RV Vaststelling 8e wijzinging GR DG&J GETEKEND.pdf
Tekst van het document
Wij danken u voor het door u uitgesproken vertrouwen in ons bestuur.
4 30/70
Zienswijzen gemeenten 8e wijziging GR DG&J Burgerparticipatie
Evaluatie GR
In de GR DG&J is een bepaling opgenomen die luidt dat het Algemeen Bestuur ertoe kan besluiten om ingezetenen van de deelnemende gemeenten of andere belanghebbenden te betrekken bij de besluiten die het neemt en de manier waarop dat gebeurt. U schrijft dat er op deze manier wel een directe manier van burgerparticipatie mogelijk is, maar alleen als het AB daartoe besluit. Graag zien wij dat er binnen deze bepaling ruimte is voor expliciete verzoeken vanuit de gemeenteraad. Wij vinden het belangrijk om inwoners te betrekken bij de besluitvorming. In de GR DG&J is een bepaling opgenomen die luidt dat het Algemeen Bestuur kan besluiten de regeling periodiek te evalueren (zie artikel 42 lid 2 GR). Wij sluiten ons aan bij het punt dat een periodieke evaluatie van de gemeenschappelijke regeling in de communicatie met de raden van toegevoegde waarde kan zijn. Op deze manier houden we elkaar scherp.
De strekking van de ingekomen zienswijzen is dat de huidige redactie van artikel 15, tweede lid van de GR, die het initiatief om tot burgerparticipatie over te gaan volledig bij het Algemeen Bestuur laat, te vrijblijvend is en de raad buiten spel zet. DG&J stelt in reactie daarop voor artikel 15, tweede lid als volgt te formuleren: Het algemeen bestuur kan mede op verzoek van de raden van de deelnemende gemeenten ertoe besluiten om ingezetenen van de deelnemende gemeenten of andere belanghebbenden te betrekken bij de besluiten die het neemt en de manier waarop dat gebeurt. Uit de ingekomen zienswijzen blijkt dat het voorstel om de GR periodiek te evalueren breed gedragen wordt. Ook hier is het voor enkele gemeenten te vrijblijvend of niet concreet genoeg. DG&J stelt in reactie daarop voor artikel 42, tweede lid als volgt te formuleren: Het algemeen bestuur kan mede op verzoek van de raden van de deelnemende gemeenten besluiten het functioneren van de regeling periodiek te evalueren. Zij stelt daartoe vooraf het doel en de reikwijdte van de evaluatie vast, alsmede de wijze van evalueren. Daarbij worden de deelnemende gemeenten gehoord.
5 31/70
Zienswijzen gemeenten 8e wijziging GR DG&J Zienswijze Gorinchem
Onderwerp
Aanpassing P&C-cyclus
Zienswijze
Beantwoording zienswijze
Op 16 juli 2024 hebben wij een schriftelijk verzoek ontvangen om onze zienswijze te geven op de 8e wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd (GR DG&J), welke op 11 juli 2024 is vastgesteld door het Algemeen Bestuur (AB). Als gemeenteraad vinden wij het belangrijk om onze kader stellende rol goed te vervullen. Wij geven u daarom graag onze zienswijze mee. Het AB DG&J heeft in juni 2023 de gemeenteraden al afzonderlijk om een zienswijze gevraagd over de gewenste aanpassing van de planning- en control cyclus. Er is op basis van de ingekomen zienswijzen gekozen voor optie 1: handhaven van het huidige tijdpad. Onverlet deze uitkomst herhalen wij onze voorkeur (met onze brief van 28 september 2023) voor optie 3 (verruiming van de huidige reactietermijn). In onze brief is toen tevens de suggestie gedaan om vooraf indicatoren te bepalen waarop DG&J stuurt en rapporteert aan de raden, cliëntenonderzoeken delen met raden (meer kwalitatieve informatie) en voortgangsgesprekken tussen directie DG&J en de raden.
Wij danken u voor uw zienswijze op het wijzigingsvoorstel van de GR DG&J.
Wij begrijpen dat u uw voorkeur voor optie 3 wilt herhalen. In de vergadering van het AB op 15 februari is, met overweging van de binnengekomen zienswijzen op het onderwerp, gekozen voor het handhaven van het huidige tijdpad. Gezien dit besluit leidend is hebben wij dit als DG&J nu vertaald naar de GR. Wij hopen hierin op uw begrip. De nieuwe redactie van de artikelen 34 en 40 GR staat handhaving van het huidige tijdspad toe en heeft als voordeel dat wijziging niet nodig is, indien op termijn aanpassing van het tijdspad gewenst is. DG&J is zich ervan bewust dat het voor de gemeenten van belang is dat de stukken van de P&C-cyclus tijdig bij hen worden aangeleverd. Wij danken u voor uw suggestie om indicatoren te bepalen waarop DG&J stuurt en rapporteert aan de raden, 6
32/70
Zienswijzen gemeenten 8e wijziging GR DG&J cliëntenonderzoeken delen met raden en voortgangsgesprekken tussen de directie DG&J en de raden. In onze begroting nemen wij indicatoren op, waarop we via onze regulier P&C cyclus rapporteren (e.g. BURAP). Het delen van kwalitatieve informatie door onder andere cliëntonderzoeken vindt reeds plaats, en we nemen uw suggestie mee door nog scherper te zijn op wanneer het beschikbaar maken van dergelijke informatie mogelijk is. Als laatste benadrukken wij dat de Directie DG&J desgewenst aan kan sluiten bij raads(informatie)bijeenkomsten om waar gewenst toelichtingen te geven. Regionale raadsadviescommissie
Wij zijn voorstander van het instellen van een regionale raadsadviescommissie zoals bedoeld in artikel 24a Wgr. Wij ervaren te weinig grip op DG&J. Graag benadrukken wij dat dit niet alleen betrekking heeft op de financiën, maar ook op de beleidsinhoudelijke keuzes. In de wetenschap dat de zorg die DG&J verleent en faciliteert van groot belang is voor het welzijn van onze meest kwetsbare inwoners, waaronder kinderen, voelen wij ons verplicht om de democratische legitimiteit van het functioneren van DG&J te versterken middels de regionale raadsadviescommissie. De wet bepaalt dat in een regionale raadsadviescommissie alleen raadsleden kunnen plaatsnemen. Als blijkt dat er bij de deelnemende gemeenten onvoldoende
Wij waarderen hoe u het belang van de zorg die de DG&J verleent en faciliteert aan uw inwoners benadrukt en begrijpen uw wens om een regionale raadsadviescommissie. Gezien het bestuur van de DG&J een positieve uitspraak van alle 10 de deelnemende gemeenten nodig heeft om een dergelijke commissie in te stellen, heeft het AB ervoor gekozen middels deze proactieve uitvraag bij de gemeenten de standpunten omtrent deze commissie op te halen. Tot op heden hebben wij van 8 van de 10 gemeenten een positief standpunt vernomen. Vanuit Dordrecht en de Hoeksche Waard is dit tot op heden niet het geval. Indien Dordrecht en Hoeksche Waard zich positief hierover uitspreken, is aan de voorwaarden voor instelling 7
33/70
Zienswijzen gemeenten 8e wijziging GR DG&J
Zienswijze andere besluiten
steun is om een raadsadviescommissie te vormen, stellen we voor om de huidige auditcommissie uit te breiden en een ruimer mandaat te geven. Iedere deelnemende gemeente zou uit hun midden een raadslid, fractie assistent of burgerraadslid kunnen aanwijzen, die zitting neemt in de auditcommissie en die zich voor een bepaalde periode committeert voor deze taak en verantwoording aflegt aan de desbetreffende raad.
van de raadsadviescommissie voldaan en zal het Algemeen Bestuur onderzoeken hoe deze commissie kan worden vormgegeven. De commissie kan vervolgens op grond van artikel 24a van de Wgr worden ingesteld. Indien Dordrecht en Hoeksche Waard zich uitspreken tegen de commissie, kan deze door het Algemeen Bestuur niet worden ingesteld. Wij hopen op uw begrip in dit proces.
