CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2023-002 05 Vastgesteld Bijlage bij de toelichting - Onderbouwingen 034 tm 038.pdf

Raad 31 januari 2023, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Vaststellen “Veegbestemmingsplan stoppers 2020” (2023-002)22.485 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Ruimtelijke onderbouwing Herbestemming Hei 12, Baarlo Gemeente Peel en Maas

Ruimtelijke onderbouwing Herbestemming Hei 12, Baarlo Gemeente Peel en Maas Behorende bij het Veegbestemmingsplan Stoppers 2020 van de gemeente Peel en Maas

Opdrachtgever: Projectlocatie:

Hei 12, Baarlo

Datum:

31 augustus 2021

Ruimtelijke onderbouwing herbestemming Hei 12, Baarlo | 31 augustus 2021

2

Inhoudsopgave 1.

2.

3.

4.

5.

Inleiding........................................................................................................................................4 1.1.

Aanleiding ............................................................................................................................ 4

1.2.

Ligging projectgebied .......................................................................................................... 5

1.3.

Geldend bestemmingsplan .................................................................................................. 6

1.4.

Leeswijzer ............................................................................................................................ 6

Projectbeschrijving .....................................................................................................................7 2.1.

Huidige situatie .................................................................................................................... 7

2.2.

Gewenste situatie .............................................................................................................. 10

Beleid ......................................................................................................................................... 13 3.1.

Provinciaal beleid .............................................................................................................. 13

3.2.

Gemeentelijk beleid ........................................................................................................... 14

Onderzoeksaspecten ............................................................................................................... 17 4.1.

Inleiding ............................................................................................................................. 17

4.2

Vormvrije m.e.r.-beoordeling ............................................................................................. 17

4.3.

Bedrijven en milieuzonering .............................................................................................. 18

4.4.

Geluid ................................................................................................................................ 22

4.5.

Luchtkwaliteit ..................................................................................................................... 22

4.6.

Geur ................................................................................................................................... 24

4.7.

Bodem ............................................................................................................................... 25

4.8.

Externe veiligheid .............................................................................................................. 26

4.9.

Water ................................................................................................................................. 28

4.10.

Archeologie en cultuurhistorie ........................................................................................... 29

4.11.

Natuur ................................................................................................................................ 29

4.12.

Verkeer en parkeren .......................................................................................................... 32

Uitvoerbaarheid ........................................................................................................................ 33 5.1.

Economische uitvoerbaarheid ........................................................................................... 33

5.2.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid ..................................................................................... 33

Bijlagen: 1. Landschappelijk inpassingsplan Hei 12, Baarlo (BNL advies, 22 februari 2021) 2. Vooronderzoek bodem Hei 12, Baarlo (BodemInzicht, 29 januari 2021)

Ruimtelijke onderbouwing herbestemming Hei 12, Baarlo | 31 augustus 2021

3

1.

Inleiding

1.1.

Aanleiding

De initiatiefnemer, familie heeft vele jaren een agrarisch bedrijf (varkenshouderij) gerund aan de Hei 12 in Baarlo. Het karakteristieke pand Hei 12 was daarbij in gebruik als bedrijfswoning. De activiteiten van de varkenshouderij zijn circa 10 jaar geleden beëindigd. Een beperkt deel van de stal is destijds afgebroken. In het resterende deel van de voormalige varkensstal vindt opslag plaats. De andere voormalige bedrijfsgebouwen, zoals de open schop en het stalgedeelte van de woonboerderij, zijn in gebruik voor privé-doeleinden. De familie is na de beëindiging van het bedrijf in de woning blijven wonen, en hoopt dat nog een aanzienlijke tijd voort te zetten.

Afbeelding 1. Woning en perceel Hei 12 - Baarlo

In het geldend bestemmingsplan ‘Buitengebied Peel en Maas’ is de locatie Hei 12 bestemd als ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’. De locatie mag daarom formeel niet bewoond worden door een burger/ iemand die geen agrarisch bedrijf exploiteert. Initiatiefnemers hebben de wens de bestemming te wijzigen naar ‘Wonen’, als de bebouwing en opslag behouden kan blijven. Bij brief van 9 november 2020 heeft het college van Burgemeester en wethouders aangegeven in principe mee te willen werken aan de beoogde bestemmingswijziging. Het ‘meeliften’ in het Veegbestemmingsplan stoppers 2020 biedt hiervoor mogelijkheden. Het positieve principebesluit is de basis voor de uitwerking van deze onderbouwing, die onderdeel zal gaan uitmaken van het veegbestemmingsplan.

Ruimtelijke onderbouwing herbestemming Hei 12, Baarlo | 31 augustus 2021

4

Afbeelding 2. Zicht op de woonboerderij Hei 12 en siertuin, met op de achtergrond de voormalige varkensstal

1.2.

Ligging projectgebied

De locatie Hei 12 ligt ten noordoosten van de kern Baarlo, in het noordoostelijk kwart van de gemeente Peel en Maas. De locatie is gelegen aan de secundaire weg Hei, op de hoek met de onverharde Beringhouterstraat. Het perceel is kadastraal bekend als gemeente Maasbree, sectie L, nummer 52.

Afbeelding 3. Topografische kaart met buitengebied ten noordoosten van Baarlo (bron: pdok.nl)

Ruimtelijke onderbouwing herbestemming Hei 12, Baarlo | 31 augustus 2021

5

1.3.

Geldend bestemmingsplan

Voor de locatie Hei 12 geldt het bestemmingsplan "Buitengebied Peel en Maas", dat is vastgesteld op 24 december 2014.

Afbeelding 4. Uitsnede geldend bestemmingsplan ‘Buitengebied Peel en Maas’ met de bestemming ‘Agrarisch – intensieve veehouderij’ voor Hei 12

De locatie is bestemd als ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’, met onder andere een nadere aanduiding ‘bouwvlak’. Tevens geldt voor een deel van de locatie de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie -4’ en voor een deel ‘Waarde – Archeologie-5’. Er zijn 4 gebiedsaanduidingen opgenomen: - Ontwikkelingszone bebouwingslinten; - Reconstructiewetzone – verwevingsgebied; - Wro-zone – wijzigingsgebied 2 ko; - Concentratiegebied glastuinbouw 1 (beperkt deel). In het bestemmingsplan is de locatie Hei 12 gekoppeld met Hei 6. Voor dit perceel is in 2016 een procedure doorlopen, waarbij het agrarisch bedrijf is beëindigd en een woning is gerealiseerd.

1.4.

Leeswijzer

In het volgende hoofdstuk worden de huidige en gewenste situatie beschreven. Vervolgens geeft hoofdstuk 3 de planologische beleidskaders weer en omschrijft de toets van het initiatief aan deze beleidskaders. In het daaropvolgende hoofdstuk 4 wordt de toetsing van de relevante onderzoeksaspecten beschreven. Ten slotte wordt in hoofdstuk 5 ingegaan op de uitvoeringsaspecten, bestaande uit de economische uitvoerbaarheid, de procedure en de maatschappelijke uitvoerbaarheid.

Ruimtelijke onderbouwing herbestemming Hei 12, Baarlo | 31 augustus 2021

6

2.

Projectbeschrijving

2.1.

Huidige situatie

Het initiatief heeft betrekking op Hei 12 in het buitengebied van Baarlo. Dit voormalig agrarisch bedrijfsperceel heeft jarenlang dienst gedaan als varkenshouderij. Een aantal voormalige bedrijfsgebouwen zijn nog aanwezig, evenals de (bedrijfs-)woning in een langgevelboerderij. De onbebouwde gronden zijn in gebruik als tuin en erf, waarbij het onverharde deel merendeels uit gras bestaat. De locatie ligt ten noordoosten van Baarlo en ten zuidoosten van Maasbree, bijna op de gemeentegrens tussen Peel en Maas en Venlo. De weg ‘Hei’ vormt de belangrijkste ontsluiting. Via deze straat kan onder andere de doorgaande N273 worden bereikt in zuidelijke richting en in noordelijke richting is er via de Aan de Steenoven een verbinding met de N275.

