C01. 20221123 DGJ, Begrotingswijziging 2022.pdf
Tekst van het document
Bovenregionale ontwikkelingen JeugdzorgPlus leiden tot extra kosten Continuïteitssteun nodig voor aanbieders van JeugdzorgPlus JeugdzorgPlus betreft jeugdhulp aan kinderen in een gesloten instelling. Landelijk en (boven)regionaal is beleid in gang gezet deze vorm van jeugdhulp af te bouwen. Mede als gevolg hiervan hebben aanbieders van Jeugzorgplus problemen om financieel gezond te blijven. Deze vorm van jeugdhulp is nog wel nodig en daarom is continuïteitssteun noodzakelijk. In de 1ste burap is al rekening gehouden met beperkte mate van continuïteitssteun (€ 0,4 mln.) voor de kleinste van de twee JeugdzorgPlus aanbieders. Ook bij de andere veel grotere aanbieder is steun nodig. Het proces van analyse en mogelijke maatregelen is in volle gang, maar kost tijd. Het benodigde bedrag aan continuïteitssteun kan nog (fors) oplopen. Hiermee is geen rekening gehouden in deze 2de burap, omdat het bedrag op dit moment onmogelijk goed is in te schatten. Ook is nog niet duidelijk wanneer continuïteitssteun betaald moet worden. Dit kan doorschuiven naar volgend jaar. Stijgende kosten door het werken met kleinere groepen Los van continuïteitssteun is, in afstemming met de overige regio's in de provincie ZuidHolland, inhoudelijk ook een transformatie gemaakt naar kleinere groepen. Dit leidt, in ieder geval voor de korte termijn, tot hogere kosten. Voor 2022 € 1,1 mln.
en structureel € 1,5 mln. De werkelijke kosten zijn sterk afhankelijk van het aantal jeugdigen met JeugdzorgPlus en van het mogelijk effect van de kleinere groepen op de looptijd van de zorg. Deze zou kunnen dalen. Kosten en contracten niet gecontracteerd aanbod nemen toe door het nieuwe woonplaatsbeginsel De kosten voor niet gecontracteerd aanbod, ten dele buiten regionale zorg, neemt in 2022 toe met € 4,0 mln van € 4,3 mln. in 2021 naar 8,3 mln. in 2022 en betreft 166 aanbieders. Deze toename wordt voor ongeveer twee derde deel veroorzaakt door het nieuwe woonplaatsbeginsel (overdrachten van jeugdigen van buiten onze regio). Aangezien hier veelal sprake is van jeugdhulp met een wooncomponent zal deze groep langzaam en pas op termijn afnemen.
38
Daarnaast wordt een deel van de groei veroorzaakt door uitfasering van aanbieders die niet in aanmerking meer kwamen voor een overeenkomst, maar waar de zorg nog wel doorloopt. Als laatste valt op dat een deel van deze groei wordt veroorzaakt door hiaten in het zorglandschap. Voor deze laatste categorie geldt dat we dit met de gecontracteerde jeugdhulpaanbieders onderzoeken en oppakken. Inzet Jeugdhulp naar voren stabiel Gemeenten begroten en verantwoorden met ingang van 2022 zelf de kosten van Jeugdhulp naar voren. Dit betreft door de gemeenten zelf gecontracteerde inzet van jeugdhulpaanbieders of jeugdteam welke lokaal, meestal op fte basis worden ingezet. De kosten lopen nog wel mee in het laatste jaar van de afbouw van de solidariteit. In totaal hebben 8 gemeenten een opgave gedaan van hun verwachte kosten voor in totaal € 3,5 mln. Bij de 1ste burap was dat € 3,7 mln. Verlenging meerkostenregeling leidt ook in 2022 tot extra kosten De coronacrisis lijkt verminderd. Desondanks is landelijk afgesproken alsnog coronameerkosten te vergoeden aan zorgaanbieders in 2022. Verwacht wordt dat dit ongeveer € 0,3 mln. aan extra kosten met zich meebrengt. Overdracht jeugdigen nieuw woonplaatsbeginsel komt op stoom en klein voordeel verwacht Het woonplaatsbeginsel wordt toegepast om de verantwoordelijke gemeente voor een jeugdige te bepalen.
Het nieuwe woonplaatsbeginsel, ingevoerd per 1 januari 2022, stelt niet langer de woonplaats van het gezag over de jeugdige centraal, maar de woonplaats van die jeugdige. Voor jeugdigen met verblijf (jeugdigen met vaak hoge kosten) wordt de woonplaats geselecteerd van de gemeente waar de jeugdige stond ingeschreven direct voorafgaand aan de eerste verblijfszorg van die jeugdige. Dit moet leiden tot meer duidelijkheid en lagere uitvoeringslasten. Daarnaast sluit het nieuwe woonplaatsbeginsel beter aan bij de preventieve insteek van de Jeugdwet om Jeugdzorg met verblijf te voorkomen en om noodzakelijke voorzieningen zo dichtbij als mogelijk te organiseren. De implementatie van het woonplaatsbeginsel heeft vertraging opgelopen wegens gebrek aan medewerking van gemeenten buiten onze regio. Inmiddels is het proces grotendeels vlot getrokken en kan naar verwachting het overgrote deel dit jaar worden afgerond. Het huidig beeld is dat onze regio € 0,8 mln. lagere kosten heeft als gevolg van verschuivingen van het nieuwe woonplaatsbeginsel. Er zijn gemeenten die extra kosten krijgen en gemeenten die lagere kosten krijgen. Er moet nog wel voor circa € 1,6 mln. gemaakte kosten aan andere gemeenten worden gefactureerd, omdat de overdracht met terugwerkende kracht per 1 januari 2022 verrekend moet worden. Met deze € 1,6 mln. is in de prognose rekening gehouden.
