2025-016 03 Motivering
Tekst van het document
Zo ontstaat er tevens ruimte voor de starter op de woningmarkt. Vraag en aanbod dienen in de regio beter met elkaar in evenwicht te zijn. De oplossing hiervoor ligt grotendeels binnen de bestaande woningvoorraad. Leefbaarheid in kleine kernen staat onder druk. Toevoegen van woningen (in kleine mate) kan helpen om de leefbaarheid te verbeteren, maar vooral om de doorstroming te bevorderen. Beoordeling Op basis van de Woonvisie is het toevoegen van woningen in principe alleen binnen de kernen mogelijk. Met realisatie van het Giel Peetershof fase 2a, vindt echter een uitbreiding van de kern plaats, waardoor het voornemen in eerste instantie niet overeen komt met de beginselen van de Woonvisie. Volgens de Regionale Woonvisie is echter aansluiting op de vraag noodzakelijk. De gemeenten voegt in principe alleen plannen toe die aansluiten bij de kansrijke segmenten, passend binnen regionale en lokale kwalitatieve woningbehoefte. De woningbehoefte tot 2030 in Egchel is 59 woningen. Het Giel Peetershof fase 2 valt daar binnen. Conclusie Doordat vraag en aanbod in evenwicht zijn, kan worden gesteld dat het voornemen aansluit op de Woonvisie.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Gebiedsvisie Giel Peetershof Voorafgaand aan de start van het project Giel Peetershof is in 2012 een gebiedsvisie gemaakt voor het totale plangebied. In de visie is o.a. de ruimtelijke gelaagdheid onderzocht en is een stedenbouwkundig en landschappelijk ontwerp gemaakt, waarin de ambities t.a.v. van duurzaamheid, het watersysteem en het aspect flora en fauna zijn meegenomen. Dit heeft geresulteerd in een tekening van de hoofdopzet voor de wijk. In deze hoofdopzet is op hoofdlijnen de landschappelijke inpassing van het plan tegen de rand van het buitengebied verankerd. In de gebiedsvisie worden naast de robuuste groene ruggengraat door de wijk die fase 1 van fase 2 scheidt
30
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a - Giel Peetershof Fase 2a te Egchel
een zestal bijzonder openbare ruimtes benoemd. De meest robuuste gebieden liggen in de buitenrand van het plangebied en zijn onderdeel van de landschappelijke inpassing. De meest dominante structuur uit deze reeks is de in de visie genoemde ‘groene buffer’ aan de Roggelseweg. Deze structuur is een langgerekte hoge grondwal die landschappelijk is beplant en die al vooruitlopend op de realisatie van fase 2 van het plan is gerealiseerd. Hiermee is de nieuwe woonwijk aan de zuidoostelijke-flank voldoende landschappelijk ingebed in zijn omgeving. De visie voorziet daarnaast in een ander soort landschappelijke inbedding langs de Gielenhofweg. In fase 1 is daar het zogenoemde rietland gerealiseerd: een brede vochtige bespeelbare laagte met enkele hoogstamfruitbomen. In fase 2 zal de groenstructuur met de Gielenhofweg begeleidende laanbomen in combinatie met een robuuste natuurlijk vormgegeven laagte in de richting van de Roggelseweg worden uitgebreid, waardoor de landschappelijke inpassing aan de noord- en aan oost- flank wordt voltooid. De voltooiing van de wijk aan de Jacobusstraat en de daaraan verbonden de landschappelijke inpassing moet nog wachten op het verdwijnen/ de opheffing van milieucirkels. 3.4.2 Omgevingsvisie Peel en Maas Op 5 juli 2022 is de Omgevingsvisie Peel en Maas vastgesteld.
De gemeente Peel en Maas heeft met deze visie geen nieuwe koers vastgesteld, maar heeft de al ingezette koers uit de bestaande kaderstellingen en beleidsdocumenten samengevoegd in één document: de omgevingsvisie. Het bestaande beleid heeft in dit geval dus geleid tot de omgevingsvisie Peel en Maas. De omgevingsvisie helpt om te blijven werken aan een aantrekkelijke gemeente, zodat er sprake blijft van ‘het goede leven’ in Peel en Maas. De bestaande uitgangspunten heeft de gemeente Peel en Maas samengebracht in 6 opgaven van beleid, waarvan de eerste 3 overkoepelend zijn: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Zo worden we duurzamer Een gezonde en veilige leefomgeving Het versterken van natuur en biodiversiteit Goed wonen voor iedereen Toekomstgericht ondernemen Balans in het buitengebied
Hierbij merkt de gemeente nadrukkelijk op dat deze opgaven niet los van elkaar gezien moeten worden, maar juist in samenhang. De gemeente Peel en Maas ziet met name de eerste drie als overkoepelende leidende principes. Bij elke ontwikkeling moet bekeken worden hoe een bijdrage aan deze drie opgaven kan worden geleverd. Bij een woningbouwontwikkeling (opgave 4) wil de gemeente dat ook bekeken wordt hoe een bijdrage kan worden geleverd aan duurzaamheid, gezonde en veilige leefomgeving en biodiversiteit. Uitwerking per geval is maatwerk. Per kern is er in de omgevingsvisie een korte beschrijving opgenomen om de eigen identiteit van elk dorp te duiden. Samen met de dorpen wil de gemeente Peel en Maas aan de slag om de specifieke waarden per dorp in beeld te brengen. Voor Egchel is de onderstaande beschrijving opgenomen. "Egchel Egchel combineert het kleinschalige dorpse wonen met de toegang tot alle noodzakelijke voorzieningen in het nabijgelegen Panningen. “Naoberschap” is hét belangrijke principe voor Egchel. Egchel kenmerkt zich door de historische ladderstructuur met verspreid liggende boerderijen. Deze is nog goed zichtbaar. Het structureert ook de later gebouwde woningen."
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a - Giel Peetershof Fase 2a te Egchel
31
Beoordeling Het plan biedt, door de gekozen opzet, kansen voor natuur en diens beleving in een woonomgeving. Dit heeft in de eerste instantie een relatie met de robuuste, landschappelijk ingerichte randen (zoals de geluidswal) van het gebied grenzend aan het buitengebied. De voor het verstedelijkte gebied noodzakelijke wateropvang en infiltratie worden op een landschappelijke wijze vormgegeven en ingericht. Hier ontstaan 'en passant' kansen voor de natuur. Binnen het stedelijk gebied wordt versnippering van het groen zoveel mogelijk vermeden. Het minder versnipperde en meer robuuste openbare groen kan beter fungeren als basis voor bomen op groeiplaatsen, waar ze tot volle wasdom kunnen uitgroeien. Dit draagt in hoge mate bij aan de beleving, klimaatadaptatie en ecologie. Geconcludeerd kan worden dat het plan in lijn is met de Omgevingsvisie en dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. 3.4.3 Structuurvisie Buitengebied De gemeente Peel en Maas heeft in 2011 een bestemmingsplan voor het buitengebied vastgesteld. De Structuurvisie Buitengbied Peel en Maas betreft een overkoepelend document waarin aanvullingen en herzieningen ten opzichte van het voormalige 'structuurplan Buitengebied Peel en Maas 2008' zijn opgenomen. De structuurvisie bevat tevens een uitvoeringsparagraaf conform de Grexwet.
In de Structuurvisie Buitengebied is het beleid dat ten grondslag ligt aan het buitengebied samengebracht. Bij een groot gedeelte van het gebundelde beleid ging het om bestaand en vastgesteld beleid. Door middel van deze Structuurvisie Buitengebied zijn zaken in een integrale context geplaatst. Dit beleid heeft de basis gevormd voor het Bestemmingsplan Buitengebied waarin het beleid juridisch wordt vastgelegd. Het voorgaande bestemmingsplan 'Buitengebied' werkt door in het huidige omgevingsplan van de gemeente Peel en Maas. Het gewenste effect van het beleid voor het buitengebied is dat er ruimte moet zijn om te ontwikkelen met oog voor kwaliteit. Centraal moet het besef staan dat wanneer er geen ontwikkeling is dit ten koste gaat van de kwaliteit. Aan de andere kant dienen ontwikkeling en kwaliteit gelijk op te trekken. De doelen voor de structuurvisie kunnen als volgt worden samengevat: 1.
2.
