2024-061 06 Toelichting
Tekst van het document
37
De gemeente Peel en Maas heeft aan het plangebied de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 4’ en ‘Waarde – Archeologie 5’ toegekend. Door middel van deze bestemming worden de archeologische waarden afdoende beschermd. Binnen de bestemmingsregeling is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen; van deze mogelijkheid kan slechts gebruik worden gemaakt als aanvrager een archeologisch rapport overlegd waaruit de archeologische waarden van het terrein blijkt. Onder voorwaarden kan het bevoegd gezag dan (alsnog) een omgevingsvergunning verlenen. Ook voor het uitvoeren van werken, geen gebouw zijnde en/of werkzaamheden geldt een vergunningplicht. Planvoornemen in relatie tot archeologie Op het oostperceel – de gronden van de voormalige nertsenhouderij – is sprake van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5’. Dit betreft een middelhoge archeologische verwachtingswaarde. Het oprichten van bebouwing op de gronden, danwel het roeren van de gronden is niet toegestaan, zonder omgevingsvergunning en vooraf uitgevoerd archeologisch onderzoek, tenzij de bestaande bebouwing wordt vergroot met een oppervlakte van minder dan 2.500 m² of de bebouwing minder diep reikt dan 40 cm. in de grond. Het plan is om op de gronden met deze dubbelbestemming maximaal 15 peellodges te realiseren.
De oppervlakte per lodge zal naar verwachting niet meer dan 50 m² bedragen, waardoor er in totaal circa 750 m² aan bebouwing zal worden opgericht. Daarmee wordt ruimschoots binnen de uitzonderingssituatie gebleven en is het vooraf uitvoeren van archeologisch onderzoek niet noodzakelijk voor de herziening van dit bestemmmingsplan. Op de percelen nabij de visvijver – het westperceel – is sprake van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’. De grens waarbinnen geen nader archeologisch onderzoek is vereist bij het oprichten van nieuwe bebouwing danwel het roeren van de gronden is voor deze gronden gesteld op max. 250 m². Het gaat hier om gronden met een hoge archeologische verwachtingswaarde. Voor de inrichting van deze gronden geldt dat men ernaar streeft hier maximaal 10 peellodges te realiseren. Met een maximale oppervlakte van 50 m² per lodge zal de ondergrens voor archeologisch onderzoek worden overschreden. Echter, deze invulling van de gronden zal mede afhankelijk zijn van het succes van het concept en de vraag naar deze overnachtingsvorm vanuit de markt. Nadere uitwerking hiervoor volgt, alsmede de afweging of nader archeologisch onderzoek uitgevoerd zal moeten worden als gekozen wordt voor de realisatie van de peellodges en niet de camperplekken.
In ieder geval zal altijd sprake zijn van bescherming van eventuele archeologische waarden in de grond, op basis van de geldende regels in de dubbelbestemming. De dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 4’ en ‘Waarde – archeologie 5’ worden gerespecteerd en in de planregels en op de verbeelding verwerkt. Cultuurhistorie In het plangebied zijn geen cultuurhistorische waarden aanwezig. De oude in het gebied aanwezige donk is destijds afgegraven. Op deze plek ligt nu een visvijver. Het initiatief zelf heeft geen gevolgen voor cultuurhistorische waarden in de omgeving. Conclusie Voor de uitvoering van het bestemmingsplan vormt het aspect archeologie geen belemmering, daar de huidige dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 4’ en ‘Waarde – archeologie 5’ met het bijbehorende beschermingsregime in dit bestemmingsplan zijn overgenomen. Pas bij de verdere uitwerking van het initiatief kan aanvullend archeologisch onderzoek nodig zijn.
4.11
Natuur
Per 1 januari 2017 geldt de Wet natuurbescherming. Deze wet vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. De Wet natuurbescherming voorziet in vereenvoudigde regels ter bescherming van de natuur, in decentralisatie van bevoegdheden naar provincies en in een goede aansluiting op het omgevingsrecht. Er wordt beter aangesloten op de Europese regelgeving en er wordt een duidelijker onderscheid gemaakt tussen soorten die Europees beschermd zijn en nationaal beschermde soorten. Op 1 januari 2024 gaat de Wet natuurbescherming op in de Omgevingswet. De Omgevingswet biedt straks richtlijnen voor regels en maatregelen die de natuur beschermen. De wet beschrijft onder meer het volgende: regels voor overheden, bedrijfsleven, natuurorganisaties en burgers over hoe zij om moeten gaan met de natuur (zorgplicht); Plantoelichting bestemmingsplan Steenkampseweg 12 Meijel, gemeente Peel en Maas
38
maatregelen die provincies en het Rijk moeten nemen om de natuur te beschermen; specifieke onderwerpen, zoals de jacht, bomenkap en de bestrijding van schadelijke dieren; regels over hoe overheden, bedrijfsleven, natuurorganisaties en burgers om moeten gaan met nietinheemse dieren en planten.
De Wet natuurbescherming is, door de samenvoeging van de wetten, zowel gericht op de gebiedsbescherming als de soortenbescherming. Gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming bepaalt dat nieuwe of uitbreidingen van bestaande economische activiteiten moeten worden getoetst op hun effect op de Natura 2000-gebieden.
