CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-103 03 Toelichting

Raad 15 oktober 2024, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan ‘Raadhuisstraat - Patersstraat te Panningen’ (2024-103)21.974 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Ruimte.

Mensen.

Toekomst. ST S JEE straat’ te Panningen e

E LIS

EN

EES

(3 BRO

'efe][elie]s

projectnaam EES E E ES EE

S JEUEE e T ES TEE N z l e [E1]

EI

19 augustus 2024 projectnummer P06436

IMRO-identificatienummer NL.IMRO.1894.BPL0323-VG01

opdrachtgever Aldi Vastgoed BV

Concept 16 oktober

2023

Ontwerp 13 december

2023

VESSE| 19 augustus 2024 BRO

projectleider ROs bron

kaft

[jje]

Industriestraat 94

5931

PK Tegelen

+31 (0)77 373 06 01 info@bro.nl www.bro.nl

( BRO

a

TOELICHTING

BRO

Inhoudsopgave 1

INLEIDING

BESTAANDE

SITUATIE

11

PLANBESCHRIJVING

UITGANGSPUNTEN

41

VAN

HET

BELEID

16

Riijksbeleid

42

41.1

_ Nationale omgevingsvisie (NOVI)

41.2

_ Ladder voor duurzame

41.3

_ Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

414

_ Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro)

Provinciaal

4.3

44

16

verstedelijking

beleid

16 17 2 22

22

421

_ Provinciaal Omgevingsvisie (POVI)

22

422

_ Omgevingsverordening Limburg 2014

26

423

_ Omgevingsverordening Limburg 2021

27

Regionaal beleid

29

43.1

_ Regionale Struetuurvisie Wonen Noord-Limburg

29

432

_ Regionale detailhandelsvisie Noord-Limburg

31

Gemeentelijk beleid

32

441

_ Structuurvisie Keren en Bedrijventerreinen

32

44.2

_ Kadersteling Ruimte en Economie

33

443

_ Beleidsrege! woningbouwverzoeken 2018

35

44.4

_ Dubbelkem Helden-Panningen

36

445

_ Parapluplan Parkeernota Peel en Maas

37

ONDERZOEK

38

51

38

5.2

_ Milieuaspecten 51.1

Bodem

38

5.1.2

Geluid

40

5.1.3

_ Luchtkwaliteit

42

5.1.4

_ Externe veiligheid

44

5.1.5

_ Milieuzonering

_ Archeologie en cultuurhistorie 5.2.1 522

53 54

_ Archeologie Cultuurhistorie

Ecologie _ Leidingen en infrastructuur

47

49 49 51

52 55

55

Lichthinder

55

56

Verkeerskundige aspecten

56

57

Duurzaamheid

60

58 59

_ Waterparagraaf M.er-plicht

61

5.9.1

Beoordeling directe m.e.r.-plicht

65 65

PLANSTUKKEN

68

6.1

68

6.2 6.3

Planstukken

_ Toelichting op de verbeelding _ Toelichting op de regels

BRO

Bestemmingsplan ‘Raadhuisstraat - Patersstraat’ te Panningen

68 68

7

8

UITVOERBAARHEID

71

7.1

Economische

71

7.2 7.3

Omgevingsdialoog Overleg

71

7.4

Zienswijzen

72

uitvoerbaarheid

PROCEDURE

BRO

Bestemmingsplan ‘Raadhuisstraat - Patersstraat’ te Panningen

72

73

1

INLEIDING

Planvoornemen

Het voorliggende bestemmingsplan heeft betrekking op de realisatie van een Aldi supermarkt en 13 appartementen. Deze zullen worden gerealiseerd op de hoek van de Raadhuisstraat en de Patersstraat te Panningen. Het perceel bevindt zich in de kern van Panningen en wordt omringd door woningen en percelen met een maatschappelijke bestemming. De projectlocatie is gelegen op de percelen die kadastraal bekend staan als Helden, sectie G, nummers 787, 788, 976, 977, 978, 983 en 1443.

Figuur 1. Uitsnede topografische kaart Nederland globale ligging plangebied rood omlijnd

Binnen het plangebied vigeert het bestemmingsplan ‘Dubbelkern Helden-Panningen’ (vastgesteld op 5 februari 2013). Binnen dit bestemmingsplan heeft het plangebied de enkelbestemmingen ‘Detailhandel’ en ‘Wonen’. Tevens kent de locatie de dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie 4’. In gedeelten van het plangebied zijn twee bouwvlakken opgenomen waarbinnen een maximale goot-en bouwhoogte is toegestaan van respectievelijk 5 en 8 meter. Het is niet toegestaan om een supermarkt te realiseren op gronden met de bestemming ‘Detailhandel’ en 'Wonen’. Daarnaast is het planvoornemen strijdig met de geldende goot- en bouwhoogte. De beoogde ontwikkeling is niet passend binnen het vigerend bestemmingsplan. In het voorliggende bestemmingsplan worden de nieuwe bestemmingen voor de gronden wettelijk geregeld, waardoor nieuwe bouw- en gebruiksmogelijkheden ontstaan. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, de bijbehorende regels en gaat vergezeld van voorliggende toelichting met bijlagen.

{] BRO

Bestemmingsplan ‘Raadhuisstraat - Patersstraat’ te Panningen

5

Locatie

In de provinciale, regionale en gemeentelijke beleidskaders wordt ingezet op concentratie van detailhandel in perspectiefvolle, elkaar aanvullende, winkelgebieden. Dit draagt bij aan een gezond ondernemersklimaat, waarbij een rendabele exploitatie mogelijk is en perspectief wordt geboden voor de

langere termijn. Een ondernemer dient daarbij ook de ruimte te krijgen om te ondernemen. Centrum Panningen wordt in het regionale beleid gezien als een bovenlokaal verzorgend centrum.

Het per-

spectief is positief en de opgave is om de boodschappenfunctie te behouden en om accenten te zetten voor het recreatieve winkelen. In dit licht mag Aldi als toevoeging worden gezien en wordt de aantrekkelijkheid van het centrum van Panningen vergroot. Nieuwe supermarkten horen in of aan de rand van centrumgebieden ingepast te worden. Zodoende

is de beoogde planlocatie van de supermarkt een geschikte locatie, net buiten het echte

‘kernwinkelgebied', maar nog alijd tegen het centrum aan, met vele centrumvoorzieningen in de

Raadhuisstraat. Voor combinatiebezoek (tussen Aldi en andere voorzieningen) geldt; hoe dichter bij elkaar, hoe groter het aandeel combinatiebezoek. Leeswijzer

In het volgende hoofdstuk wordt de bestaande situatie rond het plangebied beschreven. Hoofdstuk 3 beschrijft vervolgens de beoogde ontwikkeling. In hoofdstuk 4 volgen de uitgangspunten uit het rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid, die betrekking hebben op de locatie. In hoofdstuk 5 volgt de toetsing van het plan aan de milieu- en overige onderzoeksaspecten op de locatie. In hoofdstuk & worden de planstukken en de juridische opzet van de regels beschreven en in hoofdstuk 7 is de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan toegelicht. Tot slot wordt in hoofdstuk 8 de procedure beschreven.

BRO

Bestemmingsplan ‘Raadhuisstraat - Patersstraat’ te Panningen

6

2

BESTAANDE

SITUATIE

Het plangebied waar de voorliggende ontwikkeling is voorzien, is gelegen op de hoek met de Patersstraat en de Raadhuisstraat. Het betreft een locatie binnen de kern van Panningen aangrenzend aan het centrum van Panningen. Op onderstaande luchtfoto is het plangebied weergegeven.

