CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-103 03 Toelichting

Raad 15 oktober 2024, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan ‘Raadhuisstraat - Patersstraat te Panningen’ (2024-103)21.974 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Dit heeft ook een positief effect op het behoud en de versterking van de leef-

baarheid en de kwaliteit van de leefomgeving. Een aantrekkelijk (winkel)centrum heeft ook een belangrijke toeristische en/of culturele functie. e

een goede ruimtelijke kwaliteit en duurzaam ruimtegebruik, bijvoorbeeld door het terugdringen van leegstand (ruimtelijke doelstelling).

Vertaling naar onderhavige ontwikkeling Regionaal wordt het van belang geacht om adeguaat in te spelen op trends in de markt, voor de instandhouding van een gezond en gedifferentieerd winkelklimaat. Uitbreiding en modernisering van Aldi speelt nadrukkelijk in op de hedendaagse consumentenbehoefte en draagt bij aan de toekomstbestendigheid van de supermarkt. Tevens is regionale instemming vereist nu de beoogde uitbreiding groter is dan 1.000 m? brutovloeroppervlakte (bvo). Het aantal bvo m2 van de bestaande detailhandelsvestiging (Snuffelshop) mag worden gesaldeerd met het m2 aan toekomstig bvo van de supermarkt. Tot slot dient er conform dynamisch voorraad beheer op enige wijze saldering plaats te vinden. Afweging Al met al past de gehele ontwikkeling binnen het regionale beleid. Er is namelijk sprake van de realisatie van een toekomst bestendige winkel, mogelijke leegstand wordt teruggedrongen en er wordt een aantrekkelijk winkelgebied georeëerd.

44

_ Gemeentelijk beleid

441

Structuun

Kernen en Bedrijventerreinen

Op 31 maart 2015 heeft de gemeenteraad de Structuurvisie kernen en bedrijventerreinen Peel en Maas vastgesteld. Deze structuurvisie bevat het beleid voor de bebouwde kom van alle elf kernen en de bedrijventerreinen in Peel en Maas, met uitzondering van Klavertje 4. In de structuurvisie zijn vier uimtelijke hoofdkeuzes gemaakt, waarmee de gemeente gericht invulling wil geven aan haar identiteit als groene, dynamische plattelandsgemeente en rol binnen de regio:

POnN=

kleinschalige en diverse woonmilieus; herkenbare dorpen met 'eigen' voorzieningen; goede bereikbaarheid; innovatie en gebondenheid.

Kenmerkend voor het woonmilieu in Panningen is de nabijheid van een groot aantal voorzieningen. Panningen heeft een dorpse woonsfeer rondom een centrum met soms een wat stedelijke allure. Inzet

[] BRO

Bestemmingsplan ‘Raadhuisstraat - Patersstraat’ te Panningen

32

voor Panningen is het in standhouden van deze kleinschalige woonmilieus met goede en veilige verbindingen met die voorzieningen. Panningen is aangemerkt als centrumdorp voor de gemeente Peel en Maas. Dat betekent dat er ruimte in het woningbouwprogramma zit om woningen te bouwen voor (een eventuele) extra opvang van nieuwe inwoners. Panningen zal door het voorzieningenaanbod in toenemende mate 0.a. aantrekkelijk zijn voor ouderen, ook uit andere dorpen. Een ontspannen woonmilieu voor Panningen houdt daarom rekening met een accent op de huisvesting voor ouderen, in een kleinschalige mix met woningen voor andere doelgroepen. In Panningen is de verwachting dat de gezinswijken van twintig jaar geleden, die op dit moment een lichte vergrijzing laten zien, op termijn eveneens een duidelijke mix van bewoners laten zien. De bereikbaarheid van voorzieningen vanuit deze wijken, waaronder de winkels, scholen, medische voorzieningen en sportaccommodaties zijn daarmee belangrijk. Afweging De wijken ter plaatse van de Raadhuisstraat en Patersstraat liggen in dat opzicht bijzonder strategisch; een centrum (semi-stedelijk) woonmilieu met tevens andere voorzieningen, binnen het centrum van Panningen, (op loopafstand) binnen handbereik. 44.2

Kaderstelling Ruimte en Economie

In november 2017 is de notitie 'Waardenoriëntatie en kaderstelling’ voor de thema's Ruimte en Economie vastgesteld. De gemeente Peel en Maas wil bijdragen aan het goede leven binnen de gemeente. Bij alles wat de gemeente doet is een drietal kernwaarden leidend, namelijk zelfsturing, duurzaamheid en diversiteit. Met deze kaderstelling vindt een herijking plaats van de programma's van de thema's ruimte en economie en de uitvoeringsafspraken. De crisis heeft partijen (overheid, ondernemers, inwoners) geleerd naar mogelijkheden te zoeken. Het denken en doen niet te laten bepalen door automatismen en belemmerende regels, niet te stoppen bij overheidssturing maar juist mee te werken in interactie en in partnership. De gemeenschap heeft behoefte aan ruimte om zelf initiatieven te ontwikkelen. De gemeente heeft in dat verband een faciliterende

rol.

Middels expertgesprekken zijn richtinggevende waarden gedestilleerd: + _ van Individueel naar Samen;

* _ van omgevingskwantiteit naar Omgevingskwaliteit; * _ van Lineair naar Circulair;

+ _ van Gesloten naar Open; * _ van Consumeren

{] BRO

naar Beleven;

Bestemmingsplan ‘Raadhuisstraat - Patersstraat’ te Panningen

33

* _ van beheersen naar ruimte geven en vertrouwen; +

van overheidssturing naar omgevingssturing.

Per ‘waarde' zijn omgevingsdoelen vastgesteld om de waarden inhoud te geven. De waarden en bijbehorende omgevingsdoelen bepalen de richting voor de toekomstige Omgevingsvisie en geven tevens inhoud voor de programmadoelen van de gemeentelijke begroting. Voor het thema Ruimte betreft het dan de programma's 1.1 'Vitale leefomgeving’ en 1.2 ‘Beheer

fysieke leefomgeving'.

Voor de onderhavige ontwikkelingen is binnen het thema ruimte het navolgende programmadoel relevant

Waarden

en kwaliteiten

Het goede wat er is moet worden gekoesterd en daarnaast moet ruimte worden geboden met het oog op overmorgen. Hierbij gelden de volgende algemene beleidsdoelstellingen: e

Ondersteun de beweging om de identiteit van de dorpen en de herkenbare historische landschappen te behouden en te versterken

e

Benut bestaande bebouwing en stuur aan op hergebruik boven uitbreiding en nieuwvestiging en daar waar dit niet mogelijk is, dient zorg te worden gedragen voor hetgeen achterblijft

e

Erdient op een duurzame, bewuste wijze om te worden gegaan met de fysieke leefomgeving waarbij de diversiteit daarvan wordt gekoesterd

e

Tussen de verschillende functies en waarden dient een goede verbinding en balans te bestaan

Bedrijvigheid in balans met omgeving Samen met de samenleving wordt gewerkt aan de beweging dat bedrijvigheid duurzaam in balans is met de omgeving. In dat kader zijn een tweetal uitvoeringsafspraken gemaakt: e

Zorg voor een goede verbinding en balans tussen economische en ruimtelijke waarden.

e

Oog voor de transitie in het landelijk gebied

Afweging Het betreft hier de realisatie van een supermarkt en woningen binnen bestaand ‘centrumgebied’. Door middel van het onderhavig planvoornemen zal worden voorzien in een goede verbinding en -balans tussen economische- en ruimtelijke waarden. Daarnaast is er oog voor de transitie in het landelijk gebied. Het onderhavige initiatief voldoet dan ook aan de uitgangspunten van de kaderstelling Ruimte en Economie. De kaderstelling ruimte en economie vormt derhalve geen belemmering voor het beoogde planvoornemen.

