RV Vaststelling 8e wijzinging GR DG&J GETEKEND.pdf
Tekst van het document
Raadsvergadering Papendrecht Vergadering van 29 januari 2026 Zaaknummer: 2025-0122008
Voorstel Openbaar
Vaststelling 8e wijziging GR DG&J Bevoegde portefeuillehouder:
Jan Dirk van der Borg
Betrokken portefeuillehouder(s):
Arjan Kosten; Jaco van Erk;
Wettelijke basis (aanvullend) Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) Fatale termijn: Het AB Dienst Gezondheid & Jeugd wilde oorspronkelijk in december 2025 de gewijzigde GR publiceren. Dat is niet meer haalbaar. Het AB DG&J is bekend met het gegeven dat besluitvorming in Papendrecht na de jaarwisseling plaatsvindt.
Gevraagd besluit 1. Toestemming te geven voor de 8e wijziging van de gemeenschappelijke regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid.
Inhoud Inleiding Het bestuur van de Dienst Gezondheid & Jeugd vraagt u toestemming te geven voor de vaststelling van de 8e wijziging van de gemeenschappelijke regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid (GR DG&J). Eerder werd aan de raden gevraagd een zienswijze uit te brengen op de concept wijziging. De Raad heeft hierop een zienswijze uitgebracht (bijlage 5). In deze zienswijze heeft de raad aangegeven het wenselijk te achten een vaste evaluatietermijn vast te stellen om de voortgang en effectiviteit van de GR DG&J te waarborgen. In de raadsvergaderingen van 15 en 22 mei 2025 is de vaststelling van de 8e wijziging van de GR DG&J behandeld. De gemeenteraad heeft besloten de besluitvorming over de vaststelling 8e wijziging GR DG&J op te schorten. De meerderheid van de fracties koos voor uitstel om een concreet voorstel van het DB van de DG&J over de invulling van de evaluatieplan af te wachten. De raad wilde hiermee een duidelijk signaal afgeven over het belang van de evaluatie, die niet expliciet genoeg is opgenomen in de 8e wijziging, namelijk zonder vaste evaluatietermijn. B&W heeft hierna een brief gestuurd aan het AB DG&J waarin is benoemd dat het evaluatieplan en de 3-jaars termijn voor de gemeenteraad van Papendrecht randvoorwaardelijk zijn voor instemming.
Vervolgens is door het DB DG&J een conceptvoorstel geschreven voor het inrichten van een periodieke evaluatie van de GR DG&J (bijlage 7), met een adviesnota (bijlage 8). Dit voorstel is door het AB DG&J vastgesteld in de vergadering van 30 oktober 2025 en ter kennisneming gestuurd naar raden en colleges. Beoogd effect De 8e wijziging van de GR DG&J heeft als doel de gemeenschappelijke regeling te actualiseren, zodat deze beter aansluit op de huidige wet- en regelgeving, bestuurlijke afspraken en de manier waarop de DG&J inmiddels werkt. De GR DG&J kan daarmee efficiënter, transparanter en in lijn met de actualiteit functioneren.
Argumenten 1.1 Voorstel voor het inrichten van een periodieke evaluatie van de gemeenschappelijke regeling DG&J is vastgesteld Met de vaststelling van het voorstel voor het inrichten van een periodieke evaluatie van de GR DG&J is voldaan aan de vraag van de gemeenteraad. Het bestuur van de DG&J heeft aantoonbaar gereageerd op uw zienswijze en deze verwerkt in een concreet evaluatievoorstel. 1.2 De 4-jaarlijkse periodieke evaluatie van de GR DG&J sluit aan bij een raadsperiode In het voorstel voor het inrichten van een periodieke evaluatie van de GR DG&J is een termijn van eens per 4 jaar opgenomen, dus in iedere raadsperiode. Dit sluit aan bij de handreiking 'Verbeterde democratische legitimatie bij gemeenschappelijke regelingen?’ van de VNG, waarin wordt voorgesteld om een periodieke evaluatie uit te voeren in het laatste jaar van een raadsperiode. De evaluatie kan dan nog worden uitgevoerd met de colleges en raden die kennis over de gang van zaken bezitten. Ook het rapport met bevindingen, conclusies en aanbevelingen naar aanleiding van de evaluatie, kunnen dan nog ter zienswijze worden voorgelegd aan dezelfde raden die zijn gehoord tijdens de uitvoering van de evaluatie. Vervolgens kunnen het uiteindelijke rapport en advies direct aan het begin van de nieuwe college- en raadsperiode betrokken worden bij eventuele nieuwe beleidskeuzes.
Dat maakt sturing voor de nieuwe college- en raadsleden makkelijker. 1.3 Nog deze raadsperiode wordt een start gemaakt met de evaluatie Om in het laatste jaar van de volgende raadsperiode een periodieke evaluatie voor te bereiden en uit te voeren, met inbreng van gemeenteraden, start de DG&J de voorbereidingen uiterlijk in januari 2029. In de resterende raadsperiode zal echter al worden gestart met evalueren, door via de griffies ervaringen op te halen bij alle gemeenteraden over hun invloed op de GR DG&J, omdat meerdere raden in hun zienswijze hebben aangegeven meer grip te willen (bijlage 8). Een volledige evaluatie past niet meer in de beschikbare tijd, maar het verzamelen van goede voorbeelden en concrete verbetervoorstellen kan wél bijdragen aan verbetering voor de volgende college- en raadsperiode. 1.4 Toestemming van de raad is nodig om te regeling te kunnen wijzigen Artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen bepaalt dat college en burgemeester een gemeenschappelijke regeling slechts kunnen treffen of wijzigen na verkregen toestemming van de gemeenteraad. De toestemming kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. 1.5 Wijziging is noodzakelijk omdat de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) met ingang van 1 juli 2022 is gewijzigd, en om andere inhoudelijke redenen.
De wijziging moet zorgen voor een sterkere democratische controle op de gemeenschappelijke regeling. Gemeenteraden krijgen een duidelijkere rol bij het stellen van kaders en het controleren van het bestuur. Daarnaast moesten een aantal regels worden aangepast om andere redenen, zoals het duidelijker maken van bestaande afspraken of het vervallen van bepalingen. Door de wijziging in de Wgr moeten in de regeling de volgende onderdelen worden opgenomen: 1. Een aangepaste planning- en controlcyclus. 2. Het instellen van een regionale raadsadviescommissie. 3. Het gebruiken van een zienswijze bij meer besluiten dan alleen de ontwerpbegroting. 4. Regels over het wijzigen van de regeling en over toetreding, uittreding en opheffing. 5. Het invoeren van burgerparticipatie. 6. Het invoeren van een evaluatie van de gemeenschappelijke regeling. 1.5 Naast enkele wijzigingen naar aanleiding van de binnengekomen zienswijzen (waaronder de Papendrechtse zienswijze) is er een laatste aanpassing gedaan in artikel 4. In artikel 4 sub I van de GR zijn de taken genoemd die het samenwerkingsverband uitvoert op het gebied van de Publieke Gezondheid. De opsomming onder 1 t/m 9 betreft de taken uit artikel 2, tweede lid van de Wet publieke gezondheid. Gebleken is dat de taken genoemd in artikel 5 (jeugdgezondheidszorg), 5a (ouderengezondheidszorg) en 6 van de Wet publieke gezondheid
2/70
(algemene infectieziektebestrijding) ten onrechte niet in artikel 4 sub I genoemd zijn. Deze drie taken zijn alsnog toegevoegd aan dit artikel onder 10 t/m 12. 2.1. Vaststelling is pas mogelijk na verkregen toestemming van de raad De gemeenteraad moet – na een beperkte toets – toestemming geven voor het besluit van het college. De raad mag deze toestemming alleen weigeren als er sprake is van strijd met de wet of als het besluit duidelijk niet in het algemeen belang is. Alle deelnemende raden hebben inmiddels toestemming verleend voor de 8e wijziging van de GR DG&J. Met instemming van de raad van Papendrecht kan het algemeen bestuur de wijziging definitief vaststellen. Kanttekeningen Geen Financiën Geen Uitvoering N.v.t. Communicatie & participatie N.v.t. Duurzaamheid & ecologie N.v.t. ICT N.v.t. Link besluiten Besluit tot indienen van een zienswijze op de 8e wijziging van de gemeenschappelijke regeling. Alle relevante stukken zijn voor u ter inzage gelegd.
