Verslag Besluitvorming 10.7.2025.pdf
Tekst van het document
Hij vraagt of de raad op een later moment -bij de begroting- nog wordt geïnformeerd over de eerste lijnen die hierover op papier zijn gezet, hoe dit verder wordt uitgewerkt en wat de prioritering voor de inzet van dat bedrag wordt. Wethouder RENZEN denkt dat bij de begroting net iets te vroeg is, maar dat het college heeft gemeend hier wel aandacht aan te besteden. Dit omdat er veel gaande is in de wereld, het landelijke en Europese economische vestigingsklimaat. Hierbij noemt zij het tekort aan (de juiste) arbeidskrachten, het energievraagstuk, het gebrek aan ruimte, bereikbaarheid, mobiliteit, etc. Dit zijn hele grote vraagstukken die Papendrecht overstijgen en daarom is men van mening dat het college daar echt aandacht aan moet besteden. Dit moet men regionaal doen, zodat men de krachten bundelt. Zij geeft nogmaals aan hier in het 36
Verslag besluitvormende raadsvergadering 10 juli 2025
najaar bij de raad op terug te komen in een beeldvormende avond, waarbij het college haar ideeën zal presenteren over hoe men deze samenwerking regionaal nog sterker kan maken en hoe men richting de provincie en het Rijk de juiste dingen kan doen, zodat men die uiteindelijk in de regio en in Papendrecht versteviging gaat realiseren. Hoe men dat precies gaat invullen weet men nog niet, maar het college begrijpt wel dat hier (in de regio) extra aandacht naartoe moet. De heer BOERSMA vraagt, omdat de wethouder aangeeft dat bij de begroting te vroeg is maar er in het najaar wel een beeldvorming komt, wanneer de raad een terugkoppeling krijgt over de koers. Wethouder RENZEN zou hier graag antwoord op willen geven, maar zal hier -omdat men nog zoekende isschriftelijk op terug komen. Mevrouw KARSO vraagt per interruptie of het college bereid is een soort tevredenheidsonderzoek onder de ondernemers te houden naar hun ervaringen met de gemeente. Wethouder RENZEN zegt dat dat iets is dat men doorlopend probeert te doen door lokale horecaondernemers en detaillisten, maar ook de grote bedrijven, ondernemersverenigingen, ondernemingsfederaties te bezoeken. Hierbij bevraagt men hen actief op hoe zij zaken zien, welke rol zij voor de gemeente zien en hoe men vindt dat de gemeente deze rol oppakt.
Daarnaast zijn er ook vaste bedrijfscontactfunctionarissen die ondernemers heel laagdrempelig kunnen benaderen. Natuurlijk zou men ook breder een enquête o.i.d. kunnen uitzetten, maar daar ziet de wethouder niet direct een aanleiding toe. Het is wel zo dat wanneer men meer en breder uitvraagt, daar altijd iets uit kan komen. Mevrouw KARSO hoopt dat men die informatie (signalen van ondernemers?) ook verneemt in de beeldvormende bijeenkomst die in het najaar wordt gehouden, zodat men dit kan vergelijken met de signalen en ervaringen die bij haar fractie binnenkomen. Wethouder RENZEN bevestigt dit. Wethouder KOSTEN merkt inzake amendement A6.03. PIT op dat het begrijpelijk is dat men met een amendement komt. Het college heeft in de perspectiefnota gehandeld vanuit de begroting 2025, waarin nadrukkelijk stond dat er eenmalig incidenteel een bedrag voor 2025 was opgenomen en men de indruk had dat dit bedrag dit jaar niet zou opkomen en dat een deel van het bedrag daarom zou doorschuiven naar 2026, hetgeen een mooi moment zou zijn om te evalueren. Hierbij merkt hij op dat de PIT van de raad is en dat het daarom wat het college betreft ook oordeel raad is. De tekst van dit amendement lezend merkt de wethouder op dat het lijkt dat er jaarlijks € 100.000, - extra beschikbaar wordt gesteld. Misschien zou men hier nog even naar kunnen kijken.
De heer VAN DEN DOOL vraagt per interruptie of de wethouder het ermee eens is dat als het een begrotingspost is waarbij geld overblijft, deze toch automatisch naar de reserve vervalt en daarmee de uitleg van de heer Grimmius klopt. Hierop geeft wethouder KOSTEN aan dat dit afhankelijk is van wat de raad vanavond gaat doen, anders verdwijnt dit bedrag in de post toekomstige investeringen. De heer VAN DEN DOOL merkt op dat hij de kritische vraag heeft gesteld waarom het college niet heeft overwogen contact op te nemen met de werkgroep, omdat er 37
Verslag besluitvormende raadsvergadering 10 juli 2025
nu allerlei lezingen ontstaan. Wethouder KOSTEN zegt dat hij dit niet heeft overwogen omdat men werkt met de P&C-cyclus en hierin nadrukkelijk is genoteerd dat er incidenteel een bedrag voor 2025 is opgenomen. Omdat hierover bij de begrotingsbehandeling geen enkele opmerking is gemaakt, is het college ervan uitgegaan dat de raad hier akkoord mee is. Daar komt bij dat de PIT net is opgestart en men nog een beetje zoekende is hoe het werkt met de ambtelijke organisatie en initiatieven die elkaar raken. Men was van mening dat men daar met elkaar nog zoekende in is, maar niet meteen naar het vraagstuk meer geld. Wethouder VAN DER BORG merkt m.b.t. motie M6.01. Kunst aan de keukentafel: creatieve ontmoeting voor inwoners met een klein sociaal netwerk op dat ook hij onder de indruk was van de presentatie van de gemeente Gorinchem bij het cultuurplatform. Het is daarbij wel de vraag wat dit voor Papendrecht betekent. Het college heeft in het preadvies meegegeven -en dat hoorde men ook terug bij een aantal partijen- dat dit vooral moet ontstaan in de samenleving. Dat is ook de lijn die men richting de sport, en met name de cultuursector en het cultuurplatform, de afgelopen jaren ook gevolgd heeft. Hij is van mening dat de lokale overheid ervoor moet waken om alle ideeën neer te leggen. Tegelijkertijd begrijpt hij ook het verzoek om het mogelijk te maken.
