CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-061 06 Toelichting

Raad 23 april 2024, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Vaststellen “Bestemmingsplan ‘Agrarisch - Intensieve Veehouderij’ naar ‘Recreatie – Verblijfsrecreatie’ aan de Steenkampseweg 12 te Meijel” (2024-061)22.638 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De gemeente stimuleert het faciliteren van kringloop- en Plantoelichting bestemmingsplan Steenkampseweg 12 Meijel, gemeente Peel en Maas

17

natuurinclusieve landbouw dat leidt tot een verbetering van de omgevingskwaliteit. Het doorontwikkelingen van grootschalige agrarische bedrijvigheid is toegestaan in gebieden waar dit passend in op basis van een gebiedsgerichte aanpak, uitbreiding gaat gepaard met een tegenprestatie. Ook wordt gestimuleerd op hergebruik c.q. herbestemming van leegstaand/leegkomend agrarisch vastgoed onder voorwaarde dat er sprake is van kwaliteitswinst in de vorm van een bijdrage aan de doelen/speerpunten. Via de win-win regeling zijn er ook beperkte mogelijkheden voor de inzet van woningbouw om leegstand tegen te gaan. Bij hergebruik c.q. herbestemming is de sloop van overtollige gebouwen een belangrijk uitgangspunt. De opgaven dienen in samenhang van elkaar gezien te worden, waarbij met name de eerste drie overkoepelende opgaven als leidende principes gelden. Bij elke ontwikkeling dient bekeken te worden hoe een bijdrage aan deze drie opgaves geleverd kan worden. Analyse Voor het plangebied is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld dat onderdeel uitmaakt van dit bestemmingsplan.

Daarbij is rekening gehouden met de gebiedskwaliteiten en te versterken waarden, zoals in de Omgevingsvisie beschreven, waaronder:  Versterking van cultuurhistorische identiteit ter bevordering van de aantrekkingskracht van het gebied;  Zorg voor contrast tussen verdichte en open stukken;  Versterk de openheid en verminder de hoeveelheid bebouwing in het beekdal;  Rationeel landschap en behoud de grootste openheid. Met dit inpassingsplan wordt tevens de biodiversiteit versterkt. Vanwege de beëindiging van een intensieve veehouderij en het realiseren van een groene omgeving waar verblijfsrecreatie in een rustige setting mogelijk is, wordt een bijdrage geleverd aan het creëren van een gezonde(re) leefomgeving, waar mensen uitgenodigd worden om te komen genieten. Bij de bouw van de landschapssuites zullen duurzame materialen de absolute voorkeur krijgen en wordt gestreefd naar circulariteit. Het initiatief aan de Steenkampseweg 12 is een voorbeeld van toekomstgericht ondernemen vanwege de beëindiging van een intensieve veehouderij en het in de plaats hiervan realiseren van een verblijfsrecreatief bedrijf op de locatie. Met het plan wordt, naast de landschappelijke invulling, een kwaliteitswinst bereikt doordat mogelijke overlast vanuit de intensieve veehouderij verdwijnt. Het plan is passend binnen de 'Omgevingsvisie Peel en Maas'. 3.4.2

Kwaliteitskader buitengebied Peel en Maas

Het kwaliteitskader bevat geen nieuw beleid. Het is een uitwerking van vaststaand beleid uit het structuurplan buitengebied Peel en Maas. Net als in het provinciaal beleid wordt er bij kwaliteitsverbeteringen onderscheid gemaakt in 3 soorten kwaliteitsverbeteringen. Voor een verdere toetsing aan het Kwaliteitskader wordt verwezen naar paragraaf 2.4 van deze toelichting. Vanuit de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit is een locatie bezoek uitgevoerd en is er ingestemd met het inrichtingsplan voor het plangebied. 3.4.3

Kaderstelling Ruimte en Economie

In november 2017 is de notitie ‘Waardenoriëntatie en kaderstelling’ voor de thema’s Ruimte en Economie vastgesteld. De gemeente Peel en Maas wil bijdragen aan het goede leven binnen de gemeente. Bij alles wat de gemeente doet is een drietal kernwaarden leidend: zelfsturing, duurzaamheid en diversiteit. Met de kaderstelling vindt een herijking plaats van de programma’s van de thema’s ruimte en economie en de uitvoeringsafspraken. Op basis van expertgesprekken zijn richtinggevende waarden gedestilleerd:  van Individueel naar Samen;  van Omgevingskwantiteit naar Omgevingskwaliteit;  van Lineair naar Circulair;  van Gesloten naar Open;  van Consumeren naar Beleven;  van beheersen naar ruimte geven en vertrouwen;  van overheidssturing naar omgevingssturing. Plantoelichting bestemmingsplan Steenkampseweg 12 Meijel, gemeente Peel en Maas

18

Per waarde zijn omgevingsdoelen geformuleerd, die de waarden inhoud geven en de gewenste richting bepalen voor de Omgevingsvisie, alsmede inhoud voor de programmadoelen van de gemeentelijke begroting. Voor het thema Ruimte betreft dit de programma’s ‘Vitale leefomgeving’ en ‘Beheer fysieke leefomgeving’. Het programma Beheer fysieke leefomgeving is voornamelijk gericht op de inrichting en het beheer van de openbare ruimte. Het programma Vitale leefomgeving wordt voor wat betreft de overheidstaak sterk bepaald door tal van wetten op gebied van ruimtelijke ordening en milieu. Ook al is de overheid primair verantwoordelijk voor de ontwikkeling, inrichting, bescherming en het behoud van de fysieke leefomgeving, de inwoners en gemeenschappen zijn ‘mentaal eigenaar’. De gemeente Peel en Maas herkent zich daarom in de ambities ‘van individueel naar samen’, ‘van overheidssturing naar omgevingssturing’ en ‘van omgevingskwantiteit naar omgevingskwaliteit. De gemeente Peel en Maas schept ruime kwalitatieve kaders die aansluiten bij het karakter van het dorp, gemeenschap en bestaande kwaliteiten om zo ruimte te creëren om de leefomgeving ook in de toekomst te laten aansluiten bij de behoefte van het dorp en haar identiteit.

Tevens wordt ingespeeld op uitdagingen van de toekomst die noodzakelijk zijn voor behoud van een vitale gemeenschap, waaronder klimaatadaptie en klimaatneutraliteit, circulaire economie, slimme mobiliteit, bedrijvigheid in balans met haar omgeving, de transitie in de agrarische sector en de demografische ontwikkelingen. Dit vraagt om een gebiedsgerichte en integrale benadering. Er is bij het vaststellen van de kwalitatieve kaders en de uitvoering daarvan oog voor initiatieven in de gemeenschap, onder leiding van de kernwaarden. Daarmee wordt aangesloten op de beweging ‘van beheersen naar loslaten en vertrouwen’. Voor de onderhavige ontwikkeling zijn binnen het thema ruimte de navolgende programmadoelen relevant:  We zorgen voor verbindingen en balans tussen de verschillende functies en waarden.  We zorgen voor verbindingen en balans tussen economische en ruimtelijke waarden.  We hebben oog voor de transitie in het landelijk gebied. Onderhavig planvoornemen sluit aan bij de sterke rol van de gemeente in de regio, o.a. vanwege het sterke toeristisch-recreatief potentieel. Het planvoornemen aan de Steenkampseweg 12 is onderscheidend van andere recreatieve locaties met name vanwege de inrichting met luxe ‘Peel-lodges’, die vergeleken kunnen worden met luxe hotelsuites in het groen. Wakker worden in het groen.

