CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2023-099 03 Toelichting (geanonimiseerd)

Raad 12 december 2023, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan “Baarloseweg 53a Helden en Heibloemseweg 14 Panningen” (2023-099)19.163 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Door de landschappelijke inpassing wordt er in ruime mate voorzien in nieuw groen op de locatie. In combinatie met de sloop van de oude bebouwing is er in het geheel gezien sprake van kwaliteitswinst. E. Uit de uitgevoerde quickscan Flora en Fauna blijkt dat er ter plaatse geen beschermenswaardige planten of diersoorten voorkomen. F. Uit de 3D visualisatie (bijlage 1) blijkt dat de ruimtelijke impact van het plan op de omgeving zeer beperkt te noemen is. Uit het bovenstaande blijkt dat het plan niet in strijd is met de doelen uit het Omgevingsplan Kwistbeek en dat er voldaan wordt aan de landschappelijke koers zoals opgenomen in artikel 37 van het Omgevingsplan Kwistbeek.

3.3.5 Omgevingsvisie Peel en Maas De gemeente Peel en Maas heeft in juli 2022 een nieuwe structuurvisie (Omgevingsvisie) vastgesteld voor het hele grondgebied. De gemeente legt met deze omgevingsvisie geen nieuwe koers vast. Ze brengt vooral de al ingezette koers uit de bestaande kaderstellingen en beleidsdocumenten samen in één document: de omgevingsvisie. Dit alles is samengebracht in 6 opgaven van beleid, waarvan de eerste 3 overkoepelend zijn: 1. Zo worden we duurzamer; 2. Een gezonde en veilige leefomgeving; 3. Het versterken van natuur en biodiversiteit; 4. Goed wonen voor iedereen; 5. Toekomstgericht ondernemen; 6. Balans in het buitengebied. Voor onderhavig planvoornemen zijn met de punten 4 en 5 van toepassing. Voor het oprichten van ene woning aan de Heibloemseweg kan gemeld worden dat hier vraag naar is, de beoogd bewoner is

27

immers initiatiefnemer. De woning wordt levensloopbestendig uitgevoerd en er is veel aandacht voor duurzaamheid. Er wordt een warmtepomp toegepast en in ruime mate zonnepanelen toegepast. Voor de ontwikkeling aan de Baarloseweg kan gesteld worden dat het gaat om de doorontwikkeling van een bestaand lokaal bedrijf. Bij de ontwikkeling is er aandacht besteed aan zuinig ruimtegebruik door het naastgelegen bedrijf te kopen en de ruimte daar deels te benutten voor de beoogde bedrijfssituatie. Het plan past daarmee binnen de uitgangspunten uit de Omgevingsvisie Peel en Maas.

28

4. PLANBESCHRIJVING Deellocatie Heibloemseweg Het agrarische bedrijf aan de Heibloemseweg bestaat in de huidige situatie uit een tweetal clusters van gebouwen. Het noordelijke cluster omvat een viertal bedrijfsgebouwen die gesloopt worden (zie ook afbeelding 18). In totaal zal er 702 m2 aan gebouwen gesloopt worden. Gedurende de bouwfase zal het grootste gebouw gehandhaafd blijven om dienst te doen als opslag voor (bouw)materialen. Na afronding bouw zal ook dit gebouw gesloopt worden. In het zuidelijke cluster zal de agrarische activiteit zodanig wijzigen dat er in hoofdzaak kerstbomen (3.25 hectare in 2023) geteeld worden en er vrouwelijk jongvee c.q. schapen gehouden zullen worden. De paarden en vleesstieren worden afgestoten, het aantal te houden dieren wordt verkleind tot maximaal 200 schapen en 25 stuks vrouwelijk jongvee. Het bedrijf heeft in 2023 een SVC-omvang van 37.560 euro (bijlage 4: berekening bedrijfsomvang Heibloemseweg 14). Dit komt overeen met een klein agrarisch bedrijf dat een arbeidsbehoefte heeft van 0.75 tot 1.5 arbeidsjaareenheid. De omvang is dusdanig dat een agrarische bestemming noodzakelijk blijft. Tussen de twee gebouwclusters bestaat het voornemen om een nieuwe woning met bijgebouw te bouwen. De locatie is op dit moment nog onbebouwd.

Afbeeldingen 15 en 16: te slopen bebouwing aan de Heibloemseweg

De nieuwe woning zal bestaan uit één bouwlaag en is daarmee levensloopbestendig uitgevoerd. Daarnaast zullen er technieken worden toegepast om de woning zoveel mogelijk als energieneutraal uit te voeren. Door het plaatsen van een warmtepomp is er geen aardgas meer nodig. Door het plaatsen van zonnepanelen op het dak van het bijgebouw kan er ruimschoots stroom opgewekt worden.

Afbeelding 17: impressie te bouwen woning met bijgebouw

De voorgevel van de woning zal op ca. 10 meter uit de kadastrale grens (zijde Heibloemseweg komen te liggen). Het bijgebouw komt vanuit de openbare weg gezien aan de rechterzijde van de woning te liggen. Hiervoor is gekozen om daarmee de woning op voldoende afstand te kunnen leggen van het perceel aan de Heibloemseweg 10. Conform bestemmingsplan is hier nog een agrarisch bedrijf

29

bestemd. Om de milieurechten van deze locatie te respecteren is de woning (geur- en geluidgevoelig) daarom zover mogelijk van deze locatie gelegd.

Afbeelding 18: situatietekening met daarop de nieuwe woning en bijgebouw.

Deellocatie Baarloseweg Voornemen is om het agrarische bedrijf aan de Baarloseweg 53a verder door te ontwikkelen. Aan de zuidzijde van de bestaande foliekassen (+/- 4.900 m2) is het plan om het oppervlak aan foliekas te verdubbelen. Totaaloppervlak komt dan uit op 9.800 m2. De bestaande foliekas heeft een maximale hoogte van 5 meter. De nieuwe foliekas krijgt eenzelfde hoogte om ook dezelfde uitstraling te behouden.

Afbeelding 19: bestaande foliekas aan zijde Baarloseweg Afbeelding 20: bestaande foliekas vanuit zuidzijde gezien

30

Afbeelding 21: weergave ontwikkelingen binnen bedrijf, rode stippellijn is de te vergroten tunnelkas, de gele stippellijn is het toekomstig nieuwe containerveld en de blauwe stippellijn is de extra benodigde ruimte voor opvang hemelwater.

Ter plaatse van de Baarloseweg 54 zal de bestaande bebouwing gesloopt worden en zullen er ter plaatse containervelden aangelegd worden. Intussen zijn de bedrijfsgebouwen al gesloopt wordt het eerste deel van de containervelden aangelegd. Uiterlijk 7 jaar na onherroepelijk worden van onderhavig bestemmingsplan zal de woning gesloopt worden en ook hier nog een containerveld aangelegd worden. Gekozen is voor een termijn van 7 jaar om een deel van de aankoopkosten van de woning terug te kunnen verdienen en dat de woning na die tijd toe is aan groot onderhoud. De sloopverplichting is in de planregels opgenomen. Bij een maximale invulling is er ruimte voor ca. 5100 m2 aan containervelden. In de winterperiode kunnen de containervelden voorzien worden van een overwinteringstunnel. Op het bestaande containerveld is dit ook het geval. Hierdoor wordt een deel van het plantmateriaal beschermd tegen vorst en weersinvloeden. Zodoende heeft het materiaal in het voorjaar een voorsprong. De te plaatsen tunnels krijgen een hoogte van maximaal 4.0 meter. Dit type voorziening (tijdelijk aanwezig) wordt in het bestemmingsplan Buitengebied van de gemeente Peel en Maas als ondersteunend beschouwd aan het grondgebonden bedrijf. Deze tunnels mogen op basis van de planregels aanwezig zijn in de periode 15 oktober tot 15 april in het veld aanwezig zijn.

Ter plaatse van de huidige woning wordt een verharding aangelegd. Hier worden in het verkoopseizoen de karren met verkoopklaar product klaargezet die dezelfde dag geladen worden. Vanuit de verharding worden de karren via de laaddocks op de vrachtwagens gereden.

