C01. 20221123 DGJ, Begrotingswijziging 2022.pdf
Tekst van het document
Het is ook door de Veilig Thuis medewerkers als belastend ervaren (hoge werkdruk). Het lijkt er op dat medewerkers nu aan het einde van de COVID-19 meer kwetsbaar zijn geworden op zowel psychisch als lichamelijk vlak (draagkracht versus draaglast). Vanuit de organisatie wordt er actief beleid gevoerd om het verzuim een halt toe te roepen en af te laten nemen en te voorkomen dat er medewerkers uitvallen. Dit gebeurt door nauw samen te werken met de arbodienst om uitval te voorkomen. Ook worden er maatwerktrajecten ingezet om uitgevallen collega's beter en eerder terug te laten keren in het werk.
14
In onderstaande actiepunten wordt er door Veilig Thuis in 2022 gewerkt aan het verbeteren van de doorlooptijden en de ketensamenwerking: 1. Er wordt gewerkt met projectteams om zowel voor de triage als voor het onderzoek de gestelde termijnen te behalen. Deze wijze van inzet heeft zowel in 2020 als in 2021 een positief effect gehad. De verwachting is dat dit ook voor 2022 het geval zal zijn. 2. Er wordt actief gestuurd op caseload en het behalen van doorlooptijden. 3. De werkprocessen met betrekking tot onderzoek en monitoring zijn herschreven en geïmplementeerd. Dit wordt momenteel ook extern gecommuniceerd. Het doel hiervan is dat het voor zowel intern als extern helder is wat wel en wat niet passend is binnen een onderzoek of de monitoring. 4. Gedurende het onderzoek wordt daar waar mogelijk hulpverlening altijd direct ingezet. Het is voor het betreffende gezin immers van belang dat de situatie zo snel mogelijk verbeterd. 5. De samenwerking met ketenpartners is continue onderwerp van gesprek voor leidinggevende en aandachtsfunctionarissen die vanuit Veilig Thuis lokaal werken. 6. Veilig Thuis participeert in het project "Veilig Opgroeien is Teamwerk" wat zich richt op het ontwikkelen van kennis en kunde bij de lokale teams en ketenpartners, zodat op termijn er minder ondersteuning gevraagd wordt van Veilig Thuis (en de jeugdbescherming). 7.
De aanpak MDA++ (Multidisciplinaire Aanpak, Specialistisch & Multi-sectoraal) wordt in de regio Zuid-Holland Zuid door Veilig Thuis samen met het Veiligheidshuis vormgegeven. Het heeft betrekking op casuïstiek waarbij de normale aanpak niet gewerkt heeft. MDA++ biedt een afgestemde, geïntegreerde aanpak voor individuen en gezinnen die, door de beperkingen van elk systeem en elk beschikbaar standaard behandelaanbod, tussen wal en schip vallen. Vanaf september 2021 is er gestart met de ontwikkeling van de aanpak MDA++. In 2022 wordt daar een vervolg aan gegeven met als resultaat dat er inmiddels 5 casussen zijn opgepakt. De aanpak MDA++ is een pilot en is nog volop in ontwikkeling. 8. Ook in 2022 werkt Veilig Thuis samen met de Raad voor de Kinderbescherming in deze regio verder aan de landelijke pilot voor het ontdubbelen van onderzoeken. Deze pilot kan mogelijk meer inzet vragen van de Veilig Thuis, maar het zou er uiteindelijk aan bij moeten dragen dat een casus sneller kan worden voorgelegd aan de kinderrechter, waardoor de betrokkenen sneller duidelijkheid in hun situatie zullen verkrijgen. Overigens is het belangrijk om te vermelden dat ondanks de druk op het behalen van doorlooptijden het niet behalen van de doorlooptijd geen gevolgen heeft voor het direct oppakken van spoedzaken.
Alle meldingen worden aan het begin van de dag op spoed en noodzaak gescreend en daar waar dit noodzakelijk blijkt (inhoud en urgentie van de melding) direct opgepakt. Hierdoor blijven veiligheidsrisico's beperkt.
Indicatoren Volwassenen & Jeugd Indicator Meldingen Veilig Thuis ZHZ
15
Norm
Prognose 2022
Augustus
April
Aantal meldingen op jaarbasis 3.900-4.100*
Eerste 8 maanden: 2.805 op jaarbasis: 4.208
Doorlooptijden Veilig Thuis ZHZ
Triage: binnen 5 werkdagen
☺
☺
Direct overdragen van meldingen Overdracht met Ondersteuning Onderzoek
62%
75% (gemiddelde doorlooptijd in werkdagen: 5 werkdag) 67% (gemiddelde doorlooptijd in dagen: 74 dagen) 63%
24%
24%
☺
☺
14%
13%
Behandeling advies aanvragen
Aantal adviezen op jaarbasis 2.750** Cijfer (schaal 1 op 10); 7,5
Eerste 4 maanden: 1849 op jaarbasis: 2.774 7.6
☺ ☺
☺
☺
☺
Onderzoek afgerond binnen 10 weken
Tevredenheid ketenpartners
Note: * Sinds 2020 werkt Veilig Thuis mee in de regio ZHZ aan de uitrol van: Veilig opgroeien is Teamwerk. Echter is gebleken dat deze manier van werken nog niet overal optimaal functioneert. Hierdoor is het momenteel niet mogelijk om het aantal meldingen voor 2022 goed te prognosticeren. Pas wanneer Veilig Opgroeien is Teamwerk voldoende is geïmplementeerd en het lokale veld beschikt over voldoende adequate kennis en deskundigheid is opgebouwd, is de verwachting dat het aantal meldingen door aan de voorkant van het proces inzet te leveren af zal nemen. ** Sinds mei 2020 is het mogelijk om als betrokkenen of omstander (met uitzondering van professionals) met Veilig Thuis te chatten. De verwachting is dat hierdoor het aantal adviezen zal toenemen. Er blijkt namelijk een jongere doelgroep (9% is jonger dan 18 jaar) bereikt te worden, die eerder buiten beeld bleef.
Toelichting: Het aantal meldingen in de eerste 8 maanden 2022 is hoger dan het geprognotiseerde aantal meldingen. Wanneer het geprognotiseerde aantal meldingen daadwerkelijk wordt bereikt, betekent dit een toename ten opzichte van zowel 2021 (toename 8%) als 2020 (toename van 5%). Het lijkt er op dat COVID-19 vorig jaar het aantal meldingen in de eerste 4 maanden heeft beperkt. Terwijl het aantal meldingen in de eerste 4 maanden van dit jaar past in het beeld van de gestage groei van meldingen vanaf 2017 tot en met 2020. Het aantal gegeven adviezen ligt 1% hoger dan de prognose voor 2022. In beide gevallen is de toename positief te labelen, omdat zowel professionals als burgers eerder geneigd zijn om een melding te doen of om advies te vragen bij Veilig Thuis. Er lijkt dus meer bekendheid te zijn met Veilig Thuis. Echter, is de keerzijde van meer meldingen dan begroot dat de werkdruk voor de medewerkers hoger wordt. Elke melding moet namelijk verwerkt wordt met alles wat daar bij hoort. In de eerste 8 maanden van 2022 is 25% van de meldingen niet binnen de 5 werkdagen termijn getrieerd. De oorzaak hiervan is een samenloop van de groei van meldingen en adviezen, de grilligheid van instroom van casuïstiek, hoog verzuim en openstaande vacatures. Daarnaast was er in de afgelopen periode een aanzienlijke aantal casuïstiek die complex was en een hoge urgentie had.
Juist meldingen met hoge urgentie hebben een sterk effect op de doorlooptijd, omdat deze meldingen met spoed beoordeeld dienen te worden. Hierdoor wordt de volgordelijkheid van de te triëren meldingen beïnvloed en daarmee het risico dat de doorlooptijd langer wordt. In 33% van de onderzoeken is in de eerste 8 maanden van 2022 de 10 weken termijn voor een onderzoek niet behaald. Ook hier geldt dat er verschillende variabelen (intern en extern) zijn die hier invloed op hebben.
16
Intern heeft Veilig Thuis naast het verzuim te maken met onderzoeken waarin de mogelijkheid om in gesprek te komen met betrokkenen ernstig werd belemmerd of de complexiteit meer tijd vroeg om te kunnen komen tot een goede beoordeling en een passend vervolg. Een ander vertragende factor in deze is het direct oppakken van spoeden crisisonderzoeken. Er dient dan direct gewerkt te worden aan het opheffen van de acute onveiligheid. Deze zaken worden altijd met voorrang behandeld, waardoor de doorlooptijd van de lopende onderzoeken onder druk komt te staan. Ook komt het regelmatig voor dat in de looptijd van het onderzoek nieuwe meldingen over hetzelfde dossier binnenkomen, waardoor het onderzoek verder verbreed moet worden en daardoor eveneens vertraging oploopt. Extern merkt Veilig Thuis dat de doorlooptijd van onderzoeken wordt beïnvloed door wachtlijsten bij ketenpartners, waardoor de verantwoordelijkheid voor het zicht op de veiligheid niet overdragen kan worden. Ook het ontbreken of het niet beschikbaar hebben van benodigde expertise (verantwoordelijk zijn voor veiligheid, maken van veiligheidsplannen en werken aan directe veiligheid) bij de overdrachtspartij maakt een langere inzet van Veilig Thuis noodzakelijk, waardoor het dossier niet kan worden afgesloten.