secretaris
burgemeester
Bijlagen 1. Bijlage 1 - Aanbiedingsbrief vaststelling 8e wijziging GR DGJ 2025.pdf 2. Bijlage 2 - 8e wijziging Gemeenschappelijke regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid 3. Bijlage 3 - Besluit AB 8e wijziging Gemeenschappelijke regeling Dienst Gezondheid & Jeugd ZuidHolland Zuid 4. Bijlage 4 - Zienswijzeoverzicht Nota van Reactie 8e wijziging Gemeenschappelijke regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid 5. Bjilage 5 - Zienswijzebrief aan DGJ naar aanleiding van voornemen 8e wijziging Gemeenschappelijke regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid 6. Bijlage 6 - Raadsvoorstel 22 mei 2025 Vaststelling 8e wijziging Gemeenschappelijke regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid 7. Bijlage 7- adviesnota aan het AB GR DG&J van 30 oktober 2025 over periodieke evaluatie
3/70
8. Bijlage 8 - het inrichten van een periodieke evaluatie van de gemeenschappelijke regeling DG&J vastgesteld in het AB van 30 oktober 2025
Niet digitale bijlagen Geen
4/70
Aan het college van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten van de Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid
Uw kenmerk
Ons kenmerk UIT/2507991
Datum 18 februari 2025
Onderwerp Vaststelling achtste wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd
Bijlage(n) 6
Behandeld door/mailadres H.W. Ophoff/ hw.ophoff-hardeman@dgjzhz.nl
Geacht college, Tussen 11 juli en 1 december 2024 heeft u uw raad in gelegenheid gesteld op het wijzigingsvoorstel van de 8e wijziging GR Dienst Gezondheid & Jeugd (DG&J) hun zienswijze te geven. Wij danken u voor het uitbrengen van uw zienswijze. De ingekomen zienswijzen zijn in de bijgevoegde nota van reactie beantwoord en daaruit wordt ook duidelijk welke wijzigingen naar aanleiding hiervan nog in de gemeenschappelijke regeling zijn verwerkt. Aanpassing artikel 4 GR Naast enkele wijzigingen naar aanleiding van de binnengekomen zienswijzen is er een laatste aanpassing gedaan in artikel 4. In artikel 4 sub I van de GR zijn de taken genoemd die het samenwerkingsverband uitvoert op het gebied van de Publieke Gezondheid. De opsomming onder 1 t/m 9 betreft de taken uit artikel 2, tweede lid van de Wet publieke gezondheid. Gebleken is dat de taken genoemd in artikel 5 (jeugdgezondheidszorg), 5a (ouderengezondheidszorg) en 6 van de Wet publieke gezondheid (algemene infectieziektebestrijding) ten onrechte niet in artikel 4 sub I genoemd zijn. Deze drie taken zijn alsnog toegevoegd aan dit artikel onder 10 t/m 12. Op 13 februari 2025 heeft het algemeen bestuur (AB) van de DG&J ingestemd met het bijgaande voorstel tot achtste wijziging van de gemeenschappelijke regeling.
Verzoek Het AB verzoekt u nu deze achtste wijziging van de gemeenschappelijke regeling conform voorliggend voorstel vast te stellen. Hiertoe heeft u de toestemming nodig van uw gemeenteraad. Graag ontvangen wij voor 1 oktober 2025 een afschrift van uw besluit en van de verleende toestemming door de gemeenteraad. Hiervoor kunt u de bijgevoegde formats gebruiken, waarbij de juiste data van besluitvorming in college en raad van belang zijn voor de publicatie. Nadat wij de besluiten van alle deelnemende colleges en raden hebben ontvangen draagt het college van Dordrecht zorgt voor publicatie.
5/70
Bijlagen 1. 8e wijziging GR DG&J 2025, schone versie; 2. 8e wijziging GR DG&J 2025, versie incl. weergegeven wijzigingen; 3. AB besluit 13.02.2025 4. Nota van reactie zienswijzen wijzigingsvoorstel 8 e wijziging GR DG&J; 5. (model-)besluit tot 8e wijziging van de GR DG&J, dat uw college dient te nemen en waarvoor uw gemeenteraad toestemming moet geven. Dit besluit bevat tevens de geconsolideerde nieuwe tekst van de regeling; 6. Een ontwerpbesluit voor de gemeenteraad. Voor eventuele vragen kunt u contact opnemen met hw.ophoff-hardeman@dgjzhz.nl (tot 10 maart 2025) of a.zoetekouw@dgjzhz.nl. Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Het algemeen bestuur van de Dienst Gezondheid & Jeugd de secretaris,
de voorzitter,
E.S. Schurink
H. van der Linden
6/70
Gemeenschappelijke regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid TEKST NA ACHTSTE WIJZIGING
In werking getreden
Terugwerkend t/m
Betreft 8e wijziging
15 maart 2023
Niet
7e wijziging
16 januari 2020
1 juli 2019
21 juli 2018
1 januari 2018
30 december 2016
1 januari 2016
6 maart 2015
1 januari 2015
12 december 2013
Niet
19 december 2012
Niet
19 juli 2012
1 juli 2012
Bron bekendmaking
Gemeenteblad Dordrecht 11007 14 maart 2023 6e wijziging Staatscourant 3044 15 januari 2020 5e wijziging Staatscourant 41862 20 juli 2018 4e wijziging Staatscourant 72542 29 december 2016 3e wijziging Staatscourant 5975 5 maart 2015 2e wijziging Wegener bladen 11 december 2013 Intrekken bijlage 3 Wegener bladen [artikel 55 en 56] 18 december 2012 Integrale vaststelling Wegener bladen 18 juli 2012
Gemeenschappelijke regeling DG&J Zuid-Holland Zuid
Kenmerk voorstel
AB-220210.3b AB190516.3b AB171102.5b4 AB151210.5c -130726 2012000344 2012000139
Pagina 1 van 21
7/70
INHOUDSOPGAVE ALGEMEEN
Overwegingen en besluit
3
HOOFDSTUK 1
Begripsbepalingen
4
HOOFDSTUK 2
Het openbaar lichaam
4
HOOFDSTUK 3
Doel en belangen
4
HOOFDSTUK 4 Afdeling 1 Afdeling 2 Afdeling 3 Afdeling 4
Taken en bevoegdheden Taken en bevoegdheden Dienstverlening Het aangaan van regelingen met derden Privaatrechtelijke rechtshandelingen en de voorbereiding daarvan
5 5 7 7
HOOFDSTUK 5 Afdeling 1 Afdeling 2 Afdeling 3
Bestuursorganen Het algemeen bestuur Het dagelijks bestuur De voorzitter
7 7 10 11
HOOFDSTUK 6
Commissies van advies en bijstand
11
HOOFDSTUK 7 Afdeling 1 Afdeling 2 Afdeling 3 Afdeling 4
Personeel en organisatie De directie De secretaris Rechtspositie personeel Organisatie
12 12 12 12 13
HOOFDSTUK 8 Afdeling 1 Afdeling 2 Afdeling 3
Algemene financiële bepalingen Financiële administratie De begroting De jaarrekening
13 13 13 15
HOOFDSTUK 9
Geschillen en evaluatie
15
HOOFDSTUK 10
Klachten- en Ombudsvoorziening
16
HOOFDSTUK 11
Het archief
16
HOOFDSTUK 12
Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing
16
HOOFDSTUK 13
Overgangs- en slotbepalingen
18
Gemeenschappelijke regeling DG&J Zuid-Holland Zuid
7
Pagina 2 van 21
8/70
OVERWEGINGEN EN BESLUIT De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Alblasserdam, Dordrecht, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Hoeksche Waard, Molenlanden, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht; overwegende: dat in de Wet publieke gezondheid de verplichting is opgenomen dat de colleges van burgemeester en wethouders die behoren tot een regio als bedoeld in de Wet veiligheidsregio’s, via het treffen van een gemeenschappelijke regeling zorg moeten dragen voor de instelling en instandhouding van een regionale gezondheidsdienst in die regio; gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen; besluiten: de gemeenschappelijke regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid te wijzigen [achtste wijziging] en als volgt vast te stellen:
Gemeenschappelijke regeling DG&J Zuid-Holland Zuid
Pagina 3 van 21
9/70
HOOFDSTUK 1
BEGRIPSBEPALINGEN
Artikel 1 1. In deze regeling wordt verstaan onder: a. deelnemende gemeente: een aan de regeling deelnemende gemeente; b. gebied: het grondgebied van de deelnemende gemeenten; c. jeugdhulp: jeugdhulp, op preventie gerichte ondersteuning van jeugdigen, jeugdreclassering en het voorzien in kinderbeschermingsmaatregelen, zoals bedoeld in de Jeugdwet. d. programma: een programma in de begroting van het samenwerkingsverband, zoals bedoeld in artikel 8 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV); e. regeling: deze gemeenschappelijke regeling; f. samenwerkingsverband: het rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2 van deze regeling; g. Veilig Thuis: een advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling, zoals bedoeld in artikel 4.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; h. wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen; 2. Waar in deze regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige andere wet of wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard, komen in die artikelen in de plaats van de gemeente, de gemeenteraad, het college en de burgemeester, onderscheidenlijk het samenwerkingsverband, het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.