Figuur 2. Uitsnede kadastrale kaart ligging plangebied rood omlijnd

Het plangebied is gelegen aan de Raadhuisstraat 136 en bestaat uit de percelen kadastraal bekend als: gemeente Helden, sectie G, nummers 787, 788, 976, 977, 978, 983 en 1443. Het plangebied

heeft een totaaloppervlakte van circa 3.340 m?. Momenteel bestaat het plangebied uit woningen en detailhandel. Het overgrote deel van het plangebied wordt in beslag genomen door de Snuffelshop. Op het overige deel bevinden zich vier woningen. Het pand van de Snuffelshop is sterk verouderd en bevindt zich in een slechte staat waardoor dît kansen creëert om het gebied te herontwikkelen met onderhavig

{] BRO

Bestemmingsplan ‘Raadhuisstraat - Patersstraat’ te Panningen

7

Het plangebied grenst aan de zuidzijde aan een aantal bestaande burgerwoningen en een woon-zorgcomplex. Aan de noordzijde grenst het plangebied ook aan een aantal woningen en een aantal centrumbestemmingen. Het centrum van Panningen is gelegen aan de noordzijde van het plangebied. Aan de oost- en westzijde grenst het plangebied aan bestaande woonfuncties. De locatie is gelegen binnen de kern van Panningen. Het betreft een inbreidingslocatie binnen bestaand stedelijk gebied.

&N Figuur 3. Uitsnede plangebied bestaande stedenbouwkundige situatie (bron: aangeleverd

door opdrachtgever)

Vigerend bestemmingsplan Dubbelkern Helden-Panningen Binnen het plangebied vigeert het bestemmingsplan ‘Dubbelkern Helden-Panningen’ (vastgesteld op 5 februari 2013). Binnen dit bestemmingsplan heeft het projectgebied de enkelbestemmingen 'Detailhandel’ en ‘Wonen’. Tevens kent de locatie de dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie 4’. In gedeelten van het plangebied zijn twee bouwvlakken opgenomen waarbinnen een maximale goot-en bouwhoogte is toegestaan van respectievelijk 5 en 8 meter.

{] BRO

Bestemmingsplan ‘Raadhuisstraat - Patersstraat’ te Panningen

8

444

B

22891

180

N i

09

#

Enkelbestemming

SS

£39 .

e

i

Detaihande

eeN ii

i

Enkelbestemming vionen

À v

i

LD

Oubbelbestemming

141

EE

Arheologied

EDS

p

®

Souwiak

ee

Mastvoerng

1;

am

booeeeee9

,

bouwhoogt

\

Figuur 4. Uitsnede vigerend bestemmingsplan 'Dubbelkern Helden-Panningen' ligging plangebiea

rood omljnd

Het initiatief (een Aldi supermarkt met 13 appartementen) is niet passend binnen het vigerend bestemmingsplan. Op de gebieden met een enkelbestemming detailhandel is het enkel toegestaan om een supermarkt te realiseren met een aanduiding supermarkt. Deze aanduiding bezit het perceel niet. Daarnaast zal de supermarkt gedeeltelijk op gronden met de enkelbestemming wonen worden gerealiseerd. Deze enkelbestemming laat de realisatie van een supermarkt met woningen niet toe. Ten slotte ligt een groot gedeelte van het toekomstig initiatief buiten het bouwvlak en worden de maximale bouwhoogtes van 5 en 8 meter met het beoogde planvoornemen overschreden. Kortom, het onderhavig initiatief is strijdig met het vigerende bestemmingsplan. Het vigerende bestemmingsplan kent ook geen (algemene) afwijkings- of wijzigingsmogelijkheden, op basis waarvan de realisatie van het beoogde initiatief alsnog mogelijk kan worden gemaakt. Parapluplan Parkeernota Peel en Maas Binnen het plangebied vigeert tevens het bestemmingsplan “Parapluplan Parkeernota Peel en Maas’ vastgesteld door de gemeenteraad van Peel en Maas op 19 juni 2018.

{] BRO

Bestemmingsplan ‘Raadhuisstraat - Patersstraat’ te Panningen

9

In het vigerende ‘Parapluplan Parkeernota Peel en Maas' zijn de parkeerregels en specifieke gebruiksregels opgenomen welke ook voor onderhavig planvoornemen gelden. In het ‘Parapluplan Parkeernota Peel en Maas' is onder artikel 2.2 onder i het volgende opgenomen: ‘De regels inzake parkeernormen van de bestemmingsplannen zoals opgenomen in Bijlage 1 bij de regels, worden verwijderd en vervangen, en voor zover nog niet aanwezig aangevuld, door de regels zoals opgenomen in artikel 4' In de betreffende Bijlage 1 van het ‘Parapluplan Parkeernota Peel en Maas’ wordt ook het bestemmingsplan 'Dubbelkern Helden — Panningen' vermeld. Het artikel 4 van het ‘Parapluplan Parkeernota Peel en Maas' is dus ook van toepassing op het bestemmingsplan ‘Dubbelkern Helden — Panningen’.

{] BRO

Bestemmingsplan ‘Raadhuisstraat - Patersstraat’ te Panningen

3

PLANBESCHRIJVING

In dit hoofdstuk wordt het beoogde project beschreven en worden de stedenbouwkundige en ruimtelijke effecten hiervan weergegeven.

Inleiding De locatie van de huidige 'Snuffelshop’ in Panningen biedt kansen om te werken aan de verbetering van het gebied op een manier waar Panningen wat aan heeft. Een hernieuwde ruimtelijke programma op deze locatie dient wel aan een aantal uitgangspunten te voldoen. Deze uitgangspunten zijn vastgesteld in overleg met de gemeente en opgehaald bij omwonenden: e

Toevoegen betaalbare woningen voor kleine huishoudens (mix van 2 en 3 kamer appartementen) geschikt voor ouderen (gelijkvloers) en kleine gezinnen (maisonette):

e

Groen

en bio-divers

e

Energiezuinig

e

Passend bij maat en schaal van centrum Panningen

e

Metrespect voor privacy van omwonenden

« _ Ruimtelijk kwalitatieve impuls e «

Verbinding leggen met centrum Panningen Winkelprogramma met 1.500 m2 bruto vloeroppervlakte, waarvan 1.025 m2 winkelvloeroppervlakte

« _ Inpandig laden en lossen vanuit Patersstraat e

Parkeren winkelbezoek op eigen terrein

e

Verkeersveilig

Op basis van bovenstaande uitgangspunten is een ontwerp opgesteld voor de nieuwe supermarktlocatie en de appartementen. De ontwikkeling Woningtypologieën In het totaal worden er 13 woningen gerealiseerd waarvan 8 levensloopbestendig. De woningen beschikken allemaal over een buitenruimte en meer dan de helft heeft de beschikking over een daktuin. De entree van de woningen is gesitueerd aan de Raadhuisstraat. Alle woningen zijn qua omvang gericht op kleine huishoudens (mix van 2- en 3-kamer appartementen) en zijn geschikt voor ouderen (gelijkvloers), kleine gezinnen en alleenstaanden (maisonnettes en bovenwoning) . In het plan ligt de verwachting dat een deel van de gerealiseerde woningen in het betaalbare segment vallen. Verdeling woningen >

Begane grond: 1x gelijkvloers (levensloopbestendig)

>

Verdieping 1: 1x bovenwoning, 2x gelijkvloers (levensloopbestendig)

>

Verdieping 2: 4x maisonnettes, 4x gelijkvloers (levensloopbestendig)

BRO

Bestemmingsplan ‘Raadhuisstraat - Patersstraat’ te Panningen

11

>

Verdieping 3: 1x gelijkvloers (levensloopbestendig)

In de kelder van het pand zullen 70 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Deze zijn zowel voorde bewoners als voor het winkelbezoek bestemd. Op de begane grond bevinden zich twee fietsenstallingen. Ten slotte zal er inpandig worden geladen en gelost vanuit de Patersstraat (noordoosten van het pand).

