CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

A26. 20210820 ONS D, Integrale reactie op ingediende zienswijzen concepttekst GR Sociaal.pdf

Commissie Samenleving Papendrecht 16 september 2021, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 6: Lijst ingekomen stukken en mededelingen39.656 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Concepttekst wijziging GR Drechtsteden naar GR Sociaal

DE INVULLING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL IN DE DRECHTSTEDEN

2.3 Nadere invulling in de gemeenschappelijke regeling Op basis van de contouren en de input van de gemeenten zijn, met behulp van experts, verschillende modellen uitgewerkt en besproken met de Bestuurlijke begeleidingscommissie. Deze begeleidingscommissie bestaat uit de betrokken wethouders sociaal en/of financiën van de Drechtsteden gemeenten. De leden van de begeleidingscommissie zijn in verschillende sessies gevraagd om kenbaar te maken waar de voorkeur naar uit gaat en welke vragen of dilemma’s er zijn. Elk model is getoetst aan de volgende punten: a) Het principebesluit en specifiek het punt om bij besluiten te streven naar consensus, maar indien er toch wordt gestemd moet er rekening worden gehouden enerzijds met belangen langs de lijnen van inwonersaantal/ financiële bijdrage en anderzijds voorkomen dat er volledige overheersing is door “stedelijk gebied” of “poldergebied”. Doordat er geen nadere duiding is gegeven van de termen overheersing, stedelijk gebied en poldergebied is van de volgende definities uitgegaan:  Overheersing: de (meeste) macht of invloed hebben;  Stedelijk gebied: Dordrecht en Zwijndrecht;  Poldergebied: Hardinxveld-Giessendam, Alblasserdam, Sliedrecht.

b) Aan wettelijke eisen of beperkingen:  Een belangrijke daarbij is dat in de Wgr is voorgeschreven dat het Dagelijks Bestuur (lees: de leden van het Dagelijks Bestuur) nimmer een meerderheid mag hebben in het Algemeen Bestuur;  Artikel 13, lid 6 Wgr: de colleges wijzen uit hun midden de leden van het Algemeen Bestuur aan. Elk college staat vrij in de eigen keuze wie zij aanwijzen. De begeleidingscommissie heeft gevraagd om in de nieuwe gemeenschappelijke regeling te borgen dat bij besluitvorming over P&C documenten altijd een integrale afweging wordt gemaakt. Dat betekent in praktijk dat in het reglement van orde van het AB terugkomt dat bij de bespreking van P&C stukken zowel de inhoudelijke als financiële wethouders worden betrokken voordat het AB tot besluitvorming overgaat. Op deze manier is een groot AB van 14 leden niet noodzakelijk en blijft de slagvaardigheid van het AB geborgd. Tegelijkertijd wordt de juiste expertise aan tafel geborgd voor de verschillende documenten die in het AB voorliggen. Op basis van alle input is onderstaande invulling van het AB en DB uitgewerkt:  Een Dagelijks Bestuur van 3 leden, zonder externe leden en elk lid afkomstig uit een andere deelnemende gemeente.  Een Algemeen Bestuur van 8 leden

8 in plaats van 7 leden in het algemeen bestuur: In de uitgewerkte modellen op de volgende bladzijden kon de samenstelling van het Dagelijks Bestuur een aandachtspunt zijn, als het aantal leden 7 in plaats van 8 was geweest. Wanneer Dordrecht in dat geval ook een lid in het Dagelijks Bestuur levert dan kan, afhankelijk van de andere leden, het Dagelijks Bestuur een meerderheid in het Algemeen Bestuur hebben, wat in strijd is met de Wgr. Om te voorkomen dat bovenstaand probleem ontstond, is ervoor gekozen om het AB standaard uit te breiden naar twee leden voor Dordrecht in het Algemeen Bestuur (zij hebben dan ieder 2,5 stemmen), waarvan er maar één in het Dagelijks Bestuur zitting kan nemen. Op die manier heeft het Dagelijks Bestuur niet langer een meerderheid in het Algemeen Bestuur. Alle gemeenten kunnen zich hier in vinden, omdat het tegelijkertijd voorkomt dat zij op voorhand zijn uitgesloten van deelname in het DB, vanwege mogelijke problemen met een meerderheid qua stemmen. - 11 -

Concepttekst wijziging GR Drechtsteden naar GR Sociaal

DE INVULLING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL IN DE DRECHTSTEDEN Voor wat betreft de stemverhoudingen is er nog geen definitief voorstel uitgewerkt in deze notitie. De begeleidingscommissie heeft in meerdere sessies alle uitgewerkte modellen besproken, tegen het licht gehouden en belangen en argumenten gedeeld. Dit heeft geleid tot een voorkeur van 6 gemeenten (Alblasserdam, HardinxveldGiessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht) voor een model waarbij het stemgewicht gebaseerd is op inwoneraantal en voor 1 gemeente (Dordrecht) de voorkeur waarbij in het stemgewicht ook de omvang (financiële inbreng) een plek krijgt en minimaal dezelfde verhoudingen als in het huidige model terug komen.

Voorkeursmodel inwoneraantal 6 gemeenten: Het voorkeursmodel van Alblasserdam, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht ziet er als volgt uit: Elk lid van het Algemeen Bestuur heeft een gewogen stemrecht. Het aantal stemmen dat een lid in de vergadering kan uitbrengen wordt bepaald door het aantal inwoners van de gemeente die het lid vertegenwoordigt. Hierbij geldt de volgende stemverdeling: a) b) c) d) e)

Een gemeente met minder dan 25.000 inwoners: 1 stem; Een gemeente met 25.000 of meer inwoners, maar minder dan 40.000 inwoners: 2 stemmen; Een gemeente met 40.000 of meer inwoners, maar minder dan 60.000 inwoners: 3 stemmen; Een gemeente met 60.000 of meer inwoners: 4 stemmen; Een gemeente met 100.000+ inwoners: 5 stemmen.

Bij de bepaling van het aantal inwoners, als bedoeld in het eerste lid, wordt uitgegaan van de cijfers zoals deze door het Centraal Bureau voor de Statistiek zijn vastgesteld per 1 januari van het jaar voorafgaande aan het jaar van aanvang van iedere zittingsperiode van de raden. Op basis van dit model komen de stemverhoudingen voor de deelnemende gemeenten er als volgt uit te zien: Gemeente Alblasserdam Dordrecht Hardinxveld-Giessendam Hendrik-Ido-Ambacht Papendrecht Sliedrecht Zwijndrecht TOTAAL

Stemmen Algemeen Bestuur met 8 leden 1 5 (2 x 2,5) 1 2 2 2 3 16 (meerderheid 9)

In dit model heeft Dordrecht tenminste twee gemeenten nodig om tot een meerderheid te komen, Dordrecht of Zwijndrecht zijn ook nodig om überhaupt tot een meerderheid te komen. Bovendien staken de stemmen als Dordrecht en Zwijndrecht de ene kant kiezen en de andere 5 gemeenten de andere kant kiezen.

- 12 -

Concepttekst wijziging GR Drechtsteden naar GR Sociaal

DE INVULLING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL IN DE DRECHTSTEDEN In de praktijk werkt het idealiter zo dat er niet gestemd hoeft te worden, maar er consensus of een ruime meerderheid is op de besluiten die voorliggen. Indien in dit model de uitkomst echter blijft hangen op 8 stemmen, is het voorstel officieel verworpen, althans voor zover er is gestemd in voltallige aanwezigheid3. Formeel moet bij een niet voltallige vergadering het stuk altijd eerst opnieuw in stemming worden gebracht in een nieuwe (voltallige) vergadering. Geadviseerd wordt om, zodra de stemmen staken, het stuk altijd opnieuw in een volgend AB te bespreken om alle inhoudelijke argumenten goed af te kunnen wegen. Op die manier wordt er recht gedaan aan de verdeelde opvattingen in de regio en wordt voor de heroverweging een zorgvuldig proces georganiseerd voor alle deelnemers.