Het advies is daarom: oordeel raad, met de kanttekening dit niet te veel naar de gemeente toe te trekken, maar te durven vertrouwen op de expertise die in de samenleving aanwezig is. M.b.t. motie M6.02. Geen bezuinigingen op sport en cultuur deelt het college en ook zeker hijzelf het belang van sport en cultuur en vindt men het belangrijk hier als lokale overheid in te investeren. Hij is echter van mening dat men dat ook doet. Uit het beeld dat een aantal van de fracties meegeven concludeert hij dat men daarover niet helemaal op 1 lijn zit. De raad heeft recent immers een aantal besluiten genomen waarin men toch heel fors investeert in sport en cultuur. Dat hoort hij de D66fractie niet ontkennen, maar toch vindt hij het belangrijk dat te benadrukken. Dit is een fundamentele voorwaarde voor de bloeiende cultuur en sport in de gemeente Papendrecht en daar heeft men de afgelopen jaren fors in geïnvesteerd en dat blijft men doen. Uiteraard erkent en herkent de wethouder dat dit niet het enige is wat nodig is. Ook is er weinig aandacht besteed aan de buitenaccommodaties en is de financiële ondersteuning van activiteiten belangrijk. M.b.t. de subsidies daar hoort de wethouder een aantal opmerkingen over de subsidieplafonds, men stelt dat daar fors is bezuinigd.
Hierbij merkt hij op dat de effecten van de hoogte van het subsidieplafond sport en cultuur voortkomen uit het ombuigingsbesluit dat men de vorige raadsperiode heeft aangenomen en dat deze door werken in de huidige subsidieplafonds. Het grootste gedeelte van dat bedrag gaat over de bibliotheek dat langzaam is afgebouwd en ook het grootste verschil in de subsidieplafonds en de afbouw van de afgelopen jaren verklaart. Daarnaast is er de afgelopen jaren ook fors meer subsidie gegeven aan een aantal cultuuractiviteiten en evenementen, zoals het Oranjecomité, het Sinterklaasfeest en het opnieuw deels steunen van het beeldenpark. Men blijft ook bv. inzetten op 38
Verslag besluitvormende raadsvergadering 10 juli 2025
buurtsportcoaches, die zitten niet allemaal in het subsidieplafond maar dat zijn wel voorbeelden van hoe men als college de afgelopen jaren fors heeft geïnvesteerd. Niet alleen in de stenen, maar ook in de organisatie van allerlei cultuur en sport. Omdat dit college fors investeert in de toekomst van cultuur en sport, ontraadt men deze motie met klem. Op de vraag die mevrouw VAN ES per interruptie stelt of er eventueel in de (nabije) toekomst wel wordt bezuinigd op die subsidie voor sport en cultuur antwoordt wethouder VAN DER BORG dat men in het preadvies ook naar de toekomst heeft gekeken en dat dit volgens het college op dit moment niet aan de orde is. Daarom kan hij daar in beginsel geen uitspraak over doen, tenzij de raad vraagt om ombuigingen. Tegelijkertijd constateert hij dat men ook de komende jaren nog fors investeert in sport en cultuur. Hierbij is de basis, namelijk de stenen, ongelooflijk belangrijk en daar blijft men in investeren. De heer GRIMMIUS vraagt per interruptie of het klopt dat de wethouder het met klem ontraadt om bij de verdere uitwerking van de ombuigingen in het najaar af te zien van de verlaging of bezuinigingen op structurele subsidies voor sport en cultuur.
Wethouder VAN DER BORG merkt op dat de heer Grimmius een woordenspelletje speelt en dat hij zich ervan bewust is dat hij deze woorden gebruikt om aan te geven dat het beeld dat wordt geschetst niet juist is. Op dit moment is het niet aan de orde dat men in het najaar een begroting gaat presenteren waarin men gaat bezuinigen op sport en cultuur. Daarom ontraadt hij deze motie met klem. Uiteraard begrijpt hij het signaal en is ook hij van mening dat men de komende jaren echt heel voorzichtig moet zijn met het ombuigen op sport en cultuur. Maar men moet wel het juiste beeld weergeven, men heeft te maken met een begroting met allerlei facetten en allerlei portefeuilles die men integraal bekijkt. En natuurlijk maakt sport en cultuur daar een heel belangrijk onderdeel van uit. Mevrouw VAN ES vraagt per interruptie de bevestiging van de portefeuillehouder of het klopt dat er in het najaar geen mogelijke ombuigingen worden besproken als de subsidieplafonds- en bundel worden besproken. Wethouder VAN DER BORG merkt op dat de raad de subsidieplafonds vorige week heeft vastgesteld, hetgeen de basis is voor de verdere uitwerking. Tegelijkertijd ligt vanavond een perspectiefnota voor met een set aan ombuigingsmaatregelen uit de ombuigingscatalogus die men gaat vertalen richting de begroting.