31

Afbeelding 22: reeds gesloopt bedrijfsgebouw

Afbeelding 23: op termijn te slopen woning

Afbeelding 24: bestaande containerveld vanuit Baarloseweg gezien

Aan de zuidzijde van de bestaande containervelden is een voorziening aanwezig voor opvang en infiltratie van hemelwater deels afkomstig van de daken en deels van de containervelden. Vanwege het groter worden van het oppervlak aan tunnelkas en containerveld is er ook extra behoefte aan opvangcapaciteit om te kunnen volden aan de normen van het Waterschap en het Activiteitenbesluit milieubeheer. Aansluitend aan de bestaande voorziening zal de capaciteit vergroot worden.

32

5. RANDVOORWAARDEN / RESULTATEN ONDERZOEKEN Dit hoofdstuk bevat een inventarisatie van de verschillende omgevingsaspecten die van invloed zijn op het realiseren van deze ruimtelijke ontwikkeling. Daarbij komen onder meer de volgende aspecten aan de orde: milieu (geluid, bodem, bedrijfshinder en zonering, luchtkwaliteit, duurzaam bouwen), waterhuishouding (riolering en watertoets), externe veiligheid, archeologie en cultuurhistorie, verkeer en vervoer, kabels, leidingen en overige belemmeringen, alsmede natuur en landschap.

5.1 Milieu 5.1.1 Geluid Een ruimtelijke ontwikkeling, waarbij sprake is van de realisatie van een geluidsgevoelig object dient te worden getoetst aan de Wet geluidhinder. In deze wet wordt aangegeven hoe voor een gebied waar een ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt dient te worden omgegaan met geluidhinder als gevolg van wegverkeer, industrie en spoorwegen. In de Wet geluidhinder (Wgh) is bepaald dat elke weg een geluidszone heeft, met uitzondering van woonerven en wegen waar een maximumsnelheid geldt van 30 kilometer per uur geldt. Bij een ruimtelijke ontwikkeling waarbij sprake is van de ontwikkeling van geluidsgevoelige objecten binnen een geluidszone, dient een onderzoek te worden uitgevoerd naar de geluidsbelasting op deze gebouwen of terreinen. Deelgebied Heibloemseweg Ten aanzien van de nieuw toe te voegen woning is een akoestisch onderzoek uitgevoerd om te beoordelen of de geluidbelasting op deze nieuwe woning binnen de wettelijke kaders valt. Uit dit akoestisch onderzoek, zie bijlage 5, kan geconcludeerd worden dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op de voorgevel en linkerzijgevel overschreden wordt. De geluidsbelasting op de achtergevel en tuin/terras zijn zodanig, dat gesproken kan worden van een geluidsluwe gevel en een geluidsluwe buitenruimte. Door de aanvraag van een hogere waarde kan de woning uit akoestisch oogpunt worden gerealiseerd.

Maatregelen aan de weg of in de overdrachtsweg (geluidswal, scherm etc.) zijn niet reëel uit stedenbouwkundig en financieel oogpunt. Ter plaatse is er daarmee sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat

Deelgebied Baarloseweg Op te richten tunnelkassen en containervelden zijn géén geluidsgevoelige objecten. Een nader onderzoek naar de effecten van wegverkeerslawaai is dan ook niet benodigd. Het aspect geluid vormt derhalve naar verwachting geen beperking voor onderhavig initiatief. 5.1.2 Lucht Sinds 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking en staan de hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5 Wm).

33

Heersende luchtkwaliteit In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient te worden bezien of de luchtkwaliteit ter plaatse voldoende is. In het plangebied zijn de omliggende wegen de meest relevante emissiebronnen van luchtverontreinigende stoffen (uitlaatgassen van verkeer). Deze bronnen zijn opgenomen in de achtergrondconcentraties, zoals die door het RIVM jaarlijks in kaart worden gebracht. Normaal gesproken zijn er in het oosten en zuiden van Nederland geen knelpunten op het gebied van de luchtkwaliteit met betrekking tot fijn stof en stikstofdioxide te verwachten. De grootschalige concentratiekaart Nederland (GCN) geeft per km-vak de huidige achtergrondconcentraties weer. In onderstaande tabel is de grenswaarde afgezet tegenover de waarden volgens de kaarten van het RIVM.

Grenswaarde Deellocatie Heibloemseweg Deellocatie Baarloseweg

PM2,5 25 µg/m³ 10.5 9.6

PM10 40 µg/m³ 17.6 16.4

NO2 40 µg/m³ 12.6 11.1

Uit de tabel blijkt dat ter plaatse van beide deellocaties ruimschoots voldaan wordt aan de grenswaarden. Volgens de kaarten van het RIVM is de luchtkwaliteit ter plaatse voldoende. Effect op luchtkwaliteit De AMvB ‘NIBM’ legt vast, wanneer een ruimtelijke ontwikkeling niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan de concentratie van een bepaalde stof. De achtergrond van het beginsel ‘niet in betekende mate’ is dat de gevolgen van een ontwikkeling voor de luchtkwaliteit in een aantal gevallen (beschreven in de ministeriële Regeling NIBM) worden tenietgedaan door de ontwikkeling van bijvoorbeeld schonere motoren in het gehele land.

Op 1 augustus 2009 is het nationaal samenwerkingsprogramma luchtkwaliteit (NSL) in werking getreden. Hierdoor dient bij plannen die de luchtkwaliteit beïnvloeden niet langer te worden uit gegaan van de normen uit de interimperiode. Nu het NSL in werking is getreden is een ontwikkeling NIBM, als aannemelijk is dat de ontwikkeling een toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%. De 3% grens wordt gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel fijn stof en NO2. Als de 3% grens voor PM10 of NO2 niet wordt overschreden, dan hoeft geen verdere toetsing aan grenswaarden plaats te vinden.

Deellocatie Heibloemseweg De Regeling NIBM van het Ministerie van VROM stelt regels omtrent de aanwijzing van categorieën van gevallen die in ieder geval niet in betekende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit. Het gaat hierbij om de volgende categorieën: 1. 2. 3. 4.

inrichtingen infrastructuur kantoorlocaties woningbouwlocaties

Voor woningbouwlocaties is een NIBM-grens vastgesteld. Bij nieuwbouw van 1.500 of minder woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg en bij nieuwbouw van 3.000 of minder woningen bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling valt een project onder de NIBM-grens.

34

Onderhavig bestemmingsplan voorziet in de mogelijkheid om 1 extra woning te realiseren. Het planvoornemen draagt dan ook ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de heersende luchtkwaliteit. Tevens zal door het verlagen van de dierbezetting op de Heibloemseweg 14 de emissie van fijnstof vanuit de inrichting afnemen, wat daarom een positief effect heeft.

Deellocatie Baarloseweg Bijlage 1 van de Regeling NIBM geeft aan, wanneer een nieuwe inrichting of een uitbreiding van een bestaande inrichting NIBM is. In de Regeling NIBM zijn voor twee categorieën inrichtingen (getalsmatige) grenzen opgesteld:

1. landbouwinrichtingen (voorschrift 1A.1 en 1B.1) 2. spoorwegemplacementen (voorschrift 1A.2 en 1B.2)

De Regeling NIBM noemt de volgende subcategorieën van landbouwinrichtingen: a. akkerbouw- of tuinbouwbedrijven met open grondteelt. * b. inrichtingen die uitsluitend of in hoofdzaak bestemd zijn voor witloftrek of teelt van eetbare paddenstoelen of andere gewassen in een gebouw. * c. permanente en niet-verwarmde opstanden van glas of van kunststof voor het telen van gewassen* d. permanente en verwarmde opstanden van glas of van kunststof voor het telen van gewassen, mits niet groter dan 2 hectare. e. kinderboerderijen. * * Al deze inrichtingen zijn NIBM, ongeacht de omvang van het bedrijf.

In dit geval is er sprake van een activiteit die te scharen valt onder punt a. en c. Het merendeel van de gewassen wordt in de open grond geteeld. De teelt in de tunnelkassen kan als permanente opstand van glas of kunststof worden beschouwd. De teelt op containerveld (met wandelkap) vindt weliswaar niet onder een permanente opstand van glas- of kunststof plaats, maar is daar goed mee te vergelijken. Daarmee is het project NIBM ongeacht de omvang daarvan. Het initiatief draagt dan ook ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging.