Beleidskader voor het Buitengebied De Structuurvisie is de bundeling van het beleid dat als basis heeft gediend voor de juridische vertaling in het voorgaande Bestemmingsplan Buitengebied Instrument om kostenverhaal mogelijk te maken De Structuurvisie vormt de grondslag voor het toepassen van bovenplanse verevening en bijdragen in de ruimtelijke ontwikkeling in het kader van de ontwikkelingsplanologie.
Beoordeling Op basis van de Structuurvisie Buitengebied is het plangebied aangeduid als 'Oude verdichte bouwlanden' binnen de grenzen van 'Gebiedsontwikkeling Egchel'. Voor gebiedsontwikkelingen heeft de Raad specifieke uitgangspunten vastgelegd. In het kader van de Gebiedsontwikkeling Egchel is vastgelegd dat de leefbaarheid in het dorp voorop staat en dat het woon- en leefklimaat minimaal gelijk moet blijven. In deze structuurvisie is de ontwikkeling van woongebied Giel Peetershof opgenomen. Om uitvoering te geven aan de ambities uit de Structuurvisie Buitengebied zijn voor bepaalde gebieden in het buitengebied (deel-)structuurvisies opgesteld. Dit geldt onder andere voor landbouwontwikkelingsgebied Egchelse Heide in combinatie met het woongebied Giel Peetershof. Zie hiertoe de volgende subparagraaf 3.4.4 Structuurvisie gebiedsontwikkeling Egchel. Op basis van het bovenstaande is het plan in lijn met de structuurvisie en kan worden gesteld dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
32
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a - Giel Peetershof Fase 2a te Egchel
3.4.3.1 Kwaliteitskader Buitengebied Peel en Maas Het ‘Kwaliteitskader Buitengebied Peel en Maas’ is het instrumentarium om ontwikkelingen in het buitengebied te kunnen combineren met gewenste kwaliteitsverbetering. In haar vergadering van juni 2011 heeft de raad van de gemeente Peel en Maas het kwaliteitskader Buitengebied Peel en Maas in concept vastgesteld. Het kwaliteitskader is de gemeentelijke uitwerking van het Limburgs kwaliteitsmenu (zie POL-aanvulling Verstedelijking, gebiedsontwikkeling en kwaliteitsverbetering). Dit leidt ertoe dat, als ontwikkelingen plaatsvinden die niet passen in het bestemmingsplan, er een tegenprestatie geleverd moet worden. Gebiedsontwikkeling Egchel betreft ontwikkelingen in het buitengebied die een kwaliteitsverbetering vereisen. Toetsing In combinatie met fase 1 is er al in een robuuste landschappelijke en ecologische inpassing voorzien. Ook in het fase 2 wordt essentieel oppervlak aan groen gerealiseerd. Het toevoegen van meer groen wordt echter beleidsmatig niet aangemerkt als extra omgevingskwaliteit. Om die reden wordt de genoemde tegenprestatie in het fonds gestort. Met het oog op de landschappelijk inpassing en het kwaliteitskader, wordt op grond van het Limburgs Kwaliteitsmenu een tegenprestatie van € 5,00/m² plangebied vereist. De gemeente Peel en Maas stort het bedrag volledig in het gemeentelijk kwaliteitsfonds.
Aangezien wordt voldaan aan de prestatieverplichting, kan worden geconcludeerd dat het plan in lijn is met het Limburgs Kwaliteitsmenu en het daaruit vloeiende Kwaliteitskader Buitengebied Peel en Maas. 3.4.4
Structuurvisie gebiedsontwikkeling Egchel
De structuurvisie 'Structuurvisie gebiedsontwikkeling Egchel' heeft op 07-02-2012 de status vastgesteld gekregen door gemeente Peel en Maas. Het plan bepaalt welk gebruik en welke bebouwingsmogelijkheden van de gronden gewenst zijn . De Structuurvisie gebiedsontwikkeling Egchel doelt onder andere op de realisatie van woongebied 'Giel Peetershof'. De gemeente Peel en Maas heeft het voornemen om een landbouwontwikkelingsgebied en een woongebied te realiseren in de buurt van het dorp Egchel. Het plangebied van de structuurvisie Gebiedsontwikkeling Egchel ligt ten zuiden en ten westen van het dorp Egchel. De structuurvisie geeft aan welke ontwikkelingen binnen het plangebied toelaatbaar en wenselijk zijn. Op het kaartje hierna zijn de plangrenzen aangeven.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a - Giel Peetershof Fase 2a te Egchel
33
Totale plangebied Gebiedsontwikkeling Egchel
Het plangebied heeft betrekking op twee ontwikkelingen, namelijk het woongebied Giel Peetershof en het Landbouwontwikkelingsgebied Egchelse Heide. Daarnaast heeft het plangebied betrekking op het zogenaamd overige gebied. Het overige gebied bestaat uit het gebied gelegen tussen en deels rondom het dorp en het LOG. De drie gebieden worden hier kort beschreven. Het woongebied Giel Peetershof Giel Peetershof is de naam van de te ontwikkelen nieuwe woonwijk ten zuidoosten van Egchel direct grenzend aan de kern. De totale oppervlakte is ca. 7 Ha. Het toekomstige woongebied is nu nog in gebruik als weiland en akkerland. De gemeente wil circa 100 tot 150 woningen bouwen in het gebied. Op het kaartje is het woongebied aangegeven. LandbouwontwikkelingsgebiedEgchelheide (LOG) Het Landbouwontwikkelingsgebied (LOG) Egchelse Heide is ongeveer 20 ha groot en wordt begrensd door De Horsten, Melkweg en Rongvenweg. In dit landbouwontwikkelingsgebied zijn twee varkenshouderijen gevestigd en uitgebreid: De Horsten 20 en 17 en Rongvenweg 14. Rongvenweg 14 heeft momenteel een aanvraag omgevingsvergunning in procedure om verder te kunnen uitbreiden. Voor de varkenshouderij op De Horsten 20 en 17 is op 18 juli 2023 een kaderstellend bestemmingsplan opgesteld (bestemmingsplan De Horsten). Het bestemmingsplan biedt de planologische kaders voor later aan te vragen omgevingsvergunningen.
Op 21 september 2012 is een omgevingsvergunning verleend voor de varkenshouderij aan De Horsten 20 voor de oprichting van de eerste stal. Op 14 mei 2020 is een omgevingsvergunning fase 1 verleend voor het uitbreiden van de varkenshouderij. Op 22 oktober 2020 is de omgevingsvergunning fase 2 verleend voor de bouw. De eigenaar van deze locatie heeft in 2012 een gedeelte van zijn varkenshouderij aan de Jacobusstraat (gelegen nabij het plangebied van dit plangebied fase 2a, aan de rand van het dorp Egchel) verplaatst naar
34
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a - Giel Peetershof Fase 2a te Egchel
deze locaties. Tussen gemeente en ondernemer is er op 20 mei 2021 een overeenkomst gesloten over verkoop van gronden (door de gemeente aan de ondernemer) in het LOG t.b.v. verdere uitbreiding van de varkenshouderij. Bij beëindiging van de varkenshouderij gelegen aan de Jacobusstraat 42 vervalt de belemmering voor de bouw van woningen (geurcontour in relatie tot het respecteren van rechten van deze varkenshouderij), waar in dit omgevingsplan (dat toe ziet op fase 2a) rekening mee is gehouden en nog niet op wordt geanticipeerd.
Overige gebied Het overige gebied is hoofdzakelijk agrarisch gebied. Verspreid over dit het gebied liggen intensieve veehouderijen. Deze veehouderijen kunnen het woon- en leefklimaat van het Giel Peetershof en Egchel beïnvloeden en daarmee de voorgenomen beleidsvoornemens met betrekking tot de gebiedsontwikkeling Egchel.
