CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-048 03 Jaarstukken 2024

Raad 24 juni 2025, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Jaarstukken 2024 (2025-048)38.772 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

We benaderen ondermijnende criminaliteit als een maatschappelijk probleem, niet enkel als een veiligheidsprobleem. Hiertoe worden verbindingen gemaakt met projecten/ ontwikkelingen/beleidsplannen/kaderstellingen die een voedingsbodem voor deelname aan ondermijnende criminaliteit kunnen wegnemen. Voorbeelden van de preventieve aanpak van ondermijning zijn de persoonsgerichte aanpak van risicojongeren (voorkomen van afglijden naar crimineel gedrag) of preventief beleid ten aanzien van kwetsbare personen die dader en tegelijkertijd slachtoffer kunnen zijn.

2.4

We investeren in een goede informatiepositie waarbij we systeeminformatie en ‘straatinformatie’ met elkaar in verbinding brengen, zowel in casuïstiek als op het niveau van trends en ontwikkelingen (beleidsniveau). We werken continu aan het verbeteren van onze informatiepositie door het beter en structureler benutten van (eigen) informatiebronnen. Dit doen we op basis van het privacy protocol binnengemeentelijke informatiedeling en waar nodig convenanten.

2.5

We maken onze eigen, gemeentelijke organisatie weerbaarder door te investeren in de bewustwording en betrokkenheid van raad, college en organisatie bij het onderwerp ondermijnende criminaliteit. Bewustwording over de aanpak van ondermijning binnen de organisatie staat regelmatig op de agenda om te voorkomen dat we ongewenst faciliterend handelen, signalen beter herkennen en eerder een signaal melden. Zo zijn in 2024 informatiesessies geweest met het MT en het team WIJZ. Ook volgen collega’s bijeenkomsten en trainingen over de aanpak van ondermijning, georganiseerd door bijvoorbeeld het RIEC. Vanuit het RIEC Limburg is een document, de Limburgse basisnorm, aangereikt dat wij gebruiken als hulpmiddel om o.a. de bewustwording in de organisatie te verhogen. 72

3.

Een Peel en Maas met een veilig ondernemings- en uitgaansklimaat.

3.1

We ondersteunen en faciliteren concrete initiatieven van ondernemers voor het verbeteren van de veiligheid van industrieterreinen, winkelcentra en uitgaansgebieden, waarbij we nadrukkelijk kijken naar het eigenaarschap van initiatieven. Ondernemers uit Peel en Maas zijn betrokken bij het opstellen van de ambitie voor de nieuwe kaderstelling. Er is een nauwe samenwerking met de horeca (zie 3.2).

4. Een gemeente die adequaat is voorbereid op rampen en crises.

3.2

We onderhouden contacten met de horeca en voeren, indien nodig, toezicht uit in en rond de uitgaansgelegenheden om overlast in de openbare ruimte te beperken. Periodiek is er overleg met Koninklijke Horeca Nederland en Horeca Peel en Maas. Daar waar sprake is van (verwachte) overlast vanuit/door horecagelegenheden is samen met politie én de exploitant gewerkt aan verminderen/stoppen van overlast. Dat geldt ook voor bijvoorbeeld de jeugdcentra waarmee samen met de politie afspraken zijn gemaakt over het tegengaan van overlast.

3.3

We hanteren het vastgestelde horecabeleid, waarin ingegaan wordt op: para-commercialisme, alcoholmatigingsbeleid, alcohol gerelateerde verstoringen van de openbare orde, controle en handhaving. We voeren toezicht en handhaving uit rondom evenementen samen met partners en voeren daarnaast leeftijdscontroles in het kader van schenken aan minderjarigen. Dat doen we aan de hand van de vastgestelde probleemanalyse en prioriteitenstelling.

3.4

We adviseren over veiligheid in de voorbereiding van risicovolle evenementen in onze gemeente, waaronder de zogenoemde categorie B- en C-evenementen. Bij de aanvraag van een evenementenvergunning worden de veiligheids- en gezondheidsrisico’s in kaart gebracht. De aard en omvang van veiligheidsmaatregelen is afhankelijk van de hoogte van het ingeschatte risico. Er is een structureel gemeentelijk evenementenoverleg waar alle veiligheidspartners op aansluiten. Hierdoor is er voorafgaand aan een evenement integrale afstemming en worden de eventuele risico’s vanuit een breed perspectief bekeken en voorbereid. Bovendien levert dit overleg ook overstijgende vraagstukken rondom het thema evenementen op.

4.1

We ontwikkelen onze bevolkingszorg (onze gemeentelijk taak in de crisis- en rampenbeheersing) verder door met aandacht voor de verbetering van onze risico- en crisiscommunicatie. De gemeentelijke crisisorganisatie is en blijft geoefend en op sterkte. Samen met de veiligheidsregio werken we aan de doorontwikkeling van het Uniform Kwaliteitsniveau Bevolkingszorg. In dit UKB worden landelijke afspraken gemaakt over de borging van de kwaliteitsnormen ten aanzien van bevolkingszorg. De regionale en lokale implementatie van het UKB loopt. Gelet op nationale en internationale ontwikkelingen zoals klimaatverandering en dreiging van hybride oorlogsvoering prepareert de gemeentelijke crisisorganisatie zich op daaraan gerelateerde incident- en crisistypes. 73

4.2

We leveren in samenwerking met de Veiligheidsregio Limburg Noord een kwalitatief uitstekende brandweerzorg en crisisbeheersing tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. In het kader van natuurbrandbeheersing- en bestrijding is gewerkt aan een Natuurbrandbeheersplan voor De Groote Peel en de Heldense Bossen (aan de hand van een RIN; Risico Index Natuurbranden). Het plan voor de Heldense Bossen is opgesteld in een samenwerking tussen Veiligheidsregio Limburg-Noord, gemeente Peel en Maas, Bosbeheer Peel en Maas, Bosgroep Zuid-Nederland, Camping de Heldense Bossen en Provincie Limburg. We adviseren namens de gemeenten op het thema Euregionale samenwerking voor wat betreft brandweerzorg en crisisbeheersing binnen onze veiligheidsregio. Onze burgemeester is de regionaal portefeuillehouder.

5. Handelingen in strijd met geldende regels beëindigen als waarborg voor een gezonde en veilige leefomgeving.

4.3

Bij langdurende crisis brengen we waar mogelijk de gemeentelijke taken terug in bestaande structuren. De opvang van Oekraïners is uit de crisisstructuur gehaald en wordt in de reguliere lijn opgepakt.

5.1

We creëren intern en extern begrip en draagvlak voor beleid en regelgeving. Dit doen we door het verstrekken van informatie, voorlichting en communicatie over het belang van naleving voor een gezonde en veilige leefomgeving. Met de politie is een handhavingsarrangement overeengekomen. In dit arrangement zijn structurele operationele afspraken vastgelegd tussen gemeente (inzet Boa’s) en politie. De inzet van Boa’s is structureel ingevuld. Boa’s worden ingezet op overlastmeldingen van onder andere vuurwerkoverlast, jeugdoverlast, hondenoverlast, afvalstortingen, burenoverlast, ontruimingen woningen, openbare dronkenschap en parkeeroverlast. Daarnaast houden Boa’s (in afstemming en samenwerking met de politie) toezicht bij evenementen zoals kermissen, carnaval en bijvoorbeeld de periode rond de jaarwisseling.

5.2

We voeren toezicht en handhaving gestructureerd uit (programmatisch, planmatig en cyclisch) volgens de landelijke kwaliteitscriteria en als onderdeel van de beleidscyclus. Daar waar kan en wenselijk voeren we toezicht en handhaving integraal uit, bijvoorbeeld door de inzet van het ACTinterventieteam Noord-Limburg. In 2024 is de lopende handhaving voortgezet en zijn er nieuwe handhavingszaken gestart. Regelmatig is er sprake van langdurige trajecten.

