CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-017 08 Nota van zienswijzen.pdf

Raad 22 februari 2022, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Vaststellen "Bestemmingsplan Veersepad 13, Kessel" (2022-017)25.029 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

22

4.4 Specifieke gebruiksregels Tot een strijdig gebruik van gronden en opstallen wordt in elk geval verstaan het gebruik voor zowel riviergebonden als niet-riviergebonden activiteiten. 4.5 Afwijken van de gebruiksregels Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het waterbergend en stroomvoerend vermogen van het gebied kan bij het verlenen van een omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde in artikel 4.4 ten behoeve van zowel riviergebonden als niet-riviergebonden activiteiten, met dien verstande dat slechts een omgevingsvergunning wordt verleend: a. voor riviergebonden activiteiten, indien: 1. er sprake is van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat het veilig en doelmatig gebruik van het oppervlaktewaterlichaam gewaarborgd blijft; 2. er geen sprake is van een feitelijke belemmering voor de vergroting van de afvoercapaciteit; 3. er sprake is van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat de waterstandverhoging of de afname van het waterbergend vermogen zo gering mogelijk is; 4. er sprake is van een zodanige situering van de activiteit dat de ecologische toestand van het oppervlaktewaterlichaam niet verslechtert; 5. de resterende waterstandeffecten of de afname van het bergend vermogen duurzaam worden gecompenseerd waarbij de financiering en de tijdige realisering van de maatregelen gezekerd zijn; b.

voor niet-riviergebonden activiteiten, indien: 1. het een functieverandering binnen de bestaande bebouwing betreft of; 2. het een activiteit betreft die per saldo meer ruimte voor de rivier oplevert op een rivierkundig bezien aanvaardbare locatie of; 3. het de verwezenlijking van voorzieningen van groot openbaar belang betreft en het bouwwerk niet redelijkerwijs buiten het rivierbed kan worden gerealiseerd of; 4. er een zwaarwegend bedrijfseconomisch belang is voor bestaande grondgebonden agrarische bedrijven en het bouwwerk redelijkerwijs niet buiten het rivierbed kan worden gerealiseerd; 5. er sprake is van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat het veilig en doelmatig functioneren van het oppervlaktewaterlichaam gewaarborgd blijft; 6. er geen sprake is van een feitelijke belemmering voor vergroting van de afvoercapaciteit van de rivier; 7. er sprake is van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat de waterstandverhoging of de afname van het waterbergend vermogen zo gering mogelijk is; 8. er sprake is van een zodanige situering van de activiteit dat de ecologische toestand van het oppervlaktewaterlichaam niet verslechtert; 9.

en onder voorwaarde dat:  de resterende waterstandseffecten duurzaam worden gecompenseerd of;  de afname van het bergend vermogen duurzaam wordt gecompenseerd of;  de rivierverruimende maatregelen worden genomen, waarbij de financiering en de tijdige realisering van de maatregelen gewaarborgd zijn. 4.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.6.1 Werken en werkzaamheden Het is verboden op of in de gronden bestemd tot 'Waterstaat - Stroomvoerend rivierbed' zonder of in afwijking van een schriftelijke omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde en/of werkzaamheden uit te voeren: a. het veranderen van het huidige maaiveldniveau door ontginnen, bodemverlagen, egaliseren, afgraven, diepploegen, indrijven of ophogen; b. het aanleggen van watergangen, het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande watergangen; c. het aanbrengen van gesloten oppervlakteverharding, het aanleggen van kabels en/of leidingen en daarmee verband houdende constructies; d. het aanbrengen, vellen en/of rooien van bomen en/of diepwortelende beplantingen. 4.6.2 Uitzonderingen Het bepaalde in 4.6.1 is niet van toepassing op: a. normale onderhoudswerkzaamheden; b. werken of werkzaamheden in het kader van het normale bodemgebruik; c.

werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip verleende vergunning mogen worden uitgevoerd. 4.6.3 Toelaatbaarheid De werken of werkzaamheden als bedoeld in 4.6.1 zijn toelaatbaar, mits: a. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van het stroomvoerend rivierbed;

23

b.

vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij het Waterschap en bij Rijkswaterstaat.

In paragraaf 5.3.2 ‘Bestemmingsregels’ van de plantoelichting wordt het opnemen van een aanlegvergunningstelsel toegevoegd in de beschrijving van de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Stroomvoerend rivierbed’.

12. Ladderonderbouwing / beleid volkshuisvesting Nummer zienswijze 2, 17, 47, 100, 103, 117

Gronden samengevat -

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Het geldende bestemmingplan staat ter plaatse slechts 1 woning toe en wil in afwijking daarvan een gebouw voor een woongemeenschap voor max. 13 personen toestaan. Dit is een forse afwijking en de vraag is of deze afwijking planologisch voldoende wordt onderbouwd. Er is sprake van een onzorgvuldige en onvoldoende draagkrachtige motivering voor deze planologische wijziging. In de ladder wordt gesproken over woonzorgcomplex terwijl het bestemmingsplan gaat over een woongemeenschap. "Er is met name behoefte aan starterswoningen. Er is een woningtekort van 36 woningen. Tot 2030 kunnen maar 24 woningen worden bijgebouwd. Met het aantal van 12 extra woningen aan de Veersepad 13 te Kessel komt er een grotere behoefte in gedrang. Geen onderbouwing voor in het gemeente gestelde beleidskader om te bouwen op herstructureringslocaties. Van een zorgvuldige afweging (in het kader van een goede ruimtelijke ordening) is geen sprake in dit plan. Er is hier geen sprake van een herstructureringslocatie. Aan een goede ruimtelijke ordening wordt met de inpasbaarheid van het plan in de bestaande ruimtelijke structuur niet voldaan. Het plan is in strijd met de lokale woonvisie ‘Vitaal wonen, uitwerking kaderstelling thema wonen (2019)’, ‘Waardenoriëntatie en kaderstelling, thema’s ruimte en economie (november 2017)’.

‘Beleidsregel woningbouwverzoeken Peel en Maas 2018’, De in artikel 8b van de Beleidsregel woningbouwverzoeken Peel en Maas 2018 vermelde termijn van 1 jaar werd niet gehaald. Het positieve standpunt van het college op het principeverzoek is niet meer geldig. Er is sprake van een blanco uitgangspunt. Wijzigingsbevoegdheid als omschreven in artikel 8c tweede aandachtsstreepje van voornoemde beleidsregel ontbreekt. Intensiteit van het gebruik van het gebouw, ten opzichte van de omgeving niet afgewogen. Dit is in strijd met goede ruimtelijke ordening. Doorstroming voor de woningmarkt is natuurlijk een mooie bijkomstigheid, maar dit is geen argument om doorgang van dit plan toe te staan. Er wordt niet voldaan aan de Kaderstelling Ruimte en Economie, uitvoeringsafspraak 6.1: Het appartementencomplex is de juiste woning. Het is niet de juiste woning op deze plek. Er wordt niet voldaan aan de Kaderstelling Ruimte en Economie, uitvoeringsafspraak 6.2: Het beoogde

24

-

-

-

appartementencomplex is juiste aantal woningen. Het is niet het juiste aantal woningen op deze plek. Uit de woonvisie Peel en Maas volgt dat er een overschot is aan bouwlocaties. Toevoegen woningaantallen is alleen mogelijk in combinatie met schrappen elders. Zoals vastgelegd in de Regionale structuurvisie Wonen worden plannen van meer dan 10 woningen op locaties waar geen woningbouw was voorzien in regionaal verband afgestemd. In de structuurvisie Wonen Noord Limburg 2016 is opgenomen dat om te voorzien in de behoefte van wonen en zorg verder in gesprek wordt gegaan met zorgpartijen en corporaties.

Reactie gemeente In het ontwerp bestemmingsplan is een uitgebreide ladderonderbouwing opgenomen waaruit volgt dat er (kort samengevat) behoefte is aan het onderhavige woningtype. Ten aanzien van de zienswijze dat met name behoefte is aan starterswoningen is de ladder als volgt aangepast: ‘Doorstroming vormt een belangrijk thema in de uitvoering van deze opgave. Het realiseren van starterswoningen zet maar een klein stapje in de doorstroming. Daarnaast zijn starterswoningen vaak alleen bij aanvang starterswoningen, bij verkoop zijn ze niet meer beschikbaar in de prijscategorie van de starters. Regionaal en lokaal wordt daarom ingezet op de toevoeging van woningen geschikt voor ouderen (levensloopbestendige of anderszins toekomstbestendige bouw), omdat daarmee geschikte woningen in de bestaande voorraad voor starters en gezinnen vrijkomen.’ Daarnaast is de terminologie uit de ladder aangepast aan de terminologie in het bestemmingsplan. Daar waar in de ladder gesproken werd over ‘woonzorgcomplex’ is dit gewijzigd in ‘zorgwonengebouw’ waarbij is toegelicht dat het een zorgwonengebouw betreft met 13 zelfstandige woningen (of 13 koopappartementen) inclusief een gemeenschappelijke ruimte en voorzieningen voor het verlenen van zorg, uitsluitend bestemd voor de bewoners van het zorgwonengebouw en hun zorgverleners.

