CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag Besluitvorming 10.7.2025.pdf

Raadsvergadering Papendrecht 25 september 2025, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 4: Vaststellen verslag 3, 7, 10 en 14 juli27.108 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Betrokken blijven vindt men een goed idee, maar samenwerken niet. Motie M6.11 sportgala in ere herstellen heeft haar fractie mede-ingediend. Een sportgala is meer dan sporters in het zonnetje zetten, het is een belangrijk moment om prestaties te vieren en te erkennen en de verbindende kracht van sport te benadrukken. Op de vraag die mevrouw VAN ES per interruptie stelt of men dit ook breder kan trekken dan alleen sport antwoordt mevrouw KARSO dat het niet alleen om sport gaat, maar dat men dit als voorbeeld heeft genomen omdat dit destijds is wegbezuinigd. Het kan bv. een gala zijn voor sport en cultuur, waarbij het erom gaat dat men sporters en vrijwilligers in het zonnetje wil zetten en men dit met elkaar moet vieren. Wat haar fractie betreft geeft men het college daarmee de opdracht om het breder te trekken en anders te benaderen dan jaren geleden. De kosten -destijds betrof het € 10.000,00- zullen uiteraard meer zijn als men dat weer nieuw leven inblaast en breder gaat trekken, maar het kan -afhankelijk van de sponsoring- ook minder kosten. De uitvoering zou men zoveel mogelijk aan het college willen overlaten. De heer VAN DEN DOOL merkt in reactie op dat de OP-fractie de eerste termijn sprak over een zoektocht naar goed bestuur in Papendrecht en over een responsieve overheid. Zijn fractie is echter van mening dat een democratie naast responsief ook effectief moet zijn.

Men moet presteren en ook robuust zijn. Daarnaast is in de zoektocht naar goed bestuur ook de rechtsstaat belangrijk. Men houdt zich aan wetten en regels en kent macht en tegenmacht. Zo is de zoektocht naar goed bestuur een soort balanceer act geworden. Men waardeert het pleidooi van de OP-fractie, maar heeft ook het gevoel dat men uit evenwicht raakt als men niet ook inzet op al die andere waarden. Verder vindt de heer VAN DEN DOOL het fijn dat wethouder Jansen aangeeft dat men dit 19

Verslag besluitvormende raadsvergadering 10 juli 2025

najaar een uitvoeringsplan voor dat warmtenet gaat bespreken. Zijn vraag in de eerste termijn ging vooral over de planning van de eerste geothermie bron. De huizen die men nu heeft aangesloten op het warmtenet worden immers nog verwarmd door gas of door verbranding van huisvuil. De essentie is dat men de CO2 uitstoot wil verminderen en dat gaat inderdaad gebeuren als de geothermie bron komt. M.b.t. amendement A6.01. Speelveldverkenning Sociaal Domein merkt de heer VAN DEN DOOL op dat het ingewikkelde is dat men het eens is met het doel dat het amendement beoogt, namelijk concrete bezuinigingsvoorstellen en handreikingen om de stijgende kosten te beheersen. Daarom zou men de wethouder willen oproepen om juist dat te gaan doen. Dat doet men in motie M6.10. Speelveldverkenning sociaal domein, met het verschil dat als men het amendement zou steunen, hier geen middelen voor zouden zijn. Daarom zal men het amendement niet steunen, maar wel de oproep. Mevrouw VAN ES merkt per interruptie op dat het lijkt alsof de CDA-fractie zich er niet van bewust is dat het een voorwaarde is dat er echt bezuinigingsmogelijkheden in komen. Als het college echter een toezegging doet dat zij die bezuinigingsopties in dat onderzoek meeneemt, is het amendement niet meer nodig en de motie overbodig.

De heer VAN DEN DOOL zegt dat als de wethouder met een duidelijk antwoord komt dat er inderdaad handreikingen komen om die stijgende kosten te beheersen en er bezuinigingsvoorstellen komen, het amendement en de motie inderdaad overbodig zijn. Het verschil zit erin dat de CDA-fractie het risico niet wil lopen dat het college het geld kwijtraakt om met een extern bureau zaken scherper te krijgen. Daarbij gaat het ook om de waarde om van buiten naar binnen te laten kijken. Dat is het verschil tussen het amendement en de motie. Amendement A6.02 Ongedaan maken bezuiniging op flexibel cameratoezicht zal de CDA-fractie gezien de antwoorden van het college, dat het geld niet is benut, niet steunen. Amendement A6.03. PIT. heeft men medeingediend. Hierbij merkt hij op dat hij in een vorige raadsvergadering fel heeft gereageerd op indieners van een motie inzake de Bethlehemkerk, waarbij hij heeft gevraagd waarom men niet een telefoontje heeft gepleegd voor men over een andere partij heen iets afspreekt. In diezelfde zin maakt hij dat verwijt nu richting het college. Waarom niet even een telefoontje met de werkgroep als er na een half jaar al blijkt dat er opeens helemaal geen geld meer is? Men is heel dankbaar dat de heer Grimmius dit heeft opgemerkt, dus van harte steun aan dit amendement. Motie M6.01.

Kunst aan de keukentafel: creatieve ontmoeting voor inwoners met een klein sociaal netwerk vindt zijn fractie een leuk project dat ook in een aantal andere gemeenten gebeurt. Alleen is het verschil dat het daar allemaal georganiseerd wordt door vrijwilligers en vanuit de samenleving. Hierbij sluit hij zich aan bij de PvdA-fractie, die vroeg of het niet op een andere manier georganiseerd kan worden. Kunnen de betrokken kunstenaars, met andere samenlevingspartijen, het niet deels zelf organiseren? En misschien is een subsidie van de PIT hier wel op zijn plaats. Dan ligt het initiatief in de samenleving en is de kans op continuïteit en impact groter. De heer GRIMMIUS voelt zich per interruptie een beetje bezwaard om de heer Van der Dool -omdat zij samen in de werkgroep zatenhier vragen over te stellen. Maar hij gaat ervanuit dat de heer Van den Dool ervan op de 20

Verslag besluitvormende raadsvergadering 10 juli 2025

hoogte is dat de PIT juist niet voor langdurige, structurele geldelijke ondersteuning is. Hierop geeft de heer VAN DEN DOOL aan hier zeker van op de hoogte te zijn. In de andere gemeenten die hij net noemde wordt dit door vrijwilligers georganiseerd en zijn er helemaal geen kosten voor de gemeente meer aan verbonden. Hij sluit niet uit dat er een opstartsubsidie nodig is, maar het voordeel van de inzet van vrijwilligers is dat men minder ambtelijk met welzijn- en cultuurcoaches zou hoeven te werken. M.b.t. motie M6.02. Geen bezuinigingen op sport en cultuur is men van mening dat hier een onterecht beeld wordt geschetst en daarom zal men tegen stemmen. M.b.t. motie M6.03. Gratis bibliotheekabonnement tot en met 27 jaar wacht men op de definitieve formulering. In eerste instantie vroeg zijn fractie zich af of men de jongvolwassenen niet te veel pampert door hen een gratis abonnement te geven. Het is ook belangrijk dat zij begrijpen dat niet altijd alles gratis is. Aan de andere kant is het ook mooi als men hen kan stimuleren. Dus een bredere pilot zou welkom zijn. Motie M6.04. Herdenkingsbomen/struiken op de begraafplaats vindt men een mooie gedachte en zal men steunen. De ruimte hiervoor lijkt zijn fractie echter wel beperkt en het is ook belangrijk dat de boom of struik eigendom van de gemeente blijft, zodat deze ook gesnoeid kan worden.