Landelijk Transitie Arrangement (LTA) Het LTA is een set aan afspraken die door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) landelijk wordt gemaakt met een beperkt aantal jeugdhulpaanbieders, om er zeker van te zijn dat er een contractbasis is voor aanbieders met uitzonderlijk aanbod. Hierbij valt te denken aan aanbod voor transgender problematiek, gezinnen waar ernstige kindermishandeling of verwaarlozing plaatsvindt, jongeren met complexe problemen bij wie diagnostiek geen beeld geeft, etc. Het betreft een kleine groep jeugdigen met hoge kosten per jeugdige. De kosten kunnen sterk fluctueren. Ten opzichte van de eerste bestuursrapportage is de prognose toegenomen met € 0,1 mln. Persoonsgebonden budget (PGB) In de jaren 2015 tot en met 2018 daalden de kosten voor jeugdhulp in de vorm van PGB doordat deze hulp vaker werd omgezet naar de vorm van zorg in natura. Vanaf 2019 zijn
39
de kosten gaan stijgen. De stijging betreft zowel een sterke stijging van de hoogte van budgetten als van het gebruik van de budgetten (de uitnutting). In 2021 is ook het aantal jeugdigen met een PGB gestegen. De forse stijging (€ 0,8 mln.) van de kosten in 2021 wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt door meer dagbesteding en begeleiding met dieren (onder andere paarden) aan jeugdigen, waaronder jeugdigen met een autismespectrum stoornis. Verder wordt er meer jeugdhulp geleverd gericht op problematiek bij hoogbegaafdheid. In 2022 zijn de tarieven in PGB over het algemeen lager doordat er een (lager) nietinstellingstarief wordt toegepast. Toch stijgen de kosten verder door, maar minder hard dan bij de 1ste burap voorzien. De stijging betreft voornamelijk reguliere en specialistische begeleiding. De toename van de dienst specialistische begeleiding (hoger tarief) werkt kostenverhogend. Gemeenten wordt geadviseerd om bij de toekenning van jeugdhulpvoorzieningen het uitgangspunt te (blijven) hanteren dat de kwaliteitseisen bij de inzet van hulp in de vorm van een PGB gelijk zijn aan een voorziening in zorg in natura. Een aantal gemeenten stuurt hier al sterk op. Daarnaast zien wij dat er in onze regio budgetten met een hoge marge ten opzichte van de gedeclareerde waarde worden vastgesteld. Er wordt dus relatief veel speling voor de uitnutting van het budget geboden.
Sturing op de inzet en de hoogte van het budget is dus belangrijk. Stichting Jeugdteams Met ingang van 2022 contracteren gemeenten de Stichting jeugdteams zelf. Op verzoek van de gemeenten Gorinchem, Molenlanden en Hoeksche Waard heeft de SOJ de jeugdteams nog gecontracteerd voor deze gemeenten. De aansturing vindt plaats door gemeenten. Serviceorganisatie De specificatie van de Serviceorganisatie is in onderstaande tabel opgenomen. Begrotingspost
Personeelskosten eigen personeel Personeel van derden Uitbestede ICT Dienstverlening en overige ICT kosten Dienstverlening SCD Overige kosten Totale kosten
Begroot Begroot inclusief inclusief wijziging 1ste wijziging t/m burap augustus 2.322.430 1.548.287 1.104.915 736.610 1.050.000 700.000 225.000 150.000 830.392 553.595 5.532.737 3.688.491
Realisatie
1.511.969 435.797 685.033 210.397 2.843.195
RealisatieBegroting
-36.318 -300.813 -14.967 -150.000 -343.198 -845.297
De post personeel van derden is lager vanwege nog te facturen bedragen en nog niet bestede inzet door het netwerk MT voor "Veilig opgroeien is Teamwerk". Daarnaast vindt in het laatste kwartaal nog intensivering plaats vanwege de implementatie van het nieuwe back office systeem. De post dienstverlening SGD (Service Gemeente Dordrecht) is nog niet gefactureerd. De overige kosten blijven achter, voornamelijk omdat (nog) geen inzet is gepleegd op detail controles PGB (begroot voor 270k per jaar, maar nog geen aanleiding voor detailcontroles) en doordat een aantal andere activiteiten later in het jaar plaatvinden of nog gefactureerd moeten worden.
40
Tabel bijdragen per gemeente Op basis van de prognose zijn in onderstaande tabel de geprognosticeerde bijdragen per gemeente opgenomen. De tabel is in overeenstemming met de methodiek in de maandrapportage opgebouwd vanuit de werkelijk verwachte kosten, met vervolgens een correctie op 20% solidariteit. Afhankelijk van de kostenontwikkelingen per gemeente kunnen de werkelijke uitkomsten per gemeente nog aan verandering onderhevig zijn.
Bezetting en ziekteverzuim Bezetting (eigen personeel en personeel van derden) Bezetting per 31-8-2022 dienstverband + inhuur (bron Cognos) Staf en ondersteuning (inclusief cliëntadministratie en functioneel beheer) Inkoop en contractbeheer Projectleider veilig opgroeien is teamwerk Netwerk MT Informatievoorziening (data analisten en managere IV bij bedrijfsvoering DGJ) Financiën (onderdeel bedrijfsvoering DGJ) Manager / directeur Gezond en veilig opgroeien Totaal
fte 10,70 9,80 0,00 3,00 3,00 0,50 27,00
Begroot Toelichting fte 8,00 11,00 1 incidenteel 1,00 incidenteel 3,00 3,00 1,00 27,00
De totale gerealiseerde bezetting van de SOJ is gelijk aan de begrote bezetting. Daarbinnen is de bezetting van staf en ondersteuning hoger, vanwege de inzet voor het nieuwe woonplaatsbeginsel, uitbreiding van het secretariaat (beide toegelicht in de 1ste burap) en aanname van personeel dat eerst elders werkzaam was en via een dienstverleningsovereenkomst in rekening werd gebracht. Verzuim Het ziekteverzuim over de eerste acht maanden is 2,12 procent (bron AFAS).