In de ladder is expliciet opgenomen dat een commerciële exploitatie van de gemeenschappelijke voorzieningen of ander gebruik door derden niet aan de orde is. Op grond van de ‘Regionale woonvisie Noord-Limburg 2020-2024’, die door de Peel en Maas is vastgesteld in de raadsvergadering van 22 september 2020, dienen nieuwe woningbouwinitiatieven regionaal te worden afgestemd. Deze afstemming heeft plaatsgevonden op 26 oktober 2020 en de Regionale Werkgroep Wonen heeft vervolgens instemming verleend aan onderhavig bouwplan. Ten aanzien van de zienswijze dat het plan niet past binnen de lokale woonvisie ‘Vitaal wonen, uitwerking kaderstelling thema wonen (2019)’, ‘Waardenoriëntatie en kaderstelling, thema’s ruimte en economie (november 2017)’. ‘Beleidsregel woningbouwverzoeken Peel en Maas 2018’, zullen wij hierna per beleidsdocument daar nader op ingaan. Lokale woonvisie ‘Vitaal wonen, uitwerking kaderstelling thema wonen (2019) Het beoogde zorgwonengebouw is gelegen in een van de kernen van de gemeente en speelt in op de vraag naar levensloopbestendige woningen. Het beoogde zorgwonengebouw is met zijn gemeenschappelijke voorzieningen daarnaast gericht op het ontmoeten en zorgen voor elkaar alsook het kunnen ontvangen van zorg in de eigen directe woonomgeving. Er is daarnaast sprake van

25

hergebruik en inbreiding. Het beoogde zorgwonengebouw voldoet daarmee aan voornoemde thematische uitgangspunten uit de kaderstelling. In de lokale woonvisie ‘Vitaal wonen, uitwerking kaderstelling thema wonen’ uit 2019 is opgenomen dat nieuwbouw van woningen / toevoeging van woningbouwtitels in principe plaats vindt op herstructureringslocaties. Het punt waar het beoogde zorgwonengebouw afwijkt van de kaderstelling, is het feit dat de betreffende locatie geen herstructureringslocatie is. Echter, doordat met het beoogde zorgwonengebouw wonen wordt gecombineerd met kwalitatieve aspecten in de vorm van gemeenschappelijke (zorg)voorzieningen die het levensloopbestendig wonen, ontmoeten en zorg met elkaar verbinden en daarmee wel voldoet aan de thematische uitgangspunten van de kaderstelling, hebben wij echter voldoende aanleiding gezien om medewerking te verlenen aan het initiatief op deze locatie. ‘Waardenoriëntatie en kaderstelling, thema’s ruimte en economie (november 2017)’. Uit de zienswijzen volgt met name dat de onderhavige locatie niet de juiste plek is voor het beoogde zorgwonengebouw. Wij zijn van mening dat een zorgwonengebouw voor ouderen het best gerealiseerd kan worden in de nabijheid van centrum- en maatschappelijke voorzieningen. De onderhavige locatie voldoet hieraan. Er is weliswaar geen sprake van een herstructureringslocatie.

Echter, het onderhavige initiatief heeft een dermate innovatief en vernieuwend karakter en speelt in op de kwalitatieve woningbehoefte alsook op de toenemende zorgvraag en zelfredzaamheid in de samenleving dat voor dit soort initiatieven ook niet-herstructureringslocaties in aanmerking kunnen komen. Dat neemt niet weg dat ieder dergelijk initiatief op een niet-herstructureringslocatie op zichzelf wordt beoordeeld. De gemeenteraad heeft in haar vergadering van 22 september 2020 ten aanzien van de onderhavige locatie besloten dat zij medewerking wenst te verlenen aan het initiatief op deze plek. Daarnaast voldoet het onderhavige initiatief volledig aan het uitgangspunt ‘zorgen voor elkaar’, zoals dat in onderhavige kaderstelling nader is toegelicht. Beleidsregel woningbouwverzoeken Peel en Maas 2018 Een van de reclamanten voert aan dat niet wordt voldaan aan artikel 8b en 8c van de ‘Beleidsregel woningbouwverzoeken Peel en Maas 2018’. Hierin is respectievelijk opgenomen dat binnen 1 jaar na datering van het principebesluit een ontvankelijke aanvraag om een omgevingsvergunning dan wel een aanvraag om herziening van het bestemmingsplan is ingediend (8b) en in een nieuw bestemmingsplan moet een wijzigingsbevoegdheid worden opgenomen dat het mogelijk maakt om 2 jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan een onbenutte bouwmogelijkheid te laten vervallen (8c).

De formele aanvraag om het bestemmingsplan is pas gedaan voor het opstarten van de ontwerpfase op 1 september 2021. Het proces met betrekking tot de totstandkoming van het bestemmingsplan is echter direct na het principebesluit opgestart door de initiatiefnemer. In het kader van zorgvuldigheid heeft deze concept-fase wat langer geduurd en is het plan pas formeel in oktober in procedure gebracht. Het feit dat de termijn voor het indienen van een formele aanvraag is verlopen neemt niet weg dat de aanvraag getoetst moet worden aan de principes van ‘een goede ruimtelijke ordening’, hetgeen bij deze aanvraag ook gebeurd is. Daarbij zijn er geen nieuwe feiten of omstandigheden gebleken die tot een ander standpunt hebben geresulteerd dan hetgeen overwogen is ten tijde van het behandelen van het principeverzoek. De wijzigingsbevoegdheid waarnaar in artikel 8c van de beleidsregel wordt verwezen ontbreekt inderdaad en zal aan onderhavige regeling worden toegevoegd.

26

Gevolgen voor bestemmingsplan De ladderonderbouwing is zoals vermeld beperkt aangepast en deze aangepaste ladderonderbouwing vervangt de eerder versie bij het ontwerp bestemmingsplan. Aan artikel 3 ‘Wonen – Woongemeenschap’ wordt de navolgende wijzigingsbevoegdheid toegevoegd: Artikel 3.4 Wijzigingsbevoegdheid 3.4.1 Vervallen bestemming ‘Wonen – Woongemeenschap’ Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming ‘Wonen – Woongemeenschap’ te wijzigen in de bestemming ‘Wonen’, zoals opgenomen in het bestemmingsplan ‘Kernen Kessel en Kessel-Eik’ (NL.IMRO.1894.BPL0047-VG01) indien; a.

b.

binnen 2 jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan, ter plaatse van de bestemming 'Wonen - Woongemeenschap': 1. geen zorgwonengebouw inclusief nieuwe woning(en) is opgericht, dan wel in oprichting is; 2. geen ontvankelijke aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van zorgwonengebouw met een of meerdere woningen is ingediend; een verleende omgevingsvergunning voor het bouwen is ingetrokken omdat gedurende minimaal 26 weken onderscheidenlijk de in de vergunning bepaalde termijn na het onherroepelijk worden van de vergunning, geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning, met dien verstande dat het wijzigen van de bestemming 'Wonen - Woongemeenschap' achterwege blijft gedurende 2 jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan.

In paragraaf 5.3.2 ‘Bestemmingsregels’ van de plantoelichting wordt het opnemen van de wijzigingsbevoegdheid toegevoegd in de beschrijving van de bestemming ‘Wonen – Woongemeenschap’.

13. Zorgconcept Nummer zienswijze 3, 14, 17, 21, 22, 25, 36, 41, 42, 43, 47, 52, 54, 66, 84, 98, 100, 102, 103, 104, 107, 108, 112, 117, 123, 128, 132, 136, 137, 138, 139, 148, 173, 178, 183, 189, 203, 211, 230, 233, 242, 250, 254, 258, 273, 285, 289, 295, 299, 306, 308.

