CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2023-002 05 Vastgesteld Bijlage bij de toelichting - Onderbouwingen 034 tm 038.pdf

Raad 31 januari 2023, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Vaststellen “Veegbestemmingsplan stoppers 2020” (2023-002)22.485 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Ruimtelijke onderbouwing herbestemming Hei 12, Baarlo | 31 augustus 2021

30

bedrijfsvoering noodzakelijke verkeersbewegingen (aan-/ afvoer van dieren, aanvoer van voer, afvoer van mest, bezoek dierenartsen, controleurs, adviseurs e.d.). Hiervoor in de plaats wordt de locatie in gebruik genomen als burgerwoning, met als nevenactiviteit opslag. De verkeersbewegingen en emissie vanuit de woning kunnen beschouwd worden als ‘bestaande situatie’ omdat dit gebruik niet wijzigt ten opzichte van het gebruik als bedrijfswoning gedurende de exploitatie van de varkenshouderij. De opslag vindt plaats in een bestaand bedrijfsgebouw ten dienste van maximaal één bedrijf en één particulier. Het betreft opslag van niet-dagelijks of -wekelijks benodigde goederen, waardoor slechts sprake is van een beperkt aantal verkeersbewegingen, die ten opzichte van de bewegingen van het voormalig agrarisch bedrijf verwaarloosbaar zijn. Gezien de grote afstand tot Natura 2000 gebieden, gecombineerd met de aard van het initiatief zal het voornemen niet leiden tot een toename van emissies op Natura 2000 en tevens niet tot (extra) verdroging, verontreiniging, optische verstoring, verzuring of vermesting. Ook heeft het plan geen oppervlakteverlies of versnippering tot gevolg. Door het definitief verdwijnen van de varkenshouderij mag worden aangenomen dat er een positieve invloed is op meer nabijgelegen natuurgebieden, onderdeel van de provinciale groenstructuur.

De dichtstbijzijnde elementen hiervan bevinden zich op ca. 200 meter van het plangebied.

Afbeelding 28. Afstand plangebied tot aangewezen provinciale natuurgebieden (bron: Limburg.nl)

Soortenbescherming In Nederland komen ongeveer 30.000 soorten dieren en planten voor. De Wnb regelt de bescherming van circa 300 in het wild voorkomende soorten inheemse planten en dieren. In de Wnb is onder meer bepaald dat beschermde diersoorten niet mogen worden gedood, gevangen of verontrust en beschermde plantensoorten niet geplukt, uitgestoken of verzameld mogen worden. Bovendien dient iedereen voldoende zorg in acht te nemen voor in het wild levende dieren en planten. Daarnaast is het niet toegestaan om hun directe leefomgeving, waaronder nesten en holen, te beschadigen, te vernielen of te verstoren. In de Wet natuurbescherming is de soortenbescherming van beschermde flora- en fauna opgenomen. In hoofdstuk 3 van de Wnb zijn de beschermingsregimes omschreven. Per

Ruimtelijke onderbouwing herbestemming Hei 12, Baarlo | 31 augustus 2021

31

beschermingsregime is bepaald welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing en vrijstelling kan worden verleend. Er zijn drie beschermingsregimes, de soorten op basis van de Vogelrichtlijn, de soorten op basis van de Habitatrichtlijn en de andere soorten genoemd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Het plangebied is een deels bebouwd, deels onbebouwd terrein in het buitengebied. De onbebouwde gronden zijn gedeeltelijk verhard en gedeeltelijk ingericht met (inheemse) beplanting. De bebouwing blijft als gevolg van de bestemmingswijziging ongewijzigd behouden. Ditzelfde geldt voor een groot deel van de terreininrichting en beplanting. Wel wordt beplanting toegevoegd, overeenkomstig het opgestelde inpassingsplan. De toevoeging van (opgaand) groen aan een deel van het plangebied heeft een positieve invloed op de mogelijke aanwezigheid van vogels en andere kleine diersoorten. De bestemmingswijziging heeft voor het overige geen gevolgen voor de inrichting van het terrein of het gebruik van de gronden (de bedrijfswoning wordt immers sinds de beëindiging van de veehouderij feitelijk al gebruikt als burgerwoning). In het kader van de planontwikkeling zullen geen gebouwen worden gesloopt en zal geen beplanting worden verwijderd. Hiermee is uitgesloten dat het initiatief negatieve effecten heeft op flora en fauna. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.

4.12.

Verkeer en parkeren

Het perceel Hei 12 wordt ontsloten vanaf de Hei en is tevens bereikbaar via de Beringhouterstraat. De Beringhouterstraat is deels onverhard. Via de weg Hei zijn de doorgaande N273 en N275 bereikbaar. Aan de Hei, aan de zuidoostzijde van de woonboerderij, is ruimte voor het parkeren van één of twee auto’s. Deze toegang ligt dicht bij de voor- en achterdeur van de woning. Tussen de woonboerderij en de Beringhouterstraat is ruimte om diverse auto’s te stallen. Via deze zijde is het achterste deel van de woonboerderij eenvoudig bereikbaar. Ook achter de open schop en de voormalige varkensstal zijn inritten/ toegangen aanwezig vanuit de Beringhouterstraat. Aan deze zijde van het perceel is tevens ruimte voor parkeren en manoeuvreren van voertuigen. In de huidige situatie betreft het uitsluitend nog het privé verkeer en de verkeersbewegingen ten behoeve van de opslag. Het plan voorziet in een wijziging naar de bestemming ‘Wonen’. De verkeersstromen zullen als gevolg van deze wijziging beperkt wijzigen. De verkeersbewegingen ten behoeve van de functie ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’ verdwijnen in zijn geheel. De Hei en Beringhouterstraat krijgen uitsluitend nog de verkeersbewegingen ten behoeve van de woonfunctie en opslag te verwerken. Ook is uitsluitend nog parkeren ten behoeve van deze functies aan de orde.

Op eigen terrein bieden de inritten en verharding meer dan voldoende parkeerruimte (ca. 8 parkeerplaatsen). Het initiatief zal geen negatieve consequenties met zich meebrengen voor de verkeersafwikkeling of parkeersituatie ter plaatse.

Ruimtelijke onderbouwing herbestemming Hei 12, Baarlo | 31 augustus 2021

32

5.

Uitvoerbaarheid

5.1.

Economische uitvoerbaarheid

De bestemmingswijziging van het perceel Hei 12 betreft een particulier initiatief, gebruikmakend van de mogelijkheid die de gemeente biedt om mee te liften in het veegbestemmingsplan. Met de wijziging wordt de juridisch-planologische situatie afgestemd op het feitelijk en toekomstig gebruik. Met de wijziging zijn, behalve de plankosten en legeskosten, waarover specifieke afspraken gemaakt worden tussen de gemeente en initiatiefnemer, dan ook geen financiële aspecten aan de orde. Overeenkomstig de bepalingen in hoofdstuk 6 van de Wet ruimtelijke ordening is voor het ‘meeliften’ van dit initiatief in het veegplan geen exploitatieplan noodzakelijk.