Opvolging bevindingen accountant De accountant heeft in haar management letter bij de interimcontrole 2021 een aantal aanbevelingen gedaan. Naar aanleiding van deze aanbevelingen heeft de SOJ een position paper opgesteld, inclusief een aanpak voor de maatregelen die worden opgevolgd. Twee van de drie belangrijkste maatregelen betreffen het controleren van de prestatielevering van PGB's en van aanbieders met een omzet in onze regio van minder dan € 100.000 die zijn vrijgesteld van een accountantsverklaring. Deze laatstgenoemde maatregel is al sinds de controle over het jaar 2020 opgepakt. Onze accountant voert hiervoor steekproefsgewijs een controle uit van de geleverde jeugdhulp. Met ingang van de controle over het boekjaar 2021 wordt ook de prestatielevering van PGB's gecontroleerd. Bij deze controle zijn nauwelijks afwijkingen geconstateerd. Het uitvoeren van de twee maatregelen heeft geleid tot een goedkeurende controleverklaring van de accountant over het boekjaar 2021.
41
De aanbevelingen aangaande het uitvoeren van het zogenoemde 4-ogen-principe, vastlegging en woonplaatsbeginsel worden niet overgenomen, vanwege de afweging op gelopen risico en kosten. Er worden hiervoor alternatieve instrumenten ingezet. Met de invoering van het nieuwe woonplaatsbeginsel in 2022 en het nieuwe backoffice-pakket per 1 januari 2023, kunnen deze aanbevelingen mogelijk toch gedeeltelijk worden opgevolgd.
Risicoparagraaf Kaders In de vergadering van het Algemeen Bestuur van 13 december 2018 is de nota risicomanagement en weerstandvermogen vastgesteld. Hierin is vastgelegd hoe risico's binnen de Dienst Gezondheid en Jeugd worden geïnventariseerd, gekwalificeerd beheerst en waar nodig gekwantificeerd.
Beleid omtrent weerstandsvermogen Voor het bepalen van een gewenst weerstandsvermogen is inzicht nodig in de omvang en in de achtergronden van de risico’s. De Dienst Gezondheid en Jeugd maakt gebruik van het volgende model om de risico's te rangschikken. Kans
Financiële impact
Dat het risico zich voordoet 4
3
2
1
x > € 2 mln
€ 2 mln < x <
€ 0,5 mln < x <
x < € 0,1 mln
€ 0,5 mln
€ 0,1 mln
4 zeer grote kans >75%
16
12
8
4
3 grote kans 50-75%
12
9
6
3
2 middelgrote kans 25-50%
8
6
4
2
1 kleine kans < 25%
4
3
2
1
In onderstaande tabel zijn de geïnventariseerde risico’s weergegeven. Ook is aangegeven of het risico incidenteel dan wel structureel is en of er ten opzichte van de vorige rapportage wijzigingen zijn opgetreden (te weten de 1 ste burap 2022). Deze risico's omvatten slechts dat deel van de totaal door de DGJ in kaart gebrachte risico's welke gekwantificeerd kunnen worden en 'resteren' na het nemen van beheersmaatregelen (vermijden/verzekeren/voorzien).
DGJ Risico
Omschrijving
Kans
Omvang
I/S
1 Batenraming
4
2
S
€
300.000
Ja
2 Bedrijfsvoering
3
2
I
€
150.000
Nee
3 Claims
1
2
S
€
150.000
Nee
4 Effecten uittreding L-Z
1
2
S
€
150.000
Nee
5 Loon en prijsstijgingen
4
3
S
€ 1.200.000
Ja
6 Transitie SCD-SGD
2
2
S
€
75.000
Nee
7 Impact COVID-19
2
2
S
€
200.000
Nee
Totaal
42
Risicobedrag
€ 2.225.000
Gewijzigd
Hieronder volgt een toelichting per risico. 1. Batenraming De producten van de DGJ worden hoofdzakelijk gefinancierd uit inwoner- en directe gemeentelijke bijdragen. Een deel van de inkomsten heeft echter een fluctuerend karakter, zoals de subsidies in het kader van Veilig Thuis, de opbrengst van de polikliniek voor onder meer reizigersvaccinaties (ca. € 0,5 miljoen). Voor met name dit laatste onderdeel is inmiddels duidelijk dat COVID-19 een forse impact heeft in 2022 op de hier te realiseren opbrengsten. De kans dat dit 'risico' zich voordoet is derhalve aangepast van 2 naar 4. In de begroting zijn verder ramingen opgenomen voor onder meer OGGZ, WMO toezicht en kinderopvang waarvoor jaarlijks een traject met gemeenten wordt doorlopen over de omvang vergoeding van het takenpakket (in de vorm van een offerte/ Dienstverleningsovereenkomst). Hierdoor is er een risico dat de realisatie van deze baten afwijkt van de raming. 2. Bedrijfsvoering/primair proces Onder dit risico wordt verstaan de mogelijke extra inzet van mensen en middelen indien er een hoger dan voorzien beroep wordt gedaan op de dienstverlening in brede zin (Veilig Thuis, GGD ZHZ, LVS ZHZ en hiermee samenhangende ondersteuning) van de DGJ. Een voorbeeld hiervan is ook de (extra) inzet in crisissituaties. 3. Claims De DGJ kent een grote verscheidenheid aan producten.