Ook blijkt dat overdrachtspartijen in de monitoringsfase een groot beroep doen op Veilig Thuis met betrekking tot ondersteuning, meedenken en aanjagen van overgedragen dossiers. Hierdoor heeft Veilig Thuis minder tijd beschikbaar om aan de nog lopende onderzoeken te kunnen besteden of nieuwe op te pakken. Tot slot is het goed om hier te benoemen dat in het Algemeen Bestuur is afgesproken om voor 2023 de door Veilig Thuis extra gevraagde formatie van maatschappelijk werkers toe te kennen. Wel is daaraan een opdracht gekoppeld om samen met gemeenten en het lokale team in 2022 een analyse te maken omtrent de vraag wat er nodig is om de overdracht vanuit Veilig Thuis snel en adequaat mogelijk op te kunnen pakken door het lokaal team. Veilig Thuis is momenteel bezig met het formeren van een gezamenlijk projectteam (beleidsambtenaren (centrum)gemeenten, Wijkteam en Veilig Thuis). Het streven is om eind 2022 een plan van aanpak op te leveren waarmee er in 2023 aan de slag gegaan kan worden.
Crisisinterventieteam Indicator
Norm
Prognose 2022
Augustus
April
Geleverde crisisdiensten (doelgroep 0-100) Bijdrage aan huisverbod buiten kantooruren Uitvoering hoor functie in het kader van de wet verplichte GGZ
Aantal aanvragen op jaarbasis 690
332 op jaarbasis 498
☺
☺
35
17 op jaarbasis 26
☺
☺
400*
55 op jaarbasis 83
Direct overdragen van casus aan lokaal Tevredenheid ketenpartners
45% binnen 48 uur**
30%
☺
Cijfer (schaal 1 op 10); 7,5
7,6
☺
☺
Note: * Sinds 2020 voert het Crisisinterventieteam van Veilig Thuis de hoortaak voor de burgemeester uit in het kader van de crisismaatregel
17
vanuit WvGGZ. Echter, is gebleken dat het aantal gevraagde hoorverzoeken vanuit de GGZ achterblijft t.o.v. het landelijke gemiddelde. Hierover zijn momenteel gesprekken tussen de beleidsmaker van de gemeente en de GGZ. Momenteel is dus nog niet vast te stellen wat het werkelijke volume zal zijn m.b.t. dit onderwerp. Echter, ongeacht het aantal moet er wel gezorgd worden voor een 24/7 bereikbaarheidsdienst die deze taak uitvoert. ** De snelheid waarmee het Crisisinterventieteam van Veilig Thuis kan overdragen aan het lokale veld is afhankelijk van het wel of niet aanwezig zijn van een wachtlijst dan wel het op korte termijn beschikbaar hebben van de benodigde hulp. Hoe beter het lokale veld op orde is, hoe gemakkelijker er binnen 48 uur kan worden overgedragen.
Toelichting: Het aantal geleverde crisisdiensten jeugd en volwassen ligt momenteel lager dan het aantal dat geprognotiseerd is voor 2022. Hier is dus sprake van een afwijking die Veilig Thuis als positief kan bestempelen. Dit zou er namelijk op kunnen wijzen dat er minder cliënten in een crisissituatie terecht zijn gekomen. Echter, gezien de grilligheid (pieken en dalen van aantal zaken) van het werk van het Crisisinterventieteam van Veilig Thuis (CIT) is het voor nu nog te vroeg om dit daadwerkelijk vast te kunnen stellen voor 2022. In de afgelopen 8 maanden lijkt het er op dat er een intensievere beroep gedaan wordt op de inzet van het CIT buiten kantoortijden. Dat wil zeggen dat er in het weekend of 's nachts vaker een fysieke inschatting gemaakt moet worden van de gemelde situatie. Tevens lijkt het er op dat het bezweren van een crisis meer tijd vergt dan dit voorheen het geval is. Vaak heeft dat te maken met de complexiteit van de situatie en het feit dat het plaats vindt buiten kantoortijden (weekend en nachtelijke uren). Het aantal verzoeken tot horen in het kader van de Wet verplichte GGZ (geestelijke gezondheidszorg) blijft vooralsnog behoorlijk achter op de prognose. De regionaal projectleider heeft daar zicht op en het is ook zijn taak om de oorzaak hiervan te onderzoeken.
Afhankelijk daarvan zal blijken of het aantal verzoeken tot het horen exponentieel zal gaan groeien. Het Crisisinterventieteam heeft 30% van hun casuïstiek binnen 48 uur over kunnen dragen. Lokale teams en zorgaanbieders zijn echter nog niet altijd in staat om een casus binnen 48 uur over te nemen vanwege de eigen werkdruk. Het Crisisinterventieteam van Veilig Thuis blijft dan noodgedwongen langer bij de casus betrokken. De bijdrage aan huisverboden door het Crisisinterventieteam van Veilig Thuis buiten kantooruren is lager dan begroot. Dat heeft vooral ook te maken met het feit dat huisverboden onregelmatig voorkomen door het jaar heen. Hierin is Veilig Thuis afhankelijk van politie of zij het proces rondom het Tijdelijk Huisverbod wel of niet opstarten.
Programma 3 Onderwijs en aansluiting arbeidsmarkt Leerplicht Leerplicht en Voortijdig Schoolverlaten (LVS) zet zich in om zoveel mogelijk jongeren een plek in de maatschappij te geven. Kinderen hebben recht op onderwijs en ontwikkeling en dat recht wordt door LVS geborgd. Het is daarbij belangrijk dat kinderen naar school gaan en op een zo passend mogelijke wijze onderwijs (al dan niet in combinatie met werk) genieten. Jongeren kunnen dan een startkwalificatie behalen waardoor hun kansen op de arbeidsmarkt vergroot worden. De invloed van COVID-19 op de meldingen van schoolverzuim lijken (nagenoeg) verdwenen. De scholen zijn weer volledig open en het verzuim, gerelateerd aan COVID19, lijkt enorm te zijn afgenomen.
18
LVS ziet toe op de bepalingen van de Leerplichtwet (LPW). Bij schoolverzuim handelt LVS volgens de Methodische Aanpak Schoolverzuim (MAS). Daarbij is het belangrijk dat de oorzaken van het schoolverzuim worden achterhaald. Op het oplossen van die oorzaken kan dan in samenwerking met ouders, kind en diverse partners (onderwijs, hulpverlening) worden ingezet. Vroegtijdig signaleren van problematiek bij kind of gezin is daarbij het toverwoord. Belangrijk ook is dat deze zorgen worden gedeeld. LVS schakelt de aanwezige expertise van partners in. Hierdoor kan snel actie worden ondernomen en worden zwaardere vormen van hulp voorkomen. Dit is goed voor kind en ouders, maar zeker ook voor de enorme kosten in de jeugdhulpverlening. LVS zet in op vroegsignalering en blijft dit ook bij scholen en andere partners onder de aandacht brengen. Het primair onderwijs krijgt hierbij in het schooljaar 2022/2023 specifieke aandacht. Preventie is inmiddels een belangrijk onderdeel van de werkzaamheden van LVS geworden. Voorkomen is immers beter dan genezen. LVS adviseert ouders, kinderen, scholen en waar mogelijk ketenpartners. LVS zet zich ook in om het aantal vrijstellingen van de inschrijvingsplicht terug te dringen. Dit is een enorme opgave, omdat zowel landelijk als regionaal het aantal vrijstellingen stijgt.
Door LVS wordt momenteel in samenwerking met partners beleid ontwikkeld ter voorbereiding op een aanstaande wetswijziging die moet bijdragen aan het terugdringen van de vrijstellingen op grond van psychische en/of lichamelijke ongeschiktheid. Deze beleidsontwikkeling is onderdeel van de thuiszittersaanpak in de regio ZHZ, verwoord in de zogenaamde "Doe agenda". Belangrijk daarin is de onderwijskundige benaderingswijze, waarbij het samenwerkingsverband passend onderwijs altijd betrokken wordt om advies te geven over de onderwijsmogelijkheden van een kind. LVS signaleert dat een groep kinderen en jongeren afkomstig uit Oekraïne alsmede kinderen en jongeren in de crisisnoodopvang geen onderwijs ontvangt. Dit is een zorgelijk gegeven. LVS spant zich in om de ergste nood te lenigen, maar mist de capaciteit om het recht op leren en ontwikkelen van deze kwetsbare groep afdoende te borgen. Er zijn aangepaste werkwijzen nodig om maatwerk te kunnen leveren, maar de middelen hiervoor ontbreken.