74

• • • • • • • • • • • • • • • •

Wat hebben we verder binnen dit programma gedaan? Aanpak woonoverlast; Faciliteren en ondersteunen van Burgernet, WhatsApp-buurtpreventie; Coördineren van en ondersteunen bij sociale calamiteiten en maatschappelijke onrust; Adviseren over en mede uitvoeren van de Wet Tijdelijke huisverboden; Adviseren over en mede uitvoeren van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz); Aanpak voorkomen van radicalisering, extremisme en tegengaan van mensenhandel; Aanpak complexe problematiek m.b.v. het Zorg- en Veiligheidshuis Noord Limburg; Doorontwikkeling van het netwerk Jeugd en veiligheid; Doorontwikkeling van de samenwerking tussen sociaal domein en veiligheid; Doorontwikkeling van het veiligheidsoverleg 18-; Samenwerking tussen BOA’s en OOV verbeteren d.m.v. inzet domein 1 BOA; Bieden van ondersteuning bij deurwaardersontruimingen; Ontwikkeling maatregelen preventie natuurbranden Heldense Bossen; Toepassen handhavingsinstrumenten en openbare orde bevoegdheden; Borging van de samenwerking voor de opvang van zwerfdieren; Gelet internationale en nationale ontwikkelingen investeren wij in de relatie met Defensie.

Heeft het gekost wat het mocht kosten? Realisatie begrotingsjaar 301.317 5.311.908 -5.010.592

Baten Lasten Saldo

Raming begrotingsjaar ná wijziging 236.128 5.315.716 -5.079.588

Raming begrotingsjaar vóór wijziging 236.128 5.265.716 -5.029.588

Het programma 5.1 laat over 2024 een positieve afwijking van € 68.996 zien. De baten zijn € 65.189 hoger dan begroot en de lasten zijn € 3.807 lager dan begroot, zodat per saldo een positieve afwijking resteert. De afwijkingen kunnen (afgerond op € 1.000) als volgt worden verklaard: Lasten: • Lagere lasten diverse posten (per saldo) € 4.000 Er is binnen programma 5.1 op diverse begrotingsposten per saldo een voordeel ontstaan van € 4.000. Baten: • Hogere baten veiligheidsregio € 42.000 Aan huur voor de brandweerkazernes is € 24.000 meer ontvangen dan begroot vanwege een hoger indexatiecijfer dan begroot. Daarnaast hebben we een bedrag van € 18.000 ontvangen van de veiligheidsregio vanwege compensabele btw. • Hogere baten overige posten (per saldo) € 23.000 Er is binnen programma 5.1 op de overige baten per saldo een voordeel ontstaan van € 23.000.

75

Programma: 6.1 Bestuur, Communicatie en Dienstverlening Wij zijn een overheid die bijdraagt aan het goede leven. De kernwaarden diversiteit, duurzaamheid en zelfsturing blijven voor ons hierbij een waardevol kompas. We dragen bij door ons op een effectieve manier tot waardevolle bewegingen en initiatieven in de samenleving te verhouden en door op een uitstekende manier uitvoering te geven aan onze dienstverlening. Het concept van de meervoudige overheid helpt ons hierbij. Wij zijn duidelijk over deze drie rollen, zodat de buitenwereld weet wat ze van ons mogen verwachten. Daar waar wij beleid en regelgeving opstellen, hebben wij de ambitie om waar dit mogelijk is het doel centraal te stellen. Wij zijn een consistente partner in de (EU)regio. Overeenkomstig de met de regio gemaakte afspraak doen we lokaal wat we lokaal kunnen en werken we regionaal samen waar dit een meerwaarde heeft. We zijn een gemeente van gemeenschappen en willen ook zo gekend worden. Inwoners, ondernemers en instellingen bepalen zoveel als mogelijk zelf hoe, wanneer en waarvoor zij contact leggen met of ondersteuning vragen van de gemeente. Hebben we bereikt wat we wilden bereiken? 1. Onze kernwaarden diversiteit, duurzaamheid en zelfsturing en thema specifieke waarden, zorgen ervoor dat wij koersvast zijn in ons denken en doen.

Hebben we gedaan wat we ervoor zouden doen? 1.1 In 2024 vindt besluitvorming over de herijkte kaderstelling op het thema Bestuur, Communicatie en Dienstverlening plaats. Hierin geven we onze kernwaarden op een bij 2024 passende manier inkleuring. De besluitvorming over de herijkte kaderstelling Bestuur, Communicatie en Dienstverlening is voorzien voor de tweede helft van 2025; in 2024 is het nodige voorwerk verricht. Vaststelling van de herijkte kaderstelling Bestuur, Communicatie en Dienstverlening vindt plaats na vaststelling van de herijkte kernwaarden in de eerste helft van 2025. Aanvankelijk was het de bedoeling om de herijking van de kernwaarden onderdeel te laten zijn van de kaderstelling Bestuur, Communicatie en Dienstverlening. In overleg met de raad is echter besloten om dit twee aparte en volgtijdelijke processen te laten zijn. 1.2 In 2024 ronden we besluitvorming af over de herijktekaderstellingen op alle zes de thema’s die we in Peel en Maas onderscheiden. De drie kernwaarden hebben ook dit keer weer een waardevolle bron van inspiratie gevormd voor deze kaderstellingen. De besluitvorming over de nog te herijken kaderstellingen – dat zijn de kaderstellingen voor de thema’s Integrale veiligheid en Bestuur, Communicatie en Dienstverlening – vindt plaats in 2025.

De toelichting voor wat betreft de kaderstelling Bestuur, Communicatie en Dienstverlening treft u bij uitvoeringsafspraak 1.1 aan. Ten aanzien van de kaderstelling Integrale Veiligheid hebben we het proces iets gerekt, zodat de nieuwe burgemeester als portefeuillehouder van dit thema nog zijn betrokkenheid kon hebben. 1.3 De herijkte kaderstellingen vertalen wij daar waar nodig of helpend door naar uitvoeringsbeleid voor alle begrotingsprogramma’s. Voor 2024 vindt een herijking van het uitvoeringsbeleid Openbare Ruimte plaats. Om een aantal actuele ontwikkelingen die betrekking hebben op de openbare ruimte - zoals de recentelijk vastgestelde kaderstelling Ruimte, de APV en de behoefte aan de actualisatie van deel beleid t.a.v. parkeren en klimaat en water - direct beleidsmatig een plek te kunnen geven, is de herijking van het uitvoeringsbeleid openbare ruimte verschoven naar 2025. 76

Aanvullend heeft het college bijvoorbeeld uitvoeringsbeleid vastgesteld voor het thema Opvoeden en Opgroeien. 1.4 Daar waar dit kan formuleren we ons beleid in de vorm van doelregels. Dit zijn regels die mogelijk maken in plaats van beperken. Hieraan geven we concreet invulling bij de implementatie van de Omgevingswet en het opstellen van verordeningen en beleidsregels voor het sociaal domein. Dit hebben we in 2024 bijvoorbeeld gedaan bij het opstellen van de verordeningen en beleidsregels voor het Sociaal Domein. 2. Wij zijn van meerwaarde als het gaat om het behouden en verder brengen van het goede leven.

2.1 Het concept van de meervoudige overheid is uitgangspunt in ons denken en doen. Hierop bevragen wij elkaar voortdurend en hierop laten wij ons bevragen door inwoners en ondernemers die met ons bijdragen aan goed leven in Peel en Maas. Een concreet voorbeeld van dit laatste vormen de ontmoetingen tussen vertegenwoordigers van gemeenschappen en raad, college en ambtelijke organisatie die jaarlijks plaatsvinden. Het concept van de meervoudige overheid staat centraal in de manier waarop wij tot (kaderstellend) beleid komen én in de wijze waarop wij dagelijks ons werk doen. Daarom besteden we in het leren en ontwikkelen van organisatie en bestuur aandacht aan meervoudigheid. Onze Peel en Maas Academie zorgt daarin voor een relevant en up to date aanbod. Het zijn van een meervoudige overheid en daaruit voortkomende vraagstukken heeft ook een belangrijke rol bij de ‘Samenspelbijeenkomsten’ (de jaarlijkse ontmoetingen tussen inwoners die bij dorpsoverleggen en anderszins betrokken zijn in gemeenschappen en vertegenwoordiging van raad, college en organisatie). De voor 2024 geplande samenspelbijeenkomst stond in het teken van ‘Zorgen voor samen leven’. Deze bijeenkomst kon niet doorgaan in 2024 en vond plaats in februari 2025.

