CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

26-06-02.17 Relevant stuk 1. Motivering en regels_TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet_vastgesteld_1

Gemeenteraadsvergadering 2 juni 2026, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Vaststellen omgevingsplan "Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet"21.275 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

24

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet

Provinciaal beleid Provinciaal Waterplan In het Waterplan Gelderland is het waterbeleid beschreven aan de hand van een aantal thema's, zoals landbouw, wateroverlast, watertekort, natte natuur, grondwaterbescherming en hoogwaterbescherming. Voor deze thema's is beschreven welke doelstellingen voor 2027 en 2015 er liggen. Daarbij is beschreven hoe de provincie voor de planperiode de uitvoering van acties ziet om die doelstellingen te bereiken. Bij sommige thema's gelden aanvullende waterdoelstellingen voor specifieke waterhuishoudkundige functies. Waterschap Rivierenland Waterbeheerprogramma 2022-2027 In het waterbeheerprogramma (WBP) beschrijft het waterschap wat men in de periode tot en met 2027 wil bereiken, met wie, hoe en waarom. Eén van de voornaamste en voor de ruimtelijke ordening relevante principes is dat water bepalend is voor de inrichting van een gebied. De ambitie en samenwerking worden door gebiedsgericht te werken vormgegeven. Overbetuwe maakt onderdeel uit van het deelgebied Betuwe. Kerntaken van het waterschap zijn:  Dagelijks beheer van water en dijken;  Beschermen tegen overstromingen;  Water eerlijk verdelen;  Voorbereiden op extreem weer (klimaatadaptatie);  Werken aan schoon water;  Bijdragen aan een fijne leefomgeving voor mens en natuur.

Voor al deze taken zijn in het WBP ambities voor de lange termijn, concrete doelen voor de plantermijn, de strategie en maatregelen beschreven. Waterschapsverordening Waterschap Rivierenland Voor waterhuishoudkundige ingrepen is de 'Waterschapsverordening Waterschap Rivierenland' (2024) van toepassing. De waterschapsverordening bevat gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen, die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. Denk hierbij aan het onttrekken of infiltreren van water, lozingsactiviteiten, veranderingen van het watersysteem, etc. De wateren en waterkeringen waarop de regels uit de verordening van toepassing zijn, zijn vastgelegd in de legger wateren. Realisatie van nieuwe bebouwing en/of verhard oppervlak moet hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. Bij het toevoegen van bebouwing of verharding geldt een compensatieplicht. Er geldt een eenmalige vrijstelling van de compensatieplicht wanneer minder verharding dan 500 m² in stedelijk gebied of minder dan 1.500 m² in landelijk gebied wordt toegevoegd. Gemeente Overbetuwe Waterplan Overbetuwe In 2008 stelde de gemeente Overbetuwe in samenwerking met het Waterschap Rivierenland het Waterplan Overbetuwe vast wat daarna verschillende keren is geactualiseerd in het waterbeheerplan.

In het Waterplan Overbetuwe wordt het beleidskader geschetst en worden concrete maatregelen voor het watersysteem uitgewerkt. Met het waterplan wordt inzicht gegeven in de relevante wateropgaven voor de gemeente Overbetuwe, zoals:  wateroverlast, het zoeken van oplossingen om wateroverlast tegen te gaan;  waterkwaliteit, het onderzoeken van mogelijkheden voor het verbeteren van de waterkwaliteit;  grondwater, het inventariseren van grondwateroverlast;  beleving van water, burgers betrekken bij water;  afspraken en taken van waterschap en gemeente. In 2024 is het Water- en Rioleringsplan Overbetuwe vastgesteld: Samen Werken aan een Klimaatbestendige Toekomst. In het nieuwe Water- en Rioleringsprogramma (Wrp) voor 2025-2029 is er aandacht voor klimaatadaptatie (aanpassing aan het klimaat) en is er de wens wateroverlast en droogte aan te pakken en de kwaliteit van het water te verbeteren. Belangrijke punten uit het plan:  water vasthouden waar het kan en afvoeren waar het moet;  afspraken over rioolheffing;  samenwerken met inwoners, bedrijven en organisaties voor een betere leefomgeving  scheiden van vuil- en regenwaterafvoer;