5.1.3 Bodem en grondwaterkwaliteit Het kader voor bodem wordt gevormd door de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient inzicht te worden gegeven in de bodemkwaliteit. Hiervoor dient: ▪ te worden beoordeeld of de bodem geschikt is voor de beoogde bestemming; ▪ te worden beschreven welke beoogde maatregelen worden getroffen; ▪ in de exploitatieopzet de kosten van eventuele saneringsmaatregelen te worden meegenomen. Deellocatie Heibloemseweg Ten behoeve van deze procedure heeft er een historisch bodemonderzoek plaatsgevonden. Op basis van het uitgevoerde vooronderzoek (bijlage 6) is geconcludeerd dat de locatie onverdacht is ten aanzien van bodemverontreiniging.

35

Daarom wordt, conform het gemeentelijk beleid, de uitvoering van een nader bodemonderzoek in verband met de verlening van een omgevingsvergunning niet noodzakelijk geacht. Deellocatie Baarloseweg Ten behoeve van deze procedure heeft er een historisch bodemonderzoek plaatsgevonden. Op basis van het uitgevoerde vooronderzoek (bijlage 7) is geconcludeerd dat de locatie onverdacht is ten aanzien van bodemverontreiniging. Daarom wordt, conform het gemeentelijk beleid, de uitvoering van een nader bodemonderzoek in verband met de verlening van een omgevingsvergunning niet noodzakelijk geacht.

5.1.4 Externe veiligheid Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie, als op het transport van gevaarlijke stoffen. De risico’s dienen te worden beoordeeld op twee maatstaven, te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. In het kader van de ruimtelijke ontwikkelingen moet bekeken worden of er in of in de nabijheid van het plangebied sprake is van risicovolle activiteiten (zoals Bevi-bedrijven, BRZO-bedrijven en transportroutes). Deellocatie Heibloemseweg Risicovolle bedrijvigheid rond het plangebied Door de provincie Limburg is een risicokaart samengesteld waarop de meest belangrijke risicoveroorzakende bedrijven en objecten zijn weergegeven. Aan de hand van deze risicokaart blijkt dat er geen risicovolle bedrijven en objecten in de directe omgeving liggen van het plangebied. Het meest dichtbij gelegen object is het tankstation aan de Ninnesweg op ruim 1 kilometer afstand. Vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg Het plangebied is gelegen aan de Heibloemseweg. Over deze weg vindt geen risicovol transport plaats dat invloed heeft op het plaatsgebonden of het groepsrisico. De N275 ligt op een afstand van ongeveer 1300 meter van het plangebied.

Over deze weg kan transport van gevaarlijke stoffen plaatsvinden. Uit de risicokaart blijkt dat deze weg een risicoafstand heeft van 0 meter. Deze vormt dus geen beperking voor het plan. Risicovol transport per spoor In de wijde omgeving rond het plangebied is geen sprake van de aanwezigheid van een spoorlijn. Risicovol transport over het water De afstand van het plangebied tot de dichtstbijzijnde rivier waarover vervoer van gevaarlijke stoffen kan plaatsvinden (Maas), bedraagt circa 7,8 kilometer. Geconcludeerd wordt dat het plangebied niet binnen het invloedsgebied van transportroutes van gevaarlijke stoffen over de Maas is gelegen.

36

Afbeelding 25: uitsnede risicokaart omgeving Heibloemseweg (plangebied rood omcirkeld).

Risicovolle buisleidingen Per 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid in werking getreden. Deze AMvB sluit aan bij de risiconormering uit het Bevi. Dat betekent dat ook bij leidingen sprake is van een afstand voor het plaatsgebonden risico en een afstand voor het invloedsgebied van het groepsrisico. Binnen 400 meter van het plangebied is er geen sprake van de aanwezigheid van risicovolle buisleidingen. Deellocatie Baarloseweg Risicovolle bedrijvigheid rond het plangebied Door de provincie Limburg is een risicokaart samengesteld waarop de meest belangrijke risicoveroorzakende bedrijven en objecten zijn weergegeven. Aan de hand van deze risicokaart blijkt dat er geen risicovolle bedrijven en objecten in de directe omgeving liggen van het plangebied. Het meest dichtbij gelegen object is een propaantank behorende bij de pluimveehouderij aan de Baarloseweg 34c te Helden. Deze ligt op een afstand van ruim 800 meter van de rand van het plangebied en heeft een risicoafstand van 50 meter. De afstand is dus voldoende groot. Vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg Het plangebied is gelegen aan de Baarloseweg. Over deze weg vindt geen risicovol transport plaats dat invloed heeft op het plaatsgebonden of het groepsrisico. De N277 ligt op korte afstand van het plangebied, namelijk 23 meter vanaf midden rijbaan tot de rand van het plangebied.

Over deze weg kan transport van gevaarlijke stoffen plaatsvinden. Uit de risicokaart blijkt dat deze weg een risicoafstand heeft van 0 meter. Deze vormt dus geen beperking voor het plan.

37

Afbeelding 26: uitsnede Risicokaart omgeving Baarloseweg (plangebied rood omcirkeld).

Risicovol transport per spoor In de wijde omgeving rond het plangebied is geen sprake van de aanwezigheid van een spoorlijn. Risicovol transport over het water De afstand van het plangebied tot de dichtstbijzijnde rivier waarover vervoer van gevaarlijke stoffen kan plaatsvinden (Maas), bedraagt circa 4,2 kilometer. Geconcludeerd wordt dat het plangebied niet binnen het invloedsgebied van transportroutes van gevaarlijke stoffen over de Maas is gelegen. Risicovolle buisleidingen Per 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid in werking getreden. Deze AMvB sluit aan bij de risiconormering uit het Bevi. Dat betekent dat ook bij leidingen sprake is van een afstand voor het plaatsgebonden risico en een afstand voor het invloedsgebied van het groepsrisico. Ten oosten van de Midden-Peelweg is een buisleiding gelegen, deze ligt echter op voldoende afstand. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt derhalve geen belemmering in het kader van dit bestemmingsplan.

5.1.5 Bedrijven en milieuzoneringen Milieuzonering is het aanbrengen van een noodzakelijke ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende en milieugevoelige functies ter bescherming of vergroting van de kwaliteit van de leefomgeving. Bedrijven en instellingen zijn verplicht te voldoen aan de eisen uit het Activiteitenbesluit, dan wel een omgevingsvergunning te hebben voor de exploitatie van het bedrijf, waarbij rekening gehouden dient te worden met omliggende bebouwing. Door middel van de milieuwet- en regelgeving wordt (milieu)hinder zoveel mogelijk voorkomen. Indien gevoelige objecten worden gerealiseerd in de directe omgeving waar milieugevoelige objecten zijn toegelaten, dan dient rekening gehouden te worden met de bestaande rechten van deze bedrijven.

38

Als hulpmiddel voor de inpassing van bedrijvigheid in haar fysieke omgeving of van gevoelige functies nabij bedrijven, heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), in samenwerking met de Ministeries van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en Economische zaken, in 2009 een indicatieve bedrijvenlijst opgesteld. Deze indicatieve bedrijvenlijst geeft richtafstanden, gebaseerd op de omgevingskwaliteit zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk of gemengd gebied (zijnde o.a. het buitengebied). In dit geval is er gezien de diversiteit van de omgeving sprake van een “gemengd gebied” voor beide deellocaties. Voor de deellocatie aan de Baarloseweg is de ligging in gemengd gebied in hoofdzaak te relateren aan de ligging op korte afstand van een Provinciale weg. Voor de deellocatie aan de Heibloemseweg is de ligging in een gemengd gebied te verantwoorden door de combinatie van bedrijven (zoals “Agrarisch – Glastuinbouw”, “Bedrijf-niet agrarisch verwant”, “Agrarisch-Grondgebonden”) en woonbestemmingen op relatief korte afstand van de hoofdinfrastructuur/gebiedsontsluitingsweg (Steenstraat (6500 verkeersbewegingen per dag in akoestisch onderzoek)). In een gemengd gebied kan de afstand uit de VNG brochure met 1 stap worden verkleind.

