2022-088 03 Bijlage A - Begroting 2023 gemeente Peel en Maas.docx
Tekst van het document
78
- Decentralisaties Jeugdzorg, Wmo begeleiding en participatie De door het Rijk gedecentraliseerde taken op het gebied van jeugdzorg en Wmo begeleiding gaan gepaard met efficiencykortingen waarvan nog moet blijken of gemeenten deze structureel kunnen realiseren. De rijksmiddelen voor het sociaal domein worden verdeeld op basis van objectieve verdeelmodellen waardoor op termijn de inkomsten en uitgaven (meer) in evenwicht raken en gemeenten meer zekerheid kunnen krijgen over de verwachte inkomsten. Door de forse tekorten in de jeugdzorg heeft het Rijk extra compensatie toegezegd. Alhoewel die compensatie nog niet in de algemene uitkering van 2024 en verder is verrekend is het wel toegestaan om de toegezegde bedragen meerjarig op te nemen. Voorzichtigheidshalve kiezen we er voor om 75% van deze bedragen op te nemen. - Gemeentefonds ná 2025 In de jaren tot en met 2025 neemt het gemeentefonds fors toe als gevolg van verwachte rijksuitgaven door dit kabinet (‘samen trap op’). Ook is de opschalingskorting tijdelijk opgeschort. Deze korting is voorheen door het Rijk ingevoerd bij het plan om allemaal 100.000+ gemeenten te krijgen. Dat plan is inmiddels al lang van de baan maar de (jaarlijks oplopende) ‘efficiencykorting’ op het gemeentefonds is wel nog steeds van kracht.
Vanaf 2026 vervalt de opschortende werking voor de opschalingskorting en dalen de rijksuitgaven ook weer naar het niveau 2021-2022. Dat betekent dat het gemeentefonds afneemt in dat jaar op basis van de huidige verwachtingen en er dus alleen incidenteel extra middelen beschikbaar zijn. - Dwingende uitspraken met betrekking tot PAS (Plan aanpak stikstof) en PFAS (poly- en perfluoralkylstoffen) De Raad van State heeft uitspraak gedaan over het PAS. Vooraf toestemming geven voor activiteiten die schadelijk kunnen zijn voor beschermde natuurgebieden mag niet meer. Daardoor is het verlenen van vergunningen voor activiteiten, in de buurt van Natura2000 gebieden, waar stikstof bij vrijkomt lastiger. Provincies en ministeries stellen vergunningverlening uit tot er meer duidelijk is. De ministeries van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Infrastructuur en Waterstaat en provincies (verenigd in het Interprovinciaal Overleg) onderzoeken de gevolgen van de uitspraak. Dit kan ook voor ons gevolgen hebben omdat investeringen uitgesteld worden en opbrengsten voor bouwleges en vergunningverlening teruglopen. Op 8 juli 2020 gaf de staatssecretaris een handelingskader voor PFAS-houdende grond. Daardoor moet de grond bij civiele werken onderzocht worden op de aanwezigheid van PFAS. Kavels die verkocht worden moeten ook onderzocht worden. Verontreinigde grond mag niet meer verwerkt worden.
Dit zorgt voor extra kosten, vertragingen schaarste aan schone grond.
79
4.2.3 Risico's voortvloeiend uit de samenwerking met andere gemeenten en instanties Samenwerking met andere partijen betekent dat er ook een risico ontstaat wanneer er bij de betreffende partners bijvoorbeeld financiële of organisatorische problemen ontstaan. Bij de gemeente Peel en Maas geldt dat in het bijzonder bij de volgende situaties: - Gemeenschappelijke regelingen De gemeente kan worden geconfronteerd met financiële tegenvallers van gemeenschappelijke regelingen, waarin de gemeente zich verplicht bij te dragen in eventuele nadelige saldi. Hierop is niet altijd directe invloed. In de paragraaf verbonden partijen staan deze gemeenschappelijke regelingen benoemd. De specifieke risico’s met betrekking tot de WSW-organisatie NLW worden onderstaand nog toegelicht: NLW We zijn aangesloten bij de gemeenschappelijke regeling Werkvoorzieningsschap NLW. Dit werkvoorzieningsschap is 100% aandeelhouder van NLW-groep NV. De financiering van de WSW verloopt via twee geldstromen: WSW-subsidie van het Rrijk en een gemeentelijke bijdrage. In principe moet de rijksbijdrage voldoende zijn om een SW-plek te exploiteren. Doordat de afgelopen jaren de rijksvergoeding per SW-plek is verlaagd ontstaan bij NLW tekorten die door de deelnemende gemeenten moeten worden gecompenseerd.
Voor NLW blijkt dat er de komende jaren nog flinke exploitatietekorten zullen zijn die door de deelnemende gemeenten worden afgedekt. De daarvoor geraamde bijdragen zijn in de begroting opgenomen. Die bijdragen zijn gebaseerd op de om taakstellende begrotingen van NLW waarbij is uitgegaan van de cijfers uit de vastgestelde koers/visie. Omdat de actuele ramingen van NLW hogere tekorten laten zien dan in koers/visie opgenomen, is het risico dat gemeenten meer moeten bijdragen dan eerder geraamd. De gemeenten Venray, Horst aan de Maas en Peel en Maas houden toezicht op de exploitatie van NLW. Momenteel wordt de governance met betrekking tot de NLW NV en het werkvoorzieningschap NLW onderzocht en een nieuwe structuur bepaald. Tot die tijd wordt gewerkt met een ambtelijke voorbereidingsgroep, bestaande uit medewerkers van de betreffende gemeenten. Zij overlegt regelmatig met de directie en MT van NLW. In de paragraaf verbonden partijen wordt NLW verder toegelicht. De specifieke financiële risico’s met betrekking tot NLW betreffen de mogelijke afwaardering van de deelneming in de NLW NV wanneer het eigen vermogen en de stille reserves lager zijn dan de waarde van de deelneming op de balans van het werkvoorzieningschap. Het tweede belangrijke risico betreft de gemeentelijke bijdrage in de exploitatietekorten van de NLW NV.
Zoals aangegeven zijn de bijdragen in onze begroting gebaseerd op de cijfers uit het koers/visie document. De werkelijke realisatie kan echter afwijken van de prognose en als het weerstandsvermogen van de NV niet voldoende is, zullen gemeenten een aanvullende bijdrage moeten doen. In financiële zin hebben we daar op geanticipeerd door een budget op te nemen voor een mogelijk aanvullende bijdrage aan NLW. - Samenwerkingsovereenkomsten Op meerdere terreinen worden de taken van de gemeente uitgevoerd in samenwerking met anderen. Zo wordt er samengewerkt met de gemeenten in de regio op het gebied van belastingen, brandweer, vergunning, toezicht en handhaving en dergelijke en ook op het gebied van het sociaal domein doen we een aantal zaken samen. Voor de samenwerkingsvormen moeten goede afspraken op maat gemaakt worden over hoe met verschillende zaken wordt omgegaan (beleid, informatie, financiën, verantwoording etc.). Wanneer dit niet goed is vastgelegd kunnen aanzienlijke risico's ontstaan (meerkosten, verantwoordelijkheid, claims). - Gemeente Helden Holding B.V. De vennootschap ‘Gemeente Helden Holding B.V.’ is een 100% onderneming van de gemeente Peel en Maas. Deze vennootschap heeft een 100% deelneming in ‘Heldense Bossen B.V.’ De resultaten van deze dochteronderneming zijn na een aantal jaren onder druk te hebben gestaan weer meerdere jaren positief.
De resultaten over de jaren 2020 en 2021 hebben door corona onder druk gestaan maar een afwaardering op de jaarrekening van de gemeente Peel en Maas is door de stille reserves niet nodig. We volgen de ontwikkelingen om het risico zo gering mogelijk te houden.