Om de kwaliteit hiervan te borgen worden de nodige inspanningen geleverd, mede in het kader van de HKZcertificatie (Harmonisatie Kwaliteitsbeoordeling in de Zorgsector). Risico's op fouten (miscommunicatie, foutieve registraties) en hieruit mogelijk voortkomende schadeclaims zijn echter nooit in zijn geheel uit te sluiten. 4. Uittreding L-Z (Leerdam-Zederik) Met de uittreding van de gemeenten Leerdam en Zederik uit de GR is de batenraming structureel neerwaarts bijgesteld. Voor het weer structureel in evenwicht brengen van de begroting vanaf 2023 zijn maatregelen genomen waarbij rekening is gehouden met de inzet van de overeengekomen uittredingssom (oorspronkelijk totaal € 4 mln., waarvan € 3 mln. voor de DGJ en € 1 mln. voor de SOJ). Er wordt een beperkt risico gezien in het niet volledig kunnen realiseren van de maatregelen. 5. Loon- en prijsstijgingen Conform de notitie kaderstelling op de GR-en houdt de DGJ rekening met een loon- en prijs indexatie bij het opstellen van de begroting. Daarvoor moet, conform deze notitie, uitgegaan worden van de indices van de septembercirculaire van het vorige begrotingsjaar. De hierin opgenomen prijs- en loonindexatie was respectievelijk 1,5% en 2%. Gelet op het gegeven dat de daadwerkelijke loonkosten afhankelijk zijn van de uiteindelijk in de CAO gemaakte afspraken is er een risico dat de daadwerkelijke stijgingen hoger uitvallen.
De huidige inzet van de VNG is 4% die van de FNV 12%.
43
In de CAO is verder de mogelijkheid van verlofsparen opgenomen. Indien hier gebruik van wordt gemaakt dan stelt de commissie BBV dat hiervoor een voorziening voor moet worden getroffen. De kosten die hiermee gepaard gaan, zijn niet begroot en kunnen derhalve leiden tot een extra last. Verder is er in 2022 sprake van een fors inflatiecijfer hetgeen zich zal vertalen naar hogere materiele uitgaven. In het nu gekwantificeerde risico is voor zowel de loonkosten als voor de materiële uitgaven gerekend met 5%, verminderd met de percentages waar in de begroting al rekening mee was gehouden (1,5% respectievelijk 2%) 6. Transitie SCD-Dordrecht Tot ultimo 2021 steunde de DGJ voor ICT, HRM, Juridische diensten en inkoop op het Servicecentrum Drechtsteden (SCD). Vanaf 2022 is het SCD ondergebracht bij de gemeente Dordrecht en is de gemeente Dordrecht als servicegemeente verantwoordelijk voor de taakuitvoering. Zij neemt in deze situatie de verantwoordelijkheid voor en de regie op de besturingsprocessen rondom producten en diensten op zich. Zowel voor het leveren en beheren als voor het (door)ontwikkelen van deze producten en diensten. Met de servicegemeente Dordrecht (SGD) is hiervoor een overeenkomst tot en met 2025 gesloten waarbij afspraken zijn gemaakt over onder meer de omvang en prijs van de te leveren diensten.
Daarin is zoveel mogelijk opgetrokken met de GR OZHZ die zich in dezelfde situatie bevindt. Onder regie van de SGD wordt ook een vervolg gegeven aan het door het SCD ingezette traject ICT verandert waarmee een transitie naar een regie-organisatie op het gebied van ICT wordt beoogd en de uitvoering van operationele taken meer in de markt worden belegd. Deze transitie brengt kansen maar ook mogelijke (financiële) risico's met zich mee. Het privacygevoelige karakter van het takenpakket van de DGJ brengt namelijk met zich mee dat er hoge eisen (moeten worden) gesteld aan de informatiebeveiliging. Indien daarin niet kan worden voorzien door het SGD/leveranciers dan vraagt dit mogelijk aanvullende inspanningen en kosten. 7. Impact COVID-19 In het kader van de bestrijding van COVID-19 worden grote inspanningen verricht door de Dienst. De hiermee samenhangende kosten bedroegen in 2020 ca. € 9 mln. en zijn in 2021 opgelopen naar € 63 mln. De minister van VWS heeft toegezegd dat de GGD-en de meerkosten over 2021 volledig vergoed krijgen. Ook voor 2022 is deze toezegging gedaan met daarbij de 'beperking' dat dit niet geldt voor gederfde inkomsten. Over 2020 is inmiddels een eindafrekening bij VWS ingediend om het openstaande bedrag van € 4 mln. af te rekenen deze is inmiddels afgehandeld. Over 2021 is een voorschot van € 50 mln. ontvangen.
Na het vaststellen van de jaarstukken 2021 in het Algemeen Bestuur van juli is een declaratie ingediend voor de resterende € 13 mln. Voor 2022 wordt voor de bevoorschotting uitgegaan van een begroting van € 50 mln. en zijn de eerste voorschotten hiervoor ook al gedaan en uitbetaald.
44
Gelet op de toezeggingen en de wijze waarop deze tot nu toe zijn nagekomen was er geen risico opgenomen in deze begroting ten aanzien van kosten van de uitvoering van onze taken bij de bestrijding van COVID-19. Desalniettemin is het onzeker hoe de inzet en bekostiging hiervan na 2022 zich gaat ontwikkelen. Ook onzeker is welke impact COVID-19 heeft op het takenpakket en de daaraan gerelateerde en hiervoor genoemde risico's 1-4. Daarom is er nu wel voor gekozen om een eerste kwantificering van het risico op te nemen in deze paragraaf. Weerstandsvermogen De weerstandsratio geeft de verhouding tussen de risico's en het weerstandsvermogen van de GR DGJ. Het weerstandsvermogen bestaat uit het totaal van de reserves, de post onvoorzien en de stille reserves. De GR DGJ heeft geen post onvoorzien en stille reserves. Dit betekent dat de weerstandscapaciteit gelijk is aan de omvang van de reserves, ofwel € 2,3 miljoen (stand per 1.1.2022). Gezien de financiële omvang van de risico's, € 2.250.000, leidt dit tot een weerstandsratio van 1. Dit betekent dat de GR DGJ geen ruimte heeft om onvoorziene risico's op te kunnen vangen. Hierbij moet tevens de kanttekening worden geplaatst, dat van de reserves (€ 2,3 miljoen) € 1,8 miljoen is bestemd voor het opvangen van de frictiekosten als gevolg van de uittreding Leerdam/Zederik.