{] BRO

Bestemmingsplan ‘Raadhuisstraat - Patersstraat’ te Panningen

34

443

_ Beleidsregel woningbouwverzoeken 2018

De beleidsregel woningbouwverzoeken 2018 (vastgesteld op 4 juni 2018) houdt in dat alle nieuwe aanvragen voor woningbouwverzoeken op locaties waar dit nu planologisch niet geregeld is en sprake is van een toename van het aantal woningen ten opzichte van de in de structuurvisie Noord-Limburg bij name genoemde woningbouwaantallen, worden afgewezen, tenzij het verzoek voldoet aan bepaalde voorwaarden. Een van die uitzonderingen zijn verzoeken die een maatschappelijke meerwaarde hebben doordat ze een bijdrage leveren aan het behoud/versterken van vitale gemeenschappen.

Het initiatief moet daarbij voldoen aan vier principes:

° _ Juiste plek: draagt bij aan leefbaarheid door leegstand te herstructureren dan wel aan een verbetering van de ruimtelijke structuur: ° _ Juiste type:

het betreft een programma dat maatschappelijk nodig is (bijzondere doelgroepen,

zoals ouderen, starters, 1 en 2 persoonshuishoudens, zorgvragers, statushouders en arbeidsmigranten); ° _ Juiste kwaliteit: dorps, duurzaam, levensloopbestendig; e _ Anderszins sprake s van een goede ruimtelijke ordening.

Afweging Het project is gelegen in de kern van Panningen, op een locatie waar het bijdraagt aan de leefbaarheid en de ruimtelijke structuur (door het herstructureren van het voormalige bedrijfsgebouw). Door de wijze waarop de woningen worden gepositioneerd en vormgegeven wordt een logische invulling van het plangebied gecreëerd; kortom, het project ligt op de juiste plek. Het project is daarnaast gericht op een goede balans tussen wat maatschappelijk noodzakelijk is, en i daarmee van het juiste type.

Het project voorziet in totaal 13 appartementen op een locatie welke als

herstructureringslocatie, dan wel inbreidingslocatie moet worden gekwalificeerd.

De oude bedrijfs- en

woonbebouwing wordt geheel gesloopt en erfverharding verwijderd, zodat het geheel kan plaatsmaken voor woonbebouwing

en nieuwe voorzieningen waardoor het woon- en leefklimaat in de

directe omgeving positief beïnvloed wordt. De maat en schaal van de beoogde woningen sluit goed aan op de omliggende bebouwing en past in de landelijke omgeving. Vooralsnog zal, n het kader van onderhavige omgevingsvergunningprocedure ten behoeve van het afwijken van het bestemmingsplan, in de af te sluiten anterieure overeenkomst een voorwaarde

worden opgenomen welke voor een voldoende verankering van de kwaliteit van het plan zorgt. Of met het project ook sprake is van een goede ruimtelijke ordening in milieutechnische zin, zal aan de orde komen in hoofdstuk 5. Daar zal worden geconcludeerd dat dat inderdaad het geval is. Daarmee wordt voldaan aan de voorwaarden zoals genoemd in de beleidsregels Woningbouwverzoeken Maas

Peel en

2018.

BRO

Bestemmingsplan ‘Raadhuisstraat - Patersstraat’ te Panningen

35

444

_ Dubbelkern

Helden-Panningen

Binnen het plangebied vigeert het bestemmingsplan ‘Dubbelkern Helden-Panningen’ (vastgesteld op 5 februari 2013). Binnen dit bestemmingsplan heeft het projectgebied de enkelbestemmingen 'Detailhandel' en 'Wonen’. Tevens kent de locatie de dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie 4’. In gedeel-

ten van het plangebied zijn twee bouwlakken opgenomen waarbinnen een maximale goot-en bouwhoogte is toegestaan van respectievelijk 5 en 8 meter. +9

EE

N

SI ++4

4444

i &

EN

EI

e Gebesennng a

nielbesemming

oeinancel

IE

3

e

Oubbebesteming

TS 5

A_

EAZ

@

ouwk vaatoering

« aa

booeeeee9 ,

\

Figuur 10. Uitsnede vigerend bestemmingsplan 'Dubbelkern Helden-Panningen' igging plangebied rood omlijnd

Het initiatief (een Aldi supermarkt met 13 appartementen) is niet passend binnen het vigerend bestemmingsplan. Op de gebieden met een enkelbestemming detailhandel is het enkel toegestaan om een supermarkt te realiseren op gronden met de functieaanduiding ‘supermarkt’. Deze aanduiding bezit het perceel niet. Daarnaast zal de supermarkt gedeeltelijk op gronden met de enkelbestemming wonen worden gerealiseerd. Deze enkelbestemming laat de realisatie van een supermarkt met woningen niet toe. Ten slotte

DBRO

Bestemmingsplan ‘Raadhuisstraat - Patersstraat’ te Panningen

36

ligt een groot gedeelte van het toekomstig initiatief buiten het bouwvlak en worden de maximale bouw en goothoogte van respectievelijk 8 en 5 meter met het beoogde planvoornemen overschreden. Afweging Kortom, het onderhevig initiatief is strijdig met het vigerende bestemmingsplan. Het vigerende bestemmingsplan kent ook geen (algemene) afwijkings- of wijzigingsmogelijkheden, op basis waarvan de realisatie van het beoogde initiatief alsnog mogelijk kan worden gemaakt. 445

_ Parapluplan Parkeernota Peel en Maas

Binnen het plangebied vigeert tevens het bestemmingsplan ’Parapluplan Parkeernota Peel en Maas’ vastgesteld door de gemeenteraad van Peel en Maas op 19 juni 2018. In het vigerende ‘Parapluplan Parkeernota Peel en Maas' zijn de parkeerregels en specifieke gebruiksregels opgenomen welke ook voor onderhavig planvoornemen gelden.

In het ‘Parapluplan Parkeernota Peel en Maas' is onder arti-

kel 2.2 onder i het volgende opgenomen: ‘De regels inzake parkeernormen van de bestemmingsplannen zoals opgenomen in Bijlage 1 bij de regels, worden verwijderd en vervangen, en voor zover nog niet aanwezig aangevuld, door de regels zoals opgenomen in artikel 4' In de betreffende Bijlage 1 van het ‘Parapluplan Parkeernota Peel en Maas' wordt ook het bestemmingsplan ‘Dubbelkern Helden — Panningen’ vermeld.

Het artikel 4 van het ‘Parapluplan

Parkeernota Peel en Maas’ is dus ook van toepassing op het bestemmingsplan ‘Dubbelkern Helden — Panningen'’. Atweging Artikel 4 uit het 'Parapluplan Parkeernota Peel en Maas'’ betreft de van toepassing zijnde parkeerregels met specifieke gebruiksregels welke nu ook voor onderhavig planvoornemen gelden. Dit houdt in dat de parkeerbehoefte moet worden bepaald op de wijze zoals beschreven in de Nota parkeernormen, momenteel bekend als 'Nota Parkeernormen Peel en Maas 2018’. Voor onderhavig planvoornemen is dt verder uitgewerkt in paragraaf 5.5 van deze toelichting.

[] BRO

Bestemmingsplan ‘Raadhuisstraat - Patersstraat’ te Panningen

37

5

ONDERZOEK

Bij de toekenning van de nieuwe bestemming aan de locatie dient rekening gehouden te worden met (milieu-)aspecten vanuit de omgeving en op de omgeving. Het onderzoek naar de milieuaspecten bodem, geluid, ucht, geur, externe veiligheid en milieuzonering voor de locatie wordt in de navolgende paragrafen beschreven. Eveneens is gekeken naar de gevolgen van de gewenste ingreep voor de aspecten archeologie en cultuurhistorie, leidingen en infrastructuur, ecologie, waterhuishouding, verkeer en duurzaamheid. De hieruit voortgekomen bevindingen worden in onderstaande paragrafen toegelicht. Per paragraaf wordt de achtergrond uiteengezet, waarna wordt aangegeven wat de onderzoeksresultaten en/of conclusies zijn.