80
4.2.4 Risico's voortvloeiend uit het doen/ nalaten van derden De gemeente Peel en Maas heeft tal van overeenkomsten afgesloten met derden. Wanneer deze partijen hun verplichtingen niet nakomen ontstaan en voor de gemeente mogelijk financiële gevolgen. Het belangrijkste risico in deze is: - Gemeentegaranties We staan voor bepaalde organisaties en particulieren, direct of indirect, garant voor de betaling van rente en aflossing van langlopende geldleningen of startersleningen. Als zij niet voldoen aan de betalingsverplichtingen en eventuele garantiefondsen onvoldoende zijn, heeft dit financiële gevolgen. 4.2.5
Risico's voortvloeiend uit voor de gemeente niet te beïnvloeden (autonome) ontwikkelingen Op veel zaken die gebeuren kan de gemeente geen of nauwelijks invloed uitoefenen. Dat zijn veelal autonome ontwikkelingen die echter wel gevolgen kunnen hebben voor de gemeente. De belangrijkste risico’s worden onderstaand beschreven: - Ontwikkelingen grondexploitatie De risico’s grondexploitatie zijn toegelicht in de paragraaf Grondbeleid. - Renteontwikkeling In de paragraaf Financiering gaan we in op de risico's met betrekking tot leningen. - Onroerende zaakbelastingen Jaarlijks ontvangen alle eigenaren van woningen en niet-woningen beschikkingen over de nieuwe waarde van hun eigendommen. Bij de bepaling van het tarief OZB wordt met een bepaald percentage voor de waardestijging rekening gehouden. Dat kan afwijken van de werkelijke waardeontwikkeling. Verder is onverwachte leegstand en de bouwcapaciteit van belang. Achterblijvende bouwactiviteiten betekenen een lagere opbrengst. Er vindt jaarlijks een taxatie plaats met als peildatum het vorig jaar. Deze manier van taxeren in combinatie met verder optimalisering van het taxatiemodel, leidt tot meer geactualiseerde WOZ-bestanden, waardoor de risico’s kleiner zijn. De waardering van WOZ-objecten wordt voor Peel en Maas uitgevoerd door BsGW. - Verblijfsbelasting De verblijfsbelasting wordt bepaald door het aantal overnachtingen.
Dit is wisselend en weersafhankelijk. Ook de bedrijfsvoering van exploitanten van toeristische bedrijven heeft hier invloed op. BsGW en de gemeente doen steekproefcontroles om de juistheid en volledigheid van de opbrengsten te controleren. - Ontwikkelingen in andere bedrijfstakken Ontwikkelingen in andere bedrijfstakken/sectoren kunnen ook (financiële) invloed hebben op de gemeente Peel en Maas. Als bijvoorbeeld de loonkosten stijgen in een bepaalde bedrijfstak kan dat effecten hebben op de prijzen waardoor uiteindelijk de kosten voor Peel en Maas kunnen stijgen. - Corona We zien in de loop van 2022 de directe effecten van de coronapandemie op onze gemeentelijke begroting afnemen. Bovendien keert het Rijk nog voldoende compensatie uit zodat de financiële effecten binnen de begroting kunnen worden opgevangen. Voor 2023 verwachten we vooralsnog wel indirecte effecten van de coronapandemie op onderdelen zoals het sociaal domein. Waar mogelijk hebben we daar in de bestaande budgetten al rekening mee gehouden. - Oorlog Oekraïne en inflatie Als gevolg van de oorlog in Oekraïne worden in Peel en Maas vluchtelingen opgevangen. Dat gebeurt zowel op particuliere locaties als via gemeentelijke opvang. De aan de opvang verbonden kosten worden door het Rijk in 2022 gecompenseerd. De verwachting is dat ook in 2023 opvang nodig is en daar ook rijkscompensatie voor wordt toegekend.
Een ander gevolg van de oorlog in Oekraïne en de daar aan verbonden sanctiemaatregelen tegen Rusland zijn de oplopende tarieven voor gas en elektriciteit. Voor het gemeentelijk verbruik is een inschatting gemaakt op basis van de situatie per september 2022 en het nieuwe inkoopcontract. De meerkosten zijn afgedekt in de begroting. De gevolgen van de stijgende prijzen voor de inwoners worden door het Rijk gecompenseerd door diverse belastingmaatregelen. In deze begroting is extra budget opgenomen om de huishoudens met lage inkomens extra te ondersteunen in 2023 als blijkt dat de rijksmaatregelen onvoldoende zijn. 81
4.2.6 Risico's voortvloeiend uit bedrijfsvoering Binnen de eigen organisatie van de gemeente Peel en Maas ontstaan ook risico’s in het dagelijkse werk dat wordt verzet. De belangrijkste risico’s met betrekking tot de eigen bedrijfsvoering zijn: - De organisatie/personeel Op het personele vlak houden we in de begroting beperkt rekening met kosten voor vervanging van medewerkers in verband met ziekte. Wanneer het ziekteverzuim groter wordt dan de opgenomen budgetten kan dat effect hebben op het begrotingssaldo. - Aansprakelijkheid Bedrijven en particulieren stellen de gemeente steeds vaker aansprakelijk. Wij zijn voor wettelijke aansprakelijkheid en bestuursaansprakelijkheid verzekerd. Bij beleidswijzigingen onderzoeken we de mogelijke risico’s. - Onderhoud/investeringen De beheersplannen worden constant geoptimaliseerd. De onderhoudsniveaus bepalen het budget. De uitvoering stemmen we af op het budget. Veranderingen met financiële gevolgen hebben invloed op de reserves of de begroting. 5. Eindconclusie Zoals beschreven in de Nota risicomanagement inventariseren we periodiek de aanwezige risico’s. De risico’s worden getoetst, gekwantificeerd en waar nodig worden beheersmaatregelen ingezet. Die periodieke inventarisatie leidt zowel tot specifieke risicodossiers als tot actualisatie van de algemenere risico’s die in de voorgaande paragrafen zijn beschreven.
In de onderstaande tabel is aangegeven op welke wijze de belangrijkste risico’s zoals die in deze paragraaf zijn opgenomen zijn gekwantificeerd en via welke reserve deze al direct worden afgedekt. Risico's ALGEMENE RISICO'S Risico's beleid hogere overheid en derden Algemene uitkering Sociaal domein
2.000.000 950.000
Risico's autonome ontwikkelingen en bedrijfsvoering Exploitatie algemeen
2.200.000
SPECIFIEKE RISICO'S Specifieke risicodossiers
1.100.000 6.250.000
Naast de specifiek benoemde reserves zijn er ook nog andere reserves die tot de weerstandscapaciteit behoren (zoals opgenomen in onderdeel 2 van deze paragraaf) en is de totale weerstandscapaciteit: € 11.806.324. De weerstandratio van de gemeente Peel en Maas bedraagt: 11.806.324 (Weerstandscapaciteit) Weerstandsratio =
= 1,89 6.250.000 (Gekwantificeerde risico’s)
Daarmee valt het weerstandsvermogen van Peel en Maas in de categorie ruim voldoende (weerstandsratio van 1,4 tot 2,0) en voldoet aan de gestelde norm >1.
82
6. Financiële kengetallen Vanaf 2016 worden in de begroting en jaarstukken ook financiële kengetallen opgenomen die iets zeggen over de financiële situatie van de gemeente. De waarde van deze kengetallen kenmerkt zich vooral door het inzicht in het verloop gedurende een langere periode van werkelijke realisatiecijfers. De informatiewaarde van kengetallen die (ver) in de toekomst liggen is beperkt aangezien de cijfers waar de kengetallen op gebaseerd zijn opgebouwd worden uit prognoses en niet op werkelijke realisatie. Dat maakt vergelijking van kengetallen tussen gemeenten onderling ook lastig. Over 2018 tot en met 2020 zijn de kengetallen op basis van de werkelijke realisatie opgesteld. De opgenomen kengetallen zijn: 1. Netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Omdat bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal terug worden betaald wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal te berekenen, zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden.
Op die manier wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en ook wat dat betekend voor de schuldenlast. De wijze waarop de netto schuldquote gecorrigeerd voor de doorgeleende gelden wordt berekend, is gelijk aan de netto schuldquote, met dien verstande dat bij de financiële activa ook alle verstrekte leningen worden opgenomen (zie artikel 36, onderdelen b en c, van het BBV). 2. De solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale balanstotaal. Het eigen vermogen van een gemeente bestaat volgens artikel 42 van het BBV uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. 3. Grondexploitatie Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. Voor de berekening van dit kengetal worden de niet in exploitatie genomen gronden en de bouwgrond in exploitatie bij elkaar opgeteld en gedeeld door de totale baten uit de programmabegroting of jaarstukken (ingevolge artikel 17, onderdeel c, van het BBV) en uitgedrukt in een percentage.
