2022-069 03 Jaarstukken 2021.docx
Tekst van het document
32
Programma: 2.1 Werk en inkomen
Peel en Maas is een vitale gemeenschap waar iedereen naar vermogen in kan participeren. Wij organiseren de ondergrens. Dat betekent dat we bepalen vanaf welk moment door de overheid hulp wordt geboden. Alleen deze ondergrens is onvoldoende om het goede leven te behouden. Daarom sluiten wij aan bij de krachten van onze gemeenschap om dit te realiseren. We stimuleren en faciliteren collectieven in onze gemeenschap om het goede leven in samenspraak en samenwerking met alle belanghebbenden – inwoners, organisaties, bedrijven, overheid – te bereiken, uit te bouwen en in stand te houden.
Hebben we bereikt wat we wilden bereiken? 1. Iedereen neemt, naar eigen vermogen, deel aan de gemeenschap.
Hebben we gedaan wat we ervoor zouden doen? 1.1
We participeren in het ondernemersplatform “Wij maken werk van werk “. We willen dit platform meer inzetten als klankbord om sneller in te spelen op lokale ontwikkelingen. Mede op en met initiatief van zorgaanbieders gaan we gezamenlijk onderzoeken of het concept van “ Wij maken werk van werk”, ook interessant is voor zorgaanbieders die werken met arbeidsmatige dagbesteding, beschut werken nieuw en leerwerkervaringsplaatsen bieden voor bijvoorbeeld jongeren uit het voorgezet speciaal onderwijs (VSO). Beide netwerk ontwikkelingen vormen ook input voor de leer- en ontwikkelroutes zoals die bij de LeerOntwikkelRoutes worden toegepast.(zie hiervoor ook programma 3.1) De coronacrisis heeft gevolgen gehad voor het ondernemersplatform “Wij maken werk van werk”. De communicatie tussen ondernemers onderling en de communicatie met de gemeente heeft minder frequent plaatsgevonden. De “Wij maken Werk van Werk” bijeenkomsten zijn niet doorgegaan, behoudens een digitaal georganiseerde bijeenkomst. Er is een denktank geformeerd waar een 7 tal ondernemers samen met de gemeente bekijken hoe de samenwerking nieuwe impulsen kan krijgen. Daarnaast heeft in oktober 2021 een bijeenkomst plaatsgevonden met een groot aantal zorgaanbieders actief in en voor Peel en Maas Tijdens de bijeenkomst is bij enkele zorgpartners de behoefte voor een lokaal zorgnetwerk uitgesproken.
In het eerste kwartaal 2022 wordt hier verder vervolg aan gegeven.
1.2
We stellen arbeidsmarktbeleid op, waarbij we lokaal aangeven hoe: - we onderwijs beter willen laten aansluiten bij de vraag van ondernemers. - we ondernemers willen benaderen om samen met hun meer kansen te creëren voor onze werkzoekenden. - welke ondersteuning wij moeten ontwikkelen om bovenstaande mogelijk te maken. Het beleid wordt door het college vastgesteld en vormt een onderdeel van het regionaal vast te stellen arbeidsmarktbeleid in Noord-Limburg. Het lokaal arbeidsmarktbeleid is in concept opgesteld, maar nog niet vastgesteld. Dit beleid zal herijkt moeten worden als gevolg van de impact van de coronacrisis op ondernemers en hun sectoren. Daarnaast is er actief geïnvesteerd in een regionaal stakeholdersoverleg. Hier worden met name ondernemers uit de regio Noord-Limburg en onderwijspartijen uitgenodigd om over (regionaal en lokaal) arbeidsmarktbeleid mee te denken. Beide 33
spelen een rol bij het definitief vaststellen van uitvoeringsbeleid in 2022. 1.3 Het incidentele afstemmingsoverleg tussen ondernemers, onderwijsinstellingen en gemeente (Triple Helix1); zullen we structureel faciliteren, waarbij we door ontwikkelingen sneller te delen, ook meer kansen willen creëren voor onze werkzoekende burgers/ jongeren die voor een beroepenswitch of beroepskeuze staan of een arbeidsplek zoeken. Het incidentele afstemmingsoverleg heeft door de coronacrisis en het wegvallen van de bestuurder geen voortgang kunnen vinden. In 2022 wordt een eerste vervolggesprek hiervoor voorbereid. 1.4 We stellen - samen met de gemeenten Horst aan de Maas en Venray - een nieuwe governance-structuur vast naar aanleiding van de nog in 2020 vast te stellen nieuwe koers/visie van ons SW-bedrijf NLW Het vaststellen van de nieuwe governance voor de NLW heeft vertraging opgelopen. Per 1 november 2021 is een nieuwe directeur benoemd. Samen met de nieuwe directeur wordt het governance-traject weer opgepakt. Doordat diverse ontwikkelingen impact hebben op de uitvoeringsorganisatie NLW, wordt middels een businesscase bekeken wat de gevolgen hiervan zijn voor de in 2020 vastgestelde koers. Na deze analyse wordt het governance-traject verder uitgewerkt. 2. Iedereen heeft een inkomen dat het mogelijk maakt om als volwaardig burger mee te doen in de samenleving.
2.1
We nemen deel in de regionale corona-taskforce. Deze taskforce is in 2020 opgericht naar aanleiding van de coronacrisis. Door regionaal samen te werken willen we sneller anticiperen op ontwikkelingen. Om ontwikkelingen zo snel mogelijk zichtbaar te maken en om naast lokale oplossingen met name ook te putten uit regionale oplossingen, nemen wij deel in deze taskforce. Binnen deze taskforce zijn we specifiek verantwoordelijk voor het genereren van een corona dashboard Noord-Limburg, waarbij we de laatste ontwikkelingen van de ondersteuningsmaatregelen, aantal WW-ers, aantal bijstandsgerechtigden, aantal faillissementen, inzichtelijk maken. Daarnaast adviseren wij ten aanzien van regionale werkgeversbenadering en regionale afstemming onderwijs - arbeidsmarkt. De coronacisis heeft gelukkig weinig impact gehad op de werkeloosheid. We zagen geen extreme stijgingen in de bijstand en WW-populatie. Er zijn sectoren meer getroffen dan andere sectoren zoals de horeca, de evenementensector, het toerisme en de detailhandel. De vraag in andere sectoren daarentegen zoals logistiek, zorg en maakindustrie was en is dusdanig dat er ernstige tekorten zijn die in omvang alleen maar toenemen. Als ook de getroffen sectoren weer opstarten is er sprake van een nijpend structureel tekort op de arbeidsmarkt. Ook het aantal faillissementen is dankzij de ondersteuningsmaatregelen (o.a.
TOZO, Tonk en NOW) lager dan voor de crisis. Het verschil tussen de vraag van werkgevers en de competenties van werkzoekenden blijft groot. Middels scholing, stagetrajecten, taaltrajecten en de ondersteuning vanuit de leer-ontwikkelroutes en de “Wij maken Werk van Werk”-samenwerking, schakelen wij
1 De Triple helix is een model voor het kijken naar en het sturen op innovatie in de kenniseconomie. De essentie van het
model, zoals het in de jaren ’90 werd ontwikkeld door Loet Leydesdorff en Henri Etzkowitz is de samenwerking tussen drie partijen: universiteit, overheid en bedrijfsleven. In een samenwerking nemen partijen kwaliteiten van elkaar over. Deze dynamiek draagt bij aan nieuwe manieren van bedrijfs- en beleidsvoering en zorgt voor grotere vernieuwing.
34
zoveel mogelijk zodat veel uitkeringsgerechtigden toch duurzaam succesvol uitstromen. Door onze participatie in het Regionale Werkgeverservicepunt (WSP) en in het Regionaal Mobiliteitsteam (RMT) zorgen we ervoor dat nieuwe werkzoekenden niet lang werkeloos worden en helpen we bijvoorbeeld zzp-ers die stoppen met hun werkzaamheden vanwege de crisis naar een nieuwe reguliere baan. Jongeren bieden wij via praktijkleren de mogelijkheid om naast werken ook een deelcertificaat te behalen zodat verdere kwalificatie middels een vervolgleiding aantrekkelijk blijft. Het coronadashboard functioneert goed en gaat onderdeel worden van de arrangementenmonitor. 2.2
Wij voeren de Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandige Ondernemers (TOZO) uit. Dit is een onderdeel van het Corona ondersteuningspakket van het Rijk voor ondernemers. De TOZO-regelingen zijn in 2021 nog 2x verlengd en uitgevoerd. Daarnaast is de regeling Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten uitgevoerd. De TOZO en TONK zijn beiden gestopt per 1 oktober 2021. Hiervoor in de plaats is vervolgens de Bbz-lightregeling uitgevoerd.