51

_ Milieuaspecten

511

Bodem

Bij de verkenning van mogelijkheden om nieuwe functies in een gebied te realiseren dient de bodemkwaliteit te worden betrokken. Inzicht in eventuele beperkingen aan het bodemgebruik (i.v.m. milieuhygiënische risico's voor mens, plant en dier) is noodzakelijk om de beoordelen of de grond geschikt is voor de beoogde functie. Er mogen namelijk geen nieuwe gevoelige functies op een zodanig verontreinigd terrein worden gerealiseerd, dat schade is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers

of het milieu.

Toetsing In het kader van een bestemmingswijziging dient de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem inzichtelijk gemaakt te worden. Bij de voorliggende ontwikkeling is sprake van woningbouw op gronden die in het vigerende bestemmingsplan zijn bestemd als ‘Detailhandel’ en ‘Wonen’. Er zijn reeds verkennende bodemonderzoeken (NEN5740) uitgevoerd voor de percelen aan de Raad-

huisstraat 138° en Patersstraat 24/26 en Raadhuisstraat 132/1365. Onderstaand wordt kort ingegaan op de onderzoeksresultaten. Voor meer informatie wordt verwezen naar de volledige onderzoeksrapporten.

* SGS Search Ingeneursbureau, Verkennend bodemonderzoek Raadhuisstraat 138 te Panningen, projectnummer:

25.23.00003, d.d. 6 februari

2023

* SGS Search Ingenieursbureau, Verkennend bodemonderzoek Patersstraat 24/26 en Raadhuisstraat 132/136 te Panníngen, projcectnummer: 26,22.00116,

d.d.

BRO

13 april 2022

Bestemmingsplan ‘Raadhuisstraat - Patersstraat’ te Panningen

38

Bodem

Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt geconcludeerd dat de opgestelde hypothese ‘niet verdachte locaties’ strikt genomen niet juist is. Gezien de relatief lage gehalten en de huidige c.q. toekomstige bestemming van de locatie is er echter geen aanleiding tot het verrichten van vervolgonderzoek met een aangepaste hypothese. Raadhuisstraat

138

Op basis van de uitkomsten van het onderzoek hoeven er vanuit milieuhygiënisch oogpunt gezien geen beperkingen te worden gesteld aan de ontwikkeling van de locatie. Patersstraat 24/26 en Raadhuisstraat

132/136

Op basis van de onderzoeksresultaten wordt geconcludeerd dat met betrekking tot de aangetroffen bodemverontreinigingen, het niet waarschijnlijk is dat bij voortzetting van het huidige gebruik kosten dan wel aansprakelijkheden bestaan die aan de huidige eigenaar zijn toe te schrijven. De eventuele risico's van de aangetroffen bodemverontreinigingen worden met het oog op de voorgenomen eigendomstransacties als beperkt ingeschat. De aangetroffen bodemverontreinigingen vormen vanuit mili euhygiënisch oogpunt zowel bij het huidige- als bij het toekomstige gebruik geen belemmering. Hierbij dient opgemerkt te worden dat er aanwijzingen zijn dat een ondergrondse opslagtank aanwezig is nabij de bestaande detailhandel. Hier is ten tijde van het verkennend bodemonderzoek geen specifiek onderzoek naar uitgevoerd, omdat de mogelijke aanwezigheid toen nog niet bekend was. Aanbevolen wordt om, bijvoorbeeld door middel van vrijgraven, te bevestigen dat er een ondergrondse opslagtank is gelegen. Vervolgens wordt aanbevolen om een aanvullend verkennend bodemonderzoek ter plaatse van de tank uit te voeren, waarbij de hypothese VEP-OO (plaatselijke bodembelasting, ondergrondse tank) gehanteerd dient te worden. Op die manier kan worden bepaald of de aanwezige ondergrondse tank een bodemverontreiniging heeft veroorzaakt.

Er is door Aeres een nader bodemonderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van een ondergrondse opslagtank. De resultaten worden hieronder kort behandeld. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar de bijlagen. Aanvullend bodemonderzoek

De aanwezigheid van een ondergrondse tank ter plaatse en nabij het tjdens het eerder uitgevoerde verkennend bodemonderzoek is niet bevestigd. Er is daarom geen aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd naar de milieuhygiënische conditie van de grond en het freatisch grondwater.

{] BRO

Bestemmingsplan ‘Raadhuisstraat - Patersstraat’ te Panningen

39

Conclusie

De aangetroffen bodemverontreinigingen vormen vanuit milieuhygiënisch oogpunt zowel bij het huidige- als bij het toekomstige gebruik geen belemmering. De aanwezigheid van een mogelijke ondergrondse opslagtank is onderzocht maar er is gebleken dat er geen aanwezig is nabij de bestaande snuffelshop. 5.1.2

Geluid

Een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling waarbij sprake is van de realisatie van geluidgevoelige objecten, dient te worden getoetst aan de Wet geluidhinder (Wgh). In deze wet wordt aangegeven hoe voor een gebied waar een ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt, dient te worden omgegaan met geluidhinder als gevolg van wegverkeer, industrie en spoorwegen. Bij een ruimtelijke ontwikkeling waarbij sprake i van de ontwikkeling van geluidgevoelige objecten binnen een onderzoekszone van een (spoor)weg, dient een onderzoek te worden uitgevoerd naar de geluidsbelasting op deze gebouwen of terreinen. In de Wgh is bepaald dat elke weg een onderzoekszone heeft, met uitzondering van woonerven en wegen waar een maximumsnelheid van 30 km/u voor geldt. Toetsing De voorliggende woningen betreffen geluidgevoelige objecten zoals bedoeld in de Wet geluidhinder (Wgh). Vanuit geluidhinder van wegverkeer, railverkeer en gezoneerde industrieterrein moet zodoende verantwoord worden dat in de woningen sprake s van een goed woon- en leefklimaat. Het plangebied ligt binnen de onderzoekszone van een 50 km/uur-weg. In het kader van de Wet geluidhinder is formeel een onderzoek wegverkeerslawaai noodzakelijk. In de omgeving zijn verder geen spoorwegen of gezoneerde industrieterreinen gelegen waarvan de onderzoekszone tot het plangebied reikt.

Door Kragten is een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai uitgevoerd. Onderstaand wordt kort ingegaan op de onderzoeksresultaten. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar de bij-

lagen.® Wegverkeerslawaai Aangezien het plan niet is gelegen binnen de geluidzone van wegen, is de Wet geluidhinder niet van toepassing, maar wordt deze als afwegingskader gebruikt. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de regels van het Reken- en mestvoorschrift geluid 2012. In voorliggende rapportage zijn de uitgangspunten, rekenresultaten en conclusies van het onderzoek beschreven. Contorm Wet geluidhinder De berekende geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op de Raadhuisstraat bedraagt 48 dB. De geluidbelasting van de Patersstraat bedraagt 50 dB (inclusief aftrek)..

* Kragten, Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Raadhuisstraat / Patersstraat e Panningen, 1.0, d..

rapportnummer:

20230526-BRO165-AKO-WVL

26 mei 2023.

{] BRO

Bestemmingsplan ‘Raadhuisstraat - Patersstraat’ te Panningen

40

De gecumuleerde ongecorrigeerde geluidbelasting door het wegverkeer (inclusief 30 km/uur-wegen) bedraagt maximaal 56 dB. Teneinde een binnenniveau van 33 dB te garanderen, zal de gevelgeluidwering minimaal 22 dB moeten bedragen. Gezien het bovenstaande zal - wat het aspect wegverkeerslawaai betreft — ter plaatse van de te realiseren appartementen sprake zijn van een aanvaardbaar woon-

en leefklimaat.