Mevrouw VAN WIJNGAARDEN merkt per interruptie op dat zij uiteraard op de begraafplaats is geweest om te kijken naar de mogelijkheden. Hierbij zegt zij dat er geen sprake is van grote bomen en struiken. In overleg met het beheer van de begraafplaats zal men daar een plek voor zoeken. M.b.t. motie M6.05. Gratis OV voor senioren met een krappe beurs heeft hij gehoord dat men het woord uitgangspunt mag interpreteren als de uitdrukkelijke wens en dat het college ruimte heeft om aan te sluiten op de provinciale subsidie. Zijn fractie vindt het goed dat het gaat om senioren met een krappe beurs. Verder zou men in de komende periode graag evalueren hoe er gebruik van wordt gemaakt en wat het effect is. Verder begrijpt hij niet waarom het college positief is, maar de motie wel ontraadt. Zijn fractie zal deze motie steunen. De CDA-fractie begrijpt de bedoeling van motie M6.06. Geen fossiele reclame in de buitenruimte en heeft daar sympathie voor, toch zal men hier om de volgende redenen niet mee instemmen. De realiteit is ook de komende jaren nog dat men gebruik zal moeten blijven maken van fossiele brandstoffen. Mensen moeten hun huizen nog verwarmen op een andere manier en kunnen ook nog niet allemaal elektrisch gaan rijden. Daarnaast denkt men niet dat een reclameverbod gaat helpen om het gebruik te beperken.

Dan kan men beter de eerdergenoemde geothermiebron sneller aansluiten of extra elektrische laadpalen aanbieden. Tenslotte vindt zijn fractie dat men heel spaarzaam moeten zijn met het verbieden van uitingen. Hij kan nog een heel aantal onderwerpen (ongezond eten, second love en Klarna) verzinnen waarvoor men ook liever geen reclame zou maken. Men laat dat liever aan de nationale overheid en vindt het te betuttelend en ingewikkeld om zich daar lokaal mee te bemoeien. Inzake motie M6.07. Prioriteit en duidelijkheid voorbereiding grote investeringen is hij blij met de toezegging van het college. Toch is de motie daarmee wat zijn fractie betreft niet overbodig omdat een expliciete uitspraak van de raad helpt. De in de breedte gedeelde opvatting van de raad is dat men ondanks goede financiële perspectieven waakzaam 21

Verslag besluitvormende raadsvergadering 10 juli 2025

moet blijven en de financiën gezond moet houden. Het resultaat van de jaarrekening mag geen grabbelton worden. De heer GRIMMIUS merkt per interruptie op dat de raad besluit wat er in de bestemmingsreserve gaat en wat men eruit haalt. Hij heeft de heer Van den Dool horen zeggen dat het lijkt dat het er soms wel heel makkelijk uit gaat. Hierbij merkt hij op dat dat de raad dat zelf doet. De raad heeft deze bestemmingsreserve ingesteld en heeft daarvan gezegd dat de niet gelabelde resultaten van het vorig jaar overgaan naar de bestemmingsreserve. De motie lezend staat er het jaarresultaat, hetgeen volgens hem inhoudt dat het totaal van wat er overblijft naar de bestemmingsreserve gaat, tenzij er uitzonderingen zijn. Hierdoor concludeert hij dat als men kijkt naar de jaarstukken die men as. maandag gaat behandelen, er een aantal zaken is die men van vorig jaar doorschuift naar dit jaar, omdat dit gelabelde gelden zijn waarvan de CD-fractie in de nieuwe situatie zegt dat men dat niet meer zou moeten doen. Deze zouden volgens de motie vervallen en direct naar de bestemmingsreserve gaan. De heer VAN DEN DOOL zegt dat dit niet helemaal klopt. Men kan zich nog steeds voorstellen dat er gelabelde uitgaven nodig zijn en doorgeschoven moeten worden. Deze motie roept op om duidelijk prioriteit te geven aan het sparen en storten in de reserve. M.a.w.

maak er geen sport van om zoveel mogelijk gelabelde uitgaven te verzinnen als er eenmaal een positief jaarresultaat is, maar geef voorrang aan het sparen. Dit omdat men immers het besluit heeft genomen over grote investeringen in de toekomst. Deze boodschap zou men het college graag meegeven. De heer GRIMMIUS begrijpt de gedachtegang van de heer Van den Dool en kan hier voor een groot deel in meegaan. Alles richting de bestemmingsreserve, tenzij iets toch gelabeld moet blijven. Hierbij is hij het niet eens met de opmerking dat het college zou zoeken naar wat men nog kan labelen. Hij gaat ervan uit dat dit naar eer en geweten gaat. De omdraaiing van de situatie vindt de heer GRIMMIUS wel een significant verschil dat men maakt, over hoe men met de bestemmingsreserve omgaat. In die zin is de motie vrij kort door de bocht, terwijl het wel een serieuze verandering met zich meebrengt van hoe men de bestemmingsreserve vult. Omdat zijn fractie dat nog een beetje oncomfortabel vindt, verzoekt men de heer Van de Dool hen iets meer comfort te geven, omdat men gelabelde zaken ineens richting de bestemmingsreserve gaat schuiven. De heer VAN DEN DOOL zegt dat de raad zaken zelf labelt. Als een groot werk niet af is en er nog geld aan besteed moet worden, moet het worden doorgeschoven naar het volgende jaar. Dat kan nog steeds gebeuren.

Tegelijk heeft de heer Grimmius gelijk waar hij zegt dat het een verandering is. Maar nu de besluiten voor de grote investeringen in de toekomst genomen zijn, is zijn fractie van mening dat men echt prioriteit moet geven aan het daar waar mogelijk sparen en storten in de reserve die daarvoor bedoeld is. Men heeft de motie dusdanig opgesteld dat er nog steeds een goede onderbouwing/labeling nodig is, zodat dat raad weet waar het over gaat. Motie M6.08. Tussenevaluatie Woonplan 2020-2030 zal de CDA-fractie steunen. De uitkomst van een beknopte evaluatie zou t.b.v. de nieuwe collegeonderhandelingen kunnen worden meegenomen. Motie M6.09. HAP vindt zijn fractie een moeilijk voorstel, men heeft een huisarts in de regio hiernaar gevraagd, die aangaf dat huisartsen dit zelf moeten financieren. Er was een HAP in 22

Verslag besluitvormende raadsvergadering 10 juli 2025

Sliedrecht en Alblasserdam, maar die zijn ook om deze reden weer gestopt. Daarnaast is door de VVD-fractie ook terecht de link gelegd van de HAP en het snel schakelen met het ziekenhuis en de noodapotheek. Misschien zou de toezegging van de wethouder hier nog eens serieus over praten ook voldoende zijn. I.v.m. de medische aspecten vindt zijn fractie het lastig hier een uitspraak over te doen. Men is m.b.t. motie M6.11 sportgala in ere herstellen niet enthousiast over alleen het sportgala. Het is destijds gestopt omdat het ‘wat sleets’ werd en het veel tijd, inzet en geld kostte . Verder merkt hij op dat de wethouder al heel veel aan waardering voor sport doet, telkens als er iemand kampioen is komt de wethouder op bezoek, etc. Of een nieuwe en wat bredere formule wel een idee laat hij in het midden. De heer GRIMMIUS merkt per interruptie op dat de CDAfractie in 2023 zelf -ook in reactie op dat het sportgala is verdwenen- een motie indiende om de sport weer in het zonnetje te zetten. Hij vraagt of de heer Van den Dool van mening is dat de uitvoering van die motie voldoende is, of dat er nog wat meer waardering richting sporters, vrijwilligers en eventueel de cultuursector zou kunnen komen. De heer VAN DEN DOOL zegt dat hij om die reden ook zijn waardering heeft uitgesproken voor dat wat er nu al gebeurt door het college op dat gebied.

Hij weet eerlijk gezegd niet wat er nog extra zou kunnen. Dat betekent niet dat men niet openstaat voor verdere suggesties, maar een sportgala vindt men een wat oude en versleten formule. De heer GRIMMIUS merkt op dat de woordvoering van de heer Van Den Dool inzake de democratie en rechtsstaat hem erg bekoort. M.b.t. amendement A6.01. Speelveldverkenning Sociaal Domein merkt hij op dat het idee dat er een college is dat nu haar vierde perspectiefnota presenteert en nu pas tot de conclusie komt dat men eigenlijk niet zo goed weet wat er reilt en zeilt in het sociaal domein en men moet gaan verkennen met welke partners men te maken heeft en hoeveel dat kost en oplevert, verbazingwekkend en schokkend is. Waar heeft het college de afgelopen 3 jaar dan op geacteerd? De heer VAN DEN DOOL merkt per interruptie op dat hij de hartenkreet begrijpt, maar hij vraagt de heer Grimmius of hij zaken zoals de routekaart jeugd en het nieuwe inkoopbeleid op het sociaal domein heeft gemist. De heer GRIMMIUS ontkent niet dat er zaken zijn gebeurd, maar stelt dat dit kennelijk is gebeurd zonder dat men goed weet wat er in het sociaal domein precies speelt. De heer Van den Dool noemde in zijn eerste termijn de voetbalcoach die aan het begin van de wedstrijd een speelveldverkenning gaat doen om erachter te komen waar de cornervlag en de doelen staan. Dit vond hij een beetje raar.