2.2 Raad, college en organisatie stellen in hun handelen steeds het behouden en verder brengen van het goede leven voorop en reflecteren hierop op regelmatige basis. Via bijvoorbeeld de ‘Raad van de Toekomst’, de ‘Raad on Tour’ en het aanbod vanuit de Peel en Maas Academie voor medewerkers, geven we hier ook in 2024 vorm en inhoud aan. Naast reflectie in de praktijk wordt in de ambtelijke organisatie ook in intervisieverband en in trainingen gereflecteerd. Vanuit onze Peel en Maas academie zorgen we voor een passend leeraanbod. Ook de raad bezoekt via ‘de raad on tour’ – aanvullend aan wat individuele raadsleden of fracties al zelf doen - goede voorbeelden waarin inwoners, ondernemers en organisaties werken aan het goede leven en gaat aansluitend hierover met elkaar in gesprek. .2.3 We investeren doelgericht in netwerkontwikkeling. Daarbij steeds onze rol voor ogen houdende. We doen dit op de volgende manieren: - We werken samen met inwoners, ondernemers en organisaties die met ons werken aan het goede leven. Dit doen we in ieder geval op thema’s als opvoeden en opgroeien, integratie van nieuwkomers, duurzaamheid en het vitaal houden van het buitengebied; - We werken samen met overheden en andere instituties waarmee onze belangen overeenkomen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de gemeenten uit de Regio Noord-Limburg, 77

de P10-gemeenten en de gemeenten uit het Euregio-gebied waar wij onderdeel van uitmaken. We hebben op een aantal thema’s ondersteunend samengewerkt met inwoners, ondernemers en organisaties. Denk bijvoorbeeld aan de leefbaarheid van het buitengebied en zeker ook aan de verschillende dorpsoverleggen die een waardevolle bijdrage leveren aan de toekomstbestendigheid van de eigen gemeenschap. In 2024 hebben we zeker in de Regio Noord-Limburg en de P10 intensief met elkaar samengewerkt. Hier verwijzen wij graag naar de toelichting op uitvoeringsafspraak 3.1. Aan de Euregio leveren we onder andere met het DB-lidmaatschap van onze burgemeester een stevige bijdrage. 3. Het goede leven, ook buiten de grenzen van de gemeente Peel en Maas.

3.1 Ten aanzien van de Regio Noord-Limburg leveren we een zelfbewuste en stevige bijdrage. De regiovisie met het hierbij behorende programma is daarbij het uitgangspunt. In de Regio Noord-Limburg worden de verdere voorbereidingen getroffen voor een volgende Regio Deal. We maken als Peel en Maas onderdeel uit van de Regio NoordLimburg, de Euregio, de Provincie Limburg en Nederland. Als gemeente zijn we actief geweest in al deze netwerken. We doen daar inspiratie op en maken contact met partners met gelijke opgaven. Het meest actief zijn we dicht bij huis, namelijk de Regio. Daar is een 2e Regio Deal toegekend. Dit betekent een investering van € 20 miljoen voor de structuurversterking van Noord-Limburg. Met de andere gemeenten in Noord-Limburg zijn we in gesprek geweest om de regionale samenwerking zo effectief mogelijk te maken. In 2025 wordt dit verder uitgewerkt. In het kader van Elke Regio Telt! hebben sessies plaatsgevonden met ministeries om te komen tot een andere beleids- en investeringslogica van het Rijk. Waarbij meer aandacht is voor de regio’s in de periferie. Noord-Limburg is één van de pilotregio’s. Via de netwerken M50 en P10 vragen we aandacht bij het Rijk voor de specifieke opgaven van middelgrote gemeenten en plattelandsgemeenten. We hebben intensief contact met onze oosterburen. De burgemeester is toegetreden tot het bestuur van de Euregio.

4. Transparante en integere bestuurlijke besluitvorming.

4.1 De beleidscyclus en begrotingscyclus blijven in samenhang gericht op het stellen van heldere en realiseerbare doelen, een deugdelijke en reële financiële onderbouwing, concrete acties en controleerbare verantwoording. In 2024 zijn voor diverse programma’s de kaderstellingen herijkt. De programmadoelen uit deze kaderstellingen zijn één op één overgenomen in de begroting, gekoppeld aan uitvoeringsafspraken en voorzien van een financieel kader door middel van programmabudgetten. Daarmee zijn de beleidscyclus en de begrotingscyclus met elkaar verbonden. De verantwoording over de realisatie van de uitvoeringsafspraken vindt in elk geval plaats via de jaarstukken. 4.2 Wij zorgen ieder jaar voor een reële, transparante en sluitende begroting met een gezonde reservepositie en een overzichtelijk en sluitend meerjarenperspectief. Financiële meevallers wenden we in eerste instantie aan om onze reservepositie te versterken. In 2024 is de begroting voor 2025 opgesteld en vastgesteld. Die begroting laat een positief meerjarenperspectief zien met jaarlijks substantiële toevoegingen aan de algemene reserve. Van het 78

positieve jaarrekeningresultaat over 2023 is in 2024 het overgrote deel (€ 6.336.000) toegevoegd aan de algemene reserve. 4.3 Wij komen tot integere besluitvorming, waarbij de Gedragscode integriteit gemeenteraad Peel en Maas 2022 en het Integriteitsbeleid Ambtenaren Peel en Maas centraal staat. In 2024 herijken we het integriteitsbeleid van het college. In Peel en Maas zijn op integriteitsvlak de belangrijke fundamenten aanwezig en de integriteitsorganisatie is goed ingericht. In 2023 heeft er een actualisatie plaatsgevonden van het integriteitsbeleid, de regeling melden vermoeden misstanden, de gedragscode integriteit en het uitvoeringsbesluit eed/belofte. In Peel en Maas wordt ten opzichte van andere gemeenten veel aandacht besteed aan de interactie tussen medewerkers in het kader van integriteit o.a. door het in eigen beheer uitvoeren van een integriteitsspel en door hier aandacht aan te besteden tijdens teambijeenkomsten. Er zijn in 2024 geen integriteitsmeldingen geweest. Op 6 februari 2024 heeft de gemeenteraad de gedragscode voor burgemeester en wethouders vastgesteld. 5. De gemeentelijke dienstverlening is van uitstekende kwaliteit.

5.1 Wij passen het concept van een meervoudige overheid ook toe in al onze contactmomenten. In het concept van de meervoudige overheid is het zorgvuldig kiezen van één van de drie rollen die we daarin onderscheiden erg belangrijk. In onze dienstverlening kijken we daarom nadrukkelijk naar de rol die we als gemeente in dat betreffende geval hebben. Belangrijke vraag daarbij is of wij als gemeente leidend zijn of dat andere partijen of inwoners dat zijn. Door een passend aanbod vanuit onze Peel en Maas Academie zorgen we voor het leren en ontwikkelen van onze ambtelijke organisatie hierin. 5.2 We stemmen onze communicatie af op de doelgroep, waarbij we steeds op een begrijpelijke manier en in heldere taal communiceren. Daarbij wordt steeds voor ogen gehouden vanuit welke overheidsrol we onze boodschap brengen. Ook de inzet van middelen zoals brieven, telefonie of social media stemmen we af op de boodschap en de doelgroep. In 2024 stopt de gemeente met het publiceren van gemeenteberichten in een huisaan-huisblad en wordt ingezet op de versterking van andere communicatiekanalen, zoals de website, digitale nieuwsbrief, een online participatie- platform en de samenwerking met Omroep P&M. De gemeenteraad zet in op nieuwe kanalen om het raadsnieuws bij de inwoners onder de aandacht te brengen.

