2024-055 03 Toelichting
Tekst van het document
Doordat één van de loodsen naar achteren ligt, is laden en lossen op eigen terrein mogelijk. In vergelijking met de agrarische bedrijfsvoering die hier eerder plaatsvond zal er geen toename van de verkeersbewegingen te verwachten zijn maar qua intensiteit vergelijkbaar zijn met woon-werkverkeer. Het ‘normale’ verkeer, voor zover dat aanwezig is op dit deel van de Hertsteeg, ondervindt hier geen hinder van. Incidenteel zal er kortstondig op eigen terrein geparkeerd kunnen worden; de werknemers zelf wonen op loopafstand van het perceel. Het is de verwachting dat de activiteit geen nadelige gevolgen oplevert voor de normale afwikkeling van het verkeer aan de Hertsteeg. Door het jaar heen gerekend, zijn de activiteiten als (zeer) beperkt in omvang te kwalificeren. Naar verschijningsvorm De pallets liggen in bestaande gebouwen en in zeer beperkte mate achter de gebouwen. Ook de reparatiewerkzaamheden zelf vinden inpandig plaats. De gebouwen staan op een achtererf (één-laags met kap), zijn landschappelijk en/of door bestaande beplanting nauwelijks zichtbaar en er zijn geen reclameuitingen. Vanaf openbaar gebied zal de opslag-activiteit hierdoor nauwelijks waarneembaar; enkel op de naar omvang en over het jaar gezien beperkt te noemen breng- en/of haalmomenten is er, vanaf openbaar gebied gezien, zichtbare activiteit.
Bepaling richtafstanden Bij het bepalen van de richtafstanden zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Het betreft ‘gemiddeld’ moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen. De richtafstanden hebben betrekking op de omgevingstypen ‘rustige woonwijk’ en ‘rustig buitengebied’. De richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten. Bij activiteiten met ruimtelijk duidelijk te onderscheiden deelactiviteiten (zoals productie, opslag, kantoren, parkeerterreinen) kunnen deze deelactiviteiten desgewenst als afzonderlijk te zoneren activiteiten worden beschouwd, bijvoorbeeld bij ligging van de activiteit binnen zones met een verschillende milieucategorie. De richtafstand geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is. De gegeven afstanden zijn in het algemeen richtafstanden en geen harde afstandseisen. Dit betekent dat geringe afwijkingen in de lokale situatie mogelijk zijn. De richtafstanden zijn weergegeven in afstandsklassen.
De richtafstanden voor de te onderscheiden bedrijfstypen zijn afgeleid van: in Nederland aanvaarde normen voor de emissies door milieubelastende activiteiten; in Nederland voorgeschreven of aanvaarde grens- en richtwaarden voor de immissies bij woningen en andere milieugevoelige bestemmingen; ervaringen en waarnemingen met betrekking tot de omvang en schadelijkheid van emissies door activiteiten.
Plantoelichting bestemmingsplan Hertsteeg Beringe, gemeente Peel en Maas
20
Een pallethandel wordt niet specifiek genoemd in de VNG-brochure. Qua aard en omvang van de activiteiten kan een dergelijke inrichting het best worden vergeleken met een ‘timmerwerkplaats, productieoppervlakte < 200 m2 (SBI162.1)’. Een dergelijke inrichting wordt ingedeeld in milieucategorie 3.1. De grootste afstand voor geur, stof, geluid en gevaar is bepalend voor de indeling in de milieucategorie. De richtafstand van het milieuaspect ‘geluid’ (dit milieuaspect kent de grootste richtafstand) tot omgevingstype ‘rustige woonwijk’ bedraagt 50 meter. De richtafstand tot omgevingstype ‘gemengd gebied’ bedraagt 30 meter. Beoordeling gebiedstype De richtafstanden van de VNG-publicatie gelden tot het gebiedstype 'rustige woonwijk' en ‘rustig buitengebied’. In bepaalde gevallen kan gemotiveerd worden dat er geen sprake is van een 'rustige woonwijk' of ‘rustig buitengebied’, maar een 'gemengd gebied'. Dit is bijvoorbeeld het geval bij een lint in een dorpskern waar meerdere functies naast elkaar zitten. Bij een 'gemengd gebied' kunnen de richtafstanden met 1 afstandsstap verkleind worden. Uitzondering hierop is de richtafstand voor externe veiligheid; deze wordt niet verkleind. In de omgeving van het plangebied bevinden zich voornamelijk agrarische bestemmingen met zowel bestaande burgerwoningen als bedrijfswoningen.
Ter plaatse van de nieuwe pallethandel was voorheen een varkensbedrijf gevestigd. In de omgeving liggen nog enkele andere intensieve veehouderijen. De omgeving kan ondanks de aanwezigheid van omliggende bedrijven het best getypeerd worden als ‘rustig buitengebied’. Derhalve dient rekening te worden gehouden met een richtafstand voor het aspect ‘geluid’ van 50 meter.
Bedrijfsgebouw met kleine werkplaats
Bedrijfsgebouw opslag
Figuur 15: Afstanden van nieuwe bestemming ‘Bedrijf – niet agrarisch verwant’ tot nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen (bron ondergrond: app.pdok.nl)
Plantoelichting bestemmingsplan Hertsteeg Beringe, gemeente Peel en Maas
21
Beoordeling richtafstanden De dichtstbijzijnde (huidige) geluidsgevoelige bestemming is de (burger)woning aan de Hertsteeg 12 op circa 33 meter van de bedrijfsactiviteit. Omdat deze woning wordt omgezet naar een bedrijfswoning is het aspect geluid hier niet (langer) relevant. Uitgaande van het nieuwe bestemmingsvlak ‘Bedrijf – niet agrarisch verwant’ en het voornemen om de percelen waar zich twee voormalige bedrijfswoningen bevinden om te zetten naar de bestemming ‘Wonen’ betekent dat de woonbestemming op het adres Hertsteeg 10 op de kortst mogelijke afstand (0 meter) van de bedrijfsactiviteit is gelegen (bestemmingsvlak – bestemmingsvlak). De dichtstbijzijnde gevel van de woning aan de Hertsteeg 10 bevindt zich op circa 14,6 meter van de bedrijfsactiviteit. Conclusie milieuzonering Er wordt niet voldaan aan de richtafstand voor het aspect ‘geluid’ van 50 meter. In paragraaf 4.3 wordt nader op het aspect ‘geluid’ ingegaan.
4.3
Geluid
Met betrekking tot het aspect ‘geluid’ kan sprake zijn van geluidsbelasting als gevolg van wegverkeerlawaai, railverkeerlawaai en industrielawaai. Weg- en railverkeerslawaai Bij het vaststellen van een bestemmingsplan dient in het kader van de Wet geluidhinder voor alle omliggende zoneplichtige geluidbronnen de te verwachten geluidbelasting op de gevels van de binnen het plan gelegen geluidgevoelige objecten in kaart te worden gebracht. In het kader van de Wet ruimtelijke ordening dient in het kader van een goed woon- en leefklimaat ook de invloed van eventueel niet zoneplichtige bronnen onderzocht te worden. Het plangebied ligt buiten de bebouwde kom. Omliggende wegen hebben daarmee een zonebreedte van 250 meter. Binnen deze afstand zijn echter geen wegen gelegen met relevante verkeersintensiteiten. Nader onderzoek naar wegverkeerslawaai is dan ook niet noodzakelijk. Industrielawaai Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wordt in het kader van de beoordeling of dat er bij woonbestemmingen sprake is van een goede ruimtelijke ordening (acceptabel woon- en leefklimaat) gebruik gemaakt van bijlage 5 uit de VNG-brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering 2009’. Deze omschrijft voor geluid het volgende stappenplan: 1. Indien de richtafstand niet wordt overschreden kan verdere toetsing in beginsel achterwege blijven. 2.