Regionaal Meld- en Coördinatiepunt (RMC) & Voortijdig Schoolverlaten (VSV)trajectbegeleiding In het kader van de regionale aanpak jeugdwerkloosheid Zuid-Holland Zuid is Leerplicht en Voortijdig Schoolverlaten (LVS) in het schooljaar 2021-2022 gestart met het bijwonen van exitgesprekken bij Da Vinci college en Yuverta, zodat een warme overdracht kan plaatsvinden naar LVS wanneer een jongere wordt uitgeschreven. Deze pilot wordt in oktober 2022 geëvalueerd. Wanneer jongeren het onderwijs verlaten zonder startkwalificatie probeert LVS de jongeren via een passend traject (onderwijs, baan of een combinatie daarvan) alsnog te begeleiden naar een startkwalificatie. Jongeren die geen startkwalificatie kunnen halen worden door de Matchmakers ondersteund bij het vinden van een passend alternatief traject. Dit kan bijvoorbeeld (leer)werk zijn, maar ook hulpverlening of lokale/regionale projecten waar jongeren zich verder ontwikkelen. Het halen van een startkwalificatie staat centraal in de aanpak van LVS, omdat het (alsnog) halen van een diploma de beste kansen biedt op het vinden en behouden van betaald werk na de schoolcarrière.
19
Indicatoren Leerplicht en voortijdig schoolverlaten Indicator
Norm
Alle leer- en kwalificatieplichtige kinderen en jongeren staan ingeschreven op een school Aantal afgehandelde meldingen relatief verzuim
100%
Aantal afgehandelde meldingen van absoluut verzuim
220
Aantal afgewezen vrijstellingen
400
Aantal verleende vrijstellingen
350
2.000
Prognose 2022 99-100%
2.000
>220
>400 350
Augustus
April
☺
☺
100%
100%
☺
☺
1.431
771
☺
☺
147
82
☺
239
79
☺
199
51
Toelichting: Bij de indicatoren van LVS die gaan over het afhandelen van verzuimmeldingen en beroepen op vrijstellingen (de laatste vier indicatoren) is het de vraag hoe deze te duiden. Immers, veel verzuimmeldingen afhandelen is mogelijk een teken van een zorgelijke maatschappelijke ontwikkeling, maar kan ook een teken zijn van efficiency. In deze burap kiezen we voor de bedrijfsmatige duiding. Dus veel verzuimmeldingen duiden we als positief, relatief weinig afgehandelde beroepen op vrijstelling als negatief. Het aantal meldingen van relatief verzuim ("spijbelen") en absoluut verzuim is met 19% toegenomen ten opzicht van vorig jaar. Uit de jeugdmonitor Corona blijkt dat dit deels verklaard wordt door een daadwerkelijk toename van spijbelen. Andere oorzaken liggen in de toegenomen verzuimalertheid van het onderwijs (verzuim dat voorheen niet of niet goed geregistreerd werd wordt nu wel geregistreerd en gemeld) en de toegenomen zichtbaarheid van LVS. Het totaal aantal meldingen is gestegen met absoluut 500 meldingen, hierdoor heeft LVS zijn dienstverlening moeten aanpassen. Dit is gedaan door jongeren die tot 12 keer te laat komen en verder geen bijzonderheden in het dossier hebben een brief te sturen in plaats van het gesprek aan te gaan.
Ondanks deze vermindering in de dienstverlening heeft LVS fors meer capaciteit moeten besteden aan de groep 18- om alle verzuimproblematiek voldoende goed en tijdig te behandelen. In de financiële prognose vertaalt dit zich in een voorzien tekort van circa 100.000 euro. LVS had het voornemen om schooljaar 2021-2022 nieuwe VSV-ers (jongeren die na 1 oktober uitvallen uit het onderwijs) direct te benaderen door een consulent LVS en niet te laten 'wachten' op de zomeractie. Dit lukte aanvankelijk niet door de grote toename in
20
verzuimmeldingen en de problematischere casuïstiek die we daarbij aantroffen, waardoor meer capaciteit dan voorgaande jaren moest worden ingezet op de groep verzuimende leerlingen. Door scherp te prioriteren, de samenwerking met de Matchmakers te intensiveren en de werklast te verdelen is het gelukt om de doelgroep nieuwe voortijdig schoolverlaters alsnog te benaderen met een ondersteuningsaanbod. Zo is voorkomen dat jongeren te lang moesten wachten. Bij beroepen op vrijstelling op psychische of lichamelijke gronden worden netwerkpartners meer dan voorheen betrokken bij de beoordeling van het beroep. Dit betekent een grotere tijdsinvestering ten behoeve van een secure afweging van de mogelijkheden van een kind of jongere. We lijken hierdoor een tijdelijke stagnatie te zien in het aantal afgehandelde vrijstellingen in vergelijking met eerdere jaren. De doorlooptijd is langer, en daarmee de tussenstand van het aantal afgehandelde beroepen, maar we verwachten eind 2022 op de normaantallen uit te komen. Het werken met de Methodische Aanpak Schoolverzuim (MAS) zorgt ervoor dat er meer tijd gaat zitten in het onderzoeken en behandelen van meldingen. Het gevolg van deze hogere inzet op meerdere gebieden is terug te zien in de financiële verantwoording.
RMC en VSV-trajectbegeleiding Indicator Aantal jongeren dat door een Matchmaker is geplaatst op werk, onderwijs of zorg Jongeren zijn tevreden over de ondersteuning en waarderen die met een gemiddelde van een 7
Norm 150 (220)
7
Prognose 2022 160
Augustus
April
☺
☺
90
40
KTO moet nog worden uitgevoerd
KTO moet nog worden uitgevoerd
Toelichting: In de begroting 2022, opgesteld in de eerste helft van 2021, is een aantal van 220 plaatsingen door de matchmaker overeengekomen. Dit was gebaseerd op de negatieve arbeidsmarktperspectieven die toen leken te ontstaan voor jongeren ("gratis diploma's" als gevolg van Corona, te hoog gegrepen vervolgopleidingen met uitval als gevolg). In de tweede helft van 2021 is met het bestuur gedeeld dat de ontwikkelingen veel gunstiger waren dan verwacht. Daarmee slonk de omvang van de doelgroep van de matchmakers, en werd de resterende groep een doelgroep die meer ondersteuning nodig heeft. Daarom is de doelstelling voor het aantal plaatsingen op jaarbasis naar beneden bijgesteld tot 150. De vooruitzichten zijn positief; dit aantal plaatsingen lijken we te gaan halen. In het tweede half jaar voeren we een klanttevredenheidsmeting uit onder nieuwe voortijdig schoolverlaters. De resultaten worden in de jaarrekening 2022 gerapporteerd.
21
Programma 4 Jeugdgezondheidszorg De uitvoering van de Jeugdgezondheidszorg door Jong JGZ is conform de uitvoeringsovereenkomst JGZ voor regionaal basispakket en Rijkvaccinatie programma.
Indicatoren Indicator De JGZ verricht de uitvoering van het regionaal basispakket conform de richtlijnen van het Landelijk Professioneel Kader (LPK)
Norm Landelijke richtlijnen en protocollen
Prognose 2022 Conform.
Augustus
April
☺
☺
De JGZ verricht de uitvoering van het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) conform de jaarlijkse geactualiseerde richtlijn uitvoering RVP. Toelichting: Op dit moment vinden er verdiepende bijeenkomsten plaats met de 10 gemeenten, DGJ en Jong JGZ over de kanteling naar preventie, de verhouding lokaal-regionaal en basispakket JGZ-maatwerk JGZ.