De GL-fractie vindt het best raar dat een college dat al 3 jaar zit niet helemaal weet hoe ze in het sociaal domein moeten opereren. Hij merkt richting de heer Van den Dool op dat er kennelijk zaken zijn afgesproken en vastgesteld, ook de samenlevingsvisie, zonder dat men precies in de gaten had hoe het er in het sociaal domein precies aan toe gaat. Hij ontkent niet dat er zaken zijn gebeurd, dat er visies zijn vastgesteld en men vordering heeft gemaakt. Alleen vindt zijn fractie het dan, omdat men daar al visies op heeft vastgesteld, mosterd na de maaltijd om nu nog te gaan onderzoeken wat er precies allemaal voor verschillende spelers in het sociaal 23

Verslag besluitvormende raadsvergadering 10 juli 2025

domein zijn. Dan is het best raar dat het college tijdens de vierde en laatste perspectiefnota vindt dat men het sociaal domein moet gaan onderzoeken. Hij is er altijd vanuit gegaan dat het college wist waar het over ging en dat schijnt nu toch niet helemaal het geval te zijn. M.b.t. het amendement zelf is hij onder de indruk van de woorden van de heer Verweij, er zijn al verschillende onderzoeken geweest die in de praktijk nog niet veel hebben opgeleverd. Zijn fractie neigt ernaar het amendement te steunen, hetgeen de motie overbodig maakt. Amendement A6.02 Ongedaan maken bezuiniging op flexibel cameratoezicht zal zijn fractie omdat het budget niet wordt gebruikt niet steunen. M.b.t. het eigen amendement A6.03. PIT is zijn fractie blij met alle mede-indieners, zodat men de PIT voldoende financiële zekerheid voor de komende jaren kan bieden. Het is een initiatief dat moet groeien en dat onderdeel moet worden van de samenleving. Omdat het net een kleine 3 maanden geleden is begonnen, zou het niet gepast zijn om nu al te zeggen dat er geen geld meer is. Ook is hij bang dat het precedentwerking kan hebben voor andere initiatieven die men zou willen ontplooien op het gebied van participatie. De heer BOERMSA merkt per interruptie op dat hij in de veronderstelling was dat het bedrag van € 100.000, - verspreid zou worden over een aantal jaar, waarna vervolgens geëvalueerd zou worden.

Deze gedachte zou voor zijn fractie de voorkeur hebben omdat men zich niet kan voorstellen dat men hieraan € 100.000, - kan opmaken, wat zijn fractie ook te veel geld zou vinden. De heer GRIMMIUS zegt dat men 2 jaar geleden heeft gevraagd om € 100.000, - voor het jaar 2025, dus het was altijd bedoeld voor 1 jaar. Nu vraagt men € 100.000 voor 2026 en voor 2027, zodat het kan groeien in de samenleving. Hij is het met de heer Boersma eens dat dit geïnterpreteerd kan worden als veel geld, misschien is het ook wel te veel. Maar dat weet men nog niet. Men wil niet van tevoren zeggen dat het wel met minder kan, voor hetzelfde geld komen er heel goede ideeën bij de PIT. Dan zou het heel jammer zijn als het geld er niet is. Hierbij merkt hij op dat de € 100.000, - per jaar er niet extra bovenop komt, maar dat als men aan het eind van een jaar bv. € 63.000, - over heeft, dit wordt aangevuld naar € 100.000, -. Dit zou best te veel kunnen blijken te zijn, maar daar komt men pas achter als men het geld beschikbaar maakt. Misschien komt men er inderdaad wel achter dat € 50.000, - genoeg is. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN merkt per interruptie of dat het feit dat het door vrijwilligers wordt gerund betekent dat al het geld voor de gemeenschap is. Motie M6.01.

Kunst aan de keukentafel: creatieve ontmoeting voor inwoners met een klein sociaal netwerk zal de GL-fractie steunen, hierbij is men wel benieuwd naar de reactie van het college. M.b.t. motie M6.02. Geen bezuinigingen op sport en cultuur is hij het eens met mevrouw Karso dat het jammer is dat de subsidieplafonds, waar juist een verlaging van de subsidieplafonds op sport en cultuur in zat, zijn vastgesteld met alleen een tegenstem van GL en de PvdA-fracties. Dit terwijl in het amendement bij de eerste constatering wordt opgemerkt dat dit het geval is en dat dit niet juist is. In reactie op de opmerking dat er niet echt bezuinigd wordt op sport en cultuur en de subsidieplafonds zegt de heer GRIMMIUS dat er de afgelopen 3 jaar (in positieve zin) 3 x een inflatiecorrectie is toegepast van in totaal 16,4% verhoging van het subsidieplafond. Toch is het subsidieplafond specifiek voor sport en cultuur 24

Verslag besluitvormende raadsvergadering 10 juli 2025

gedaald van € 1.014.000, - naar € 1.005.000, -. Daar is dus € 9.000, - vanaf, ondanks dat men meer dan 16% heeft toegevoegd. Er is dus zeker wel bezuinigd. Richting het college, die aangeeft dat er heel erg wordt geïnvesteerd (in de MFA), heeft hij al eerder aangegeven dat investeren om meer gaat dan alleen om stenen, het gaat ook om mensen. De heer VAN DEN DOOL vraagt of de daling niet te maken heeft met het feit dat een aantal aanvragen gewoon niet zijn gedaan in de afgelopen jaren, waarop de heer GRIMMIUS aangeeft dat de daling komt doordat het college van systematiek is veranderd en heeft besloten om vanaf nu alleen nog maar de subsidiefonds aan de raad voor te leggen, gebaseerd op wat er vorig jaar daadwerkelijk is uitgegeven en niet op het plafond van het voorgaande jaar. Als men de inflatiecorrectie toepast op het plafond van vorig jaar, dan verhoogt het. Maar nu de inflatiecorrectie wordt toegepast op wat er daadwerkelijk is uitgegeven, verlaagt het per saldo in de absolute euro's en dat zorgt ervoor dat het een bezuiniging is. Het nadeel hiervan is dat men de structurele ontvangers helpt, maar dat er dan geen ruimte meer is voor nieuwe subsidieaanvragen. De heer VAN DEN DOOL merkt op dat de verenigingen en instellingen die de subsidies hebben gekregen, deze hebben gekregen inclusief een verhoging ruim 16%.

De heer GRIMMIUS zegt dat dit het geval is alleen voor de mensen die al subsidie ontvangen. Er is echter -omdat de pot sneller leeg is- geen ruimte voor nieuwe subsidieaanvragen, omdat men de subsidie baseert op een lager bedrag dan het jaar daarvoor, waardoor het elk jaar daalt. Hij merkt nogmaals op dat de cijfers aangeven dat men in 1 jaar tijd van € 1.014.000, - gaat naar € 1.005.000, -, ondanks dat het met 16% is verhoogd. Dan kan men niet anders dan concluderen dat het minder wordt. Mevrouw BOKMA vraagt per interruptie of hij de mening deelt dat wanneer een aanvraag van een vereniging niet meer binnen het plafond past, men dit op basis van de incidentele subsidie zou kunnen doen, zodat het voor het jaar erop weer structureel wordt. De heer GRIMMIUS zegt dat dat inderdaad kan. Mevrouw VAN ES vraagt per interruptie of de heer Grimmius zich ervan bewust is dat er ook daadwerkelijk gekort wordt op het moment dat er dubbelingen zijn. Zoals bv. de Culturele Raad, die taken zijn niet binnen de culturele sector overgenomen, want het gebeurde al ergens anders, nl. ergens binnen het sociaal domein. Dat zijn ook allemaal kortingen die steeds hebben plaatsgevonden binnen cultuur en sport. Daarbij noemt zij ook het beeldenpark. De heer GRIMMIUS zegt dat hij zich hier zeker van bewust is en dat hij daarom deze motie steunt. Ook motie M6.03.