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet

25

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet

 nieuwe initiatieven zoals het Klimaat Meekoppelbudget. Beoordeling (watertoets) Voor de ontwikkeling is een wateradvies (watertoets) uitgevoerd. Aangezien er alleen sprake is van functiewijziging en géén sprake van oprichting van nieuwe bebouwing is er geen waterbelang voor het Waterschap voor deze ontwikkeling op basis van het wateradvies. Er vindt geen aanpassing van bebouwing of ruimte plaats. Waterschap Rivierenland heeft geen bezwaar tegen dit plan. Het plan hoeft in het kader van de watertoets niet meer voorgelegd te worden aan Waterschap Rivierenland. Op het perceel Homoetsestraat 27 worden geen nieuwe woningen opgericht. Daarnaast is er sprake van de sloop van agrarische bedrijfsbebouwing, en verkleining van het bouwvlak. Aan de achterzijde van het perceel (buiten het bouwvlak) zal de verharding worden verwijderd. Hier komt een locatie die is aangeduid voor zonnecollectoren in een veldopstelling. De ontwikkeling heeft daarmee geen significante impact op de waterhuishouding van het gebied. In totaal zal er zo'n 8.000 m² aan verharding verdwijnen wat een significante verbetering van de afwatering zal betekenen. In planologisch opzicht is er ook sprake van een aanzienlijke afname, omdat het bouwvlak aanzienlijk wordt verkleind. Aangezien er geen toename van verharding is zal er geen sprake zijn van een compensatieplicht op basis van de Waterschapsverordening.

Oppervlaktewater Aan de voorzijde van het perceel is ter hoogte van de boerderijwinkel een C-watergang (tertiaire watergang) aanwezig. Deze heeft geen beschermingszone die in het plan moet worden opgenomen. Dit zijn kleinere sloten met vooral een waterbergende functie. Deze watergangen zijn van beperkt belang voor het waterbeheer en er geldt geen onderhoudsplicht. Aan of nabij deze watergang worden geen nieuwe of aanpassingen in activiteiten toegevoegd. Er worden dus geen belemmeringen voor het functioneren van de watergangen verwacht. Er is in het plangebied voldoende mogelijkheid tot het aanleggen van aanvullende waterberging en ruimte voor het vertraagd afvoeren van water op de watergangen. Tot slot liggen er geen waterkeringen met betreffende beschermingszone nabij het plangebied. Er gelden derhalve geen beperkingen vanwege het belang van waterkeringen. Waterberging Het betreft een bestaand erf waar het oppervlak verharding en bebouwing aanzienlijk zal afnemen door de beoogde ontwikkeling. Aangezien het verhard oppervlak afneemt is er geen extra waterberging in het plan benodigd. Regenwater wordt binnen het perceel zelf verwerkt. Conform het gemeentelijk beleid vindt er geen afvoer van regenwater plaats naar de straat / openbaar terrein.

Aangezien er momenteel geen wateroverlast is op het terrein zorgt het huidige waterpeil echter niet tot belemmeringen voor het aspect waterhuishouding binnen het plangebied. Hemelwater en vuilwater Hemel- en afvalwater zullen via de bestaande faciliteiten worden afgevoerd. Er is geen verandering in inrichting van de bedrijfswoning. Hiervoor zijn geen aanpassingen voor de verwerking van hemel- en afvalwater voorzien. Ten behoeve van het beëindigen van de pluimveehouderij zal de ontwikkeling voor een significante afname van de hoeveelheid afvalwater zorgen. Waterkwaliteit Door het veranderen van het agrarische bedrijf in een bedrijf voor opslag met een boerderijwinkel zal de waterkwaliteit binnen het perceel verbeteren. Door het verwijderen van de intensieve veehouderij zal er op het gebied van milieu en water sprake zijn van een verbeterd woon- en leefklimaat. Het plangebied is gelegen in het provinciale Grondwaterbeschermingsgebied waar de bescherming van de kwaliteit van het grondwater vanwege een openbare drinkwatervoorziening is opgenomen. Daarnaast geldt er een zorgplicht voor het voorkomen van negatieve gevolgen op de kwaliteit van het grondwater. Onderhavige ontwikkeling zal echter een positief effect hebben op de kwaliteit van het grondwater. Advies Waterschap In het kader van vooroverleg is een wateradvies uitgevoerd.

Het wateradvies is als bijlage 2 bij dit plan toegevoegd. In het advies van het waterschap is geconcludeerd dat de ontwikkeling voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties als het gaat om het aspect waterhuishouding. Conclusie Het plan heeft geen negatieve gevolgen voor de waterhuishouding. Dit aspect is in het plan op een evenwichtige wijze verwerkt en afgewogen. Het aspect water vormt dan ook geen belemmering in het kader van de omgevingsplanwijziging.