Programma 5 Kennisprogramma Elke vier jaar wordt door de dienst Gezondheid en Jeugd Zuid-Holland Zuid een programma opgesteld om ons onderzoek richting te geven. Hierdoor wordt het mogelijk om naast het monitoren van de volksgezondheid binnen zogenoemde onderzoekslijnen voor een langere periode gericht kennis te ontwikkelen en toe te passen en te werken aan innovatieve toepassingen. Hierdoor is het ook mogelijk om beter aan te sluiten op relevante kennis- en onderzoeksnetwerken en gericht onderzoeksubsidies te verwerven. Zie www.dienstgezondheidjeugd.nl/programmas-en-samenwerking/kennisprogramma voor een overzicht van de afgeronde projecten. In 2022 is de integrale COVID-19 monitor geïntroduceerd die bestaat uit verschillende aparte monitoren, te weten de GOR (gezondheidheidsonderzoek bij rampen) gezondheidsmonitor jeugd 2021 (gerealiseerd volgens planning), GOR gezondheidsmonitor jongvolwassenen 2022 (veldwerk gerealiseerd volgens planning), GOR gezondheidsmonitor volwassenen en ouderen 2022 (voorbereiding gerealiseerd volgens planning), OGGZ corona monitor (voorbereiding dit jaar). Daarnaast is in de reguliere kindmonitor 2021 ook aandacht besteed aan corona (gerealiseerd volgens planning). Deze monitors vergen veel capaciteit van de afdeling onderzoek publieke gezondheid.
Hierdoor, en door personele verschuivingen, is vertraging opgelopen in enkele projecten binnen de ontwikkellijnen (zoals het opnieuw opstarten van het
22
onderzoeksproject gezondheid en armoede in Krispijn), de verkenning van eventuele nieuwe projecten (zoals preventief handelen leerplichtconsulenten) of omdat subsidies (nog) niet zijn toegekend (zoals ecotips). Het resterende jaar wordt gebruikt voor de afronding van lopende projecten en herprioritering van andere projecten in relatie tot de opgaven van de Dienst Gezondheid en Jeugd ZHZ.
Nieuwe ontwikkelingen Een belangrijke nieuwe ontwikkeling is de mogelijke samenwerking met het Onderzoekscentrum Drechtsteden (OCD) om gezamenlijk een synthese van corona gerelateerd onderzoek in onze regio te produceren. De verkenning van de mogelijkheden hiervoor is gestart. Daarnaast is een belangrijke ontwikkeling de strategische samenwerking tussen de Sociale Dienst Drechtsteden en DGJ. Het delen van kennis en data gaat een belangrijke rol innemen om daarmee een bijdrage te leveren aan het verkleinen van gezondheidsverschillen. Ook op dit vlak is de verkenning gestart en worden de gemeenten betrokken in de uitbreiding van de samenwerking naar de andere gemeenten. Daarnaast zijn een aantal subsidies voor (nationale) onderzoeksprojecten gehonoreerd (het gaat o.a. om een vierjaar durend NWO-project crafting resilient society en een onderzoeksproject van de Inholland Hogeschool waarbij collectieve belangenbehartiging van jongeren als preventiemethodiek wordt onderzocht) waarin ook de GGD ZHZ als kennispartner participeert. Kennis die uit deze onderzoeken wordt opgedaan wordt verspreidt en waar mogelijk toegepast binnen onze regio.
Indicatoren Indicator
Norm
Het online GGD dashboard is geactualiseerd op basis van de gezondheidsmonitors Kinderen, Jeugd en Volwassenen & Ouderen. De gezondheidsmonitoren en de specifieke ontwikkellijnen van het Kennisprogramma zijn conform plan uitgevoerd
100% Elk jaar wordt er een deel herijkt, in vier jaar tijd zijn alle cijfers aan de beurt geweest 100% van de gezondheidsmo nitoren en ontwikkellijnen van het kennisprogram ma zijn uitgevoerd
Prognose 2022
Augustus
April
Conform.
☺
☺
Vertraging op enkele onderdelen van de ontwikkellijnen van het kennisprogramma
☺
COVID-19 paragraaf De DGJ geeft uitvoering aan de bestrijding van COVID-19. Hieronder volgt per organisatieonderdeel de ontwikkelingen gedurende de verslagperiode en wordt een doorkijk gegeven richting ultimo 2022.
23
Testen In opdracht van VWS hebben we verder gebouwd aan een robuust en schaalbaar testlandschap (massa + fijnmazig) binnen de regio Zuid-Holland Zuid (ZHZ). Tevens zijn we intensiever gaan samenwerken met onder andere de landelijke partners. Er zijn stappen gezet om de borging van ontwikkelde processen in het kader van pandemische paraatheid vorm te geven. In april is gestart met het afschalen van de testcapaciteit (infrastructuur + personeel) en is er een basisorganisatie op waakvlamniveau ingericht. Door deze basisorganisatie kan er na de zomer van 2022 indien noodzakelijk weer snel worden opgeschaald. Leidend hierin zijn de landelijke scenario's. We zetten onze COVID-19 testactiviteiten voort in afwachting van landelijke besluitvorming omtrent de definitieve toekomst van testen door GGD'en. De beschikbare capaciteit en deskundigheid hebben we de afgelopen periode mede ingezet in de bestrijding van Monkeypox.
Monitoring en advies Het aantal besmettingen is in het tweede kwartaal van 2022 fors afgenomen. Ook de landelijke maatregelen zijn drastisch terug geschroefd. Deze dalende trend is de reden geweest om de capaciteit bij monitoring en advies (Bron Contact Onderzoek) af te schalen naar een niveau waarbij het werk volledig kan worden opgepakt, en dat het vertrouwen geeft om bij een eventuele opschaling voldoende klaar te staan. In het tweede kwartaal en de zomerperiode zijn voorbereidingen getroffen om een opleving van het virus in het najaar op te kunnen vangen. Hierin volgt de GGD ZHZ de landelijke voorgeschreven richtlijnen voor paraatheid en bereidt het zich voor op mogelijke scenario's. Dit betekent bijvoorbeeld dat intensiever met de andere drie GGDen in Zuid-Holland wordt samengewerkt om een eventuele volgende grote golf aan te kunnen.
Vaccineren In de periode mei-augustus hebben we de voorjaarscampagne (herhaalprik) uitgevoerd. We hebben in totaal dit jaar ruim 200.000 prikken gezet. Vanaf de zomer hebben we de najaarscampagne, die op 19 september is gestart, voorbereid. De opschaling is voorspoedig verlopen. We schaalden op naar 160 FTE en breidden uit naar twee locaties in de regio: Dordrecht en Gorinchem. Dit zijn vaste locaties, waardoor we afscheid namen van de tenten. We kunnen hiermee voldoen aan de landelijk gevraagde capaciteit. Om inwoners van de regio maximaal in de gelegenheid te stellen om zich te laten vaccineren is de GGD aanwezig geweest in 16 wisselende locaties in de regio. In deze locaties zijn in totaal bijna 30.000 prikken gezet dit jaar. In de eerste weken van de najaarscampagne stoppen we tijdelijk met deze fijnmazige aanwezigheid in de regio. Zodra de beschikbare capaciteit dit weer toelaat is de GGD opnieuw aanwezig in de wijken en dorpen, te beginnen op die plekken waar de vaccinatiegraad het laagst is. De afgelopen maanden is door de GGD nadrukkelijk aandacht besteed aan het aanbieden van vaccinaties aan Oekraïense ontheemden, arbeidsmigranten en vluchtelingen. Daarnaast liepen de aanvragen voor de herhaalprik voor bewoners van instellingen en niet-mobiele thuiswonenden door. In totaal zijn er een kleine 5.000 prikken gezet onder deze doelgroepen dit jaar.
De bewoners van instellingen en niet-mobiele thuiswonenden worden ook in de najaarscampagne bezocht. We doen dit in samenwerking met de zorgpartners van de regio ZHZ.
24
Voor heel 2022 komt de financiële prognose voor de COVID-19 Uitvoeringsorganisatie, bij de huidige inzichten en met veel onzekerheid omgeven, uit op € 48 miljoen. Landelijke afspraken kunnen een significant effect hebben op het uiteindelijke resultaat. Indicator Kwantiteit: gemiddeld aantal testen per dag
Kwaliteit van de testafname
Kwantiteit: gemiddeld aantal BCO (broncontactonderzoek) per dag
Kwantiteit: personele capaciteit administratie BCO (broncontactonderzoek) en clusters Kwaliteit vastlegging BCO (broncontactonderzoek)
25
Norm De testcapaciteit (middelen en personeel) in ZHZ zijn conform de afspraken tussen VWS en GGD GHOR Nederland. Daarmee kunnen we aan het aandeel ZHZ van de landelijke testopdracht voldoen. We voldoen aan landelijke instructies zoals blijkt uit IGJ (Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd) audits. Minder dan 1% MIC-meldingen ten opzichte van het aantal testafnamen Het aantal uitgevoerde BCO komt gemiddeld overeen met het normatief berekende aantal BCO. De norm wordt berekend op basis van risicogestuurd en geprioriteerd werken, gegeven de beschikbare capaciteit en het aantal positief geteste inwoners We zetten de landelijk voorgeschreven capaciteit in voor administratie, BCO en clusters Minimaal 90% van de dossiers is volledig ingevuld
Prognose 2022 Uitgaande van het landelijke scenario van 30.000 testen per dag, betekent het dat we in ZHZ klaar staan om circa 1.000 testen per dag aan te kunnen bieden. Hieraan zullen we voldoen.