Figuur 4.11.1 Natura-2000 gebieden in directe omgeving initiatief (bron ondergrond: calculator.aerius.nl)
In de ‘directe’ omgeving van het plangebied liggen twee Natura 2000 gebieden die hier beschouwd worden: Groote Peel en Deurnsche Peel & Mariapeel. Natura 2000-gebied Groote Peel Deurnsche Peel & Mariapeel
Afstand tot plangebied ca. 3 km ca. 3,5 km
Het plan voor de locatie aan de Steenkampseweg 12 betreft de sanering van een intensieve veehouderij en omzetting naar een recreatieve bestemming. Door deze omzetting planologisch-juridisch te borgen, is sprake van definitieve sanering van de agrarische bedrijfsvoering en wordt de belasting op Natura 2000-gebieden als gevolg van de intensieve veehouderij dientengevolge verlaagd. De ontwikkeling is daardoor gunstig te noemen voor de gebiedsbescherming uit de Wet natuurbescherming. Met betrekking tot Natura 2000-gebieden dient getoetst te worden op relevantie en effect van een 20-tal storingsfactoren, te weten stikstofdepositie en 19 overige effecten (geluid, licht, etc.). Dit dient te gebeuren voor het projecteffect en bij bestemmingsplannen ook voor het planeffect, zowel voor de realisatie- als voor de gebruiksfase. Plantoelichting bestemmingsplan Steenkampseweg 12 Meijel, gemeente Peel en Maas
39
Hierdoor zijn gezien de aard, de omvang, het effectbereik en de afstand van het initiatief, significant negatieve effecten door de 19 overige effecten op voorhand uit te sluiten. Significant negatieve effecten door stikstofdepositie zijn nooit op voorhand uit te sluiten vanwege de overbelaste situatie in Nederland. Relevante emissiebronnen zijn in dit geval de vervoersbewegingen vanwege de recreatieve bestemming en de emissie vanuit de bestaande woning. Om te bepalen of als gevolg van het planvoornemen sprake is van een negatief effect door stikstofdepositie is voor zowel de aanleg- als de gebruiksfase een stikstofdepositieberekening uitgevoerd met het programma AERIUS. Uit de rekenresultaten kan worden geconcludeerd dat geen sprake is van een toename van stikstofdepositie op de Natura2000-gebied als gevolg van het planvoornemen. De berekening met toelichting is opgenomen in bijlage 5 bij deze toelichting. Betrokken locatie ligt buiten en op enige afstand van het Natuurnetwerk Nederland (NNB, voormalige EHS). De kortste afstand bedraagt circa 1,2 km van de locatie. Aannemelijk is, dat gezien de aard, de omvang, het effectbereik en de afstand, significant negatieve effecten van het initiatief op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB op voorhand zijn uit te sluiten. Een ‘nee, tenzij’-toets of ‘ja, mits’-toets met een eventuele compensatieplicht, zijn niet aan de orde.
Figuur 4.11.2 Ligging NNB in directe omgeving initiatief (bron: atlasleefomgeving.nl/kaarten)
Met betrekking tot bomenkap kunnen drie beschermingsregimes aan de orde zijn. De Wet natuurbescherming onderdeel houtopstanden, de gemeentelijke kapverordening (Bomenverordening gemeente Peel en Maas) en/of omgevingsvergunningplicht werken en werkzaamheden op grond van het bestemmingsplan voor het rooien van vegetatie/houtgewas. Het rooien van vegetatie/houtgewas dat onder een van deze beschermingsregimes valt, is niet aan de orde. Anderszins planologisch beschermde natuur is op beide locaties ook niet aan de orde, gelet op het vigerende bestemmingsplan en vanwege de aard van het voornemen. Voor het overige zijn geen natuurbeschermingsregimes relevant. Soortenbescherming De bescherming van dier- en plantensoorten is ook geregeld in de Wet Natuurbescherming (Wnb). De wet geldt voor iedereen die negatieve effecten veroorzaakt op exemplaren of leefgebied van beschermde planten en dieren. Voor alle planten en dieren geldt een algemene zorgplicht. Plantoelichting bestemmingsplan Steenkampseweg 12 Meijel, gemeente Peel en Maas
40
Activiteiten die schadelijk zijn voor beschermde dier- en plantensoorten zijn verboden. Wel zijn onder de nieuwe Wet Natuurbescherming enkele definities aangepast. Zo is opzettelijk verstoren niet meer strafbaar en is opzettelijk verstoren van vogels in sommige situaties toegestaan. Maar verstoren zonder van te voren goed onderzoek naar beschermde soorten te hebben uitgevoerd, blijft strafbaar. Van bedreigde planten- of diersoorten worden lijsten gepubliceerd. Om een indicatie te krijgen van de effecten die de bestemmingswijziging op de locatie Steenkampseweg 12 heeft op de natuurwaarden binnen het plangebied, is een quickscan flora en fauna verricht. Deze quickscan bevat een inventarisatie van de huidige aanwezigheid van beschermde soorten planten en dieren in en om het plangebied. Tevens zijn de te verwachten effecten van de ingreep in het plangebied beoordeeld. Conclusie quickscan Op verschillende punten in het plangebied zijn waarnemingen verricht. Tijdens het veldbezoek is het gebied beoordeeld op de aanwezigheid van beschermde soorten en de habitatgeschiktheid voor beschermde soorten. Er is extra aandacht besteed aan de mogelijke aanwezigheid van vleermuizen en vogelnesten. Binnen het plangebied is geen bijzondere beplanting aangetroffen. Op het perceel 502 zijn berken, brandnetels, bramen en opslag van wilgen aangetroffen.
