CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

26-06-30.08 Relevant stuk 4, Bijlagenboek Hoffelijk Herveld

Gemeenteraadsvergadering 30 juni 2026, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Realiseren van 34 appartementen St. Willibrordusstraat, Herveld25.246 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Dergelijke structuren, welke geschikt zijn als verblijfplaats voor steenmarters, zijn niet aangetroffen. Daarnaast ontbreken alle mogelijke sporen, die op aanwezigheid van vaste verblijfplaatsen van steenmarter duiden, zoals uitwerpselen, geursporen, latrines, prooiresten of loopsporen. De aanwezigheid van vaste verblijfplaatsen van steenmarters is derhalve uitgesloten.

4.1.3.

Effecten

Gezien de inrichting van het projectgebied, de omliggende omgeving en het ontbreken van essentiële habitatonderdelen worden geen beschermde grondgebonden zoogdieren verwacht. Algemene en opportunistische grondgebonden zoogdieren zoals egel, huismuis en huisspitsmuis maken mogelijk algemeen gebruik van het plangebied. Voor dergelijke soorten zijn er voldoende alternatieven in de omgeving om tijdelijk naar uit te wijken. Bovendien zijn alle mogelijk aanwezige beschermde soorten opgenomen in het vrijstellingsbesluit van de provincie Gelderland. Behoudens de Algemene Zorgplicht zijn geen bijzondere maatregelen benodigd in het kader van de verbodsbepalingen van de Omgevingswet voor grondgebonden zoogdieren.

6

4.2. 4.2.1.

Vleermuizen Bescherming en soorten

Ondanks dat vleermuizen vrijwel overal in Nederland aangetroffen worden, zijn er geen vleermuissoorten vrijgesteld in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. Door de continue verduurzaming van bestaande en nieuwe bebouwing waarbij gevels en daken worden geïsoleerd is er een sterke afname in potentieel geschikte verblijfslocaties voor vleermuizen. Alle in Nederland voorkomende vleermuissoorten zijn beschermd middels de Habitatrichtlijn van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Naast de individuen zijn tevens de vaste rust- en/of verblijfslocaties, essentiële vliegroutes en functionele foerageergebieden beschermd.

4.2.2.

Habitatonderdelen

In Nederland komen diverse vleermuissoorten voor die als verblijfslocaties onder andere gebruik maken van bebouwing. Voorbeelden hiervan zijn de gewone dwergvleermuis en de laatvlieger. Dit geldt voor zowel de zomer-, paar-, winter- en kolonieverblijven. Open stootvoegen, kierende daklijsten, openstaande/overhangende dakpannen, scheuren in gevels of enige andere opening die toegang verleend tot een holle achterliggende ruimte bieden potentie om als verblijfplaats te dienen. Goede voorbeelden van achterliggende ruimten zijn de spouw, de ruimte onder dakpannen en toegankelijke verstoringsvrije zolderruimten met een stabiel microklimaat. Ook onder boombewonende soorten bevinden zich enkele algemeen voorkomende soorten, waaronder rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis. Deze soorten bezetten verblijfplaatsen in boomholten van met name oude bomen met een grote omvang, zodat de holten een voldoende bufferende werking hebben. Vanuit de verblijfslocaties verplaatsen vleermuizen zich vaak via vaste routes naar geschikte foerageergebieden, waarbij gebruik gemaakt wordt van lijnvormige structuren als de luwte van bebouwing, bomenlanen en oppervlaktewateren. Dergelijke structuren kunnen beschermd zijn indien er onvoldoende alternatieven aanwezig zijn. Binnen de planlocatie zijn slechts enkele bomen aanwezig.

Deze bomen zijn allen gecontroleerd op de eventuele aanwezigheid van holten die vleermuizen als verblijfplaats kunnen gebruiken, zoals rottingsholten, spechtenholen of stukken loshangende schors. Dergelijke holten zijn niet aangetroffen. De aanwezigheid van vaste verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen kan derhalve uitgesloten worden. De bebouwing is tevens gehele gecontroleerd op de aanwezigheid van potentiële verblijfplaatsen. De combinatie van nauw aansluitende daklijsten en glad plaatwerk sluit de aanwezigheid van verblijfplaatsen in en rond het dak uit. De voor- en achtergevel (respectievelijk de zuidwestelijke en noordoostelijke gevels) zijn echter voorzien van diverse open (stoot)voegen, welke mogelijk toegang bieden tot holle achterliggende ruimten. Kleinere kieren, waarvan de diepte op afstand lastig in te schatten is, zijn tevens aangetroffen in de andere gevels. Zelfs wanneer deze kieren geen toegang tot een achterliggende spouwruimte bieden, kunnen ze mogelijk functioneren als zomerverblijfplaats voor bijvoorbeeld gewone dwergvleermuis. Het is door de aanwezigheid van dergelijke openingen, alsmede de open stootvoegen, niet uitgesloten dat vaste rust- en/of verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen aanwezig zijn in de bebouwing.

Er kan gesteld worden dat de nabije omgeving van het plangebied voorziet in een zeer ruime hoeveelheid aan oriëntatiepunten en (potentiële) vliegroutes. Dergelijke structuren binnen het plangebied zijn derhalve niet als functioneel of essentieel aan te merken. Daarnaast zal het plangebied na de ingreep opnieuw geschikt zijn als oriëntatiepunt. Foerageergebied is tijdens in zowel de nabije als de wijdere omgeving rijkelijk voorhanden, met bomenlanen, houtwallen, kleine houtopstanden en oppervlaktewateren. Het zeer kleine oppervlakte geschikt foerageergebied binnen het plangebied is derhalve niet als functioneel of essentieel aan te merken. Daarnaast zullen enige groenstructuren, zoals bomen, ook in de toekomstige situatie aanwezig zijn, waardoor er aannemelijk geen wezenlijke permanente aantasting van foerageergebied ontstaat. Effecten of essentiële en functionele migreerstructuren en foerageergebieden zijn derhalve uitgesloten. Het is

7

echter niet uitgesloten dat vleermuizen de locatie passeren of er (opportunistisch) foerageren, en door foutief toegepaste bouwverlichting worden verstoord.

4.2.3.

Effecten

Gelet op de open (stoot)voegen in kleinere kieren in diverse delen van de bebouwing is het niet uitgesloten dat vaste rust- en/of verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen aanwezig zijn in de bebouwing binnen het plangebied. Het is middels de Omgevingswet verboden vaste rust- en/of verblijfplaatsen van soorten van de Habitatrichtlijn, betreffende onder andere alle inheemse vleermuissoorten, te vernietigen of te verstoren. Het is derhalve noodzakelijk om, alvorens de aanvang van de werkzaamheden, nader onderzoek uit te voeren om de aan- dan wel afwezigheid van vaste verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen aan te tonen. Aangezien er geen als vleermuisverblijfplaats geschikte bomen aanwezig zijn en de nabije omgeving in ruime mate voorziet in alternatieve oriëntatiepunten en (geschikter) foerageergebied, zijn effecten op verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen alsmede op essentiële en functionele foerageer- en migreerstructuren uitgesloten. Desondanks zal de locatie opportunistisch gepasseerd worden door vleermuizen. Indien de werkzaamheden uitgevoerd worden gedurende de donkere en schemerende dagdelen dan kunnen aanwezige en passerende vleermuizen verstoord worden door bouwverlichting. Dit is alleen van toepassing in de periode april t/m oktober, buiten de winterrustperiode.