Figuur 5. Uitsnede stedenbouwkundige inpassing toekomstige situatie plangebied (bron: aangeleverd door opdrachtgever)

Stedenbouwkundige en ruimtelijke effecten In het kader van het initiatief worden de gronden geheel herontwikkeld. Aangezien er reeds woningen rondom de locatie aanwezig zijn en de locatie gelegen is binnen een bestaand woongebied, passen de nieuw te bouwen woningen en de supermarktiocatie functioneel n de omgeving. Voor het onderhavige planvoornemen is een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Ditis tevens juridisch geborgd middels een voorwaardelijke verplichting in de planregels. Momentee! geldt een maximale bouw- en goothoogte van respectievelijk 8 en 5 meter. In de toekomstige situatie geldt een maximale bouw- en goothoogte van respectievelijk 12,5 en 16 meter. Momenteel is er een detailhandelsvestiging gelegen binnen het plangebied, alsmede reguliere burgerwoningen. De Snuffelshop Gediam in Panningen is een winkel met een groot assortiment artikelen zoals cadeau-, feest-, kantoor-, kerst-, en

{] BRO

Bestemmingsplan ‘Raadhuisstraat - Patersstraat’ te Panningen

12

knutselartikelen. Daarnaast liggen er momenteel drie reguliere (vrijstaande) burgerwoningen en één twee-onder-een-kapwoning binnen het plangebied. De bestaande bebouwing wordt ten behoeve van het planvoornemen geheel gesloopt. Stedenbouwkundig bezien wordt onder andere qua hoogte, rooilijnen, typologieën, e.d. zoveel als mogelijk aansluiting gezocht bij de omliggende bebouwing. Zie in dat kader tevens de onderstaande uitsnede van de stedenbouwkundige inpassing. Er worden eveneens voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd onder andere in de ondergrondse parkeergarage.

h

hE

*

cm w

Figuur 7. Uitsnede stedenbouwkundige inpassing toekomstige situatie

{] BRO

Bestemmingsplan ‘Raadhuisstraat - Patersstraat’ te Panningen

13

Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling, is er kortom geen sprake van negatieve ruimtelijke en/of stedenbouwkundige effecten op de korte en op (middel) lange termijn. Vanuit ruimtelijk en stedenbouwkundig oogpunt wordt de ontwikkeling goed inpasbaar geacht.

"

| |‚'"'"'| “ l…l" " l}… \ r ” …a.llh.

-I-I-Ili/

Figuur 8. Uitsnede straatgevels toekomstige sítuatie

Privacy De appartementen zijn gericht op de Raadhuisstraat en de Patersstraat. Dat geldt met name voor de leefruimte. De ontsluiting van de appartementen op de derde verdieping ligt op het dak van de supermarkt (zie figuur 6). De afstand tussen de achtergevel van de woningen aan de Dwarsstraat en de ontsluiting van de appartementen die tegen de achtergevel van de appartementen is gelegen ligt ruim 70 meter van elkaar. Het volume van de supermarkt ligt hier tussen en beperkt door haar diepte (circa 30 meter) het zicht van bewoners van de appartementen op de achtertuinen en gevels van de woningen aan de Dwarsstraat. De omvang en situering van de bebouwing van de supermarkt neemt hiermee mogelijke negatieve effecten — voor de woningen gelegen aan de achterzijde aan de Patersstraat — op de privacy weg.

{] BRO

Bestemmingsplan ‘Raadhuisstraat - Patersstraat’ te Panningen

14

Schaduweffecten

Voor wat betreft de eventuele schaduwhinder wordt verwacht dat deze beperkt blijft. De hogere bebouwing is gelegen aan de Raadhuisstraat op de hoek van de straat. Hierbij wordt eventuele schaduwhinder voor omliggende bebouwing aan de overzijde geen negatieve effecten verwacht. Slechts ten aanzien van de woning gelegen in de noordwestzijde van het plan (Patersstraat 22) en de woning gelegen aan de zuidoostzijde (Raadhuisstraat 140 - 142) kan mogelijk schaduwhinder plaatsvinden. De bijgebouwen (garageboxen) aan de westzijde van het plan zullen ten behoeve van het onderhavige planvoornemen worden gesloopt. Tevens is er reeds een bijgebouw gesitueerd in de achtertuin van de Patersstraat 22 welke reeds binnenkomend zonlicht vanuit de zuidzijde wegneemt. Voor wat betreft de woning gelegen aan de Patersstraat 22 geldt eveneens dat deze, gelet op de verplaatsing van de zon (oost - west) nog voldoende zonlicht zal krijgen gedurende de (na)middag. In ieder geval kan nog steeds worden voldaan aan de geldende normen voor wat betreft bezonning. Voor de bewoners van de woning aan de Raadhuisstraat 140 - 142 geldt dat deze — gelet op de baan van de zon (oost — west) — geen vermindering van het aantal zonuren per dag zullen ondervinden.

{] BRO

Bestemmingsplan ‘Raadhuisstraat - Patersstraat’ te Panningen

15

4

UITGANGSPUNTEN

VAN

HET

BELEID

In dit hoofdstuk wordt achtereenvolgens ingegaan op het rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid.

41

Rijksbeleid

41.1

_ Nationale omgevingsvisie (NOVI)

Op 11 september 2020 heeft het Rijk vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI omvat een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken n de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: ° _ Ruíimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; e _ Duurzaam economisch groeipotentieel;

e _ Sterke en gezonde steden en regio's; ° Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes. Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven:

1. 2.

Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal;

3.

Afwentelen

wordt voorkomen.

De nationale overheid richt zijn in de NOVI zich op 21 verschillende nationale belangen: 1.

Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van

2.

de fysieke leefomgeving; Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit;

3.

Waarborgen en versterken van grensoverschrijdende en internationale relaties;

4.

Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving;

BRO

Bestemmingsplan ‘Raadhuisstraat - Patersstraat’ te Panningen

16

23z3sonn

Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften:

Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem; In stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit; Waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving;

zs

Zorg dragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten; . Beperken van klimaatverandering: . Realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 COz-arm

is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur; 12. Waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen: 13. Realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie;

14. Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit); 15. Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorzieningen en voldoende beschikbaarheid van zoetwater;

16. Waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat: 17. Realiseren en behouden van een kwalitatief hoogwaardige digitale connectiviteit; 18. Ontwikkelen van een duurzame voedsel- en agroproductie; 19. Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang; 20.

Verbeteren

en beschermen

van natuur en biodiversiteit;

21. Ontwikkelen van een duurzame visserij. Afweging Bij de realisatie van het voorliggende initiatief is sprake van een dermate kleinschalige ontwikkeling dat geen nationale belangen in het spel zijn. De beoogde ontwikkeling is dan ook niet in strijd met de nationale belangen zoals verwoord in de Nationale Omgevingsvisie. 4.1.2

_ Ladder voor duurzame verstedelijking

Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvul dige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De lad-

der is een motiveringsinstrument dat de gemeente verplicht moet toepassen bij elk ruimtelijk besluit dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt. In artikel 1.1.1

Bro is gedefinieerd wat een nieuwe stedelijke ontwikkeling is: “De ruimtelijke ontwikke-

ing van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie blijkt dat het wel een nieuwe stedelijke ontwik-

keling van enige omvang moet zijn’.

10.2. ABRS 1 juni 2016 (ECLE:NL:RVS:2016:1503),

ABRS

18 februari 2015 (ECLENL:RVS:2015:428) en ABAS 24 augustus 2018

(ECLENL:RVS:2016:2319).

BRO

Bestemmingsplan ‘Raadhuisstraat - Patersstraat’ te Panningen

17

Per 1 juli 2017 is de Ladder gewijzigd. Hierbij s de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om te motiveren hoe de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte. Indien de stedelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied plaatsvindt, is een motivering nodig waarom men deze niet binnen bestaand stedelijk gebied kan realiseren (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Uit jurisprudentie blijkt dat kleinschalige woningbouwplannen geen stedelijke ontwikkeling betreffen als bedoeld in artikel 1.1.1 Bro. In lijn met de uitspraak? van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 28 juni 2017 is vastgesteld dat een initiatief waarbinnen maximaal 1 woningen worden gerealiseerd of wanneer een bestemmingsplan voorziet in een terrein met een ruimtebeslag van minder dan 500 m2 of in een gebouw met een bruto-vloeropperviakte groter dan 500, niet wordt gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Afweging De voorliggende ontwikkeling omvat de realisatie van 13 woningen. In de huidige situatie zijn reeds 3 woningen gelegen binnen het plangebied. Per saldo worden er 10 woningen toegevoegd en wordt de woningbouwontwikkeling niet aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarentegen wordt er wel voorzien in een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m? aan bedrijfsvloeroppervlakte ter realisatie van de supermarkt.