Afbeelding 5. Ligging plangebied in de bebouwingsconcentratie ‘Hei’ in het buitengebied van Baarlo (bron: pdok.nl)

De woonboerderij, die vooraan op het perceel staat, is gebouwd in 1910. Behalve een woongedeelte in het voorhuis herbergt het gebouw een voormalig stalgedeelte waar tegenwoordig privé-opslag plaatsvindt. Ten noorden van de woonboerderij staat een ‘open schop’, in het verleden gebouwd als overkapping voor het stallen van werktuigen. Ook deze is inmiddels in gebruik voor privé doeleinden (m.n. opslag kachelhout en stalling). Van de oorspronkelijke varkensstal is een deel afgebroken (ca. 110 m2). Deze onbebouwde gronden zijn in gebruik genomen als tuin. Het resterend deel van de stal, verder in noordelijke richting op het perceel wordt verhuurd voor opslag. Dit gebruik wordt in de toekomst voortgezet. De stal dateert van 1986 en is bij de beëindiging van de varkenshouderij opgeknapt en geschikt gemaakt voor gebruik als opslagruimte.

Ruimtelijke onderbouwing herbestemming Hei 12, Baarlo | 31 augustus 2021

7

Afbeelding 6 + 7. Luchtfoto’s Hei 12 2013 en 2014 voor en na sloop van een deel van de varkensstallen (bron: topotijdreis.nl)

De beplanting van het perceel bevindt zich met name in de siertuin ten oosten van de woning en in de zone tussen de woning en voormalige varkensstal. De oostelijke perceelsgrens is beplant met boomvormers en evenwijdig aan de open schop is een laurierhaag aanwezig.

Afbeelding 8. Zicht op de woonboerderij Hei 12 en Beringhouterstraat

Ruimtelijke onderbouwing herbestemming Hei 12, Baarlo | 31 augustus 2021

8

Hei 12 is gelegen aan de noordkant van het bebouwingscluster Hei, dat een grillig stratenpatroon kent. Van oudsher bestond het buurtschap hoofdzakelijk uit agrarische bedrijfslocaties. Inmiddels is een groot deel omgevormd naar burgerwoningen. De bebouwing in de omgeving bestaat dan ook uit woningen en voormalige (agrarische) bedrijfsgebouwen. De onbebouwde delen zijn in gebruik voor infrastructuur, erven en groen. Het groen bevindt zich zowel in het openbaar gebied als op privé-percelen, in de vorm van tuinen en agrarische reststroken.

Afbeelding 9 t/m 16. Ontwikkeling Hei 12 en omgeving op topografische kaart (bron: topotijdreis.nl)

Ten zuiden van het plangebied is een bedrijfsbestemming toegekend, waarbinnen bedrijven in milieucategorie 1 en 2 mogen worden uitgeoefend. Ter plaatse is een installatiebedrijf gevestigd. Ten westen, aan de overzijde van de Beringhouterstraat, ligt een agrarisch bouwvlak met aanduiding

Ruimtelijke onderbouwing herbestemming Hei 12, Baarlo | 31 augustus 2021

9

voor containerveld. Het betreft een kleinschalige boomkwekerij, geëxploiteerd door de zoon van initiatiefnemers. Hier is geen (bedrijfs-)woning aanwezig.

2.2.

Gewenste situatie

De huidige agrarische bestemming past niet bij het aanwezige en gewenste gebruik van de locatie. Het agrarisch bedrijf is beëindigd. Terugkeer van agrarische bedrijfsvoering is gezien de ligging en omvang van het perceel niet wenselijk. In overleg met de gemeente hebben initiatiefnemers vastgesteld dat herbestemming voor woondoeleinden de voorkeur verdient, waarbij de opslag (deels privé en deels verhuur aan derde) in de voormalige bedrijfsgebouwen in stand kan blijven.

Afbeelding 17. Huidige situatie siertuin Hei 12 tussen woonboerderij en voormalige varkensstal

Qua bebouwing en feitelijk gebruik is geen wijziging voorzien op het perceel. De enige wijziging ten gevolge van de bestemmingswijziging bestaat uit de aanplant in het kader van het inpassingsplan.

Ruimtelijke onderbouwing herbestemming Hei 12, Baarlo | 31 augustus 2021

10

Er is bij het initiatief geen sprake van sloop, nieuwbouw of wijziging van de perceelsinrichting. De achtergrond van de planologische procedure is uitsluitend functioneel. In de toekomstige situatie zal het merendeel van de bebouwing gebruikt worden (blijven) voor de woonfunctie en worden de onbebouwde gronden benut als inrit, terras, tuin en overige buitenruimte. Het gebruik van de voormalige varkensstal voor opslag blijft gehandhaafd. Er zijn dan ook geen significante ruimtelijke wijzigingen beoogd.

Afbeelding 18. Achteraanzicht Hei 12, vanaf de Berendonksweg ten noorden van het plangebied

Inpassing Ten behoeve van de herbestemming is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld door BNL advies; Landschappelijk inpassingsplan Hei 12, Baarlo (BNL advies, 22 februari 2021 – bijlage 1). Het landschappelijk inpassingsplan gaat uit van de aanplant van knotbomen, knip- en scheerhagen en struweelhagen. Bij de opzet van het inpassingsplan is rekening gehouden met de kenmerken van het kleinschalige halfopen ontginningenlandschap. In het inpassingsplan, zoals opgenomen als bijlage 1, is een nadere toelichting gegeven op de te planten soorten, plantwijze en het beheer.

Ruimtelijke onderbouwing herbestemming Hei 12, Baarlo | 31 augustus 2021

11

Afbeelding 19. Inpassingsplan Hei 12 – BNL advies

Afbeelding 20. Kleinfruit tussen Beringhouterstraat en voormalige varkensstal

Ruimtelijke onderbouwing herbestemming Hei 12, Baarlo | 31 augustus 2021

12

3.

Beleid

Het initiatief aan de Hei 12 is kleinschalig en heeft slechts marginaal invloed op de omgeving. Deze ruimtelijke onderbouwing wordt opgenomen in het Veegbestemmingsplan stoppers 2020, tezamen met een aantal andere initiatieven binnen de gemeente. In het veegbestemmingsplan wordt aandacht besteed aan de beleidskaders van het rijk, de provincie en gemeente. Gezien de kleinschaligheid van het initiatief en de motivering in het veegplan is dit hoofdstuk beperkt tot de relevante aspecten uit het provinciaal en gemeentelijk beleid.

3.1.

Provinciaal beleid

De ontwerp Provinciale Omgevingsvisie Limburg is in december 2020 door Gedeputeerde Staten vastgesteld. Provinciale Staten zal naar verwachting op korte termijn eveneens besluiten tot vaststelling. In de visie is het plangebied aangewezen als ‘Landelijk gebied - buitengebied’. In de visie zijn een aantal opgaven benoemd. Eén van de aandachtspunten binnen de opgave ‘Vitale en gezonde bewoners en hun leefomgeving’ is transformatie van de woningvoorraad. Hierbij is opgenomen dat met het oog op de verwachte leegstand in vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) en bijbehorende agrarische bedrijfswoningen als gevolg van het groot aantal stoppende agrariërs, in beginsel ruimte wordt gegeven om een herbestemming van deze locaties/gebouwen te onderzoeken. Het omzetten van bedrijfswoningen naar burgerbewoning kan daaronder worden verstaan. De mogelijkheden worden bepaald door het potentieel van het vastgoed en zijn omgeving, vanuit het principe ‘de juiste ontwikkeling (functie) op de juiste locatie’.