De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. De accountant moet ieder jaar beoordelen of de gronden tegen een juiste waarde op de balans zijn opgenomen. 4. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt nu het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten (zie artikel 17, onderdeel c, van het BBV) en uitgedrukt in een percentage. 5. Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeenten zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. De uitkomst van de berekening van dit kengetal is voor het jaarverslag hetzelfde als bij de begroting. Het kengetal hoeft dus voor het opnemen in het jaarverslag niet opnieuw te worden berekend.
Het toch opnieuw opnemen houdt verband met het feit dat de kengetallen gezamenlijk en in samenhang bezien inzicht geven in de financiële positie van de gemeente. De definitie van het kengetal belastingcapaciteit is: Woonlasten meerpersoonshuishouden in jaar t (het begrotingsjaar) ten opzichte van het landelijk gemiddelde in jaar t-1 (het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar) uitgedrukt in een percentage. De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen, wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Het COELO publiceert ieder jaar deze lasten in de Atlas van de lokale lasten. Onder de woonlasten worden verstaan de OZB, de rioolheffing en reinigingsheffing voor een woning met gemiddelde waarde in die gemeente.
83
Normering financiële kengetallen Voor de beoordeling van de financiële positie van gemeenten is het belangrijk dat zowel naar de balans als naar de exploitatie wordt gekeken. De kengetallen netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, solvabiliteitsratio en grondexploitatie hebben betrekking op de balans. De kengetallen structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit brengen tot uitdrukking of een gemeente over voldoende structurele baten beschikt en welke mogelijkheid de gemeente heeft om de structurele baten op korte termijn te vergroten. Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven. De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen en geeft daarmee inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten.
De relevantie van het kengetal structurele exploitatieruimte is om te weten welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de gemeenten wordt de belastingcapaciteit gerelateerd aan de hoogte van de gemiddelde woonlasten (OZB, rioolheffing en reinigingsheffing). Naast de OZB wordt ook gekeken naar de riool- en afvalstoffenheffing omdat de heffing niet kostendekkend hoeft te zijn, maar ook lager mag worden vastgesteld (er is dan sprake van belastingcapaciteit die niet benut wordt). Om een beeld te geven hoe de financiële positie van gemeenten zich ontwikkelt, zijn de gemeenten per kengetallen onderverdeeld naar 3 categorieën. In het algemeen is categorie A minder risicovol dan categorie B en B weer minder risicovol dan C. De onderstaande normering van de kengetallen is opgesteld door het ministerie van BZK en wordt landelijk gebruikt: NORMEN
CATEGORIE A
CATEGORIE B
CATEGORIE C
Minst risicovol
Gemiddeld risicovol
Meest risicovol
1a
Netto schuld quote
< 90%
90% - 130%
> 130%
1b
Netto schuld quote excl. leningen
< 90%
90% - 130%
> 130%
2
Solvabiliteitsratio
>50%
20% - 50%
< 20%
3
Grondexploitatie
<20%
20% - 35%
> 35%
4
Structurele exploitatieruimte
>0%
0
<0%
5
Belastingcapaciteit
<95%
95% - 105%
>105%
Kengetallen Peel en Maas 2019 - 2026 De berekeningen van de kengetallen voor de gemeente Peel en Maas leidt tot de volgende uitkomsten waarbij al is aangegeven in welke risicocategorie deze vallen. 2019
2020
2021
Realisatie Realisatie Realisatie
2022
2023
2024
2025
2026
Begroot
Begroot
Begroot
Begroot
Begroot
Netto schuld quote Netto schuld quote excl. leningen Solvabiliteitsratio
93%
91%
94%
103%
96%
95%
92%
88%
84%
81%
83%
96%
87%
87%
84%
80%
34%
27%
26%
23%
24%
25%
27%
34%
Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit
7%
4%
2%
4%
2%
2%
2%
2%
5%
6%
1%
3%
3%
4%
5%
1%
93%
96%
96%
91%
93%
93%
93%
93%
De uitkomsten laten zien dat Peel en Maas voor 2023 alleen scores heeft in categorie A (minst risicovol) en B (gemiddeld risicovol) zit en nergens boven de normen uitkomt voor de meest risicovolle categorie (C).
84
7-B Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen Algemeen Door middel van de paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen krijgt de raad inzicht in de stand van zaken voor het onderhoud van de kapitaalgoederen en daardoor de mogelijkheid om richting te geven aan onderhoud van de infrastructuur (wegen, water, riolering, kunstwerken), voorzieningen (groen, verlichting, sportfaciliteiten) en gebouwen. Onderhoud kapitaalgoederen openbare ruimte Het Uitvoeringsplan openbare ruimte (2016-2021) is vastgesteld door het college op 26 september 2016 en wordt op dit moment geactualiseerd. Dit plan zet de basisinformatie ter onderbouwing van de paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen van de gemeente Peel en Maas op een rij. Het zijn gegevens zoals het areaal, de hoeveelheid te onderhouden openbare ruimte, de huidige kwaliteit daarvan, beschikbare middelen en berekende onderhoudskosten. In deze samenvatting gaat het vooral om de financiële consequenties. Er wordt ingegaan op zowel het technisch onderhoud als de verzorging en reiniging van de openbare ruimte. Beheer en onderhoud van de openbare ruime richt zich op het veilig en functioneel houden van de openbare ruimte en het gedurende lange termijn in stand houden. Om dit te bereiken worden maatregelen uitgevoerd, die zijn te splitsen in dagelijks en groot onderhoud en vervangingen (aan het eind van de levensduur).
Riolering In het Uitvoeringsplan openbare ruimte is riolering nog niet opgenomen. Riolering is nodig voor de bescherming van de volksgezondheid, het milieu en het tegengaan van wateroverlast. De raad heeft op 12 oktober 2021 het Waterketenplan Noord 2021-2025 en Gemeentelijk RioleringsPlan Peel en Maas 20222026 vastgesteld. In dit wettelijk verplichte gemeentelijk RioleringsPlan (GRP) beschrijven we hoe we werken in de (afval)waterketen. Daarmee geven we aan hoe wij als gemeente omgaan met de wettelijke zorgplichten voor stedelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater en grondwatermaatregelen. We geven hiermee ook richting aan de invulling van onze zorgplicht voor het veiligstellen van de drinkwatervoorziening. Ook gaan we in op de nieuwe ontwikkelingen die onze zorgplichten raken; klimaatverandering en de invoering van de Omgevingswet zijn van invloed op onze werkzaamheden. We werken samen binnen het Waterpanel Noord. De betrokken partners in de waterketen zijn de gemeenten van Waterpanel Noord, Waterschap Limburg (WL), Waterschapsbedrijf Limburg (WBL) en Waterleidingmaatschappij Limburg (WML). Samen vertegenwoordigen we alle schakels die nodig zijn om water te winnen en uiteindelijk na gebruik weer te lozen. De totale vervangingswaarde van ons rioolstelsel bedraagt bijna 250 miljoen euro.
Om ons stelsel ook in de toekomst goed te laten functioneren zijn voor de komende 80 jaar de verwachte uitgaven berekend. De bedragen voor vervangen en/of renovatie zijn opgenomen in de investeringen, net als die voor verbeteren grondwatermaatregelen. Samen met de investeringen in het verleden bedragen de kapitaallasten gedurende de planperiode van dit GRP jaarlijks ongeveer € 2 miljoen. In de jaarlijkse exploitatiebegroting zijn de kosten voor regulier onderhoud riolering opgenomen (het dagelijks beheer). Een voorziening groot onderhoud is er niet, onderhoud zit in de exploitatielasten. Er is wel een voorziening voor vervanging van riolen, persleidingen en (onderdelen van) gemalen en drukriolering. Daarbij lopen de kapitaallasten uit het verleden af wat ook zorgt voor een wisseling in jaarlijkse kosten. De voorziening functioneert dus als een voorziening voor tariefegalisatie, een artikel 44 lid 2 voorziening zoals in het GRP staat aangegeven. Daarnaast beschikt de gemeente over een bestemmingsreserve riolering (BBV artikel 43 lid 1b), deze bevat gelden die het resultaat zijn van gerealiseerde efficiencyvoordelen of aanbestedingsresultaten. Het GRP gaat uit van kostendekkendheid in 80 jaar. Het product riolering is kostendekkend.