Beoordeling Dit project doelt op de realisatie van het woongebied Giel Peetershof. In een eerder fase zijn 50 woningen mogelijk gemaakt. Het overige gebied biedt ruimte voor maximaal 70 extra woningen. Hierdoor klopt de eerder gemaakte schatting van een woongebied van circa 100 tot 150 woningen. Met de realisatie van het Giel Peetershof fase 2a worden 34 van de 70 woningen gerealiseerd. In toekomst resteren hierdoor nog 36 woningen. Doordat het dorp Egchel nauw betrokken is geweest bij de gebiedsontwikkeling en het voorliggende plan in lijn is met de structuurvisie gebiedsontwikkeling 2012 kan worden gesteld dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
3.4.5 Kaderstelling Ruimte 2035 Op 17 april 2024 is een nieuwe kaderstelling ruimte vastgesteld voor de gemeente Peel en Maas. De gemeente Peel en Maas is een gemeente van gemeenschappen. Hier werken inwoners, ondernemers en organisaties samen aan een Peel en Maas waarin het goede leven nu en in de toekomst beleefd kan worden. Een Peel en Maas waarin gemeenschappen zelf vorm en inhoud geven aan hun eigen leefwereld. De gemeente is pas effectief wanneer op een respectvolle manier wordt omgegaan met al het waardevolle dat inwoners, ondernemers en organisaties met elkaar samen doen. Dit vraagt om een overheid die zich bewust is van wanneer zij wel en wanneer zij niet aan zet is. Een overheid die zich in het denken en doen laat inspireren door drie kernwaarden: diversiteit, duurzaamheid en zelfsturing. Het concept van de meervoudige overheid, met daarin de rollen van de autoritaire, regelgestuurde en communicatieve overheid, helpt hierbij. Vanuit deze rolopvatting wordt in de gemeente Peel en Maas beleid gemaakt. Dit betekent dat het beleid wordt opgebouwd op basis van de waardevolle inzichten van inwoners, ondernemers en organisaties die werken aan een Peel en Maas waarin het goed leven is. Dit beleid wordt dus niet ‘vanachter een bureau’ voor de lokale samenleving ontworpen.
De manier waarop men in de gemeente in de wereld staat, is vertaald in de manier waarop in Peel en Maas tot kaderstellend beleid wordt gekomen. Deze kaderstelling kijkt 10 jaar vooruit en geldt daarmee voor de periode 2024 – 2034. Zoals gebruikelijk zal deze kaderstelling na 5 jaar worden herijkt. Gedeelde ambitie Ruimte (2035) Door de veelheid aan opgaven en uitdagingen neemt de vraag naar ruimte nog steeds toe. In deze complexiteit worden toekomstbestendige keuzes gemaakt. Op die wijze worden de grote opgaven op het gebied van natuur,
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a - Giel Peetershof Fase 2a te Egchel
35
recreatie, wonen, industrie en landbouw aangepakt. Uitgangspunt bij de aanpak van de grote opgaven en bij nieuwe ontwikkelingen is dat deze ook daadwerkelijk bijdragen aan de landschappelijke waarden en kwaliteiten en aan vitale gemeenschappen. Gemeenschappen hebben de ruimte om zelf mee vorm en inhoud te geven aan de fysieke leefomgeving waarin inwoners, ondernemers en organisaties gezond wonen, werken en ondernemen Hieronder staan de gedeelde ambities voor het thema Ruimte. Een ambitie van inwoners, ondernemers en organisaties die met de gemeente willen werken aan een Peel en Maas waarin het goed leven is. Als gemeente onderschrijft men deze ambitie van harte. Hieronder zijn de centrale ambities opgenomen. Ruimte In Peel en Maas is ruimte voor een energietransitie die passend is bij de kwaliteiten die ons kenmerken. Hier is ruimte voor natuur en biodiversiteit die respectvol beleefd kan worden. Hier is ruimte voor een agrarische sector die zich verder ontwikkelt naar een sector die onderneemt met respect voor de omgeving waar hij onderdeel van uitmaakt. Identiteit van kernen en landschap De woon- en klimaatopgave vragen, evenals in de afgelopen jaren, aandacht en zorg van de samenleving. De versterking van de identiteit van kernen en de kenmerkende waarden en kwaliteiten van de landschappen blijven hierbij een uitgangspunt.
Woningen voor iedereen dragen bij aan de vitaliteit van gemeenschappen en kernen. Woningbouwprojecten dragen bij aan de identiteit van de kernen en een klimaatadaptieve inrichting van de openbare ruimte. Toekomstbestendige openbare ruimte De openbare ruimte is toekomstbestendig ingericht. Er is ruimte voor ontmoeting, duurzame veranderingen op het gebied van mobiliteit, biodiversiteit, duurzaamheid en klimaat. Gebruikers hebben invloed op het ontwerp en het beheer van deze ruimte, waarbij het niveau van beheer en onderhoud past bij de wijze waarop deze openbare ruimte gebruikt wordt. Zo ontstaat een leef-, werk- en vrijetijdsomgeving die van en voor iedereen is en waar inwoners actief gebruik van maken en zich mentaal eigenaar van voelen. Transitie landelijk gebied De transitie in het landelijk gebied geven ondernemers, inwoners en organisaties in samenspraak met elkaar vorm, waarbij de landschappelijke waarden een bron van inspiratie vormen. Er is ruimte voor natuurinclusieve landbouw, nieuwe verdienmodellen, natuur, biodiversiteit en de reguliere land- en tuinbouw die zich verder ontwikkelt naar een toekomstbestendige sector die onderneemt met respect voor de omgeving waar hij onderdeel van uitmaakt. Er is ruimte voor ideeën en creativiteit van de inwoners en organisaties die hier wonen, werken en ondernemen.
Economie en ecologie in balans Er wordt gestreefd naar een Peel en Maas waarin de ruimte duurzaam beleefd wordt, waarin economie en ecologie met elkaar in balans zijn. Ten aanzien van het toekomstbestendig houden van onze ecologie vragen bodem- en waterkwaliteit de komende jaren onze gezamenlijke aandacht en inspanning.
Programmadoelen Vitale leefomgeving Ruimte is schaars. De vele opgaven die spelen, zoals woningbouw, landbouwtransitie, bedrijfsontwikkeling, natuurontwikkeling, energietransitie en klimaatadaptatie, vragen om ruimte. Deze opgaven worden in onderlinge samenhang opgepakt, waarbij kwaliteit en toekomstbestendigheid leidend zijn. Hieronder zijn de programmadoelen voor een vitale leefomgeving opgenomen. 1. 2. 3.
36
Versterking van de ruimtelijke kwaliteit is het uitgangspunt, met extra aandacht voor natuurinclusiviteit. Bij ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving zijn vitale gemeenschappen een belangrijk uitgangspunt. De economische ontwikkeling is ondersteunend aan vitale gemeenschappen, in balans met ruimtelijke waarden en stimuleert een gezonde arbeidsmarkt.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a - Giel Peetershof Fase 2a te Egchel
4. 5. 6. 7.
De fysieke leefomgeving draagt bij aan een gezond leven en is klimaatadaptief en klimaatbestendig. Peel en Maas is energieneutraal in 2050. Gezonde, veilige, toegankelijke en slimme(re) (collectieve) mobiliteit is beschikbaar in Peel en Maas. In Peel en Maas zijn per doelgroep voldoende betaalbare duurzame woningen beschikbaar.
Programmadoelen fysieke leefomgeving De kwaliteit van de openbare ruimte is belangrijk voor het welbevinden, kortom, voor het goede leven in Peel en Maas. Elk dorp heeft zijn eigen karakter, en het buitengebied is divers met landschappelijke kwaliteiten. De gemeente sluit aan op ontwikkelingen in de kernen en op de behoeften van inwoners, bedrijven en organisaties. Zo kan een leef-, werk- en vrijetijdsomgeving ontstaan die van en voor iedereen is, waar iedereen actief gebruik van maakt en zich mentaal eigenaar van voelt. Hieronder zijn de programmadoelen voor het beheer van de fysieke leefomgeving opgenomen. 1. 2. 3. 4.
Een kwalitatief goede, duurzaam ingerichte en onderhouden openbare ruimte die rekening houdt met de karakteristieke eigenschappen van (de kernen in) Peel en Maas. De openbare ruimte is van en voor iedereen, is veilig en toegankelijk en nodigt uit om te ontmoeten en te bewegen. De openbare ruimte is klimaatbestendig. Afval is grondstof
Beoordeling In het kader van de voorgenomen ontwikkeling wordt aangesloten bij de gedeelde ambitie ter behoud van de identiteit van de kernen en een klimaatadaptieve inrichting van de openbare ruimte. Naast het feit dat het plan aansluit bij de gedeelde ambities, draagt het ook bij aan het behalen van de programmadoelen van de vitale leefomgeving. Het voornemen voorziet in de realisatie van 34 woningen, aansluitend aan de kern van Egchel. De ontwikkeling omvat onder andere de realisatie van 15 sociale huurwoningen en 8 CPO-woningen die deels bestemd zijn voor goedkope koop, waardoor betaalbare, duurzame woningen beschikbaar komen. Het voornemen draagt, door de duurzame realisatie van de woningen, bij aan een gezond leven en is klimaatadaptief en klimaatbestendig. Door de eis van de ENG-norm wordt er een bijdrage geleverd aan een energieneutraal Peel en Maas in 2050. Doordat het plan voorziet in de directe woningbehoefte van Egchel, is er bovendien sprake van een toekomstbestendige uitbreiding. Conclusie Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de ontwikkeling goed past binnen de uitgangspunten van de gemeente Peel en Maas. 3.4.6 Vitaal wonen, uitwerking kaderstelling thema wonen (2019) In april 2019 is de uitwerking van de kaderstelling voor het thema wonen vastgesteld. Dit wordt ook wel de lokale woonvisie genoemd.