Met het plan worden de bestaande ruimtelijke waarden gerespecteerd; bovendien wordt een forse bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van nieuwe natuur op de locatie waar voorheen een intensief veehouderijbedrijf gevestigd was. Met het toevoegen van het extra groen wordt het unieke van dit initiatief bereikt en vindt tegelijkertijd een extra kwaliteitsimpuls plaats, wordt de biodiversiteit versterkt. Met dit planvoornemen wordt aangesloten bij de Kaderstelling Ruimte en Economie. 3.4.4

Nota ‘Nieuwe denkrichting Vrijkomende (Agrarische) Bebouwing (VAB) in het buitengebied’

Op 22 februari 2011 heeft de gemeenteraad van Peel en Maas de Beleidsnotitie ‘Nieuwe Denkrichting Vrijkomende (Agrarische) Bebouwing (VAB) in het buitengebied’ vastgesteld. In het buitengebied is een groot aantal voormalige agrarische locaties en woningen waar veel opstallen aanwezig zijn. In het structuurplan buitengebied Peel en Maas, vastgesteld op 17 december 2008, is beleid (VAB beleid) voor deze locaties opgenomen. De regeling houdt in dat hergebruik van bestaande agrarische bebouwing voor een (niet) agrarische functie of burgerwoning onder voorwaarden mogelijk is. Om een verdere kwaliteitsverbetering voor deze locaties te stimuleren, is in 2011 aanvullend VAB beleid geformuleerd. De aanvulling omvat vooral dat er ook mogelijkheden worden geboden, om na sloop van gebouwen, een nieuw gebouw te realiseren. Het VAB beleid is alleen van toepassing voor die locaties met een agrarische bouwkavel/bestemming, waar ook een bedrijfswoning aanwezig is. Binnen het plangebied wordt de agrarische bestemming met een intensieve veehouderij aanduiding omgezet naar een recreatieve bestemming. In het kader van de saneringsregeling worden de bestaande sheds gesloopt. De resterende bebouwing wordt ingezet voor de nieuwe functie op de locatie.

Plantoelichting bestemmingsplan Steenkampseweg 12 Meijel, gemeente Peel en Maas

19

3.4.5

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Peel en Maas’

Plangebied Steenkampseweg 12, Meijel Het vigerend bestemmingsplan is het bestemmingsplan “Buitengebied Peel en Maas” (deels onherroepelijk in werking, vastgesteld 24-12-2014). De percelen behorend bij het initiatief aan de Steenkampseweg 12 hebben de enkelbestemming ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’, de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie – 5’. Er is een bouwvlak ingetekend en de gebiedsaanduidingen ‘reconstructiewetzone – verwevingsgebied’ en ‘wro-zone – wijzigingsgebied 4 go’ zijn van toepassing. Een klein deel van de gronden kent de gebiedsaanduiding ‘wro-zone – wijzigingsgebied 3bd’ Het perceel grond aan de visvijver heeft de enkelbestemming ‘Agrarisch’ en de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie – 4’. Verder zijn er drie gebiedsaanduidingen van toepassing: ‘Kernrandzone’, ‘Reconstructiewetzone – verwevingsgebied’ en ‘wro-zone – wijzigingsgebied 1 ob’. De planregels van het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Peel en Maas’ bevatten onder artikel 56.8 een wijzigingsbevoegdheid om de bestemming ‘Agrarisch – intensieve veehouderij’ onder voorwaarden te wijzigen te wijzigen in de bestemming ‘Recreatie – verblijfsrecreatie’.

Het initiatief aan de Steenkampseweg 12 past, onder meer vanwege de beoogde realisatie van landschapssuites en de totale omvang van het plan, niet onder deze voorwaarden waardoor een planherziening in de rede ligt om het initiatief te kunnen verwezenlijken.

.

Plantoelichting bestemmingsplan Steenkampseweg 12 Meijel, gemeente Peel en Maas

20

4

Omgevingsaspecten

4.1

Inleiding

Bij de toekenning van een nieuwe functie aan een bepaald gebied dient rekening gehouden te worden met mogelijke (milieu-)effecten op de omgeving en vanuit de omgeving op de (nieuwe) functie. Het onderzoek naar de milieuaspecten zoals bedrijven en milieuzonering, geluid, luchtkwaliteit, bodem, geur en externe veiligheid wordt in de volgende paragrafen beschreven. Eveneens is gekeken naar planologische aspecten, zoals kabels en leidingen, water, archeologie en cultuurhistorie, natuur, verkeer en parkeren. Tenslotte is een paragraaf 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' opgenomen. De hieruit voortkomende bevindingen worden in dit hoofdstuk toegelicht.

4.2

Bedrijven en milieuzonering

Plangebied Steenkampseweg 12 e.o. Binnen het plangebied is sprake van het toekennen van andere functies aan de gronden en bestaande bedrijfsgebouwen. Verblijfsrecreatie wordt in principe beschouwd als milieugevoelig. Het is daarom van belang om te toetsen of er functies in de omgeving zijn, die beperkt worden door de ontwikkeling of die de ontwikkeling belemmeren. Een eerste toets vindt plaats aan de voorgeschreven afstanden, zoals deze zijn voorgeschreven volgens de (indicatieve) lijst ‘Bedrijven en Milieuzonering’, uitgegeven door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) in 2009. Eén van de belangrijkste bouwstenen bij milieuzonering is de richtafstandenlijst. Deze lijst biedt voor een scala aan typen bedrijvigheid de richtafstanden tot gevoelige bestemmingen vanwege geur, stof, geluid en gevaar. Daarnaast zijn indices voor verkeersaantrekkende werking, bodem, lucht en visueel opgenomen in de lijst. De opgenomen richtafstanden betreffen de indicatief aan te houden afstand tussen hinder veroorzakende en milieugevoelige functies. Van de richtafstanden kan, mits goed gemotiveerd, worden afgeweken. De afstand dient te worden gemeten vanaf de bestemmings-/bouwgrens van de inrichting tot die van de milieugevoelige functie.

2 P 2 P 2 P 2 P 2 P 1 P 1 G/P

1 1 1 1 1 1 1

LUCHT

1 3.1 1 1 2 1 2

BODEM

10 30 10 10 10 10 10

VISUEEL

10 50 C 10 C 10 C 30 C 10 C 30 C

VERKEER

0 0 0 0 0 0 0

GROOTSTE AFSTAND

10 30 10 0 0 10 10

INDICES

CATEGORIE

LOGIES-, MAALTIJDEN- EN DRANKENVERSTREKKING Hotels en pensions met keuken, conferentie-oorden en congrescentra Kampeerterreinen, vakantiecentra, e.d. (met keuken) Restaurants, cafetaria's, snackbars, ijssalons met eigen ijsbereiding, viskramen e.d. 1 Café's, bars 2 Discotheken, muziekcafé's Kantines Cateringbedrijven

GEVAAR

-

GELUID

55 5510 553, 552 561 563 563 5629 562

AFSTANDEN IN METERS

STOF

55 5511, 5512 552 553 554 554 5551 5552

OMSCHRIJVING

GEUR

SBI-2008

nummer

SBI-1993

-

10 50 10 10 30 D 10 D 30

Tabel 4.2.1: richtafstanden tussen hinderveroorzakende en milieugevoelige functies, filtering op gewenste activiteiten plangebied Steenkampseweg 12 (bron: lijst ‘bedrijven en milieuzonering, VNG 2009)

Bij het bepalen van de richtafstanden zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:     

Het betreft ‘gemiddeld’ moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen. De richtafstanden hebben betrekking op de omgevingstypen ‘rustige woonwijk’ en ‘rustig buitengebied’. De richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten. Bij activiteiten met ruimtelijk duidelijk te onderscheiden deelactiviteiten (zoals productie, opslag, kantoren, parkeerterreinen) kunnen deze deelactiviteiten desgewenst als afzonderlijk te zoneren activiteiten worden beschouwd, bijvoorbeeld bij ligging van de activiteit binnen zones met een verschillende milieucategorie. De richtafstand geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is. De gegeven afstanden zijn in het algemeen richtafstanden en geen harde afstandseisen. Dit betekent dat geringe afwijkingen in de lokale situatie mogelijk zijn. De richtafstanden zijn weergegeven in afstandsklassen. De richtafstanden voor de te onderscheiden bedrijfstypen zijn afgeleid van: in Nederland aanvaarde normen voor de emissies door milieubelastende activiteiten;

Plantoelichting bestemmingsplan Steenkampseweg 12 Meijel, gemeente Peel en Maas

21

-

in Nederland voorgeschreven of aanvaarde grens- en richtwaarden voor de immissies bij woningen en andere milieugevoelige bestemmingen; ervaringen en waarnemingen met betrekking tot de omvang en schadelijkheid van emissies door activiteiten.