Augustus
April
☺
☺
De landelijke instructies zullen leidend blijven. Daarnaast is de verwachting dat we voor heel 2022 onder de 1% MIC (Melding Incidenten Cliënten) meldingen zullen blijven.
☺
☺
Bijna alle positief geteste inwoners worden gebeld om uit te vragen of zij behoefte hebben aan informatie en/of adviezen. Zeker een derde van de gebelde mensen geeft aan behoefte te hebben aan informatie. En meer dan de helft van alle gebelde inwoners vindt het gesprek nuttig. Door het lage aantal besmettingen is het niet nodig om de landelijke capaciteit in te zetten.
☺
☺
☺
☺
Er is blijvende aandacht voor kwaliteit binnen BCO.
☺
☺
Kwaliteit BCO (broncontactonderzoek) /Clusters
Minder dan 1% MIC-meldingen en/of klachten ten opzichte van het aantal positief geteste inwoners
Kwantiteit vaccinaties: gemiddeld aantal vaccinaties per dag
De vaccinatiecapaciteit (middelen en personeel) in ZHZ zijn conform de afspraken tussen VWS en GGD GHOR Nederland. Daarmee kunnen we aan het aandeel ZHZ van de landelijke vaccinatieopdracht voldoen. Alle werkprocessen zijn geborgd in het interne kwaliteitssysteem en voldoen aan landelijke instructies en eisen gesteld vanuit de Inspectie Gezondheid en Jeugd.
Kwaliteit vaccinaties
26
In de periode tot en met augustus zijn geen MIC-meldingen en klachten geweest. De verwachting is dat aan de norm wordt voldaan. De verwachting is dat hieraan wordt voldaan.
☺
☺
☺
☺
De verwachting is dat aan de norm wordt voldaan.
☺
☺
Regionale ambulance voorziening Met ingang van 1 januari 2021 is de vergunning voor de ambulancezorg in de regio ZuidHolland Zuid overgegaan naar de Coöperatie Ambulancezorg Zuid-Holland Zuid (CAZZHZ), een zelfstandige coöperatie met DGJ en de ziekenhuizen Erasmus Medisch Centrum (EMC) en Albert Schweitzer Ziekenhuis (ASZ) als leden. Daarmee bestaat het onderdeel RAV binnen DGJ alleen nog uit de medewerkers die vanuit DGJ worden gedetacheerd aan de CAZ-ZHZ. Per 1 januari 2023 komen deze medewerkers in dienst bij de CAZ ZHZ. Dit is vanaf 2023 zonder frictiekosten mogelijk. In 2022 worden de nodige besluiten gevraagd om de definitieve overgang van de medewerkers en het opheffen van het onderdeel RAV te regelen. In de begroting van DGJ zijn alleen de loonkosten van de gedetacheerde medewerkers meegenomen. Daarbij is het resultaat altijd nihil, omdat de loonkosten volledig worden doorbelast aan de coöperatie.
Financiële prognose 2022
27
Prognose
Wijziging 0
Lasten (Ambulancezorg)
11.800
11.800
Baten (Ambulancezorg)
11.800
11.800
Geraamd saldo van baten en lasten
0
0
0
Mutaties reserves
0
0
0
Geraamd resultaat
0
0
0
0
Serviceorganisatie Jeugd Inleiding De tweede vier maanden van 2022 hebben in het teken gestaan van de verdere implementatie van het nieuwe Inkoopkader 2022. Belangrijke thema´s hierbij waren onder meer het normenkader en de vertaling van de oude producten naar de nieuwe diensten in 2022. Ook de continuïteit van de JeugdzorgPlus is nog steeds een dominant thema. Voor de JeugdzorgPlus is een goede en wenselijke beweging in gang gezet, waarbij veel minder kinderen in de gesloten jeugdzorg worden opgenomen en er tegelijkertijd alternatieven worden ontwikkeld om passende zorg te kunnen bieden. Tegelijkertijd komt de continuïteit van een aantal JeugdzorgPlus aanbieders onder druk te staan door deze sterke daling. Voor de Jeugdbescherming en Jeugdreclassering geldt, dat de investeringen die zijn gedaan in onze Gecertificeerde Instellingen, met name gericht op caseload verlaging van de jeugdbeschermers, nu langzaam hun vruchten beginnen af te werpen, waardoor de situatie bij de jeugdbescherming in onze regio voorzichtig aan het verbeteren is. Gemeenten, de Stichting Jeugdteams, zorgaanbieders en de SOJ staan gezamenlijk midden in een transformatieproces, dat moet leiden tot passende zorg voor jeugdigen en beheersing van de kosten.
Hiervoor zullen, zoals blijkt uit deze 2 de bestuursrapportage (burap), nog steeds stappen moeten worden gezet op het gebied van monitoring, sturing en aanscherping van het aanbod om de beoogde doelen te behalen. Gemeenten investeren fors in het lokale voorveld van de jeugdhulp en hebben de lokale verordeningen Jeugdhulp aangescherpt. Naar verwachting gaat dat op termijn profijt opleveren, maar de effecten daarvan zijn op dit moment nog niet goed meetbaar. Daarnaast springt de nog achterblijvende implementatie van het normenkader in het oog, als belangrijk instrument om de toegang tot jeugdhulp beter te reguleren. Het normenkader is een praktisch middel om de kwaliteit van jeugdhulp te borgen en tevens een betere beheersing van kosten te bewerkstelligen. Hierin hebben alle betrokken partijen de komende periode gezamenlijk nog extra werk te verrichten. Vooruitkijkend, biedt de landelijke Hervormingsagenda Jeugd, met input van gemeenten, de mogelijkheid tot het maken van nieuwe beleidsmatige keuzes die gaan helpen in het borgen van betere en tijdige jeugdhulp voor de meest kwetsbare kinderen en gezinnen en dat alles binnen een duurzaam houdbaar financieel stelsel.
Samenvatting financieel beeld Verwachte kostenoverschrijding 2022 is verlaagd met 1,3 mln. Ten opzichte van de 1ste burap nemen de verwachte kosten voor het jaar 2022 af met € 1,3 mln. (1,0%). De verwachte overschrijding van de begroting 2022 is daarmee verlaagd van € 10,3 mln. naar € 9 mln. Er is sprake van stabilisatie van de kostenontwikkeling. Dat is een positieve ontwikkeling na een jarenlange stijging van het kostenniveau. Rijksbijdrage 2022 is hoger dan verwachte kosten In de 1ste burap is aangegeven dat de rijksbijdragen voor jeugdhulp voor 2022 zijn verhoogd. De totale rijksbijdragen (o.b.v. meicirculaire) die de gemeenten in deze regio ontvangen voor jeugdhulp, bedragen € 164,9 mln. Na aftrek van de benodigde bijdragen
28
voor gemeenten voor de jeugdteams, Veilig Thuis en Jeugdhulp naar Voren, resteert een rijksbijdrage van € 143,1 mln. voor de kosten van de resterende jeugdhulp. De totale geraamde uitgaven van de Serviceorganisatie Jeugd voor 2022 zijn fors lager dan de rijksbijdrage en bedragen € 131,4 mln. (na aftrek onttrekking reserve uittreding van € 0,1 mln). Uiteraard is het aan gemeenten zelf om te bepalen waar zij de Rijksbijdrage voor inzetten. Wij begrijpen dat gemeenten de Rijksbijdrage ook voor andere doelen dan jeugdhulp kunnen inzetten, afhankelijk van o.a. de lokale financiële situatie en inhoudelijke prioriteiten. Overigens wordt de rijksbijdragen voor 2023 gebaseerd op een nieuw verdeelmodel en stijgt voor onze regio iets naar € 168,9 mln. We zien daarbij voor- en nadelige verschillen per gemeente. Indexatie, hogere tarieven en Jeugdzorg plus zijn de belangrijkste kostenverhogers Ten opzichte van 2021 stijgen de kosten met € 8,8 mln. (7,2%). Hierbij hebben we kosten voor jeugdteams en Jeugdhulp naar Voren buiten beschouwing gelaten, omdat deze nu rechtstreeks door de gemeenten worden betaald. In onderstaande figuur is de kostenstijging in 2022 ten opzichte van 2021 uitgesplitst naar de verschillende oorzaken.
Alhoewel de kostenstijging in totaal fors is, is de verwachte (autonome) groei van het jeugdhulpgebruik minimaal en daarmee duidelijk lager dan voorgaande jaren. Dit is een positieve ontwikkeling. De groei is overigens een netto groei die resteert na gerealiseerde besparingen. Hierna wordt in een afzonderlijke paragraaf een toelichting op de besparingen gegeven. Omdat het effect van de totale besparingen als gevolg van de inspanningen van gemeenten en SOJ samen nog niet goed zijn te bepalen, is het gezamenlijk effect opgenomen. Dit noemen we de netto groei na gerealiseerde besparingen. De kostenstijgingen zijn in onderstaande tabel kort toegelicht. Een uitgebreidere toelichting vindt u in het hoofdstuk financiën.