Gratis bibliotheekabonnement tot en met 27 jaar zal zijn fractie -ook in de aangepaste vorm- steunen. Wel merkt hij richting het college op, die in de schriftelijke reactie aangaf dit niet in de begroting te kunnen verwerken maar dat men in het vierde kwartaal van dit jaar wel een voorstel kan doen, dat de begroting ook in het vierde kwartaal van dit jaar valt. Motie M6.04. Herdenkingsbomen/struiken op de begraafplaats steunt men van harte. De eigen motie M6.05. Gratis OV voor senioren met een krappe beurs heeft mevrouw Karso voldoende toegelicht, afgezien van het feit dat zijn fractie het liefst gratis openbaar voor iedereen zou zien, hetgeen op dit moment helaas niet realistisch en betaalbaar is. Daarom moet men beginnen met 1 doelgroep en volgt de rest hopelijk vanzelf. Ook motie M6.06. Geen fossiele reclame in de buitenruimte zal men zeker 25

Verslag besluitvormende raadsvergadering 10 juli 2025

steunen. Hierbij vraagt hij hoe het college - zij waren daar in de schriftelijke reactie niet heel positief over- wanneer deze motie wordt aangenomen zal omgaan met de uitvoering hiervan. Gaan zij een zodanig voorstel aan de raad doen voor een wijziging van de APV, zoals deze motie beoogt? Hierbij merkt hij op dat het de bevoegdheid van de raad is. Wanneer het college hier niet positief op reageert, stelt hij richting de D66fractie een initiatiefvoorstel voor, waaraan zijn fractie dan graag zal meedoen. M.b.t. motie M6.07. Prioriteit en duidelijkheid voorbereiding grote investeringen merkt de heer GRIMMIUS dat hij de wijze waarop men volgens de motie geld naar de bestemmingsreserve zou overhevelen en op basis waarvan dat gebeurt, een bijzondere verschuiving vindt t.o.v. hoe men dit heeft afgesproken. Vooralsnog is hij van mening dat wanneer men de jaarrekening krijgt en de bestemming van het positieve resultaat ziet, er goed onderbouwd wordt waarom bepaalde gelden naar een bepaald ander potje gaan dan de bestemmingsreserve. De heer VAN DEN DOOL merkt per interruptie op dat de motie aangeeft het jaarresultaat zoveel mogelijk bestemmen voor de reservegrote investeringen en uitzonderingen hierop zo beperkt mogelijk houden en helder onderbouwen. Hij is van mening wanneer iets helder is onderbouwd, de raad daar -als beperkte uitzondering- nog altijd iets van kan vinden.

De heer GRIMMIUS is dit fundamenteel oneens met de heer Van den Dool. Wat men nu doet is gelden die zijn gelabeld en onderbouwd doorschuiven naar het volgende jaar. Wat de motie voorstelt, is dat gelden ondanks dat ze gelabeld zijn wel naar de bestemmingsreserve gaan. Hier is hij het fundamenteel mee oneens. Men moet wel de volgorde aanhouden, zoals men deze eerder heeft afgesproken. Men moet eerst dat doen wat men gelabeld heeft en wat er overblijft moet naar de bestemmingsreserve. Wanneer men dat andersom doet, krijgt men elke keer een hele lastige discussie over of men vindt dat iets wel of niet voldoende een uitzondering is om doorgeschoven te mogen worden. Daar is hij het niet mee eens, omdat dit gelden zijn die men met reden heeft gelabeld. Wanneer iets dat jaar niet is gelukt -dat kan allerlei redenen hebben- moet men het college ook de ruimte bieden om dat in het volgende jaar te doen. Op het moment dat men daar veel strenger op gaat zijn en het naar de bestemmingsreserve moet, gaan heel veel zaken niet meer van de grond komen door redenen waar het college niet zoveel aan kan doen. De heer VAN DEN DOOL vraagt zich per interruptie af of de heer GRIMMIUS niet te veel in een simpele zin leest, nl. uitzonderingen zo beperkt mogelijk houden en verder goed onderbouwen. Dat is het enige wat er staat.

Wat de heer Grimmius er in leest is dat men een hele andere systematiek gaat toepassen. De heer GRIMMIUS antwoordt dat het onderbouwen nu al gebeurt, omdat men dat al heeft besloten. Als het gelabeld is, dan kan dat niet naar de bestemmingsreserve. Dat wordt ook onderbouwd door het college. Als de vraag gesteld moet worden of hij er te veel in leest, zou de motie misschien wat concreter omschreven moeten worden. Zoals hij de motie leest kan zijn fractie er niet mee instemmen, omdat het zijns inziens op dit moment al goed gaat en hij de gelden stromen op deze manier wil behouden. Hiermee wil hij niet zeggen dat hij niet van mening is dat er meer gespaard moet worden. Dat is heel handig en verstandig en dat doet men ook goed met de gelden die overblijven. Verder vindt de heer GRIMMIUS dat 26

Verslag besluitvormende raadsvergadering 10 juli 2025

de motie heel erg is gericht op de investering voor de vo-scholen en de MFA. Hierbij wenst hij in herinnering te roepen dat men in 2023 een motie heeft aangenomen dat die bestemmingsreserve ook toch vooral voor andere dingen bedoeld moet zijn, zoals verduurzaming, het mobiliteitsplan, openbaar vervoer, infrastructuurvergroening, etc. De heer VAN DEN DOOL bevestigt dat de vo-scholen in het dictum worden genoemd, maar hij vraagt of de heer Grimmius heeft gezien dat het daar gaat over de stelpost voscholen en dat niets staat over de reserve. De stelpost vo-scholen staat al heel lang in de begroting. De heer GRIMMIUS heeft dat gezien. Dit is ook niet de reden dat hij niet met de motie kan instemmen. M.b.t. motie M6.08. Tussenevaluatie Woonplan 2020-2030 is zijn fractie van mening dat er regelmatig beeldvormende bijeenkomsten zijn en dat men niet begrijpt wat men extra wil. Omdat zijn fractie deze motie overbodig vindt zal men hier niet mee instemmen. Motie M6.09. HAP vindt zijn fractie lastig omdat hij de gedachte erachter goed kan volgen. Hij begrijpt de spoed die gemoeid gaat met een bezoek aan de huisartspost, waarbij het niet logisch is om vanwege een brugafsluiting helemaal om te moeten rijden over Zwijndrecht richting het ziekenhuis in Dordrecht.

Anderzijds vindt men het wel lastig om het college een (misschien onmogelijke) opdracht of verzoek te geven om een tijdelijke huisartsenpost in Sliedrecht te realiseren. Heeft men daar de ruimte, het personeel, etc. voor? Verder heeft hij de wethouder horen zeggen dat er t.a.v. de brugsluiting flinke onderhandelingen gaande zijn over wat er zoveel mogelijk wel over de Baanhoekbrug heen kan blijven gaan. Hierbij is zijn fractie van mening dat iedereen hier -wanneer men aan beide kanten een verkeersregelaar zetover de brug heen zou moeten kunnen blijven gaan. Men begrijpt de achterliggende gedachte, maar vindt de motie lastig en zal deze daarom niet steunen. (Verder merkt hij richting de SGP-fractie op dat de foto die de provinciale SGP-fractie op Instagram heeft gedeeld niet de Merwedebrug is). M.b.t. motie M6.10. Speelveldverkenning sociaal domein is het afhankelijk van de toezegging van de wethouder of deze overbodig wordt. Inzake de eigen motie M6.11 sportgala in ere herstellen vindt hij het verzoek van de D66-fractie om dit breder te trekken door hier ook bv. cultuur bij te trekken een heel goed idee. Hij ziet hier ook de ruimte voor in het dictum. Misschien is de naam van het sportgala dan niet meer juist en zou het een andere naam moeten krijgen.