2.3
Hoewel wij de verschillende onderdelen van het minimabeleid al integraal uitvoeren, willen we dit integraal werken en in het uitvoeringsbeleid vastleggen. Als gevolg van de aanhoudende coronacrisis en de hierbij behorende extra werkzaamheden voor de (aanvullende) steunmaatregelen, heeft het college dit nog niet kunnen voorbereiden en vaststellen. Het staat op de planning in 2022.
2.4
Naast onze samenwerking met de partners van het armoedeplatform, sluiten we aan bij het Volwassenfonds Sport & Cultuur om lidmaatschap van de hieraan gelieerde lokale verenigingen te stimuleren. Dit om het teruglopende deelnemersaantal bij verenigingen tegen te gaan en gezondheid te stimuleren (door bijvoorbeeld sporten). We sluiten hiervoor aan bij de programma’s 2.2, 3.1 en 3.3. De aansluiting bij het Volwassenenfonds heeft plaatsgevonden en inwoners met een beperkt inkomen hebben gebruik gemaakt van het fonds. Dit ondanks de lockdownmaatregelen, waardoor sport en cultuur niet altijd beoefend kon worden. Ook hebben meerdere intermediairs zich aangemeld bij het Volwassenfonds, zoals welzijnsorganisatie Vorkmeer, bewindvoerders en zorgverleners uit, of werkzaam in, Peel en Maas.
2.5
Kledingdag. Een nieuwe activiteit in oktober 2021. Tijdens deze dag kregen 210 kinderen een kledingpakket (winterpakket). Daarnaast zijn er 13 babypakketten verstrekt voor (aanstaande) ouders van baby’s.
2.6
Nieuw in 2021: in het kader van de toeslagenaffaire heeft de gemeente een coördinerende en ondersteunende rol. Gedupeerde ouders zijn benaderd en er is hulp aangeboden. Dit op basis van door de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (UHT) en ouders die zich rechtstreeks melden bij de gemeente voor hulp. 35
De gevraagde ondersteuning is heel divers en betreft zowel financiële als psychosociale ondersteuning. In totaal is contact gezocht met 27 ouders, waarvan 6 ouders een hulpvraag hadden en hiervoor ondersteuning krijgen. 3. Voorkómen van financiële problemen, zodat burgers (beter) kunnen participeren in de samenleving.
4. Uitkeringscliënten zijn zich bewust van hun rechten en plichten.
3.1
We gebruiken alle bestaande mogelijkheden om inwoners met financiële problemen in een zo vroeg mogelijk stadium te helpen. Deze mogelijkheden worden uitgebreid door een wetswijziging van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs). Vanaf 1 januari 2021 worden de privacy-bepalingen naar aanleiding van deze wetswijziging versoepeld voor woningcorporaties en nutsvoorzieningen (gas/water/licht). Hierdoor kunnen we vroegsignaleringen beter aanpakken door in een vroeg stadium contact op te nemen met de inwoner en hulp aan te bieden. Deze hulp bestaat uit schuldhulpverlening en maatschappelijk werk, als dat nodig is. We zijn aangesloten bij Inforing (RIS-matching) en de NVVKSigning applicatie. Aan de hand van de meldingen uit Inforing nemen de schuldhulpverleners contact op met betreffende inwoner en bieden hulp aan. Als er meerdere schuldeisers zijn en/of het betreft een huurschuld, dan volgt een huisbezoek. Hierbij is ook altijd een maatschappelijk werker (Vorkmeer) aanwezig om de hulpverlening integraal aan te bieden.
3.2
Vooruitlopend op de nog vast te stellen Wet inburgering (planning 1 juli 2021) ontzorgen we inburgeringsplichtingen. Dit doen we door persoonlijke begeleiding door, een hiervoor getrainde vrijwilliger bij alle voorkomende (administratieve) handelingen of verplichtingen de inburingsplichtingen dit uiteindelijk zelf kunnen regelen. Bijvoorbeeld het aanvragen van toeslagen of betalen van (vaste) lasten. We hebben de inburgeringsplichtigen ontzorgd zoals gepland. Dit volgens een werkwijze die aansluit op de eisen van de nieuwe Inburgeringswet. De huur betalen wij rechtstreeks vanuit de bijstandsuitkering aan de woningcorporatie. De overige vaste lasten worden betaald d.m.v. automatische incasso. Alle inburgeringsplichtigen krijgen ondersteuning bij de administratieve handelingen en verplichtingen door een vrijwilliger van Vorkmeer. Dit met als doel om de financiële zelfredzaamheid van statushouders te bevorderen.
4.1
We doen nadrukkelijker een beroep op de eigen verantwoordelijkheid van de uitkeringsgerechtigde, waarbij de ondersteuning van de gemeente en haar partners niet zonder verplichtingen zijn. In onze trajectplannen en samenwerkingsovereenkomsten leggen we de inzet van en met de werkzoekende vast. We hebben dit proces uitgevoerd zoals gepland, door maatwerk te leveren tijdens de uitkeringsperiode en nazorg.
4.2
We controleren de in 2020 verstrekte TOZO-kredieten aan de hand van het controleprotocol TOZO. Het college stelt dit controleprotocol vast. Het college heeft genoemde kredieten gecontroleerd, conform het vastgestelde protocol. Daarnaast hebben ook de controles op de overige coronasteunmaatregelen plaatsgevonden, vooruitlopend op het nog vast te stellen controleprotocol voor TOZO 3 t/m 5 voor levensonderhoud en kredieten, TONK en Bbz-light. 36
Wat hebben we verder binnen dit programma gedaan? Werk • •
Uitvoering Wet Sociale Werkvoorziening via NLW; Re-integratie van uitkeringsgerechtigden én niet-uitkeringsgerechtigden mét afstand tot de arbeidsmarkt; • Re-integratie van o.a. VSO-ers (Voortgezet Speciaal Onderwijs) en leerlingen zonder startkwalificatie; • Het acquireren van beschut werk plekken (taakstellend door SZW opgelegd); • Het ondersteunen van burgers bij hun indicatie voor het doelgroepenregister (doelgroep banenafspraak) en beschut werken; • Het vaststellen van arbeidspotentieel aan de hand van de nieuwe landelijke loonwaardenmethodiek; • Participatie in het Werkgeverservicepunt (WSP). Inkomen • Verstrekken van uitkeringen en bijzondere bijstand; • We voeren controles uit, zoals staat in de kwaliteitsborging SD, het controleprotocol Tozo en TONK • Uitvoeren van debiteurenbeheer voor verstrekte leningen, borgsommen of kredieten uit bijzondere bijstand, Bbz of Tozo1 tot en met 5, TONK en Bbz-light; • Verstrekken van middelen (subsidie) voor initiatieven rondom collectieve minimaregelingen, zoals collectieve ziektekostenverzekering, stichting Leergeld, Jeugdfonds Sport en Cultuur kleding- en Voedselbank. Schuldhulpverlening • De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) voeren wij uit in samenwerking met netwerkpartners zoals Vorkmeer (Wegwijzer) en woningcorporaties (preventief én curatief).
Voorbeelden hiervan is de samenwerking met de woningcorporaties bij het voorkomen van huisuitzetting door huisbezoeken van onze eigen schuldhulpverleners samen met maatschappelijk werk (Vorkmeer); • Deelnemen aan – en input leveren voor- bijeenkomsten van nieuwe (wettelijke) ontwikkelingen; • Coördineren van de bijeenkomsten voor het Platform Armoedevrij Peel en Maas. Naleving en controle (op onderdeel Werk en Inkomen) • Voorlichting geven over en bijwerken van de gemeentelijke website, folders en (digitale) dienstverlening op alle onderdelen van dit programma; • Fraudebestrijding. • Controles en handhaving maken deel uit van het toepassen van een eerlijke benadering. Algemeen • Ondersteunen van de stichting ‘Het Ontdeklab Peel en Maas’; • We signaleren en helpen bij verschillende subsidieaanvragen vanuit partners via Provincie en Rijk om kennisontwikkeling te verbeteren; • We nemen deel aan regionaal beleidsoverleg over dit programma om integraliteit in regionaal beleid aan te moedigen; • We nemen bestuurlijk deel aan het regionaal werkbedrijf waarin arbeidsmarktbeleid met vakbonden, ondernemers, UWV en Limburgse werkgeversvereniging verder wordt ontwikkeld. Dit doen we namens de regiogemeenten; • Actueel houden van verordeningen, beleidsregels en de gemeentelijke website en folders. • De structurele budgetten o.a.