HOOFDSTUK 2
HET OPENBAAR LICHAAM
Artikel 2 1. Er is een openbaar lichaam genaamd: Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid. 2. Het openbaar lichaam is rechtspersoon als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de wet en is gevestigd in Dordrecht.
HOOFDSTUK 3
DOEL EN BELANGEN
Artikel 3 Het samenwerkingsverband heeft tot doel het behartigen van de belangen van de deelnemende gemeenten door het adviseren over en uitvoeren van taken op de volgende gebieden: 1. publieke gezondheid; 2. onderwijs; 3. jeugdhulp; 4. de maatschappelijke ondersteuning, in het bijzonder huiselijk geweld en kindermishandeling.
Gemeenschappelijke regeling DG&J Zuid-Holland Zuid
Pagina 4 van 21
10/70
HOOFDSTUK 4 TAKEN EN BEVOEGDHEDEN AFDELING 1
TAKEN EN BEVOEGDHEDEN
Artikel 4 Het samenwerkingsverband voert taken uit op de in artikel 3 genoemde gebieden. De daarmee samenhangende bevoegdheden worden in en door deze regeling door de deelnemende gemeenten aan het algemeen bestuur gedelegeerd. Het algemeen bestuur kan deze bevoegdheden delegeren aan het dagelijks bestuur. Waar sprake is van bevoegdheden waarvoor de deelnemende gemeenten organen van het samenwerkingsverband hebben gemandateerd, wordt dat specifiek vermeld. I. Publieke gezondheid Het samenwerkingsverband voert op het gebied van de Publieke Gezondheid de volgende taken uit: 1. het verwerven van, op epidemiologische analyse gebaseerd, inzicht in de gezondheidssituatie van de bevolking; 2. het elke vier jaar, voorafgaand aan de opstelling van de nota gemeentelijke gezondheidsbeleid, bedoeld in artikel 13, tweede lid van de Wet publieke gezondheid, op landelijk gelijkvormige wijze verzamelen en analyseren van gegevens over deze gezondheidssituatie; 3. het bewaken van gezondheidsaspecten in bestuurlijke beslissingen; 4. het bijdragen aan opzet, uitvoering en afstemming van preventieprogramma’s, met inbegrip van programma’s voor de gezondheidsbevordering; 5. het bevorderen van medisch milieukundige zorg; 6. het bevorderen van technische hygiënezorg; 7. het bevorderen van psychosociale hulp bij rampen; 8. het geven van prenatale voorlichting aan aanstaande ouders; 9.
het aanbieden van een vrijwillig prenataal huisbezoek door de organisatie die voor het college de jeugdgezondheidszorg verricht, voor zover daartoe aanleiding is na toepassing van een adequaat signaleringsinstrument, alsmede het in dat kader door het college bepalen van de omvang van deze doelgroep; 10. de uitvoering van de jeugdgezondheidszorg; 11. de uitvoering van de ouderengezondheidszorg; 12. de uitvoering van de algemene infectieziektebestrijding; 13. het houden van toezicht als bedoeld in artikel 1.61 van de Wet kinderopvang; 14. het houden van toezicht als bedoeld in artikel 6.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; 15. het namens het college uitoefenen van de Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGZ), onderverdeeld in: a. het in stand houden van een Meldpunt Zorg en Overlast voor de toeleiding naar nietacute zorg en overlast als bedoeld in artikel 2.1.1 van de Wet maatschappelijk ondersteuning 2015 en artikel 172 van de Gemeentewet; b. het in stand houden van een Meldpunt Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg voor de toeleiding naar acute zorg als bedoeld in hoofdstuk 6 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. II. Onderwijs Het samenwerkingsverband voert op het gebied van het Onderwijs de volgende taken uit: 1. Het bewaken van de leerplicht en de kwalificatieplicht door het als bevoegd gezag uitvoeren van de Leerplichtwet.
Gemeenschappelijke regeling DG&J Zuid-Holland Zuid
Pagina 5 van 21
11/70
2. Het voorkomen van voortijdig schoolverlaten door het namens het college uitvoeren van de Regionale Meld- en Coördinatiefunctie, als bedoeld in de Regels inzake regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten, na inwerkingtreding van de Wet Van school naar duurzaam werk, Doorstroompunt genoemd. III. Jeugdhulp
1. Het samenwerkingsverband voert op het gebied van Jeugdhulp als bevoegd gezag de volgende taken uit: a. de inkoop en het contractmanagement ten aanzien van jeugdhulpaanbieders en Gecertificeerde Instellingen; b. clientadministratie en facturatie; c. advies, informatievoorziening en verantwoording; d. contractbeheer en projectleiding. 2. Het samenwerkingsverband voert op het gebied van Jeugdhulp namens het college de volgende taken uit: a. de bevoegdheden van het college als bedoeld in de hoofdstukken 1, 2, 6, 7, 8 en 10 van de Jeugdwet; b. de bevoegdheden van het college als bedoeld in de Verordening jeugdhulp en de daarop gebaseerde regels van elke deelnemende gemeente; c. het verrichten van proceshandelingen en het vertegenwoordigen van het bevoegd orgaan in bestuursrechtelijke en civiele procedures ten aanzien van de taken en bevoegdheden zoals bedoeld in dit artikel. IV. Huiselijk geweld en kindermishandeling Het samenwerkingsverband voert op het gebied van Huiselijk geweld en kindermishandeling de volgende taken uit: a. Het uitvoeren van de taken en bevoegdheden van Veilig Thuis als bedoeld in hoofdstuk 4 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; b. Het uitvoeren van de taken en bevoegdheden in de Jeugdwet en de daaronder vallende regelingen, voor zover deze betrekking hebben op Veilig Thuis; c.