5.2.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Het planvoornemen betreft het wijzigen van de bestemming ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’ naar ‘Wonen’. De dubbelbestemming en overige aanduidingen voor het perceel blijven gehandhaafd. Aan een beperkt deel van het perceel, de voormalige varkensstal, wordt de aanduiding ‘opslag’ toegekend. Met de nieuwe bestemming wordt recht gedaan aan het feitelijk gebruik en toekomstperspecief van de locatie. Tevens is het gewenst agrarische ontwikkelingsmogelijkheden van het perceel te verwijderen. Door het omzetten naar een woonbestemming is bedrijfsmatig agrarisch gebruik niet langer toegestaan. Qua feitelijk functioneel gebruik is de voorgenomen wijziging zeer beperkt aangezien de varkenshouderij ter plaatse reeds in 2010 is beëindigd. De herbestemming maakt het juridischplanologisch mogelijk dat de bestaande bedrijfswoning bewoond mag worden als burgerwoning. De gewenste ontwikkelingen heeft geen negatieve milieugevolgen en zorgt niet voor overlast of beperkingen voor omliggende bedrijven of woningen. Derhalve mag worden aangenomen dat tegen de bestemmingswijziging geen overwegende bezwaren bestaan.

Dialoog Ten behoeve van de beoogde bestemmingswijziging van Hei 12 van ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’ naar ‘Wonen’ is een omgevingsdialoog gevoerd door de initiatiefnemers (februari 2021). De omwonenden zijn geïnformeerd over het voornemen de bestemming te wijzigen. De heer en mevrouw hebben de bestemmingswijziging mondeling toegelicht aan de bewoners van: -

Gezien de zeer beperkte ruimtelijke impact, de informele contacten in de buurt en de beperkingen vanuit COVID-19 is ervoor gekozen elk adres individueel aan te spreken. Ook de eigenaar van (agrarische bedrijfsgebouwen) is op de hoogte van de beoogde bestemmingswijziging. Het betreft de zoon van initiatiefnemers.

Procedure De ontwikkeling wordt middels deze ruimtelijke onderbouwing opgenomen in het Veegbestemmingsplan Stoppers 2020 van de gemeente Peel en Maas. Conform de wettelijke procedure wordt dit plan zes weken ter inzage gelegd. In deze periode kunnen zienswijzen tegen

Ruimtelijke onderbouwing herbestemming Hei 12, Baarlo | 31 augustus 2021

33

het plan bij de gemeenteraad kenbaar gemaakt worden. Na afloop van de inzagetermijn vindt een belangenafweging plaats, indien daadwerkelijk zienswijzen zijn ingediend. Het veegbestemmingsplan wordt vervolgens met inachtneming van de resultaten uit de ter inzage legging vastgesteld.

Ruimtelijke onderbouwing herbestemming Hei 12, Baarlo | 31 augustus 2021

34

22-2-2021

Landschappelijk inpassingsplan Hei 12, Baarlo

LANDSCHAPSONTWERPER BNL ADVIES info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl –

Landschappelijk inpassingsplan, ten behoeve van de bestemmingsplanwijziging, op de locatie: Hei 12, Baarlo

Colofon: Opgesteld door:

BNL advies Telefoonstraat 2 5428 GJ Venhorst T: 06 18 90 46 06 E: info@bnladvies.nl W: www.bnladvies.nl

Opdrachtgevers:

1

definitief 20112.LIP001 22-2-2021

Pagina

Status: Versie: Datum: Auteur:

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Inhoud Colofon: ...................................................................................................1 Inleiding ...................................................................................................3 1.

Planbeschrijving ....................................................................................4 1.1

Situering van het plangebied ................................................................4

1.2

Bodemmorfologie binnen het plangebied .................................................5

1.3

Kwaliteitskader buitengebied Peel en Maas ..............................................5

1.4

Het inrichtingsplan ...........................................................................6

1.5

Knotbomen .....................................................................................6

1.6

Knip- en scheerhaag ..........................................................................6

1.7

De struweelhaag ..............................................................................6

2.

Plantlijst .............................................................................................7

3.

De aanleg ............................................................................................8

4.

5.

3.1

Grondbewerking ...............................................................................8

3.2

Grondverbetering .............................................................................8

3.3

Opkuilen ........................................................................................8

3.4

Uitzetten .......................................................................................8

3.5

Wettelijke bepalingen ........................................................................9

3.6

Menging.........................................................................................9

Onderhoud/beheer ............................................................................... 11 4.1

Onkruidbestrijding .......................................................................... 11

4.2

Beheer 1e groeiseizoen ..................................................................... 11

4.3

Snoeien ....................................................................................... 11

Conclusie .......................................................................................... 12

Pagina

2

Bijlage 1. Inrichtingsplan ............................................................................. 13

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Inleiding De opdrachtgever, , heeft haar agrarische activiteiten beëindigd en heeft voornemens het bestemmingsplan op de locatie te wijzigen. Met de bestemmingsplanwijziging zal de huidige bestemming ‘agrarisch intensieve veehouderij’ omgezet worden naar ‘wonen’. De gemeente Peel en Maas eist binnen deze bestemmingsplanwijziging een landschappelijke inpassing van de kavel en de bebouwing, waarbij minimaal 10% van het bouwvlak moet worden voldaan in landschapselementen. Deze landschapselementen mogen ook worden toegepast binnen de kavel welke aangeduid wordt als ‘agrarisch’, liggende achter de loods.

Pagina

3

Voorliggend plan geeft invulling weer van de bestaande en toe te voegen landschappelijke inpassing op de locatie: Hei 12 te Baarlo.

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

1. Planbeschrijving

Afbeelding 1: Globale ligging van het plangebied. De locatie, Hei 12, ten noorden van Baarlo, waar de landschappelijke inpassing toegepast gaat worden, wordt globaal aangeduid met de rode cirkel. Bron: Kadviewer.map5.nl, 22-02-2021

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

4

Situering van het plangebied

Pagina

1.1

Afbeelding 2: Begrenzing van het plangebied waarbinnen de landschappelijke inpassing toegepast / gaat worden, binnen de rode lijn. Bron: Kadviewer.map5.nl, 22-2-2021

1.2 Bodemmorfologie binnen het plangebied Het plangebied is gelegen ten noorden van Baarlo. De ingebrachte gronden vallen binnen de zandgebieden van Nederland. Het perceel (waar de landschappelijke inpassing plaats gaat vinden) bevindt zich op de grondsoort: Gooreerdgronden met de beschrijving: leemarm en zwak lemig fijn zand, met grondwatertrap 5. (bron: maps.bodemdata.nl, 22-22021).

1.3 Kwaliteitskader buitengebied Peel en Maas

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Pagina

De locatie Hei 12, Baarlo, valt binnen het ‘kleinschalige halfopen ontginningslandschap’. De kleinschalige halfopen ontginningslandschappen zijn ontstaan op gronden die van oudsher natter en minder gunstig waren dan de hogere akkers. Er was door ontginning en bosaanplant in de tweede helft van de 19e eeuw een kleinschalig landschap ontstaan met veel bos, heideterreintjes, velden en daar doorheen veel paden.

5

Gemeente Peel en Maas heeft het plan ‘Kwaliteitskader buitengebied Peel en Maas’ opgesteld, waarin ontwerprichtlijnen voor het landelijk gebied zijn opgenomen. Het versterken van de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied is een belangrijk uitgangspunt. In de kwaliteitsgids staan richtlijnen beschreven voor de wijze waarop dat kan.

Ruimtelijke wensen behorend bij het gebiedstype: kleinschalige halfopen ontginning: -

-

Ontwikkel en versterk het zandpaden- en fietspadennetwerk, repareer ontbrekende schakels in het netwerk Versterk de variatie aan beplanting en de kwaliteit ervan o Bos en bosschages met een divers sortiment o Houtwallen en boomsingels o Solitaire bomen Maak natte plekken in relatief lage gebieden, behoud extensieve (natte) weilanden Maak ecologische oevers langs sloten en beken Behoud waardevolle doorzichten, koester hiervoor ook open velden in bosrijk gebied.