In 2017 zijn reeds de kaderstellingen Ruimte & Economie en Sociaal Domein & Vitale Gemeenschappen vastgesteld. Deze vormen de basis voor de laatste uitwerking, 'Vitaal Wonen'. Met name de 'Kaderstelling Ruimte en Economie' heeft een belangrijke bron van inspiratie gevormd voor deze uitwerking. De gemeente Peel en Maas wil graag de juiste woning op de juiste plek realiseren. Om dit te bereiken zijn een aantal uitgangspunten vastgelegd, die zijn onderverdeeld in de volgende thema's: 1. Wonen duurzaam in balans Het huidige woningbestand komt kwalitatief niet voldoende overeen met de behoefte van morgen. Dit heeft zowel gevolgen voor (de woningen in) bestaande woonwijken als voor nieuwbouw van woningen. Om het
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a - Giel Peetershof Fase 2a te Egchel
37
woningbestand toekomstbestendig te maken wordt in het bijzonder ingezet op de huisvesting van ouderen en het transformeren van de bestaande voorraad, zowel in het kader van de duurzaamheid als om langer te kunnen blijven wonen in de eigen woonomgeving. Dat betekent: Bestaande woonwijken moeten transformeren naar woningen geschikt voor ouderen, voor kleine huishoudens. Nieuw te bouwen woningen moeten geschikt zijn voor de behoefte van morgen: woningen voor ouderen en voor kleine huishoudens. Met flexibele/tijdelijke woningen wordt ingespeeld op de vraag van vandaag: woningen voor jongeren en andere urgente doelgroepen. De planvoorraad wordt afgestemd op de behoefte, met een ambitie om instromers aan ons te binden. 2. Zorgen voor elkaar Dit betreft enerzijds de ondersteuning van groepen die niet in staat zijn zelf in hun huisvesting te voorzien. Anderzijds het aanpassen van woningen en woonomgeving om prettig te wonen met elkaar. Onderdeel daarvan is het zo lang mogelijk in eigen omgeving blijven wonen. Om dit mogelijk te maken faciliteert de gemeente inwoners om hun wooncarrière in hun eigen dorp of wijk te laten doorlopen. Dat betekent: Er is zowel kwantitatief als kwalitatief voldoende woonruimte beschikbaar voor instromers. Er is zowel kwantitatief als kwalitatief voldoende woonruimte beschikbaar voor zorgbehoevenden/ kwetsbare groepen.
Er wordt bijgedragen aan het betaalbaar en beschikbaar houden van voldoende kwalitatieve woningen voor inwoners die niet zelf in een woning kunnen voorzien. Er is oog voor voldoende vrije sector huur voor de middeninkomens. Er wordt bijgedragen aan het betaalbaar houden van voldoende woningen voor jongeren. De zorg voor woonwagens en/of standplaatsen wordt overgedragen aan de woningcorporaties. Wijken worden ingericht op ontmoeten en zorgen voor elkaar. 3. Wonen op de juiste plek Om de leefbaarheid van de kernen te behouden worden keuzes gemaakt over waar leegstand wel en niet aanvaardbaar is. Herbestemmen met woningen is soms een middel om leegstand op te lossen en verpaupering te voorkomen. Dit is echter niet in alle gevallen wenselijk/mogelijk. Wonen vindt in principe plaats in de kernen. Er wordt gestuurd op hergebruik boven uitbreiding en nieuwvestiging en er wordt tegelijkertijd zorggedragen voor hetgeen achterblijft. Beoordeling Wanneer er gekeken wordt naar woningtypes binnen de gemeente Peel en Maas, wordt er een overschot aan eengezinswoningen verwacht. Aan geschikte woningen voor ouderen ontstaat echter een tekort. Daarnaast is er een grote behoefte aan kleinere woningen en een toenemende vraag naar (sociale) huurwoningen. Het voornemen voorziet in de realisatie van 34 woningen, direct grenzend aan de kern van Egchel.
Naast de 11 vrije kavels omvat de ontwikkeling de realisatie van 15 sociale huurwoningen en 8 CPO-woningen. De CPO-woningen zijn deels bestemd voor goedkope koop. Door de realisatie van sociale huur- en CPO-woningen komen betaalbare en duurzame woningen beschikbaar. Dergelijke woningen zijn geschikt voor onder andere starters, ouderen en zorgbehoevenden. Hiermee wordt ingespeeld op een grote groep mensen op de woningmarkt. Conclusie Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het voornemen voldoet aan de uitgangspunten
38
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a - Giel Peetershof Fase 2a te Egchel
van het beleidsstuk 'Vitaal wonen, uitwerking kaderstelling thema wonen'.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a - Giel Peetershof Fase 2a te Egchel
39
40
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a - Giel Peetershof Fase 2a te Egchel
Hoofdstuk 4 Aspecten van de fysieke leefomgeving 4.1
Algemeen
4.1.1 Evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) Gemeenten moeten ervoor zorgen dat de regels in het omgevingsplan leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). De gemeente mag een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit alleen verlenen met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Bij ‘een evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ gaat het om het vinden van een balans tussen ‘beschermen en benutten’. Onder ‘functie’ kan worden verstaan het gebruiksdoel of de status (bijzondere eigenschap) die een onderdeel van de fysieke leefomgeving op een bepaalde locatie heeft. Het gaat in het omgevingsplan immers niet meer uitsluitend over een goede ruimtelijke ordening, maar over een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Dit brengt een bredere kijk op de leefomgeving met zich mee, onder meer vanuit het oogpunt van milieu, duurzaamheid en gezondheid. De ruimtelijke onderbouwing wordt zodoende opgevolgd door een “onderbouwing van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties ”. Vaak wordt de term Goede Onderbouwing Fysieke Leefomgeving (GOFLO).
In de GOFLO kunnen de volgende onderwerpen aan de orde komen: Ladder voor duurzame verstedelijking Duurzaamheid & gezondheid Verkeersgeneratie, -afwikkeling & parkeren Flora & Fauna Luchtkwaliteit Geluid Geur Omgevingsveiligheid Trilling Welstand Archeologie, cultuurhistorie en landschap Bodem Spuitzone onderzoek Weging van het waterbelang De relevante onderwerpen komen hieronder aan bod, om aan te tonen dat er sprake is van een goede onderbouwing van de fysieke leefomgeving. 4.1.2 Planspecifieke beoordeling Op de locatie aan de Gielenhofweg moeten nieuwe woonfuncties in de vorm van 34 woningen mogelijk worden gemaakt. Ter plaatse van de agrarische functie worden nieuwe functies mogelijk gemaakt. De toekomstige functies zijn passend binnen de gegeven beleidskaders en de eisen van de geldende wijzigingsregels. Hieronder zal worden getoetst aan de aspecten van de fysieke leefomgeving.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a - Giel Peetershof Fase 2a te Egchel
41
4.2
Verkeer & parkeren
4.2.1 Algemeen In het kader van planvorming dient te worden aangetoond dat het plan niet leidt tot ongewenste situaties ten aanzien van verkeer en parkeren. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dienen verkeers- en parkeeraspecten in kaart te worden gebracht. Daarbij is de parkeerbehoefte, verkeersgeneratie en de ontsluiting van belang. Hiermee kan de realisatie van voldoende parkeerplaatsen worden gewaarborgd en worden ongewenste of onveilige verkeerssituaties tegengegaan. Voor verkeer en parkeren geldt dat géén omgevingswaarden zijn vastgesteld bij algemene maatregel van bestuur. Gemeenten hebben de mogelijkheid om gemeentelijke verkeers- en vervoersplannen en parkeerbeleid te vertalen in een gemeentelijke Omgevingsplan. Hiervoor zullen ze zelf invulling moeten geven aan de omgevingswaarden conform artikel 2.9 van de Wet. 4.2.2
Verkeer
4.2.2.1 Verandering in het aantal verkeersbewegingen De toekomstige woningen worden gesitueerd in de woonwijk aan de Gielenhofweg. De woningen worden bij de realisatie van fase 2a ontsloten op de Catharinahof. De Catharinahof is in de huidige situatie nog bekend als de Klaassenhof. De Catharinahof is aangesloten op de Gielenhofweg. Bij deze inrit is in de verharding een verhoging in ronde vorm aangebracht, waardoor het idee van een rotonde ontstaat. Het verkeer zal vanaf de Gielenhofweg worden afgewikkeld naar het noorden in de richting van Egchel en in zuidelijke richting naar de Roggelseweg, de N562. De Roggelseweg zal het verkeer in zuidwestelijke richting verdelen richting Roggel en in noordelijke richting naar Helden. Een voordeel is dat het verkeer niet over de wegen van het Giel Peetershof fase 1 wordt afgewikkeld. Hierdoor zorgt het plan niet voor verkeersoverlast in de bestaande wijken.