26

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet

5.11

Natuur

De Wet Natuurbescherming (Wnb) gold van 1 januari 2017 tot 1 januari 2024 en verving de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. De Wnb reguleerde de bescherming van natuurgebieden en soorten en bepaalde dat de provincies het bevoegde gezag waren. Sinds 1 januari 2024 is de Wnb opgegaan in de Omgevingswet. De provincies zijn het bevoegd gezag voor zowel de gebieds- als de soortenbescherming. De Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura 2000gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van projecten en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden middels een voortoets (afd. 11.1 Besluit activiteiten leefomgeving). Projecten en activiteiten die een significant negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningplichtig (Natura 2000-activiteit). Indien nadelige effecten te verwachten zijn, welke niet significant zijn, geldt de specifieke zorgplicht. In dat geval moeten nadelige gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperkt, of ongedaan gemaakt worden. NNN-gebieden Op basis van artikel 7.8 lid 2 Bkl dragen Gedeputeerde Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd 'Natuurnetwerk Nederland'.

Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk zijn opgenomen in de provinciale verordening. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied te verbinden. Binnen de provincie Gelderland bestaat het NNN uit het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Daarnaast worden ook de Groene Ontwikkelzones (GO) beleidsmatig beschermd. Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen. Houtopstanden De bescherming van houtopstanden heeft betrekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van minimaal tien are of een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gelegen buiten de zogenaamde bebouwingscontour houtkap (afdeling 11.3 Bal). Wanneer deze houtopstanden worden geveld, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie. Daarnaast geldt er een specifieke zorgplicht voor houtopstanden.

Indien natuurbescherming, instandhouding bosareaal of bescherming landschappelijke waarden in het geding komt, geldt een verplichting om nadelige gevolgen te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken, of achterwege te laten. Soortenbescherming Soortenbescherming heeft betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders, enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten (afd. 11.2 Bal). De beschermde soorten zijn ingedeeld in drie categorieën:  vogels;  europees beschermde soorten;  nationaal beschermde soorten. Er geldt een vergunningsplicht voor een flora- en fauna-activiteit wanneer schadelijke handelingen worden uitgevoerd. Op basis van de Omgevingswet is een flora- en fauna-activiteit een 'activiteit met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten'. Dit heeft betrekking op vrijwel alle ruimtelijke activiteiten. De provincie is het bevoegd gezag en kan bij onder meer ruimtelijke ontwikkelingen vrijstelling geven van de lijst met nationaal beschermde soorten in afstemming op de situatie in de provincie. Ook geldt er een specifieke zorgplicht om nadelige gevolgen zoveel mogelijk te voorkomen, beperken of ongedaan te maken.

Dit geldt voor alle beschermde soorten, alsmede soorten van de rode lijsten, en voor die soorten belangrijke leefgebieden of natuurlijke habitats. Voor deze soorten wordt vastgesteld of nadelige gevolgen kunnen worden uitgesloten. Is dit niet mogelijk, dan dienen

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet

27

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet

preventieve maatregelen te worden getroffen om nadelige gevolgen te voorkomen. Beoordeling Het plan voorziet in de functieverandering van agrarisch bedrijf naar bedrijf met opslag en een boerderijwinkel. De bedrijfswoning blijft daarbij intact. Voor het nieuwe perceel wordt het bouwvlak verkleind en wordt het geheel landschappelijk ingepast. Dat zal vooral aan de zuid- en oostzijde van het perceel gebeuren, waarbij enkele landschapselementen worden toegevoegd. In het kader van de ruimtelijke procedure is het niet waarschijnlijk dat er negatieve effecten plaatsvinden op beschermde flora en fauna. In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn de gebiedsbescherming, en soortenbescherming wel onderbouwd. Gebiedsbescherming Op onderstaande afbeelding is een kaart te zien met de Natura 2000-gebieden en provinciale EHS gebieden. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is het gebied 'Rijntakken' en ligt op circa 2,4 km ten noorden van het plangebied verwijderd. Het nabijgelegen Oostermeint is het aangewezen EHS gebied ten oosten van de planlocatie op ongeveer 300 meter van het plangebied. Voorgenomen activiteiten leiden niet tot consequenties met betrekking tot provinciaal beschermde gebieden ten aanzien van provinciaal beleid.