1.4 Het inrichtingsplan Het landschappelijk inpassingsplan, bestaat uit diverse soorten landschapselementen zoals: -

Knotbomen Knip- en scheerhagen Struweelhagen

Het inrichtingsplan is opgenomen in bijlage 1.

1.5 Knotbomen De knotbomen welke aangeplant gaan worden, staan aan de noordzijde van de kavel. De soort waar het om gaat is: -

Salix alba, 5 stuks

1.6 Knip- en scheerhaag De knip- en scheerhaag welke aangeplant gaat worden bestaat uit één soort: - Fagus sylvatica, 424 stuks

1.7 De struweelhaag

Pagina

6

De struweelhaag welke aangeplant wordt bestaan uit diverse soorten struikvormers. Hiervoor is de plantlijst opgesteld welke terug te vinden is in hoofdstuk 2. Het aantal stuks beplanting welke geplant gaan worden: 72

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

2. Plantlijst Plantlijst voor de landschappelijke inpassing op de locatie: Hei 12, Baarlo Grondsoort: Totaal aantal knotbomen Totaal aantal struweelbeplanting Totaal aantal knip- en scheerhagen Landschapsbomen 5 st Knotwilg

Zandgrond 5 stuks 74 stuks 424 stuks

Salix alba

5 Hoogstam (mag ook staak)

Struweelhaag Struikvormers 8 stuks Gelderse roos Viburnum opulus 8 stuks Lijsterbes Sorbus aucuparia 12 stuks Eenstijlige meidoorn Crataegus monogyna 12 stuks Rode kornoelje Cornus sanquinea 12 stuks Wilde liguster Ligustrum vulgare 12 stuks Kardinaalsmuts Euonymus europaeus 5 stuks Hondsroos Rosa canina 5 stuks Egelantier Rosa rubiginosa

80-100 80-100 80-100 80-100 80-100 80-100 60-80 60-80

Vulhout Vulhout Randsoort Randsoort Randsoort Randsoort Randsoort Randsoort

Knip- en scheerhaag 424 st Beuk

80-100

Haagplantsoen

Pagina

7

Fagus sylvatica

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

3. De aanleg 3.1 Grondbewerking Struweelhaag en knip- en scheerhaag: De te beplanten oppervlakte dient 60 cm diep losgemaakt te worden. Dit is nodig ter verbetering van bodemstructuur. Voor bouwland volstaat diepwoelen of ploegen, daarna cultivateren of eggen. Voor weilanden en ruig terrein geldt: eerst frezen, daarna diepwoelen of ploegen en als laatste cultivateren of eggen. Knotbomen: plantgat graven van 100*100*100 cm. De bodem in het plantgat dient minimaal 20 cm diep te worden losgemaakt. Dit ter bevordering van de aangroei.

3.2 Grondverbetering Knotbomen, struweelhaag en knip- en scheerhaag: De keuze van het plantsoen is zodanig dat extra bemesting in principe niet nodig is. Door 2m3 compost per 100m2 in te werken zal de beplanting beter aanslaan en kan het meer droogte verdragen.

3.3 Opkuilen De planten dienen direct na levering opgekuild te worden! Na opkuilen dient de beplanting zo snel mogelijk op de definitieve plaats te worden geplant (niet opkuilen in vorstperiode). Struweelhaag en knip- en scheerhaag: In 30 cm diepe sleuf. Zorg dat de wortels in zijn geheel onder de grond zitten om uitdroging te voorkomen. Knotbomen: In 60 cm diepe sleuf. Zorg dat de wortels in zijn geheel onder de grond zitten om uitdroging te voorkomen.

3.4 Uitzetten Struweelhaag: plantafstand 1,50 * 1,50 meter in driehoekverband (zie afbeelding 3).

Afbeelding 3: planten in driehoeksverband, met een plantafstand van 1,5 * 1,5 m hart op hart.

Knip- en scheerhaag: Plantafstand 20 cm hart op hart, 7 stuks per m1, in een dubbele rij (zie afbeelding 4).

Pagina

Knotbomen: Zie inrichtingsplan

8

Afbeelding 4: planten in rijverband, met een plantafstand van 20 cm hart op hart.

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

3.5 Wettelijke bepalingen Bomen en boomvormers dienen minimaal 2 meter uit de perceelgrens geplant te worden. Hagen en struikvormers dienen minimaal 0,5 meter uit de perceelgrens geplant te worden. Menging: zorg dat de verschillende soorten gemengd door de houtsingel geplant worden.

3.6 Menging Onder menging wordt verstaan het mengen van de plantsoorten in Struweelhagen. Hoe groter de struweelhagen zijn des te groter de plantgroepen worden. Bij kleine plantvakken (<50 m2) wordt gebruik gemaakt van 3-5 planten per soort en bij grote plantvakken (>50) wordt gebruik gemaakt van 5-8 planten per soort in een groep. Deze groepen plant men gemengd in wildverband, zodat geen vakken van soorten ontstaan (zie afbeelding 5). Iedere kleur geeft een soort aan, dus planten in grote groepen, welke vloeiend in elkaar overlopen. Afbeelding 5: Mengingschema bosplantsoen, beide percelen Afbeelding 5: Mengingschema struweelbeplanting

Struweelhaag: - Pootlijn uitzetten - 1e persoon plantgat graven van 2 spades diep. - 2e persoon neemt bussel planten, plant in plantgat zetten met een afstand van 150 cm hart op hart (zelfde diepte als op de kwekerij), grond aanvullen en als laatste de grond aandrukken. Knip- en scheerhaag: - Pootlijn uitzetten - 1e persoon plantgat graven van 2 spades diep. - 2e persoon neemt bussel planten, plant in plantgat zetten met een afstand van 20 cm hart op hart (zelfde diepte als op de kwekerij), grond aanvullen en als laatste de grond aandrukken.

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Pagina

Zorg dat de planten het eerste jaar na aanplant voldoende water krijgen. Eventueel kunnen ze bij het planten van de bomen, de bomen aanwateren. Hierdoor spoelt het zand goed tussen de wortels.

9

Knotbomen: Plaats eerst de boompalen in het plantgat (met grondboor en/of houten hamer). De boompaal moet aan de windzijde van de boom geplaatst worden, dit is aan de zuidwestzijde van de boom. Na het plaatsen van de boompaal kan de boom geplant worden. Plaats deze op 15 cm afstand van de boompaal en niet dieper dan dat de boom op de kwekerij gestaan heeft. Na het plaatsen van de boom kan de grond aangevuld worden. Schud een aantal keer met de boom zodat de grond goed tussen de wortels zakt. Na het aanvullen van de grond de grond aandrukken zodat hij stevig in de grond staat. Als laatste breng je de boomband aan op 5 tot 10 cm van de bovenkant van de boompaal. (zie afbeelding 6 voor plantinstructies)

Pagina

10

Afbeelding 6: Plantinstructie bomen

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

4. Onderhoud/beheer De nieuw te planten landschapsbeplanting dient op de juiste manier onderhouden te worden, zodat de beplanting zich kan ontwikkelen naar ‘volwassen’ fase. Wat dat onderhoud inhoud staat hieronder beschreven.

4.1 Onkruidbestrijding De beplanting dient het 1e (zo nodig 2e) groeiseizoen zo goed mogelijk onkruidvrij te worden gehouden. Schoffelen, cultivateren en plukken zijn de mogelijkheden. Zorg ervoor dat het onkruid niet gaat overheersen waardoor de planten een moeilijke groeistart krijgen.