Indien stap 1 niet toereikend is, dient middels een geluidonderzoek (vanaf deze stap noodzakelijk) aangetoond te worden dat voldaan wordt aan de geluidsbelastingen voor stap 2 als weergegeven in navolgende tabel. Indien wordt voldaan is buitenplanse inpassing mogelijk. 3. Stappen 3 en 4 alleen bij buitenplanse inpassing. Indien stap 2 niet toereikend is, dient middels een geluidonderzoek aangetoond te worden dat voldaan wordt aan de geluidsbelastingen voor stap 3 als weergegeven in navolgende tabel. Indien voldaan wordt, is buitenplanse inpassing mogelijk met dien verstande dat het bevoegd gezag moet motiveren waarom het deze geluidsbelasting in de concrete situatie acceptabel acht. 4. Bij een hogere geluidsbelasting dan aangegeven in stap 3 zal buitenplanse inpassing doorgaans niet mogelijk zijn. Tabel 5 Geluidswaarden VNG brochure 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 [1] Exclusief piekgeluiden door aan- en afrijdend verkeer
Stap en gebiedstype Stap 2 rustige woonwijk Stap 2 gemengd gebied Stap 3 rustige woonwijk Stap 3 gemengd gebied
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau 45 dB(A) 50 dB(A) 50 dB(A) 55 dB(A)
Maximaal (piekgeluiden) 65 dB(A) 70 dB(A) 70 dB(A) 70 dB(A)[1]
Plantoelichting bestemmingsplan Hertsteeg Beringe, gemeente Peel en Maas
Verkeersaantrekkende werking 50 dB(A) 50 dB(A) 50 dB(A) 65 dB(A) 22
Toets Qua aard en omvang van de activiteiten kan een dergelijke inrichting het best worden vergeleken met een ‘timmerwerkplaats, productieoppervlakte < 200 m 2 (SBI162.1)’. Een dergelijke inrichting wordt ingedeeld in milieucategorie 3.1 waarvoor in rustig buitengebied een richtafstand geldt van 50 meter. Zoals omgeschreven in paragraaf 4.2 is uitgegaan van gebiedstype ‘rustige woonwijk’ en dient rekening te worden gehouden met een richtafstand van 50 meter. Hieraan kan niet worden voldaan, waardoor er een akoestisch onderzoek is uitgevoerd. Dit onderzoek is bijgevoegd als bijlage 4 bij deze toelichting. Akoestisch onderzoek In de omgeving van beide nieuw te bestemmen burgerwoningen bevindt zich enkel de pallethandel. Overige bedrijven/inrichtingen bevinden zich op dusdanige afstand dat geen geluidshinder te verwachten valt. De eigen nieuw te bestemmen bedrijfswoning behoeft in dit kader geen toetsing. Aangezien beide nieuw te bestemmen woningen zijn gelegen binnen de richtafstand van de pallethandel is aanvullende onderzoek uitgevoerd naar de daadwerkelijk te verwachten geluidbelastingen op beide woningen. Uit de navolgende tabel blijkt dat voor LAr,LT de grenswaarde uit stap 2 van de VNG-brochure bij de woning op Hertsteeg 8 wordt overschreden. Voor alle overige beoordelingsgrootheden en toetspunten wordt aan de eisen voldaan.
Er wordt wel voldaan aan de grenswaarde uit stap 3. Indien voldaan wordt aan de grenswaarde uit stap 3 is inpassing alsnog mogelijk. Het bevoegd gezag dient echter te motiveren waarom het deze geluidbelasting in de concrete situatie aanvaardbaar acht. Tabel 6 Geluidbelasting op de woningen t.g.v. industrie (dag/ avond/ nacht) [dB(A)]
De woningen die nu bestemd worden als ‘burgerwoning’ waren voorheen bedrijfswoningen, waarvoor een hoger geluidniveau gold dan voor ‘rustig buitengebied’. Sterker nog: voor het bijbehorende eigen bedrijf golden in het geheel geen geluideisen. Enige overlast over en weer is er dus altijd geweest, en voor zover bekend heeft dit nooit tot klachten geleid. De pallethandel is bovendien al zo’n 10 jaar actief op deze locatie, en ook dat heeft nog nooit tot geluidsklachten geleid. Bovendien zijn er geen andere geluidbronnen aanwezig, zodat geen cumulatief effect te verwachten valt. De uit het verleden gegroeide situatie leidt daarmee niet tot overlast. Een aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij omliggende woningen is gewaarborgd. Binnengeluidniveau Het Bouwbesluit stelt voor nieuwe woningen dat het binnengeluidniveau als gevolg van industrielawaai niet hoger mag zijn dan 35 dB(A) etmaalwaarde. Bij een berekende geluidbelasting van 49 dB(A) zal het binnengeluidniveau derhalve niet hoger liggen dan (49-20 =) 29 dB(A). Conclusie In het kader van de Wet ruimtelijke ordening kan worden geconcludeerd dat de beoogde ontwikkeling vanuit akoestisch oogpunt mogelijk is. Een acceptabel woon- en leefklimaat in de omgeving is ook voor de toekomst gewaarborgd. In het kader van de Wet milieubeheer kan worden geconcludeerd dat voor het nieuwe bedrijf aan alle geldende geluideisen wordt voldaan.
In het kader van de Wet geluidhinder kan worden geconcludeerd dat aan alle eisen wordt voldaan, aangezien zich in de omgeving geen akoestisch relevante zoneplichtinge geluidbronnen bevinden. Geconcludeerd kan worden dat het aspect geluid geen belemmering vormt voor het planvoornemen.
Plantoelichting bestemmingsplan Hertsteeg Beringe, gemeente Peel en Maas
23
Aanvulling akoestisch onderzoek Naar aanleiding van enkele opmerkingen op het uitgevoerde akoestisch onderzoek en rapportage is nog nader overleg gevoerd met de geluidsdeskundige. Ook op grond hiervan is vast komen te staan dat het aspect geluid geen belemmering vormt voor het planvoornemen. Volledigheidshalve zijn de gemaakte opmerkingen en beantwoording hiervan hieronder opgenomen: Gemaakte opmerkingen: ‘In het model wordt het volgende opgevallen: - Waarom zijn de linker- en rechtergevel gemodelleerd als gewone puntbronnen en niet als uitstralende gevels? - Is daarbij rekening gehouden met de openstaande overheaddeur? Natuurlijk hoort een openstaande deur niet bij BBT, maar gezien het een ruimtelijke toets is, toch goed om mee te nemen; - Er is geen rekening gehouden met enige piekverhoging van de vrachtwagen op de inrit. E.e.a. zou dan ook niet meer passen maar ik denk dat het goed is om hier een korte motivatie aan te wijden.’ Beantwoording geluidsspecialist: - De gevels van de loods (zowel zijgevels als voorgevel) zijn inderdaad ingevoerd als puntbron. Dit is overeenkomstig methode II.7 uit de HMRI99. Uitstralende gevel zou ook hebben gekund, maar dat is een keuze. Beide methodes zijn goed. - Er is wel degelijk rekening mee gehouden dat de overheadpoort continu (8 uur) geopend kan zijn. Dit is immers ook de praktijk.
Zie ook onderstaande printscreen uit het rapport (bijlage 3).
-
Piekgeluiden voor voertuigen hoeven enkel op het eigen terrein getoetst te worden. Voor indirecte hinder op de openbare weg geldt geen eis aan pieken. Op het terrein is rekening gehouden met een piekgeluid van 110 dB(A) voor laden lossen (bronpunt 07 en 08. Daarmee wordt aan de geluideisen voldaan. Een extra piekbron voor het voertuig (98+5= 103 dB(A)) op nagenoeg dezelfde plaats zou hieraan niets toevoegen. Ik zie dan ook geen reden om het rapport aan te passen.
4.4
Luchtkwaliteit
Wet Luchtkwaliteit Op 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking getreden en staan de hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen beschreven in de Wet milieubeheer (Wm, hoofdstuk 5). Artikel 5.16 Wm (lid 1) geeft weer onder welke voorwaarden bestuursorganen bepaalde bevoegdheden (uit lid 2) mogen uitoefenen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid: Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde. Een project leidt - al dan niet per saldo - niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Een project draagt ‘niet in betekende mate’ (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging. Een project past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of binnen een regionaal programma van maatregelen. ‘Niet in betekenende mate (NIBM)’ In het Besluit NIBM is vastgelegd wanneer een project niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van een bepaalde stof. Een project is NIBM als aannemelijk is dat het project een toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%. De 3% grens wordt gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2).