Gronden samengevat -

-

-

-

Er wordt getwijfeld of wel echt sprake is van zorg. Het zijn immers ‘reguliere’ appartementen en het zorgcomponent omvat een beperkt onderdeel van het gebouw. Dit oogt meer naar gezellig samenwonen In dit gehele plan wordt het woord “zorg" alleen als toverwoord gebruikt. Dit is onlosmakelijk “slechts" een woongemeenschap. Het voorliggend voorstel "woongemeenschap Veersepad 13 Kessel" is met het streven naar een woon-zorgcomplex compleet van tafel. Het is een vriendengroep waarin geen andere mensen thuishoren en tussen komen. Hier gaan geen mensen wonen die op dit moment zorg nodig hebben Deze stichting wil gewoon haar zin doordrammen middels een verkooppraatje. Duidelijke zorgdoelstellingen. Ernstige twijfels of oorspronkelijke doelstelling gehaald worden. Onheuse betiteling De zorg moet voor iedereen zijn en niet alleen voor een vriendengroep Duidelijke verschillen in gehanteerde terminologie in bestemmingsplan, zoals woongemeenschap, zorgwonengebouw, woon-zorg initiatief of woonzorgcomplex. Een woongemeenschap heeft niet direct het doel tot het verlenen van zorg. Het is meer gericht op

27

-

-

-

-

-

-

-

-

-

een bepaalde vorm van samenleven. Zorg is daarbij niet of nauwelijks aanwezig. Dit is niet meer dan mantelzorg. Een van de reclamanten is 45 jaar werkzaam geweest in de gezondheidszorg met intramurale en extramurale bewoning en brengt het navolgende naar voren: Professionele zorg wordt van buitenaf geleverd en dan maakt het niet uit waar je woont. Vanuit mantelzorg bezien is de ervaring dat kleinschalige woonconstructies beter werken. Bij grootschalige woonconstructies hoor je vaak 'ze lossen het zelf maar op'. De gemeenteraad kan op deze wankelende basis geen zwaarwegende beslissing nemen met gevolg dat de historische maasoever onherstelbaar in ernstige mate verstoord wordt. Zorg is geen argumentatie, want thuiszorg is overal mogelijk. Als het gaat om minder instroom in de WMO, waarom zijn de toekomstige bewoners dan 'geselecteerd' door SOT en hebben andere bewoners die meer noodzaak hebben voor een levensloopbestendige woning dan geen kans gehad? Toekomstige bewoner geeft zelf aan, dat als men er zelf niet ging wonen men ook tegen het plan zou zijn. Twijfel of initiatiefnemers geïnteresseerd zouden zijn wanneer het plan elders in Kessel moest worden gerealiseerd. Wonen aan de Maas, onder de verkapte constructie van Zorgen voor elkaar. Indien deze locatie niet doorgaat, stopt het project en gaan ze ook niet op een andere locatie verder.

Wanneer alternatieve locatie wordt voorgedragen willen ze niet meer zo graag voor elkaar zorgen of met elkaar wonen. Initiatiefnemers willen gemeenschappelijke leefruimte beschikbaar stellen voor bijv. buurtvergaderingen, kookbijeenkomsten etc. terwijl het gemeenschapshuis prachtig verbouwd wordt (multi-functionele accommodatie) Verkapte constructie. Verwachting is niet dat bij overlijden van één van de 13 bewoners een nieuwe bewoner voor de overige 12 gaat 'zorgen'. de toespeling "zorg" blijft beperkt tot omzien naar elkaar, wat van iedere goede buur verwacht kan worden Misbruik van de term ‘zorg’ Het idee van ‘zorgen voor elkaar’ houdt op langere termijn geen stand. De uitwerking van het aspect "zorg" wordt als zwaar onvoldoende beschouwd. Veel straten en hofjes in onze gemeente kennen allang de buurtzorg, het even op elkaar letten als er iemand eenzaam of ziek is, een appgroep om elkaar op de hoogte houden, zorgen voor dokters- en ziekenhuisbezoek enz. Gebouw is alleen voor elite, niet voor de gewone burger. Wonen met een doel (2.2 omkaderde tekst van het ontwerpbestemmingsplan) Het in dit punt gestelde komt overeen met hetgeen men in iedere enigszins samenhangende woonwijk in welke stad of dorp gelegen kan verwachten. Daarom onderscheid het plan voor nr. 13 zich qua "zorgeigenschappen" in niets van een eventuele vernieuwbouw/heringebruikname van het bestaande pand.

Het plan is niets meer en niets minder dan een appartementencomplex. De “zorg” die het SOT pretendeert te leveren wordt uitgelegd in hun sociale paragraaf en kan worden

28

-

-

-

-

-

samengevat met het woord “noaberschap”, “burenhulp”. Het is dus “HULP” en heeft niets te maken met “ZORG”. Zelfs de term mantelzorg kan niet worden toegepast in de formulering zoals deze is opgenomen door het SOT. Mantelzorg is langdurige onbetaalde zorg voor chronisch zieken, gehandicapten en hulpbehoevenden. De samenstelling van de groep gelijkgestemden van het SOT voldoen in de verste verte niet aan de bedoelde doelgroep. Er wordt in de toelichting gesproken over een voordeel voor de gemeente Peel en Maas, namelijk minder instroom in de WMO. Reclamant haalt diverse cijfers aan v.w.b. de noodzaak op zorg. De zorgvraag start normaliter pas bij 75plussers en de zorg wordt (deels) verleend door kinderen, partner en mantelzorgers. De zorg komt pas over 10-20 jaar in beeld. Daarbij dient dan ook nog opgemerkt te worden dat de medebewoner die die zorg zou moeten leveren dan ook al ruim 75 plusser is. Het nuttig rendement van het sociale contract is hiermee verwaarloosbaar, en zo er enig rendement te behalen is, en is dat pas over 10 jaar gewenst. De intenties van het SOT zijn niet zuiver. Hun adagium zorgen-voor-elkaar wordt vermengd met het wonen aan de Maas. Daarbij voert “het wonen aan de Maas” de boventoon. De intenties van het SOT zijn niet zuiver.

Het aantal bewoners (lees betalenden), en daaraan gekoppelde bouwmassa, is afhankelijk gemaakt van hun financiële wensen (en om de dure aankoop van de grond te compenseren) en niet aan hun sociaal gepresenteerde samen-leven. De intenties van het SOT zijn niet zeker. In het afgelopen jaar is geen juridisch rapport opgesteld waarin de sociale paragraaf geborgd is, noch is er enige zekerheid geboden omtrent het financiële aspect. Volgens de Afdeling15 is onder meer sprake van een woonzorgcomplex c.q. een zorgwoning wanneer binnen het complex een bepaalde mate van zorg beschikbaar is en wanneer de bewoners continue of op afroep gebruik kunnen maken van diensten van een professionele zorgaanbieder, die ter plaatse 24-uurs zorg aan de bewoners zal gaan verlenen. Een koppeling van woon- en professionele zorg is dermate specifiek en bijzonder, onndat deze zich onderscheidt van normale woonvormen waarbij deze vorm van zorgverlening doorgaans ontbreekt. Hiervan is in dit plan geen sprake, terwijl in de plantoelichting wel expliciet over 'woon-zorgcomplex' wordt gesproken.

Reactie gemeente Met betrekking tot hetgeen reclamanten opmerken over het realiseren van het beoogde zorgwonengebouw op een alternatieve locatie zij allereerst verwezen naar hetgeen daarover wordt opgemerkt in overweging 4 van deze nota zienswijzen. Initiatiefnemers hebben de onderhavige locatie in eigendom verworven. Zij hebben gekozen voor onderhavige locatie, omdat deze locatie centraal gelegen is in de dorpskern, in de directe nabijheid van huisarts, apotheek, drogisterij, fysiotherapeut en op loopafstand van winkels. Wij hebben na een belangenafweging op 22 september 2020 besloten medewerking te verlenen aan het initiatief op de betreffende locatie. Die medewerking wordt middels dit bestemmingsplan

29

bestendigd. Wij kunnen planologisch niet sturen wie ter plaatse komt te wonen. Het betreft hier een particulier initiatief en de Stichting bepaalt uiteindelijk wie ter plaatse komt te wonen. Zij zullen zich daarbij wel moeten houden aan de regels van onderhavig bestemmingsplan en de anterieure overeenkomst die met de gemeente gesloten is. Het beoogde zorgwonengebouw is gelegen in een van de kernen van de gemeente en speelt in op de vraag naar levensloopbestendige woningen. Het beoogde zorgwonengebouw is met zijn gemeenschappelijke voorzieningen daarnaast gericht op het ontmoeten en zorgen voor elkaar alsook het kunnen ontvangen van zorg in de eigen directe woonomgeving. Zoals ook beschreven in de toelichting willen en moeten ouderen steeds langer in hun eigen woning blijven wonen. Daarbij wordt zorg van familie en bekenden (mantelzorg) steeds belangrijker door de toenemende druk op de zorg en doordat hulpbehoevenden langer thuis blijven wonen. Het onderhavige initiatief voorziet dan ook in levensloopbestendig wonen met voorzieningen waarbij eventueel benodigde zorg ‘binnenshuis’ kan worden opgevangen. Er is dan ook uitdrukkelijk geen sprake van het opzetten van een traditioneel woonzorgcentrum waarbij op voorhand professionele betaalde zorg is georganiseerd.