BUIG en re-integratiebudget worden keer op keer naar beneden bijgesteld, hierover zijn we in gesprek met regio, buurgemeenten, Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid hoe hierop te anticiperen.
37
Heeft het gekost wat het mocht kosten?
Baten Lasten Saldo
Realisatie begrotingsjaar 7.991.735 17.272.497 -9.280.762
Raming begrotingsjaar ná wijziging 7.695.000 17.601.840 -9.906.840
Raming begrotingsjaar vóór wijziging 6.495.000 15.960.702 -9.465.702
Het programma 2.1 laat over 2021 een positieve afwijking van € 626.078 zien. De baten zijn € 296.735 hoger dan begroot en de lasten zijn € 329.343 lager dan begroot zodat er per saldo een positieve afwijking resteert. De afwijkingen kunnen (afgerond op € 1.000) als volgt worden verklaard: Lasten: • Hogere lasten product werk: € -/- 161.000 In 2021 is meer ingezet op begeleiding naar werk en (duurzame) uitstroom van uitkeringsgerechtigden, waardoor het beschikbare budget voor traject- en begeleidingskosten overschreden is. De voordelen van die extra inzet worden zichtbaar bij het product inkomen in de vorm van lagere uitkeringslasten. • Lagere lasten product inkomen: € 622.000 In 2021 is er een hoge uitstroom van uitkeringsgerechtigden geweest waardoor de kosten voor uitkeringen, ondanks corona, binnen de bestaande budgetten zijn gebleven. Voor de uitvoering van de TOZO-regeling heeft het Rijk een voorschot van € 1,2 miljoen uitgekeerd. Dat bedrag is voorzichtigheidshalve ook als raming voor de TOZO-uitgaven meegenomen in de 2e bijstellingsrapportage. In werkelijkheid zijn de TOZO kosten ca. € 760.000 zodat een voordeel ontstaat op de kosten. Dat voordeel valt weg tegen het nadeel op de baten, omdat we het te veel ontvangen voorschot moeten terugbetalen aan het Rijk. Een andere regeling die in 2021 is uitgevoerd betreft de TONK-regeling.
Daarvan zijn de kosten (€ 78.000) ook lager dan het bedrag dat we van het Rijk hebben ontvangen (€ 300.000), maar dat hoeft niet te worden terugbetaald en is dus wel een daadwerkelijk financieel voordeel. • Hogere lasten product minima: € -/- 132.000 De uitgaven voor bijzondere bijstand en minimabeleid zijn in 2021 hoger dan begroot. Dat kan voor een groot deel worden verklaard door de coronacrisis waardoor zich meer inwoners hebben gemeld voor bijzondere bijstand of een andere minimaregeling. Baten: • Hogere baten product werk: € 346.000 Door een gerechtelijke uitspraak in 2020 is de betaalde BTW op re-integratiediensten voor gemeenten declarabel geworden. Dat betekent dat we de betaalde BTW op de betreffende diensten kunnen terugvragen bij het BCF. Bij de jaarstukken van 2020 is dat al gedaan voor de jaren 2018 en 2019. In deze jaarstukken wordt de betaalde BTW over 2020 en 2021 opgenomen. Verder hebben we een hogere bijdrage voor volwasseneducatie ontvangen dan begroot. • Lagere baten product inkomen: € -/- 82.000 Zoals in de toelichting op de lasten al aangegeven, wordt een gedeelte van de lagere baten verklaard door de terugbetaling van het teveel ontvangen voorschot voor de TOZO-regeling. Naast dat nadeel zijn er voordelen vanwege een hogere BUIG-uitkering en een hogere opbrengst aan rente en aflossing op BBZ-kredieten.
• Hogere baten product minimabeleid: € 33.000 De opbrengst aan terugbetaalde leenbijstand e.d. in 2021 is zo’n € 33.000 hoger dan geraamd. 38
Programma: 2.2 Zorg en Ondersteuning
Gemeenschappen in Peel en Maas kenmerken zich doordat iedereen naar vermogen mee doet; het goede leven wordt vanuit de samenleving bevorderd. Als ondersteuning nodig is worden collectieve voorzieningen ingezet. Waar nodig wordt als aanvulling de maatwerkvoorziening aangeboden. Om collectieve voorzieningen te realiseren, faciliteert de gemeente en ondersteunen we, waar nodig, verbanden van burgers en maatschappelijke partners. We leven in een samenleving waarin de mens leidend is in plaats van het systeem. Daarom willen we met zijn allen een wereld opbouwen vanuit de talenten die er zijn en daar de systemen op aanpassen. Het samenleven van inwoners kenmerkt zich door het mee laten doen van iedereen, met specifieke aandacht voor mensen in een kwetsbare positie. Inwoners kunnen zo de kwaliteit van hun eigen leven en elkaars leven bevorderen. Deze manier van leven in de gemeenschap helpt om zo lang mogelijk de regie over het eigen leven te voeren en om mee te doen. Daarbij bepalen gemeenschappen zelf welke voorzieningen ze vanuit hun eigen kwaliteiten realiseren en welke aanvullende woon-, welzijns- en zorgvoorzieningen nodig zijn. Als gemeente zijn wij vangnet voor kwetsbare groepen en zetten daarvoor maatwerkvoorzieningen en/of maatschappelijke opvang in. Als het gaat om professionele inzet geven we ruim baan aan nieuw vakmanschap van de zorgprofessional.
Daarnaast brengen we regelgeving en protocollen terug tot het verantwoorde minimum.
1.
Hebben we bereikt wat we wilden bereiken? Burgers en gemeenschappen voeren zelf regie en geven zelf vorm aan het zorgen voor elkaar.
Hebben we gedaan wat we ervoor zouden doen? 1.1
We doen mee met het regionale project ‘Naar een nieuw perspectief voor ouderenzorg’ waarbij Beringe een van de pilots is om te onderzoeken of de zorg in het dorp op een andere manier vorm gegeven kan worden. In Beringe zijn meerdere bijeenkomsten geweest met een breed veld van formele en informele zorg om samen ideeën te bedenken en uit te werken om de ouderenzorg anders te organiseren. Voor Beringe is hiermee een proces in gang gezet om meer samen te werken en een aanzet gedaan voor nieuwe ideeën. Regionaal is het project eind 2021 afgerond. Het vervolg is nog niet helder.
1.2
We leggen begin 2021 het collegebeleid Heerlijk Thuis Wonen voor aan het college en geven vervolgens uitvoering aan de acties in dit beleid. Deze zijn erop gericht om inwoners er bewuster van te maken wat er nodig is om op een fijne en veilige manier langer thuis te kunnen blijven wonen. Met als doel om te zorgen dat mensen zelf de regie nemen om passend te wonen. Dit beleid is in 2021 nog niet voorgelegd aan het college. Wel zijn er vooruitlopend onderwerpen opgepakt zoals een uitgangspuntennotitie voor premantelzorgwoningen.
1.3
We gaan verder in gesprek met de dorpsontmoetingen over de toekomstbestendigheid, o.a. hoe houden we het betaalbaar en hoe kunnen we inspelen op nieuwe behoeftes? Er is een gezamenlijke startnotitie opgesteld door vertegenwoordigers van diverse dorpsontmoetingen, Vorkmeer en gemeente. In diverse overleggen is deze notitie onderwerp van gesprek geweest en zijn ideeën uitgewisseld. 39
2.
Er zijn toegankelijke algemene voorzieningen aangevuld met passende maatwerkvoorziening.
2.1
We voeren met de begeleidingsgroep (vertegenwoordigers van alle betrokken stichtingen) een eindevaluatie uit van de pilot algemene voorziening Hulp bij het huishouden om de raad een definitieve keuze te laten maken voor de aanpak vanaf 2022. In april 2021 is de evaluatie van de pilot algemene voorziening Hulp bij het huishouden (hbh) in de raad behandeld. De raad heeft besloten om vanaf 2022 te starten met een dorpsvoorziening hbh. Een voorziening die buiten de Wmo om geregeld wordt door de dorpen. De gemeente subsidieert dit burgerinitiatief en houdt de Wmo maatwerkvoorziening hbh daarnaast in stand. In december 2021 heeft de raad besloten om de dorpsvoorziening met maximaal een jaar uit te stellen. Gedurende deze periode blijft de gemeente verantwoordelijk voor de contracten met de aanbieders en blijft de algemene voorziening hbh in stand.
2.2
Op verzoek denken we mee met de stichtingen van de algemene voorzieningen over de (langere termijn) gevolgen van Corona. De afspraken uit 2020 m.b.t. corona zijn voortgezet in 2021 en hebben afdoende gewerkt.