Er zijn twee mogelijkheden om aannemelijk te maken dat een project binnen de NIBM-grens blijft: Aantonen dat een project binnen de grenzen van een categorie uit de Regeling NIBM valt. Er is dan geen verdere toetsing nodig, het project is in ieder geval NIBM.
Plantoelichting bestemmingsplan Hertsteeg Beringe, gemeente Peel en Maas
24
Op een andere manier aannemelijk maken dat een project voldoet aan het 3% criterium. Ook als een project niet kan voldoen aan de grenzen van de Regeling NIBM, is het mogelijk om alsnog via berekeningen aan te tonen, dat de 3% grens niet wordt overschreden. Als de 3% grens voor PM10 of NO2 niet wordt overschreden, dan hoeft geen verdere toetsing aan grenswaarden plaats te vinden. De Regeling NIBM geeft voor een aantal soorten van projecten een (getalsmatige) invulling aan de NIBMgrens. Het gaat daarbij om woningbouwprojecten, kantoorprojecten en enkele inrichtingen (bijvoorbeeld landbouwinrichtingen). De Handreiking fijnstof en veehouderijen geeft informatie over de toets aan luchtkwaliteitseisen voor fijnstof en is toegespitst op een veehouderij. De 3% is daarbij als volgt gekwantificeerd: Voor woningbouw geldt dat de 3% grens is vastgesteld op 1.500 woningen (bij 1 ontsluitingsweg) en op 3.000 woningen in het geval van 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. Voor kantoren geldt dat de 1% grens is vastgesteld op 100.000 m 2 bruto vloeroppervlakte kantoorgebouwen (bij 1 ontsluitingsweg) en op 200.000 m 2 bruto vloeroppervlakte kantoorgebouwen in het geval van 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling.
Plangebied Hertsteeg Beringe Het initiatief voorziet in de omzetting van een intensieve veehouderij en het perceel behorend bij Hertsteeg 12 naar een Bedrijfsbestemming en een Woonbestemming (twee woningen). De aanwezige burgerwoning aan de Hertsteeg 12 wordt omgezet naar een bedrijfswoning. Het initiatief valt hiermee binnen de begrenzing van de Regeling NIBM; verdere toetsing aan de grenswaarden is hierdoor niet nodig. Dit blijkt ook uit de toepassing van de NIBM-tool bij een weekdaggemiddelde van 3 vervoersbewegingen voor het palletreparatiebedrijf.
Figuur 16: Ingevulde NIBM-tool, weekdaggemiddelde van 3 vervoersbewegingen.
Volgens de berekening met de NIBM-tool (niet in betekende mate) betreft het hier een minimale toename met geen significante gevolgen voor de luchtkwaliteit ter plaatse. Het planvoornemen voorziet niet in de toevoeging van een nieuwe gevoelige object in het kader van de Wet luchtkwaliteit. Een toetsing van het initiatief in het kader van de Wet luchtkwaliteit is niet noodzakelijk. Huidige achtergrondconcentratie In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient te worden bezien of de luchtkwaliteit ter plaatse voldoende is. Sinds een aantal jaren wordt de achtergrondconcentratie van de luchtkwaliteit gemonitord door de (landelijke) overheid. Zowel de totale situatie, als de invloed van verschillende stoffen en componenten, worden hierbij in de gaten gehouden. De situatie is dan ook getoetst aan de hand van de beschikbare gegevens van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).
Plantoelichting bestemmingsplan Hertsteeg Beringe, gemeente Peel en Maas
25
Figuur 17: Uitsneden Atlas Leefomgeving ter plaatse van het plangebied, aspecten fijnstof PM10, PM2,5 en NO2 (bron: atlasleefomgeving.nl/kaarten)
De achtergrondconcentratie fijnstof (PM10) ter plaatse van de het plangebied bedraagt conform de kaarten uit de Atlas Leefomgeving (gegevens RIVM 2020) minder dan 20 μg/m3. Dit is lager dan de norm van 40 μg/m 3. Ook de achtergrondconcentratie stikstofdioxide (NO 2) is ter plaatse van het plangebied lager dan 35 μg/m3, waar eveneens 40 μg/m 3 de norm is. De luchtkwaliteit ter plaatse is derhalve voor de beoogde functies voldoende geschikt. Toetsingskader endotoxine Voor het woon- en leefklimaat is het aspect ‘endotoxine’ ook van belang. Het onderzoek ‘Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO-onderzoek)’ toont aan dat de combinatie van emissies van fijnstof, aan stofdeeltjes gebonden endotoxine en ammoniak-secundair fijnstof effect kan hebben op de gezondheid. De sanering van de intensieve veehouderij, het toekennen van een andere functie aan de bedrijfsgebouwen binnen het plangebied én het feit dat het uitoefenen van een intensieve veehouderij in planologisch-juridische zin niet langer mogelijk is, leidt tot de uitspraak dat er geen emissiepunten aanwezig zijn of toegevoegd worden die kunnen leiden tot een verslechtering van het woon- en leefklimaat in de omgeving.
4.5
Bodem
In een bestemmingsplan dient gemotiveerd te worden dat de in het plan toegelaten bestemming passend is in relatie tot de bodemkwaliteit. De (milieuhygiënische) bodemkwaliteit moet geschikt zijn voor de volgens de bestemming toegestane functie(s). Deellocatie 1 Palletreparatiebedrijf Deze deellocatie verandert van de bestemming ‘Agrarisch—intensieve veehouderij’ naar ‘Bedrijf – niet agrarisch verwant’. Deze omzetting heeft niet tot gevolg dat een gevoelige(r) bestemming wordt toegevoegd binnen deze deellocatie. Een nader bodemonderzoek voor deze deellocatie wordt niet nodig geacht. Deellocatie 2 Hertsteeg 10 De deellocatie Hertsteeg 10 verandert van een agrarische bedrijfsbestemming naar een woonbestemming. In dat kader is een historisch bodemonderzoek conform NEN 5725 uitgevoerd (bureau M&A Bodem en Asbest BV, 21 september 2022, rapportnummer 222-BHe8-10-ho-v1). Deellocatie 3 Hertsteeg 8 De deellocatie Hertsteeg 8 verandert van een agrarische bedrijfsbestemming naar een woonbestemming. In dat kader is een historisch bodemonderzoek conform NEN 5725 uitgevoerd (bureau M&A Bodem en Asbest BV, 21 september 2022, rapportnummer 222-BHe8-10-ho-v1). Deellocatie 4, Hertsteeg 12 De burgerwoning is momenteel bestemd als ‘wonen’. Dit veronderstelt dat de grond geschikt is voor deze functie. Dat de gronden een bedrijfsbestemming(bedrijfswoning) krijgen, maakt dit niet anders.
Resultaten In het vooronderzoek is door middel van historische informatie onderzocht of er bodembedreigende activiteiten in het verleden zijn geweest op betrokken percelen. In een dergelijk geval is een vervolgonderzoek volgens de NEN 5740 / NEN 5707 noodzakelijk. Gezien de resultaten uit het vooronderzoek mag worden verondersteld dat, ter plaatse van de Hertsteeg 8 en 10 in Beringe, geen bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden. Plantoelichting bestemmingsplan Hertsteeg Beringe, gemeente Peel en Maas
26
Uit het dossieronderzoek bij de gemeente Peel en Maas blijkt dat op de percelen of in de directe omgeving geen bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden in de nabijheid van de onderzoekslocatie. Op het perceel is geen sprake van een tanks of puinverhardingen. Uit de veldinspectie zijn op de locatie geen asbestdelen of andere potentiële verontreinigingen op de grond aangetroffen. De gebouwen zijn voorzien van asbestvrije dakbedekkingen. Zintuiglijk zijn geen zichtbare verontreinigingen of vermoedens van een verontreiniging aangetroffen. Uit het vooronderzoek is geen informatie naar voren gekomen dat de bodemkwaliteit van de onderzoekslocaties negatief beïnvloed is. Gezien de resultaten uit het vooronderzoek mag worden verondersteld dat het niet waarschijnlijk is dat er verontreiniging heeft plaatsgevonden op de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie kan als onverdacht worden beschouwd, zodat aanvullend veldonderzoek niet noodzakelijk wordt geacht. De ruimtelijke procedure voor de plannen worden niet belemmerd uit oogpunt van de bodemkwaliteit. Het uitgevoerde historische bodemonderzoek is als bijlage 2 bij deze toelichting gevoegd.