29
Ontwikkelingen in 2022 – mutatie t.o.v. 1ste burap Ten opzichte van de 1ste burap nemen de kosten af met € 1,3 mln. Bij de analyse van de data en de ervaringen over de eerste acht maanden van 2022 vallen drie hoofdlijnen op: 1. Er is een teruggang in kosten van zowel ambulante en verblijfszorg van de duurste jeugdigen, mede als gevolg van gerichte maatregelen. 2. Aanbieders zetten op onderdelen duurdere producten in. De contractadviseurs van de SOJ spreken de betreffende aanbieders hierop aan. 3. Het normenkader en de inkoopafspraken vergroten de bewustwording over de benodigde inzet van jeugdhulp. Dit begint effect te sorteren. Over het geheel genomen, ontwikkelen het aantal jeugdigen en de kosten zich stabiel in 2022. Daarmee is de groei afgezwakt en lijkt er stabilisatie op te treden.
Kostenstijging meerjarig bezien De afgelopen jaren zijn de jeugdhulpuitgaven fors gegroeid. Niet alleen regionaal, maar ook landelijk. Over de landelijke groei zijn geen nieuwe onderzoeksrapporten beschikbaar. Uit eerdere rapporten bleek consequent dat de tekorten in onze regio substantieel lager waren dan gemiddeld in het land. In onderstaande grafiek is de groei van de kosten in onze regio opgenomen. Voor een goede vergelijking zijn de kosten voor jeugdteams en Jeugdhulp naar Voren die per 2022 direct door gemeenten worden betaald, uitgezonderd.
Het aantal jeugdigen dat jeugdhulp ontvangt, is stabiel. Wel verandert de samenstelling van de populatie die jeugdhulp ontvangt. De groep jeugdigen die langer dan 1 jaar jeugdhulp ontvangt (met gemiddeld hoge kosten) neemt toe, terwijl de groep jeugdigen die korter dan 1 jaar jeugdhulp ontvangt (met gemiddeld lagere kosten) afneemt. De kostenstijging in 2022 wordt, naast reguliere indexatie, vooral veroorzaakt door tariefsverhoging van de nieuwe diensten in 2022 en bovenregionale ontwikkelingen voor de zogenoemde JeugdzorgPlus voorzieningen.
30
Voortgang besparingen De in de begroting 2022 opgenomen besparingen bestaan uit twee onderdelen: 1. besparingen als gevolg van lokale maatregelen van gemeenten. 2. besparingen als gevolg van de nieuwe inkoopstrategie, waar gemeenten en SOJ gezamenlijk verantwoordelijk voor zijn. Besparingen als gevolg van gemeentelijke maatregelen Van de gemeentelijke maatregelen kan in deze burap geen voortgang worden gerapporteerd. Het Netwerk MT Jeugd komt later dit jaar met een eigen voortgangsrapportage. Besparingen als gevolg van nieuwe inkoopstrategie Deze besparingen moeten vooral worden gerealiseerd door het toepassen van het normenkader door verwijzers en het naleven ervan door aanbieders. Gemeenten sturen op toepassing van het normenkader door lokale teams en medisch verwijzers. De SOJ stuurt op toepassing van het normenkader door gecertificeerde instellingen en op het naleven ervan door aanbieders. Vanwege deze afhankelijkheid van elkaar, werken gemeenten en SOJ samen aan het implementeren van deze nieuwe manier van werken. Vanwege de vertraging in de implementatie van de kwalitatieve toets op het normenkader wordt de begrote besparing van € 1,9 mln. gedeeltelijk gerealiseerd. De kwalitatieve toets is de toets die het lokale team uitvoert bij een verzoek tot afwijking van het normenkader. De totale overschrijding van het normenkader tot en met augustus 2022 bedraagt € 1,3 mln.
voor 467 jeugdigen. Bij de bepaling van de in de begroting opgenomen besparing is echter rekening gehouden met de verwachting dat voor de jeugdigen met de hoogste inzet (top 15%) de normen uit het normenkader niet toegepast kunnen worden vanwege complexe problematiek. Wanneer we de jeugdigen met deze duurste casuïstiek uitzonderen, resteert een overschrijding van € 0,4 mln. voor 330 jeugdigen. Doordat er nog veel gedeclareerd moet worden, zal de overschrijding nog verder oplopen. Verwacht wordt een overschrijding van circa € 0,8 mln. voor de groep exclusief duurste jeugdigen. Hiervan afgeleid is de voor dit jaar verwachte te realiseren besparing berekend als de begrote besparing van € 1,9 mln. minus de verwachte overschrijding van het normenkader van € 0,8 mln. Per saldo dus € 1,1 mln. De registratie van de aanvragen tot afwijking van het normenkader en de goed- en afkeuring ervan, is nog verre van volledig ingericht door de lokale teams en de gecertificeerde instellingen. Er kan dus nog zeer beperkt worden vastgesteld of de overschrijding op het normenkader is toegestaan. Op basis van monitoring, bespreekt de SOJ de vastgestelde en dreigende afwijkingen van de normen wel al met aanbieders.
In die gemeenten waar het lokale team voortvarend aan de slag is gegaan met het vormgeven en uitvoeren van het bij het normenkader behorende werkproces, neemt de samenwerking tussen het lokale team en de contractadviseurs van de SOJ toe. Ervaringen met jeugdhulpaanbieders worden actiever gedeeld met elkaar. Hierdoor kunnen de contractadviseurs van de SOJ het contractmanagement beter uitvoeren en is de informatiepositie van de lokale teams versterkt. Wanneer een lokaal team of gecertificeerde instelling vaak of zo goed als altijd toestemming geeft voor het afwijken van het normenkader, neemt het financiële effect af. Aanbieders zullen de in de contracten gestelde norm dan als minder dwingend en belangrijk ervaren. Het systeem gaat zich verhouden tot de manier waarop het uitgevoerd wordt. Alleen door optimale sturing door zowel gemeenten als SOJ, kan dit effect bereikt worden.
31
Eventueel lager vaststellen begrotingswijziging 2022 Het Algemeen Bestuur behandelt in de vergadering van 17 november 2022 zowel deze 2de burap, als de door de gemeenteraden ingediende zienswijzen op de voorgestelde begrotingswijziging bij de 1ste burap. Voorgesteld wordt om de financiële prognose van de 2de burap voor 2022 vast te stellen en de begroting hierop aan te passen. Aangezien de financiële prognose in totaliteit een verlaging van de kosten laat zien wordt de begrotingswijziging niet opnieuw voorgelegd aan de deelnemende gemeenten voor een zienswijze. Wel wordt hierbij aangetekend dat de financiële effecten per individuele gemeente verschillen.
32
Financiën DGJ Prognose 2022 Bij de 1ste burap 2022 werd een tekort verwacht over 2022 van € 905.000. Destijds hebben wij aangegeven dat door het treffen van maatregelen wij de verwachting hadden dat we het tekort in 2022 terug zouden kunnen brengen naar € 495.000. Door het treffen van specifiek gerelateerde maatregelen per product en generieke maatregelen is het verwachte tekort verlaagd naar € 216.000. We stellen voor om dit bedrag ten laste van de reserve te brengen. Hierdoor kan de onttrekking aan de reserve verlaagd worden met € 279.000.