2.3
We doen mee met het regionale project Sturing en Inkoop. Begin 2021 start de aanbesteding van zes segmenten Wmo. Het doel is om per 1-1-2022 nieuwe contracten met zorgaanbieders te laten ingaan. We treffen in 2021 ook alle voorbereidingen hiervoor, alsmede voor de bijbehorende bekostiging, het leveranciers- en het toegangsmanagement om per 1-12022 conform de nieuwe aanbesteding te kunnen werken. De aanbesteding is volgens planning verlopen en met ingang van januari 2022 zijn er nieuwe contracten gesloten met zowel regionale als lokale zorgaanbieders. Omdat we met ‘trajecten’ gaan werken in plaats van met ‘uren’ is er ook veel aandacht geweest om de backoffice en toegangsmedewerkers toe te rusten. Ook zijn er bijeenkomsten met de nieuwe aanbieders geweest en is het nieuwe contractmanagement ingeregeld.
2.4
We vragen gebruikers van het sociaal domein en hun naasten naar hun ervaringen via het ‘Vertelpunt vele handen’. In 2021 gaat we dit voor het hele sociale domein doen als onderdeel van het proces bij de toegangsmedewerkers. Dit alles om te werken met én leren van ervaringen voor de ontwikkeling van het sociaal domein. In 2021 is het ontwikkelproces ‘Werken met ervaringen’ vanuit consulenten van het cluster Zorg & Ondersteuning op pauze gezet. In 2022 wordt hier een vervolg aan gegeven.
2.5
In samenwerking met dorpen en zorgaanbieders gaan we inwoners bewuster maken van digitale mogelijkheden om langer thuis te wonen en meer regie te houden. Voor 2021 richten we ons daarbij vooral op thuiswonende ouderen. Een voorbeeld is het tijdelijk uitlenen van digitale hulpmiddelen om ouderen te stimuleren dit zelf 40
aan te schaffen. In 2021 is een bestuurlijke stuurgroep gevormd van Proteion, De Zorggroep NML, Rabobank, Stichting Huis van Morgen en gemeente Peel en Maas. Zij bundelen de krachten om het gebruik van technologie achter de voordeur voor ouderen te stimuleren. Een plan van aanpak is ontwikkeld en een aanvraag voor de Investeringsagenda Noord-Limburg is voorbereid.
3.
Er is maatschappelijke opvang voor kwetsbare groepen.
2.6
We verbreden de LeerOntwikkelRoutes met de doelgroep 17-27 jaar. Met hulp van Calibris is de haalbaarheid van een leerontwikkelroute zorg onderzocht met inbreng van diverse zorgaanbieders en informele organisaties in Panningen. Op basis van dit onderzoek heeft het college eind 2021 ingestemd met de opzet van een leerontwikkelroute zorg.
3.1
In 2021 doen we mee aan de regionale aanbesteding van Beschermd Wonen (BW). We maken daarbij afspraken met een beperkt aantal regionale aanbieders om tijdelijke 24 uurszorg te bieden voor mensen met psychosociale problematiek. Tevens gaan we onze toegang voorbereiden om de indicaties hiervoor zelf toe te wijzen in plaats van door de centrumgemeente Venlo. De regionale aanbestedingen beschermd wonen, maatschappelijke opvang en bemoeizorg en preventie zijn afgerond. Er zijn drie combinaties van aanbieders gecontracteerd die weer bestaan uit dertien BWaanbieders. De gemeentelijke toegang is in het laatste kwartaal voorbereid op het zelf kunnen indiceren van BW vanaf 2022.
3.2
In samenwerking met woningbouwcorporaties en zorgaanbieders gaan we de mogelijkheden onderzoeken voor passende en betaalbare huisvesting voor kwetsbare jongvolwassenen. Er hebben gesprekken plaatsgevonden met de woningstichtingen, zorgaanbieders en een particuliere ontwikkelaar. We verwachten begin 2022 een afronding van dit onderzoek. In de concept Zorgwoonvisie is de behoefte aan woningen voor deze doelgroep opgenomen.
3.3
We stimuleren de inzet van ervaringsdeskundigen als voorliggende voorziening bij kwetsbare doelgroepen. Een ervaringsdeskundige van het Zelfregiecentrum begeleidt al enige jaren de lokale inloop GGZ in Panningen. Regionaal zijn we bezig met het opstellen van een visie en werkwijze hieromtrent zodat we deze expertise ook regionaal kunnen organiseren en faciliteren. Tevens heeft ZonMW een startsubsidie toegekend voor de verdere doorontwikkeling van ervaringsdeskundigheid in onze regio.
3.4
Mogelijke realisatie van een Trajecthuis in onze gemeente waar mensen maximaal 3 maanden kunnen wonen om tot passende huisvesting te komen. In 2021 heeft het college het besluit genomen tot de mogelijke realisatie van een trajecthuis. Tot op heden is het Leger de Heils er niet in geslaagd om een trajecthuis te realiseren. 41
4. We faciliteren gemeenschappen en (groepen) burgers bij het bevorderen van een gezonde leefstijl.
3.5
Samen met medewerkers van Openbare Orde en Veiligheid kijken we naar een goede herinvulling van het Zorg- en Veiligheidshuis, een regionaal samenwerkingsverband waarbij zorg en straf samen komen. Denk daarbij aan de nazorg van gedetineerden, de inzet van regionale kennis bij zware zorgsituaties, het opbouwen van kennis en kunde rondom bijv. radicalisering en het signaleren van ontwikkelingen. Het Zorg- en Veiligheidshuis (ZVH) heeft in juni 2021 een doorstart gemaakt. Het college heeft hiermee ingestemd en de wethouder zorg is afgevaardigd in de stuurgroep ZVH. Samen met de gemeenten van Noord-Limburg werken we verder aan de vormgeving op basis van het voorgesteld groeimodel, waarbij de verbinding tussen zorg en veiligheid nadrukkelijk centraal staat.
3.6
Op basis van de uitkomsten van het woonwagenonderzoek gaan we een verdiepingsslag doen naar de daadwerkelijke behoefte aan woonwagenlocaties. Het (verdiepings)rapport is inmiddels gereed. De vervolgstappen zijn in voorbereiding.
4.1
We zetten in op de beweging naar positieve gezondheid, o.a. via het Sportakkoord ‘Beweeg Peel en Maas’, de Health Impact Bond Valpreventie Noord-Limburg, het faciliteren van initiatieven uit gemeenschappen en het lokaal netwerkoverleg gezonde leefstijl met maatschappelijke partners. Lokaal zijn diverse initiatieven ondersteund, zoals een duofiets in Beringe en speeltoestellen in diverse kernen. Daarnaast heeft het netwerk van maatschappelijke partners over gezond opgroeien zich doorontwikkeld. De Health Impact Bond Stevig Staan is vertraagd. Beoogde start is voorjaar 2022.
4.2
Regionaal zetten we in op de beweging naar positieve gezondheid via het Meerjarenbeleid van GGD Limburg Noord, het Uitvoeringsprogramma Vitaal en Gezond van de Regiovisie Noord-Limburg en de Samenwerkingstafel VGZ-Zorgkantoor-gemeenten Noord-Limburg. Het programma Vitaal & Gezond heeft een stevige basis gelegd in 2021 voor regionale samenwerking. En er zijn diverse tranches van de Regio Deal en Investeringsagenda doorlopen met maatschappelijke partners uit de regio en provincie Limburg. Samen met de GGD is in 2021 het manifest Naar Gelijke Kansen op Gezondheid voor regio Noord-Midden-Limburg opgesteld. In 2021 is de Gezondheidsmonitor Volwassen en Ouderen gepubliceerd door GGD Limburg Noord. De gegevens en trends voor Peel en Maas zijn terug te vinden in de lokale rapportage, ingedeeld in de pijlers van positieve gezondheid. Op de samenwerkingstafel met VGZ zijn in 2021 projecten uit het regiobeeld geconcretiseerd en gestart, o.a. de regionale afstemming van behoefte aan (intramurale) ouderenzorg en het project huisartsenzorg en burgerparticipatie.
42
4.3
• • • • • • • • • • • • • •
Lokaal maken we vanuit Gezondheid de verbinding met de fysieke omgeving door aan te sluiten bij het proces van omgevingsvisie / omgevingswet. Gezondheid is één van de vier pijlers van de omgevingsvisie en wij leveren hiervoor input vanuit de sociale kant. Voor de omgevingsvisie hebben we bijgedragen aan de pijler Gezonde en veilige leefomgeving. Deze is uitgewerkt in een aantal criteria.