4.6
Geur
De Wet geurhinder en veehouderijen (Wgv), in werking getreden op 1 januari 2007, schept het beoordelingskader voor geurhinder als gevolg van tot veehouderij behorende dierenverblijven. De Wgv geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object (bijvoorbeeld een woning). Nederland is opgesplitst in concentratie- en niet-concentratie gebieden. In deze gebieden wordt weer onderscheid gemaakt tussen objecten die liggen binnen de bebouwde kom of buiten de bebouwde kom. Het plangebied ligt in het concentratiegebied zuid en buiten de bebouwde kom. Streefkwaliteiten geur Algemeen uitgangspunt is dat de bestaande situatie niet mag verslechteren. De gemeente Peel en Maas heeft voor verschillende deelgebieden zogenoemde ‘gebiedsspecifieke uitgangspunten’ opgesteld.
Figuur 18: Gebiedsspecifieke uitgangspunten Streefkwaliteiten Geur’, gemeente Peel en Maas
Monitoren is van toepassing in geval van aanvragen in het kader van een buitenplanse omgevingsvergunning en in het kader van een bestemmingsplanprocedure (wijzigingsplan, uitbreidingsplan of bestemmingsplan). Op basis van de achtergrondbelasting geur die een omgevingsvergunning mogelijk maakt, kan nadere analyse nodig zijn. Dit is aan de orde als de achtergrondbelasting zich niet richting streefkwaliteit ontwikkelt of als sprake is van een toename van emissie in combinatie met een klachtensituatie.
Plantoelichting bestemmingsplan Hertsteeg Beringe, gemeente Peel en Maas
27
De volgende stappen en bijbehorende resultante zijn van toepassing: a. Analyse of in het betreffende gebied geurgevoelige objecten liggen. Liggen er geen geurgevoelige objecten in het gebied dan bestaat er geen aanleiding voor verder onderzoek of verdere actie. b. Consultatie van geurbeleving door de omgeving: onderzoek of een maatschappelijke noodzaak bestaat om in te grijpen. Hierbij is relevant of sprake is van een conflictsituatie. Als de maatschappelijke noodzaak ontbreekt bestaat geen aanleiding voor verder onderzoek of verdere actie. c. Raadplegen situatie Besluit huisvesting/Bedrijfsontwikkelingsplan (hierna te noemen: BOP): onderzoek wat de meest actuele situatie concreet is en hoe de situatie zich gaat ontwikkelen uitgaande van de BOP’s. Als deze ontwikkeling positief is, bestaat geen aanleiding voor verder onderzoek of verdere actie. d. Consultatie van de veehouderij: onderzoek of de ondernemer werkt uitgaande van ‘licence to produce’ of een extra inspanning verricht voor de omgeving. Als de veehouder geneigd is om een extra inspanning te verrichten, bestaat geen aanleiding voor verder onderzoek of verdere actie. Voorwaarde is, dat er geen strijdigheid is met de geldende regelgeving.
Figuur 19: ‘Milieukwaliteiten met betrekking tot geur’, gemeente Peel en Maas
Toelichting op de tabel: Via een systematiek van het percentage geurgehinderden (kolom 2) wordt een indeling gemaakt in milieukwaliteiten (kolom 1). Om gevoel te krijgen welke waarden hangen aan de milieukwaliteit/percentage geurgehinderden is een koppeling gemaakt met de voor- en achtergrondbelasting van de locatie (kolom 3 en 4). Voorgrondbelasting is de geurbelasting veroorzaakt door de veehouderij die voor dat geurgevoelige object dominant is. Dus de geurbelasting van die veehouderij die de meeste geur bij het geurgevoelige object veroorzaakt. Achtergrondbelasting is de totale geurbelasting van alle veehouderijen in de omgeving van het geurgevoelige object; dus de geurbelasting door de veelheid aan veehouderijen in de omgeving van een geurgevoelig object. Voor de deellocaties Hertsteeg 8 en Hertsteeg 10 is het aspect geur getoetst. Er is een achtergrondberekening (V-stacks gebied) gemaakt om te kijken naar het woon- en leefklimaat. Daarnaast is er vanuit omliggende agrarische bedrijven een voorgrondberekening (V-stacks vergunning) gemaakt om de omgekeerde werking te toetsen. De gegevens zijn uit de Kernregistratie Dierverblijven gehaald of opgevraagd bij de gemeente. De resultaten van de achtergrondberekening staan in onderstaande tabel. De toetspunten voor Hertsteeg 8 en Hertsteeg 10 en 12 zijn in figuur 4.6.4. weergegeven.
Plantoelichting bestemmingsplan Hertsteeg Beringe, gemeente Peel en Maas
28
Figuur 20: Resultaten achtergrondberekening geur ter plaatse Hertsteeg 8, 10 en 12 (Bergs Advies BV)
Figuur 21: Toetspunten Hertsteeg 8, Hertsteeg 10 en Hertsteeg 12 (Bergs Advies BV)
Op de locatie is de milieukwaliteit matig tot redelijk goed en voldoet daarmee aan de streefkwaliteit. Het omzetten van de twee voormalige bedrijfswoningen naar een woonbestemming heeft geen negatieve effecten voor de omliggende bedrijven. De locaties: Groeze 4, Groeze 12, Hondsheuvelstraat 9, Peelstraat 82 en Peelstraat 86 voldoen allemaal ruim aan de norm voor voorgrondbelasting. Voor de omliggende bedrijven aan de Groeze 4 en Groeze 12 is de woning aan de Groeze 8a de beperkende factor. De uitgevoerde geurberekening is als bijlage 3 bij deze plantoelichting opgenomen.
4.7
Externe veiligheid
Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving vanwege: het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen door bedrijven (inrichtingen); Plantoelichting bestemmingsplan Hertsteeg Beringe, gemeente Peel en Maas
29
het transport van gevaarlijke stoffen (openbare wegen, waterwegen, spoorwegen en buisleidingen); het gebruik van luchthavens; het gebruik van windturbines.
Voor inrichtingen is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) het belangrijkste toetsingskader. Hierin zijn bijvoorbeeld grenswaarden, richtwaarden en oriënterende waarden opgenomen voor het zogenaamde plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Daarnaast is er specifieke wetgeving voor de opslag van vuurwerk en munitie. Voor transport van gevaarlijke stoffen is met name de Wet vervoer gevaarlijke stoffen relevant. Op 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) in werking getreden, waarmee het verplicht is geworden transportroutes waarlangs gevaarlijke stoffen worden vervoerd, vast te leggen in het bestemmingsplan. Verder is het Besluit externe veiligheid buisleidingen van belang (Bevb). Voor luchthavens geldt specifiek beleid, dat deels nog in ontwikkeling is. De regels over externe veiligheid en windturbines zijn opgenomen in het Activiteitenbesluit. De laatste twee onderdelen zijn niet relevant voor dit bestemmingsplan. Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet getoetst worden aan het externe veiligheidsbeleid. In ruimtelijke plannen moet worden ingegaan op de risico’s in het projectgebied ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen. De risico’s dienen te worden beoordeeld op twee maatstaven, te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico.
