A36. 20240724 Definitief vastgestelde Begroting 2025 DGJ.pdf
Tekst van het document
2.5 Programma 5: Kennisprogramma Wat willen wij bereiken? In dit programma wordt invulling gegeven aan het kennisprogramma waarin gewerkt wordt aan de samenhang tussen beleid, onderzoek en praktijk. Het betreft bovenal het uitvoeren van de wettelijke taak, beschreven in de Wet publieke gezondheid, om op basis van epidemiologische analyses gemeenten inzicht te geven in diverse aspecten van de gezondheidstoestand en gezondheid bevorderende en –bedreigende factoren van de inwoners in Zuid-Holland Zuid en daarover te adviseren en programma's te starten. Hiervoor wordt ook verdiepend en innovatief epidemiologisch en kwalitatief onderzoek
Dienst Gezondheid & Jeugd | Begroting 2025 GR DG&J |
39
gedaan. Deze onderzoeken leveren tevens een bijdrage aan het verbeteren van de praktijk. Door de integrale samenstelling van DG&J met meer onderdelen, dan enkel de GGD, worden databronnen en beleidsvelden verbonden. Beleidsontwikkelingen rondom het Integraal Zorg Akkoord (IZA) en het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) vragen om extra (kwalitatief) onderzoek, monitoring en analyses. Vanuit dit perspectief wordt ingezet op innovatieve onderzoeksmethoden (zoals bijv. participatief actieonderzoek data science) om de beweging naar een systeemaanpak te helpen maken. Wat gaan wij daarvoor doen? In 2023/2024 is het MJP 2024-2028 voor de DG&J in samenspraak met gemeenten tot stand gekomen. De hoofdopgave voor de DG&J de komende jaren is: Gezondheidsachterstanden verkleinen en ontwikkelingskansen vergroten. Hieraan werken we vanuit DG&J met programma's en projecten die moeten gaan bijdragen aan een systeemaanpak van complexe gezondheidsproblemen (health in and for all policies). Dit doen wij op basis van inzichten uit lokaal en regionaal (toegepast) onderzoek. Hiertoe voeren we in 2025 onder meer de gezondheidsmonitors uit. En duiden de beschikbare data ten behoeve van optimalisatie van de uitvoering en/of beleid.
Het MJP zal in 2024 een actuele vertaling krijgen in het kennisprogramma, met onderzoek dat aansluit op de lokale gemeentelijke gezondheidsnota's, onze inspanningen in het uitvoeringsprogramma MJP en dichtbij de actuele ontwikkelingen zoals IZA, GALA en domeinoverstijgend werken. Indicatoren Prestatie-indicator
Norm
Het online GGD dashboard www.hoegezondiszhz.nl is geactualiseerd op basis van de gezondheidsmonitors Kinderen, Jeugd en Volwassenen & Ouderen
Begroting 2025
100%
De gezondheidsmonitoren en de specifieke ontwikkellijnen van het Kennisprogramma zijn conform plan uitgevoerd
100%
Voor het jaar 2024 staat de Uitvoering gezondheidsmonitor Volwassenen conform wettelijke en ouderen op het programma cyclus (resultaten in 2025)
Wat mag het kosten? (bedragen x € 1.000) P5 Kennisprogramma
Jaarrekening 2023 Lasten
Baten
Begroting 2024 na wijzigingen
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
Begroting 2025 Lasten
Baten
Saldo
Mutatie
Kennisprogramma
1.029
1.175
146
1.168
1.168
0
1.225
1.225
0
57
Saldo baten en lasten
1.029
1.175
146
1.168
1.168
0
1.225
1.225
0
57
Mutaties reserves Geraamd resultaat
0
0
0
0
0
0
0
0
0
-
1.029
1.175
146
1.168
1.168
0
1.225
1.225
0
57
Toelichting De afwijking tussen de jaren 2024 en 2025 is het gevolg van indexatie.
Dienst Gezondheid & Jeugd | Begroting 2025 GR DG&J |
40
2.6 Programma 6: Serviceorganisatie Jeugd Wat willen wij bereiken? De gemeenten in de regio Zuid-Holland Zuid hebben een aantal taken voor de uitvoering van de Jeugdhulp grotendeels belegd bij de DG&J, de Serviceorganisatie Jeugd (SOJ). Het betreft de volgende taken: inkoop, contractmanagement, clientadministratie, facturatie, advies, beschermingsgesprekken en informatievoorziening. De beleidsontwikkeling en de aansturing van het lokale veld (incl. de toegang voor Jeugdhulp) ligt bij gemeenten. Gemeenten hebben een meervoudig lokaal samenwerkingsprogramma 'Werk voor de Jeugd'. De doorontwikkeling van en (beleidsmatige) sturing op Jeugdhulp vraagt om een gezamenlijk optrekken van gemeenten, lokale teams, serviceorganisatie jeugd (SOJ) en zorgaanbieders. Wat gaan wij daarvoor doen? De SOJ voert in het kader van de Jeugdwet een aantal gedelegeerde taken uit op het vlak van inkoop- en contractmanagement, administratie en bekostiging, advies en informatievoorziening en verantwoording. Deze regionale inzet vindt plaats onder aansturing van het DB/AB van de Dienst Gezondheid en Jeugd. De advisering en ondersteuning door SOJ op onderdelen van het meervoudig lokale programma 'Werk voor de Jeugd' vindt plaats via het regionale AO Jeugd, het Netwerk MT en het PFO Jeugd van de gemeenten.
Inrichting Jeugdhulplandschap De Serviceorganisatie Jeugd heeft overeenkomsten voor jeugdhulp in de regio afgesloten. Hierbij zijn ontwikkeldoelen, inspanningsverplichtingen en prestatieafspraken bepaald, kwaliteitscriteria en diensten beschreven en tarieven vastgesteld. De inkoop jeugdhulp wordt gestuurd vanuit een zestal kernwaarden: I. II. III. IV. V. VI.
Jeugdhulp wordt geboden in de leefomgeving; jeugdigen groeien thuis op. Jeugdhulpaanbieders (professionals) bieden dienstbaar vakmanschap. Ieder kind volgt onderwijs. Jeugdhulp zorgt voor toegenomen zelfredzaamheid en duurzaam herstel van de jeugdige en het gezin. Jeugdhulp versterkt het netwerk van de jeugdige en het gezin. Doelmatige inzet van (schaarse) middelen.
Contractmanagement De Serviceorganisatie Jeugd voert in opdracht van de tien deelnemende gemeenten het contractmanagement uit op de gecontracteerde jeugdhulpaanbieders en de Gecertificeerde Instellingen. Contractmanagement heeft als doel het optimaal inzetten van de overeenkomst jeugdhulp op kwaliteit en kwantiteit. De SOJ werkt daarbij intensief samen met gemeenten in de uitvoering van het contractmanagement (Samen sturen). De SOJ organiseert branchegerichte teams, waar de ontwikkelingen en uitdagingen in een deelgebied van Jeugdhulp (branche) centraal staan. Iedere gemeente participeert in 1 of meerdere brancheteams: • Medewerkers van gemeenten sluiten vanuit deze brancheteams aan bij contractmanagementgesprekken van relevante aanbieders. • Gemeenten sluiten op eigen verzoek aan bij contractmanagementgesprekken met aanbieders met groot lokaal belang.
Dienst Gezondheid & Jeugd | Begroting 2025 GR DG&J |
41
•
Gemeenten participeren in de ontwikkeltafels waar de voortgang op beleidsdoelen, de doorontwikkeling van het jeugdhulplandschap en de doorontwikkeling van de overeenkomst centraal staan.
De afdeling contractmanagement signaleert knelpunten en hiaten, adviseert gemeenten en ketenpartners, ondersteunt door hen gecontracteerde partijen in relatie tot de in de overeenkomst opgenomen doelen en verplichtingen. Daarnaast ziet de afdeling toe op de bijdragen van partners aan de beleidsdoelen, het realiseren van inspanningsverplichtingen en resultaatafspraken, monitort op de afspraken, stelt afspraken bij na dialoog, stuurt bij waar nodig en neemt zo nodig (disciplinaire) maatregelen bij het niet nakomen van de afspraken uit de overeenkomsten. Hervormingsagenda De rijksbijdragen voor jeugdhulp nemen, evenals andere uitkeringen in het gemeente fonds sterk af in 2026 (ravijnjaar). De afname van rijksbijdragen voor jeugdhulp moet opgevangen worden met maatregelen uit de Hervormingsagenda. In 2025 zullen de maatregelen voor een belangrijk deel doorgevoerd moeten zijn om het ravijnjaar 2026 het hoofd te kunnen bieden. De belangrijkste besparingen moeten komen uit de versterking van de lokale teams inclusief verbinding en versteviging aanpalende domeinen (lokale voorzieningen) en de reikwijdte jeugdhulp (toe te passen door lokale teams). Eén maatregel uit de Hervormingsagenda kan nu door de Serviceorganisatie Jeugd voor de 10 gemeenten worden uitgevoerd. Dit betreft het uitvoeren van rechtmatigheidsonderzoeken bij zorgaanbieders.