Wat hebben we verder binnen dit programma gedaan? Uitvoeren van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning door het voeren van gesprekken, afhandelen van meldingen en aanvragen, geven van informatie en advies etc.; Inhoud geven aan het integraal team jongvolwassenen; Aansturen van het lokale zorgnetwerk voor complexe GGZ-problematiek; Aanpak van huiselijk geweld, waaronder ouderenmishandeling; Facilitering en subsidiëring van algemene voorzieningen: de dorpsinfoloketten, dorpsontmoetingen, dorpsvervoer, pilot hulp bij het huishouden, TWP, begeleidingsdienst, inloop GGZ en Plattelandshoes; Ondersteunen van initiatieven uit gemeenschappen op gebied van wonen, zorg en welzijn; In gesprek met zorgpartijen, zorgverzekeraar/zorgkantoor en gemeenschappen over thema’s als Mantelzorg, dementie en eenzaamheid; In gesprek met zorgverzekeraar en zorgkantoor VGZ over doorstroming in de zorgketen, knelpunten in wetgeving en zorgtechnologie; Regionaal inkopen van maatwerkvoorzieningen Wmo: hulp bij huishouden, dagbesteding; begeleiding individueel, logeren en persoonlijke verzorging.
Dit loopt via de MGR Limburg Noord; Regionale contractering van hulpmiddelen; Regionaal inkopen van collectief vervoer via GR Omnibuzz en gezondheidszorg (GGD) via GR VRLN; Handhaving op rechtmatig en doelmatig gebruik van zorg en ondersteuning en toezicht houden op kwaliteit en rechtmatigheid via regionale toezichthouders; Periodiek overleg met belangengroepen (mantelzorgforum, gehandicaptenplatform) en Adviesraad Sociaal Domein; Monitoring cijfers gebruik zorg en ondersteuning.
Heeft het gekost wat het mocht kosten?
Baten Lasten Saldo
Realisatie begrotingsjaar 534.623 13.466.037 -12.931.414
Raming begrotingsjaar ná wijziging 225.000 12.744.670 -12.519.670
Raming begrotingsjaar vóór wijziging 225.000 12.269.670 -12.044.670
Het programma 2.2 laat over 2021 een negatieve afwijking van € 411.744 zien. De baten zijn € 309.623 hoger dan begroot en de lasten zijn € 721.367 hoger dan begroot zodat er per saldo een negatieve afwijking resteert.
43
De afwijkingen kunnen (afgerond op € 1.000) als volgt worden verklaard: Lasten: • Hogere lasten Hulp in de huishouding € -/- 631.000 Door een grotere toename van het aantal cliënten voor HbH zijn de kosten in 2021 hoger dan begroot. Het totale budget voor HbH omvat zowel de maatwerkvoorzieningen als de pilot HbH als algemene voorziening en bedraagt € 4,3 miljoen. De werkelijke uitgaven bedragen ca. € 4,9 miljoen en dat betreft zo’n € 950.000 voor maatwerkvoorzieningen, € 3,9 miljoen voor de pilot (inclusief de subsidies voor de dorpsondersteuners). Daarnaast wordt er nog voor € 44.000 aan PGB’s uitgegeven en zijn de eigen uitvoeringskosten ca. € 63.000. • Hogere lasten woonvoorzieningen € -/- 91.000 In 2021 zijn enkele grote woningaanpassingen gerealiseerd die incidenteel leiden tot hogere lasten dan geraamd. • Hogere lasten bedrijfsvoering sociaal domein €-/- 50.000 Onder de bedrijfsvoeringkosten is de bijdrage aan de Modulair Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Domein Limburg Noord (MGR) opgenomen. De jaarrekening 2020 van de MGR sloot met een tekort waardoor de deelnemende gemeenten in 2021 een aanvullende bijdrage hebben gedaan. Die bijdrage bedroeg voor Peel en Maas € 59.000 en was niet opgenomen in de begroting. Per saldo zijn er binnen het product bedrijfsvoering nog wat kleinere voordelen, maar resteert een tekort van € 50.000.
• Lagere lasten Aanpak verward gedrag € 51.000 Voor diverse projecten hebben we in 2021 een subsidie ontvangen vanuit ZonMw zodat het begrote bedrag in 2021 niet benut is. Baten: • Hogere baten Wmo begeleiding € 147.000 Vanwege de doordecentralisatie van Beschermd wonen en maatschappelijke opvang nemen de regiogemeenten in Noord- en Midden Limburg in 2021 al cliënten op die formeel via de centrumgemeente Venlo zouden gaan. Ter compensatie van de kosten ontvangen gemeenten een bijdrage van Venlo gebaseerd op gemiddelde kosten per casus. • Hogere baten bedrijfsvoering € 102.000 In 2021 is de afrekening verwerkt van de teveel betaalde meerkosten en omzetcompensatie van 2020. Op basis van die regelingen zijn achteraf controles uitgevoerd en afrekeningen opgesteld. Die afrekeningen leiden tot een voordeel in 2021. • Hogere baten afrekening projecten € 20.000 In 2021 zijn twee projecten afgerekend waarvoor we een subsidie kregen van derden. Het gaat hierbij om het Project Join Inn voor een bedrag van € 9.000 en het Trainingsplan MHFA voor een bedrag van € 11.000. • Overige baten per saldo € 41.000 hoger Per saldo zijn er op andere producten binnen programma 2.2 enkele kleinere afwijkingen geweest die leiden tot € 26.000 hogere baten.
44
Programma: 2.3 Jeugd en onderwijs We willen graag dat kinderen opgroeien in een gezonde en veilige omgeving zodat ieder kind de kans krijgt zich te ontwikkelen tot een zelfbewuste, betrokken en leergierige jongvolwassene met een maatschappelijke startkwalificatie. Een jongvolwassene die in staat is om verantwoordelijkheid te nemen en die bijdraagt aan de eigen vitale gemeenschappen. Ieder binnen zijn/haar mogelijkheden. Opvoeden en opgroeien zien wij als een ‘gemeenschapsverantwoordelijkheid’. Wij stimuleren gemeenschappen om ‘hun jeugd’ (0-23 jaar) te laten ontdekken wat ze willen in dit leven, met ruimte voor ontwikkeling van het sociale en culturele. Basisvoorzieningen zoals onderwijs en kinderopvang spelen hierin een belangrijke rol. Als daarvoor aanleiding is spreken we deze partijen aan op hun rol en verantwoordelijkheid. Als ouders tegen vragen of problemen aanlopen, is er professionele hulp die erop is gericht de opvoedvaardigheden van ouders te bevorderen. Daarnaast zetten we erop in de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige, zijn ouders en de sociale omgeving in te schakelen en te herstellen. Daarbij richten wij ons op het voorkómen van en vroege interventie bij opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen. Deze hulp zetten we waar mogelijk aanvullend in op wat de gemeenschap hierin zelf kan betekenen.
Als er sprake is van meervoudige problematiek wordt integrale hulp aan de jeugdige en zijn ouders geboden. Bij dit soort interventies staat het kind voorop. We geven ruim baan aan vakmanschap van de zorgprofessional en brengen regelgeving en protocollen terug tot het verantwoorde minimum. Wij bevorderen de veiligheid van de jeugdige in de opvoedsituatie waarin hij opgroeit.
1.
Hebben we bereikt wat we wilden bereiken? Veilig en gezond opgroeien van kinderen en jongeren.
Hebben we gedaan wat we ervoor zouden doen? 1.1 We verbreden het gesprek over de pedagogische samenleving. Hiermee stimuleren we dat het gesprek in de gemeenschap ook gaat over het opgroeien van de kinderen in die gemeenschap en dat de gemeenschap, waar gewenst, gelegenheid geeft om elkaar te ondersteunen in de opvoeding. We hebben met name met Vorkmeer gesprekken gevoerd over dit thema. Basis is dat inwoners zelf de pedagogische samenleving vormgeven met alles wat ze al doen. We zijn met Vorkmeer aan het bekijken hoe we dat nog meer kunnen faciliteren, hetgeen moet leiden tot vaststelling van collegebeleid in 2022. 1.2 We doen mee aan het regionale project “Kansrijke Start” om de omstandigheden voor een kind in de eerste 1.000 dagen zo optimaal mogelijk te maken. De eerste 1.000 dagen van een kind zijn cruciaal voor een goede start. De gezondheid van een kind voor, tijdens en na de geboorte blijkt een belangrijke voorspeller te zijn van problemen – zowel fysiek als mentaal – op latere leeftijd. Binnen de diverse regionale projecten zoals Nu niet zwanger en Voorzorg is vooruitgang geboekt op inhoud en wijze van samenwerking. In december heeft dit geleid tot een convenant waarin de betrokken partijen de samenwerking hebben bestendigd en geborgd (zie ook 2.5).