Om dergelijke onnodige verstoring te voorkomen dient het de voorkeur in deze periode overdag te werken of vleermuisvriendelijke bouwverlichting toe te passen (naar beneden gericht, convergerend).

Figuur 2

Details van de aangetroffen openingen in de bebouwing: links de locatie waar de openingen op de foto rechts zijn aangetroffen.

8

4.3. 4.3.1.

Vogels Bescherming en soorten

Alle natuurlijk in het wild levende vogelsoorten op Europees grondgebied zijn beschermd middels de Vogelrichtlijn. Hierin is opgenomen dat het verboden is opzettelijk individuen te doden of te vangen, hun nesten of eieren vernielen, beschadigen of weg te nemen en om de vogels dermate (opzettelijk) te verstoren dat een broedsel mislukt, dit laatste geldt voornamelijk binnen de broedperiode (medio maart t/m medio juli). Daarnaast is er een categorisering in beschermingsniveau. Er wordt een jaarronde bescherming van nesten (ook buiten broedseizoen, zonder eieren) gehanteerd voor soorten die erg honkvast zijn, ieder jaar terugkeren naar dezelfde locatie of het nest jaarrond gebruiken (cat. 1 t/m 4). Daarnaast geldt aanvullend voor een aantal soorten jaarronde bescherming van nesten indien zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen (cat. 5). Gedurende het broedseizoen zijn aanvullend alle in gebruik zijnde nesten beschermd, waaronder die van veelvoorkomende soorten zoals turkse tortel, kauw, zwarte roodstaart en witte kwikstaart.

4.3.2.

Habitatonderdelen

De ingreep vindt plaats binnen een vrijwel volledig kunstmatig ingericht terrein binnen de bebouwde kom. Er is geen sprake van natuurlijke vegetatiestructuren of oppervlaktewater. Op basis van de aandan wel afwezigheid van diverse habitatonderdelen, zijn een aantal soorten van de categorie 1 t/m 4 al op voorhand uit te sluiten. Zo is de aanwezigheid van nesten van soorten die broeden nabij snelstromend water (grote gele kwikstaart), in bossen of grotere houtopstanden (buizerd, havik, oehoe), in gevarieerd open agrarisch gebied (ooievaar, boomvalk), of in kleinschalig cultuurlandschap (steenuil, kerkuil) op voorhand uit te sluiten. In de bomen in de directe omgeving van het plangebied zijn geen grote boomnesten aangetroffen van soorten zoals roek, sperwer of ransuil, zodat de aanwezigheid van dergelijke soorten uitgesloten kan worden. Voor slechtvalk ontbreken soort-specifieke nestkasten of andere structuren op de kerktoren. Resterend zijn enkel de gebouwbewonende huismussen en gierzwaluwen. De huismus stelt hoge eisen aan het habitat, daar verblijft de soort dan ook het gehele jaar. Indien een aantal van de habitateigenschappen niet voorkomt zal de huismus wegblijven. Als nestlocatie wordt gebruik gemaakt van openingen in bebouwing, met name pannendaken worden bewoond.

In de directe omgeving van een potentiële nestlocatie dienen diverse habitatonderdelen aanwezig te zijn, waaronder schoon drinkwater, voldoende schuilgelegenheid in de vorm van jaarrond bladhoudende struiken, hagen of heesters, grind en/of kleine steentjes, voldoende foerageermogelijkheden, droog zand voor zandbaden en niet te veel grote bomen (Kennisdocument Huismus, 2023). De bebouwing binnen het plangebied is geheel gecontroleerd op de aanwezigheid van openingen die leiden naar mogelijke nestholten waar huismussen gebruik van kunnen maken. De combinatie van nauw aansluitende daklijsten en plaatwerk, alsmede het ontbreken van dakpannen of nestenkasten, sluit de aanwezigheid van huismusnesten in en rond het dak uit. De aanwezige kieren en stootvoegen in de gevels zijn enerzijds relatief small voor huismussen, maar bieden anderzijds geen geschikte achterliggende broedholte voor de soort. De aanwezigheid van vaste nestplaatsen van huismus is daarmee uitgesloten. Hoewel huismussen in de nabijheid van het plangebied zijn aangetroffen gedurende het veldbezoek, is de aanwezigheid van essentiële habitatonderdelen uitgesloten. Er zijn immers geen nestgelegenheden aangetroffen en andere voor huismussen belangrijke structuren, zoals foerageergebied, schuilplaatsen en zandbaden, zijn in de nabije omgeving zeer ruim voorhanden.

9

De gierzwaluw is een soort die vrijwel zijn gehele leven in de lucht doorbrengt. Enkel om te broeden verlaat de soort het luchtruim. Als nestlocatie worden openingen in daken, overstekken, gevels en andere nissen van bebouwing in gebruik genomen. Hierbij is een vereiste dat de opening op een hoogte van minimaal drie meter aanwezig dient te zijn, zodat het nest met een vrije val verlaten kan worden om eenvoudig weg te kunnen vliegen. Gierzwaluwen broeden in losse kolonies, bestaande uit zowel broedparen als ongepaarde vogels. De bebouwing in het plangebied is in zijn geheel onderzocht op de aanwezigheid van geschikte openingen. Gezien de afwezigheid van kant- of nokpannen, nissen of andere dergelijke openingen is de aanwezigheid van vaste nestplaatsen van gierzwaluw uitgesloten.

Figuur 3

Boomkruiper betreedt kier in de gevel, welke aannemelijk in gebruik is als nestplaats

Voor soorten van de categorie 5 die broeden in dergelijke bebouwde biotopen (ekster, zwarte roodstaart) is in de nabije omgeving voldoende alternatief broedhabitat beschikbaar, zodat er geen ecologisch zwaarwegende feiten zijn die jaarronde bescherming van nesten van deze soorten noodzakelijk maken. Het is echter wel de verwachting dat algemene broedvogels, zoals houtduif, kauw, merel, vink en winterkoning, tot broeden komen op of rondom de bebouwing of in de tuinelementen op het terrein. Tijdens het veldbezoek is een boomkruiper waargenomen die meermaals dezelfde kier in het gebouw betrad en verliet. Er is hierdoor aannemelijk sprake van een actief nest van boomkruiper. De aanwezigheid van nesten van algemene broedvogels is derhalve met zekerheid aangetoond.

4.3.3.

Effecten

Gezien de afwezigheid van geschikte nestplaatsen of andere essentiële en functionele habitatelementen, is de aanwezigheid van vaste nestplaatsen of andere beschermde habitatonderdelen van vogelsoorten van de categorie 1 t/m 4 uitgesloten. Tevens zijn er geen ecologisch zwaarwegende redenen om nesten van categorie 5 soorten, zoals ekster of zwarte roodstaart, aanvullende bescherming te geven. Het is echter aangetoond dat algemene broedvogels, in dit geval een boomkruiper, gebruik maken van de bebouwing om te broeden. De bebouwing alsmede de omliggende groenstructuren worden aannemelijk ook gebruikt als broedlocatie voor algemene soorten zoals heggenmus, winterkoning, vink, merel, houtduif en kauw. In het kader van de Algemene Zorgplicht en de verbodsbepalingen van de Vogelrichtlijn binnen het broedseizoen wordt geadviseerd de werkzaamheden buiten deze periode (indicatief de periode medio maart t/m medio juli) aan te vangen of alvorens de broedperiode de planlocatie ongeschikt te maken als nestlocatie. Indien de werkzaamheden aanvangen binnen het broedseizoen en de locatie niet vooraf ongeschikt is gemaakt dient de locatie door een deskundige onderzocht te worden op de aanwezigheid van nesten.