Op perceel 503 is voornamelijk sprake van opslag van wilgen. Uit de quickscan kan worden geconcludeerd dat deze twee perceel geen specifieke te behouden natuurwaarden bevatten. Er zijn geen sporen aangetroffen die duiden op het gebruik als vaste rust- of verblijfplaats door grondgebonden zoogdieren, zoals de steenmarter, bunzing, hermelijn, wezel, eekhoorn en bever. Wel zijn tijdens het veldbezoek op de onderzoekslocatie en de directe omgeving enkele loop- of eetsporen, latrines en/of wissels aangetroffen die duiden op de aanwezigheid en/of het gebruik van de onderzoekslocatie door de das. Vlak bij de visvijver ligt een vrij grote burcht aan de zijde van de visvijver, buiten het plangebied. Deze burcht is al enige tijd aanwezig en er zijn meerdere pijpen aanwezig. Naar verwachting ligt deze burcht er al circa 5 tot 10 jaar. Op circa 180 meter ligt een vers gegraven burcht, wat waarschijnlijk een zomerburcht is en alleen tijdelijk wordt gebruikt. De zomerburcht ligt in perceel 502, binnen het territorium van de hoofdburcht. Er loopt een veel gebruikte wissel van de hoofdburcht naar de zomerburcht. Er zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen in en rondom het plangebied aangetroffen. Het gebied kan wel gebruikt worden als foerageergebied voor in de omgeving verblijvende vleermuizen.
Als gevolg van het planvoornemen blijven de belangrijkste fourageergebieden ongeschonden, zijnde de lanen, houtwallen en ook de visvijver. Hier wordt geen extra licht geplaatst of geluid geproduceerd. Het meeste geluid gaat in de dag plaatsvinden en ‘s avonds is het rustig. De vakantie huisjes en camperplekken zijn niet bedoeld voor gezinnen met kinderen, waardoor de verwachting is dat het ’s avonds heel erg rustig zal zijn. Er zal beperkt licht worden aangelegd. De aanwezigheid van camperplekken en vakantiehuisjes zal dan ook geen invloed hebben op het fourageergedrag van de vleermuizen. Tijdens het bezoek is met name gelet op de aanwezigheid van nesten en rustplaatsen voor vogels, met name ook nesten van broedvogels die ook buiten het broedseizoen beschermd zijn, zoals die van de boomvalk, buizerd, havig, sperwer, wespendief, huismus, steenuil en kerkuil. Voor de meeste genoemde soorten zijn geen sporen aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van een broedplaats. Met uitzondering van de buizerd, steenuil en de huismus. Niet uitgesloten kan worden dat de buizerd binnen het plangebied broedt. Nader onderzoek naar deze soort zal uitgevoerd worden in de herfst/winter (nadat alle bladeren gevallen zijn). Tijdens het onderzoek is een dergelijk nest niet aangetroffen. Er hangt op de Steenkampseweg 12, achter de bedrijfswoning, op circa 20 meter een steenuilenkast.
Bij een extra controle blijkt deze kast bewoond en zijn er dit jaar 3 jongen grootgebracht. Dit steenuilen paar fourageert in de hele omgeving. Ze zijn aan menselijke activiteiten gewend, gezien de nestkast slechts 20 meter van de woning verwijderd is. Door het realiseren van het planvoornemen met relatief weinig lodges en veel beplanting neemt het fourageergebied eerder toe dan af. Er zijn sporen van steenuilen waargenomen in de open loods naast het plangebied. Waarschijnlijk gebruiken ze deze loods als rustpunt om vanuit te jagen. Er is geen sprake van een afname van belangrijk foerageergebied. Er blijft er voldoende foerageergebied aanwezig in de omgeving en neemt na het realiseren van de plannen alleen maar toe. Er zijn huismussen waargenomen, welke waarschijnlijk in het woonhuis broeden. Plantoelichting bestemmingsplan Steenkampseweg 12 Meijel, gemeente Peel en Maas
41
Er zijn tijdens het terreinbezoek geen reptielen, amfibieën en/of vissen waargenomen. Van de overige soortgroepen, zoals dagvlinders, insecten en libellen, kan worden aangenomen dat deze soorten gedurende het jaar in het plangebied aanwezig kunnen zijn of dit gebied in de migratieroute hebben liggen. Afhankelijk van het seizoen zijn mogelijk algemene soorten te vinden op/of binnen de planlocatie. Specifieke beschermende soorten zijn voornamelijk afhankelijk van specifieke terreinkenmerken met specifieke biotopen. Binnen het plangebied is een dergelijk biotoop niet aanwezig. Op basis van het planvoornemen zijn de effecten op beschermde soorten onderzocht. Hieruit kan worden geconcludeerd dat geen negatieve effecten te verwachten zijn ten aanzien van bijzondere flora, grondgebonden zoogdieren, vleermuizen, vogels, reptielen e.d. en overige beschermde soorten. Enkel ten aanzien van de das is sprake van mogelijk effect. Hierbij is van belang dat binnen 50 m. van de burchten geen lodge (of camperplek) wordt geplaatst. In het ontwerp is hiermee rekening gehouden. Ten aanzien van de gebruikte wissel van de hoofdburcht naar de zomerburcht is het mogelijk de doorgang onder de weg van de parkeerplaats te leggen, zodat de das ongestoord van de hoofdburcht naar de zomerburcht kan verplaatsen of verder kan fourageren.