4.2 Beheer 1e groeiseizoen Het is belangrijk om in het eerste groeiseizoen de nieuwe beplanting water te geven. De frequentie waarin dit plaats moet vinden zal bepaald moeten worden aan de hand van de ‘vraag’ van de beplanting. Dit zal gedurende het seizoen bekeken moeten worden. Ook het 2e jaar kan het nodig zijn om de beplanting naar behoefte water te geven. Na het eerste groeiseizoen zal bekeken moeten worden of en zo ja hoeveel beplanting er ingeboet moet worden. Belangrijk is het om de inboet aan het einde van het groeiseizoen op te nemen wanneer de goede beplanting nog in blad staat. Zo kun je duidelijk zien hoeveel beplanting er dood is gegaan. Het beste is om de dode beplanting te verwijderen en op een tekening aan te geven waar en hoeveel beplanting er dood is gegaan. De inboet kan dan in het zelfde plantseizoen opnieuw geplant worden. Het is heel belangrijk om de nieuwe beplanting welke ingeboet is het eerste en zo nodig tweede groeiseizoen water te geven.

4.3 Snoeien Struweelhaag: Om te voorkomen dat de beplanting te weinig ruimte heeft om te groeien, zal na 5 jaar, 1/5 deel van de beplanting (struikvormers) moeten worden afgezet (vlak boven de grond afzagen) of uitsnoeien (grootste stammen verwijderen en kleine scheuten laten staan). Dit dient jaarlijks herhaalt te worden zodat uiteindelijk alle planten om de 5 jaar verjongt worden. Mooie exemplaren van onder andere de eik, els, beuk en linde (welke vallen onder de boomvormers) kunnen als boom worden opgesnoeid. Dit kan na 5 jaar worden herhaald zodat uiteindelijk om de 6 tot 10 meter één boom overblijft met een onderbegroeiing van struiken. Het is ook mogelijk om deze boomvormers mee te nemen in het snoeiproces om de 4 á 6 jaar. Knotbomen: Eens per 3 -5 jaar volledig terugsnoeien tot de knot. Het beste is om jaarlijks 1 of 2 bomen te knotten en de overige te laten groeien, en het jaar daarop weer 1 of 2 bomen te snoeien en dit jaarlijks te herhalen. Zo behoudt je de ecologische waarde m.b.t. bloei welke belangrijk is voor vroegvliegende insecten.

Pagina

11

Knip- en scheerhaag: 2 keer per jaar snoeien op gewenst hoogte en breedte.

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

5. Conclusie Vanuit de gemeente Peel en Maas is de eis gesteld om te voldoen aan een landschappelijke inpassing 10% van de oppervlakte van het bouwvlak, op de kavel waarop de bestemmingsplanwijziging plaats gaat vinden. Hier wordt door de aanleg en het onderhoud van onderstaande landschappelijke elementen aan voldaan. -

Knotbomen: 5 stuks, oppervlakte 62,5 m2 (5x kroonoppervlak) Struweelhagen: 234 stuks, oppervlakte 165 m2 (lengte x breedte) Knip- en scheerhagen: 322 stuks en 60 m2 (lengte x breedte)

Totaal oppervlakte landschapselementen: 287,5 m2 Benodigd 10% van bouwvlak van 2.850 m2 = 285 m2

Pagina

12

Positief verschil van 2,5 m2

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Pagina

13

Bijlage 1. Inrichtingsplan

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Rapport vooronderzoek Hei 12 te Baarlo

Bezoekadres Postcode en plaats Telefoon e-mail internet

Projectnaam Projectnummer Opdrachtgever Postadres

Hei 12 te Baarlo B2620

Hei 12 5991 PC Baarlo

Contactpersoon Status Versie Aantal pagina’s Datum Samenstelling rapport en kwaliteitscontrole

Definitief 1 8 (exclusief bijlagen) 29 januari 2021

Jekschotstraat 12 5465 PG Veghel 0413 287068 info@bodem-inzicht.nl www.bodem-inzicht.nl

Inhoudsopgave 1 INLEIDING ................................................................................................................................................................. 3

2

3

1.1

Algemeen ................................................................................................................................................................ 3

1.2

Aanleiding en doel van het onderzoek.................................................................................................................... 3

1.3

Partijdigheid ............................................................................................................................................................ 3

1.4

Opbouw van het rapport ........................................................................................................................................ 3

VOORONDERZOEK .................................................................................................................................................... 4 2.1

Beschrijving onderzoekslocatie ............................................................................................................................... 4

2.2

Voormalig en huidig gebruik ................................................................................................................................... 4

2.3

Toekomstig gebruik................................................................................................................................................. 6

2.4

Beschikbare onderzoeksgegevens .......................................................................................................................... 6

2.5

Bodem- en geohydrologische gegevens ................................................................................................................. 7

CONCLUSIE ............................................................................................................................................................... 8

BIJLAGEN Bijlage 1: Topografische ligging onderzoekslocatie Bijlage 2: Situatietekening

rapport B2620 Hei 12 te Baarlo

2

1

INLEIDING

1.1

Algemeen

In opdracht van Familie (gemeente Peel en Maas).

te Baarlo heeft Bodeminzicht een vooronderzoek uitgevoerd op het perceel Hei 12 te baarlo

Het onderzoek is uitgevoerd op basis van de richtlijnen zoals deze zijn opgesteld in de Nederlandse Norm (NEN) 5725 [NNI, oktober 2017]. De NEN 5725 (versie oktober 2017) beschrijft de werkwijze voor het uitvoeren van het vooronderzoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van verontreinigingen in en de verwachte milieuhygiënische kwaliteit van de landbodem. Daarnaast dient het milieuhygiënisch vooronderzoek als basis voor de hypothese over veld- en laboratoriumonderzoek. 1.2

Aanleiding en doel van het onderzoek

Aanleiding voor het voorbodemonderzoek is de voorgenomen bestemmingswijziging van de onderzoekslocatie. Het doel van het onderzoek is het bepalen of sprake is van verdachte deellocaties die de bodemkwaliteit mogelijk negatief beïnvloeden ter plaatse van de onderzoekslocatie. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn aannames gedaan over het al dan niet aanwezig zijn van potentiële verontreinigingsbronnen en is een onderzoekshypothese opgesteld. 1.3

Partijdigheid

Bodeminzicht en partijen die een bijdrage hebben geleverd aan de totstandkoming van dit rapport hebben op geen enkele wijze een relatie met de opdrachtgever en zijn geen belanghebbenden bij de onderzochte locatie. Bodeminzicht garandeert hiermee derhalve dat een volledig onafhankelijk en onpartijdig onderzoek is uitgevoerd. 1.4

Opbouw van het rapport

In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: Vooronderzoek (hoofdstuk 2) Conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 5)

rapport B2620 Hei 12 te Baarlo

3

2

VOORONDERZOEK

Onderdeel van een verkennend bodemonderzoek op basis van de NEN 5740 vormt een vooronderzoek, uit te voeren conform NEN 5725 [NNI, oktober 2017]. Hierbij zijn de volgende bronnen geraadpleegd: A. Opdrachtgever B. Dossiers van gemeente Peel en Maas C. Kadastrale kaarten D. Topografische kaarten E. Grondwaterkaarten F. www.bodemloket.nl G. Locatiebezoek H. Eigenaar onderzoekslocatie 2.1

Beschrijving onderzoekslocatie

adres onderzoekslocatie kadastrale registratie oppervlakte ligging onderzoekslocatie huidige functie maaiveld bebouwing

Hei 12 te baarlo Maasbree L 52 3.670 m² buiten de bebouwde kom van Baarlo voormalig agrarisch erf met boerderij en schuren Het maaiveld is deels verhard met klinkers, deels onverhard en in gebruik als tuin en weide. De bebouwing bestaat uit een uit bakstenen opgetrokken boerderij voorzien van dakpannen. De voormalige stal en de open veldschuur zijn opgetrokken uit bakstenen en voorzien van golfplaten. Er is sprake van twee overkappingen, opgetrokken uit gemetselde muren en voorzien van golfplaten en dakpannen.