Het in stand houden van een regionaal crisisinterventieteam voor acuut onveilige situaties; d. de risicotaxatie en de procesregie voor de uitvoering van de Wet tijdelijk huisverbod. Artikel 5 1. De in artikel 4 genoemde taken en bevoegdheden worden nader omschreven en uitgewerkt in een vierjaarlijks door het algemeen bestuur vast te stellen meerjarig beleidsplan. 2. Het meerjarig beleidsplan omvat een globaal overzicht van de in het op de vaststelling volgende vier jaar te ondernemen activiteiten, alsmede een globaal overzicht van de financiële gevolgen van deze activiteiten zoals die jaarlijks in de begroting zullen worden opgenomen. 3. Het ontwerp meerjarig beleidsplan wordt tenminste acht weken voor de aanbieding aan het algemeen bestuur door het dagelijks bestuur toegezonden aan de raden van de deelnemende gemeenten, zodat zij hierop hun zienswijze kenbaar kunnen maken. 4. Behoudens het bepaalde in het derde lid van dit artikel en het bepaalde in artikel 34, tweede en derde lid van deze regeling zal het algemeen bestuur door tussenkomst van het dagelijks bestuur de gemeenteraden ook om een zienswijze vragen over onderwerpen en besluiten, waarover naar haar oordeel een zienswijze van de gemeenteraden wenselijk en mogelijk is. Gemeenschappelijke regeling DG&J Zuid-Holland Zuid
Pagina 6 van 21
12/70
AFDELING 2
DIENSTVERLENING
Artikel 6 1. Het samenwerkingsverband is bevoegd tot het verrichten van diensten voor een of meer deelnemende gemeenten en andere publiekrechtelijke organisaties, indien deze daarom verzoeken en het algemeen bestuur dat verzoek inwilligt. 2. Het samenwerkingsverband is bevoegd tot het verrichten van diensten voor instellingen en organen waarin het namens de deelnemende gemeenten zitting heeft, indien de desbetreffende instelling of het orgaan hierom verzoekt en het algemeen bestuur dat verzoek inwilligt. 3. Een besluit tot dienstverlening vermeldt de wijze van kostenverrekening en de overige voorwaarden waaronder tot de gevraagde dienstverlening wordt overgegaan. AFDELING 3
HET AANGAAN VAN REGELINGEN MET DERDEN
Artikel 7 De bestuursorganen van het samenwerkingsverband hebben ter verwezenlijking van de taken die zijn opgenomen in deze regeling de bevoegdheid om een gemeenschappelijke regeling aan te gaan als bedoeld in hoofdstuk IX van de wet, of toe te treden tot een gemeenschappelijke regeling als bedoeld in hoofdstuk VIII van de wet. AFDELING 4
PRIVAATRECHTELIJKE RECHTSHANDELINGEN EN DE VOORBEREIDING DAARVAN
Artikel 7a 1. Het samenwerkingsverband heeft de beschikking over alle hem van rechtswege toekomende bevoegdheden om aan het maatschappelijk verkeer deel te nemen als bedoeld in artikel 31 van de wet. 2. Het samenwerkingsverband is bevoegd tot de oprichting van en de deelneming in privaatrechtelijke rechtspersonen, met inachtneming van het daarover bepaalde in artikel 31a van de wet. 3. Het samenwerkingsverband is bevoegd tot verlening van een uitsluitend recht in de zin van artikel 18 van de Richtlijn 2014/24/EU en artikel 2.24, onder a, van de Aanbestedingswet, ter zake van dienstverlening op het gebied van personeelsaangelegenheden, informatisering en automatisering en telefonie, alsmede op het gebied van financiële en juridische dienstverlening.
HOOFDSTUK 5 BESTUURSORGANEN Artikel 8 Het bestuur van het samenwerkingsverband bestaat uit: a. het algemeen bestuur; b. het dagelijks bestuur; c. de voorzitter.
Gemeenschappelijke regeling DG&J Zuid-Holland Zuid
Pagina 7 van 21
13/70
AFDELING 1 Artikel 9
HET ALGEMEEN BESTUUR De samenstelling
1. Het algemeen bestuur bestaat uit de voorzitter en uit leden die door de colleges van de deelnemende gemeenten uit hun midden worden aangewezen. 2. Het algemeen bestuur bestaat, naast de voorzitter, uit evenveel leden als het aantal gemeenten dat aan de regeling deelneemt. Iedere gemeente wordt door één lid vertegenwoordigd. Ieder lid heeft een plaatsvervanger. Artikel 10 1. De colleges van de deelnemende gemeenten beslissen zo spoedig mogelijk na de eerste vergadering van elke nieuwe zittingsperiode over de aanwijzing van de leden van het algemeen bestuur. 2. Het lidmaatschap van een lid van het algemeen bestuur eindigt op de dag waarop het betreffende college uit zijn midden een ander lid aanwijst, zoals bedoeld in artikel 9, eerste lid. 3. Indien tussentijds een plaats van een lid van het algemeen bestuur vacant of beschikbaar komt, wijst het college dat het aangaat in zijn eerstvolgende vergadering of zo spoedig mogelijk daarna een nieuw lid aan. 4. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur is onverenigbaar met de betrekking van ambtenaar aangesteld door of vanwege het samenwerkingsverband of daaraan ondergeschikt. Artikel 11 1. Een lid van het algemeen bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. 2. Van elke aanwijzing en ontslag van een lid van het algemeen bestuur geeft het college dat het aangaat binnen acht dagen kennis aan de voorzitter van het bestuur. 3.
Degene die ophoudt lid van het college te zijn dat hem als lid van het algemeen bestuur heeft aangewezen, houdt tevens op lid van het algemeen bestuur te zijn. Artikel 12 1. 2.
De werkwijze
Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast. Het algemeen bestuur vergadert in het openbaar. Er kan met gesloten deuren worden vergaderd, wanneer dit door één vijfde gedeelte der aanwezige leden wordt verlangd of de voorzitter het nodig acht. Het algemeen bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd.
Artikel 13 1. In een besloten vergadering van het algemeen bestuur kan noch worden beraadslaagd noch een besluit worden genomen ter zake van: a. de vaststelling en wijziging van de begroting; b. de vaststelling van de jaarrekening; c. het invoeren, wijzigen of afschaffen van retributies of andere heffingen; d. het vaststellen, wijzigen of intrekken van verordeningen; e. het toetreden tot, het uittreden uit of het wijzigen of opheffen van de regeling; f. het treffen, wijzigen, verlengen of opheffen van een gemeenschappelijke regeling tussen het openbaar lichaam en andere openbare lichamen, alsmede het toetreden tot en het uittreden uit een dergelijke regeling; Gemeenschappelijke regeling DG&J Zuid-Holland Zuid
Pagina 8 van 21
14/70
g.
