2023-099 03 Toelichting (geanonimiseerd)
Tekst van het document
55
6. JURIDISCHE ASPECTEN Het bestemmingsplan “Baarloseweg 53a Helden en Heibloemseweg 14 Panningen” is vervat in een verbeelding, planregels en toelichting. Het plan omvat de locaties Baarloseweg 53a en Heibloemseweg 14 te Panningen. In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op de opzet en het gebruik van de verbeelding en planregels. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de SVBP2012 alsmede de Wet Ruimtelijke Ordening (Wro) en het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro). De regels voldoen tevens aan de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Qua systematiek is aangesloten bij het vigerende bestemmingsplan “Buitengebied Peel en Maas”.
6.1 Toelichting op de verbeelding De verbeelding geeft met kleuren en tekens aan welke bestemmingen voor de gronden gelden. De bestemming is aangegeven met een gekleurd vlak met de letters van de bestemming. Voor de gronden kunnen meerdere tekens gelden, dit betreffen aanduidingen of dubbelbestemmingen. De aanduidingen betreffen in dit geval gebruiks-, gebieds- of maatvoeringsaanduidingen. Als een aanduiding of dubbelbestemming is opgenomen zijn daarvoor in de regels specifieke bepalingen van toepassing. Uit de verbeelding kan afgeleid worden op welke gebied het bestemmingsplan betrekking heeft. De analoge verbeelding is getekend op een bijgewerkte en digitale kadastrale ondergrond, schaal 1:1.000. Op de analoge verbeelding wordt door middel van bouwvlakken en matrices specifieke informatie weergegeven, zoals het maximale bebouwde oppervlak.
6.2 Toelichting op de planregels Alle gronden binnen het plangebied zijn voorzien van een bestemming. Een bestemming geeft de functie(s) aan die voor een gebied zijn toebedacht. Bij deze bestemmingen horen gebruiksregels. Het kan gaan om regels voor bouwen, werken en werkzaamheden, slopen en het gebruik van grond en opstallen voor bepaalde activiteiten. De bestemming en de regels bepalen gezamenlijk welke activiteiten en handelingen zijn toegestaan. Het gevolg van het leggen van een bestemming is, dat de betreffende gronden alleen overeenkomstig deze bestemming mogen worden gebruikt. De bevoegdheid om bestemmingen toe te kennen is voorbehouden aan de gemeenteraad. Dit is geregeld in artikel 3.1 Wro. Een gemeenteraad mag niet zomaar een bestemming toekennen, maar moet daarvoor vanuit het algemeen belang van een “goede ruimtelijke ordening” redenen hebben. Het leggen van een bestemming betekent overigens niet dat er een verplichting bestaat voor een grondgebruik om die bestemming te realiseren. De bestemming en regels gelden voor 10 jaren te rekenen vanaf het moment van vaststelling van het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan is een juridisch plan: de daarin opgenomen bepalingen zijn bindend voor burgers, bedrijven en de overheid.
56
Bij het opstellen van de regels is uitgegaan van de SVBP2012 en het vigerende bestemmingsplan “Buitengebied Peel en Maas”. De regels zijn verdeeld in vier hoofdstukken, te weten: ▪ Hoofdstuk 1: Inleidende regels met daarin de begrippen en de wijze van meten; ▪ Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels. Hierin worden de regels voor de op de verbeelding opgenomen bestemmingen gegeven; ▪ Hoofdstuk 3: Algemene regels, waaronder zijn opgenomen de anti-dubbeltelbepaling, algemene bouwregels en algemene afwijkings-, wijzigings- en procedureregels; ▪ Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels, waarin het overgangsrecht en de slotregels zijn opgenomen. Het belangrijkste doel van de planregels is om de bouw- en gebruiksregels van de verschillende bestemmingen aan te geven. De regels van een bestemming worden als volgt opgebouwd en benoemd: 1. bestemmingsomschrijving 2. bouwregels 3. nadere eisen 4. afwijken van de bouwregels 5. specifieke gebruiksregels 6. afwijken van de gebruiksregels 7. omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8. wijzigingsbevoegdheid Een bestemming hoeft niet alle elementen te bevatten. Dit kan per bestemming verschillen. In de bestemmingsomschrijving wordt een omschrijving gegeven van de aan de gronden toegekende functies. Als eerste wordt de hoofdfunctie gegeven.