In de kolom ‘gevaar’ is een richtafstand aangegeven, die bij een gemiddelde activiteit van dat type aangehouden kan worden. Het betreft alle gevaaraspecten, inclusief brandgevaar en stofexplosies. De grootste afstand voor geur, stof, geluid en gevaar is bepalend voor de indeling in de milieucategorie. De volgende tabel geeft inzicht in het verband tussen de afstand en de milieucategorie.

Tabel 4.2.2: Milieucategorieën met bijbehorende richtafstanden tot ‘rustige woonwijk’/ ‘rustig buitengebied’ en ‘Gemengd gebied’ (bron: www.infomil.nl).

De richtafstanden van de VNG-publicatie gelden tot het gebiedstype 'rustige woonwijk' en ‘rustig buitengebied’. In bepaalde gevallen kan gemotiveerd worden dat er geen sprake is van een 'rustige woonwijk' of ‘rustig buitengebied’, maar een 'gemengd gebied'. Dit is bijvoorbeeld het geval bij een lint in een dorpskern waar meerdere functies naast elkaar zitten. Of bij een gebied dat langs een drukke ontsluitingsweg ligt. Bij een 'gemengd gebied' kunnen de richtafstanden met 1 afstandsstap verkleind worden. Uitzondering hierop is de richtafstand voor externe veiligheid. Deze wordt niet verkleind. Plangebied Steenkampseweg 12 Meijel De omzetting van de agrarische bestemming naar een recreatieve bestemming met ruimte voor workshops ijsbereiding is lastig in te delen in de lijst met hinderveroorzakende functies. Uitgaande van het ‘worst-casescenario’ is sprake van een categorie 3.1 functie waarbij wordt uitgegaan van de aanwezigheid van een keuken. In werkelijkheid en gelet op de beoogde doelgroep en inrichting van het terrein, zullen de activiteiten vallen binnen milieu categorieën 1 en 2. Het aspect ‘geluid’ is hoe dan ook maatgevend; bij milieucategorie 3.1 gaat het dan om een in acht te nemen afstand van 50 meter. Binnen een straal van 70 meter rondom het plangebied bevinden zich aan de Heihorst 9/9A en Heihorst 11 twee bedrijven met een bedrijfswoning.

Uitgaande van het nieuwe bestemmingsvlak ‘Recreatie’ bevinden burgerwoningen zich allemaal op meer dan 50 meter van het plangebied (gemeten bestemmingsvlakbestemmingsvlak).

Plantoelichting bestemmingsplan Steenkampseweg 12 Meijel, gemeente Peel en Maas

22

Bedrijfswoningen zijn in principe gevoelige functies; deze vallen echter buiten de kaders van de richtafstandenlijst. De richtafstanden vormen wel een indicatie voor de aanvaardbaarheid van de situatie.

Figuur 4.2.3: Kaart met adressen en begrenzing plangebied, elke stip staat voor een adres. (bron: app.pdok.nl)

Ingevolge de regels van het vigerende bestemmingsplan Buitengebied Peel en Maas dienen de hier bedoelde bedrijfswoningen in of achter de bestaande voorgevelrooilijn (aan de Heihorst, red.) te worden gebouwd terwijl de afstand van de woning tot de bedrijfsgebouwen maximaal 15 meter bedraagt. In de praktijk betekent dit dat de voorgevel van de bedrijfswoning zich naar de Heihorst richt. De bedrijfsgebouwen zelf bevinden zich tussen de bedrijfswoning en het plangebied aan de Steenkampseweg 12. In de praktijk liggen de geluidgevoelige objecten (de bedrijfswoningen) hierdoor op meer dan 50 meter van het nieuwe bestemmingsvlak en zorgen de bedrijfsgebouwen bovendien voor (extra) geluid-afschermende werking. Gelet op de specifieke ligging van de geluidgevoelige objecten, als gevolg van de bestemmingsplanbepalingen, is het aspect ‘geluid’ naar verwachting geen probleem. Aan het in acht nemen van de richtafstand wordt in dit geval ruim voldaan. Naast de uitstraling van recreatieve bedrijf op gevoelige functies in de omgeving is het tevens van belang te beoordelen of ter plaatse van de lodges een aanvaardbaar verblijfs- en leefmilieu kan worden gegarandeerd in relatie tot de aanwezigheid van omliggende bedrijven.

In de directe omgeving zijn drie bedrijven c.q bedrijfslocaties aanwezig, alsmede een terrein voor een cultureel centrum, die in dit kader nader bekeken en beoordeeld dienen te worden. 

Heihorst 9A; betreft een agrarisch verwant bedrijf, specifiek een agrarisch hulpbedrijf met een bedrijfsvloeroppervlakte van minimaal 500 m². Op grond van de VNG lijst geldt voor een dergelijk type bedrijf (SBI-2008 016.1) milieucategorie 3.1 en dient rekening gehouden te worden met een richtafstand van 50 m.

Plantoelichting bestemmingsplan Steenkampseweg 12 Meijel, gemeente Peel en Maas

23

 

Heihorst 11; betreft een grondgebonden agrarisch bedrijf, waarvoor op grond van de VNG lijst een milieucategorie 2 geldt. Hierbij geldt een richtafstand van 30 m. Perceel kadastraal bekend te Meijel, sectie F nummer 504; betreft een bedrijfslocatie bestemd als ‘Bedrijf – niet agrarisch verwant’. Op grond van de regels van het vigerend bestemmingsplan is op deze locatie uitsluitend een bedrijf toegestaan voor: opslag van champignoncompost, zwarte grond en tijdelijke opslag van zand- en grind, alsmede ten behoeve van de opslag voor een transportbedrijf, met dien verstande dat alleen mag worden opgeslagen, hetgeen in het kader van de afvalstoffenwetvergunning wordt toegelaten. Het bebouwd oppervlak mag maximaal 100 m² bedragen. Het specifieke bedrijfstype is niet opgenomen in de VNG-lijst, maar gezien de beschreven activiteiten en de relatieve kleinschaligheid kan het vergeleken worden met de categorie ‘dienstverlening ten behoeve van de landbouw, algemeen (o.a. loonbedrijven): b.o <= 500 m²’, waarvoor een milieucategorie 2 geldt. Conform de richtafstandenlijst dient hiervoor rekening gehouden te worden met een afstand van 30 m. Donkersveld 6; betreft het terrein voor Schutterij St. Nicolaas. In de VNG-lijst zijn zgn. schietinrichtingen opgenomen, waarbij voor deze schutterij aangesloten zou kunnen worden bij de categorie ‘vrije buitenbanen: schietbomen’.

Dergelijke inrichtingen zijn ingedeeld in categorie 6, waarvoor een grootste afstand op grond van het aspect ‘gevaar’ geldt. Deze afstand bedraagt 1.500 meter. Voor het aspect ‘geluid’ geldt een afstand van 500 meter.

Op grond van het inrichtingsplan voor de plaatsing van de landschapssuites (lodges) kan gesteld worden dat aan de westzijde de geplande verblijfsobjecten op ca. 30 m. (= richtafstand) van de grens van het bestemmingsvlak behorende bij de aangrenzende bedrijfsfunctie op perceel F504 worden gerealiseerd, waardoor er geen sprake is van een onaanvaardbaar verblijfsklimaat ter plaatse. Aan de oostzijde bevinden zich twee van de geplande lodges binnen de richtafstand van 30 m. vanuit het bestemmingsvlak van de Heihorst 11. Hier wordt dus niet aan de richtafstand voldaan. Hierop wordt in de volgende paragraaf ‘geluid’ nader ingegaan. Voor wat betreft de richtafstand tot de schutterij kan worden opgemerkt dat het in dit geval gaat om een schutterij die valt onder de noemer ‘traditioneel schieten’. Traditioneel schieten is schieten door schutterijen of schuttersgilden met buksen of geweren vanaf een vaste standplaats op een stilstaand doel in de buitenlucht. Het traditioneel schieten vindt voornamelijk plaats bij schutterijen en schuttersgilden in de provincies Gelderland, Noord-Brabant en Limburg. In de regel wordt er bij het schieten gebruik gemaakt van kogelvangers. In onderhavig geval is dit ook zo. In het Activiteitenbesluit is voor deze categorie schutterijen bepaald dat geen expliciete geluidsnormen gelden.