Hiervoor zijn in de begroting 2025 aanloop en uitvoeringskosten van € 0,4 mln. opgenomen en opbrengsten in de zin van terughalen onrechtmatig gedeclareerde zorg van € 0,6 mln. Per saldo een besparing van € 0,2 mln. De Serviceorganisatie draagt bij op het vlak van inkoop- en contractmanagement. Bij het contractmanagement wordt onder andere gestuurd op de juiste declaratie van ingezette diensten, het normenkader en de contractueel overeengekomen doelen op aanbieder en brancheniveau. Gemeenten zijn betrokken bij het contractmanagement. De SOJ ontwikkelt, samen met gemeenten, ook nieuwe instrumenten en diensten om het zorglandschap beter te laten functioneren. Als voorbeeld wordt genoemd de ZorgOnderwijs Arrangementen. De in de Hervormingsagenda opgenomen maatregelen en forse besparingen voor regionalisering en standaardisatie zullen in het algemeen en zeker in onze regio zeer beperkt tot een kostenreductie leiden voor gemeenten.
Indicatoren Prestatie-Indicator Contractmanagement is volgens plan uitgevoerd.
Begroting 2025 4 ontwikkeltafels, 3 bestuurlijke tafels, en met de strategische partners tenminste 3 individuele gesprekken op jaarbasis. Samenwerking met gemeenten is operationeel ('Samen sturen').
Kennis en expertise delen met gemeenten. Informatievoorziening Jeugdhulp.
Dienst Gezondheid & Jeugd | Begroting 2025 GR DG&J |
42
Normenkader
75% van de diensten worden binnen de gestelde norm en het bijbehorende proces van afwijkingen mbt duur en intensiteit uitgevoerd. Dit wordt per segment gemonitord
Met ingang van 2018 dienen gemeenschappelijke regelingen de vanuit het BBV voorgeschreven beleidsindicatoren die betrekking hebben op de gemeenschappelijke regeling in haar begroting op te nemen. In onderstaande tabel zijn de beleidsindicatoren van de DG&J weergegeven. Voor de SOJ zijn de volgende indicatoren van belang:
nr. Taakveld 29 30 31
Naam indicator
Eenheid
6. Sociaal
Jongeren met
% van alle jongeren
domein
jeugdhulp
tot 18 jaar
6. Sociaal
Jongeren met
% van alle jongeren
domein
jeugdbescherming
tot 18 jaar
6. Sociaal
Jongeren met
% van alle jongeren
domein
jeugdreclassering
van 12 tot 23 jaar
Bron Begroting 2024
Begroting 2025
CBS
11,30%
11,7%
CBS
1,40%
1,2%
CBS
0,30%
0,2%
De begroting van 2025 is gelijk aan de realisatie 2022. Het CBS is vollediger gaan uitvragen voor wat betreft het aantal jongeren met jeugdhulp. De realisatie 2021 bedroeg 11,5%. OGSM De SOJ heeft onlangs voor het eerst ervaring opgedaan met planvorming volgend de zogenaamde OGSM methodiek. OGSM staat voor Objectives, Goals, Strategies en Measures. Dit betekent dat de ambitie voor 2027 is geformuleerd en daarvan afgeleid doelstellingen en strategische keuzes. Hier zijn vervolgens een set aan indicatoren en acties voor het jaar 2024 en de jaren erna gekoppeld. De doelstellingen, indicatoren en acties worden op onderdelen nog verder geconcretiseerd en ingevuld. De ambitie luidt: In 2027 worden wij gezien als dé expert door effectieve en beschikbare jeugdhulp in te kopen tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten voor de 10 gemeenten. De doelstellingen betreffen de waardering door de jeugdigen die jeugdhulp ontvangen, tijdig passende jeugdhulp, minder jeugdigen in verblijfsvoorziening, waardering door gemeenten en lagere kosten. De strategische keuzes zijn: 1. Lagere kosten jeugdzorg door sturen op inkoopdoelen en Hervormingsagenda, effectiviteit jeugdhulp en verhogen kwaliteit contractmanagement 2. Optimaliseren aanbod 'hulp aan jeugdigen' door met de betrokken partners een sluitende keten te organiseren 3.
Zichtbaarheid vergroten door beter te laten zien wat we wel en niet doen 4. Verhogen toekomstbestendigheid organisatie [door] de basis op orde te brengen 5. Medewerkers: verhogen deskundigheid, duurzame inzetbaarheid en effectievere werving De SOJ zal in 2024 ervaring opdoen met de indicatoren. In de volgende begrotingscyclus zal op basis van deze ervaringen bekeken worden welke indicatoren geschikt zijn om opgenomen te worden als prestatie-indicator in de begroting en wat hierbij realistische
Dienst Gezondheid & Jeugd | Begroting 2025 GR DG&J |
43
streefwaarden zijn. De indicatoren in de OGSM betreffen onder andere de volgende items: Lagere kosten jeugdhulp • Verlaging kosten jeugdhulp • Verkorten zorgduur • Verminderen herhaalzorg • Meer evidence-based methodieken • Verhogen kwaliteit (cijfer ervaringsdeskundigen) • Compliance bij gedeclareerde diensten (gedeclareerde dienst komt overeen met inzet personeel met de juiste kwalificaties) • Realisatie inkoopdoelen • Versterken en verhogen kwaliteit contractmanagement Optimaliseren aanbod • Afname maatwerkovereenkomsten • Verlagen gemiddelde wachttijd • Realiseren doelen Passend zorglandschap Zichtbaarheid • Tevredenheid gemeenten met SOJ • Roadshows en reguliere activiteiten met gemeenten Toekomstbestendigheid en organisatie • Medewerkerstevredenheid • Verhogen aandeel senior contractmanagement • Persoonlijke ontwikkelingsplannen Wat gaat het kosten? De financiële raming van de jeugdhulpuitgaven 2025-2028 is gebaseerd op de prognose van de kosten per gemeente voor het jaar 2024. Deze verwachte uitgaven worden geïndexeerd naar het prijsniveau 2025.
Geen groei en geen besparingen verwerkt In de tweede bestuursrapportage van 2023 is geconstateerd dat de jeugdhulpuitgaven, afgezien van specifieke (boven)regionale en landelijke afspraken over groepsverkleining, JeugdzorgPlus en de kleinschalige alternatieven voor JeugdzorgPlus en indexatie zich stabiliseren en er voor het tweede jaar op rij maar zeer beperkt sprake is van groei. Tegelijkertijd zien we dat de kostenontwikkeling per gemeente sterk verschilt en fluctueert. Dit wordt vaak veroorzaakt door toe- of afname van jeugdigen die intensieve verblijfszorg nodig hebben. Deze toe- en afnames zijn niet te voorspellen. In de vorige begroting en meerjarenperspectief is ervoor gekozen, vanwege evenwichtig begrotingsbeleid, zowel geen generieke besparingen als geen groei, in aanvulling op de prognose van de kosten, te verwerken. Deze gedragslijn wordt in deze begroting voortgezet. Hierop wordt één uitzondering gemaakt. In de begroting is het uitvoeren van rechtmatigheidsonderzoeken opgenomen. Deze maatregel is ook in de Hervormingsagenda opgenomen. Tevens zijn er een aantal risico's die tot hogere kosten kunnen leiden. Zie hiervoor de risicoparagraaf. Gemeenten kunnen in hun zienswijzen, net als voorgaande jaren, gericht op de actuele situatie en plannen voor de eigen gemeente gemotiveerd een aanpassing aangeven.
Onderstaand is een schema opgenomen waarbij een relatie wordt gelegd tussen voorzichtig, evenwichtig en
Dienst Gezondheid & Jeugd | Begroting 2025 GR DG&J |
44
ambitieus begrotingsbeleid enerzijds en het (niet) opnemen van groei en besparingen anderzijds. Voorzichtig (minder risio) Geen besparingen
Evenwichting / realistisch (gemiddeld risico) Geen besparingen
Ambitieus (hoger risico) Wel besparingen
Groei opnemen
Geen groei
Geen groei
Hervormingsagenda jeugd en sturing op maatregelen en kosten In de Hervormingsagenda jeugd zijn een aantal programma's opgenomen die moeten leiden tot afname en beheersing van de jeugdhulpuitgaven. Deze afname van de jeugdhulpuitgaven is noodzakelijk om de voorgenomen afname (gekoppeld aan de Hervormingsagenda) van bijdragen van het Rijk voor jeugdhulp te kunnen opvangen. Gemeenten zijn zelf of gezamenlijk met andere ketenpartners verantwoordelijk voor het realiseren van een aantal programma's. Het belangrijkste programma waar gemeenten zelf verantwoordelijk voor dragen is Toegang en stevige lokale teams. Naast het realiseren van de Hervormingsagenda en de daaraan gekoppelde besparingen vindt sturing op de (uitgaven voor) jeugdhulp door betrokken stakeholders plaats. De Serviceorganisatie stuurt op de naleving van het contract, waaronder de juiste declaratie van ingezette diensten, het normenkader en de contractueel overeengekomen doelen op aanbieder- en brancheniveau. Gemeenten worden betrokken bij het contractmanagement. De Serviceorganisatie ontwikkelt, samen met gemeenten, ook nieuwe instrumenten en diensten om het zorglandschap beter te laten functioneren. Als voorbeeld wordt genoemd de Zorg-Onderwijs Arrangementen. Gemeenten sturen op de toegang en casusregie uitgevoerd door de lokale teams en de gemeentelijke programma's en projecten.