Als deze reserve buiten beschouwing wordt gelaten, dan bedraagt de weerstandsratio 0,22. De risico's overtreffen dan ruimschoots het weerstandsvermogen. Impact op risico-inventarisatie bij deelnemers aan de GR De deelnemers aan de GR benoemen in hun gemeentelijke begroting welke risico's er zijn ten aanzien van hun deelname aan de gemeenschappelijke regeling. Daarbij worden verschillenden modellen en benaderingen gehanteerd. In dat kader worden de volgende aantekeningen geplaatst. Bij de 1ste en 2de Burap is geconstateerd dat een aantal risico's zich daadwerkelijke manifesteren, waardoor de verwachting is, dat de algemene reserve niet meer toereikend zal zijn om nadelen/risico's om te vangen.
SOJ
Weerstandsvermogen De Serviceorganisatie heeft, met uitzondering van de reserve Frictiekosten uittreding Leerdam en Zederik, geen weerstandsvermogen/reserves. Zoals opgenomen in de bijdrageverordening komen tegenvallers en meevallers ten opzichte van de begroting, ten laste respectievelijk ten gunste van de deelnemende gemeenten.
Risicobeheersing Risico's gerelateerd aan jeugdhulpgebruik Deze financiële risico's richten zich vooral op de ontwikkeling van de kosten van jeugdhulp in relatie tot de begroting. De drie grootste financiële risico's die zich in de afgelopen jaren hebben voorgedaan zijn: 1. de sterke kostenstijging als gevolg van een gestegen inzet per jeugdige. 2. het niet realiseren van de in de begroting opgenomen kostenreductie. 3. de grote fluctuaties in de kosten per gemeente. Uit deze 2de burap blijkt dat de kosten van jeugdhulp zich lijken te stabiliseren ten opzichte van de verwachting in de 1ste burap. Dit varieert echter sterk per gemeente. De
45
komende jaren is een kostendaling noodzakelijk, omdat de rijksbijdragen worden afgebouwd. Risico vanwege hoge inflatie Een dit jaar opgetreden nieuw groot risico is de hoge inflatie. Zeer waarschijnlijk gaat de hoge inflatie leiden tot een hoge indexatie van tarieven voor jeugdhulp voor 2023. Daarbij moet ook de nacalculatie voor 2022 op worden geteld. De werkelijke prijsontwikkeling in 2022 is hoger dan de raming. Met deze hoge inflatie was in de primaire begroting geen rekening gehouden. Deze indexatie wordt landelijk door de VNG vastgesteld. Waarschijnlijk staan hier hogere bijdragen van het Rijk tegenover. Los van deze Rijksbijdragen moeten gemeenten rekening houden met fors hogere uitgaven voor jeugdhulp. Aangezien nu nog niet met zekerheid is aan te geven hoe hoog de indexatie zal uitpakken, is dit nog niet verwerkt in een begrotingswijziging. Op basis van de laatste publicatie van de VNG van 8 juni 2022 is de impact 2,9 procent hogere indexatie dan in de begroting aangenomen. Vorig jaar heeft de VNG nog aan het einde van het jaar een bijstelling gedaan. Dit zou gezien de oplopende inflatie dit jaar ook nog kunnen gebeuren. Gemeenten worden geadviseerd rekening te houden met een hogere indexatie van 3 tot 5 procent. Specifieke risico's Met terugwerkende kracht declareren van PGB-budgetten Van de verstrekte PGB-budgetten wordt circa 65% daadwerkelijk besteed.
In de huidige gemeentelijke verordeningen en beleidsregels zijn geen beperkingen opgelegd aan het met terugwerkende kracht over oude jaren indienen van declaraties. Wel geldt de algemene wettelijke regel dat dit na 5 jaar niet meer kan. Over de jaren 2017-2021 zou nog een bedrag van € 16,3 mln. gedeclareerd kunnen worden. De ervaring leert dat hier beperkt gebruik van wordt gemaakt. Inzet duurdere diensten als gevolg van nieuwe inkoop Vanaf 2022 is een geheel nieuwe set van diensten geïntroduceerd die fors afwijkt van de oude producten van vóór 2022. Het risico bestaat dat aanbieders hierdoor nu duurdere diensten inzetten dan vóór 2022. De SOJ heeft al verschillende afwijkingen geconstateerd die wijzen op de inzet van duurdere diensten en bespreekt deze met de betreffende aanbieders. Continuïteitsproblemen van aanbieders die gesloten jeugdhulp leveren Aanbieders van gesloten jeugdhulp hebben in toenemende mate problemen met hun bedrijfsvoering en het rond krijgen van hun exploitatie. Dit is voor een belangrijk deel het gevolg van het beleid om het aantal jeugdigen dat gesloten wordt geplaatst, terug te dringen. Bij de twee aanbieders in Zuid-Holland is de problematiek al zo groot, dat regio's en gemeenten in de provincie Zuid-Holland financieel moeten bijspringen. De omvang van de benodigde continuïteitssteun is nog onzeker.
In de begrotingswijziging bij de 1ste burap is voor de kleinste van de twee aanbieders op basis van een herstelplan een bedrag van € 0,4 mln. aan continuïteitssteun (inclusief projectkosten) opgenomen. Er is echter nog geen sluitende businesscase voor deze aanbieder. Bij de andere, grotere aanbieder wordt de problematiek nu nader geanalyseerd. Wel heeft de accounthoudende regio Rotterdam al een groot bedrag aan liquiditeitssteun verleend en is er sprake van grote historische verliezen. Als gevolg hiervan is het risico op (fors) oplopende uitgaven voor continuïteitssteun voor de gesloten jeugdhulp reëel. De omvang is echter nog niet in te schatten. De twee aanbieders zijn gevraagd om een gezamenlijk en duurzaam plan te maken.