het oprichten van of deelnemen in stichtingen, maatschappen, vennootschappen en coöperatieve en andere vereniging dan wel het ontbinden daarvan of het beëindigen van deelneming daaraan. 2. In een besloten vergadering van het algemeen bestuur kan geen besluit worden genomen ter zake van: a. het aangaan van geldleningen, het aangaan van rekening-courant overeenkomsten, het uitlenen van gelden en het waarborgen van geldelijke verplichtingen door anderen aan te gaan; b. het geheel of gedeeltelijk vervreemden en het bezwaren van onroerend goed; c. het doen van een uitgaaf voordat de begroting waarbij deze uitgaaf is geraamd, is goedgekeurd. Artikel 14
Besluitvorming
1. Elk lid van het algemeen bestuur heeft een gewogen stemrecht. Het aantal stemmen dat een lid in de vergadering kan uitbrengen, wordt bepaald door het aantal inwoners van de gemeente die het lid vertegenwoordigt. Hierbij geldt de volgende stemverdeling: a. een gemeente met minder dan 30.000 inwoners: 1 stem; b. een gemeente met 30.000 of meer inwoners, maar minder dan 60.000 inwoners: 2 stemmen; c. een gemeente met 60.000 of meer inwoners, maar minder dan 90.000 inwoners: 3 stemmen; d. een gemeente met 90.000 of meer inwoners, maar minder dan 120.000 inwoners: 4 stemmen; e. een gemeente met 120.000 of meer inwoners: 5 stemmen. 2. Bij de bepaling van het aantal inwoners, als bedoeld in het eerste lid, wordt uitgegaan van de cijfers zoals deze door het Centraal Bureau voor de Statistiek zijn vastgesteld per 1 januari van het jaar voorafgaande aan het jaar van aanvang van iedere zittingsperiode van de gemeenteraden. 3. De voorzitter onthoudt zich in het algemeen bestuur van stemmen. 4. Besluiten worden genomen met meerderheid van stemmen, tenzij in deze regeling anders is bepaald. Als de stemmen staken, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. Artikel 15
Bevoegdheden
1. Alle bevoegdheden die bij deze regeling door de deelnemende gemeenten worden gedelegeerd, berusten bij het algemeen bestuur, tenzij bij de wet of in deze regeling anders is bepaald. 2. Het algemeen bestuur kan mede op verzoek van de raden van de deelnemende gemeenten ertoe besluiten om ingezetenen van de deelnemende gemeenten of andere belanghebbenden te betrekken bij de besluiten die het neemt en de manier waarop dat gebeurt. Artikel 16
Informatie en verantwoordingsplicht
1. Het algemeen bestuur verstrekt zo spoedig mogelijk aan de colleges of de raden van de deelnemende gemeenten schriftelijk alle inlichtingen die door een of meer leden van die colleges of raden worden gevraagd. 2. Een lid van het algemeen bestuur verstrekt het college dat hem als lid heeft aangewezen schriftelijk dan wel op een andere door dat college te bepalen wijze, alle inlichtingen die door een of meer leden van dat college worden gevraagd. 3. Een lid van het algemeen bestuur is aan het college dat hem als lid heeft aangewezen, verantwoording verschuldigd voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid. Gemeenschappelijke regeling DG&J Zuid-Holland Zuid
Pagina 9 van 21
15/70
4. Het afleggen van verantwoording geschiedt volgens door het betrokken college geregelde wijze. Artikel 17
Vergoedingen
De leden van het algemeen bestuur ontvangen voor hun werkzaamheden geen vergoeding. AFDELING 2 Artikel 18
HET DAGELIJKS BESTUUR Samenstelling
1. Het dagelijks bestuur bestaat naast de voorzitter uit maximaal drie leden die door het algemeen bestuur uit zijn midden worden aangewezen, met dien verstande dat tenminste één lid afkomstig moet zijn uit één van de gemeenten Gorinchem, Hoeksche Waard of Molenlanden. 2. De aanwijzing van de leden van het dagelijks bestuur vindt plaats in de eerste vergadering van het algemeen bestuur in de nieuwe zittingsperiode. 3. Met betrekking tot de leden van het dagelijks bestuur zijn de artikelen 40 en 41 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. 4. Degene die ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn, houdt tevens op lid van het dagelijks bestuur te zijn. 5. Indien tussentijds een plaats in het dagelijks bestuur vacant of beschikbaar komt, wijst het algemeen bestuur zo spoedig mogelijk een nieuw lid aan. Gaat het openvallen van een plaats in het dagelijks bestuur gepaard met het openvallen van een plaats in het algemeen bestuur, dan wordt het aanwijzen van een nieuw lid van het dagelijks bestuur uitgesteld, totdat de opengevallen plaats in het algemeen bestuur is bezet. 6. Een lid van het dagelijks bestuur kan in geval van langdurige afwezigheid worden vervangen door een door het algemeen bestuur uit zijn midden aan te wijzen lid. Deze tijdelijke vervanging kan ook plaatsvinden, indien een lid van het dagelijks bestuur het voorzitterschap waarneemt.
Artikel 19 De werkwijze 1. Het dagelijks bestuur vergadert minimaal zesmaal per jaar of zo dikwijls de voorzitter het nodig oordeelt of tenminste twee leden dit de voorzitter schriftelijk en met redenen omkleed verzoeken. In het laatste geval wordt de vergadering binnen veertien dagen na een zodanig verzoek gehouden. 2. In de eerste vergadering van elke zittingsperiode regelen de leden van het dagelijks bestuur de portefeuilleverdeling en de onderlinge plaatsvervanging. De portefeuilleverdeling wordt medegedeeld aan het algemeen bestuur en aan de deelnemende gemeenten. 3. Het dagelijks bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen vast. Dit reglement wordt medegedeeld aan het algemeen bestuur. Artikel 20
Besluitvorming
Elk lid van het dagelijks bestuur heeft in de vergadering één stem. De artikelen 56, 58 en 59 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing. Artikel 21
Bevoegdheden
Het dagelijks bestuur heeft in elk geval de bevoegdheden die artikel 33b van de wet aan het dagelijks bestuur toekent.
Gemeenschappelijke regeling DG&J Zuid-Holland Zuid
Pagina 10 van 21
16/70
Artikel 22
Informatie en verantwoordingsplicht
1. Het dagelijks bestuur geeft aan de colleges of de raden van de deelnemende gemeenten schriftelijk alle inlichtingen die door één of meer leden van die colleges of raden worden gevraagd. 2. Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden zijn voor het in dat bestuur gevoerde beleid tezamen en ieder afzonderlijk verantwoording verschuldigd aan het algemeen bestuur. 3. Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden verstrekken aan het algemeen bestuur alle inlichtingen die door één of meer leden daarvan worden gevraagd. 4. De vergaderstukken en verslagen van het algemeen bestuur, alsmede de besluitenlijsten en andere documenten van het dagelijks bestuur, worden actief openbaar gemaakt conform het bepaalde in de Wet open overheid. 5. Een lid van het dagelijks bestuur kan door het algemeen bestuur worden ontslagen, indien dit lid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit. Artikel 23
Vergoedingen
De leden van het dagelijks bestuur ontvangen voor hun werkzaamheden geen vergoeding. AFDELING 3 Artikel 24
DE VOORZITTER Algemene bepalingen
1. De voorzitter wordt door het algemeen bestuur op bindende voordracht van het college van Dordrecht aangewezen. 2. Het algemeen bestuur beslist omtrent schorsing of ontslag van de voorzitter. 3. Door en uit het algemeen bestuur wordt een plaatsvervangend voorzitter aangewezen. 4. Bij afwezigheid of ontstentenis van de voorzitter wordt deze vervangen door de plaatsvervangend voorzitter. Artikel 25
Taken en bevoegdheden
1. De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. 2. De voorzitter vertegenwoordigt het samenwerkingsverband in en buiten rechte. Hij kan de vertegenwoordiging opdragen aan een door hem aan te wijzen gemachtigde. 3. Indien de gemeente waartoe de voorzitter behoort, partij is in een geding waarbij het openbaar lichaam betrokken is, oefent de plaatsvervangend voorzitter de betreffende bevoegdheden uit.
HOOFDSTUK 6 COMMISSIES VAN ADVIES EN BIJSTAND Artikel 26 1. Het algemeen bestuur kan vaste commissies van advies instellen. 2. Het algemeen bestuur regelt de bevoegdheden, werkwijze en samenstelling van de commissies. 3. De leden van de commissies genieten, indien het algemeen bestuur dat bepaalt, een door het algemeen bestuur te bepalen tegemoetkoming in de kosten op jaarbasis.
Gemeenschappelijke regeling DG&J Zuid-Holland Zuid
Pagina 11 van 21
17/70
Artikel 27 1. Het algemeen bestuur stelt in elk geval een adviescommissie, genaamd Auditcommissie, in die het algemeen en dagelijks bestuur gevraagd en ongevraagd adviseert met betrekking tot financiële aangelegenheden. 2. Het algemeen bestuur stelt een verordening vast waarin de samenstelling, taken en bevoegdheden en de werkwijze van de Auditcommissie verder worden uitgewerkt. Artikel 28 Andere commissies van advies aan het dagelijks bestuur of aan de voorzitter worden door het algemeen bestuur onderscheidenlijk het dagelijks bestuur of de voorzitter ingesteld.
HOOFDSTUK 7 PERSONEEL EN ORGANISATIE AFDELING 1
DIRECTIE
Artikel 29 1. Het samenwerkingsverband staat onder dagelijkse leiding van de directeur publieke gezondheid, als bedoeld in de Wet publieke gezondheid en in de Wet veiligheidsregio's, in deze regeling te noemen de directeur. 2. Het algemeen bestuur beslist omtrent benoeming, schorsing en ontslag van de directeur. De benoeming geschiedt uit een door het dagelijks bestuur op te maken aanbeveling, in overeenstemming met het besluit van het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid. 3. Het dagelijks bestuur kan voor de directeur een instructie vaststellen omtrent de wijze waarop deze zijn taken verricht. AFDELING 2
DE SECRETARIS
Artikel 30 1. 2. 3. 4. 5. 6.