Deellocatie Heibloemseweg De milieuruimte van bestaande andere bedrijven in de omgeving van het plangebied is geïnventariseerd aan de hand van SBI-code en grootste bijbehorende VNG-afstand voor stof, geur, geluid en gevaar. In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de aan te houden afstanden. Bedrijf

Adres

Agrarisch grondgebonden

Heibloemseweg 10

Agrarisch grondgebonden

Heibloemseweg 14

AgrarischIntensieve veehouderij AgrarischIntensieve veehouderij Agrarisch Glastuinbouw Agrarisch grondgebonden

Hulsweg 4

SBI-2008

0143 011, 013 0143 011, 013 0146

Heibloemseweg 20-22

0146

Steenstraat 105

011, 013 0143

Haagveld 13a

en 012, en 012,

012,

Feitelijke afstand tussen bestemmingsvlakken 25 meter

Richtafstand VNG ‘gemengd gebied’ geur stof geluid

gevaar

30

10

10

0

16 meter

30

10

10

0

350 meter

100

10

30

0

340 meter

100

10

30

0

78 meter

0

0

10

0

190 meter

30

10

10

0

Uit bovenstaande tabel kan geconcludeerd worden dat aan alle richtafstanden voldaan kan worden met uitzondering van de richtafstand voor geur voor de locaties Heibloemseweg 10 en 14. In de verbeelding die onderdeel is van het bestemmingsplan is een “geurzone” opgenomen waarbinnen geen geurgevoelige bebouwing opgericht mag worden. Hiermee wordt alsnog voldaan aan de richtafstand. Deellocatie Baarloseweg Het bedrijf aan de Baarloseweg 53a is op basis van de VNG brochure in te delen in de SBI code 011/012/013 onder categorie “Tuinbouw met bedrijfsgebouwen”. Dit type bedrijf is onder te brengen in de categorie 2. Hiervoor gelden in een gemengd gebied de richtafstanden van:

39

Geur: Stof : Geluid: Gevaar:

0 meter 0 meter 10 meter 0 meter

In de nabijheid liggen een tweetal burgerwoningen: Baarloseweg 51 en Baarloseweg 51a. Voor de locatie Baarloseweg 51 geldt dat de bestaande afstand tussen de inrichtingsgrens en de (uiterste vergunningsvrij te realiseren) geluidgevoelige gevel 4 meter bedraagt. Daarmee wordt niet voldaan aan de richtafstand voor geluid. Aangezien de afstand gelijk blijft wordt deze locatie niet extra belemmerd. Voor de locatie Baarloseweg 51a geldt dat de afstand tussen de inrichtingsgrens en de (uiterste vergunningsvrij te realiseren) geluidgevoelige gevel 10 meter bedraagt. Hierbij wordt voldaan aan de richtafstanden, tevens blijft de bestaande afstand gelijk. Overige bedrijvigheid De milieuruimte van bestaande andere bedrijven in de omgeving van het plangebied is geïnventariseerd aan de hand van SBI-code en grootste bijbehorende VNG-afstand voor stof, geur, geluid en gevaar. In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de aan te houden afstanden. Bedrijf

Adres

SBI-2008

Feitelijke afstand tussen bestemmingsvlakken

Richtafstand VNG ‘gemengd gebied’

Agrarisch grondgebonden Agrarisch glastuinbouw

Baarloseweg 52

011, 012, 013

9 meter

geur 0

stof 0

geluid 10

gevaar 0

Baarloseweg 50b

011, 012, 013

104 meter

0

0

10

0

Uit bovenstaande tabel blijkt dat voor het bedrijf aan de Baarloseweg 52 niet voldaan wordt aan de richtafstand voor geluid. Hierover kan gemeld worden dat de afstand gelijk blijft ten opzichte van de bestaande afstand. Daarbij is het zo dat er op termijn een geluidgevoelig object gesloopt wordt, namelijk de woning aan de Baarloseweg 54. Dat kan ruimtelijk gezien nooit nadelig zijn voor het bedrijf aan de Baarloseweg 52. Conclusie Op basis van het bovenstaande kan gesteld worden dat het onderdeel milieuzonering geen beperkende factor vormt voor onderhavig plan en omliggende bedrijven niet beperkt worden in hun ontwikkelingsmogelijkheden.

5.2 Kabels, leidingen en straalpaden Over de zuidoostpunt van het plangebied loopt een hoogspanningsleiding in beheer bij Tennet. Conform het vigerende bestemmingsplan is deze hoogspanningsleiding en belemmerde strook voorzien van de dubbelbestemming ‘Leiding – Hoogspanning’. Deze bestemming wordt overeenkomstig gehandhaafd in onderhavig bestemmingsplan. Onder deze leiding komt een deel van de hoge tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen te liggen. Er is aan Tennet gevraagd om toestemming om binnen de beschermingszone de teeltondersteunende op te mogen richten. Bij brief van 4 mei 2022 heeft Tennet schriftelijk ingestemd met het verzoek (bijlage 8).

40

Voor het overige liggen er conform het vigerende bestemmingsplan of de kaarten van Gasunie en Waterschapsbedrijf Limburg in het plangebied, of in de directe omgeving daarvan, geen andere kabels, leidingen of straalpaden.

41

5.3 Geurhinder en veehouderijen Deellocatie Heibloemseweg Voorgrondbelasting van geur. In een straal van 200 meter rond de nieuwe woning liggen 2 objecten die over een vergunning beschikken voor het houden van diersoorten waarvoor geuremissienormen gelden. Het gaat hier om de locaties Heibloemseweg 10 en Heibloemseweg 14. Veehouderij Heibloemseweg 14 In de bestaande situatie mogen er binnen het bedrijf aan de Heibloemseweg de volgende dieraantallen gehouden worden: 108 stuks vrouwelijk jongvee, 10 vleesstierkalveren, 250 schapen, 25 zoogkoeien, 22 volwassen paarden en 25 pony’s. De gebouwen op deze locatie zullen gedeeltelijk anders ingevuld gaan worden in de beoogde situatie. De nadruk zal meer komen te liggen op de teelt van kerstdennen in plaats van het houden van dieren. In de uiteindelijke situatie zullen er minder dieren gehouden gaan worden. Er zullen maximaal 25 stuks jongvee gehouden worden en maximaal 200 schapen. Voorafgaand of gelijktijdig met het vaststellen van onderhavig bestemmingsplan zal er een nieuwe melding in het kader van het Activiteitenbesluit milieubeheer gedaan worden voor de beoogde situatie. In deze nieuwe melding zal naast de verlaging van de dierbezetting ook geregeld worden dat er binnen 50 meter afstand van de nieuwe woning geen opslag van dierlijke mest zal plaatsvinden conform regels van het Activiteitenbesluit.

Voor de beoogde situatie is een berekening gemaakt met het programma V-stacks vergunning. Uit deze berekening (bijlage 9) blijkt dat ter plaatse van de 4 hoekpunten van het bouwvlak voor de nieuwe woning de voorgrondbelasting van geur varieert tussen de 1.6 en 4.1 o.u. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij is ter plaatse een geurbelasting van maximaal 14 o.u. toelaatbaar. Hier wordt ruimschoots onder gebleven. De voorgrondbelasting van de veehouderij aan de Heibloemseweg 14 vormt daarmee geen beperking. Ook aan de vaste afstandsnorm van 50 meter uit de Wet geurhinder veehouderij wordt voldaan. Om deze afstand te borgen is er in de verbeelding van het bestemmingsplan een geurzone opgenomen waarbinnen geen geurgevoelige bebouwing opgericht mag worden. Hiermee wordt de vaste afstand geborgd. Veehouderij Heibloemseweg 10 Op de locatie Heibloemseweg 10 is een toestemmingbesluit aanwezig voor het houden van dieren in de vorm van paarden en varkens. Voor het houden van paarden geldt een vaste afstand van 50 meter. Deze afstand zal gerespecteerd worden. Vanuit de rand (zijgevel) van het dierenverblijf is een zone in het bestemmingsplan opgenomen waarbinnen geen geurgevoelige bebouwing opgericht mag worden. Daarmee wordt deze afstand geborgd. Verder is de geurbelasting van de varkenshouderij berekend middels het programma V-stack vergunning.