De omvang van de dassenpopulatie is niet duidelijk geworden vanuit de quickcan. Om die reden is in september en oktober nader onderzoek uitgevoerd door het plaatsen van wildcamera’s gedurende 2x 1 week. Dit vervolgonderzoek richtte zich op de omvang van de populatie, het gebruik van de zomerburcht of bijburcht en de mogelijke effecten van de realisatie van het plan. Uit de camerabeelden is geconcludeerd dat in het plangebied een das, een vos en een steenmarter leven. Ook bij de wissel zijn deze soorten gezien, echter slechts ca. 1x per week. Er wordt een ecologisch werkprotocol opgesteld, dat inzicht geeft in de wijze waarop met de aanwezigheid van met name de das en de dassenburcht in relatie tot het planvoornemen dient te worden omgegaan. Ook andere relevante aspecten, zoals het gebruik van licht in het plangebied in het kader van de vliegroutes van vleermuizen in en rondom het plangebied kan hierin worden opgenomen. Dit werkprotocol wordt vervolgens voorgelegd aan de Provincie Limburg. Afhankelijk hiervan zal nader bepaald worden of een aanvraag ontheffing Wet natuurbescherming noodzakelijk is of dat dit achterwege mag blijven omdat er voldoende rekening wordt gehouden met het onverstoord door laten leven van de beschermde soorten in dit gebied.
In het kader van onderhavig bestemmingsplan hoeft niet op de uitkomst van dit nader overleg of de eventuele aanvraag ontheffing gewacht te worden. In de planregels wordt een afwijkingsbevoegdheid opgenomen voor het inrichten van het westperceel met de landschapssuites (peel-lodges) en/of camperplaatsen, zodat de daadwerkelijke bouw van de lodges afhankelijk wordt gesteld van de duidelijkheid rondom dit onderwerp. De werkzaamheden kunnen wel leiden tot een beschadiging of vernietiging van mogelijke verblijfplaatsen en/of verstoring van eventueel aanwezige algemene soorten. Een algehele vrijstelling op basis van de Verordening natuurbescherming voor ruimtelijke ontwikkelingen is hierop van toepassing. De algemene zorgplicht blijft onverminderd van toepassing. Concreet betekent dit dat als tijdens de uitvoering van werkzaamheden toch beschermde soorten worden aangetroffen, de werkzaamheden moeten worden stilgelegd en de aangetroffen fauna de tijd moet krijgen om weg te komen dan wel moeten deze worden gevangen en naar een geschikte biotoop buiten het plangebied worden verplaatst. Conclusie Aannemelijk is gemaakt dat negatieve effecten op beschermde soorten op voorhand zijn uit te sluiten, met uitzondering van de das. Hiervoor geldt dat een ecologisch werkprotocol zal worden opgesteld, dat voorgelegd wordt aan de Provincie Limburg.
Middels het aanleggen van een kunstmatige verbinding tussen de aanwezig burchten en het op voldoende afstand aanleggen van de lodges wordt beschadiging, verstoring of vernietiging van de verblijfplaatsen c.q. de soort zelf voorkomen. Middels een afwijkingsbevoegdheid in de planregels wordt de concrete invulling van het westperceel met de peel-lodges afhankelijk gesteld van 100% duidelijkheid rondom de goedkeuring van het ecologisch werkprotocol door de provincie. De algemene zorgplicht blijft onverminderd van toepassing maar vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het initiatief aan de Steenkampseweg 12. De rapportage Quickscan Soortenbescherming, d.d. 8 augustus 2023 is als bijlage 6 bij deze plantoelichting opgenomen.
Plantoelichting bestemmingsplan Steenkampseweg 12 Meijel, gemeente Peel en Maas
42
4.12
Verkeer en parkeren
In de ‘Nota Parkeernormen Peel en Maas 2018’ zijn gemeentelijke parkeernormen opgenomen voor het bepalen van de parkeerbehoefte die uit ruimtelijke plannen en – ontwikkelingen voortvloeien. Door middel van deze normen wil de gemeente Peel en Maas de bereikbaarheid en leefbaarheid in de gemeente waarborgen. De parkeernormennota wordt in vijf stappen toegepast: 1. Ruimtelijk initiatief; 2. Parkeerbehoefte; 3. Maatgevende parkeerbehoefte; 4. Parkeereis; 5. Parkeerbalans. Locatie Steenkampseweg 12 Het huidige bedrijfsperceel is door middel van twee, bestaande inritconstructies, aangesloten op de Steenkampseweg. De inrit bij de bedrijfswoning is een privé-inrit en dient enkel ter ontsluiting van de woning zelf. De inrit direct ten noordoosten hiervan is bedoeld voor het voormalige bedrijfsdeel (de sheds van de nertsen) en de loods waar ijsbereiding in plaats vindt. De inrit ontsluit verder een aantal bijbehorende bedrijfsgebouwen zoals een silo. In de gewenste situatie wordt deze ‘bedrijfsinrit’ iets verplaatst naar het zuiden, evenwijdig aan het privé-perceel van de woning. Het perceel aan de ‘visvijver’ wordt ontsloten via een, nog aan te leggen inrit; langs deze inritconstructie zijn ook voorzieningen voor (lang) parkeren gedacht omdat de betrokken percelen zelf zoveel als mogelijk verkeers-/autoluw worden ingericht.