Notitie Waardeoriëntatie en kaderstelling thema’s ruimte en economie Het onderhoud van de kapitaalgoederen openbare ruimte maakt in de begroting deel uit van Thema 1 Ruimte van het programma 1.2 Beheer fysieke leefomgeving. De kaderstelling voor de thema’s ruimte en economie is in december 2017 door de raad vastgesteld in de notitie Waardeoriëntatie en kaderstelling thema’s ruimte en economie. In deze notitie wordt kort uitgelegd wat de gemeente wil bereiken, namelijk het ‘goede leven’ in Peel en Maas. Vervolgens worden de waarden benoemd, in de vorm van spanningsbogen voor zowel ruimte als economie en worden de bij deze waarden horende omgevingsdoelen weergegeven. Er wordt gewerkt aan een klimaat adaptieve en klimaat neutrale fysieke leefomgeving met oog voor biodiversiteit. De inwoners worden bewust gemaakt van klimaatveranderingen en we stimuleren en faciliteren maatregelen zoals het ontkoppelen van hemelwater, de aanleg van extra groen, het verminderen van bestaande verhardingen en het tegengaan van nieuwe verhardingen. Water wordt ingezet als kwaliteitsimpuls. Ook wordt er ruimte gemaakt voor de energietransitie. 85
Areaal openbare ruimte De gemeente Peel en Maas heeft een oppervlakte van ruim 160 km². Ongeveer 7% van deze oppervlakte is openbare ruimte waarvan het grootste gedeelte in het buitengebied ligt. Peel en Maas is een uitgestrekte gemeente met 11 kernen. De openbare ruimte omvat vooral wegen en groen waarvan de verhouding tussen die twee ongeveer gelijk is. Naast vierkante meters openbare ruimte staan er objecten in de openbare ruimte zoals bomen, lichtmasten, speeltoestellen, civiele kunstwerken en straatmeubilair. Kwaliteit De gemeente Peel en Maas heeft haar ambities voor de openbare ruimte vastgelegd met de kaderstelling thema’s Ruimte en Economie, programma 1.2. Beheer fysieke leefomgeving. Hoe we de openbare ruimte inrichten en beheren ligt vast in het Uitvoeringsplan Openbare Ruimte. We zorgen gebiedsgericht voor een kwalitatief goed ingerichte en onderhouden openbare ruimte. We maken daarbij onderscheid in de na te streven beeldkwaliteiten volgens de landelijke standaard voor beeldkwaliteitsniveaus: A is het hoogste onderhoudsniveau. Gebieden Woongebieden Centrumgebieden en toeristische gebieden Bedrijventerreinen – wegen Bedrijventerreinen – overige onderdelen Buitengebied – wegen Buitengebied – overige onderdelen
Niveau B A B C B C
Het ontwerp en het onderhoud is gericht op een lange levensduur zonder dat onderdelen (op termijn) ontoelaatbare overlast en schade opleveren. Op basis van de ervaring en expertise van de beheerders voldoet de kwaliteit van de openbare ruimte in grote mate aan dit ambitieniveau. Wegen worden jaarlijks geïnspecteerd, bomen 3-jaarlijks en speeltoestellen worden 4 keer per jaar geïnspecteerd. Stortingen in voorzieningen Voor verschillende onderhoudsgroepen beschikt de gemeente over een voorziening, waarin een jaarlijkse storting wordt gedaan. Hiermee anticiperen we op uitgaven voor groot onderhoud en worden fluctuerende uitgaven geëgaliseerd.
Saldo 1-1-2023
VOORZIENINGEN 2023 - 2026
Saldo 1-1-2024
Saldo 1-1-2025
Saldo 1-1-2026
Voorziening openbare verlichting Voorziening parkbos en kasteelterrein D'Erp Baarlo Voorziening riolering
109.001 39.013 -30.975 38.515 55.098 71.681 13.965.999 14.145.299 14.062.636
-100.963 88.264 14.090.613
TOTAAL
14.113.515 14.239.410 14.103.342
14.077.914
Als bijlage C is een overzicht van de voorzieningen opgenomen waarin ook jaarlijkse toevoegingen en onttrekkingen zijn gespecificeerd.
Voorziening openbare verlichting Deze voorziening wordt vanaf 2024 negatief. Vanaf 2023 wordt het reguliere budget voor openbare verlichting met € 160.000 opgehoogd. In 2023 loopt het onderhoudscontract met de aannemer van openbare verlichting af. We bekijken dan hoe we de bestaande overeenkomst kunnen voortzetten en beoordelen hoeveel geld nodig is voor verdere verduurzaming. De financiële consequenties worden opgenomen in de kadernota 2024. Dan zal ook de rol van deze voorziening worden gewogen. Voorziening wegen De gemeente Peel en Maas maakte gebruik van een voorziening wegen. In 2022 bedroeg de storting € 1.080.000 en vanaf 2023 € 1.180.000. Het doel van deze voorziening was egalisatie van kosten voor onderhoud wegen over de jaren heen. Omdat wij jaarlijks de voorziening helemaal leeg maakten voldeed deze niet aan de voorschriften. Daarom is, in samenspraak met onze accountant Deloitte, een stelselwijziging gedaan: Vanaf 2022 worden de begrote kosten niet meer toegevoegd aan de voorziening maar aan de jaarlijkse uitgaven op het product wegen. 86
Voorziening speeltoestellen Conform Uitvoeringsplan openbare ruimte worden speeltoestellen die technisch zijn afgeschreven, vervangen. We geven hiermee invulling aan de behoeften van ouders en kinderen om het buiten spelen en bewegen te bevorderen. Door planmatige vervanging houden we het totaal aan speelvoorzieningen op niveau en voldoen we aan de strenge veiligheidseisen. Vanaf de begroting 2022 ‘loopt de voorziening speeltoestellen leeg’ en wordt op de investeringenlijst jaarlijks € 150.000 opgenomen, dit is het gemiddeld benodigde bedrag voor vervanging. Investeringen Naast de jaarlijks beschikbare middelen in de exploitatie worden er ook investeringen gedaan voor groot onderhoud en de vernieuwing van de openbare ruimte. Uitvoeringsbudget beheer en onderhoud In onderstaande tabel is per onderhoudsgroep een uitsplitsing gemaakt van de bedragen die beschikbaar zijn in de exploitatie en de onttrekking uit de voorziening. Dit is exclusief het beschikbare investeringsbudget van gemiddeld € 4,4 miljoen per jaar voor herinrichting/vervanging van met name verharding. De budgetten en bedragen die zijn opgenomen betreffen de budgetten 2022. In de Begroting 2023 zijn de budgetten met 2,5% prijsinflatie geïndexeerd. beschikbaar in exploitatie
beschikbaar in voorziening
totaal beschikbaar in begroting
Groen
2.296.072
16.583
2.312.655
Reiniging
144.580
0
144.580
Spelen
88.663
Straatmeubilair
82.639
0
82.639
Totaal wijk, natuur en landschap Openbare verlichting
2.611.954 685.177
16.583 50.012
2.628.537 735.189
Verharding
2.246.497
Civiele kunstwerken
87.125
0
87.125
Gladheidsbestrijding
62.358
0
62.358
Riolering
1.591.427
179.300
1.770.727
TOTAAL
7.304.538
245.895
7.530.433
88.663
2.246.497
Vergelijking middelen en kosten Exploitatie In onderstaande tabel is de vergelijking weergegeven tussen de beschikbare middelen in de begroting (exploitatie en voorzieningen) en de berekende onderhoudskosten. Deze bedragen zijn exclusief VAT (kosten voor Voorbereiding, Administratie en Toezicht van het beheer en onderhoud), dus alleen de uitvoeringskosten. Beschikbaar in Benodigd verschil % begroting budget Groen
2.312.655
2.287.426
25.229
1
Reiniging
144.580
181.244
-36.664
-25
Spelen
88.663
89.938
-1.275
-1
Straatmeubilair
82.639
67.173
15.466
19
Totaal wijk, natuur en landschap
2.628.537
2.625.781
2.756
Openbare verlichting
735.189
613.575
121.614
17
Verharding
2.246.497
2.258.785