Aangezien de realisatie van de supermarkt conform het Besluit ruimtelijke ordening een nieuwe stedelijke ontwikkeling betreft dient er een behoefteonderbouwing ten aanzien van de beoogde supermarkt plaats te vinden. Door BRO is een ruimtelijke effectenanalyse voor de supermarkt opgesteld. De volledige onderbouwing is als separate bijlage opgenomen. Hieronder wordt volstaan met een samenvatting. Nieuwe stedelijke ontwikkeling e

Eris sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, omdat de ontwikkeling niet mogelijk is op basis van het huidige bestemmingsplan. Het projectgebied heeft binnen het bestemmingsplan de enkelbestemmingen ‘Detailhandel’ en ‘Wonen’. Bovendien heeft de beoogde ontwikkeling een omvang groter dan 500 m? bvo.

e

De beoogde [ocatie ligt een de rand van het centrum van Panningen en heeft een stedelijke functie. De locatie is daarmee gelegen binnen bestaand stedelijk gebied.

Ruimtelijk verzorgingsgebied: gemeente

e

Peel en Maas en Panningen

Deligging en aard van de formule (Aldi) maken dat bestedingen uit de hele gemeente worden aangetrokken. Daarom is de gemeente Peel en Maas als verzorgingsgebied gekozen. Aanvullend is ook de behoefte voor specifiek Panningen inzichtelijk gemaakt.

2 ABRS 28 juni 2017 (ECLINL:RVS:2017:1724) 3 BRO, Auimtelke-funclionele effeclenanalyse, projectnr. POG436, d.d. 21 november 2023

{] BRO

Bestemmingsplan ‘Raadhuisstraat - Patersstraat’ te Panningen

18

Initiatief past binnen beleidskaders e

De centrale opgave in het provinciaal beleid is zorgen voor een kwalitatieve groei bij afnemende kwantiteit. Gemeente Peel en Maas heeft diverse supermarkten zonder moderne maatvoering, die daardoor een beperkte toekomstbestendigheid hebben. Ook de discountsupermarkten zijn relatief klein. Het beoogde initiatief voorziet in een toekomstbestendige discountsupermarkt, waardoor dit initiatief invulling geeft aan de centrale opgave. De kwaliteittoekomstbestendigheid van het boodschappenaanbod in Gemeente Peel en Maas neemt toe.

«

Regionaal wordt het van belang geacht om adequaat in te spelen op trends in de markt, voor de instandhouding van een gezond en gedifferentieerd winkelklimaat. Nieuwvestiging van Aldi speelt in op de hedendaagse consumentenbehoefte (moderne supermarkten, gevarieerd aanbod, ruime keuzemogelijkheid) en voorziet in een toekomstbestendige discountsupermarkt. Het initiatief draagt bij aan een kwantitatief en kwaliteit zo compleet, gevarieerd en attractief mogelijk winkelaanbod.

e

Conform dynamisch voorraadbeheer dient bij nieuwe ontwikkelingen, met een uitbreiding van het winkelvloeroppervlak, op enige wijze saldering plaats te vinden. De saldering vindt plaats doordat de vierkante meters (850 m2 wvo) van de Snuffelshop uit de markt worden genomen. Dit is regionaal afgestemd.

«

Het provinciaal beleid focust op de kwaliteit van het winkelaanbod in bestaande winkelgebieden. Ook het gemeentelijk beleid benadrukt de voorkeur voor nieuwvestiging in de centra. Dit initiatief is gelegen aan de rand van het centrum van Panningen en sluit aan bij bovenstaande opgave.

e _ In de retailstructuurvisie van gemeente Peel en Maas is een duidelijke voorkeur opgenomen voor het vestigen van supermarkten aan de rand van het centrum van Panningen. Dit initiatief is gelegen aan de rand van het centrum en komt overeen met deze beleidsdoelstelling. Sprake van kwantitatieve behoefte en gezond functioneren

Gemeente

Peel en Maas

e _ In de huidige situatie functioneert het dagelijks winkelaanbod in de gemeente Peel en Maas op

een vloerproductiviteit van circa € 8.275 per m2 wvo, circa 3% boven het landelijk gemiddelde. Dit biedt in kwantitatieve zin zeer beperkte mogelijkheden om het dagelijks winkelaanbod uit te breiden.

°

Ditcijfer verdient echter een nuance. Het economisch functioneren van dagelijkse winkels in de gemeente Peel en Maas ligt lager dan gemiddeld in Nederland. Mede als gevolg van de lagere exploitatielasten kunnen dagelijkse winkels in de gemeente Peel en Maas prima functioneren met

een omzet per m? onder het landelijk gemiddelde. e _ Als gevolg van beperkte bevolkingsgroei en een optimalisering van de binding nemen de totale bestedingen in de gemeente Peel en Maas toe. Hierdoor is uitbreiding van supermarktmeters kwantitatief te verantwoorden.

[] BRO

Bestemmingsplan ‘Raadhuisstraat - Patersstraat’ te Panningen

19

«

Bij het minimale scenario daalt de vloerproductiviteit tot circa 2% onder het landelijk gemiddelde. Een stijging van de binding is echter aannemelijk. Bij een toename van de binding ligt de vloerproductiviteit circa 2% lager dan het landelijk gemiddelde. Ook nu geldt dat het dagelijkse winkelaanbod in beide situaties in staat i om gezond te kunnen functioneren.

e _ In het meest negatieve scenario daalt het functioneren in de gemeente Peel en Maas tot een níveau van € 7.875 per m? wvo, circa 6% beneden het huidige niveau van € 8.275 per m2 wvo. Dit wordt beschouwd als een acoeptabel ondernemersrisico. Op basis hiervan is geen verdringing of leegstand te verwachten. Dit geldt ook indien rekening wordt gehouden met alle andere supermarktontwikkelingen in de gemeente Peel en Maas. Panningen e … In de huidige situatie functioneert het dagelijks aanbod in Panningen op een vloerproductiviteit van circa € 8.000 per m? wvo. Dit is nagenoeg gelijk aan het landelijk gemiddelde. Dit biedt in kwantitatieve zin geen directe aanleiding om het dagelijks winkelaanbod uit te breiden. e

Dit oijfer verdient wederom nuance. Het economisch functioneren van dagelijkse winkels in de Panningen ligt lager dan gemiddeld in Nederland. Mede als gevolg van de lagere exploitatielasten kan dagelijks aanbod in Panningen prima functioneren met een omzet per m? onder het landelijk gemiddelde.

e

Door een versterking van het winkelaanbod in Panningen neemt de toevloeiing toe naar verwachting toe. In het meest negatieve scenario daalt de vloerproductiviteit van het dagelijks aanbod tot circa 79% beneden het landelijk gemiddelde. In het positieve scenario daalt de vloerproductiviteit tot ciroa 5% beneden het landeljk gemiddelde. In beide situaties kan het dagelijkse winkelaanbod in Panningen gezond functioneren.

e

Het functioneren van dagelijkse winkels in Panningen daalt tot een niveau van € 7.425 à 7.650 per m2 wvo, circa 5 à 7 % beneden het huidige niveau van € 8.000 per m? wvo. Dit is een aanvaardbaar ondernemersrisico. Bovendien blift het dagelijks aanbod in staat om gezond te functioneren. Op basis hiervan is geen verdringing of leegstand te verwachten. Ook indien rekening wordt gehouden met de beoogde uitbreiding van Lidl en Jan Linders / Albert Heijn.