2.
Kinderen, jongeren en gezinnen krijgen de hulp die nodig is.
2.1
We zetten gezinscoaches in die zelf hulp en ondersteuning kunnen bieden aan gezinnen en die indien nodig andere beschikbare ondersteuning binnen het sociaal domein of gespecialiseerde hulp in kunnen zetten. 45
De-medicaliseren, ontzorgen en normaliseren, en werken aan het herstel van het gewone leven inclusief deelname aan de gemeenschap zijn hierbij uitgangspunt. Het aantal in behandeling zijnde gezinsplannen blijft al een paar jaar stabiel rond de 500. In 2021 hebben we de corona-gerelateerde hulpvragen bij de gezinscoaches gemonitord. Dit waren er 41 (5,4% van het totaal aantal jeugdigen die met een hulpvraag bij de gezinscoaches komt). Om de negatieve gevolgen van de coronamaatregelen voor jeugdigen op sociaal en mentaal gebied te verminderen hebben we ingezet op laagdrempelige ondersteuning middels e-health, inzet van de gezinscoaches en als nodig een maatwerkvoorziening. 2.2 We stimuleren samenwerking tussen de partners in de jeugdhulpketen in Peel en Maas (en de regio NoordLimburg). In 2018 zijn we gestart met de pilot Hendig Jeugdhulp. In de pilot bespreken we gezamenlijk met de cliënt en jeugdhulppartners de hulpvraag waarbij partners hun eigen systeem even los laten bij het zoeken naar een oplossing. Grote toegevoegde waarde is dat het gezin meer regie ervaart omdat ze kunnen kiezen welke oplossing (en aanbieder) het beste aansluit bij hun situatie. Daarnaast zijn de oplossingen meer maatwerk, waarbij steeds vaker een samenwerking tussen basisvoorzieningen en jeugdhulpaanbieders tot stand komt.
In de pilot draait het ook om het kennen van elkaars toegevoegde waarde, betere samenwerking en afstemming en het verminderen van administratieve rompslomp. In 2019 is de pilot kleinschalig vormgegeven. In 2020 wilden we dit uitbreiden maar door de coronacrisis was dit maar gedeeltelijk mogelijk. Vandaar dat we in 2021 inzetten op het verder uitbreiden van Hendig Jeugdhulp en we bekijken of we deze werkwijze structureel invoeren. In 2021 hebben we in de tweede helft van het jaar de pilot flink kunnen uitbreiden. Er zijn in 2021 57 casussen via de Hendig werkwijze opgepakt. Samen met de partners hebben we Hendig geëvalueerd. Daarnaast heeft het Verwey-Jonker Instituut onderzoek gedaan naar de succesfactoren van de transformatie waarbij de werkwijze van Peel en Maas en de pilot Hendig in het bijzonder tegen het licht zijn gehouden. Resultaat is het rapport EigenWijs Transformeren. Samen met de partners hebben we bepaald welke beweging we in 2022 willen maken; te weten meer normaliseren, verbreden van Hendig en Hendig regelen. Het is nu nog te vroeg om de werkwijze structureel in te voeren. 2.3 We onderzoeken welke mogelijkheden we hebben, naast de huisartsen, om grip te krijgen op andere verwijzers naar jeugdhulp en maken hierover afspraken. Doel is om meer grip te krijgen op de kosten van jeugdhulp.
Samen met de regio hebben we een plan gemaakt om grip te krijgen op andere verwijzers. Dit plan gaat in 2022 van start. In vergelijking met regiogemeenten is het aantal verwijzingen door andere verwijzers dan de gemeente, zoals huisartsen, in Peel en Maas aanzienlijk kleiner. 2.4 We voeren de afspraken uit de regiovisie “Aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling 2019-2022” uit in 46
samenwerking met Veilig Thuis en andere jeugdpartners (zie ook programma 2.2). We gaan onder andere met een Veiligheidskaart werken en de visie Geweld Hoort Nergens Thuis onderdeel van het werk maken. In het MDO (Multi Disciplinair Overleg) is het werken met de Veiligheidskaart geborgd. Om conform de visie Geweld Hoort nergens Thuis te werken hebben de gezinscoaches, de gedragswetenschapper, de coördinatoren en medewerkers beleid diverse trainingen gevolgd van de Top3 Methodiek en gefaseerde ketenzorg. Daarnaast hebben we met behulp van een zelfscan gekeken in hoeverre we conform de visie werken. Dit heeft geleid tot een plan van aanpak dat doorloopt in 2022. We werken hierin nauw samen met Vorkmeer. 2.5 We voeren de Regionale transformatieagenda jeugdhulp Noord-Limburg 2019-2020 uit waarbij het doel is om meer kinderen zo thuis mogelijk te laten opgroeien. Veel pilots van de Regionale transformatieagenda zijn pas in 2020 opgestart en lopen door in 2021.
Peel en Maas doet mee met de volgende opgaven/pilots: Gelukkig ouderschap Nu niet zwanger Voorzorg Jouw Ingebrachte Mentor voorliggend veld Back on Track Steuntje in de rug Gezamenlijk werven en ondersteunen van gezinsgericht verblijf Onderzoek naar verminderen gesloten jeugdzorg Begeleide Omgangsregeling (niveau 1) Anderstalige en cultuur-sensitieve hulpverlening In 2021 hebben we inhoudelijk geïnvesteerd in deze pilots om verbeteringen in de jeugdhulp te realiseren. De pilots Nu niet zwanger, Voorzorg en Back on Track en Begeleide Omgangsregeling zijn succesvol verlopen en geborgd. De overige pilots lopen nog. Besluitvorming over vervolg zal in 2022 plaatsvinden. De pilot Anderstalige en cultuur-sensitieve hulpverlening is niet gestart door andere prioritering. 2.6 We doen mee met het regionale project Sturing en Inkoop. Begin 2021 start de aanbesteding van vier segmenten Jeugdhulp. Het doel is om per 1-1-2022 nieuwe contracten met zorgaanbieders te laten ingaan. We treffen in 2021 alle voorbereidingen voor de invoering van de nieuwe contracten, de bijbehorende bekostiging, het leveranciers- en het toegangsmanagement voor jeugdhulp om per 1-1-2022 conform de nieuwe aanbesteding te kunnen werken. De aanbesteding en gunning van drie segmenten Jeugdhulp is afgerond, te weten de segmenten wonen, dagbesteding & dagbehandeling en ambulant.
Vervolgens hebben we voorbereidingen getroffen om de nieuwe contracten per 1 januari 2022 in te voeren. De voorbereidingen bestonden uit het informeren van cliënten, het aanpassen van systemen, het gereedmaken van handboeken, het zorgen voor de overdracht van 47
aanbieders die niet gegund zijn, het volgen van trainingen door gezinscoaches etc. De aanbesteding van segment 1 “Opname vervangende behandeling en verblijf met behandeling” heeft nog niet plaatsgevonden. De voorgestelde aanbestedingsmethodiek paste niet bij dit segment. We zijn samen met de partners op zoek naar een manier van contractering en samenwerking die past bij de ambities. Dit is een gezamenlijk zoekproces dat meer tijd vergt. Het proces is met 1 jaar verlengd. 2.7 We bereiden een nieuw regionaal beleidsplan jeugd voor Landelijke regelgeving vereist dat we een regionale visie en een regionale agenda jeugd vaststellen. De regionale visie en agenda jeugd zullen onderdeel zijn van het regionaal beleidsplan. Samen met diverse partners hebben we een regionaal beleidsplan opgesteld. De gemeenteraad heeft het Regionaal Beleidsplan Jeugd 2022 en verder in december 2021 vastgesteld. 2.8 We gaan regionaal aan de slag met de vereiste aanpassingen van de nieuwe jeugdwet en de Kamerbrief “Naar een betere organisatie van jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering” onder andere door het verstevigen van opdrachtgeverschap door regionale en bovenregionale samenwerking. Afgelopen jaar is middels het project Sturing en Inkoop gewerkt aan het verstevigen van opdrachtgeverschap door regionale en bovenregionale samenwerking.
In het project Sturing en Inkoop hebben we de vier sturingselementen leveranciersmanagement, toegangsmanagement, bekostigingsmodel en contractvormen verder uitgewerkt en keuzes gemaakt. Daarnaast heeft de Norm voor Opdrachtgeverschap (opgesteld door de VNG naar aanleiding van de diverse Kamerbrieven) een plek gekregen in het regionale beleidsplan. 3.