Daar zitten geen bezuinigingen op de subsidies richting sport en cultuur bij, dus is het antwoord ‘nee’. Het kan natuurlijk wel zo zijn dat een culturele vereniging in de loop van de komende maanden naar hem toekomt om te zeggen dat zij het volgende jaar niets organiseren en daarom geen subsidie nodig heeft. Dit kan hij niet voorkomen. De heer VERWEIJ merkt per interruptie op dat de bezuinigingscatalogus altijd in de lade ligt, omdat men in 2028 -als alles meezit- maar net € 150.000, - over heeft. Wie weet komt men nog in moeilijk vaarwater en er staat in de catalogus nog steeds dat er eventueel bezuinigd kan worden op sport en cultuur en andere posten. Wethouder VAN DER BORG zegt dat hij duidelijk is geweest over de begroting voor het komende jaar. Wat dit voor de komende jaren betekent weet hij niet, dat gaat men de komende jaren zien. Hierbij merkt hij op dat er een beeld in de perspectiefnota is neergelegd, dat aangeeft dat het tot 2030 redelijk stabiel is qua financiën. In de komende jaren ziet hij 39
Verslag besluitvormende raadsvergadering 10 juli 2025
hier daarom niet direct een noodzaak toe, maar na 2030 kan dat natuurlijk op tafel komen. Hierbij roept hij in herinnering dat de raad heeft aangegeven dat subsidies tot € 15.000, - in beginsel niet in aanmerking komen en dat een deel van de subsidies in de sport- en cultuursector ongeveer rond dat bedrag zit. Hij is van mening dat men hier genuanceerd naar moet kijken en hij ziet daar als wethouder en college dat strijd voor sport en cultuur het belang van in. De heer VAN DEN DOOL vraagt per interruptie of de wethouder ook zo moe wordt van al de beweringen dat er bezuinigingen zouden zijn op sport en cultuur, dat het de kinderboerderij en het zwembad zou gaan sluiten en dat men nu weer over zgn. bezuinigingen op dit terrein zou moeten spreken. Wethouder VAN DER BORG heeft een poging gedaan om gebalanceerd uit te leggen hoe men naar sport en cultuur kijkt en dat men het belangrijk vindt om daarin te blijven investeren. Dat men dat ook fors doet en dat daarom de beelden die een aantal keer in het midden zijn gelegd niet kloppen. De heer SPITSBAARD vraagt per interruptie of er ook een indexatie zit op de subsidie op sport, waarop wethouder VAN DER BORG antwoordt dat er inderdaad een indexatie op sport zit en ook op cultuur, want deze horen bij elkaar.
Wat hij heeft geprobeerd toe te lichten is dat de afbouw in de subsidie naar de bibliotheek daar weer ten koste van is gegaan en dat dit maakt dat er een kleine daling van de subsidieplafonds is. M.b.t. motie M6.03. Gratis bibliotheekabonnement tot en met 27 jaar merkt de wethouder op dat de D66-fractie dit voorstel heeft ingediend en dat het college heeft gepoogd dit te ondersteunen door aan te geven dat men dit nog wat breder zou kunnen bekijken en onderzoeken. Het college kan op het nieuwe voorstel, met de nuance dat dit niet verwerkt wordt in de begroting, positief adviseren. Op de vraag waarom het voorstel van het college pas in het najaar zou komen, merkt hij op dat het college begin september besluit over de begroting. Dat is te kort dag om dit te ontwikkelen en dat is de reden waarom het niet verwerkt wordt in de begroting, maar men op een later moment met een apart voorstel naar de raad komt. Mevrouw VAN ES vraagt per interruptie of zij dit zo kan opvatten dat het voorstel dat in het najaar komt voorzien is van financiering -als het in een pilot versie is- voor het jaar daarop en het dan pas in de begroting het jaar daarop is dat het -als het door zou zetten- structureel opgenomen wordt. Wethouder VAN DER BORG zegt dat het voornemen is om dat met een begrotingsvoorstel in de begroting te verwerken. Hij geeft aan dit technisch na te zullen kijken.