Doelstelling is juist om zo lang mogelijk zelfstandig te blijven wonen door samen te leven, samen te wonen en voor elkaar te zorgen. Omdat sprake is van zelfstandige woningen en geen sprake is van een professionele zorgpartij en/of een bepaald verplicht zorgprofiel / zorgzwaartepakket, geldt op basis van actuele jurisprudentie dat een bestemming ‘Maatschappelijk’ niet mogelijk is. Om de kwalitatieve eigenschappen van het zorgwonengebouw die zijn gericht op zorg in de eigen woonomgeving en het samen zorgen voor elkaar te borgen, is een voorwaardelijke verplichting opgenomen tot het realiseren van dergelijke gemeenschappelijke voorzieningen alsmede tenminste één behandelkamer / zorgkamer (artikel 3.3.2). Met deze gemeenschappelijke voorzieningen kan in het zorgwonengebouw worden gewoond als een woongemeenschap (artikel 3) waarbij de huishoudens elkaar kunnen voorzien in het verlenen van sociale, sociaal-medische en/of medische verzorging, activering, begeleiding en/of dagbesteding. Dit volgt ook uit de begripsbepalingen waarin ‘woongemeenschap’ nader is gedefinieerd (artikel 1.93 vastgesteld plan). Daarmee voldoet het zorgwonengebouw aan de door de gemeenteraad beoogde eigenschappen en het soort levensloopbestendig wonen dat ter plaatse mogelijk wordt gemaakt met daarbij nog additionele voorzieningen die dit versterken.

In welke mate van de zorgfaciliteiten in feitelijke zin gebruik wordt gemaakt is in het kader van toelatingsplanologie niet te vervatten in een afdwingbare planregel en ook geen doel op zich voor ons. Gevolgen voor bestemmingsplan Deze gronden hebben ertoe geleid dat zowel de ladderonderbouwing als de toelichting op dit onderdeel zijn gewijzigd/aangevuld. Daarnaast zijn diverse begrippen en de bestemmingsregels verduidelijkt. In overweging 32 van deze zienswijzennota wordt dit nader toegelicht.

14. Risico dat appartementen straks als reguliere appartementen verkocht worden Nummer zienswijze 12, 81,

Gronden samengevat -

De woningen worden onder de noemer zorgappartementen gebouwd, maar wie garandeert dat dit ook zo blijft? Anti-speculatiebeding niet controleerbaar en juridisch beperkt houdbaar Sociaal contract kan elk moment gewijzigd worden.

30

Reactie gemeente Wij verwijzen in dit kader naar hetgeen is overwogen in overwegingen 12, 13 en 32 van deze nota zienswijzen. Gevolgen voor bestemmingsplan Deze gronden hebben ertoe geleid dat diverse begrippen en de bestemmingsregels verduidelijkt zijn. In overweging 32 van deze zienswijzennota wordt dit nader toegelicht.

15. Leeftijdscriterium van minimaal 55 jaar Nummer zienswijze 100

Gronden samengevat -

Het leeftijdscriterium van 55 jaar is niet opgenomen in de regels, maar wel in de toelichting. Waarom is in de regels geen leeftijdscriterium van minimaal 55 jaar opgenomen

Reactie gemeente In de toelichting is opgenomen dat de woongemeenschap beoogd is voor bewoners vanaf 55 jaar. Gemiddeld genomen ontstaat vanaf deze leeftijd een grotere behoefte aan zorg, maar in de meeste gevallen is vanaf deze leeftijd ook nog sprake van voldoende vitaliteit om zorg te kunnen bieden en de benodigde klussen uit te voeren. Het feit dat er geen leeftijdscriterium is opgenomen in de planregels houdt verband met het feit dat dit gelet op vaste jurisprudentie niet mogelijk is. Immers, het opnemen van een verbod op het gebruik van de appartementen door personen buiten de beoogde doelgroep senioren in een bestemmingsplan, zou leiden tot een niet ruimtelijke relevant en daarmee ongeoorloofd onderscheid naar leeftijd. Immers er bestaan in ruimtelijk opzicht geen ruimtelijk relevant verschil tussen seniorenhuishoudens en huishoudens met jonge gezinnen of werkenden. Wij verwijzen in dit kader naar de uitspraak van de Afdeling van 28 april 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:920). Daar komt bij dat de differentiatie in leeftijd bovendien essentieel is om de verhouding zorgvragenden/zorgleverenden in evenwicht te houden. De bewoning van de appartementen door doelgroepen die wel voor een ruimtelijk relevant verschil kunnen zorgen zoals studentenhuisvesting of andere vormen van onzelfstandige of tijdelijke bewoning zijn in het bestemmingsplan uitgesloten.

Daartoe zijn de definitiebepalingen van ‘woning’ in artikel 1.92 (vastgesteld plan) van de planregels, “wonen” in artikel 1.91 (vastgesteld plan) van de planregels en in artikel 3.1 aanhef en onder a van de planregels gewijzigd. Tevens is de definitie van huishouden in artikel 1.60 (vastgesteld plan) van de planregels gewijzigd om die reden. Bovendien geldt in de praktijk dat vanwege de verplichting tot het ondertekenen van een sociaal contract en de daarmee samenhangende verplichtingen, alsmede het feit dat sprake is van koopappartementen in een hogere prijsklasse en vanwege een gemiddelde leeftijdsopbouw vanaf 55 jaar, deze appartementen dan ook alleen aantrekkelijk zijn voor de beoogde doelgroep namelijk mensen vanaf ongeveer die leeftijd. Gevolgen voor bestemmingsplan Deze grond heeft geleid tot een aanpassing van het bestemmingsplan, bestaande uit een aanpassing van een aantal begrippen en artikel 3.1 aanhef en onder a van de planregels. Voor de inhoud van de wijzigingen wordt verwezen naar overweging 32 van deze zienswijzennota.

31

16. Financiële uitvoerbaarheid onvoldoende aangetoond en risico op planschade Nummer zienswijze 8, 50, 100, 117, 132, 141, 211, 260, 261,262, 277, 280, 281, 282, 283, 287, 288, 295, 308.

Gronden samengevat -

-

-

-

-

-

-

Financiële onderbouwing ontbreekt Initiatiefnemers stellen dat kleinere woningen financieel niet haalbaar zijn. Dat is echter niet het probleem van overige bewoners. Er wordt gesproken over betaalbaarheid maar er wordt op een dure locatie gebouwd. Daarnaast weegt de financiële meevaller zoals voorspeld door de SOT niet op tegen de zekere schadeclaims voor misleiding en compensatie voor waardeverlies van woningen. Dat er een financieel aspect aan de orde is rechtvaardigt niet dat alle ruimtelijke principes en belangen ter zijde worden geschoven. Het kan niet zo zijn dat er voor een 4e verdieping wordt gekozen omdat ze het project anders financieel niet zouden redden. Dit is waanzin. Het slopen van zo'n beeldbepalend pand zorgt ook voor een drastische waardevermindering van omliggende woningen. Mogelijke schadeclaims voor misleiding en compensatie voor waardeverlies van woningen. Nieuwe ingebruikname van het pand nr. 13 zou tegen redelijke kosten onmogelijk zijn (2.2, 1e alinea van het ontwerp bestemmingsplan). Dit wordt op geen enkele wijze onderbouwd terwijl bij eerdere initiatieven wel mogelijkheden waren om het pand te behouden. Pand van reclamant zakt in waarde, door het onesthetische karakter van het straatbeeld. Indien het onderhavige plan doorgang vindt, geeft dit recht op het indienen van een schadeclaim.

Door toevoegen van contingenten aan SOT zijn andere geïnteresseerden benadeeld en bij doorgang zal bij gemeente schadeclaim neergelegd worden.