-12.288
-1
Civiele kunstwerken
87.125
118.701
-31.576
-36
Gladheidsbestrijding Riolering TOTAAL
62.358 1.770.727 7.530.433
68.033 1.770.727 7.455.602
-5.675
-9
0
0
87
74.831
Investeringen Reconstructies worden gefinancierd via investeringen. Dit betreft vooral verharding maar hierin zit ook een gedeelte groen, verlichting, straatmeubilair en civiele kunstwerken. Het gemiddelde investeringsbudget over de afgelopen 10 jaar voor vervanging van verhardingen is ongeveer € 4,4 miljoen euro per jaar. In de begroting 2023 is hiervoor € 10,8 miljoen opgenomen. Dit betreft onder andere integrale aanpak van projecten in de openbare ruimte, in slimme combinatie met investeringen in riolering en verkeer- en vervoersprojecten. Gemiddeld bestaan reconstructies uit de volgende onderdelen: Verharding 84% Groen 7% Verlichting 0% Straatmeubilair 1% Civiele kunstwerken 8% Totaal 100% Daarnaast is in 2023 een investering voor speeltoestellen opgenomen van € 150.000. In onderstaande tabel is de vergelijking weergegeven tussen beschikbare investeringsbudgetten openbare ruimte en de benodigde investeringsbedragen. Deze bedragen zijn inclusief VAT (kosten voor Voorbereiding, Administratie en Toezicht van het beheer en onderhoud). beschikbaar uit investeringen 300.000
Groen
benodigd uit investeringen 258.440
verschil 41.560
Reiniging
0
0
0
Spelen
150.000
129.571
20.429
Straatmeubilair
55.000
45.526
9.474
Openbare verlichting
15.000
0
15.000
Verharding
3.680.000
3.293.080
386.920
Civiele kunstwerken
350.000
206.090
143.910
Gladheidsbestrijding
0
0
0
Riolering *
0
0
0
TOTAAL
4.550.000
3.932.707
617.293
* De investeringen voor riolering zijn in bovenstaand overzicht niet opgenomen omdat de kapitaallasten voor deze investeringen worden gedekt uit de voorziening riolering.
Conclusies: • De openbare ruimte voldoet aan het vastgestelde beeldkwaliteitsniveau en er is ongeveer voldoende budget voor het uitvoeren van het dagelijks en groot onderhoud voor alle producten. • Het tekort op reiniging wordt opgevangen door werknemers van het Mens Ontwikkel Bedrijf (MOB) in te zetten. Dit zijn de mensen die in een werkervaringsproject werken met behoud van uitkering. • Kenmerkend voor Peel en Maas is dat het een landschappelijke gemeente is. De dorpskernen worden verbonden met lange verbindingswegen en omringd door een ruim buitengebied met verbindingswegen. Voorheen heeft de focus van investeringen in de wegen veel gelegen op wegen binnen de bebouwde kom gekoppeld aan de GRP-opgaves. Nu de opgave voor het afkoppelen een heel stuk bij is, zal de focus zich deels gaan verplaatsen naar de wegen buiten de bebouwde kom. Dit heeft als gevolg dat de werkzaamheden (en kosten) niet meer gecombineerd en deels gedragen kunnen worden door riolering en de investeringsbedragen voor wegen hoger zijn. • Het overschot op de exploitatie bij openbare verlichting moet worden bezien in relatie met het tekort op de voorziening openbare verlichting, deze voorziening wordt vanaf 2024 negatief. Vanaf 2023 wordt het reguliere budget voor openbare verlichting met € 160.000 opgehoogd. In 2023 loopt het onderhoudscontract met de aannemer van openbare verlichting af.
We bekijken dan hoe we de bestaande overeenkomst kunnen voortzetten en beoordelen hoeveel geld nodig is voor verdere verduurzaming. De financiële consequenties worden opgenomen in de kadernota 2024. Dan zal ook de rol van deze voorziening worden gewogen. 88
• • •
Het overschot op het investeringsbudget van speeltoestellen wordt gebruikt om de achterstand in vervanging van de afgelopen jaren in te lopen. Het opgenomen investeringsbedrag van jaarlijks € 150.000 is een gemiddeld benodigd bedrag voor vervanging. Het tekort in de exploitatie op civiele kunstwerken wordt gecompenseerd door het overschot op dit gebied in de investeringen. Zo worden bruggen en duikers als investering opgenomen en één keer in de 40 á 60 jaar vervangen. Op het vervangingsbudget van groen bij investeringen is een klein overschot. Werkelijke kosten zijn afhankelijk van de keuze plantmateriaal in relatie tot onderhoudskosten en wensen omgeving. Door droogte is er regelmatig uitval van planten, deze moeten dan vervangen worden door klimaatbestendiger plantmateriaal. Om de biodiversiteit te stimuleren wordt vaker gekozen voor bloeiende planten. De investeringskosten hiervan zijn hoger dan standaard beplanting.
Onderhoud gemeentelijke accommodaties Eind 2018/begin 2019 zijn de onderhoudsplannen voor de gemeentelijke accommodaties geactualiseerd. In 2022 worden de onderhoudsplannen geactualiseerd. Op het moment van het samenstellen van de begroting 2023 is dit proces nog niet afgerond. Vandaar dat we in de begroting 2023 uitgaan van de onderhoudsuitgaven zoals opgenomen in de onderhoudsplannen van 2019. Het onderhoud van de gemeentelijke accommodaties is er op gericht om een bepaalde functionaliteit in stand te houden. Uitgangspunt is de accommodaties zo effectief mogelijk in een dusdanige staat van onderhoud te houden dat er sprake is van een veilige, gezonde en bruikbare accommodatie, met daarbij als uitgangspunt het voorkomen van achterstallig onderhoud en calamiteiten en het behouden van een acceptabele visuele staat. In sommige gevallen is een hoger onderhoudsniveau gewenst en in andere gevallen is een wat lager onderhoudsniveau acceptabel. De kwaliteitsniveaus zijn gebaseerd op de NEN 2767 methodiek. De uitwerking daarvan gaat uit van zes verschillende kwaliteitsniveaus: - Niveau 1: uitstekend, nieuwbouwkwaliteit en/of met nieuwbouw vergelijkbare kwaliteit. - Niveau 2: goed, nieuwbouwkwaliteit met de eerste tekenen van feitelijke veroudering. - Niveau 3: redelijk, het natuurlijke verouderingsproces is duidelijk op gang gekomen.
- Niveau 4: matig, het verouderingsproces heeft het bouwdeel of de accommodatie duidelijk in zijn greep. - Niveau 5: slecht, het verouderingsproces is min of meer onomkeerbaar geworden c.q. heeft het bouwdeel/de accommodatie zeer duidelijk in zijn greep. - Niveau 6: zeer slecht, een zodanig slechte toestand dat dit niet meer te classificeren is onder niveau 5. In de praktijk gaan wij uit van een viertal kwaliteitsniveaus. Het gekozen niveau is afhankelijk van de accommodatie zelf en de toekomstsituatie van de accommodatie. - Kwaliteitsniveau 2: Hiermee is bewust gekozen deze bijzondere gebouwen in een goede staat te houden met mogelijk wel wat zichtbare veroudering; bijvoorbeeld het Huis van de Gemeente en DOK6. - Kwaliteitsniveau 3: Het merendeel van de gemeentelijke accommodaties wordt op dit niveau onderhouden. Dit is een gangbare en meest efficiënte onderhoudsbenadering voor bestaande accommodaties. - Kwaliteitsniveau 4: Het gaat hier om accommodaties die potentieel afgestoten kunnen worden. We zijn hier terughoudend met het doen van onderhoud, maar waken wel voor het behoud van veiligheid, gezondheid en bruikbaarheid. - Kwaliteitsniveau 5: Hierbij worden de onderhoudskosten teruggeschroefd vanwege het ontwikkelend karakter, waarmee een potentieel verval in niveau 5 acceptabel is.