Voor wat betreft het aspect ‘gevaar’ dient bij het traditioneel schieten een 'onveilige zone' in acht genomen te worden. Dat is het gebied waar projectielen - direct of indirect - terecht kunnen komen en waar gevaar bestaat voor mensen en dieren. Afhankelijk van het gebruikte materiaal bij het schieten, dient maximaal een halve cirkel met een straal van 25 meter rond het doel waarop wordt geschoten te worden aangehouden. In onderhavige situatie is de afstand van het plangebied tot aan het perceel van de schutterij ruim 130 meter, zodat de voorgenomen ontwikkeling dus ruim buiten de onveilige zone wordt gerealiseerd en er geen sprake is van strijdigheid op grond van het aspect ‘gevaar’. Bovendien is de schietrichting van deze schutterij richting het oosten gericht en dus niet richting het plangebied. Geconcludeerd kan worden dat vanwege de genoemde zaken: gebruik van een kogelvanger, het respecteren van de onveilige zone én de schietrichting naar het oosten, het aspect gevaar voldoende ondervangen is. Het aspect ‘stof’ vormt in onderhavige situatie, vanuit de richtafstandentabel, geen aandachtspunt. Het aspect ‘geur’ zal in paragraaf 4.6 specifiek behandeld worden.

4.3

Geluid

Geluidhinder kan ontstaan door verschillende activiteiten. Hierbij kan gedacht worden aan weg- en railverkeer, maar ook aan industriële activiteiten. De Wet geluidhinder, de Wet milieubeheer en het Bouwbesluit geven normen weer voor de hoogst acceptabele geluidbelasting en minimale geluidwering bij geluidgevoelige functies, zoals woningen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen bestaande en nieuwe situaties. Wegverkeerslawaai Op grond van de Wet geluidhinder dient voor nieuwe geluidgevoelige objecten getoetst te worden aan de geluidbelasting vanaf omliggende zoneplichtige wegen. Hotels, recreatiewoningen en kantoren zijn niet geluidsgevoelig in het kader van de Wet geluidhinder. Verder worden er geen geluidgevoelige objecten binnen het plangebied toegevoegd. Een akoestisch onderzoek wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. Plantoelichting bestemmingsplan Steenkampseweg 12 Meijel, gemeente Peel en Maas

24

Industrielawaai Een toets in het kader van ‘industrielawaai’ is noodzakelijk indien sprake is van een ‘gezoneerd industrieterrein’. Voorliggend bestemmingsplan maakt een gezoneerd terrein niet mogelijk. Een akoestisch onderzoek industrielawaai wordt dan ook niet nodig geacht. Reeds in voorgaande paragraaf is aangetoond dat als gevolg van de nieuwe functie voor recreatie geen sprake zal zijn van geluidsoverlast op omliggende gevoelige objecten. Indirecte hinder Hoewel kampeermiddelen en recreatiewoningen geen geluidgevoelige objecten zijn (volgens de Wet geluidhinder) veronderstelt een ‘goede ruimtelijke ordening’ wel dat er sprake moet zijn van een aanvaardbaar verblijfsklimaat ter plaatse van de lodges. Bedrijf Heihorst 11 Het naastgelegen grondgebonden agrarisch bedrijf aan de Heihorst 11 betreft een bedrijf dat gespecialiseerd is in het kweken van bodembedekkers, vaste planten en siergrassen. In voorgaande paragraaf is geconstateerd dat de richtafstand van 30 m. niet ten aanzien van alle te realiseren lodges op het oostperceel kan worden gegarandeerd. Met name twee lodges bevinden zich binnen de straal van 30 m. vanuit de grens van de bedrijfsbestemming. Echter, het plangebied grenst hier aan een grote waterberging (geen geluidsproductie) en enkele tunnels waarbinnen de kweek van de planten plaatsvindt.

Het productieproces dat hierin wordt uitgeoefend gebeurt zonder grote machines of ander geluidsproducerend materieel. Om die reden is het aannemelijk dat er geen geluidsoverlast zal plaatsvinden ter plaatse van de lodges als gevolg van de nabijheid van dit agrarische bedrijf. Schutterij Donkelseweg 6 In de nabijheid van het plangebied gebruikt de ‘Schutterij St. Nicolaas’ een terrein om te schieten en om muziek te maken. Bij een traditionele schutterij, waar hier sprake van is, spelen geluid, bodem en veiligheid een rol. Dergelijek schutterijen vallen onder het Activiteitenbesluit milieubeheer (paragraaf 3.7.2. traditioneel schieten); in beginsel worden geen eisen ten aanzien van het aspect geluid voorgeschreven. Ook de Algemene plaatselijke verordening van de gemeente Peel en Maas stelt geen nadere eisen aan dit aspect. De frequentie waarop binnen het terrein van de schutterij schiet-activiteiten plaatsvinden zijn beperkt, gemiddeld zal dat 1x per week zijn. Voor eventuele andere activiteiten die ter plaatse worden uitgevoerd, zoals samenkomst in het schutterijgebouw, is de afstand tot het plangebied met ruim 130 meter voldoende om te kunnen concluderen dat geen sprake zal zijn van overlast. Dergelijke schutterijen organiseren meestal eenmaal per jaar een schutterijfeest met schietwedstrijd.

Een dergelijk evenement zal voor meer geluidsproductie zorgen, wat mogelijk wel een negatief effect kan hebben op het rustige karakter van de verblijfsrecreatie binnen onderhavig plangebied. Initiatiefnemers zijn voornemens de potentiële gasten er vooraf (bij het boeken) op te wijzen als een dergelijk evenement gepland staat, ofwel de accommodatie voor die dagen te sluiten, mocht er hinderlijke overlast verwacht kunnen worden.

Plantoelichting bestemmingsplan Steenkampseweg 12 Meijel, gemeente Peel en Maas

25

Terrein Schutterij St. Nicolaas

Plangebied

Figuur 4.3.1 Plangebied Steenkampseweg 12 Meijel met op korte afstand het terrein van de Schutterij St. Nicolaas

Overige geluidsbronnen in de directe omgeving Het plangebied wordt omgeven door landbouwgronden, waarop teelt van met name akkerbouwgewassen plaatsvindt. Het is vanwege dit agrarisch gebruik mogelijk dat landbouwvoertuigen zicht voortbewegen op de gronden. Dit gebruik zal echter dermate incidenteel van aard zijn dat hiervan geen overlast op de vakantiegangers te verwachten is. Bovendien zullen de landschapssuites (lodges) van voldoende isolatie voorzien worden, dat dergelijke geluiden tot een minimum worden beperkt. Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor herbestemming van de locatie.

4.4

Luchtkwaliteit

Wet Luchtkwaliteit Op 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking getreden en staan de hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen beschreven in de Wet milieubeheer (Wm, hoofdstuk 5). Artikel 5.16 Wm (lid 1) geeft weer onder welke voorwaarden bestuursorganen bepaalde bevoegdheden (uit lid 2) mogen uitoefenen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid:  Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde. Plantoelichting bestemmingsplan Steenkampseweg 12 Meijel, gemeente Peel en Maas

26

  

Een project leidt - al dan niet per saldo - niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Een project draagt ‘niet in betekende mate’ (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging. Een project past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of binnen een regionaal programma van maatregelen.

Hierna wordt ingegaan op het feit dat het initiatief ‘niet in betekende mate’ (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging, waardoor luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering vormen. ‘Niet in betekenende mate (NIBM)’ In het Besluit NIBM is vastgelegd wanneer een project niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van een bepaalde stof. Een project is NIBM als aannemelijk is dat het project een toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%. De 3% grens wordt gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Er zijn twee mogelijkheden om aannemelijk te maken dat een project binnen de NIBM-grens blijft:  Aantonen dat een project binnen de grenzen van een categorie uit de Regeling NIBM valt. Er is dan geen verdere toetsing nodig, het project is in ieder geval NIBM.  Op een andere manier aannemelijk maken dat een project voldoet aan het 3% criterium. Ook als een project niet kan voldoen aan de grenzen van de Regeling NIBM, is het mogelijk om alsnog via berekeningen aan te tonen, dat de 3% grens niet wordt overschreden. De Regeling NIBM geeft voor een aantal soorten van projecten een (getalsmatige) invulling aan de NIBMgrens. Het gaat daarbij om woningbouwprojecten, kantoorprojecten en enkele inrichtingen (bijvoorbeeld landbouwinrichtingen).