Reactie gemeente De onderhavige ontwikkeling wordt door initiatiefnemers volledig in eigen beheer uitgevoerd. Middels een anterieure overeenkomst worden ook de gemeentelijke kosten en eventuele planschade ten laste gebracht van initiatiefnemers. Voor de gemeente zijn aan deze ontwikkeling dan ook geen kosten verbonden. Initiatiefnemers hebben een financiële afweging gemaakt en een keuze gemaakt voor sloop van het pand en vervangende nieuwbouw. Ten behoeve van het benodigde bestemmingsplan is getoetst aan de ruimtelijke principes en daaruit is gebleken dat het onderhavige initiatief voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Daarnaast heeft ook een belangenafweging plaatsgevonden en ook daaruit volgt dat belangen van omwonenden niet onevenredig worden geschaad. In deze zienswijzennota wordt dit op diverse onderdelen nog eens nader toegelicht. Voor zover gesteld wordt dat sprake is van een waardevermindering van de omliggende objecten wordt gewezen op de mogelijkheid om, nadat het planologisch kader (het bestemmingsplan) onherroepelijk is geworden, een verzoek om tegemoetkoming in planschade in te dienen. Via de voorgeschreven procedure zal dan bepaald worden of sprake is van een waardevermindering van de betreffende objecten. Indien aan de orde zal dit vervolgens ook gecompenseerd worden.

32

Gevolgen voor bestemmingsplan Deze grond heeft niet geleid tot een aanpassing van het bestemmingsplan.

17. Strijd met provinciale omgevingsvisie Nummer zienswijze 100

Gronden samengevat -

De omgevingsvisie gaat uit van een aantrekkelijke woonomgeving zowel in de kernen als in het landelijk gebied. Arbitrair is wat een aantrekkelijke woonomgeving is. Echter is dit na de herindeling (gemeente Peel en Maas) in allerlei visies en beleidsstukken vastgesteld. Het beeldbepalende karakter is bepalend voor de ontwikkelingen in het gebied om zo een aantrekkelijke woonomgeving te garanderen. Met dit huidige plan voldoet het niet aan een aantrekkelijke woonomgeving.

Reactie gemeente De Provinciale Omgevingsvisie Limburg (POVI Limburg) is richtinggevend op hoofdlijnen. De uitwerking omtrent onder andere wonen geschiedt in de regionale en gemeentelijke uitwerkingen, programma’s en/of beleidskaders. Zoals volgt uit de ladderonderbouwing en de beschrijving van het regionale en gemeentelijke beleidskader voldoet onderhavig initiatief aan de van toepassing zijnde randvoorwaarden. De provincie heeft in het kader van de ontwerpprocedure van het bestemmingsplan getoetst aan deze beleidskaders. Bij mail van 23 november 2021 hebben Gedeputeerde Staten aangegeven dat het plan is beoordeeld op de adequate doorwerking van de provinciale belangen en dat er voor GS geen aanleiding bestaat om ten aanzien van dit bestemmingsplan een zienswijze in te dienen. Gevolgen voor bestemmingsplan Deze grond leidt in materiële zin niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Omdat inmiddels de Provinciale Omgevingsvisie Limburg op 25 oktober 2021 in werking is getreden en daarmee het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 is komen te vervallen, wordt de beschrijving van het provinciale beleid in de toelichting daarop aangepast. Daarnaast is inmiddels op 17 december 2021 de Omgevingsverordening Limburg (2021) vastgesteld. Deze omgevingsverordening zal pas bij inwerkingtreding van de Omgevingswet (beoogd op 1 juli 2022) in werking treden.

Ook dit is in de toelichting aangepast.

33

18. Maatschappelijke uitvoerbaarheid: ontbreken draagvlak en omgevingsdialoog / mediation Nummer zienswijze 17, 41, 47, 43, 54, 61, 92, 96, 98, 100, 103, 110, 127, 128, 132, 133, 140, 183, 200, 249,

Gronden samengevat - Het proces verdient geen schoonheidsprijs en roept de nodige vraagtekens op. - Geen draagvlak bij omwonenden, maar ook geen draagvlak bij niet-omwonenden. - Het SOT stelt dat er wel draagvlak is. - Uit overleggen blijkt dat er geen draagvlak is vanuit de omgeving. Draagvlak is een van de pijlers voor de gemeente bij planontwikkeling. - Er is geen omgevingsdialoog / mediation gevoerd - Er is een reactie gestuurd naar de toen aanwezige 2 wethouders over niet juist voeren van de omgevingsdialoog - Gemeente heeft jaren geleden vorm van mediation in gang gezet. Hiervan wordt niets terug gezien. - Gesprekken zijn niet gevoerd en wanneer er vragen zijn worden bijeenkomsten afgekapt door SOT - Geheimzinnigheid en stiekem voorbereiden van plannen heeft het dorp in tweeën gedeeld (tweespalt). - Het sociale Kessel wordt helemaal ontwricht. Gespleten meningsvorming in het dorp. De voor- en tegenstanders polariseren (verdeeldheid). - Velen keuren het initiatief niet goed, maar willen vanwege vriendengroep- en verenigings- en familierelaties niet naar voren stappen. - Door de sociale wig en emotionele spagaat in Kessel durven mensen hun echte mening niet te laten horen. - Er wordt vermeld dat initiatiefnemers veel geluisterd hebben naar de omgeving, maar hier worden grote vraagtekens bij gezet.

- Waarom is er de laatste twee jaar dat dit speelt niet naar alternatieve locaties in Kessel gezocht? Ondertussen rollen de voor- en tegenstanders ruziënd over straat en wat doet de gemeente Peel en Maas, het kijkt toe. - Er is eind 2020 een poll uitgeschreven met de vraag of SOT doorgang zou moeten vinden. Daaruit volgt dat 66% van de uitgebrachte stemmen tegen is, 77 bewoners hebben het college verzocht het plan niet door te laten gaan en 126 personen hebben een petitie opgestart voor behoud en restauratie van het pand en tevens om appartementen op deze locatie niet toe te staan. Daarnaast zijn meer dan 200 zienswijzen tegen het ontwerpbestemmingsplan ingediend.’ - Het burgerinitiatief is vanuit een zéér kleine groep van 13 gezinnen ontstaan. Er is geen raadpleging geweest van het DOK, dorpsoverleg Kessel, terwijl dit wél had gemoeten. - Ten onrechte is door SOT in een brandbrief aan de gemeente opgenomen dat er weinig weerstand is bij omwonenden.

Reactie gemeente Op basis van vaste jurisprudentie geldt in de basis dat het bieden van inspraak voorafgaande aan de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan geen onderdeel uitmaakt van de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geregelde bestemmingsplanprocedure. Wij

34

verwijzen in dit kader (bijvoorbeeld) naar de recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) van 28 april 2021 (ECLI:NL:RVS:NL:RVS:2021:920). Dit maakt dat het niet bieden van inspraak in die eerdere fase voorafgaand aan de terinzagelegging geen gevolgen heeft voor de rechtmatigheid van het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan. In dit geval heeft er echter wél – onverplicht – een vorm van inspraak plaatsgevonden door middel van een omgevingsdialoog omdat wij hier als gemeente waarde aan hechten. In dat kader vragen wij initiatiefnemers dan ook altijd bij ruimtelijke ontwikkelingen om die omgevingsdialoog vorm te geven. De verantwoordelijkheid hiervoor leggen wij ook bij de initiatiefnemers neer. In dit geval hebben wij dat ook gedaan en hebben wij een terugkoppeling gekregen van de initiatiefnemer over de wijze waarop deze dialoog heeft plaatsgevonden. SOT heeft in dat kader (keukentafel)gesprekken gevoerd met omwonenden en er zijn zowel digitaal (Teamsmeeting) als in gemeenschapshuis “De Poart” informatieavonden georganiseerd. Daarbij zijn in eerste instantie omwonenden geïnformeerd over de beoogde plannen. Vervolgens hebben omwonenden hun wensen, ideeën, zorgen kunnen uiten. Van de 78 opmerkingen door omwonenden zijn 59 opmerkingen (circa 75 %) geheel of gedeeltelijk meegenomen in het ontwerp.