Het doel van de wijziging van de Wgr was het versterken van de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen. Het is
Wij vinden het vervelend te horen dat u constateert dat met de huidige voorgestelde wijziging de democratische legitimatie van de
De auditcommissie is een bestuurlijk financiële adviescommissie en heeft een verordening welke is vastgesteld door het AB. Hierin is in artikel 5 aangegeven dat de samenstelling bestaat uit drie leden van de colleges van de 10 gemeenten. U stelt voor eventueel een raadslid, fractie assistent of burgerraadslid per gemeente toe te voegen aan de commissie. Wij danken u voor die suggestie. Wij achten het echter wenselijk om met de huidige samenstelling de rol als financieel bestuurlijke adviescommissie van de auditcommissie te waarborgen. Met het toevoegen van raadsleden aan deze commissie zou de commissie feitelijk gezien veranderen naar een raadsadviescommissie, wat ons inziens niet passend is wanneer er geen unaniem akkoord is over een dergelijke raadsadviescommissie. Wij hopen hierin op uw begrip.
8 34/70
Zienswijzen gemeenten 8e wijziging GR DG&J teleurstellend om te moeten constateren dat dit doel met uw voorstel niet dichterbij komt. Voor de wijzigingen met betrekking tot de zienswijze op andere besluiten (ad 3), burgerparticipatie (ad 5) en evaluatie (ad 6) stelt u immers voor om alle bevoegdheden naar zich toe te trekken. In feite worden hiermee de raden (opnieuw) buitenspel gezet. Wij vinden dit onaanvaardbaar, in ieder geval zolang hierover geen kwalitatieve dialoog met u heeft plaatsgevonden.
gemeenschappelijke regelingen niet dichterbij komt. Wij begrijpen dat het vergroten van de grip van de raad op de GR hoog op de agenda staat. Wij verwijzen in dit verband naar onze reactie op het instellen van een raadsadviescommissie en de aanscherpingen op de onderwerpen burgerparticipatie en evaluatie van de GR, zoals hieronder toegelicht. Hiermee hopen we te hebben meegedacht in uw behoefte om uw raad beter in positie te brengen.
Burgerparticipatie: DG&J stelt voor artikel 15, tweede lid als volgt te formuleren: Het algemeen bestuur kan mede op verzoek van de raden van de deelnemende gemeenten ertoe besluiten om ingezetenen van de deelnemende gemeenten of andere belanghebbenden te betrekken bij de besluiten die het neemt en de manier waarop dat gebeurt.
Evaluatie GR: DG&J stelt voor artikel 42, tweede lid als volgt te formuleren: Het algemeen bestuur kan mede op verzoek van de raden van de deelnemende gemeenten besluiten het functioneren van de regeling periodiek te evalueren. Zij stelt daartoe vooraf 9 35/70
Zienswijzen gemeenten 8e wijziging GR DG&J het doel en de reikwijdte van de evaluatie vast, alsmede de wijze van evalueren. Daarbij worden de deelnemende gemeenten gehoord.
10 36/70
Zienswijzen gemeenten 8e wijziging GR DG&J Zienswijze Hardinxveld-Giessendam
Onderwerp
Zienswijze
Beantwoording zienswijze Wij danken u voor uw zienswijze op het wijzigingsvoorstel van de GR DG&J.
Aanpassing P&C-cyclus
Op 15juli 2024 hebben wij uw schriftelijke verzoek ontvangen om onze zienswijze te geven op de 8e wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd (GR DG&J), die op 11 juli 2024 door het Algemeen Bestuur (AB) is vastgesteld. Als gemeenteraad hechten wij eraan onze kaderstellende rol zorgvuldig te vervullen. Graag delen wij hierbij onze zienswijze. In juni 2023 heeft het AB DG&J de gemeenteraden afzonderlijk gevraagd om een zienswijze over de voorgestelde aanpassing van de planning- en controlcyclus. Op basis van de ontvangen zienswijzen is gekozen voor optie 1: het handhaven van het huidige tijdspad. Deze keuze sluit aan bij onze voorkeur, zoals eerder door ons aangegeven in een eerdere zienswijze. Wij zien een meerwaarde in het instellen van een dergelijke commissie en ondersteunen dit initiatief.
Wij begrijpen uw behoefte aan het instellen van een raadsadviescommissie. Tot op heden hebben 8 van de 10 deelnemende gemeenten zich positief uitgesproken over een dergelijke commissie. Indien Dordrecht en Hoeksche Waard zich positief hierover uitspreken, is aan de voorwaarden voor instelling van de raadsadviescommissie voldaan en zal het Algemeen Bestuur onderzoeken hoe deze commissie kan worden vormgegeven. De
Regionale raadsadviescommissie
Naar aanleiding van het AB besluit op 15 februari 2024 rondom de planning- en controlcyclus dienen wij nu dit besluit te verwerken in de GR. De nieuwe redactie van de artikelen 34 en 40 GR staat handhaving van het huidige tijdspad toe en heeft als voordeel dat wijziging niet nodig is, indien op termijn aanpassing van het tijdspad gewenst is. Wij danken u voor uw begrip.
11 37/70
Zienswijzen gemeenten 8e wijziging GR DG&J commissie kan vervolgens op grond van artikel 24a van de Wgr worden ingesteld. Indien Dordrecht en Hoeksche Waard zich uitspreken tegen de commissie, kan deze door het Algemeen Bestuur niet worden ingesteld.
12 38/70
Zienswijzen gemeenten 8e wijziging GR DG&J Zienswijze Hendrik-Ido-Ambacht
Onderwerp
Aanpassing P&C-cyclus
Zienswijze
Beantwoording zienswijze
Op 15 juli 2024 ontvingen wij van u de stukken voor de achtste wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid en Jeugd (GR DG&J). U stelt ons in de gelegenheid een zienswijze te geven op deze stukken. In onze raadsvergadering van 2 december 2024 hebben wij deze documenten behandeld. Hieronder maken wij onze zienswijze kenbaar. Op basis van de aanbiedingsbrief concluderen wij dat de wijzigingen in de GR-tekst grotendeels technisch van aard zijn en voortkomen uit de aansluiting bij de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Wij zijn dan ook positief over de meeste voorgestelde wijzigingen. In de aanbiedingsbrief licht u toe dat u ervoor heeft gekozen om geen concrete termijnen rondom de P&C-cyclus in de nieuwe GR op te nemen. U verwijst in de nieuwe versie naar de betrokken artikelen in de Wgr. Tegelijkertijd constateren wij dat het AB van de DG&J op 15 februari 2024 heeft besloten het huidige tijdspad van de P&C-cyclus te handhaven en dit in de nieuwe GR verwerken (optie 1). Ook wij waren hier voorstander van. U beargumenteert dat dit uit het oogpunt van flexibiliteit is gedaan. Wij begrijpen dat het opnemen van concrete
Wij danken u voor uw zienswijze op het wijzigingsvoorstel van de GR DG&J, en het feit dat u positief bent over de meeste voorgestelde wijzigingen.
Wij danken u voor uw begrip voor de wijze waarop het AB besluit van 15 februari 2024 is verwerkt. Dit AB-besluit met keuze voor optie 1 is en blijft leidend. DG&J ziet de vertaling hiervan in de 8e wijziging (artikel 34 en 40 GR) niet als een afwijking van het AB-besluit. De nieuwe redactie van deze artikelen staat handhaving van het huidige tijdspad toe en heeft als voordeel dat wijziging niet nodig is, indien op termijn aanpassing van het tijdspad gewenst is. Tevens begrijpen wij dat het voor u essentieel is om vast te houden aan de gebruikelijke werkwijze 13
39/70
Zienswijzen gemeenten 8e wijziging GR DG&J termijnen wellicht wat rigide is. Echter, wij rondom de P&C-cyclus en wij doen hiervoor, in benadrukken dat het besluit van het AB van 15 overeenstemming met het AB besluit, ons februari in de praktijk leidend moet zijn. Het had uiterste best. niet onze voorkeur af te wijken van de gebruikelijke werkwijze rondom de P&C-cyclus en dat geldt nu nog steeds. Dit betreft een essentieel punt voor ons. Regionale raadsadviescommissie
Graag maken wij aan u kenbaar dat wij de instelling van een regionale raadsadviescommissie voor de GR DG&J wenselijk achten. Wij zijn ervan overtuigd dat een dergelijke adviescommissie voordelen biedt voor onze rol als gemeenteraad. Het stelt ons in staat om toezicht te houden op gemaakte afspraken over informatievoorziening en verantwoording en biedt ons de mogelijkheid om moties en zienswijzen op eenvoudige wijze met elkaar te delen.