Als een project binnen de begrenzing van de Regeling NIBM valt, dan is geen verdere toetsing aan de grenswaarden nodig. Het project geldt dan als een NIBM-project en kan doorgaan zonder dat extra maatregelen worden genomen. Tevens is er dan geen luchtkwaliteitsonderzoek nodig. De 3% is als volgt gekwantificeerd:  Voor woningbouw geldt dat de 3% grens is vastgesteld op 1.500 woningen (bij 1 ontsluitingsweg) en op 3.000 woningen in het geval van 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling.  Voor kantoren geldt dat de 1% grens is vastgesteld op 100.000 m 2 bruto vloeroppervlakte kantoorgebouwen (bij 1 ontsluitingsweg) en op 200.000 m 2 bruto vloeroppervlakte kantoorgebouwen in het geval van 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. Het initiatief voorziet in de omzetting van een intensieve veehouderij naar een recreatieve bestemming met een bedrijfswoning. Dit initiatief valt hiermee binnen de begrenzing van de Regeling NIBM. NIBM tool De NIBM-tool is ontwikkeld door het ministerie van Infrastructuur en Milieu, om snel te kunnen bepalen of een plan niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van een stof in de buitenlucht. Bij het raadplegen van deze tool is uitgegaan van een worst-case scenario. Het ideale gewenste eindplaatje bestaat uit 25 luxe Peel-lodges (ofwel 15 lodges en 10 camperplekken).

Normaliter zullen de gebruikers gemiddeld 2 à 3 nachten verblijven. Worst-case is dat er iedere dag nieuwe recreanten komen en dus voor iedere verblijfsmogelijkheid sprake is van twee verkeersbewegingen per etmaal. Er zal sprake zijn van licht verkeer. In totaal gaat het om een verkeersgeneratie van 25 x 2 = 50 verkeersbewegingen per etmaal. Daarbij wordt nog opgeteld de bezoekers voor de workshops ijsbereiding en het verkeer ten behoeve van de eigenaren. Voor de bezoekers wordt gerekend met 10% (+ komen en gaan) en ten aanzien van de eigenaren wordt gerekend met 8,6 vervoersbewegingen per etmaal. Dit is gebaseerd op kencijfers van het CROW (2018). Uitgegaan is van een vrijstaande koopwoning in de omgeving ‘rest bebouwde kom’ in een ‘weinig stedelijk’ gebied. Totaal aantal extra voertuigbewegingen komt hiermee uit op: 50 + (5 x 2) + 8,6 = 68,6.

Plantoelichting bestemmingsplan Steenkampseweg 12 Meijel, gemeente Peel en Maas

27

Figuur 4.4.1 Berekening NIBM-tool (bron: NIBM-tool, versie 05-09-2023)

Op grond van de uitkomst van de NIBM-tool is de bijdrage van het extra verkeer niet-in-betekenende-mate. Verdere toetsing aan de grenswaarden wordt hierdoor niet nodig geacht. Omgekeerde werking In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient te worden bezien of de luchtkwaliteit ter plaatse voldoende is. Sinds een aantal jaren wordt de achtergrondconcentratie van de luchtkwaliteit gemonitord door de (landelijke) overheid. De luchtkwaliteit wordt dan ook getoetst aan de hand van de beschikbare gegevens uit de Atlas leefomgeving.

Figuur 4.4.2: Luchtkwaliteitskaart fijnstof PM10 (bron: www.atlasleefomgeving.nl)

Figuur 4.4.3: Luchtkwaliteitskaart fijnstof PM2,5 (bron: www.atlasleefomgeving.nl) Plantoelichting bestemmingsplan Steenkampseweg 12 Meijel, gemeente Peel en Maas

28

Figuur 4.4.4: Luchtkwaliteitskaart stiktofdioxide (bron: www.atlasleefomgeving.nl)

De fijnstofconcentratie PM10 op de locatie bedraagt conform de kaart uit de Atlas leefomgeving ca. 16 μg/m 3. De fijnstofconcentratie PM2,5 bedraagt ca. 9 μg/m 3. De stikstofdioxideconcentratie op de locatie bedraagt ca. 11 μg/m3. In alle gevallen is de uitstoot lager dan de gehanteerde norm van 40 μg/m 3. De luchtkwaliteit ter plaatse is derhalve voldoende geschikt. Toetsingskader endotoxine Voor het woon- en leefklimaat is het aspect ‘endotoxine’ ook van belang. Het onderzoek ‘Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO-onderzoek)’ toont aan dat de combinatie van emissies van fijnstof, aan stofdeeltjes gebonden endotoxine en ammoniak-secundair fijnstof effect kan hebben op de gezondheid. De sanering van de sheds aan de Steenkampseweg 12, het toekennen van een andere functie aan gronden en opstallen op de locatie en het feit dat het uitoefenen van een intensieve veehouderij in planologischjuridische zin niet langer mogelijk is, leidt tot de uitspraak dat er geen emissiepunten aanwezig zijn dan wel toegevoegd worden die (kunnen) leiden tot een verslechtering van het woon- en leefklimaat in de omgeving.

4.5

Bodem

In een bestemmingsplan dient gemotiveerd te worden dat de in het plan toegelaten bestemming passend is in relatie tot de bodemkwaliteit. De (milieuhygiënische) bodemkwaliteit moet geschikt zijn voor de volgens de bestemming toegestane functie(s). Plangebied Steenkampseweg 12, Meijel De locatie verandert van de bestemmingen ‘Agrarisch’ en ‘Agrarisch-intensieve veehouderij’ naar een recreatieve bestemming. In dat kader is een verkennend bodemonderzoek conform NEN5740 met vooronderzoek conform NEN5725 uitgevoerd (BKK Bodemadvies BV., rapportnummer 230275.BKK, d.d. 31 mei 2023. Doel van het onderzoek is het vaststellen of de bodem ter plaatse verontreinigingen bevat die schadelijk zijn voor de volksgezondheid en/of het milieu in het algemeen en zodoende een belemmering of beperking kunnen vormen voor de voorgenomen bestemmingsplanwijziging. Uit het vooronderzoek is geconcludeerd dat: binnen de onderzoekslocatie geen (bedrijfs-) activiteiten, behoudens het opslaan van diesel in een bovengrondse tank, hebben plaatsgevonden die de bodemkwaliteit nadelig zouden hebben kunnen beïnvloede. Het houden van pelsdieren wordt niet als een potentieel verontreinigende activiteit gezien; in eerder verrichte bodemonderzoeken binnen de onderzoekslocatie in de bovengrond enkel lichte verontreinigingen zijn aangetoond met zware metalen en PAK.

Het grondwater is licht verontreinigd met de zware metalen barium, cadmium, nikkel, koper en zink, hetgeen als een regionaal aanwezige grondwaterverontreiniging wordt gezien; de daken van de voormalige sheds en schuur waren voorzien van asbesthoudende golfplaten. De sheds waren allemaal voorzien van dakgoten. De schuur heeft geen dakgoten en derhalve is aan de noordzijde sprake van een druppelzone;

Plantoelichting bestemmingsplan Steenkampseweg 12 Meijel, gemeente Peel en Maas

29

-

de locatie deels verhard is met klinkers en beton, en dat de betonvloeren worden opgebroken en opgeslagen in een depot binnen het perceel voor de mestsilo; onder de betonverhardingen onder de sheds geen puinlagen zijn aangebracht; de bebouwing binnen de onderzoekslocatie hedendaags in gebruik is als woning, opslag van materialen, houden van hobbymatige dieren; binnen de onderzoekslocatie een ondergrondse dieseltank aanwezig is, welke is verplaatst naar een nieuwe locatie; voor het gebied waar de onderzoekslocatie is gesitueerd, volgens de bodemkwaliteitskaart voor de bovenen ondergrond indicatief de bodemkwaliteitsklasse Landbouw/Natuur geldt; er freatisch grondwater kan worden verwacht op een diepte van ca 2,0 m-mv;