De directeur is secretaris van het samenwerkingsverband. De secretaris staat het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter bij de uitoefening van hun taak terzijde. Het algemeen bestuur kan voor de secretaris een instructie vaststellen. Het algemeen bestuur regelt de vervanging van de secretaris bij zijn afwezigheid. De secretaris woont de vergaderingen bij van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. Alle stukken uitgaande van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur worden door de secretaris mede ondertekend.
AFDELING 3
RECHTSPOSITIE PERSONEEL
Artikel 31 1. Het dagelijks bestuur voorziet binnen het raam van de door het algemeen bestuur vastgestelde kaders in de rechtspositie van de werknemers van het samenwerkingsverband. 2. Het dagelijks bestuur kan de in het eerste lid bedoelde bevoegdheden mandateren aan de directeur. Gemeenschappelijke regeling DG&J Zuid-Holland Zuid
Pagina 12 van 21
18/70
3. De rechtspositie en bezoldiging van de werknemers van het samenwerkingsverband worden bepaald door de regels die gelden voor de werknemers van de gemeente Dordrecht, tenzij het dagelijks bestuur zelf voorziet in de rechtspositie en bezoldiging. AFDELING 4
ORGANISATIE
Artikel 32 Het dagelijks bestuur regelt de inrichting van de organisatie van het samenwerkingsverband.
HOOFDSTUK 8 ALGEMENE FINANCIËLE BEPALINGEN AFDELING 1
FINANCIËLE ADMINISTRATIE
Artikel 33 1. Het algemeen bestuur stelt bij verordening de uitgangspunten vast voor het financiële beleid, de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie. 2. Het algemeen bestuur stelt bij verordening regels vast voor de controle op het financiële beheer en de inrichting van de financiële organisatie. 3. De artikelen 212 en 213 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing. AFDELING 2
DE BEGROTING
Artikel 34 1. Het algemeen bestuur stelt een begroting en een meerjarenbegroting vast overeenkomstig het bepaalde in artikel 34, eerste lid van de wet. 2. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden toe aan de raden van de deelnemende gemeenten overeenkomstig het bepaalde in artikel 35, eerste lid van de wet. 3. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen hun zienswijze over de begroting bij het dagelijks bestuur naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijzen zijn vervat bij de ontwerpbegroting zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. 4. Na vaststelling van de begroting zendt het algemeen bestuur de begroting aan de raden van de deelnemende gemeenten, die ter zake gedeputeerde staten van hun gevoelen kunnen doen blijken. 5. Het dagelijks bestuur zendt de begroting terstond na vaststelling aan gedeputeerde staten overeenkomstig het bepaalde in artikel 34, tweede lid van de wet. Artikel 35 1. In de begroting wordt aangegeven welke bijdrage elke deelnemende gemeente verschuldigd is aan het samenwerkingsverband. De begroting geeft per programma inzicht in de baten en lasten van dat programma. 2.
De deelnemende gemeenten betalen bij wijze van voorschot jaarlijks vóór 16 januari en vóór 16 juli telkens de helft van de in het eerste lid bedoelde bijdrage, met uitzondering van die gedeelten die op basis van het derde lid reeds bij wijze van voorschot zijn betaald. Gemeenschappelijke regeling DG&J Zuid-Holland Zuid
Pagina 13 van 21
19/70
3. Voor de uitvoering van de gedelegeerde en gemandateerde taken in het kader van de Jeugdwet stelt het algemeen bestuur bij verordening nadere regels vast over de financiële verhouding tussen de deelnemende gemeenten en het samenwerkingsverband ten aanzien van de hoogte van de bijdrage en vergoedingen en de wijze van bevoorschotting. 4. Bijdragen die een deelnemende gemeente verschuldigd is aan het samenwerkingsverband ten behoeve van een programma mogen niet aangewend worden ter dekking van de kosten van een ander programma. 5. Voor de andere dan de in het derde lid genoemde taken die het samenwerkingsverband uitvoert, stelt het algemeen bestuur bij verordening nadere regels vast over de wijze waarop de door de deelnemende gemeenten verschuldigde algemene en specifieke bijdrage wordt berekend. Bij het opstellen van de verordening geldt als uitgangspunt dat de financiële gevolgen uitsluitend worden gedragen door de gemeenten die de betreffende taken hebben gedelegeerd. Artikel 36 1. De deelnemende gemeenten dragen er zorg voor dat het samenwerkingsverband te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. 2.
Onverminderd het gestelde in het eerste lid garanderen de deelnemende gemeenten jegens iedere geldgever de nakoming van de huidige en toekomstige verplichtingen die het samenwerkingsverband te eniger tijd jegens die geldgever heeft. 3. Indien een van de deelnemende gemeenten op grond van een in het eerste of tweede lid bedoelde borgstelling of garantie wordt aangesproken door een geldgever zijn de deelnemende gemeenten jegens elkaar verplicht bij te dragen in de schuld waarvoor de eerstbedoelde deelnemende gemeente wordt aangesproken, in de verhouding tot het inwoneraantal op 1 januari van het dienstjaar waarin de geldlening wordt aangegaan. Artikel 37 Het dagelijks bestuur zendt de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten overeenkomstig het bepaalde in artikel 34b van de wet. Artikel 38 De bepalingen van artikel 34 van deze regeling over de ontwerpbegroting zijn mede van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting, voor zover die wijzigingen invloed hebben op de bijdragen van de deelnemende gemeenten.
Artikel 39 Wanneer de raad van een deelnemende gemeente weigert de in artikel 35, eerste lid van deze regeling bedoelde bijdrage in de gemeentebegroting op te nemen, doet het algemeen bestuur aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 juncto 195 van de Gemeentewet.
Gemeenschappelijke regeling DG&J Zuid-Holland Zuid
Pagina 14 van 21
20/70
AFDELING 3
DE JAARREKENING
Artikel 40 1. Van de inkomsten en uitgaven van het samenwerkingsverband wordt door het dagelijks bestuur over elk dienstjaar verantwoording afgelegd aan het algemeen bestuur onder overlegging van de jaarrekening met de daarbij behorende bescheiden. 2. Het dagelijks bestuur biedt deze jaarrekening ter vaststelling aan het algemeen bestuur aan onder toevoeging van een verslag van een onderzoek naar de deugdelijkheid ervan, ingesteld door de overeenkomstig artikelen 212 en 213 van de Gemeentewet aangewezen accountant, en onder toevoeging van hetgeen het dagelijks bestuur voor zijn verantwoording dienstig acht. 3. Bij het toezenden van de voorlopige jaarrekening als bedoeld in artikel 37 van deze regeling worden de raden van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid gesteld een zienswijze te geven. 4. De jaarrekening en de toelichting daarop, alsmede het advies dat ter zake door de Auditcommissie, als bedoeld in artikel 27 van deze regeling, werd uitgebracht, wordt gelijktijdig met de aanbieding aan het algemeen bestuur aan de raden van de deelnemende gemeenten gezonden. 5. Het algemeen bestuur onderzoekt de jaarrekening zonder uitstel en stelt haar vast overeenkomstig het bepaalde in artikel 34, derde lid van de wet. Van de vaststelling doet het dagelijks bestuur mededeling aan de raden van de deelnemende gemeenten. 6.
De jaarrekening wordt binnen twee weken na vaststelling met alle bijbehorende stukken aan gedeputeerde staten aangeboden overeenkomstig het bepaalde in artikel 34, vierde lid van de wet. 7. De vaststelling van de jaarrekening strekt het dagelijks bestuur tot decharge, behoudens later in rechte gebleken valsheid in geschrifte of andere onregelmatigheden. Artikel 41 1. In de jaarrekening wordt het door elk van de deelnemende gemeenten over het betreffende jaar werkelijk verschuldigde bedrag opgenomen, waarbij per programma een uitsplitsing wordt gemaakt van de gerealiseerde inkomsten en uitgaven. 2. De kosten worden, rekening houdende met andere inkomsten, per programma over de deelnemende gemeenten verdeeld naar rato van de verdeelmaatstaven die in de begroting van datzelfde jaar voor die programma's worden gehanteerd. 3. Verrekening van het verschil tussen de op grond van artikel 35, tweede en derde lid van deze regeling betaalde voorschotten en de werkelijk verschuldigde bedragen vindt plaats onmiddellijk na de kennisgeving aan de deelnemende gemeenten van de vaststelling van de jaarrekening.