Een negatief effect van fysieke activiteiten op Natura 2000-gebied kan op basis van de omvang van het initiatief en aard van de activiteiten ook uitgesloten worden. Door het beëindigen van de pluimveehouderij vindt er een significante afname plaats van emissies op deze gebieden. Significant negatieve effecten zijn daarom uitgesloten. In het kader van de LBV+-regeling is een omgevingsvergunning Natura 2000-activiteit aangevraagd op 25 juli 2025. Het ontwerpbesluit omgevingsvergunning Natura 2000-activiteit van de provincie Gelderland is met AERIUS-berekeningen in de bijlage opgenomen als bijlage 3 bij dit plan. Het aspect stikstof in relatie tot Natura 2000 vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

Soortenbescherming Voor de soortenbescherming geldt dat er met onderhavige ontwikkeling geen belemmeringen zullen optreden in het kader van de functiewijziging die plaatsvindt. Voor de sloop van de agrarische bedrijfsbebouwing kan een quickscan natuur noodzakelijk worden geacht. Voor de haalbaarheid van de planologische procedure is dat in dit stadium niet nodig geacht. Wel geldt er de algemene zorgplicht waar rekening mee dient te worden gehouden. Houtopstanden Voor houtopstanden geldt dat er geen monumentale bomen gekapt zullen worden. In de rapportage is

28

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet

inzichtelijk gemaakt welke bomen dat zijn. In het achtergebied van de twee te realiseren woningen zullen enkele andere bomen gekapt worden om deze woningen mogelijk te maken. Dit zal gedaan worden conform de regels omtrent houtopstanden van de gemeente Overbetuwe. Conclusie In het kader van de zorgplicht moet rekening worden gehouden met alle in het plangebied aanwezige planten en dieren en moet er gekozen worden voor een werkmethode en/of planning in de tijd, waardoor planten en dieren zo min mogelijk schade ondervinden als gevolg van de voorgenomen activiteiten. Vanuit het aspect natuur is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

5.12

Archeologie en cultuurhistorie

De Erfgoedwet vormt samen met de Omgevingswet het wettelijke fundament voor de cultuurhistorie en archeologie in Nederland. In de Erfgoedwet is vastgelegd hoe met ons erfgoed wordt omgegaan, wie welke verantwoordelijkheden daarbij heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. Er moet bij het toestaan van ruimtelijke ontwikkelingen in een omgevingsplan rekening gehouden te worden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed, waaronder archeologische monumenten (par. 5.1.5.5 Bkl). Dit door regels te stellen ter bescherming van het cultureel erfgoed gericht op:  het voorkomen van ontsiering, beschadiging of sloop van op grond van het omgevingsplan beschermde archeologische monumenten;  het conserveren en in stand houden van archeologische monumenten, bij voorkeur in situ. Beoordeling Cultuurhistorie De cultuurhistorische kenmerken zijn opgenomen in de Cultuurhistorische Waardenkaart van Overbetuwe. Het plangebied ligt niet binnen een specifiek aangewezen cultuurhistorisch waardevol gebied. Het maakt ook geen onderdeel uit van een oude woongrond en/of andere oude cultuurlaag. Ook is het plangebied geen onderdeel van een oude opgehoogde woon- of vluchtplaats.

Uitsnede van kenmerken met cultuurhistorische waardevolle gebieden en gebouwen

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet

29

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet

Aan de Homoetsestraat bevinden zich verschillende gebouwen die voor 1850 zijn opgericht. Ongeveer 300 meter ten zuiden van de planlocatie is de Vluchtheuvelkerk Homoet gesitueerd die is aangewezen als gemeentelijk monument. Het plan vormt geen belemmering voor de cultuurhistorische waarden van het plangebied. Archeologie De regels voor archeologie in het omgevingsplan zijn opgenomen aan de hand van de archeologische beleidskaart. De planlocatie Homoetsestraat ligt binnen de archeologische verwachtingswaarde met een hoge verwachte dichtheid aan archeologische resten. Daarnaast zijn er nabij de locatie 4 waarnemingslocaties met archeologische resten met attentiezone van 50 meter aanwezig.

Uitsnede uit archeologische beleidskaart Overbetuwe met aanduiding planlocatie In het tijdelijke omgevingsplan is een Waarde - Archeologische verwachting 2 opgenomen waar de gronden zijn aangewezen voor het behoud en de bescherming van te verwachten archeologische resten in de bodem. Voor het bouwen van een bouwwerk groter dan 100 m² dient de initiatiefnemer een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft in voldoende mate is vastgesteld. In onderhavig plan is geen sprake van het bouwen van bouwwerken waarmee dit initiatief is vrijgesteld van onderzoek en de archeologische waarden niet aangetast zullen worden. Op basis van de aanwezige archeologische verwachtingswaarde en eventuele ontwikkelingen in de toekomst is de dubbelbestemming die valt binnen het archeologische onderzoeksgebied gehandhaafd. Deze dubbelbestemming is in dit TAM-omgevingsplan overgenomen zodat de archeologische waarden blijven beschermd. Conclusie Vanuit het oogpunt van zowel cultuurhistorie als archeologie voldoet het plan aan een evenwichtige toedeling van functie aan locaties. Hiervoor is onder andere de Waarde - Archeologische verwachting 2 overgenomen in de regels van dit plan.