Product P1 Publieke gezondheid P2 Veilig Thuis P3 Onderwijs P4 Jeugdgezondheidszorg P5 Kennisprogramma Saldo van baten en lasten
Prognose 1ste burap 2022 Lasten Baten Saldo 44.257 43.624 -632 7.367 7.367 0 2.346 2.346 0 12.508 12.508 0 1.079 1.079 0 67.557 66.925 -632
(bedragen x € 1.000) Prognose 2de burap 2022 Mutatie t.o.v. 1ste burap 2022 Lasten Baten Saldo Lasten Baten Saldo 50.825 50.433 -393 -6.569 6.808 240 7.225 7.203 -22 142 -164 -22 2.368 2.266 -102 -22 -80 -102 12.477 12.508 31 31 0 31 1.081 1.055 -26 -2 -24 -26 73.977 73.466 -511 -6.420 6.541 121
Algemene dekkingsmiddelen Saldo van baten en lasten Mutatie reserve Geraamd resultaat alg. dekkingsmiddelen
11.025 11.025 0 11.025
10.941 10.941 716 11.657
-84 -84 716 632
11.247 11.247 0 11.247
11.322 11.322 437 11.759
74 74 437 511
-222 -222 0 -222
380 380 -279 101
158 158 -279 -121
Geraamd resultaat totaal
78.582
78.582
0
85.224
85.224
0
-6.642
6.642
0
Bijstellingen Hieronder wordt op hoofdlijnen een toelichting gegeven op de positief bijgestelde verwachting ten opzichte van de 1ste burap 2022. Programma 1 Publieke gezondheid Bij de 1ste burap was het verwachte tekort op dit programma € 1.042.000. We hebben toen aangegeven dat wij de verwachting hadden dat wij het tekort, door het treffen van maatregelen, terug konden brengen naar € 632.000 (€ 410.000 bedroegen de maatregelen). Bij de 2de burap 2022 kunnen we constateren, dat we erin geslaagd zijn om het bedrag van € 410.000 aan maatregelen te realiseren. De maatregelen hebben zelfs geleid tot een hoger positief effect. In totaal is er sprake van een verbetering van € 650.000, hieronder wordt per onderdeel een toelichting gegeven. Infectieziekten bestrijding Ten opzichte van de 1ste burap 2022 is er een positieve bijstelling van € 285.000. Enerzijds stijgen de baten door een detachering van een medewerkster wat in de 1ste burap nog niet was meegenomen (€ 65.000), anderzijds is er sprake van een daling van de lasten (€ 220.000). Het voordeel is voornamelijk ontstaan doordat kritisch is gekeken naar kosten die ten laste van COVID-19 kunnen worden gebracht. Een bedrag van
33
€ 218.000 is een aanzienlijk bedrag, maar het betreffen voornamelijk de kosten van enkele artsen en epidemiologen die naar verhouding relatief "duur" zijn. Reizigers Door voornamelijk een stijging van de inkomsten, doordat burgers weer meer zijn gaan reizen, is de verwachte maatregel van € 100.000 gerealiseerd. Toezicht kinderopvang Door kritisch naar de kosten te kijken is een voordeel gerealiseerd van € 115.000. Hiermee wordt de voorgenomen maatregel van € 85.000 gerealiseerd. OGGZ De toegezegde ombuiging voor 2022 (€ 150.000) is gerealiseerd. Dit is voornamelijk gerealiseerd door een verlaging van de personele lasten, door vacatures die zijn ontstaan niet in te vullen. COVID-19 De verwachte kosten voor COVID-19 hebben we met € 7 miljoen (€ 300.000 bij de algemene dekkingsmiddelen) naar boven bij moeten stellen. Deze kosten worden vergoed door het Ministerie van VWS waardoor e.e.a. geen invloed heeft op het verwachte resultaat over 2022. De totaal te verwachten kosten voor 2022 bedragen € 48 miljoen. De stijging van de kosten ten opzichte van de 1ste burap kent een aantal oorzaken: ▪ de kosten na de afschaling in het eerste kwartaal bleven langer op een relatief hoog niveau dan bij de 1ste burap 2022 was voorzien. ▪ op advies van het Ministerie is voor de campagne die in september is gestart, gelet op de krapte op de arbeidsmarkt, eerder personeel geworven.
▪ de verhuizing naar andere locaties heeft extra incidentele kosten met zich meegebracht. De nieuwe locaties zijn daarentegen wel goedkoper. ▪ de tarieven voor de ingehuurde medewerkers zijn gestegen. ▪ meer kosten zijn doorbelast vanuit de andere organisatieonderdelen. Programma 3 Onderwijs De inzet van personeel voor Leerplicht en RMC wordt verdeeld op basis van verantwoorde uren. De inzet voor Leerplicht is, door de toename van het aantal meldingen, hoger dan in de begroting was voorzien, waardoor er een nadeel ontstaat (€ 102.000). De kosten voor RMC nemen af, maar doordat hier een subsidierelatie aan ten grondslag ligt, komen deze lagere kosten niet ten gunste van het resultaat. Algemene dekkingsmiddelen Het voordelig resultaat (€ 158.000) betreffen enerzijds lagere lasten omdat centraal geraamde budgetten o.a. voor inhuur hier niet worden ingezet anderzijds zijn er meer kosten ten laste van COVID-19 gebracht. Deze laatste kosten worden gedeclareerd bij het Ministerie.
Voorziening Bovenformatieven Bovenformatieven per 2013 Vanuit de reorganisatie 2013 zijn medewerkers bovenformatief geplaatst. Grotendeels zijn deze medewerkers inmiddels elders werkzaam. Niet voor alle medewerkers was het van werk naar werk traject echter succesvol. Een aantal van deze medewerkers zijn ontslagen en hebben een WW-uitkering aangevraagd. DGJ is risicodrager voor wat betreft de WW. Dit betekent dat de WW-lasten door het UWV (en eventuele aanvulling door APG) bij DGJ in rekening worden gebracht. Voor deze lasten is een berekening gemaakt en overeenkomstig met de BBV-voorschriften is een voorziening hiervoor getroffen.
34
Begin 2022 was nog één medewerkers waar DGJ de ww-lasten van draagt. De voorziening die samenhangt met deze ww-lasten is toereikend, en hoeft derhalve niet aangepast te worden. Bovenformatieven per 2015 Onderdeel van het dekkingsplan was de wijziging van de topstructuur. Het betrof het boventallig verklaren van diverse medewerkers. De meeste oud medewerkers hebben elders een baan gevonden. Waar dat dit oud-medewerkers (nog) niet is gelukt, zijn zitten zij in de ww. De lasten die hiermee samenhangen worden gedekt uit de voorziening bovenformatieven per 2015. De omvang van de voorziening is toereikend en hoeft dan ook niet te worden bijgesteld. De verwachte jaarlasten voor 2022 bedragen circa € 66.000 en zal, conform de afspraken die zijn gemaakt rondom deze voorziening, bij de vaststelling van de jaarrekening bij de gemeenten in rekening worden gebracht. Op deze wijze wordt de vordering die richting de gemeenten is ingesteld om de voorziening te vormen in te lopen.
Structurele effecten Voor 2023 voorzien wij een aantal structurele effecten die wij op dit moment nog niet hebben voorzien in de begroting 2023. Het gaat hierbij om de volgende onderdelen: ▪ OGGZ Het verwachte tekort ten opzichte van de oorspronkelijk begroting 2022 bedroeg bij de 1ste burap 2022 € 400.000. Voor 2022 hebben we dit tekort, door het treffen van maatregelen terug kunnen brengen naar € 250.000. Dit tekort heeft een structureel karakter op basis van de huidige uitvoering van de taak. In de DB vergadering van 1 december 2022 en de AB vergadering van 22 december 2022 komen wij met een voorstel voor 2023 en volgende jaren. ▪ Toezicht WMO We verwachten hier een structureel tekort van € 150.000. Dit tekort was bij de 1ste burap 2022 al gesignaleerd. Bij de 2de burap 2022 moeten we vaststellen dat het tekort een structureel tekort heeft. Evenals voor OGGZ geldt ook hier dat we in de vergadercyclus van december met een voorstel komen voor 2023 en volgende jaren. ▪ Loon- en prijsstijgingen De huidige CAO loopt tot en met 31 december 2022. In de begroting 2023 hebben wij rekening gehouden met een verhoging van 2%, gelet op de recente ontwikkelingen is het reëel om te veronderstellen dat dit percentage niet toereikend zal zijn.
Voor materiële budgetten zijn wij in de begroting 2023 uitgegaan van een verhoging van 1,5%, ook hier is het niet reëel om te veronderstellen dat dit percentage toereikend zal zijn.