42
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a - Giel Peetershof Fase 2a te Egchel
Weergave verkeersbewegingen Als gevolg van de beoogde woningen zal er sprake zijn van een verandering in het aantal verkeersbewegingen. Voor het project zijn woningen gepland, waardoor woon- en werkverkeer meest voorkomend zal zijn. Op basis van de CROW-norm bedraagt de verkeersgeneratie in de rest bebouwde kom van een niet stedelijk gebied, gemiddeld 8,2 verkeersbewegingen bij een vrijstaand koophuis. Voor goedkope koop bedraagt dit aantal gemiddeld 5,6 verkeersbewegingen per woning. Bij sociale huurwoningen betreft het maximale aantal verkeersbewegingen gemiddeld 4.1 verkeersbewegingen per woning. Voor de gehele woonwijk kom het gemiddeld aantal verkeersbewegingen per woning op circa 6 ritten per etmaal. Op basis van deze verwachting is er sprake van een verkeerseffect van 204 verkeersbewegingen per etmaal (6x34). Dit aantal is verdeeld over aankomend en vertrekkend verkeer en verdeeld over de verschillende rij-richtingen. Het project zal per rij-richting leiden tot een marginale toename van het aantal vervoersbewegingen per dagdeel. Op basis van de capaciteit van de Gielenhofweg en Roggelseweg kan worden gesteld dat dergelijke verkeersaantallen opgaan in het heersende verkeersbeeld en niet zullen leiden tot significante wijzigingen in de verkeersintensiteiten.
Er mag worden aangenomen dat er sprake zal zijn van een acceptabele toename van het aantal verkeersbewegingen op het onderliggende wegennet. Conclusie De Gielenhofweg en Roggelseweg bieden voldoende capaciteit om de verkeersgeneratie op te vangen. De verkeersafwikkeling van bewoners en hun bezoek levert geen problemen op. De verkeersbewegingen worden verdeeld over de dag en gaan op in het verkeersbeeld van de betreffende wegen. 4.2.2.2 Verkeersveiligheid In de Omgevingswet is een veilige en gezonde fysieke leefomgeving één van de maatschappelijke doelen (artikel 1.3 Omgevingswet). Overheden nemen hierdoor ook verkeersveiligheid bij het uitoefenen van taken en bevoegdheden mee in de afwegingen. Zo zal verkeersveiligheid voor een gemeente een rol spelen bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties (artikel 2.4 en 4.2 Omgevingswet) in het Omgevingsplan. Toetsing Naast de rijweg is een strook van 1,5 meter gesitueerd. Deze ruimte wordt gereserveerd voor boven- en ondergrondse nutsvoorzieningen, zoals lantaarnpalen, stroom en internet. Bovengronds wordt deze strook deels uitgevoerd als trottoir en deels biedt deze strook ruimte voor inritten en groen. Afgezien van het trottoir en de inritten als toegang naar de woningen bestaat het overgrote deel van deze 1,5 meter brede strook uit laagblijvend groen.
Deze ruimte stroken zorgen voor voldoende ruimte en een open zicht op de weg. Op deze wijze is voor de alle weggebruikers voor voldoende overzicht, bij het in- en uitrijden naar de inritten en parkeerhofjes, gezorgd. Overzichtelijke straten komen de verkeersveiligheid ten goede. De wegen worden daarnaast ingericht op een snelheid van 30 kilometer per uur. Deze snelheid draagt bij aan een veilige verkeerssituatie. 4.2.2.3 Conclusie Het aspect ‘verkeer’ vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a - Giel Peetershof Fase 2a te Egchel
43
4.2.3
Parkeren
4.2.3.1 Beleid in de gemeente Peel en Maas De gemeente Peel en Maas hanteert de 'Nota Parkeernormen Peel en Maas 2018' als kader waaraan ruimtelijke ontwikkelingen binnen de gehele gemeente Peel en Maas getoetst worden ten aanzien van het aspect parkeren. De 'Nota Parkeernormen Peel en Maas 2018' is opgenomen in het 'Paraplubestemmingsplan Peel en Maas', vastgesteld op 19 juni 2018. De aanleiding voor het vaststellen van de ‘Nota Parkeernormen Peel en Maas 2018’ is tweeledig: 1. 2.
De wetgeving op het gebied van de ruimtelijke ordening is gewijzigd; Er is behoefte aan eenduidige toepassing van parkeernormen in de gemeente.
De doelstelling van de ‘Nota Parkeernormen Peel en Maas 2018’ is dan ook als volgt samen te vatten: ‘’Het vaststellen van gemeentelijke parkeernormen voor het bepalen van de parkeerbehoefte van ruimtelijke plannen en ontwikkelingen in de gemeente Peel en Maas om daarmee de bereikbaarheid en leefbaarheid in de gemeente Peel en Maas te waarborgen.’’ In de Nota Parkeernormen Peel en Maas 2018 zijn parkeernormen opgenomen, waarnaar kan worden verwezen vanuit de te actualiseren bestemmingsplannen en vanuit dit paraplu bestemmingsplan. Daarmee wordt het realiseren van voldoende parkeerplaatsen afgedwongen. Bij inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingswet gelden de genoemde parkeernormen ook voor het omgevingsplan. Parkeernormen Binnen de gemeente zijn binnen de verschillende kernen centrumgebieden aanwezig. Er is geen sprake van schilgebieden rondom deze centra, zoals wel vaak het geval is in meer stedelijke gebieden. In de ‘Nota Parkeernormen Peel en Maas 2018’ zijn daarom onderstaande drie zones opgenomen: Centrumgebieden Baarlo, Helden, Kessel, Maasbree, Meijel en Panningen; Bebouwde kom; Buiten de bebouwde kom. Voor het bepalen van de parkeernormen is in de 'Nota Parkeernormen Peel en Maas 2018' gebruik gemaakt de CROW-publicatie 317, waarin per functie (onderdeel), stedelijkheidsgraad en ligging van het gebied een minimum- en maximumwaarde wordt gegeven.
Deze bandbreedte is bedoeld om de parkeernormen af te kunnen stemmen op de plaatselijke situatie. Voor de gemeente Peel en Maas wordt het bepalen van de hoogte van de parkeernormen uitgegaan van het gemiddelde van de minimum- en maximumwaarde van het CROW. De parkeernormen op basis van de Nota Parkeernormen Peel en Maas 2018 voor 'Wonen' zijn hieronder weergegeven.
Figuur: Parkeernormen Peel en Maas
44
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a - Giel Peetershof Fase 2a te Egchel
4.2.3.2 Toetsing van de parkeerbehoefte Op basis van het bovenstaande wordt voor het projectgebied aangesloten bij de parkeernormen van de gemeente Peel en Maas. Voor het projectgebied wordt daarnaast aangesloten bij de 'Rest bebouwde kom' in 'niet stedelijk gebied'. Egchel valt met 304 adressen met vierkante kilometer onder het matig stedelijke niveau.