Afbeelding 21. Zonering Hei 12, ontwerp Provinciale Omgevingsvisie Limburg (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Binnen het thema ‘landbouw’ wordt eveneens aandacht gegeven aan VAB’s. In de visie wordt gesteld dat, om landschappelijke kwaliteit te behouden en verrommeling te voorkomen, voor VAB’s het volgende wordt gestimuleerd: 1) agrarisch hergebruik, 2) herbestemmen buiten sector, 3) sloop

Ruimtelijke onderbouwing herbestemming Hei 12, Baarlo | 31 augustus 2021

13

Ook hier geldt dat de mogelijkheden worden bepaald door het potentieel van het vastgoed en de omgeving, vanuit het principe juiste ontwikkeling op de juiste locatie. Op de locatie Hei 12 is sprake van een karakteristieke woonboerderij, gelegen binnen een bebouwingsconcentratie en al meer dan 100 jaar als (bedrijfs-)woning in gebruik. Er is hier dan ook sprake van een geschikte locatie en geschikt vastgoed voor omzetting naar wonen. Agrarisch hergebruik is op deze locatie niet gewenst vanwege de vele omliggende woonfuncties. Ook biedt het perceel te weinig ruimte voor een hedendaags volwaardig agrarisch bedrijf. Voor een deel van de voormalige bedrijfsgebouwen wordt opslag als nevenfunctie toegestaan. Hiermee wordt recht gedaan aan de waarde van de bebouwing en behoefte uit de markt. De gemeente heeft de aanvaardbaarheid van de woonfunctie met opslag op basis van het principeverzoek afgewogen en aangegeven in te kunnen stemmen met dit hergebruik (zie ook paragraaf 3.2). De Omgevingsverordening Limburg 2014 geeft voor een aantal thema’s aanvullende regels om de doelstellingen uit de visie te bereiken. Uit de kaartbeelden van de geconsolideerde versie (22 november 2019) blijkt dat er vanuit de verordening geen aanvullende regels gelden. De locatie is niet aangewezen als bijvoorbeeld beschermingszone natuur en landschap, milieubeschermingsgebied of natuurbescherming.

3.2.

Gemeentelijk beleid

De gemeente Peel en Maas beschikt over een Structuurplan voor het buitengebied uit 2008 en een Structuurvisie uit 2011. In 2017 heeft een herijking plaatsgevonden van de programma’s van de thema’s ruimte en economie en de uitvoeringsafspraken in de Waardenoriëntatie en kaderstelling. Het door herbestemming verwijderen van de bestemming ‘Agrarisch - intensieve veehouderij’ op niet toekomstbestendige locaties levert een bijdrage aan het behalen van doelstellingen op het gebied van milieukwaliteit en leefbaarheid, zoals opgenomen in de Structuurvisie. Voor een locatie in een bebouwingslint en in een omgeving met overwegend woonbestemmingen is herbestemming als ‘wonen’ een logische ontwikkeling, die past binnen de structuurvisie en het bestemmingsplan. In de kaderstelling is als één van de uitvoeringsafspraken opgenomen: “We benutten bestaande bebouwing en sturen op hergebruik boven uitbreiding en nieuwvestiging en daar waar dit niet mogelijk is wordt er zorg gedragen voor hetgeen achterblijft”. In dit geval wordt bestaande bebouwing hergebruikt voor een vorm van opslag die niet per definitie op het bedrijventerrein thuishoort. Het betreft opslag voor maximaal één bedrijf, welke niet perse thuishoort op een bedrijventerrein, en daarbij opslag voor maximaal één particulier. De bestaande bebouwing op Hei 12 wordt hiermee op een zorgvuldige wijze benut.

Door het landschappelijk inpassingsplan (zie ook paragraaf 2.2.) wordt een kwaliteitsbijdrage gerealiseerd en gezorgd dat de bestaande bebouwing in het landschap wordt ingepast. In de kaderstelling is tevens de uitvoeringsafspraak “we hebben oog voor transitie in het landelijk gebied” opgenomen. De voorgenomen herbestemming die verankerd wordt in het veegbestemmingsplan is een resultaat van het gemeentelijk oog voor de transitie in het landelijk gebied. Er is immers sprake van een klein agrarisch bedrijf op een locatie die gezien de ligging niet toekomstbestendige is voor een intensieve veehouderij. Voor de wijziging van ‘Agrarisch – intensieve veehouderij’ naar ‘Wonen’ gelden enkele voorwaarden, zoals ook te lezen in het principebesluit:

Ruimtelijke onderbouwing herbestemming Hei 12, Baarlo | 31 augustus 2021

14

1. Sloop van overtollige bebouwing Op de locatie is geen sprake van overtollige bebouwing door het gebruik van een deel door opslag en een ander deel voor stalling. Er is dan ook geen sprake van sloop. Wel is in het verleden een deel van de voormalige varkensstal reeds gesloopt; 2. Landschappelijke inpassing Op basis van het gemeentelijk Kwaliteitskader dient gezorgd te worden voor een zorgvuldige landschappelijke inpassing. Uitgangspunt is inrichten van 10% van het bouwvlak Wonen voor inpassing. Ten behoeve van de herbestemming is een inpassingsplan gemaakt, waarin beplanting, onderhoud en beheer zijn vastgelegd. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar paragraaf 2.2 en bijlage 1; 3. Bestemmingsvlak op maat De gronden die logischerwijs niet tot de woonbestemming behoren, worden herbestemd als ‘Agrarisch’. Voor de locatie Hei 12 geldt dat de grens van de bestemming ‘Wonen’ achter de voormalige varkensstal komt te liggen. De gronden ten noorden hiervan, krijgen de bestemming ‘Agrarisch’; 4. Aandacht voor woon- en leefklimaat en omliggende bedrijvigheid Uit de toetsing in hoofdstuk 4 van deze onderbouwing blijkt dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat omliggende bedrijvigheid door de ontwikkeling niet wordt beperkt. Omvorming van een voormalige agrarische bedrijfslocatie is veelal mogelijk indien aan bovenstaande voorwaarden wordt voldaan.

Een uitzondering geldt voor de zogenaamde concentratiegebieden. Hier is het beleid gericht op ruimte bieden aan de agrarische sector (glastuinbouw, intensieve veehouderij) en worden geen woningen of woonbestemmingen toegevoegd. De westelijke strook van het perceel Hei 12, over een zone van ca. 6 meter uit de verkeersbestemming, is in het bestemmingsplan aangeduid als ‘concentratiegebied glastuinbouw 1’. Het betreft slechts een zeer beperkt deel van het huidig agrarisch bouwvlak, duidelijk niet met de intentie om de gehele bedrijfslocatie binnen dit concentratiegebied te laten vallen.

Ruimtelijke onderbouwing herbestemming Hei 12, Baarlo | 31 augustus 2021

15

Afbeelding 22. Uitsnede bestemmingsplan ‘Buitengebied Peel en Maas’ met gebiedsaanduiding ‘concentratiegebied glastuinbouw 1’ uitgelicht (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

De aanduiding houdt verband met het ten westen van de Beringhouterstraat gelegen concentratiegebied Tangbroek. Hoewel de gebiedsaanduiding voor een smalle strook van Hei 12 is opgenomen, maakt dit perceel (geheel of gedeeltelijk) geen onderdeel uit van het concentratiegebied glastuinbouw. Dit blijkt tevens uit de begrenzing van het bestemmingsplan ‘Glastuinbouwgebied Tangbroek’, dat begrensd is op de Beringhouterstraat. Voor de omzetting naar burgerwoning gelden op basis van dit beleidsuitgangspunt dan ook geen beperkingen.

Ruimtelijke onderbouwing herbestemming Hei 12, Baarlo | 31 augustus 2021

16

4.

Onderzoeksaspecten

4.1.