Het

e

initiatief voorziet

in een

kwalitatieve

behoefte

Nieuwvestiging van Aldi vindt plaats binnen de beleidsmatig gewenste hoofdstructuur en bovendien in de hoofdkern van de gemeente Peel en Maas. Het dagelijks winkelaanbod in Panningen heeft niet alleen een functie voor inwoners van Panningen, maar ook van de omliggende kernen.

e

Het discountaanbod in de hoofdkern Panningen is relatief bescheiden. In Panningen is uitsluitend een Lidl gevestigd, maar die heeft vooralsnog geen moderne maatvoering. Een echte hard discounter zoals Aldi is in Panningen bovendien niet aanwezig. Een moderne hard discounter draagt bij aan de consumentenverzorging en in het verlengde daarvan de leefbaarheid in Panningen en omgeving.

« _ Inwoners van gemeente Peel en Maas krijgen de beschikking over een aantrekkelijke discountsupermarkt met moderne maatvoering op een centrale en goed bereikbare plek in de gemeente. Het

[] BRO

Bestemmingsplan ‘Raadhuisstraat - Patersstraat’ te Panningen

20

initiatief geeft invulling aan de behoeften van de consument, die behoefte heeft aan modern, comfortabel en goed bereikbaar supermarktaanbod. e

Versterking en modernisering van het supermarktaanbod geeft invulling aan de veranderende consumentenbehoefte (uitgebreid assortiment, keuze voor de consument) en een ruimere winkelopzet (gemak). De behoefte aan ruimer opgezette winkels is toegenomen door de coronacrisis (behoefte om afstand te kunnen houden).

e

De ontwikkeling vindt plaats aan de rand van het voornaamste centrum in gemeente peel en Maas. De positie van het centrum van Panningen wordt hiermee verstevigd. Door de ligging aan de rand van het centrum, zullen ook andere winkels profiteren van de aanwezigheid van Aldi (combinatiebezoek). Het initiatief zorgt daardoor niet alleen voor toekomstbestendig discountaanbod, maar draagt ook bij aan de vitaliteit van winkelgebied als geheel.

Leegstandseffecten zijn beperkt e

De omzeteffecten van de beoogde ontwikkeling van Aldi voor de gemeente Peel en Maas zijn relatief beperkt en worden beschouwd als een ondernemersrisico. De kans op onaanvaardbare Ieegstand is klein. De effecten voor de consumentenverzorging en detailhandelsstructuur zijn per saldo positief.

«

Op het niveau van Panningen zijn de omzeteffecten weliswaar een stuk hoger, maar daarbij gelden twee kanttekeningen. Het is niet realistisch dat het volledige omzeteffect van de nieuwvestiging van Aldi terecht komt in Panningen. Bovendien is voor de omzetclaim van Aldi gerekend met de landelijk gemiddelde vloerproductiviteit van supermarkten, terwijl Aldi doorgaans een lagere vloerproductiviteit heeft. Dit heeft een dempende werking op het omzeteffect.

«

Inalgemene zin wordt geconcludeerd wordt dat sprake is van een aanvaardbaar omzeteffect dat moet worden

beschouwd

als ondernemersrisico.

Naar

oordeel van

BRO

komt

het economisch

functioneren van het bestaande dagelijkse aanbod in de gemeente Peel en Maas en specifiek Panningen niet in gevaar. Verdringing wordt niet verwacht. Afweging Het initiatief voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. De realisatie van een modeme en toekomstbestendige discountsupermarkt heeft een duidelijke kwalitatieve meerwaarde ten opzichte van de huidige situatie. Het dagelijks winkelaanbod in de gemeente Peel en Maas en specifiek Panningen blift ook na deze ontwikkeling in staat om gezond te kunnen functioneren. De kans op leegstand is klein en de effecten zijn in het kader van een goede ruimtelijke ordening aanvaardbaar. De effecten op de consumentenverzorging en detailhandelsstructuur zijn per saldo juist positief. 413

_ Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

De Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte wordt in juridische termen aangeduid als het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het besluit is op 30 december 2011 n werking getreden en op 1 oktober 2012 zijn enkele wijzigingen in werking getreden.

{] BRO

Bestemmingsplan ‘Raadhuisstraat - Patersstraat’ te Panningen

21

In het Barro zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in bestemmingsplannen. De onderwerpen n het Barro betreffen: Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote Rivieren, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Nationaal Natuurnetwerk, erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJsselmeergebied. Afweging Voor de beoogde ontwikkelingen zijn gezien de aard en kleinschaligheid geen van de bovengenoemde belangen in het geding bij de ontwikkeling van het plangebied. De beoogde supermarkt en woningbouw is kortom niet in strijd met de beleidsregels, zoals deze zijn opgenomen in het Barro. 41.4

_ Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro)

De Rarro is gebaseerd op het Barro. In het Barro is bepaald dat bij ministeriële regeling verschillende gebieden en objecten worden aangewezen, waar gemeenten bij vaststelling van bestemmingsplannen rekening mee moeten houden. In de Rarro wordt daar itvoering aan gegeven. Het plangebied is niet gelegen binnen enige radarverstoringsgebieden. Op dit bestemmingsplan zijn geen belangen uit de Rarro van toepassing. Afweging Vanuit het Rarro bestaan er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling. 4.2

421

_

Provinciaal

beleid

_ Provinciaal Omgevingsvisie (POVI)

Met de komst en invoering van de Omgevingswet dient elke provincie haar eigen provinciale omgevingsvisie op te stellen. Op 1 oktober 2021 heeft de provincie Limburg de provinciale omgevingsvisie vastgesteld: ‘de Provinciale omgevingsvisie Limburg' (hierna te noemen: POVI Limburg). De POVI Limburg is een lange termijnvisie, met als doelstelling invulling geven over hoe de provincie Limburg in de periode 2030-2050 op een integrale en toekomstbestendige manier kan door ontwikkelen. De omgevingsvisie is dynamisch en flexibel, aangezien dit mogelijkheden biedt om het document te actualiseren met het oog op toekomstige veranderingen. De POVI is op 25 oktober 2021 in werking getreden en vervangt daarmee het Provinciaal Omgevingsplan Limburg uit 2014 (POL2014).

BRO

Bestemmingsplan ‘Raadhuisstraat - Patersstraat’ te Panningen

22

Daarnaast is een omgevingsverordening uitgewerkt om het beleid juridisch te verankeren. Deze omgevingsverordening wordt besproken in paragraaf 3.2.3. Hoofdopgaven In de provinciale omgevingsvisie Limburg zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk: Het creëren van een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige omgeving, zowel in het lan-

delijk als in het bebouwde gebied; Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie): Klimaatadaptatie en energietransitie. Deze opgaven, die Limburg-breed spelen, dienen met inachtneming van de specifieke eigenschappen

die Limburg bezit op een integrale en toekomstbestendige manier te worden geïmplementeerd. Participatie tussen de overheid, de markt en de inwoners van Limburg is hierbij een belangrijk uitgangspunt. In de Provinciale omgevingsvisie Limburg wordt daarnaast een toekomstbeeld van 2030-2050 geschetst. Inhoud

De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit twee delen: - _ Een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema's; - _ Een gebiedsgericht deel waarin de thema's op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio's Noord-, Midden en Zuid-Limburg. Wonen en leefomgeving De POVI houdt vast aan een dynamisch en flexibel woonbeleid, de woonbehoeften van de Limburger zijn daarbij leidend. Verder liggen hierin ook mogelijkheden bij te dragen aan klimaat-, energie-, en duurzaamheidsdoelsteliingen. Vanuit de wetgeving is de rol van de provincie op dit terrein beperkt. Daarom opereert de provincie, met betrekking tot dit thema, vanuit een agenderende, stimulerende, meesturende en verbindende rol. De POVI is hierbij een op hoofdlijnen richtinggevend kader. Aangezien de toekomst onderhevig zal zijn aan veranderingen, en elke specifieke regio voor een andere aanpak vraagt zijn meer gerichte uitwerkingen in provinciale, regionale en/of gemeentelijke programma's, agenda's en instrumenten noodzakelijk. Wonen