Foto 1

2.2

bron A C C G G G

bijlage 1 1 1 1 2 2

G

2

bron

aanpassing strategie -

Foto 2

Voormalig en huidig gebruik

voormalig gebruik locatie algemeen

rapport B2620 Hei 12 te Baarlo

De boerderij dateert van eind 19e eeuw, daarvoor was er sprake van een heide- en bosgebied. Tussen 1930 en 1935 worden de veldschuur en een varkensstal opgericht. Begin jaren ’70 wordt er een tweede varkensstal opgericht. In 1990 wordt de oudste stal gesloopt op ruimte te maken voor verlenging van de varkensstal. Sinds augustus 2010 worden er geen varkens meer in de inrichting gehouden. In 2013 worden alle agrarische activiteiten beëindigd. De putten worden verwijderd en de stal

H, B, D

4

wordt omgebouwd tot bergruimte. Sindsdien wordt de varkensstal verhuurd als opslagruimte. Het voorste (zuidelijke) gedeelte van deze stal wordt in 2020 gesloopt.

(sloot-)dempingen ophogingen bebouwing

voormalige bebouwing

bodembedreigende activiteiten opslagtanks

opslag bodembedreigende stoffen

rapport B2620 Hei 12 te Baarlo

nee nee Er is sprake van een schuur (de voormalige varkensstal) en een open veldschuur opgetrokken uit bakstenen en voorzien van asbesthoudende dakplaten. Hemelwater wordt middels goten afgevoerd of komt uit op verharde bodem, behoudens de druppelzone aan de westzijde van de veldschuur waar hemelwater uitkomt op onverharde bodem. Er was ten noorden van de veldschuur sprake van een voormalige stal tot 1990, deze was opgetrokken uit bakstenen en voorzien van dakpannen. De stal is gesloopt om ruimte te maken voor een nieuwe varkensstal. De eigenaar/gebruiker van de locatie geeft aan dat puin is afgevoerd. Het zuidelijk deel van de meest noordelijke varkensstal is in 2020 gesloopt, een terrasoverkapping en tuin zijn op deze plek gerealiseerd. Deze stal was voorzien van asbesthoudende golfplaten. Aan de oostzijde van deze voormalige stal was sprake van een goot, aan de westzijde kwam hemelwater uit op verharde bodem. Asbesthoudende dakplaten zijn door Asbestsanering Het Zuiden te Panningen gesaneerd en puin is afgevoerd. Er is geen saneringsrapport, een factuur kan getoond worden. nee

B, D B A, B, D

B

-

Er was tot ongeveer 1985 sprake van een ondergrondse huisbrandolietank met een geschatte inhoud van 3.000 liter ten behoeve van verwarming van de boerderij. Deze tank is in eigen beheer verwijderd. Er was tot ongeveer 2010 sprake van een bovengrondse dieseltank met handpomp met een inhoud van 900 liter. De tank bevond zich op een betonvloer tegen de noordgevel van de veldschuur. Dit in tegelstelling tot de milieutekening uit 1995 waar de dieseltank tegen de gevel van de varkensstal staat vermeld, deze heeft hier echter niet gestaan. De dieseltank is rond 20122013 in eigen beheer verwijderd.

B

In de veldschuur (tegen de zuidelijke gevel) is sprake van een lekbak voor opslag van olie, de lekbak bevindt zich op een betonvloer. De milieutekening van 2006 vermeld opslag van 500 liter olie en 200 liter afgewerkte olie. Na beëindiging van de bedrijfsactiviteiten in 2013 wordt deze olieopslag niet meer gebruikt. De lekbak is nog aanwezig.

B

De voormalige ondergrondse en bovengrondse opslagtanks worden als verdachte deellocatie beschouwd op aanwezigheid van minerale olie in grond en grondwater De opslag van olie wordt als verdachte deellocatie beschouwd op aanwezigheid van minerale olie in grond en grondwater

A, B D, H

De druppelzone van de veldschuur wordt als asbestverdacht beschouwd -

5

2.3

Toekomstig gebruik bron

bestemming bodembedreigende activiteiten opslagtanks opslag bodembedreigende stoffen 2.4

beoogd wordt de huidige agrarische bestemming te wijzigen naar deels wonen en deels agrarisch nee nee nee

A

aanpassing strategie -

A, G, H A, H A, H

-

bron

aanpassing strategie

B, H

-

A, B

-

-

Beschikbare onderzoeksgegevens

Onderzoek op locatie Beschikking wet Milieubeheer, Gemeente Maasbree, kenmerk V-2006002, februari-september 2006

Asbestinventarisatie Odiliapeel BV, kenmerk 12-179AOE, 22 november 2012

Sloopmelding en acceptatie rapport B2620 Hei 12 te Baarlo

Een beschikking van het College van Burgemeesters en Wethouders van de gemeente Maasbree betreffende een verzoek voor oprichting van een nieuwe inrichting en veranderen van een bestaande inrichting ten behoeve van varkenshouderij. De varkenshouderij bevond zich eveneens op Hei 6 en 11c. De aanvraag voldoet, de stal kan gerealiseerd worden volgens de aangevraagde vergunning. In afwijking van de Nederlandse Richtlijn Bodembescherming geeft gemeente Baarlo aan dat een nul-situatie onderzoek voor opslag van meststoffen, dieselolie, bestrijdingsmiddelen, reinigingsmiddelen en veevoeders niet noodzakelijk is. De geldende voorschriften en gedragsregels behorende bij de vergunning dienen te worden nageleefd. Opslag van bovenstaande stoffen wordt weliswaar conform destijds geldende milieuwetgeving vermeld op milieutekeningen, maar vond in zeer beperkte mate of geheel niet binnen de huidige onderzoekslocatie plaats. In 2012 is een asbestinventarisatie verricht in het kader van sloop van vier varkensstallen. Een van de stallen bevindt zich binnen de huidige onderzoekslocatie. De golfplaten van het dak van de varkensstal blijken deels asbesthoudend. Geadviseerd wordt deze door een gecertificeerd bedrijf te laten verwijderen voor aanvang van de sloop van de schuur.

5 september 2018 wordt een aanvraag voor het verwijderen van 6

Gemeente Peel en Maas, september 2018

asbesthoudende dakplaten en kit en sloop van de varkensstal aangevraagd bij gemeente Peel en Maas (aanvraagnummer 3894393). 24 september volgt de acceptatie sloopmelding van Gemeente Peel en Maas (kenmerk 1894/2018/1312549). Asbesthoudende dakplaten zijn door Asbestsanering Het Zuiden te Panningen gesaneerd en puin is afgevoerd. Er is geen saneringsrapport, een factuur kan getoond worden. onderzoek in directe omgeving Er zijn geen onderzoeken bekend van de directe omgeving

2.5

A, B

-

Bodem- en geohydrologische gegevens

deklaag eerste watervoerend pakket scheidende laag

Bodemopbouw fijn tot matig grof zand. Plaatselijk komt leem, klei en veen voor. matig tot zeer grove grindrijke zanden, met plaatselijk een kleilaag.