Wij begrijpen uw behoefte aan het instellen van een raadsadviescommissie. Tot op heden hebben 8 van de 10 deelnemende gemeenten zich positief uitgesproken over een dergelijke commissie. Indien Dordrecht en Hoeksche Waard zich positief hierover uitspreken, is aan de voorwaarden voor instelling van de raadsadviescommissie voldaan en zal het Algemeen Bestuur onderzoeken hoe deze commissie kan worden vormgegeven. De commissie kan vervolgens op grond van artikel 24a van de Wgr worden ingesteld. Indien Dordrecht en Hoeksche Waard zich uitspreken tegen de commissie, kan deze door het Algemeen Bestuur niet worden ingesteld.
14 40/70
Zienswijzen gemeenten 8e wijziging GR DG&J Zienswijze Hoeksche Waard
Onderwerp
Aanpassing P&C-cyclus
Regionale raadsadviescommissie
Zienswijze
Beantwoording zienswijze
Op 15 juli 2024 hebben wij een schriftelijk verzoek ontvangen om onze zienswijze te geven op de 8e wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd (GR DG&J), welke op 11 juli 2024 is vastgesteld door het Algemeen Bestuur (AB). Als gemeenteraad vinden wij het belangrijk om onze kaderstellende rol goed te vervullen. Wij geven u daarom graag onze zienswijze mee. Het AB DG&J heeft in juni 2023 de gemeenteraden al afzonderlijk om een zienswijze gevraagd over de gewenste aanpassing van de planning- en control cyclus. Er is op basis van de ingekomen zienswijzen gekozen voor optie 1: handhaven van het huidige tijdspad. Onze voorkeur was optie 3 omdat de termijnen om tijdig een zienswijze aan te leveren erg krap zijn bij het tijdspad van optie 1. Wij roepen daarom op om de stukken zo tijdig mogelijk aan te leveren.
Wij danken u voor uw zienswijze op het wijzigingsvoorstel van de GR DG&J.
Wij denken dat een dergelijke commissie van meerwaarde kan zijn en willen hier wel mee
Wij danken u voor uw reactie op de uitvraag voor uw standpunt omtrent de raadsadviescommissie.
Wij danken u nogmaals voor het uitspreken van uw voorkeur rondom de P&C-cyclus. In de vergadering van het AB op 15 februari is, met overweging van de binnengekomen zienswijzen op het onderwerp, gekozen voor het handhaven van het huidige tijdpad. Gezien dit besluit leidend is hebben wij dit als DG&J nu vertaald naar de GR. Wij hopen hierin op uw begrip. De nieuwe redactie van de artikelen 34 en 40 GR staat handhaving van het huidige tijdspad toe en heeft als voordeel dat wijziging niet nodig is, indien op termijn aanpassing van het tijdspad gewenst is. Wij nemen uw oproep om stukken zo tijdig mogelijk aan te leveren mee in het proces en doen ons uiterste best.
15 41/70
Zienswijzen gemeenten 8e wijziging GR DG&J
Zienswijze andere besluiten
experimenteren. Wij zien een aantal voordelen. Het kan gemeenten helpen in hun rol als opdrachtgever. We staan in de regio voor forse opgaven en taken waarin we moeten samenwerken als gemeenten. Het is fijn als de raad tijdig geïnformeerd kan worden en mee kan denken via bijvoorbeeld een raadsadviescommissie. Tegelijkertijd vraagt het wel de nodige uitwerking van wat precies de rol en taken zijn van een raadsadviescommissie. Wij zien daarom een meer uitgewerkt voorstel graag tegemoet voordat wij instemmen met de instelling van deze commissie.
Gezien het uitwerken en instellen van een dergelijke commissie kostbare tijd/capaciteit vraagt, heeft het AB besloten eerst deze uitvraag te doen naar de bereidheid van de 10 gemeenten om een raadsadviescommissie in te stellen. Tot op heden hebben 8 van de 10 gemeenten zich positief uitgesproken. Indien Dordrecht en Hoeksche Waard zich positief hierover uitspreken, is aan de voorwaarden voor instelling van de raadsadviescommissie voldaan en zal het Algemeen Bestuur onderzoeken hoe deze commissie kan worden vormgegeven. De commissie kan vervolgens op grond van artikel 24a van de Wgr worden ingesteld. Indien Dordrecht en Hoeksche Waard zich uitspreken tegen de commissie, kan deze door het Algemeen Bestuur niet worden ingesteld. Graag vernemen wij van u op basis van deze informatie een definitief standpunt aangaande het al dan niet instellen van een raadsadviescommissie.
In de GR DG&J is al opgenomen dat de raden een zienswijze wordt gevraagd op de ontwerpbegroting (artikel 34) en op het Meerjarig Beleidsplan (artikel 5). U acht het niet nodig om ten aanzien van meer besluiten een zienswijzemogelijkheid op te nemen, omdat het AB alert is op de positie van de raden en niet zal verzuimen de raden om een zienswijze te vragen wanneer het AB dat noodzakelijk acht. Wij
Wij danken u voor uw begrip en het vertrouwen dat u stelt in ons bestuur.
16 42/70
Zienswijzen gemeenten 8e wijziging GR DG&J vertrouwen er op dat het AB hier een zorgvuldige afweging in zal maken. Evaluatie GR
In de GR DG&J is een bepaling opgenomen die luidt dat het algemeen bestuur kan besluiten de regeling periodiek te evalueren (zie artikel 42 lid 2 GR). Wij sluiten ons aan bij het punt dat een periodieke evaluatie van de gemeenschappelijke regeling in de communicatie met de raden van toegevoegde waarde kan zijn. Op deze manier houden we elkaar scherp.
Uit de ingekomen zienswijzen blijkt dat het voorstel om de GR periodiek te evalueren, breed gedragen wordt. Het is voor enkele gemeenten te vrijblijvend of niet concreet genoeg. DG&J stelt in reactie daarop voor artikel 42, tweede lid als volgt te formuleren: Het algemeen bestuur kan mede op verzoek van de raden van de deelnemende gemeenten besluiten het functioneren van de regeling periodiek te evalueren. Zij stelt daartoe vooraf het doel en de reikwijdte van de evaluatie vast, alsmede de wijze van evalueren. Daarbij worden de deelnemende gemeenten gehoord.
17 43/70
Zienswijzen gemeenten 8e wijziging GR DG&J Zienswijze Molenlanden
Onderwerp
Aanpassing P&C-cyclus
Regionale raadsadviescommissie
Zienswijze
Beantwoording zienswijze
De gemeenteraad van Molenlanden heeft op 15 juli 2024 van u het verzoek ontvangen om eventueel een zienswijze kenbaar te maken op de voorgenomen achtste wijziging van de gemeenschappelijke regeling Diens Gezondheid & Jeugd. Wij hebben kennis genomen van de concepttekst van de wijzigingen en kunnen instemmen met de voorgestelde wijzigingen. Over de aanpassing van de planning- en controlcyclus hebben wij reeds eerder onze zienswijze gegeven. In deze zienswijze hebben we aangegeven een voorkeur te hebben voor optie 3. Deze voorkeur hebben we nog steeds, echter kunnen we in principe ook instemmen met het voorstel voor optie 1
Wij danken u voor uw zienswijze op het wijzigingsvoorstel van de GR DG&J, en het instemmen met de voorgestelde wijzigingen.
Hierover kunnen wij u laten weten dat onze raad voor het instellen van een dergelijke
Wij begrijpen uw behoefte aan het instellen van een raadsadviescommissie en danken u voor uw
Wij danken u nogmaals voor het uitspreken van uw voorkeur rondom de P&C-cyclus. In de vergadering van het AB op 15 februari 2024 is, met overweging van de binnengekomen zienswijzen op het onderwerp, gekozen voor het handhaven van het huidige tijdpad. Gezien dit besluit leidend is hebben wij dit als DG&J nu vertaald naar de GR. Wij hopen hierin op uw begrip. De nieuwe redactie van de artikelen 34 en 40 GR staat handhaving van het huidige tijdspad toe en heeft als voordeel dat wijziging niet nodig is, indien op termijn aanpassing van het tijdspad gewenst is. DG&J is zich er daarnaast van bewust dat het voor de gemeenten van belang is dat de stukken van de P&C-cyclus tijdig bij hen worden aangeleverd.