Op het gebied van wonen wordt er specifiek gekeken naar welke behoeften er zijn. De grootste opgave op korte- en middellange termijn zitin het toekomstgeschikt maken van de verouderde en nietcourante bestaande woningvoorraad. Uitgangspunten zijn dat deze woningen in eerste instantie levensloopbestendig dienen te worden gemaakt, en daarna ook verduurzaamd. Getalsmatig zijn er voldoende woningen, kwalitatief gezien zijn dit echter niet overal de juiste woningen en de juiste plannen. Met name in de middenhuur en sociale huur is er een steeds diverser wordende groep mensen aangewezen op nieuwe woon(zorg)concepten. Verder is er ook speciale aandacht voor de betaalbaarheid

BRO

Bestemmingsplan ‘Raadhuisstraat - Patersstraat’ te Panningen

23

van woningen, aangezien kansen voor sommige doelgroepen afnemen door de stijgende prijzen. Een belangrijk instrument om de kwaliteit van het bebouwde gebied op orde te maken is de ladder voor duurzame verstedelijking. Hierdoor wordt de ruimte n bebouwd gebied optimaal benut. Uitgangspunt hierbij is dat leegstaand vastgoed wordt hergebruikt en herbestemd wordt. Wonen is in principe alleen toegestaan in daarvoor bestemde woongebieden, hierop kunnen - tijdelijke — uitzonderingen worden gemaakt in de vorm van een flexibele schil. Werklocaties

Voor de vestiging of uitbreiding van bedrijven is geschikte huisvesting en ruimte noodzakelijk. Dat kan in Limburg een probleem zijn. Soms is er onvoldoende beschikbare ruimte, of voldoet de ruimte niet aan de eisen van de gebruikers. Die eisen kunnen bovendien in de toekomst veranderen door digitalisering, verduurzaming, globalisering of robotisering van bedrijfsprocessen. In Noord-Limburg ontstaat druk op grootschalige kavels die met name gebruikt worden door logistieke bedrijven die de corridor van Rotterdam/Antwerpen naar het Ruhrgebied willen benutten. Dit vraagt om het maken van keuzes, ook omdat niet alle logistieke bedrijven evenveel toegevoegde waarde leveren aan onze economische structuur.

Winkelgebieden De Limburgse detailhandelsector is een belangrijke sociaaleconomische sector, met € 7,3 miljard consumentenbestedingen, (50.000 banen en 5.960 winkels met een totale oppervlakte van 1.997.000 m2 winkelverkoopvloeroppervak). Limburg heeft echter teveel winkels. De verwachting is dat het aantal winkels de komende jaren flink reduceert. De centrale opgave is dan ook een groei in kwaliteit bij een afnemende

kwantiteit.

E-commerce is de grootste drijver van groei. De toekomst van online retailers is onzeker door de hoge logistieke kosten, die vaak niet worden verhaald op de klant. Veel grote spelers zijn dan ook bezig met een herinrichting van hun logistieke proces. Er zijn veel manieren waarop dat kan en hiervoor is steeds

maatwerk vereist.

Limburg moet rekening houden met een verdere afname van winkelaanbod in alle lagen van de detailhandelstructuur. Daar ligt een opgave voor zowel de overheid als voor vastgoedeigenaren, beleggers en ondernemers. De uitkomsten van het Koopstromenonderzoek Limburg (KSOL) kunnen daarbij helpen.

Behoefte winkelvloeropperviakte De Provinciale Omgevingsvisie (POVI) schetst de provinciale ambities ten aanzien van onder meer detailhandel. De provincie streeft naar genoeg en kwalitatief goede ontwikkelruimte voor bestaande en nieuwe bedrijven (waaronder detailhandel) in winkelgebieden. De Limburgse detailhandels-sector is een belangrijke sociaaleconomische sector. Limburg heeft echter te veel winkels en daarom is het de verwachting dat het aantal winkels de komende jaren flnk reduceert. De centrale opgave is een groei

{] BRO

Bestemmingsplan ‘Raadhuisstraat - Patersstraat’ te Panningen

24

in kwaliteit bij een afnemende kwantiteit. Ten aanzien van winkelgebieden maakt de provincie de volgende keuzes. Steunen en stimuleren van gemeenten bij het compacter maken en kwalitatief versterken van de bestaande winkelgebieden in steden en landelijke kernen. Behouden en versterken van de kwaliteit van de stedelijke centra als belangrijke ontmoetingsplekken. Een goede balans vinden tussen het winkelaanbod in de verschillende type winkelgebieden. In bestaande grootschalige winkelgebieden aan de rand van steden is geen ruimte voor winkels uit branches die bij uitstek thuishoren in de stadscentra.

De Limburgse principes We zoeken naar de balans tussen het beschermen n benutten van de fysieke leefomgeving waarin we leven, wonen, werken, leren en onze vrije tijd besteden. Als we hierin afwegingen maken, doen we dat op basis van de onderstaande Limburgse principes: . _ Wesstreven naar een inclusieve, gezonde en veilige samenleving. De inrichting en ontsluiting van gebieden nodigt uit tot ontmoeten, recreëren en maatschappelijke betrokkenheid. + _ De kenmerken en identiteit van gebieden staan centraal. Een gebiedsgerichte aanpak is de basis voor samenwerking met andere partijen en initiatiefnemers. Er is dus ruimte voor maatwerk.

* _ Meer stad, meer land. We koesteren de variatie in gebieden. Stedelijke functies worden geconcentreerd in compacte steden en dorpen. Landelijke gebieden worden als tegenhanger van de drukkere stedelijke gebieden ontwikkeld.

+ _ We gaan zorgvuldig om met onze ruimte en voorraden, zowel onder- als bovengronds. We zetten in op een sociaaleconomische ontwikkeling zonder vraagstukken af te wentelen naar de volgende generaties. In lijn met de Omgevingswet gaan wij in de Omgevingsvisie uit van het voorzorgsbeginsel:; preventief handelen, milieuaantastingen bij voorrang aan de bron bestrijden en de vervuiler betaalt. In onze afwegingen betrekken we naast de impact op mens, economie en welvaart ook de impact op de omgeving en het milieu. We streven naar functiecombinaties en benutten bestaande functies optimaal. We richten ons op het voorkomen van afval en maken bewust gebruik van natuurlijke voorraden grondstoffen, fossiele brandstoffen en water. We zetten in op hernieuwbare grondstoffen en streven naar een cirulaire economie. We gaan zorgvuldig om met onze archeologie en geologie. Afweging Onderhavig plan ziet op de realisatie van 13 kwalitatieve (levensloopbestendige) woningen, waarin een behoefte bestaat, en een supermarktlocatie. Binnen de bestaande bebouwing zijn reeds drie woningen gelegen. Per saldo worden derhalve 10 woningen aan de woningvoorraad toegevoegd. De ladder voor duurzame verstedelijking is besproken in paragraaf 4.1.2. Hieruit blijkt dat voor wat betreft de

[] BRO

Bestemmingsplan ‘Raadhuisstraat - Patersstraat’ te Panningen

25

supermarktlocatie aan de ladder voor duurzame verstedelijking wordt voldaan. Onderhavige woningbouwontwikkeling past daarmee binnen de Provinciale Omgevingsvisie. 422

_ Omgevingsverordening Limburg 2014

Zoals benoemd zijn de provinciale ambities en belangen vertaald naar juridisch bindende voorschriften in de provinciale omgevingsverordening Limburg 2014 In de provinciale verordening i bijvoorbeeld vastgelegd op welke wijze de ladder voor duurzame verstedelijking moet worden toegepast bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen en dat het verboden is om een bestemming te wijzigen waarmee permanente bewoning van een recreatiewoning wordt mogelijk gemaakt. Voor zover relevant zijn hieronder de van toepassing zijnde passages uit de provinciale omgevingsverordening opgenomen. Artikel 2.2.2 Ladder voor duurzame verstedelijking

In de omgevingsverordening is een verwijzing opgenomen naar de Ladder voor duurzame verstedelijking en hierbij is in artikel 2.2.2 van de verordening het navolgende bepaald: °

Eenruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, houdt rekening met het bepaalde in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening.