Het voornemen is in ieder geval dat per 2026 in werking te laten gaan. Inzake motie M6.11 sportgala in ere herstellen merkt hij op dat er destijds een subsidie naar het sportgala ging van € 10.000, - per jaar, maar dat ervoor is gekozen dit af te schaffen. Verder heeft men eerder deze periode een motie van de CDA-fractie aangenomen om de mogelijkheden voor het waarderen van sporters en vrijwilligers meer te onderzoeken. Een van de opdrachten was met de sportverenigingen in gesprek te gaan om hun wensen op te halen. Het resultaat hiervan was dat men geen interesse heeft in het opnieuw organiseren van een sportgala(light). Waar men wel behoefte aan heeft is vooral waardering voor de vrijwilligers en niet het eren van alle sportprestaties. Aansluitend heeft men inmiddels 2 keer samen met de sportverenigingen de sportvrijwilliger van het jaar georganiseerd, hetgeen men erg op 40
Verslag besluitvormende raadsvergadering 10 juli 2025
prijs stelt. Daarnaast organiseert men jaarlijks de dag van de vrijwilliger voor alle vrijwilligers in Papendrecht. Het college is daarom van mening dat er al best veel gebeurt. Uiteraard is uiteindelijk het oordeel aan de raad en noemt hij afsluitend aandacht voor de dekking van het voorstel. Wethouder JANSSEN merkt m.b.t. de vraag van de CDA-fractie inzake de geothermiebron op dat men hard bezig is om het warmtenet zo duurzaam mogelijk te laten zijn. Er wordt nu ook al een slipverbranding gedaan en met de backbone (hoofdleidingnet) die onder de rivier door richting Sliedrecht gaat, komt ook die duurzamere vorm van energie naar Papendrecht. De geothermie bron is operationeel voorzien vanaf 2035 en vanaf dat moment zou er ook echt een CO2vrij warmtenet in Papendrecht mogelijk zijn. In het najaar zal men hier verder over praten. Inzake motie M6.08. Tussenevaluatie Woonplan 2020-2030 heeft de wethouder dit al een beetje toegezegd tijdens de eerste termijn. Men geeft op gezette tijden al veel informatie over bouwplannen, maar omarmt toch deze motie omdat men in een evaluatie veel breder kan kijken dan alleen naar de komende bouwplannen. Met een evaluatie kan men kijken wat men in de afgelopen 6 jaar heeft bereikt en of dit nog klopt bij de uitgangspunten die men heeft en wat men de komende 4-5 jaar in opmaat naar 2030 nog gaat doen.
Men zou dit ook ambtelijk kunnen doen, maar hiervoor heeft men wel wat tijd nodig om dat goed te doen. Hierbij zou men het RIGO-woningmarktonderzoek gebruiken, waarvan onlangs weer een actualisatie is geweest. De wethouder zegt toe hier meteen na de vakantie mee aan de slag te gaan en dat de oplevering daarvan hopelijk het einde van het jaar, maar waarschijnlijk begin 2026 zal worden. Hij vindt de suggestie goed dat het juist na de verkiezingen interessant kan zijn om de resultaten daarvan mee te nemen. Daarbij is het logisch dat de resultaten van het onderzoek worden voorgelegd aan de raad en dat het dictum zijns inziens daarom niet hoeft te worden aangepast. De heer VERWEIJ merkt op dat zijn fractie een aanvulling op het tweede punt van het dictum had voorgesteld, waar staat dat het college met een evaluatie komt en tevens zal aangeven of kaders veranderd moeten worden of dat er geherprioteerd moet worden, omdat men van mening is dat dat de raad daar ook een stem in wil hebben. In overleg met de heer Boersma is het hem echter duidelijk geworden dat de raad toch aan zet is als er een evaluatie is en dat men t.z.t. richting een nieuw coalitieplan het e.e.a. naar voren kan brengen. Verder merkt wethouder JANSSEN inzake motie M6.09. HAP op dat het college deze overneemt.
Hierbij heeft hij wel de kanttekening dat men niet zelf een huisartsenpost realiseert, maar dit wel, samen met de huisartsen in Papendrecht en andere gemeenten, het ziekenhuis en andere zorgpartijen kan onderzoeken. Omdat het voor de huisartsen niet zomaar iets is om een tijdelijke HAP te realiseren en het van belang is om die noodzorg z.s.m. en goed te verlenen is de wethouder van mening dat RWS hier ook bij betrokken moet worden. Niet alleen voor de mitigerende maatregelen op ander gebied, maar ook op dit gebied. De heer SPITSBAARD vraagt of de motie met deze toezegging overbodig is, waarop wethouder JANSSEN aangeeft dat het niet aan hem is om dit te beoordelen. De heer VAN DEN DOOL merkt per interruptie op dat in de 41
Verslag besluitvormende raadsvergadering 10 juli 2025
motie heel specifiek staat zich samen in te zetten voor een tijdelijke HAP in Sliedrecht en zij fractie het college eerder heeft gevraagd of dit om allerlei medische redenen de juiste opdracht is om mee op pad te gaan. Misschien kan het medisch gezien veel verantwoordelijker zijn om een andere oplossing te zoeken. Wethouder JANSSEN heeft zojuist aangegeven dat de gemeente de HAP niet realiseert, maar met de verschillende partijen kan verkennen wat er nodig is om de noodzorg te waarborgen. Uit het debat is zijns inziens duidelijk geworden dat het niet zozeer gaat om de huisartsenpost zelf, maar om de vraag of men op bepaalde plekken op tijd kan zijn en of de zorg gegarandeerd is. Als dit wordt gezien als een toezegging om dit met de nodige partijen op te pakken, is het aan mevrouw Stigter om te duiden wat er met de motie gebeurt. Mevrouw STIGTER geeft vervolgens aan dat het haar fractie om een goede oplossing voor de inwoners gaat en niet om de motie op zich. Omdat zij blij is dat de wethouder zich hier hard voor wil maken, zal haar fractie de motie intrekken. Wethouder VAN ERK heeft in de discussie inzake amendement A6.01. Speelveldverkenning Sociaal Domein en motie M6.10. Speelveldverkenning sociaal domein speelveldverkenning de sterke behoefte aan bezuinigingsopties bij de raad gehoord.