Gemeenten en Serviceorganisatie werken hierbij nauw samen. Waar van toepassing worden ook aanpalende domeinen, zoals het onderwijs, hierbij betrokken. Hierbij wordt opgemerkt dat toegang en casusregie de meeste bepalende factoren zijn voor de omvang van het gebruik van jeugdhulp en daarmee de kosten. Casusregie is het monitoren van de effectiviteit van de inzet van jeugdhulp en het bijsturen hierop. Het versterken van de toegang inclusief casusregie komt nadrukkelijk terug in het bovengenoemde programma (Toegang en stevige lokale teams) uit de Hervormingsagenda jeugd. Informatievoorziening, monitoring en rapportage De ontwikkeling van de inzet van jeugdhulp is door gemeenten uitgebreid te raadplegen in het gemeentedashboard. Het gemeentedashboard is op een aantal punten behoorlijk uitgebreid qua functionaliteit. Zo is bijvoorbeeld de 'clientreis' van de jeugdigen die jeugdhulp ontvangen, inclusief de ondersteuning door de lokale teams, inzichtelijk gemaakt voor gemeenten. Maandelijks worden data-bijeenkomsten georganiseerd om de ontwikkelingen te bespreken. Op verzoek worden verdiepende analysesessies georganiseerd op gemeenteniveau. Tevens ontvangen gemeenten maandrapportages met een actuele prognose en een rolling forecast. Rijksbijdragen Voor de jaren 2021 tot en met 2025 heeft het Rijk uiteindelijk extra middelen voor Jeugdhulp toegevoegd aan het gemeentefonds.
De rijksbijdragen voor de regio in deze jaren zijn hoger dan de kosten voor jeugdhulp, inclusief jeugdteams, Veilig Thuis en jeugdhulp naar voren. Dit is wel exclusief eventuele overige kosten die gemeenten zelf nog maken. De situatie varieert overigens sterk per gemeente. Voor de jaren 2026 en verder wordt een forse afname van de Rijksbijdragen voor jeugdhulp verwacht. Dit is gekoppeld aan de besparingen uit de Hervormingsagenda.
Dienst Gezondheid & Jeugd | Begroting 2025 GR DG&J |
45
Regionale versus landelijke kostenontwikkeling Zoals in voorgaande bestuursrapportages is gerapporteerd, op basis van verschillende landelijke onderzoeken, zijn de uitgaven voor jeugdhulp en de groei hiervan in onze regio veel lager dan gemiddeld in de rest van het land. Indexatie De indexatie voor 2024 (6,1%) komt aanzienlijk hoger uit dan de indexatie opgenomen in de jaarschijf 2024 van de laatste primaire begroting (3,6%). Hierbij is de landelijke overeengekomen indexatiemethode gevolgd. De indexatie 2025 van de primaire begroting 2025 is 4,64%. De indexatie in de primaire begroting wordt voorgeschreven door gemeenten in haar kaderstelling aan de DG&J. Deze indexatie wordt later bijgesteld als de landelijke indexatie voor jeugdhulp bekend is.
Begroting 2025 (bedragen x € 1.000) Serviceorganisatie Jeugd Product Saldo baten en lasten Mutaties reserves Geraam d resultaat
Jaarrekening 2023 Lasten
Baten
132.780 132.780
Begroting 2024 na wijzigingen
Saldo
Lasten
Baten
132.780
0
133.150
132.780
0
133.150
Begroting 2025
Saldo
Lasten
Baten
133.150
0
149.121
149.121
Saldo 0
133.150
0
149.121
149.121
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
132.780
132.780
0
133.150
133.150
0
149.121
149.121
0
Met ingang van de begroting 2018 mag de overhead niet meer aan de programma's worden toegerekend. Inclusief overhead, bedraagt de totale omvang van de begroting van de SOJ € 155,0 miljoen. De omvang van de overhead bedraagt € 5,9 miljoen. Voor 2024 bedroeg de totale begrote omvang € 138,4 met een overheadomvang van € 5,25 miljoen.
De gemeentelijke bijdragen 2025 uit het laatste meerjarenperspectief bedroegen € 138,2 miljoen (inclusief overhead). In onderstaande tabel zijn de mutaties opgenomen naar de primaire begroting 2025. Ten opzichte van de begroting 2024 gelden dezelfde mutaties met uitzondering van het verschil van € 0,2 miljoen tussen de begroting 2024 en de jaarschijf 2025 uit het vorige meerjarenperspectief. Dit wordt veroorzaakt doordat in de jaarschijf 2025 van het vorige meerjarenperspectief € 0,2 miljoen meer besparingen door gemeenten zijn opgenomen dan in de jaarschijf 2024. (bedragen x € 1.000)
Toelichting mutaties: Indexatie 2024 hoger dan laatste meerjarenperspectief In het meerjarenperspectief is uitgegaan van 3,6% indexatie. Dit wordt nu 6,1%.
Dienst Gezondheid & Jeugd | Begroting 2025 GR DG&J |
46
Indexatie 2025 Dit is de indexatie opgenomen in de kaderbrief 2024 en is 4,64%. De mutatie ten opzichte van het vorige meerjarenperspectief is 4,8% omdat de indexatie ook over de extra indexatie 2024 gaat. Verkleinen groepen 3Milieu Landelijk wordt ingezet op transformatie van residentiele jeugdhulp. Onderdeel daarvan is het terugbrengen van de groepsgrootte van negen/acht jeugdigen naar zes jeugdigen op een groep, zodat de kwaliteit van jeugdhulp geborgd wordt voor de meest kwetsbare groep jeugdigen. Ook ons landsdeel Zuidwest volgt deze ontwikkeling. Vanaf 1 april 2022 is de verkleining van de groepsgrootte doorgevoerd binnen de JeugdzorgPlus (gesloten jeugdhulp) en zijn de tarieven daarop aangepast. Ook andere open residentiele voorzieningen wordt ingezet op verkleining van de groepen. Dit betreft vooral de 3 milieu voorzieningen, waar op locatie verblijf, begeleiding, dagbesteding/onderwijs en behandeling gecombineerd wordt. Om tot groepsverkleining te komen hebben jeugdhulpaanbieders te maken met incidentele kosten, vastgoedtransitie en structurele kosten. Structurele kosten betreffen de zorgkosten per jeugdige, namelijk verkleining van de groep en meer uren inzet per groep. Dit brengt hogere personele inzet en indirecte kosten met zich mee en vraagt om een aanpassing van de tarieven.
Als gevolg van de kleinere groepen en de intensievere behandeling neemt de behandelduur mogelijk af. Hiermee is in de begroting al rekening gehouden. Het aantal jeugdigen dat gebruik maakt van deze voorziening is in 2023 gedaald. De meerkosten van de kleinere groepen zijn in deze primaire begroting daardoor gedaald tot € 1,4 miljoen en inclusief de aanname van een kortere behandelduur tot € 0,97 miljoen. Op basis van het aantal jeugdigen in zorg in 2022 zouden de meerkosten € 3,3 miljoen bedragen. Beiden op prijspeil 2025. Verlagen caseload jeugdbeschermers Landelijk zijn afspraken gemaakt over verlaging van de caseload van jeugdbeschermers. Op basis hiervan zijn landelijke tarieven vastgesteld. De impact van deze landelijke tarieven bedraagt € 1,6 miljoen. Gemeenten ontvangen hiervoor € 0,8 miljoen extra rijksbijdrage. Volgens landelijke afspraken moet de helft van de kosten van de invoering van de landelijke tarieven gedekt worden uit daling van het volume. Het volume van jeugdigen met een jeugdbeschermingsmaatregel neemt ook in onze regio af. Deze impact is € 0,4 miljoen. en is verwerkt in de onderstaande post "Per saldo groei jeugdhulpgebruik". Landelijk wordt gemonitord of de afname van het volume voldoende blijkt te zijn om de impact van de hogere tarieven minus rijksbijdragen te dekken.