Het parkeren voor zowel privé-gebruik als voor gasten en incidentele bezoekers vindt plaats op eigen terrein. Op een drietal onderdelen van het initiatief is een parkeerbehoefte te verwachten: de lodges c.q. camperplaatsen en de te geven workshops in het gebouw waar de ijsbereiding plaatsvindt. In de startsituatie gaat het om maximaal 15 lodges op het perceel van de voormalige pelsdierhouderij. In de uiteindelijke situatie wordt gestreefd naar maximaal 25 lodges op beide locaties tezamen. Deze eindsituatie van 25 lodges is bepalend voor de parkeerbehoefte. Voor de lodges is een parkeernorm behorend bij een camping / kampeerterrein voorstelbaar. Er is sprake van kleinschalige overnachtingsmogelijkheden; een vergelijking met een bungalowpark wordt daarom niet realistisch geacht. Volgens het CROW hoort daar een parkeerkencijfer van minimaal 1,1 bij. Een parkeervoorziening van 28 plaatsen exclusief bezoekersparkeren in de eindsituatie zou daartoe voldoende moeten zijn. Voor bezoekers wordt een norm van 10% aangehouden wat betekent dat circa 3 parkeerplaatsen hiertoe nodig zijn. Het ontwerp houdt rekening met de aanleg van 30 nieuwe parkeerplaatsen. Dit wordt als voldoende geacht. Gezien het karakter van het plan en de doelgroep waarop wordt gericht, zal het slechts zelden voorkomen dat de vakantiegangers voor één lodge met twee auto’s zullen komen.
Er is bovendien ook sprake van parkeerruimte ter plaatse van het bijgebouw waar de ijsbereiding plaatsvindt. Al naar gelang het initiatief zich naar de eindsituatie ontwikkeld, wordt bekeken of nabij de bestaande bebouwing permanente parkeerplaatsen worden ingericht. Op het terrein is voldoende ruimte aanwezig om extra parkeerplaatsen te realiseren als de situatie daar om vraagt. Mocht er toch sprake zijn van camperplaatsen op het westperceel, dan wijzigt de parkeerbehoefte. Camperplekken behoeven in principe geen aparte parkeerplaatsen te hebben, omdat het vervoermiddel tegelijkertijd als slaapgelegenheid fungeert. Een camperplek is daarmee tegelijkertijd een parkeerplek. Wel is het verstandig om rekening te houden met incidentele bezoekers. De hiervoor te reserveren plekken (zit in het aantal van 30) kunnen via dubbelgebruik ook ingezet worden voor deelnemers aan de workshops ijsbereiding. De parkeervoorziening wordt op het terrein zelf gerealiseerd rekening houdend met voldoende opstel- en manoeuvreerruimte. Het is daardoor niet de verwachting dat het initiatief negatieve consequenties met zich meebrengt voor de verkeerssituatie ter plaatse.
Plantoelichting bestemmingsplan Steenkampseweg 12 Meijel, gemeente Peel en Maas
43
4.13
Spuitzones
Doordat het plangebied in het buitengebied van Peel en Maas ligt, is het in het kader van het aspect volksgezondheid wenselijk om te beschouwen of er sprake is van potentiële (onaanvaardbare) risico’s ten aanzien van de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen. Indien gewasbeschermingsmiddelen op teeltgronden worden toegepast kan er sprake zijn van drift. Hierdoor kunnen deze gewasbeschermingsmiddelen bijvoorbeeld bij woningen en in tuinen terecht komen (verwaaien). Om een zonering te kunnen hanteren tussen bespuitingen en gevoelige functies wordt de term ‘spuitzones’ gehanteerd. Een recreatiewoning wordt op grond van jurisprudentie aangemerkt als een gevoelig object. Hoewel in geen enkele wettelijke regeling aan te houden afstanden zijn opgenomen voor spuitzones tussen gevoelige bestemmingen en percelen met open teelt waarop gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, dient op basis van het criterium goede ruimtelijke ordening wel te worden beoordeeld of het gebruik van die middelen onaanvaardbare gevolgen heeft voor het woon- en leefklimaat. Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt als vuistregel dat een afstand van 50 meter tussen het perceel waarop de teelt plaatsvindt en te realiseren nieuwe gevoelige functies, zoals woningen, kan worden gehanteerd.
Het Activiteitenbesluit milieubeheer, in combinatie met de Activiteitenregeling milieubeheer, bevat de regels voor de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen op open teelten (paragraaf 3.5.3 Abm). Hierbij wordt zoveel mogelijk driftarme apparatuur voorgeschreven. Sinds 1 januari 2018 geldt hierbij een minimale vereiste driftreductie van 75% (artikel 3.78a Abm) ten opzichte van de referentietechniek. Bovendien bevat het Activiteitenbesluit milieubeheer regels voor teeltvrije zones in directe nabijheid van oppervlaktewateren (zoals sloten). Deze teeltvrije zones hebben een functie aangaande de vermindering van drift van gewasbeschermingsmiddelen naar oppervlaktewater (en daarmee ook richting naastgelegen functies). Ook bevatten de regels een verbod op de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen bij hogere windsnelheden. De afstand tot de omliggende productie gronden is minder dan 50 m. De gronden rondom het plangebied zijn voornamelijk in gebruik als akkerbouwland voor de teelt van groenten als maïs, asperges en prei of grasland. Aan de oostzijde van perceel nummer 1726 is sprake van de productie van zgn. ‘moerplanten’. Moederplanten die later op een andere locatie gebruikt worden voor het enten van bomen.