Voorkeursmodel omvang en inwoneraantal 1 gemeente: In onderstaand model is het voorkeursmodel van Dordrecht uitgewerkt en zijn inwoneraantal en financiële inbreng samengevoegd tot een gewogen gemiddelde en wordt rekening gehouden met belangen langs de lijnen van inwoneraantal / omvang (financiële inbreng). Dit model heeft de voorkeur van gemeente Dordrecht: Gemeente Alblasserdam Dordrecht Hardinxveld-Giessendam Hendrik-Ido-Ambacht Papendrecht Sliedrecht Zwijndrecht TOTAAL

Stemmen algemeen bestuur met 8 leden 6 48 (2x 24) 4 8 10 8 15 99 (meerderheid 50)

In dit model heeft Dordrecht 1 andere gemeente nodig om tot een meerderheid te komen. Dordrecht kan wel overstemd worden, maar dan zijn alle andere gemeenten nodig. Zoals al aangegeven hebben 6 gemeenten hun voorkeur uitgesproken voor 1 bepaald model. Gemeente Dordrecht heeft aangegeven dit model niet acceptabel te vinden, gelet op de inbreng en omvang die Dordrecht in de gemeenschappelijke regeling heeft. Zij pleit voor een model, waarin dit beter tot uitdrukking komt. Daarmee stelt zij een model voor dat OF gebaseerd is op een gewogen gemiddelde tussen inwoneraantal en omvang (financiële inbreng) OF minimaal hetzelfde is als de huidige stemverhoudingen in de Drechtraad, waarbij stedelijk gedefinieerd is als “Dordrecht”. De andere gemeenten erkennen de bijzondere positie van Dordrecht, maar een aantal geeft tegelijkertijd aan het bezwaarlijk te vinden als het stedelijk gebied, Dordrecht en Zwijndrecht, samen een meerderheid hebben. Diverse gemeenten geven eveneens aan dat het voorkeursmodel van de gemeente Dordrecht wat hen betreft in strijd is met het principebesluit, dat door de gemeenteraden is vastgesteld. Voor de volledigheid brengen we tot slot ook de huidige stemverhoudingen in de Drechtraad in beeld.

De Drechtraad is als volgt ingedeeld waarbij minimaal 50% moet instemmen met een voorstel, wat feitelijk betekent dat bv Dordrecht en Zwijndrecht samen, Dordrecht en Hendrik Ido Ambacht samen of Dordrecht en Papendrecht samen een meerderheid kunnen hebben:

3

E.e.a. volgt uit artikel 32 van de gemeentewet, dit artikel is van toepassing verklaard op gemeenschappelijke regelingen via artikel 22 in de Wgr.

- 13 -

Concepttekst wijziging GR Drechtsteden naar GR Sociaal

DE INVULLING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL IN DE DRECHTSTEDEN

Gemeente Alblasserdam Dordrecht Hardinxveld Giessendam Hendrik Ido Ambacht Papendrecht Sliedrecht Zwijndrecht TOTAAL

Stemmen 89 477 89 134 133 115 167 1204 (helft = 602)

De voorzitter

De voorzitter van het gemeenschappelijk openbaar lichaam is zelfstandig een Bestuursorgaan, zoals ook de burgemeester dat is binnen de gemeente. De voorzitter wordt door en uit het Algemeen Bestuur aangewezen (art. 13 lid 9 Wgr). Door de toevoeging “en uit” blijkt dat de voorzitter dus altijd een lid van het Algemeen Bestuur moet zijn. De voorzitter is van rechtswege lid van het Dagelijks Bestuur (art. 14 lid 1 Wgr) én ook de voorzitter van het Dagelijks Bestuur (art. 12 lid 3 Wgr). Uit de WGR volgt daarmee dus dat het Algemeen Bestuur de voorzitter aanwijst. In de GR tekst kunnen daartoe kaders worden meegegeven, waar het AB aan gebonden is. In de concepttekst GR Sociaal is opgenomen dat de voorzitter gekozen wordt uit de aangewezen leden van Dordrecht in het AB. Dit vanwege de omvang en inbreng van Dordrecht. Alle gemeenten zijn het in de basis eens met dit voorstel, waarbij enkele gemeenten wel aangeven dat e.e.a. samenhangt met het gekozen model voor de stemverhoudingen. Het is in die zin een integraal pakket aan keuzes.

Het vervolg

De komende periode zal bestuurlijk verder doorgesproken worden over bovenstaande, zodat in de definitieve tekst voor de GR één model kan worden opgenomen.

2.4 Verwerking in de concepttekst GR Sociaal In hoofdstuk 3, 4 en 5 van de concepttekst GR zijn alle zaken rondom het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur en de voorzitter opgenomen. De stemverhoudingen in artikel 10 zijn leeggelaten, gelet op bovenstaande.

- 14 -

Concepttekst wijziging GR Drechtsteden naar GR Sociaal

DE INVULLING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL IN DE DRECHTSTEDEN

Onderdeel 3: Spelregels flexibiliteit om maatwerk te kunnen bieden 3.1 Contouren uit de hoofdlijnennotitie Maatwerk is één van de sleutelbegrippen in de vernieuwde samenwerking. Door de behoefte aan maatwerk, zal de samenwerking zo ingericht moeten zijn dat dit maatwerk makkelijker mogelijk is in de toekomst. In de hoofdlijnennotitie is als eerste contouren meegegeven dat er verschillende soorten van maatwerk zijn, namelijk maatwerk op individueel klantniveau, maatwerk in de gezamenlijke afspraken op beleid en uitvoering en maatwerk in de vorm van aanvullende afspraken boven op de gezamenlijke afspraken met consequenties op de bedrijfsvoering. Het bieden van maatwerk vraagt enerzijds om flexibiliteit in verband met toekomstige keuzes en anderzijds een goed proces van samenwerking in zowel de beleidsontwikkeling als uitvoering. Voorkomen moet worden dat er een vorm van cherrypicking ontstaat. We dragen uiteindelijk met elkaar de lusten én lasten van de regionale samenwerking. In het proces tot vorming van regionaal beleid zal in elk geval duidelijk gemaakt moeten worden waar ruimte is voor lokaal maatwerk of lokaal andere invullingen. Naast maatwerk wordt ook met elkaar naar meer experimenteerruimte en innovatiekracht gezocht. Enerzijds om het voor de inwoners consequent beter te maken en anderzijds om het sociaal domein in de toekomst betaalbaar te kunnen houden.

Met experimenten kunnen we ontdekken wat wel en niet werkt. Experimenten kunnen wellicht gepositioneerd worden als de optie maatwerk via een DVO, maar daarmee zijn we er niet. De kunst is om met elkaar de middelen te vinden voor deze experimenten én tegelijkertijd het inverdieneffect van het experiment (als dit er uiteraard is) te laten terugvloeien naar de deelnemers ervan. Een idee is om met gemeenten en de GR (en wellicht ook nog andere partijen in het sociaal domein) een apart innovatiebudget te creëren met specifieke afspraken over de besteding, de voorwaarden, de verantwoording, evaluatie en terugverdienmodel bij gebleken effect.

3.2 Input vanuit colleges en raden Alle colleges en raden omarmen het uitgangspunt dat maatwerk makkelijker mogelijk moet zijn en pleiten allemaal voor goede spelregels. Specifieke aandachtspunten die meegegeven zijn:  Let op voor te veel verschil in regio;  Begin daar waar de gemeenten elkaar vinden en kijk daarna pas naar eventuele verschillen (Hendrik Ido Ambacht);  Maak duidelijk wat de financiële consequenties van lokale keuzes zijn en wanneer/waar de voordelen landen;  Maak een link naar de afspraken over solidariteit en verdeelsleutels;  Zorg voor een balans tussen maatwerk enerzijds en efficiënte uitvoering door een robuuste dienst/GR anderzijds;  Geef duidelijkheid over experimenteerruimte.  Werk het proces verder uit (ambtelijk en bestuurlijk)  Gemeente Papendrecht geeft expliciet aan dat zij tevreden zijn over de uitvoering door de SDD en een beperking van maatwerk accepteren als dat noodzakelijk is voor het behouden van een efficiënte uitvoering.

