CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-017 08 Nota van zienswijzen.pdf

Raad 22 februari 2022, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Vaststellen "Bestemmingsplan Veersepad 13, Kessel" (2022-017)25.029 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Nota zienswijzen – ‘Ontwerp bestemmingsplan ‘Veersepad 13, Kessel’ 1. Inleiding De gemeente Peel en Maas is voornemens om het bestemmingsplan ‘Veersepad 13, Kessel’ vast te stellen. Het bestemmingsplan voorziet in een regeling om een woongemeenschap met 13 zelfstandige wooneenheden te realiseren op de locatie Veersepad 13 Procedure Het ontwerp bestemmingsplan heeft gedurende 6 weken als ontwerp op grond van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht ter inzage gelegen (vanaf 18 oktober 2021 tot en met 28 november 2021). Het bestemmingsplan wordt voorbereid met de Crisis- en herstelwet. Deze ter visie legging is gepubliceerd in het Gemeenteblad en in de Staatscourant. Gedurende de termijn van inzage heeft een ieder de gelegenheid gehad om mondeling of schriftelijke zienswijzen ten aanzien van het bestemmingsplan in te dienen. Van deze mogelijkheid van zienswijze is 308 keer gebruik gemaakt. Deze zienswijzen zijn binnen de termijn ingediend en ontvankelijk. Ter bescherming van de persoonsgegevens van de reclamanten is deze nota anoniem opgesteld en derhalve is aan elke zienswijze een nummer toegekend. Omdat veel gronden terugkomen in diverse zienswijzen is per grond een algemene beantwoording opgesteld.

Daartoe is per grond een tabel opgesteld met in de tweede kolom een samenvatting van de ingediende gronden en in de eerste kolom de nummers van de zienswijzen waarin deze gronden aan de orde zijn gesteld. Daaronder volgt de beantwoording van de ingekomen zienswijzen en vervolgens is per grond aangegeven of de grond zal leiden tot een aanvulling of wijziging van het bestemmingsplan. Er zijn een tweetal zienswijzen die niet inhoudelijk zijn toegelicht, namelijk nr. 53 en 201. Deze nummers ontbreken dan ook in de navolgende tabellen. Tot slot zal initiatiefnemer, de Stichting Onze Toekomst, hierna worden aangeduid als SOT.

1

Algemene samenvatting en reactie ingekomen zienswijzen

1. Historisch karakter Veersepad en specifiek bestaand pand op Veersepad 13 / stedenbouwkundige randvoorwaarden / toeristische waarde Nummer zienswijze 1, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 10, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20,,21, 22, 23, 24, 26, 27, 28, 29, 31, 32, 33, 34, 35, 36, 38, 39, 40, 41, 42, 43, 44, 45, 47, 48. 50, 51, 54, 55, 57, 58, 59, 60, 61, 62, 63, 64, 65, 68, 73, 74, 76, 77, 78 81, 83, 86, 87, 88, 89, 91, 92, 93, 94, 95, 96, 98, 99, 100, 101, 102, 103, 104, 105, 106, 107, 108, 109, 110, 111, 112, 116, 117, 118, 121, 122, 124, 125, 127, 128, 129, 130, 131, 132, 133, 134, 135, 139, 140, 141, 143, 144,145, 146, 147, 148, 149, 150, 151, 152, 153, 154,155, 156, 157,158,159,160, 161, 162, 163, 165, 166, 167, 168, 169, 170, 173, 175, 178, 180, 181, 182, 183, 184, 185, 186, 187, 188, 189, 190, 191, 192, 193, 194, 195, 196, 197, 198, 199, 200, 204, 205, 206, 208, 209, 210, 211, 213, 216, 219, 220, 221, 223, 224, 225, 227, 228, 229, 230, 231, 234, 235, 237, 238, 239, 240, 241, 243, 244, 246, 248, 249, 250, 253, 254, 255, 256, 257, 258, 259, 260, 261, 262, 263, 264, 265, 266, 267, 268, 270, 272, 274, 275, 277, 278, 279, 280, 281, 282, 283, 284, 285, 287, 288, 289, 290, 291, 292, 293, 294, 295, 296, 297, 298, 299, 301, 302, 303, 304, 305, 306, 307.

Gronden samengevat -

-

-

-

-

-

-

Aantasting historisch karakter Veersepad Monumentaal pand uit 1840 dat sfeer heeft en gezichtsbepalend is wordt gesloopt. "Veersepad 13 is historisch gezien een belangrijke woning voor Kessel. In het rapport 'Het dorpseigene van Kessel’(1981) staat het pand Veersepad 13 ook als belangrijk omschreven en aan te merken is als gemeentelijke monument. Nieuwbouw / hoogbouw past niet in historisch karakter van het Veersepad. De landschappelijke waarden van het gebied en aanzicht vanuit de Maas worden aangetast door de bouw van "de torenflat". Het gebouw belemmert de openheid en het uitzicht. Karakteristieke uitstraling gaat verloren. Aanzicht Maasboulevard wordt verstoord. Stedenbouwkundige ritmiek en korrelgrootte wordt door nieuwbouw ernstig verstoord / verstoring bebouwingslint Nieuwbouw past niet in dorpsstructuur Onomkeerbare vernietiging van sfeer Veersepad is aangewezen als beschermd dorpsgezicht en dat moet door gemeente beschermd worden Summiere onderbouwing stedenbouwkundige uitgangspunten Geplande kolossale bebouwing voldoet niet aan de 'ruimtelijke inpassing'. Er zijn algemene toetsingscriteria opgesteld maar niet onderzocht (par. 3.4.5). Op afbeelding kan alleen geconcludeerd worden dat het straatbeeld door de beoogde ontwikkeling wordt verstoord. Kessel wordt ook leefbaar gehouden door toerisme.

Gemeente investeert enerzijds veel geld voor toegankelijkheid rondom toeristische routes en anderzijds worden plannen bekeken die afbreuk doen aan de toegankelijkheid en uitstraling van diezelfde routes. Kessel is een historisch dorp en dat moet zo blijven "Er zijn nog maar weinig waardevolle historische gebouwen in Peel en Maas over. Veersepad 13 is daar één van. Dit pand dateert van 1840 en is al 40 jaar geleden door de werkgroep “Kessel” voorgedragen als een monumentaal pand dat behouden moet blijven. Het pand maakt deel uit van het beeldbepalend dorpsgezicht en zou als gemeentelijk monument aangewezen (kunnen) worden. Het romantische en historische karakter van het Veersepad/ Kessel zal voor altijd vernietigd worden. Vele gebouwen zijn in de afgelopen decennia al verloren gegaan waar we achteraf spijt van hebben, zoals de meisjesschool aan de Maas, jongensschool aan de Dorpstraat en het boerderijtje op het kasteel. Risico dat het oude centrum van Kessel er gaat uitzien als het centrum van Panningen.

2

-

-

-

-

-

Er zijn op het Veersepad al verschillende huizen gesloopt. Laat de oudheid bestaan. Dit moet stoppen. We moeten de geschiedenis in het echt kunnen zien. Foto’s alleen is niet voldoende. Het is zonde dat mooie gebouwen verdwijnen en het mooie 'gezicht' verdwijnt ten behoeve van hoogbouw. In Venlo is ook al zoveel moois verdwenen langs de Maas. Het hoort eigenlijk op de Rijksmonumentenlijst te staan en anders wel op de gemeentelijke monumentenlijst. Reclamant neemt het de gemeente Peel en Maas kwalijk dat het besluit in 2014 niet gelukt is om tot een gemeentelijk monumentenlijst te komen, na 6 jaar! Monumentenstatus is door fusie gemeenten niet doorgegaan Ervoor waken dat monumentale panden verloren gaan Tweede mooi historische gebouw dat verdwijnt op het Veersepad Men leest en hoort overal dat gemeenten hun dorpskarakter en monumentale panden willen behouden. Daarom is het onbegrijpelijk dat de plannen op Veersepad 13 al zover gekomen zijn. Initiatief moet niet hier, maar op andere locatie gerealiseerd worden. Het pand is aangemerkt als monument in de lijst van het Inventarisatie Project. De Adviescommissie Kunst en Cultuur van Peel en Maas is door de gemeente Peel en Maas in het leven geroepen om te oordelen over het cultureel erfgoed in de gemeente.