Bij dit alles wordt nadrukkelijk gekeken naar samenwerking met partners zoals de Bibliotheek Maas en Peel en de gemeenschapshuizen in de kernen. Communicatie die past bij onze rol als gemeente was ook in 2024 weer een belangrijk uitgangspunt. Door met interne en externe betrokkenen ‘het goede gesprek’ te voeren, komen we tot communicatie die aansluit bij hoe we ons als gemeente verhouden tot een initiatief of ontwikkeling. Ook communiceren in heldere taal kreeg weer de nodige aandacht, met schrijftrainingen, online academies en schrijfcoaches die actief zijn binnen de organisatie. Sinds eind 2023 publiceren we het gemeentenieuws in een digitale nieuwsbrief, op Tekst tv van Omroep P&M en met een papieren inkijkexemplaar in de bibliotheken en gemeenschapshuizen. Raadscommunicatie maakt daar onderdeel van uit. Dit gebeurt in een proces van continue doorontwikkeling, dat in 2025 verder zijn vervolg krijgt. De gemeentelijke website is in 2024 vernieuwd, waarbij aandacht 79

is besteed aan goede vindbaarheid van informatie, gebruiksgemak en digitale toegankelijkheid. 5.3 De dienstverlening blijft in ontwikkeling, waarbij steeds getoetst wordt aan de interne en externe ontwikkelingen en de behoefte van de klant. Het uitvoeringsplan wordt uitgevoerd en jaarlijks geactualiseerd. In 2024 onderzoeken we welke handvatten de uitgevoerde klanttevredenheidsonderzoeken ons bieden in de verdere doorontwikkeling van onze gemeentelijke dienstverlening. De klanttevredenheidsonderzoeken die we uitvoeren laten over het geheel genomen een positief beeld zien. We namen de raad tijdens een werkbijeenkomst in februari 2024 hier wat uitgebreider in mee. Om de ervaringen van onze klanten nog nauwkeuriger te meten hebben we in 2024 de eerste stappen gezet naar een digitaal platform dat ons op elk gewenst moment van de meest recente informatie voorziet over de ervaringen van onze klant. Dat geeft ons de mogelijkheid om direct bij te kunnen sturen in onze dienstverlening. 5.4 In het Huis van de Gemeente wordt met verschillende partners gewerkt aan een optimale dienstverlening voor inwoners, ondernemers en verenigingen. In ons Huis werken we samen met een aantal partners, zoals Bibliotheek Maas en Peel en welzijnsorganisatie Vorkmeer.

We werkten ook aan optimale dienstverlening op locaties waar inwoners, ondernemers en organisaties bij elkaar komen; de verdere ontwikkeling van HAL9 was noemenswaardig voor 2024.

• • • • •

Wat hebben we verder binnen dit programma gedaan? Basisregistratie Personen, Wet op de lijkbezorging, Burgerzaken en Burgerlijke stand; Digitalisering; Verkiezingen; Klantcontactcentrum; Wet open overheid.

Heeft het gekost wat het mocht kosten?

Baten Lasten Saldo

Realisatie begrotingsjaar 1.063.785 5.038.560 -3.974.776

Raming begrotingsjaar ná wijziging 971.316 4.869.132 -3.897.816

Raming begrotingsjaar vóór wijziging 971.316 4.820.974 -3.250.690

Het programma 6.1 laat over 2024 een negatieve afwijking van € 76.960 zien. De baten zijn € 92.469 hoger dan begroot en de lasten zijn € 169.428 hoger dan begroot, zodat per saldo een negatieve afwijking resteert. De afwijkingen kunnen (afgerond op € 1.000) als volgt worden verklaard: Lasten: • Hogere lasten Experiment tijdelijke verblijfsadressen -/- € 115.000 Bij het product Burgerzaken zijn meer kosten gemaakt omdat we bijdragen aan het experiment tijdelijke verblijfsadressen. De extra kosten betreffen (ingehuurde) personeelslasten om zoveel mogelijk verblijfsadressen van niet-ingezetenen te 80

registeren in de BRP. Tegenover deze extra lasten staat dezelfde hoeveelheid aan baten. • Hogere lasten bestuurlijke samenwerking -/- € 41.000 De totale kosten in het kader van bestuurlijke samenwerking bedragen € 288.000. Dat betreft vooral de bijdrage aan de VNG en voor de Gezamenlijke Gemeentelijke Uitvoering van o.a. informatiebeveiligingsdienst, gezamenlijke inkoop van ICT en telefonie, het Ketenbureau i-Sociaal Domein en het GGI-netwerk, een beveiligd landelijk datanetwerk voor gemeenten. Die bijdrage is in de ALV van VNG bepaald en dat is hoger dan in de Begroting 2024 is opgenomen. Daardoor ontstaat een overschrijding van € 41.000. • Overige lagere lasten, per saldo -/- € 13.000 Op de andere producten binnen programma 6.1 (enkel voor verkiezingen en burgerzaken) zijn per saldo € 13.000 hogere lasten gerealiseerd dan begroot Baten: • Lagere baten begraafplaatsen -/- € 23.000 We zien de trend dat er steeds minder graven verlengd worden en steeds minder nieuwe graven worden uitgegeven. Daarnaast zien we een stijging in het aantal opgravingen van overledenen die daarna alsnog gecremeerd worden, waarvoor enkel opgravingskosten betaald worden. • Hogere baten Experiment tijdelijke verblijfsadressen € 115.000 Bij het product Burgerzaken hebben we meer baten ontvangen doordat we een bijdrage hebben gekregen voor het Experiment tijdelijke verblijfsadressen.

Aan de lastenkant staan eenzelfde hoeveelheid aan lasten.

81

IV Paragrafen Indeling paragrafen In artikel 9 van het Besluit Begroting en Verantwoording is bepaald dat in de begroting en jaarstukken paragrafen moeten worden opgenomen. In die paragrafen moeten beleidslijnen worden vastgelegd met betrekking tot beheersmatige aspecten en de lokale heffingen. Het doel van die paragrafen is dat onderwerpen die versnipperd in de jaarstukken zijn opgenomen, worden gebundeld in een kort overzicht zodat de raad voldoende inzicht krijgt. De paragrafen geven daarmee een dwarsdoorsnede van de jaarstukken. Daarnaast dient de openbaarheidsparagraaf Wet open overheid (Woo) in de begroting en jaarrekening te worden opgenomen via een afzonderlijke paragraaf. De overige verplichte paragrafen zijn: A: Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing Deze paragraaf geeft aan hoe robuust de financiële positie van de gemeente is door het weerstandsvermogen te bepalen. Dit gebeurt door de weerstandscapaciteit af te zetten tegen de aanwezige risico’s. De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet-begrote kosten die onverwachts en substantieel zijn te dekken. B: Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen Met het onderhoud van kapitaalgoederen is een substantieel deel van de exploitatie gemoeid die in verschillende programma’s voorkomen.