HOOFDSTUK 9
GESCHILLEN EN EVALUATIE
Artikel 42 1. Ten aanzien van geschillen omtrent de toepassing van de regeling in de ruimste zin, geldt het gestelde in artikel 28 van de wet.
Gemeenschappelijke regeling DG&J Zuid-Holland Zuid
Pagina 15 van 21
21/70
2. Het algemeen bestuur kan mede op verzoek van de raden van de deelnemende gemeenten besluiten het functioneren van de regeling periodiek te evalueren. Zij stelt daartoe vooraf het doel en de reikwijdte van de evaluatie vast, alsmede de wijze van evalueren. Daarbij worden de deelnemende gemeenten gehoord.
HOOFDSTUK 10
KLACHTEN- EN OMBUDSVOORZIENING
Artikel 43 1. Het algemeen bestuur stelt met inachtneming van titel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht een interne klachtenregeling vast. 2. Het openbaar lichaam sluit teneinde te voldoen aan de bepalingen van titel 9.2 van de Algemene wet bestuursrecht een overeenkomst met de Nationale ombudsman.
HOOFDSTUK 11
HET ARCHIEF
Artikel 44 1. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van het samenwerkingsverband en zijn organen overeenkomstig een door het algemeen bestuur met inachtneming van de Archiefwet vast te stellen regeling, welke aan gedeputeerde staten moet worden medegedeeld. 2. De secretaris is belast met het beheer van de archiefbescheiden voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats van de gemeente Dordrecht, doch kan deze taak aan een andere ambtenaar delegeren. 3. De archivaris van de gemeente Dordrecht oefent toezicht uit op het in het derde lid bedoelde beheer. 4. Voor de bewaring van de op grond van artikel 12 van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden van de in deze regeling genoemde organen is aangewezen de archiefbewaarplaats van de gemeente Dordrecht. 5. De in het vierde lid bedoelde archiefbescheiden worden beheerd door de archivaris van de gemeente Dordrecht.
HOOFDSTUK 12
Artikel 45
TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING EN OPHEFFING
Toetreding
1. Het dagelijks bestuur zendt een verzoek tot toetreding van een andere gemeente tot deze regeling aan de colleges van de deelnemende gemeenten. 2. Toetreding tot de regeling door andere gemeenten kan plaatsvinden, indien de colleges van tenminste twee derde van de deelnemende gemeenten daarmee instemmen. 3. Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de toetreding en kan aan de toetreding bepaalde voorwaarden verbinden. 4. Terstond na de toetreding wordt door het college van de toetredende gemeente uit zijn midden een of meerde leden voor het algemeen bestuur aangewezen. Gemeenschappelijke regeling DG&J Zuid-Holland Zuid
Pagina 16 van 21
22/70
Artikel 46
Uittreding
1. Een deelnemende gemeente kan uittreden door toezending aan het algemeen bestuur van het daartoe strekkende besluit van haar college. 2. Het dagelijks bestuur zendt een besluit tot uittreding van een gemeente aan de colleges van de overige deelnemende gemeenten. 3. Tenzij het algemeen bestuur een kortere termijn bepaalt, kan de uittreding niet eerder plaatsvinden dan tegen 31 december van het tweede kalenderjaar volgende op dat waarin het besluit tot uittreding door het college van de betreffende deelnemende gemeente is genomen. 4. Het algemeen bestuur besluit over de voorwaarden waaronder de uittreding kan worden geëffectueerd en regelt de financiële en overige gevolgen van de uittreding. 5. De uittreedsom bestaat in beginsel uit een vergoeding ter compensatie van frictiekosten en desintegratiekosten onder aftrek van eventuele baten. 6. Onder frictiekosten worden verstaan alle incidentele kosten te maken door het samenwerkingsverband als direct gevolg van de uittreding. 7. Onder desintegratiekosten worden verstaan alle kosten die het samenwerkingsverband maakt of draagt als direct gevolg van de uittreding in relatie tot het afbouwen van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, het afbouwen van risico’s daarbij inbegrepen, over een periode van 5 jaar gerekend vanaf het moment van de uittreding. 8.
Het algemeen bestuur kan afwijkende uittredingsregels vaststellen voor specifiek omschreven taken. Bij voorkeur maakt de voorbereiding van afwijkende uittredingsregels deel uit van de besluitvorming waarbij de deelnemende gemeenten nieuwe taken aan het samenwerkingsverband opdragen, zodat de colleges of de raden van de deelnemende gemeenten hun zienswijze op de uittredingsregels kunnen geven. Artikel 47
Wijziging
1. Zowel het algemeen bestuur, op voorstel van het dagelijks bestuur, als de colleges van de deelnemende gemeenten kunnen voorstellen doen tot wijziging van de regeling. 2. De regeling wordt gewijzigd, zodra de colleges van alle deelnemende gemeenten tot deze wijziging hebben besloten. Artikel 48
Opheffing
1. De regeling kan worden opgeheven wanneer de colleges van tenminste drie vierde van het aantal deelnemende gemeenten daartoe besluiten. 2. Een besluit, als bedoeld in het eerste lid, kan niet eerder worden genomen dan nadat het algemeen bestuur daarover zijn mening heeft kenbaar gemaakt. 3. In geval van opheffing van de regeling regelt het algemeen bestuur de financiële gevolgen van de opheffing in een liquidatieplan. Hierbij kan van bepalingen van deze regeling worden afgeweken. 4. Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, de raden van de deelnemende gemeenten gehoord, vastgesteld en behoeft de goedkeuring van gedeputeerde staten. 5. Het liquidatieplan voorziet in ieder geval ook in de financiële en overige gevolgen van de opheffing voor het personeel. 6. De organen van het samenwerkingsverband blijven zo nodig na het tijdstip van de opheffing van de regeling in functie, totdat de liquidatie is voltooid. Artikel 49
Bekendmaking
Het college van Dordrecht draagt zorg voor bekendmaking van de regeling als bedoeld in artikel 26 van de wet. Gemeenschappelijke regeling DG&J Zuid-Holland Zuid
Pagina 17 van 21
23/70
HOOFDSTUK 13
OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
Artikel 50 1. De regeling wordt getroffen voor onbepaalde tijd. 2. De regeling treedt in werking op de dag na de bekendmaking. 3. De regeling wordt aangehaald als “Gemeenschappelijke regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid”.
Gemeenschappelijke regeling DG&J Zuid-Holland Zuid
Pagina 18 van 21
24/70
Aldus besloten op: .. door burgemeester en wethouders van Alblasserdam, gelet op de daartoe op grond van artikel 1, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen op .. verkregen toestemming van de gemeenteraad; .. door burgemeester en wethouders van Dordrecht, gelet op de daartoe op grond van artikel 1, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen op .. verkregen toestemming van de gemeenteraad; .. door burgemeester en wethouders van Gorinchem, gelet op de daartoe op grond van artikel 1, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen op .. verkregen toestemming van de gemeenteraad; .. door burgemeester en wethouders van Hardinxveld-Giessendam, gelet op de daartoe op grond van artikel 1, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen op .. verkregen toestemming van de gemeenteraad; .. door burgemeester en wethouders van Hendrik-Ido-Ambacht, gelet op de daartoe op grond van artikel 1, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen op .. verkregen toestemming van de gemeenteraad; .. door burgemeester en wethouders van Hoeksche Waard, gelet op de daartoe op grond van artikel 1, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen op .. verkregen toestemming van de gemeenteraad; .. door burgemeester en wethouders van Molenlanden, gelet op de daartoe op grond van artikel 1, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen op ..
verkregen toestemming van de gemeenteraad; .. door burgemeester en wethouders van Papendrecht, gelet op de daartoe op grond van artikel 1, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen op .. verkregen toestemming van de gemeenteraad; .. door burgemeester en wethouders van Sliedrecht, gelet op de daartoe op grond van artikel 1, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen op .. verkregen toestemming van de gemeenteraad; .. door burgemeester en wethouders van Zwijndrecht, gelet op de daartoe op grond van artikel 1, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen op .. verkregen toestemming van de gemeenteraad.