Figuur 22: Uitsnede Risicokaart met aanduiding plangebied Hertsteeg Beringe (bron: atlasleefomgeving/kaarten)
Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico beschrijft de kans per jaar dat een onbeschermd individu komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron (bedrijf, weg, spoorlijn etc.), waarbij de 10 -6 contour (kans van 1 op 1 miljoen op overlijden) de maatgevende grenswaarde is. Groepsrisico Het groepsrisico beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Plantoelichting bestemmingsplan Hertsteeg Beringe, gemeente Peel en Maas
30
Het groepsrisico geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het groepsrisico wordt uitgedrukt in een grafiek, waarin de kans op overlijden van een bepaalde groep (bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen) wordt afgezet tegen de kans daarop. Voor het groepsrisico geldt de oriëntatiewaarde als ijkpunt in de verantwoording (géén norm). Voor elke verandering van het groepsrisico (af- of toename) in het invloedsgebied moet verantwoording worden afgelegd over de wijze waarop de toelaatbaarheid van deze verandering in de besluitvorming is betrokken. Samen met de hoogte van het groepsrisico moeten andere kwalitatieve aspecten worden meegewogen in de beoordeling van het groepsrisico. (Beperkt) kwetsbare objecten Er moet getoetst worden aan het Bevi en de richtlijnen voor vervoer gevaarlijke stoffen wanneer bij een ontwikkeling (beperkt) kwetsbare objecten worden toegestaan. (Beperkt) kwetsbare objecten zijn o.a. woningen, scholen, ziekenhuizen, hotels, restaurants, zoals bedoeld in artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Risicovolle activiteiten In het kader van het plan moet bekeken worden of er in of in de nabijheid van het plan sprake is van risicovolle activiteiten (zoals Bevi-bedrijven, BRZO-bedrijven en transportroutes) of dat risicovolle activiteiten worden toegestaan.
Plangebied Hertsteeg Beringe Binnen het plangebied worden agrarische bestemmingen omgezet naar een woonbestemming en een bedrijfsbestemming (niet-agrarisch verwant). Een woonbestemming (woning) moet worden aangemerkt als een (beperkt) kwetsbaar object. Ten westen, op circa 200 meter van het plangebied, bevindt zich een bovengronds hoogspanningstracé. Bij hoogspanningslijnen geldt, dat zoveel mogelijk vermeden moet worden dat gevoelige bestemmingen binnen de magneetveldzone van 0,4 microTesla komen te liggen. Het plangebied bevindt zich buiten deze zone. Andere risico-bronnen bevinden zich op grotere afstand van het plangebied. Met het plan voor de Hertsteeg Beringe worden geen activiteiten mogelijk gemaakt of installaties opgericht die een ongeval met gevaarlijke stoffen mogelijk maken. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat externe veiligheid geen belemmering vormt voor herbestemming van de deellocaties binnen het plangebied Hertsteeg Beringe.
4.8
Kabels en leidingen
Uit het geldende bestemmingsplan blijkt dat er in de directe omgeving van de locatie geen kabels en leidingen aanwezig zijn die planologische bescherming behoeven.
4.9
Water
Water legt een ruimteclaim op het (stads)landschap waaraan voldaan moet worden. De bekende drietrapsstrategieën zijn leidend voor waterkwantiteit en -kwaliteit: Waterkwantiteit: vasthouden – bergen - afvoeren; Waterkwaliteit: voorkomen – scheiden - zuiveren. Bij het opstellen van een bestemmingsplan dienen waterhuishoudkundige belangen dan ook meegewogen te worden. De ‘watertoets’ is hiervoor het toetsinstrument. Het doel van de watertoets is het voorkomen van waterproblemen, zoals wateroverlast en verdroging. Nieuwe plannen dienen te voldoen aan het principe van Hydrologisch Neutraal Ontwikkelen, waarbij de hydrologische situatie minimaal gelijk moet blijven aan de oorspronkelijke situatie. Dit betekent dat voldoende compenserende maatregelen genomen moeten worden, zodat het oppervlaktewatersysteem na realisatie van de verharding niet zwaarder wordt belast dan voordien. Hiermee wordt het functioneren van het watersysteem als geheel gediend (grondwater en oppervlaktewater). Plantoelichting bestemmingsplan Hertsteeg Beringe, gemeente Peel en Maas
31
Relevante stukken op het gebied van water zijn in dit geval het Waterbeheersplan van Waterschap Peel en Maasvallei, de Omgevingsverordening Limburg 2014, de Vierde Nota Waterhuishouding, WB21, Nationaal Bestuursakkoord Water en de Europese Kaderrichtlijn Water. Belangrijkste gezamenlijke punt uit deze beleidsstukken is dat water een belangrijk sturend element is in de ruimtelijke ordening. Daarnaast is de Beleidsbrief regenwater en riolering nog relevant. Hierin staat hoe het best omgegaan kan worden met het hemelwater en het afkoppelen daarvan. Ook hier gelden de genoemde drietrapsstrategieën. De gemeente Peel en Maas heeft een hemelwaterverordening en een subsidieverordening om het hemelwater op de vuilwaterriolering zoveel als mogelijk terug te dringen. Omgevingsverordening Limburg 2014 Het plangebied Hertsteeg, Beringe ligt niet binnen een Milieubeschermingsgebied zoals bedoeld in de Omgevingsverordening Limburg 2014. Vanuit het aspect water hoeft er voor het initiatief geen rekening gehouden te worden met regels die toezien op het beschermen van de waterkwaliteit- en –waterkwaliteit als gevolg van het boren en het uitvoeren van activiteiten die de waterkwaliteit en –kwantiteit negatief kunnen beïnvloeden.
Waterschap Limburg Overheden zijn wettelijk verplicht om alle ruimtelijke plannen, die van invloed zijn op de waterhuishouding, voor advies voor te leggen aan de waterbeheerders. Dit gebeurt via het watertoetsloket, dat is ondergebracht bij het waterschap. Sinds de nieuwe keur van 1 april 2019 van het Waterschap Limburg geldt geen ondergrens meer voor het aanvragen van een wateradvies. Voorheen was de ondergrens een plangebied met een oppervlakte van 2.000 m2. Alle ruimtelijke plannen waarbij het aspect water een rol kan spelen komen in aanmerking voor wateradvies. Het voorontwerp van het bestemmingsplan wordt overeenkomstig artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening in vooroverleg gezonden naar de betrokken overheidsdiensten en instanties. Het Waterschap wordt zo in staat gesteld om een wateradvies over het plan uit te brengen. Toepassen voorkeurstabel afkoppelen. Vanuit het beleid van het waterschap dient sprake te zijn van hydrologisch neutraal ontwikkelen. Dat betekent dat de nieuwe watersituatie minimaal gelijk moet blijven aan de uitgangssituatie. Plangebied Hertsteeg Beringe Op de deellocaties, die onderdeel uitmaken van het plangebied Hertsteeg Beringe, wijzigt de hydrologische situatie niet. De bestaande situatie en gebouwen zijn uitgangspunt voor de nieuwe bestemming op de locatie.
Het gebruik van de reeds bestaande woningen wijzigt niet, afvalwater afkomstig uit de woningen wordt afgevoerd via het aanwezige riool. Binnen de bedrijfsgebouwen is geen sprake van afvalwater. Er wordt binnen het plangebied geen hemelwater afgekoppeld op het vuilwaterriool. Het hemelwater dat op de daken valt, vindt zijn weg via de direct omliggende gronden. Er is in de bestaande situatie nimmer sprake geweest van enige wateroverlast. Daar waar bebouwing door sloop verdwijnt kan de hydrologische situatie zich in positieve zin ontwikkelen. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het aspect water geen belemmering vormt voor de herbestemming van percelen binnen het plangebied Hertsteeg Beringe.
4.10
Archeologie en cultuurhistorie
Archeologie In de Wet op de Archeologische Monumentenzorg is een raamwerk gegeven dat regelt hoe rijk, provincies en gemeenten om moeten gaan met het aspect ‘archeologie’ in ruimtelijke plannen. De uitgangspunten van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg zijn als volgt: De archeologische waarden dienen zoveel mogelijk in de bodem te worden bewaard (in situ).
Plantoelichting bestemmingsplan Hertsteeg Beringe, gemeente Peel en Maas
32
Er dient vroeg in het proces van ruimtelijke ordening al rekening te worden gehouden met het aspect ‘archeologie’.