Indien nodig worden vervolgens de andere aan de grond toegekende functies genoemd. In de bouwregels wordt bepaald aan welke voorwaarden de bebouwing moet voldoen. Voor zover nodig wordt een onderscheid gemaakt in hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waardoor de toetsing van aanvragen voor een omgevingsvergunning voor het bouwen aanmerkelijk vereenvoudigd en inzichtelijker is. Voor de categorieën waarbij bebouwing voorkomt zijn regels opgenomen over de oppervlakte, hoogte etc. Bij het agrarische bouwvlak mag het bouwvlak volledig worden bebouwd, mits binnen het bestemmingsvlak voldoende ruimte blijft voor realisering van allerlei overige voorzieningen. Indien een bouwaanvraag wordt ingediend zijn in eerste instantie de bestemming met bijbehorende regels van belang. Als het nieuwe bouwwerk past binnen het toegekende bouwvlak en het beoogde gebruik past binnen de toegekende bestemming dan kan een omgevingsvergunning worden verleend. In het onderstaande worden de regels van de opgenomen bestemmingen nader toegelicht. Agrarisch - Grondgebonden Binnen deze bestemming zijn bestaande grondgebonden bedrijven toegestaan. Het bouwvlak wordt vergroot. Binnen deze bestemming zijn bestaande grondgebonden bedrijven toegestaan, zodoende de bestaande agrarische activiteiten.
Binnen het bouwvlak van de Baarloseweg 53a is huisvesting van 50 arbeidsmigranten, werkzaam binnen het eigen bedrijf of voor derden, toegestaan. De locatie is daarom voorzien van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten’. De ruimtelijke afweging heeft immers plaatsgevonden op basis van het aantal arbeidsmigranten dat op de locatie zal worden gehuisvest.
57
Wanneer huisvesting van arbeidsmigranten één jaar niet plaatsvindt vervalt het recht tot het mogen huisvesten. Deze uitsterfconstructie is opgenomen in de planregels en verzekert dat niet-actuele locaties weer ineens huisvesting gaan toepassen. Alleen op een actief agrarisch bedrijf waar huisvesting van arbeidsmigranten benodigd is voor de bedrijfsvoering is derhalve huisvesting toegestaan. Voor het perceelsdeel waarop de hoge tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen worden gerealiseerd is de aanduiding ‘hoge tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen’ opgenomen. Middels deze aanduiding wordt enerzijds de tijdelijkheid gewaarborgd en anderzijds dat er geen andere bebouwing of bouwwerken opgericht kan worden. Het aanwezige bouwvlak mag voor zover niet voorzien van de aanduiding ‘hoge tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen’ geheel worden bebouwd met bedrijfsgebouwen. In de planregels is opgenomen dat de bebouwing aan de Baarlosweg 54 uiterlijk 7 jaar na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan gesloopt is. Leiding – Hoogspanning Over de zuidoostelijke hoek van het plangebied loopt een bovengrondse 150-kV hoogspanningsverbinding. Deze is met een bestemming ‘Leiding - Hoogspanning’ aangeduid. In de dubbelbestemming is een bouwverbod opgenomen met daaraan gekoppeld een afwijkingsbevoegdheid. Daarnaast is er een omgevingsvergunningstelsel opgenomen.
Wonen Binnen deze bestemming is een (nieuwe) woning toegestaan. Tevens is in de planregels opgenomen dat de bestaande gebouwen gesloopt worden om de beoogde kwaliteitsverbetering te bereiken. Ook is er een functieaanduiding opgenomen die borgt dat het landschappelijk inpassingsplan gerealiseerd wordt en in stand wordt gehouden.