Mevrouw BOKMA merkt op dat het haar fractie nog niet helemaal duidelijk is of men met het dictum bedoelt dat er vanuit de gemeente wederom een sport (of breder) gala wordt georganiseerd, of dit is gericht op een verkenning of verenigingen op het gebied van sport en cultuur behoefte hebben om zelf zo'n avond te organiseren. De heer GRIMMIUS zegt dat het sportgala -met de woorden van de heer Van den Dool- een beetje sleets en bijna een beetje ambtelijk was geworden. Zijn fractie vindt eigenlijk dat het iets van de verenigingen/de samenleving moet zijn, waarbij de gemeente faciliteert. De heer VERWEIJ merkt per interruptie dat een budget van € 10.000, - zijns inziens meer dan genoeg zou moeten. Het afhuren van een zaal in De Willem kost ongeveer € 900,-, met het resterende bedrag zou men een artiest kunnen inhuren. Als verenigingen het organiseren zou het op het niveau van verenigingsamusement moeten blijven. De heer GRIMMIUS is het hiermee eens, het genoemde bedrag uit 2021 was ter illustratie, maar 27

Verslag besluitvormende raadsvergadering 10 juli 2025

heef men niet opgenomen in het dictum. Wanneer verenigingen dit zelf oppakken kan het een stuk goedkoper. Hij laat de uitvoering, wanneer de motie wordt aangenomen, aan het college. (Schorsing 21.11 – 21.20 uur) Mevrouw STIGTER is ervan overtuigd dat men zich met elkaar wil inzetten voor Papendrecht en haar inwoners. Haar fractie heeft de behoefte om kort te reageren op de eerste termijn die elke fractie heeft verwoord m.b.t. de perspectiefnota, omdat zij heeft gehoord dat iedereen daar heel veel tijd in heeft gestoken. Daarom zal zij kort reageren op de moties en niet elke motie onderbouwen. Zij dankt de OP-fractie voor hun bijdrage over democratie, zij gingen echter niet inhoudelijk in op de perspectiefnota en daarom kan men daar ook niet met elkaar op reflecteren. Het pleidooi voor meer besluitvorming door inwoners klinkt zeer sympathiek, zeker in het kader van de participatienota. Inwoners kunnen participatie zeker waardevolle input geven, maar zij kunnen niet de rol van de raad overnemen. De heer GRIMMIUS merkt per interruptie op dat raadsleden in de kern niets anders zijn dan inwoners, hetgeen mevrouw STIGTER bevestigt. Raadsleden zijn echter wel gekozen om ook besluiten te nemen en deze besluiten neemt men in het algemeen belang en zeker ook voor de inwoners. M.b.t.

de kritische houding van de PAB-fractie richting de uitgaven waardeert zij de Bijbelse opmerking ‘bouw niet op drijfzand’. De CU-fractie steunt amendement A6.02 Ongedaan maken bezuiniging op flexibel cameratoezicht na het advies van het college niet. Motie M6.04. Herdenkingsbomen/struiken op de begraafplaats steunt men daarentegen van harte. Verder dankt zij de D66-fractie voor haar positieve en kritische geluid. Men deelt hun inzet voor de jeugd en de focus op wat zij echt nodig hebben. De D66-fractie benadrukt het belang van kijken naar wat kinderen en jongeren nodig hebben om zich te ontwikkelen en zelfvertrouwen op te bouwen en dat los van allerlei zorgloketten. Daar sluit de CU-fractie zich volledig bij aan. Investeren in de jeugd is ook investeren in preventie. Haar fractie zal amendement A6.01. Speelveldverkenning Sociaal Domein, motie M6.01. Kunst aan de keukentafel: creatieve ontmoeting voor inwoners met een klein sociaal netwerk en motie M6.02. Geen bezuinigingen op sport en cultuur niet steunen. Voor de kunst aan de keukentafel ziet men een rol weggelegd bij lokale initiatieven. Ook wil haar fractie kritisch blijven op uitgaven binnen het sociale domein en denkt men dat Sterk Papendrecht binnen de huidige budgetten samen met vrijwilligers, het cultuurplatform en andere organisaties hier best een mooi plan voor zou kunnen maken. Inzake motie M6.03.

Gratis bibliotheekabonnement tot en met 27 jaar vraagt men een korte reactie van het college op de gewijzigde motie. Ook motie M6.06. Geen fossiele reclame in de buitenruimte steunt men niet. De VVD-fractie benoemt terecht de onrustige tijden en haar fractie vindt het goed om te horen dat men de 28

Verslag besluitvormende raadsvergadering 10 juli 2025

vluchtelingenopvang nog steeds blijft steunen. Men deelt hun zorgen over veiligheid en leefbaarheid, maar benadrukt wel dat de negativiteit die er soms in de samenleving is, niet erg behulpzaam is en dat het ook niet helpt. Men wil graag positief en constructief meedoen en inwoners en ondernemers niet alleen vragen wat zij nodig hebben om een veilige en leefbare omgeving te hebben, maar ook wat zij kunnen bieden om hier veilig te kunnen wonen en werken. Wat betreft woningbouw moet men regionaal blijven denken, maar steunt men de opmerking dat onze eigen inwoners bij toewijzingen voorrang verdienen. Haar fractie herkent de oproep van de PvdA-fractie tot een ontwikkeleconomie met oog voor groen en draagvlak. Men deelt de zorgen, maar herkent zich niet in de suggestie van lastenverzwaring die door bestuurders zijn opgelegd. De ombuigingen zijn zorgvuldig of afgewogen. Men is nog niet zeker over motie M6.05. Gratis OV voor senioren met een krappe beurs. Men vindt dit op zich een goed idee, maar wil ook graag horen wat de plannen van het college zijn. Haar fractie kijkt daar naar uit en hoopt stiekem dat de doelgroep eigenlijk veel beter kan worden dan alleen voor senioren. De heer GRIMMIUS is het helemaal eens met mevrouw Stigter, ook hij zou het liefst veel breder trekken.

Wel vraagt hij of zij het ermee eens is dat het op zich altijd goed is om een eerste stap te zetten en dat iets beter is dan niets. Mevrouw STIGER hoopt dat het college ook die grotere stap gaat zetten en daarvoor met een plan komt. Verder dankt zij de CDA-fractie voor de beeldende sportbijdragen. Men vraagt het college om verkennende gesprekken te voeren over groen en recreatie ten noorden van de A15. Tegelijk geeft men aan dat men bij woningbouw buitenspel staat. Wat haar fractie betreft hoort het gesprek over woningbouw wel gevoerd te worden, ook met de buurgemeenten, om te kijken zij daar tegenover staan. Dit in het kader van ‘weet wat je buren gaan doen’. Die inzichten kan men meenemen in de afwegingen voor de strategische visie. De motie M6.07. Prioriteit en duidelijkheid voorbereiding grote investeringen zal haar fractie steunen. De GL-fractie legt de nadruk op perspectief, betaalbare woningen en waardering voor mantelzorgers, dit waardeert men zeer. Ook de oproep tot vergroening en versterking van de samenleving ondersteunt men. Verder ondersteunt men amendement A6.03. PIT. Motie M6.11 sportgala in ere herstellen zal men nog niet steunen. Men staat er zeker niet negatief tegenover, maar wacht nog even de reactie van het college af. Verder dankt zij de SGP-fractie voor hun inspirerende woorden. De zorgzame buurt begint inderdaad aan de keukentafel.

Doorstroming van ouderen naar passende woningen is essentieel voor de woningmarkt en men hoopt dat daardoor meer gezinswoningen beschikbaar komen. Daarom steunt men motie M6.08. Tussenevaluatie Woonplan 2020-2030. Ook steunt men motie M6.10. Speelveldverkenning sociaal domein en vindt men dat daar concrete bezuinigingsvoorstellen tegenover moeten staan. Tot slot merkt zij m.b.t. hun eigen motie M6.09. HAP op dat een toegankelijke HAP -zeker ook gelet op de toekomstige verkeershindervan groot belang is voor alle inwoners. Tenslotte kan iedereen in de avond, nacht 29

Verslag besluitvormende raadsvergadering 10 juli 2025

of het weekend ziek worden en heeft men soms een huisarts nodig. Tegelijkertijd heeft niet iedereen daarna de zorg van het ziekenhuis nodig en natuurlijk is er telefonische triage of men wel of niet naar de huisarts mag komen. Uiteraard begrijpt haar fractie ook wel dat het eigenlijk een hele zwakke oplossing is, want men is het met de GL-fractie eens dat de brug gewoon open moet zijn voor deze mensen. Maar zolang dat nog niet zeker is, vraagt men het college samen met Sliedrecht, Molenlanden en ook het AZC een oplossing te zoeken voor een tijdelijke HAP. Uiteraard begrijpt men dat daar kosten aan verbonden zijn, maar wie zou die moeten betalen? De heer VAN DEN DOOL merkt per interruptie op dat een bezoek aan de HAP niet voorafgaat aan triage, maar dat de arts van de HAP aan de telefoon triageert en dat daar een urgentie 1, 2, 3, 4 of 5 aan wordt verbonden. Urgentie 1 gaat om een ambulance opname en urgentie 2 over een beoordeling binnen een uur. Dat is ruimschoots de reistijd die men ook zou kunnen hebben vanuit de Alblasserwaard naar de HAP in Dordrecht. Daarbij wil men voorkomen dat patiënten eerst naar de HAP in Sliedrecht gaan en vervolgens de conclusie hebben dat er een röntgenfoto moet worden gemaakt en men voor een breuk alsnog een tweede rit weer naar Dordrecht moet maken.