Industrielawaai

Nu er geluidsproducerende inrichtingen mogelijk worden gemaakt in een woonwijk is een nadere beschouwing noodzakelijk van de effecten van de inrichting op de omgeving. Dit betekent dat de akoestische effecten van de toekomstige supermarkt onderzocht dienen te worden. Door Kragten is derhalve een akoestisch onderzoek naar industrielawaai uitgevoerd. Onderstaand wordt kort ingegaan op de onderzoeksresultaten. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar de bijlagen.7 De supermarkt i een type B inrichting waarvoor een meldingsplicht geldt overeenkomstig het Activiteitenbesluit milieubeheer. Vanuit het Activiteitenbesluit geldt conform artikel 111 voor supermarkten geen directe plicht om een akoestisch onderzoek te overleggen. Het bevoegd gezag heeft bij brief verzocht aan te tonen dat voldaan kan worden aan de geldende wet- en regelgeving. De geluidbelastingen worden beoordeeld conform de regels uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. Het hoogst berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) ter plaatse van de geluidgevoelige objecten (woningen / appartementen) bedraagt 50 dB(A) etmaalwaarde. Het maximale geluidniveau (LAmax) bedraagt ten hoogste 65, 65 en 57 dB(A) bedraagt in respectievelijk de dag-, avonden nachtperiode.

Uit het bovenstaande volgt dat op basis van worst-case uitgangspunten voldaan aan de standaard normstelling uit het Activiteitenbesluit milieubeheer gerespecteerd. Het aspect verkeersaantrekkende werking vormt geen belemmering voor het accepteren van de melding. Gezien het bovenstaande vormen de akoestische consequenties van de voorgenomen activiteiten geen belemmering voor het accepteren van de melding. Warmtepompen De buitenunits van de woningen zijn voorzien op het plattedak van de woningen. zie hieronder indicatief met rode rechthoek aangegeven. Omdat dakplaat doorsteekt en enigszins zorgt voor afscherming van het geluid verwachten we geen problemen dat de buiten units teveel lawaai produceren op de kozijnen van de onderliggende woningen.

7 Kragten, Akoestisch onderzoek industrielawaai Raadhuisstraat / Paterss!raatte Panningen, rapportnummer: 30, d.d.

20231205-BRO165-RAP-AKO.IL

5 december 2023.

{] BRO

Bestemmingsplan ‘Raadhuisstraat - Patersstraat’ te Panningen

41

Gezien de situatie zal voldaan worden aan de geluideisen. In de omgevingsvergunning wordt een voorwaarde opgenomen dat de exacte geluidsbelasting op een later moment aangeleverd zal worden voordat de warmtepompen worden geplaatst. Conclusie

Gezien het bovenstaande vormen de akoestische consequenties van de voorgenomen activiteiten geen belemmering voor het accepteren van de melding. 5.1.3

_

Luchtkwaliteit

De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen zijn beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5 Wm). Artikel 5.16 Wm

(lid 1) geeft weer, onder welke voorwaarden bestuursorganen be-

paalde bevoegdheden (uitlid 2) mogen uitoefenen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaiteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid: a)

Eris geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde;

b)

Een project leidt — al dan niet per saldo — niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit;

c)

Een project draagt ‘niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging;

d)

Een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit), of binnen een regionaal programma van maatregelen.

Het Besluit NIBM

De wet stelt bij een (dreigende) grenswaardenoverschrijding aanvullende eisen en beperkingen voor ruimtelijke plannen die "in betekenende mate" (IBM) leiden tot verslechtering van de luchtkwaliteit. Daarnaast moet uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening afgewogen worden of het aanvaardbaar is het plan op deze plaats te realiseren. Hierbij speelt de blootstelling aan luchtverontreiniging een rol, ook als het plan "niet in betekenende mate" (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Op 1 augustus 2009 is het nationaal samenwerkingsprogramma luchtkwaliteit (NSL) in werking getreden. Hierdoor dient bij plannen die de luchtkwaliteit beïnvloeden niet langer te worden uit gegaan van de normen uit de interim-periode. Nu het NSL in werking is getreden is een project NIBM, als aannemelij is dat het project een toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%. De 3% grens wordt gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijnstof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel fijnstof en NO2. Als de 3% grens voor PM10 of NO2 niet wordt overschreden, dan hoeft geen verdere toetsing aan grenswaarden plaats te vinden.

{] BRO

Bestemmingsplan ‘Raadhuisstraat - Patersstraat’ te Panningen

42

Stof

Toetsing van

Stistofdi

roemiddelde | 40 poim?

oxide (NO:)

| concentratie

Finstot

|

(PMo) Finstot

Grenswaarde

Jaargemiddelde

_ | 40 pm

concentate |

(PMes)

Jaargemiddelde

_ |25

pm

concentratie

Grenswaarden

Regeling NIBM Binnen de getalsmatige grenzen van de Regeling NIBM draagt een project altijd niet in betekenende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Voor woningen gelden in de Regeling NIBM de volgende getalsmatige grenzen:

3%-norm Woningen

3%-norm

| 1.500

3.000

(maximaal) Getalsmatige grenzen Regeling NIBM

Achtergrondwaarden

Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5.2 luchtkwaliteitseisen van de Wet milieubeheer (ook wel Wet luchtkwaliteit genoemd, WIk). De WIk bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood en koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in Nederland met name de grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM2,5 en PM10) van belang. De vigerende grenswaarden voor stikstofdioxide en fijn stof zijn n de voorgaande tabel weergegeven. De grenswaarden gelden voor de buitenlucht, met uitzondering van een werkplek in de zin van de Arbeidsomstandighedenwet en op plaatsen die niet toegankelijk zijn voor publiek en waar geen vaste bewoning is, zoals akkerland en de rijbaan en ontoegankelijke middenbermen van wegen.

Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit, GCN2022 Jaar van planrealisatie

[Extra verkeer als gevolg van het plan Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde)| Aandeel

\ Maximale bidrage extra verkeer

vrachtverkeer|

NOin um PM;o in pg/m’|

\Grens voor "Net In Betekenende Mate" in g/m’ Conclusie

{] BRO

Bestemmingsplan ‘Raadhuisstraat - Patersstraat’ te Panningen

43

Toetsing Regeling NIBM De voorgestane ontwikkeling betreft de realisatie van 13 woningen en een supermarkt. Met de beoogde ontwikkeling wordt ruimschoots onder de aantallen voor woningen en bedrijfslocaties gebleven, zoals genoemd in de ‘Regeling niet in betekenende mate’. De Wet luchtkwalliteit vormt derhalve geen belemmering voor de realisatie van het plan. Achtergrondwaarden In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient bepaald te worden of de kwaliteit van de lucht ter plaatse goed genoeg is voor de vestiging van de beoogde functie. Volgens de kaarten van het RIVM

lag de concentratie PM2sin 2023 ter plaatse tussen de 6 en 8 ug/m®, de concentratie PM1o tus-

sen de 14 en 16 ug/m? en de concentratie NO? tussen de 10 en 15 ug/m’. Volgens de kaarten van het RIVM is de luchtkwaliteit ter plaatse ruimschoots voldoende. Daarnaast zal naar verwachting de luchtkwaliteit in de toekomst nog verder verbeteren door voortschrijdende technologie. Afweging

Vanuit het aspect luchtkwaliteit bestaan er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling. 514

Externe veiligheid

Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie, als op het transport van gevaarlijke stoffen. Beleid

Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Beví), het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) vloeit de verplichting voort om in ruimtelijke plannen in te gaan op de risico's in het besluitgebied ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen. De risico's dienen te worden beoordeeld op twee maatstaven, te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Verder is op 1 april 2015 het Basisnet n werking getreden. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico beschrijft de kans per jaar dat een onbeschermd individu komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron (bedrijf, weg, spoorlijn etc.), waarbij de 10° contour (kans van 1 op 1 miljoen op overlijden) de maatgevende grenswaarde is. Groepsrisico Het groepsrisico beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen geliktijdig komt te overliden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico geeft een indicatie van de

