CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-048 03 Jaarstukken 2024

Raad 24 juni 2025, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Jaarstukken 2024 (2025-048)38.772 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

Om ons stelsel ook in de toekomst goed te laten functioneren zijn voor de komende 80 jaar de verwachte uitgaven berekend. De bedragen voor vervangen en/of renovatie zijn opgenomen in de investeringen, net als die voor verbeter- en grondwatermaatregelen. Samen met de investeringen in het verleden bedragen de kapitaallasten gedurende de planperiode van dit GRP jaarlijks ongeveer € 2 miljoen. In de jaarlijkse exploitatiebegroting zijn de kosten voor regulier onderhoud riolering opgenomen (het dagelijks beheer). Een voorziening groot onderhoud is er niet, onderhoud zit in de exploitatielasten. Er is wel een voorziening voor vervanging van riolen, persleidingen en (onderdelen van) gemalen en drukriolering. Daarbij lopen de kapitaallasten uit het verleden af wat ook zorgt voor een wisseling in jaarlijkse kosten. De voorziening functioneert dus als een voorziening voor tariefegalisatie, een artikel 44 lid 2 voorziening zoals in het GRP staat aangegeven. Daarnaast beschikt de gemeente over een bestemmingsreserve riolering (BBV-artikel 43 lid 1b), deze bevat gelden die het resultaat zijn van gerealiseerde efficiencyvoordelen of aanbestedingsresultaten. Het GRP gaat uit van kostendekkendheid in 80 jaar. Het product riolering is kostendekkend.

Kaderstelling Ruimte Het onderhoud van de kapitaalgoederen openbare ruimte maakt in de begroting deel uit van Thema 1 Ruimte van het programma 1.2 Beheer fysieke leefomgeving. De Kaderstelling Ruimte is op 14 april 2024 door de raad vastgesteld. In de kaderstelling wordt kort de missie beschreven hoe de kwaliteit van de openbare ruimte bij kan dragen aan het ‘goede leven’ in Peel en Maas. 92

Vervolgens zijn programmadoelen en kaderstellende uitgangspunten geformuleerd. Jaarlijks worden daar in de begroting uitvoeringsafspraken over gemaakt 2024 Onderstaand is aangegeven welke onderhoudsuitgaven ten laste van de respectievelijke onderhoudsvoorzieningen zijn gebracht: Categorie

Uitgaven 2024 t.l.v. voorzieningen

Uitgaven betreffen onder andere

Openbare verlichting

0

Groot onderhoud speeltoestellen

0

Onderhoud wegen

0

Parkbos en kasteelterrein D’Erp Baarlo

0

Riolering

-/- 82.663

Deze voorziening is opgeheven. Het budget voor planmatige en reguliere vervanging is opgenomen onder het product Openbare verlichting Deze voorziening is opgeheven. Op de investeringenlijst is jaarlijks € 150.000 opgenomen, dit is het gemiddeld benodigde bedrag voor vervanging. Deze voorziening is opgeheven. Mutaties onderhoud wegen verlopen via het product wegen Er 2024 zijn geen kosten ten laste van deze voorziening gebracht De stand van de voorziening per 31-12-2024 sluit aan bij de stand van het GRP 2022-2027

De saldi en het verloop van de onderhoudsvoorzieningen in 2023 kunnen als volgt worden weergegeven: Omschrijving

stand

Voorziening parkbos en kasteelterrein D'Erp Baarlo Voorziening riolering

mutaties

1-1-2024 99.810 14.145.299

dotaties onttrekkingen 16.583 0 82.663

14.245.109

16.583

vrijval tgv resultaat

82.663

stand 31-12-2024 116.393 14.062.636

0

14.179.029

Middelen en kosten opgenomen in de exploitatie In onderstaande tabel is de vergelijking weergegeven tussen de benodigde en beschikbare middelen in de exploitatie begroting 2024 en de werkelijke kosten. Deze bedragen zijn inclusief VAT (kosten voor Voorbereiding, Administratie en Toezicht van het beheer en onderhoud) en exclusief kapitaallasten. In 2024 zijn alle onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd zoals voorzien.