De wet bepaalt tevens dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor hun eigen bodemarchief. De gemeente is dus het bevoegde gezag indien het gaat om het toetsen van de archeologische onderzoeken en Programma’s van Eisen. De gemeente Peel en Maas heeft aan beide locaties de dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie 4’ toegekend. Door middel van deze bestemming worden de archeologische waarde afdoende beschermd. Binnen de bestemmingsregeling is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen; van deze mogelijkheid kan slechts gebruik worden gemaakt als aanvrager een archeologisch rapport overlegd waaruit de archeologische waarden van het terrein blijkt. Onder voorwaarden kan het bevoegd gezag dan (alsnog) een omgevingsvergunning verlenen. Ook voor het uitvoeren van werken, geen gebouw zijnde en/of werkzaamheden geldt een vergunningplicht. De dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ zal in de planregels en op de verbeelding worden verwerkt. Omdat het bestemmingsplan de huidige bebouwing vastlegt wordt archeologisch onderzoek niet noodzakelijk geacht. De planregels voorzien in een beschermende werking indien zich nieuwbouwplannen voordoen. Cultuurhistorie Binnen het plangebied zijn geen cultuurhistorische waarden aanwezig. Het initiatief heeft geen gevolgen voor cultuurhistorische waarden in de omgeving.
Conclusie Met inachtneming van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ heeft het initiatief geen gevolgen voor eventuele archeologische waarden en/of cultuurhistorische waarden.
4.11
Natuur
Per 1 januari 2017 geldt de Wet natuurbescherming. Deze wet vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. De Wet natuurbescherming voorziet in vereenvoudigde regels ter bescherming van de natuur, in decentralisatie van bevoegdheden naar provincies en in een goede aansluiting op het omgevingsrecht. Er wordt beter aangesloten op de Europese regelgeving en er wordt een duidelijker onderscheid gemaakt tussen soorten die Europees beschermd zijn en nationaal beschermde soorten. Op 1 januari 2024 gaat de Wet natuurbescherming op in de Omgevingswet. De Omgevingswet biedt straks richtlijnen voor regels en maatregelen die de natuur beschermen. De wet beschrijft onder meer het volgende: regels voor overheden, bedrijfsleven, natuurorganisaties en burgers over hoe zij om moeten gaan met de natuur (zorgplicht); maatregelen die provincies en het Rijk moeten nemen om de natuur te beschermen; specifieke onderwerpen, zoals de jacht, bomenkap en de bestrijding van schadelijke dieren; regels over hoe overheden, bedrijfsleven, natuurorganisaties en burgers om moeten gaan met nietinheemse dieren en planten. De Wet natuurbescherming is, door de samenvoeging van de wetten, zowel gericht op de gebiedsbescherming als de soortenbescherming.
Gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming bepaalt dat nieuwe of uitbreidingen van bestaande economische activiteiten moeten worden getoetst op hun effect op de Natura 2000-gebieden. Rond de kernen Helden en Panningen liggen drie Natura 2000 gebieden die hier beschouwd worden: Deurnsche Peel en Mariapeel, Groote Peel en Leudal.
Plantoelichting bestemmingsplan Hertsteeg Beringe, gemeente Peel en Maas
33
Tabel 7 Afstand plangebied tot Natura2000-gebieden
Natura 2000-gebied Deurnsche Peel en Mariapeel Groote Peel Leudal
Afstand tot plangebied 5,0 km 6,7 km 8,1 km
Plangebied Hertsteeg Beringe Binnen het plangebied wordt een intensieve veehouderij planologisch gesaneerd en vindt er een omzetting naar de bestemmingen ‘Bedrijf-niet agrarisch verwant’ en ‘Wonen’ plaats. Het palletreparatiebedrijf werkt met elektrisch aangedreven apparatuur ten behoeve van laden/lossen en reparaties. Door deze omzetting planologisch-juridisch te borgen, is sprake van definitieve sanering van de agrarische bedrijfsvoering en wordt de belasting op Natura 2000-gebieden dientengevolge verlaagd. De ontwikkeling is daardoor gunstig voor de gebiedsbescherming uit de Wet natuurbescherming. Met betrekking tot Natura 2000-gebieden dient getoetst te worden op relevantie en effect van een 20-tal storingsfactoren, te weten stikstofdepositie en 19 overige effecten (geluid, licht, etc.). Dit dient te gebeuren voor het projecteffect en bij bestemmingsplannen ook voor het planeffect, zowel voor de realisatie- als voor de gebruiksfase. In dit geval is het projecteffect gelijk aan het planeffect en is de gebruiksfase bepalend voor de effecten en emissies. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Deurnsche Peel en Mariapeel’ ligt hemelsbreed op ca. 5,0 km afstand van het plangebied. Gezien de aard, de omvang, het effectbereik en de afstand van het initiatief, zijn significant negatieve effecten door de 19 overige effecten op voorhand uit te sluiten.
Significant negatieve effecten door stikstofdepositie zijn nooit op voorhand uit te sluiten vanwege de overbelaste situatie in Nederland. Relevante emissiebronnen zijn in dit geval alleen de vervoersbewegingen vanwege de woningen respectievelijk de niet-agrarische bedrijvigheid en de emissie vanuit de bestaande woning. Gezien de beperkte omvang van de emissies en de afstand, is de verwachting dat significant negatieve effecten door stikstofdepositie op voorhand zijn uit te sluiten. Een Aeriusberekening kan daarmee achterwege blijven. Dit betekent dat een passende beoordeling (en MERplicht) en een vergunningplicht Wet natuurbescherming N2000 niet aan de orde zijn. Het plangebied ligt op circa 900 meter van het Natuurnetwerk Nederland (NNB, voormalige EHS). Aannemelijk is, dat gezien de aard, de omvang, het effectbereik en de afstand, significant negatieve effecten van het initiatief op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB op voorhand zijn uit te sluiten. Een ‘nee, tenzij’toets of ‘ja, mits’-toets met een eventuele compensatieplicht, zijn niet aan de orde. Met betrekking tot bomenkap kunnen drie beschermingsregimes aan de orde zijn. De Wet natuurbescherming onderdeel houtopstanden, de Gemeentelijke kapverordening (APV Houtopstanden) en/of omgevingsvergunningplicht werken en werkzaamheden op grond van het bestemmingsplan voor het rooien van vegetatie/houtgewas.
Het rooien van vegetatie/houtgewas dat onder een van deze beschermingsregimes valt, is niet aan de orde. Anderszins planologisch beschermde natuur is op beide locaties ook niet aan de orde, gelet op het vigerende bestemmingsplan en vanwege de aard van het voornemen. Voor het overige zijn geen natuurbeschermingsregimes relevant. Soortenbescherming De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn en een apart beschermingsregime voor ‘andere soorten’, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Het voornemen om de agrarische bedrijvigheid planologisch te staken en om te zetten naar de bestemmingen ‘Bedrijf – niet agrarisch verwant’ en ‘Wonen’, zal naar verwachting geen negatief effect hebben op de staat van instandhouding van beschermde soorten. Er vinden geen sloopwerkzaamheden plaats die rust- of broedplaatsen van beschermde soorten kunnen verstoren. Voor het overige blijft de bestaande situatie uitgangspunt. Bovendien geldt te allen tijde de algemene zorgplicht. Plantoelichting bestemmingsplan Hertsteeg Beringe, gemeente Peel en Maas
34
Concreet betekent dit dat als tijdens de uitvoering van werkzaamheden toch beschermde soorten worden aangetroffen, de werkzaamheden moeten worden stilgelegd en de aangetroffen fauna de tijd moet krijgen om weg te komen dan wel moeten deze worden weggevangen en naar een geschikte biotoop buiten het plangebied worden verplaatst. Dit betekent onder meer dat de gebouwen bij voorkeur gesloopt worden buiten het broedseizoen (15 maart – 15 augustus). Algemene eindconclusie Aannemelijk is gemaakt dat negatieve effecten op beschermde soorten op voorhand zijn uit te sluiten. De algemene zorgplicht blijft onverminderd van toepassing maar vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de initiatieven binnen het plangebied Hertsteeg, Beringe.