3.3 Nadere invulling in de gemeenschappelijke regeling Op basis van de contouren en de input van de gemeenten zijn de spelregels flexibiliteit en maatwerk uitgewerkt waarmee ook ruimte wordt gemaakt voor innovatiekracht en lokale experimenten. Voordat we tot deze spelregels komen is het goed om eerst nader in te gaan op hoe de GR straks in de dagelijkse praktijk werkt. Vanuit die uitwerking komen vervolgens de spelregels aan bod. - 15 -

Concepttekst wijziging GR Drechtsteden naar GR Sociaal

DE INVULLING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL IN DE DRECHTSTEDEN Als het om de verdeling van bevoegdheden en taken gaat is het volgende van belang: A. Het kaderstellend beleid: voorbeelden zijn het beleidsplan Wmo, verordening Wmo, verordening Werk & inkomen, verordening persoonlijk minimabudget, beleidsplan schuldhulpverlening. B. De nadere regels: voorbeelden zijn het besluit Wmo of de nadere regels participatiewet C. Uitvoering inclusief beleidsregels. Hieronder valt o.a.:  Inkoop (voorwaarden, wat, de afspraken) en contractmanagement  Besluitvorming bij individuele aanvragen op de maatwerkvoorzieningen  Kunnen beslissen op casusniveau  Klachten behandelen en afhandelen van inwoners  Bezwaar- en beroepszaken kunnen afhandelen Onderdeel A) Kaderstellend beleid Het kernbegrip hierbij is het in co-creatie samenwerken aan deze stukken tussen gemeenten en GR. Globale stappen in dit proces zijn: 1. Brede verkenning met alle gemeenten; 2. Gezamenlijke voorbereiding van de mogelijkheden (wat kan wel/ wat kan niet) en de gegevens (o.a. cijfers); 3. Verdiepende gesprekken met alle gemeenten gezamenlijk of individueel; 4. Formulering lokale uitgangspunten (door colleges met raden); 5. Samen werken aan beleid en komen tot een gezamenlijk stuk in co-creatie (SDD is penvoerder, conform het principebesluit wordt het beleid hieromtrent in de GR opgesteld en uitgevoerd); 6.

Bestuurlijke afstemming (deze vindt uiteraard ook aan de voorkant en tussendoor plaats, om input op te halen en uitgangspunten mee te kunnen nemen aan de voorkant en is vooral een lokaal proces); 7. Betrekken adviesraden; 8. Lokale besluitvorming en publicatie (via AB en eigen AB lid in route naar college en raad); 9. Inrichting op nieuwe beleid/implementatie (vooral GR aangelegenheid in de uitvoering).

Onderdeel B) Nadere regels

De stappen in dit proces zijn grotendeels gelijk aan onderdeel A. Het verschil zit hem voor onderdeel B in stap 8 de besluitvorming en publicatie. Afhankelijk van wat er met de bevoegdheden is gebeurd kan dit 2 kanten op gaan.

- 16 -

Concepttekst wijziging GR Drechtsteden naar GR Sociaal

DE INVULLING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL IN DE DRECHTSTEDEN Onderdeel C) Uitvoering inclusief beleidsregels

De uitvoering is in bijna alle gevallen gedelegeerd naar de GR. Het bestuur van de GR kan voor die uitvoering regels opstellen. Het opstellen doen we op eenzelfde wijze als onderdeel A en B, in co-creatie. Vaststelling vindt plaats in het bestuur van de GR.

De gezamenlijke beleidsvoorbereiding en het periodiek beleidsoverleg wordt de komende periode ambtelijk verder uitgewerkt door gemeenten en SDD.

Inhoudelijke ambtelijke adviesgroepen Op dit moment kent de Drechtsteden in de ambtelijke structuur een Netwerk MT Sociaal en een RCO. Wij stellen voor om in de nieuwe structuur met 2 nieuwe vormen van ambtelijk overleg te gaan werken, te weten: 1. Een ambtelijk opdrachtgevend overleg: leden zijn een afvaardiging van alle deelnemende gemeenten én de GR Sociaal. Zij adviseren het Algemeen bestuur integraal over inhoudelijke stukken (al dan niet met financiële consequentie) die opgeleverd worden, waarmee richting gegeven wordt aan het sociaal domein en de taken die belegd zijn bij de GR Sociaal. Zij zijn daarmee een ambtelijk adviserend orgaan, rechtstreeks gekoppeld aan de GR. Zij hebben ook de rol om vroegtijdig met elkaar in gesprek te gaan over ontwikkelingen, toekomst en strategie. 2. Daarnaast stellen we een ambtelijk eigenarenoverleg voor. De 7 gemeenten nemen hier aan deel, de GR is adviseur. In dit overleg komen zaken vanuit de P&C cyclus aan orde, zoals de begroting, bestuursrapportage en jaarrekening. Het eigenarenoverleg adviseert aan het Dagelijks bestuur. Het DB brengt de stukken daarna richting gemeenten (zienswijze) en vervolgens voor vaststelling naar het algemeen bestuur.

Los van deze ambtelijke advisering zijn er ook in de praktijk medewerkers van gemeenten en GR gezamenlijk aan het werk om inhoud af te stemmen, in co-creatie aan stukken te werken en periodiek in gesprek te gaan over allerlei ontwikkelingen op inhoud. Dit zijn zogezegd inhoudelijke werkgroepen. In bijlage 3 is een overzicht te vinden van de huidige gremia in de GR Drechtsteden en de nieuwe gremia in de GR Sociaal.

Spelregels maatwerk

In de dagelijkse praktijk is er vervolgens maatwerk mogelijk op verschillende niveaus. Daarbij is van belang om vast te leggen dat alle gezamenlijke afspraken van de 7 gemeenten worden vastgelegd in de GR op een eenduidige en overzichtelijke manier. Dit gemeenschappelijke takenpakket vormt de kern van de gemeenschappelijke regeling. We leggen daarin alleen het noodzakelijke vast, onnodige details worden vermeden. We spreken vervolgens met elkaar af hoe we om gaan met de verschillende vormen van maatwerk. Dit ziet er als volgt uit: - 17 -

Concepttekst wijziging GR Drechtsteden naar GR Sociaal

DE INVULLING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL IN DE DRECHTSTEDEN

 

In het gemeenschappelijke takenpakket kan er een maatwerkwens per gemeente zijn > de paarse route; Er kunnen ook al dan niet tijdelijk in de vorm van bijvoorbeeld projecten extra taken worden afgesproken, boven op het gemeenschappelijke takenpakket ten gunste van deze taak > de groene route;  Ook op uitvoeringsniveau, het hoe, is maatwerk mogelijk > de blauwe route;  Gemeenten en andere organisaties kunnen tevens aparte afspraken maken in de vorm van een DVO. Een DVO kan worden afgesloten met 1 of meer gemeenten (maar niet alle 7, want dan hoort het in het gemeenschappelijke takenpakket), maar ook met andere organisaties. Dit is de oranje route. Met name de paarse route is nieuw. Immers, in de huidige GR-D worden alle kaders eenduidig voor alle gemeenten door de Drechtraad vastgesteld, dit gebeurt straks door de lokale raden. Zoals al aangegeven blijft (enige) harmonisatie voor de robuustheid en efficiëntie van de GR Sociaal daarin van belang. In bijlage 2 treft u per route een nadere uitwerking met voorbeelden aan. Gemeenten geven aan blij te zijn met de uitwerking, het geeft voldoende handvatten. Enkele andere gemeenten waarschuwen voor teveel verschil, ook in de paarse route, en vragen om een gedegen proces bij de beoordeling van maatwerkvragen, zodat de robuustheid en kwaliteit in de GR Sociaal niet verloren gaan.

De uitgewerkte routes met voorbeelden geven een eerste beeld van hoe het op papier straks kan werken. Dit vraagt de komende periode nadere uitwerking met gemeenten, zowel op proces als op inhoud. Vragen als “hoe werkt dit dan straks, waar liggen de behoeften, wat betekent dit voor de GR en voor inwoners en wat kan straks wel of niet” zijn onderdeel van deze verdere uitwerking. Ook een proeftuin of test, waarin bestuurlijk (wethouders) geoefend wordt met dergelijke processen en gesprekken behoort tot de mogelijkheden bij het vervolg. Zo zorgen we voor een steeds beter beeld bij alle betrokkenen.

3.4 Verwerking in de concepttekst GR Sociaal De verwerking van bovenstaande is op hoofdlijnen in de concepttekst GR verwerkt in de overwegingen, artikel 4 en 5. Het proces hoeft niet in de GR tekst opgenomen te worden, maar de termen maatwerk en flexibiliteit zijn in de tekst benoemd. In artikel 5 lid 3 en lid 4 is een uitvoeringstoets door de GR Sociaal opgenomen. Eventuele verschillen in verordeningen, andere algemeen verbindende voorschriften en beleidsregels die aansluiten op lokale wensen en behoeften worden op die manier uitgewerkt voor wat betreft de consequenties voor de bedrijfsvoering en uitvoering van de GR Sociaal én de consequenties voor de inwoners. In de uitwerking in bijlage 2 is ook aangegeven, dat bij risico’s voor de bedrijfsvoering van de GR Sociaal het bestuur van de GR vroegtijdig betrokken wordt in de verschillen en gevolgen (vanuit hun rol als eigenaar van de GR). Dit laatste leggen we vast in het reglement van orde van het bestuur. Tot slot leidt het algemeen bestuur de stukken door naar de lokale route, dus ook op die manier zien zij vroegtijdig eventuele verschillen en gevolgen. - 18 -

Concepttekst wijziging GR Drechtsteden naar GR Sociaal

DE INVULLING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL IN DE DRECHTSTEDEN

Onderdeel 4: Spelregels toetreding, wijziging & (gedeeltelijke) uittreding 4.1 Contouren uit de hoofdlijnennotitie In de hoofdlijnennotitie is dit onderdeel nog niet aan bod gekomen, wel is aangegeven dat in de concepttekst nadrukkelijk aandacht besteed zal worden aan het toekomstige perspectief van uitbreiding en toetreding van andere gemeenten of onderdelen.