Bij het eventueel aantreffen van nesten bij een dergelijke inspectie dienen de werkzaamheden opgeschort te worden en dienen de aanvullende instructies van de deskundige opgevolgd te worden om overtreding van de Omgevingswet te voorkomen.

10

11

4.4. 4.4.1.

Overige diersoorten Bescherming en soorten

Overige diersoorten betreffen de vlinders, libellen, overige ongewervelden, amfibieën, reptielen en vissen. Door de afwezigheid van oppervlaktewateren, kleinschalige poelen, plassen en sloten kan de aanwezigheid van geschikte leefgebieden voor amfibieën, vissen, libellen en watergebonden ongewervelden uitgesloten worden binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden. Van de amfibieën zijn door de hoge trefkans enkele soorten vrijgesteld in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen, dit betreft de bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander, meerkikker en bastaardkikker (vrijstellingen provincie Gelderland). Van de niet-vrijgestelde soorten, welke in de wijdere omgeving aanwezig zijn, zoals heikikker, rugstreeppad of kamsalamander, is geen geschikt habitat aanwezig binnen de planlocatie of in de directe omgeving daarvan. Een diverse (kruiden- en bloemrijke) vegetatie is voor veel algemene insecten essentieel. Bovendien zijn er voor een groot aantal vlinders, libellen en andere ongewervelden specifieke waardplanten waarvan de soort afhankelijk is. Binnen het plangebied is nauwelijks natuurlijke vegetatie aanwezig. Gelet op het ontbreken van waardplanten, bijzondere habitateigenschappen, en natuurlijke omstandigheden en de bekende verspreiding van beschermde libellen, vlinders en overige ongewervelden kan het voorkomen ervan redelijkerwijs uitgesloten worden.

Reptielen komen voor in natuurlijke, dynamische en relatief verstoringsarme biotopen. Door de huidige inrichting van het terrein, alsmede de ligging worden reptielen niet verwacht.

4.4.2.

Habitatonderdelen

De projectlocatie betreft een kerkgebouw met omliggend, grotendeels verhard en vrijwel volledig kunstmatig ingericht terrein. Gezien het ontbreken van natuurlijke en verstoringsvrije biotopen alsmede bijzondere habitateigenschappen voor beschermde vlinders, libellen, ongewervelden, reptielen, amfibieën en vissen wordt de aanwezigheid van habitatrichtlijnsoorten of bijzondere overige soorten van voorgenoemde soortgroepen in de huidige situatie niet verwacht.

4.4.3.

Effecten

Gelet op het ontbreken van geschikte leefgebieden, voortplantingslocaties en verblijfslocaties voor beschermde soorten binnen de soortgroepen vlinders, libellen, overige ongewervelden, reptielen, amfibieën en vissen, en de afstand tot bekende populaties van beschermde soorten, alsmede de afwezigheid van potentiële migratieroutes, is een effect uitgesloten. Voor algemene soorten zijn er voldoende alternatieven in de directe omgeving om tijdelijk naar uit te wijken en zijn de te verwachten soorten allen opgenomen in de vrijstellingsverordening van de provincie. Voor de vrijgestelde soorten zijn er, behoudens de Algemene Zorgplicht, geen bijzondere maatregelen benodigd ter voorkoming van de overtreding van de verbodsbepalingen van het Besluit activiteiten leefomgeving ten aanzien van beschermde vlinders, libellen, overige ongewervelden, reptielen, amfibieën en vissen.

12

4.5. 4.5.1.

Vaatplanten Bijzonderheden

Ondanks dat een groot deel van de beschermde vaatplanten enkel te determineren is gedurende de periode van bloei, is goed te bepalen of dergelijke soorten potentieel voorkomen op een bepaalde locatie. Veel soorten komen voor in specifieke habitattypen of plantengemeenschappen: een verscheidenheid aan soorten die elkanders potentiële voorkomen aantonen doordat dergelijke soorten in vergelijkbare (abiotische) omstandigheden en biotopen groeien.

4.5.2.

Habitatonderdelen

De geschiktheid van een locatie is direct afhankelijk van de aanwezige (abiotische) omstandigheden, zoals oppervlaktewater, zuurgraad, voedingsrijkdom van de bodem, lichtinval en standplaatsen. Het plangebied is gelegen binnen urbaan gebied, waar geen sprake is van natuurlijke omstandigheden. Vegetatie beperkt zich veelal tot aangelegde en onderhouden groenelementen, zoals een gazon. Natuurlijke vegetatie beperkt zich tot diverse algemene kruiden en grassen die tussen deze elementen opgekomen zijn, zoals paarse dovenetel, vogelmuur, kleine veldkers, vroegeling, madeliefje, gewone speenkruid en brede weegbree. Geschikte condities of belangrijke begeleidende soorten van beschermde vaatplanten ontbreken. Bovendien is het voorkomen van beschermde vaatplanten niet bekend in de directe omgeving van de locatie.

4.5.3.

Effecten

Binnen het plangebied is nauwelijks natuurlijke vegetatie aanwezig, benevens tussen aangelegde groenelementen en stoeptegels opgekomen (on)kruiden. Ten tijde van het veldbezoek zijn geen beschermde vaatplanten of restanten ervan waargenomen. Er worden geen effecten verwacht en er zijn geen vervolgstappen of bijzondere bepaling van toepassing in het kader van beschermde vaatplanten.

4.6.

Houtopstanden

Houtopstanden zijn beschermd krachtens de Omgevingswet, indien van toepassing zal er of sprake zijn van een meldplicht of van een vergunningplicht. Deze artikelen zijn echter niet van toepassing op de voorgenomen ontwikkeling vanwege het onderstaande: Artikel 11.111, lid 2a van het Besluit activiteiten leefomgeving: de afdeling [met betrekking tot het vellen van houtopstanden] gaat niet over: houtopstanden binnen de in het omgevingsplan aangewezen bebouwingscontour houtkap, bedoeld in artikel 5.165b van het Besluit kwaliteit leefomgeving; houtopstanden op erven of in tuinen;

13

4.7. 4.7.1.

Gebiedsbescherming Gelders Natuurnetwerk (GNN)

De projectlocatie is gelegen op ca. 830m tot de aangemerkte Gelders Natuurnetwerk (GNN) gebieden. Gezien dat de ontwikkeling plaatsvindt buiten de grenzen van het GNN, zijn effecten als gevolge van directe fysieke ingrepen uitgesloten. Binnen de provincie Gelderland geldt geen toetsing van externe werking. Tevens is de ontwikkellocatie geen onderdeel van andere beschermde gebieden zoals ecologische verbindingszones, natuurcompensatiegebieden of belangrijke weidevogelbeschermingsgebieden.

4.7.2.