Op zijn vraag of men wel goed heeft overwogen of dit medisch zo verstandig is antwoordt mevrouw STIGTER dat men de vraag of het medisch helemaal verstandig is aan de medische specialisten overlaat. De vraag is of het college een betere oplossing kan bedenken of dat er een HAP dichterbij kan komen. Of het werkelijk uitgevoerd kan worden, laat men aan de deskundigen over. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN vraagt per interruptie of men heeft gedacht aan de mogelijkheid dat de huisartsen in Papendrecht om de beurt een weekend/avonddienst draaien. Dit is een goedkopere oplossing, waarbij de zorg in de avonduren en 's nachts gewaarborgd blijft. Het maakt mevrouw STIGTER helemaal niet uit hoe het gebeurt, als er maar een goede oplossing voor de inwoners komt, waarbij zij het gevoel hebben dat er ook als ze ziek zijn aan hen wordt gedacht. Als haar fractie deze toezegging van het college krijgt, is men bereid de motie in te trekken. De heer GRIMMIUS is een beetje in de war, omdat de motie heel specifiek vraagt om te onderzoeken of een tijdelijke huisartspost in Sliedrecht kan worden gerealiseerd. Nu hoort hij mevrouw Stigter zeggen dat het zo breed en eng mag worden geïnterpreteerd door het college als nodig is, als er maar iets komt. Hierbij vindt hij het heel lastig om de motie op waarde te schatten.

Vraagt de CUfractie hen om voor of tegen te stemmen? Mevrouw STIGTER heeft de fracties gehoord en is het met een aantal zaken die gezegd zijn eens. Eén daarvan is dat het de huisartsen dit moeten betalen. Daarnaast begrijpt zij ook dat er soms een triage is, met een noodzakelijke ziekenhuisbehandeling achteraan. Dat kan soms, maar is niet altijd zo. Om deze reden wil zij de motie, als zij een toezegging van het college zou krijgen dat zij hier echt mee aan de slag gaan om voor de inwoners met een goede oplossing te komen, intrekken. 30

Verslag besluitvormende raadsvergadering 10 juli 2025

De heer BOERSMA dankt alle fracties voor hun inbreng en het college voor de beantwoording van de vragen die zijn gesteld. Dit heeft voor zijn fractie geleid tot 2 moties, die hij later zal toelichten. Eerst reflecteert hij op de inbreng van de fracties in de eerste termijn. Hij vindt het mooi om te zien dat een aantal fracties echt een visie heeft neergezet. Hij kijkt uit naar het debat over de strategische visie die men aan het einde van het jaar gaat voeren. Verder is hem opgevallen dat men in de eerste termijn weinig heeft gesproken over het financiële perspectief van de gemeente Papendrecht. Hij had hierover, n.a.v. de vurige debatten die zijn gevoerd rondom de besluitvorming vo-scholen en de zorgen die toen werden geuit, meer opmerkingen verwacht. Het unaniem instemmen met bv. de 14 miljoen voor de MFA en de 9 miljoen voor de herinrichting van het Van der Palmgebied was een ontwikkeling naar wat meer consensus, daar is hij blij mee. Brede consensus is er ook in de raad als het gaat over het tegengaan van de kostenstijging in het sociaal domein. Dat kan de komende jaren niet op deze manier door blijven stijgen. Tegelijk is het best lastig voor de raad om het college, i.v.m. de verschillende verwachtingen en het feit dat sommige fracties geen extra geld wil vrijmaken om bv.

opties in kaart te brengen, een duidelijke opdracht mee te geven en voor het college om hier invulling aan te geven. De heer VAN DEN DOOL vraagt per interruptie of de heer Boersma het eens is met de conclusie dat als de wethouder een heel duidelijke toezegging geeft dat hij inderdaad gaat werken aan die besparingsmogelijkheden, dat dan zowel het amendement als de motie overbodig worden, waarop de heer BOERSMA bevestigend antwoordt. Verder merkt hij m.b.t. het sociaal domein nog op dat het redelijk makkelijk is om te zeggen dat men de kosten ziet stijgen en dat er geld vanaf moet. Dit gaat echter wel om heel concrete keuzes vragen, zoals welke hulp men wel en niet gaat vergoeden in de Wmo en jeugdhulp. Hierbij kan hij zich de persoonlijke verhalen van mensen al voorstellen die dan geen of minder zorg vergoed krijgen. Het wordt dan heel lastig om mensen in de ogen te kijken en te zeggen dat er een afweging is gemaakt in het collectief belang en dat is besloten om hun hulp en ondersteuning niet langer te vergoeden. Dit is een soort winstwaarschuwing die men mee moet nemen in de discussies hierover. Mevrouw KARSO vraagt hem per interruptie of hij het ermee eens is dat er ook juist gekeken moet worden naar de bedrijfsvoering en hoe zaken georganiseerd zijn. Zij vraagt of bv.

ook de fte’s bij Sterk Papendrecht onderdeel kunnen zijn van die verkenning, waarop de heer BOERSMA aangeeft dat dit zeker het geval is. Zijn indruk is echter wel dat de echte kostenstijging in jeugdhulp, maar ook binnen de Wmo, niet zozeer in de bedrijfsvoering zit. Dit zit vooral op de reikwijdte van wat men financiert, zeker in de jeugdhulp waar men de laatste jaren de grootste kostenstijging heeft gezien. Er loopt landelijk een traject voor inperking van de reikwijdte van de jeugdhulpplicht, maar dit gaat heel lang duren. De discussie die men lokaal gaat voeren gaat heel concreet over welke trajecten men al dan niet vergoedt. Verder hoorde de heer BOERSMA in alle woordvoeringen en voorstellen interessante debatten over de reikwijdte van overheidsingrijpen of overheidsactiviteiten. Hierbij noemt hij de moties Kunst aan de keukentafel, geen fossiele reclame in de buitenruimte, 31

Verslag besluitvormende raadsvergadering 10 juli 2025

gratis bibliotheekpas en Gratis OV voor senioren. Alle moties die zijn ingediend (€ 25.000, - kunst aan de keukentafel, € 35.000, - gratis OV, € 100.000, - PIT - meerjarig incidenteel, niet structureel-, € 10.000, - tot € 25.000, - gratis naar de bieb -is inmiddels aangepast naar kijk maar wat je ervan maakt- en € 10.000, - voor het sportgala) zijn ongedekt en samen € 195.000, -. (De heer GRIMMIUS merkt per interruptie op dat het bedrag voor het sportgala helemaal niet vaststaat en ook niet in het dictum van de motie staat. Hierop geeft de heer BOERSMA aan dat het dan € 185.000, - zou worden.) Men heeft bij de besluitvorming over de vo-scholen gezegd dat elke euro maar 1 x uitgegeven kan worden en dat niet alles altijd kan. Er zijn heel veel mooie wensen en hij heeft tegen geen enkele van die wensen principieel bezwaar. Het is echter wel de weging of men het belangrijk vindt om daar collectieve middelen aan uit te geven. Mevrouw VAN ES merkt per interruptie op dat het misschien ook goed is om te vertellen dat 42% van de hele begroting naar het sociaal domein gaat. Dat is ruim 47 miljoen. In vergelijking met die paar ton voor de moties is dat een heel ander verhaal. De heer BOERSMA is het daar helemaal mee eens en vindt dat men daar heel kritisch naar moet moeten kijken. Zijn punt is meer dat men niet moet doen of zaken gratis zijn.