Wijk, natuur en landschap Openbare verlichting Verharding Civiele kunstwerken Gladheidsbestrijding Riolering TOTAAL

begroot werkelijk verschil 2024 2024 3.640.218 3.590.957 49.261 929.956 779.345 150.611 2.669.590 2.646.587 23.003 88.432 60.535 27.897 74.326 131.883 -57.557 1.977.072 2.155.196 -178.124 9.379.594 9.364.502 15.092

Meerjarig verloop voorzieningen 2024-2028 Omschrijving Voorziening parkbos en kasteelterrein D'Erp Baarlo Voorziening riolering

stand 31-12-2024 116.393 14.062.636 14.179.029

stand 31-12-2025 93.569 13.686.600 13.780.169

stand 31-12-2026 101.949 13.598.197 13.700.146

stand 31-12-2027 19.165 13.814.136 13.833.301

stand 31-12-2028 35.748 14.046.768 14.082.516

93

Voorziening openbare verlichting Met ingang van 1-1-2024 is het onderhoudscontract met de aannemer van openbare verlichting met 2 jaar verlengd. Het budget voor planmatige duurzame vervanging en reguliere vervanging is opgenomen in de jaarlijkse begroting onder het product openbare verlichting. Er wordt geen gebruik meer gemaakt van een voorziening. Voorziening wegen Gemeente Peel en Maas maakte gebruik van een voorziening wegen. In 2022 bedroeg de storting € 1.080.000 en vanaf 2023 € 1.180.000. Het doel van deze voorziening was egalisatie van kosten voor onderhoud wegen over de jaren heen. Omdat wij jaarlijks de voorziening helemaal leeg maakten voldeed deze niet aan de voorschriften. Daarom is, in samenspraak met onze accountant Deloitte, een stelselwijziging gedaan: vanaf 2022 worden de begrote kosten niet meer toegevoegd aan de voorziening maar aan de jaarlijkse uitgaven op het product wegen. Voorziening speeltoestellen Volgens het Uitvoeringsplan Openbare Ruimte worden speeltoestellen die technisch zijn afgeschreven, vervangen. We geven hiermee invulling aan de behoeften van ouders en kinderen om het buitenspelen en bewegen te bevorderen. Door planmatige vervanging houden we het totaal aan speelvoorzieningen op niveau en voldoen we aan de strenge veiligheidseisen. Er wordt geen gebruik meer gemaakt van een voorziening.

Op de investeringenlijst wordt jaarlijks € 150.000 opgenomen, dit is het gemiddeld benodigde bedrag voor vervanging. Voorzieningen gemeentelijke accommodaties 2024 Eens in de vier jaar worden de onderhoudsplannen geactualiseerd. De ingangsdatum van de huidige meerjarenonderhoudsplannen (MJOP’s) is het jaar 2023. Voor de berekening van de stortingen in de voorzieningen wordt uitgegaan van een looptijd van 20 jaren; dus tot en met het jaar 2042. De MJOP’s zijn gespecificeerd per object en hierin zijn alle geplande onderhoudswerkzaamheden opgenomen. Het onderhoud van de gemeentelijke accommodaties is erop gericht om een bepaalde functionaliteit in stand te houden. Uitgangspunt is de accommodaties zo effectief mogelijk in een dusdanige staat van onderhoud te houden dat er sprake is van een veilige, gezonde en bruikbare accommodatie, met daarbij als uitgangspunt het voorkomen van achterstallig onderhoud en calamiteiten en het behouden van een acceptabele visuele staat. In sommige gevallen is een hoger onderhoudsniveau gewenst en in andere gevallen is een wat lager onderhoudsniveau acceptabel. De kwaliteitsniveaus zijn gebaseerd op de NEN 2767 methodiek.

De uitwerking daarvan gaat uit van zes verschillende kwaliteitsniveaus: • Niveau 1: uitstekend, nieuwbouwkwaliteit en/of met nieuwbouw vergelijkbare kwaliteit; • Niveau 2: goed, nieuwbouwkwaliteit met de eerste tekenen van feitelijke veroudering; • Niveau 3: redelijk, het natuurlijke verouderingsproces is duidelijk op gang gekomen; • Niveau 4: matig, het verouderingsproces heeft het bouwdeel of de accommodatie duidelijk in zijn greep; • Niveau 5: slecht, het verouderingsproces is min of meer onomkeerbaar geworden c.q. heeft het bouwdeel/de accommodatie zeer duidelijk in zijn greep; • Niveau 6: zeer slecht, een zodanig slechte toestand dat dit niet meer te classificeren is onder niveau 5. In de praktijk gaan wij uit van een viertal kwaliteitsniveaus. Het gekozen niveau is afhankelijk van de accommodatie zelf en de toekomstsituatie van de accommodatie. • Kwaliteitsniveau 2: hiermee is bewust gekozen deze bijzondere gebouwen in een goede staat te houden met mogelijk wel wat zichtbare veroudering; bijvoorbeeld het Huis van de Gemeente en DOK6;