Binnen 50 meter vanaf het nieuwe bestemmingsvlak ’Recreatie - Verblijfsrecreatie’ zijn geen landbouwgronden in gebruik voor open teelten van bomen, boomgaarden of fruitteelt (teelten waar de frequente toepassing van gewasbeschermingsmiddelen relevant is). Er zijn bovendien geen aanwijzingen dat dit grondgebruik qua gebruik gaat wijzigen. De afstand vanuit een lodge tot de dichtstbijzijnde locatie op naastgelegen gronden, waar sprake kan zijn van toepassing van gewasbeschermingsmiddelen, bedraagt minimaal 20 tot 30 meter. De genoemde 50 meter afstand geldt bij boomgaarden en sierteelt, maar wordt dus als worst case gehanteerd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In onderhavig situatie is echter geen sprake van naastgelegen boomgaarden of sierteeltgronden, welke ook niet te verwachten zijn. In combinatie met de geldende regels ten aanzien van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen bij open teelten wordt de aangehouden afstand in onderhavig planvoornemen derhalve voldoende geacht. Bovendien kan gesteld worden dat op grond van de inrichting van het plan en het feit dat er veelvuldig gebruik gemaakt wordt van groene (buffer)zones rondom de verblijfsobjecten, hiermee een bijdrage geleverd kan worden aan een eventuele afvang van gebruikte gewasbeschermingsmiddelen. Het plan is ten aanzien van dit aspect afgewogen en wordt aanvaardbaar geacht.
4.14
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Algemeen In de Wet milieubeheer is aangeven dat voor bepaalde ontwikkelingen een milieueffectrapportage moet worden gemaakt. In de wet is de procedure beschreven en zijn de inhoudelijke eisen opgenomen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen ‘m.e.r.-plichtige activiteiten’, waarvoor een volledig milieueffectrapport (MER) moet worden opgesteld en ‘m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten’, waarbij moet worden afgewogen of sprake kan zijn van significant negatieve gevolgen voor het milieu.
Plantoelichting bestemmingsplan Steenkampseweg 12 Meijel, gemeente Peel en Maas
44
In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het ruimtelijk plan of de omgevingsvergunning plan m.e.r.-plichtig, project m.e.r.-plichtig of m.e.r.beoordelingsplichtig zijn. Beoordeling De omzetting van de functie ‘agrarisch’ naar de functie ‘recreatie’ wordt niet aangemerkt als een activiteit zoals opgenomen in onderdelen C en D van de bijlagen bij het Besluit m.e.r. Een m.e.r.-beoordeling is niet aan de orde.
Plantoelichting bestemmingsplan Steenkampseweg 12 Meijel, gemeente Peel en Maas
45
5
Juridische planbeschrijving
5.1
Toetsing initiatief
De gemeente Peel en Maas heeft bij brief van 22 maart 2022 aangegeven dat in principe en onder voorwaarden, gedeeltelijk medewerking aan het initiatief kan worden verleend. De voorwaarden worden hieronder benoemd en van een antwoord voorzien. Uit de vertaling naar de planregels en de planverbeelding blijkt dat het initiatief aan de gestelde voorwaarden voldoet. Locatie Steenkampseweg 12 Inhoudelijk: Omdat de gewenste ontwikkeling uit meerdere elementen bestaat, wordt hieronder op de verschillende grote onderdelen van het verzoek ingegaan: 1. De luxe lodges voorzien in een onderscheidende vorm van verblijfsrecreatie en zijn derhalve een wenselijke ontwikkeling; Het voorliggende bestemmingsplan maakt de plaatsing van (luxe) lodges mogelijk en geeft daarmee invulling aan een wenselijk geachte ontwikkeling van het gebied. 2. De camperplaatsen zijn o.b.v. de overlegde stukken niet als onderscheidend aangemerkt waardoor wij vooralsnog niet voornemens zijn om hier medewerking aan te verlenen. a) Mocht u toch voornemens blijven om deze camperplaatsen te realiseren dan is het van belang om zowel de onderscheidenheid als de behoefte aan nieuwe camperplaatsen in de regio duidelijker te benadrukken. Denk hierbij ook specifiek aan de peel-regio (Gemeenten Deurne, Asten & Nederweert) Sinds 22 maart 2022 is geruime tijd verstreken.
Meerdere overleggen met de gemeente Peel en Maas, de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en de regionale afstemming voor recreatieve initiatieven hebben ertoe geleid dat initiatiefnemers volledig wensen in te zetten op de realisatie van de Peel-lodges, landschapssuites in een natuurlijke en groene omgeving. Het realiseren van camperplekken is enkel aan de orde op het westperceel en enkel indien de markt voor het verhuren van de landschapssuites dermate tegenvalt, dat het volledig realiseren van het plan niet gewenst c.q. mogelijk is. In die situatie zullen op het westperceel maximaal 10 camperplekken gerealiseerd worden, op dezelfde locaties als de lodges zijn voorzien. Met de ontwikkeling van het oostperceel wordt begonnen. Deze invulling en fasering is ook onderwerp geweest van regionale afstemming op gebied van recreatieverblijven. Er is een positief advies afgegeven. b) Uitbreiding van luxe lodges in plaats van camperplaatsen wordt wel als kansrijk bestempeld. Initiatiefnemers gaan uit van realisatie van maximaal 25 lodges, 15 op het oostperceel en 10 op het westperceel. Enkel bij onvoorziene marktomstandigheden kán het zo zijn dat op het westperceel alsnog camperplekken worden gerealiseerd, maar wel met dezelfde uitgangspunten: rust, ruimte, groene omgeving en privacy. 3.