In zijn eerste termijn heeft hij een uitvoerige toelichting gegeven op de 3 kernvragen zoals die ook verwoord staan in de perspectiefnota, gekoppeld aan het komende onderzoek: wat doen we, wie doet wat en wat levert het op? In het kader van de derde vraag, wat levert het op, heeft hij ook een toelichting gegeven op de bezuinigingsvoorstellen/ombuigingsvoorstellen. De discussie deze avond gehoord hebbende, is het essentieel -en zegt hij dat ook toedat men in de opdrachtverstrekking richting het externe bureau -als dat het haaltduidelijk zal worden gesteld dat ombuigingsvoorstellen onderdeel zullen uitmaken van het komende onderzoek en dat dit zich hierop zal toespitsen. Daarnaast blijven uiteraard alle andere aspecten ook staan. Als actueel voorbeeld hoe dit in de praktijk kan werken merkt hij op dat het in de AB-vergadering van de GRS kort ging over spoor 1. bestuursopdracht, toekomstbestendig sociaal domein. Een deel van de miniverkenning is al afgerond binnen spoor 1 en het resultaat daarvan is een bezuiniging voor 2026 van 2 miljoen euro op personeel en overhead. Hierop heeft het bestuur gezegd, ook gerelateerd aan de zienswijzen die ingediend zijn vanuit de verschillende raden, dat het goed zou zijn om dat resultaat direct door te zetten naar de begroting van 2026.
Wanneer men het heeft over meteen resultaat inboeken gekoppeld aan een verkenning, is dit het levende voorbeeld. Over enige tijd hoopt de wethouder ook dergelijke voorstellen te kunnen melden m.b.t. het eigen onderzoek. Mevrouw VAN ES vraagt per interruptie of het klopt dat dit een wijziging is sinds men duiding heeft gekregen op het amendement en het een duidelijk onderdeel van de opdracht wordt om alle bezuinigingsmogelijkheden die er zijn goed in kaart te brengen als onderdeel van het speelveldonderzoek. Hierop bevestigt wethouder VAN ERK dat dit 42
Verslag besluitvormende raadsvergadering 10 juli 2025
onderdeel gaat uitmaken van die opdracht en dat schuilgaat achter de 3 vragen en m.n. de laatste: wat levert het op? Mevrouw VAN ES merkt per interruptie op dat zij dit binnen die 3 vragen onvoldoende terugziet. Het is een aanname dat men dan ook de dubbelingen te zien krijgt en er best wel bezuinigingen bij zullen zijn. Zij vraagt nogmaals of het een wijziging is t.o.v. wat men eerder heeft gehoord en dat het college dit onderdeel gaat maken van de uitvraag. Wethouder VAN ERK zegt dat het een nadere invulling/aanscherping/ duiding is op/van hetgeen er schuilgaat achter de derde vraag. Het gaat onderdeel uitmaken van de brede externe opdracht. De heer LAMMERS vraagt per interruptie of er bij de bezuiniging van 2 miljoen van de GR Sociaal ook een extern onderzoek aan ten grondslag lag, waarop wethouder VAN ERK zegt dat dit zover hij weet niet het geval was en dat hij daarom sprak van een mini verkennend onderzoek. Er was niet zozeer sprake van een officiële verkenning, het ging hem erom aan te geven wat een onderzoek oplevert en hoe men dat meteen concreet heeft kunnen doorvertalen. De heer LAMMERS vraagt per interruptie of men kan stellen dat een extern onderzoek niet nodig is geweest om tot het besluit te komen en dat er voldoende informatie binnen de organisatie en binnen het AB voorhanden was om tot dat besluit te komen.
Wethouder VAN ERK antwoordt dat er voldoende parate kennis binnen de organisatie aanwezig is, maar dat er onvoldoende capaciteit is. Als men hier (o.a. de 3 vragen) goed op wil lopen, heeft men die onafhankelijke blik/extra capaciteit nodig. Mevrouw VAN ES vraagt per interruptie n.a.v. de 2 miljoen bezuiniging die d.m.v. een mini speelveldonderzoek door eigen mensen is gevonden, of er een doelstelling is van hoeveel bezuinigingen er gevonden moeten worden voor de gevraagde € 75.000, -. Wethouder VAN ERK kan daar niet op vooruitlopen. M.b.t. de regionale component van het onderzoek staan hier wel zaken over in de perspectiefnota die men wil nastreven (achter in de perspectiefnota staan er al bedragen optioneel ingeboekt). Het is de wens om bij de GR-en vanaf 2027 € 150.000, - te bezuinigen, het jaar daarna € 300.000, - en dat op te bouwen naar € 450.000, -. Daarmee is niet gezegd dat dit gaat lukken, maar dat is wel de inzet die onderdeel zal gaan uitmaken van dit onderzoek. Afrondend merkt de wethouder op dat het college de motie positief kan steunen vanuit de toelichting die hij zojuist heeft gegeven. Mevrouw VAN ES vindt dit bijzonder, omdat haar fractie een amendement heeft ingediend dat er zonder het doel van bezuinigen er onvoldoende nut en noodzaak is om die € 25.000, - en € 50.000, - uit te geven.