Inleiding

Bij de toekenning van een nieuwe functie aan een bepaald gebied dient rekening gehouden te worden met mogelijke (milieu-)effecten op de omgeving en vanuit de omgeving. Het onderzoek naar de milieuaspecten zoals bedrijven en milieuzonering, geluid, luchtkwaliteit, bodem, geur en externe veiligheid wordt in de volgende paragrafen beschreven. Eveneens is gekeken naar planologische aspecten, zoals kabels en leidingen, water, archeologie en cultuurhistorie, natuur, verkeer en parkeren en duurzaamheid. Ook de hieruit voortkomende bevindingen worden in dit hoofdstuk toegelicht. In zijn algemeenheid geldt dat op de locatie sprake is van herbestemming van een (voormalig) agrarisch bedrijf tot burgerwoning. Bij het bedrijf is sinds jaar en dag al een bedrijfswoning aanwezig. Door het verdwijnen van de agrarische bedrijfsvoering verdwijnen de milieugevolgen (zoals geluid, geur en stof) voor de omgeving. De voorgenomen nevenfunctie ‘opslag’, wordt onderstaand getoetst. Voor de invloed van de omgeving op het plangebied geldt dat reeds sprake was van een gevoelig object, de bedrijfswoning werd immers ook ten tijde van het agrarisch bedrijf gezien als milieugevoelig voor omliggende inrichtingen. Waar relevant zal dit in onderstaande paragrafen nader worden toegelicht.

4.2

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Algemeen In de Wet milieubeheer is aangeven dat voor bepaalde ontwikkelingen een milieueffectrapportage moet worden gemaakt. In de wet is de procedure beschreven en zijn de inhoudelijke eisen opgenomen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen ‘m.e.r.-plichtige activiteiten’, waarvoor een volledig milieueffectrapport (MER) moet worden opgesteld en ‘m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten’, waarbij moet worden afgewogen of sprake kan zijn van significant negatieve gevolgen voor het milieu. In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het ruimtelijk plan of de omgevingsvergunning plan m.e.r.-plichtig, project m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. In het Besluit m.e.r. zijn voor deze activiteiten drempelwaarden opgenomen. Daarnaast zijn er ruimtelijke ontwikkelingen die voorkomen in de lijst, maar die onder de drempelwaarden blijven. Voor dit soort situaties moet een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.beoordeling' worden gemaakt indien het een activiteit betreft die is opgenomen in onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Hoewel deze toets ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’ wordt genoemd, stelt de wet wel eisen aan de inhoud. Beoordeling In dit geval wordt de herbestemming van het voormalig agrarisch bedrijf Hei 12 tot burgerwoning met opslag geregeld in een veegbestemmingsplan.

Deze ruimtelijke onderbouwing maakt als motivering onderdeel uit van dit bestemmingsplan. Bij het initiatief is geen sprake van het toevoegen van nieuwe woonfuncties of bebouwing. Ook is geen sprake van een volwaardige nieuwe bedrijfsfunctie. Een bestemmingsplan is een kaderstellend plan.

Ruimtelijke onderbouwing herbestemming Hei 12, Baarlo | 31 augustus 2021

17

De categorie uit onderdeel C en D van de bijlage Besluit m.e.r. waar voorliggende ontwikkeling enige overeenkomst mee vertoont, is die van een ‘stedelijk ontwikkelingsproject’. Hiervoor blijkt uit jurisprudentie dat de concrete omstandigheden van onder meer aard en omvang van de ontwikkeling een rol spelen bij de beoordeling of sprake is van een stedelijke ontwikkeling (ABRS 12 juni 2019, no. 201807060/1/R1). De afname van de het bedrijfsmatig gebruik van de locatie Hei 12 en het ongewijzigde bouwvolume maken dat bij deze ontwikkeling geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling is dan ook niet aan de orde en het opstellen van een aanmeldingsnotitie of plan-m.e.r. niet noodzakelijk.

4.3.

Bedrijven en milieuzonering

Binnen het plangebied is één woning aanwezig. Deze (voormalige) bedrijfswoning wordt met voorliggend plan omgezet in een burgerwoning. De aanwezigheid van een bedrijfswoning is op dit moment vanuit de geldende bestemming toegestaan. Daarnaast biedt de huidige bestemming ‘agrarisch’ ruimte aan het uitoefenen van een agrarisch bedrijf, waaronder een intensieve veehouderij. De bedrijfsmatige mogelijkheden, zoals die worden geboden onder de bestemming ‘agrarisch’ verdwijnen met de bestemmingswijziging. Uitsluitend de woonfunctie blijft behouden, met opslag in een bestaand gebouw. Milieuzonering vanuit plangebied naar omgeving Woningen worden niet beschouwd als functies die een negatieve milieu-invloed op hun omgeving hebben. Een toets van de invloed van deze functie in het plangebied op de omgeving hoeft dan ook niet plaats te vinden. In de huidige situatie vindt reeds opslag plaats in de voormalige varkensstal, het meest noordelijk gebouw. Deze opslag blijft gehandhaafd en wordt juridisch-planologisch geregeld door een specifieke aanduiding op de verbeelding. Door de aanduiding wordt de locatie waar opslag voor een derde kan plaatsvinden begrensd. Aan de hand van de (indicatieve) lijst ´Bedrijven en Milieuzonering´, uitgegeven door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG, 2009), is een toets uitgevoerd van de eventuele milieu-invloed van de opslag.

Eén van de belangrijkste bouwstenen bij milieuzonering is de richtafstandenlijst. Deze lijst biedt voor een scala aan typen bedrijvigheid de richtafstanden tot gevoelige bestemmingen vanwege geur, stof, geluid en gevaar. Daarnaast zijn indices voor verkeersaantrekkende werking, bodem, lucht en visueel opgenomen in de lijst. De opgenomen richtafstanden betreffen indicatief de aan te houden afstand tussen hinder veroorzakende en milieugevoelige functies. Indien dit voldoende gemotiveerd wordt kan hiervan afgeweken worden. Bij het bepalen van de richtafstanden zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • Het betreft ‘gemiddeld’ moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen. • De richtafstanden hebben betrekking op de omgevingstypen ‘rustige woonwijk’. Wanneer sprake is van ‘gemengd gebied’ kan de richtafstand met één trede worden verlaagd; • De richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten. • Bij activiteiten met ruimtelijk duidelijk te onderscheiden deelactiviteiten (zoals productie, opslag, kantoren, parkeerterreinen) kunnen deze deelactiviteiten desgewenst als afzonderlijk te zoneren activiteiten worden beschouwd, bijvoorbeeld bij ligging van de activiteit binnen zones met een verschillende milieucategorie.

Ruimtelijke onderbouwing herbestemming Hei 12, Baarlo | 31 augustus 2021

18

•

De richtafstand geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is. De gegeven afstanden zijn in het algemeen richtafstanden en geen harde afstandseisen. Dit betekent dat gemotiveerd afwijkingen in de lokale situatie mogelijk zijn.