Deze adviescommissie heeft het volgende advies uitgebracht: ‘De commissie is van mening dat er zeer zorgvuldig dient te worden omgegaan met het weinige erfgoed dat er nog is. Sloop van het Veersepad 13 zou wederom een grote slag betekenen voor het gemeentelijke erfgoed. Cultuurhistorische waarde is onderbelicht in het bestemmingsplan Het gebouw is in 1981 al op een lijst van gemeentelijk monumentaal waardige gebouwen geplaatst. In 2021 heeft de gemeentelijke Adviescommissie Ruimtelijke kwaliteit (de dorpsbouwmeester) het pand opnieuw op een lijst van mogelijke monumentale objecten geplaatst. Het college van burgemeester en wethouders zal in de eerste helft van 2022 een externe adviseur opdracht geven criteria voor opname van gemeentelijke monumenten te ontwikkelen.

Reactie gemeente Het onderhavige plangebied en het omliggende gebied is niet door het Rijk aangewezen als beschermd stads- of dorpsgezicht, zoals opgenomen in de Erfgoedwet (of de daarvoor geldende Monumentenwet 1988) en ook het huidige pand op het Veersepad 13 is niet aangewezen als rijks-, provinciaal of gemeentelijk monument. Dit betekent dat er vanuit de Erfgoedwet geen belemmeringen zijn met betrekking tot de onderhavige ontwikkeling. Daarnaast is aan de panden aan het Veersepad, met uitzondering van het Rijksmonument Villa Oeverberg’, in het huidige bestemmingsplan ‘Kernen Kessel en Kessel-Eik’ ook geen cultuurhistorische waarde toegekend middels een dubbelbestemming of nadere aanduiding. Uit de toelichting van het vigerende bestemmingsplan volgt dat in de kernen ook geen beschermde

3

dorpsgezichten zijn aangewezen. Uit de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Limburg volgen eveneens geen cultuurhistorische waarden waarmee rekening dient te worden gehouden. Het Veersepad en daarmee ook het plangebied is ingevolge de ‘Nota Ruimtelijke Kwaliteit’ gelegen binnen het gebied ‘beeldbepalende dorpsgezichten’. Dit betekent dat welstandseisen van toepassing zijn. Het nieuwbouwplan is derhalve voorgelegd aan de Adviescommissie ruimtelijke kwaliteit, de dorpsbouwmeester. De dorpsbouwmeester heeft getoetst aan de geldende welstandscriteria en geconstateerd dat het onderhavige bouwplan hieraan voldoet. Samenvattend constateert de dorpsbouwmeester dat de karakteristiek niet wordt aangetast en dat het historische straatbeeld niet wordt verstoord. Op 23 september 2021 is het beeldkwaliteitsplan door de dorpsbouwmeester akkoord bevonden. Het advies van de dorpsbouwmeester heeft onderdeel uitgemaakt van de afweging om aan deze nieuwe ontwikkeling middels onderhavig bestemmingsplan medewerking te verlenen. Voorts wordt aangegeven dat de Adviescommissie Kunst en Cultuur Peel en Maas van mening is dat het pand Veersepad 13 behouden zou moeten blijven. Wij kennen het standpunt van deze adviescommissie maar wijzen erop dat deze commissie louter een adviserende rol heeft.

Gelet op de formele status van het Veersepad en in het bijzonder Veersepad 13 (geen monumentale danwel cultuurhistorische status) hebben wij geen aanleiding gezien om de adviescommissie te volgen. Op basis van de geldende wet- en regelgeving is het immers op basis van alleen een melding al mogelijk om het pand te slopen. Daarnaast heeft het college stedenbouwkundige randvoorwaarden opgesteld bij het innemen van een principestandpunt. Hierna worden deze randvoorwaarden benoemd. Het bestemmingsplan is getoetst aan deze stedenbouwkundige uitgangspunten. Op basis daarvan is het plan stedenbouwkundig akkoord bevonden. 

 

Rooilijn gebouw Maas, min 15m uit de perceelgrens. Het bouwvak ligt op ca. 13,5 meter uit de perceelgrens en ligt daarmee gelijk aan de rooilijn Maaszijde van Veersepad 11. De exacte maat wordt niet aangehouden, maar door de ligging in lijn met nummer 11 past de situering in het stedelijk weefsel beschouwd vanuit de Maas. Gebouw minimaal 3m afstand tot buurpercelen. Het bouwvlak ligt aan beide zijden op minimaal 5 meter afstand tot de buurpercelen. Max 85% bebouwd oppervlak. Het kadastraal perceel heeft een oppervlakte van 2635 m2. Het bouwvlak heeft een oppervlakte van 963,6 m2. Hierdoor wordt voldaan aan het maximaal gestelde. Zoals zal blijken uit overweging 5 van deze zienswijzennota wordt het bouwvlak teruggebracht naar 810 m2. Meerdere bouwlagen zijn mogelijk, passend in zijn omgeving, rekening houdend met schaduwwerking buurpercelen. Het Maasgezicht van Kessel kent drie prominente accenten, zijnde Villa Oeverberg, OnzeLieve-Vrouwe-Geboortekerk en Kasteel Keverberg. Een bescheiden hoogteaccent op de locatie legt een verbinding tussen de drie accenten. Er ontstaat een logische samenhang en een harmonische geleding van het Maasgezicht. Uit het beeldkwaliteitsplan, specifiek de massastudies, blijkt dat de naastgelegen percelen minimaal hinder zouden kunnen ondervinden van schaduwwerking.

Daarbij zijn de percelen omzoomd met hoge en grote bomen, welke voor een grotere schaduwval zorgen dat onderhavige nieuwe ontwikkeling. Voor het overige wordt verwezen naar de onlangs uitgevoerde zonnestudie (zie overweging 10 van deze zienswijzennota). Parkeren op eigen terrein, deels ondergronds norm: conform beleid (huidige beleid per 13-062019: Parapluplan Parkeernota Peel en Maas, 1,8 pp/wooneenheid(appartement)).

4

Voor de ontwikkeling van maximaal 13 wooneenheden binnen het woon-zorg concept zijn in het beeldkwaliteitsplan behorende bij het ontwerp bestemmingsplan 10 parkeerplaatsen op het voorterrein opgenomen als ook 13 parkeerplaatsen in de kelder. Omdat sprake is van een tekort van 1 parkeerplaats, is het beeldkwaliteitsplan daarop aangepast en in de versie van januari 2022 zijn thans 12 parkeerplaatsen op het voorterrein voorzien. Meer over parkeren is opgenomen in overweging 8 van deze zienswijzennota. Het plan voldoet derhalve aan de gestelde parkeernorm. Levensloopbestendig Het gebouw heeft twee liften, is inpandig aanpasbaar en is daarmee bruikbaar voor meerdere generaties. Het is derhalve als levensloopbestendig te beschouwen.

Aanvullend op het voorgaande geldt dat het plangebied in het huidige bestemmingsplan “Kernen Kessel en Kessel-Eik” de bestemming “Wonen” had. Dit geldt eveneens voor het aansluitende omliggende gebied. Daarmee heeft het plangebied alsook de directe omgeving het karakter van een bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing en functies. Het bouwplan dat met het onderhavige bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt past daarin. Voorts geldt dat onder het huidige bestemmingsplan een bouwhoogte van 11 meter rechtstreeks is toegestaan. De bouwhoogte van 14 meter in het voorliggende bestemmingsplan is weliswaar hoger, maar verschilt niet dusdanig van de maximale bouwhoogte van het huidige bestemmingsplan dat dit stedenbouwkundig onaanvaardbaar wordt geacht. In dit kader wordt eveneens verwezen naar hetgeen in overweging 5 van deze nota van zienswijzen is opgenomen omtrent de overige maximale bouwmogelijkheden onder het huidige bestemmingsplan en de stedenbouwkundige uitstraling daarvan in vergelijking tot het voorliggende bestemmingsplan. Stedenbouwkundig is het plan dan ook aanvaardbaar geacht, mits het beeldkwaliteitsplan onlosmakelijk verbonden wordt aan de planregels, zodat de kwaliteitssturing ook naar de toekomst geborgd blijft. Gevolgen voor bestemmingsplan Deze gronden hebben niet geleid tot een aanpassing van het bestemmingsplan.

In de toelichting zullen wel de stedenbouwkundige randvoorwaarden worden opgenomen.

2. Behoud pand Veersepad 13 Nummer zienswijze 3, 8, 33, 43, 56, 112, 133, 162, 174, 183, 198, 202, 203, 210, 214, 217, 219, 229, 231, 245, 247, 252, 294, 297.

Gronden samengevat -

-

-

Waarom kan huidig pand niet behouden blijven? Het karakteristieke pand is op dit moment misschien niet in de beste staat, maar kan nog altijd makkelijk worden opgeknapt! Het pand verdient een renovatie/restauratie, mede vanuit toeristisch oogpunt. Normaal mag er aan een historisch pand niets veranderd worden. Restauratie is mogelijk en is al eerder gedaan met een pand aan het Veersepad (villa Oeverberg). Dat zou een aanwinst zijn voor het Veersepad en Kessel. Er zijn alternatieven, bijvoorbeeld in de vorm van horeca, die behoud van het pand wel mogelijk maken. Oud monumentaal pand/uniek pand moet behouden worden. Is mooi voor de omgeving.