18 44/70
Zienswijzen gemeenten 8e wijziging GR DG&J
Overige (tekstuele) wijzigingen
raadsadviescommissie is, gezien de complexiteit, en de grote financiële belangen, die deze GR voor onze gemeente met zich meebrengt. De gemeenteraad van de gemeente Molenlanden stelt aan de gemeenteraden die deelnemen in de GR DG&J het volgende voor: - De adviescommissie te vormen uit 2 deelnemers per gemeente, waarvan bij voorkeur een lid van de coalitiepartijen en een lid uit de oppositiepartijen; - Per gemeenteraad een tweetal reserveleden aan te wijzen; - De afgevaardigde leden tijdens de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad op te dragen verslag uit te brengen aan de gehele raad.
voorstel voor de inrichting van de commissie. Tot op heden hebben 8 van de 10 deelnemende gemeenten zich positief uitgesproken over een dergelijke commissie. Indien Dordrecht en Hoeksche Waard zich positief hierover uitspreken, is aan de voorwaarden voor instelling van de raadsadviescommissie voldaan en zal het Algemeen Bestuur onderzoeken hoe deze commissie kan worden vormgegeven, waarbij wij uw voorstel zullen overwegen. De commissie kan vervolgens op grond van artikel 24a van de Wgr worden ingesteld. Indien Dordrecht en Hoeksche Waard zich uitspreken tegen de commissie, kan deze door het Algemeen Bestuur niet worden ingesteld.
Wij zijn positief over de tekstuele aanscherping en verduidelijking van de tekst van de gemeenschappelijke regeling.
Wij danken u voor uw positieve woorden op de aanscherpingen en verduidelijkingen die wij in de tekst hebben aangebracht.
19 45/70
Zienswijzen gemeenten 8e wijziging GR DG&J Zienswijze Papendrecht
Onderwerp
Aanpassing P&C-cyclus
Regionale raadsadviescommissie
Zienswijze
Beantwoording zienswijze
Op 15 juli 2024 hebben wij van u het verzoek ontvangen om eventueel een zienswijze kenbaar te maken op de voorgenomen achtste wijziging van de gemeenschappelijke regeling Dienst Gezondheid & Jeugd. Wij hebben kennis genomen van de concept-tekst van de wijzigingen, en kunnen in principe instemmen met de voorgestelde wijzigingen. Over de aanpassing van de planning- en controlcyclus hebben wij reeds eerder onze zienswijze gegeven.
Wij danken u voor uw zienswijze op het wijzigingsvoorstel van de GR DG&J, en dat u in principe instemt met de voorgestelde wijzigingen.
Hierover kunnen wij u laten weten dat onze raad in meerderheid voor het instellen van een dergelijke raadsadviescommissie is.
Wij begrijpen uw behoefte aan het instellen van een raadsadviescommissie. Tot op heden hebben 8 van de 10 deelnemende gemeenten zich positief uitgesproken over een dergelijke commissie. Indien Dordrecht en Hoeksche Waard dat ook doen, is aan de voorwaarden voor instelling van de raadsadviescommissie voldaan en zal het Algemeen Bestuur onderzoeken hoe
Wij danken u nogmaals voor uw eerder gegeven zienswijze op de aanpassing van de P&C-cyclus. Naar aanleiding van het AB besluit op 15 februari 2024 om het huidige tijdspad te handhaven hebben wij nu de GR daarop geactualiseerd. De nieuwe redactie van de artikelen 34 en 40 GR staat handhaving van het huidige tijdspad toe en heeft als voordeel dat wijziging niet nodig is, indien op termijn aanpassing van het tijdspad gewenst is.
20 46/70
Zienswijzen gemeenten 8e wijziging GR DG&J deze commissie kan worden vormgegeven. De commissie kan vervolgens op grond van artikel 24a van de Wgr worden ingesteld. Indien Dordrecht en Hoeksche Waard zich uitspreken tegen de commissie, kan deze door het Algemeen Bestuur niet worden ingesteld. Evaluatie GR
Ten aanzien van het evalueren van de gemeenschappelijke regeling (voorgesteld artikel 42 lid 2 GR DG&J) vinden wij het wenselijk een vaste evaluatietermijn vast te stellen om de voortgang en effectiviteit van de GR DG&J te waarborgen. Daarom stellen wij voor dat de regeling minimaal elke drie jaar wordt geëvalueerd, waarbij de resultaten van deze evaluatie worden gerapporteerd aan de deelnemende gemeenteraden.
Uit de ingekomen zienswijzen blijkt dat het voorstel om de GR periodiek te evalueren breed gedragen wordt. U vraagt om een verdere concretisering van de bepaling. DG&J stelt in reactie daarop voor artikel 42, tweede lid als volgt te formuleren: Het algemeen bestuur kan mede op verzoek van de raden van de deelnemende gemeenten besluiten het functioneren van de regeling periodiek te evalueren. Zij stelt daartoe vooraf het doel en de reikwijdte van de evaluatie vast, alsmede de wijze van evalueren. Daarbij worden de deelnemende gemeenten gehoord. N.B. Daarnaast heeft het Algemeen Bestuur in haar vergadering van 13 februari 2025 het Dagelijks Bestuur gevraagd een voorstel voor te bereiden voor concrete invulling van de periodieke evaluatie.
Overige (tekstuele) wijzigingen
Wij zijn positief over de tekstuele aanscherping en verduidelijking van de tekst van de gemeenschappelijke regeling.
Wij danken u voor uw positieve woorden op de aanscherpingen en verduidelijkingen die wij in de tekst hebben aangebracht.
21 47/70
Zienswijzen gemeenten 8e wijziging GR DG&J Zienswijze Sliedrecht
Onderwerp
Aanpassing P&C-cyclus
Regionale raadsadviescommissie
Zienswijze
Beantwoording zienswijze
Op 15 juli 2024 hebben wij een schriftelijk verzoek ontvangen om onze zienswijze te geven op de 8° wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd (GR DG&J), welke op 11 juli 2024 is vastgesteld door het Algemeen Bestuur (AB). Als gemeenteraad vinden wij het belangrijk om onze kaderstellende rol goed te vervullen. Wij geven u daarom graag onze zienswijze mee. Het AB DG&J heeft in juni 2023 de gemeenteraden al afzonderlijk om een zienswijze gevraagd over de gewenste aanpassing van de planning- en control cyclus. Er is op basis van de ingekomen zienswijzen gekozen voor optie 1: handhaven van het huidige tijdspad. Deze keuze sluit aan bij onze voorkeur. Wij begrijpen dat in de Gemeenschappelijke Regeling geen exacte datum wordt genoemd vanwege het behouden van flexibiliteit, maar willen hierbij nogmaals oproepen tot het zo tijdig mogelijk aanleveren van de stukken.
Wij danken u voor uw zienswijze op het wijzigingsvoorstel van de GR DG&J.
Wij zien zeker een meerwaarde in het opzetten van een regionale raadsadviescommissie en zouden hier graag mee experimenteren.
Wij begrijpen uw behoefte om te experimenteren met een raadsadviescommissie. Tot op heden hebben 8 van de 10 deelnemende gemeenten zich positief uitgesproken over een dergelijke commissie. Indien Dordrecht en Hoeksche Waard
Wij danken u voor uw begrip voor de wijze waarop het AB besluit van 15 februari 2024 is verwerkt. De nieuwe redactie van deze artikelen staat handhaving van het huidige tijdspad toe en heeft als voordeel dat wijziging niet nodig is, indien op termijn aanpassing van het tijdspad gewenst is. Tevens begrijpen wij uw oproep om de stukken zo tijdig mogelijk aan te leveren en wij doen hiervoor ons uiterste best.
22 48/70
Zienswijzen gemeenten 8e wijziging GR DG&J dat ook doen, is aan de voorwaarden voor instelling van de raadsadviescommissie voldaan en zal het Algemeen Bestuur onderzoeken hoe deze commissie kan worden vormgegeven. De commissie kan vervolgens op grond van artikel 24a van de Wgr worden ingesteld. Indien Dordrecht en Hoeksche Waard zich uitspreken tegen de commissie, kan deze door het Algemeen Bestuur niet worden ingesteld. Zienswijze andere besluiten
In de GR DG&J is al opgenomen dat de raden een zienswijze wordt gevraagd op de ontwerpbegroting (artikel 34) en op het Meerjarig Beleidsplan (artikel 5). U acht het niet nodig om ten aanzien van meer besluiten een zienswijzemogelijkheid op te nemen, omdat het AB alert is op de positie van de raden en niet zal verzuimen de raden om een zienswijze te vragen wanneer het AB dat noodzakelijk acht. Wij vertrouwen er op dat het AB hier een zorgvuldige afweging in zal maken.