Kinderen en jongeren zijn in staat om te groeien naar zelfstandigheid, om zo voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren.
3.1
We bevorderen dat kinderen en jongeren, met of zonder beperking of chronische ziekte, samen opgroeien in een inclusieve samenleving: samen spelen, samen naar school, samen sporten en gebruik maken van dezelfde voorzieningen. Dit doen we door met het onderwijs duidelijke afspraken te maken over de inzet van extra zorg, ondersteuning of hulpmiddelen. Ook leveren we extra inspanning om jongeren met een beperking aan een duurzame arbeidsplaats te helpen, in samenwerking met het onderwijs en de arbeidsmarkt. Een aantal jongeren heeft te lijden onder de coronamaatregelen. Eenzaamheid, depressie en onvoldoende tot sociaal-emotionele ontwikkeling komen, zijn kenmerkend voor deze jongeren. Dit jaar zijn extra middelen aan de gemeente beschikbaar gesteld om jongeren die door corona in de knel zijn gekomen (aanvullend op de middelen die het onderwijs heeft gekregen) samen met de ketenpartners extra te ondersteunen (middelen Nationaal Onderwijs Programma). Er is uitbreiding bij 48
de gezinscoaches gerealiseerd om de samenwerking met de scholen meer vorm te geven. Er zijn (extra) inloopuren voor kwetsbare jongeren gekomen.
•
• •
•
•
•
• • • • • • • • •
•
Wat hebben we verder binnen dit programma gedaan? Faciliteren dat ouders regie voeren over de opvoeding van hun kind. De verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen ligt primair bij de ouders en de jeugdige zelf. Professionele hulp is erop gericht ouders regie te laten voeren en toe te rusten, zodat zij zoveel mogelijk vanuit de eigen kracht en het eigen sociale netwerk oplossingen vinden voor vragen en eventuele problemen; Versterken van het opvoedkundig klimaat waar nodig door professionele inzet in gezinnen, dorpskernen, scholen en in voorzieningen zoals kinderopvang. Daar waar professionele ondersteuning nodig is, richt die zich zoveel mogelijk op preventie; Integrale hulp verlenen aan gezinnen. We hanteren hierbij het uitgangspunt ‘één gezin, één plan, één regisseur’. Kinderen, jongeren en/of ouders hoeven slechts één keer een hulpvraag te stellen. En het gezin wordt met zo min mogelijk hulpverleners geconfronteerd. Jongeren van 18 t/m 26 jaar hebben een vast aanspreekpunt binnen het sociaal domein via het integraal team jongvolwassenen waar de gezinscoach deel van uitmaakt; Maatwerk leveren (licht waar kan, zwaar waar nodig, dichtbij waar kan, op afstand waar nodig). Kinderen, jongeren en gezinnen uit Peel en Maas worden zoveel mogelijk tijdig en effectief ondersteund in hun eigen leefomgeving.
Hulp wordt zoveel mogelijk dichtbij georganiseerd en in verbinding met lokale voorzieningen. De hulp is zo intensief als nodig en duurt zo lang als nodig; Actief ingrijpen als de veiligheid van het kind in het geding is. Als ouders de verantwoordelijkheid voor de opvoeding niet meer kunnen dragen, de omgeving niet adequaat aanvult en de veiligheid van het kind in het geding is, stellen we ons actief op om de juiste hulp in te zetten. Zo nodig kan dat ook gedwongen hulp zijn; Duurzaam verbeteren van het jeugdhulpstelsel (transformatie). We maken (regionale) afspraken met onder meer jeugdhulpaanbieders, de instellingen voor kinderbescherming en jeugdreclassering (gecertificeerde instellingen), Veilig Thuis en de Raad voor de Kinderbescherming om deze transformatie te realiseren.
We zijn hierbij ook in dialoog met de jeugd zodat we weten wat er bij hen speelt en wat zij belangrijk vinden; Ondersteuning van goede basisvoorzieningen zoals kinderopvang, primair en middelbaar onderwijs, consultatiebureau, jeugd- en jongerenwerk en gezinscoach; Faciliteren van deelname aan kinderopvang door het aanbieden van een Peuterprogramma, Voorschoolse Educatie en kinderopvang op maat via een Sociaal Medische Indicatie; De uitvoering van wettelijke taken op het gebied van (preventieve) gezondheid; Inzetten van de leerplichtambtenaar om voortijdig schoolverlaten te voorkomen en schoolverzuim te minimaliseren; Uitvoeren van het leerlingenvervoer; De uitvoering van de wettelijke taken op het gebied van handhaving en toezicht van de kwaliteit van de kinderopvang; Een infrastructuur stimuleren die talentontwikkeling van jeugdigen (in de brede zin van het woord) faciliteert door onder andere verstrekken van waarderingssubsidies aan verenigingen en het faciliteren van initiatieven van jeugdigen; Stimuleren van samenwerking, gezamenlijke visieontwikkeling, vernieuwing en uitvoering bij organisaties die zich bewegen op de terreinen van jeugd en onderwijs; Op het gebied van handhaving en toezicht vroegtijdig informeren van zorgaanbieders en jongeren en/of hun ouders over hun contractuele verplichtingen en rechten om fraude te voorkomen.
Wij reageren snel en adequaat op signalen van jongeren en/of hun ouders, zorgverleners, derden en de SVB; Verder ontwikkelen van monitoring en het gemakkelijker genereren van monitorgegevens voor evaluatie van beleid.
49
Heeft het gekost wat het mocht kosten?
Baten Lasten Saldo
Realisatie begrotingsjaar 906.607 16.172.453 -15.265.846
Raming begrotingsjaar ná wijziging 689.829 14.868.145 -14.178.316
Raming begrotingsjaar vóór wijziging 571.829 13.800.145 -13.228.316
Het programma 2.3 laat over 2021 een negatieve afwijking van € 1.087.530 zien. De baten zijn € 216.778 hoger dan begroot en de lasten zijn € 1.304.308 hoger dan begroot zodat er per saldo een negatieve afwijking resteert. De afwijkingen kunnen (afgerond op € 1.000) als volgt worden verklaard: Lasten: • Hogere lasten maatwerkvoorzieningen jeugd: € -/- 921.000 Bij de jeugdhulp zien we in 2021 effecten ontstaan die we grotendeels kunnen verklaren door de gevolgen van de coronacrisis. Enerzijds is er een aantal casussen die direct gerelateerd zijn aan corona en die een stijging veroorzaken van de aantallen cliënten en dus ook de kosten. Dat speelt met name bij de begeleidingsproducten. Anderzijds zijn er vanwege corona ook gewijzigde omstandigheden geweest in 2021 waardoor er meer en langer een beroep is gedaan op maatwerkvoorzieningen in plaats van hulpverlening door onze eigen gezinscoaches. Die omstandigheden betreffen dan het feit dat de gezinscoaches een groot deel van 2021 niet aanwezig konden zijn bij de huisartsen waardoor er meer directe verwijzingen zijn geweest. Ook huisbezoeken zijn een deel van het jaar niet of nauwelijks mogelijk geweest waardoor eerder is gekozen om een maatwerkvoorziening in te zetten. Bij de GGZ jeugdhulp zien we in 2021 ook een stuk hogere gemiddelde kosten per casus wat er op wijst dat er minder snel is afgeschaald of afgesloten dan regulier.
Ook dat heeft te maken met de onzekerheden die de coronacrisis voor (kwetsbare) jongeren met zich mee brengt. • Hogere lasten bovenregionale voorzieningen: € -/- 293.000 Voor de intensievere (en duurdere) vormen van jeugdhulp wordt op bovenlokale en bovenregionale schaal ingekocht. De kosten worden regionaal verdeeld op basis van een verdeelsleutel. Die verdeelsleutel is deels bepaald op het aantal jeugdigen per gemeente en deels op de werkelijke afname in voorgaande jaren. Voor 2021 vormt 2019 het peiljaar en in dat jaar kende Peel en Maas (incidenteel) een hoog gebruik van enkele zeer intensieve hulpverleningsvormen (jeugdzorg+). Om die reden is het relatieve aandeel van Peel en Maas in de lasten van de bovenregionale voorzieningen een stuk hoger dan in andere jaren. Pas na afloop van het jaar wordt bekend wat het werkelijke (regionale) gebruik is geweest van de bovenregionale voorzieningen en worden de definitieve afrekeningen gemaakt. Voor Peel en Maas resulteert dat in zo’n € 293.000 hogere lasten dan geraamd. • Hogere lasten Agora onderwijs € -/- 84.000 Van de Dienst Uitvoering Onderwijs hebben we de financiële middelen ontvangen van de startbekostiging van de nieuwe school Agora. Deze hebben we doorbetaald aan de Stichting Voortgezet Onderwijs Limburg. Tegenover deze kosten staan ook hogere opbrengsten.