46
Vertraagde overdrachten aan onze regio als gevolg van nieuw woonplaatsbeginsel Al gevolg van het invoeren van het nieuwe woonplaatsbeginsel, moeten veel jeugdigen worden overgedragen van de ene gemeente aan de andere. Gemeenten buiten onze regio hebben veel vertraging opgelopen bij de afhandeling hiervan, met gevolgen voor onze regio. De overdracht van jeugdigen vanuit onze regio aan andere gemeenten, voor een groot deel Rotterdam, is onlangs vlot getrokken na de nodige interventies vanuit de SOJ. Inmiddels is duidelijk dat als gevolg van het nieuwe woonplaatsbeginsel, € 1,6 mln. aan andere gemeenten moet worden gefactureerd. Mogelijke nagekomen (vertraagde) overdrachten van gemeenten buiten onze regio aan gemeenten in onze regio, zorgen voor een onzekerheid in de kosten. Reguliere bedrijfsvoeringrisico's Naast bovengenoemde specifieke risico's heeft de Serviceorganisatie de reguliere financiële en niet-financiële bedrijfsvoeringrisico's voor alle processen in kaart gebracht. Dit heeft geleid tot een omvangrijke lijst. Op alle risico's zijn beheersmaatregelen geformuleerd. Deze worden periodiek geëvalueerd en indien nodig bijgesteld. De risico's zijn geclassificeerd volgens onderstaand model. Kans
Financiële impact
Dat het risico zich voordoet
4 zeer grote kans >75% 3 grote kans 50-75% 2 middelgrote kans 25-50% 1 kleine kans < 25%
4 x > € 2 mln
3 € 2 mln < x < € 0,5 mln
2 € 0,5 mln < x < € 0,1 mln
1 x < € 0,1 mln
16 12 8 4
12 9 6 3
8 6 4 2
4 3 2 1
De oranje en rood gekleurde risico's zijn in onderstaand schema visueel weergegeven.
Kans
Ernst
4
3
2
1
Catastrofaal
Ernstig
Matig
Klein
4 zeer grote kans dat het zich voordoet
A4, A8 B, A15
3 grote kans dat het zich voor doet
A36
A25, A27, A32
2 middelgrote kans dat het zich voor doet
A 42
1 kleine kans dat het zich voor doet
In de tabel hierna zijn alle risico's beschreven. Het totale risico op hogere kosten van jeugdhulp dan er is begroot en financieel beschikbaar is bij gemeenten, komt samen in het roodgekleurde risico A36. Dit is een samenstelling van een aantal onderliggende risico's.
47
Risiconummer
A-4
A-8 B
A-15
A-25
A-27
A-32
A-36
A-42
48
Scope
Zorginzet
Declaraties jeugdhulp RTA+LTA
Declaraties jeugdhulp RTA+LTA
PGB
PGB
Generiek
Generiek
Generiek
Risico’s:
Oorzaken/ risicofactoren: Effect:
Wat kan er mis gaan?
Wat kunnen oorzaken daarvan zijn?
Verwijzer geeft Druk van burger verwijzing af Burgder ten dienste terwijl burger willen zijn terwijl voorliggend Te weinig veld of eigen kracht budgetbewustzijn bij ook een oplossing verwijzer zou kunnen zijn
Kosten zorg lopen op
Zorgaanbieder Fraude en declareert niet administratieve verleende zorg of onzorgvuldigheid declareert onjuist (niet declarabele uren) Te hoog afgegeven Gebreken in proces beschikking en Jeugdteams andere fouten in Wensen burger teveel beschikking leidend Fraude
Betaling onrechtmatig / frauduleus gedeclareerde zorg
De jeugdhulpvraag is groter dan het beschikbare budget.
Ex K
Wat kunnen gevolgen zijn?
Aanbieders Aanbieders mogen zelf Er wordt meer zorg continueren zorg te de duur en intensiteit geleverd dan nodig lang (duur) of van de zorg bepalen zetten meer zorg in Casemanagement nog dan nodig is nauwelijks toegepast (intensiteit) Geen inperking in contract en vanuit contractmanagement nog weinig druk
Zorgaanbieder Gebrekkig declareert niet administratief proces verleende zorg of aanbieders declareert onjuist Fraude (niet declarabele uren) Gebrekkig inzicht in Gebrekking de productie/ administratief proces zorgconsumptie en/of te hoge door laat indienen administratieve last van declaraties aanbieders door zorgaanbieders.
Ernst (E)* Kans (K)**
4
2
Ontbrekend inzicht in zorgconsumptie; als gevolg daarvan minder tijdige bijsturingsmogelijkh eden en minder betrouwbare prognoses Onhoudbaarheid financien en daarmee voortbestaan huidige inrichting en werking stelsel
Bezuinigingen vanuit het Rijk Groei zorgvraag Bedrijfsbelang aanbiecders (meer) zorg te leveren Ingezette zorg niet doelmatig en niet effectief Toegang niet streng genoeg Inzet jeugdhulp JNV wordt ingezet op Hogere kosten (JNV) naar voren preventie en preventie leidt niet tot lagere leidt mogelijk niet tot kosten lagere 2e lijns gespecialiseerde jeugdhulp
Mogelijke aanvullende maatregelen:
Ja/ nee***
Hoe risico te voorkomen/ te verminderen?