4.2 Input vanuit colleges en raden Gemeenten delen de intentie om aandacht te besteden aan het toekomstige perspectief van uitbreiding en toetreding van andere gemeenten of onderdelen. Hendrik Ido Ambacht geeft hierover expliciet het volgende mee: in de eerste plaats kan op deze manier invulling worden gegeven aan de afspraak om in de toekomst de Regeling Drechtwerk toe te voegen aan de nieuwe GR sociaal. In de tweede plaats biedt een dergelijke passage ruimte en mogelijkheden voor de toekomst om te bezien in hoeverre ook een andere regeling als de DG&J aangesloten kan worden op de nieuw op te stellen GR.

4.3 Nadere invulling in de gemeenschappelijke regeling Gekeken is welke regelingen er al bestaan in het land, welke afspraken de huidige regeling al kent en welke jurisprudentie er is over met name uittreding. Op basis hiervan zijn de artikelen in de concepttekst GR volledig geactualiseerd naar een nieuwe systematiek, die zoveel als mogelijk aan de voorkant duidelijk maakt hoe het proces van uittreden eruit ziet en hoe de gevolgen duidelijk worden voor alle betrokkenen. In artikel 35 wordt een risico-opslag benoemd. Op dit moment wordt nog onderzocht wat een passend percentage is. Daarom is hier voor nu nog geen invulling aangegeven met een concreet getal. Er is verder bewust gekozen om de GR de naam GR Sociaal te geven (zonder Drechtsteden), zodat andere gemeenten of andere publiekrechtelijke lichamen ‘makkelijker’ kunnen instappen. Verder is gekozen voor de afbakening “sociaal domein”, zodat ook dit breed de lading dekt.

4.4 Verwerking in de concepttekst GR Hoofdstuk 10 van de concepttekst GR gaat in op de regels rondom toetreding (artikel 33), wijziging (artikel 39) en (gedeeltelijke) uittreding (artikel 34 – 38). Tot slot is in artikel 40 e.e.a. opgenomen over eventuele opheffing.

- 19 -

Concepttekst wijziging GR Drechtsteden naar GR Sociaal

DE INVULLING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL IN DE DRECHTSTEDEN

Onderdeel 5: Financiële kaderstelling & consequenties 5.1 Contouren uit de hoofdlijnennotitie In de hoofdlijnennotitie zijn algemene contouren opgenomen over de financiële consequenties. Daarbij zijn de belangrijkste punten:  Voor gemeenten is de verdeling van kosten over deelnemende organisaties in de GR een belangrijk aandachtspunt. Een transparante en faire verdeling wekt vertrouwen en voorkomt “scheve gezichten” tussen deelnemers.  Kostenverdeling is primair een bestuurlijk vraagstuk. Als vervolg op de ontwikkeling van een nieuw financieel kader GRD/SDD is voorzien om de huidige verdeelsleutels tegen het licht het houden. In 2021 loopt er een apart project op dit onderwerp in de regio met de opdracht om te komen tot “een nieuwe set aan verdeelsleutels voor de gemeentelijke bijdragen aan GRD/SDD die gebaseerd is op eenduidige principes en die breed draagvlak heeft bij de betrokken gemeenten". Het traject loopt bewust los van de transitie GR, zodat structuur en principiële inhoud niet vermengen. Een wijziging van kostenverdeling staat bovendien volledig los van de te kiezen (of te behouden) rechtsvorm. Afhankelijk van de mate van herverdeeleffecten zal dan ook een besluit worden voorgelegd hoe en in welk tempo de financiële herverdeling in de respectievelijke begrotingen wordt opgenomen.

De uitkomst van dit traject zal in elk geval zijn weerslag krijgen in de begrotingscyclus 2023 van de nieuwe GR die start in november 2021.  Met name bij de behandeling van de jaarlijkse begroting is het van belang dat er breed draagvlak is voor de wijze waarop de kosten van de gemeenschappelijke regeling (GR) aan de deelnemers wordt toebedeeld. Het helpt bestuurders om met een regionale blik naar de organisatie en haar dienstverlening te kijken in plaats van te focussen op lokale effecten.  Bij de transitie is een van de financiële vraagstukken wat de sturingsprincipes (lokaal aan de knoppen draaien) voor effect hebben op de lokale begrotingen van de gemeenten. Met andere woorden: wat gebeurt er wanneer een gemeenteraad ervoor kiest om bijvoorbeeld het persoonlijk minimabudget te verlagen? De financiële effecten hiervan moeten landen in de lokale begroting (inverdieneffect). Wat hiervoor verder nodig is, hoe dit werkt met de vernieuwde samenwerking en wat dit verder in detail betekent, wetende dat het 2 aparte sporen zijn, werken we de komende periode verder uit.  Voorgaande periode is door gemeenten en de SDD veel inzet gepleegd op het aanpassen van de P&C cyclus van de SDD. Met name is de aandacht gericht op onderdelen als reëel ramen, het ontschotten en inzichtelijk maken van de kostenverdeling.

Het doel hierbij is om meer inzicht te krijgen op de (meerjarige) baten en lasten, doelstellingen en de te leveren prestaties. Met de vorming van de GR sociaal wordt de ingezette weg op de genoemde onderdelen onverminderd doorgezet.

5.2 Input vanuit colleges en raden Tijdens de behandeling van de hoofdlijnennotitie zijn er voornamelijk vragen gesteld over de financiële consequenties en is verzocht om een concretere uitwerking. Belangrijke punten zijn:   

Maak inzichtelijk hoe de lokale kaderstelling er concreet uit gaat zien. Wat zijn de financiële consequenties van lokale keuzes en wanneer en waar landen de financiële voordelen? Wat betekent dit voor de afspraken over solidariteit en verdeelsleutels? - 20 -

Concepttekst wijziging GR Drechtsteden naar GR Sociaal

DE INVULLING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL IN DE DRECHTSTEDEN  

Zorg voor een antwoord op de vraag wat de inhoudelijke en financiële consequenties zijn wanneer wij lokaal als raad aan de knoppen draaien (van bijvoorbeeld de minimaregelingen). Breng daarbij in beeld hoe we lokaal de financiële effecten zien van keuzes. Gemeente Sliedrecht geeft tot slot aan graag een financiële uitwerking te zien die uitgaat van een budget neutrale transitie met een evenredige verdeling van kosten en daarbij horende rechten en plichten

5.3 Nadere invulling in de gemeenschappelijke regeling Sturing aan de voorkant

Door de gewijzigde structuur en de overgang naar een klassieke collegeregeling komt het primaat lokaal te liggen. Daarmee start de sturing nadrukkelijk aan de voorkant van het proces, bij de vaststelling en invulling van de beleidskaders in bijvoorbeeld beleidsplannen en verordeningen (zoals een verordening Wmo of beleidsplan schuldhulpverlening). Deze stukken worden in co-creatie opgesteld en, belangrijker nog, lokaal vastgesteld. Daarmee komen lokale raden nadrukkelijk aan het stuur te zitten. Boven op die lokale kaderstelling via beleidsstukken wordt via de P&C-cyclus jaarlijks al bij de algemene beschouwingen input meegegeven (als voorbeeld bij de algemene beschouwingen van de begroting 2022-2025 kan input worden meegegeven voor de begroting 2023-2026 van de GR). Uiteindelijk wordt de input vertaald in een uitgangspuntennotitie. Daarin zijn dan landelijke en lokale ontwikkelingen, wensen en vraagstukken verwerkt. Het lokaal vastgestelde beleidskader, samen met de jaarlijkse uitgangspuntennotitie vormt de basis voor de technische verwerking in de begroting, het is de feitelijke vertaling naar de financiën in de begroting. Lokaal vastgestelde beleidskaders

Jaarlijkse uitgangspuntennotitie

Vertaling naar conceptbegroting GR

De begroting wordt door het Algemeen bestuur van de GR vastgesteld, maar niet voordat de ontwerpbegroting voor zienswijze aangeboden is aan de gemeenteraden. Dit is zo geregeld in de Wet Gemeenschappelijke regelingen. De zienswijzeprocedure is nadrukkelijk iets anders dan de lokale kaderstelling (beleidsplannen en verordeningen), die door de structuurwijzigingen teruggaat naar de raden. De sturing aan de voorkant gebeurt juist straks via de lokale beleidskaderstelling en de jaarlijkse uitgangspuntennotitie. Bovendien is het zaak om afspraken te maken met het afgevaardigde bestuurslid in het algemeen bestuur van de eigen gemeente over tijdige informatie/inlichtingen verstrekking op andere onderdelen (nog los van de inlichtingenplicht van de GR zelf).