5

Reactie gemeente Zoals ook vermeld onder de hiervoor besproken grond, heeft het huidige pand geen monumentale status. Dat betekent dat er op dat vlak geen belemmeringen zijn voor het doen van aanpassingen of sloop van het pand. De insteek is geweest een duurzaam en levensloopbestendig zorgwonengebouw neer te zetten en middels restauratie van het pand is de beoogde invulling niet haalbaar. Eigenaren hebben derhalve gekozen voor nieuwbouw in plaats van restauratie. De huidige eigenaren hebben het pand niet aangekocht voor een alternatieve invulling. Het heeft dus ook weinig zin om naar een andere invulling te kijken om het pand te kunnen behouden. Overigens is tot op heden ook geen formeel verzoek ingediend voor behoud van het pand. Daarnaast moet een andere invulling ook passen binnen het woon- en leefklimaat van het Veersepad. Nu hier met name sprake is van een woonfunctie, is een woonfunctie binnen het plangebied ook de meest denkbare invulling. Het huidige pand heeft naar verluid meerdere maanden te koop gestaan. Iedereen, ook diegenen die de woning willen behouden, zijn in de gelegenheid geweest een bod uit te brengen op de woning. Het stond de voormalige eigenaren vrij om de koper te kiezen en te bevragen over de beoogde plannen. Gevolgen voor bestemmingsplan Deze gronden hebben niet geleid tot een aanpassing van het bestemmingsplan.

3. De onderhavige locatie is geen herstructureringslocatie Nummer zienswijze 5, 7, 13, 17, 30, 39, 40, 48, 51, 54, 70, 75, 77, 86, 98, 100, 101, 102, 104, 112, 114, 128, 136, 139, 142, 181, 198, 208, 209, 218, 233, 260, 261, 262, 277, 280, 281, 282, 283, 287, 288, 289, 295, 300, 306

Gronden samengevat -

-

-

-

Veersepad 13 is geen herstructureringslocatie en ter plaatse zijn dus geen woningen toegestaan. Het Veersepad is geen herstructureringslocatie. De gemeente zou alleen meewerken als het past binnen een aantal randvoorwaarden Er zijn aanvragen voor twee of meer woningen afgewezen, om de reden dat geen sprake is van een herstructureringslocatie. Waarom mag het nu dan wel? Vanuit beleidsregel ‘Woningbouwverzoeken Peel en Maas 2018’ geredeneerd is geen sprake van een herstructuringslocatie. De wethouder is echter wel bezig om de locatie als herstructureringslocatie aan te wijzen.

Reactie gemeente In de beleidsregel ‘Woningbouwverzoeken Peel en Maas 2018’ en meer specifiek in artikel 6 van deze beleidsregel zijn een aantal voorwaarden opgenomen voor de toevoeging van woningen. Destijds zijn de eerder ingediende plannen door de gemeente afgewezen, omdat sprake was van reguliere woongebouw. De onderhavige ontwikkeling is anders ten opzichte van die eerder aangereikte plannen. Het gaat in deze om levensloopbestendig wonen, waarbij het zorgwonengebouw – middels een voorwaardelijke verplichting – eigenschappen heeft die maken dat wonen en zorg binnen de directe eigen woonomgeving gestalte kan krijgen. Zoals ook zal volgen uit de beoordeling van de gronden die betrekking hebben op het zorgwonenconcept, is hier sprake van een uniek plan

6

met een specifieke bestemmingsregeling waarmee een goede invulling aan deze locatie wordt gegeven en het risico op leegstand wordt voorkomen. Het plan wordt daarnaast goed ingepast binnen de ter plaatse aanwezige ruimtelijke structuur. De gemeenteraad heeft, ondanks dat het college vasthield aan één woning met 13 onzelfstandige wooneenheden, dan ook geadviseerd om in dit geval wel 12 (zelfstandige) wooneenheden toe te voegen. Voor de besluitvorming daaromtrent wordt verwezen naar overweging 12 van deze nota, waarin nader wordt ingegaan op zienswijzen met betrekking tot het beleid / Ladderonderbouwing. Gevolgen voor bestemmingsplan Deze gronden hebben niet geleid tot een aanpassing van het bestemmingsplan.

4. Alternatieve locaties Nummer zienswijze 6, 16, 23, 25, 32, 42, 47, 81, 100, 106, 111, 117, 126, 128, 143, 148, 151, 200, 204, 238, 242, 257, 299.

Gronden samengevat -

-

-

-

Er zijn voldoende alternatieven plekken in Kessel waar zo'n plan te realiseren is. Daar zijn legio andere locaties beter voor geschikt. Alternatieven locaties zijn voorhanden, maar niet onderzocht. Als de zorg voor elkaar centraal staat, dan maakt het niet uit waar dat gebeurt. Het idee is goed, maar niet op deze plek. Alternatieve locaties zijn: locaties aan Scheutenbergweg, Roode Eggeweg, voormalig Boerenbond, het huidige gemeenschapshuis. In de second opinion van Fons Asselbregs wordt gesproken dat het verplicht is dat alternatieve locaties onderzocht moeten worden. Waarom is er de laatste twee jaar dat dit speelt niet naar alternatieve locaties in Kessel gezocht? Ondertussen rollen de voor- en tegenstanders ruziënd over straat en wat doet de gemeente Peel en Maas, het kijkt toe. Andere locatie is voor SOT niet acceptabel, waar gaat het om?

Reactie gemeente De gemeente Peel en Maas heeft geen beleid vastgesteld, dat bij nieuwe ontwikkelingen eerst moet worden gekeken naar alternatieve locaties. Feit is dat de invulling van een locatie afhankelijk is van eigendom en mocht er al sprake zijn van alternatieve locaties dan moet de ontwikkelaar ook nog eigenaar zijn of de eigendom kunnen verkrijgen. De uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan is dan ook afhankelijk van eigendom. Een alternatievenstudie is daarnaast geen wettelijk vereiste. Voor dit plan is immers geen milieueffectenrapportage (m.e.r.) benodigd ingevolge het Besluit m.e.r. Het is dan ook afdoende om een concreet initiatief op een concrete locatie te beoordelen, zonder dat alternatieven in aanmerking moeten worden genomen. Daarbij is geconcludeerd dat deze locatie een geschikte locatie is gelet op het feit dat hier sprake is van wonen met zorgen voor elkaar.

7

De second opinion van prof. drs. A.L.L.M. Asselbergs is een visie op de onderhavige ontwikkeling, maar zoals vermeld is er geen gemeentelijk beleid of wettelijk kader op basis waarvan een onderzoek naar alternatieven noodzakelijk is. Gevolgen voor bestemmingsplan Deze gronden hebben niet geleid tot een aanpassing van het bestemmingsplan.

5. Volume / massa nieuwbouw Nummer zienswijze 2, 3, 5, 6, 7, 8, 10, 11, 12, 17, 19, 20,23, 27, 28, 29, 31, 32, 35, 37, 42, 45, 46, 47, 54, 55, 60, 61, 62, 64, 67, 71, 72, 73, 75, 78, 79, 80, 81, 82, 85, 86, 88, 90, 95, 96, 98, 100, 101, 103, 104, 105, 106, 109, 113, 114, 115, 117, 119, 128, 132, 134, 136, 141, 143, 145, 148, 151, 155, 162, 164, 172, 173, 175, 176, 177, 178, 181, 183, 188, 198, 206, 207, 208, 209, 211, 213, 214, 218, 220, 222, 225, 228, 230, 231, 232, 234,237, 238, 242, 244, 248, 251, 252, 260, 261, 262, 267, 268, 269, 270, 271, 273, 277, 280, 281, 282, 283, 286, 287, 288, 289, 299, 304, 305, 306, 307.