Het ontwerp is vervolgens aan betreffende omwonenden gepresenteerd. Vanaf januari 2021 is een website (Veersepad 13- Onze Toekomst) in de lucht ter informatie over de ontwikkelingen van het plan voor alle overige geïnteresseerden. Tot nu verschenen updates in januari, februari, maart, april, juli/aug en oktober. In oktober is ook het definitieve voorlopige ontwerp geplaatst. Tussentijds zijn de direct omwonenden (19) via mail en whatsapp meerdere malen geïnformeerd over de stand van zaken of vervolgstappen. Over het betoog dat er onvoldoende maatschappelijk draagvlak zou bestaan voor het initiatief geldt het volgende. Ondanks de nodige zienswijzen die zijn ingediend tegen het ontwerpbestemmingsplan, is niet komen vast te staan dat maatschappelijk draagvlak ontbreekt. Nog daargelaten dat geldt dat het ontbreken van draagvlak, wat daar ook van zij, op zichzelf niet betekent dat wij het plan om die reden niet zou mogen vaststellen. Wij verwijzen in dit kader (bijvoorbeeld) naar de recente uitspraken van de Afdeling van 21 februari 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:616) en 28 april 2021 (ECLI:NL:RVS:NL:RVS:2021:920). Er is geen wettelijke regel die bepaalt dat een bestemmingsplan een ontwikkeling alleen mogelijk mag maken als daarvoor voldoende draagvlak in de omgeving bestaat. Gevolgen voor bestemmingsplan Deze gronden hebben niet geleid tot een aanpassing van het bestemmingsplan.

19. Gelijkheidsbeginsel / geen vertrouwen meer in gemeente Nummer zienswijze 6, 21, 29, 30, 36, 37, 41, 44, 47, 54, 69, 71, 77, 81, 87, 89, 90, 91, 96, 97, 98, 99, 100, 103, 104, 110, 112, 114, 117, 120, 123, 127, 128, 132, 141, 142, 146, 171, 172, 173, 177, 178, 179, 182, 183, 194, 198, 200, 203, 205, 207, 212, 213, 218, 219, 221, 224, 225, 233, 236, 240, 255, 256, 263, 276, 289, 295, 303, 305, 306, 307, 308.

Gronden samengevat - Eerder aan diverse nieuwbouwontwikkelingen geen medewerking verleend. - Gemeente meet met twee maten, de een wel, de ander niet. Hierbij is er sprake van zwalkend beleid van de gemeente waarbij de ene burger werd bevoordeeld ten opzichte van de ander. - Eerder is door gemeente aangegeven dat het pand een beschermd dorpsgezicht is en er weinig of geen mogelijkheden zijn om er iets anders neer te zetten. Sloop zou niet aan de orde zijn en opdelen ook niet! Hoogst verbaasd dat gemeenteraad hier nu wel medewerking aan verleend.

35

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Precedentwerking (gelijkheidsbeginsel) De gemeente heeft niet alle geïnteresseerden op dezelfde wijze heeft behandeld. Eerdere verzoeken zijn afgewezen. Er is sprake van zwalkend beleid. Wijziging spelregels gedurende het proces. Het is oneerlijk. Dorpsgenoten die het bestaande huis wilden opknappen en een tweede huis in dezelfde stijl ernaast wilden bouwen kregen geen medewerking. Gemeente had aangegeven dat er geen woningen bijgebouwd mochten worden. Is dat eerlijk gemeente beleid? Ontwikkeling komt niet overeen met geschreven onderzoek "De toekomst van het het Veersepad 13 te Kessel" Ondemocratische verlopen proces. Geen transparante toewijzing. Oneerlijk tegen ander ingediende plannen De gemeente heeft al twee aanvragen voor een nieuwe bestemming met zorgfunctie van deze gebouwen afgewezen zonder duidelijke redenen. Dan is het uitermate vreemd dat er nu een bestemmingplan ter inzage ligt voor wéér een enorm groot en hoog complex van een aantal bevriende echtparen zonder duidelijke zorg-visie". Dit geeft het gevoel van vriendjespolitiek en bekonkel in achterkamertjes waardoor het vertrouwen is verloren in dit bestuur.

Geen vertrouwen meer in de gemeente / de politiek Dit plan zorgt voor veel aversie tegen de besluitvorming van de gemeente waardoor er een groeiend onbegrip ontstaat over de besluitvorming en het functioneren van de huidige gemeente Meerdere personen waren geïnteresseerd in het Veersepad 13. Ieder met een eigen idee. Het realiseren van twee woningen, vier appartementen. Dit was allemaal niet mogelijk. Echter het realiseren van 13 appartementen wel. Hoe kan dit? Dit neigt naar ongelijke behandeling! Eén potentiële koper wilde pand kopen en binnen de regels van het bestemmingsplan opknappen. Deze werd afgewimpeld door gemeente. Potentiële koper voelt zich misleid. Plan aan de Bergweg 8, te Baarlo is niet toegestaan op 6 juli 2020. Beoogde ontwikkeling was een 12-tal woningen voor ouderen in het kader 'zorgen voor elkaar'. Gemeente geeft aan dat het in dit geval gaat om reguliere woningen, omdat er geen sprake is van 24 uurs zorg. Wij kunnen er dan ook niet mee instemmen dat de bestemming voor het Veersepad 13 te Kessel gewijzigd wordt. De gemeente moet er voor alle burgers zijn en alle burgers en alle locaties moet gelijk behandeld worden. Karakteristieke woningen mocht niet, maar een kolossaal blok wel? Ook de vorige eigenaar heeft bij de gemeente onderzoek gedaan naar de mogelijkheden m.b.t. het pand.

Het woonhuis mocht niet worden afgebroken, splitsing was niet mogelijk, omdat er geen woon- en zorgcontingenten waren. Eén raadslid gaf aan: "hoe kunnen jullie hierover beslissen terwijl er nog geen tekening inzicht is". En dat diezelfde persoon twee weken later zijn stem voor goedkeuring gaf. Ongeloofelijk. De manier waarop het gegaan is en anderen geen kans gekregen hebben. Daardoor krijg je een tweestrijd. Voorrang geven aan een aantal gepriviligeerden terwijl er woningbehoefte is.

36

-

-

-

-

-

-

-

-

Andere initiatiefnemers mochten nul huisnummers gebruiken. Dit plan is dus bevoordeeld. Er wordt verwezen naar de wet 'algemene wet gelijk behandeling'. Vernemen graag de visie van de gemeente over deze wet in combinatie met dit plan. De eventuele bevoordeling van stichting SOT ten opzichte van andere geïnteresseerden is nog steeds niet ontkracht. Wanneer er namelijk een kern van waarheid in zit, loopt de Raad gevaar om wellicht nu meteen maar op termijn op onbehoorlijk bestuur te worden gewezen met alle consequenties van dien. Eerder een soortgelijk initiatief met 'zorg' op kleinere schaal tegengehouden. Eerder vlekkenplan ingediend voor het realiseren van 8 à 9 appartementen. Gemeente gaf toen aan dat er maar sprake kan zijn van 1 voordeur / contingent. Toewijzing van extra wooncontingenten is in een eerder stadium volstrekt afgewezen door B&W. Dit is in de verkoopfase medegedeeld aan potentiële kopers, en duidelijk uitgesproken in het principebesluit van 5 juli 2019. Toenmalige eigenaar heeft in januari 2019 een soortgelijk principeverzoek ingediend dat door de gemeente is afgewezen. Gemeente werkt nauw samen met SOT en stuurt ondertussen alle andere kandidaat-kopers het bos in door al hun plannen af te wijzen. SOT was volledig op de hoogte van de andere 15 kandidaat-kopers en hun plannen. Schending ambtsgeheim.

Gemeente geeft geen gehoor aan WOB-verzoeken of stuurt niet wat gevraagd is.

Reactie gemeente Er is door de gemeente gesproken met een partij over mogelijkheden met betrekking tot het pand/locatie, maar dit heeft nooit tot een concreet principeverzoek en/of aanvraag geleid. De opmerkingen van reclamanten dat ook op andere locaties woningbouwontwikkelingen zijn afgewezen doen hier niet ter zake. Het betreft hier een andere locatie en elk initiatief wordt op zichzelf beoordeeld. Wij herkennen ons niet in de zienswijze dat wij nauw samenwerken met SOT op een wijze die in strijd is met artikel 2:4 van de Algemene wet bestuursrecht, noch dat het ambtsgeheim zou zijn geschonden noch dat geen gehoor is gegeven aan WOB-verzoeken. Gevolgen voor bestemmingsplan Deze gronden hebben niet geleid tot een aanpassing van het bestemmingsplan.