Nuenengroep

0-3 m-mv

Formatie van Sterksel/Veghel Kiezeloöliet Formatie

3-20 m-mv 20 m-mv en verder

hydrologie diepte freatisch grondwater stromingsrichting

circa 15-20,0 m-mv noordelijk

rapport B2620 Hei 12 te Baarlo

7

3

CONCLUSIE

Door middel van het uitgevoerde vooronderzoek is inzicht gekregen in verdachte locaties ten aanzien van bodemverontreinigingen op de onderzoekslocatie Hei 12 te Baarlo. Op de onderzoekslocatie is sprake geweest van bodembedreigende activiteiten die de bodemkwaliteit mogelijk hebben beinvloed. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek wordt de hypothese gesteld dat de onderzoekslocatie onverdacht is met betrekking tot bodemverontreiniging, behoudens drie verdachte deellocaties. De voormalige ondergrondse tank, voormalige dieseltank en opslag van olie worden als verdachte deellocatie beschouwd. Op basis van het vooronderzoek is de locatie onverdacht voor aanwezigheid van asbest in de bodem, behoudens de druppelzone van de veldschuur. Geadviseerd wordt de druppelzone conform NEN5707 te onderzoeken.

(deel)-locatie NEN5740 gehele terrein

Voormalige bovengrondse dieseltank

Olie- en afgewerkte olie opslag Voormalige ondergrondse HBO-tank NEN5707 Druppelzone schuur

veld-

oppervlakte

hypothese

boringen

analyses

3.360 m²

onverdacht

10 2 1

tot 0,5 m-mv tot 2,0 m-mv/grondwater peilbuis

3

2 1

tot 0,5 m-mv boring met peilbuis

1 1

2

tot 0,5 m-mv

1

1

boring met peilbuis

1

10 m²

VEP

1

6 m²

VEP

10 m²

VEP-OO

1 1

tot 0,5-onderzijde tank boring met peilbuis

1 1

25 m²

asbestverdacht

ja 2

inspectie maaiveld inspectiegaten minimaal 0,3x0,3 meter, maximaal 10 cm diep

1

rapport B2620 Hei 12 te Baarlo

standaardpakket grond standaardpakket grondwater minerale olie in grond minerale olie in grondwater minerale olie en PAK in grond minerale olie en BTEXN in grondwater minerale olie in grond minerale olie in grondwater asbest in grond

8

Bijlage 1 Topografische ligging onderzoekslocatie

Kadastrale kaart

Uw referentie: B2620

Deze kaart is noordgericht

12345 25

Schaal 1: 1000

Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens

Kadastrale gemeente Sectie Perceel

Maasbree L 52

Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 11 januari 2021 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers

Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.

onderzoekslocatie

Bijlage 2 Situatietekening met boorpunten

outerstr aat Beringh

voormalige bovengrondse dieseltank 900 liter voormalige bebouwing

afgewerkte olie in lekbak 200 liter

11c

foto 1

foto 2

13

voormalige ondergrondse HBO-tank 12

Situatietekening met boorlocaties

Legenda:

Project:

begrenzing onderzoekslocatie boringen tot 0,5 m-mv boringen 0,5 tot 2,0 m-mv boringen met peilbuis Asbestproefgat Asbestverdachte deellocatie

Hei 12 te Baarlo Hei

Projectnummer:

B2620

0m

25 m

Datum:

28-01-2021 klinkers

grind

tegels

beton

onverhard

asfalt

Ruimtelijke onderbouwing “Hoevenstraat 2 Beringe”

Document:

Ruimtelijke onderbouwing “Hoevenstraat 2 Beringe”

Datum:

04 oktober 2021

Aanvrager: Auteur:

INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE ................................................................................................................................. 1

1. INLEIDING........................................................................................................................................... 3 1.1 Aanleiding ...................................................................................................................................... 3 1.2 Doel ................................................................................................................................................ 4 1.3 Plangebied en begrenzingen ......................................................................................................... 4 1.4 Overzicht vigerende bestemmingsplannen.................................................................................... 5

2. BESCHRIJVING BESTAANDE SITUATIE ......................................................................................... 6 2.1 Gebiedsbeschrijving ....................................................................................................................... 6 2.2 Huidig planologisch kader .............................................................................................................. 7

3. BELEIDSKADER ................................................................................................................................ 8 3.1 Rijksbeleid ...................................................................................................................................... 8 3.2 Provinciaal beleid ........................................................................................................................... 8 3.3 Gemeentelijk beleid ..................................................................................................................... 10

4. PLANBESCHRIJVING ...................................................................................................................... 13 4.1 Uitgangspunten en doelstellingen van het plan ........................................................................... 13 4.2 Stedenbouwkundige / ruimtelijke aspecten ................................................................................. 13 4.3 Landschappelijke inpassing ......................................................................................................... 14 4.4 Toetsing aan wijzigingsvoorwaarden ........................................................................................... 15

5. RANDVOORWAARDEN / RESULTATEN ONDERZOEKEN .......................................................... 17 5.1 Milieu ............................................................................................................................................ 17 5.1.1 Geluid .................................................................................................................................... 17 5.1.2 Lucht ...................................................................................................................................... 17 5.1.3 Bodem en grondwaterkwaliteit .............................................................................................. 18 5.1.4 Externe veiligheid .................................................................................................................. 18 5.1.5 Bedrijven en milieuzoneringen .............................................................................................. 19 5.2 Kabels, leidingen en straalpaden ................................................................................................. 20 5.3 Geurhinder en veehouderijen ...................................................................................................... 20 5.4 Wet natuurbescherming ...............................................................................................................

21 5.5 Waterhuishouding ........................................................................................................................ 22 5.6 Archeologie en cultuurhistorie ..................................................................................................... 22

1

5.7 Verkeer en parkeren .................................................................................................................... 23

6. UITVOERBAARHEID ........................................................................................................................ 25 6.1 Economische uitvoerbaarheid ..................................................................................................... 25 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ............................................................................................... 25

BIJLAGEN 1. Landschappelijk inpassingsplan (Dhr. Geurts) 2. Verkennend bodemonderzoek (BKK Advies) 3. Aerius berekening gebruiksfase (Adviesbureau Pijnenburg)

2

1. INLEIDING 1.1 Aanleiding Op de locatie Hoevenstraat 2 te Beringe is een voormalige intensieve veehouderij (pluimveehouderij) gevestigd. Medio 2016 zijn de laatste vleeskuikens van het bedrijf afgevoerd. Medio 2020 is het oude dak van de voormalige werktuigenberging vervangen en zijn de gevels van deze werktuigenberging en de voormalig vleeskuikenstal volledig opgeknapt door deze te bekleden met nieuwe antraciet gekleurde damwandplaten. Hierdoor hebben de voormalige bedrijfsgebouwen ondertussen al een flinke opknapbeurt gehad. In de nabije toekomst wenst initiatiefnemer om ook het asbestdak van de voormalig pluimveestal nog eens te saneren. De voormalig pluimveestal is ondertussen intern omgevormd naar een stallingsruimte die plaats biedt aan circa 20 caravans. Daarnaast kunnen in het noordelijke deel van de werktuigenberging ook nog 5 caravans gestald worden. Daarmee is in totaal plaats voor stalling van 25 caravans. Het zuidelijke deel van de voormalig werktuigenberging is in gebruik als opslagruimte ten behoeve van eigen gebruik. Op dit moment is er dus geen sprake meer van een agrarische bedrijfsvoering.