Enkele voorbeelden om het proces te verduidelijken Let op: dit zijn fictieve voorbeelden, waarin ook enkele aannames zijn gedaan, die nog niet zijn vastgesteld. Ze zijn puur bedoeld voor het krijgen van een scherper en completer beeld. De aannames en uitgangspunten die bij deze voorbeelden zijn gedaan zijn:   

Kostenverdeelprincipe bij deze 2 voorbeelden is gebaseerd op nut (dit traject loopt uiteraard nog); Er verandert verder niets in de begroting (geen landelijke ontwikkelingen, volumegroei als gevolg van vergrijzing, werkloosheid etc. rekening mee gehouden); Er is een onderscheid te maken in directe kosten en indirecte kosten (zoals personeel, huisvesting, ICT); - 21 -

Concepttekst wijziging GR Drechtsteden naar GR Sociaal

DE INVULLING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL IN DE DRECHTSTEDEN 

Een verwacht of beoogd effect aan de voorkant, kan anders uitpakken in de praktijk. E.e.a. moet in de praktijk bewezen worden. Mocht het effect er niet zijn dan zal aan de achterkant alsnog de rekening door gemeente(n) betaald moeten worden; Argumentatie bij de effecten is van belang, ook in het licht van de begroting en de argumentatie achter de begroting zoals deze wordt gepresenteerd. Een volume naar beneden bijstellen kan in een begroting alleen verwerkt worden als er een logica in zit; Er kan een zeker na-ijleffect zijn bij ontwikkelingen, bv omdat het apparaat niet ‘op stel en sprong’ kan krimpen bij wensen en vervolgens bij bewezen effecten. Er kunnen wel afspraken worden gemaakt over hoe hiermee om te gaan. Ook dat loopt mee in het traject van de kostenverdeelsystematiek; Gevolgen op bijvoorbeeld het apparaat kunnen effect hebben op de andere deelnemende gemeenten, ook daar moeten goede afspraken over worden gemaakt. Ook dat loopt mee in het traject van de kostenverdeling.

De besluitvorming over de kostenverdeelsystematiek is daarmee losgekoppeld van de vorming van de GR. De GR neemt de vastgestelde kostenverdeelsystematiek straks 1 op 1 over voor verwerking in o.a. de begroting en administratie van de nieuwe GR Sociaal. Begin juni vindt er een bestuurlijke conferentie plaats over de kostenverdeelsystematiek. Besluitvorming is voorzien in het najaar. Dat betekent dat gemeenten bij de besluitvorming over de kostenverdeelsystematiek in de Drechtraad de lokale standpunten moeten inbrengen.

Voorbeeld 1: gemeente X wil het persoonlijk minimabudget verlagen. In deze gemeente ontvangen 500 inwoners dit bedrag, nu 350 euro per persoon, totale kosten 175.000 euro. De gemeente past dit bedrag aan naar 100 euro, waardoor zij bij gelijkblijvende aantallen 50.000 euro besteden. Het proces start eigenlijk vroegtijdig aan de voorkant en begint al bij de algemene beschouwingen in de raad richting de nieuwe begroting. Door dit vroegtijdig als ontwikkeling te benoemen en mee te nemen in de uitgangspuntennotitie als ontwikkeling met beoogd effect komen de lokale raden en bestuurders goed in positie en kan hier bij het opstellen van de begroting rekening mee worden gehouden en kan de begroting op dit punt al naar beneden worden bijgesteld, waardoor deze gemeente aan de voorkant qua directe kosten niet 175.000 euro betaald, maar 50.000 euro. Dit voorbeeld heeft effect op de directe kosten, niet op de apparaatskosten, immers het aantal verstrekkingen blijft gelijk. Dit blijkt uit de uitvoeringstoets die gedaan is. Gedurende het jaar kan verder blijken dat er toch meer verstrekkingen zijn, bv 550 inwoners, 50 inwoners meer. In dat geval zal deze gemeente alsnog 5.000 euro moeten overmaken (tussentijds of bij de jaarrekening).

- 22 -

Concepttekst wijziging GR Drechtsteden naar GR Sociaal

DE INVULLING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL IN DE DRECHTSTEDEN

Voorbeeld 2: gemeente X wil een inkomensafhankelijke bijdrage invoeren voor de Wmo en deze behoorlijk zwaar doorvoeren, zodat het aanvragen van een maatwerkvoorziening vooral beschikbaar is voor inwoners met een laag inkomen en inwoners met een hoog inkomen zelf een andere oplossing gaan zoeken. Het proces start eigenlijk vroegtijdig aan de voorkant en begint al bij de algemene beschouwingen in de raad richting de nieuwe begroting. Door dit vroegtijdig als ontwikkeling te benoemen en mee te nemen in de uitgangspuntennotitie als ontwikkeling met beoogd effect komen de lokale raden en bestuurders goed in positie én kan hier bij het opstellen van de begroting rekening mee worden gehouden. De begroting kan op dit punt al naar beneden worden bijgesteld qua volume. Dit voorbeeld heeft effect op de directe kosten en op de apparaatskosten als het volume echt afneemt. Immers er zijn dan minder aanvragen om af te handelen. Dit blijkt ook uit de uitvoeringstoets die gedaan wordt. Door de ontwikkeling vroegtijdig kenbaar te maken kan de GR hier al rekening mee houden en hier afspraken over maken met gemeente X, zodat ook dit volume tijdig kan afnemen. Bij het traject kostenverdeelsystematiek wordt dit punt meegenomen voor verdere uitwerking.

Gedurende het jaar kan alsnog blijken dat het effect er niet is, inwoners blijven toch aanvragen en hebben ook gelet op hun situatie recht op de voorziening. In dat geval zal de gemeente via de geïnde inkomensafhankelijke bijdrage wel meer inkomsten genereren door deze wijziging, maar ook alsnog de directe kosten moeten bij plussen. Ervan uit gaande dat de apparaatskosten nog niet aangepast waren, heeft het daar nog geen effect. Anders heeft het ook daar effect.

In bijlage 4 geven we achtereenvolgens nog een korte (technische) toelichting op:    

Financieel beleid GR Inhoud financieel kader Sociale Dienst Drechtsteden Uitgangspuntennotitie inhoudelijk nader toegelicht Traject kostenverdeelsystematiek

5.4 Verwerking in de concepttekst GR Hoofdstuk 9, artikel 23 tot en met 32 van de concepttekst GR gaan uitgebreid in op de financiën, de kaderstelling, begroting en bijdrage (conform verdeelprincipes- en sleutels). In de concepttekst GR zijn alleen de wettelijk verplichte elementen opgenomen. Het financieel kader (hoe loopt het begrotingsproces) wordt vastgelegd in het financieel kader dat door het AB wordt vastgesteld. Dit is een bewuste keuze, zodat bij wijziging van dit proces (bv. andere data, extra overlegmoment) de GR tekst niet aangepast hoeft worden. Het financieel kader wordt momenteel geactualiseerd passend bij de situatie per 1 januari 2022 (zie ook bijlage 4).

- 23 -

Concepttekst wijziging GR Drechtsteden naar GR Sociaal

DE INVULLING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL IN DE DRECHTSTEDEN

Onderdeel 6: Instellen van (advies)commissies 6.1 Contouren uit de hoofdlijnennotitie In de hoofdlijnennotitie is dit onderdeel tot slot kort aan bod gekomen. De gemeenteraad van Papendrecht heeft bij de behandeling van het principebesluit een motie aangenomen over het instellen van een mogelijke (raads)adviescommissie. Verder is in de notitie aangegeven dat het punt van advisering, commissies etc. meegenomen zou worden bij de verdere uitwerking.