°

Bij een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, worden tevens de mogelijkheden van herbenutting van leegstaande monumentale en beeldbepalende gebouwen, zoals bedoeld in artikel 2.2.3, onderzocht.

e

De toelichting bij het ruimtelijk plan bevat een verantwoording over de wijze waarop invulling is gegeven aan het bepaalde n het eerste en tweede lid.

Artikel 2.4.2 Bestuursafspraken economie

In de verordening zijn tevens regels opgenomen ten aanzien van woningbouw. Volgens artikel 2.4.2 van de Omgevingsverordening voorziet een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio NoordLimburg niet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen anders dan op de wijze zoals beschreven in de door de gemeenteraden vastgestelde Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg. Verder geldt dat de toelichting van een ruimtelijk plan dat betrekking heeft op het toevoegen van woningen aan de bestaande voorraad. een verantwoording dient te bevatten van de wijze waarop invulling is gegeven aan het bovenstaande. De toelichting bij het ruimtelijk plan dient tevens een verantwoording te bevatten van de bijdrage die met de vaststelling van dat ruimtelijk plan wordt geleverd aan de regionale opgave gericht op het terugdringen van de planvoorraad van nog onbenutte bouwmogelijkheden voor woningen. Artikel 2.4.3.

Detailhandel

De basisafspraken en spelregels uit het POL2014, in ijn met de Ladder voor Duurzame verstedelijking, zijn door de regio uitgewerkt in de regionale visie Detailhandel en vormen de basis voor het (in

{] BRO

Bestemmingsplan ‘Raadhuisstraat - Patersstraat’ te Panningen

26

het veelal nog uit te werken) gemeentelijk beleid. De POL-uitwerking Detailhandel i n juni/juli 2017 door alle gemeenteraden vastgesteld. De vastgestelde ‘regionale Detailhandelsvisie Noord-Limburg' vormt de formele basis voor de regionale samenwerking op het gebied van detailhandel. De gemeenten verplichten zich om de in de uitvoeringsparagraaf (van de detailhandelsvisie) opgenomen regionale en lokale acties conform planning uit te voeren.

Gemeenten en provincie werken voor 1 januari 2018 de rol en positie van de bestaande ambtelijke RPO's uit voor de thema's bedrijventerreinen, kantoren en detailhandel. De afstemming tussen de bovenregionaal verzorgende centra (zowel binnen als buiten de provincie) is ook van groot belang voor een gezond en gedifferentieerd winkelklimaat. De regionale detailhandelsvisie voorziet niet in deze afstemming. In samenspraak met betrokken regio’s/gemeenten zal de provincie de bovenregionale afstemming organiseren. De provincie spant zich in om samen met de regio de kwaliteit en betrouwbaarheid van de winkelmonitor in stand te houden. De regionale afstemming voor het onderhavige planvoornemen heeft reeds plaatsgevonden en het voornemen is (sub-)regionaal afgestemd. Tevens is er een saldering uitgevoerd in het kader van de ruimtelijke effectenanalyse. Deze is reeds aan bod gekomen in paragraaf 4.1.2. Milieubeschermingsgebieden Uit de kaarten behorende bij de 'Omgevingsverordening Limburg 2014' blijkt dat het plangebied niet is gelegen binnen (milieu)beschermingsgebieden of beschermingszones ten behoeve van natuur en landschap. Afweging De verantwoording aan de Ladder voor duurzame verstedelijking voor deze ontwikkeling is reeds opgenomen in paragraaf 4.1.2. Het besluitgebied ligt niet binnen milieubeschermingsgebieden of binnen beschermingszones ten behoeve van natuur en landschap.

Vanuit het hoofdstuk Ruimte zijn er geen rechtstreeks doonwerkende regels die een belemmering vormen voor de voorgenomen ontwikkeling. De voorgenomen ontwikkeling past dan ook binnen de Omgevingsverordening Limburg 2014. 423

_ Omgevingsverordening Limburg 2021

Met de komst van de Omgevingswet is een nieuwe omgevingsverordening nodig die past binnen de kaders en het instrumentarium van de Omgevingswet. Op 25 mei 2021 heeft het college van Gedeputeerde Staten het ontwerp van deze nieuwe Omgevingsverordening Limburg (2021) vastgesteld. Deze ontwerp-omgevingsverordening heeft van 7 juni tot en met 19 juli 2021 voor eenieder ter inzage gelegen en wordt naar verwachting in december 2021 door Provinciale Staten vastgesteld. De inwerkingtreding is voorzien op 1 januari 2024 wanneer naar verwachting ook de nieuwe Omgevingswet in werking zal treden. Hoewel het ontwerp van de Omgevingsverordening Limburg (2021) hoofdzakelijk een

[] BRO

Bestemmingsplan ‘Raadhuisstraat - Patersstraat’ te Panningen

27

beleidsneutrale omzetting van de Omgevingsverordening Limburg 2014 is, staan er enkele nieuwe of inhoudelijk aanmerkelijk gewijzigde onderwerpen in. Het gaat hier om instructieregels aan gemeenten op het gebied van wonen, zonne-energie, na-ijlende effecten van de steenkoolwinning en huisvestingsnormen voor internationale werknemers. Volgens de kaart ‘Wonen, werken en recreëren’ ligt het plangebied binnen het gebied ‘Landelijke kernen’. Conform artikel 12.1 van de ontwerp-omgevingsverordening dient de motivering bij een omgevingsplan dat betrekking heeft op de realisatie van één of meerdere woningen het volgende beschrijven:

Figuur 9. Uitsnede kaart Omgevingsverordening 2021 ‘Wonen, werken en recreëren’ ligging plangebied rood omlijnd

a.

rekening is gehouden met de hoofdstukken 3 (Limburgse principes en algemene zonering) en 5 (wonen en leefomgeving) van de provinciale omgevingsvisie;

b.

sprake is van behoefte in kwaliteit en kwantiteit op basis van actueel onafhankelijk behoefteonderzoek;

c.

over de behoefte aan realisatie van deze woningen overeenstemming bestaat binnen de regio Noord-Limburg of Midden-Limburg of Zuid- Limburg. De regio's bepalen eigenstandig de regionale overeenstemming, organiseren hun eigen regionale overleggen en dragen zorg voor actuele regionale woonvisies en regionale onderzoeken;

{] BRO

Bestemmingsplan ‘Raadhuisstraat - Patersstraat’ te Panningen

28

d.

het omgevingsplan is opgenomen in de Limburgse systematiek van monitoring, bedoeld in Afdeling 14.5:

e.

realisatie van de woningen beoogd is binnen 5 jaar na vaststelling van het omgevingsplan en dat, als deze termijn niet wordt gehaald, hoe en wanneer de mogelijkheid tot realisatie van deze woningen komt te vervallen.

Afweging Binnen het gebied 'Landelijke kernen’ zijn de gronden onder andere bestemd voor detailhandel en wonen. In deze toelichting is in voldoende mate rekening gehouden met de in artikel 12.1 van de ontwerp-omgevingsverordening opgenomen instructieregels. Zoals beschreven in paragraaf 4.2.1 past deze ontwikkeling binnen de POVI Limburg. In paragraaf 4.3 volgt een uitgebreide onderbouwing met betrekking tot de behoefte en de regionale afspraken en met de bouw van de supermarkt en de woningen wordt spoedig een aanvang gemaakt, tenminste binnen 5 jaar na de verleende vergunning. De onderhavige ontwikkeling is in lijn met de Omgevingsverordening Limburg.

43 431

Regionaal beleid _ Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg

De gemeente Peel en Maas heeft samen met de gemeenten in Noord-Limburg (Beesel, Bergen, Gennep, Horst aan de Maas, Mook en Middelaar, Venlo, Venray en Peel en Maas en de provincie Limburg) afspraken gemaakt over de regionale woningmarkt. In 2016 resulteerde dit in de ‘Regionale Structuurvisie wonen Noord-Limburg’. Ondertussen is op 22 september 2020 de geactualiseerde 'Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020 — 2024' vastgesteld. Op grond van artikel 2.1, lid 3 Wet ruimtelijke ordening (Wro) heeft de 'Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020 — 2024' de status van een intergemeentelijke structuurvisie. Hierdoor heeft het document een juridische status en een zelfbindend

karakter.