Wij danken u voor uw begrip en het vertrouwen dat u stelt in ons bestuur.
Burgerparticipatie
In de GR DG&J is een bepaling opgenomen die luidt dat het algemeen bestuur ertoe kan besluiten om ingezetenen van de deelnemende gemeenten of andere belanghebbenden te betrekken bij de besluiten die het neemt en de manier waarop dat gebeurt. U schrijft dat er op deze manier wel een directe manier van burgerparticipatie mogelijk is, maar alleen als het algemeen bestuur daartoe besluit. Graag zouden wij ook zien dat er binnen deze bepaling ruimte is
Wij waarderen de focus die u benoemt op onze inwoners. De strekking van de ingekomen zienswijzen is dat de huidige redactie van artikel 15, tweede lid van de GR, die het initiatief om tot burgerparticipatie over te gaan volledig bij het Algemeen Bestuur laat, te vrijblijvend is en de raad buiten spel zet. DG&J stelt in reactie daarop voor artikel 15, tweede lid als volgt te formuleren:
23 49/70
Zienswijzen gemeenten 8e wijziging GR DG&J
Evaluatie GR
voor expliciete verzoeken vanuit de gemeenteraad. Wij vinden het erg belangrijk dat inwoners voldoende betrokken worden bij de besluitvorming. We doen het immers allemaal voor onze inwoners.
Het algemeen bestuur kan mede op verzoek van de raden van de deelnemende gemeenten ertoe besluiten om ingezetenen van de deelnemende gemeenten of andere belanghebbenden te betrekken bij de besluiten die het neemt en te voorzien in de manier waarop dat gebeurt.
In de GR DG&J is een bepaling opgenomen die luidt dat het algemeen bestuur kan besluiten de regeling periodiek te evalueren (zie artikel 42 lid 2 GR). Wij sluiten ons aan bij het punt dat een periodieke evaluatie van de gemeenschappelijke regeling in de communicatie met de raden van toegevoegde waarde kan zijn. Op deze manier houden we elkaar scherp.
Uit de ingekomen zienswijzen blijkt dat het voorstel om de GR periodiek te evalueren breed gedragen wordt. Ook hier is het voor enkele gemeenten te vrijblijvend of niet concreet genoeg. DG&J stelt in reactie daarop voor artikel 42, tweede lid als volgt te formuleren: Het algemeen bestuur kan mede op verzoek van de raden van de deelnemende gemeenten besluiten het functioneren van de regeling periodiek te evalueren. Zij stelt daartoe vooraf het doel en de reikwijdte van de evaluatie vast, alsmede de wijze van evalueren. Daarbij worden de deelnemende gemeenten gehoord.
24 50/70
Zienswijzen gemeenten 8e wijziging GR DG&J Zienswijze Zwijndrecht – Dit betreft een CONCEPT zienswijze. Onderwerp
Aanpassing P&C-cyclus
Zienswijze
Beantwoording zienswijze
De raad van de Gemeente Zwijndrecht heeft in zijn vergadering van 4 maart 2025 kennisgenomen van de Ontwerp Achtste Wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd (hierna GR DGJ). In deze brief geven wij u onze zienswijze hierop. Op basis van de aanbiedingsbrief concluderen wij dat de wijzigingen in de GR-tekst grotendeels technisch van aard zijn en voortkomen uit de aansluiting bij de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). U geeft aan dat u ervoor heeft gekozen om geen concrete termijnen rondom de P&C-cyclus in de nieuwe GR op te nemen. U verwijst in de nieuwe versie naar de betrokken artikelen in de Wgr. Tegelijkertijd constateren wij dat het AB van de DG&J op 15 februari 2024 heeft besloten het huidige tijdspad van de P&C-cyclus te handhaven en dit in de nieuwe GR verwerken (optie 1). Dat was ook de voorkeur die wij hadden uitgesproken in onze raadsvergadering van 26 september 2023; 2023-0107744). Wij begrijpen dat het opnemen van concrete termijnen wellicht te rigide is. Echter, wij benadrukken dat het besluit van het AB van 15 februari in de praktijk leidend moet zijn, dus de daadwerkelijke invulling van “optie 1”.
Wij danken u voor uw zienswijze op het wijzigingsvoorstel van de GR DG&J.
Wij danken u voor uw begrip voor de wijze waarop het AB besluit van 15 februari 2024 is verwerkt. Dit AB-besluit met keuze voor optie 1 is en blijft leidend. DG&J ziet de vertaling hiervan in de 8e wijziging (artikel 34 en 40 GR) niet als een afwijking van het AB-besluit. De nieuwe redactie van deze artikelen staat handhaving van het huidige tijdspad toe en heeft als voordeel dat wijziging niet nodig is, indien op termijn aanpassing van het tijdspad gewenst is. N.B.: In het AB van 13 februari 2025 hebben wij van uw wethouder begrepen dat u toch graag de datum van 15 april wilt laten opnemen in de Wgr. Bovenstaande argumentatie geldt ook voor dit voorstel. Wij hopen op uw begrip.
25 51/70
Zienswijzen gemeenten 8e wijziging GR DG&J Regionale raadsadviescommissie
U vraagt naar het standpunt van onze raad ten aanzien van het instellen van een raadsadviescommissie als bedoeld in artikel 24a van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). We kunnen u laten weten dat deze raad voor het instellen van een dergelijke commissie is, gezien de complexiteit en de grote financiële belangen die de GR met zich meebrengt. We geven in overweging om in de afspraken op te nemen om twee raadsleden (met vervangers) per gemeenteraad af te vaardigen voor zo een op te zetten commissie. De raad van Zwijndrecht is voornemens om actief deel te nemen aan de commissie.
Overige (tekstuele) wijzigingen
Ten aanzien van de overige (technische) wijzigingen hebben wij geen nadere zienswijze aan u kenbaar te maken.
Wij begrijpen uw behoefte aan het instellen van een raadsadviescommissie en danken u voor uw voorstel voor de inrichting van de commissie. Tot op heden hebben 8 van de 10 deelnemende gemeenten zich positief uitgesproken over een dergelijke commissie. Indien Dordrecht en Hoeksche Waard zich positief hierover uitspreken, is aan de voorwaarden voor instelling van de raadsadviescommissie voldaan en zal het Algemeen Bestuur onderzoeken hoe deze commissie kan worden vormgegeven, waarbij wij uw voorstel zullen overwegen. De commissie kan vervolgens op grond van artikel 24a van de Wgr worden ingesteld. Indien Dordrecht en Hoeksche Waard zich uitspreken tegen de commissie, kan deze door het Algemeen Bestuur niet worden ingesteld.
26 52/70
53/70
Raadsvergadering Papendrecht Vergadering van 22 mei 2025 Zaaknummer: 2025-0019804
Voorstel Openbaar
vaststelling 8e wijziging GR DG&J Bevoegde portefeuillehouder:
Jan Dirk van der Borg
Betrokken portefeuillehouder(s):
Arjan Kosten; Jaco van Erk;
Fatale termijn: De Dienst Gezondheid & Jeugd ontvangt graag voor 1 oktober 2025 het besluit tot vaststelling en de toestemming van de raad.
Gevraagd besluit 1. Toestemming te geven voor de achtste wijziging van de gemeenschappelijke regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid.