Gronden samengevat -

-

-

-

-

-

Het gebouw wordt verder naar voren gebouwd en daardoor verdwijnt de ruime voortuin. Het op te richten pand past niet aan het Veersepad. Het is te volumineus, te massaal, te breed, te hoog en de dichtheid komt niet overeen met naastgelegen panden. Het beoogde ontwerp is buiten proporties op deze plek. Aan het Veersepad liggen allemaal vrijstaande huizen op percelen van ongeveer dezelfde grootte; Een groot kolossaal woon-zorg complex past gewoonweg niet op die plek; Een dergelijk hoog gebouw wat boven de rest uitsteekt levert geen mooie aanblik op. Beleidsdocument "Kessel 2000, een dorp op stelten" beschrijft ook dat een groot blok niet op de locatie past en ook voor het beeldbepalend dorpsgezicht is het niet gewenst. Een goede inpassing in de omgeving is onmogelijk en ongewenst door de omvang. Het complex is te groot en ontwricht het Maasaanzicht Het gebouw past niet in het straatbeeld en de nieuwbouw niet bij de oude panden aan het Veersepad. Dit hoogteaccent is totaal niet in lijn met de omliggende bebouwing. Te groot, te lelijk, te hoog. Door de bestemmingswijziging komt er een hoogte van ca. 30% voor het gehele bouwblok, niet voor een accent of onderdeel. In vergelijking met een bedrijventerrein met een max. hoogte van 7 tot 8 m, danwel 10 m staat niet in verhouding tot de in dit bestemmingsplan toegestane hoogte van 14 m in een dorpskern.

Er is dan ook geen sprake van een bescheiden hoogteaccent. Het volume van de nieuwbouw is meerdere malen groter dan het huidige gebouw. Het gebouw vormt een ‘uitkijktoren’ De planologische wijziging maakt een vergroting van de bestaande bebouwing mogelijk, waardoor het zicht op de omgeving vanuit de woning van een reclamant ernstig verstoord wordt. Het gebouw belemmert de openheid van het zicht vanuit het Veersepad. Aan het Veersepad hoort geen grote moderne blokkendoos. De invulling met 13 huishoudens past niet op een plek waar hooguit ruimte is voor 2 huishoudens. Een groot woonzorgcomplex part qua uitstraling, omvang, grootte, hoogte en architectuur past niet op deze locatie.

8

-

-

-

Volgens het ingediende schetsontwerp is er sprake van 4 bouwlagen bovengronds plus een ondergrondse bouwlaag die als parkeergarage dienst doet. Het beoogde bouwoppervlak is 740 m2, zijnde 37-38 meter breed en 19,5-20 meter diep. Dit is een ontoelaatbare bouwmassa. Vanwege het beeldbepalend dorpsgezicht is voorgeschreven dat de huidige bouwmassa leidend is. Het bestaande woonoppervlak bedraagt 303 m 2 met een inhoud van 2418 m3. Dit wordt met een veelvoud overschreden. Zowel de bouwplannen als de sociale paragraaf hebben een open end. Bijbehorende bouwwerken mogen zelfs buiten het bouwvlak worden gebouwd, waarbij geldt dat het oppervlak van een dergelijk bouwwerk maximaal 100 m2 mag zijn, de hoogte maximaal 6 meter en het bouwwerk op slechts 1 meter afstand van de perceelgrenzen mag worden gebouwd. Onder ‘bijbehorend bouwwerk' wordt verstaan (artikel 1.24 ontwerpbestemmingsregels): uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar at dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak. Dit betekent dat perceel Veersepad 13 - volgens de ontwerpbestemmingsregels zeer vergaand mag worden bebouwd, zonder enig maximum bebouwingspercentage.

Reactie gemeente Gelet op de invulling met 13 huishoudens is uiteraard een gebouw voorzien met een groter volume en ruimere voetprint dan de huidige bestaande woning. Zoals aangegeven onder overweging 1 van deze nota van zienswijzen, wordt de beoogde nieuwbouw als passend binnen de ruimtelijke structuur van het beeldbepalende dorpsgezicht beoordeeld. Aspecten als ‘lelijk’ en ‘niet passend op de locatie’, betreffen een subjectieve beoordeling. Uit het stedenbouwkundig advies en het advies van de Dorpsbouwmeester volgt dat het plan past op deze locatie. Aspecten zoals privacy in relatie tot de onderhavige bouwmassa worden nader besproken in overweging 9 van de nota van zienswijzen. Relevant in dit kader is wat de afwijking behelst in vergelijking met het huidige bestemmingsplan ‘Kernen Kessel en Kessel-Eik’. Het gaat dan om de maximale bouwmogelijkheden. Bestemmingsplan ‘Kernen Kessel en Kessel-Eik’ In het bestemmingsplan ‘Kernen Kessel en Kessel-Eik’ zijn binnen de woonbestemming geen bouwvlakken opgenomen. De maximale bebouwingsmogelijkheden zijn te herleiden via de regels (artikel 19). Daaruit volgt het navolgende ‘fictieve’ bouwvlak.

9

Binnen het rood omlijnde is bebouwing toegestaan met een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 7 en 11 meter. Relevant is dat in dit bestemmingsplan geen minimale afstanden tot de zijdelingse perceelsgrens zijn opgenomen. Dit betekent dus dat het perceel over de volle breedte kan worden bebouwd met inachtneming van de maximale goot- en bouwhoogte. Op de navolgende plaatjes zijn voorbeelden gegeven van ter plaatse toegestane bouwmassa’s.

10

Bijbehorende bouwwerken hebben een maximale goothoogte van 3,3 meter en een maximale bouwhoogte van 6 meter. De totale oppervlakte bedraagt maximaal 200 m2, met dien verstande dat maximaal 75 % van het achtererfgebied bebouwd mag worden. Bijbehorende bouwwerken zijn ook alleen toegestaan in he achtererfgebied. Overkappingen die gebouwd zijn aan een ander bijbehorend bouwwerk mogen ook voor de voorgevel gebouwd worden, mits de afstand tot de weg minimaal 3,5 meter bedraagt. Er geldt voor deze overkappingen geen maximale oppervlakte en voor de hoogte geldt hetzelfde als voor de bijbehorende bouwwerken in het achtererfgebied. Voor het bouwen van ‘bouwwerken, geen gebouw zijnde’ gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde mag maximaal 4 meter bedragen, met uitzondering van erf- en terreinafscheidingen waarvan de bouwhoogte maximaal 1 meter bedraagt en achter de voorgevelrooilijn, waarvan de bouwhoogte maximaal 2,5 meter bedraagt; b. per bouwperceel is maximaal 1 niet-overdekt zwembad behorende bij de woning toegestaan. Vanwege de beperkte impact wordt hier verder geen aandacht besteed aan de mogelijkheden voor beperkte overschrijdingen van de voorgevelrooilijn door erkers, luifels, balkons en dergelijke. Een dergelijke regeling is ook van toepassing in het ontwerp bestemmingsplan.

Ontwerp bestemmingsplan ‘Veersepad 13, Kessel’ In het ontwerp bestemmingsplan ‘Veersepad 13, Kessel’ is een bouwvlak opgenomen.

11

De hoofdbebouwing moet binnen het bouwvlak worden gebouwd. In tegenstelling tot het huidige bestemmingsplan mag niet tot in de zijdelingse perceelsgrens gebouwd worden. De afstand tussen bebouwing en zijdelingse perceelsgrens bedraagt circa 5 meter. Aan de achterzijde ligt de bebouwingsgrens ongeveer gelijk aan de achtergevelrooilijn van de belendende percelen. Aan de voorzijde is het bouwvlak meer naar de weg gelegen. Samenvattend is het bouwvlak minder breed, maar wel dieper ten opzichte van de huidige planologische situatie. Binnen het bouwvlak is een goothoogte van maximaal 12 meter en een bouwhoogte van maximaal 14 meter toegestaan. Dit betekent respectievelijk een verschil van 5 en 3 meter ten opzichte van de huidige planologische situatie. Het bouwplan moet echter voldoen aan de uitgangspunten van het beeldkwaliteitsplan en dit betekent feitelijk dat de genoemde maximale hoogtes niet op het gehele bouwvlak van toepassing zijn. Dit is geregeld middels een voorwaardelijke verplichting. Buiten het bouwvlak zijn bijbehorende bouwwerken tot maximaal 100 m 2 toegestaan met een maximale goothoogte van 3,3 meter en maximale bouwhoogte van 6 meter. De afstand tot de zijdelingse perceelsgrenzen bedraagt minimaal 1 meter. Dergelijke bebouwing is zowel voor als achter het woongebouw toegestaan. Voor het bouwen van ‘bouwwerken, geen gebouw’ zijnde gelden de volgende regels: a.

de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde mag maximaal 4 meter bedragen, met uitzondering van erf- en terreinafscheidingen waarvan de bouwhoogte maximaal 1 meter bedraagt en achter de voorgevelrooilijn, waarvan de bouwhoogte maximaal 2,5 meter bedraagt; b. per bouwperceel is maximaal 1 niet-overdekt zwembad behorende bij de woning toegestaan. Vanwege de beperkte impact wordt hier verder geen aandacht besteed aan de mogelijkheden voor beperkte overschrijdingen van de voorgevelrooilijn door erkers, luifels, balkons en dergelijke. Een dergelijke regeling is ook van toepassing in het ontwerp bestemmingsplan.