Dus als wordt toegezegd dat het college dit gaat doen, kan men het amendement intrekken, maar is ook de motie overbodig. Zij begrijpt niet dat het amendement wordt ontraden en dat de motie wordt ondersteund. Wethouder VAN ERK zegt dat hij feitelijk procedureel reageert op wat voorligt en dat dit op dit moment de motie is, zoals hij ook heeft gedaan met het amendement. Tegelijkertijd hoort hij wat mevrouw Van Es zegt, dat men zijn toezegging gehoord hebbende het amendement mogelijk intrekt. Wellicht doen de andere partijen dat met de motie 43
Verslag besluitvormende raadsvergadering 10 juli 2025
ook, maar daar gaat hij niet over. De heer VAN DEN DOOL is benieuwd of de indieners van het amendement gezien de beantwoording van de wethouder tot de conclusie komen dat daarmee aan de doelstelling is voldaan en zij het amendement intrekken. Als dat zo is zou hij ook de conclusie trekken dat de motie dan ook overbodig zou zijn. De VOORZITTER merkt op dat men hier tijdens de schorsing over van gedachten kan wisselen. Wethouder VAN ERK reageert vervolgens m.b.t. motie M6.05. Gratis OV voor senioren met een krappe beurs op de vraag vanuit de CDA-fractie hoe men de raadselachtige reactie van het college (het ontraden en de vervolgens positieve reactie) moet duiden. Hierbij merkt hij op dat de motie wellicht wat te vroeg komt, omdat men eerst op de hoogte wil zijn van de exacte subsidieregeling, waarna men kan bekijken of en wat men eventueel kan doen. Te meer omdat men dan wellicht -met het oog op de reikwijdte- ook andere doelgroepen zoals bv. werkenden met een laag inkomen kan bedienen. De heer VAN DEN DOOL vraagt per interruptie waarom de wethouder de motie dan ontraadt, waarop wethouder VAN ERK aangeeft dat deze te vroeg komt omdat men eerst de subsidievoorwaarden van de provincie wil kennen. De heer VAN DEN DOOL merkt per interruptie op dat er geen tijdslimiet in de motie staat en men dus kan wachten totdat dit bekend is en daarna met de uitwerking kan komen.
Wethouder VAN ERK merkt op dat de motie in eerste instantie gekoppeld is aan een specifieke doelgroep. Wanneer de regeling bekend is kan men bepalen over welke minima’s het gaat, welke financiering daarbij hoort en welke voorwaarden daaraan zijn verbonden en wordt dat beeld verder ingekleurd. Mevrouw KARSO merkt per interruptie op dat in de voorwaarden wordt aangegeven dat het de gemeente vrij staat om te bepalen wie de gratis OV krijgt. Men kan de aanvraag alvast doen voordat duidelijk is wat de regeling precies inhoudt. Wethouder VAN ERK blijft bij wat men op schrift heeft gesteld en zal de motie, ondanks dat er heel veel positieve kanten aan zitten, op dit moment ontraden. Wanneer men nadere gedetailleerde informatie vanuit de provincie heeft ontvangen kan men bepalen hoe men omgaat met de verschillende doelgroepen en komt men bij de raad terug. De heer RIETVELD is per interruptie benieuwd wat het worstcasescenario volgens de wethouder kan zijn op het moment dat de regeling duidelijk is. Betekent dat als de motie wordt aangenomen bv. extra investeringen die men niet kan dekken of waar men nog geen dekking voor heeft gevonden in de huidige situatie? Wethouder VAN ERK wil daar niet op vooruit lopen. Het is uiteraard aan de raad om dit te wegen en een motie wel of niet aan te nemen. Het college wil dit zorgvuldig aanpakken, zodat men e.e.a.
kan waarmaken op het moment dat het college met iets terugkomt. Dat wil men volledig doen met alle informatie die op dat moment beschikbaar is. Hij gaat ervan uit dat het college wellicht zal komen met een aantal varianten waaruit men kan kiezen. De heer RIETVELD vraagt per interruptie of hij het goed begrijpt dat de wethouder hier wel mee aan de slag gaat, op de tijd die past bij het college en het beschikbaar komen van de 44
Verslag besluitvormende raadsvergadering 10 juli 2025
informatie vanuit de provincie en dat de motie daarom overbodig is. Wethouder VAN ERK geeft aan dat men in het antwoord dat men op schrift heeft gesteld stelt dat men zich erover zal buigen. Dan is nog wel de vraag, of en hoe? Uiteraard moet men altijd nog maar afwachten waar de provincie precies mee komt. De heer LAMMERS merkt per interruptie op dat -zoals in de motie staat- bekend is dat de provincie Zuid-Holland 4 jaar lang gratis openbaar vervoer aan alle mensen met een laag inkomen biedt, zodat mensen met weinig financiële middelen de mogelijkheid krijgen om mobiel te blijven. En de gemeente volgens de provincie zelf verantwoordelijk is voor de uitvoering van de doelgroep bepaling. Hij vraagt zich af wat erop tegen kan zijn als de raad vanavond een uitspraak zou doen dat men graag ziet dat gratis openbaar vervoer voor senioren met een krappe beurs deel uitmaakt van de doelgroepen benadering van de gemeente. Dan weet het college alvast dat de raad voor die doelgroep akkoord geeft en kan men er zelf nog andere doelgroepen bij bedenken. Wethouder VAN ERK begrijpt het, maar hij laat dit echt aan de raad. De heer GRIMMIUS merkt per interruptie op dat hij het niet eens is met de wethouder dat als de motie aangenomen zou worden, het proces wat daarna gevolgd zou worden onzorgvuldig zal worden.