De richtafstanden zijn weergegeven in afstandsklassen. De richtafstanden voor de te onderscheiden bedrijfstypen zijn afgeleid van: - in Nederland aanvaarde normen voor de emissies door milieubelastende activiteiten; - in Nederland voorgeschreven of aanvaarde grens- en richtwaarden voor de immissies bij woningen en andere milieugevoelige bestemmingen; - ervaringen en waarnemingen met betrekking tot de omvang en schadelijkheid van emissies door activiteiten. De grootste afstand voor geur, stof, geluid en gevaar is bepalend voor de indeling in de milieucategorie. De volgende tabel geeft inzicht in het verband tussen de afstand en de milieucategorie. Tabel: Milieucategorieën met bijbehorende richtafstanden Milieucategorie Richtafstand 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6

10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m

In de directe omgeving van Hei 12 zijn enkele burgerwoningen aanwezig. Met het plan wordt ‘opslag’ binnen een specifiek deel van de locatie mogelijk gemaakt. Voor opslag is in de VNG-lijst de volgende categorie opgenomen:

63

6312

DIENSTVERLENING T.B.V. HET VERVOER Opslaggebouwen (verhuur opslagruimte)

C

2 G

LUCHT

2

BODEM

30

VISUEEL

10

-

VERKEER

30

CATEGORIE

0

GROOTSTE AFSTAND

0

INDICES

GEVAAR

GELUID

AFSTANDEN IN METERS

STOF

OMSCHRIJVING

GEUR

SBI1993

1

Voor de toetsing van het planvoornemen zijn de volgende aspecten van belang:

Ruimtelijke onderbouwing herbestemming Hei 12, Baarlo | 31 augustus 2021

19

1. De locatie krijgt de bestemming ‘Wonen’. Binnen deze bestemming wordt voor een specifiek deel ‘opslag’ toegestaan. Aangezien buiten deze aanduiding opslag voor derden niet is toegelaten, kan in dit geval vanaf de aanduiding gemeten worden; 2. De locatie is gelegen in een bebouwingscluster. In de omgeving liggen burgerwoningen, niet-agrarische en agrarische bedrijvigheid. Ook komen onbebouwde gronden voor. Gezien deze aard van het gebied, met zowel in de huidige situatie als na de bestemmingswijziging een diversiteit aan functies, kan het gebied worden aangemerkt als een 'gemengd gebied' als bedoeld in de VNG-brochure. De indicatieve afstanden die worden voorgeschreven worden in dat geval met 1 trede verlaagd. Op grond hiervan is sprake van categorie 1 met een grootste afstand van 10 meter; 3. Bedrijvigheid in milieucategorie 1 en 2 wordt in z’n algemeenheid beschouwd als aanvaardbaar in een woonomgeving. Onder deze categorieën vallen ook functies als bakkers, kantoren, scholen en zorginstellingen. Op grond van de VNG-lijst en bovengenoemde aspecten dient wordt uitgegaan van een minimale afstand van 10 meter vanaf het gebouw waar de opslag plaatsvindt. In een zone van 10 meter is uitsluitend het woonperceel Hei 13 gelegen. De afstand van de punt tot het gebouw waar de opslag zal plaatsvinden tot de woonboerderij Hei 13 bedraagt ruim 19 meter.

Uit de regels van de woonbestemming van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Peel en Maas’ blijkt dat een woning mag worden herbouwd, maar de voorgevel hierbij geplaatst dient te worden in de bestaande voorgevellijn. Gezien de diepte van het pand Hei 13, zijnde ruim 26 meter, zal de woning ook indien herbouw zou plaatsvinden, niet dichter bij de voormalige varkensstal komen. Daarbij geldt dat een activiteit uit categorie 1 aanvaardbaar wordt geacht in de woonomgeving én dat met deze herbestemming het gebruik als varkenshouderij wordt beëindigd. Voor een varkenshouderij geldt op grond van de VNG-lijst milieucategorie 4.1 met een minimaal aan te houden afstand van 200 meter. Binnen 10 meter van de voormalige varkensstal komen geen andere woonbestemmingen of gevoelige functies voor. Geconcludeerd kan dan ook worden dat de herbestemming geen onevenredig negatieve gevolgen heeft voor de omgeving en dat een aanzienlijke winst in milieukwaliteit wordt bereikt door de beëindiging van de varkenshouderij ter plaatse.

Afbeelding 23. Opslaggebouw Hei 12 met afstand 10 meter (bron: pdok.nl) Ruimtelijke onderbouwing herbestemming Hei 12, Baarlo | 31 augustus 2021

20

Afbeelding 24. Afstand opslaggebouw – naastgelegen woongebouw Hei 13 (bron: pdok.nl)

Milieuzonering vanuit omgeving naar plangebied Woningen worden wel beschouwd als gevoelige functies voor milieu-invloed van inrichtingen uit hun omgeving. Dit zelfde geldt ook voor bedrijfswoningen van inrichtingen van derden. Bij het toekennen van een nieuwe gevoelige functie dient inzichtelijk gemaakt te worden dat in de omgeving van de locatie geen bedrijven of inrichtingen voorkomen die het woon- en leefklimaat dusdanig slecht beïnvloeden, dat de nieuwe gevoelige functie niet toegestaan kan worden. Binnen het plangebied is in de huidige situatie reeds een gevoelige functie toegestaan en aanwezig. De beoogde bestemmingswijziging beïnvloedt de manier waarop impact van inrichtingen in de omgeving op het plangebied getoetst moet worden dan ook niet. In de directe omgeving van Hei 12 zijn enkele bedrijfsmatige activiteiten toegestaan en aanwezig. Het betreft een kleinschalig agrarisch bedrijf Hei 11c en een installatiebedrijf Hei 11a – 11b. Voor het agrarisch bedrijf geldt in ‘rustige woonomgeving’ milieucategorie 2 met een afstand van 30 meter. Een installatiebedrijf levert met name techniek voor evenementen. Deze categorie is niet expliciet opgenomen in de VNG-lijst, maar kan worden vergeleken met ‘verhuurbedrijven voor roerende goederen n.e.g.’, waarvoor eveneens categorie 2 en 30 meter geldt in een ‘rustige woonomgeving’.

Met het één trap verlagen van de milieucategorie ter plaatse van het plangebied, kan uitgegaan worden van 10 meter. De afstand van de bestemmingsgrens van het bedrijf tot de woning Hei 12 bedraagt in beide gevallen meer dan 10 meter (respectievelijk ca. 17 meter en ca. 15 meter). De afstand tussen de bestemmingsgrens van Hei 11c tot bestemmingsgrens Hei 12 voldoet niet aan de aanbevolen afstand. Het is niet wenselijk dat gevoelige objecten binnen de invloedszone van Hei 11c gerealiseerd kunnen worden, ondanks dat dit in de huidige situatie niet anders is. In de nieuwe situatie kan een aanduiding opgenomen worden, waarmee nieuwe geluidgevoelige functies in de 10 meter-zone worden uitgesloten. De gebruiks- en ontwikkelmogelijkheden van omliggende inrichtingen wijzigen met de beoogde bestemmingswijziging van Hei 12 van ‘Agrarisch’ naar ‘Wonen’ dan ook niet.

Ruimtelijke onderbouwing herbestemming Hei 12, Baarlo | 31 augustus 2021

21

4.4.

Geluid

Geluidhinder kan ontstaan door verschillende activiteiten. Hierbij kan gedacht worden aan weg- en railverkeer, maar ook aan industriële activiteiten. De Wet geluidhinder, de Wet milieubeheer en het Bouwbesluit geven normen weer voor de hoogst acceptabele geluidbelasting en minimale geluidwering bij geluidgevoelige functies, zoals woningen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen bestaande en nieuwe situaties. Wegverkeerslawaai Op grond van de Wet geluidhinder dient voor nieuwe geluidgevoelige objecten getoetst te worden aan de geluidbelasting vanaf omliggende zoneplichtige wegen. Op de locatie Hei 12 is reeds een geluidgevoelig object aanwezig. Er is geen sprake van oprichting van nieuwe geluidgevoelige objecten en/ of het verplaatsen van het geluidgevoelig object. De Wet geluidhinder is voor deze planwijziging dan ook niet van toepassing. Industrielawaai Ook de eventuele geluidsinvloed van omliggende bedrijven en inrichtingen geldt dat ter plaatse reeds een geluidgevoelige functie aanwezig was, zoals ook omschreven in paragraaf 4.3. Er is geen sprake van een wijziging van de situatie op dit onderdeel en aan de aanbevolen afstanden blijkt te worden voldaan. Een nader akoestisch onderzoek is niet noodzakelijk.

4.5.