• Hogere lasten leerlingenvervoer € -/- 45.000 Het aantal leerlingen dat gebruik maakt van leerlingenvervoer is toegenomen in de maanden mei tot en met december met ongeveer 9%. • Lagere lasten Peuterprogramma/SMI € 83.000 We hebben minder uitgegeven aan het budget dan was begroot bij 50
Peuterprogramma en SMI. De specifieke uitkering die we ontvangen van het Rijk voor de onderwijsachterstanden (OAB), gericht op kinderen met een VVE-indicatie, is fors gestegen. Deze extra middelen zijn om het mogelijk te maken dat kinderen met een VVE-indicatie in plaats van 10 uur per week, nu 16 uur per week VVEprogramma krijgen. Daarnaast zijn in het budget van Onderwijsachterstandenbeleid ook extra rijksmiddelen opgenomen voor de peuteropvang om te stimuleren dat zoveel mogelijk kinderen vanaf 2,5 jaar de kinderopvang bezoeken. De derde reden voor de stijging van het Onderwijsachterstandenbudget is dat we nu ook een tegemoetkoming krijgen voor kinderen in de leeftijd van 2 jaar tot 6 jaar die een SMIindicatie krijgen. Uitgaven die voorheen gedekt werden uit ons eigen budget Peuterprogramma en SMI vallen nu onder de specifieke uitkering Onderwijsachterstanden-beleid. De specifieke uitkering voor OAB moeten we jaarlijks verantwoorden richting het Rijk. • Hogere lasten Onderwijsachterstandenbeleid € -/-19.000 In 2021 hebben we meer uitgegeven aan Onderwijsachterstandenbeleid dan we hebben ontvangen van het Rijk. De onderwijsmiddelen moeten we jaarlijks verantwoorden via de SISA-bijlage, maar worden eens in de vier jaren definitief afgerekend. De huidige periode loopt van dienstjaar 2019 tot en met 2022. Tot en met 2021 hadden we € 25.000 meer ontvangen dan uitgegeven.
De € 19.000 die we in 2021 nu meer hebben uitgegeven worden in mindering gebracht op de € 25.000. Tegenover deze kosten staan ook hogere opbrengsten. • Overige posten, per saldo hogere lasten € -/- 25.000 Binnen het programma 2.3 zijn op diverse posten kleinere afwijkingen ontstaan die per saldo leiden tot een nadeel van € 25.000. Baten: • Hogere baten detachering medewerkers € 114.000 In 2021 zijn enkele collega’s uit het sociaal domein ingezet voor de regio. De vergoeding voor die detachering was niet opgenomen in de begroting en bedraagt ca. € 114.000. • Hogere baten Agora onderwijs € 84.000 Van de Dienst Uitvoering Onderwijs hebben we de financiële middelen ontvangen van de startbekostiging van de nieuwe school Agora. Deze hebben we doorbetaald aan de Stichting Voortgezet Onderwijs Limburg. • Hogere baten Onderwijsachterstandenbeleid € 19.000 In 2021 hebben we meer uitgegeven aan Onderwijsachterstandenbeleid dan we hebben ontvangen van het Rijk. De onderwijsmiddelen moeten we jaarlijks verantwoorden via de SISA-bijlage, maar worden eens in de vier jaren definitief afgerekend. De huidige periode loopt van dienstjaar 2019 tot en met 2022. Tot en met 2021 hadden we € 25.000 meer ontvangen dan uitgegeven. De € 19.000 die we in 2021 nu meer hebben uitgegeven worden in mindering gebracht op de € 25.000. Deze stonden op de balans als vooruit ontvangen middelen.
De € 19.000 worden nu in 2021 als extra baten op de exploitatie geboekt, waardoor er op de balans nog een saldo staat van € 6.000.
51
Programma: 3.1 Gemeenschapsontwikkeling Inwoners nemen maximaal deel aan ontwikkelingen in de (lokale) samenleving. Daarbij nemen zij zelf de regie over hun eigen ontwikkeling en de ontwikkelingen in hun omgeving, als onderdeel van de grotere samenleving. In het samenleven met andere inwoners gaan inwoners tolerant met elkaar om en respecteren zij elkaars verschillen. Generaties dragen zorg voor elkaar en geven elkaar ruimte om te vernieuwen en te veranderen: sociale innovatie en emancipatie zijn basisvoorwaarden voor het behoud van het goede leven. Inwoners zijn leidend als het gaat om het hoofddoel: het realiseren en behouden van vitale en intelligente gemeenschappen, die gevormd en gedragen worden door betrokken inwoners. Overheden en maatschappelijke organisaties nemen dit hoofddoel als uitgangspunt voor hun handelen en leveren, waar gevraagd, hieraan een ondersteunende bijdrage. Diversiteit zien we als een belangrijk gespreksthema in de ontwikkeling naar inclusieve gemeenschappen. Als overheid nemen we verantwoordelijkheid wanneer minderheidsgroepen onvoldoende deelnemer zijn in de gemeenschappen, wanneer ze te maken krijgen met discriminatie of voorzieningen hen onvoldoende bereiken.
Hebben we bereikt wat we wilden bereiken? 1. Vitale gemeenschappen die regie hebben over de eigen ontwikkeling.
Hebben we gedaan wat we ervoor zouden doen? 1.1 We ondersteunen de ontwikkeling van zelfsturende gemeenschappen. Dit doen we door procesmatige begeleiding van gemeenschappen, buurten, wijken en netwerken van burgers, onder andere via welzijnsorganisatie Vorkmeer. Vanuit de gemeente voorzien we in een contactpersoon per kern, die de relatie met de gemeenschap onderhoudt en ondersteuningsvragen op kan pakken of doorgeleidt naar de juiste plek. In alle kernen van Peel en Maas zijn betrokken inwoners actief bezig met de toekomst van hun eigen omgeving. Vorkmeer is beschikbaar voor procesmatige ondersteuning in alle kernen. Wij hebben diverse ontwikkelingen (o.a. visie Kazing Baarlo en Pius Park) en processen gefaciliteerd waar eigenaarschap bij de gemeenschap ligt. De samenwerking en communicatie met de kernen is meer kracht bijgezet door de inzet van kerncontactpersonen. De kerncontactpersonen voeren geregeld gesprekken met de dorpen en Vorkmeer over de processen en projecten die er spelen. Daardoor is de relatie verder uitgebouwd en weet de gemeente goed wat er speelt in de dorpen. De gemeenschappen weten de weg naar de gemeente ook goed te vinden. Verder spelen de kerncontactpersonen een rol in het bewaken van de rolzuiverheid tussen gemeenschap en gemeente.
Hiertoe is een start gemaakt met een training voor medewerkers die bijdraagt aan het nemen van de juiste rol en bijpassende houding en communicatie. Er is dus continu aandacht en onderhoud met onze partners voor de onderlinge relatie, rollen en verhoudingen.
52
1.2 We stimuleren verbindingen tussen gemeenschappen die met eenzelfde thema bezig zijn (samen ontwikkelen) of zijn geweest (leren van elkaar). In 2021 faciliteren we de gezamenlijke dorpsoverleggen in hun oriëntatie op een dorpsoverstijgend fonds voor ontwikkeling en borging van projecten. We faciliteren het gezamenlijk dorpsoverleg dat meerdere keren per jaar bij elkaar komt om kennis en ervaringen uit te wisselen. De gesprekken over een mogelijk dorpsoverstijgend fonds zijn constructief verlopen, maar hebben niet geleid tot oprichting van een fonds omdat er eerst nog meer oriëntatie in eigen kern aan vooraf hoort te gaan. Andere onderwerpen die aan bod zijn gekomen zijn o.a. communicatie, de doorontwikkeling Zelfsturing 3.0 en de bijeenkomsten met gemeenteraad en organisatie. 1.3 We faciliteren gemeenschappen bij het maken van hun eigen, integrale dorpsontwikkelingsvisies. Hierin geven gemeenschappen zelf richting aan hun sociale, economische en fysieke leefomgeving. In 2021 vraagt de doorontwikkeling van de projecten uit o.a. de visies van Baarlo en Kessel-Eik specifieke aandacht. We volgen de gesprekken over hernieuwde visie in o.a. Maasbree, Meijel en Koningslust. Baarlo is druk bezig met voorbereiding en uitvoering van onderdelen van de visie die in 2020 is vastgesteld door het college.