Verder vindt hij het bijzonder dat de wethouder aangeeft dat op 1 oktober pas duidelijk wordt wat de regeling inhoudt, terwijl de provincie heeft gecommuniceerd dat de aanvragen voor die subsidieregeling vanuit de gemeenten vanaf de zomer kunnen worden gedaan. Hij vraagt of het college, in het kader van de zorgvuldigheid, bereid is te wachten tot 1 oktober en daarbij het risico loopt dat men achter het net vist. Wethouder VAN ERK hoort wat de heer Grimmius zegt, maar kan daar niet op die manier in meegaan omdat men de inhoud van de regeling niet kent. Mevrouw VAN ES wil per interruptie graag een bevestiging of een ontkenning dat als de regeling bekend is het ook zo kan zijn dat er helemaal niets van OV geregeld wordt voor geen enkele doelgroep. Wethouder VAN ERK gaat hier – omdat men de exacte spelregels nog niet kent- niet op vooruit lopen, maar hoopt dat de raad een positieve intentie heeft geproefd. In 2023 heeft men een berekening gemaakt dat dit gekoppeld aan deze groep € 190.000, - zou kosten, terwijl het in de voorliggende berekening gaat over € 35.000, -/€ 40.000, - per jaar. Hierbij kan hij zich, gekoppeld aan de komende regeling, voorstellen dat de mogelijkheid zich eerder gaat voordoen om hier een goede overeenkomst van kan maken.
De heer TIELEMANS vraagt per interruptie of de gemeente deze aanvraag, die voor of tijdens de zomerperiode moet worden ingediend, al heeft gedaan. Wethouder VAN ERK antwoordt hier, gezien de goede informatievoorziening, de doorschakeling naar het college en ondersteunende brieven vanuit de provincie hierover, bevestigend op. (Wanneer dit niet geval is zal de ambtelijke organisatie hem dat vanavond of morgen nog mededelen.) Afsluitend merkt wethouder VAN ERK in reactie op de vraag van de PvdA-fractie of men ook gebruik zou maken van deze subsidieaanvraag als haar fractie deze motie niet had ingediend op, dat het op moment dat er 45
Verslag besluitvormende raadsvergadering 10 juli 2025
subsidieregelingen vrijkomen standaard beleid van de gemeente is om te kijken wat de mogelijkheden zijn. Uiteraard had men dat in dit geval ook op eigen initiatief gedaan. In reactie op de vraag wanneer de regeling ingaat, heeft hij reeds aangegeven dat dit rond 1 oktober is. Op de vraag of er sprake is van geoormerkt geld antwoordt de wethouder dat men om die vraag te kunnen beantwoorden eerst de regeling moet inzien. (Mevrouw Van Es neemt de plaats van de voorzitter tijdelijk over.) Burgemeester VAN DRIEL merkt m.b.t. amendement A6.02 Ongedaan maken bezuiniging op flexibel cameratoezicht op dat het college blijft bij de schriftelijke verwoording. M.b.t. de vraag of hier in Papendrecht beleid voor is antwoordt de burgmeester bevestigend. Er is een beleidskader publiek cameratoezicht gemeente Papendrecht, dat is vastgesteld op 1 december 2023. Hierin staat ook wat de bevoegdheden van de burgemeester zijn en welke afwegingen er worden gemaakt en door wie. Het is een uiterste middel dat men inzet en wat eigenlijk wordt ingezet als bijna niets anders meer werkt. Zij doet dit altijd in overleg met de politie, omdat deze ook de mogelijkheden heeft om dit in te zetten. Verder merkt zij op dat de AVG in dit verband heel belangrijk is en dat dit geen lichtvaardig instrument is. Het is iets dat zij in het afgelopen jaar slechts 1 keer heeft ingezet.
Dit neemt niet weg dat zij niet zal aarzelen om dit indien nodig in te zetten. Verder merkt zij op dat men ook vanuit het realistisch budgetteren bij dit punt blijft. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN merkt per interruptie op dat men geneigd is het amendement in te trekken. Hierbij zou men echter wel een ‘voorwaarde’ willen meegeven om de raad op een bepaald moment, bv. bij een veiligheidsavond, mee te nemen in wat het beleid precies inhoudt. Burgemeester VAN DRIEL begrijpt de vraag, maar kan op dit vlak niet altijd alles delen. De afwegingen die men maakt vallen binnen de bevoegdheid van de burgemeester. Zij stelt voor i.o.m. de griffie een moment te kiezen om een aantal casussen in het kader van veiligheid breder te bekijken, waarbij aan de orde komt wanneer men overweegt het flexibele cameratoezicht al dan niet in te zetten. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN vindt dit een goed idee en zal het amendement intrekken. M.b.t. de vraag inzake de fatbikes is de burgemeester ervan op de hoogte dat dit een punt van zorg en ergernis is. Hierbij geeft zij aan dat zij op 7 juli heeft aangegeven dat er op 4 en op 8 juli 2 controles zijn uitgevoerd, terwijl de controle voor 8 juli nog gepland stond. Verder merkt zij op dat inwoners tevreden zijn over deze controles en dat men tijdens de controles niemand heeft kunnen bekeuren. Ze zijn of te snel of de politie is te laat.