Op grond van de onderzoeksresultaten uit het vooronderzoek is de onderzoekslocatie, behoudens de locatie van de voormalige bovengrondse dieseltank en de druppelzone bij de schuur, aangemerkt als een onverdachte locatie. De locatie van de dieseltank en de druppelzone worden als plaatselijk verdacht aangemerkt. Op grond hiervan is de onderzoeksstrategie voor het verkennend bodemonderzoek opgesteld en is het onderzoek ter plaatse uitgevoerd. Op 4, 5 en 12 mei zijn de veldwerkzaamheden uitgevoerd en heeft vervolgen laboratoriumonderzoek plaatsgevonden. Uit de onderzoeksresultaten zijn de volgende conclusies getrokken: Asbest Op het maaiveld zijn geen asbest verdachte (plaat-)materialen aangetroffen. Bij de uitvoering van de proefgaten zijn eveneens geen asbestverdachte (plaat-)materialen in het opgeboorde materiaal (grove fractie, > 20 mm) aangetroffen. De asbestanalyses van de fijne fractie (< 20 mm) tonen aan dat er geen sprake is van een asbestverontreiniging in de druppelzone en ter plaatse van de matig puinhoudende bovengrond van boring 11. De hypothese ‘asbestonverdacht’ wordt voor de onderzoekslocatie aanvaard. De plaatselijk verdachte locaties voor een asbestverontreiniging kunnen eveneens kan als asbestonverdacht worden beschouwd.

Boven- en ondergrond De bovengrond van boring 11 met bijmengingen van matig puingranulaat is licht verontreinigd met PCB, minerale olie, zink en PAK. Indicatief getoetst aan de Regeling bodemkwaliteit geldt voor de bovengrond van boring 11 dat er sprake van klasse Industrie. In de visueel schone boven- en ondergrond zijn plaatselijk lichte verontreinigingen met cadmium, zink, minerale olie, PAK en PCB aangetoond. Indicatief getoetst aan de Regeling bodemkwaliteit is hier sprake van klasse Industrie. In de resterende visueel schone boven- en ondergrond zijn, behoudens enkele lichte verontreinigingen met nikkel, cadmium en zink, geen verontreinigingen aangetoond. Indicatief getoetst aan de Regeling bodemkwaliteit is sprake van klasse Achtergrondwaarde. Grondwater In het grondwater zijn lichte verontreinigingen met zware metalen (nikkel, koper, molybdeen, koper, cadmium, barium, zink) xylenen en naftaleen. Gezien het verontreinigingsbeeld zijn deze lichte verontreinigingen zowel instromend als uitstromend aanwezig. Wegens het ontbreken van verontreinigingen met zware metalen in de bovenliggende grond, kunnen deze lichte grondwaterverontreiniging als lokaal aanwezige grondwaterverontreinigingen worden gezien. Eindconclusie bodemonderzoek De hypothese ‘plaatselijk verdacht’ wordt voor de vml. locatie van de bovengrondse dieseltank door de onderzoeksresultaten niet bevestigd.

Er zijn geen verontreiniging met minerale olie en vluchtige aromaten aangetoond. Hiermee is de eindsituatie voor de bovengrondse opslag van diesel vastgesteld. De hypothese ‘onverdacht’ wordt voor de onderzoekslocatie niet geheel bevestigd. Er zijn lichte verontreinigingen met zware metalen, PAK, PCB en minerale olie in de boven- en ondergrond aangetoond. Het grondwater is licht verontreinigd met barium en xylenen. Ten aanzien van de voorgenomen bestemmingsplanwijziging vormen deze lichte verontreinigingen geen belemmering. Op grond van het uitgevoerde onderzoek is de bodemkwaliteit afdoende vastgesteld. Er zijn geen belemmeringen aanwezig ten aanzien van de nieuwe recreatieve bestemming. Voor het elders toepassen van de boven- en/of ondergrond, indien deze vrijkomen als gevolg van graafwerkzaamheden binnen de percelen, zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. Plantoelichting bestemmingsplan Steenkampseweg 12 Meijel, gemeente Peel en Maas

30

Het uitgevoerde bodemonderzoek is als bijlage 3 bij deze toelichting gevoegd.

4.6

Geur

De Wet geurhinder en veehouderijen (Wgv), in werking getreden op 1 januari 2007, schept het beoordelingskader voor geurhinder als gevolg van tot veehouderij behorende dierenverblijven. De Wgv geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object (bijvoorbeeld een woning). Nederland is opgesplitst in concentratie- en niet-concentratie gebieden. In deze gebieden wordt weer onderscheid gemaakt tussen objecten die liggen binnen de bebouwde kom of buiten de bebouwde kom. Het plangebied Steenkampseweg 12, Meijel ligt in het concentratiegebied zuid en buiten de bebouwde kom. Geurgevoelig object Een geurgevoelig object is een gebouw dat is bestemd voor en geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf. Het gebouw moet hiervoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze worden gebruikt. Permanent staat voor ‘niet tijdelijk, voortdurend, niet veranderend, steeds doorgaande en bedoeld om te blijven'. ‘Bedoeld om te blijven' (of anders gezegd: ‘bedoeld om te wonen of te verblijven') impliceert dat het gaat om gebouwen waarin mensen structureel wonen en verblijven, gezien de aard van het gebouw. Streefkwaliteiten geur Algemeen uitgangspunt is dat de bestaande situatie niet mag verslechteren. De gemeente Peel en Maas heeft voor verschillende deelgebieden zogenoemde ‘gebiedsspecifieke uitgangspunten’ opgesteld.

Figuur 4.6.1: Tabel ‘Gebiedsspecifieke uitgangspunten Streefkwaliteiten Geur’, gemeente Peel en Maas

Monitoren is van toepassing in geval van aanvragen in het kader van een buitenplanse omgevingsvergunning en in het kader van een bestemmingsplanprocedure (wijzigingsplan, uitbreidingsplan of bestemmingsplan). Op basis van de achtergrondbelasting geur die een omgevingsvergunning mogelijk maakt, kan nadere analyse nodig zijn. Dit is aan de orde als de achtergrondbelasting zich niet richting streefkwaliteit ontwikkelt of als sprake is van een toename van emissie in combinatie met een klachtensituatie. De volgende stappen en bijbehorende resultante zijn van toepassing: a. Analyse of in het betreffende gebied geurgevoelige objecten liggen. Liggen geen geurgevoelige objecten in het gebied bestaat geen aanleiding voor verder onderzoek of verdere actie. b. Consultatie van geurbeleving door de omgeving: onderzoek of een maatschappelijke noodzaak bestaat om in te grijpen. Hierbij is relevant of sprake is van een conflictsituatie. Als de maatschappelijke noodzaak ontbreekt bestaat geen aanleiding voor verder onderzoek of verdere actie. c. Raadplegen situatie Besluit huisvesting/Bedrijfsontwikkelingsplan (hierna te noemen: BOP): onderzoek wat de meest actuele situatie concreet is en hoe de situatie zich gaat ontwikkelen uitgaande van de BOP’s. Als deze ontwikkeling positief is, bestaat geen aanleiding voor verder onderzoek of verdere actie.

Plantoelichting bestemmingsplan Steenkampseweg 12 Meijel, gemeente Peel en Maas

31

d. Consultatie van de veehouderij: onderzoek of de ondernemer werkt uitgaande van ‘licence to produce’ of een extra inspanning verricht voor de omgeving. Als de veehouder geneigd is om een extra inspanning te verrichten, bestaat geen aanleiding voor verder onderzoek of verdere actie. Voorwaarde is, dat er geen strijdigheid is met de geldende regelgeving.