Natura 2000-gebieden

De planlocatie is gelegen op een afstand van ca. 2,4km tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, betreffende het gebied ‘Rijntakken’. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een verrijkend extern effect. Voorbeelden van externe werking betreffen een permanente toename van geluid, licht of stikstofdepositie of door optreden van een (grote) tijdelijke toename in dergelijke effecten. Gelet op de afstand tot de nabijgelegen Natura 2000-gebieden, de context van de ontwikkeling binnen de bebouwde kom, alsmede de inrichting van het tussengelegen gebied, bestaande uit dichtbebouwd urbaan gebied en intensief gebruik agrarisch terrein, kunnen effecten anders dan stikstofdepositie bij voorbaat uitgesloten worden. Het voornemen bestaat uit het renoveren van de aanwezige bebouwing en het realiseren van nieuwbouw. Dit betekend een wijziging van het gebruik van de locatie en de daarbij behorende veranderingen in bijvoorbeeld verkeersbewegingen. Hoewel het aannemelijk is dat de nieuwe situatie zal voldoen aan diverse verduurzamingseisen waar in de huidige bebouwing geen sprake van is, is het aanbevolen een aerius-berekening uit te laten voeren om inzicht te krijgen in een eventuele toename van stikstofdepositie in nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Dit geldt voor zowel de gebruiksfase als de realisatiefase.

14

5. Samenvatting Ten aanzien van de beoogde ontwikkeling aan de Sint Willibrorduslaan 2 te Herveld is een ecologische quickscan uitgevoerd. Het herontwikkelen van een kerkgebouw en het realiseren van nieuwbouw, en alle bijbehorende werkzaamheden leiden mogelijk tot aantasting van vaste verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen en een toename van stikstofdepositie in nabijgelegen natuurgebieden. Effecten op beschermde habitatelementen van overige beschermde soorten, benevens algemene broedvogels en vrijgestelde soorten, alsmede op houtopstanden, is echter uitgesloten. Voor enkele soorten is het voldoende wanneer rekening gehouden kan worden met de eventuele aanwezigheid gedurende de werkzaamheden. Ten aanzien van algemene grondgebonden zoogdieren is enkel de Algemene Zorgplicht van toepassing Ten aanzien van vleermuizen is de aanwezigheid van verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen niet uitgesloten. Daarnaast passeren en foerageren vleermuizen aannemelijk op of rondom de locatie en worden door (foutief toegepaste) bouwverlichting mogelijk verstoord. Ten aanzien van vogels met jaarrond beschermde nestlocaties en/of leefgebieden zijn geen vervolgstappen nodig. Ten aanzien van algemene vogels kunnen broedsels en nesten verstoord worden gedurende het broedseizoen Ten aanzien van amfibieën worden enkel vrijgestelde soorten verwacht.

Voor deze soorten is de Algemene Zorgplicht van kracht Voor vlinders, libellen, overige ongewervelden, reptielen en vissen met een beschermde status krachtens het Besluit activiteiten leefomgeving is geen geschikt leefgebied aanwezig Standplaatsen en geschikte omstandigheden ten aanzien van beschermde vaatplanten zijn niet aangetroffen Er is geen sprake van effecten op houtopstanden onder bescherming van de Omgevingswet Gelet op de afstand tot beschermde gebieden, de aard van de werkzaamheden, de genomen maatregelen en de inrichting van het tussenliggende gebied kunnen enkel de effecten van stikstofdepositie niet op voorhand worden uitgesloten

15

6. Vervolgstappen Er zijn aanleidingen aangetroffen die het noodzakelijk maken dat vervolgstappen of aanvullend onderzoek uitgevoerd dient te worden. Voor een aantal soorten is het voldoende als er tijdens de uitvoering rekening wordt gehouden met de eventuele aanwezigheid.

6.1.

Nader onderzoek

Alvorens de aanvang van de beoogde ontwikkeling dient voor vleermuizen aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden om uitsluitsel te geven over de aan- dan wel afwezigheid van vaste rust- en/of verblijflocaties in de huidige bebouwing. Gezien het formaat van de bebouwing zijn twee onderzoekers per veldbezoek noodzakelijk. Het onderzoek betreft zes gerichte veldbezoeken in de periode mei t/m september, waarbij rekening gehouden dient te worden met gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis en meervleermuis. In het kader van potentiële toename van stikstofdepositie in nabijgelegen Natura 2000-gebieden is het aanbevolen, alvorens de aanvang van de werkzaamheden, een aerius-berekening uit te laten voeren voor zowel de realisatie- als de gebruiksfase. Afhankelijk van de bevindingen van het onderzoek zullen vervolgmaatregelen, een vergunningsaanvraag of geen vervolgstappen benodigd zijn

6.2.

Maatregelen bij de uitvoering

Voor vleermuizen dient rekening gehouden te worden met mogelijk foeragerende of passerende individuen middels het juist toepassen van bouwverlichting óf door te werken buiten de schemerende en donkere dagdelen indien in de periode april t/m oktober gewerkt wordt. Voorbeelden van juiste verlichting: amber-/roodkleurige verlichting, beperkte hoogte van lichtmasten en verlichting naar beneden gericht en convergerend In verband met de potentie voor algemene vogelsoorten zoals houtduif, kauw, merel, vink, en winterkoning werkzaamheden buiten het broedseizoen (indicatief medio maart t/m medio juli) uitvoeren. Binnen het plangebied is de aanwezigheid van algemene broedvogels reeds vastgesteld. Indien de werkzaamheden opgestart en uitgevoerd worden binnen het broedseizoen dient de locatie ongeschikt gemaakt te worden alvorens de aanvang van het broedseizoen. Indien nodig kan ook binnen het broedseizoen gewerkt worden door de planlocatie vlak voorafgaand aan de werkzaamheden te laten controleren op de aanwezigheid van in gebruik zijnde nesten In het kader van de Algemene Zorgplicht dient voorzichtig gehandeld te worden met alle aanwezige flora en fauna

16

Bronnen BIJ12, 2024. Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus, versie 2.0. April 2024, Utrecht. BIJ12, 2023. Kennisdocument Gierzwaluw Apus apus, versie 2.0. Juli 2023, Utrecht BIJ12, 2023. Kennisdocument Huismus Passer domesticus, versie 2.1. Februari 2023, Utrecht Websites, geraadpleegd 2025: atlasleefomgeving.nl bomen.meetnetportaal.nl decentrale.regelgeving.overheid.nl natura2000.eea.europa.eu pas.natura2000.nl rug.maps.arcgis.com wetten.overheid.nl www.floravannederland.nl www.ndff.nl www.ravon.nl www.rvo.nl www.sovon.nl www.telmee.nl www.vleermuis.net www.vogelbescherming.nl www.waarneming.nl www.zoogdiervereniging.nl

17

Bijlage 1

Foto’s planlocatie

Het plangebied betreft een kerkgebouw in Herveld.

Aan de rand van het plangebied zijn enkele bomen aanwezig.

18

Aan de zuidzijde is een gazon aanwezig.

Het gebouw is opgetrokken uit gemetselde gevels en afgewerkt met plaatwerk.

19

Op het terrein is tevens een pastoriegebouw aanwezig alsmede een kerktoren.

20

Aanvullend Soortenonderzoek aan de Sint Willibrordusstraat 2 te Herveld

Opdrachtgever:

Opsteller: Kwaliteitscontrole: Datum: Kenmerk:

’t Dorp BV Walplein 25 5341 EC Oss

Ecologisch adviesbureau Eceau Drs. M. Spronk Ing. T.J.P. den Otter 20 november 2025 TRA-1AO250402

Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving ten aanzien van de Omgevingswet. Desondanks accepteert Ecologisch adviesbureau Eceau op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke ondernemingen die de opdrachtgever naar aanleiding van onderhavig ecologisch onderzoek uitvoert. Onderhavige rapportage of delen daarvan mogen niet zonder toestemming van zowel de opdrachtgever en Ecologisch adviesbureau Eceau gebruikt worden door derden of verspreid worden naar derden. Openbaarmaking, kopiëring en elke andere toepassing inbegrepen, het mag enkel gebruikt worden door de ontwikkelaar en de opdrachtgever voor wie het is ontwikkeld.