Beëindiging gezinshuis en overgang jeugdigen naar kleinschalige woonvoorziening Een gezinshuis waar jeugdigen met een complexe zorgvraag verbleven is gestopt. De jeugdigen zijn overgaan naar een kleinschalige woonvoorziening. De meerkosten hiervoor bedragen € 0,6 mln. Verlagen bezettingsgraad in tarieven JeugdzorgPlus van 95% naar 90% Bovenregionaal is afgesproken in de tarieven voor JeugdzorgPlus uit te gaan van een bezettingsgraad van 90% vanwege de verkleining van de groepen. Door het werken met kleinere groepen is de kans op leegstand groter. Als bijvoorbeeld 1 plek niet bezet is op een groep leidt dat bij een groep van 6 tot een hoger leegstandspercentage dan bij een groep van 9. De financiële impact hiervan is € 0,3 miljoen.
Dienst Gezondheid & Jeugd | Begroting 2025 GR DG&J |
47
Netto besparing rechtmatigheidscontrole Er wordt voor 2025 een bruto besparing opgenomen van € 0,6 mln. bij kosten voor uitvoering van de controles, inclusief aanloopkosten van € 0,4 mln. Na dit jaar wordt op basis van een evaluatie besloten over toekomstige inzet. Nog te realiseren besparingen opgenomen door gemeenten Drie gemeenten hebben gebruik gemaakt van de mogelijkheid om via zienswijzen gemotiveerd af te wijken van de begroting. Per saldo groei jeugdhulpgebruik Per saldo resteert een groei van het jeugdhulpgebruik van € 1,8 miljoen. (1,3%). De groei zit zowel op ambulante jeugdhulp als op jeugdhulp met verblijf, bij een daling van de kosten voor maatregelen jeugdbescherming. Bij de tweede bestuursrapportage 2023 was overigens al een overschrijding van € 2,0 miljoen. gerapporteerd ten opzichte van de begroting 2023. Het aantal jeugdigen met jeugdhulp is in 2023 is 11.295 en kan nog licht toenemen door laatste declaraties over 2023. De stijging ten opzichte van 2022 is 1,9%. Het aantal jeugdige inwoners is overigens in 2023 gestegen met 0,72% In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de mutaties ten opzichte van prognose 2023 opgenomen in de tweede bestuursrapportage 2023. (bedragen x €1.000)
Begroting en bijdrage specificatie per gemeente 2025 - 2028 De opbouw van de begroting en voorlopige bijdragen per gemeente naar jeugdhulpcategorie en taakvelden (t.b.v. gemeentebegrotingen) zijn in onderstaande tabellen opgenomen. De bijdragen hebben een voorlopig karakter. Gebleken is dat de werkelijke kosten per gemeente sterk kunnen fluctueren. Er worden een aantal significante risico's gelopen welke niet verwerkt zijn in de begroting. Deze zijn beschreven in de risicoparagraaf. Gemeenten worden geadviseerd hier rekening mee te houden. (bedragen x €1.000) Gemeente Alblasserdam Dordrecht Gorinchem Hardinxveld-Giessendam Hendrik-Ido-Ambacht Hoeksche Waard Molenlanden Papendrecht Sliedrecht Zwijndrecht Totaal
Regionale zorgmarkt forecast model (FM) 4.831 42.192 10.725 5.280 6.857 16.239 9.747 8.206 6.844 17.151 128.072
Taak-gericht en subsidies
LTA FM
137 879 284 116 154 441 223 191 163 322 2.909
Dienst Gezondheid & Jeugd | Begroting 2025 GR DG&J |
584 2.526 449 430 1.133 1.548 819 1.309 368 619 9.786
PGB FM 251 3.347 525 236 489 1.241 666 255 226 1.118 8.353
SOJ
Totaal 277 1.782 576 236 313 894 453 387 330 652 5.900
6.081 50.726 12.558 6.297 8.946 20.362 11.908 10.348 7.931 19.862 155.021
Prognose 2023 2e burap excl. JT en comp. voogdij 5.841 44.317 11.013 5.319 8.662 18.133 10.433 8.488 7.997 17.383 137.585
48
(bedragen x €1)
Meerjarenraming 2026-2028
(bedragen x €1.000) Gemeente
Alblasserdam Dordrecht Gorinchem Hardinxveld-Giessendam Hendrik-Ido-Ambacht Hoeksche Waard Molenlanden Papendrecht Sliedrecht Zwijndrecht Totaal
Regionale zorgmarkt forecast model (FM) geen groei
Subsidies lump sum LTA FM bestaand
4.859 42.374 10.783 5.304 6.889 16.330 9.793 8.246 6.877 17.217 128.672
Dienst Gezondheid & Jeugd | Begroting 2025 GR DG&J |
137 879 284 116 154 441 223 191 163 322 2.909
584 2.526 449 430 1.133 1.548 819 1.309 368 619 9.786
PGB FM
251 3.347 525 236 489 1.241 666 255 226 1.118 8.353
SOJ
Totaal
259 1.661 537 220 292 833 422 361 308 608 5.500
6.090 50.786 12.578 6.305 8.957 20.392 11.924 10.361 7.942 19.884 155.221
49
2.7 Programma 7: Algemene Dekkingsmiddelen Door de vernieuwingen die binnen het BBV zijn doorgevoerd mogen baten en lasten als overhead en de algemene baten niet meer toegerekend worden aan de verschillende taakvelden. Deze dienen nu in een apart begrotingsprogramma gepresenteerd te worden. Tot en met begroting 2017 waren deze baten en lasten onderdeel van de begrotingsprogramma's behorende bij de twee organisatieonderdelen van GR DG&J.
(bedragen x € 1.000) Jaarrekening 2023 Begroting 2024 na wijzigingen P6 Algemene dekkingsmiddelen Lasten Baten Saldo Lasten Baten Saldo VPB heffing 0 0 0 0 0 0 Onvoorzien 0 0 0 0 0 0 Treasury 0 604 604 0 0 0 Overhead DGJ 8.546 8.780 234 7.091 0 0 Overhead SOJ 4.250 0 -4.250 5.253 0 0 Algemene dekkingsm. DGJ 286 315 30 0 7.091 0 Algemene dekkingsm. SOJ 0 3.597 3.597 0 5.253 0 Saldo baten en lasten 13.082 13.296 214 12.345 12.345 0 Mutaties reserves 0 58 58 0 0 0 Geraam d resultaat 13.082 13.354 272 12.345 12.345 0
Begroting 2025 Lasten 0 0 0 7.439 5.900 0 0 13.339 0 13.339
Baten 0 0 0 0 0 7.439 5.900 13.339 0 13.339
Saldo 0 0 0 -7.439 -5.900 7.439 5.900 0 0 0
Mutatie 347 647 -347 -647 994 994
Vpb heffing, onvoorzien en treasury In de begroting dienen deze twee posten te worden gepresenteerd. De verwachting is echter dat GR DG&J geen lasten of baten zal hebben die behoren bij deze begrotingsposten. Overhead en overige algemene dekkingsmiddelen De overhead bevat alle lasten die ter ondersteuning van het primaire proces worden gemaakt. Gedacht moet worden aan salarislasten van leidinggevenden (ongeacht of zij deels werkzaam zijn voor een taakveld), medewerkers financiën, huisvesting en SGD. De algemene baten en lasten betreffen baten die worden ontvangen ter dekking van de overhead. Voor 2025 is bij de SOJ € 400.000 aan apparaatslasten incidenteel toegevoegd ten behoeve van het rechtmatigheidsonderzoek naar onjuiste declaraties door zorgaanbieders. De besparing geraamd op € 600.000 (terug te vorderen declaraties) is verwerkt in programma 6, onderdeel jeugdhulp.
Dienst Gezondheid & Jeugd | Begroting 2025 GR DG&J |
50
3 Verplichte paragrafen Het moment van opstellen van de begroting 2025 verloopt parallel met het opstellen van de jaarstukken 2023. Hierdoor is zijn de paragrafen grotendeels vergelijkbaar met de paragrafen die zijn opgenomen in de jaarstukken 2023.