Doordat er geen agrarische bedrijfsmatige activiteiten meer plaatsvinden is bewoning van de bedrijfswoning en het gebruik van de voormalige stal en werktuigenberging als stallingsruimte voor caravans feitelijk in strijd met het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Peel en Maas’. Mede om die reden wenst initiatiefnemer nu dan ook om de bestemming ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’ te wijzigen in de bestemming ‘Wonen’ met een functieaanduiding “caravanstalling”. Daarmee wordt de intensieve veehouderij ter plaatse definitief opgeheven.

Afbeelding 1: locatie Lorbaan 52 rood omcirkeld

3

De gemeente heeft op 5 juli 2021 laten weten in principe medewerking te verlenen aan voornoemd initiatief. Dit onder de volgende voorwaarden: 1. 2. 3. 4.

Er sprake is van een goede ruimtelijke ordening; Er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat; Er een bodemonderzoek wordt uitgevoerd; Omliggende bedrijven in de omgeving niet worden belemmerd door het wijzigen van de bestemming; 5. De locatie landschappelijk wordt ingepast conform het Kwaliteitskader Buitengebied 6. Er aangetoond wordt dat de caravanstalling ondergeschikt is aan de woonfunctie; 7. De caravanstalling wordt aangeduid in het bestemmingsplan. Onderhavig initiatief maakt onderdeel uit van het “Veegbestemmingsplan stoppers 2020” van de gemeente Peel en Maas. Middels deze ruimtelijke onderbouwing wordt aan het agrarische bouwvlak (het plangebied) een woonbestemming met een aanduiding voor caravanstalling toegekend, waardoor het gebruik voor woondoeleinden en stallingsactiviteiten wél is toegestaan.

1.2 Doel Het doel van dit bestemmingsplan is gericht op het planologisch-juridisch mogelijk maken van: ▪ ▪ ▪

Het aanbrengen van de bestemming “Wonen” op de locatie Hoevenstraat 2 te Beringe. Het toevoegen van de aanduiding “caravanstalling” ter plaatse van de gebouwen waarin stalling van caravans plaatsvindt. Het wegnemen van de bestemming “Agrarisch – intensieve veehouderij”.

Bij het opstellen van onderhavig bestemmingsplan zijn de volgende uitgangspunten leidend geweest: ▪ De ruimtelijke onderbouwing bevat een adequate, duidelijke en flexibele regeling voor bestaande en nieuwe bebouwing en gebruik van de gronden. ▪ De ruimtelijke onderbouwing is digitaal raadpleegbaar, conform wettelijke eisen.

1.3 Plangebied en begrenzingen De gemeente Peel en Maas ligt in het noordwesten van de provincie Limburg. De gemeente wordt aan de westzijde begrensd door de gemeenten Deurne en Asten (Noord-Brabant), in het noorden door de gemeente Horst aan de Maas, in het zuiden door de gemeenten Nederweert en Leudal en in het oosten (aan de overzijde van de Maas) door de gemeenten Beesel en Venlo. Het plangebied is gelegen in het buitengebied van Beringe, op een afstand van circa 1 kilometer ten noorden van de kern Beringe. De omgeving van het plangebied bestaat overwegend uit agrarische gronden, agrarische bedrijvigheid en woonfuncties. Ten westen van het plangebied is tevens nog een schutterij gevestigd. Het plangebied bestaat uit de kadastrale percelen Helden N 82, 505 en 635 (gedeeltelijk).

4

1.4 Overzicht vigerende bestemmingsplannen Het plangebied maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan “Buitengebied Peel en Maas”, zoals vastgesteld op 24 december 2014. Ter plaatse is de bestemming “Agrarisch – Intensieve veehouderij” opgenomen, de oppervlakte van het bouwvlak bedraagt circa 4.300 m2. Verder gelden de volgende dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen te weten “Waarde – Archeologie – 4”, “Waarde – Archeologie – 6”, “ontwikkelingszone bebouwinglinten”, “reconstructiewetzone – verwevingsgebied” en “wro-zone – wijzigingsgebied 1 ob”.

5

2. BESCHRIJVING BESTAANDE SITUATIE 2.1 Gebiedsbeschrijving Het plangebied is gelegen aan de Hoevenstraat 2 te Beringe. De Hoevenstraat ontsluit in zuidelijke richting, via de Hoogstraat, op de Noorderbaan / Noordervaart (N275). In noordelijke richting via de Lorbaan en de Sevenumsedijk (N560) is men relatief snel bij de A67. De ontsluiting van de locatie is daarmee goed te noemen. Het plangebied is in de directe nabijheid omringd door landbouwgrond (akker-, tuinbouw en grasland). Op een kleine afstand zijn zowel ten noorden, oosten als zuiden burgerwoningen gelegen. Ten westen is een schutterij gelegen. Op wat grotere afstand komt ook nog bedrijvigheid voor, bevindt zich een horecagelegenheid en zijn enkele glastuinbouwbedrijven gelegen. Ter plaatse van de nabijgelegen wegen de Lorbaan en de Hoogstraat is sprake van een behoorlijk gesloten bebouwingslint. Aan de Hoevenstraat is juist sprake van een relatief open bebouwingslint. Wat meer naar het westen is het glastuinbouwontwikkelingsgebied De Kievit gelegen.

Afbeelding 2: Luchtfoto plangebied en omgeving (2020) locatie Hoevenstraat 2 te Beringe

Het plangebied is gelegen in het buitengebied van Beringe, op een afstand van circa 1 km meter ten noorden van de kern Beringe. De omgeving van het plangebied bestaat overwegend uit agrarische gronden, agrarische bedrijvigheid en woonfuncties.

6

2.2 Huidig planologisch kader Het plangebied maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Peel en Maas’, zoals vastgesteld op 24 december 2014. Ter plaatse is de bestemming “Agrarisch – Intensieve veehouderij” opgenomen, de oppervlakte van het bouwvlak bedraagt circa 4.300 m2. Verder gelden de volgende dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen te weten “Waarde – Archeologie – 4”, “Waarde – Archeologie – 6”, “ontwikkelingszone bebouwinglinten”, “reconstructiewetzone – verwevingsgebied” en “wro-zone – wijzigingsgebied 1 ob”. Binnen het huidige planologische kader is het toegestaan om op deze locatie een intensieve veehouderij te exploiteren en te wonen in de bijbehorende agrarische bedrijfswoning.

Afbeelding 3: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan “Buitengebied Peel en Maas” (ruimtelijkeplannen.nl)

Doordat geen agrarische activiteiten meer plaatsvinden is bewoning van de bedrijfswoning en het gebruik van de voormalige bedrijfsgebouwen als caravanstalling feitelijk in strijd met het vigerende bestemmingsplan “Buitengebied Peel en Maas”. Mede om die reden wenst initiatiefnemer nu dan ook om de bestemming ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’ te wijzigen in de bestemming ‘Wonen’ met een functieaanduiding ‘caravanstalling’. Daarmee wordt de intensieve veehouderij ter plaatse definitief opgeheven.

7

3. BELEIDSKADER 3.1 Rijksbeleid Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. In deze Structuurvisie staan de (rijks)plannen voor ruimte en mobiliteit. Het rijk zet zich voor wat betreft het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid in voor een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland. In de SVIR worden drie hoofddoelen genoemd om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028). Slechts één nationaal belang heeft betrekking op het plangebied. Voor een goede milieukwaliteit moet de kwaliteit van bodem, water en lucht minimaal voldoen aan de (internationaal) geldende norm(en). De gezondheid van de burgers dient te worden beschermd tegen negatieve milieueffecten. Gevolgen en effecten op de kwaliteit van bodem, water en lucht zijn afgewogen in het licht van de ontwikkelingen (zie hoofdstuk 5). Uit de beoordeling blijkt dat de ontwikkeling geen nadelige effecten heeft op het gebied van bodem, water en lucht. Verder heeft het gestelde in dit bestemmingsplan betrekking op provinciale en gemeentelijke belangen. De functiewijziging tot burgerwoning met een caravanstalling is van een dusdanige beperkte omvang op nationaal schaalniveau dat er vanuit de SVIR geen belemmeringen bestaan.