30

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet

5.13

Verkeer en parkeren

De gemeente Overbetuwe heeft haar parkeerbeleid en -normen vastgelegd in de Nota Parkeernormen gemeente Overbetuwe 2016 (hierna: de Nota). Uitgangspunt is dat parkeren op eigen terrein plaatsvindt. Hierna is een overzicht opgenomen van de parkeerbehoefte in de nieuwe situatie en het aantal te realiseren parkeerplaatsen. Om de verkeersgeneratie te berekenen wordt gebruikgemaakt van kencijfers van de CROW-publicatie 744 ‘Parkeerkencijfers, basis voor parkeernormering’ in combinatie met het gemeentelijke parkeerbeleid Nota parkeernormen gemeente Overbetuwe 2016. Parkeren Het plan maakt geen nieuwe woningen of andere nieuwe activiteiten mogelijk. De bestaande parkeergelegenheden ten behoeve van de bedrijfswoning en de boerderijwinkel voldoen daarmee aan de bestaande en toekomstige situatie. Het beëindigen van de pluimveehouderij zal geen effect hebben op de parkeersituatie ter plaatse. Verkeer Voor de Homoetstraat 27 geldt dat een agrarisch bedrijf in zijn activiteiten wordt beperkt. Hier wordt de bedrijfsbebouwing gesloopt en wordt het bouwvlak verkleind. De nieuwe activiteiten zullen significant minder (vracht)verkeer genereren en dus een bijdrage leveren aan een verbetering van de verkeerssituatie aan de Homoetsestraat. Door het behoud van de boerderijwinkel zal de vitaliteit van Homoet behouden blijven.

Om het verkeer in goede banen te leiden is er één inrit om het perceel op te rijden, en één uitrit om het perceel weer af te rijden. Conclusie Vanuit het oogpunt van zowel parkeren als verkeer voldoet het plan aan een evenwichtige toedeling van functie aan locaties.

5.14

Trillingen

Er dient bij een wijziging van het omgevingsplan rekening te worden gehouden met trillingen door activiteiten in trillinggevoelige ruimten van trillinggevoelige gebouwen. Deze trillingen dienen aanvaardbaar te zijn (par. 5.1.4.4 Bkl). Indien de trillingen niet meer bedragen dan de standaardwaarde dan is er in ieder geval sprake van een aanvaardbare woon- en leefomgeving. Trillinggevoelige gebouwen zijn gebouwen met een woonfunctie, onderwijsfunctie of gezondheidszorgfunctie. Het gaat om activiteiten anders dan wonen die trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz veroorzaken in trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw, uitgezonderd industrieterreinen en verkeer op wegen, vaarwegen en spoorwegen. Bij het mogelijk maken van trillinggevoelige gebouwen in de buurt van spoorwegen moet in beginsel binnen een afstand van 100 meter van een spoorweg het risico op trillinghinder worden beoordeeld. In sommige gevallen is het nodig om het onderzoeksgebied uit te breiden tot 250 meter aan weerszijden van het spoor. Hier kan bijvoorbeeld sprake van zijn als er reeds klachten door trillinghinder van het spoor op een grotere afstand dan 100 meter bestaan. Beoordeling en conclusie Met deze omgevingsplanwijziging worden geen trillingsgevoelige gebouwen in de buurt van een spoorverbinding mogelijk gemaakt.

Deze wijziging betreft geen toevoeging van een trillinggevoelig object/gebouw in de betreffende contour. Derhalve is het aspect 'trilling' niet van toepassing op de wijziging.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet

31

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet

5.15

Gezondheid

In artikel 1.3 van de Omgevingswet zijn de maatschappelijke doelen van de wet uiteengezet, waaronder het bereiken en in stand houden van een gezonde fysieke leefomgeving. Landelijk bestaat de wens om gezondheid meer integraal en volwaardig te betrekken in het beleid over de fysieke leefomgeving. De inrichting van de fysieke leefomgeving kan direct bijdragen aan de gezondheid van inwoners. Binnen de Omgevingswet hebben decentrale overheden de mogelijkheid om hun eigen gezondheidsambities en regels vast te leggen en uit te werken via instrumenten, zoals de omgevingsvisie, -verordening en programma's. Beoordeling en conclusie Ten eerste zorgt dit TAM-omgevingsplan voor de beëindiging van een pluimveehouderij die meedoet aan de regeling LBV+. Hierdoor vindt er een significante verbetering van het woon- en leefklimaat plaats. Op het gebied van geluid, geur, luchtkwaliteit, en omgevingsveiligheid, zal een verbetering van de woon- en leefkwaliteit plaatsvinden aan de Homoetsestraat. Door het beëindigen van het bedrijf is er ook sprake van minder emissies en uitstoot van stikstof ter plekke. Hiervoor wordt de agrarische functie veranderd en wordt de aanduiding intensieve veehouderij verwijderd. Bij de inrichting van het plangebied is in ruime mate ruimte voor groen behouden en wordt de toekomstige functie landschappelijk ingepast.

Bovendien zal er veel verharding worden verwijderd, zodat groen hiervoor in de plaats kan komen. Dit is goed voor het voorkomen van hittestress, wat de gezondheidsambities van de gemeente volgt. Daarnaast is er op het achterterrein ruimte gereserveerd voor een zonneveld, wat een duurzame energievoorziening waarborgt. Verder zal er een vermindering van het aantal verkeersbewegingen zijn wat de verkeersveiligheid ten goede komt. Dit draagt allen bij aan het behoud van een gezonde en prettige woon- en leefomgeving. Er zijn daarnaast geen grote geurbelastende activiteiten zoals geitenhouderijen in de omgeving van het plangebied aanwezig. Het plan houdt op een verantwoorde wijze rekening met het gezondheidsbelang en de beoogde functie is met het oog op de gezondheid verantwoord op deze locatie.

5.16

Duurzaamheid

Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties vereist dat bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen het onderdeel duurzaamheid integraal onderdeel uitmaakt van de belangenafweging in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Duurzaamheid is een breed begrip; de gemeente verstaat hieronder in ieder geval de volgende aspecten:  duurzaam en zorgvuldig omgaan met water;  duurzaam energieverbruik en beperking van energieverbruik en gebruik van andere natuurlijke hulpbronnen;  duurzaam materiaalgebruik en hergebruik;  bevorderen van het klimaatadaptief vermogen van de omgeving;  natuurinclusief bouwen;  versterking van landschaps-, natuur- en groene waarden. Beoordeling Bij het bepalen van de inrichting van het plangebied, de landschappelijke inpassing en de beeldkwaliteit van de nieuwe bebouwing is duurzaamheid een integraal onderdeel in het ontwerpproces. In het landschappelijk inpassingsplan in bijlage 1 bij de motivering is hierover het nodige opgenomen. Hieronder worden de voornaamste overwegingen, maatregelen en principes beschreven:  Beëindiging van het pluimveebedrijf zorgt voor een daling van het (grond)waterverbruik en belasting van het milieu en klimaat als het gaat om afvalwater.  Ter vermindering van hittestress blijft de woonkavel zo groen mogelijk en zal de hoeveelheid verharding bij voorkeur zo beperkt mogelijk worden toegepast.

 Er is veel ruimte gereserveerd voor het hergebruiken van de zonnepanelen die momenteel op de bedrijfsgebouwen liggen. Door hergebruik van deze zonnepanelen op palen in een zonneveld is

32

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet

 

er sprake van duurzaam ruimtegebruik. De voortzetting van de boerderijwinkel zorgt voor blijvende vitaliteit van het dorp Homoet, en levert een duurzame bijdrage aan de verkoop van lokale producten binnen dit buurtschap. De bijbehorende bouwwerken bieden ruimte voor natuurinclusieve elementen, met ruimte voor o.a. vleermuizen, huismussen en/of gierzwaluwen.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet

33

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet

Hoofdstuk 6 6.1

Juridische planopzet

Algemene opzet

Inleiding Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het juridisch-planologisch wijzigen van de agrarische functie aan de Homoetsestraat, het aanpassen van het bouwvlak na sloop van bedrijfsgebouwen, en het toevoegen van de bedrijfsfunctie voor opslag en een boerderijwinkel. Het TAM-omgevingsplan wordt als een nieuw hoofdstuk opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Overbetuwe. Het TAMomgevingsplan (nieuwe hoofdstuk) wordt bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening, op https://www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen. Het TAM-omgevingsplan wordt in een later stadium opgenomen in het definitieve omgevingsplan van de gemeente Overbetuwe. Het TAM-omgevingsplan bestaat uit de volgende onderdelen: De motivering In de motivering is de ontwikkeling beschreven en verantwoord in het licht van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, zowel op basis van het beleid als op basis van milieu-hygiënische aspecten, aangevuld met een toelichting op de juridische opzet. De regels De regels worden opgenomen als afzonderlijk hoofdstuk binnen het omgevingsplan van de gemeente Overbetuwe.