12

Vergelijk tussen beide plannen Uit het voorgaande volgt dat beide bestemmingsplannen ruimere bouwmogelijkheden hebben dan de feitelijk aanwezige bebouwing op dit moment. In het vigerende plan ligt het indicatieve bouwvlak over de volle breedte (grootte ca. 1.139 m2) en in het ontwerp bestemmingsplan is juist sprake van een dieper maar minder breed bouwvlak (grootte ca. 950 m2). Het nieuwe bouwvlak is daarmee kleiner dan hetgeen nu al mogelijk is. Grootste verschillen zitten dus met name in de hoogte. Hierbij geldt dat de maximale hoogte in het vigerende bestemmingsplan over de volle breedte en diepte van het fictieve bouwvlak kan worden gerealiseerd (dus ook tot in de zijdelingse perceelsgrens) en in onderhavig ontwerp bestemmingsplan slechts ter plaatse van het bouwvlak, omdat – gelet op de voorwaardelijke verplichting – moet worden voldaan aan het beeldkwaliteitsplan, waaruit volgt dat er sprake is van hoogteverschillen. Ook relevant is, zoals reeds blijkt uit de stedenbouwkundige randvoorwaarden, dat het Maasgezicht van Kessel drie prominente accenten kent, namelijk Villa Oeverberg, Onze-Lieve-VrouweGeboortekerk en Kasteel Keverberg. Een bescheiden hoogteaccent op betreffende locatie legt een verbinding tussen de drie accenten, waardoor een logische samenhang en een harmonische geleding van het Maasgezicht ontstaat.

Het beeldkwaliteitsplan is op dit onderdeel wel nog wat aangescherpt. Hierbij wordt verwezen naar overweging 23 van deze zienswijzennota. Alles overziend kunnen wij ons voorstellen dat middels de verbeelding van het ontwerp bestemmingsplan de indruk wordt gewekt dat binnen het gehele bouwvlak de maximale goot- en bouwhoogte zijn toegestaan. Het voorstel is dan ook om de bouwhoogtes conform het beeldkwaliteitsplan te vertalen op de verbeelding en in de regels. De verbeelding gaat er dan als volgt uitzien.

13

De grootte van dit nieuwe bouwvlak bedraagt 810 m2 en wordt daarmee 140 m2 kleiner dan is opgenomen in het ontwerp bestemmingsplan. De in het ontwerp bestemmingsplan opgenomen voorwaardelijke verplichting met betrekking tot het beeldkwaliteitsplan blijft gehandhaafd. Voor wat betreft de bijbehorende bouwwerken geldt dat het maximale aantal m 2 afneemt in het nieuwe bestemmingsplan (van 200 m 2 naar 100 m2), met dien verstande dat in het nieuwe bestemmingsplan het bijbehorende bouwwerk ook is toegestaan aan de voorzijde, hetgeen ingevolge het huidige bestemmingsplan niet mogelijk is. Wel is ingevolge het vigerende bestemmingsplan het realiseren van een overkapping (gebouw) toegestaan aan de voorzijde van het pand, hetgeen volgens het nieuwe bestemmingsplan niet mogelijk is gemaakt. Ingevolge beide bestemmingsplannen kunnen aan de voorzijde ‘andere bouwwerken, geen gebouw zijnde’ worden opgericht tot maximaal 4 meter hoog. Gevolgen voor bestemmingsplan De verbeelding wordt aangepast. Binnen het bouwvlak worden maatvoeringsvlakken opgenomen, waaruit volgt wat de maximale bouw- en goothoogte is binnen het betreffende vlak. Artikel 3.2.2 onder b en c worden vervangen door een nieuw artikel 3.2.2.

onder b, luidend: ‘de maximale goot- en bouwhoogte mogen niet meer bedragen dan ter plaatse van de bouwaanduiding 'maximale goothoogte' en 'maximale bouwhoogte' is aangegeven.’Omdat bijgebouwen aan de voorzijde in het thans vigerende bestemmingsplan niet zijn toegestaan, wordt de maximale bouwhoogte van bijgebouwen omlaag gebracht naar 4 meter. De maximale goothoogte van 3,3 meter blijft in stand. Artikel 3.2.3 onder d wordt vervangen door een nieuw artikel 3.2.3. onder d, luidend: ‘de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 4 meter’; In het huidige bestemmingsplan kan een overkapping aan de voorzijde gerealiseerd worden. Hier is bovendien geen maximale oppervlaktemaat aan gekoppeld. Omdat we willen voorkomen dat de voortuin volgebouwd wordt, wordt een overkapping expliciet uitgesloten. Aan artikel 3.2.4 wordt een nieuw sub b toegevoegd en het huidige sub b wordt gewijzigd in sub c. Het nieuw sub b luidt als volgt: ‘in afwijking van het bepaalde onder a is een overkapping voor de voorgevelrooilijn niet toegestaan’; Tenslotte is het beeldkwaliteitsplan op dit onderdeel wat nader toegelicht en dit heeft geresulteerd in een nieuwe versie (januari 2022) die de versie in het ontwerp bestemmingsplan zal vervangen.

6. Aantasting woon- en leefklimaat: geluidoverlast Nummer zienswijze 5, 50, 54, 57, 65, 98, 113, 132, 141, 176, 205, 208, 234, 240, 251, 269, 270

Gronden samengevat -

Er wordt gevreesd voor geluidoverlast Teveel drukte op het Veersepad brengt teveel geluidsoverlast.

14

-

De gemeenschappelijke ruimte is ook bedoeld voor nietbewoners, bijvoorbeeld voor buurtvergaderingen, kookbijeenkomsten, oefenen met het koor, e.d. en dit brengt extra overlast met zich mee.

Reactie gemeente In de ingediende zienswijzen is het aspect geluidoverlast niet nader toegelicht. In de meeste gevallen is dit aspect samen met verkeers- en parkeeroverlast aan de orde gesteld. We gaan er in deze zienswijze vanuit dat geluidoverlast is aangevoerd vanwege een toename van het aantal bewoners en bijvoorbeeld dichtslaande autoportieren op de parkeerplaats. Meer concreet vertalen wij dit naar de invloed van deze ontwikkeling op het woon- en leefklimaat van de bestaande woningen in de nabije omgeving. Uit de jurisprudentie valt op te maken dat alleen sprake is van onevenredige aantasting van het woonen leefklimaat door toevoeging van woningen als dit leidt tot overschrijding van grenswaarden en/of richtlijnen voor geluid, geur, parkeren, etc. De onderhavige ontwikkeling voorziet in de toevoeging van 12 woningen (gelet op de grootte daarvan 2-persoonshuishoudens in een hogere leeftijdsklasse). Een dergelijk beperkt aantal woningen zal niet leiden tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden. De bestaande woning kan immers thans gebruikt worden als gezinswoning voor alle leeftijdsklassen, waarbij ook sprake kan zijn van spelende kinderen. Volledigheidshalve is wel gekeken naar de effecten van dichtslaande autoportieren. Uit het akoestisch onderzoek volgt dat alleen in de avondperiode maximale geluidsniveaus kunnen worden overschreden.

Het parkeren door bewoners zal echter ondergronds plaatsvinden. Daartoe zijn 13 parkeerplaatsen opgenomen in de parkeerkelder van het zorgwonengebouw.. Enkel het bezoekersparkeren is gesitueerd op het buitenterrein. In het akoestisch onderzoek van Econsultancy, rapportnummer 15981.002, d.d. 8 juli 2021 is uitgegaan van de realisering van 10 parkeerplaatsen in de voortuin. Zoals zal blijken uit overweging 8 van deze zienswijzennota worden in de voortuin twee extra parkeerplaatsen aangelegd om te kunnen voldoen aan de parkeernormen. Het onderzoek van Econsultancy is hierop aangepast. Daarnaast is geconstateerd dat in het onderzoek van Econsultancy is uitgegaan van een verkeersgeneratie voor een aanleunwoning / serviceflat. Feitelijk is hier ook sprake van, maar in de verkeersmemo van Grenspaal 12, rapportnummer 20.1102.01, d.d. 2 december 2020, is uitgegaan van een worstcasescenario en is uitgegaan van een verkeersgeneratie voor een koopappartement duur. Het onderzoek van Econsultancy is daarop aangepast. Inhoudelijk gezien leidt dit niet tot een andere conclusie en dit betekent dat het aspect geluid niet tot belemmeringen leidt met het oog op onderhavige ontwikkeling. Het gebruik van de gemeenschappelijke ruimte(n) is exclusief voorbehouden aan de huishoudens van het zorgwonengebouw en diens zorgverleners.