Figuur 4.6.2: Tabel ‘Milieukwaliteiten met betrekking tot geur’, gemeente Peel en Maas

Toelichting op de tabel: Via een systematiek van het percentage geurgehinderden (kolom 2) wordt een indeling gemaakt in milieukwaliteiten (kolom 1). Om gevoel te krijgen welke waarden hangen aan de milieukwaliteit/percentage geurgehinderden is een koppeling gemaakt met de voor- en achtergrondbelasting van de locatie (kolom 3 en 4). Voorgrondbelasting is de geurbelasting veroorzaakt door de veehouderij die voor dat geurgevoelige object dominant is. Dus de geurbelasting van die veehouderij die de meeste geur bij het geurgevoelige object veroorzaakt. Achtergrondbelasting is de totale geurbelasting van alle veehouderijen in de omgeving van het geurgevoelige object; dus de geurbelasting door de veelheid aan veehouderijen in de omgeving van een geurgevoelig object. Omdat recreatieve voorzieningen genoemd worden in de tabel ‘Gebiedsspecifieke uitgangspunten Streefkwaliteiten Geur, gemeente Peel en Maas’ zijn er geurberekeningen uitgevoerd. Er is een achtergrondberekening uitgevoerd om het woon- en leefklimaat ter plaatse te kunnen beoordelen. Daarnaast is er vanuit de dichtstbij gelegen veehouderij aan de Katsberg 3 een voorgrondberekening gemaakt om de omgekeerde werking in beeld te brengen. Voor voorgrondbelasting berekening is gebruik gemaakt van V-stacks Vergunningen V2020. De achtergrondbelasting berekening is gemaakt met V-stacks gebied V2020.

Gegevens zijn uit de Kernregistratie dierverblijven (KRD) gehaald. Zowel de voorgrond- als achtergrondbelasting blijven (ruim) binnen de geldende geurnormen. Ter plaatse van het initiatief Steenkampseweg 12 is sprake van een ‘redelijk goed’ tot ‘goed’ woon- en leefklimaat. Ook is gebleken dat de nieuwe functie geen belemmering vormt voor de bedrijfsvoering van het bedrijf aan de Katsberg 3. Een nadere geuranalyse wordt niet nodig geacht. De rapportage toetsing geur is als bijlage 4 bij deze plantoelichting gevoegd.

4.7

Externe veiligheid

Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving vanwege: Plantoelichting bestemmingsplan Steenkampseweg 12 Meijel, gemeente Peel en Maas

32

   

het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen door bedrijven (inrichtingen); het transport van gevaarlijke stoffen (openbare wegen, waterwegen, spoorwegen en buisleidingen); het gebruik van luchthavens; het gebruik van windturbines.

Voor inrichtingen is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) het belangrijkste toetsingskader. Hierin zijn bijvoorbeeld grenswaarden, richtwaarden en oriënterende waarden opgenomen voor het zogenaamde plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Daarnaast is er specifieke wetgeving voor de opslag van vuurwerk en munitie. Voor transport van gevaarlijke stoffen is met name de Wet vervoer gevaarlijke stoffen relevant. Op 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) in werking getreden, waarmee het verplicht is geworden transportroutes waarlangs gevaarlijke stoffen worden vervoerd, vast te leggen in het bestemmingsplan. Verder is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) van belang. Voor luchthavens geldt specifiek beleid, dat deels nog in ontwikkeling is. De regels over externe veiligheid en windturbines zijn opgenomen in het Activiteitenbesluit. De laatste twee onderdelen zijn niet relevant voor dit bestemmingsplan. Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet getoetst worden aan het externe veiligheidsbeleid. In ruimtelijke plannen moet worden ingegaan op de risico’s in het projectgebied ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen. De risico’s dienen te worden beoordeeld op twee maatstaven, te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico.

Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico beschrijft de kans per jaar dat een onbeschermd individu komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron (bedrijf, weg, spoorlijn etc.), waarbij de 10 -6 contour (kans van 1 op 1 miljoen op overlijden) de maatgevende grenswaarde is. Groepsrisico Het groepsrisico beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het groepsrisico wordt uitgedrukt in een grafiek, waarin de kans op overlijden van een bepaalde groep (bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen) wordt afgezet tegen de kans daarop. Voor het groepsrisico geldt de oriëntatiewaarde als ijkpunt in de verantwoording (géén norm). Voor elke verandering van het groepsrisico (af- of toename) in het invloedsgebied moet verantwoording worden afgelegd over de wijze waarop de toelaatbaarheid van deze verandering in de besluitvorming is betrokken. Samen met de hoogte van het groepsrisico moeten andere kwalitatieve aspecten worden meegewogen in de beoordeling van het groepsrisico.

(Beperkt) kwetsbare objecten Er moet getoetst worden aan het Bevi en de richtlijnen voor vervoer gevaarlijke stoffen wanneer bij een ontwikkeling (beperkt) kwetsbare objecten worden toegestaan. (Beperkt) kwetsbare objecten zijn o.a. woningen, scholen, ziekenhuizen, hotels, restaurants, zoals bedoeld in artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Risicovolle activiteiten In het kader van het plan moet bekeken worden of er in of in de nabijheid van het plan sprake is van risicovolle activiteiten (zoals Bevi-bedrijven, BRZO-bedrijven en transportroutes) of dat risicovolle activiteiten worden toegestaan.

Plantoelichting bestemmingsplan Steenkampseweg 12 Meijel, gemeente Peel en Maas

33

Figuur 4.7.1: Uitsnede Risicokaart met aanduiding plangebied Steenkampseweg 12, Meijel (bron: atlasleefomgeving.nl)

Toetsing plangebied Steenkampseweg 12, Meijel Op de locatie wordt de agrarische bestemming omgezet naar een recreatieve bestemming. Sport- en kampeerterreinen bestemd voor recreatieve doeleinden (voor zover zij niet bestemd zijn voor verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen) worden aangemerkt als beperkt kwetsbare objecten. Op circa 500 meter ten westen van het plangebied bevindt zich de N-279 / Roggelsedijk. Deze weg is aangemerkt voor ‘transport gevaarlijke stoffen’ maar maakt geen onderdeel uit van het ‘basisnet weg’. De ‘Regeling Basisnet’ is daarmee niet van toepassing. Gelet op de afstand van het plangebied tot de transportroute vormt deze geen belemmering voor de beoogde activiteiten binnen het plangebied. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat externe veiligheid geen belemmering vormt voor herbestemming van het plangebied Steenkampseweg 12, Meijel.

4.8

Kabels en leidingen

Uit het geldende bestemmingsplan blijkt dat er in de directe omgeving van de locatie geen kabels en leidingen aanwezig zijn die planologische bescherming behoeven. Kabels en leidingen vormen geen belemmeringen voor de beoogde activiteiten.

4.9

Water

Water legt een ruimteclaim op het (stads)landschap waaraan voldaan moet worden. De bekende drietrapsstrategieën zijn leidend voor waterkwantiteit en -kwaliteit: Waterkwantiteit: Waterkwaliteit:

vasthouden – bergen - afvoeren; voorkomen – scheiden - zuiveren.

Plantoelichting bestemmingsplan Steenkampseweg 12 Meijel, gemeente Peel en Maas

34

Bij het opstellen van een bestemmingsplan dienen waterhuishoudkundige belangen meegewogen te worden; de ‘watertoets’ is hiervoor het toetsinstrument. Het doel van de watertoets is het voorkomen van waterproblemen, zoals wateroverlast en verdroging. Nieuwe plannen dienen te voldoen aan het principe van Hydrologisch Neutraal Ontwikkelen, waarbij de hydrologische situatie minimaal gelijk moet blijven aan de oorspronkelijke situatie. Dit betekent dat voldoende compenserende maatregelen genomen moeten worden, zodat het oppervlaktewatersysteem na realisatie van de verharding niet zwaarder wordt belast dan voordien. Hiermee wordt het functioneren van het watersysteem als geheel gediend (grondwater en oppervlaktewater). Relevante stukken op het gebied van water zijn in dit geval het Waterbeheersplan van Waterschap Peel en Maasvallei, de Omgevingsverordening Limburg 2014, de Vierde Nota Waterhuishouding, WB21, Nationaal Bestuursakkoord Water en de Europese Kaderrichtlijn Water. Belangrijkste gezamenlijke punt uit deze beleidsstukken is dat water een belangrijk sturend element is in de ruimtelijke ordening. Daarnaast is de Beleidsbrief regenwater en riolering nog relevant. Hierin staat hoe het best omgegaan kan worden met het hemelwater en het afkoppelen daarvan. Ook hier gelden de genoemde drietrapsstrategieën.