6.2 Input vanuit colleges en raden Zoals gezegd heeft de gemeenteraad van Papendrecht eerder een motie aangenomen over de raads(advies)commissie. Bij de behandeling van de hoofdlijnennotitie hebben zij nogmaals aangegeven om concreet de adviescommissie uit te werken als onderdeel van de nieuwe GR Sociaal.

6.3 Nadere invulling in de gemeenschappelijke regeling Het bestuur van de GR kan diverse commissies instellen conform artikel 24 en 25 van de Wgr. Zo zijn inhoudelijke commissies mogelijk maar bijvoorbeeld ook een auditcommissie.

Raadscommissie

Een raadscommissie is benoemd als optie. Dat is een soort gemeenschappelijke raadscommissie die twee rollen heeft: 1. Het adviseren van de gemeenteraden in de uitoefening van hun bevoegdheden; 2. Het adviseren van het algemeen bestuur van het samenwerkingsverband. Doordat er in de vernieuwde GR enkele bevoegdheden worden overgedragen (gedelegeerd) én de GR het beleid in cocreatie met gemeenten voorbereid ligt een raadsadviescommissie meer voor de hand, dan wanneer dit niet het geval zou zijn. Bij mandaat is immers het uitgangspunt dat de gemeentebesturen individueel verantwoordelijk blijven voor de beleidskeuzes én de uitvoering. Bij een collegeregeling zoals beoogd zijn beleid en uitvoering meer gescheiden dan in de huidige situatie. Het beleid blijft bij de gemeentebesturen, de uitvoering wordt gezamenlijk opgepakt. Dat laat onverlet dat er enig streven naar beleidsharmonisatie zal blijven bestaan, al is het maar om de uitvoering efficiënt te houden. In het principebesluit is al aangegeven dat beleid regionaal wordt voorbereid/opgesteld.

Dit kan ook, want voorbereiding van raadsbesluiten (en dus ook de beleidskeuzes) is een verantwoordelijkheid van de colleges van burgemeester en wethouders.4 Die verantwoordelijkheid wordt in het kader van de GR Sociaal door de colleges gezamenlijk opgepakt in de regio, uiteraard voor zover het gezamenlijke taken betreft waarover afspraken in de GR zijn gemaakt. Normaliter kan het college bij de voorbereiding de gemeenteraad of een raadscommissie betrekken. Er kan gedebatteerd worden over de inhoud van de beleidskeuzes zoals die uiteindelijk door het college aan de gemeenteraad worden voorgelegd. Die voorbereiding is wat lastiger wanneer beleid regionaal wordt voorbereid, maar lokaal wordt vastgesteld. Dat vraagt in elk geval om een goede lokale invulling van het vroegtijdig betrekken van de gemeenteraad bij uitgangspunten en keuzes. E.e.a. komt ook terug in eerder besproken onderwerpen zoals “grip op verbonden partijen”. De raadsadviescommissie kan hier ook een rol in spelen.

4 Artikel 160 lid 1 onder b Gemeentewet.

- 24 -

Concepttekst wijziging GR Drechtsteden naar GR Sociaal

DE INVULLING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL IN DE DRECHTSTEDEN Via de raadsadviescommissie kunnen de raadsleden van de verschillende gemeenten met elkaar de uitgangspunten en beleidswensen delen en zo adviezen geven over de door de colleges voorgestelde beleidskeuzes. De gemeenteraden kunnen die adviezen, en hetgeen daarbij is besproken, meewegen in hun besluitvorming. De raadsadviescommissie heeft zelf dus géén enkele formele bevoegdheid en komt absoluut niet in plaats van de verantwoordelijkheid van de gemeenteraden noch van de colleges. Dat zou ook onwenselijk zijn omdat anders de raden alsnog buiten spel zouden worden gezet of in het laatste geval juist een rolverwarring gaat optreden wanneer raadsleden weer over de uitoefening van collegebevoegdheden zouden gaan beslissen. De commissie zorgt er alleen voor dat gemeenteraadsleden vroegtijdig meegenomen kunnen worden bij de voorbereiding van beleidskeuzes én met elkaar van gedachten kunnen wisselen over de wensen vanuit de verschillenden gemeenten. De primaire focus van de raadsadviescommissie zal dan ook liggen bij het adviseren van de gemeenteraden, al kan het algemeen bestuur bij de afstemming van voorstellen natuurlijk de politieke adviezen van de raadsadviescommissie meewegen.

De raadsadviescommissie kan dus een belangrijke brugfunctie hebben om de gemeenteraden nog steeds regionaal te laten afstemmen voor hun beleidskeuzes, maar zal anders dan de huidige Drechtraad niet besluitvormend kunnen optreden. Het bestuur van de GR Sociaal is ook geen verantwoording verschuldigd aan de raadsadviescommissie. De verantwoordingslijnen blijven lopen zoals hierboven beschreven. Wie voorzitter is van de raadscommissie is niet wettelijk geregeld (in het wetsvoorstel). Maar het ligt voor de hand dat dit een van de leden is, naar analogie van wat nu (nog) voor raadscommissies in de Gemeentewet geldt. Een bestuurder van het samenwerkingsverband ligt in elk geval niet voor de hand. Dat past niet bij de status van de commissie als adviseur van en voor raden. Het past evenmin bij het zijn van een spil tussen raden en algemeen bestuur, omdat een bestuurder zelf ook weer een belang heeft als lid van het algemeen bestuur.

Wie kan een voorstel doen voor het instellen van een raadscommissie?

Indien de raden een voorstel doen, is het algemeen bestuur van het openbaar lichaam verplicht om de commissie in te stellen; het algemeen bestuur kan de commissie niet instellen als de raden hiertoe geen voorstel doen. Het is dus aan de raden van de deelnemende gemeenten om te bepalen of er behoefte is aan een dergelijke commissie. De gemeenschappelijke adviescommissie wordt ingesteld op voorstel van de raden van de aan de regeling deelnemende gemeenten gezamenlijk. Alle raden dienen dus in te stemmen met het voorstel. De commissie bestaat uit leden die per deelnemende gemeente door de raad uit zijn midden zijn gekozen. Vanuit de gedachte achter de gemeenschappelijke adviescommissie ligt deelname vanuit de raden van alle deelnemende gemeenten voor de hand. Een gemeenteraad is echter niet verplicht een raadslid af te vaardigen. De raden kiezen zelf de leden van de commissie. De instelling van deze commissie vindt door het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling plaats omdat de gemeenschappelijke adviescommissie onderdeel van de regeling is en daardoor bij de organisatie van het samenwerkingsverband hoort en niet bij de gemeentelijke organisatie.

De gemeenschappelijke raadsadviescommissie heeft nu nog geen wettelijke grondslag, deze wordt met een beoogde wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen alsnog gecreëerd, maar je kunt het ook nu al inregelen, wat in sommige regio’s ook al is gebeurd. In de GR tekst is een “kan-bepaling” opgenomen, zodat als de wens er is, dit ook ingeregeld kan gaan worden en het bestuur de facilitering ervan en het proces met raden verder op kan pakken.

- 25 -

Concepttekst wijziging GR Drechtsteden naar GR Sociaal

DE INVULLING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL IN DE DRECHTSTEDEN Auditcommissie

De Auditcommissie is een commissie met als doel het algemeen bestuur van de GR te adviseren over alle financiële en bedrijfsvoeringsaspecten zonder daarin een politieke rol te nemen. In bijna alle gevallen betreft het een bestuurlijke commissie bestaande uit wethouders, al dan niet (deels) afkomstig uit het algemeen bestuur. In het land zien we ook dat in sommige gevallen andere experts op het gebied van financiën worden toegevoegd. De Auditcommissie kan de taken op het gebied van financieel beheer en de inrichting van de financiële organisatie - die aan het algemeen bestuur zijn toegekend - voorbereiden. Ook kan de Auditcommissie een klankbord zijn voor het bestuur als het gaat om de administratieve organisatie van de GR. Nadere regels over de auditcommissie kunnen in een aparte verordening worden opgenomen, die door het algemeen bestuur wordt opgesteld en vastgesteld. Daarin kan ook opgenomen worden hoe de samenstelling er uitziet. Geadviseerd wordt om voor nu geen auditcommissie in te richten. Wel wordt in de GR tekst een “kan-bepaling” opgenomen, zodat als de wens er (later alsnog) is, dit ook ingeregeld kan worden. De reden van dit advies is tweeledig: 1. We stellen ambtelijk een eigenarenoverleg voor, dat adviseert over P&C producten (zie spelregels flexibiliteit om maatwerk te kunnen bieden en bijlage 3). 2.