Het gebruik van de gemeenschappelijke ruimte(n) is niet beoogd voor gebruik als buurthuis of iets dergelijks. Het aanbieden van de ruimte aan derden is dan ook niet toegestaan. Gevolgen voor bestemmingsplan Deze gronden hebben in principe niet geleid tot een aanpassing van het bestemmingsplan, met dien verstande dat het akoestisch onderzoek opnieuw is uitgevoerd omdat er 2 extra parkeerplaatsen in de voortuin worden gerealiseerd en omdat in het eerdere rapport gerekend is met een lagere verkeersgeneratie. De conclusie is echter niet gewijzigd. Het aangepaste onderzoek vervangt het

15

eerdere onderzoek in de ontwerpfase. Tevens is het beeldkwaliteitplan aangepast ten aanzien van het aantal parkeerplaatsen (zie tevens overweging 8).

7. Aantasting woon- en leefklimaat: verkeersoverlast Nummer zienswijze 2, 4, 5, 10, 12, 13, 14, 17, 21, 32, 36, 37, 42, 43, 50, 54, 57, 64, 65, 70, 85, 86, 88, 92, 96, 98, 102, 103, 109, 113, 123, 125, 128, 132, 133, 135, 137, 138, 140, 146, 176, 178, 183, 185, 186, 205, 208, 211, 225, 226, 230, 232, 234, 240, 250, 251, 258, 269, 270, 306, 308.

Gronden samengevat -

-

-

Toename verkeersbewegingen / verkeersoverlast, o.a. door bezoekers, zorg en pakketdiensten. Het Veersepad is nu al een drukbezochte en smalle straat qua toeristisch verkeer. Iedere dag neemt de verkeersdrukte toe (wandelaars, auto’s, motoren, etc…). 13 huisadressen geeft extra drukte en overlast in de omgeving. Door verkeersdrukte kunnen de toeristische voetgangers en fietsers er sterk op achteruitgaan, Toename verkeersgevaarlijke situaties / verkeersveiligheid gaat er sterk op achteruit. Er is geen onderzoek gedaan naar de verkeerstoename. Een gedegen onderzoek dient plaats te vinden na Coronaperiode. Het concept bestemmingsplan voorziet in een verdubbeling van het aantal woningen aan de oneven zijde van het Veersepad. De verkeersintensiteit en daarmee de uitstoot van stikstof zal ook verder toenemen door een te verwachten forse toename van verkeer van bezoekers en bezorgers (pakketdiensten) aan de woongroep. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Peel en Maas heeft recent besloten tot het in 2022 laten verrichten van extern deskundigenonderzoek naar de regulering van de verkeersstromen en hoge parkeerdruk in de historische kern (daarmee ook het Veersepad) in Kessel.

Reactie gemeente De verkeersintensiteiten zijn middels een onderzoek van Grenspaal12 nader onderbouwd in de plantoelichting van het ontwerp bestemmingsplan. Uit het onderzoek volgt een maximale toename van de verkeersgeneratie met 94 mvt/etmaal. Hierbij is uitgegaan van de zwaarste norm uit de CROW. Echter gelet op het soort woningen (levensloopbestendig met gemeenschappelijke zorgfuncties) is de verwachting dat het autogebruik van de huishoudens in het zorgwonengebouw lager ligt dan voornoemd gehanteerd worstcase scenario. Naar aanleiding van de uitgebrachte zienswijzen is nog specifiek gekeken naar tellingen van de gemeente tussen 23 augustus 2021 en 13 september 2021. Deze telling is weliswaar uitgevoerd in de coronaperiode maar wel in het hoogseizoen waarbij de coronamaatregelen zeer beperkt waren. Daaruit volgt dat de etmaalintensiteiten op dagbasis 703 voertuigen bedraagt. De maximale etmaalintensiteiten van een erftoegangsweg bedragen 5.000 voertuigen per etmaal. Voor bovenstaande casus wil dit zeggen dat het aantal voertuigen stijgt van 703 voertuigen per etmaal naar 797 voertuigen per etmaal. Dit is een stijging van 13%. De maximale verwachte etmaalintensiteiten liggen ver onder de maximale norm waardoor er kan worden besloten dat er geen doorstromingsproblemen of omgevingsproblemen worden verwacht door de komst van deze ontwikkeling.

Het ligt het daarbij niet in de lijn der verwachting dat deze intensiteiten veel zullen

16

afwijken ten opzichte van de periode voor corona. Daar komt bij dat voor de betreffende weg alsook de omliggende wegen van het plangebied een maximumsnelheid geldt van 30 km per uur. In combinatie met de beperkte verkeersgeneratie van 94 verkeersbewegingen per etmaal leidt het plan derhalve niet tot onaanvaardbare gevolgen voor de verkeersveiligheid dan wel onevenredige verkeersoverlast. Gevolgen voor bestemmingsplan Deze grond heeft niet geleid tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Het verkeersonderzoek is zoals vermeld beperkt aangepast en dit aangepaste verkeersonderzoek wordt aan de toelichting toegevoegd. In het verkeersonderzoek is daarnaast de term appartementencomplex gewijzigd in een zorgwonengebouw. Reden voor het hanteren van de term appartementencomplex was gelegen in het feit dat met deze verkeerskundige getallen is gerekend (worst-case benadering). De aanvulling wordt daarnaast expliciet in de toelichting opgenomen.

8. Aantasting woon- en leefklimaat: parkeeroverlast Nummer zienswijze 5, 8, 11, 12, 29, 50, 54, 57, 66, 71, 73, 75, 98, 103, 109, 113, 117, 123, 132, 137, 140, 172, 205, 208, 212, 225, 226, 234, 240, 250, 251, 270, 306.

Gronden samengevat -

-

-

Toenemende parkeerdruk Reeds bestaande parkeerproblemen Parkeergarage voor bewoners lost niets op, want deze mensen krijgen ook bezoek Zijn er wel voldoende parkeerplaatsen? De straat is niet berekend op heel veel verkeer. Laat staan dat er 13 auto's extra op deze straat geparkeerd staan. Er zijn in de parkeerkelder 13 parkeerplaatsen voorzien, echter 1 parkeerplaats is niet functioneel vanwege een openslaande deur die over de parkeerplaats opent. De tekeningen in de plantoelichting kennen geen maatvoering, maar afgevraagd wordt of voldaan wordt aan de minimale breedte conform de NEN2443 en daarmee de parkeerplaatsen in de kelder volledig meegeteld mogen worden. Bij het bepalen van de parkeernorm behoort - net als in het huidige bestemmingsplan - rekening te worden gehouden met het feit dat sprake is van nieuwbouw. Hierdoor dient een hogere parkeernorm te gelden van 1,7 - 2,2. In het ontwerpbestemmingsplan wordt ten onrechte uitgegaan van een parkeernorm van 1,5. Mede omdat het hier gaat om 'jonge' senioren en nieuwbouw. Ten onrechte wordt uitgegaan van de verkeerde parkeernorm uit de Nota.

Reactie gemeente De parkeervoorzieningen ten behoeve van deze ontwikkeling bestaan ingevolge het ontwerp bestemmingsplan uit 13 parkeerplaatsen in de kelder van het zorgwonengebouw en 10 parkeerplaatsen in de voortuin. De parkeernorm voor senioren is 1,5 parkeerplaats per woning. Hieruit volgt dat 19,5 (=20) parkeerplaatsen gerealiseerd moeten worden. Met het realiseren van 23 parkeerplaatsen wordt dan ook ruimschoots aan de parkeernorm voldaan. Een van de reclamanten is van mening dat aan de eisen van nieuwbouw zou moeten worden voldaan. Hiervoor geldt een parkeernorm van 1,7 – 2,2 parkeerplaatsen per woning. Uit de Nota

17

Parkeernormen Peel en Maas 2018 volgt een parkeernorm van 1,8 parkeerplaatsen per appartement. Indien van deze norm wordt uitgegaan moeten ter plaatse 23,4 (=24) parkeerplaatsen gerealiseerd worden. Dit betekent slechts 1 parkeerplaats meer dan thans is voorzien. Daargelaten dat het beoogde gebruik van het zorgwonengebouw is gericht op senioren en dat derhalve een parkeernorm van 1,5 per woning voldoende zou zijn, hebben wij, gelet op de aanwezigheid van voldoende parkeerruimte op het perceel, de parkeernorm van 1,8 toegepast. In het aangepaste beeldkwaliteitsplan is dan ook rekening gehouden met 2 extra parkeerplaatsen in de voortuin. Dit betekent dat thans 12 parkeerplaatsen op het voorterrein en 13 parkeerplaatsen in de kelder van het zorgwonengebouw zijn voorzien. De 13 parkeerplaatsen in de kelder van het zorgwonengebouw voldoen aan de vereiste maatvoering ingevolge de NEN 2443:2000 nl (kader voor parkeerplaatsen in een gebouw ingevolge de Nota Parkeernormen Peel en Maas 2018). Ingevolge deze norm bedraagt de afmeting bij schuin en haaks parkeren tenminste 4,5 * 2,4 m. Voor parkeerplaatsen op het buitenterrein gelden de normen uit de ASVV 2012 en dient de maatvoering bij schuin en haaks parkeren tenminste 5 * 2,5 m te bedragen. Alle 12 buitenparkeerplaatsen voldoen aan deze norm.