Het gaat hier specifiek om accommodaties die onder leegstandsbeheer vallen en/of aanstaande sloop van de gebouwen vanwege (toekomstige) ontwikkelingen. De onderhoudskosten in de onderhoudsplannen zijn gesplitst in de volgende categorieën: - Jaarlijks onderhoud - Groot onderhoud - Investeringen Daarnaast is er een onderscheid gemaakt in onderhoudskosten die voor rekening komen van de eigenaar en voor de gebruikers/huurders. Voor het jaarlijkse onderhoud zijn in de begroting jaarlijkse budgetten opgenomen. De uitgaven voor het groot onderhoud dekken we uit de daarvoor in het leven geroepen voorzieningen. Jaarlijks storten we eenzelfde bedrag in de voorziening. Dit bedrag moet dan voldoende zijn om al het onderhoud voor groot onderhoud in de toekomst te kunnen uitvoeren. 89
Voor de investeringen wordt een nieuw krediet aangevraagd en hierop wordt afgeschreven. Het gaat hier om vervangingsinvesteringen. Deze investeringen zijn in het verleden ook geactiveerd. De “oude” kapitaallasten komen te vervallen omdat de oude investering is afgeschreven. Hiervoor in de plaats komen dan de kapitaallasten van de nieuwe vervangingsinvestering. De gemeente Peel en Maas kent geen voorziening per gebouw, maar een voorziening per soort gebouw. Dit beperkt enerzijds het aantal administratieve handelingen en anderzijds kan er vrijer worden omgegaan met de middelen in een voorziening. Zo kan een tegenvaller op het gebied van groot onderhoud opgevangen worden door een meevaller op het gebied van groot onderhoud als het gaat om eenzelfde soort gebouw. Op basis van de nieuwe onderhoudsplannen onderscheiden we de volgende voorzieningen: - Binnensportaccommodaties - Buitensportaccommodaties - Sociaal culturele accommodaties - Dok6 - Huis van de Gemeente - Gemeentewerf - Overige gemeentelijke accommodaties Onderstaand is een overzicht opgenomen met de stand van de voorzieningen van de gemeentelijke accommodaties van 2023 tot en met 2026. Er is geen sprake van achterstallig onderhoud. Wel is onderhoud bij sommige accommodaties uitgesteld.
Dit omdat de kwaliteit van datgene dat vervangen zou moeten worden nog voldoende was of omdat er op dit moment gekeken wordt naar het toekomstperspectief van een accommodatie zoals bij de sporthal in Maasbree. Dit uitgesteld onderhoud is wel meegenomen in de cijfers in onderstaande tabel. De voorziening gemeentewerf wordt vanaf 1 januari 2025 negatief. Dit heeft te maken met het uit te voeren groot onderhoud in 2024 voor een bedrag van € 216.017. Volgens het huidige onderhoudsplan wordt de voorziening op 1 januari 2028 weer positief. Na afronding van het proces voor het opstellen van de nieuwe onderhoudsplannen in 2024 bekijken we welke maatregelen we moeten nemen om te voorkomen dat de voorziening negatief wordt.
1-1-2023 Storting Onttrekking 1-1-2024 Storting Onttrekking 1-1-2025 Storting Onttrekking 1-1-2026 Storting Onttrekking 1-1-2027
Binnensport- Buitensportacc. acc. 127.224 251.362 90.000 110.000 129.284 36.007 87.940 325.355 90.000 110.000 162.573 24.920 15.367 410.435 90.000 110.000 43.564 160.048 61.803 360.387 90.000 110.000 86.395 134.013 65.408 336.374
Sociaal Cult. acc. 247.725 35.000 31.747 250.978 35.000 94.918 191.060 35.000 25.045 201.015 35.000 96.216 139.799
90
Dok 6 101.872 37.000 50.476 88.396 37.000 34.977 90.419 37.000 125.207 2.212 37.000 11.118 28.094
Huis v/d Gemeente 414.658 56.000 14.650 456.008 56.000 30.750 481.258 56.000 138.752 398.506 56.000 21.750 432.756
Gemeentewerf 141.788 28.000 19.917 149.871 28.000 216.017 -38.146 28.000 14.388 -24.534 28.000 36.817 -33.351
Overige 109.142 13.000 4.671 117.471 13.000 42.349 88.122 13.000 10.578 90.544 13.000 78.652 24.892
7-C Paragraaf Financiering Inleiding Treasury is het sturen en beheersen van, het verantwoorden van en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. Doelstellingen treasury In het treasury-statuut heeft de gemeente zich als doel gesteld: 1. Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities. 2. Het beschermen van gemeentelijke vermogens- en (rente)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en liquiditeitsrisico’s. 3. Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van geldstromen en financiële posities. 4. Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de wet Fido, respectievelijk de limieten en richtlijnen van het treasury-statuut. Risicobeheer Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende algemene uitgangspunten: 1. De gemeente mag uitsluitend ten behoeve van de uitoefening van de “publieke taak” leningen aangaan, middelen uitzetten of garanties verlenen. 2. De gemeente kan middelen uitzetten uit hoofde van de treasury-functie als deze uitzettingen een prudent karakter hebben en niet zijn gericht op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico.
Het prudente karakter van deze uitzettingen wordt gewaarborgd met de richtlijnen en limieten van de wet Fido en het treasury-statuut. 3. Het gebruik van derivaten is toegestaan, maar deze worden uitsluitend toegepast ter beperking van financiële risico’s. Voordat de derivatentransactie wordt afgesloten, wordt advies ingewonnen bij een onafhankelijke externe ter zake kundig adviseur. Bestaande wetgeving De wet Financiering Decentrale Overheden (fido) en de Regeling Uitzettingen en Derivaten Decentrale Overheden (Rrddo). Met de invoering Schatkistbankieren is de wet Financiering Decentrale Overheden aangepast en is een ministeriële regeling van kracht. Invoering Schatkistbankieren voor decentrale overheden Vanaf 15 december 2013 is de ‘Wijzigingswet financiering decentrale overheden (Fido)’ van toepassing. Deze wet verplicht alle decentrale overheden om hun overtollige (liquide) middelen aan te houden in de schatkist. Het woord ‘overtollig’ verwijst naar alle middelen die decentrale overheden niet onmiddellijk nodig hebben voor de publieke taak. Een decentrale overheid behoudt, op basis van de wet Fido, de mogelijkheid om leningen te verstrekken en uitzettingen te verrichten uit hoofde van de publieke taak. Deelname aan schatkistbankieren verandert daar niets aan.
Aan de hand van bankstanden en liquiditeitsprognoses wordt bepaald in hoeverre geldmiddelen nodig of overtollig zullen zijn. Aan de hand van deze prognoses worden de mogelijkheden van kasgeldleningen optimaal ingezet. Algemene ontwikkelingen De toegestane toe te rekenen rente aan de grondexploitatie moet vanaf 2016 gebaseerd zijn op de daadwerkelijke te betalen rente over het vreemd vermogen. Het is niet meer toegestaan om rente over het eigen vermogen toe te rekenen aan de grondexploitatie. Het rentepercentage voor de grondexploitatie waar in deze begroting mee gerekend is bedraagt 0,75%. Rentenotitie In 2017 is een nieuwe notitie rente gemaakt door de commissie BBV (Besluit Begroting en Verantwoording). In deze notitie wordt ingegaan op de verwerking van de rentelasten en –baten in de begroting en jaarstukken. Doelstelling van deze notitie is het bevorderen van een eenduidige handelwijze met betrekking tot rente door gemeenten (harmonisering), stimuleren dat gemeenten de (verwachte) werkelijke rentelasten opnemen in de begroting en de jaarstukken en het eenduidig inzichtelijk maken van de wijze waarop de gemeenten met rente zijn omgegaan (transparantie). De bepalingen en richtlijnen van deze notitie zijn in werking getreden met ingang van het begrotingsjaar 2018.