3.1 Weerstandvermogen en risicobeheersing Kaders In de vergadering van het Algemeen Bestuur van 22 december 2022 is de nota risicomanagement en weerstandvermogen vastgesteld. Hierin is vastgelegd hoe risico's binnen de Dienst Gezondheid en Jeugd worden geïnventariseerd, gekwalificeerd beheerst en waar nodig gekwantificeerd. Risicobeheersing Voor het bepalen van een gewenst weerstandsvermogen is inzicht nodig in de omvang en in de achtergronden van de risico’s en de risicobeheersing. De actuele en relevante inzichten omtrent de risicobeheersing zijn als volgt omschreven: - Risicobeheersing jeugdhulp SOJ - Risicobeheersing bedrijfsvoering SOJ - Risicobeheersing GGD, VT, LVS en bedrijfsvoering GR Risicobeheersing jeugdhulp SOJ Risico's gerelateerd aan jeugdhulpgebruik bij dalende rijksbijdragen Deze financiële risico's richten zich vooral op de ontwikkeling van de kosten van jeugdhulp in relatie tot de begroting en de toekomstige (vanaf 2026) sterke daling van de rijksbijdragen voor jeugdhulp. De afgelopen twee jaar hebben de kosten zich gestabiliseerd als de inflatie/indexatie en (boven)regionale ontwikkelingen en keuzes buiten beschouwing worden gelaten. Dit betreft bijvoorbeeld de continuïteitssteun en groepsverkleining JeugdzorgPlus, caseload verlaging jeugdbescherming en een beschikbaarheidsvergoeding voor een regionale crisisvoorziening.
In de Hervormingsagenda zijn een aantal programmalijnen opgenomen die moeten leiden tot een forse afname van de kosten. In lijn hiermee worden de rijksbijdragen sterk afgebouwd. Als het niet lukt de kosten te laten dalen, ontstaat er een groot tekort tussen rijksbijdragen en kosten jeugdhulp. Gemeenten en SOJ nemen de uitvoering van de maatregelen gezamenlijk ter hand. Risico vanwege hoge inflatie en inhaal indexatie In de begroting is rekening gehouden met een indexatie van 4,64 procent in 2025. Voor 2024 is de indexatie 6,10 procent. Onzekerheden in de ontwikkeling van de inflatie zowel in 2024 als in 2025 kunnen de indexatie van tarieven verder doen oplopen. Met terugwerkende kracht declareren van PGB-budgetten Van de verstrekte PGB-budgetten wordt circa 65% daadwerkelijk besteed. In de huidige gemeentelijke verordeningen en beleidsregels zijn geen beperkingen opgelegd aan het
Dienst Gezondheid & Jeugd | Begroting 2025 GR DG&J |
51
met terugwerkende kracht over oude jaren indienen van declaraties. Wel geldt de algemene wettelijke regel dat dit na 5 jaar niet meer kan. Ter referentie: over de jaren 2018-2022 zou nog een bedrag van € 17,2 mln. gedeclareerd kunnen worden. De ervaring leert dat hier zeer beperkt gebruik van wordt gemaakt. De realisatie 2023 is nog niet bekend bij opmaak van de begroting. Daarom is ter referentie 2018-2022 genomen. Inzet duurdere diensten ten opzichte van ingezette dienstverlening Aanbieders kunnen een dienst declareren die geen recht doet aan de ingezette dienstverlening, bijvoorbeeld omdat het ingezette opleidingsniveau niet voldoet aan de gestelde eisen van de dienst. Dit wordt ook wel aangeduid met upcoding. SOJ monitort dit actief in het contractmanagement. Indien aan de orde worden corrigerende maatregelen genomen. Continuïteitsproblemen van aanbieders die gesloten jeugdhulp leveren (JeugdzorgPlus) Er zijn in de provincie Zuid-Holland twee aanbieders die gesloten jeugdhulp leveren. Deze zijn financieel in de problemen gekomen als gevolg het ingezette beleid het gebruik van gesloten jeugdhulp af te bouwen en vanwege overige bedrijfsvoeringsproblemen. Beide aanbieders hebben continuïteitsplannen opgeleverd. Hieraan is een behoorlijk kostenplaatje van circa € 23 miljoen gekoppeld.
Tegelijkertijd worden naar verwachting door de accounthoudende regio's afdoende SPUK-middelen van het Rijk ontvangen van waaruit de uitvoering van de continuïteitsplannen bekostigd kunnen worden. De accounthoudende regio's nemen de afwikkeling hiervan verder ter hand. Naar verwachting zijn er geen verdere bijdragen vanuit onze regio nodig. Zeker is dit echter nog niet. Verkleinen groepen 3Milieu De verwachte extra kosten als gevolg van het landelijk ingezette beleid van groepsverkleining en intensivering van de zorg zijn in de begroting opgenomen. In 2023 is het gebruik fors afgenomen, waardoor de meerkosten lager zijn dan op basis van het hogere gebruik in 2022. Als het gebruik weer stijgt nemen de meerkosten van de groepsverkleining ook weer toe. Dit risico is opgenomen in de risicotabel onder het generieke risico op een hogere kostenontwikkeling. Daarnaast is de aanname gedaan dat de behandelduur afneemt. Als dit effect niet optreedt, leidt dit tot extra kosten. Dit risico is opgenomen in de risicotabel. Rentabiliteit kleinschalige woonvoorzieningen "De Break" is een verlieslatende woonvoorziening. Voor 2024 is vooruitlopend op een nadere analyse voor een half jaar € 250.000 ter beschikking gesteld ter afdekking van het exploitatietekort. In de begroting 2025 en verder is geen aanvullende beschikbaarheidsbekostiging ter afdekking van het exploitatietekort opgenomen.
Mogelijk moet hiervoor een bedrag beschikbaar worden gesteld. Hybride groepen JeugdzorgPlus Bij de transformatie van JeugdzorgPlus komen gesloten groepen en jeugdigen uit 'zware' open groepen samen in hybride (open) groepen. Voor jeugdigen die overgaan van een open groep naar een hybride groep leidt dit tot extra kosten vanwege kleinere groepsomvang en hogere inzet van personeel. Gezien de ernst van de problematiek van deze jeugdigen in de 'zware' open groepen waren groepsgrootte en inzet niet meer passend voor deze doelgroep. Met de hybride groep wordt beoogd dat jeugdigen met een machtiging gesloten jeugdhulp niet meer hoeven te veranderen van groep en voor
Dienst Gezondheid & Jeugd | Begroting 2025 GR DG&J |
52
jeugdigen zonder deze machtiging, maar wel met ernstige problematiek een passende plek wordt geboden, waarbij dure 1 op 1 begeleiding mogelijk kan worden voorkomen. Daarnaast leidt de kleinere groep mogelijk ook tot een kortere verblijfsduur. Middels triage zal bepaald worden welke jeugdigen thans in een open groep in aanmerking komen voor een plaats in een hybride groep. De uitkomst hiervan is nog niet bekend. Geschat wordt da het gaat om circa vier jeugdigen. Gezien de onzekerheid van de aantallen en het moment van invoering is dit nog niet in de primaire begroting opgenomen. De mogelijke besparingen als gevolg van minder 1 op 1 begeleiding en kortere verblijfsduur zijn niet in te schatten. Risicomarge Het kernteam heeft in een eerder advies gevraagd de risico's te vertalen naar een risicomarge die gemeenten kunnen hanteren bij verwerken van de begroting in de exploitatie of in het weerstandsvermogen. De onzekerheidsmarge in de zorgvraag is afhankelijk van de omvang van (de jeugdhulp in) de gemeente. Hier wordt gewerkt met bandbreedtes. Dit leidt tot onderstaande tabel.
Omvang jeugdhulp in gemeente in €mln. 5 tot 10
10 tot 15 15 tot 20 >40
Hogere inflatie dan begroot en inhaalindexatie
pm
pm
Continuiteit jeugdzorgplus
pm
Risico:
Risicomarge
Hybride groepen JeugdzorgPlus
pm 0,4%
Rentabiliteit en beschikbaarheid kleinschalige verblijfszorg
1,0%
Opmerking:
pm
pm
pm 0,4% 1,0%
pm 0,4% 1,0%
Waarschijnlijk worden voldoende SPUK bijdragen van het Rijk ontvangen 0,4% 1,0%
Niet optreden effect afname behandelduur verkleinen groepen 3milieu
0,3%
0,3%
0,3%
0,3%
Subtotaal
1,7%
1,7%
1,7%
1,7%
Risico op hogere kostenontwikkeling jeugdhulp / dure jeugdigen Totaal
10%
7,5%
5%
2,5%
11,7%
9,2%
6,7%
4,2%
Risicobeheersing bedrijfsvoering SOJ De GR DG&J maakt zowel voor de bedrijfsvoering SOJ als voor GGD, VT, LVS en de bedrijfsvoering van de GR als geheel gebruik van het volgende model om de risico's te rangschikken. Kans
Financiële impact
Dat het risico zich voordoet 4
3
2
1
x > € 2 mln
€ 2 mln < x <
€ 0,5 mln < x <
x < € 0,1 mln
€ 0,5 mln
€ 0,1 mln
4 zeer grote kans >75%
16
12
8
4
3 grote kans 50-75%
12
9
6
3
2 middelgrote kans 25-50%
8
6
4
2
1 kleine kans < 25%
4
3
2
1
Hierna wordt eerst verder ingegaan op de risicobeheersing in de bedrijfsvoering van SOJ. Voor SOJ zijn de reguliere financiële en niet-financiële bedrijfsvoeringrisico's voor alle processen in kaart gebracht. Dit heeft geleid tot een omvangrijke lijst. Op alle risico's zijn beheersmaatregelen geformuleerd. Deze worden periodiek geëvalueerd en indien nodig bijgesteld. In deze begroting zijn – op basis van het beschreven model – de oranje en roodgekleurde risico's zijn in onderstaand schema visueel weergegeven:
Dienst Gezondheid & Jeugd | Begroting 2025 GR DG&J |
53
Vervolgens zijn in de tabel hierna zijn de betreffende (oranje) risico's beschreven. Het totale risico op hogere kosten van jeugdhulp dan er is begroot en financieel beschikbaar is bij gemeenten, komt samen in het roodgekleurde risico A36. Dit is een samenstelling van een aantal onderliggende risico's.