Inhoud Inleiding Het bestuur van de Dienst Gezondheid & Jeugd vraagt u de achtste wijziging van de gemeenschappelijke regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid (GR DG&J) vast te stellen. Eerder werd aan de raden gevraagd hierop een zienswijze uit te brengen. In het bijzonder werd aan de raden gevraagd zich uit te spreken in hoeverre zij (instelling van) een raadsadviescommissie wenselijk achten. De raad hierop een zienswijze uitgebracht (zie bijlage 7.). In deze zienswijze heeft de raad aangegeven het wenselijk te achten een vaste evaluatietermijn (minimaal elke drie jaar) vast te stellen om de voortgang en effectiviteit van de GR DG&J te waarborgen. En waarbij de resultaten van deze evaluatie worden gerapporteerd aan de deelnemende gemeenteraden. In de definitieve tekst van de gemeenschappelijke regeling is dit voorstel niet onverkort opgenomen. De vaste termijn van evaluatie (minimaal elke drie jaar) is niet overgenomen. Wel heeft DG&J artikel 42, tweede lid als volgt geformuleerd: "Het algemeen bestuur kan mede op verzoek van de raden van de deelnemende gemeenten besluiten het functioneren van de regeling periodiek te evalueren. Zij stelt daartoe vooraf het doel en de reikwijdte van de evaluatie vast, alsmede de wijze van evalueren.
Daarbij worden de deelnemende gemeenten gehoord." Daarnaast heeft het algemeen bestuur in zijn vergadering van 13 februari 2025 het dagelijks bestuur gevraagd een voorstel voor te bereiden voor concrete invulling van de periodieke evaluatie. Beoogd effect Dat de gemeenschappelijke regeling wordt aangepast aan de nieuwe situatie. Argumenten 1.1 Toestemming van de raad is nodig om te regeling te kunnen wijzigen Artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen bepaalt dat college en burgemeester een gemeenschappelijke regeling slechts kunnen treffen of wijzigen na verkregen toestemming van de gemeenteraad. De toestemming kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. 1.2 Wijziging is noodzakelijk omdat de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) met ingang van 1 juli 2022 is gewijzigd, en om andere inhoudelijke redenen.
54/70
Deze wijziging heeft tot doel de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen te versterken, door de kaderstellende en controlerende rol van gemeenteraden te versterken. Een aantal bepalingen in de regeling diende om andere redenen aangepast te worden: bijvoorbeeld vanwege concretere omschrijving of juist vanwege het vervallen van bepalingen. De onderwerpen die ten gevolge van de wijziging van de Wgr in de gemeenschappelijke regeling dienen te worden verwerkt zijn: 1. Aanpassing van de planning- en controlcyclus; 2. Instelling van een regionale raadsadviescommissie; 3. Toepassen van een zienswijze op andere besluiten dan de ontwerpbegroting; 4. Opnemen van bepalingen over wijziging, toetreding, opheffing en uittreding; 5. Invoeren van burgerparticipatie; 6. Invoeren van evaluatie van de GR. 1.3 Naast enkele wijzigingen naar aanleiding van de binnengekomen zienswijzen (waaronder bovengenoemde Papendrechtse zienswijze) is er een laatste aanpassing gedaan in artikel 4. In artikel 4 sub I van de GR zijn de taken genoemd die het samenwerkingsverband uitvoert op het gebied van de Publieke Gezondheid. De opsomming onder 1 t/m 9 betreft de taken uit artikel 2, tweede lid van de Wet publieke gezondheid.
Gebleken is dat de taken genoemd in artikel 5 (jeugdgezondheidszorg), 5a (ouderengezondheidszorg) en 6 van de Wet publieke gezondheid (algemene infectieziektebestrijding) ten onrechte niet in artikel 4 sub I genoemd zijn. Deze drie taken zijn alsnog toegevoegd aan dit artikel onder 10 t/m 12. 2.1 Vaststelling is pas mogelijk na verkregen toestemming van de raad De gemeenteraad dient –na marginale toetsing- toestemming te verlenen voor het besluit van uw college. De gemeenteraad kan de gevraagde toestemming -gemotiveerd- weigeren wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Kanttekeningen Geen Financiën N.v.t. Uitvoering N.v.t. Communicatie & participatie Na de toezending van de besluiten van college en raad ten aanzien van de wijziging van de gewijzigde gemeenschappelijke regeling, draagt het college van Dordrecht zorg voor publicatie. Duurzaamheid & ecologie N.v.t. ICT N.v.t. Alle relevante stukken zijn voor u ter inzage gelegd.
secretaris
burgemeester
55/70 2/3
Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Aanbiedingsbrief vaststelling 8e wijziging GR DGJ 2025.pdf Bijlage 1 - 8e wijziging GR DGJ 2025_schone versie.pdf Bijlage 2 - 8e wijziging GR DGJ 2025_incl wijzigingen bijhouden.pdf Bijlage 3 - Besluit AB 8e wijziging GR DGJ dd. 20250213.pdf Bijlage 4 - Zienswijzeoverzicht Nota van Reactie 8e wijziging GR DGJ.pdf Bijlage 5 - concept collegebesluit Papendrecht - 8e wijziging GR DGJ 2025.docx Bijlage 6 - concept raadsbesluit Papendrecht - toestemming 8e wijziging GR DGJ 2025.doc Bijlage 7 - Zienswijzebrief aan DGJ over 8e wijziging GR DGJ.pdf
Niet digitale bijlagen
56/70 3/3
ADVIESNOTA Bestuur DG&J Datum Onderwerp Organisatieonderdeel Portefeuillehouder Doel van bespreken Vergaderstukken Ten behoeve van
23 oktober 2025 Inrichten periodieke evaluatie GR DG&J Concern De heer Van der Linden Besluitvorming Voorstel Algemeen bestuur DG&J
Geachte leden van het algemeen bestuur DG&J, Het dagelijks bestuur DG&J stelt u het volgende voor: Gevraagd besluit: In te stemmen met: 1. het bijgevoegde voorstel voor het inrichten van een periodieke evaluatie van de gemeenschappelijke regeling DG&J, waarbij: a. het algemeen bestuur de focus en reikwijdte van elke periodieke evaluatie bepaalt, na consultatie van de gemeenteraden door de leden van het algemeen bestuur; b. overeenkomstig het advies van de VNG er elke vier jaar een periodieke evaluatie wordt uitgevoerd; c. het algemeen bestuur voor elke periodieke evaluatie een concreet plan van aanpak vaststelt; d. gemeenteraden worden betrokken bij de uitvoering van elke periodieke evaluatie en een zienswijze kunnen geven op het evaluatierapport; 2. het nog in deze raadsperiode ophalen van ervaringen van gemeenteraden en voorbeelden bij andere gemeenschappelijke regelingen over de invloed van gemeenteraden op de gemeenschappelijke regeling, ten behoeve van de volgende college- en raadsperiode. Managementsamenvatting: In de 8e wijziging van de gemeenschappelijke regeling DG&J (hierna: GR DG&J) is - in navolging van de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen – opgenomen, dat het algemeen bestuur kan besluiten om het functioneren van de regeling periodiek te evalueren.
De gemeenteraad van Papendrecht heeft de besluitvorming over het verlenen van toestemming aan het college voor het vaststellen van de 8e wijziging van de GR DG&J, opgeschort. De reden hiervoor is dat de gemeenteraad wil dat het algemeen bestuur eerst een concreet evaluatieplan vaststelt, waar de raden kennis van hebben kunnen nemen. In de bijlage vindt u een voorstel voor het inrichten van een periodieke evaluatie van het functioneren van de GR DG&J. Daarnaast doen wij in deze adviesnota het voorstel om nog in deze raadsperiode ervaringen op te halen bij de gemeenteraden en voorbeelden bij andere gemeenschappelijke regelingen over de invloed van gemeenteraden op de gemeenschappelijke regeling, ten behoeve van de volgende college- en raadsperiode. Wij informeren het college van de gemeente Papendrecht over uw besluit. Wanneer de gemeenteraad van Papendrecht (en de andere gemeenten in de regio) toestemming heeft (c.q. hebben) verleend aan het college voor het vaststellen van de 8e wijziging van de GR DG&J, kan de gewijzigde regeling worden gepubliceerd en in werking treden. Het algemeen bestuur heeft in de vergadering van 6 juni 2025 de wens uitgesproken dat de 8e wijziging van de GR 1
57/70
DG&J in december van dit jaar wordt gepubliceerd. Inmiddels hebben we van de gemeente Papendrecht vernomen, dat de gemeenteraad op 29 januari 2026 besluit over (het geven van toestemming aan het college voor) het vaststellen van de 8e wijziging van de GR DG&J. Overigens heeft het dagelijks bestuur het advies van de Adviesgroep Eigenaren en Opdrachtgevers overgenomen, dat er naast de periodieke evaluatie van de GR DG&J ook een bredere, inhoudelijke evaluatie wenselijk is. De gemeenten ontwikkelen in hun rol als eigenaren, samen met de DG&J een voorstel voor het organiseren van een inhoudelijke evaluatie van de samenwerking tussen opdrachtgevers en opdrachtnemer, beleid en uitvoering. Argumenten: 1.