37

20. Zorgen over toekomstige ontwikkelingen / precedentwerking Nummer zienswijze 25, 27, 37, 42, 44, 45, 54, 69, 70, 71, 72, 74, 77, 81, 87, 98, 104, 110, 111, 115, 119, 125, 126, 127, 128, 133, 136, 140, 143, 145, 148, 150, 151, 177, 182, 195, 198, 204, 208, 209, 211, 224, 225, 226, 246, 255, 279, 289, 306, 308.

Gronden samengevat -

-

-

-

-

-

-

-

Als dit complex wordt toegestaan is dit een uitnodiging voor de bouw van meerdere dergelijk initiatieven aan het Veersepad Precedentwerking. Soortgelijke plannen kunnen niet meer geweigerd worden. Over een 30-40 jaar zal dit weer verouderd zijn en lelijk. In Nederland zijn er sowieso nog maar weinig monumentale panden over. Hoe ziet de dorpskern en het Veersepad er dan over 10 20 jaar uit? Het plan is afschuwelijk. Is dat wat de gemeente met ons mooie Maasdorpje Kessel wil? Binnen een aantal jaar liggen hier de zorgcomplexen naast elkaar. Groot risico dat komende jaren de panden aan het Veersepad allemaal opgekocht gaan worden om er appartementen op te bouwen. Gemeente moet daar nu voor waken. Het project roept op tot de mogelijkheid van meerdere hoogbouw projecten op het Veersepad i.v.m. het Maaszicht, waar het hier om te doen is. Dit komt door financiële voordelen voor ontwikkelaars / vastgoed Hyena’s. Denk aan de grote inkomstenbron van Toerisme door historische aantrekkelijke oevers te behouden. De bestemmingsplanwijziging op deze locatie geeft andere bewoners of projectontwikkelaars de mogelijkheid om initiatieven te ontplooien. Als projectontwikkelaars hun kans zien zullen zij zeker hun kans pakken en ook dergelijke volumineuze complexen vervaardigen, waardoor het Veersepad zijn karakteristieke uitstraling volledig gaat verliezen.

Waar is de welstandscommissie? Een van de reclamanten heeft aan hun woning minimale veranderingen moeten verantwoorden, en nu mag wel een complex gebouwd worden met ongekend grote afmetingen. Verdere verstedelijking van de Maasboulevard. Vrijbrief om overige kavels Maaszijde in te richten als herstructureringsgebied.

Reactie gemeente Het Veersepad maakt onderdeel uit van het ‘beeldbepalend dorpsgezicht’ van Kessel. Het betreft hier het woon- / centrumgebied dat direct aan de Maas is gelegen en het zuidoostelijke deel van de Baarskampstraat. Uit de Nota Ruimtelijke Kwaliteit (6 oktober 2011) volgt dat het beeldbepalende dorpsgezicht dat gebied of lint is in (de kern van) het dorp dat meestal van grote waarde is voor het (historisch) karakter van het dorp. Dit kan bijvoorbeeld een dorpsplein of hoofdweg zijn. Deze gebieden zijn erg bepalend in de identiteit van een kern. Hiervoor is het wenselijk deze dorpsgezichten te beschermen. Het gaat hierbij niet louter om historische panden, maar ook om panden die een prominente locatie hebben. We willen voorkomen dat dit beeld wordt aangetast. Dit betekent echter niet dat nieuwbouw niet mogelijk is. Sloop van panden binnen deze zones is ook niet beschermd. In het verleden is ook medewerking verleend aan nieuwbouw binnen een

38

beeldbepalend dorpsgezicht. Om de ruimtelijke kwaliteit te borgen is bouwen binnen een dergelijk gebied niet welstandsvrij. Indien een bouwinitiatief een perceel binnen de beeldbepalende dorpsgezichten bevat, dan beoordeelt de dorpsbouwmeester of het initiatief effect heeft op de openbare ruimte. Het onderhavige bouwplan is zoals ook vermeld in overweging 1 van deze zienswijzennota positief door de dorpsbouwmeester ontvangen. Wij sluiten niet uit dat in de toekomst op delen van het beeldbepalende dorpsgezicht sprake zal zijn van vernieuwing. Wij zullen er echter voor waken dat de Maasoever wordt volgebouwd met appartementencomplexen. Het beeldbepalende dorpsgezicht laat een dergelijke stadse uitstraling ook niet toe. Derhalve is onderhavig bouwinitiatief ook aan diverse restricties gebonden. Bij elk nieuw initiatief zal telkens een afweging plaats vinden of deze passend is binnen het beeldbepalende dorpsgezicht. Elk initiatief wordt dan ook op zichzelf beoordeeld en getoetst aan de op dat moment geldende beleidskaders. Gevolgen voor bestemmingsplan Deze gronden hebben niet geleid tot een aanpassing van het bestemmingsplan.

21. Gemeenteraad is op het verkeerde been gezet / misleiding Nummer zienswijze 4, 5, 13, 17, 19, 25, 31, 39, 41, 47, 49, 51, 54, 55, 86, 90, 91, 93, 97, 98, 100, 102, 103, 104, 106, 110, 111, 112, 113, 115, 117, 120, 126, 128, 132, 137, 138, 141, 164, 179, 183, 198, 208, 215, 216, 222, 224, 225, 228, 249, 253, 258, 260, 161, 215, 262, 277, 280, 281, 282, 283, 287,288, 289, 295, 306.

Gronden samengevat -

-

-

-

-

-

De adviescommissie Kunst en Cultuur heeft gereageerd op de plannen en daar is niks mee gedaan/niet op gereageerd. Wijziging van de spelregels, tijdens het proces Door velerlei en oneigen gebruikte terminologie over gemeenschappelijk wonen, onzelfstandige,zorg en dergelijke wordt getracht om burgers en raad op het verkeerde been te zetten. Het secure BRO spreekt in de titel van de ladderonderbouwing over "woon-zorgcomplex". Het is nauwelijks voorstelbaar dat hier sprake is van een over het hoofd geziene onzorgvuldigheid. Meer dan de indruk wordt gewekt dat het een noodzakelijke geachte, doch misplaatste en foute wijze van beeldvorming is. De gemeente(raad) is op het verkeerde been gezet met de toespeling over ‘zorg’. Er wordt onterecht medewerking verleend aan het bestemmingsplan. Dit geheel is opgezet als een vehikel en verpakt onder het mom van een zorgcomplex, e.e.a. om riant aan de Maas te wonen tegen een lage prijs. Vergunning is verleend door de gemeente op een verkeerde manier te informeren. Op een verkapte wijze onder het belachelijke motto "zorg voor elkaar" met z’n allen samen aan de Maas willen wonen Informatieavond zou druk bezocht zijn. Dit is volstrekt niet waar. Misleiding: Door woordkeuzes zoals 'bescheiden' met een hoogte van ca. 14 meter is dit niet bescheiden vergeleken met de overige woningen. Ritme ontbreekt.

Bewust beplanting en bomen plaatsen zodat zicht op het complex belemmerd wordt. Ontwerp 7 maal zo groot als omliggende bebouwing.

39

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

"Blz. 11 onder het kopje 'wonen op een fijne plek in een fijn huis’ (paragraaf 2.2) wordt door de initiatiefnemers vermeld niet te willen in een zorgflat maar in een gewoon woonhuis. Nu gaat men wonen in een flat van 4 verdiepingen. De visie waarmee wordt getracht het plan te onderbouwen staat vol van one-liners zonder dat dit op enige wijze gemotiveerd wordt. Er wordt binnen de gemeente meegewerkt aan hogere bebouwing in het geval er sprake is van een ruime open structuur. Hiervan wordt door de invulling van dit plan geheel niet voldaan. " Tekeningen, impressies van het complex zij niet op schaal met de werkelijkheid. Er wordt bewust een minder groot gebouw voorgespiegeld dan het aangevraagde bouwblok. Je hoeft niet daar te wonen om alle zorg te krijgen. De ‘gewone’ inwoner van Kessel wordt buitengesloten om te gaan wonen in het woon-zorgcomplex. Er is nooit de mogelijkheid geweest voor de gewone burger om zich hiervoor in te schrijven. Hiermee wordt nogmaals aangetoond dat dit een schijnconstructie is om aan de Maas in Kessel te gaan wonen! Slinkse en achterbakse manier voor elkaar proberen te krijgen onder het mom van wonen en zorgen voor elkaar is werkelijk mismakend. Het onderdeel ‘zorg’ is belangrijk item geweest voor raadspartijen om medewerking aan dit plan te verlenen. Er is echter geen sprake van zorg. Het betreft hier ‘noaberschap’ / ‘burenhulp’.