We hebben eerder al aangegeven bij de inrichting van het Algemeen en Dagelijks bestuur om in het AB als de P&C producten behandeld worden de wethouders financiën bij de bespreking uit te nodigen. Dit wordt in het reglement van orde van het Algemeen bestuur verder vastgelegd. Met deze 2 punten zijn we van mening dat een auditcommissie op dit moment geen toegevoegde waarde heeft.

6.4 Verwerking in de concepttekst GR Artikel 16 en artikel 20 van de concepttekst GR bevatten de kan-bepalingen voor het inrichten van een raadscommissie of auditcommissie.

- 26 -

Concepttekst wijziging GR Drechtsteden naar GR Sociaal

DE INVULLING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL IN DE DRECHTSTEDEN

Vervolgproces en planning       

Na de concepttekst GR en de input van alle Drechtstedengemeenten, wordt in de zomermaanden gewerkt aan de definitieve tekst inclusief uitgebreide memorie van toelichting, zodat deze begin september de route in kan; Daarnaast werken de 7 gemeenten en SDD ambtelijk verder aan de vorming van het nieuwe, structurele en interactieve beleidsproces; Met de begeleidingscommissie wordt verder doorgesproken over de stemverhoudingen en nadere invulling gegeven aan de spelregels voor maatwerk; Het financieel kader Sociale Dienst Drechtsteden wordt verder geactualiseerd naar de nieuwe situatie én het aparte traject voor de kostenverdeelsystematiek loopt door; De komende periode zal besloten moeten worden hoe om te gaan met de advies/cliëntenraden voor de Wmo en de participatiewet. Door de wijziging in de structuur, zal bekeken worden welke gevolgen dit heeft voor de regionale én lokale raden; Er wordt gewerkt aan een concept reglement van orde voor het algemeen en dagelijks bestuur; Tot slot zullen de komende maanden alle verordeningen aangepast worden, zodat ook deze straks lokaal kunnen worden vastgesteld. Voor dit laatste punt lichten we hieronder kort toe hoe we met elkaar toewerken naar de lokale kaderstelling voor het Sociaal Domein met ingang van 2022;

2021 staat in het teken van de transitie van de Gemeenschappelijke Regeling Sociaal. Wanneer de besluitvorming hierover is afgerond kan per 2022 worden gestart met de transformatie in de lokale kaderstelling. Daarvoor is nodig dat eerst een besluit genomen wordt tot wijziging van de huidige gemeenschappelijke regeling. Deze transitie wordt eind 2021 afgerond. Daarna pas kan worden gestart met de transformatie naar lokale kaderstelling waarvoor dialoog, kennisdeling en tijd nodig is voor het lokale besluitvormingsproces. Om die reden zullen bij aanvang van de nieuwe gemeenschappelijke regeling in eerste instantie de bestaande kaders lokaal worden vastgesteld. Hierin worden alleen de strikt noodzakelijke wijzigingen opgenomen zoals aanpassingen door de structuurwijziging, indexering of landelijke ontwikkelingen.

Lokale kaderstelling vraagt om dialoog, kennisdeling, wensen en behoeften te duiden, te vertalen in voorstellen, eventueel doorrekenen van consequenties etc. Het besluitvormingsproces neemt enkele maanden in beslag en verschilt qua planning bovendien per gemeente en communicatie over de eventuele gevolgen van de inrichting van nieuwe GR voor inwoners moet goed worden voorbereid en uitgevoerd. Ook dit vraagt tijd. De begroting 2022 is dan ook voor nu gebaseerd op bestaand beleid. Tevens geldt dat de besluitvorming plaatsvindt in de opmaat naar de verkiezingen in maart 2022 Voorgesteld wordt om een volgorde aan te houden voor de lokale kaderstelling. We starten uiteraard met de kaders die de gemeenteraden vaststellen, te weten verordeningen en beleidsplannen (voor zover die er zijn), omdat vanuit daar de nadere regels en beleidsregels worden opgesteld/ aangepast.

- 27 -

Concepttekst wijziging GR Drechtsteden naar GR Sociaal

DE INVULLING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL IN DE DRECHTSTEDEN De doorlooptijd is afhankelijk van de input, de ruimte binnen kaders, de lokale behoeften, maar ook het doorrekenen en bespreken van de consequenties van keuzes en tot slot de beschikbare capaciteit lokaal en regionaal. Het is dan ook niet in beton gegoten. Zaken kunnen eventueel ook gelijktijdig opgepakt worden mocht hier een wens voor zijn. Wel dient er rekening te worden gehouden met benodigde capaciteit lokaal en regionaal.

We merken tot slot op dat in 2021, vanaf mei, al gestart wordt met verdiepende gesprekken tussen gemeenten en SDD over onderwerpen als bijvoorbeeld minimabeleid voor wat betreft de samenwerking en o.a. de maatwerkwensen, zodat we deze langzaamaan steeds verder concretiseren.

- 28 -

Concepttekst wijziging GR Drechtsteden naar GR Sociaal

DE INVULLING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL IN DE DRECHTSTEDEN

Bijlage 1: Principebesluit (inclusief moties Papendrecht en Sliedrecht) De Raad voor te stellen in te stemmen met de koers en uitwerkingsrichting voor de toekomstige Drechtsteden samenwerking verwoord in het geformuleerde principebesluit door de colleges van de Drechtstedengemeenten op 27 oktober:   

   

  

De GRD wordt getransformeerd. Huidige tekst GRD wordt vervangen door een nieuwe GR-tekst. Zowel in de nieuwe GR als in de nieuwe service-gemeente helderheid over toe- en uittreding/deelname. Uitnodigend naar omliggende gemeenten. In het kader van gedeeld eigenaarschap wordt de huidige GR omgebouwd naar een klassieke GR voor de sociale dienst, met daarin de volgende uitgangspunten: o Beleid hieromtrent wordt in de GR opgesteld en uitgevoerd, waarbij het lokaal primaat het startpunt is; o Robuust pakket van gezamenlijke diensten; o Maatwerk meer dan nu mogelijk; eventuele meerkosten hiervan wel altijd voor de afnemer, ook voor wat betreft investering in lokale ambtelijke capaciteit; o Bij besluiten streven naar consensus, maar indien er toch wordt gestemd moet er rekening worden gehouden enerzijds met belangen langs de lijnen van inwonersaantal/ financiële bijdrage en anderzijds voorkomen dat er volledige overheersing is door “stedelijk gebied” of “poldergebied”. Voor de overige dochters van de GRD wordt in principe gekozen voor een service-gemeente vanuit Dordrecht met zakelijke dienstverleningsovereenkomsten. Hierbij hanteren we verschillende service-levels met een transparant kostenplaatje. Geen gedwongen winkelnering en commitment voor een aantal jaar voor een bepaald level.

Zowel de service-gemeente inzake bedrijfsvoering als de nieuwe GR op sociaal behoeft nadere uitwerking en inkleuring. Dordrecht komt voor Kerstmis als penvoerder met een voorstel daartoe en doet dat in samenspraak met de 7 gemeentesecretarissen. Voor wat betreft de GR “sociaal” wordt tevens een bestuurlijke klankbordgroep met portefeuillehouders gevormd inzake de inhoudelijke input. We vragen zo spoedig mogelijk commitment aan de 7 gemeenteraden op dit principebesluit. Dordrecht zal een eenduidig besluit voorbereiden dat via de colleges aan de 7 gemeenteraden kan worden voorgelegd. Definitieve besluitvorming wordt voorgelegd in de vorm van een aangepaste GR-tekst en aanvullende besluiten in Q1 van 2021 Communicatie (zowel richting raden als organisatie(s)) geschiedt eenduidig, voorbereid door penvoerder Dordrecht in samenspraak met de 7 gemeentesecretarissen. Er worden in het nieuwe model inspirerende kwartaalbijeenkomsten geïntroduceerd waar politiek, bedrijfsleven en kennisinstellingen elkaar ontmoeten, bestaande uit plenair deel, workshops en ruimte voor ontmoeting/ lunch/borrel. Het jaar 2021 wordt benut voor de implementatie. Zowel inzake voortgang, communicatie en implementatie wordt in hoge mate het belang van de huidige organisatie en de medewerkers in acht genomen en betrokken. 1 januari 2022 moet e.e.a.

doorgevoerd zijn, zodat de nieuwe raads- en collegeperiode goed kan starten.