Het bijgevoegde voorstel voor het inrichten van een periodieke evaluatie van de GR DG&J, geeft een duidelijk beeld van de mogelijke focus en reikwijdte, frequentie en processtappen van de uit te voeren evaluaties. Belangrijke uitgangspunten in het voorstel zijn:
1.a.
Het algemeen bestuur bepaalt de focus en reikwijdte van elke periodieke evaluatie, na consultatie van de gemeenteraden door de leden van het algemeen bestuur.
Het ligt niet voor de hand om vooraf een vast format te ontwikkelen voor alle periodieke evaluaties. Het is logischer om elke periodieke evaluatie te laten aansluiten op de ervaringen die zijn opgedaan in een lopende raadsperiode en de toekomstige ontwikkelingen die van invloed (kunnen) zijn op het functioneren van de gemeenschappelijke regeling. Bij de opstart van elke periodieke evaluatie doet het dagelijks bestuur een voorstel aan het algemeen bestuur over de focus en reikwijdte van de evaluatie. Het dagelijks bestuur verzoekt de leden van het algemeen bestuur om dit te bespreken met hun eigen gemeenteraden, ter toetsing en verrijking. Na toetsing en verrijking, besluit het algemeen bestuur over de focus en reikwijdte van de evaluatie. 1.b.
De vierjaarlijkse termijn voor het uitvoeren van de periodieke evaluatie sluit aan bij het VNG-advies, waarin wordt voorgesteld om elke raadsperiode een evaluatie uit te voeren.
In de handreiking ‘Verbeterde democratische legitimatie bij gemeenschappelijke regelingen?’ van de VNG, wordt voorgesteld om een periodieke evaluatie uit te voeren in het laatste jaar van een raadsperiode. De evaluatie kan dan nog worden uitgevoerd met de colleges en raden die kennis over de gang van zaken bezitten. Ook het rapport met bevindingen, conclusies en aanbevelingen naar aanleiding van de evaluatie, kunnen dan nog ter zienswijze worden voorgelegd aan dezelfde raden die zijn gehoord tijdens de uitvoering van de evaluatie. Vervolgens kunnen het uiteindelijke rapport en advies direct aan het begin van de nieuwe college- en raadsperiode betrokken worden bij eventuele nieuwe beleidskeuzes. Dat maakt sturing voor de nieuwe college- en raadsleden makkelijker. Dit betekent dat er elke vier jaar een periodieke evaluatie wordt uitgevoerd. Om in het laatste jaar van de volgende raadsperiode een periodieke evaluatie voor te bereiden en uit te voeren, met inbreng van gemeenteraden, start de DG&J de voorbereidingen uiterlijk in januari 2029. 1.c.
Het algemeen bestuur stelt voor elke periodieke evaluatie een concreet plan van aanpak vast.
Het dagelijks bestuur van de GR DG&J is verantwoordelijk voor de coördinatie van de evaluatie en stelt een plan van aanpak op. In het plan van aanpak wordt de focus van de evaluatie geconcretiseerd in evaluatiecriteria. Zo is vooraf duidelijk waar de samenwerking precies op wordt beoordeeld, wanneer het goed loopt en wanneer er sprake is van verbeterpunten. Verder worden in het plan van aanpak de opdrachtgever en opdrachtnemer benoemd, de 2
58/70
aanpak en planning beschreven, aangegeven welke informatiebronnen en sleutelfiguren worden geraadpleegd, hoe de communicatie over de evaluatie verloopt en wat de ingeschatte kosten zijn met daarbij een dekkingsvoorstel. Het plan wordt vastgesteld door het algemeen bestuur. 1.d.
De gemeenteraden worden betrokken bij de uitvoering van elke periodieke evaluatie en kunnen een zienswijze geven op het evaluatierapport.
De raden van de deelnemende gemeenten zijn een belangrijke partij voor de gemeenschappelijke regeling. Zij controleren de gemeenschappelijke regeling namens de inwoners. Gemeenteraden stemmen in met het oprichten van de gemeenschappelijke regeling, kunnen zienswijzen indienen, worden actief geïnformeerd door het bestuur van de regeling en roepen de vertegenwoordigers van hun gemeente binnen de regeling ter verantwoording. Bij het uitvoeren van de periodieke evaluaties van de GR DG&J wordt daarom informatie verzameld bij de raden van de deelnemende gemeenten. Bovendien worden zij gevraagd om een zienswijze te geven op het evaluatierapport. Mogelijk kan ook de nog in te stellen regionale raadsadviescommissie hier een rol in spelen. 2.
Het nog in deze raadsperiode ophalen van ervaringen van gemeenteraden en voorbeelden bij andere gemeenschappelijke regelingen over de invloed van gemeenteraden op de gemeenschappelijke regeling, biedt de kans om te leren van de ervaringen van de huidige deelnemers en andere gemeenschappelijke regelingen en indien gewenst verbeteringen door te voeren voor de komende bestuurs- en raadsperiode.
Concreet wordt voorgesteld om nog in deze raadsperiode ervaringen op te halen van gemeenteraden over hun invloed op de GR DG&J (zie paragraaf 2.2 over Bestuurlijke legitimiteit en democratische controle in bijgevoegd voorstel). De reden hiervoor is dat verschillende gemeenteraden in hun zienswijzen hebben aangeven meer grip te wensen. De tijd die resteert in deze college- en raadsperiode, is (veel) te kort om een evaluatie met inbreng van gemeenteraden voor te bereiden en uit te voeren. Voorgesteld wordt om nog in deze raadsperiode via de griffies ervaringen op te halen bij de gemeenteraden. Daarbij ligt de nadruk op het ophalen van goede voorbeelden en concrete verbetervoorstellen. Dit biedt de kans om te leren van de ervaringen van de huidige deelnemers en indien gewenst verbeteringen door te voeren voor de komende college- en raadsperiode. Dit sluit ook aan bij de geest van de wetswijziging die bedoeld is om de democratische legitimatie te versterken. Dat vraagt om bij het ophalen van ervaringen in ieder geval aandacht te besteden aan de positie van de gemeenteraden en de rol van het algemeen bestuur. Daarnaast haalt de DG&J voorbeelden op bij andere gemeenschappelijke regelingen in ZuidHolland Zuid (in elk geval de GR OZHZ, GR VR en GR Sociaal Drechtsteden) over de invloed van gemeenteraden op de gemeenschappelijke regelingen, ter vergelijking.
Na besluitvorming door het algemeen bestuur, bereidt de DG&J het verzoek voor het ophalen van ervaringen van de gemeenteraden voor en deelt deze begin november 2025 met de griffies. Daarnaast gaat de DG&J in november 2025 in gesprek met andere gemeenschappelijke regelingen in de regio. De DG&J bundelt de verzamelde input vervolgens voor bespreking in het dagelijks bestuur op 22 januari 2026. Het dagelijks bestuur biedt de verzamelde input aan het algemeen bestuur aan, met daarbij een voorstel voor eventuele verbeteringen. Het algemeen bestuur besluit vervolgens op 12 februari 2026 over het aanbieden van de verbetervoorstellen aan de nieuwe gemeenteraden, die het kunnen betrekken bij eventuele nieuwe beleidskeuzes en controle op de GR DG&J. Voorgeschiedenis: Naar aanleiding van een zienswijzeprocedure heeft het algemeen bestuur in de vergadering op 13 februari 2025 een aantal aanpassingen van de tekst van de 8e wijziging van de GR DG&J 3
59/70
vastgesteld en besloten om deze aan te bieden aan de colleges van de deelnemende gemeenten voor definitieve vaststelling. Het algemeen bestuur heeft daarnaast aan het dagelijks bestuur gevraagd om een voorstel voor te bereiden over de frequentie, omvang en inhoud van een periodieke evaluatie. Financiën: Kosten, baten en dekking Er is geen bedrag opgenomen in de (meerjaren)begroting voor het periodiek evalueren van de GR DG&J. In het voorstel voor het inrichten van een periodieke evaluatie van de GR DG&J, is aangegeven dat er per periodieke evaluatie een plan van aanpak wordt opgesteld met daarin onder andere een inschatting van de kosten en dekkingsvoorstel. De reden hiervoor is dat het algemeen bestuur per periodieke evaluatie bepaalt wat de focus, reikwijdte en aanpak moeten zijn. Zo kan goed worden aangesloten op opgedane ervaringen in de lopende raadsperiode en toekomstige ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op het functioneren van de GR DG&J. Dit betekent dat de voorbereidingen tijdig moeten worden opgestart, zodat er rekening mee kan worden gehouden bij het opstellen van de begroting. Het ophalen van ervaringen van gemeenteraden en voorbeelden bij andere gemeenschappelijke regelingen door de DG&J in de huidige raadsperiode, wordt opgevangen binnen de beschikbare capaciteit van de DG&J. Hiervoor worden geen extra financiële middelen gevraagd.