Nee
Afspraken met aanbieders bij nieuwe inkoopronde 2022 over reductie inzet per jeugdigdige Normenkader en afbakening jeugdhulp Perspectiefplan Casemanagement bij jeugdteams Contractmanagement SOJ
8
Gedeeltelijk, door procesinrichting bij Stichting Jeugdteams
4
2
4
2
3
3
Betaling onrechtmatig / frauduleus gedeclareerde zorg
Betaling onrechtmatig / frauduleus gedeclareerde zorg
Borging (behersingsmaatregelen / key controls)
3
3
4
3
3
3
Verhogen budgetbewustzijn door project anders zorgen (in uitvoering) Poject uit aanjaagplan 8 verwijzerstroom huisarts via jeugdteams Project aanjaagplan POH huisarts (bij een aantal gemeenten al operationeel) Gedeeltelijk via controle verklaring Aanstellen preventiemedewerker accountant bij productieverantwoording fraude >100k. Bij productie< 100k separate controle Rechtmatigheid en fraude 8 Monotoring potentiele dubbele declaraties controles Aanscherping case en contractmanagement Ja voor aspect onrechtmatigeheid/fraude Fraudepreventie functionaris door: Fraude controle -Procesinrichting bij Stichting Jeugdteams en Verhogen budgetbewustzijn door toetsingskader SOJ project anders zorgen (in -Niet rechthebbende cliënten kunnen dit niet uitvoering) direct omzetten in financieel voordeel, muv Verhoogde aandacht bij inzet Sociaal Netwerk Jeugdteams voor hoogte -Er is geen uitbetaling aan cliënten, muv inzet beschikkingen 9 sociaal netwerk -Alleen geldelijk voordeel met samenspanning in de keten JT-cliëntaanbieder, bij inzet sociaal netwerk alleen JTclient Minder borging voor te hoog afgeven beschikking (de gap tussen beschikking en uitnutting is in ZHZ veel hoger dan landelijk)
9
9
Gedeeltelijk met proef rechtmatigheidscontroles, huisbezoek ontbreekt door corona
Fraudepreventie functionaris Opschaling rechtmatigheid en fraude controle
Gedeeltelijk, voorschotten zijn afgeschaft en OHW-financiering wordt afgebouwd Aanspreken aanbieders door contractmanagement
Boetes op te laat declareren Niet meer vergoeden te laat gedeclareerde zorg Sterker aanspreken door contractmanagement
Gedeeltelijk (maatregelen in voorbereiding of uitvoering) Maatregelen Aanjaagplan Overige maatregelen Nieuwe inkoop 2022
Strakkere monitoring en sturing op uitvoering maatregelen en effect van maatregelen
12
Gemeenten kunnen elkaar aanspreken op inzet JNV 4
2
8
Rechtmatigheid inkopen Op verzoek van de auditcommissie besteden wij in de 2de burap 2022 specifieke aandacht aan de rechtmatigheid van de inkopen. Wij richten ons hierbij op de naleving van inkoopregels zoals ze zijn opgesteld in de Aanbestedingswet 2012. In het accountantsverslag 2021 wordt wat betreft de bestedingen de volgende opmerkingen gemaakt: ▪
▪
▪
Het eigen inkoop- en aanbestedingsbeleid (geen onderdeel normenkader) wordt niet consequent nageleefd. Wij dringen erop aan uw procedures hierop aan te scherpen. In 2021 is voor een bedrag van € 1,2 miljoen facturen betaald zonder dat daaraan een contract aan ten grondslag lag. Prestatielevering wel vastgesteld, maar wij dringen aan op aanscherping van de procedures. Vanuit de controle van de EU aanbestedingsrechtmatigheid onrechtmatigheden ad € 0,2 miljoen geconstateerd.
In 2021 zijn de bestedingen van het cluster COVID-19 uitvoeringsorganisatie circa 69% van het gehele inkoopvolume van DGJ geweest. DGJ heeft eind 2021 BDO Legal gevraagd een advies uit te brengen omtrent de rechtmatigheid van gedane inkopen ter bestrijding van COVID-19. Door BDO Legal is onder ander geadviseerd om een zekere mate van basisinfrastructuur in te richten. Ten aanzien van bovenstaande bevindingen van zowel de accountant als BDO Legal heeft DGJ onderstaande beheersmaatregelen genomen: ▪ ▪
49
Vanaf eind 2021 is een eigen inkoopadviseur ten behoeve van de COVID-19 uitvoeringsorganisatie aangesteld. Vanuit de opgestelde spendanalyse zijn de volgende aanbestedingen voor zowel COVID-19 als de reguliere DGJ uitgevoerd: Europese openbare aanbesteding Raamovereenkomst Medische verbruiksen gebruiksartikelenartikelen met Tenderned kenmerk TN 324160, publicatiedatum 30 juli 2021. Europese openbare aanbesteding Arbodienstverlening Drechtsteden, OZHZ en DG&J, Sociale en andere specifieke diensten, kenmerk TN 327308, publicatiedatum 8 oktober 2021. Europese openbare aanbesteding Beveiliging en Verkeersdiensten t.b.v. test -en vaccinatielocaties met Tenderned kenmerk TN: 343563, publicatiedatum 6 januari 2022. Europese openbare aanbesteding Raamovereenkomst Inhuur Uitzendkrachten Regio Drechtsteden, kenmerk TN 345336, publicatiedatum 26 januari 2022. Europese openbare aanbesteding Raamovereenkomst Schoonmaakdiensten t.b.v. alle locaties DG&J, kenmerk TN 347156, publicatiedatum 15 februari 2022. Europese openbare aanbesteding Backoffice-applicatie Sociaal Domein Jeugd t.b.v. Serviceorganisatie Jeugd ZHZ, kenmerk TN 350445, publicatiedatum 3 maart 2022. Vrijwillige transparantie vooraf Inhuur EHBO medewerkers, kenmerk TN 366525, publicatiedatum 21 juni 2022; Meervoudig onderhandse aanbesteding Warme Drankenautomaten, datum offerteaanvraag 3 december 2021.
Meervoudig onderhandse aanbesteding Raamovereenkomst Levering sanitaire verbruiksartikelen t.b.v. alle locaties DG&J, datum offerteaanvraag 4 april 2022. Meervoudig onderhandse aanbesteding Raamovereenkomst Evenementenorganisatie, (opbouwen, inrichten en afbouwen van test- en vaccinatielocaties), Sociale en andere specifieke diensten, datum offerteaanvraag 23 juni 2022. Meervoudig onderhandse aanbesteding Raamovereenkomst Afvalverwerking t.b.v. test- en vaccinatielocaties, datum offerteaanvraag 5 september 2022. Naast de inkoopadviseur is er inzet van een financieel adviseur, kwaliteitsadviseur en juridisch adviseur t.b.v. de COVID-19 uitvoeringsorganisatie. Proces van contractregistratie, contractbeheer en contractmanagement is vastgesteld. Uitvoeren van periodieke steekproeven waarbij wordt onderzocht of op goede wijzer aan contractregistratie- en beheer wordt gedaan door de kwaliteitsadviseur. Als uitgangspunt voor de steekproeven wordt de factuur genomen. Interne procedures ten behoeve van bestellingen ten aanzien van de COVID-19 uitvoeringsorganisatie zijn opgesteld. Met de gecontracteerde partijen ten behoeve van inhuur van medewerkers zijn afspraken gemaakt om te factureren op basis van ingeplande uren zoals vermeld in het planningssysteem Shiftbase. Een rechtmatigheidsanalyse van de spend per crediteur is opgesteld vanaf de inkopen 2019 t/m eind augustus 2022.