Uit de berekening (bijlage 10) blijkt dat er plaatse van de 4 hoekpunten van het bouwvlak de voorgrondbelasting van geur varieert tussen de 0.8 en 1.7 o.u. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij is ter plaatse een geurbelasting van maximaal 14 o.u. toelaatbaar. Hier wordt ruimschoots onder gebleven. De voorgrondbelasting van de veehouderij aan de Heibloemseweg 10 vormt daarmee geen beperking. Ook aan de vaste afstandsnorm van 50 meter uit de Wet geurhinder veehouderij wordt voldaan. Achtergrondbelasting van geur Uit de Herijking en Monitoring beleid IV gemeente Peel en Maas (d.d. 1 juli 2021) blijkt de indicatieve achtergrondbelasting van geur. Uit de kaart blijkt dat er qua milieucategorie ter plaatse van het plangebied sprake is van de milieucategorie “matig”. Voor het buitengebied in Peel en Maas wordt als

42

streefkwaliteit de categorie “matig” nagestreefd. Daarvan is in dit geval sprake. Daarnaast zal het verminderen van het aantal dieren op de locatie Heibloemseweg 14 een positieve invloed hebben op de achtergrondbelasting van geur.

Afbeelding 27: uitsnede kaart Herijking en Monitoring beleid IV gemeente Peel en Maas (plangebied rood omcirkeld)

Deellocatie Baarloseweg In de omgeving van het plangebied (< 250 meter vanaf de rand van het plangebied) bevinden zich geen veehouderijen. Op de locatie is eveneens geen sprake van een veehouderij of productie van geur. Het containerveld is geen geurgevoelig object aangezien het geen gebouw is. De foliekas is gezien het extensieve gebruik door medewerkers ook niet te beschouwen als geurgevoelig. Mocht dit wel zo zijn, dan is de bestaande foliekas voor omliggende veehouderijen reeds eerder beperkend omdat deze dichterbij ligt dan de nieuwe foliekas. Qua voorgrondbelasting van geur treden er daarmee geen beperkingen op voor veehouderijen in de omgeving. Uit de Herijking en Monitoring beleid IV gemeente Peel en Maas (d.d. 1 juli 2021) blijkt de indicatieve achtergrondbelasting van geur. Uit de kaart blijkt dat er qua milieucategorie ter plaatse van het plangebied sprake is van de milieucategorie “goed” tot “zeer goed”. Voor het buitengebied is een streefkwaliteit nagestreefd van “matig”. Hieraan wordt dus voldaan.

43

Afbeelding 28: uitsnede kaart Herijking en Monitoring beleid IV gemeente Peel en Maas

Qua geur zijn er daarmee geen beperkingen voor onderhavig plan.

5.4 Ecologie De Europese natuurwetgeving is in Nederland, op het gebied van soort- en gebiedsbescherming, uitgewerkt in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet heeft tot doel alle in Nederland in het wild voorkomende planten- en diersoorten en natuurgebieden (Natura2000-gebieden) te beschermen en in stand te houden. Flora en fauna In de Wet natuurbescherming zijn dier- en plantsoorten beschermd tegen nadelige effecten van menselijk ingrijpen. Indien de gesteldheid van beschermde dieren of planten wordt aangetast dienen er mogelijk maatregelen te worden genomen. Deellocatie Heibloemseweg Om het voorkomen van beschermde dieren en planten te onderzoeken is door de lokale IVN een inventarisatie gedaan van de flora & fauna (bijlage 11). Uit de inventarisatie blijkt dat op locatie floristisch gezien geen bijzonderheden zijn aangetroffen. Faunistisch gezien zijn er eveneens geen bijzonderheden aangetroffen. Geadviseerd wordt om in de directe omgeving een steenuilenkast te plaatsen. Door de ontwikkelingen zullen geen natuurwaarden verloren gaan. Op basis van de geraadpleegde bronnen kan geconcludeerd worden dat er geen belemmeringen op het gebied van natuurwetgeving en -beleid zijn. Natura2000 Het dichtstbijzijnde wettelijk beschermde natuurgebied, het Natura 2000-gebied Deurnsche- & Mariapeel, ligt op een afstand van circa 5,8 kilometer van het plangebied.

44

De Wet natuurbescherming voorziet in een verplichte ecologische Natura2000-toets voor alle ruimtelijke plannen. De wet verplicht om de gevolgen van een ontwikkeling voor het van toepassing zijnde Natura2000-gebied te boordelen. Gezien de forse onderlinge afstand heeft onderhavig planvoornemen geen directe nadelige gevolgen (bijvoorbeeld door oppervlakteverlies, verstoring door licht, etc.) voor de Natura2000-gebieden. Wel kan realisatie van het planvoornemen schadelijke effecten veroorzaken in de vorm van stikstofdepositie. Het planvoornemen kan opgesplitst worden in de aanlegfase en de gebruiksfase. Aanlegfase Ten tijde van de bouw van de woning zullen binnen de inrichting aan de Heibloemseweg 14 minder dieren gehouden worden dan toegestaan op basis van de vergunde situatie op de referentiedata van het aanwijzen van Natura2000 gebieden. Door het houden van minder dieren daalt de stikstofbelasting op Natura2000 gebieden. De emissie in de bouwfase is veel kleiner dan de emissie van de minder te houden dieren. Dit kan als intern salderen beschouwd worden, waarvoor geen vergunningplicht geldt in het kader van de Wet natuurbescherming. Aanvullend kan ten aanzien van de aanlegfase worden in de ‘Handreiking woningbouw en AERIUS’ indicaties en aandachtspunten gegeven om de mogelijke stikstofdepositie van woningbouw in kaart te brengen.

Uit de tabel ‘Indicatieve depositie (mol/ha/jaar) als functie van de afstand tussen de woningen en het natuurgebied’ behorende bij deze handreiking blijkt dat bij het bouwen/aanleggen van 50 woningen op een afstand van meer dan 6 kilometer de indicatieve depositie op Natura2000-gebieden 0,00 mol per hectare per jaar bedraagt. Onderhavig initiatief behelst het bouwen van 1 woning op een afstand van bijna 6 kilometer afstand van Natura2000-gebieden. Als het bouwen van 50 woningen niet tot een indicatieve depositie leidt, dan kan gesteld worden dat dit voor het bouwen van 1 woning zeker niet geldt. Een verder onderzoek naar de eventuele stikstofdepositie ter plaatse van Natura2000-gebieden is dan ook niet aan de orde. Gebruiksfase Ten aanzien van de gebruiksfase worden in de ‘Handreiking woningbouw en AERIUS’ indicaties en aandachtspunten gegeven om de mogelijke stikstofdepositie van woningbouw in kaart te brengen. Uit de tabel ‘Indicatieve depositie (mol/ha/jaar) als functie van de afstand tussen de woningen en het natuurgebied’ behorende bij deze handreiking blijkt dat bij het gebruik van 50 woningen op een afstand van meer dan 1 kilometer de indicatieve depositie op Natura2000-gebieden 0,00 mol per hectare per jaar bedraagt. Onderhavig initiatief behelst het gebruik van 1 woning op een afstand van meer dan 5 kilometer afstand van Natura2000-gebieden.

Als het gebruik van 50 woningen niet tot een indicatieve depositie leidt, dan kan gesteld worden dat dit voor het gebruik van 1 woning zeker niet geldt. Een verder onderzoek naar de eventuele stikstofdepositie ter plaatse van Natura2000-gebieden is dan ook niet aan de orde.

Deellocatie Baarloseweg Flora en fauna In de Wet natuurbescherming zijn dier- en plantsoorten beschermd tegen nadelige effecten van menselijk ingrijpen. Indien de gesteldheid van beschermde dieren of planten wordt aangetast dienen er mogelijk maatregelen te worden genomen.

45

Om het voorkomen van beschermde dieren en planten te onderzoeken is door de lokale IVN een inventarisatie gedaan van de flora & fauna (bijlage 12). Uit de inventarisatie blijkt dat op locatie floristisch gezien geen bijzonderheden zijn aangetroffen. Faunistisch gezien zijn er eveneens geen bijzonderheden aangetroffen. Door de ontwikkelingen zullen geen natuurwaarden verloren gaan. Op basis van de geraadpleegde bronnen kan geconcludeerd worden dat er geen belemmeringen op het gebied van natuurwetgeving en -beleid zijn. Natura2000 Het dichtstbijzijnde wettelijk beschermde natuurgebied, het Natura 2000-gebied Swalmdal, ligt op ongeveer 7.9 kilometer van het plangebied. Andere gebieden liggen op nog grotere afstand. De Wet natuurbescherming voorziet in een verplichte ecologische Natura2000-toets voor alle ruimtelijke plannen. De wet verplicht om de gevolgen van een ontwikkeling voor het van toepassing zijnde Natura2000-gebied te boordelen aan de hand van de effectenindicator. 1. Oppervlakteverlies Afname beschikbaar oppervlak leefgebied soorten en / of habitattypen. Het plangebied ligt buiten en is zelfs ver verwijderd van de betreffende Natura2000-gebieden. De vergroting van het bestemmings- en bouwvlak leidt daarom niet tot een afname van de oppervlakte van deze Natura2000gebieden. Vanuit het plangebied zijn er geen effecten voor wat betreft oppervlakteverlies. 2.