Tijdelijkesituatie met tijdelijkewoningen De totale tijdelijke ontwikkeling van het Giel Peetershof fase 2A bestaat uit 49 woningen. De woningen zijn als volgt gekoppeld aan de woningtypes op basis van de 'Nota parkeernormen Peel en Maas 2018'. Voor de hoeveelheid parkeerplaatsen is een norm van 2 parkeerplaatsen per woning toegepast voor de huurwoningen, vrije kavels en de CPO woningen. Voor de tijdelijke woningen is een norm gehanteerd van 0.7. Aantal
Type woning
20
Tijdelijke woningen Sociale huur CPO woningen Vrije kavels 49
15 8 6 Totaal
Benaming 'Nota Gemiddeld norm parkeernormen' Kamerverhuur 0,7 (zelfstandig) parkeerplaatsen Woonhuis 2 parkeerplaatsen Woonhuis 2 parkeerplaatsen Woonhuis 2 parkeerplaatsen Totaal
Totaal parkeerplaatsen 14 30 16 12 72
Op basis van de CROW-parkeernormen van de verschillende woningtypes komt de parkeervraag voor de 49 woningen in totaal uit op 72 parkeerplaatsen.
Uiteindelijkesituatie In de toekomst worden de tijdelijke woningen weggehaald, hierdoor vervallen 14 parkeerplaatsen volgens de parkeernorm. Ter plaatse van de tijdelijke woningen zijn 5 vrije kavels beoogd, waarvoor een andere parkeernorm geldt. In de uiteindelijke situatie is hierdoor sprake van 11 vrije kavels. In de situatietekening (Bijlage 1) is gesitueerd waar in de toekomst ook vrije kavels kunnen worden gerealiseerd. Aantal
Type woning
N.v.t.
Tijdelijke woningen Sociale huur CPO woningen Vrije kavels 49
15 8 11 Totaal
Benaming 'Nota Gemiddeld norm parkeernormen' Kamerverhuur 0,7 (zelfstandig) parkeerplaatsen Woonhuis 2 parkeerplaatsen Woonhuis 2 parkeerplaatsen Woonhuis 2 parkeerplaatsen Totaal
Totaal parkeerplaatsen N.v.t. 30 16 22 68
Op basis van de CROW-parkeernormen van de verschillende woningtypes komt de parkeervraag voor de 34 woningen in de eindsituatie op een totaal van 68 parkeerplaatsen. 4.2.3.3 Te realiseren parkeerplaatsen op openbaar terrein Voor de te realiseren parkeerplaatsen op openbaar terrein wordt er een onderscheid gemaakt tussen de tijdelijke situatie en de eindsituatie
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a - Giel Peetershof Fase 2a te Egchel
45
Tijdelijkesituatie Voor de tijdelijke woningen en sociale huurwoningen worden de parkeerplaatsen volledig op openbaar terrein gerealiseerd. Dit betekent dat voor de tijdelijke woningen en sociale huurwoningen in totaal 44 parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd dienen te worden. Voor de in totaal 14 vrije kavels en de CPO woningen is het uitgangspunt dat elke woning minimaal 1 parkeerplaats op eigen terrein heeft. De overige parkeervraag wordt toegevoegd op openbaar terrein. In totaal heeft het plangebied 58 parkeerplaatsen op openbaar terrein nodig. De 58 parkeerplaatsen ten behoeve van de tijdelijke situatie zijn in het plangebied verspreid gesitueerd, zoals weergegeven in Bijlage 2.
Figuur: te realiseren parkeerplaatsen
Eindsituatie In de eindsituatie komen 20 tijdelijke woningen te vervallen. Hier komen 5 vrije kavels voor in de plaats. De benodigde 30 parkeerplaatsen voor de 15 sociale huurwoningen worden volledig op openbaar terrein gerealiseerd. Voor de in totaal 19 vrije kavels en de CPO woningen in de eindsituate is het uitgangspunt dat elke woning minimaal 1 parkeerplaats op eigen terrein heeft. De overige parkeervraag wordt toegevoegd op openbaar terrein. Dit betekent dat het gebied in de uiteindelijke situatie 49 parkeerplaatsen nodig heeft. De 49 parkeerplaatsen op openbaar terrein in de eindsituatie zijn weergegeven Bijlage 1. De parkeerkoffers zijn verspreid in het plangebied gesitueerd.
Figuur: parkeerplaatsen in de eindsituatie 4.2.3.4 Parkeren op eigen terrein Parkeervoorzieningen op eigen terrein worden niet altijd als zodanig gebruikt. In de praktijk blijkt bijvoorbeeld dat garages naast woningen (vaak) een andere bestemming hebben gekregen (opslag, bijkeuken, slaapkamer of kantoor). Bij het bepalen van de parkeercapaciteit op eigen terrein worden daarom correctiefactoren toegepast. In de onderstaande tabel zijn de percentages uit de 'Nota Parkeernormen Peel en Maas 2018' voor de bepaling van het aantal parkeerplaatsen op eigen terrein bij woningen opgenomen.
46
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a - Giel Peetershof Fase 2a te Egchel
Figuur: rekenfactoren parkeerplaatsen op eigen terrein Bij het bepalen van de parkeercapaciteit op eigen terrein geldt dat maximaal uitgegaan mag worden van de parkeernorm van de betreffende functie(s). Voor de 14 CPO woningen en vrije kavels geldt dat deze gezien de omvang kunnen voldoen aan de eis van een brede oprit. Mogelijk dat zelfs hogere aantallen denkbaar zijn. Geconcludeerd kan worden dat berekeningsaantal van 1 parkeerplaats op eigen terrein voor de 14 woningen acceptabel is. 4.2.3.5 Conclusie Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat met 58 parkeerplaatsen op openbaar terrein en 14 parkeerplaatsen op eigen terrein wordt voldaan aan de parkeervraag van 72 parkeerplaatsen. Doordat de 20 tijdelijke woningen in toekomst plaatsmaken voor 5 vrije kavels, neemt de parkeerbehoefte op openbaar terrein af. Het besluitgebied biedt voldoende ruimte om de benodigde 5 parkeerplaatsen op openbaar terrein te realiseren. Mochten er meer woningen in het plangebied komen dan moeten er ook meer parkeerplaatsen in het plangebied of op eigen terrein gerealiseerd worden. Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het aspecten 'Parkeren' geen belemmering vormt voor het voornemen en sprake is van evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
4.3
Bodemkwaliteit
4.3.1 Algemeen Het aspect bodem(kwaliteit) maakt integraal onderdeel uit van de fysieke leefomgeving. Steeds dient te worden gezocht naar de juiste balans tussen enerzijds het beschermen van de gezondheid en het milieu en anderzijds het benutten van de bodem ten behoeve van maatschappelijke activiteiten. Bij het wijzigen van het Omgevingsplan dient te worden aangetoond dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 4.2, eerste lid, Omgevingswet) en uitvoering is gegeven aan de instructieregels vanuit het Rijk (paragraaf 5.1.4.5 Bkl) en de provincie. Als uitgangspunt geldt dat onaanvaardbare risico's voor de gezondheid van de mens vanwege het gebruik van de bodem dienen te worden voorkomen (artikel 2.28, lid 1 Omgevingswet). In dit kader is het van belang om na te gaan wat de kwaliteit van de bodem binnen het plangebied is en of dit aanvaardbaar c.q. toelaatbaar wordt geacht in relatie tot de gewenste functie. Bij het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie moet de kwaliteit van de bodem ten minste voldoen aan daarvoor gestelde interventiewaarden (bijlage IIA Bal). De gemeente kan echter in haar Omgevingsplan ook afwijkende lokale waarden vastleggen, voor zover de maximale grenswaarden als bedoeld in artikel 5.89j, tweede lid, van het Bkl niet worden overschreden.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a - Giel Peetershof Fase 2a te Egchel
47
Hierna wordt beschreven welke waarden binnen onderhavig plangebied gelden en of de aanwezige bodemkwaliteit hieraan voldoet. 4.3.2 Toetsing Met onderhavige afwijking van het Omgevingsplan wordt voorzien in het realiseren van een bodemgevoelig gebouw (artikel 5.89g Bkl) op een bodemgevoelige locatie artikel 5.89h Bkl, namelijk de realisatie van woonfuncties in de vorm van 34 woningen. Hiervoor dient te worden onderzocht of de kwaliteit van de bodem binnen het plangebied als aanvaardbaar c.q. toelaatbaar kan worden aangemerkt. Aangezien de gemeente Peel en Maas (nog) geen lokale waarden in haar Omgevingsplan heeft vastgelegd, dient te worden getoetst aan de interventiewaarde bodemkwaliteit uit bijlage IIA van het Bal en de bruidsschat (hoofdstuk 22 Omgevingsplan). Advies Afhankelijk van de functie en bestemming dient de bodemkwaliteit van het plangebied vastgesteld te worden en dient dit gevrijwaard te zijn van bodemverontreiniging, zodat er geen (financiële)risico's worden opgelopen; Om daar duidelijkheid over te krijgen, wordt geadviseerd in eerste instantie een zgn. 'Quickscan bodem' uit te voeren. Dit middels een door de initiatiefnemer in te vullen en aan te leveren formulier 'Quickscan bodem'.