Luchtkwaliteit

Wet Luchtkwaliteit Sinds 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking en staan de hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen beschreven in de Wet milieubeheer (Wm, hoofdstuk 5). Artikel 5.16 Wm (lid 1) geeft weer onder welke voorwaarden bestuursorganen bepaalde bevoegdheden (uit lid 2) mogen uitoefenen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid: • Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde. • Een project leidt - al dan niet per saldo - niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. • Een project draagt ‘niet in betekende mate’ (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging. • Een project past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of binnen een regionaal programma van maatregelen. Hierna wordt ingegaan op het feit dat het initiatief ‘niet in betekende mate’ (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging, waardoor luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering vormen. ‘Niet in betekenende mate (NIBM)’ De doelstelling voor het plangebied Hei 12 is de bestemming te wijzigen van ‘Agrarisch – intensieve veehouderij’ naar ‘Wonen’. Door het verdwijnen van het agrarisch bedrijf verdwijnt de uitstoot van de veehouderij en verdwijnen de verkeersbewegingen ten dienste van dit bedrijf.

Het betreft niet alleen zware transportbewegingen voor de aan- en afvoer van varkens, voer en mest, maar ook personenauto’s voor bijvoorbeeld dierenartsen, controleurs en leveranciers. De vervoersbewegingen voor de voormalige bedrijfswoning blijven in tact, nu voor de burgerwoonfunctie.

Ruimtelijke onderbouwing herbestemming Hei 12, Baarlo | 31 augustus 2021

22

Ten dienste van de opslag zal een beperkt aantal vervoersbewegingen per week plaatsvinden. De omvang hiervan is zeer beperkt, aangezien het statische opslag betreft en de spullen die ter plaatse worden opgeslagen slechts incidenteel worden benut. In het Besluit NIBM is vastgelegd dat een project niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van een bepaalde stof als aannemelijk is dat het project een toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%. De 3% grens wordt gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Als deze 3% grens niet wordt overschreden, dan hoeft geen verdere toetsing aan grenswaarden plaats te vinden. De Regeling NIBM geeft voor een aantal soorten van projecten een (getalsmatige) invulling aan de NIBM-grens. De 3% is o.a. als volgt gekwantificeerd: • Voor woningbouw geldt dat de 3% grens is vastgesteld op 1.500 woningen (bij 1 ontsluitingsweg) en op 3.000 woningen in het geval van 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. • Voor kantoren geldt dat de 1% grens is vastgesteld op 100.000 m2 bruto vloeroppervlakte kantoorgebouwen (bij 1 ontsluitingsweg) en op 200.000 m2 bruto vloeroppervlakte kantoorgebouwen in het geval van 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling.

Bij de herbestemming Hei 12 verdwijnt de veehouderij definitief en wordt de vervolgfunctie gevormd door wonen, ter plaatse van de bestaande bedrijfswoning, met op een beperkt deel van de gronden opslag. Deze herbestemming valt ruimschoots binnen de NIBM-grens voor woningen. Het plan geldt dan ook als een NIBM-project. Een nader onderzoek naar de luchtkwaliteit ten gevolge van de ontwikkeling is niet nodig. Huidige achtergrondconcentratie Naast het effect dat het plan heeft op de luchtkwaliteit dient ook gekeken te worden naar de luchtkwaliteit in het plangebied zelf. Agrarische bedrijfswoningen zijn niet perse gevoelig voor het aspect ‘luchtkwaliteit’, terwijl burgerwoningen dit wel zijn. Op grond van de Wet zijn grenswaarden opgenomen voor de jaargemiddelde concentraties voor onder andere fijnstof (PM10). De grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie bedraagt 40 μg/m3. Vanaf 1 januari 2015 geldt tevens een grenswaarde voor PM2,5 waaraan door het bevoegd gezag bij vergunningverlening moet worden getoetst. Deze grenswaarde is opgenomen in de Wet milieubeheer en bedraagt 25 μg/m3 voor de jaargemiddelde concentratie. Voor de kortdurende blootstelling van de mens aan piekconcentraties van NO2 geldt een grenswaarde van 200 μg/m3 voor het uurgemiddelde van NO2, die niet vaker dan 18 maal per kalenderjaar mag worden overschreden.

De norm voor langdurende blootstelling van de bevolking is de grenswaarde van 40 μg/m3 voor de jaargemiddelde NO2-concentratie. Sinds een aantal jaren wordt de achtergrondconcentratie van de luchtkwaliteit gemonitord door de (landelijke) overheid. Zowel de totale situatie, als de invloed van verschillende stoffen en componenten, worden hierbij in de gaten gehouden. Woningen zijn gevoelige functies voor het aspect luchtkwaliteit. De situatie is dan ook getoetst aan de hand van de beschikbare gegevens uit de verspreidingskaarten (Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland, Rijksdienst voor Volksgezondheid en Milieu). Ter hoogte van de projectlocatie is sprake van de volgende waarden:

Ruimtelijke onderbouwing herbestemming Hei 12, Baarlo | 31 augustus 2021

23

Waarde plangebied (μg/m3) Grenswaarde (μg/m3) - 2020 (gegevens 2020) 17 11 14

PM10 PM2,5 NO2

40 25 40

Zoals blijkt uit bovenstaande tabel wordt voor de belangrijkste luchtkwaliteitscomponenten binnen het plangebied voldaan aan de grenswaarden. De luchtkwaliteit ter plaatse legt dan ook geen belemmeringen op aan de beoogde ontwikkeling. Conclusie Door het feit dat de ontwikkeling ‘NIBM’ is, kan geconcludeerd worden dat er geen negatieve gevolgen zullen zijn voor het aspect luchtkwaliteit. Daarnaast wordt er ruim voldaan aan de grenswaarden van de achtergrondconcentraties. Hierdoor is te concluderen dat er ook sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Geconcludeerd wordt dan ook dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de herbestemming van Hei 12.

4.6.

Geur

De Wet geurhinder en veehouderijen (Wgv), in werking getreden op 1 januari 2007, schept het beoordelingskader voor geurhinder als gevolg van tot veehouderij behorende dierenverblijven. De Wgv geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object (bijvoorbeeld een woning). Nederland is opgesplitst in concentratie- en niet-concentratie gebieden. In deze gebieden wordt weer onderscheid gemaakt tussen objecten die liggen binnen de bebouwde kom of buiten de bebouwde kom. In diercategorieën wordt onderscheid gemaakt tussen dieren waarvoor vaste afstanden gelden (ongeacht aantal en stalsysteem) en dieren met emissiefactoren, waarvoor de geurcontour berekend dient te worden. Bij geur wordt gekeken naar voorgrond- en achtergrondbelasting. Voorgrondbelasting betreft de geurinvloed van één bedrijf. Bij de achtergrondbelasting wordt de geurbelasting van alle veehouderijen samen op enige locatie samen genomen. De locatie Hei 12 ligt in concentratiegebied Zuid, buiten de bebouwde kom. In het verleden werden op het bedrijf varkens gehouden, een diercategorie waarvoor emissiefactoren gelden. De dichtst bijgelegen in bedrijf zijnde veehouderij bevindt zich op een afstand van meer dan 400 meter van Hei 12. Gezien deze grote afstand werd de geursituatie bepaald door de eigen varkenshouderij van initiatiefnemers, gevestigd op Hei 12 en Hei 6.

Voorliggende ruimtelijke onderbouwing is opgesteld met als doel de agrarische bestemming te wijzigingen in een woonbestemming middels een veegbestemmingsplan. Hiermee is sprake van een definitieve beëindiging van de varkenshouderij aan de Hei 12. De bestemming van Hei 6 is een aantal jaar geleden reeds gewijzigd. De geuruitstoot van beide locaties van het bedrijf verdwijnt hiermee definitief. Deze locaties leveren dan ook geen bijdrage meer aan de geurbelasting in het gebied. De voorgrondbelasting vervalt, evenals de bijdrage aan de achtergrondbelasting, waardoor deze lager zal worden voor de projectlocatie en omgeving.