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. In het Barro wordt vanuit het rijk ruimte gevraagd voor enkele grote nationale plannen zoals de mainportontwikkeling van Rotterdam en bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en rond de grote rivieren. Ook is het onderwerp duurzame verstedelijking in regelgeving opgenomen. Voor onderhavig initiatief zijn geen van deze belangen van toepassing. Ladder duurzame verstedelijking Op 1 oktober 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, en is de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ daaraan toegevoegd. De ladder ondersteunt gemeenten en provincies in vraaggerichte programmering van hun grondgebied, het voorkomen van overprogrammering en de keuzes die daaruit volgen. Onderhavige ontwikkeling behelst enkel een functiewijziging waarbij de bestaande woning behouden blijft. Er is dan ook geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in de ladder voor duurzame verstedelijking. De bestemmingswijziging is dan ook niet in strijd met de vereisten van de ladder voor duurzame verstedelijking.

3.2 Provinciaal beleid Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 Op 12 december 2014 hebben Gedeputeerde Staten het POL2014, met bijbehorend plan-MER, de omgevingsverordening Limburg 2014 en het Provinciaal verkeers- en vervoersprogramma vastgesteld. Allemaal als onderdeel van een integrale omgevingsvisie. Deze documenten zijn op 16 januari 2015 in werking getreden.

8

In het POL2014 is het provinciale grondgebied onderverdeeld in zeven soorten gebieden, elk met eigen herkenbare kernkwaliteiten. Voor elk gebied liggen er heel verschillende opgaven en ontwikkelingsmogelijkheden. Volgens de POL-kaart ‘Zonering Limburg’ ligt het plangebied binnen het landelijk gebied – buitengebied. Deze zone omvat een breed scala aan gebieden, variërend van landbouwgebieden in algemene zin, glastuinbouwgebieden, ontwikkelingsgebieden intensieve veehouderij, verblijfsrecreatieve terreinen, stadsrandzones tot linten en clusters van bebouwing. Beleidsmatig worden hier de volgende accenten gelegd: ▪ ontwikkelingsmogelijkheden voor nieuwe bedrijfslocaties landbouw; ▪ terugdringen milieubelasting vanuit landbouw; ▪ kwaliteit en functioneren ondergrond.

Afbeelding 4: Zonering Limburg POL2014 locatie Lorbaan 52 te Grashoek (polviewer.nl)

Onderhavig planvoornemen sluit goed aan bij de voornoemde accenten. De milieubelasting zal door de bestemmingswijziging fors afnemen. Door een alternatieve invulling te geven aan de voormalige bedrijfsgebouwen wordt voorkomen dat er verloedering in het buitengebied optreed. Wat dat betreft past onderhavig planvoornemen binnen de uitgangspunten zoals gesteld in het POL 2014. Verder is er oog voor een goede landschappelijke inpassing van de bebouwing (zie paragraaf 4.3). De bestemmingswijziging tot woondoeleinden past binnen de provinciale uitgangspunten zoals gesteld in het POL2014. Omgevingsverordening Limburg 2014 Tezamen met het POL2014 is de Omgevingsverordening Limburg 2014 in werking getreden. In hoofdstuk 2 van deze verordening is bepaald dat een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, rekening moet houden met het bepaalde in artikel 3.1.6, tweede lid van

9

het Besluit ruimtelijke ordening (ladder duurzame ontwikkeling) waarbij tevens de mogelijkheid tot herbenutting van monumentale en beeldbepalende gebouwen onderzocht moet worden. Met onderhavige ontwikkeling is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Tevens is geen sprake van een beeldbepalend gebouw. De bestemmingswijziging is daarmee niet in strijd met de Omgevingsverordening Limburg 2014. Ontwerp Omgevingsvisie Limburg Conform de kaarten die behoren bij de ontwerp omgevingsvisie is de planlocatie gelegen binnen de categorie ‘buitengebied’ behorende bij het hoofdtype landelijke gebieden. Het buitengebied betreft de landelijke gebieden op de Zuid-Limburgse plateaus en op de hogere zandgronden in Noord- en MiddenLimburg, samen zo’n 85.000 hectaren groot. Vergeleken met Noord- en Midden-Limburg zijn er in ZuidLimburg minder mogelijkheden voor intensieve vormen van grondgebruik op de plateaus. Dit komt door de aard van de ondergrond en de aanwezige omgevingskwaliteiten. Op de hogere zandgronden van Noord- en Midden-Limburg is, rekening houdend met de droogtegevoeligheid en de kwaliteit van de grondwatervoorraden, een breed scala aan grondgebruiksvormen mogelijk, rekening houdend met de ruimteclaims vanuit de verschillende transitieopgaves. Wat dat betreft sluit de zonering in de nieuwe omgevingsvisie aan bij de zonering in het POL2014.

De bestemmingswijziging tot woondoeleinden past binnen de provinciale uitgangspunten zoals gesteld in de ontwerp omgevingsvisie.

3.3 Gemeentelijk beleid Structuurvisie buitengebied (2011) In december 2011 is de Structuurvisie buitengebied door de gemeenteraad vastgesteld. Hierin is het bestaande beleid van dat moment (Structuurplan 2008, Kwaliteitskader buitengebied, VAB beleid, Structuurvisie IV en Glas en het archeologiebeleid) samengebracht. De structuurvisie bevat grotendeels een voortzetting van het bestaand beleid. De structuurvisie heeft twee doelstellingen, te weten: het bieden van een integraal beleidskader voor het buitengebied dat mede dient als grondslag voor het bestemmingsplan “Buitengebied Peel & Maas” en het mogelijk maken van kostenverhaal voor bovenplanse verevening en bijdragen in de ruimtelijke ontwikkeling in het kader van de ontwikkelingsplanologie. Verschillende gebiedstypen zijn gedefinieerd in de structuurvisie die een bepaalde ontwikkelingsrichting (ruimtelijk, functioneel en landschappelijk) typeren. Het plangebied staat aangeduid als ‘Oude, verdichte bouwlanden’. De oude verdichte en besloten bouwlanden liggen voornamelijk rond de oudere kernen Meijel, Helden, Panningen, Beringe, Maasbree, Baarlo, Kessel en Kessel-Eik. Deze gronden behoren tot de vroegste ontginningen, waarbij mensen stukken land geschikt maakten voor de landbouw. In de nabijheid van deze oude bouwlanden werden kleine nederzettingen gesticht. Deze nederzettingen zijn uitgegroeid tot de huidige kernen.

Binnen de oude bouwlanden wordt onder andere ingezet op realisatie van een verdere landschappelijke verdichting door weg- en erfbeplantingen in de clusters en linten. Qua ontwikkelingsmogelijkheden is er ruimte voor toelating van verschillende economische functies en verdere menging van de functies wonen, werken en landbouw met name in de linten. Onderhavige locatie is gelegen aan de rand van een ontwikkelingszone voor bebouwingslinten, waarbij er sprake is van aanplant van nieuwe erfbeplanting. Verder wordt door de bestemmingswijziging naar ‘Wonen’ met een caravanstalling invulling gegeven aan een verdere menging van functies. Het planvoornemen is dan ook als passend te noemen binnen de uitgangspunten van de Structuurvisie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=6f72d492-eae5-49c4-a921-ed95a579cb60