Zo wordt al in een vroeg stadium duidelijk of het terrein verdacht is van bodemverontreiniging en/of dat er vrijstelling van bodemonderzoek verleend kan worden; Indien de locatie niet in aanmerking komt voor vrijstelling milieukundig bodemonderzoek dient er (in een later stadium van het planproces) een verkennend bodemonderzoek conform de NEN5740 (en eventueel een asbest-in-grond-onderzoek conform de NEN5707) verricht te worden. Het uiteindelijke onderzoeksrapport dient daarna ter beoordeling voorgelegd te worden bij het bevoegd gezag (de gemeente); Het milieukundig bodemonderzoek moet worden verricht door een erkend (en hiervoor gecertificeerd) bodemonderzoeksbureau. 4.3.3 Verkennend milieukundig bodemonderzoek Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling van het Giel Peetershof fase 1, is er door BKK Bodemadvies bv een verkennend bodemonderzoek op een aantal percelen, gelegen aan de Gielenhofweg te Egchel (rapportnr. 10216.BKK, d.d. 25 juni 2010, Bijlage 5) uitgevoerd. De strategie is opgesteld volgens de onderzoekshypothese "grootschalige onverdachte locatie". De resultaten van het milieukundig bureau- en verkennend bodemonderzoek zijn hieronder opgenomen. Grond Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn zowel in het uitkomende boormateriaal als op het maaiveld geen asbestverdachte en materialen aangetroffen.
In de bovengrond zijn er bijmengingen met sporen tot resten baksteen aangetroffen. De bodem bestaat uit zand, uiterst tot zeer grof, zwak tot sterk ziltig, lokaal sporen tot laagjes leem en met in de top zwak hummeus. De bovengrond is licht verontreinigd met kwik en cadmium. In de ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetoond. De maximale waarden wonen voor kwik en cadmium worden niet overschreden. Grondwater Het grondwater is licht verontreinigd met de parameters cadmium, zink, kobalt, nikkel en barium. De overige gemeten parameters zijn niet verhoogd ten opzichte van de streefwaarden. Asbest
48
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a - Giel Peetershof Fase 2a te Egchel
Tijdens de veldwerkzaamheden zijn door de VKB 2018 gecertificeerde veldwerker op het maaiveld van de onderzoekslocatie en in het uitkomende boormateriaal geen asbestverdachte fragmenten waargenomen. De hypothese asbest onverdacht wordt aanvaard. Samenvatting resultaten De hypothese 'onverdachte locatie' wordt door de onderzoeksresultaten in principe verworpen. Echter de lichte verontreinigen met zware metalen in de bovengrond en het grondwater zijn zeer marginaal. In de bovengrond is enkel sprake van een lichte verontreiniging met cadmium en kwik. De parameters kobalt, nikkel, barium worden niet verhoogd aangetoond. Waarschijnlijk zijn de lichte verontreinigingen in het grondwater een gevolg van een diffuus aanwezige grondwaterverontreinigingen met zware metalen die (van nature) in de regio's in Noord-en Midden-Limburg worden aangetroffen. Conclusie De aangetroffen lichte verontreiniging met cadmium en zink in de bovengrond en cadmium, nikkel en zink in het grondwater is dusdanig licht van aard dat er geen belemmeringen aanwezig zijn ten aanzien van de voorgenomen functiewijziging en de toekomstige bouwplan op de onderzoekslocatie. 4.3.4 Vooronderzoek Jacobusstraat(ong.) Voor de onderzoekslocatie voor het perceel gelegen aan de Jacobusstraat (ong.), kadastraal bekend als gemeente Helden, sectie G, nr. 346 [ged], is een vooronderzoek conform de NEN 5725 (rapportnr.
11337.BKK, d.d. 12 oktober 2011) uitgevoerd. Dit onderzoek is toegevoegd als Bijlage 6 bij deze motivering. In opdracht van gemeente Peel en Maas heeft BKK Bodemadvies bv te Meijel een vooronderzoek uitgevoerd voor een locatie gelegen aan de Jacobusstraat te Egchel (gemeente Peel en Maas). Een vooronderzoek conform de NEN 5725 dient inzicht te geven in de te verwachten bodemkwaliteit op basis van historische gegevens over het gebruik van de bodem van de onderzoekslocatie. De aanleiding voor het onderzoek betreft de aankoop van grond ten behoeve van de realisatie van de ontsluitingsweg Giel Peetershof naar de Jacobusstraat. Conclusie Uit het vooronderzoek zijn geen gegevens naar voren gekomen, welke aanleiding geven een mogelijke bodemverontreiniging op de onderzoekslocatie te verwachten. Ten aanzien van de aankoopplannen t.b.v. een mogelijk te realiseren van een ontsluitingsweg van de Giel Peetershof naar de Jacobusstraat zijn geen milieuhygiënische beperkingen en/of belemmeringen aanwezig. 4.3.5 Actueel historisch onderzoek Aanleiding In 2010 is voor de herontwikkeling van het terrein een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Normaliter wordt, bij gelijkblijvend gebruik en de afwezigheid van bodembelastende activiteiten, een termijn van 10 jaar gehanteerd alvorens het onderzoek opnieuw dient te worden uitgevoerd.
In overleg met de gemeente Peel en Maas is overeengekomen dat voor deze situatie volstaan kan worden met een historisch onderzoek. Voor het terrein aan de Giel Peetershof te Egchel is vervolgens een historisch bodemonderzoek uitgevoerd zoals voorgeschreven in de Nederlandse norm NEN 5725 (Aelmans Milieu Asten; rapportnummer AMA230409.005/WGE; d.d. 1 mei 2024; Bijlage 7). De resultaten van dit onderzoek zijn hieronder weergegeven. Resultaten veldbezoek Op 4 april 2024 zijn, tijdens het locatiebezoek en verspreid over de locatie, zeven proefboringen geplaatst. De plaatsen van de boringen zijn weergegeven in de bijlage. Een beschrijving van de bodemopbouw is eveneens opgenomen in de boorstaten.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a - Giel Peetershof Fase 2a te Egchel
49
Uit de boringen volgt dat de boven- en ondergrond bestaat uit matig fijn zand, waarin geen bodemvreemde bijmengingen zijn aangetroffen. Dit komt overeen met de resultaten van voorgaand bodemonderzoek (BKK, 2011). Op het maaiveld of in het opgeboorde materiaal is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Evenmin zijn bijmengingen aangetroffen welke, op basis van de NEN5707, aanleiding zouden kunnen geven tot een bodemonderzoek naar asbest. Resultaten vooronderzoek De locatie is tussen de jaren ’60 en 2003 (deels) in gebruik geweest als boomgaard. Daarvoor en erna was het terrein in gebruik als landbouwgrond. Door het gebruik als boomgaard is de bovengrond verdacht voor een verontreiniging met persistente bestrijdingsmiddelen (OCB’s). Uit het vooronderzoek volgt dat in het historisch onderzoek de voormalige boomgaarden niet zijn beschreven. Er heeft dan ook in het verleden nog geen analytisch onderzoek plaatsgevonden naar OCB’s (Organochloorbestrijdingsmiddelen). Aangezien bij het voorgaand onderzoek geen onderzoek heeft plaatsgevonden naar persistente bestrijdingsmiddelen (OCB’s) dient door het bevoegd gezag (gemeente Peel en maas) beoordeeld te worden of hiervoor aanvullend veldonderzoek noodzakelijk is.