Inhoudsopgave 1.

Inleiding en planlocatie .......................................................................................................... 2

2.

Aanleiding, ingreep en doel ................................................................................................... 3 2.1.

Ingreep ............................................................................................................................... 3

2.2.

Doel en vraagstelling ......................................................................................................... 3

3.

Methode ................................................................................................................................ 4 3.1.

Locatiebezoeken en onderzoek ......................................................................................... 4

3.2.

Steekproef ......................................................................................................................... 5

4.

Bevindingen ........................................................................................................................... 6 4.1.

Waarnemingen .................................................................................................................. 6

4.2.

Functies en effecten .......................................................................................................... 7

5.

Samenvatting ......................................................................................................................... 8

6.

Vervolgstappen ...................................................................................................................... 9 6.1.

Ontheffing.......................................................................................................................... 9

6.2.

Maatregelen bij de uitvoering ........................................................................................... 9

Bronnen .......................................................................................................................................... 10

1

1. Inleiding en planlocatie De initiatiefnemer is voornemens de Sint Willibrorduskerk te Herveld, gelegen aan de Sint Willibrordusstraat 2, te herontwikkelen ten behoeve van woningontwikkeling. In de bestaande eenbeukige kerk zullen woningen gerealiseerd worden en op het huidige voorplein zal nieuwbouw plaatsvinden. De bebouwing is opgetrokken uit gemetselde gevels en voorzien van een licht hellend dak met een daklijst. De overstekken zijn afgewerkt met plaatwerk en er zijn diverse raamkozijnen aanwezig, welke ten dele zijn afgeschermd met houten platen. De kerktoren staat grotendeels los van de rest van het gebouw. Het aanliggende terrein bestaat met name uit parkeerplaatsen, een gazon en kleinschalige tuin- en groenelementen, waaronder enkele bomen. In figuur 1 is de ligging schematisch weergegeven.

Figuur 1

Schematische weergave van het plangebied aan de Sint Willibrordusstraat 2 te Herveld, de rode arcering weergeeft de ligging van het plangebied (kaart overzicht: openbasiskaart; detail: PDOK)

2

2. Aanleiding, ingreep en doel Bij ruimtelijke ingrepen, evenementen en tijdelijke of permanente voornemens waarbij redelijkerwijs kan worden aangenomen dat beschermde soorten potentieel voorkomen, is men verplicht aan te tonen dat het beoogde niet in strijd is met de Omgevingswet. Op basis van de uitgevoerde ecologische quickscan kon niet worden uitgesloten dat binnen de grenzen van het plangebied vaste rust- en/of verblijfslocaties van de gebouwbewonende vleermuizen aanwezig zijn. Naar aanleiding van de quickscan is een nader soortenonderzoek opgestart. Dit onderzoek heeft geresulteerd in de onderhavige rapportage. De conclusies en aanbevelingen dienen als handvat voor de uitvoering van de voorgenomen ontwikkeling binnen het onderzoeksgebied.

2.1.

Ingreep

De initiatiefnemer is voornemens het thans bestaande kerkgebouw en het aanliggende terrein te herontwikkelen ten behoeve van woningontwikkeling. Er kan worden gesteld dat de volgende werkzaamheden uitgevoerd zullen worden ten behoeve van de ontwikkeling: Sloopwerkzaamheden; (Inpandige) renovatiewerkzaamheden; Verwijderen bestrating en overige terreininrichting; Bouwrijp maken van het terrein; Realiseren nieuwbouw; Herbestrating, herbeplanten en overige revitalisatiewerkzaamheden. In het kader van de te verrichten werkzaamheden komen overige zaken en effecten tevens aan de orde, waaronder: Transport puin, groenafval en bestrating; Transport nieuwe materialen; Plaatsen bouwverlichting; (Mogelijk) plaatsen bouwkeet; Realiseren bedrijfsunits; Akoestische, trillings- en optische verstoring van de directe omgeving.

2.2.

Doel en vraagstelling

Als gevolg van het voornemen worden mogelijk aanwezige functies voor gebouwbewonende vleermuizen (gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis en meervleermuis) binnen de grenzen van het onderzoeksgebied verstoord dan wel vernietigd. Individuen die gebruik maken van het leefgebied in de nabijheid van het project zullen mogelijk (tijdelijk) negatieve effecten ervaren. In het kader van het vroegtijdig kunnen bepalen of effecten op kunnen treden, zullen middels het onderzoek onderstaande vragen beantwoord worden: Komen gebouwbewondende vleermuizen voor in het onderzoeksgebied? Voorziet het onderzoeksgebied in vaste rust- en/of verblijfslocaties van gebouwbewonende vleermuizen of andere essentiële functies voor de aanwezige soort? Welke maatregelen of vervolgstappen zijn mogelijk indien een project de mogelijk aanwezige functies van gebouwbewonende vleermuizen beïnvloedt?

3

3. Methode Middels het voorliggende nader soortonderzoek is de betekenis van de locatie aan de Sint Willibrordusstraat 2 te Herveld voor gebouwbewonende vleermuizen (gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis en meervleermuis) in kaart gebracht. Het onderzoek is opgesteld volgens de richtlijnen van het Vleermuisprotocol 2021 (geactualiseerd voor meervleermuis). Deze documenten zijn soortspecifieke protocollen die door diverse ecologische deskundigen zijn opgesteld. Onderzoeken die volgens deze protocollen worden uitgevoerd, geven een integer beeld van de functie van de soort binnen het onderzoeksgebied. Het onderzoek is uitgevoerd in de periode mei tot en met september 2025.

3.1.

Locatiebezoeken en onderzoek

Tijdens de veldbezoeken gericht op vleermuizen werd op grond van geluid en zicht geïnventariseerd, waarbij een Magenta Bat 5 heterodyne batdetector in combinatie met koptelefoon is gebruikt. Naast het geluid werd gelet op het gedrag om de determinatie te bevestigen en indien mogelijk de functie van de omgeving direct vast te stellen. Daarnaast kon een opname gemaakt worden met een extern opnameapparaat om eventuele twijfelachtige determinaties later met behulp van naslagwerken en geluidsfragmenten te analyseren. Gedurende het onderzoek is met name gelet op bouncegedrag en in-/uitvliegende vleermuizen alsmede op foeragerende en communicerende dieren. Alle veldbezoeken werden postend en lopend uitgevoerd, zodat het gehele plangebied conform protocol geïnventariseerd kon worden. Om dit verder te bevorderen werden voorafgaand aan ieder veldbezoek strategische postlocaties bepaald. Bij het bepalen van de postlocatie zijn (indien mogelijk) gegevens uit voorgaande bezoeken meegenomen, daarnaast is bij de afweging gelet op nabijgelegen foerageergebieden en verstoringsfactoren zoals lichtuitstraling. In figuur 2 zijn de postlocaties en looproutes weergegeven.

Figuur 2

Overzicht van looproutes (oranje lijn) en het plangebied bij benadering (rode arcering) (kaart: PDOK).