Inkoopdossiers van top 10 leveranciers zijn aanwezig. -
▪ ▪ ▪
▪ ▪
▪ ▪
De volgende beheersmaatregelen zullen nog getroffen gaan worden: ▪ ▪
Analyse van homogene opdrachten die in de huidige situatie zijn ondergebracht bij meerdere crediteuren. Opstellen aanbestedingskalender t.b.v. COVID-19 uitvoeringsorganisatie en reguliere DGJ.
Ten aanzien van de opmerkingen van de accountant (zie vorige pagina) kan worden gesteld dat de nadruk voornamelijk bij de tweede bullit heeft gelegen. Uit de opsomming van bovenstaande blijkt dat ook het voldoen aan het eigen inkoop- en aanbestedingsbeleid aandacht heeft gekregen (meervoudige onderhandse aanbestedingen), dit moet echter nog wel verder ontwikkelt worden. Bij de derde bullit werd aangegeven dat er onrechtmatigheden waren geconstateerd, omdat het meerjarige contracten betreft blijft deze onrechtmatigheid van kracht.
50
Bestuurlijke besluitvorming In de bestuurlijke planner is opgenomen op welk moment in het Algemeen Bestuur een stuk wordt geagendeerd en of dit een besluitvormend, informatief of opiniërend karakter heeft. In bijlage 1 is de planner voor de komende maanden in 2022 weergegeven. In de periode juni – augustus zijn in het algemeen bestuur de volgende onderwerpen besproken: Concern: ▪ Aanwijzen leden Auditcommissie ▪ Vaststellen Jaarstukken 2021 ▪ Vaststellen Begroting 2023 ▪ Vaststellen 1ste Bestuursrapportage 2022 ▪ Vergaderplanning 2023 ▪ Vergoedingsregeling klachtencommissie Onderdeel Dienst Gezondheid & Jeugd: ▪ Project Nu Niet Zwanger Onderdeel Serviceorganisatie Jeugd: ▪ Inspectierapport Veiligheidsketen (informatief)
51
Bijlage 1 Bestuurlijke planner Maand
Algemeen Bestuur
November
17 november Besluitvormend ▪ 2de Burap 2022 ▪ Vaststellen wijziging begroting 2022 SOJ Opiniërend ▪ Ontwikkelingen Forensische Geneeskunde ▪ Uitwerking wijziging Wgr ▪ Herziening reglement van orde AB. Informerend ▪ Aangepast beleid op vrijstelling op grond van richting bezwaar
THEMABIJEENKOMST 24 november ▪
December
Ontwikkelingen Dienstverlening en ROA
1 december Besluitvormend ▪ Nu Niet Zwanger ▪ Herziening reglement van orde AB.
52
Gemeenteraad
Na zienswijze gemeenteraden.
Planning
53
54
Het Algemeen Bestuur van de Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid;
Besluit: 1. Kennis te nemen van de nota van reactie op de ontvangen zienswijzen op het in de vergadering van 7 juli voorgenomen besluit tot begrotingswijziging ten aanzien van de uitgaven Jeugdhulp (bijlage 1); 2. Kennis te nemen van de 2de bestuursrapportage 2022 GR DGJ (bijlage 2); 3. De wijziging van de begroting voor GR DGJ, jeugdhulpuitgaven, op basis van de prognose bij de 2de bestuursrapportage 2022 (bijlage 3), vast te stellen; 4. De begrotingswijziging voor GR DGJ, programma's, op basis van de prognose bij de 2de bestuursrapportage 2022 (bijlage 3), vast te stellen.
Aldus vastgesteld in de vergadering van het Algemeen bestuur van 17 november 2022, de secretaris
de voorzitter,
C. Vermeer
H. van der Linden
Bijlage 3 Begrotingswijziging DGJ Product P1 Publieke gezondheid P2 Veilig Thuis P3 Onderwijs P4 Jeugdgezondheidszorg P5 Kennisprogramma Saldo van baten en lasten
Prognose 1ste burap 2022 Lasten Baten Saldo 44.257 43.624 -632 7.367 7.367 0 2.346 2.346 0 12.508 12.508 0 1.079 1.079 0 67.557 66.925 -632
(bedragen x € 1.000) Prognose 2de burap 2022 Mutatie t.o.v. 1ste burap 2022 Lasten Baten Saldo Lasten Baten Saldo 50.825 50.433 -393 -6.569 6.808 240 7.225 7.203 -22 142 -164 -22 2.368 2.266 -102 -22 -80 -102 12.477 12.508 31 31 0 31 1.081 1.055 -26 -2 -24 -26 73.977 73.466 -511 -6.420 6.541 121
Algemene dekkingsmiddelen Saldo van baten en lasten Mutatie reserve Geraamd resultaat alg. dekkingsmiddelen
11.025 11.025 0 11.025
10.941 10.941 716 11.657
-84 -84 716 632
11.247 11.247 0 11.247
11.322 11.322 437 11.759
74 74 437 511
-222 -222 0 -222
380 380 -279 101
158 158 -279 -121
Geraamd resultaat totaal
78.582
78.582
0
85.224
85.224
0
-6.642
6.642
0
Begrotingswijziging SOJ