4.12
Verkeer en parkeren
In de ‘Nota Parkeernormen Peel en Maas 2018’ zijn gemeentelijke parkeernormen opgenomen voor het bepalen van de parkeerbehoefte die uit ruimtelijke plannen en – ontwikkelingen voortvloeien. Door middel van deze normen wil de gemeente Peel en Maas de bereikbaarheid en leefbaarheid in de gemeente waarborgen. De parkeernormennota wordt in vijf stappen toegepast: 1. Ruimtelijk initiatief; 2. Parkeerbehoefte; 3. Maatgevende parkeerbehoefte; 4. Parkeereis; 5. Parkeerbalans. Plangebied Hertsteeg Beringe De ontsluitende weg van het plangebied, de Hertsteeg, kenmerkt zich ter plaatse als een ‘doodlopende weg’; de geasfalteerde Hertsteeg gaat net buiten het plangebied over in een zandpad. Van een doorgaande weg is in deze geen sprake. Dit heeft tot gevolg dat er alleen bestemmingsverkeer naar het plangebied komt. Woonpercelen De percelen Hertsteeg 8, Hertsteeg 10 en Hertsteeg 12 zijn door middel van bestaande inritconstructies aangesloten op de Hertsteeg. Deze inritten zijn privé-inritten en dienen enkel ter ontsluiting van de woonpercelen zelf. Op eigen terrein en in de berm langs de Hertsteeg is voldoende ruimte voor bezoekers parkeren. Bedrijfsperceel Het perceel waar het palletreparatiebedrijf gevestigd is, kenmerkt zich door verharding over de volle breedte van de bedrijfsgebouwen aan de zijde van de Hertsteeg.
Omdat het linker bedrijfsgebouw (gezien vanaf de Hertsteeg) naar achteren ligt, is hier voldoende ruimte voor een opstelplaats voor bedrijfsvervoer (bakwagen met aanhanger). Bij de Hertsteeg 12, de ‘nieuwe’ bedrijfswoning is op eigen terrein, voldoende ruimte voor meerdere personenauto’s. Voor een ‘pallet-reparatiebedrijf’ zijn geen expliciete parkeernormen vastgesteld. Het gaat voornamelijk om opslag van gerepareerde of nog te repareren pallets; het bedrijf is hierdoor te kenmerken als arbeidsextensief en bezoekers-extensief’. Het palletreparatiebedrijf kent twee werknemers die bovendien op korte afstand (loopafstand) van de bedrijfslocatie wonen. Van een verkeer aantrekkende functie is in deze geen sprake. Volgens bijlage 2 van de Nota Parkeernormen Peel en Maas 2018 wordt voor arbeidsextensief bedrijf een norm van 1,1 parkeerplaatsen per 100 m² bvo gehanteerd. Er is ongeveer 930 m² aan bedrijfsbebouwing aanwezig. Volgens de Nota Parkeernormen volgt hieruit een parkeerbehoefte van circa 10 parkeerplaatsen. Op eigen terrein is voldoende restruimte aanwezig om deze parkeerplaatsen te accommoderen. Het specifieke karakter van de bedrijfsvoering (voornamelijk opslag van pallets, twee werknemers) maakt dat de berekende parkeerbehoefte nooit voor 100% ingevuld zal worden. Laden en lossen kan in principe op eigen terrein plaatsvinden.
In het incidentele geval dat dit niet mogelijk is en vanaf de openbare weg moet worden gelost dan zou dit in verkeerstechnische zin en vanuit het oogpunt Plantoelichting bestemmingsplan Hertsteeg Beringe, gemeente Peel en Maas
35
van verkeersveiligheid geen problemen op moeten leveren omdat de Hertsteeg ter plaatse een doodlopend karakter heeft Omdat de agrarische bedrijfsactiviteiten in planologische zin worden gestaakt en worden ‘vervangen’ door voornamelijk opslag van gerepareerde en te repareren pallets, zal de herbestemming naar ‘Bedrijf – niet agrarisch verwant’ naar verwachting niet leiden tot een toename van het totale aantal verkeersbewegingen.
4.13
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Algemeen In de Wet milieubeheer is aangeven dat voor bepaalde ontwikkelingen een milieueffectrapportage moet worden gemaakt. In de wet is de procedure beschreven en zijn de inhoudelijke eisen opgenomen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen ‘m.e.r.-plichtige activiteiten’, waarvoor een volledig milieueffectrapport (MER) moet worden opgesteld en ‘m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten’, waarbij moet worden afgewogen of sprake kan zijn van significant negatieve gevolgen voor het milieu. In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het ruimtelijk plan of de omgevingsvergunning plan m.e.r.-plichtig, project m.e.r.-plichtig of m.e.r.beoordelingsplichtig zijn. Beoordeling De omzetting van de functie ‘agrarisch’ naar de functie ‘wonen’ wordt niet aangemerkt als een activiteit zoals opgenomen in onderdelen C en D van de bijlagen bij het Besluit milieueffectrapportage. Hetzelfde geldt voor de omzetting van de bestemming Agrarisch-intensieve veehouderij’ naar ‘Bedrijf – niet agrarisch verwant’. De functie die hierdoor mogelijk wordt gemaakt (een milieu-categorie 1-2 bedrijf) komt niet voor in onderdelen C en D van dfe bijlagen bij het Besluit milieueffectrapportage. Een m.e.r.-beoordeling is niet aan de orde.
Plantoelichting bestemmingsplan Hertsteeg Beringe, gemeente Peel en Maas
36
5
Juridische planopzet
5.1
Toetsing initiatief
De gemeente Peel en Maas heeft bij brief van 18 oktober 2021 aangegeven dat in principe en onder voorwaarden medewerking aan het initiatief voor het omzetten van de bestemming ‘Agrarisch – intensieve veehouderij’ naar ‘Bedrijf – niet agrarisch verwant’ kan worden verleend. Het omzetten van de bestemmingen die momenteel op de (voormalige) agrarische bedrijfswoningen rustenzijn mogelijk via de in de vigerende bestemmingsplannen begrepen wijzigingsbevoegdheden. De voorwaarden waaronder medewerking mogelijk is, worden hieronder benoemd en van een antwoord voorzien. Uit de vertaling naar de planregels en de planverbeelding blijkt dat het initiatief aan de gestelde voorwaarden voldoet. Hertsteeg ongenummerd en Hertsteeg 12: Wijziging bestemming Agrarisch – intensieve veehouderij naar Bedrijf – niet-agrarisch verwant’ Burgemeester en wethouders zijn bevoegd (onder meer) de bestemming ‘Agrarisch - Intensieve veehouderij' te wijzigen in (onder meer) de bestemming ‘Bedrijf - Niet agrarisch verwant' met de nadere aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - vrijkomende agrarische bebouwing' ten behoeve van de vestiging van een nietagrarisch verwant bedrijf van categorie 1 en 2 conform de lijst van bedrijfsactiviteiten als opgenomen in het bestemmingsplan en de bestemming 'Agrarisch' waarin het bestemmingsvlak ligt voor de resterende grond, mits: 1.
aangetoond wordt dat het gebruik als (agrarisch) bedrijf redelijkerwijs niet meer mogelijk is; in 2014 zijn alle aanwezige dierrechten op verzoek van de vorige eigenaar ingetrokken. Het bedrijfsperceel is vervolgens kadastraal gesplitst en de twee delen zijn afzonderlijk van eigendom gewisseld. Het voormalige perceel bestaat daarmee uit twee delen: een deel waar de voormalige bedrijfswoning zich bevindt en een deel waar zich een pallethandel (pallet-reparatiebedrijf) heeft gevestigd. De voormalige bedrijfswoning aan de Hertsteeg 10 wordt gebruikt als burgerwoning. Redelijkerwijs kan zich op deze percelen geen nieuw, levensvatbaar, agrarisch bedrijf meer vestigen. 2. het (agrarisch) bedrijf dient te zijn beëindigd; in 2014 zijn alle aanwezige dierrechten op verzoek van de vorige eigenaar ingetrokken. Het bedrijfsperceel is vervolgens kadastraal gesplitst en de twee delen zijn afzonderlijk van eigendom gewisseld. 3. uitsluitend het deel van het perceel met de voor het bedrijf benodigde bedrijfsgebouwen en de daarbij behorende bedrijfswoning en bijbehorend erf/tuin mag worden gewijzigd in de bestemming ‘Bedrijf – Niet agrarisch verwant’ of ‘Bedrijf – Niet agrarisch verwant’.