In de algemene aanduidingsregels zijn de volgende algemene aanduidingen opgenomen in dit bestemmingsplan: ▪ bolle akker; deze komen voort uit de structuurvisie. Een aantal open, bolle akkers heeft een hoge te beschermen cultuurhistorische en landschappelijke waarde. In het verleden zijn veel open, bolle akkers verdwenen vanwege stads- en dorpsuitbreiding. In het deelgebied oude, verdichte bouwlanden staan deze akkers onder druk vanwege de dynamiek in dit deelgebied. De meest waardevolle open, bolle akkers zijn geselecteerd op basis van de cultuurhistorische waarde kaart, het landschapskader, de bodemkaart en de luchtfoto. Het beleid van de gemeenten is voor deze zone gericht op het behoud van de nog resterende open, bolle akkers. Bepaalde ontwikkelingen zijn dan ook niet mogelijk in bolle akkers. Dit is verankerd in de bestemmingsplanregels. ▪ ontwikkelingszone bebouwingslinten; deze zone komt voort uit de structuurvisie. De linten zijn op basis van lokale kennis bepaald. Bepaalde ontwikkelingen die mogelijk worden gemaakt aan de hand van afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden zijn dan ook uitsluitend toegestaan in ontwikkelingszone bebouwingslinten. Dit is verankerd in de bestemmingsplanregels. ▪ reconstructiewetzone – verwevingsgebied; deze gebiedstypologie komt voort uit de Reconstructiewet en het Reconstructieplan.
Een verwevingsgebied is een gebied dat is gericht op verweving van landbouw, wonen en natuur. In deze gebieden is uitbreiding van intensieve veehouderijen mogelijk, mits de ruimtelijke kwaliteit of functies van het gebied zich daar niet tegen verzet. Bepaalde ontwikkelingen die mogelijk worden gemaakt aan de hand van afwijkings- en
58
▪
▪
wijzigingsbevoegdheden zijn dan ook niet, of onder strengere voorwaarden toegestaan in verwevingsgebieden. wetgevingzone – wijzigingsgebied 1 ob; dit betreft de gebiedstypologie uit de structuurvisie: oude verdichte bouwlanden. In dit gebied is voor wat betreft toekomstige ontwikkeling sprake van een ruime toelating van verschillende economische functies, verdere menging van de functies wonen, werken en (verbrede) landbouw met name in de linten. Bepaalde ontwikkelingen die mogelijk worden gemaakt aan de hand van afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden zijn niet, of onder strengere voorwaarden toegestaan in oude verdichte bouwlanden. Dit is verankerd in de bestemmingsregels. wro-zone – wijzigingsgebied 3 bd; dit betreft de gebiedstypologie uit de structuurvisie: beekdalen/rivierdal. In dit gebied is voor wat betreft toekomstige ontwikkelingen sprake van ruime toelating van grondgebonden landbouwkundige functies, die een bijdrage leveren aan het behoud en de versterking van de landschappelijke openheid en de actuele en potentiële natuurwaarden (voornamelijk rundveehouderij), waar mogelijk wordt extensief beheer van graslanden gestimuleerd (o.a. via Agrarisch Natuurbeheer en Koopmansgelden), evenals natuuren landschapsontwikkeling, bieden van ruimte voor water (beekherstel en waterberging), nieuwe economische dragers zijn in kleinschalige vorm toelaatbaar aan de randen.
Bepaalde ontwikkelingen die mogelijk worden gemaakt aan de hand van afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden zijn niet, of onder strengere voorwaarden toegestaan in deze gebiedstypologie. Dit is verankerd in de regels.
59
7. HANDHAVING Het handhavingstoezicht ten aanzien van bestemmingsplannen wordt uitgevoerd door medewerkers van de gemeente Peel & Maas. Met betrekking tot dit handhavingstoezicht wordt gestreefd naar samenwerking tussen de gemeentelijke afdelingen en diensten die een controlerende functie hebben zoals de inspecteurs omgevingsvergunningen en naar samenwerking met niet-gemeentelijke instanties, o.a. de politie. Deze samenwerking komt tot uiting in het periodieke handhavingsoverleg waaraan verschillende gemeentelijke afdelingen en de politie deelnemen. De samenwerking moet uiteindelijk leiden tot een integraal handhavingsbeleid.