Communicatie: Het besluit van het algemeen bestuur over het voorstel voor het inrichten van een periodieke evaluatie van de GR DG&J wordt per brief teruggekoppeld aan het college van de gemeente Papendrecht, met het verzoek om de gemeenteraad hierover te informeren. Ook de andere colleges ontvangen een informatiebrief daarbij het voorstel, met het verzoek om deze met hun gemeenteraad te delen. Nadat de colleges van de 10 gemeenten de 8e wijziging van de GR DG&J definitief hebben vastgesteld, wordt de nieuwe vastgestelde tekst bekendgemaakt in het elektronisch gemeenteblad van de gemeente Dordrecht. Over de inwerkingtreding van de 8e wijziging van de GR DG&J wordt een bericht geplaatst op de website van DG&J. Vervolgprocedure: Na besluitvorming door het algemeen bestuur over het voorstel voor het inrichten van een periodieke evaluatie van de GR DG&J, start de DG&J de voorbereidingen voor het ophalen van ervaringen en voorbeelden in de huidige raadsperiode. Om in het laatste jaar van de volgende raadsperiode een periodieke evaluatie voor te bereiden en uit te voeren, met inbreng van gemeenteraden, start de DG&J de voorbereidingen uiterlijk in januari 2029.
4
60/70
Voorstel voor het inrichten van een periodieke evaluatie van de gemeenschappelijke regeling DG&J
Vastgesteld door het algemeen bestuur op 30 oktober 2025
61/70
Inhoudsopgave 1
Inleiding
3
2
Focus en reikwijdte
3
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
3 4 5 5 6
Inleiding Bestuurlijke legitimiteit en democratische controle Doelmatigheid en doeltreffendheid Samenwerking en vertrouwen Werking van toegevoegde instrumenten voor democratische legitimatie
3
Frequentie
6
4
Processtappen
7
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6
7 7 7 8 8 8
Inleiding Voorbereiding Verzamelen van informatie Analyse en rapportage Zienswijzen Besluitvorming
62/70| Dienst Gezondheid & Jeugd | Soort product (rapport etc.)
2
1 Inleiding In de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen per 1 juli 2022 is opgenomen dat er verplichte afspraken moeten worden gemaakt rond evaluatie. Dit moet bijdragen aan het versterken van de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen. In het voorstel voor de achtste wijziging van de gemeenschappelijke regeling Dienst Gezondheid & Jeugd (hierna: GR DG&J), is in het tweede lid van artikel 42, het volgende opgenomen: “Het algemeen bestuur kan mede op verzoek van de raden van de deelnemende gemeenten besluiten het functioneren van de regeling periodiek te evalueren. Zij stelt daartoe vooraf het doel en de reikwijdte van de evaluatie vast, alsmede de wijze van evalueren. Daarbij worden de deelnemende gemeenten gehoord.” Voor u ligt een voorstel voor het inrichten van een periodieke evaluatie van de GR DG&J.
2 Focus en reikwijdte 2.1 Inleiding Het ligt niet voor de hand om vooraf een vast format te ontwikkelen voor alle periodieke evaluaties. Het is logischer om elke periodieke evaluatie te laten aansluiten op de ervaringen die zijn opgedaan in een lopende raadsperiode en de toekomstige ontwikkelingen die van invloed (kunnen) zijn op het functioneren van de gemeenschappelijke regeling. In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke aspecten een periodieke evaluatie zich kan richten. Bij de opstart van elke periodieke evaluatie doet het dagelijks bestuur een voorstel aan het algemeen bestuur over de focus en reikwijdte van de evaluatie. Het dagelijks bestuur verzoekt de leden van het algemeen bestuur om dit te bespreken met hun eigen gemeenteraden, ter toetsing en verrijking. Na toetsing en verrijking, besluit het algemeen bestuur over de focus en reikwijdte van de evaluatie.
2.1.1 Focus De periodieke evaluaties hebben als doel het evalueren en zo nodig bijsturen van het functioneren van de gemeenschappelijke regeling. Er wordt geëvalueerd hoe de samenwerking verloopt, of de beoogde doelen van de samenwerking worden gehaald en of de structuur, werkwijze en resultaten nog aansluiten bij wat de deelnemende gemeenten willen. Ook kunnen er inhoudelijke onderwerpen worden betrokken bij een evaluatie, voor zover deze een duidelijke relatie hebben met het functioneren van de GR. Bij de opstart van elke periodieke evaluatie bepaalt het algemeen bestuur de focus van de evaluatie. Deze kan zich richten op één of meer (onderdelen) van de volgende aspecten van het functioneren van de gemeenschappelijke regeling: 1. bestuurlijke legitimiteit en democratische controle; 2. doelmatigheid en doeltreffendheid; 3. samenwerking en vertrouwen;
63/70| Dienst Gezondheid & Jeugd | Soort product (rapport etc.)
3
4. werking van toegevoegde instrumenten voor democratische legitimatie. Deze vier aspecten worden in de volgende paragrafen toegelicht.
2.1.2 Reikwijdte Naast de focus, bepaalt het algemeen bestuur ook de reikwijdte van elke periodieke evaluatie. De evaluatie kan smal worden opgezet. Na het bepalen van de focus, kan de evaluatie worden afgebakend tot het functioneren van een specifiek gremium (bijvoorbeeld het dagelijks bestuur, algemeen bestuur of de regionale raadsadviescommissie), of een specifiek onderdeel van de samenwerking (bijvoorbeeld de P&C-cyclus of de wijze van verantwoording). Er kan ook gekozen worden voor een brede insteek. Daarbij wordt breed gekeken naar het functioneren van alle gremia en onderdelen voor de gekozen focus van de evaluatie. Zoals eerder aangegeven, zijn opgedane ervaringen in de lopende raadsperiode en toekomstige ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn, bepalend voor de focus en reikwijdte van een periodieke evaluatie. Daarnaast spelen ook randvoorwaarden, zoals het beschikbaar zijn van voldoende budget, een rol.
2.2 Bestuurlijke legitimiteit en democratische controle Een periodieke evaluatie kan zich (onder andere) richten op (onderdelen van) het aspect Bestuurlijke legitimiteit en democratische controle. Binnen dit aspect wordt onderscheid gemaakt tussen: 1. transparantie in besluitvorming; 2. kunnen gemeenteraden voldoende invloed uitoefenen?
2.2.1 Transparantie in besluitvorming Evaluatievragen: a. Worden raadsleden tijdig geïnformeerd over besluiten, waarbij de voorstellen zijn voorzien van een context, alternatieven zijn afgewogen en de financiële, juridische consequenties en risico’s in beeld zijn gebracht? b. Zijn deze stukken openbaar en goed toegankelijk voor de raadsleden? c. Is er bij betrokkenen, maar met name de raadsleden, duidelijkheid over de te volgen procedures voor besluitvorming? d. Zijn daarbij rollen van de leiding van de ambtelijke organisatie, de leden van het dagelijks en algemeen bestuur en de gemeenteraden onderscheiden, goed vastgelegd én wordt hiernaar ook in de praktijk gehandeld?
2.2.2 Kunnen gemeenteraden voldoende invloed uitoefenen? Evaluatievragen: a. Kunnen zij ten aanzien van belangrijke besluiten zienswijzen indienen (en dat kan meer zijn dan alleen de wettelijke verplichte zienswijze op de begroting) en wordt er adequaat gereageerd op dergelijke zienswijzen? b. Legt de ‘eigen wethouder’ (als lid van het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling) goed verantwoording af aan de raad over wat er