91
Zowel de commissie BBV als de provincie Limburg adviseert om het onderstaand renteschema op te nemen in de paragraaf Financiering van zowel de begroting als de jaarstukken. Hiermee wordt inzicht gegeven in de rentelasten externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening. Het renteomslagpercentage voor de berekening van de aan de taakvelden toe te rekenen rente is in 2023 0,75%. Renteschema De externe rentelasten lange financiering
875.321
De externe rentelasten korte financiering
125.000
-/- Externe rentebaten
99.747
Saldo
900.574
-/- Rente doorberekend aan grondexploitatie
16.824
-/- Rente projectfinanciering
44.192
Rentebaat projectfinanciering
48.001
Aan taakvelden toe te rekenen rente
887.559
Rente eigen vermogen
-
Rente voorzieningen
-
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
887.559
De aan taakvelden toegerekende rente
1.227.789
Renteresultaat taakveld Treasury
340.230
Renterisico Renterisico’s worden beheerst door te voldoen aan de kasgeldlimiet en renterisiconorm. De kasgeldlimiet en de renterisiconorm hebben allebei als doel de lening portefeuille van decentrale overheden te behoeden voor een onverantwoord grote gevoeligheid voor rentefluctuaties. Ze stellen dus een grens aan de structuur van de leningen en niet aan de hoogte. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is een instrument voor beheersing van risico’s op korte termijn. De kasgeldlimiet wordt berekend als een percentage van het totaal van de jaarbegroting en bedraagt 8,5%, ofwel voor 2023 afgerond € 9.731.000. Als het financieringstekort deze limiet structureel overschrijdt dient tot consolidatie van deze “vlottende” schuld te worden overgegaan. We zijn dan verplicht om een langlopende geldlening af te sluiten. De gemiddelde netto vlottende schuld in het 3e en 4e kwartaal van jaar t-2 (2021) en in het 1e en 2e kwartaal van jaar t-1 (2022), is als volgt. Kasgeldlimiet 9.731.000 Gemiddelde netto vlottende schuld 3e kwartaal 2021 9.991.384 4e kwartaal 2021 6.414.496 1e kwartaal 2022 14.744.483 2e kwartaal 2022 10.554.216 Eind juli 2022 zaten we onder de kasgeldlimiet. Als de vlottende schuld in het tweede halfjaar weer structureel hoger wordt dan de kasgeldlimiet, dan moeten we eind 2022 overgaan tot consolidatie van de vlottende schuld via het aantrekken van een langlopende geldlening.
Op basis van de opgestelde liquiditeitsprognose is de conclusie dat we niet verplicht zijn in 2022 een langlopende lening aan te trekken. Voor 2023 en verder wordt op basis van actuele liquiditeitsprognoses opnieuw beoordeeld of het aantrekken van een langlopende lening noodzakelijk is.
92
Renterisiconorm De renterisiconorm is een instrument voor beheersing van risico’s op lange termijn. De renterisiconorm geeft het maximumbedrag aan van het deel van de langlopende schuld waarover een renteaanpassing plaats kan vinden. Het doel is om spreiding aan te brengen in de rentetermijnen van de langlopende schuld en zo de invloed van een eventuele rentestijging niet te groot te laten zijn. Door binnen de renterisiconorm te blijven zal de invloed van een eventuele rentestijging op de exploitatie beperkt blijven. De renterisiconorm is vastgesteld op een percentage van 20% van het begrotingstotaal. Voor 2023 bedraagt de renterisiconorm van de gemeente Peel en Maas: € 22.754.000 (afgerond). Overzicht ‘renterisico en -norm’ Renteherzieningen langlopende leningen o/g Aflossingen Totaal renterisico Renterisiconorm Ruimte binnen renterisiconorm
2023
2024
2025
0 10.106.531 10.106.531 22.754.000 12.647.469
0 8.149.125 8.149.125
0 7.059.956 7.059.956
2026 1.225.701 7.072.402 8.298.103
Verstrekte geldleningen De gemeente Peel en Maas heeft uit hoofde van haar publieke taak onderstaande langlopende geldleningen verstrekt.
Leningen aan woningbouwcorporatie Leningen aan NLW Leningen aan verenigingen en organisaties Leningen aan deelnemingen Totaal
2023 2.131.357 1.700.000 2.032.405 1.898.522 7.762.284
Restantschulden ultimo jaar 2024 2025 1.992.446 1.850.911 1.700.000 1.700.000 1.946.612 1.861.040 1.898.522 1.898.522 7.537.580 7.310.473
2026 1.706.677 1.700.000 1.779.835 1.898.522 7.085.034
Opgenomen geldleningen De gemeente Peel en Maas heeft verschillende langlopende geldleningen opgenomen. Veruit de meeste leningen zijn afgesloten bij de BNG. De begrote rentekosten van de opgenomen geldleningen bedragen in 2023 € 875.321. Het gemiddelde rentetarief in 2023 bedraagt 1,19%. De restantschulden zullen zich voor de bestaande lening portefeuille als volgt ontwikkelen:
Opgenomen leningen
2023 68.093.653
Restantschulden ultimo jaar 2024 2025 60.009.406 52.949.449
2026 45.877.047
Koersrisico’s De gemeente beperkt de koersrisico’s op uitzettingen uit hoofde van treasury, door uitsluitend de volgende producten te hanteren: rekening-courant, spaarrekening, daggeld, deposito’s, obligatiefondsen en garantieproducten. Daarbij geldt altijd de hoofdsomgarantie. Valutarisico’s Deze worden beperkt door transacties uitsluitend in euro’s af te sluiten.
93
7-D Paragraaf bedrijfsvoering Wij zijn een gemeente die bijdraagt aan het goede leven in Peel en Maas. Dat is de missie die de raad bekrachtigde met de vaststelling van de Kaderstelling op het thema ‘Bestuur, Communicatie en Dienstverlening’. Om deze ambitie te realiseren is een organisatie met kwaliteiten nodig. Dit houdt in dat: • we een rolzuivere organisatie zijn, die stoelt op waardevolle bewegingen in de samenleving en daar waar nodig op aanvult; • we een gezonde, ontwikkelgerichte en dienstverlenende organisatie zijn die grip heeft op haar bedrijfsvoering en waarin leren een tweede natuur is; • we een organisatie zijn die een sterk collectief vormt waarin medewerkers goed werk met elkaar leveren. We zijn een organisatie die veel taken zelf uitvoert en groot belang hecht aan integraal werken en korte lijnen tussen beleid, uitvoering en bedrijfsvoering. Verantwoordelijkheden liggen laag in de organisatie. We zijn kritisch naar onze eigen organisatie en blijven zoeken naar kostenbesparing/efficiency zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit. Overigens moeten we als organisatie wel telkens de balans zoeken tussen enerzijds het zijn van een compacte wendbare organisatie en anderzijds de ambities en taken van onze gemeente. Bedrijfsvoeringsmiddelen Om de organisatie goed te laten functioneren zijn verschillende zaken van belang.
Goede huisvesting, goede digitale ondersteuning, opleidingsmogelijkheden, etc. In de coronaperiode is noodgedwongen veel ervaring opgedaan met het thuiswerken. Het niet werken in het Huis van de Gemeente bracht uitdagingen met zich mee, maar bood ook kansen. We blijven het hybride werken ondersteunen door zowel het werken in het Huis van de Gemeente als het thuiswerken op gepaste wijze te faciliteren. Het Huis van de Gemeente blijft de basis waarin onze medewerkers een solidaire werkgemeenschap vormen, en samen leren en ontwikkelen. Onderstaand een overzicht van een aantal kostenposten in relatie tot bedrijfsvoering.
Salariskosten
Begroot 2023 27.068.321
Begroot 2024 27.589.463
Begroot 2025 27.994.684
Begroot 2026 28.248.372
Kosten inhuur personeel Opleidingskosten Huisvestingskosten (incl. gemeentewerf) ICT kosten Tractie Kantoorbenodigdheden Accountantskosten
1.903.412 346.420 1.353.937 2.706.010 587.690 121.300 102.097
1.587.992 350.175 1.364.490 2.655.613 665.807 123.425 103.628
1.598.922 353.879 1.366.463 2.677.851 653.782 124.658 104.664
1.601.342 353.879 1.361.464 2.697.431 654.686 125.256 105.711
Meer inzicht in de specifieke kosten voor bedrijfsvoering van de gemeente zijn opgenomen in hoofdstuk 3 bij de indicatoren en in hoofdstuk 5 bij de nadere specificatie van de overheadkosten.
