aanzien van het plan: Het plangebied is gelegen in een gebied dat specifiek is aangewezen als gebied waarin de intensieve veehouderij passend is. Doorontwikkeling van het bedrijf op deze locatie sluit aan bij het doel de economische structuur in het gebied te versterken. Gezien het type gebied en type bedrijf past het initiatief binnen de beleidsdoelstellingen.
Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel
45
P218712.008
3.4
Structuurvisie buitengebied
Op 20 december 2011 is door de gemeenteraad van Peel en Maas de structuurvisie ‘Buitengebied Peel en Maas’ vastgesteld. Deze structuurvisie is een overkoepelend document bestaande uit een bundeling van beleid voor het buitengebied, ter voorbereiding van een nieuw bestemmingsplan voor het buitengebied. Naast algemene beleidsuitgangspunten zijn herzieningen op het structuurplan 2008, het archeologiebeleid, streefkwaliteiten voor geur en het kwaliteitskader hierin opgenomen. Door middel van de structuurvisie wordt het beleid in een integrale context geplaatst. Ten aanzien van het plan: Het plangebied ligt in een grootschalig, open ontginningslandschap waar ontwikkeling van landbouwbedrijven mogelijk is mits rekening wordt gehouden met de landschappelijke kwaliteiten. Binnen het LOG zijn de ontwikkelingsmogelijkheden primair gericht op agrarische bedrijvigheid. Ten aangezien van geur mag de situatie niet verslechteren, uitgezonderd de woningen binnen het LOG. Het plangebied ligt in een gebied met een lage archeologische verwachtingswaarde.
3.5
Omgevingsvisie Peel en Maas
Op 5 juli 2022 is de Omgevingsvisie Peel en Maas vastgesteld. Dit is een instrument in het kader van de Omgevingswet, die op 1 januari 2024 in werking zal treden. De omgevingsvisie is een dynamisch document. Op dit moment is een eerste versie van de omgevingsvisie vastgesteld, met het bestaande beleid als uitgangspunt. Bestaande structuurvisies waaronder die voor het buitengebied blijven dan ook als onderliggend (buitenwettelijk) beleid gehandhaafd. De omgevingsvisie is een visie over de fysieke leefomgeving op hoofdlijnen voor de hele gemeente. De land- en tuinbouw in Peel en Maas blijft een belangrijke economische drager van het buitengebied. Dit is alleen mogelijk onder de voorwaarde dat ontwikkeling van agrarische bedrijven blijft bijdragen aan de (ruimtelijke) kwaliteit van het landelijk gebied en gepaard gaat met een verdere verduurzaming van de landbouw. Uitbreiding is mogelijk op toekomstbestendige locaties. Dit zijn locaties waar ondernemers voor de langere termijn hun agrarisch bedrijf passend bij de omgeving kunnen ontwikkelen. Ontwikkeling van grootschalige agrarische bedrijvigheid wordt alleen toegestaan in gebieden waar het passend is op basis van de gebiedsgerichte aanpak en op toekomstbestendige locaties.
In het kader van behoud en versterking van het woon- en leefklimaat van de kernen wordt de afwaartse beweging van intensieve veehouderij van de kernen gestimuleerd. Voor de uitbreiding van agrarische bedrijven wordt een tegenprestatie gevraagd bestaande uit een bijdrage aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en vooral het inzetten op sloop van niettoekomstbestendige locaties. Ten aanzien van het plan: Het plan betreft de (door)ontwikkeling van een grootschalig agrarisch bedrijf in een gebied waar het passend is op basis van de gebiedsgerichte aanpak en toekomstbestendige locaties.
46
Plan-MER Bestemmingsplan De Horsten Egchel
P218712.008
3.6
Beleidsdocumenten Landbouwontwikkelingsgebied (LOG)
Het plangebied ligt in het (voormalige) LOG Egchelse Heide. Aanleiding voor het aanwijzen van het gebied ten zuiden van de kern Echel als LOG was het Reconstructieplan Noord- en Midden-Limburg dat haar basis vindt in de Reconstructiewet. Het Reconstructieplan was onderdeel van het Provinciaal Omgevingsplan Limburg en had als doel om conflicterende belangen, zoals de leefbaarheid van de dorpen versus milieueffecten als gevolg van intensieve veehouderijen, ruimtelijk te scheiden. Dat betekent dat de intensieve veehouderij in kwetsbare gebieden (rond dorpen en natuurgebieden) op termijn wordt afgebouwd. Door de jaren heen zijn diverse beleidsdocumenten opgesteld ten behoeve van de ontwikkeling van het landbouwontwikkelingsgebied. LOG Egchelse Heide is een gebied van ruim twintig hectare gelegen tussen Karissendijk/De Horsten, Melkweg en Rongvenweg. Een gebied met nu al een sterk agrarisch karakter en geen belemmerende factoren in de directe omgeving. De begrenzing van het LOG is vastgelegd in de structuurvisie intensieve veehouderij en glastuinbouw (IV en glas), als onderdeel van de structuurvisie buitengebied Peel en Maas.