Voor het overige zijn er, op basis van bovenstaande gegevens, geen aanwijzingen gevonden welke zouden kunnen duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging en wordt het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek derhalve niet noodzakelijk geacht. In bijlage 3 van de rapportage is een tekening van de geografische afbakening van de onderzoekslocatie voor het bodemonderzoek opgenomen. Conclusie historisch onderzoek In lijn met het eerder uitgevoerde bodemonderzoek zal sprake zijn van licht verhoogde gehaltes, welke geen aanleiding geven tot restricties voor de beoogde herontwikkeling. Echter is destijds geen aandacht besteed aan de voormalige boomgaarden op de locatie, welke mogelijk geleid hebben tot verhoogde gehalten aan OCB (persistente/ slecht afbreekbare bestrijdingsmiddelen. Enerzijds zijn dit componenten welke een effect kunnen hebben op de gezondheid en zou een onderzoek wenselijk zijn. Anderzijds is voor fase 1 geen onderzoek naar OCB's uitgevoerd, waardoor ook geconcludeerd zou kunnen worden dat voor deze fase sprake is van eenzelfde situatie en hiervoor (evenals bij fase 1) geen onderzoek naar OCB's hoeft plaats te vinden. 4.3.6 Verkennend bodemonderzoek inclusief asbest Uit de in het bovenstaande vooronderzoek verzamelde gegevens volgt dat de locatie tussen de jaren ’60 en 2003 (deels) in gebruik is geweest als boomgaard.
Daarvoor en erna was het terrein in gebruik als landbouwgrond. Door het gebruik als boomgaard is de bovengrond verdacht voor een verontreiniging met persistente bestrijdingsmiddelen (OCB’s). Aangezien bij het voorgaande onderzoek geen onderzoek heeft plaatsgevonden naar persistente bestrijdingsmiddelen (OCB’s) heeft de gemeente Peel en Maas besloten om een verkennend bodemonderzoek inclusief asbest (rapportnummer: AMV240948.005/HWO; d.d. 20 augustus 2024; Bijlage 8) ter plaatse van het bouwplan Giel Peetershof te Egchel uit te voeren. Het verkennend bodemonderzoek, inclusief asbest, is uitgevoerd volgens de Nederlandse normen NEN 5725, NEN 5740 en NEN 5707. Een samenvatting van de resultaten is hieronder weergegeven. Uit de resultaten van de bovengrond blijkt dat deze licht verontreinigd is met enkele zware metalen en bestrijdingsmiddelen. Aangezien de parameters niet de maximale waarde voor de klasse Industrie overschrijden, vormen deze geen directe belemmeringen voor de beoogde bouwplannen. Op basis van een indicatieve toetsing kan de bovengrond c.q. laag als klasse Industriegrond worden bestempeld.
50
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a - Giel Peetershof Fase 2a te Egchel
Uit de resultaten van de ondergrond blijkt dat de in eerste instantie aangetroffen verhoogde concentraties minerale olie tijdens de heranalyses niet meer worden aangetroffen. Op basis van een indicatieve toetsing kan de ondergrond van het gehele plangebied als klasse Landbouw/Natuur worden bestempeld. Ondanks de aangetroffen lichte overschrijdingen in de (boven)grond vormen deze vanuit milieu-hygiënisch oogpunt geen directe belemmeringen voor de beoogde bouwplannen en graafwerkzaamheden ten behoeve van de aanleg van ondergrondse infra. Een aanvullend onderzoek wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. 4.3.7 Conclusie Op basis van het bovenstaande vormt het aspect 'Bodem' geen belemmering voor het voornemen en sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
4.4
Geluid
4.4.1 Algemeen Als gevolg van de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn de regels over geluid uit het Activiteitenbesluit milieubeheer komen te vervallen. Deze regels zijn verhuisd naar het tijdelijke deel van het Omgevingsplan van de gemeente ('de bruidsschat'). De bruidsschat en voorliggend wijzigingsbesluit vormen (na vaststelling) samen de regels van het Omgevingsplan. Gemeenten zijn aan zet om gedurende de overgangsperiode (tot 1 januari 2032) eigen regels over geluid op te nemen in het Omgevingsplan, mits daarbij wordt voldaan aan de bepalingen uit het Bkl. Voor niet-lokale infrastructuur stelt het Rijk of de provincie regels in een projectbesluit. Bij het toelaten van een activiteit, (spoor)weg, industrieterrein of geluidgevoelig gebouw moet het bevoegd gezag het geluid op geluidgevoelige gebouwen beoordelen. Ieder bevoegd gezag heeft de algemene taak ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ (artikel 4.2, Omgevingswet) bij de belangenafweging over beschermen en benutten te beoordelen. 4.4.2 Toetsing Beoordeeld dient te worden of sprake is van het realiseren van een geluidgevoelig gebouw (3.21 Bkl) of geluidgevoelige ruimte (3.22 Bkl). Indien hiervan sprake is, dient tevens te worden beoordeeld of sprake is van de ligging in een geluidaandachtsgebied (3.20 Bkl).
Beoordeling of sprake is van een geluidgevoelig gebouw en/of geluidgevoelige ruimte Voor de 34 respectievelijk 49 toekomstige woningen geldt dat er sprake is van een woonfunctie. Om de realisatie mogelijk te maken dient de bestaande agrarische functie te worden gewijzigd. In dit geval is er sprake van geluidgevoelige gebouwen en ruimtes. Beoordeling of sprake is van de ligging in een geluidaandachtsgebied: (spoor)weg of industrie De locatie is gelegen in het geluidaandachtsgebied van de Gielenhofweg en de Roggelseweg (N562). Op de Gielenhofweg geldt ter plaatse van het projectgebied een maximumsnelheid van 60 km/u. Op de Roggelseweg, de N562, geldt ter hoogte van het projectgebied een maximumsnelheid van 80 km/u. Naast de beide wegen ligt de locatie niet in het geluidaandachtsgebied van snelwegen, spoorwegen of industrie, zoals nader onderbouwd wordt in paragraaf 4.5 Bedrijven en milieuzonering. Het aspect ‘industrielawaai’ vormt hierdoor geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a - Giel Peetershof Fase 2a te Egchel
51
4.4.3 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Middels de realisatie van het Giel Peetershof fase 2a, worden 34 woningen gerealiseerd. In de beginperiode zal er sprake zijn van extra tijdelijke woningen. Ter plaatse van 5 vrije kavels, worden 20 tijdelijke woningen gerealiseerd. Het aantal woningen in de beginperiode bedraagt hierdoor 49 woningen. Ten behoeve van voorliggende planontwikkeling is uit het oog van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai en de berekening van de gevelbelasting (Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V; rapportnummer M230155.001.001.R2/JME; d.d. 12 juli 2024; Bijlage 9) uitgevoerd. Een samenvatting van het onderzoek en de resultaten is hieronder weergegeven. In het onderzoek is de geluidbelasting op de gevel (gevelbelasting) berekend ten gevolge van het omliggende wegennet en getoetst aan de normstelling uit het Omgevingsplan. Tevens is bepaald wat de gezamenlijke geluidbelasting ter hoogte van het nieuwbouwproject is, zodat bezien kan worden of extra geluidwerende maatregelen noodzakelijk zijn. Volledigheidshalve is gekeken naar wat de geluidbelasting betekend voor het huidige concept plan dat aangeleverd is en gebruikt is als aangrijpingspunt voor onderhavig akoestisch onderzoek.
Resultaten wegverkeer De relevante geluidsbronnen in de omgeving van de planlocatie zijn de provinciale weg de Roggelseweg N652 en gemeentelijke wegen Jacobusstraat en Gielenhofweg. De geluidbelasting is als Lden waarde gepresenteerd. In navolgende figuren is de ‘worst-case’ situatie uitgelicht. Dit heeft betrekking op de meethoogte die voor de tweede verdieping, 7,5 meter boven maaiveld. De Roggelseweg(N562) De geluidbelasting als gevolg van wegverkeer op de N562 overschrijdt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op de gevels van het bouwplan met maximaal circa 4 dB. De maximale ontheffingswaarde van 53 dB voor nieuwbouw in buitenstedelijk gebied wordt echter nergens overschreden. Derhalve is het mogelijk om een beschikking hogere waarde aan te vragen bij de gemeente indien er overwegende bezwaren zijn de geluidbelasting door overdrachts- en bronmaatregelen terug te brengen tot de voorkeursgrenswaarde. Uit de contouren in de bijlage blijkt dat de voorkeursgrenswaarde op 1,5 meter hoogte en 4,5 meter hoogte niet wordt overschreden bij de woningen. Ter hoogte van de geprojecteerde woningen is de geluidbelasting exclusief aftrek maximaal circa 54 dB op 7,5 meter hoogte.