Ruimtelijke onderbouwing herbestemming Hei 12, Baarlo | 31 augustus 2021

24

Afbeelding 25. Uitsnede kaart Monitoring gemeente Peel en Maas IV-beleid 2018

Met de planwijziging wordt in het plangebied geen nieuwe geurgevoelige functie mogelijk gemaakt. Het bedrijfsgebouw wordt immers in gebruik genomen voor opslag, waarmee geen sprake is van een gebouw dat permanent of op een daarmee vergelijkbare wijze wordt gebruikt voor menselijk wonen of verblijf. De (voormalige) agrarische bedrijfswoning vormt in de nieuwe situatie een burgerwoning. Het woon- en leefklimaat ter plaatse van deze woning wordt bepaald door de achtergrondbelasting. De gemeente Peel en Maas heeft in 2018 de achtergrondbelasting als gevolg van alle veehouderijen in kaart gebracht (afbeelding 25). Uit deze monitoring leek toen dat de achtergrondbelasting inclusief eigen geur maximaal 7,4 OU bedroeg. Daarmee is sprake van een ‘redelijk goed’ milieukwaliteit. Gezien de grote afstand tot overige veehouderijen zal het verdwijnen van de eigen veehouderij significant invloed hebben op de achtergrondbelasting. Deze zal na de beëindiging dan ook tenminste van het niveau ‘redelijk goed’ zijn. Er is dan ook sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat inclusief de varkenshouderij Hei 12 reeds sprake was van milieukwaliteit ‘redelijk goed’.

Door de beëindiging van de varkenshouderij Hei 12 is de geurbelasting in het gebied afgenomen, hetgeen het woon- en leefklimaat ten goede komt voor de eigen bedrijfswoning en de omgeving. Het plan gaat niet uit van nieuwe geurgevoelige functies. Het aspect geur vormt dan ook geen belemmering voor de herbestemming van de locatie Hei 12.

4.7.

Bodem

In een bestemmingsplan dient gemotiveerd te worden dat de in het plan toegelaten bestemming passend is in relatie tot de bodemkwaliteit. De (milieuhygiënische) bodemkwaliteit moet geschikt zijn voor de volgens de bestemming toegestane functie(s). In het kader van de bestemmingswijziging is door BodemInzicht een ‘historisch bodemonderzoek’ uitgevoerd ter plaatse van het plangebied. Het onderzoek is uitgevoerd op basis van de richtlijnen zoals deze zijn vastgelegd in de norm NEN5725. De onderzoeksrapportage ‘Rapport vooronderzoek Hei 12 te Baarlo’ (BodemInzicht, 29 januari 2021) is opgenomen als bijlage 2. bij deze ruimtelijke onderbouwing. De conclusie van het onderzoek luidt samengevat als volgt:

Ruimtelijke onderbouwing herbestemming Hei 12, Baarlo | 31 augustus 2021

25

“Op basis van de resultaten van het vooronderzoek wordt de hypothese gesteld dat de onderzoekslocatie onverdacht is met betrekking tot bodemverontreiniging, behoudens drie verdachte deellocaties. De voormalige ondergrondse tank, voormalige dieseltank en opslag van olie worden als verdachte deellocatie beschouwd. Op basis van het vooronderzoek is de locatie onverdacht voor aanwezigheid van asbest in de bodem, behoudens de druppelzone van de veldschuur. Geadviseerd wordt de druppelzone conform NEN5707 te onderzoeken.” Bij de voorgenomen functiewijziging is geen sprake van sloop of gewijzigd gebruik van de locatie. Er worden in fysieke zin geen wijzigingen aangebracht op het terrein, behalve de aanplant van de noodzakelijke landschappelijke inpassing. Voorliggend wijzigingsplan heeft uitsluitend tot doel het toegestane gebruik van het perceel te wijzigen van ‘Maatschappelijk’ naar ‘Wonen’. Nu er geen sloop of (nieuw)bouw aan de orde is, is er vooralsnog geen aanleiding de bodem ter plaatse van de tank verder te onderzoeken. Voor de verdachte deellocaties ‘voormalige bovengrondse dieseltank’ en ‘olieopslag’ bestaat door de bodembeschermende maatregelen niet direct aanleiding tot aanvullend onderzoek. De verdachte deellocatie ‘voormalige ondergrondse olietank’ is geen onderdeel geweest van de voormalige bedrijfsmatige activiteiten en dus ook niet van de bestemmingsplanwijziging.

De deellocatie 'druppelzone veldschuur' blijft bestaan omdat de veldschuur in gebruik blijft. Voordat het asbestverdacht dak van de veldschuur in de toekomst wordt gesaneerd, dient aanvullend onderzoek plaats te vinden. Dit wordt verankerd in de planregels.

4.8.

Externe veiligheid

Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving vanwege: • het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen door bedrijven (inrichtingen); • het transport van gevaarlijke stoffen (openbare wegen, waterwegen, spoorwegen en buisleidingen); • het gebruik van luchthavens; • het gebruik van windturbines. Voor inrichtingen is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) het belangrijkste toetsingskader. Hierin zijn bijvoorbeeld grenswaarden, richtwaarden en oriënterende waarden opgenomen voor het zogenaamde plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Daarnaast is er specifieke wetgeving voor de opslag van vuurwerk en munitie. Voor transport van gevaarlijke stoffen is met name de Wet vervoer gevaarlijke stoffen relevant. Op 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) in werking getreden, waarmee het verplicht is geworden transportroutes waarlangs gevaarlijke stoffen worden vervoerd, vast te leggen in het bestemmingsplan. Verder is het Besluit externe veiligheid buisleidingen van belang (Bevb). Voor luchthavens geldt specifiek beleid, dat deels nog in ontwikkeling is. De regels over externe veiligheid en windturbines zijn opgenomen in het Activiteitenbesluit. De laatste twee onderdelen zijn niet relevant voor dit bestemmingsplan.

Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet getoetst worden aan het externe veiligheidsbeleid. In ruimtelijke plannen moet worden ingegaan op de risico’s in het projectgebied ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen. De risico’s dienen te worden beoordeeld op twee maatstaven, te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico.

Ruimtelijke onderbouwing herbestemming Hei 12, Baarlo | 31 augustus 2021

26

Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico beschrijft de kans per jaar dat een onbeschermd individu komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron (bedrijf, weg, spoorlijn etc.), waarbij de 10-6 contour (kans van 1 op 1 miljoen op overlijden) de maatgevende grenswaarde is. Groepsrisico Het groepsrisico beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het groepsrisico wordt uitgedrukt in een grafiek, waarin de kans op overlijden van een bepaalde groep (bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen) wordt afgezet tegen de kans daarop. Voor het groepsrisico geldt de oriëntatiewaarde als ijkpunt in de verantwoording (géén norm). Voor elke verandering van het groepsrisico (af- of toename) in het invloedsgebied moet verantwoording worden afgelegd over de wijze waarop de toelaatbaarheid van deze verandering in de besluitvorming is betrokken. Samen met de hoogte van het groepsrisico moeten andere kwalitatieve aspecten worden meegewogen in de beoordeling van het groepsrisico. Voor het plangebied geldt dat door de functiewijziging de gebruiksmogelijkheden worden ingeperkt.