94
7-E
Paragraaf Verbonden partijen
Onder verbonden partijen verstaan we deelnemingen (vennootschappen), gemeenschappelijke regelingen, stichtingen en verenigingen waarin de gemeente een bestuurlijk belang heeft en een financieel belang en waarbij de participaties zijn gericht op de behartiging van het publieke belang. De verbonden partijen worden volgens artikel 15 van het BBV onderverdeeld in: • gemeenschappelijke regeling; • vennootschappen en coöperaties; • stichtingen en verenigingen en; • overige verbonden partijen. De gemeente Peel en Maas kent de volgende verbonden partijen: Gemeenschappelijke regelingen - Werkvoorzieningschap Noord Limburg West (NLW) - Belastingsamenwerking gemeenten en waterschappen (BSGW) - Modulair Gemeenschappelijke regeling Sociaal Domein Limburg Noord (MGR SDLN) - Gemeenschappelijke regeling Omnibuzz - Veiligheidsregio Limburg Noord (VRLN) - Gemeenschappelijke regeling RUD Limburg Noord (GR RUD LN) - Maasveren Limburg-Noord Vennootschappen en coöperaties - Gemeente Helden Holding BV - Nazorg (bodemzorg) Limburg BV In het besturingskompas is opgenomen dat we als gemeente alleen effectief kunnen werken aan onze ambitie om bij te dragen aan het goede leven wanneer we dit samen doen met (groepen) inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en andere overheden. We werken dan als organisatie samen met andere organisaties.
De gemeente gaat niet over tot de oprichting van of de deelneming in een verbonden partij, tenzij op deze wijze een publiek belang wordt behartigd dat niet op een andere wijze tot stand kan worden gebracht. De voorkeur heeft de publiekrechtelijke organisatie, omdat deze meer accent op de democratische controle en verantwoording heeft dan een privaatrechtelijke organisatie. Het aangaan van een verbonden partij, is afhankelijk van de vraag of het doelmatig en doeltreffend is om de publieke belangen te dienen. De toetsingscriteria ten aanzien van het wel of niet aangaan van een samenwerking zijn als volgt: - er dient sprake te zijn van een publiek belang; - dit belang kan niet volledig door de gemeente zelf worden uitgevoerd; - de taken in het kader van dit belang kunnen niet uitbesteed worden of door marktpartijen uitgevoerd worden. Daarnaast zijn er enkele aanvullende uitgangspunten opgesteld: - De gemeente gaat geen toekomstige 50-50 zeggenschapsverhoudingen aan met externe partners wanneer de gemeente garant staat voor eventuele tekorten. - Wanneer een samenwerking wordt aangegaan worden op voorhand eenduidige en adequate formele afspraken gemaakt tussen betrokken partijen, met name over de rolverdeling, communicatie en informatievoorziening. - Onnodige financiële verbondenheid van grootschalige projecten wordt vermeden.
- Bij grootschalige (regionale) evenementen wordt expliciet een afwikkelfase beschreven en in tijd weggezet. De organisaties Enexis B.V. en aanverwante deelnemingen (voormalige Essent) en de BNG, waar de gemeente Peel en Maas weliswaar aandeelhouder is, zijn niet opgenomen omdat het bestuurlijk belang dat Peel en Maas heeft op basis van het aantal aandelen te verwaarlozen is. Het financiële belang met betrekking tot deze organisaties beperkt zich tot het bedrag van de aandelen. Op de dividendpolitiek van deze organisaties kan de gemeente Peel en Maas nagenoeg geen invloed uitoefenen gezien het gering aantal aandelen. Enexis B.V. en de BNG worden dan ook door de gemeente Peel en Maas niet gezien als een verbonden partij. Op de volgende pagina’s wordt een nadere toelichting gegeven per verbonden partij.
95
Naam:
Werkvoorzieningsschap Noord Limburg West (NLW)
Vestigingsplaats:
Venray
Gemeentelijke visie:
Het werkvoorzieningsschap moet op adequate en doelmatige wijze de uitvoering van de Wet Sociale Werkvoorziening (WSW) verzorgen namens de gemeente Peel en Maas.
Doelstelling:
De doelstelling van de organisatie is om samen met de andere deelnemers (gemeente Venray en Horst aan de Maas) WSW-geïndiceerden een passende (WSW) dienstbetrekking aan te bieden. (Gerelateerd aan thema 2 Sociaal domein)
Reden deelneming:
Uit efficiencyoogpunt is de deelneming aan de gemeenschappelijke regeling gunstiger dan het zelfstandig uitvoeren van de Wet Sociale Werkvoorziening (WSW).
Activiteiten / prestaties:
Het werkvoorzieningsschap voert de volgende taken uit: - Regiefunctie c.q. opdrachtgever voor de uitvoering WSW. - Houder van de aandelen in de NLW groep NV en het uitoefenen van de zeggenschapsrechten in de algemene vergadering van aandeelhouders.
Organisatie bestuurlijk belang:
Werkvoorzieningsschap Noord Limburg West is een gemeenschappelijke regeling die bestaat uit de gemeenten Horst aan de Maas, Peel en Maas en Venray.
Eigen – en vreemd vermogen
De saldi van het eigen en vreemd vermogen van het Werkvoorzieningsschap Noord Limburg West bedragen:
Eigen vermogen Vreemd vermogen
Eigen vermogen Vreemd vermogen Resultaat verbonden partij: Gemeentelijk aandeel in de kosten:
31-12-2020
31-12-2021
Jaarrekening 2021
Jaarrekening 2021
69.000 5.759.000
59.000 5.580.000
31-12-2022
31-12-2023
Begroting 2022
Begroting 2022
59.000 5.482.000
59.000 5.425.000
Het verwachte exploitatieresultaat van de gemeenschappelijke regeling over 2023 bedraagt: € 0. Naast de reguliere gemeentelijke bijdrage van betaalt Peel en Maas ook de rijkssubsidie WSW (onderdeel van de Participatiewet) door aan NLW. Aan NLW NV wordt jaarlijks een bijdrage in het (verwachte) exploitatietekort betaalt. Voor het jaar 2023 betreft dat de volgende bedragen: Reguliere bijdrage: € 150.000 Doorbetaling rijkssubsidie WSW: € 5.615.161 Bijdrage aan exploitatietekort NLW NV: € 572.990
96
Risico’s en weerstandspositie:
Het Werkvoorzieningsschap Noord Limburg West heeft een 100% deelneming in de NLW Groep NV. De waardering van die deelneming is gebaseerd op de omvang van het eigen vermogen + de stille reserves van de NLW Groep NV. Wanneer het eigen vermogen + de stille reserves van de NLW groep NV structureel lager blijken dan de deelneming bij het werkvoorzieningsschap dan zal afwaardering volgen. Het afwaarderen van de deelneming zal nadelige gevolgen voor de deelnemende gemeenten aan het werkvoorzieningsschap Horst aan de Maas, Venray en Peel en Maas. Er is besloten dat het eigen vermogen van de NLW groep NV minimaal € 1 miljoen moet bedragen. Wanneer het eigen vermogen onder dat minimum dreigt te komen zullen de gemeenten Venray, Horst aan de Maas en Peel en Maas aanvullende bijdrages verstrekken (in de gemeentelijke begroting van Peel en Maas is hiermee al rekening gehouden bij de bepaling van het weerstandsvermogen). Op dit moment is afwaardering van de deelneming niet nodig. Met betrekking tot NLW NV geldt specifiek een risico dat de exploitatieresultaten nadeliger zijn dan in de prognoses aangegeven. Daardoor zal mogelijk een aanvullende gemeentelijke bijdrage nodig zijn. Dit wordt altijd in relatie tot het benodigde weerstandsvermogen beoordeeld. In de bepaling van het gemeentelijk weerstandsvermogen wordt dit risico meegenomen.