Partijen hebben ingestemd met deze ontwikkeling, omdat dit een verminderde vraag naar officiële zorg zou opleveren. Er is echter geen rendement. De ontwikkeling is aangedragen als vernieuwend, maar is dit niet. Er zijn al diverse soortgelijke initiatieven. Gemeente Peel en Maas heeft geen pro-actief beleid hoe om te gaan met woonvormen voor ouderen. Dit gemis dient niet gecompenseerd te worden door een enkel burgerinitiatief. Ten onrechte is door SOT in een brandbrief aan de gemeente opgenomen dat er weinig weerstand is bij omwonenden. 'Zorgen' alleen is opgenomen om het concept mogelijk te maken, immers: alleen vanwege het 'unieke woonconcept' is uw gemeente bereid gebleken aan dit concept medewerking te verlenen en hiervoor 13 woningen vrij te maken.

Reactie gemeente Wij herkennen ons niet in de voormelde stellingname van diverse reclamanten. Op 16 juni 2019 hebben wij een principeverzoek ontvangen voor het mogelijk maken van een complex voor gezamenlijke bewoning op de locatie Veersepad 13 in Kessel. Het verzoek is ingediend door een groep inwoners van Kessel (nu Stichting Onze Toekomst, hierna de stichting) die een gezamenlijke kijk op het leven hebben en gezamenlijk willen leven en zorgen voor elkaar: Een zogenoemde woongroep waarvan de bewoners er bewust voor kiezen om ‘samen te leven’. Na diverse gesprekken met de stichting over hun plannen (waarbij door initiatiefnemers op papier is uiteengezet wat de beweegreden voor hun initiatief zijn) in relatie tot de gemeentelijke kaders hebben wij op 5 juli 2019 een principestandpunt ingenomen over de realisering van een complex voor een woongroep met 13 niet-zelfstandige wooneenheden onder een aantal voorwaarden. Daarbij

40

hebben wij aangegeven dat bij een definitief plan aangetoond moet worden dat er sprake is van het gezamenlijk leven en zorgen voor elkaar en waarin de onderlinge verbondenheid ook juridisch wordt vastgelegd. Het wooncomplex wordt planologisch gezien als één woning, bestaande uit maximaal 13 separate niet-zelfstandige wooneenheden met bijbehorende gezamenlijke ruimtes die het leven als woongroep faciliteren. Van het begin af aan is altijd duidelijk geweest dat de wooneenheden – naast gemeenschappelijke ruimten – ook alle eigen voorzieningen zoals een keuken en een badkamer hebben. Naar aanleiding van dit principestandpunt is de Stichting aan de slag gegaan met de uitwerking van de plannen in een bestemmingsplan. Toen is discussie ontstaan of sprake is van zelfstandige of nietzelfstandige wooneenheden. Uit de jurisprudentie volgt namelijk dat sprake is van onzelfstandige woningen indien niet per kamer (wooneenheid) is voorzien voorzieningen, zoals een keuken, badkamer en toilet. Nu de onderhavige ontwikkeling voorziet in wooneenheden met eigen basisvoorzieningen is ‘technisch’ sprake van ‘zelfstandige’ wooneenheden.

Er is vervolgens op basis van het voorgaande een nieuw principeverzoek ter besluitvorming bij de raad neergelegd om duidelijk te krijgen dat ‘technisch’ sprake is van zelfstandige woningen, maar de ontwikkeling nog altijd voorziet in een onlosmakelijke verbondenheid tussen wonen en zorgen voor elkaar. Uitgangspunt was (en is nog steeds) om aan regulier wonen op deze locatie geen medewerking te verlenen. Derhalve is aan de locatie in onderhavig bestemmingsplan een bijzondere woonbestemming, namelijk ‘Wonen – Woongemeenschap’, toegekend en zijn zelfstandige woningen die geen onderdeel vormen van het zorgwonengebouw expliciet uitgesloten. Thans zijn nog geen vergunningen verleend, zoals door een van reclamanten aangevoerd. Dit is pas mogelijk indien onderhavig bestemmingsplan is vastgesteld en in werking is getreden. Verder wordt in de titel van de Ladderonderbouwing niet gesproken over een ‘woonzorgcomplex’, maar over een ‘woonzorgconcept’. Daarnaast is in dit geval sprake van een uniek initiatief dat niet onder één noemer te brengen is. Dit hebben wij onder overweging 13 van deze nota ook reeds aan de orde gesteld. Uitgangspunt is in ieder geval dat wonen en zorg onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden en in dit bestemmingsplan heeft dit geresulteerd in een exclusieve regeling.

Ten aanzien van de stelling dat de gemeente niks gedaan heeft met het advies van de adviesgroep Kunst en Cultuur wordt opgemerkt dat de visie van deze groep is gedeeld met de initiatiefnemer. Ten aanzien van de beoordeling van het plan wordt opgemerkt dat deze adviesgroep geen formele rol heeft. Daarvoor is de adviescommissie Ruimtelijke kwaliteit ingesteld. Deze commissie heeft het beoogde plan positief beoordeeld. Gevolgen voor bestemmingsplan Deze gronden hebben niet geleid tot een aanpassing van het bestemmingsplan.

22. Advisering ‘VAC Wonen Venlo, Peel en Maas, Beesel’ Nummer zienswijze 100

Gronden samengevat -

In de toelichting is opgenomen dat het plan is voorgelegd aan VAC Wonen. Dit adviesorgaan doet echter geen uitspraken over stedenbouwkundige inpassing in de omgeving, doch slechts over de gebruiksmogelijkheden.

41

Reactie gemeente VAC Wonen (Voorlichting en Adviescommissie) is een onafhankelijke Advies Commissie voor de woningbouw en woonomgeving. De VAC Wonen geeft advies aan de gemeente en/of woningbouwcorporaties, architecten, projectontwikkelaars en bouwondernemingen die bouwplannen hebben in de gemeente Venlo, Peel en Maas, Beesel. Het advies is gericht op bruikbaarheid, toegankelijkheid, veiligheid, levensloopgeschiktheid, duurzaamheid, gezondheid, comfort, onderhoudsvriendelijkheid, woonomgeving, sociale veiligheid etc. VAC Wonen is een officieel adviesorgaan van de gemeente Venlo, Peel en Maas, Beesel en in die hoedanigheid worden de bestemmingsplannen en beleidsplannen van de gemeente van advies voorzien. Het onderhavige bouwplan is op ons verzoek door SOT ter advisering voorgelegd aan VAC Wonen en deze adviezen zijn meegenomen in het beeldkwaliteitsplan. Het advies heeft inderdaad betrekking op de gebruiksmogelijkheden en is in dit kader dus relevant, omdat het gebruik juist voorziet in huisvesting voor ouderen en het realiseren van zorgvoorzieningen. Het advies is inderdaad niet bedoeld als stedenbouwkundige onderbouwing. De stedenbouwkundige aspecten en de beeldkwaliteit zijn door de daartoe aangewezen specialisten bekeken zoals weergegeven onder overweging 23. Gevolgen voor bestemmingsplan Deze grond heeft niet geleid tot een aanpassing van het bestemmingsplan.

23. Beeldkwaliteitsplan / welstand Nummer zienswijze 100, 103

Gronden samengevat -

-

-

-

-

Eerst is het bouwplan gemaakt en daarna pas het beeldkwaliteitsplan. Het beeldkwaliteitsplan is opgesteld door de architect (slager keurt eigen vlees) De stedenbouwkundige onderbouwing is erg summier. Er wordt geen visie gegeven over het beeldbepalende karakter van de omgeving. In het beeldkwaliteitsplan ontbreken voldoende fotoimpressies met een frontaal beeld en omliggende bebouwing. Uit het beeldkwaliteitsplan, dat als bijlage 1 bij de regels is opgenomen, volgt niet wat de beeldkwaliteitseisen zijn. Terwijl wel als voorwaardelijke verplichting in het ontwerpbestemmingsplan is opgenomen dat aan beeldkwaliteitseisen dient te worden voldaan. De voorwaardelijke verplichting en het beeldkwaliteitsplan zijn dan ook onvoldoende gemotiveerd en daarmee in strijd met de rechtszekerheid. Uit het beeldkwaliteitsplan volgt niet of is beoordeeld of het bouwen van bijhorende bouwwerken in ruimtelijk en stedenbouwkundig opzicht passend is bij de beoogde ruimtelijke kwaliteit. Ook de cultuurhistorische waarden zijn onderbelicht gebleven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=fec4af2b-616e-430d-9103-ca435742d086