Versnippering Van versnippering is sprake bij het uiteenvallen van een natuurgebied. Het plangebied ligt buiten en is zelfs ver verwijderd van de betreffende Natura2000-gebieden. De vergroting van het bestemmings- en bouwvlak leidt daarom niet tot een doorsnijding van deze Natura2000-gebieden. Vanuit het plangebied zijn er geen effecten voor wat betreft versnippering.

3. Verzuring Verzuring van bodem of water is een gevolg van de uitstoot (emissie) van vervuilende gassen door bijvoorbeeld fabrieken en (vracht)auto's. De uitstoot bevat onder andere zwaveldioxide, stikstofoxide, ammoniak en vluchtige organische stoffen. Deze verzurende stoffen komen via lucht of water in de grond terecht en leiden aldus tot het zuurder worden van het biotische milieu. De belangrijkste bronnen van verzurende stoffen zijn de landbouw, het verkeer en de industrie. Vanuit het bedrijf vindt beperkte uitstoot van stikstof plaats. Dit vooral door de mogelijkheid tot het verwarmen van kassen/gebouwen en verkeersbewegingen van en naar de locatie. Hierdoor zouden er ter plaatse van Natura2000 gebieden mogelijk effecten op kunnen treden. Om deze mogelijke effecten in beeld te krijgen is er met het programma Aerius een berekening gemaakt (bijlage 13) van de gebruiksfase. In de berekening van de gebruiksfase zijn alle verkeersbewegingen opgenomen van en naar de inrichting, het vorstvrij houden van de kassen, het verwarmen van de bedrijfswoning, kantoorruimte, huisvesting arbeidsmigranten en het gebruik van tractoren binnen de inrichting. Voor wat betreft de aanlegfase is eveneens een berekening gemakt met het programma Aerius (bijlage 13). In deze fase is rekening gehouden met de bouw van de foliekas en het aanleggen van de containervelden (inclusief sloopactiviteiten).

46

Uit de berekeningen voor zowel de aanleg- als gebruiksfase blijkt dat er ter plaatse van Natura2000 gebieden geen effecten op het gebieden van verzuring optreden. Aangezien er geen effecten optreden is het ook niet noodzakelijk om bij de Provincie Limburg een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming aan te vragen. Effecten ter plaatse van Natura2000 gebieden zijn uitgesloten. 4. Vermesting Vermesting is de 'verrijking' van ecosystemen met name stikstof en fosfaat. Het kan gaan om aanvoer door de lucht (droge en natte neerslag van ammoniak en stikstofoxiden) of nitraat- en fosfaataanvoer door het oppervlaktewater. Aangezien uit het hierboven behandelde punt blijkt dat er geen effecten optreden op het gebied van verzuring, zullen er ook geen effecten optreden voor het onderdeel vermesting omdat vermesting tot stand komt door de depositie van ammoniak en stikstof. Vanuit het plangebied vinden er daarom geen effecten meer plaats voor wat betreft vermesting ter plaatse van het Natura2000-gebied. 5. Verontreiniging Er is sprake van verontreiniging als er verhoogde concentraties van stoffen in een gebied voorkomen, welke stoffen onder natuurlijke omstandigheden niet of in zeer lage concentraties aanwezig zijn.

Bij verontreiniging is sprake van een zeer brede groep van ecosysteem/gebiedsvreemde stoffen: organische verbindingen, zware metalen, schadelijke stoffen die ontstaan door verbranding of productieprocessen, straling (radioactief en niet radioactief), geneesmiddelen, endocrien werkende stoffen etc. Deze stoffen werken in op de bodem, grondwater, lucht. Het plangebied ligt buiten en is zelfs ver verwijderd van de betreffende Natura2000-gebieden. Er is geen sprake van toename van exogene stoffen die een effect kunnen hebben op de kwaliteit van deze Natura2000gebieden. Er is geen toename van straling of uitstoot van stoffen vanuit het te vergroten bestemmings- en bouwvlak. Vanuit het plangebied zijn er geen effecten voor wat betreft verontreiniging. 6. Verdroging Verdroging uit zich in lagere grondwaterstanden en/of afnemende kwel. De actuele grondwaterstand neemt dan af ten opzichte van de gewenste / huidige grondwaterstand. Nieuwe bebouwing en of verhardingen binnen het plangebied dienen hydrologisch neutraal ontwikkeld te worden. Er zijn daarmee geen negatieve effecten te verwachten. 7. Verstoring door geluid Verstoring door onnatuurlijke geluidsbronnen; permanent, zoals geluid van wegverkeer danwel tijdelijk, zoals geluidsbelasting bij evenementen. Geluid is een hoorbare trilling, gekenmerkt door geluidsdruk en frequentie.

Het plangebied ligt buiten en is zelfs ver verwijderd van de betreffende Natura2000-gebieden. Het is onmogelijk dat geluidsemissies vanuit het plangebied ter plaatse van deze Natura2000-gebieden waarneembaar zijn of tot een verstoring door geluid leiden. 8. Verstoring door licht Verstoring door licht leidt tot een aantasting van de nachtelijke duisternis. Het plangebied ligt buiten en is zelfs ver verwijderd van de betreffende Natura2000-gebieden. Het is onmogelijk dat lichtbronnen vanuit het plangebied ter plaatse van de Natura2000-gebieden waarneembaar zijn of tot een verstoring door licht leiden. 9. Bewuste verandering soortensamenstelling

47

Er is sprake van bewust ingrijpen in de natuur door herintroductie van soorten, introductie van exoten, uitzetten van vis, inzaaien van genetisch gemodificeerde organismen etc.. Er vinden geen ingrepen op de soortensamenstelling plaats door de ontwikkeling van de locatie. Er vindt geen introductie of herintroductie plaats van soorten binnen of buiten het plangebied. Daarmee zijn eventuele effecten ook uit te sluiten. Blijkens deze toets blijkt dat de ontwikkeling geen negatieve significante gevolgen heeft voor de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura2000-gebieden. Gezien de ontwikkeling zijn negatieve effecten op het Natura2000-gebied over deze afstand uit te sluiten.

5.5 Waterhuishouding In deze paragraaf wordt beschreven op welke wijze het waterhuishoudkundig systeem in het plangebied opgebouwd is en hoe rekening is gehouden met de (ruimtelijk) relevante aspecten van (duurzaam) waterbeheer. Een beknopte beschrijving van de kenmerken van het watersysteem kan de benodigde inzicht geven in het functioneren van dit systeem. Het plangebied ligt binnen het beheergebied van Waterschap Limburg. In het kader van het beleid van zowel de gemeente Peel en Maas als het waterschap dient binnen het plangebied een duurzaam waterhuishoudkundig systeem gerealiseerd te worden. Beleidskader Relevante beleidstukken op het gebied van water zijn het Waterbeheerplan 2016-2021 van het waterschap, het Provinciaal Omgevingsplan, het Nationaal Waterplan, WB21, Nationaal Bestuursakkoord Water en de Europese Kaderrichtlijn Water. Belangrijkste gezamenlijke punt uit deze beleidsstukken is dat water een belangrijk sturend element is in de ruimtelijke ordening. Water legt een ruimteclaim op het landschap waaraan voldaan moet worden. De bekende drietrapsstrategieën zijn leidend: ▪ Vasthouden-bergen-afvoeren (waterkwantiteit); ▪ Voorkomen-scheiden-zuiveren (waterkwaliteit). Tevens wordt thans gewerkt met de trits, hergebruik-bergen-infiltreren-afvoeren. Daarnaast is de Beleidsbrief regenwater en riolering nog relevant.