Omgevingsverordening Limburg 2014 Het plangebied Steenkampseweg 12, Meijel ligt niet binnen een Milieubeschermingsgebied zoals bedoeld in de Omgevingsverordening Limburg 2014. Vanuit het aspect water hoeft er voor het initiatief geen rekening gehouden te worden met regels die toezien op het beschermen van de waterkwaliteit- en –waterkwaliteit als gevolg van het boren en het uitvoeren van activiteiten die de waterkwaliteit en –kwantiteit negatief kunnen beïnvloeden. Volgens de omgevingsverordening is de plaatselijk geldende norm voor wateroverlast 1:25. Deze normklasse is gerelateerd aan het grondgebruikstype ‘akkerbouw’. Waterschap Limburg Overheden zijn wettelijk verplicht om alle ruimtelijke plannen, die van invloed zijn op de waterhuishouding, voor advies voor te leggen aan de waterbeheerders. Dit gebeurt via het watertoetsloket, dat is ondergebracht bij het waterschap. Sinds de nieuwe keur van 1 april 2019 van het Waterschap Limburg geldt geen ondergrens meer voor het aanvragen van een wateradvies. Voorheen was de ondergrens een plangebied met een oppervlakte van 2.000 m2. Alle ruimtelijke plannen waarbij het aspect water een rol kan spelen komen in aanmerking voor wateradvies. Het ontwerp van het bestemmingsplan wordt in het kader van de ruimtelijke besluitvormingsprocedure aan het Waterschap voorgelegd.

Het Waterschap wordt zo in staat gesteld om een wateradvies over het plan uit te brengen. De vergunningcheck, die op 16 maart 2023 is ingevuld (waterschap Limburg, vergunningchecker) levert op dat er een zorgplicht is bij het aanbrengen van beplanting nabij oppervlaktewater (visvijver Meijel). Gemeentelijk beleid Al het hemelwater dat valt binnen het projectgebied hoort op locatie geborgen en geïnfiltreerd te worden. Voor het hemelwater dat valt op de nieuw aan te leggen verharding dient een waterberging te komen waarin dit kan gebeuren. De infiltratievoorziening moet boven de gemiddeld hoogste grondwaterstand worden aangelegd. Dit om te voorkomen dat grondwater in de voorziening loopt. De leegloop van de infiltratievoorziening naar het oppervlaktewater, in beheer en eigendom van het waterschap en/of gemeente, mag geschieden met een capaciteit van maximaal 2 l/s/ha verhard oppervlak. De infiltratievoorziening moet binnen 24 uur kunnen zijn geledigd. Toepassen voorkeurstabel afkoppelen. Vanuit het beleid van het waterschap alsook gemeente dient sprake te zijn van hydrologisch neutraal ontwikkelen. Dat betekent dat de nieuwe watersituatie minimaal gelijk moet blijven aan de uitgangssituatie. Plangebied Steenkampseweg 12, Meijel Op de locatie wijzigt de hydrologische situatie in die zin dat deze naar verwachting (sterk) verbeterd.

Circa 20.000 m² aan sheds en verharding op het terrein wordt vervangen door een zeer natuurlijke groen inrichting en de plaatsing van maximaal 25 Peel-lodges, landschapssuites. Plantoelichting bestemmingsplan Steenkampseweg 12 Meijel, gemeente Peel en Maas

35

Omdat er veel ruimte beschikbaar is binnen het plangebied gaan wordt er uitgegaan van uitsluitend infiltratie en geen afvoer naar het oppervlaktewater. De GHG binnen het plangebied ligt op een minimale diepte van 0,5 tot 0,6 m. De K-waarde heeft een minimale waarde van 0,45 tot 0,75. Om deze reden wordt een maximale diepte van 0,50 m aangehouden. Zo kan het water te allen tijde geborgen worden en kan het ook binnen 24 infiltreren. Bij aanleg van de waterberging wordt rekening gehouden met het aanwezige hoogteverschil in de percelen. De totale hoeveelheid verharding binnen het plangebied bedraagt ca. 6.500 m², waarvan ca. 2.950 m² in het westperceel en ca. 3.550 m² gelegen in het oostperceel. Veel van de verharding betreft een padenstructuur. Het hemelwater wordt hier op de gronden direct naast de paden geïnfiltreerd zonder gebruik te maken van een waterberging. De totale verharding bedraagt 3.860 m². Rondom de wandelpaden wordt een strook van 2 m aan beide zijden vrij gehouden voor de infiltratie en evenwijdig aan de wegen voor gemotoriseerd verkeer word 3,5 m aan beide zijden vrijgehouden hiervoor. Deze stroken komen aan de westzijde uit op 4.690 m 2 en voor de oostzijde op 5.040 m 2. Deze oppervlakten kunnen de te infiltreren hoeveelheid hemelwater gemakkelijk kwijt. Het komt uit op 0,02 m aan te infiltreren water per m2 per dag bij een bui van T=10.

De totale oppervlakte aan verharding van de lodges, de parkeerplaats en de bebouwing met omliggende verharding komt uit op ca. 2.660 m². Voor de parkeerplaats wordt rekening gehouden met een oppervlak van 600 m², dit komt uit op 30m³ aan te bergen hemelwater. De bebouwing met omliggende verharding aan de oostzijde komt uit op 810 m² aan nieuwe verharding. Dit is 40,5 m³ aan te bergen hemelwater. Iedere individuele lodge krijgt een eigen infiltratie voorziening. Met een verhard oppervlak van 50 m² komt dit uit op een waterberging van 2,5m³ per lodge. Aan de westzijde komen twee infiltratiesloten aan beide zijden van de parkeerplaats. Deze twee hebben gezamelijk een capaciteit van 35m³. Daarnaast komt een centrale waterberging voor het bergen van het hemelwater van de padenstructuur. Deze is met een capaciteit van 45m³ ruim voldoende voor het potentiële water vanaf de paden (34m³). Aan de oostzijde komt de beschikbare capaciteit uit op 197,5m³. Dit is verdeeld over vier sets van infiltratiesloten verspreid over het gebied. De grootste hiervan ligt in het laagst gelegen deel van het plangebied. Dit is een overcapaciteit van 157m³. De overcapaciteit is er zodat er geen problemen ontstaan door het aanwezige hoogteverschil en het water dat vanuit de paden structuur in de waterberging terecht komt.

De lodges krijgen een waterberging van 2,5m breed, 2,5m lang en 0,5m diep (taluds 1:1) voor een capaciteit van 2,5m³ per lodge.

Plantoelichting bestemmingsplan Steenkampseweg 12 Meijel, gemeente Peel en Maas

36

Figuur 4.9.1: Inrichting waterberging Steenkampseweg 12 (Bergs Advies BV, 2023)

De beschrijving en inrichting van de waterberging binnen het plangebied maakt onderdeel uit van het landschappelijke inpassingsplan dat als bijlage 2 bij deze toelichting is gevoegd. Vuilwater Naast het omgaan met hemelwater binnen het plangebied dient ook een nadere afweging gemaakt te worden ten aanzien van de wijze waarop omgegaan wordt met afvalwater ofwel vuilwater. Voor de nieuw op te richten landschapssuites (lodges) is het noodzakelijk dat deze op enigerlei wijze aangesloten worden op het gemeentelijk riool. Het bestaand rioolstelsel zal hierop moeten worden aangepast. De verdere uitwerking hiervan geschiedt in de fase van de aanvraag omgevingsvergunning voor het realiseren van dit plan. Nadere afspraken met de gemeente zullen hier onderdeel van zijn. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het aspect water geen belemmering vormt voor herbestemming van het plangebied Steenkampseweg 12, Meijel.

4.10

Archeologie en cultuurhistorie

Archeologie In de Wet op de Archeologische Monumentenzorg is een raamwerk gegeven dat regelt hoe rijk, provincies en gemeenten om moeten gaan met het aspect ‘archeologie’ in ruimtelijke plannen. De uitgangspunten van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg zijn als volgt:  De archeologische waarden dienen zoveel mogelijk in de bodem te worden bewaard (in situ).  Er dient vroeg in het proces van ruimtelijke ordening al rekening te worden gehouden met het aspect ‘archeologie’. De wet bepaalt tevens dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor hun eigen bodemarchief. De gemeente is dus het bevoegde gezag indien het gaat om het toetsen van de archeologische onderzoeken en Programma’s van Eisen. Plantoelichting bestemmingsplan Steenkampseweg 12 Meijel, gemeente Peel en Maas

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=f927163e-4d3e-4e76-a580-5b603ef16781