4

Tabel 1 Data, tijden en omstandigheden ten tijde van de veldbezoeken. Datum/tijd Beschrijving Temp Wind Wolken Neerslag 20-5-2025 Ochtend kraam/ 6°C 0 Bft. 0/8 Droog 02:40-05:40 zomer* 27-5-2025 Avond kraam 13°C 0 Bft. 0/8 Droog 21:45-00:15 12-6-2025 Ochtend kraam/ 11°C 0 Bft. 0/8 Droog 02:20-05:20 zomer

24-6-2025 22:00-00:30 15-7-2025 02:35-05:35 15-8-2025 21:30-02:00 10-9-2025 20:30-02:00

Avond kraam/ zomer Ochtend kraam/ zomer Avond paar/ (massa)winter Avond paar/ (massa)winter

Zon ↓/↑ ↑ 05:39 ↓ 21:44 ↑ 05:18

17°C

2 Bft.

0/8

Droog

↓ 22:03

15°C

2 Bft.

2/8

Droog

↑ 05:36

18°C

2 Bft.

0/8

Droog

↓ 21:00

12°C

1 Bft.

7/8

Droog

↓ 20:03

* Met uitzondering van meervleermuis ** Vliegroute, migratieroute en foerageergebied zijn opgenomen binnen de planning, maar niet specifiek verder benoemd i.v.m. hun grote range aan data.

Voor de veldbezoeken is het vleermuisprotocol als richtlijn gehanteerd. Er is verder geen sprake geweest van bijzondere omstandigheden of andere redenen om af te wijken van het protocol.

3.2.

Steekproef

Het nader soortenonderzoek is uitgevoerd met diverse bezoeken binnen de optimale onderzoeksperioden van de te onderzoeken soorten. Dit onderzoek is slechts een steekproef van de werkelijke situatie. Derhalve is het mogelijk dat aantallen en functies die gedurende het onderzoek niet aangetroffen zijn, wel op een ander tijdstip waarneembaar waren. Echter is de kans hierop zo veel mogelijk beperkt door de opzet van dit onderzoek, waarbij de kennisdocumenten en protocollen als basis dienen. Verwacht mag worden dat de bevindingen van onderhavig onderzoek een deugdelijk en integer beeld geven van de functie van het onderzoeksgebied voor gebouwbewonende vleermuizen, waaronder gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis en meervleermuis.

5

4. Bevindingen 4.1.

Waarnemingen

De laatvlieger, ruige dwergvleermuis en gewone dwergvleermuis zijn soorten die relatief veel worden aangetroffen in stedelijke omgevingen. Daarnaast wordt ook de rosse vleermuis regelmatig waargenomen wanneer er bomen met voldoende omvang aanwezig zijn. Minder algemeen, maar nog steeds met enige regelmaat aangetroffen, zijn de gewone grootoorvleermuis en de meervleermuis. Tijdens het veldonderzoek zijn drie soorten vleermuizen waargenomen: gewone dwergvleermuis, rosse vleermuis en laatvlieger. Van de rosse vleermuis is één waarneming gedaan, waarbij op 15 juli een individueel dier passerend door de Hoofdstraat werd vastgesteld. Twee waarnemingen van laatvlieger zijn gedaan: één individu op 27 mei en één individu op 10 september, beide passerend of kortstondig foeragerend. Aangezien de voorgenomen herontwikkeling geen werkzaamheden omvat aan bomen met holtes of aan structuren die bekendstaan als vaste verblijfplaatsen voor deze soorten, worden effecten op verblijfplaatsen van rosse vleermuis en laatvlieger uitgesloten. De gewone dwergvleermuis is de meest waargenomen soort binnen en rondom de projectlocatie. Een paarverblijf van deze soort is vastgesteld bij een regenpijp aan Sint Willibrordusstraat 7. Gewone dwergvleermuizen foerageren vooral langs het kruispunt Hoofdstraat/Sint Willibrordusstraat en in het groen ten noorden van de kerk.

Daarnaast zijn vliegroutes (niet-essentieel) vastgesteld die voornamelijk door de Sint Willibrordusstraat van zuid naar noord lopen. Het hoogste aantal waargenomen gewone dwergvleermuizen tijdens één bezoek bedroeg zeven individuen op 27 mei. De waarnemingen betreffen hoofdzakelijk passerende en kortstondig foeragerende dieren zonder directe binding met de bebouwing van de Sint Willibrorduskerk. Binnen het plangebied zijn geen inof uitvliegende dieren vastgesteld, en er zijn geen aanwijzingen voor zwermgedrag rondom de kerkstructuren. De belangrijkste vleermuisactiviteiten concentreren zich in de omliggende straten en groenstructuren, waar meer geschikte foerageerhabitats en verbindingsroutes aanwezig zijn. Geschikte foerageergebieden in de directe omgeving zijn ruim voorhanden, waardoor de aangetroffen foerageergebieden niet als essentieel aan te merken zijn. De gebruikte vliegroutes zullen tevens niet verloren gaan bij de beoogde ingreep. Aanvullend zijn deze niet als essentieel aan te merken, gezien de hoge dichtheid aan oriëntatiepunten in de omgeving. Waarnemingen die duiden op een verblijfplaats of territorium zijn niet gedaan binnen het plangebied; paarroepen, bouncen en zwermen is niet waargenomen. Zie figuur 5 voor een weergave van de bevindingen.

Figuur 5

Interpretatie van de waarnemingen van vleermuizen. Weergegeven: Rode arcering: plangebied bij benadering Rode belijning: foerageergebied vleermuizen (niet essentieel) Roze stip: paarverblijf gewone dwergvleermuis (essentieel)

6

4.2.

Functies en effecten

Op en rondom het plangebied zijn rosse vleermuizen, laatvliegers en gewone dwergvleermuizen waargenomen. De waargenomen vleermuizen passeerden de locatie of foerageerden kortstondig binnen het plangebied. Zwermgedrag, sociale roepen of najaarsactiviteit is niet aangetroffen. Er is geen gedrag waargenomen dat het aannemelijk maakt dat kraam-, winter-, zomer- of paarverblijven in de bebouwing van de planlocatie aanwezig zijn. Daarnaast zijn, gelet op de inrichting van het plangebied, alsmede de directe omgeving ervan, de foerageergebieden en vliegroutes niet als functioneel of essentieel aan te merken. De planlocatie betreft namelijk een bebouwd terrein binnen de bebouwde kom van Herveld, met diverse groenstructuren in de nabije omgeving. Derhalve zijn er geen effecten te verwachten op beschermde habitatonderdelen voor vleermuizen.

7

5. Samenvatting Naar aanleiding van een ecologische quickscan is aan de Sint Willibrordusstraat 2 te Herveld nader soortenonderzoek uitgevoerd naar vleermuizen. Tijdens het onderzoek zijn geen vaste rust- en/of verblijfslocaties van vleermuizen vastgesteld binnen de grenzen van het plangebied of binnen de invloedssfeer van de beoogde werkzaamheden. Hiermee is er geen sprake van aantasting van essentiële gebiedsfuncties of van verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen. Tijdens de uitgevoerde veldbezoeken is geen territorium- en/of verblijfplaats-indicerend gedrag vastgesteld binnen het plangebied. Daarmee kunnen kraam-, zomer-, paar- en winterverblijven binnen het plangebied worden uitgesloten. Wel is één paarverblijf van gewone dwergvleermuis vastgesteld aan de Sint Willibrordusstraat 7, buiten de invloedssfeer van het projectgebied. Binnen het projectgebied foerageren hoofdzakelijk kortstondig gewone dwergvleermuizen. Foerageeractiviteit concentreert zich met name rond het kruispunt Hoofdstraat/Sint Willibrordusstraat en in het groen ten noorden van de kerk. Deze foerageergebieden worden, gelet op de alternatieven in de omgeving, niet als functioneel of essentieel aangemerkt. Daarnaast zijn éénmaal rosse vleermuis (15 juli) en tweemaal laatvlieger (27 mei en 10 september) waargenomen als passerende individuen.