De gemeente Peel en Maas heeft samen met de gemeenten in Noord-Limburg (Beesel, Bergen, Gennep, Horst aan de Maas, Mook en Middelaar, Venlo, Venray en Peel en Maas en de provincie Limburg) afspraken gemaakt over de regionale woningmarkt. In 2016 resulteerde dit in de ‘Regionale Structuurvisie wonen Noord-Limburg’. Ondertussen is op 22 september 2020 de geactualiseerde 'Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020 — 2024' vastgesteld. Op grond van artikel 2.1, lid 3 Wet ruimtelijke ordening (Wro) heeft de 'Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020 — 2024' de status van een intergemeentelijke structuurvisie. Hierdoor heeft het document een juridische status en een zelfbindend

karakter.

Een van de centrale opgaven in de Regionale Woonvisie i de kwalitatieve mismatch tussen de (toekomstige) woningbehoefte en de bestaande woningvoorraad. Hierover staat aangegeven dat bij nieuwbouw bij voorkeur ingezet dient te worden op de realisatie van toekomstbestendige en flexibele woonsegmenten.

BRO

Bestemmingsplan ‘Raadhuisstraat - Patersstraat’ te Panningen

29

Daarnaast bestaat de wens om alle doelgroepen een plek te geven binnen onze woningmarkt: In onze regio komen verschillende doelgroepen nadrukkelijker naar voren. Die moeten allemaal een plek krijgen binnen onze woningmarkt en maatschappij. Denk hierbij aan zorgdoelgroepen (vanuit beschermd wonen naar de reguliere woningmarkt) en internationale werknemers die zich hier voor langere tijd witlen vestigen. Voor een deel zijn bijzondere doelgroepen afhankelijk van de sociale huursector. De druk op dit segment ljkt dan ook toe te nemen. Niet alleen qua aantallen, maar juist door een concentratie van mensen die door allerlei oorzaken hun weg maar moeilijk kunnen vinden in onze maatschappij. Dit brengt druk op de leefbaarheid met zich mee. Hierbij dienen de huishoudprognose van E'til (Progneff) als referentieprognose ten aanzien van het aantal nog toe te voegen nieuwbouwwoningen. Echter, de kwalitatieve toets is leidend. Progneff wordt daardoor als basis gehanteerd, maar er is (indien kwalitatief wenselijk) ruimte om ‘goede dingen’ te blijven realiseren. Daarvoor gelden de volgende regionale uitgangspunten: e

Toevoegen van woningen in principe alleen in de kernen:

e

Gekeken dient te worden naar koppelkansen:

e

Toevoegen van woningen leidt niet tot het vergroten van het kwetsbare woningoverschot;

«

Het type toe te voegen woning moet passen binnen de kwalitatieve behoefte;

e

De regio streeft sociale en duurzame woonconcepten na;

e

Erwordt gezocht naar aansluiting op de landelijke, regionale en lokale duurzaamheidsdoelen.

Aanvullend is daarnaast in de Regionale Woonvisie tevens opgenomen dat: e

Naast nieuwbouw dient er ook gekeken te worden naar de potentie van de bestaande voorraad en hoe deze zich verhoudt tot de veranderende (kwalitatieve) behoefte.

e

Ook dient er aandacht te zijn voor de huisvesting van specifieke doelgroepen, zoals starters en ouderen. Ten aanzien van deze doelgroepen wordt vooral ingezet op het realiseren van geschikte woningen voor ouderen, daar op deze manier de doorstroming wordt bevorderd. Zo ontstaat er tevens ruimte voor de starter op de woningmarkt.

e

Vraag en aanbod dienen in de regio beter met elkaar in evenwicht te zijn. De oplossing hiervoor ligt grotendeels binnen de bestaande woningvoorraad.

.

Leefbaarheid in kleine kernen staat onder druk. Toevoegen van woningen (in kleine mate) kan helpen om de leefbaarheid te verbeteren, maar vooral om de doorstroming te bevorderen.

Afweging De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van maximaal 13 woningen binnen de kern van Panningen in de nabijheid van diverse voorzieningen. Daarnaast worden er met de onderhavige ontwikkeling zelf ook voorzieningen in de nabijheid van het centrum gerealiseerd. Het programma betreft een mix van koop- en huurwoningen in het goedkope tot middeldure segment, waaronder levensloopbestendige woningen voor ouderen. Op grond van het regionale beleid mogen woningen in principe enkel worden toegevoegd in de kernen, waarbij gekeken dient te worden naar koppelkansen. Onderhavig initiatief gerealiseerd binnen de kern van Panningen. Daarnaast is er aandacht voor de huisvesting

{] BRO

Bestemmingsplan ‘Raadhuisstraat - Patersstraat’ te Panningen

30

van ouderen en starters. De beoogde ontwikkeling is geschikt voor starters en ouderen en geeft hiermee invulling aan. Gelet hierop is het initiatief in ljn met de 'Structuurvisie Wonen Noord-Limburg’. 4.3.2

Regionale detailhandelsvisie Noord-Limburg

Het regionale detailhandelsbeleid is vastgelegd in de Detailhandelsvisie Noord-Limburg. Het doel is om adequaat in te spelen op ontwikkelingen en trends in de markt, zodat een gezond en gedifferentieerd winkelklimaat n stand kan worden gehouden. Dit is van belang voor een compleet en aantrekkeljk voorzieningenniveau voor de consument: consumenten dienen te beschikken over een kwantitatief én kwalitatief zo compleet, gevarieerd en attractief mogelijk winkelaanbod. Vertrekpunt Het vertrekpunt van de regionale detailhandelsvisie is het Provinciaal Ontwikkelingsplan 2014 (POL2014), daarin zijn enkele thematische principes beschreven, namelijk dat: «

In principe géén nieuwe solitaire c.g. verspreid gelegen winkels en winkelgebieden worden ontwik-

°

Winkels niet thuis horen op bedrijventerreinen, behalve als het gaat om verkoop van goederen (vo-

keld/gerealiseerd. Iumineus) die zich lenen voor vestiging op zo'n terrein. °

Nieuwe ontwikkelingen mogen alleen plaatsvinden in, of direct aansluitend aan, bestaande winkelgebieden.

Daarnaast is het POL2014 opgenomen dat, ondanks dat er geen behoefte is aan kwantitatieve groei, stilstand geen optie i. Blijvende vernieuwing en innovatie mag niet in gevaar komen. Dynamiek is nodig om de omslag naar gewenste kwaliteit te maken. Met andere woorden nieuwe detailhandelsinitiatieven dienen op de goede plek gerealiseerd te worden. Het POL2014 blijft van kracht totdat de omgevingswet per 1 januari 2024 in werking is getreden. Doel

Met POL2014 als vertrekpunt kan het doel dat we nastreven met de regionale detailhandelsvisie als volgt worden omschrijven: Adequaat inspelen op ontwikkelingen en trends in de markt zodat we een gezond en gedifferentieerd Winkelklimaat

in stand kunnen

houden.

Belang Het in stand houden van een gezond en gedifferentieerd winkelklimaat is van belang om bijte dragen aan/ het versterken

e

van:

een gezond ondernemersklimaat (economische doelstelling): het creören van omstandigheden voor de huidige en toekomstige detailhandelsondernemingen waarbij een rendabele exploitatie mogelijk is en perspectief wordt geboden voor de langere termijn. Een ondernemer dient daarbij ook de ruimte te krijgen om te ondernemen. Dit heeft ook een positief effect op de werkgelegenheid.

[] BRO

Bestemmingsplan ‘Raadhuisstraat - Patersstraat’ te Panningen

31

e

een compleet en aantrekkelijk voorzieningenniveau voor consumenten(sociaal-maatschappelijke functie): de consument dient te beschikken over een in kwantitatief en kwalitatief opzicht zo compleet, gevarieerd en attractief mogelijk pakket aan winkels. Dit alles op aanvaardbare afstand van de woonomgeving.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=5e400b25-0ba6-408f-a498-66c5b39347a1