De maatvoering van de binnen- en buitenparkeerplaatsen is opgenomen in het aangepaste beeldkwaliteitsplan (januari 2022). Dit betekent dat er in totaal 25 parkeerplaatsen worden gerealiseerd die voldoen aan de desbetreffende maatvoering. Verder stelt een van de reclamanten, overigens terecht, dat een van de parkeerplaatsen in de parkeerkelder niet bruikbaar is vanwege een openslaande deur van het gebouw ter plaatse. De betreffende toegang is niet benodigd, omdat toegang tot de parkeerkelder ook mogelijk is via de bergingen. De voorziene deur bij de parkeerplaats zal dan ook niet gerealiseerd worden. Het beeldkwaliteitsplan is hierop eveneens aangepast. Daarnaast is relevant dat de bedoeling van bewoners is om voor 6 stellen gebruik te maken van 3 deeltijdauto’s (carsharing). Feitelijk zullen dan ook niet alle beoogde parkeerplaatsen benodigd zijn. Omdat voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein kunnen worden gerealiseerd, is de mogelijkheid van carsharing verder niet geregeld in dit bestemmingsplan. Met het realiseren van 25 parkeerplaatsen die voldoen aan de van toepassing zijnde maatvoeringseisen wordt voldaan aan de geldende parkeernorm.

Wij hebben gelet op het voorgaande geen aanleiding om reclamanten te volgen in hun stelling dat de betreffende parkeerplaatsen niet zouden voldoen aan de daarvoor geldende maatvoeringen en om die reden niet mee zouden mogen tellen bij het aantal parkeerplaatsen om te voorzien in de parkeerbehoefte op eigen terrein. Gevolgen voor bestemmingsplan Deze gronden hebben geleid tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Het voorgaande is opgenomen in de paragraaf 4.5 van de toelichting, inclusief een situering van de parkeerplaatsen met maatvoering. In het beeldkwaliteitsplan is daarnaast de maatvoering van de parkeerplaatsen opgenomen en de eerder voorziene deur naar de parkeerkelder is verwijderd. Deze nieuwe versie van januari 2022 vervangt de eerdere versie van het beeldkwaliteitsplan in bijlage 1 van de regels van het ontwerp bestemmingsplan.

18

9. Aantasting woon- en leefklimaat: aantasting privacy Nummer zienswijze 4, 8, 47, 50, 100, 103, 117, 141, 183, 244.

Gronden samengevat -

-

De 13 terrassen van de appartementen zijn gericht naar de maaszijde. Dit heeft een negatieve invloed op de omgeving en directe buren. Door de hoogte van het gebouw wordt de privacy van de omwonenden onevenredig aangetast. Waarom is het toekomstige woongenot van initiatiefnemers belangrijker dan woongenot van bestaande bewoners (aantasting privacy)

Reactie gemeente Op grond van het vigerende bestemmingsplan ‘Kernen Kessel en Kessel-Eik’ is bebouwing toegestaan tot in de zijdelingse perceelsgrenzen. Rekening houdende met het burenrecht (artikel 5:50 Burgerlijk Wetboek) kunnen op een afstand van 2 meter vanuit de perceelsgrens ramen, deuren en andere vensteropeningen gerealiseerd worden. Daarnaast is het aannemelijk dat met een ter plaatse geldende bouwhoogte van 11 meter eveneens sprake is van zicht op de achtertuinen en de achtergevels van omliggende woningen. Vanuit de slaapkamerramen van het huidige pand is ook in de bestaande situatie zicht op de terrassen van beide aangrenzende woningen. Dit betekent dat er op basis van het huidige planologische regime reeds sprake is van een verminderde privacy. Het onderhavige bestemmingsplan leidt niet tot een onevenredige aantasting daarvan. In het beeldkwaliteitsplan is bovendien ruimschoots rekening gehouden met de wens van de buren om geen ramen in de zijgevels van het zorgwonengebouw aan te brengen die zicht geven op aangrenzende percelen. Daarnaast volgt uit de jurisprudentie dat in een woonomgeving een woonsituatie vrij van inkijk niet kan worden gegarandeerd. Er is ons inziens dan ook geen sprake van een onaanvaardbare aantasting van de privacy. Gevolgen voor bestemmingsplan Deze gronden hebben niet geleid tot een aanpassing van het bestemmingsplan.

10. Verminderde bezonning / schaduwwerking omliggende percelen Nummer zienswijze 8, 103, 183

Gronden samengevat -

De hoogte zorgt voor verandering lichtinval; Lichthinder door lampen van voertuigen

Reactie gemeente Naar aanleiding van deze zienswijzen is door BRO een bezonningsstudie uitgevoerd op 21 december 2021. Hierin is de huidige planologische situatie bestemmingsplan ‘Kernen Kessel en Kessel-Eik’ op het aspect bezonning vergeleken met de nieuw planologische situatie. Zoals vermeld onder overweging 5 van deze nota van zienswijzen wordt het Beeldkwaliteitsplan beter verankerd in het

19

bestemmingsplan. Derhalve is uitgegaan van de regeling zoals deze ter vaststelling wordt voorgelegd aan de raad. Er is in het onderzoek gekeken naar bezonning van omliggende percelen (Veersepad 11 en 15) en naar bezonning gevelopeningen van deze percelen. De conclusie is als volgt. Bezonning perceel In het onderzoek naar de bezonning van de percelen behouden beide percelen gemiddeld genomen voldoende bezonning. De norm wordt door de onderzochte percelen ruimschoots gehaald. Er ontstaat voor zowel nr. 11 als nr. 15 zelfs een vooruitgang bij de nieuw voorgestelde planologische situatie t.o.v. de voormalige planologisch situatie. Er kan daarom worden gesteld dat de beoogde planologische situatie bij de onderzochte percelen qua bezonning geen onredelijke afbreuk doet aan het woon- en leefklimaat van de aangrenzende percelen/woningen. Bezonning gevelopeningen Bij de onderzochte gevelopeningen van Veersepad 11 en 15, blijft voor nr. 15 de situatie volledig ongewijzigd bij de verandering van de voormalige naar de voorgestelde planologische situatie. Bij nr. 11 gaat één gevelopening er op achteruit qua bezonning. Evengoed voldoet deze gevelopening in de nieuw voorgestelde planologische situatie aan de normering van voldoende bezonning. Twee andere gevelopeningen gaan er bij nr. 11 juist op vooruit.

Er kan dus worden gesteld dat de gevolgen van voor voorgestelde planologische situatie niet dermate groot zijn dat de beoogde bebouwing het woongenot van de bewoners ingrijpend verminderd. Eindconclusie Zowel op basis van het onderzoek naar bezonning van percelen als gevelopeningen kan gesteld worden dat er geen dermate grote achteruitgang van bezonning is dat er onredelijke afbreuk van woongenot plaatsvindt bij de buurpercelen in de directe omgeving van Veersepad 13. Om die reden is de verandering van planologische situatie qua bezonning te verantwoorden en daarmee keurt dit rapport de beoogde planologische situatie goed. Lichthinder door voertuigen Een van de reclamanten verwacht lichthinder in de avonduren door koplampen. De inrit van het plangebied wordt op ongeveer dezelfde locatie gepositioneerd als de huidige inrit, ongeveer ter hoogte van de voordeur van het woonhuis aan Veersepad 20. De afstand tussen uitrit en het woonhuis aan Veersepad 20 bedraagt ongeveer 14,5 meter. Enige lichthinder valt niet uit te sluiten. Echter het plangebied is gesitueerd in een bestaande bebouwde omgeving waarin hoofdzakelijk woningen zijn gelegen. De confrontatie met licht vanwege nabijgelegen woningen of autoverkeer valt dan ook niet geheel te voorkomen.