BRO

Bestemmingsplan ‘Raadhuisstraat - Patersstraat’ te Panningen

44

maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het groepsrisico wordt uitgedrukt in een grafiek, het overlijden van een bepaalde groep (bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen) wordt afgezet tegen de kans daarop. Voor het groepsrisico geldt de oriëntatiewaarde als ijkpunt in de verantwoording (gé6n norm). In het Bevi en het Bevt is een verplichting tot verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Er is sprake van een groepsrisico zodra het plan in het invloedsgebied ligt van een risicovolle activiteit. Het betrokken bestuursorgaan moet, al dan niet in verband met de totstandkoming van een besluit, expliciet aangeven hoe de diverse factoren die bijdragen aan de hoogte van het groepsrisico (waaronder zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid) zijn beoordeeld en eventuele in aanmerking komende maatregelen, zijn afgewogen. Een belangrijk onderdeel van de verantwoording is overleg met (advies vragen aan) de regionale brandweer. Het groepsrisico neemt slechts beperkt toe waardoor onze advisering zich richt op de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid van het initiatief. Doordat de afstand ten opzichte van de transportassen groter i dan 200 meter en de toename van het groepsrisico zeer beperkt is valt de ontwikkeling binnen het toepassingsgebied van standaard advisering. De bestrijdbaarheid van de nieuwe ontwikkeling is in orde.

Er zijn voldoende bluswatervoorzieningen aanwezig en het initiatief is voldoende bereikbaar, zodat incidenten te bestrijden zijn, ter bescherming van de gebruikers van het besluitgebied. Basisnet voor het vervoer van gevaarlijke stoffen Het Basisnet is een landelijk aangewezen netwerk voor het vervoer van gevaarljke stoffen. Binnen bepaalde grenzen wordt dit vervoer over weg, binnenwater en spoor gegarandeerd. Het Basisnet heeft betrekking op de Rijksinfrastructuur: hoofdwegen, hoofdwaterwegen en hoofdspoorwegen. (Beperkt) kwetsbare objecten Er moet worden getoetst aan het Beví, het Bevt en het Bevb wanneer bij een ontwikkeling (beperkt) kwetsbare objecten worden toegestaan. Een woning is conform het Beví een kwetsbaar object. Verdere toetsing aan de externe veiligheid is dan ook vereist. Toetsing Door het -PO is een risicokaart opgesteld. Onderstaand is een uitsnede opgenomen van het plangebied met daarop alle gevaarlijke inrichtingen buisleiding en transportroutes.

[] BRO

Bestemmingsplan ‘Raadhuisstraat - Patersstraat’ te Panningen

45

Grashoek

Wiegen

l

Koningslust

Mais

n depideven

(aagheide Hout

Kadmeshoek

keshorst

Zandberg

Beringe

o

Everlo

Pannngen

_

C

Groeze

Hub

4

& ò

N

Heiden

e &

i ä

%

Figuur 11. Uitsnede risicokaart (bron: www. atlasleefomgeving.nl) igging plangebied blauw omlijnd

Inrichtingen Zoals te zien op de uitsnede zijn in de wijde omgeving van het plangebied geen inrichtingen gelegen waarvan het invloedsgebied tot aan het plangebied reikt. De meest dichtstbijzijnde inrichting betreft een inrichting op circa 1,4 kilometer ten noordoosten van het plangebied. Het betref een Tankstation / Garage Mertens met een LPG-vulpunt. Hiervoor geldt een richtafstand met een invloedsgebied van 150 meter rondom het vulpunt. Aan deze richtafstand wordt ruimschoots voldaan. Vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg,

het water en het spoor

In de wijde omgeving van het plangebied zijn geen transportroutes gelegen waarvan het invloedsgebied tot aan het plangebied reikt. De meest dichtstbijzijnde transportroute ligt ongeveer op circa 5,4 kilometer ten noorden van het plangebied. Het betreft de autosnelweg AS7: afrit 35 (Someren) - afrit 38 (Helden). Het plangebied valt daarmee ruimschoots buiten het invloedsgebied van deze weg. Buisleidingen In de wijde omgeving van het plangebied zijn geen buisleidingen gelegen waarvan het invloedsgebied tot aan het plangebied reikt. De meest dichtstbijzijnde buisleiding ligt op een afstand van ongeveer 2,4 kilometer ten noordoosten van het plangebied. Het betreft een aardgasleiding van de Gasunie (A-520-

{] BRO

Bestemmingsplan ‘Raadhuisstraat - Patersstraat’ te Panningen

46

13). Deze heeft een uitwendige diameter van 114 mm en een werkdruk van 6620 kPa. Er geldt een afstand van 60 meter ten aanzien van de 1%-letaliteitsgrens. Aan deze afstand wordt ruimschoots voldaan.

Conclusie

Vanuit het aspect externe veiligheid bestaan er geen belemmeringen voor het onderhavige planvoornemen.

51.5

Milieuzonering

Algemeen Goede ruimtelijke ordening voorziet in het voorkómen van hinder en gevaar. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen) kan goede ruimtelijke ordening gerealiseerd worden. Het is aan de ene kant zaak om te voorkomen dat er hinder en gevaar voor gevoelige bestemmingen ontstaat en aan de andere kant dient aan bedrijven voldoende zekerheid te worden geboden dat zij niet in hun activiteiten worden beperkt door nieuwe gevoelige functies. Om te bepalen of tussen de milieubelastende activiteiten en de gevoelige functies voldoende afstand in acht wordt genomen, is gebruik gemaakt van de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ uit 2009. In deze publicatie worden de richtafstanden gegeven voor de vier ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. In de onderstaande tabel zijn de richtafstanden van milieucategorie { tot en met 3.2 weergegeven, zoals deze gelden voor een rustige woonwijk en voor een gemengd gebied. Richtafstand tot gevoelige fun

Richtafstand tot gevoel

een rustige woonwijk

functies in gemengd

1

10 meter

0 meter

2

30 meter

10 meter

34

50 meter

30

32

100

50 meter

meter

gebied

meter

De richtafstanden ten opzichte van de omgevingstypen rustige woonwijk, rustig buitengebied en gemengd gebied gaan uit van het principe van functiescheiding. Binnen gemengde gebieden — hier aangeduid als gebieden met functiemenging — heeft men te maken met milieubelastende en milieugevoelige functies die op korte afstand van elkaar zijn gesitueerd. Gemengd

gebied versus gebied met functiemenging

In de VNG-publicatie wordt het begrip ‘gemengd gebied' gebruikt om richtafstanden aan te geven tussen een bedrijventerrein

of bedrijfslocatie en een gebied met een variatie aan functies (zoals wonen, horeca, kleine bedrijvigheid). Het begrip ‘gebied ‘met functiemenging’

wordt gebruikt om aan te geven welke functies binnen een gebied met functiemenging onder welke

voorwaarden toelaatbaar zijn.

® BRO

Bestemmingsplan ‘Raadhuisstraat - Patersstraat’ te Panningen

47

Voorbeelden van gebieden met functiemenging zijn horecaconcentratiegebieden, stadscentra, winkelcentra en winkelgebieden van dorpskernen, woon-werkgebieden met kleinschalige ambachtelijke bedrijvigheid, gebieden langs stadstoegangswegen met meerdere functies en lintbebouwing in het buitengebied met veel agrarische en andere bedrijvigheid. In gebieden met functiemenging wordt niet gewerkt met richtafstanden. De toelaatbaarheid van milieubelastende functies in gebieden met functiemenging wordt beoordeeld aan de hand van de volgende drie ruimtelijk relevante milieucategorieën: e

Categorie

A: activiteiten die zodanig weinig milieubelastend voor hun omgeving zijn, dat deze

aanpandig aan woningen kunnen worden uitgevoerd; e

Categorie B: activiteiten die in een gemengd gebied kunnen worden uitgeoefend, echter met een zodanige milieubelasting voor hun omgeving dat zij bouwkundig afgescheiden van woningen en andere gevoelige functies dienen plaats te vinden;

e

Categorie C: de activiteiten zoals genoemd onder B, waarbij door de relatief grote verkeersaantrekkende werking een ontsluiting op de hoofdinfrastructuur is aangewezen.