Want gratis betekent altijd dat men hier op een andere manier financiering voor gaat vinden. De heer SPITSBAARD vraagt per interruptie of de heer Boersma de € 110.000, - is vergeten die in de begroting staat voor ondernemers, omdat de SPG-fractie in het college vertegenwoordigd is en hier sturing aan had kunnen geven. De heer BOERSMA zegt dat zijn fractie dat collegevoorstel omarmt, omdat hun analyse is dat het, omdat daar de afgelopen jaren te weinig aan is gedaan, inderdaad nodig is om te investeren in het vestigingsklimaat. Men ziet dat meer als een soort stuk achterstallig onderhoud en constateert dat hierover in het debat relatief weinig is gezegd, hetgeen hij heeft geïnterpreteerd als steun vanuit de raad voor dat deel van de begroting. De heer SPITSBAARD vraagt of de heer Boersma met zijn opmerking dat er te weinig aan het vestigingsklimaat is gedaan zijn eigen college aanvalt. De heer BOERSMA antwoordt hierop dat hij zich niet schaamt om die analyse te maken. Zijn fractie heeft 1,5 jaar geleden al aangegeven dat men van ondernemerschap een speerpunt wenst maken, omdat men ziet dat dit in het hele collegebeleid relatief weinig naar voren komt. Zijn fractie is zelf actief werkbezoeken gaan opzetten om bij bedrijven op te halen wat er leeft en speelt.

In die zin juicht men het toe dat het college nu ook diezelfde analyse heeft gemaakt en hier extra middelen voor heeft vrijgemaakt. Bij amendement A6.01. Speelveldverkenning Sociaal Domein merkt de heer BOERSMA op dat hij een beetje de hik kreeg toen hij in de perspectiefnota over de speelveldverkenning las. Omdat men van mening is dat er onlangs een mooie samenlevingsvisie is vastgesteld, vraagt hij zich af wat hier de bedoeling van is en wat er precies wordt gevraagd. N.a.v. beantwoording van hun technische vragen, contact met het college en het betoog van de wethouder in de eerste termijn, begrijpt hij dat het volledig schrappen van het bedrag te gortig is. Aansluitend daarop is vanuit de vraag hoe men dan wel richting kan geven aan een dergelijk traject hun M6.10. Speelveldverkenning sociaal domein ontstaan. Het verschil tussen het amendement en de motie is vrij letterlijk dat het amendement het bedrag 32

Verslag besluitvormende raadsvergadering 10 juli 2025

schrapt en de motie niet. De discussie gehoord hebbend is hij heel benieuwd naar de reflectie van de wethouder. Mevrouw VAN ES vraagt per interruptie waarom de SGPfractie hen niet gewoon even gebeld om voor te stellen dit te bespreken en hier samen in op te trekken. De heer BOERSMA zegt dat dit misschien had gekund, maar dat er vanuit de D66-fractie ook geen signalen waren dat het amendement ingetrokken of aangepast zou worden. Daarom wilde zijn fractie daar voor de discussie een motie -die men gisterenavond pas heeft gemaakt- naast leggen. Hij had inderdaad ook even kunnen bellen, maar weet niet of dit voor de discussie veel had uitgemaakt. Verder zal zijn fractie amendement A6.02 Ongedaan maken bezuiniging op flexibel cameratoezicht de lijn van het college volgend niet steunen. M.b.t. amendement A6.03. PIT is een lager bedrag -bv. € 50.000, - per jaar- voor zijn fractie bespreekbaar, € 100.000, - vindt men te veel. De heer VAN DEN DOOL vraagt zich per interruptie af hoe de heer Boersma dat verantwoordt met zijn eerdere besluit om in te stemmen met de Papendrechtse ideeën Tafel. Hierbij is duidelijk het jaarlijkse bedrag genoemd. Het voelt nu, een paar maanden later terwijl de vrijwilligers nauwelijks zijn gestart, alsof men terugkomt met een ander kader.

De heer BOERSMA zegt dat er geen sprake is van een wijziging, maar dat hij in de veronderstelling was dat dit bedrag bedoeld was als startbedrag voor de PIT, of dat dit in 1 of 3 jaar opgemaakt zou worden. Als het bedrag op zou zijn, zou het worden geëvalueerd en zou men vervolgens een keuze kunnen maken om het structureel in de begroting op te nemen. Nu is duidelijk dat het bedrag aan het einde van het weer wordt aangevuld tot € 100.000, -. Als dat de systematiek is, zou zijn fractie voorstellen het bedrag te verlagen naar 2 x € 50.000, -. Verder zal men motie M6.01. Kunst aan de keukentafel: creatieve ontmoeting voor inwoners met een klein sociaal netwerk niet steunen. Men vindt dit een te groot bedrag voor een te kleine groep inwoners. Ook motie M6.02. Geen bezuinigingen op sport en cultuur zal men niet steunen, omdat er veel geld is geïnvesteerd in cultuur en verenigingen en het Van der Palmgebied. Motie M6.03. Gratis bibliotheekabonnement tot en met 27 jaar zal men steunen omdat zijn fractie het belangrijk vindt dat mensen blijven lezen. Als de dekking hen niet bevalt kan zijn fractie hier in het najaar alsnog tegen stemmen. Ook motie M6.04. Herdenkingsbomen/struiken op de begraafplaats zal men steunen. M.b.t. motie M6.05. Gratis OV voor senioren met een krappe beurs maakt de heer BOERMSA uit de toelichting van mevrouw Karso op dat dit een soort principe uitspraak is.

Haar fractie wil hier, ongeacht de subsidie, structureel € 35.000, - aan besteden, waarbij de dekking uit de algemene reserve komt. Omdat hij dit geen deugdelijke financiële onderbouwing vindt, zal zijn fractie deze motie niet steunen. Ook motie M6.06. Geen fossiele reclame in de buitenruimte zal men niet steunen. M.b.t. de opmerking van de heer Van Heteren inzake de overspel reclames merkt de heer BOERSMA op dat deze niet bijdragen aan de instandhouding van relaties. Verder vindt zijn fractie het dictum van de motie te ruim en vergaand, omdat bv. autoreclames voor de Kia Picanto of gascontracten dan niet meer mogelijk zijn. Verder zal men motie M6.07. Prioriteit en duidelijkheid voorbereiding grote investeringen met de toelichting van de heer Van den Dool steunen. Zijn indruk is dat aan de systematiek niet veel 33

Verslag besluitvormende raadsvergadering 10 juli 2025

verandert, maar dat er meer sprake is van een extra oproep om er heel kritisch naar te kijken dat men met kasschuiven niet alles probeert door te schuiven naar volgende jaren, maar er ook voor zorgt dat de pot toekomstige investeringen goed gevuld wordt. Motie M6.08. Tussenevaluatie Woonplan 2020-2030 die door zijn fractie is ingediend was een voorzet van de wethouder zelf. De gedachte is dat men -met lukrake ideeënvaak over wonen spreekt, terwijl het Woonplan duidelijk richting geeft aan wat men wil. Het is zijn fractie soms niet helemaal duidelijk hoe voorstellen vanuit de raad zich verhouden tot het Woonplan, of men op koers zit en of men meer kan doen dan men hierin heeft vastgesteld om de ambitie vergroten. Daarbij komt dat men de komende maanden aan de slag gaat met de versnelling van de herontwikkeling van vrijkomende locaties. Daarom lijkt het zijn fractie qua prioriteit verstandig om in het eerste kwartaal van 2026 een evaluatie op te leveren, zodat men deze kan meenemen richting de verkiezingen en de nieuwe collegevorming in de verdere planvorming. De heer GRIMMIUS vraagt hoe men een evaluatie uit het eerste kwartaal van 2026 (dat kan ook 19 maart zijn) nog kan meenemen in de verkiezingscampagne. Waarom wordt er in de motie niet gevraagd om het vierde kwartaal 2025, zodat men de zekerheid heeft dat het meegenomen kan worden in de verkiezingscampagne.