Hierin staat hoe het best omgegaan kan worden met het hemelwater en het afkoppelen daarvan. Ook hier gelden de driestapsstrategieën. Het waterbeleid in het Provinciale beleid sluit aan op de Europese Kaderrichtlijn Water en het Nationaal Waterplan. Het provinciaal waterbeleid omvat de volgende strategische doelen: • herstel sponswerking: het voorkomen van wateroverlast en watertekort in het regionale watersysteem, anticiperend op veranderde klimatologische omstandigheden; • herstel van de natte natuur: het bereiken van ecologisch gezonde watersystemen en grondwaterafhankelijke natuur; • schoon water: het bereiken van een goede chemische kwaliteit voor water en sediment; • duurzame watervoorziening: het beschermen van water voor menselijke consumptie, zodanig dat voldoende water van de vereiste kwaliteit via eenvoudige zuiveringstechnieken beschikbaar is; • een veilige Maas: het streven naar een acceptabel risico voor overstromingen in het rivierbed van de Maas.

48

De waterkundige waarden zijn in het POVI weergegeven op de kaarten ‘Regionaal Water’ en ‘Ondergrond’. Conform deze kaarten gelden er voor het plangebied geen waterkundige waarden. Deellocatie Heibloemseweg: Bodemopbouw en grondwater De bodem van het plangebied is tamelijk vlak. De maaiveldhoogte ter plaatse bedraagt circa 34.2 m + NAP. De boven- en ondergrond (tot +/- 8.0 meter beneden maaiveld) bestaat voornamelijk uit zeer fijn tot zeer grof zand. (bron: vooronderzoek HMB groep, rapportnummer 22205501H). Op de bodemkaart van Nederland wordt de grondwaterstand weergegeven in zeven klassen, de zogenaamde grondwatertrappen. Deze geven een globale aanduiding van het niveau van fluctuatie van het grondwater aan. Het plangebied en omgeving zijn gelegen binnen grondwatertrap VI. Grondwatertrap VI kenmerkt zich door een gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) van 40-80 centimeter beneden maaiveld en een gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) van meer dan 120 centimeter beneden maaiveld. De bovengrond is redelijk goed tot goed doorlatend met een doorlatendheid van 0,45 tot 0,75 m per dag (bron: kaarten website Waterschap Limburg). Oppervlaktewater In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich geen primaire of secundaire watergangen van het Waterschap Limburg. Afvalwater Het afvalwater van de nieuwe woning zal worden aangesloten op het gemeentelijk rioleringssysteem.

Hemelwater De gemeente Peel en Maas streeft naar het afkoppelen van hemelwater. Nieuwbouwwoningen in de gemeente worden standaard niet meer op het riool aangesloten voor de afvoer van hemelwater. Bij de nieuwe woning zal het hemelwater dan ook op eigen terrein worden opgevangen. Hiervoor is voldoende ruimte op het perceel aanwezig. De exacte omgang met hemelwater zal worden uitgewerkt bij het definitieve bouwplan in het kader van de omgevingsvergunningaanvraag voor de woning, de bijgebouwen en andere verhardingen. Hiervoor dienen de volgende uitgangspunten te worden gehanteerd: • Bij een infiltratievoorziening zonder een overloop op het oppervlaktewater moet boven de infiltratievoorziening een dynamische buffer worden gerealiseerd die geschikt is om een bui van 100 mm te infiltreren waarbij de infiltratiecapaciteit van de bodem in 24 uur meegenomen mag worden. • Geadviseerd wordt geen uitlogende materialen zoals zink, koper of lood toe te passen. Op basis van het bovenstaande bestaan er vanuit de wateraspecten geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling. In het kader van de aanvraag van een omgevingsvergunning voor bouwen zullen de benodigde voorzieningen voor de omgang met hemelwater nader worden uitgewerkt.

49

Deellocatie Baarloseweg Bodemopbouw en grondwater De bodem van het plangebied is tamelijk vlak. De maaiveldhoogte ter plaatse van de nieuwe foliekas bedraagt circa 28,4 m + NAP (bron: viewer website AHN). Ter plaatse van het containerveld bedraagt de hoogte gemiddeld 28,0 m + NAP. De boven- en ondergrond (tot +/- 4.0 meter beneden maaiveld) bestaat voornamelijk uit matig fijn, zwak siltig zand. (bron: uitgevoerd verkennend bodemonderzoek 2007 HMB groep, rapportnummer 07246501A). Op de bodemkaart van Nederland wordt de grondwaterstand weergegeven in zeven klassen, de zogenaamde grondwatertrappen. Deze geven een globale aanduiding van het niveau van fluctuatie van het grondwater aan. Het plangebied en omgeving zijn gelegen binnen grondwatertrap V en VI. Ter plaatse van de grote infiltratiepoel gaat trap V over naar trap VI. Grondwatertrap V kenmerkt zich door een gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) van < 40 centimeter beneden maaiveld en een gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) van meer dan 120 centimeter beneden maaiveld. Grondwatertrap VI kenmerkt zich door een gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) van 40-80 centimeter beneden maaiveld en een gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) van meer dan 120 centimeter beneden maaiveld.

Afbeelding 29: uitsnede kaart grondwatertrappen (groen = V, lichtgeel = VI)

Volgens het historische bodemonderzoek (rapportnummer 2946.001) uit 2016 bevindt het grondwater zich naar verwachting op een diepte van 2.0 meter beneden maaiveld. Metingen ter plaatse van de

50

bestaande beregeningsputten bevestigen dit. Bovenstaande geeft aan dat het grondwater voldoende diep zit om ter plaatse te kunnen infiltreren. De bovengrond is goed doorlatend met een doorlatendheid van 0,75 tot 1,5 m per dag (bron: kaarten website Waterschap Peel en Maasvallei). Medio 2017 is de bodemdoorlatendheid ter plaatse vastgesteld. Hieruit bleek een bodemdoorlatendheid van meer dan 7 meter per dag. Dit is goed te noemen. Dat is ook de ervaring van de ondernemer. Er wordt al jarenlang water geïnfiltreerd, waarbij er nog nooit sprake is geweest van overlast. Het water zakt in korte tijd goed weg. Oppervlaktewater In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich geen primaire of secundaire watergangen van het Waterschap Peel en Maasvallei. Aan de noordzijde van de Baarloseweg bevindt zich het dal en de loop van de Kwistbeek.

Afvalwater Het afvalwater van het bedrijf is volledig aangesloten op het rioleringssysteem. Hemelwater Voor nieuwe verharde oppervlakten wordt gestreefd naar 100% afkoppeling. In de bestaande situatie zijn er de volgende bebouwing en verhardingen aanwezig: Object

Oppervlakte

Afvoer hemelwater naar:

Woning:

165 m2

oppervlaktewater

Loods:

340 m2

oppervlaktewater

Verhardingen t.p.v. woning en kleine loods:

1.900 m2

oppervlaktewater

Huisvestingsruimte / kantoor:

880 m2

infiltratievoorziening

Loodsen:

3.100 m2

infiltratievoorziening

Verhardingen t.p.v. nieuwe loodsen en huisvesting: 1.000 m2

infiltratievoorziening

Bestaande foliekas:

4.900 m2

infiltratievoorziening

Bestaande containervelden:

17.800 m2

infiltratievoorziening

Nieuwe foliekas

4.900 m2

infiltratievoorziening

Nieuw containerveld:

9.500 m2

infiltratievoorziening

In totaal wordt het water van 2.405 m2 aan bestaande daken en verhardingen indirect geloosd op het oppervlaktewater. Dit water wordt opgevangen en middels een leiding onder de Baarloseweg door naar de daar aanwezige sloot gebracht. Deze sloot komt weer uit op de Kwistbeek. Deze is in beheer bij het Waterschap Limburg. Aangezien dit bestaande bebouwing betreft en bestaande lozing wordt hier niet nader op ingegaan. Binnen het bouwvlak waar bebouwing opgericht kan worden bestaat het voornemen om 5.000 m2 aan foliekassen te plaatsen. De nieuwe containervelden hebben een oppervlak van maximaal 9.500 m2. In totaal bedraagt de verharding en dakoppervlak waarvan het hemelwater opgevangen en geïnfiltreerd wordt 42.080 m2. Deze volledige oppervlakte wordt ter plaatse geïnfiltreerd zonder aanwezigheid van een overloop naar het oppervlaktewater.