Het aantal aanwezige personen op de locatie zal onder de nieuwe bestemming in elk geval niet toenemen en wellicht afnemen. Dit vertaalt zich in een positief effect op het eventuele groepsrisico en het potentieel aantal slachtoffers (afname aantal potentiële slachtoffers). (Beperkt) kwetsbare objecten Er moet getoetst worden aan het Bevi en de richtlijnen voor vervoer gevaarlijke stoffen wanneer bij een ontwikkeling (beperkt) kwetsbare objecten worden toegestaan. (Beperkt) kwetsbare objecten zijn o.a. woningen, scholen, ziekenhuizen, hotels, restaurants, zoals bedoeld in artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Risicovolle activiteiten In het kader van het plan moet bekeken worden of er in of in de nabijheid van het plan sprake is van risicovolle activiteiten (zoals Bevi-bedrijven, BRZO-bedrijven en transportroutes) of dat risicovolle activiteiten worden toegestaan. Plangebied Uit het bestemmingsplan ‘Buitengebied Peel en Maas’ blijkt dat er in of in de omgeving van de locatie geen risicovolle activiteiten zoals leidingen of transportassen voorkomen. Ook uit de Risicokaart blijkt dat er geen risicobronnen in de omgeving liggen.

Afbeelding 26. Uitsnede risicokaart omgeving Hei, Baarlo (bron: risicokaart.nl)

Ruimtelijke onderbouwing herbestemming Hei 12, Baarlo | 31 augustus 2021

27

Het meest nabijgelegen risico object is een propaantank. Deze ligt op het terrein van recreatiepark ‘De Berckt’ op ruim 700 meter van het plangebied. De tank heeft een inhoud van 3.000 liter. Het Activiteitenbesluit regelt de aan te houden afstanden tot opslagtanks en hun vulpunten. Voor propaan betreft de maximaal aan te houden afstand (> 5m3 en bevoorrading > 5 keer/jaar) 25 meter. Gezien de afstand tussen de tank en de locatie Hei 12 is er binnen het plangebied geen sprake van een verhoogd risico op het gebied van externe veiligheid. Tevens is er als gevolg van de ontwikkeling geen sprake van een verhoogd groepsrisico, aangezien er geen woning wordt toegevoegd. Onder de overige thema’s van de Risicokaart worden geen risicobronnen benoemd. Het aspect ‘externe veiligheid’ legt dan ook geen beperkingen op aan de bestemmingswijziging.

4.9.

Water

Bij het opstellen van ruimtelijke plannen dienen waterhuishoudkundige belangen meegewogen te worden. De ‘watertoets’ is hiervoor het toetsinstrument. Het doel van de watertoets is het voorkomen van waterproblemen, zoals wateroverlast en verdroging. Nieuwe plannen dienen te voldoen aan het principe van Hydrologisch Neutraal Ontwikkelen, waarbij de hydrologische situatie minimaal gelijk moet blijven aan de oorspronkelijke situatie. Hemelwater Het nemen van maatregelen voor de afkoppeling van hemelwater, is noodzakelijk indien er sprake is van een toename van het verhard oppervlak (bebouwing en verharding). Voorliggend initiatief richt zich op de bestemmingswijziging naar ‘Wonen’. De huidige bebouwing op de locatie blijft behouden. Met het verdwijnen van de bestemming ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’ nemen de bouwmogelijkheden op het perceel af. Maatregelen voor de afkoppeling van hemelwater zijn dus niet noodzakelijk. Ook vinden als gevolg van de bestemmingswijziging in de toekomst geen bodem- en grondwaterbedreigende activiteiten meer plaats op de locatie. Een negatieve beïnvloeding van het grondwaterpeil of de waterhuishouding is gezien de aard van het plan niet aan de orde. Afvalwater Het (huishoudelijk) afvalwater blijft conform de huidige situatie aangesloten op het bestaande rioleringssysteem.

Overleg waterbeheerder Gezien de beperkte omvang van het initiatief is het niet verplicht het plan te bespreken/ voor te leggen aan het waterschap. Uiteraard heeft het waterschap in het kader van de formele planprocedure de mogelijkheid om op het initiatief te reageren. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de bestemmingswijziging geen belemmeringen oplevert voor de waterhuishoudkundige situatie en dat de waterhuishoudkundige situatie ook geen belemmeringen oplevert voor de wijziging van de bestemming ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’ in ‘Wonen’.

Ruimtelijke onderbouwing herbestemming Hei 12, Baarlo | 31 augustus 2021

28

4.10.

Archeologie en cultuurhistorie

De Erfgoedwet verplicht gemeenten in hun bestemmingsplannen rekening te houden met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische resten. De gemeente Peel en Maas heeft haar archeologisch beleid vastgelegd in een archeologische beleidskaart. De waardering op de archeologische beleidskaart is doorvertaald in het geldende bestemmingsplan. Voor het plangebied geldt deels de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 4' en deels 'Waarde – Archeologie - 5'. Op basis van deze dubbelbestemmingen is archeologisch onderzoek noodzakelijk bij bodemingrepen vanaf een diepte van 0,40 meter en een oppervlakte van respectievelijk 250 m2 en 1.500 m2. De dubbelbestemmingen worden overgenomen in het veegplan. Hierdoor wordt de bescherming van archeologische belangen bij eventuele toekomstige bodemingrepen gewaarborgd. Daarnaast vindt er binnen het plangebied slechts een bestemmingswijziging plaats, zonder sloop of nieuwbouw. De bodem blijft daarmee ongeroerd. Archeologisch onderzoek is in het kader van deze procedure dan ook niet aan de orde. Wanneer in de toekomst werkzaamheden op het perceel uitgevoerd worden die het roeren van de bodem tot gevolg kunnen hebben, blijven de voorwaarden vanuit de dubbelbestemmingen 'Waarde Archeologie – 4' en ‘Waarde – Archeologie - 5’ van kracht.

Nu het plan niet zorgt voor wijziging in de bebouwde of onbebouwde situatie ter plaatse heeft het geen invloed op cultuurhistorische waarden in of in de omgeving van het plangebied.

4.11.

Natuur

Bij iedere ontwikkeling dienen de eventuele gevolgen ten aanzien van de natuurbescherming inzichtelijk gemaakt te worden. Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. De Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming), de Flora- en Fauna wet (soortenbescherming) en de Boswet zijn opgegaan in deze nieuwe wet. De strekking van de wet blijft gelijk: de beschermde gebieden en soorten mogen niet aangetast worden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Gebiedsbescherming Door het Rijk zijn in Nederland Natura 2000-gebieden aangewezen. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de Vogel- en Habitatrichtlijnen. Voor deze gebieden zijn instandhoudingsdoelstellingen bepaald.

Ruimtelijke onderbouwing herbestemming Hei 12, Baarlo | 31 augustus 2021

29

Afbeelding 27. Afstand plangebied tot Natura2000-gebied (bron: Limburg.nl)

Het is verboden zonder vergunning van Gedeputeerde Staten projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000 gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. Natura 2000-gebieden kunnen schade ondervinden wegens diverse aspecten, zoals verdroging, oppervlakteverlies, verontreiniging, versnippering, optische verstoring, verzuring en vermesting. In de ruime omgeving van het plangebied zijn geen Natura 2000 gebieden gelegen. Het meest nabijgelegen gebied betreft Deurnsche Peel & Mariapeel, op een afstand van zo’n 12 kilometer van het plangebied. Het plan ziet op herbestemming van een bestaande bebouwde locatie met een bedrijfswoning en agrarische functie. De locatie wordt herbestemd voor ‘Wonen’ met beperkte opslag. Bedrijfsmatige agrarische activiteiten, waaronder de voormalige veehouderij, zijn niet meer toegestaan. Voor de locatie Hei 12 waren in het verleden de volgende dieraantallen vergund:

1. 2. 3. 4. 5. 6.

Diercategorie Kraamzeugen Guste/ dragende zeugen Opfokzeugen Gespeende biggen Schapen Pony’s

Huisvesting Traditioneel Traditioneel Traditioneel Traditioneel

Aantal 42 128 20 561 10 1

Als gevolg van de bestemmingswijziging worden zowel de bouwmogelijkheden als de gebruiksmogelijkheden op het perceel beperkt. De emissie als gevolg van het houden van bovenstaande dieraantallen verdwijnt in zijn geheel, evenals de emissie vanuit de voor de agrarische

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=6f72d492-eae5-49c4-a921-ed95a579cb60