De exploitatie van de ijsmakerij, als nevenactiviteit bij de verblijfs- recreatieve bestemming wordt als wenselijk bestempeld. De ijsmakerij dient nu om met het gemaakte ijs de bestaande ijssalon ‘’t IJshofje’ aan de Dorpsstraat in Meijel te bevoorraden. In de ijsmakerij worden ook nieuwe smaken ontwikkeld. Initiatiefnemers zien kansen, die de gemeente nu als wenselijk typeert, om de activiteiten aan de Steenkampseweg 12 uit te breiden met workshops. Initiatiefnemers zien hierin ook meerwaarde voor het geheel concept. 4. Het voorgenomen gebruik van de percelen 502 & 503 (sectie F) wordt positief beoordeeld mits de percelen geen bijzondere natuurwaarden hebben. Uit het onderzoek Quickscan Soortenbecherming is geconcludeerd dat beide percelen geen bijzondere natuurwaarden hebben, met uitzondering van de aanwezigheid van een zomerbucht op het perceel nummer 502. Op dit perceel worden enkel de reeds aanwezige natuurwaarden verder versterkt, er zal geen enkele peellodges op deze grond worden opgericht. Op perceel 503 zal de parkeerplaats voor het gehele planvoornemen worden gerealiseerd. De gemeente wenst beide percelen als een onlosmakelijk geheel aan initiatiefnemers over te dragen. Over de voorwaarden en uitgangspunten voor deze overdracht vindt nader overleg plaats. De voorwaarden op grond van het zgn. Didam-arrest worden hierbij gerespecteerd.
Plantoelichting bestemmingsplan Steenkampseweg 12 Meijel, gemeente Peel en Maas
46
Randvoorwaardelijk: Dat er sprake is van goede ruimtelijke ordening en een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De (milieu)invloed van en op de omgeving moet onderzocht en beoordeeld worden. o Extra aandacht besteden aan het tegenovergelegen perceel waarbij opslag van o.a. compost & zand- en grind op grond van het bestemmingsplan mag plaatsvinden. o De invloed van de nabij gelegen schutterij moet onderzocht en beoordeeld worden. o De invloed op de nabij gelegen visvijver moet onderzocht en beoordeeld worden. Er een verkennend bodemonderzoek gedaan wordt. Er een compleet flora- en faunaonderzoek wordt uitgevoerd ter plaatse van alle in het plangebied voorziene percelen. Parkeren en verkeersveiligheid moet nader uitgewerkt worden in de verdere planvorming. Er dient voldaan te worden aan het Kwaliteitskader buitengebied. o Voor dit initiatief dient daarbij voldoende aandacht te zijn voor een goede landschappelijke (en stedenbouwkundige) inpassing. Het verschil in gebiedstypologie van de noord- en zuidzijde van de Steenkampseweg moet sterker terugkomen in de verdere planvorming. Het integrale plan, zodra dat nader is uitgewerkt, wordt door ons voorgelegd in het afstemmingsoverleg recreatie en toerisme in de regio Noord-Limburg. o Een positief standpunt is noodzakelijk om definitieve doorgang voor de bestemmingsplanwijziging te krijgen.
De kosten voor de aansluiting op de openbare ruimte, evenals alle kosten die gepaard gaan met de aansluiting op de nutsvoorzieningen voor rekening van u als initiatiefnemer zijn; Er een anterieure overeenkomst wordt gesloten t.b.v. deze ontwikkeling. Deze randvoorwaarden zijn behandeld in voorliggende plantoelichting. Hieruit blijkt dat aan de randvoorwaarden voldaan wordt.
5.2
Planstukken
Het bestemmingsplan bestaat uit de planregels, verbeelding en toelichting. De regels en verbeelding zijn de juridisch bindende elementen van het bestemmingsplan. In de regels ligt het juridische instrumentarium voor het gebruik van de gronden, de toegelaten bebouwing en het gebruik van de op te richten en/of aanwezige bebouwing vast. Op de verbeelding is de bestemming in beeld gebracht. De toelichting heeft geen bindende werking, maar vervult een belangrijke rol voor de onderbouwing van het plan en de uitleg van de planregels.
5.3
Toelichting op de verbeelding
Op de verbeelding is de begrenzing van het plangebied vastgelegd, evenals de van toepassing zijnde bestemmingen hierbinnen. De verbeelding is getekend op een digitale kadastrale ondergrond, schaal 1:2000. Bij het tekenen van de verbeelding zijn de uitgangspunten uit de SVBP2012 gehanteerd. Qua systematiek is aangesloten bij het vigerende bestemmingsplan “Buitengebied Peel en Maas”.
5.4
Toelichting op de regels
De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: Inleidende regels; Bestemmingsregels; Algemene regels; Overgangs- en slotregels. Voor het vormgeven van de regels is aansluiting gezocht bij de vigerende bestemmingsplanregels van het bestemmingsplan “Buitengebied Peel en Maas” van de gemeente Peel en Maas. Waar mogelijk zijn de regels uit dit plan ongewijzigd overgenomen. Inleidende regels In de inleidende regels staan de bepalingen die nodig zijn om de overige regels goed te kunnen hanteren. Daar waar begrippen zijn gedefinieerd in het Bro of de SVBP 2012 zijn deze overgenomen. De begripsbepalingen (art. 1) bevatten uitleg van de in het plan gebruikte begrippen die niet tot de algemeen Plantoelichting bestemmingsplan Steenkampseweg 12 Meijel, gemeente Peel en Maas
47
bekend veronderstelde begrippen gerekend worden. De wijze van meten (art. 2) bevat technische regelingen met betrekking tot het bepalen van hoogtes, oppervlaktes, etc. Bestemmingsregels Artikel 3 t/m 6 In dit hoofdstuk zijn de regels voor elke (dubbel)bestemming opgenomen. Elk artikel kent een vaste opzet. Eerst is het toegestane gebruik bepaald in de bestemmingsomschrijving. Vervolgens zijn er bouwregels en specifieke gebruiksregels opgenomen, met aansluitend daarop de afwijkingsmogelijkheden voor het bouwen of het gebruik. Tenslotte is – voor zover van toepassing – bepaald voor wat voor werken, geen bouwwerk zijnde of werkzaamheden een omgevingsvergunning is vereist en zijn wijzigingsbevoegdheden opgenomen om het plan in bepaalde gevallen te kunnen wijzigen. Algemene regels Anti-dubbeltelregel (artikel 7) In dit artikel is bepaald dat gronden, die al eens als berekeningsgrondslag voor bouwen hebben gediend, niet nogmaals als zodanig kunnen dienen. Algemene bouwregels (artikel 8) Dit artikel bevat regels ten aanzien van afwijkende bestaande bebouwing en ondergeschikte bouwdelen en algemene regels over afstanden en maten. Algemene gebruiksregels (artikel 9) In dit artikel is nader omschreven welke vormen van gebruik in ieder geval als strijdig met het bestemmingsplan worden aangemerkt.