51

Conform de normen van het Waterschap Limburg dient een bui van 100 mm op eigen terrein opgevangen te kunnen worden. Uitgaande van de hierboven genoemde 42.080 m2 dient er daarmee 4.208 m3 opgevangen te kunnen worden. Voor de containervelden geldt dat deze voorzien zijn van een lavalaag van 10 cm. Deze laag kan 50 mm water vasthouden, zijnde 1365 m3 bij een oppervlak van 2.73 hectare. Daarnaast geldt op basis van het Activiteitenbesluit milieubeheer de verplichting van het realiseren van een first-flush voorziening waarbij de eerste 50 m3 neerslag per hectare containerveld na een bui opgevangen moet kunnen worden. Deze dient derhalve 137 m3 te bedragen. Bij elkaar leidt dat tot een inhoud van 1.502 m3. De resterende 2706 m3) zal opgevangen worden in het waterbassin. Om over voldoende inhoud te beschikken zal dit verder vergroot worden tot de benodigde inhoud. . Het hemelwater van de kassen, loods en woning wordt eveneens opgevangen (norm = 1134 m3). In de bestaande kas staat een watersilo met een inhoud van 600 m3. Deze blijft behouden. Het overige water (534 m3) wordt naar het bassin geleid. Het bassin dient derhalve een inhoud te hebben van 2.729 m3. Bij de bouw van de nieuwe bebouwing worden geen uitlogende materialen zoals zink, koper of lood toegepast. Een negatieve beïnvloeding van het grondwaterpeil of de waterhuishouding is, gezien het bovenstaande, niet te verwachten.

5.6 Archeologie en cultuurhistorie Sinds 1 september 2007 is de Wet op de Archeologische Monumentenzorg in werking getreden. De Wet op de Archeologische Monumentenzorg is de Nederlandse uitwerking van het Verdrag van Malta (1992). De wet is een raamwet die regelt hoe rijk, provincie en gemeente bij hun ruimtelijke plannen rekening moeten houden met het erfgoed in de bodem. Om te kunnen voldoen aan het gestelde in de Wet op de Archeologische Monumentenzorg dienen de gemeenten te beschikken over archeologiebeleid en een archeologische beleidskaart. De gemeente Peel en Maas heeft voor haar grondgebied een archeologische beleidsadvieskaart ontwikkeld. Deze beleidskaarten hebben geleid tot het opnemen van archeologische dubbelbestemmingen in de vigerende bestemmingsplannen. Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet ingegaan. Deze wet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Bovendien zijn aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. In een ruimtelijke onderbouwing dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Onderstaand wordt hierop ingegaan. Deellocatie Heibloemseweg Conform de advieskaart is het plangebied gelegen in een gebied met een hoge archeologische waarde.

In het bestemmingsplan Buitengebied is daarom een archeologische dubbelbestemming “Waarde – Archeologie 6” opgenomen. Deze is te zien in onderstaande afbeelding.

52

Afbeelding 30: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan Buitengebied Peel en Maas. (bestemming “Waarde-Archeologie 6” rood omlijnd)

De dubbelbestemming “Waarde archeologie 6” kent een verstoringsoppervlak van 250 m2 en een verstoringsdiepte van 40 cm. Deze dubbelbestemming is 1 op 1 overgenomen in onderhavig bestemmingsplan. Ter plaatse van de funderingen van de woning (33 m2), de garage (18 m2), leidingen (15 m2) en infiltratiekratten (20 m2) wordt de bodem dieper verstoord van 40 centimeter. Het gaat dan in totaal om 86 m2. Deze oppervlakte leidt niet tot een overschrijding van de ondergrens van 250 m2. Daarmee is het niet nodig om verder archeologisch onderzoek te doen. Deellocatie Baarloseweg Conform de advieskaart is het plangebied gelegen in een gebied met een lage archeologische waarde. In het Omgevingsplan Kwistbeek is daarom alleen voor een klein deel van het plangebied aan de Baarloseweg een archeologische dubbelbestemming “Waarde – Archeologie 4” opgenomen. Deze is te zien in onderstaande afbeelding. De dubbelbestemming “Waarde archeologie 4” kent een verstoringsoppervlak van 250 m2 en een verstoringsdiepte van 40 cm. Deze dubbelbestemming is 1 op 1 overgenomen in onderhavig bestemmingsplan. Binnen deze dubbelbestemming komt uitsluitend een klein deel van de nieuwe tunnelkas te liggen en een klein deel van de infiltratievoorziening.

Ter plaatse van de foliekas vindt er binnen de dubbelbestemming “Waarde-Archeologie 4” een bodemverstoring (dieper dan 40 cm) plaats van 23 m2 (uitgraven en plaatsen van 38 poeren van 0.16 m2 en een leidingstrook van 58 meter lang en 30 cm breed). Hiervoor is geen nader archeologisch onderzoek benodigd.

53

Afbeelding 31: Uitsnede verbeelding Omgevingsplan Kwistbeek (bestemming “Waarde-Archeologie 4” rood omlijnd)

Ter plaatse van de infiltratievoorziening heeft een bodemverstoring plaatsgevonden van 788 m2, dieper dan 40 centimeter. De voorziening is namelijk reeds aanwezig. Deze oppervlakte overschrijdt de ondergrens van 250m2 uit het Omgevingsplan Kwistbeek. Ter plaatse is in het verleden asperges geteeld waarbij voorafgaand aan de teelt diepe grondbewerkingen hebben plaatsgevonden in de vorm van spitten tot een diepte van meer 60-70 centimeter. Destijds waren in het bestemmingsplan nog geen regels opgenomen omtrent archeologie en zijn de grondbewerkingen ook legaal uitgevoerd. De afgelopen jaren is het perceel in hoofdzaak in gebruik geweest voor de teelt van boomkwekerijgewassen waarbij eveneens verstoringen van de bodem hebben plaatsgevonden. Deze zijn echter veel minder diep dan de verstoringen uit het verleden voor de teelt van asperges. Uit de “verstoringenkaart” van de gemeente Peel en Maas blijken deze vroegere verstoringen ook, zie afbeelding hieronder. In de planregels bij dit plan is een vergunningplicht opgenomen voor de teelt van diepwortelende beplanting en laanbomenteelt zoals deze ook in het omgevingsplan Kwistbeek is opgenomen. Voor wat betreft de eerdere verstoring zou aangesloten kunnen worden bij de uitzonderingsbepaling zoals opgenomen in artikel 28.4.2 van het Omgevingsplan Kwistbeek.

Het alsnog uitvoeren van een archeologisch onderzoek voegt in dit geval niets meer toe, aangezien de voorziening reeds gerealiseerd is.

54

Afbeelding 32: Uitsnede “verstoringenkaart gemeente Peel en Maas”→ Baarloseweg 53a en 54 geel omlijnd

5.7 Verkeer en parkeren Deellocatie Heibloemseweg Het plangebied is ontsloten via de Heibloemseweg. Ter plaatse van de nieuwe woning zal ook een nieuwe inrit/uitrit gerealiseerd worden. Het plangebied is uitstekend bereikbaar.

Parkeren geschiedt volledig op eigen terrein. Daarvoor is meer dan voldoende ruimte aanwezig. Op basis van de Nota parkeernormen van de gemeente Peel en Maas geldt voor een woning een eis van (uitgaande van gebied buiten bebouwde kom) 2 parkeerplaatsen per woning. Hieraan zal initiatiefnemer zich conformeren. Deellocatie Baarloseweg Het plangebied ontsluit via de Baarloseweg. Deze weg verbindt de kern Helden met de kern Baarlo. Het plangebied kent hierdoor een goede ontsluiting. Hierop vinden geen wijzigingen plaats. Er zal nog een inritvergunning bij de gemeente aangevraagd worden, deze is nog niet aanwezig. Parkeermogelijkheden zijn op eigen terrein aanwezig en reeds gerealiseerd. Bij de ingang van het terrein is een groot parkeerterrein aanwezig. De capaciteit van dit parkeerterrein bedraagt ten minste 25 parkeerplaatsen. Laden en lossen vindt volledig op eigen terrein plaats.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=93703ce7-11f1-45a1-8ac3-288062750988