- 29 -

Concepttekst wijziging GR Drechtsteden naar GR Sociaal

DE INVULLING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL IN DE DRECHTSTEDEN Aangenomen motie gemeente Papendrecht

Motie Regio Drechtsteden democratisch en uitnodigend De raad van de gemeente Papendrecht, in vergadering bijeen op 21 januari 2021, Constaterende dat:  In de Drechtsteden alle gemeenten veel waarde hechten aan een goede regionale samenwerking,  In de regio een transformatie op gang is gekomen die voorziet in een andere structuur voor de samenwerking op het gebied van gemeentelijke bedrijfsvoering en de sociale dienst,  Er zorgen zijn over het democratisch tekort, vooral op het belangrijke en beleidsrijke beleidsterreinen van de sociale dienst,  Er nu een algemeen uitgangspunt van een uitnodigende houding naar omliggende gemeenten is opgenomen in de voorstellen, dat echter nog niet concreet is ingevuld,  Op nationaal niveau in het kader van de nieuwe wetgeving voor regionale samenwerking (nieuwe WGR) mogelijkheden worden geboden om het democratisch tekort in de regio te verkleinen, Overwegende dat:  Versterking van de samenwerking vooral een vraagstuk is van cultuur en minder van structuur,  Er breed frustraties leven bij raden over late betrokkenheid bij belangrijke besluiten van gemeenschappelijke regelingen,  De adviescommissie door de wetgever expliciet bedoeld is om raden eerder en effectiever te betrekken bij belangrijke voorgenomen besluiten van gemeenschappelijke regelingen en bovendien de mogelijkheid biedt om ongevraagd advies te geven,  De gemeenten

Molenlanden en Gorinchem een samenwerkende houding laten zien en er op onderdelen al ambtelijk en soms ook bestuurlijk wordt samengewerkt met de Drechtsteden,  De sociale problematiek van Molenlanden en Gorinchem lijkt op de problematiek van een aantal gemeenten in de Drechtsteden, Vraagt het College om namens de raad in het regionale voorbereidingsproces van de transitie de volgende punten in te brengen:  De figuur van de adviescommissie met een vertegenwoordiging vanuit de raden uit te werken voor de GR Sociale Dienst,  Samenwerking met Molenlanden en Gorinchem concreet te stimuleren door kleine stappen mogelijk te maken en bij de juridische vormgeving een latere aanhaking eenvoudig mogelijk te maken. Verzoekt het college om namens de raad deze motie onder de aandacht te brengen bij de Drechtstedengemeenten en de gemeenten Molenlanden en Gorinchem. En gaat over tot de orde van de dag. De fracties van CDA, OP, PAB en SGP

- 30 -

Concepttekst wijziging GR Drechtsteden naar GR Sociaal

DE INVULLING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL IN DE DRECHTSTEDEN Aangenomen motie gemeente Sliedrecht Motie Regio Drechtsteden Financieel fit met zorgvuldige besluitvorming De raad van de gemeente Sliedrecht, in vergadering bijeen op 10 februari 2021 Constaterende dat: o Sliedrecht samen met de 6 andere gemeenten binnen de regio Drechtsteden deelneemt aan de Gemeenschappelijke Regeling Drechtsteden (GRD); o Binnen de regio een transitie op gang komt die een andere structuur voor de samenwerking beoogt; concreet op het gebied van gemeentelijke bedrijfsvoering en de sociale dienst; o Hierbij wordt ingezet om de transitie zo vorm te geven dat de GRD wordt opgedeeld ineen klassieke GR voor de sociale dienst en een service-gemeente voor de overige dochters; o Hierbij een ambitieus tijdpad wordt voorgesteld, waarbij de transitie vóór 1 januari 2022 doorgevoerd zou moeten zijn.

Overwegende dat: o Tijdens de oordeelsvormende bijeenkomst van 19 januari 2021 uitgebreid is gesproken over het proces van de transitie; o Hierbij nadrukkelijke behoefte bestond om meer duidelijkheid te krijgen over de gevolgen van de transitie voor de gemeente Sliedrecht; specifiek wat betreft de financiën en het te volgen tijdpad; o Binnen de huidige GRD duidelijke afspraken bestaan over de wijze waarop de deelnemende gemeenten met elkaar samenwerken, hoe de kosten verdeeld worden en welke rechten en plichten hier tegenover staan; o Conform de ‘Routekaart Transitie 2021’ de raden in maart 2021 spreken en stemmen over de afspraken die gemaakt worden voor de periode na de transitie via de uitgangspuntennotitie, waarin afspraken staan over: i) juridisch, ii) dienstverlening, iii) vormgeving transitie en tijdspad en iv) arbeidsrechtelijk; o Het belangrijk is dat ook afspraken gemaakt worden over de financiële gevolgen van de transitie; o Hierbij bewaakt moet worden dat in de situatie na de transitie nog steeds sprake is van een evenredige verdeling van de kosten en van de rechten en plichten die hier tegenover staan; o Het belangrijk is dat het college en de raad met elkaar in gesprek gaan over het takenpakket van de klassieke GR voor de sociale dienst (hetzelfde takenpakket als de sociale dienst binnen de GRD of een ander takenpakket n.a.v.

een nieuwe afweging); o Zorgvuldigheid hierbij voorop staat om de kwaliteit van het besluitvormings- en implementatieproces te waarborgen. Roept het College op dat: o Een proces doorlopen wordt, waarbij ook afspraken worden gemaakt over de financiële gevolgen van de transitie, waarbij 1) het uitgangspunt is dat de situatie na de transitie budgetneutraal is ten opzichte van de situatie van vóór de transitie en 2) sprake is van een evenredige verdeling van de kosten tussen de deelnemende gemeenten en van de rechten en plichten die hier tegenover staan; o Tijdig het gesprek gefaciliteerd wordt tussen de raad en het college (vóór de definitieve besluitvorming over de uitgangspuntennotitie sociaal in april) over het takenpakket van de GR Sociaal en het takenpakket van de overige dochters; o Tot een zorgvuldig proces wordt gekomen dat qua besluitvorming weliswaar in 2021 wordt afgerond, terwijl de implementatie van de transitie ter waarborging van de zorgvuldigheid ook in 2022 afgerond kan worden, indien hier meer tijd voor nodig is. Frank Dunsbergen

CDA

Cees Paas

SGP-Christenunie

Ben van der Plas PvdA

- 31 -

Concepttekst wijziging GR Drechtsteden naar GR Sociaal

DE INVULLING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL IN DE DRECHTSTEDEN

Bijlage 2: Nadere uitwerking van de spelregels flexibiliteit om maatwerk mogelijk te maken Maatwerk in het gemeenschappelijke takenpakket

Zoals gezegd kan er in de regionale afspraken maatwerk worden toegepast. Deze komt bij voorkeur vroegtijdig naar boven tijdens het interactieve beleidsproces tussen gemeenten en GR, waarin in co-creatie gewerkt wordt aan de kaderstellende beleidsstukken, de nadere regels en beleidsregels. GR is conform het principebesluit penvoerder (beleid wordt in de GR opgesteld en uitgevoerd). Informatie wordt gedeeld, kennis wordt uitgewisseld en in samenwerking wordt tot 1 of meer voorstellen gekomen. Tijdens het proces wordt duidelijk waar maatwerk gewenst is. De GR maakt daarbij inzichtelijk wat wel en niet kan vanuit wet- en regelgeving en geeft aan of en zo ja welke consequenties er zijn voor de bedrijfsvoering, uitvoering en inwoners. In dit proces duiden we ook met elkaar waar de echte verschillen zitten. Gemeenten en GR beogen met elkaar waar dat kan harmonisatie in de beleidskaders te behouden zodat het uitvoerbaar en efficiënt kan blijven, maar geven de ruimte om lokale wensen te bespreken en een goede plek te geven. Als er consequenties zijn maakt de GR een uitvoeringtoets: een gedetailleerde uitwerking van de consequenties, inclusief reële kostenindicatie van de vraag. Onderdeel van deze uitwerking is o.a. personele- en, organisatorische gevolgen, juridische consequenties, de eventuele meer of minderkosten daarvan en eventuele consequenties voor de andere gemeenten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/287/documents/6412