Dienst Gezondheid & Jeugd | Begroting 2025 GR DG&J |
54
Risicobeheersing GGD, VT, LVS en bedrijfsvoering GR Op basis van het model voor het rangschikken van risico's van de GR zijn in onderstaande tabel zijn de geïnventariseerde risico’s weergegeven m.b.t. de GGD, VT, LVS en bedrijfsvoering van de GR. Ook is aangegeven of het risico incidenteel dan wel structureel is. Deze risico's omvatten slechts dat deel van de totaal door de GR DG&J in kaart gebrachte risico's welke gekwantificeerd kunnen worden en 'resteren' na het nemen van beheersmaatregelen. Kans
Omvang
Incidenteel/ structureel
1 Batenraming
2
2
S
€ 250.000
2 Autonome groei
3
2
S
€ 750.000
3 RVP en uitvoering Jong JGZ
3
2
S
p.m.
3 Claims
1
2
S
€ 150.000
4 Loon- en prijsstijgingen
1
2
S
€ 100.000
5 Transitie SCD-SGD
3
2
S
€ 200.000
6 COVID-19
2
2
S
€ 200.000
7 Organisatieontwikkeling en bedrijfsvoering
1
2
I
p.m.
8 Renteontwikkeling
2
2
I
Risico
Omschrijving
Risicobedrag
p.m. Totaal
€ 1.650.000
Hieronder volgt een toelichting op de in de tabel benoemde risico's. Batenraming De producten van de DG&J worden hoofdzakelijk gefinancierd uit inwoner- en directe gemeentelijke bijdragen. Een deel van de inkomsten heeft echter een fluctuerend karakter, zoals de subsidies in het kader van Veilig Thuis en de opbrengst van de polikliniek voor onder meer reizigersvaccinaties. In de begroting zijn verder ramingen opgenomen voor onder meer OGGZ, WMO toezicht en kinderopvang waarvoor jaarlijks een traject met gemeenten wordt doorlopen over de omvang vergoeding van het takenpakket (in de vorm van offertes/DVO's). Hierdoor is er een risico dat de realisatie van deze baten afwijkt van de raming. Het risico is gehandhaafd op € 250.000. Groei meldingen Onder dit risico wordt verstaan de mogelijke extra inzet van mensen en middelen indien er een hoger dan voorzien beroep wordt gedaan op de dienstverlening in brede zin (GGD, VT, LVS en hiermee samenhangende ondersteuning) van DG&J. Een voorbeeld hiervan is ook de (extra) inzet in crisissituaties. In de parallel voor 2025 opgestelde begroting is beoogd de groei zo reëel mogelijk te ramen. Bij onder meer VT en LVS gaan we bij deze - zo reëel mogelijke raming uit van mensen en middelen - uit van een inzet die aanzienlijk onder de landelijke normen en benchmarks liggen.
Mede op basis van het stijgend aantal meldingen betekent dit een risico voor de bedrijfsvoering, personele inzet en aansturing van de organisatie in de breedte en VT en LVS in het bijzonder. Hiertoe is vooralsnog een structureel risico van € 750.000 opgenomen. Uitvoering (Jong) JGZ In de JGZ wordt gestreefd naar een forse wijziging van het aantal contactmomenten. De impact hiervan en de gevolgen voor de uitvoering en de financiën worden naar verwachting in het derde en vierde kwartaal van 2024 meer duidelijk. Dit effect kan nog niet worden verwerkt in deze begroting. Daarnaast speelt dat de uitvoering van de JGZ door Jong JGZ wordt uitgevoerd. Van Jong JGZ is een afwijkend indexatieverzoek voor 2024 en verder ontvangen (bovenop de reguliere indexatie). Deze kan ook impact
Dienst Gezondheid & Jeugd | Begroting 2025 GR DG&J |
55
hebben op de begroting voor 2025 en verder, maar is nog niet te kwantificeren. Hiertoe is in deze risicoparagraaf een p.m. opgenomen. Claims De DG&J kent een grote verscheidenheid aan producten. Om de kwaliteit hiervan te borgen worden de nodige inspanningen geleverd, mede in het kader van de HKZcertificatie (Harmonisatie Kwaliteitsbeoordeling in de Zorgsector). Risico's op fouten (miscommunicatie, foutieve registraties) en hieruit mogelijk voortkomende schadeclaims zijn echter nooit in zijn geheel uit te sluiten. Op moment van opstellen van deze begroting loopt nog de zogenoemde ICAM-claim, waarover in eerdere p&c-documenten is gerapporteerd. Het zal waarschijnlijk tot 2026 duren voordat er een uitspraak van de rechtbank volgt. Op dit punt zijn (t.o.v. 2e burap 2023) geen ontwikkelingen te vermelden en zien wij, gelet op de procedure die nog moet worden doorlopen, geen aanleiding om ten aanzien van deze claim een financieel risico te kwantificeren. Het algemene risicobedrag voor claims handhaven we op € 150.000. Loon- en prijsstijgingen Conform de notitie kaderstelling op de GR-en houdt de DG&J rekening met een loon- en prijs indexatie bij het opstellen van de begroting. Daarvoor moet, conform deze notitie, uitgegaan worden van de indices van de septembercirculaire van het vorige begrotingsjaar.
In deze begroting is op basis van het principe van reëel raming rekening gehouden met herziene indexatie over 2024 en de impact daarvan op 2025 en verder. Hiertoe kan het algemene risicobedrag voor loon- en prijsstijgingen dalen naar € 100.000. Transitie SCD-SGD Tot ultimo 2021 steunde de DG&J voor ICT, HRM, juridische diensten en inkoop op het Servicecentrum Drechtsteden (SCD). Vanaf 2022 is het SCD ondergebracht bij de Servicegemeente Dordrecht (SGD) en is de gemeente Dordrecht als servicegemeente verantwoordelijk voor de taakuitvoering. Met de SGD is hiervoor een overeenkomst tot en met 2025 gesloten waarbij afspraken zijn gemaakt over onder meer de omvang en prijs van de te leveren diensten. Door de SGD wordt ook een vervolg gegeven aan het door het SCD ingezette traject "ICT Beweegt" waarmee een transitie naar een regie-organisatie op het gebied van ICT wordt beoogd en de uitvoering van operationele taken meer in de markt worden belegd. Deze transitie brengt kansen maar ook mogelijke (financiële) risico's met zich mee. Met name het privacygevoelige karakter van het takenpakket van de DG&J brengt namelijk met zich mee dat er hoge eisen (moeten worden) gesteld aan de informatiebeveiliging. Indien daarin niet kan worden voorzien door het SGD/leveranciers dan vraagt dit mogelijk aanvullende inspanningen en kosten.
Verder blijkt inmiddels dat de transitie ook aanvullende investeringen vraagt in hardware (zero-clients moeten worden vervangen) en het (eerder) vervangen van mobiele telefoons en tablets zodat deze aan de gevraagde specificaties voldoen. De transitie omtrent ICT Beweegt en de hogere eisen omtrent informatiebeveiliging vragen om een nadere uitwerking. De raming in deze risicoparagraaf is opwaarts bijgesteld naar € 200.000 in deze risicoparagraaf. COVID-19 Het Ministerie van VWS is voornemens is om richting de toekomst de vergoedingssystematiek te veranderen in een 'prijs per prik'. Dit betekent dat de
Dienst Gezondheid & Jeugd | Begroting 2025 GR DG&J |
56
vergoeding voor een GGD afhankelijk is van het aantal gezette prikken in de betreffende regio. Op dit moment is nog onduidelijk of de vergoeding op basis van een 'prijs per prik' definitief door zal gaan, per wanneer dit het geval gaat zijn en op welk prijsniveau deze vergoeding komt te liggen. DG&J heeft enkele specifieke kenmerken, waardoor onze GGD relatief hoge kosten per prik moet maken ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Denk bijvoorbeeld aan de beperkte omvang van onze GGD waardoor veel met inhuur moeten worden gedaan, we hebben geen JGZ in huis en dat er sprake is van een grote geografisch oppervlakte. Indien de vergoedingssystematiek wordt aangepast naar een prijs per prik en het prijsniveau lager ligt dan ons kostenniveau tot op heden, dan moeten er mogelijkerwijs inhoudelijke keuzes worden gemaakt (bijvoorbeeld door niet of beperkt te prikken in de kleinere gemeenten in onze regio) en komt het financieel risico bij DG&J te liggen. Vanwege het onzekere karakter is het in eerdere p&c-documenten omschreven impactrisico van COVID-19 bijgesteld naar het eerdere niveau van € 200.000. Organisatieontwikkeling en bedrijfsvoering Geconstateerd is dat op diverse vlakken organisatieontwikkeling nodig is en het verstandig is voorstellen voor verdere verbetering en borging van de bedrijfsvoering voor te bereiden.