94

• • •

Kwaliteitsniveau 3: het merendeel van de gemeentelijke accommodaties wordt op dit niveau onderhouden. Dit is een gangbare en meest efficiënte onderhoudsbenadering voor bestaande accommodaties; Kwaliteitsniveau 4: het gaat hier om accommodaties die potentieel afgestoten kunnen worden. We zijn hier terughoudend met het doen van onderhoud, maar waken wel voor het behoud van veiligheid, gezondheid en bruikbaarheid; Kwaliteitsniveau 5: hierbij worden de onderhoudskosten teruggeschroefd vanwege het ontwikkelend karakter, waarmee een potentieel verval in niveau 5 acceptabel is. Het gaat hier specifiek om accommodaties die onder leegstandsbeheer vallen en/of aanstaande sloop van de gebouwen vanwege (toekomstige) ontwikkelingen.

In de MJOP’s zijn de kosten opgenomen voor het jaarlijks onderhoud, het groot onderhoud en de investeringen. Voor het jaarlijks onderhoud zijn in de begroting jaarlijkse budgetten opgenomen. De kosten voor het groot onderhoud dekken we uit de daarvoor in het leven geroepen voorzieningen. Jaarlijks storten we een vast bedrag in deze voorzieningen om het groot onderhoud voor de komende 20 jaar te kunnen uitvoeren. Voor de investeringen wordt een nieuw krediet aangevraagd wanneer deze noodzakelijk zijn en hierop wordt afgeschreven. Op basis van de onderhoudsplannen onderscheiden we de volgende voorzieningen: • Binnensportaccommodaties • Buitensportaccommodaties • Sociaal culturele accommodaties • Dok6 • Huis van de Gemeente • Gemeentewerf • Overige gemeentelijke accommodaties In onderstaand overzicht zijn de saldi en het verloop van de onderhoudsvoorzieningen in 2024 weergegeven: Voorzieningen Binnensportaccommodaties Buitensportaccommodaties Sociaal culturele accommodaties DOK6 Huis van de gemeente Gemeentewerf Overige gemeentelijke gebouwen

Beginstand 358.848 378.213 260.969 134.255 438.796 152.941 157.630 1.881.652

Storting 90.000 110.000 35.000 37.000 56.000 28.000 13.000 369.000

Aanwending 28.936 112.504 22.144 44.013 69.699 3.052 1.252 281.600

Eindstand 419.912 375.709 273.825 127.242 425.097 177.889 169.378 1.969.052

95

C

Financiering

Inleiding Treasury is het sturen en beheersen van, het verantwoorden van en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. Doelstellingen treasury In het treasurystatuut heeft de gemeente zich als doel gesteld: 1. Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities. 2. Het beschermen van gemeentelijke vermogens- en (rente)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en liquiditeitsrisico’s. 3. Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van geldstromen en financiële posities. 4. Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet Fido, respectievelijk de limieten en richtlijnen van het treasurystatuut. Risicobeheer Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende algemene uitgangspunten: 1. De gemeente mag uitsluitend ten behoeve van de uitoefening van de “publieke taak” leningen aangaan, middelen uitzetten of garanties verlenen. 2. De gemeente kan middelen uitzetten uit hoofde van de treasuryfunctie als deze uitzettingen een behoedzaam karakter hebben en niet zijn gericht op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico.

Het behoedzame karakter van deze uitzettingen wordt gewaarborgd met de richtlijnen en limieten van de Wet Fido en het treasurystatuut. 3. Het gebruik van derivaten is toegestaan, maar deze worden uitsluitend toegepast ter beperking van financiële risico’s. Voordat de derivatentransactie wordt afgesloten wordt advies ingewonnen bij een onafhankelijke extern ter zake kundig adviseur. Bestaande wetgeving De wet Financiering Decentrale Overheden (Fido) en de Regeling Uitzettingen en Derivaten Decentrale Overheden (Ruddo). Met de invoering Schatkistbankieren is de wet Financiering Decentrale Overheden aangepast en is een ministeriële regeling van kracht. Invoering Schatkistbankieren voor decentrale overheden De ‘Wijzigingswet financiering decentrale overheden (Fido)’ verplicht alle decentrale overheden om hun overtollige (liquide) middelen aan te houden in de schatkist. Het woord ‘overtollig’ verwijst naar alle middelen die decentrale overheden niet onmiddellijk nodig hebben voor de publieke taak. Een decentrale overheid behoudt, op basis van de wet Fido, de mogelijkheid om leningen te verstrekken en uitzettingen te verrichten uit hoofde van de publieke taak. Deelname aan schatkistbankieren verandert daar niets aan. Aan de hand van bankstanden en liquiditeitsprognoses wordt bepaald in hoeverre geldmiddelen nodig of overtollig zullen zijn.