Deze waarnemingen geven geen aanleiding tot het vermoeden van vaste verblijfplaatsen binnen het plangebied.

8

6. Vervolgstappen Er zijn geen aanleidingen aangetroffen die het noodzakelijk maken dat er aanvullende stappen genomen moeten worden in het kader van de functionele leefomgeving en/of verblijfplaatsen van vleermuizen. Aanbevolen maatregelen bij de uitvoering, om invulling te geven aan de Algemene Zorgplicht zijn hieronder weergegeven. Daarnaast zijn de maatregelen bij uitvoering, zoals vermeld in de quickscan, tevens van toepassing.

6.1.

Ontheffing

Gezien het ontbreken van essentieel leefgebied en vaste rust- en/of verblijfplaatsen van vleermuizen binnen de invloedssfeer van de beoogde ontwikkeling is geen aanvraag nodig van een Omgevingsvergunning in het kader van een Flora- en Fauna-activiteit.

6.2.

Maatregelen bij de uitvoering

Voor vleermuizen dient rekening gehouden te worden met mogelijk foeragerende of passerende individuen middels het juist toepassen van bouwverlichting óf door te werken buiten de schemerende en donkere dagdelen in de periode april t/m oktober. Voorbeelden van juiste verlichting: beperkte hoogte van lichtmasten en verlichting naar beneden gericht en convergerend; In het kader van de Algemene Zorgplicht dient voorzichtig gehandeld te worden met alle aanwezige flora en fauna.

9

Bronnen BIJ12, 2024. Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus, versie 2.0. April 2024, Utrecht. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging, 2021. Vleermuisprotocol 2021, 24 maart 2025. www.netwerkgroenebureaus.nl en www.zoogdiervereniging.nl Websites, geraadpleegd 2025 bij12.nl wetten.overheid.nl ecopedia.be ndff.nl nederlandsesoorten.nl netwerkgroenebureaus.nl rvo.nl sovon.nl telmee.nl waarneming.nl zoogdiervereniging.nl

10

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura 2000gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .

handleidingen op onze website

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

'traject heesch bv St. Willibrordusstraat 2, 6674BH Herveld Herontwikkeling kerk herveld Kerk Herveld

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

Rus9cCqNxX6w 19 juni 2025, 15:53 OwN2000-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Herontwikkeling St. Willibrordusstraat 2 Herveld Beoogd Herontwikkeling St. Willibrordusstraat 2 Herveld Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

Rus9cCqNxX6w (19 juni 2025)

2025 -

0,7 kg/j

27,5 kg/j

2/6

Projectberekening

Herontwikkeling St. Willibrordusstraat 2 Herveld (Beoogd), rekenjaar 2025 Emissiebronnen

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

 Verkeersnetwerk

0,7 kg/j

27,5 kg/j

Gebouwen 1

Gebouw 1

Rus9cCqNxX6w (19 juni 2025)

Rekenmaat (LxBxH, oriëntatie)

47,3 m x 24,7 m x 10,0 m, 39 °

3/6

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

© OSM & Kadaster Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). Rus9cCqNxX6w (19 juni 2025)

4/6

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Herontwikkeling St. Willibrordusstraat 2 Herveld" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Er zijn geen resultaten voor deze weergave.

Rus9cCqNxX6w (19 juni 2025)

5/6

Projectberekening

Herontwikkeling St. Willibrordusstraat 2 Herveld, Rekenjaar 2025 1 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Gebruiksfase - verkeer Locatie X:179440,52 Y:436071,28 Lengte 459,44 m Wegtype Binnen bebouwde kom (stagnerend) Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Maximum snelheid

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

2 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Realisatiefase - verkeer Locatie X:179441,14 Y:436063,6 Lengte 472,03 m Wegtype Binnen bebouwde kom (stagnerend) Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Maximum snelheid

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Links Rechts NOₓ 13,0 kg/j Type scherm - - NO₂ 1,5 kg/j Hoogte - - NH₃ 0,5 kg/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigbewegingen

220,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Links Rechts NOₓ 14,5 kg/j Type scherm - - NO₂ 3,4 kg/j Hoogte - - NH₃ 0,2 kg/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigbewegingen

20,0 /etmaal 0,0 /etmaal 10,0 /etmaal 0,0 /etmaal

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2024.2.1_20250507_5b5649d2ba Database versie 2024.2.1_5b5649d2ba_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://link.aerius.nl/website

Rus9cCqNxX6w (19 juni 2025)

6/6

ArcheoPro Archeologisch rapport Nr. 25068 Sint Wilibrordusstraat 2, Herveld Gemeente Overbetuwe Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O); Bureauonderzoek en verkennend booronderzoek

Concept versie 14-08-2025 Richard Exaltus Joep Orbons

Augustus 2025

ArcheoPro

Archeologisch onderzoek Sint Wilibrordusstraat 2, Herveld, Gemeente Overbetuwe.

ArcheoPro Rapport, 25068, Pagina 2

ArcheoPro Archeologisch rapport Nr. 25068 Sint Wilibrordusstraat 2, Herveld Gemeente Overbetuwe Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O); Bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Colofon Opdrachtgever Projectcode Bestandsnaam Versie Status Archis melding (zaaknummer) Bevoegd gezag Opslagplaats documentatie ISSN Auteur(s) Projectleider Projectmedewerkers Onderaannemers Autorisatie

Traject Heesch B.V., Cereslaan 16d, 5384 VT Heesch 25-019 ArcheoPro Rapport Sint Willibrordusstraat 2, Herveld 2025 08 14 14-08-2025 Concept 5797903001 Gemeente Overbetuwe Provincie Gelderland 1569-7363 Richard Exaltus (actorregistratie 92909010) Joep Orbons (actorregistratie 55660015) Richard Exaltus (actorregistratie 92909010) Richard Exaltus (actorregistratie 92909010) Joep Orbons (actorregistratie 55660015) Niet van toepassing Drs R.P. A. Paulussen, senior KNA archeoloog

Uitgegeven door ArcheoPro © Copyright 2025 ArcheoPro, Eijsden ArcheoPro Sint Jozefstraat 45 NL 6245 LL Eijsden Nederland

Versie: 14-08-2025

Tel : 0(0 31) 43 3672586 www.archeopro.nl

Kamer van Koophandel Limburg: 14117581 e-mail: info@archeopro.nl

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Sint Wilibrordusstraat 2, Herveld, Gemeente Overbetuwe.