Verder volgt men de situatie in Enschede met belangstelling en zal men in de tussentijd nadenken over wat men nog meer kan doen. Tenslotte merkt zij op dat men tijdelijk een bord heeft opgehangen en dit misschien weer moet doen en dat men aan dit onderwerp regelmatiger aandacht moet besteden. Tot slot noemt de burgemeester de situatie in de Seringenstraat, 46
Verslag besluitvormende raadsvergadering 10 juli 2025
hier zit men echt bovenop. Het is wel zo dat bij navraag bleek dat de eerstvolgende bewonersavond pas in september gepland staat. Zij kan zich, met de zomer in aantocht en het feit dat er een zomerprogramma van toepassing is, wel voorstellen dat het goed is om deze wat eerder te houden, zodat signalen van inwoners breder gedeeld kunnen worden. (Het voorzitterschap wordt gewisseld). (Schorsing 23.36 – 23.48 uur) De heer BOERSMA geeft aan motie M6.10 Speelveldverkleining Sociaal Domein in te trekken. Mevrouw VAN ES zegt amendement A6.01. Speelveldverkenning Sociaal Domein ook in te zullen trekken. Verder merkt de VOORZITTER op dat ook motie M6.09. HAP en amendement A6.02 Ongedaan maken bezuiniging op flexibel cameratoezicht zijn ingetrokken. STEMMING AMENDEMENTEN: Amendement A6.03. PIT. Met 17 stemmen voor en 5 stemmen (VVD en SGP) tegen wordt dit amendement aangenomen. STEMMING VOORSTEL PERSPECTIEFNOTA 2025-2030. Met 22 stemmen voor wordt het voorstel van burgemeester en wethouders unaniem aangenomen. `
STEMMING MOTIES: Motie M6.01. Kunst aan de keukentafel: creatieve ontmoeting voor inwoners met een klein sociaal netwerk. Met 4 stemmen (PvdA, GL en D66) voor en 18 stemmen tegen wordt deze motie verworpen. Motie M6.02. Geen bezuinigingen op sport en cultuur. Met 12 stemmen voor en 10 stemmen (VVD, CDA, CU en PvdA) tegen wordt deze aangenomen. Motie M6.03. Gratis bibliotheekabonnement tot en met 27 jaar. Met 17 stemmen voor en 5 stemmen (OP en VVD) tegen wordt deze motie aangenomen. Motie M6.04. Herdenkingsbomen/struiken op de begraafplaats. Met 22 stemmen voor wordt deze motie unaniem aangenomen. 47
Verslag besluitvormende raadsvergadering 10 juli 2025
Motie M6.05. Gratis OV voor senioren met een krappe beurs. Stemverklaring de heer RIETVELD: Onze fractie zal voor deze motie stemmen. Wij willen de wethouder wel de ruimte geven om de informatie die in oktober wordt aangeleverd echt tot zich te nemen. Wij interpreteren deze motie dusdanig dat in ieder geval de doelgroep die hier wordt genoemd wordt opgenomen, maar we laten het graag breder onderzoeken. Stemverklaring de heer VAN DEN DOOL: Wij interpreteren het ook op die manier dat we qua timing de regeling kunnen afwachten en dat de wethouder dan met een voorstel komt. Daarom stemmen wij ook voor. Met 17 stemmen voor en 5 stemmen (VVD en SGP) tegen wordt deze motie vervolgens aangenomen. Motie M6.06. Geen fossiele reclame in de buitenruimte. Stemverklaring de heer Grimmius: Ik besefte net dat ik volgens mij de beantwoording op onze vraag niet heb gehoord. Maar goed, mijn omissie dat ik daar niet om heb gevraagd. Zonder dat gaan we voor de motie stemmen. Met 4 stemmen (D66, PvdA en GL) voor en 18 stemmen tegen wordt deze motie verworpen. Motie M6.07. Prioriteit en duidelijkheid voorbereiding grote investeringen. Met 20 stemmen voor en 2 stemmen (PvdA en GL) tegen wordt deze motie aangenomen. Motie M6.08. Tussenevaluatie Woonplan 2020-2030. Met 22 stemmen voor wordt deze motie unaniem aangenomen. Motie M6.11 sportgala in ere herstellen.
Met 9 stemmen (VVD, CU, D66, PvdA en GL) voor en 13 stemmen tegen wordt deze motie verworpen. 07.
Sluiting. De VOORZITTER sluit de vergadering om 23.57 uur, onder dankzegging aan eenieder voor diens inbreng. Interim griffier, De heer M. Hermans
De voorzitter, Mevrouw M.J.M. van Driel
48
Verslag besluitvormende raadsvergadering 10 juli 2025
Lijst met toezeggingen
1.
Perspectiefnota 2025 – 2030. Portefeuillehouder Renzen De portefeuillehouder zegt toe de raad in het najaar bij te praten over wat men allemaal doet voor het economisch vestigingsklimaat. Hierbij worden ook de bevindingen van de gesprekken met de ondernemers gedeeld. Zij komt schriftelijk terug op wanneer dit zal plaatsvinden.
2.
Perspectiefnota 2025 -2030: Tussenevaluatie Woonplan Portefeuillehouder Van der Borg De portefeuillehouder zegt toe meteen na de vakantie aan de slag te gaan met de tussenevaluatie Woonplan.
3. Perspectiefnota 2025 – 2030: amendement A6.01. Speelveldverkenning Sociaal Domein Portefeuillehouder Van Erk De portefeuillehouder zegt toe dat in de opdrachtverstrekking richting het externe bureau duidelijk zal worden gesteld dat ombuigingsvoorstellen onderdeel zullen uitmaken van het komende onderzoek en dat dit zich hierop zal toespitsen. 4. Perspectiefnota 2025 – 2030: amendement A6.02 Ongedaan maken bezuiniging op flexibel cameratoezicht Portefeuillehouder Van Driel De portefeuillehouder zegt toe i.o.m. de griffie een moment te kiezen om een aantal casussen in het kader van veiligheid breder te bekijken, waarbij aan de orde komt wanneer men overweegt het flexibele cameratoezicht al dan niet in te zetten.
49