Algemene aanduidingsregels (artikel 10) Voor bepaalde gronden gelden een of meerdere gebiedsaanduidingen met een nader beschreven kenmerkende instandhoudingsdoelstelling. Algemene afwijkingsregels (artikel 11) In dit artikel is een aantal algemene afwijkingsmogelijkheden opgenomen. Deze afwijkingen betreffen onder meer het overschrijden van de maximaal toegestane maten, afmetingen en percentages, maar tevens algemene afwijkingsmogelijkheden voor het gebruik van bebouwing. Algemene wijzigingsregels (artikel 12) In dit artikel zijn algemene wijzigingsregels opgenomen, waarin het bevoegd gezag de in het plan opgenomen bestemmingen kan wijzigen Overige regels (artikel 13) In dit artikel zijn regels opgenomen ten aanzien van de werking van de in dit bestemmingsplan opgenomen regels omtrent wettelijke regelingen. Tevens is een bepaling opgenomen ten behoeve van de verplichting te voorzien in voldoende parkeergelegenheid, waarbij verwezen wordt naar het relevante beleidsdocument. Overgangs- en slotregels Overgangsrecht (artikel 14) Voor volgens de regels afwijkende bestaande bebouwing is voor de omvang, het onderhoud en de herbouw een overgangsregel opgenomen. Dit artikel bevat tevens een overgangsregel ten aanzien van het voortzetten van bestaand gebruik dat in strijd met het bestemmingsplan is.
Slotregel (artikel 15) Hier wordt vermeld onder welke naam de regels van dit bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.
Plantoelichting bestemmingsplan Steenkampseweg 12 Meijel, gemeente Peel en Maas
48
6 6.1
Uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid
In Afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening (Grondexploitatie) is bepaald dat een gemeente bij het vaststellen van een planologische maatregel verplicht is maatregelen te nemen die verzekeren dat de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie worden verhaald op de initiatiefnemers van het plan. De herbestemming van de betrokken percelen aan de Steenkampseweg 12 in de gemeente Peel en Maas betreft een particulier initiatief. Dit betekent dat de initiatiefnemer - tevens eigenaar van de betrokken gronden - fungeert als financier van het project inclusief de opstelling van voorliggend bestemmingsplan. De gemeente Peel en Maas beperkt zich tot het verlenen van planologische medewerking en in procedure brengen van het plan. Ingevolge de bepalingen in Hoofdstuk 6 van de Wet ruimtelijke ordening is voor het initiatief geen exploitatieplan nodig. Met initiatiefnemer wordt een anterieure overeenkomst afgesloten voor het verhalen van kosten die met het (in procedure brengen van het) plan samenhangen. Ook zal worden vastgelegd dat eventuele kosten als gevolg van een tegemoetkoming in planschade op initiatiefnemer worden verhaald.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Het perceel waarop de bestemmingswijzigingen zijn voorzien, zijn in eigendom bij de initiatienemer. Het plan heeft geen negatieve milieugevolgen en is niet beperkend naar de omgeving. Aangenomen mag worden dat, als gevolg van dit positieve effect, er geen overwegende bezwaren tegen de bestemmingswijziging zijn. Omgevingsdialoog Op 30 november 2023 zijn omwonenden van het plangebied schriftelijk in kennis gesteld over het voornemen van initiatiefnemer. Daarbij is de vraag gesteld om een reactieformulier in te vullen en te ondertekenen als bewijs dat men op de hoogte is van het plan. Initiatiefnemers hebben vervolgens met het merendeel van de omwonenden nog een persoonlijk gesprek gevoerd, op sommige specifieke vragen is nog een nader antwoord gegeven. Van deze communicatie met de buurt is een verslag gemaakt dat als bijlage 7 bij deze toelichting is gevoegd. Er zijn in de omgevingsdialoog geen overwegende bezwaren tegen het plan geuit. Overleg ex artikel 3.1.1 Bro Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geeft aan dat het college van Burgemeester van Wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, waar nodig, overleg dienen te plegen met betrokken instanties. Gezien de tijd is het niet mogelijk gebleken om het plan als vooroverleg voor te leggen aan het waterschap en de Provincie. Wel is het plan meermaals (informeel) besproken met de Provincie.
Ter inzage legging Het ontwerpbestemmingsplan heeft voor eenieder ter inzage gelegen gedurende de periode van 27 december 2023 tot en met 7 januari 2024. In het kader van deze wettelijke voorbereidingsprocedure zijn ook de vooroverlegpartners uitgenodigd hun zienswijzen op het plan in te dienen. Gedurende de inzageperiode zijn geen zienswijzen ingediend.
Plantoelichting bestemmingsplan Steenkampseweg 12 Meijel, gemeente Peel en Maas
49