ArcheoPro Rapport, 25068, Pagina 3

Inhoudsopgave SAMENVATTING ........................................................................................................................................ 4 1. INLEIDING ............................................................................................................................................... 5 1.1 ALGEMEEN .................................................................................................................................................................................................... 5 1.2 LOCATIEGEGEVENS (LS02) .................................................................................................................................................................. 5 1.3 AARD VAN DE INGREEP (LS01) ............................................................................................................................................................ 5 1.4 ONDERZOEK (LS01) ........................................................................................................................................................................ 6 1.5 DOEL- EN VRAAGSTELLING ......................................................................................................................................................................... 6

2. BUREAUONDERZOEK ........................................................................................................................ 11 2.1 METHODE EN BRONNEN ...........................................................................................................................................................................11 2.2 GEO(MORFO)LOGIE, AARDKUNDE EN BODEM (LS04) ...................................................................................................................13 2.3 ARCHEOLOGIE (LS01/LS04) .........................................................................................................................................................22 2.4 HISTORIE (LS03) ............................................................................................................................................................................28 2.7 GESPECIFICEERD ARCHEOLOGISCH VERWACHTINGSMODEL (LS05) ...........................................................................................34 2.8 ONDERZOEKSSTRATEGIE (LS05) ......................................................................................................................................................35

3. VELDONDERZOEK .............................................................................................................................. 36 3.1 VERRICHTE WERKZAAMHEDEN (VS03) ...........................................................................................................................................36 3.2 RESULTATEN BOORONDERZOEK (VS03) .........................................................................................................................................36

4. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

(VS07) ............................................................................. 39

4.1. SELECTIEADVIES .......................................................................................................................................................................................39 4.2 SELECTIEBESLUIT.......................................................................................................................................................................................39

5. LITERATUUR EN BRONNEN ............................................................................................................ 41 6. BIJLAGES................................................................................................................................................ 43 BIJLAGE 1: VERKLARENDE WOORDENLIJST ..................................................................................................................................................43 BIJLAGE 2: ARCHEOLOGISCHE TIJDSCHAAL...................................................................................................................................................43 BIJLAGE 3: OVERZICHT VONDSTLOCATIES ....................................................................................................................................................44 BIJLAGE 4: OVERZICHT ARCHEOLOGISCHE MONUMENTEN ........................................................................................................................46 BIJLAGE 5: OVERZICHT ARCHEOLOGISCHE ONDERZOEKSMELDINGEN .....................................................................................................46 BIJLAGE 6: BOORBESCHRIJVING ......................................................................................................................................................................50

Versie: 14-08-2025

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Sint Wilibrordusstraat 2, Herveld, Gemeente Overbetuwe.

ArcheoPro Rapport, 25068, Pagina 4

Samenvatting In juni 2025 is door ArcheoPro een bureauonderzoek uitgevoerd voor een terrein aan de Sint Wilibrordusstraat 2 te Herveld in de gemeente Overbetuwe. De aanleiding tot het onderzoek vormt de voorgenomen herontwikkeling van de kerk met omliggende parkeerplaatsen. Volgens het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel geldt voor het plangebied in verband met de ligging op de Herveldse stroomgordel, dat rekening moet worden gehouden met de aanwezigheid van bewoningsresten die dateren vanaf de late ijzertijd. De verwachting voor dergelijke resten is middelhoog. Voor resten uit eerdere perioden geldt gezien de vormingsgeschiedenis van het landschap, een lage verwachting. Om het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel te toetsen zijn binnen het plangebied acht gutsboringen gezet in een dichtheid van tien boringen per hectare. Op basis van de resultaten hiervan kunnen de onderzoeksvragen als volgt worden beantwoord: -Hoe is de bodem opgebouwd binnen het plangebied? Zand en zandige klei van de stroomgordel van Herveld zijn aangetroffen beneden 6,75 meter +NAP en daarmee op ruim anderhalve meter beneden het maaiveld. Hier bovenop ligt een pakket zwak zandige komklei. De top van deze klei is waarschijnlijk deels opgenomen in een pakket zandige, vergraven en in humusgehalte wisselende klei die de toplaag vormt binnen het plangebied.

Dit pakket bestaat tenminste deels uit ophogingsmateriaal. Hierdoor ligt het plangebied ongeveer een halve meter hoger dan de omliggende terreindelen. -In welke mate is de bodem verstoord? Het verstoorde deel van de bodem bedraagt minimaal de bovenste 65 centimeter maar loopt plaatselijk door tot 1,4 meter beneden het maaiveld. Dit laatste heeft waarschijnlijk te maken met het graven en ruimen van graven op het noordoostelijke deel van het plangebied. -Kunnen binnen het plangebied nog behoudenswaardige archeologische resten aanwezig zijn? Zo ja, in welke zones en op welke diepten is dit het geval? In het komkleipakket zijn geen archeologische lagen of indicatoren aangetroffen die zouden kunnen wijzen op bewoning in of nabij het plangebied. Dit is ook niet het geval in de top van de stroomgordelafzettingen. Deze zijn gezien de aanwezigheid van zandlaagjes bovendien gevormd in een zeer dynamisch afzettingsmilieu dat niet geschikt was voor bewoning. De enige mogelijk aanwezige archeologische resten binnen het plangebied worden mogelijk gevormd door resten van de voormalige kerk en pastorie en van de voormalige begravingen voor zover deze niet volledig zijn gesloopt of geruimd.

Versie: 14-08-2025

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Sint Wilibrordusstraat 2, Herveld, Gemeente Overbetuwe.

ArcheoPro Rapport, 25068, Pagina 5

1. Inleiding 1.1 Algemeen Opdrachtgever Contactpersoon opdrachtgever Datum uitvoering bureaustudie Datum uitvoering veldwerk Archis onderzoeksmelding Onderzoekskader Bevoegd gezag Bewaarplaats vondsten Bewaarplaats documentatie

1.2 Locatiegegevens

Traject Heesch B.V., Cereslaan 16d, 5384 VT Heesch Eric van de Wetering Juni 2025 Datum/week 5797903001 Aanvraag bouwvergunning Gemeente Overbetuwe Provincie Gelderland Provincie Gelderland

(LS02)

Provincie Gemeente Plaats Toponiem Globale ligging Hoekcoördinaten plangebied (bounding box) Oppervlakte plangebied Eigendom Huidig grondgebruik Hoogteligging Klic nummer Bepaling locaties

Gelderland Overbetuwe Herveld Sint Wilibrordusstraat 2, Herveld Binnen de bebouwde kom van Herveld 179270 / 435972 179270 / 436063 179372 / 436063 179372 / 435972 0.46 Hectare Particulier Bebouwing, plantsoenen en bestrating Circa 8,55 meter +NAP 25O0071225 GPS Garmin, meetlinten

1.3 Aard van de ingreep (LS01) Aard ingreep

Wijze fundering

Versie: 14-08-2025

De herontwikkeling van de kerk tot appartementengebouw, de bouw pal ten westen van het huidige hoofdgebouw van een klein appartementencomplex en de herontwikkeling van de huidige parkeerplaatsen. Tevens wordt een lift geplaatst. Het nieuwe te bouwen appartementencomplex wordt gefundeerd op (boor)palen die zullen reiken tot 8 á 9 meter beneden het maaiveld.

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Sint Wilibrordusstraat 2, Herveld, Gemeente Overbetuwe.

1.4 Onderzoek

ArcheoPro Rapport, 25068, Pagina 6

(LS01)

In juni 2025 is door ArcheoPro een bureauonderzoek uitgevoerd voor een terrein aan de Sint Wilibrordusstraat 2 te Herveld in de gemeente Overbetuwe. De aanleiding tot het onderzoek vormt de voorgenomen herontwikkeling van de kerk met omliggende parkeerplaatsen. Hiertoe benodigde graafwerkzaamheden kunnen tot aantasting van eventueel aanwezige archeologische vindplaatsen leiden. Volgens de gemeentelijke beleidskaart ligt het plangebied in een zone met een hoge archeologische verwachting in verband met de ligging op een meandergordel of een oever op kom-complex. Hier is onderzoek vereist voorafgaande aan bodemingrepen die dieper reiken dan vijftig centimeter en die meer dan honderd vierkante meter beslaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=be872827-51a4-442c-a987-4e66163714ff