De heer BOERSMA zegt dat na de verkiezingen altijd besprekingen plaatsvinden over de collegevorming. Zijn gedachte was dat het nog op tijd zou zijn om de evaluatie daarin te betrekken. Het is duidelijk dat het voor het verkiezingsprogramma geen zin meer heeft. Stel dat de wethouder aangeeft dat het mogelijk is de evaluatie eerder op te leveren, zou dit uiteraard welkom zijn. Daarbij is het niet de bedoeling dat men in de knel komt met andere taken en ambities die men het college mee wil geven. Inzake motie M6.09. HAP merkt de heer BOERSMA richting de heer Grimmius op dat de foto van de Merwedebrug (daar zijn er 2 van) aangepast. Verder zal zijn fractie motie M6.11 sportgala in ere herstellen niet steunen. Als argumenten hiervoor merkt hij op dat er al eerder een motie is aangenomen over sportprestaties in het zonnetje gezet en men van mening is dat daar voldoende aan wordt gedaan. Daarnaast is men het oneens met de overweging dat er te weinig aandacht zou zijn voor gebruikers van de MFA (dat zit in de overweging van de motie) en daarbij is de motie niet gedekt. Tenslotte wenst hij nog terug te komen op 2 punten uit zijn eerste termijn. M.b.t. de fatbikes is zijn fractie van mening dat hier meer aan gedaan kan worden. Men zou het daarom op prijsstellen als het college en met name de burgemeester hier actiever naar zou kunnen kijken.

In Enschede is er in het hele centrum een verbod op fatbikes is ingevoerd. M.b.t. de opvang in de Seringenstraat merkt hij op dat dit een opvang is voor mensen die op de vlucht zijn voor oorlog en geweld. Leefbaarheid en veiligheid zijn daarom hele cruciale onderdelen, als het gaat over behoud van draagvlak voor de opvanglocatie. Vandaar dat zijn fractie daar de nadruk op legt. Men is niet van mening dat het lekkere weer, zoals de burgemeester aangaf, de enige reden van de overlast is geweest. Mensen moeten wel heel vaak aankloppen bij het COA. Hij zou het op prijs stellen als de burgemeester deze signalen meeneemt in de gesprekken met het COA. M.b.t. economie zou zijn fractie het op prijs stellen als de wethouder nog kan terugkomen op de vraag of voor de gemeente 34

Verslag besluitvormende raadsvergadering 10 juli 2025

Papendrecht een lokaal meerjarig actieplan voor de lokale economie kan komen. Tot slot merkt de heer BOERSMA m.b.t. de uitspraak van de heer Lammers over het kampachtige denken volgens ideologische kaders en concepten uit de vorige eeuw op dat hij deze opvatting niet deelt. Dit raakt ook een beetje aan het bestaansrecht van zijn partij. Meer principieel is hij van mening dat neutraliteit in de politiek niet bestaat. Iedereen heeft vooronderstellingen waarmee men het politieke debat ingaat. Sterker nog, de democratische rechtsstaat waar de heer Lammers zo lovend over was is geworteld in de 16e eeuw, waar recht en religie echt heel nauw vervlochten waren. Hij moet de eerste Papendrechter nog tegenkomen die heel warm wordt van pragmatisme. Hij is van mening dat mensen snakken naar politici met overtuiging en die dat ook duidelijk naar voren willen brengen. De SGP-fractie doet dat al ruim 100 jaar en hij vindt het een vreugde en voorrecht om daar een klein steentje aan bij te dragen. (Schorsing 22.00 – 22.15 uur) TWEEDE TERMIJN COLLEGE Wethouder RENZEN merkt m.b.t. motie M6.07. Prioriteit en duidelijkheid in voorbereiding grote investeringen op dat het college het debat hierover met veel plezier en belangstelling heeft gevolgd. Met veel van de fracties was men het eens, tot er andere partijen met een heel ander standpunt aan het woord kwamen en men het hier ook mee eens was.

Hier zit misschien een beetje de verwarring: het college kan de motie kan omarmen, omdat men alles wat erin staat ook belangrijk vindt en wil uitvoeren. Tegelijkertijd -en dat doet men ook al- kan men het nog iets meer aanscherpen en verduidelijken. De heer GRIMMIUS vraagt per interruptie of het college van mening is dat met de motie -als die wordt aangenomen- er een significante verandering optreedt t.a.v. hoe men het overgebleven resultaat gaat bestemmen en men daar een andere handelswijze op gaat hanteren. Van: alles wat niet gelabeld is, gaat er naartoe, naar: of het nou gelabeld is of niet, het gaat er naartoe tenzij men er een uitzondering van kan maken. Wethouder RENZEN zegt dat dit een semantische discussie is. Om iets te labelen moet daar gewoon een goede reden voor zijn. Zij denkt dat alle partijen daarin hetzelfde bedoelen. Bij de jaarrekening kijkt men wat men overhoudt en welke uitgaven echt nodig zijn voor het volgende jaar. Deze worden gelabeld en daarmee kwalificeert men dit als echt noodzakelijk. Hiermee is voor de raad ook zichtbaar hoe het onverdeelde resultaat is opgebouwd. Dat bedrag gaat, daar zijn ook duidelijke afspraken over gemaakt, uiteindelijk naar de bestemmingsreserve voor nieuwe ontwikkelingen.

Wat misschien nog wel verbeterd kan worden, is dat men in de toelichting bij de jaarrekening expliciet de koppeling kan maken -deze komt terug bij de concernrapportage- naar waar men aan het begin van het jaar mee is begonnen, nl. een stelpost voor nieuwe ontwikkelingen. De heer GRIMMIUS merkt per interruptie op dat het labelen door de raad gebeurt. Dit doet men niet pas bij de bestemming van het jaarresultaat, zoals het nu wordt voorgesteld in de motie. Hij vraagt zich af of men, als 35

Verslag besluitvormende raadsvergadering 10 juli 2025

men daar op die manier mee zou omgaan, niet bij de jaarrekening opnieuw een discussie krijgt die feitelijk al gevoerd is. Deze gelden zijn namelijk al gelabeld in het jaarresultaat, maar men gaat een nieuwe discussie voeren of het wel gelabeld moet blijven, terwijl men deze uitspraak als raad al heeft gedaan. Wethouder RENZEN is het met hem eens dat die gelden al zijn gelabeld. Desalniettemin kijkt het college, maar ook de raad, bij de jaarrekening wel naar alle gelden en wordt er een laatste controle op de gelabelde gelden gedaan, of het wel echt noodzakelijk is om deze mee te nemen naar het volgende jaar. Zij is van mening dat de raad ook deze laatste check kan doen. M.b.t. het economisch vestigingsklimaat herkent zij zich niet in de opmerking dat er de afgelopen 3 jaar te weinig of niet veel is gebeurd op het vlak van economie en het economisch vestigingsklimaat. Blijkbaar is het de raad -en dit is het college misschien te verwijten- niet helemaal goed bekend wat men als gemeente, m.n. ook met de regiogemeenten in de Drechtsteden, doet om dat economisch vestigingsklimaat te versterken. Dit pakt de wethouder op. De heer LAMMERS vraagt de wethouder of het haar is opgevallen dat alleen de SGP-fractie deze opmerking heeft gemaakt en dat hij van mening is dat de rest van de raad het met haar eens is dat er de afgelopen jaren veel gedaan is t.b.v.

het economisch vestigingsklimaat. Wethouder RENZEN vindt dit fijn om te horen. Omdat zij toch ook de kritische vraag heeft gehoord wat er nou precies allemaal gebeurt m.b.t. economie lijkt het haar goed om de raad in het najaar hierover bij te praten en inzichtelijk te maken wat men precies allemaal doet voor het economisch vestigingsklimaat. Het actieplan van de SGP-fractie vindt zij een mooi plan. Zij heeft de vraag gemist wat de andere fracties hiervan vinden. Zij denkt dat heel veel partijen zich goed kunnen herkennen in wat daarin staat. Dat geldt ook voor het college. Heel veel punten die daarin staan doet men lokaal maar m.n. regionaal al. Hierbij merkt zij op dat wanneer er een actieplan gemaakt wordt, zij liever zou zien dat ondernemers dat maken, zodat men niet over ondernemers praat maar met hen. Verder geeft zij aan dat het college heel veel punten die hierin genoemd staan deze week met 2 verschillende Papendrechtse bedrijven heeft besproken. Heel veel punten neemt men dus al mee en adresseert men vooral regionaal, omdat dit veel meer kracht geeft om echt iets te kunnen doen voor ondernemers. De heer BOERSMA merkt per interruptie op dat in de perspectiefnota wordt aangegeven dat het bedrag beschikbaar wordt gesteld, dit komt dus ook in de begroting terecht en hoe de precieze invulling zal zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/1091/documents/16205