Door deze kosten in één paragraaf samen te voegen ontstaat een helder en volledig overzicht in de financiële positie. C: Paragraaf financiering Deze paragraaf hangt samen met de wet Fido en is een instrument voor het transparant maken en daarmee voor het sturen, beheersen en controleren van de financieringsfunctie. D: Paragraaf bedrijfsvoering Deze paragraaf geeft inzicht in de stand van zaken en de beleidsvoornemens over de bedrijfsvoering. Bedrijfsvoering bestaat bijvoorbeeld uit: personeel, informatisering, automatisering, communicatie, organisatie, financieel beheer en facilitaire dienstverlening. E: Paragraaf verbonden partijen In deze paragraaf worden de partijen waarin de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft beschreven. F: Paragraaf grondbeleid Hier wordt de visie op het grondbeleid weergegeven in relatie tot de wijze waarop wordt geprobeerd de doelstellingen zoals opgenomen in het programmaplan te realiseren. G: Paragraaf lokale heffingen De lokale heffingen vormen een belangrijk onderdeel van de inkomsten van de gemeente en zijn daarom een integraal onderdeel van het gemeentelijk beleid. H: Demografische verschuivingen De toenemende vergrijzing van de bevolking en de krimp van de bevolking in bepaalde gebieden van Nederland zijn demografische feiten die gemeenten vaak voor nieuwe problemen plaatsen.

In de paragraaf demografische verschuivingen is aangegeven hoe gemeente Peel en Maas omgaat met de (op termijn) mogelijke daling van het aantal inwoners.

82

A

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

1. Inleiding Het weerstandsvermogen is het vermogen om onverwachte financiële risico’s op te vangen om onze taken voort te zetten. Het weerstandsvermogen geeft aan hoe sterk onze financiële positie is. Dit doen we door de weerstandscapaciteit af te zetten tegen de aanwezige risico’s. De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden die we beschikken om niet begrote kosten te dekken. Risico’s zijn alle feiten en gebeurtenissen die ons weerhouden om de doelstellingen te halen. Inzicht in de risico’s is belangrijk om de weerstandscapaciteit te bepalen. RISICO’S

WEERSTANDSCAPACITEIT

WEERSTANDSVERMOGEN Om te beoordelen in hoeverre het weerstandsvermogen maken we gebruik van de weerstandsratio. Weerstandscapaciteit ( = beschikbare weerstandscapaciteit) Weerstandsratio = Gekwantificeerde risico’s ( = benodigde weerstandscapaciteit) Er is een normtabel (ontwikkeld door Universiteit Twente) voor de waardering van de weerstandsratio. Weerstandsratio > 2,0 1,4 – 2,0 1,0 – 1,4 0,8 – 1,0 0,6 – 0,8 < 0,6

Waardering Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende

We streven als gemeente Peel en Maas naar een weerstandsratio die groter dan 1 moet zijn. Bij de eindconclusie van deze paragraaf staat de berekening voor 2023. Wanneer de weerstandscapaciteit te laag is stellen we een tijdsplan op om de weerstandcapaciteit weer te verhogen. In deze paragraaf worden de incidentele weerstandscapaciteit, structurele weerstandscapaciteit en de risico’s nader toegelicht. Verder zijn in deze paragraaf (financiële) kengetallen opgenomen over onder andere schuldquota en solvabiliteit.

83

2. Incidentele weerstandscapaciteit Incidentele weerstandscapaciteit vangt eenmalige tegenvallers op. Tot het incidentele weerstandscapaciteit horen de algemene reserve en de bestemmingsreserves die bedoeld zijn om specifieke risico’s op te vangen. Incidentele weerstandcapaciteit:

31-12-2024

Algemene reserve Algemene risicoreserve Reserve Sociaal domein

20.348.020 5.561.261 26.150

Totaal

25.935.431

De reserve risico’s grondexploitatie behoort ook tot de weerstandscapaciteit maar wordt apart beoordeeld in de paragraaf Grondbeleid (volgens de IFLO methode). De risico’s met betrekking tot grondexploitatie zijn ook in die paragraaf opgenomen. In die paragraaf is aangetoond dat de weerstandscapaciteit met betrekking tot grondexploitatie een stuk hoger ligt dan de gekwantificeerde risico’s. De post onvoorzien bedraagt in 2024 € 400.000 en rekenen we tot de incidentele weerstandscapaciteit. Daarmee komt de totale incidentele weerstandscapaciteit uit op € 26.335.431. Stille reserves Stille reserves zijn de meerwaarden van eigendommen (activa) die niet of tegen een te lage waarde gewaardeerd zijn maar direct verkoopbaar zijn indien dit wenselijk is. Het betreft vooral de waarde van gronden, onroerende goederen/zaken (niet noodzakelijk voor de bedrijfsvoering), deelnemingen opgenomen in de balans tegen nominale waarden en dergelijke. In veel gevallen is de werkelijke waarde niet of moeilijk te bepalen omdat hiervoor geen markt aanwezig is. Hoe groot de waarde is van de nog in bezit zijnde gronden (onder andere bossen en restpercelen), onroerende zaken en deelnemingen, is niet exact aan te geven maar moet blijken uit concrete verkoopbesluiten. 3.

Structurele weerstandscapaciteit De structurele weerstandscapaciteit is dat deel van de weerstandscapaciteit dat gebruikt kan worden om onverwachte tegenvallers structureel op te vangen. Tot de structurele weerstandscapaciteit rekenen we de onbenutte belastingcapaciteit en eventuele ruimte op de begroting. Onbenutte belastingcapaciteit We bepalen jaarlijks de belastingtarieven. Tussen onze tarieven en de tarieven die door het Rijk als redelijk worden geacht zit ruimte. Die ruimte is de onbenutte belastingcapaciteit. De onbenutte belastingcapaciteit wordt bepaald aan de hand van de norm die het Rijk hanteert voor het bepalen van de artikel 12-status. Jaarlijks wordt deze norm (redelijk peil) vastgesteld in de meicirculaire over de algemene uitkering. Deze norm bedraagt: 0,1595% (gecorrigeerd) van de WOZ-waarde. Voor de belastingen in Peel en Maas geldt: a. Onroerendzaakbelasting Om te monitoren hoe de lokale lasten zich ontwikkelen monitort de rijksoverheid de (stijging) van die lasten. Daartoe wordt de benchmark lokale lasten gebruikt waarin gemeenten door het COELO worden vergeleken op de lasten voor OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing. In de financiële kengetallen die in onderdeel 6 van deze paragraaf zijn opgenomen worden de lokale lasten van Peel en Maas vergeleken met de gemiddelde lasten (kengetal ‘belastingcapaciteit’).

Daaruit blijkt dat Peel en Maas onder het gemiddelde niveau van de Nederlandse gemeenten zit met de lokale lasten. b. Rioolrecht Met betrekking tot riolering werken we met een Gemeentelijk RioleringsPlan (GRP). Op basis van dat GRP worden de jaarlijkse tarieven voor rioolheffing bepaald zodat dit over de volledige looptijd kostendekkend is. In de afzonderlijke jaarschijven kan die kostendekkendheid afwijken maar over de gehele looptijd bezien is deze 100% kostendekkend. 84

c. Afvalstoffenheffing Hierbij is het uitgangspunt maximaal 100% kostendekkendheid en de vervuiler betaalt. d. Leges Bij de leges geldt een maximale kostendekkendheid van 100%. Een hogere opbrengst is niet toegestaan. In de paragraaf lokale heffingen is de mate van kostendekkendheid van de verschillende soorten leges opgenomen. e. Verblijfsbelasting De opbrengst van de verblijfsbelasting is een algemeen dekkingsmiddel. De onbenutte belastingcapaciteit op verblijfsbelasting wordt bepaald door de gemeenteraad omdat de tarieven ook door de gemeenteraad worden vastgesteld. Vanuit het Rijk zijn geen kaders voor de tarieven verblijfsbelasting. f. Nieuwe belastingen De gemeente Peel en Maas kan nog overgaan tot invoering van bepaalde nieuwe belastingen, zoals hondenbelasting, precariorechten en dergelijke. De onbenutte belastingcapaciteit voor deze mogelijke nieuwe belastingen worden bepaald door de gemeenteraad. Ruimte in de begroting De ruimte in de gemeentelijke begroting is de laatste jaren sterk ingeperkt door onder andere de kosten van het sociaal domein in vergelijking met de rijksmiddelen die daarvoor worden ontvangen. Dat blijft ook komende jaren een punt van aandacht. De positieve begrotingssaldi behoren ook tot de structurele weerstandscapaciteit. 4.