De resterende grond moet gelijktijdig worden gewijzigd in en de bestemming ‘Agrarisch’ waarin het bestemmingsvlak ligt voor de resterende grond; Op de betrokken percelen komen twee bestemmingen te rusten: ‘Bedrijf – niet agrarisch verwant’ en ‘Natuur’. Deze bestemmingen worden als meest passend voor de ontstane situatie beschouwd. Het bedrijfsperceel wordt gekoppeld aan het perceel behorend bij de Hertsteeg 12. Dit adres wordt de bedrijfswoning. Met een aanduiding wordt uitgesloten dat op het ‘bedrijfsdeel’ een bedrijfswoning kan worden opgericht. 4. de gronden zijn gelegen ter plaatse van de aanduiding 'ontwikkelingszone bebouwingslinten' en ter plaatse van de aanduiding 'kernrandzone'; Omdat de betrokkenen gronden buiten deze zones zijn gelegen, kan geen gebruik worden gemaakt van de in het bestemmingsplan begrepen wijzigingsbevoegdheid en is gekozen om voorliggende planherziening op te stellen. 5. de nadere aanduiding aantal toegestane bedrijfswoningen mag niet wordt gewijzigd; Op het betrokken vlak rust nu de functieaanduiding ‘bedrijfswoning uitgesloten’. Deze aanduiding komt terug in voorliggende planherziening. 6. het hergebruik zich uitsluitend beperkt tot de voormalige (agrarische) bedrijfslocatie; Op het bedoelde perceel komen twee bestemmingen te rusten: ‘Bedrijf – niet agrarisch verwant’ op het voormalige bedrijfsdeel met de bedrijfsgebouwen en ‘Natuur’.
Deze bestemmingen worden als meest passend voor de ontstane situatie beschouwd. Het perceel behorend bij de Hertsteeg 12 wordt gekoppeld; hier bevindt Plantoelichting bestemmingsplan Hertsteeg Beringe, gemeente Peel en Maas
37
zich de bedrijfswoning. De activiteit palletreparatiebedrijf wordt dan naar aard, omvang en verschijningsvorm acceptabel geacht in de omgeving van de Hertsteeg. 7. hergebruik uitsluitend plaatsvindt in de bestaande bebouwingsmassa; Er wordt gebruik gemaakt van de voormalige bedrijfsbebouwing. 8. overtollige bedrijfsbebouwing wordt gesloopt; Er wordt gebruik gemaakt van de voormalige bedrijfsbebouwing (twee voormalige stallen). Overtollige bebouwing is niet aanwezig op het perceel. 9. er mag geen sprake zijn van een onevenredige verkeersaantrekkende werking; De verkeerssituatie is vergelijkbaar (of minder) als toen er nog een agrarisch bedrijf aanwezig was. Het betreft een business tot business activiteit en er vindt geen verkoop aan derden plaats. Kapotte pallets worden aangevoerd en opgeknapt weer afgevoerd. 10. de ontwikkeling in voldoende mate moet zijn gericht op verbetering van de omgevingskwaliteit, hiertoe wordt een landschappelijk inrichtingsplan overgelegd dat als bijlage bij de regels wordt opgenomen, waarin de landschappelijke inpassing van de bebouwing en andere te verrichten kwaliteitsverbeterende maatregelen zijn beschreven en waaromtrent advies is ingewonnen bij een onafhankelijke, objectieve commissie.
De landschappelijke inpassing wordt in de vorm van een voorwaardelijke verplichting opgenomen met een daaraan gekoppelde aanleg- en instandhoudingsverplichting; In het voorliggende bestemmingsplan is een dergelijke regeling opgenomen. 11. in voldoende mate is onderzocht of er effecten zijn te verwachten op aanwezige Natura-2000 gebieden, met dien verstande dat de ontwikkeling per saldo geen significant negatieve effecten mag hebben op de aanwezige Natura-2000 gebieden; Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat er per saldo geen negatieve effecten op de aanwezige Natura-2000 gebieden te verwachten is. In hoofdstuk 4 van de plantoelichting is dit nader toegelicht. 12. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: • het woon- en leefklimaat; • de milieusituatie; • de bestaande natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, aardkundige en/of abiotische waarden; • de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bebouwing. In hoofdstuk 4 van de plantoelichting is nader toegelicht dat er geen onevenredige aantasting van genoemde aspecten plaatsvindt. 13. voldaan wordt aan de voorwaarden van artikel 12. In voorliggende bestemmingsplan is de bestemming ’Bedrijf – niet agrarisch verwant’, waar hier op gedoeld wordt, uit het huidige bestemmingsplan overgenomen.
Het college heeft in haar principe-uitspraak aanvullend opgenomen dat de woning aan de Hertsteeg 12 moet worden gezien als de bedrijfswoning behorend bij het palletreparatiebedrijf en als zodanig moet worden bestemd. Verder heeft de gemeente Peel en Maas de suggestie opgenomen om, gelet op de wens van meerdere bewoners aan de Hertsteeg, gezamenlijk op te trekken bij de opstelling van het herzieningsplan. Onder een bedrijfswoning wordt verstaan: een woning in of bij een bedrijfsgebouw of op dan wel bij een terrein, dienend voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden of maximaal vier personen die geen huishouden vormen, wiens huisvesting ter plaatse, gelet op de bedrijfsvoering, noodzakelijk is of een dergelijke woning die voorheen als zodanig is gebouwd maar inmiddels wordt bewoond door niet functioneel aan het bedrijf verbonden personen. Hoewel de woning aan de Hertsteeg 12 strikt genomen niet kan voldoen aan deze begripsbepaling wordt deze wel als zodanig bestemd. Het huidige bedrijfsproces (de bedrijfsvoering) vereist niet dat huisvesting bij het bedrijfsgebouw of bij het terrein noodzakelijk is. Dit kan naar de toekomst toe evenwel wel het geval zijn. De suggestie om gezamenlijk op te trekken bij de opstelling van een bestemmingsplan wordt met dit bestemmingsplan invulling gegeven: bij deze herziening zijn drie partijen betrokken.
Plantoelichting bestemmingsplan Hertsteeg Beringe, gemeente Peel en Maas
38
Hertsteeg 8: Wijziging bestemming Agrarisch- grondgebonden naar Wonen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd (onder meer) de bestemming ‘Agrarisch - Grondgebonden' met een bouwvlak en de bestaande bedrijfswoning te wijzigen in: a. b. mits:
de bestemming 'Wonen'; de bestemming 'Agrarisch' waarin het bestemmingsvlak ligt voor de resterende grond;
a.
wijziging niet is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'concentratiegebied glastuinbouw 1' en 'concentratiegebied glastuinbouw 2'; Op het betrokken perceel ontbreekt bedoelde aanduiding zodat wijziging mogelijk is. b. de gronden niet zijn gelegen ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' of 'maximum aantal wooneenheden 0'; Op het betrokken perceel ontbreken bedoelde aanduidingen zodat wijziging mogelijk is. c. de woonfunctie slechts is toegestaan in de hoofdbebouwing; De voorgestelde planregels zien toe op deze bepaling. d. aangetoond wordt dat het huidige gebruik als (agrarisch) bedrijf/ de huidige voorziening niet meer mogelijk is; Gronden, (milieu)rechten en bedrijfsbebouwing ontbreken om hier een grondgebonden agrarisch bedrijf te voeren. Redelijkerwijs kan zich op dit perceel geen nieuw, levensvatbaar, agrarisch bedrijf meer vestigen. e. het huidige gebruik als (agrarisch) bedrijf/ van de huidige voorziening dient te zijn beëindigd; Het feitelijke gebruik en de inrichting van het perceel maken duidelijk dat het gebruik als agrarisch perceel is beëindigd. f. het aantal woningen mag niet toenemen; Er is sprake van één woning. g.