Voor het toestaan van deze activiteiten gelden de volgende randvoorwaarden: 1.

het gaat om kleinschalige, meest ambachtelijke bedrijvigheid;

2.

productie en/of laad- en loswerkzaamheden vinden alleen in de dagperiode plaats;

3.

de activiteiten (inclusief opslag) vinden hoofdzakelijk inpandig plaats;

4.

activiteiten uit categorie C beschikken daarnaast over een goede aansluiting op de hoofdinfrastructuur.

Naast bovengenoemde 4 randvoorwaarden zijn bij de keuze van de activiteiten in de publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ de volgende oriteria gehanteerd: e

voor categorie A gaat het om activiteiten in milieucategorie 1;

e

voor categorie B betreft het activiteiten: 1.

in categorie 1 voor het aspect gevaar;

2

in maximaal categorie 2 voor de aspecten stof en geur;

3. _ in maximaal categorie 3.1 voor het aspect geluid; 4. e

meteen index voor verkeer van maximaal 1G (goederen) en 2P (personen):

voor categorie C gaat het om activiteiten zoals bij categorie B, maar met een index voor verkeer van maximaal 2G (goederen) en 3P (personen).

Toetsing Door Kragten is een quickscan bedrijven en milieuzonering uitgevoerd. Onderstaand wordt kort ingegaan op de onderzoeksresultaten. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar de bijlagen.®

* Kragten, Quickscan bedrijven en miieuzonering Raadhuisstraat — Patersstraat e Panningen, 1.0, dd

rapportnummer:

20230525-BRO165-RAP-BMZ

25 mei 2023.

{] BRO

Bestemmingsplan ‘Raadhuisstraat - Patersstraat’ te Panningen

48

De beoogde woningen zijn geen functie die volgens de (indicatieve) brochure 'Bedrijven en Milieuzonering’ gezoneerd dient te worden ten opzichte van milieugevoelige functies in de omgeving. De woningen betreffen daarentegen wel milieugevoelige functies. Medewerking aan het planvoornemen is pas mogelijk indien blijkt dat een goed woon- en leefklimaat in de zelfstandige woonruimte gegarandeerd is en de nieuwe woonfunctie, bedrijven in de omgeving niet in hun activiteiten frustreert. De beoogde supermarkt is daarentegen wel een functie die volgens de (indicatieve) brochure 'Bedrijven en Milieuzonering' gezoneerd dient te worden ten opzichte van milieugevoelige functies in de omgeving. Deze zal worden meegenomen bij de onderhavige quickscan. Uit de uitgevoerde beoordeling blijkt dat de richtafstand van de omliggende bestemmingen “maatschappelijk”, ‘detailhandel’ en “centrum’ 0 meter bedraagt, waarmee sprake is van voldoende ruimtelijke scheiding en een goed woon- en leefklimaat. Ook voor de te realiseren detailhandel binnen het plangebied geldt een richtafstand van 0 meter, waardoor ook voor de milieubelasting naar de omgeving alsmede naar de beoogde appartementen boven de supermarkt, sprake is van een goed woonen leefklimaat. Het uitvoeren van een akoestisch onderzoek in het kader van de bestemmingswijziging is derhalve niet noodzakelijk.

Wel kan een akoestisch onderzoek worden uitgevoerd in het kader van het Activiteitenbesluit.

Conclusie

Vanuit het aspect ‘bedrijven en milieuzonering’ bestaan er geen belemmeringen voor het onderhavige planvoornemen.

52 521

Archeologie en cultuurhistorie _ Archeologie

Algemeen Sinds de inwerkingtreding van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) per 1 september 2007 is de gemeente verantwoordelijk voor het archeologiebeleid en heeft de provincie zich hiervan teruggetrokken. In de Wet op de Archeologische Monumentenzorg i een raamwerk gegeven dat regelt hoe Rijk, provincies en gemeenten om moeten gaan met het aspect archeologie in ruimtelijke plannen. De uitgangspunten van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg zijn als volgt: de archeologische waarden dienen zoveel mogelijk in de bodem te worden bewaard; er dient vroeg in het proces van de uimtelijke ordening al rekening te worden gehouden met het aspect archeologie. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. Een aantal onderdelen van de Monumentenwet 1988 gaat over naar de Omgevingswet. Tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet blijven deze onderdelen van kracht binnen het overgangsrecht van de Erfgoedwet. Voor archeologie gaat het onder meer om:

[] BRO

Bestemmingsplan ‘Raadhuisstraat - Patersstraat’ te Panningen

49

e _ het meewegen van het archeologische belang bij het opstellen van bestemmingsplannen; «

de mogelijkheid om voorschriften te verbinden aan de omgevingsvergunning ter bescherming van archeologie;

e

de mogelijkheid van de Minister van OCW om bij (dreigende) schade aan archeologische monumenten na een toevalsvondst voorschriften te stellen aan de uitvoering de werkzaamheden of die stil te leggen;

«

de mogelijkheid van het bevoegd gezag of de Minister van OCW om toegang tot een terrein af te dwingen om archeologisch onderzoek te kunnen doen.

Archeologische beleidskaart De onderzoekslocatie ligt volgens de Archeologische Beleidskaart van de gemeente Peel en Maas (2015) in een zone Waarde-Archeologie 4 (Hoge archeologische verwachting). Binnen het bestemmingsplan “Dubbelkern Helden-Panningen” (vastgesteld 2013) geldt de dubbelbestemming “Waarde — Archeologie 4”. Voor deze zone geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 250 m2 en een verstoringsdiepte vanaf 40 cm -mv.

Gemeente Peel en Maas - Beleidsplan archeologie

Kaartbijlage II - Archeologische beleidskaart

__ 0252019

v ii

D

m e _

DE

e

pm a

pm

.

aa

e

e m

p

z

D

Figuur 12. Uitsnede archeologische beleidskaart Peel en Maas

{] BRO

Bestemmingsplan ‘Raadhuisstraat - Patersstraat’ te Panningen

50

Toetsing Door Aeres is een archeologisch bureau- en booronderzoek uitgevoerd. Onderstaand wordt kort ingegaan op de onderzoeksresultaten. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar de bijlagen.? Op basis van het uitgevoerde verkennend veldonderzoek door middel van boringen kan worden gesteld dat de bodemopbouw binnen het grootste deel van het plangebied bestaat uit (deels) intacte zwarte hoge enkeerdgronden. Hierdoor is de kans groot dat archeologische resten in de ondergrond kunnen worden aangetroffen. De in het vooronderzoek opgestelde archeologische verwachting, middelhoog voor laat-paleolithicum, wordt bijgesteld naar hoog. De middelhoge verwachting voor zowel het mesolithicum als voor het neolithicum tot en met de nieuwe tijd) blijft dan ook gehandhaafd. Het eerste mogelijk aanwezige niveau bevindt zich op circa 20 centimeter onder maaiveld (een buffer van 30 centimeter in acht nemend). Het tweede verwachte aanwezige archeologische niveau (laat-paleolithicum B) bevindt zich op circa 75 centimeter onder maaiveld (een buffer van 30 centimeter in acht nemend). De voorgenomen werkzaamheden kunnen een negatief impact hebben op de eventueel aanwezige archeologische resten. Om deze redenen wordt er een vervolgonderzoek noodzakelijk geacht. Dit vervolgonderzoek vindt bij voorkeur in de vorm van een proefsleuvenonderzoek plaats.