Denk daarbij bijvoorbeeld aan ontwikkelingen in de huisvesting (herinrichting KL-weg en incidentele kosten verhuizing JdW), vitaliteit, opleidingen, arbeidsmarktcommunicatie, MJP uitvoeringsbudget en verduurzaming en versterken van het medisch profiel om onder meer op de in deze begroting genoemde ontwikkelingen voorbereid te zijn. Omdat de impact nog onvoldoende helder is, is een p.m.-post opgenomen in deze risicoparagraaf. Renteontwikkeling In de jaarstukken 2023 is een incidentele rentebate opgenomen en in deze begroting is aangegeven dat gezien het onzekere karakter is het vooralsnog niet mogelijk om met eventuele rentebaten in de toekomst rekening te houden. Mochten eventuele rentebaten zich blijven voordoen dan kan op een later moment worden geanalyseerd in hoeverre er structurele elementen zitten in deze incidentele middelen. Rentebaten kunnen als een positief risico worden voorzien, maar gezien het onzekere karakter is ook hiertoe is een p.m.-post opgenomen in deze risicoparagraaf. Weerstandsvermogen De weerstandsratio geeft de verhouding tussen de risico's en het weerstandsvermogen van de GR DG&J. Het weerstandsvermogen bestaat uit het totaal van de reserves, de post onvoorzien en de stille reserves. De GR DG&J heeft geen post onvoorzien en stille reserves. Binnen de GR DG&J heeft de Serviceorganisatie Jeugd (SOJ) geen reserves.
Zoals opgenomen in de bijdrageverordening komen tegenvallers en meevallers ten opzichte van de begroting voor jeugdhulp ten laste respectievelijk ten gunste van de deelnemende gemeenten. Dit betekent dat de weerstandscapaciteit gelijk is aan de omvang van de reserves van de GR DG&J, ofwel € 1,9 miljoen (stand per 31 december 2023). Gezien de financiële omvang van de risico's, € 1,65 miljoen, leidt dit tot een weerstandsratio van 1,14. Dit betekent dat de GR DG&J in staat is om onvoorziene risico's op te kunnen vangen.
Dienst Gezondheid & Jeugd | Begroting 2025 GR DG&J |
57
Hierbij moet tevens de kanttekening worden geplaatst, dat van de reserves (€ 1,9 miljoen) € 1,4 miljoen is bestemd voor het opvangen van nog resterende frictiekosten als gevolg van de uittreding Leerdam/Zederik (en de nog resterende impact daarvan op de organisatie van de GR). Als deze reserve buiten beschouwing wordt gelaten, dan bedraagt de weerstandsratio 0,29. Dit betekent dat de risico's ruimschoots het weerstandsvermogen overtreffen. Impact op risico-inventarisatie bij deelnemers aan de GR De deelnemers aan de GR benoemen in hun gemeentelijke begroting welke risico's er zijn ten aanzien van hun deelname aan de gemeenschappelijke regeling. Daarbij worden verschillenden modellen en benaderingen gehanteerd. Gezien de omvang van de risico's in relatie tot het beschikbare weerstandsvermogen is het van belang om de omvang en de voeding van de algemene reserve goed te blijven monitoren.
3.2 Financiële kengetallen Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) bepaalt dat gemeenschappelijke regelingen een basis set van vijf financiële kengetallen moeten opnemen in de begroting en de jaarrekening. De schuldquota leningen, solvabiliteitsratio, structurele exploitatieruimte en weerstandsratio zijn voor DG&J van toepassing.
Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Weerstandsratio
Realisatie Begroting 2023 2024 -0,76% -0,76% -0,77% -0,77% 5,57% 5,57% 0,00 0,00 1,1 1,1
Begroting Begroting Begroting 2025 2026 2027 -1,42% -1,43% -1,44% -1,41% -1,42% -1,43% 8,12% 8,14% 8,16% 0,00 0,00 0,00 1,1 1,1 1,1
Begroting 2028 -1,45% -1,44% 8,18% 0,00 1,1
Netto schuldquote De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van GR DG&J ten opzichte van de eigen middelen. Een percentage tussen de 0% en 100% is voldoende. Een quote boven de 130% is een indicatie voor een te hoge schuld. De norm houdt in dat de netto schuldquote ruim onder de 130% dient te zijn wanneer zij voornemens is een grote investering te doen. GR DG&J heeft een netto schuldquote van 0,76% negatief. De verwachting is dat in 2025 GR DG&J geen schulden heeft. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft de mate aan in hoeverre het bezit is gefinancierd met eigen vermogen. Het ratio is de verhouding tussen het eigen vermogen en het balanstotaal en geeft aan in hoeverre het bezit op de balans is afbetaald. Normaal bevindt het solvabiliteitsratio van een gemeente zich tussen de 30% en 80%. GR DG&J heeft een ratio van 5,57%. Dit percentage laat zien dat DG&J voldoende middelen heeft om de schulden af te lossen, maar gezien het lage percentage er beperkte omvang van eigen vermogen is. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte is een maatstaf voor het verschil tussen structurele baten en lasten met in achtneming van beperkingen en verruimingen van de exploitatie door dotatie en onttrekking aan reserves. De maatstaf geeft aan welke structurele ruimte
Dienst Gezondheid & Jeugd | Begroting 2025 GR DG&J |
58
GR heeft om de eigen lasten te dragen. De GR kan de structurele lasten dekken uit de structurele inkomsten. Weerstandsratio De weerstandsratio geeft de verhouding aan tussen de risico's en het weerstandsvermogen van GR DG&J. Het weerstandsvermogen bestaat uit het totaal van de reserves, de post onvoorzien en de stille reserves. GR DG&J heeft geen post onvoorzien en stille reserves. Dit betekent dat de weerstandscapaciteit gelijk is aan de omvang van de reserves, ofwel € 1,9 miljoen. Gezien de financiële omvang van de risico's, € 1,65 miljoen, leidt dit tot een weerstandsratio van 1,14. Dit betekent dat GR DG&J ruimte heeft om onvoorziene risico's op te kunnen vangen.
3.3 Onderhoud kapitaalgoederen De GR DG&J heeft, anders dan kantoormeubilair en gebouw gebonden installaties, geen kapitaalgoederen.
3.4 Financiering In december 2018 is door het Algemeen Bestuur het financieringsstatuut vastgesteld. Dit financieringsstatuut vormt het kader voor beleid en uitvoering van de treasuryfunctie. De concrete uitvoering hiervan is belegd bij het SGD. Risicobeheer De belangrijkste financiële risico’s bij de uitvoering van het treasurybeleid zijn de kasgeldlimiet, de renterisico’s en de kredietrisico’s. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is het bedrag wat DG&J per jaar maximaal met kort geld mag financieren. Volgens de Wet Fido bedraagt deze limiet 8,2% van het totaal van de exploitatiebegroting. Gezien de omvang van de begroting 2025, € 200 miljoen, mag DG&J haar financiële huishouding voor maximaal circa € 16,4 miljoen met kort geld financieren. De verwachting is dat DG&J ook in 2025 voldoende middelen zal hebben, waardoor geen kortlopende financiering nodig zal zijn. Renterisiconorm De renterisiconorm heeft tot doel om, binnen de portefeuille aan langlopende leningen, een overmatige afhankelijkheid van de rente in een zeker jaar te voorkomen. Om dat te bereiken mag het totaal aan renteherzieningen en aflossingen op grond van deze norm niet meer dan 20% zijn van het begrotingstotaal. De renterisiconorm van DG&J bedraagt voor 2025 € 40,0 miljoen. De verwachting zal zijn dat DG&J geen langlopende leningen zal aangaan in 2025.