35
SOJ Financieel overzicht Bedragen * € 1.000,-
Regionale zorgmarkt LTA PGB Serviceorganisatie Totaal lasten
76.411 3.593 4.833 3.688 88.525
57.189 2.488 3.309 2.843 65.829
105.435 5.813 5.949 5.306 122.503
9.181 -424 1.301 227 10.284
114.616 5.389 7.250 5.533 132.788
113.304 5.523 7.150 5.533 131.510
Realisatie 2021 exclusief JNV en JT 106.007 5.059 6.905 4.762 122.734
Baten exclusief uittreding reserve Leerdam + Zederik Ontrekking reserve frictiekosten uittreding Leerdam + Zederik Totaal baten
88.439 86 88.525
65.743 86 65.829
122.374 129 122.503
10.284 10.284
132.659 129 132.788
131.381 129 131.510
122.560 174 122.734
0
0
0
0
0
0
0
Saldo baten -/- lasten
Begroting na Realisatie wijziging t/m t/m augustus augustus op basis van
Begroting heel jaar
Begroting wijziging 1ste burap
Begroting na wijziigng 1ste burap
Prognose 2de burap
Toelichting Regionale zorgmarkt Bij de 1ste burap was het nog niet goed mogelijk een prognose op basis van eigen data af te geven. Dit kwam door ontbrekende declaratiedata in combinatie met de invoering van de nieuwe diensten in 2022 en het nieuwe woonplaatsbeginsel. Toen is voornamelijk gesteund op de productieopgaven en prognoses van zorgaanbieders. Inmiddels zijn de grootste declaratieachterstanden ingelopen. Bij deze 2de burap kan daarom, tot op zekere hoogte, wel een prognose worden afgegeven op basis van eigen data. Wel worden de prognose en een goede analyse van de cijfers bemoeilijkt door de invoering van het nieuwe woonplaatsbeginsel en in het bijzonder de vertraging van de overdrachten naar andere gemeenten buiten onze regio. Ook de omzetting van de oude producten naar de nieuwe dienstenstructuur werkt belemmerend bij de analyse. Daarnaast zijn er nog steeds zorgen over de volledigheid van declaraties bij verschillende aanbieders. Zoals ook in de maandrapportages aan de gemeenten aangegeven, leiden deze omstandigheden tot meer onzekerheden in de prognose dan gebruikelijk. In aanvulling op de eigen data zijn ook de productieverantwoordingen en prognoses van aanbieders gebruikt. Geconstateerd wordt dat de groei niet verder doorzet en er een kentering in de kostenontwikkeling lijkt op te treden. De kostenprognose ten opzichte van de 1ste burap daalt met € 1,0 mln.
Dit beeld is op het totaal. Daarbinnen zijn er een aantal opvallende ontwikkelingen die hieronder worden toegelicht en indien van toepassing worden aangevuld met adviezen en acties van de SOJ. Kosten duurste jeugdigen flink teruggebracht De kosten van de meest dure jeugdigen zijn mede door gerichte maatregelen fors naar beneden gebracht. Dit betreft zowel de kosten van verblijf als ingezette ambulante hulp. Kijkend naar een iets grotere groep (de top 50 duurste jeugdigen) zien we dat de kostenontwikkeling nog steeds zorgelijk is. Er is een tendens veel individuele één op éen begeleiding in te zetten, wat vaak tot hoge kosten leidt. Gemeenten wordt geadviseerd hier in hun sturing op de lokale teams aandacht voor te hebben. Jeugdigen met een langdurige zorgvraag zorgen voor kostentoename De toegang tot de Wet langdurige zorg (Wlz) voor jeugdigen met een langdurige zorgvraag (vooral jeugdigen met een beperking) is sinds 2015 fors ingeperkt. Als gevolg hiervan nemen de kosten voor deze groep jaarlijks toe omdat elk jaar een nieuwe groep van jonge jeugdigen instroomt. Deze groep stroomt dan vaak pas weer uit bij het 18 de levensjaar. Als gevolg hiervan stijgen de kosten van jeugdhulp van verblijf en dagbesteding voor deze groep. Los van de Wlz doelgroep neemt het aandeel van
36
jeugdigen dat meerjarig zorg krijgt toe. Jeugdigen blijven langer in zorg. De groep jeugdigen die korter dan een jaar zorg krijgt neemt juist af. Dagbehandeling en dagbesteding inclusief vervoer stabiliseert na eerdere toename In de 1ste burap was geconstateerd dat de kosten van deze groep in 2021 sterk was toegenomen door ontbrekende uitstroom vanwege bovengenoemde oorzaak (Wlz) en ontbrekende uitstroom naar het onderwijs. In 2022 stabiliseren de kosten zich voor deze groep. Signalen vanuit het onderwijs en jeugdhulpaanbieders leren ons dat er extra inzet gepleegd wordt om uitstroom naar het onderwijs te realiseren. Facturatie hoogspecialistiche GGZ neemt toe en positieve effecten praktijkondersteuner Hier wordt met ingang van 2022 voor een grote groep jeugdigen hoogspecialistische GGZ gefactureerd, terwijl vorig jaar voor dezelfde jeugdigen reguliere specialistische GGZ werd gefactureerd. Dit heeft een kostenverhogend effect. Dit is onderwerp van gesprek met de betreffende aanbieders, waaronder de grootste aanbieder. Verder is opgevallen dat bij enkele gemeenten die investeren in de praktijkondersteuner bij de huisarts de instroom in de SGGZ (specialistisch geestelijke gezondheidszorg) afneemt. Stabiele kosten pleeggezinnen en wonen De kosten zijn stabiel bij een afnemend aantal jeugdigen in pleeggezinnen.
Mogelijk wordt dit (gedeeltelijk) verklaard door declaratieachterstand. Het aantal jeugdigen in gezinshuizen neemt toe. Het vinden, hebben en houden van pleegzorg- en gezinshuisouders is een landelijk probleem. Diverse jeugdhulpaanbieders en het Samen Sturen team van gemeenten en SOJ hebben hier aandacht voor. Met elkaar wordt nagedacht wat welke eventuele initiatieven langdurig effectief zijn om pleegouders te werven. Jeugdbescherming en jeugdreclassering (gecertificeerde instellingen) De werkdruk in de jeugdbescherming is hoog en volop in het nieuws. Evenals andere regio's in de provincie Zuid-Holland heeft onze regio de jeugdbescherming lucht gegeven door een significante financiële bijdrage (€ 0,8 mln.) voor verlaging van de caseload van de jeugdbeschermers. Hierdoor hebben de jeugdbeschermers meer en daarmee voldoende tijd om hun werkzaamheden op een verantwoorde manier uit te kunnen voeren. Door deze caseloadreductie hebben GI's (gecertifieerde instellingen) geen wachtlijst, worden er ondersteunende jeugdbeschermers opgeleid tot volwaardige jeugdbeschermers en worden jeugdbeschermers door ondersteunende jeugdbeschermers ontlast. Hierdoor is er meer tijd voor het gezin en wordt er eerder toegeleid naar passend zorgaanbod door de inzet van zorgcoördinatoren.
Mede door deze resultaten heeft de Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd het interbestuurlijk toezicht in 2022 met vertrouwen afgesloten. Gezien de onveranderde kwetsbare positie van de GI's is continuering van de caseloadreductie voor 2023 onontkoombaar en opgenomen in de begroting 2023. In 2022 zijn (bovenregionaal) diverse gesprekken gevoerd met het Rijk om tot een langdurige oplossing te komen, zoals in ieder geval een hogere Rijksbijdrage. Eind 2022 wordt een reactie van het Rijk verwacht. Daarnaast zijn landelijke werkgroepen opgericht met als doel in 2023 nieuwe kwaliteitseisen en aangepaste tarieven voor de GI's op te leveren. Onlangs heeft het Rijk aangegeven extra middelen ter beschikking te stellen voor verlaging van de werkdruk, onder de voorwaarde dat gemeenten dit ook doen. Onze regio heeft dat, evenals de overige regio's in ZuidHolland, dus al gedaan. Jeugdhulp op school op meer locaties en meer jeugdigen Jeugdhulp op school is in 2022 op 27 schoollocaties actief. In vergelijking met 2021 betreft dit een groei van 4 schoollocaties. Hiermee groeit ook het aantal jeugdigen dat Jeugdhulp op School (JHOS) ontvangt en deel kan blijven nemen aan het onderwijsprogramma. In 2022 is de inzet van JHOS niet volledig geweest vanwege de
37
opstartfase en de schoolsluiting door Corona maatregelen. De verwachting is dat JHOS nog niet 'volgroeid' is. Er zijn nog speciaal onderwijsscholen waar nog geen Jeugdhulp op School plaatsvindt. Op deze scholen wordt jeugdhulp nog ingezet via de reguliere route middels een beschikking. Mogelijke upcoding wordt aangepakt In 2022 is een hele nieuwe set van diensten met nieuwe tarieven geïntroduceerd, inclusief een bijbehorend normenkader. Deze dienstencatalogus wijkt fors af de productdienstencatalogus van vóór 2022. Aanbieders moesten opnieuw bepalen welke diensten uit de dienstencatalogus het best bij de door hen geleverde jeugdhulp past. Contractmanagement heeft hier ook gesprekken over gevoerd met aanbieders. Desondanks komt het voor dat toch duurdere diensten worden gefactureerd (mogelijke upcoding) dan werd verwacht op grond van het zorgaanbod en declaraties uit voorgaande jaren van zorgaanbieders. De belangrijkste is hierboven al genoemd onder (hoog)specialistische GGZ. SOJ monitort dit en bespreekt mogelijke upcoding met aanbieders en treedt zo nodig corrigerend op. Buiten de eerdere genoemde verschuiving naar hoogspecialistische zorg met hoge impact is de overige gesignaleerde mogelijke upcoding beperkt in omvang. Er wordt gesproken over mogelijke upcoding omdat er een zorginhoudelijke grondslag kan zijn voor de inzet van duurdere diensten.