Daarnaast zijn in de directe omgeving geen bedrijfsmatige vormen van lichtbronnen, zoals bijvoorbeeld verlichting bij sportvelden, aanwezig. Het autoverkeer dat uit de inrit komt gaat op in het bestaande verkeersysteem. Het toename van het aantal verkeersbewegingen is beperkt en ons inziens is dan ook geen sprake van een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat door lichthinder van motorvoertuigen in de avonduren. Gevolgen voor bestemmingsplan Deze gronden hebben in beginsel niet geleid tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Indirect wordt wel verwezen naar de aanpassingen die gedaan zijn in het kader van de gronden zoals genoemd in overweging 5 van deze nota van zienswijzen. In de zonnestudie is ook uitgegaan van het nieuwe voorstel met betrekking tot het bouwvlak. De bezonningsstudie wordt als laatste bijlage aan de toelichting toegevoegd.

20

11. Bouw- en aanlegwerkzaamheden binnen dubbelbestemming ‘Waterstaat Stroomvoerend rivierbed’ Nummer zienswijze 9, 100

Gronden samengevat -

-

Rijkswaterstaat wijst op meldings- of eventuele vergunningplicht voor het aanleggen van de tuin ter plaatse van de dubbelbestemming ‘Waterstaat - Stroomvoerend rivierbed’ Rijkswaterstaat stelt dat een aanlegvergunningstelsel in de regels moet worden opgenomen. Er wordt door 1 reclamant aangevoerd waarom binnen de dubbelbestemming bouwmogelijkheden zijn toegestaan, zoals bijvoorbeeld een muur. Dit is niet opgenomen in het beeldkwaliteitsplan

Reactie gemeente Het onderhavige bestemmingsplan voorziet, net als in het vigerende bestemmingsplan ‘Kernen Kessel en Kessel-Eik’ in een generieke regeling voor de woonfunctie. Daarbij is zoveel als mogelijk aangesloten bij de standaard van onze gemeente. Daarnaast is een specifieke regeling van toepassing voor het deel dat valt binnen het stroomvoerend rivierbed. Op basis van de betreffende dubbelbestemming ‘Waterstaat – Stroomvoerend rivierbed’ is bouwen ter plaatse uitgesloten. Dit betekent dat ter plaatse geen erfafscheiding of andere gebouw / bouwwerk geen gebouw zijnde kan worden gebouwd. Het afwijken van het bouwverbod is alleen mogelijk met medewerking van Rijkswaterstaat en ook alleen voor de in de regels (artikel 4.3) benoemde bouwwerken. Nu bouwwerken op dit gedeelte van het perceel ook niet zijn opgenomen in het Beeldkwaliteitsplan, zijn ter plaatse ook geen bouwwerken voorzien. Dit geldt overigens ook voor de tuin en het terras. Deze zijn eveneens niet beoogd in het talud waarop de dubbelbestemming van toepassing is. Binnen de dubbelbestemming is ook geen nieuwe boomaanplanting voorzien. Rijkswaterstaat verzoekt om initiatiefnemers te wijzen op een eventuele benodigde vergunning of een verplichte melding indien ter plaatse van de dubbelbestemming werkzaamheden worden uitgevoerd. Deze zienswijzen is ter kennisneming doorgestuurd naar initiatiefnemers.

Tenslotte vraagt Rijkswaterstaat om ook aan de aanlegwerkzaamheden in het stroomvoerend rivierbed regels te verbinden, zoals dit ook reeds voor de bouwactiviteiten is gedaan. Gevolgen voor bestemmingsplan In overleg met Rijkswaterstaat is een nieuwe regeling opgesteld en deze komt in de plaats van de regeling in artikel 4 van het ontwerp bestemmingsplan. De nieuwe regeling komt als volgt te luiden: Artikel 4 Waterstaat - Stroomvoerend rivierbed 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waterstaat – Stroomvoerend rivierbed' aangegeven gronden zijn mede bestemd voor: a. riviergebonden activiteiten; b. het waarborgen van een veilige afvoer van en berging van rivierwater onder normale en maatgevende hoogwaterstanden, sediment en ijs; c. de waterhuishouding; d. de aanleg, het onderhoud en de verbetering van de waterkering; e. het vergroten van de afvoercapaciteit. Onder riviergebonden activiteiten wordt verstaan: f. de aanleg of wijziging van de waterstaatkundige kunstwerken; g. de realisatie van voorzieningen voor een betere en veilige afwikkeling van de beroeps- en recreatievaart; h. de bouw of wijziging van waterkrachtcentrales; i. de vestiging of uitbreiding van overslagbedrijven of het realiseren van overslagfaciliteiten, uitsluitend voor zover de activiteit gekoppeld is aan het vervoer over de rivier;

21

j. k. l.

de realisatie en het beheer van natuurterreinen; de realisatie van voorzieningen die onlosmakelijk met waterrecreatie zijn verbonden; de winning van oppervlaktedelfstoffen.

4.2 Bouwregels Op of in de voor 'Waterstaat - Stroomvoerend rivierbed' aangewezen gronden mag niet worden gebouwd. 4.3 Afwijken van de bouwregels Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het waterbergend en stroomvoerend vermogen van het gebied kan, mits gehoord Rijkswaterstaat, bij het verlenen van een omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde in artikel 4.2 ten behoeve van: a. riviergebonden activiteiten; b. niet-riviergebonden activiteiten; c. activiteiten ten behoeve van rivierbeheer of rivierverruiming d. rivierkundige bouwwerken van ondergeschikt belang; e. een eenmalige uitbreiding van ten hoogste 10 % van de bestaande bebouwing, mede conform de onderliggende bestemming; met dien verstande dat slechts een omgevingsvergunning wordt verleend: a. voor riviergebonden bouwwerken, indien: 1. er sprake is van een zodanige situering en uitvoering van het bouwwerk dat het veilig en doelmatig gebruik van het oppervlaktewaterlichaam gewaarborgd blijft; 2. er geen sprake is van een feitelijke belemmering voor vergroting van de afvoercapaciteit van de rivier; 3. er sprake is van een zodanige situering van de bestemming dat de waterstandverhoging of de afname van het waterbergend vermogen zo gering mogelijk is; 4. er sprake is van een zodanige situering van de bestemming dat de ecologische toestand van het oppervlaktewaterlichaam niet verslechtert; 5.

de resterende waterstandeffecten of de afname van het bergend vermogen duurzaam worden gecompenseerd waarbij de financiering en de tijdige realisering van de maatregelen gezekerd zijn. b.

voor niet-riviergebonden activiteiten, indien: 1. het een functieverandering binnen de bestaande bebouwing betreft of; 2. het een activiteit betreft die per saldo meer ruimte voor de rivier oplevert op een rivierkundig bezien aanvaardbare locatie of; 3. het een groot openbaar belang betreft en het bouwwerk niet redelijkerwijs buiten het rivierbed kan worden gerealiseerd of; 4. er een zwaarwegend bedrijfseconomisch belang is voor bestaande grondgebonden agrarische bedrijven en het bouwwerk redelijkerwijs niet buiten het rivierbed kan worden gerealiseerd; 5. er sprake is van een zodanige situering en uitvoering van het bouwwerk dat het veilig gebruik van het oppervlaktewaterlichaam gewaarborgd blijft; 6. er geen sprake is van een feitelijke belemmering voor vergroting van de afvoercapaciteit van de rivier; 7. er sprake is van een zodanige situering en uitvoering van het bouwwerk dat de waterstandverhoging of de afname van het waterbergend vermogen zo gering mogelijk is; 8. er sprake is van een zodanige situering van het bouwwerk dat de ecologische toestand van het oppervlaktewaterlichaam niet verslechtert; 9.

en onder de voorwaarde dat:  de resterende waterstandeffecten duurzaam worden gecompenseerd of;  de afname van het bergend vermogen duurzaam wordt gecompenseerd of;  de rivierverruimende maatregelen worden genomen; waarbij de financiering en de tijdige realisering van de maatregelen gewaarborgd zijn; c.

voor rivierkundige bouwwerken van ondergeschikt belang, activiteiten ten behoeve van rivierbeheer of rivierverruiming en voor een eenmalige uitbreiding van ten hoogste 10 % van de bestaande bebouwing indien: 1. er sprake is van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat het veilig en doelmatig functioneren van het oppervlaktewaterlichaam gewaarborgd blijft; 2. er geen sprake is van een feitelijke belemmering voor vergroting van de afvoercapaciteit van de rivier; 3. er sprake is van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat de waterstandverhoging of de afname van het waterbergend vermogen zo gering mogelijk is; 4. er sprake is van een zodanige situering van de activiteit dat de ecologische toestand van het oppervlaktewaterlichaam niet verslechtert.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=fec4af2b-616e-430d-9103-ca435742d086