Financiering DG&J heeft begin 2016 de BNG Financieringsovereenkomst (krediet- en depotarrangement) ondertekend. Daarbinnen kan DG&J gebruik maken van
Dienst Gezondheid & Jeugd | Begroting 2025 GR DG&J |
59
kredietfaciliteiten. Vanwege een structurele overliquiditeit is het de verwachting dat geen kasgeldleningen zullen worden aangetrokken. Schatkistbankieren Bij het verplicht schatkistbankieren mag DG&J een bedrag van 2% van het begrotingstotaal buiten de Schatkist houden, het zogenoemde drempelbedrag. Het drempelbedrag mag als gemiddeld creditbedrag per kwartaal niet overschreden worden. (bedragen x € 1)
Benutting drempelbedrag schatkistbankieren Begrotingstotaal Wettelijk percentage Drempelbedrag
200.059 2% 4.001
Rentelasten en renteresultaat Een van de vernieuwingen van het BBV is dat het gehanteerde rentepercentage voor afschrijvingen berekend dient te worden aan de hand van de geprognosticeerde baten en lasten. Tot en met 2017 werd in de begroting rekening gehouden met een omslagrente van 4%. Vanaf 2018 dient de omslagrente gelijk te zijn aan de verhouding tussen het saldo van rentebaten en –lasten ten opzichte van de boekwaarde van de vaste activa. Aangezien de verwachting is dat DG&J geen vreemd vermogen zal aantrekken, zal zij geen rente hoeven betalen. Door de liquiditeitspositie van DG&J, zal aan schatkistbankieren moeten worden gedaan. De verwachting is dat de rente over de middelen die in de schatkist zitten nihil zal zijn. Dit betekent dat DG&J voor 2025 een omslagrente van 0% zal hanteren.
3.5 Bedrijfsvoering De Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid is een overheidsorganisatie waarin de tien gemeenten in de regio Zuid-Holland Zuid samenwerken. De samenwerking wordt beschreven in onze gemeenschappelijke regeling. De Wet gemeenschappelijke regelingen is het juridisch kader daarvoor. De organisatieonderdelen geven, elk op hun eigen terrein, invulling aan de aan hen toebedeelde taken. DG&J doet dit op het gebied van: • publieke gezondheid en preventieve gezondheidszorg (GGD); • onderwijs, leerplicht en voortijdig schoolverlaten (LVS); • jeugdhulp en jeugdbescherming (SOJ); • maatschappelijke ondersteuning, in het bijzonder huiselijk geweld en kindermishandeling (VT). • geneeskundige hulpverlening. Met de bestrijding van Covid-19 is een forse inspanning geleverd door de DG&J welke ook een (tijdelijke) forse uitbreiding van de bedrijfsvoeringstaken heeft gevraagd. Deze waren deels direct ondergebracht bij de uitvoeringsorganisatie zelf en deels bij het cluster bedrijfsvoering. Vanaf medio 2023 is de uitvoeringsorganisatie Covid ingevlochten en ondergebracht bij de DG&J organisatie alsmede ook de daarbij verbonden bedrijfsvoeringstaken.
Dienst Gezondheid & Jeugd | Begroting 2025 GR DG&J |
60
Begin 2024 is een besluit genomen om de DG&J organisatiestructuur aan te passen. Het organisatieplan “Op goede bodem” beschrijft de voorgestelde aanpassingen. In het verlengde daarvan is tevens een adviesrapport “Gewoon goede bedrijfsvoering en concerncontrol” opgesteld voor de toekomstige inrichting van het huidige cluster bedrijfsvoering. Deze wijzigingen hebben geen effect op de begroting.
Overkoepelende ontwikkelingen Op- en afschalen van de organisatie In voorgaande paragrafen bedrijfsvoering is beschreven op welke wijze de organisatie in de loop der jaren is aangepast. Denk bijvoorbeeld aan de uittreding uit de GR van de voormalige gemeenten Leerdam en Zederik, het invlechten van de Serviceorganisatie Jeugd (SOJ) en het in 2023 op papier integreren van de COVID-organisatie. Daarnaast worden opdrachten verwacht (2024) van het ministerie van VWS om een structurele vaccinatievoorziening te organiseren binnen de GGD en loopt een bestuursopdracht JGZ. Al deze ontwikkelingen zijn of worden in de GR-organisatie opgevangen, maar hebben impact op de (ondersteunende) bedrijfsvoering. De ontwikkeling van de organisatie van onze bedrijfsvoering heeft niet altijd gelijke tred gehouden met het op- en afschalen van het primaire proces, waardoor knelpunten zijn ontstaan. Knelpunten in de bedrijfsvoering De grotere impact van regelgeving en verantwoording zorgt daarnaast voor knelpunten in de bedrijfsvoering. Zo heeft de accountant gevraagd om de senior capaciteit in de financiële functie verder te borgen in de organisatie met oog op de eerder genoemde ontwikkelingen in de rechtmatigheidsverantwoording en steeds grotere toename van verantwoordingseisen voor bijvoorbeeld specifieke uitkeringen.
Ook bij de terugblik en vooruitblik verderop in deze paragraaf is de grotere impact van regelgeving te onderkennen, bijvoorbeeld op gebied van informatievoorziening. Ten aanzien van de financiële functie is in deze begroting een voorstel opgenomen om incidentele capaciteit waarvoor inhuur plaatsvindt om te zetten naar structurele formatie waar vaste krachten kunnen worden geworven en betere borging plaatsvindt. Uitgangspunt: Meer uniforme administratie en eenduidige doorbelasting van overhead Bij het oplossen van knelpunten in de organisatie (en dus breder dan de bedrijfsvoering) doet zich bovendien een ander knelpunt voor. Er wordt binnen de GR met veel zogenoemde DVO’s gewerkt. Er wordt veel maatwerk verricht, waarbij in het verleden specifieke afspraken zijn gemaakt over bijv. de omvang van overhead die mag worden toegerekend aan een product of dienst. Hierdoor kan het in sommige gevallen voorkomen (bijv. Veilig Thuis) dat de overhead kunstmatig laag moet worden gehouden, wat als effect heeft dat de overhead op andere programma’s hoger uitvalt. Er zijn dus schotten ontstaan die kunnen leiden tot een minder duidelijk beeld van daadwerkelijke kosten van sommige producten. Vanuit het verder bevorderen van de concerngedachte moet stapsgewijs de doorbelasting worden vereenvoudigd en moet het mogelijk worden om meer uniform administratie te voeren. Dit moet het ook eenvoudiger
Dienst Gezondheid & Jeugd | Begroting 2025 GR DG&J |
61
en meer transparant maken als we in de toekomst verder de organisatie moeten op- of afschalen. Vanuit dit uitgangspunt willen we voorstellen voorbereiden die stapsgewijs de administratie en doorbelasting verder vereenvoudigen een meer eenduidig maken. Terugblik en vooruitblik op specifieke ontwikkelingen Omdat de jaarstukken 2023 en de begroting 2025 parallel worden opgesteld is ervoor gekozen om deze paragraaf waar mogelijk zodanig op te stellen dat hierin zowel een terugblik als een vooruitblik wordt gegeven op een aantal thema's die spelen op het onderdeel bedrijfsvoering. Daarmee wordt beoogd voor dit onderdeel een meer samenhangend beeld te schetsen. Achtereenvolgens komen aan bod: • Informatisering • Personeel • Huisvestiging • Financiën • Kwaliteit Informatisering Informatie is een belangrijk bedrijfsmiddel voor de organisatie. Iedere medewerker heeft informatie nodig om zijn/haar werk te kunnen doen. Het cluster bedrijfsvoering, en in het bijzonder het team informatievoorziening en ICT, adviseert en ondersteund de organisatie bij de vertaling van informatiebehoefte naar informatievoorziening (IV), zodat de organisatie de geschikte informatiesystemen en services tot haar beschikking heeft en deze op de juiste manier gebruikt. In 2024 met een doorloop in 2025 worden een groot aantal zaken opgepakt.
Voorbeelden hiervan zijn: • Strategisch Informatiebeveiligingsbeleid herijken en bijbehorende normeringen (NEN7510/NIS2) verder implementeren NEN 7510 implementeren; • Implementatie van Wmebv (Wet modernisering elektronisch verkeer) en WOO (Wet open overheid); • Aanvullende archiveringsaanbevelingen implementeren; • Programma ICT beweegt uitvoeren; • Websites geschikt maken in het kader van Besluit Digitale Toegankelijkheid Overheid (BDTO); • Ondersteunen najaarscampagne Covid; • Onderzoeken toepassingen AI en verdere robotisering; • Door ontwikkelen integraal datagedreven werken binnen de eigen organisatie en in samenwerking met ketenpartners Beveiliging Informatieveiligheid en beveiliging heeft een hoge prioriteit binnen de gehele organisatie en de hedendaagse bedreigingen worden onderschreven. Binnen het team informatievoorziening en ICT zijn 2 adviseurs in 2023 gestart met aanvullende opleidingen (ISO) in het kader van informatiebeveiliging. Zodoende zorgt de DG&J ervoor dat de ISO rol en de kennis op het gebied van informatiebeveiliging in de eigen organisatie geborgd is. DG&J dient te voldoen aan de NEN7510 norm. In 2023 is de implementatie van NEN7510 verder opgepakt. Medewerkers van team informatievoorziening en ICT zijn getraind in de