Risico’s 4.1 Risicomanagement bij gemeente Peel en Maas Risicomanagement staat in het wettelijk kader van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (de BBV). De uitgangspunten voor het risicomanagement van gemeente Peel en Maas zijn: • risicomanagement voegt waarde toe en draagt bij aan de verbetering van de organisatie; • risicomanagement is een integraal onderdeel van de organisatieprocessen en een basis voor keuzes; • risicomanagement maakt deel uit van de besluitvorming; • zowel interne als externe transparantie rondom risico’s wordt nagestreefd, om te zorgen voor meer vertrouwen bij de burgers en de bestuurders/medewerkers van de organisatie. De Nota risicomanagement besteedt aandacht aan de taken en verantwoordelijkheden van de verschillende actoren in de organisatie op het gebied van risicomanagement. Om te zorgen voor implementatie en monitoring van het risicomanagementbeleid is het kernteam risicomanagement ingesteld. De structurele verankering van het risicomanagement is een meerjarig proces. Hierbij is steeds aandacht voor de in de nota opgenomen uitgangspunten/doelstellingen. 4.2 De belangrijkste risico’s Risico’s ontstaan door: 1. eigen beleid; 2. beleid van een hogere overheid; 3. samenwerking met andere gemeenten of instanties; 4. het doen/nalaten van derden; 5. niet te beïnvloeden (autonome) ontwikkelingen; 6. bedrijfsvoering.

We kunnen deze als volgt toelichten:

85

4.2.1. Risico's voortvloeiende uit het eigen beleid Het ontwikkelen en uitvoeren van (eigen) beleid van de gemeente betekent ook dat er risico’s ontstaan op diverse gebieden. De belangrijkste risico’s zijn: - Grondexploitatie en projecten Aan investeringsprojecten en grondexploitatie wordt jaarlijks kosten van personeel doorbelast. Afname of toename van de bouwactiviteiten en investeringen alsmede uitstel van de uitvoering van projecten heeft dus directe consequenties voor de exploitatiebegroting. Dit wordt gemonitord en indien nodig vindt bijstelling plaats. De risico’s m.b.t. grondexploitatie worden specifiek afgedekt via de risicoreserve grondexploitatie en de verliesvoorzieningen voor specifieke grondexploitatieprojecten. - Open eind regelingen Sociaal domein In het sociaal domein bestaan de meeste open-einde regelingen die in financiële zin een belangrijk risico vormen. Meer specifiek gaat het hierbij om de volgende onderdelen: ➢ Jeugdzorg, Wmo en participatie; De door het Rijk gedecentraliseerde taken op het gebied van jeugdzorg en WMObegeleiding betreffen grotendeels open-einde regelingen. De rijksbudgetten die samen met de taken naar de gemeenten zijn overgeheveld zijn onvoldoende om alle uitgaven te dekken wat de risico’s nog groter maakt.

Sinds de invoering in 2015 kende het sociaal domein in Peel en Maas tot 2022 jaarlijks relatief geringe tekorten (kleiner dan 5% van het budget). Vanaf 2022 zijn de uitgaven in het sociaal domein binnen de begroting gebleven. Er zijn diverse beheersmaatregelen getroffen zoals nauwe samenwerking met huisartsen over verwijzingen, zelf hulp verlenen door gezinscoaches, voorliggende voorzieningen zoals dorpsontmoetingen faciliteren waarmee we de uitgaven in de hand proberen te houden. Het feit blijft echter wel, dat het gaat om open einde regelingen waarbij een enkele casus grote financiële impact kan hebben. De kostenontwikkeling bij de aanbieders in het sociaal domein (m.n. personeelskosten) maakt ook dat de tarieven onder druk komen te staan. In regionaal verband kopen we de meest intensieve (en dure) vormen van jeugdhulp gezamenlijk in en worden de kosten via een vaste verdeelsleutel verdeeld. ➢ Uitkeringen participatiewet – Werk en Inkomen Voor Werk en inkomen geldt dat een overschot van de Rijksuitkering (BUIG) vrij besteedbaar is. Aan de andere kant komt een tekort (rijksmiddelen zijn lager dan uitgaven) voor eigen rekening. Indien er een tekort van meer dan 7,5% ontstaat kan, onder bepaalde voorwaarden, een beroep worden gedaan op een vangnetuitkering.

Daarvoor moeten in het jaar zelf aantoonbaar maatregelen getroffen worden om het tekort te verminderen en daarover moet ook met de gemeenteraad zijn gecommuniceerd. - Garantstellingen In het treasurystatuut is de mogelijkheid opgenomen dat gemeente Peel en Maas zich garant stelt voor leningen aan derden. Als dat gaat om garantstellingen voor verenigingen en stichtingen wordt in samenwerking met de desbetreffende bank al kritisch bekeken of de vereniging/instelling in de toekomst aan de rente en aflossingsverplichtingen kan voldoen. In indirecte zin staat de gemeente ook garant als ‘achtervang’. Dat betreft specifiek de volgende situaties: Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) De gemeente staat via de WSW garant voor de geldleningen van de woningcorporaties Antares en Wonen Limburg. Als ‘achtervanger’ is de gemeente verplicht om renteloze leningen te verstrekken aan het waarborgfonds als dit in liquiditeitsproblemen komt door een te laag fondsvermogen. Gelet op de omvang van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) wordt dit risico als zeer laag ingeschat. Waarborgfonds Eigen Woningbouw (WEW) De gemeente fungeert als achtervang bij Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW). Het WEW biedt via de Nationale Hypotheek Garantie (NHG) aan de geldgevers zekerheid voor het geval de hypotheekgever niet aan zijn financiële verplichtingen voldoet.

Geldgevers kunnen het WEW aanspreken voor de restschuld bij gedwongen verkoop van de particuliere woningen. De achtervangfunctie van de gemeente geldt alleen voor hypotheken die tot 1 januari 2011 zijn afgesloten, daarna is sprake van 100% achtervang van het Rijk. Hierdoor neemt de achtervangpositie jaarlijks verder af. Gelet op de omvang van het WEW wordt het (financieel) risico als zeer laag ingeschat. 86

4.2.2. Risico's voortvloeiende uit het beleid van hogere overheid De rijksoverheid, Europese unie en/of de provincie kunnen regelgeving aanpassen of wetten invoeren die voor gemeenten grote impact hebben. De gevolgen voor gemeenten kunnen financieel van aard zijn maar uiteraard ook organisatorisch grote invloed hebben. Gemeente Peel en Maas onderkent de volgende specifieke risico’s m.b.t. het beleid van hogere overheden: - Algemene uitkering uit het gemeentefonds Voor de verdeling van de algemene uitkering worden een aantal maatstaven gebruikt (zoals inwoneraantallen, aantal uitkeringsgerechtigden, aantal woningen etc.). Om de algemene uitkering te bepalen wordt een inschatting gemaakt van het verloop van de maatstaven. In werkelijkheid kunnen die maatstaven afwijken van de inschattingen. De omvang van het gemeentefonds is gekoppeld aan de ontwikkeling van het Bruto Binnenlands Product (BBP) waardoor minder grote schommelingen zullen ontstaan. Voorheen was de omvang van het gemeentefonds gekoppeld aan het niveau van de rijksuitgaven en was het verloop veel grilliger. In de jaren tot en met 2028 zou het gemeentefonds op die basis hoger zijn dan de BBP-systematiek en heeft het Rijk in die jaren compensatie toegezegd. Hoe de ontwikkelingen na 2028 zijn is nog onduidelijk. - Rijksmiddelen en –beleid m.b.t.