Hiervoor dient voorafgaand een Programma van Eisen (PVE) ter toetsing te worden voorgelegd te worden aan de bevoegde overheid (gemeente Peel en Maas). Het plan van aanpak van het PVE is reeds opgesteld en gedeeld met de gemeente. Het PVE wordt momenteel uitgevoerd. De huidige archeologische dubbelbestemmingen blijven gehandhaafd totdat het PVE met positief gevolg is afgerond en de gronden mogelijk worden vrijgegeven. In dit kader is tevens een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de planregels. Conclusie

De voorgenomen werkzaamheden kunnen een negatieve impact hebben op de eventueel aanwezige archeologische resten. Om deze redenen wordt er een vervolgonderzoek noodzakelijk geacht. Dit vervolgonderzoek vindt bij voorkeur in de vorm van een proefsleuvenonderzoek plaats met een optie voor een directe doorstart. Hiervoor dient voorafgaand een Programma van Eisen (PVE) ter toetsing te worden voorgelegd te worden aan de bevoegde overheid (gemeente Peel en Maas). 5.2.2

_ Cultuurhistorie

Vanwege artikel 3.6.1, eerste lid, van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting van een uimtelijk plan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Gemeenten zullen een inventarisatie moeten (laten) maken van alle cultuurhistorische waarden in het besluitgebied, dus niet alleen van de archeologische waarden, Daarnaast moeten ze

* Aores, Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek door middel van boringen Raachuisstraat-Patersstraat te Panningen, rapporinum: mer:

AM23070,

{] BRO

d.d.

27 november 2023.

Bestemmingsplan ‘Raadhuisstraat - Patersstraat’ te Panningen

51

aangeven welke conclusies ze daaraan verbinden en op welke wijze ze deze waarden borgen in het kader van het planvoornemen. Toetsing Op basis van de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Limburg wordt geconcludeerd dat er binnen het besluitgebied en directe omgeving geen zwaarwegende cultuurhistorische waarden in het geding komen. Het aspect cultuurhistorie vormt hiermee geen belemmering voor het planvoornemen.

Conclusie

Vanuit het aspect cultuurhistorie zijn geen belemmeringen voor de voorliggende ontwikkeling.

53

_ Ecologie

De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet vormt voor wat betreft soortenbescherming en gebiedsbescherming een uitwerking van de Europese Vogelrichtijn en Habitatrichtlijn. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door midde! van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS).

Gebiedsbescherming vanuit de Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming heeft voor wat betreft gebiedsbescherming betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura 2000-gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningplichtig. Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid De provinciale groenstructuur, bestaande uit beschermingszones van verschillende typen (waaronder de goudgroene en zilvergroene natuurzones), is ruimtelijk vastgelegd in de POVI 2021. De goudgroene natuurzone vormt het netwerk aan bestaande natuurgebieden (voormalige EHS) en nieuw aan te leggen natuur en verbindingszones tussen de gebieden. De beheergebieden voor agrarisch natuurbeheer behoren tot de zilvergroene natuurzone. In het Provinciaal Natuurbeheerplan zijn de na te streven doelen weergegeven op het gebied van (agrarisch) natuur- en landschapsbeheer. De feitelijke beleidsmatige gebiedsbescherming vindt plaats middels de uitwerking van het provinciaal beleid in de gemeentelijke bestemmingsplannen.

BRO

Bestemmingsplan ‘Raadhuisstraat - Patersstraat’ te Panningen

52

Houtopstanden De bescherming van houtopstanden, conform de Wet natuurbescherming, heeft betrekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van minimaal tien are of een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gelegen buiten de bebouwde kom. Soortenbescherming vanuit de Wet natuurbescherming Soortenbescherming vanuit de Wet natuurbescherming heeft betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders, enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten. Voor alle soorten, dus ook voor de soorten die niet onder de aangewezen bescherming vallen, of die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt de zogenaamde ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.10 Wnb). Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan aanwezige soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De zorgplicht geldt altijd en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze beschermd zijn ook als er een ontheffing of vrijstelling s verleend.

Toetsing Om te kunnen bepalen of het plan in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid kan worden uitgevoerd, is een quickscan flora en fauna’® uitgevoerd in het plangebied. De resultaten daarvan zijn hieronder samengevat. Voor meer informatie wordt verwezen naar de volledige rapportage. Soortenbescherming In verband met de mogelijke aanwezigheid van algemene broedvogels in en direct rond het plangebied is het noodzakelijk om de werkzaamheden te starten buiten het broedseizoen of op een manier te werken dat de vogels niet tot broeden komen (vogelverschrikkers gebruiken, sloop buiten broedseizoen). Op deze manier kan worden voorkomen dat verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming worden overtreden. Er zijn mogelijk algemene nationaal beschermde zoogdieren en amfibieën aanwezig. Voor deze algemene soorten bestaat een algemene vrijstelling in de Provincie Limburg. Verder is er een kans op het voorkomen van vleermuizen (verblijfplaatsen, vliegroutes) en vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen (huismus, gierzwaluwen). Effecten op vieermuizen en vogels met vaste rusten verblijfplaatsen kunnen dan ook niet worden uitgesloten. Op grond hiervan is geadviseerd om een gerichte veldinventarisatie uit te voeren naar het voorkomen van verblijfplaatsen van vleermuizen en vogels met vaste rust- en

'® Adviesbureau Mertens B.V., Quickscan Beschermde planten-

en diersoorten Alúîte Panningen, rapportnummer:

2022.4126, d.d. augustus

2022

{] BRO

Bestemmingsplan ‘Raadhuisstraat - Patersstraat’ te Panningen

53

verblijfplaatsen. Pas na afronding van deze aanvullende inventarisatie kan worden bepaald of verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming worden overtreden en of ontheffing van de Wet natuurbescherming is vereist. Er is in het kader van het onderhavige planvoornemen derhalve een veldinventarisatie naar vleermuissoorten en vogels uitgevoerd.’! De resultaten hiervan worden hieronder kort behandeld. Voor de volledige onderzoeksrapportage wordt verwezen naar de bijlagen. Uit de resultaten van het onderzoek komt naar voren dat in en direct rond het gebied gewone dwergvleermuizen vliegen en foerageren. Gedurende en na realisatie van de plannen kunnen deze soorten er blijven vliegen en foerageren. Vaste rust- en verblijfplaatsen van gierzwaluwen zijn niet aangetroffen. Overige vermeldenswaardige vogels komen niet voor n het plangebied. Daarnaast gaan met de sloop van de woning aan de Raadhuisstraat te Panningen vaste rust- en verblijfplaatsen van huismus verloren. Op grond hiervan is een ontheffing Wet natuurbescherming vereist voor de huismus voor aanvang van de werkzaamheden. Een ontheffingsaanvraag dient samen te gaan met mitigerende en compenserende maatregelen. Er is reeds een ontheffingsaanvraag met betrekking tot de Wet natuurbescherming ingediend. Deze loopt momenteel nog.

Indien er een ontheffing wordt verkregen zal deze te zijner tijd worden toegevoegd aan de stukken van het onderhavige bestemmingsplan. De zorgplicht blijft onverkort van kracht. Deze zorgplicht houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild levende dieren, inclusief hun leefomgeving en voor alle planten en hun groeiplaats. Dit artikel is derhalve ook gericht op het voorkomen van doden en verwonden van algemene soorten. Voor- en gedurende de uitvoering dient hiermee rekening gehouden te worden. Gebiedsbescherming Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. De meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden, ‘Deurnsche Peel & Mariapeel en ‘Groote Peel’ bevinden zich op de dichtstbijzijnde punten, respectievelijk op circa 7,0 kilometer en circa 8,8 ki Iometer ten noordwesten van het plangebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren als toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het plangebied zijn externe effecten als gevolg van aspecten als licht, geluid en trillingen uitgesloten. Gezien de aard van de ontwikkeling is wel een toename van stikstofuitstoot te verwachten. Negatieve effecten vanwege stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden kunnen niet op voorhand worden uitgesloten.