Aan de hand van deze prognoses worden de mogelijkheden van kasgeldleningen optimaal ingezet. In 2024 hoefden we geen overtollige middelen af te storten naar het ministerie van Financiën. Algemene ontwikkelingen De toegestane toe te rekenen rente aan de grondexploitatie moet gebaseerd zijn op de daadwerkelijke te betalen rente over het vreemd vermogen. Het is niet toegestaan om rente over het eigen vermogen toe te rekenen aan de grondexploitatie. Het berekende rentepercentage voor de grondexploitatie bedraagt 1,20%.

96

Rentenotitie In de notitie rente gemaakt door de commissie BBV wordt ingegaan op de verwerking van de rentelasten en –baten in de begroting en jaarstukken. Doelstelling van deze notitie is het bevorderen van een eenduidige handelwijze met betrekking tot rente door gemeenten (harmonisering), stimuleren dat gemeenten de (verwachte) werkelijke rentelasten opnemen in de begroting en de jaarstukken en het eenduidig inzichtelijk maken van de wijze waarop de gemeenten met rente zijn omgegaan (transparantie). Zowel de commissie BBV als de provincie Limburg adviseert om het onderstaand renteschema op te nemen in de paragraaf financiering van zowel de begroting als de jaarstukken. Hiermee wordt inzicht gegeven in de rentelasten externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening. Het renteomslagpercentage voor de berekening van de aan de taakvelden toe te rekenen rente is 0,87%. Dit wijkt af van het renteomslagpercentage van 0,75% dat gebruikt is bij de begroting 2024. Indien de werkelijke rentelasten die aan de taakvelden moeten worden doorbelast meer dan 25% afwijken van de begrote rentelasten dan moet bij de jaarstukken het renteomslagpercentage worden gecorrigeerd. Renteschema De externe rentelasten lange financiering

1.301.530

De externe rentelasten korte financiering

383.912

-/- Externe rentebaten

163.585

Saldo

1.521.857

-/- Rente doorberekend aan grondexploitatie

18.501

-/- Rente projectfinanciering

45.449

Rentebaat projectfinanciering

45.620

Aan taakvelden toe te rekenen rente

1.503.527

Rente eigen vermogen

-

Rente voorzieningen

-

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

1.503.527

De aan taakvelden toegerekende rente

1.347.441

Renteresultaat taakveld Treasury

-156.086

Renterisico Renterisico’s worden beheerst door te voldoen aan de kasgeldlimiet en renterisiconorm. De kasgeldlimiet en de renterisiconorm hebben allebei als doel de leningportefeuille van decentrale overheden te behoeden voor een onverantwoord grote gevoeligheid voor rentefluctuaties. Ze stellen dus een grens aan de structuur van de leningen en niet aan de hoogte. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet richt zich hierbij op leningen met een rente typische looptijd van maximaal één jaar. De kasgeldlimiet wordt berekend als een percentage van het totaal van de jaarbegroting en bedraagt 8,5%, afgerond €10.549.000. Als het financieringstekort deze limiet structureel overschrijdt dient tot consolidatie van deze “vlottende” schuld te worden overgegaan. We zijn dan verplicht om een langlopende geldlening af te sluiten. Aangezien de uitgaven en inkomsten niet geheel op elkaar aansluiten gedurende het dienstjaar is het noodzakelijk om kasgeldleningen af te sluiten. Op 31 december 2024 hadden we nog een kasgeldlening openstaan van € 9.000.000. Deze is op 9 januari 2025 afgelost. 97