Gemeenschappelijke regeling DG&J Zuid-Holland Zuid
Pagina 19 van 21
25/70
Het Algemeen Bestuur van de Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid; Besluit: • Kennis te nemen van de zienswijzen van de deelnemende gemeenten op de ontwerptekst van de 8e wijziging van de GR DG&J ZHZ, van de reactie op de zienswijzen en van de aanpassingen die naar aanleiding hiervan in de ontwerptekst zijn aangebracht; • In te stemmen met de definitieve tekst van de 8e wijziging van de GR DG&J ZHZ en deze voorts door te zenden naar de colleges van de deelnemende gemeenten voor vaststelling.
Aldus vastgesteld in de vergadering van het Algemeen Bestuur van 13 februari 2025, de secretaris,
de voorzitter,
E.S. Schurink
H. van der Linden
26/70
Zienswijzen gemeenten 8e wijziging GR DG&J Zienswijze Alblasserdam
Onderwerp
Zienswijze
Beantwoording zienswijze
Op 15 juli 2024 hebben wij van u het verzoek ontvangen om eventueel een zienswijze kenbaar te maken op de voorgenomen achtste wijziging van de gemeenschappelijke regeling Dienst Gezondheid & Jeugd. zienswijze gegeven. Wij hebben kennis genomen van de concept-tekst van de wijzigingen en kunnen in principe instemmen met de voorgestelde wijzigingen.
Wij danken u voor uw zienswijze op het wijzigingsvoorstel van de GR DG&J, en uw instemming met de voorgestelde wijzigingen.
Aanpassing P&C-cyclus
Hierover heeft de raad eerder een zienswijze uitgebracht (3 oktober 2023). Het voorstel om uit oogpunt van flexibiliteit niet opnemen van concrete termijnen in de GR, maar in plaats daarvan verwijzen naar de betrokken artikelen van de Wgr, ondersteunen we.
Regionale raadsadviescommissie
Hierover kunnen wij u laten weten dat onze raad voor het instellen van een dergelijke raadsadviescommissie is.
Dank voor uw begrip voor de keuze om uit het oogpunt van flexibiliteit de concrete termijnen niet in de GR op te nemen, maar naar de betrokken artikelen van de Wgr te verwijzen. De nieuwe redactie van de artikelen 34 en 40 GR staat handhaving van het huidige tijdspad toe en heeft als voordeel dat wijziging niet nodig is, indien op termijn aanpassing van het tijdspad gewenst is. DG&J is zich er daarnaast van bewust dat het voor de gemeenten van belang is dat de stukken van de P&C-cyclus tijdig bij hen worden aangeleverd. Wij begrijpen uw behoefte aan het instellen van een raadsadviescommissie. Tot op heden hebben 8 van de 10 deelnemende gemeenten zich positief uitgesproken over een dergelijke commissie. Indien Dordrecht en Hoeksche Waard zich positief hierover uitspreken, is aan de voorwaarden voor instelling van de 1
27/70
Zienswijzen gemeenten 8e wijziging GR DG&J
Overige (tekstuele) wijzigingen
Wij zijn positief over de tekstuele aanscherping en verduidelijking van de tekst van de gemeenschappelijke regeling.
raadsadviescommissie voldaan en zal het Algemeen Bestuur onderzoeken hoe deze commissie kan worden vormgegeven. De commissie kan vervolgens op grond van artikel 24a van de Wgr worden ingesteld. Indien Dordrecht en Hoeksche Waard zich uitspreken tegen de commissie, kan deze door het Algemeen Bestuur niet worden ingesteld. Wij danken u voor uw positieve woorden op de aanscherpingen en verduidelijkingen die wij in de tekst hebben aangebracht.
2 28/70
Zienswijzen gemeenten 8e wijziging GR DG&J Zienswijze Dordrecht
Onderwerp
Aanpassing P&C-cyclus
Regionale raadsadviescommissie
Zienswijze
Beantwoording zienswijze
Op 15 juli 2024 hebben wij een verzoek ontvangen om onze zienswijze te geven op de 8e wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd (GR DG&J). Als gemeenteraad vinden wij het belangrijk om onze kaderstellende rol goed te vervullen. Wij geven u daarom graag onze zienswijze mee. Onze voorkeur was optie 3 (verruiming van de zienswijzetermijn), omdat de termijnen om tijdig een zienswijze aan te leveren krap zijn bij het tijdspad van optie 1. Wij roepen daarom op om de stukken zo tijdig mogelijk aan te leveren. Wij zien echter ook in dat bij optie 1 de begroting van de GR DG&J voor de zomer wordt vastgesteld door het Algemeen Bestuur. Als gemeente hebben we dan voor de zomer duidelijkheid over de verwerking van onze zienswijze. Dit voorkomt dat laat in het proces van het opstellen van onze begroting duidelijkheid is over de definitieve begroting van de GR. Als gemeente zijn wij namelijk verplicht de begroting van de GR over te nemen. Met die onderbouwing kunnen we ons dus vinden in het besluit om het huidige tijdspad te handhaven.
Wij danken u voor uw zienswijze op het wijzigingsvoorstel van de GR DG&J.
U vraagt dat wij ons uitspreken over de wenselijkheid van een regionale
Tot op heden hebben 8 van de 10 deelnemende gemeenten zich positief uitgesproken over een
Wij danken u voor uw toelichting en begrip voor het besluit om het huidige tijdspad te handhaven, zoals besloten in het AB van 15 februari 2024 en nu verwerkt in de GR. De nieuwe redactie van de artikelen 34 en 40 GR staat handhaving van het huidige tijdspad toe en heeft als voordeel dat wijziging niet nodig is, indien op termijn aanpassing van het tijdspad gewenst is. DG&J is zich ervan bewust dat het voor de gemeenten van belang is dat de stukken van de P&C-cyclus tijdig bij hen worden aangeleverd.
3 29/70
Zienswijzen gemeenten 8e wijziging GR DG&J
Zienswijze andere besluiten
raadsadviescommissie. Mogelijk is zo'n commissie van meerwaarde. In december 2024 spreken wij lokaal over het sturen op gemeenschappelijke regelingen. We willen dan ook besluiten of wij actief aan een dergelijke commissie deelnemen.
dergelijke commissie. Wij hebben intussen van u begrepen dat de door u benoemde bespreking verplaatst is naar januari 2025. Wij horen graag zo snel mogelijk hoe u staat in het al dan niet instellen van een dergelijke commissie, gezien het Algemeen Bestuur deze alleen kan instellen wanneer alle 10 de deelnemende gemeenten zich hierover positief uitspreken. Indien Dordrecht en Hoeksche Waard dat ook doen, is aan de voorwaarden voor instelling van de raadsadviescommissie voldaan en zal het Algemeen Bestuur onderzoeken hoe deze commissie kan worden vormgegeven. De commissie kan vervolgens op grond van artikel 24a van de Wgr worden ingesteld. Indien Dordrecht en Hoeksche Waard zich uitspreken tegen de commissie, kan deze door het Algemeen Bestuur niet worden ingesteld.
In de GR DG&J is opgenomen dat de raden een zienswijze wordt gevraagd op de ontwerpbegroting (artikel 34) en op het Meerjarig Beleidsplan (artikel 5). U acht het niet nodig om ten aanzien van meer besluiten een zienswijzemogelijkheid op te nemen, omdat het Algemeen Bestuur alert is op de positie van de raden en niet zal verzuimen de raden om een zienswijze te vragen wanneer het bestuur dat noodzakelijk acht. Wij vertrouwen erop dat het bestuur hier een zorgvuldige afweging in maakt (artikel 5 lid 4).