60
8. UITVOERBAARHEID 8.1 Economische uitvoerbaarheid De kosten verbonden aan de realisering van dit project zijn geheel voor rekening van de initiatiefnemers. Afspraken, tussen gemeente en initiatiefnemer over ambtelijke kosten, planschade, landschappelijke inpassing, zijn vastgelegd in een anterieure overeenkomst. Voor de gemeente Peel & Maas zal de ontwikkeling kostenneutraal verlopen.
8.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Deellocatie Heibloemseweg Met de direct omwonenden is onderhavig plan gecommuniceerd. Het gaat daarbij om de bewoners/eigenaren van de woningen Heibloemseweg er onderhavig bestemmingsplan en de daarop volgende bouw- en aanlegactiviteiten. De bewoners van Heibloemseweg vinden de sloop van de gebouwen en het terugbouwen van een nieuwe woning een positieve ontwikkeling waartegen ze geen bezwaar hebben. De bewoners van Heibloemseweg hebben aangegeven blij te zijn dat het geen “hoogbouw” wordt maar een woning met alle voorzieningen op de begane grond. Verder vragen ze geregeld wanneer er gestart wordt met de bouw. Deellocatie Baarloseweg Met de direct omwonenden is onderhavig plan gecommuniceerd. Op basis van paragraaf 5.1.5 is te zien dat er voor dit type bedrijf een richtafstand geldt van 10 meter. Binnen deze richtafstand van het bestemmingsvlak liggen de woningen aan de locatie Baarloseweg Baarloseweg en Baarloseweg De eerstvolgende woning van derden (Baarloseweg ligt op ongeveer 200 meter. Gezien de feitelijke afstand in relatie tot de richtafstand is besloten de 4 genoemde adressen op de hoogte te stellen van het plan. Deze adressen zijn door initiatiefnemer persoonlijk benaderd en op de hoogte gesteld over onderhavig bestemmingsplan en de daarop volgende bouw- en aanlegactiviteiten.
Deze omwonenden hebben allen aangegeven geen problemen te hebben met deze verdere ontwikkeling van het bedrijf.
Het ontwerpplan heeft van 15 september 2023 gedurende 6 weken voor eenieder ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn er geen zienswijzen ingediend.
61
9. OVERLEG EN INSPRAAK De procedures voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerp bestemmingsplan ter inzage gelegd kan worden. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Pas daarna kan de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan van start gaan.
9.1 Uitkomsten vooroverleg Artikel 3.1.1 van het Besluit geeft aan dat het college van Burgemeester van Wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, waar nodig, overleg dienen te plegen met betrokken instanties.
9.2 Uitkomsten inspraak In het kader van dit bestemmingsplan is geen mogelijkheid tot inspraak geboden.
62
10. PROCEDURE De Wet ruimtelijke ordening (Wro) is in werking getreden met ingang van 1 juli 2008. De wettelijke procedure start met het moment van ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan. De procedure ziet er als volgt uit: ▪ Vooroverleg met betrokken instanties; ▪ Openbare kennisgeving van het ontwerp bestemmingsplan; ▪ Terinzagelegging van het ontwerp en bijbehorende stukken gedurende 6 weken en toezending aan gedeputeerde staten en de betrokken rijksdiensten, waterschappen en gemeenten; ▪ Gedurende de termijn van terinzagelegging kunnen door een ieder schriftelijk of mondeling zienswijzen worden ingebracht; ▪ Vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad binnen 12 weken; ▪ Algemene bekendmaking van het bestemmingsplan door terinzagelegging met voorafgaande kennisgeving en toezending aan gedeputeerde staten en betrokken rijksdiensten, waterschappen en gemeenten: binnen 2 weken dan wel, indien gedeputeerde staten of de inspecteur zienswijzen hebben ingebracht of het bestemmingsplan gewijzigd is vastgesteld, vanaf 6 weken na vaststelling; ▪ Mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 6 weken na bekendmaking voor belanghebbenden ▪ Inwerkingtreding op de dag na afloop van de beroepstermijn, zijnde 6 weken na de bekendmaking, tenzij binnen deze termijn een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend bij
de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
63