Kasgeldlimiet 2024 10.549.000 Gemiddelde netto vlottende schuld 1e kwartaal 2024 16.626.034 2e kwartaal 2024 17.228.213 3e kwartaal 2024 5.102.975 4e kwartaal 2024 3.553.407 In de eerste twee kwartalen is de kasgeldlimiet overschreden. In de laatste twee kwartalen bleven we ruim onder het kasgeldlimiet. Op 2 juli 2024 is een nieuwe langlopende geldlening afgesloten van € 12.000.000 voor 10 jaren tegen een rentepercentage van 3,055%. Renterisiconorm De renterisiconorm is een instrument voor beheersing van risico’s op lange termijn. De renterisiconorm geeft het maximumbedrag aan van het deel van de langlopende schuld waarover een renteaanpassing plaats kan vinden. Het doel is om spreiding aan te brengen in de rentetermijnen van de langlopende schuld en zo de invloed van een eventuele rentestijging niet te groot te laten zijn. Door binnen de renterisiconorm te blijven zal de invloed van een eventuele rentestijging op de exploitatie beperkt blijven. De renterisiconorm is vastgesteld op een percentage van 20% van het begrotingstotaal. Voor 2024 bedraagt de renterisiconorm van gemeente Peel en Maas € 24.823.000 Overzicht ‘renterisico en -norm’ Renteherzieningen langlopende leningen o/g Aflossingen Totaal renterisico

2024

2025

0 9.584.247 9.584.247

0 9.459.956 9.459.956

Renterisiconorm

24.823.000

Ruimte binnen renterisiconorm

15.238.753

2026 1.225.701 9.472.402 10.698.103 .

2027 0 9.275.094 9.275.094

Verstrekte geldleningen Gemeente Peel en Maas heeft uit hoofde van haar publieke taak bepaalde langlopende geldleningen verstrekt. Onderstaand is weergegeven welk soort leningen zijn verstrekt:

Leningen aan woningbouwcorporatie Leningen aan NLW Leningen aan verenigingen en organisaties Leningen aan deelnemingen Totaal

2024 1.992.446 1.700.000 1.946.612 1.898.522 7.537.580

Restantschulden ultimo jaar 2025 2026 1.850.911 1.706.677 1.700.000 1.700.000 1.881.546 1.797.760 1.898.522 1.898.522 7.330.979 7.102.959

2027 1.559.665 1.700.000 1.713.817 1.898.522 6.872.004

Opgenomen geldleningen Gemeente Peel en Maas heeft verschillende langlopende geldleningen opgenomen. Veruit de meeste leningen zijn afgesloten bij de BNG. De rentekosten van de opgenomen geldleningen bedroegen in 2024 € 1.301.530. Het gemiddelde rentetarief in 2024 bedroeg 1,36%. De restantschulden zullen zich voor de bestaande lening portefeuille als volgt ontwikkelen: Restantschulden ultimo jaar 2024 2025 2026 Opgenomen leningen 82.509.406 73.049.449 63.577.047

2027 54.301.954

98

Koersrisico’s De gemeente beperkt de koersrisico’s op uitzettingen uit hoofde van treasury, door uitsluitend de volgende producten te hanteren: rekening-courant, spaarrekening, daggeld, deposito’s, obligatiefondsen en garantieproducten. Daarbij geldt altijd de hoofdsomgarantie. Valutarisico’s Valutarisico’s worden in de gemeente uitgesloten door uitsluitend leningen te verstrekken aan te gaan of te garanderen in euro’s.

99

Omschrijving

2023 x € 1000,-

2024 x € 1000,-

1

Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)

5.207

7.190

2

Afschrijvingen ten laste van de exploitatie

6.846

6.804

3

Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie minus de vrijval van de voorzieningen ten bate van de exploitatie

2.350

3.337

4

Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd

15.843

24.344

5

Baten uit bijdragen van andere overheden, de Europese Unie en overigen, die niet op de exploitatie zijn verantwoord en niet al in mindering zijn gebracht bij post 4

8.525

11.679

6

Desinvesteringen in (im)materiële vaste activa: Baten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa (tegen verkoopprijs), voor zover niet op exploitatie verantwoord

944

966

2.294

1.602

3.708

695

601

451

7

Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d. (alleen transacties met derden die niet op de exploitatie staan)

8

Baten bouwgrondexploitatie: Baten voorzover transacties niet op exploitatie verantwoord

9

Lasten op balanspost Voorzieningen voorzover deze transacties met derden betreffen

10

Lasten ivm transacties met derden, die niet via de onder post 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves (inclusief fondsen en dergelijke) worden gebracht en die nog niet vallen onder één van bovenstaande posten

11 a b

Verkoop van effecten: Gaat u effecten verkopen? (ja/nee) Zo ja wat is bij verkoop de verwachte boekwinst op de exploitatie?

Berekend EMU-saldo

ja

nee

8.842

ja

nee

4.274

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=634831b2-2836-4ac0-b7d2-13291a691251