Jeugdzorg, Wmo begeleiding en participatie De rijksmiddelen voor het sociaal domein worden verdeeld op basis van objectieve modellen waardoor op termijn de inkomsten en uitgaven (meer) in evenwicht moeten komen en gemeenten meer zekerheid krijgen over de verwachte inkomsten. Er is extra compensatie toegekend om de tekorten bij de jeugdzorg af te dekken. Die extra middelen zijn vooralsnog tijdelijk en het rijk zet in op aanvullende maatregelen om de kosten te beperken (hervormingsagenda Jeugd, afschaffen abonnementstarief Wmo e.d.). In hoeverre die maatregelen ook daadwerkelijk effectief zijn is nog maar de vraag. Veel van de nu aangekondigde maatregelen uit de hervormingsagenda worden immers al lokaal of regionaal toegepast in Peel en Maas. - Vennootschapsbelastingplicht Gemeente Peel en Maas is met ingang van 2016 belastingplichtig voor de Vennootschapsbelasting voor zover zij een onderneming in fiscale zin drijft. Op basis van de ingenomen standpunten, die met de Belastingdienst zijn besproken, worden de aangiften opgesteld. - Dwingende uitspraken m.b.t. PAS (Programma Aanpak Stikstof) De Raad van State heeft uitspraak gedaan over het PAS. Vooraf toestemming geven voor activiteiten die schadelijk kunnen zijn voor beschermde natuurgebieden mag niet meer.

Daardoor is het verlenen van vergunningen voor activiteiten, in de buurt van Natura2000 gebieden, waar stikstof bij vrijkomt lastiger. Dit kan ook voor ons gevolgen hebben omdat investeringen uitgesteld worden en opbrengsten voor bouwleges en vergunningverlening teruglopen. Mogelijk leidt dit ook tot stagnerende woningbouw wat ook consequenties kan hebben voor bijvoorbeeld de huisvesting van statushouders. 4.2.3 Risico's voortvloeiende uit de samenwerking met andere gemeenten en instanties Samenwerking met andere partijen betekent dat er ook een risico ontstaat wanneer er bij de betreffende partners bijv. financiële of organisatorische problemen ontstaan. Bij gemeente Peel en Maas geldt dat in het bijzonder bij de volgende situaties: - Gemeenschappelijke regelingen (GR) De gemeente kan worden geconfronteerd met financiële tegenvallers van gemeenschappelijke regelingen. Op basis van de regelingen en de bestaande financiële situatie van de GR kunnen deelnemende gemeenten moeten bijdragen om zo’n verlies / tekort af te dekken. Concrete voorbeelden van de risico’s bij gemeenschappelijke regelingen zijn Veiligheidsregio/GGD, RUD en NLW. - Samenwerkingsovereenkomsten Op meerdere terreinen worden de taken van de gemeente uitgevoerd in samenwerking met anderen.

Zo wordt er samengewerkt met de gemeenten in de regio op het gebied van belastingen, brandweer, vergunning toezicht en handhaving. Ook op het gebied van het sociaal domein doen we een aantal zaken samen met gemeenten in Noord en Midden Limburg. 87

- Lokale vrijheid versus regionale en landelijke afspraken Er worden meer taken in regionaal verband uitgevoerd en dat gaat vaak ten koste van de lokale vrijheid om zaken op een ‘Peel en Maas-manier’ op te lossen. Hierin moet een balans gevonden tussen de lokale vrijheid en de efficiency van regionale uniformering. Ook landelijke regelgeving is met enige regelmaat strijdig met de lokale uitgangspunten van Peel en Maas (zoals bijv. BTW-problematiek Zorgcoöperatie, BOSA-subsidies bij sportaccommodaties). De vraag daarbij is of we de lokale uitgangspunten gaan aanpassen of inzetten op aanpassing van de landelijke en regionale afspraken. 4.2.4. Risico's voortvloeiende uit het doen/ nalaten van derden Gemeente Peel en Maas heeft tal van overeenkomsten afgesloten met derden. Wanneer deze partijen hun verplichtingen niet nakomen ontstaan en voor de gemeente mogelijk financiële gevolgen. 4.2.5. Risico's voortvloeiende uit voor de gemeente niet te beïnvloeden ontwikkelingen Op veel zaken die gebeuren kan de gemeente geen of nauwelijks invloed uitoefenen. Dat zijn meestal autonome ontwikkelingen. De belangrijkste risico’s zijn: - ontwikkelingen grondexploitatie; - renteontwikkeling; - belastingen en heffingen; - ontwikkelingen in andere bedrijfstakken. Het effect van de loon- en prijsinflatie was de afgelopen periode erg groot. Door externe oorzaken stegen tarieven voor o.a.

energie veel sneller dan was geraamd. Naast de reguliere indexering op productniveau nemen we in de begroting een algemene stelpost op om knelpunten als gevolg van inflatie in de exploitatie gericht te kunnen compenseren. 4.2.6. Risico's voortvloeiende uit bedrijfsvoering Binnen de eigen organisatie van gemeente Peel en Maas ontstaan ook risico’s in het dagelijkse werk dat wordt verzet. Een specifiek risico m.b.t. de bedrijfsvoering is het gebrek aan (goed gekwalificeerd) personeel Zowel binnen de gemeentelijke organisatie als bij externe partijen is merkbaar dat het steeds vaker lastig is vacatures in te vullen met goed gekwalificeerd personeel. Dat kan de uitvoering van werkzaamheden en daarmee het bereiken van diverse uitvoeringsafspraken belemmeren. Bovendien verhoogt daardoor werkdruk op de huidige medewerkers waardoor risico op uitval groter wordt. Een beheersmaatregel daarvoor is de inzet van AI om (administratieve) werkzaamheden meer geautomatiseerd te laten uitvoeren. Daardoor ontstaat voor medewerkers ruimte die gebruikt kan worden om de meer complexe (maatwerk)taken uit te voeren. Een aandachtspunt bij het gebruik van AI is de balans tussen de ‘menselijke maat’ en de effectiviteit van uniforme werkwijzen. Verder is de vraag op welke manier we AI in de organisatie gaan inzetten en de risico’s die daar aan vast hangen.

88

5. Eindconclusie Zoals beschreven in de Nota risicomanagement inventariseren we periodiek de aanwezige risico’s. De risico’s worden getoetst, gekwantificeerd en waar nodig worden beheersmaatregelen ingezet. Die periodieke inventarisatie leidt zowel tot specifieke risicodossiers als tot actualisatie van de algemenere risico’s die in de voorgaande paragrafen zijn beschreven. In de onderstaande tabel is aangegeven op welke wijze de belangrijkste risico’s zoals die in deze paragraaf zijn opgenomen zijn gekwantificeerd en via welke reserve deze al direct worden afgedekt. Risico's ALGEMENE RISICO'S Risico's beleid hogere overheid en derden Algemene uitkering Sociaal domein Risico's autonome ontwikkelingen en bedrijfsvoering Exploitatie algemeen SPECIFIEKE RISICO'S Specifieke risicodossiers

Dekking

1.200.000 360.000

Algemene risicoreserve

1.600.000

Algemene risicoreserve

2.285.000

Algemene risicoreserve

Algemene risicoreserve

5.445.000 Naast de specifiek benoemde reserves zijn er ook nog andere reserves die tot de weerstandscapaciteit behoren (zoals opgenomen in onderdeel 2 van deze paragraaf) en is de totale incidentele weerstandscapaciteit: € 26.335.431 De weerstandratio van gemeente Peel en Maas bedraagt: 26.335.431 (Weerstandscapaciteit) Weerstandsratio =

= 4,84 5.445.000 (Gekwantificeerde risico’s)

Daarmee valt het weerstandsvermogen van Peel en Maas in de categorie uitstekend (weerstandsratio van 2,0 en groter) en voldoet aan de gestelde norm >1.