. Adviesbureau Mertens B.V., Veldlnventarisatie vleermuizen en vogels Aldi e Panningen, rapportnummer:

{] BRO

2022.4155, d.d. oktober 2023,

Bestemmingsplan ‘Raadhuisstraat - Patersstraat’ te Panningen

54

Door BRO is derhalve een stikstofdepositieberekening uitgevoerd voor zowel de gebruiks-, als de aanlegfase. De resultaten hiervan worden hieronder kort besproken. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar de bijlagen.'? Het projecteffect op de Natura 2000-gebieden ten gevolge van de gebruiksfase is kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar. Bij een dergelijke projecteffect zal het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie zorgen en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. Op basis van het onderzoek blijkt dat er geen vergunning Wet natuurbescherming (gebiedsbescherming) benodigd is voor het aspect stikstof. Verder maakt het plangebied geen deel uit van een beschermd gebied betreffende het Natuurnetwerk. Houtopstanden Er zijn binnen het plangebied geen houtopstanden aanwezig. Een nadere toetsing op dit onderdeel kan derhalve achterwege blijven. Conclusie

Het veldonderzoek naar de vleermuizen wordt op dit moment uitgevoerd. Daarnaast is reeds een aanvang gemaakt met het verplaatsen van de huismussen.

54

_ Leidingen en infrastructuur

In of rond het besluitgebied zijn volgens het geldende bestemmingsplan en de Risicokaart geen kabels of leidingen gelegen met een bestemmingsplanplichtige beschermingszone die van invloed zou kunnen zijn op de voorgenomen ontwikkeling. Conclusie

Voor wat betreft kabels en leidingen zijn er dan ook geen belemmeringen. 5.5

_ Lichthinder

Er zijn veel bronnen van lichthinder en/of kunsticht. Dit kan negatieve effecten hebben voor omwonenden en voor de natuur. Vaak komt de overlast door verlichte sportvelden, gevel- of reclameverlichting, bedrijfs- en parkeerterreinen of schijnwerpers tegen inbraak of bij evenementen. Kunstmatig licht kan het welzijn van de mens beïnvloeden. Wet- en regelgeving In Nederland bestaat er geen specifieke regelgeving rond lichthinder. Omdat een officiële wetgeving ontbreekt, is het vormen van een uniform beleid op nationaal niveau erg |astig. De twee belangrijkste wetten rondom lichthinder zijn de Wet natuurbescherming en het Activiteitenbesluit. Het Activiteitenbesluit geeft voorschriften voor twee activiteiten;

? BRO, AERIUS-berekening Aldi Panningen, projectnummer:

BRO

POB436, d.d. 8 november 2023

Bestemmingsplan ‘Raadhuisstraat - Patersstraat’ te Panningen

55

e _ kunstlicht in de tuinbouw bij kassen e _ verlichting bij sportvelden Voor de rest van de activiteiten regelt het Activiteitenbesluit lichthinder op grond van de zorgplicht. In een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming kunnen voorschriften worden opgenomen om lichthinder te voorkomen. De richtlijnen van de Nederlandse Stichting Voor Verlichtingskunde (NSVV) kunnen als uitgangspunt worden gehanteerd voor het beoordelen van lichthinder. Ze geven ook handvaten voor de handhaving. Omgevingswet Onder de Omgevingswet i ichthinder een thema dat de gemeenten moeten afwegen. Een gemeente kan zelf bepalen of ze regels ter voorkoming van lichthinder wil stellen in het omgevingsplan. Het huidige Activiteitenbesluit vervalt. Het Besluit Activiteiten Leefomgeving (BAL) vervangt het Activiteitenbesluit. In het BAL zijn regels voor kunstlicht in de tuinbouw bij kassen (artikel 4.790) overgenomen. De regels over het gebruik van verlichting bij sportvelden komen niet terug in BAL. In het Besluit kwaiteit leefomgeving (BKL) zijn ook geen regels over lichthinder opgenomen. Voor lichthinder bij sportvelden bevat de bruidsschat wel speifieke regels. Het gaat om regels die niet vanuit het Activiteitenbesluit zijn overgenomen in het BAL. De bruidsschat zorgt ervoor dat deze regels in de omgevingsplannen van de gemeenten terecht komen.

Toetsing Voor het onderhavige planvoornemen geldt dat er mogelijk lichthinder kan ontstaan van in- en uitrij dend verkeer vanuit de (ondergrondse) parkeergarage. Het plangebied betreft een inbreidingslocatie binnen een stedelijke woonomgeving. In een dergelijke omgeving behoeft de verwachtte hoeveelheid lichthinder niet onaanvaardbaar te worden geacht. Indien na realisatie van het planvoornemen blijkt dat er sprake is van (onaanvaardbare) lichthinder, zal initiatiefnemer met omwonenden hierover in gesprek treden en in dat geval maatregelen treffen om de lichthinder zo veel als mogelijk te beperken. Conclusie

Voor wat betreft ‘ichthinder' worden er geen belemmeringen verwacht voor het onderhavige planvoornemen.

56

Verkeerskundige aspecten

Algemeen De beoogde ontwikkeling van 13 woningen en de supermarkt heeft een bepaalde verkeersgeneratie tot gevolg, die wordt berekend op basis van de CROW-publicatie nr. 381 ‘Toekomstbestendig parkeren - Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’. Hierbij dient rekening te worden gehouden met het soort/type woningen.

[] BRO

Bestemmingsplan ‘Raadhuisstraat - Patersstraat’ te Panningen

56

Door Movares is een quickscan verkeersgeneratie uitgevoerd. Onderstaand wordt kort ingegaan op de onderzoeksresultaten. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar de bijlagen.3 Ten behoeve van het planvoornemen wordt rekening gehouden met het navolgende programma. Hierin is zowel de huidige, als de toekomstige situatie opgenomen

Winkel Wonind Toekt menten

Maisonnette

693 m? 3 wonit

Buurt- en K huis,

1.563m:

_ [ Fullservice su

| 8 woni

K

trum vrijstaand rtement,

Detailhandel Woonhuis

midden

studio

duur

studio

4 woningen | Huur, appartement, midden/goedkoop | Appartement/studio ine!. sociale huur)

1 woni

Verkeersgeneratie Voor onderhavig planvoornemen is uitgegaan van onderstaande uitgangspunten: Verkeersgeneratie

| CROW

Publicatie 381

Parkeerbalansnorm _ | Nota Parkeemormen Peel en Maas 2018 Kengetal Nota Parkeernormen t.b.v. parkeerbalans

Tehanteren

Gemiddelde t.b.v. verkeersgeneratie (0.b.v. Nota Parkeernormen)

Voor

het

bepalen

aangehouden

van

de

verkeersgeneratie

tussen de minimale en maximale

wordt

het

gemiddelde

kengetallen uit CROW381.

Dit is gedaan omdat het gemiddelde overeenkomstig is met de kengetallen

uit de Nota Parkeernormen

Stedelijkheid Ligging ‘Omrekenfactor Beschikbaarheid

(deze normen

zijn ook de gemiddelden

van

CROW381). Er is immers een balans tussen parkeren en het verkeer wat gebruik kan maken van deze parkeerplaatsen (de verkeersgeneratie).

Weinig stedelijk Nota (0.b.v.Parkeernormen) Nota Parkeernormen) ‘Centrum (0.b.v. 1.11 [-] tb.v. woon-programma 133 [-] t.b.v. niet-woon-programma (supermarkt. detailhandel, kantoor) _ | Zie paragraaf 4.1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=5e400b25-0ba6-408f-a498-66c5b39347a1