89

6. Financiële kengetallen In de begroting en jaarstukken worden financiële kengetallen opgenomen die iets zeggen over de financiële situatie van de gemeente. De waarde van deze kengetallen kenmerkt zich vooral door het inzicht in het verloop gedurende een langere periode van werkelijke realisatiecijfers. Over 2019 t/m 2022 zijn de kengetallen op basis van de werkelijke realisatie opgesteld. De opgenomen kengetallen zijn: 1. Netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Omdat bij leningen er onzekerheid kan bestaan of ze allemaal terug worden betaald wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal te berekenen, zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden. Op die manier wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en ook wat dat betekend voor de schuldenlast. De wijze waarop de netto schuldquote gecorrigeerd voor de doorgeleende gelden wordt berekend is gelijk aan de netto schuldquote, met dien verstande dat bij de financiële activa ook alle verstrekte leningen worden opgenomen (zie artikel 36, onderdelen b en c, van het BBV). 2.

De solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale balanstotaal. Het eigen vermogen van een gemeente bestaat volgens artikel 42 van het BBV uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. 3. Grondexploitatie Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. Voor de berekening van dit kengetal worden de niet in exploitatie genomen gronden en de bouwgrond in exploitatie bij elkaar opgeteld en gedeeld door de totale baten uit de programmabegroting of jaarstukken (ingevolge artikel 17, onderdeel c, van het BBV) en uitgedrukt in een percentage. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. De accountant moet ieder jaar beoordelen of de gronden tegen een actuele waarde op de balans zijn opgenomen. 4.

Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt nu het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten (zie artikel 17, onderdeel c, van het BBV) en uitgedrukt in een percentage. 5. Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeenten zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. De uitkomst van de berekening van dit kengetal is voor het jaarverslag hetzelfde als bij de begroting. Het kengetal hoeft dus voor het opnemen in het jaarverslag niet opnieuw te worden berekend. Het toch opnieuw opnemen houdt verband met het feit dat de kengetallen gezamenlijk en in samenhang bezien inzicht geven in de financiële positie van de gemeente.

De definitie van het kengetal belastingcapaciteit is: Woonlasten meerpersoonshuishouden in jaar t (het begrotingsjaar) ten opzichte van het landelijk gemiddelde in jaar t-1 (het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar) uitgedrukt in een percentage. De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen, wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten.

90

Normering financiële kengetallen Voor de beoordeling van de financiële positie van gemeenten is het belangrijk dat zowel naar de balans als naar de exploitatie wordt gekeken. De kengetallen netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, solvabiliteitsratio en grondexploitatie hebben betrekking op de balans. De kengetallen structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit brengen tot uitdrukking of een gemeente over voldoende structurele baten beschikt en welke mogelijkheid de gemeente heeft om de structurele baten op korte termijn te vergroten. Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven. De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen en geeft daarmee inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten.

De relevantie van het kengetal structurele exploitatieruimte is om te weten welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de gemeenten wordt de belastingcapaciteit gerelateerd aan de hoogte van de gemiddelde woonlasten (OZB, rioolheffing en reinigingsheffing). Naast de OZB wordt ook gekeken naar de riool- en afvalstoffenheffing omdat de heffing niet kostendekkend hoeft te zijn, maar ook lager mag worden vastgesteld (er is dan sprake van belastingcapaciteit die niet benut wordt). Om een beeld te geven hoe de financiële positie van gemeenten zich ontwikkelt, zijn de gemeenten per kengetallen onderverdeeld naar 3 categorieën. In het algemeen is categorie A minder risicovol dan categorie B en B weer minder risicovol dan C. De onderstaande normering van de kengetallen is opgesteld door het ministerie van BZK en wordt landelijk gebruikt: CATEGORIE A

1a

Netto schuld quote

< 90%

CATEGORIE B Gemiddeld risicovol 90% - 130%

1b

Netto schuld quote excl. leningen

< 90%

90% - 130%

> 130%

2

Solvabiliteitsratio

>50%

20% - 50%

< 20%

3

Grondexploitatie

<20%

20% - 35%

> 35%

4

Structurele exploitatieruimte

>0%

0

<0%

5

Belastingcapaciteit

<95%

95% - 105%

>105%

NORMEN

Minst risicovol

CATEGORIE C Meest risicovol > 130%

Kengetallen Peel en Maas 2021 – 2024 De berekeningen van de kengetallen voor gemeente Peel en Maas leidt tot de volgende uitkomsten waarbij al is aangegeven in welke risicocategorie deze vallen. 2021

2022

2023

2024

2024

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Begroot

Realisatie

Netto schuld quote

94%

73%

71%

70%

72%

Netto schuld quote excl. leningen

83%

65%

63%

63%

64%

Solvabiliteitsratio

26%

31%

32%

29%

33%

Grondexploitatie

2%

2%

1%

2%

0%

Structurele exploitatieruimte

1% 96%

4% 91%

6% 80%

2% 82%

6% 78%

Belastingcapaciteit

De uitkomsten laten zien dat Peel en Maas voor 2024 alleen scores heeft in categorie A (minst risicovol) en B (gemiddeld risicovol) zit en nergens boven de normen uitkomt voor de meest risicovolle categorie (C). 91

B

Kapitaalgoederen

Algemeen Door middel van de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen krijgt de raad inzicht in de stand van zaken voor het onderhoud van de kapitaalgoederen en daardoor de mogelijkheid om richting te geven aan onderhoud van de infrastructuur (wegen, water, riolering, civiele kunstwerken), voorzieningen (groen, verlichting, sportfaciliteiten) en gebouwen. Onderhoud kapitaalgoederen openbare ruimte Op 14 april 2024 heeft de Raad de herijkte Kaderstelling Ruimte vastgesteld. Op dit moment wordt het Uitvoeringsplan Openbare Ruimte geactualiseerd (vaststelling 2e kwartaal 2025). Dit uitvoeringsplan zet de basisinformatie ter onderbouwing van de paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen van gemeente Peel en Maas op een rij. Het zijn gegevens zoals het areaal, de hoeveelheid te onderhouden openbare ruimte, de huidige kwaliteit daarvan, beschikbare middelen en berekende onderhoudskosten. In deze samenvatting gaat het vooral om de financiële consequenties. Er wordt ingegaan op zowel het technisch onderhoud als de verzorging en reiniging van de openbare ruimte. Beheer en onderhoud van de openbare ruime richt zich op het veilig en functioneel houden van de openbare ruimte en het gedurende lange termijn in stand houden. Om dit te bereiken worden maatregelen uitgevoerd, die zijn te splitsen in dagelijks en groot onderhoud en vervangingen (aan het eind van de levensduur).

Riolering In het Uitvoeringsplan Openbare Ruimte is riolering niet opgenomen. Riolering is nodig voor de bescherming van de volksgezondheid, het milieu en het tegengaan van wateroverlast. De raad heeft op 12 oktober 2021 het Waterketenplan Noord 2021-2025 en Gemeentelijk RioleringsPlan Peel en Maas 2022-2026 vastgesteld. In dit wettelijk verplichte Gemeentelijk RioleringsPlan (GRP) beschrijven we hoe we werken in de (afval)waterketen. Daarmee geven we aan hoe wij als gemeente omgaan met de wettelijke zorgplichten voor stedelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater en grondwatermaatregelen. We geven hiermee ook richting aan de invulling van onze zorgplicht voor het veiligstellen van de drinkwatervoorziening. Ook gaan we in op de nieuwe ontwikkelingen die onze zorgplichten raken; klimaatverandering en de invoering van de Omgevingswet zijn van invloed op onze werkzaamheden. We werken samen binnen het Waterpanel Noord. De betrokken partners in de waterketen zijn de gemeenten van Waterpanel Noord, Waterschap Limburg (WL), Waterschapsbedrijf Limburg (WBL) en Waterleidingmaatschappij Limburg (WML). Samen vertegenwoordigen we alle schakels die nodig zijn om water te winnen en uiteindelijk na gebruik weer te lozen. De totale vervangingswaarde van ons rioolstelsel bedraagt bijna 250 miljoen euro.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=634831b2-2836-4ac0-b7d2-13291a691251