De regels bevatten de bouw- en gebruiksregels, die zijn gekoppeld aan werkingsgebieden op de digitale verbeelding. De regels van dit hoofdstuk gelden naast de overige regels van het omgevingsplan. De (digitale) verbeelding Op de digitale verbeelding zijn werkingsgebieden opgenomen, die zijn gekoppeld aan bepaalde (primaire) functies, in dit geval 'Agrarisch', en 'Bedrijf'. Ook zijn er bouwvlakken en enkele werkingsgebieden (maatvoeringen) voor specifieke regels opgenomen. Tot slot zijn werkingsgebieden met het oog op de borging van de belangen van bepaalde andere functies opgenomen, namelijk archeologie, waardevol landschap, en grondwaterbescherming. De opzet van het plan Het omgevingsplan bevat regels, die bindend zijn voor eenieder. Gekozen is voor zoveel mogelijk concrete regels, omdat er sprake is van een concreet initiatief. Daarbij is aansluiting gezocht bij de TAM-omgevingsplan systematiek zoals die voor de gemeente Overbetuwe is vastgesteld in eerdere plannen die aan dit format voldoen.

6.2

Toelichting op de regels

Op de verbeelding zijn werkingsgebieden opgenomen, die zijn gekoppeld aan functies met bijbehorende regels. Hierna worden deze functies met bijbehorende regels kort toegelicht. Agrarisch Buiten de woonfuncties zijn de gebieden aangemerkt als 'Agrarisch', die ook op basis van de geldende bestemming van toepassing is. Het bouwvlak is hier niet opgenomen omdat deze vervalt ten behoeve van de te slopen agrarische bedrijfsbebouwing. De gronden zijn bedoeld voor grondgebonden agrarisch gebruik, hobbymatig agrarisch gebruik, groenvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen.

34

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet

Bedrijf De toekomstige functie omvat een bedrijf waarbij twee bedrijfsgebouwen worden behouden. Dit betreft het gebouw achter de bedrijfswoning, bedoeld voor opslag, en het gebouw aan de oostzijde, waar de boerderijwinkel is gesitueerd. De hoofdfunctie van het bedrijf zal bestaan uit 'bedrijf met opslag', omdat de boerderijwinkel hier niet onder valt, is hiervoor een aparte aanduiding met bijbehorende regeling opgenomen. Overige onderliggende functies zijn parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, water en voorzieningen voor de waterhuishouding, tuinen en erven. Waarde - Archeologische verwachting 2 Dit werkingsgebied is opgenomen met het oog op de overkoepelende belangen van de archeologische waarden in het plangebied. Binnen dit gebied gelden aanvullende regels op de overige werkingsgebieden, waarbij onder voorwaarden een onderzoeksplicht voor eventueel archeologische waarden wordt gesteld. Er zijn regels opgenomen waarbij advies van een archeologisch deskundige wordt verplicht. Algemene regels In de algemene regels zijn regels opgenomen, die voor het gehele werkingsgebied van dit TAMomgevingsplan van toepassing zijn.

Anti-dubbeltelregel Deze regel is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens het omgevingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het overgebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels In dit artikel zijn beoordelingsregels voor het bouwen opgenomen, die voor elke omgevingsvergunningplichtige bouwactiviteit van toepassing zijn. Het betref onder meer een regeling voor ondergronds bouwen, parkeren en ondergeschikte bouwdelen. Algemene gebruiksregels Dit artikel bevat een algemene strijdig gebruiksbepaling, alsmede de vormen van gebruik, die in ieder geval strijdig zijn met het TAM-omgevingsplan. Ook is een parkeerregeling opgenomen, die van toepassing is bij een wijziging van het gebruik. Algemene afwijkingsregels In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels waarvan door middel van een omgevingsvergunning afgeweken kan worden van de regels uit het omgevingsplan. Het gaat hier om kleinschalige afwijkingen van de voorschreven maatvoering of overschrijdingen van de bouwgrenzen. Overgangs- en slotregels In dit hoofdstuk is overgangsrecht voor bouwwerken en voor gebruik opgenomen.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet

35

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet

Hoofdstuk 7

Financiële toelichting

De realisatie van de ontwikkeling is in handen van één initiatiefnemer. Met deze partij heeft de gemeente een anterieure overeenkomst gesloten. Niet is gebleken dat de initiatiefnemer over onvoldoende middelen beschikt om de ontwikkeling te kunnen realiseren en de exploitatiebijdrage aan de gemeente te voldoen. Er zijn geen onvoorziene, hoge kosten te verwachten. De gemeente draagt bovendien geen hoge, financiële risico's. De ontwikkeling is dus economisch uitvoerbaar. De ontwikkeling betreft een activiteit waarvan kosten moeten worden verhaald, zoals bepaald in artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit. Om de verschuldigde kosten te verhalen, is de gemeente op basis van artikel 13.13 van de Omgevingswet een overeenkomst aangegaan met de initiatiefnemer. Daarin zijn alle kosten voor de grondexploitatie meegenomen inclusief eventuele financiële bijdragen en nadeelcompensatie. Het opnemen van kostenverhaalsregels in het omgevingsplan is dus niet noodzakelijk.

36

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet

Hoofdstuk 8 8.1

Overleg en inspraak

Inleiding

De procedures voor een wijziging van het omgevingsplan zijn door de wetgever geregeld. Daarnaast bepaalt de Omgevingswet dat bij ruimtelijke ontwikkelingen zorgvuldige participatie moet plaatsvinden en de gemeente overleg met belanghebbende instanties moet voeren.

8.2

Participatie

De wijze waarop participatie wordt uitgevoerd is door de wetgever niet bepaald. Gemeenten kunnen hiervoor beleid opstellen. De gemeente Overbetuwe beschikt over beleid op dit gebied. De initiatiefnemer heeft de directe omgeving geïnformeerd over de plannen aan de Homoetsestraat. Participatie heeft plaatsgevonden in de vorm van een omgevingsdialoog. Hieruit is gekomen dat omwonenden positief zijn over de voorgenomen plannen, en er zijn geen bezwaren naar voren gekomen. De verslaglegging van de omgevingsdialoog wordt als bijlage bij het besluit op dit plan opgenomen.

8.3

Overleg

Bij de voorbereiding van een wijziging van het omgevingsplan moet overleg worden gevoerd met bestuursorganen en instanties die belast zijn met de behartiging van belangen, welke in het plan (mogelijk) in het geding zijn, zoals de provincie en het waterschap. De stukken behorende bij het ontwerpbesluit tot wijziging van het omgevingsplan zijn aan de betrokken vooroverlegpartners voorgelegd.

8.4

Wijziging van het omgevingsplan

Het ontwerpbesluit tot wijziging van het omgevingsplan is door de gemeente bekendgemaakt en gedurende zes weken ter inzage gelegd. Gedurende deze periode kon eenieder zijn zienswijzen kenbaar maken tegen het plan. Er zijn geen zienswijzen ingediend. De omgevingsplanwijziging wordt vervolgens vastgesteld door de gemeenteraad.

8.5

Beroep

Tegen het besluit van de gemeenteraad tot wijziging van het omgevingsplan kunnen belanghebbenden gedurende zes weken beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet

37

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet

Bijlagen motivering Bijlage 1

Landschappelijke inpassing

Bijlage 2

Watertoets

Bijlage 3

Omgevingsvergunning Natura 2000-activiteit

38

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet

Regels Dit TAM-omgevingsplan is gericht op de sloop van agrarische bedrijfsbebouwing, het verkleinen van het bouwvlak ter plaatse, de vastlegging van de bedrijfsfunctie, en een aanduiding voor het zonneveld. Dit TAM-omgevingsplan is als een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22p) opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Overbetuwe. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties, bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen. De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22p van het omgevingsplan van de gemeente Overbetuwe. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22p.' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord ‘Bijlage’, na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage ‘22p’ worden gelezen.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet

39

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Toepassingsbereik

a. De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld in het derde lid. b. De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3, zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk. c. De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing in het plangebied, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1734.0422BUITHomoetsestVSG1 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.

40

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet

Artikel 2

Begrippen

Voor de toepassing van dit hoofdstuk 22p van dit omgevingsplan gelden de begripsbepalingen die, op de dag van inwerkingtreding van de Omgevingswet, zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet en in Bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, Bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, Bijlage I bij het Omgevingsbesluit en Bijlage I bij de Omgevingsregeling. Daarnaast gelden de volgende begripsbepalingen bij de toepassing van dit hoofdstuk 22p: 2.1 TAM-omgevingsplan Het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet met identificatienummer NL.IMRO.1734.0422BUITHomoetsest-VSG1 van de gemeente Overbetuwe. 2.2

Aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsactiviteit

Een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waarvan de activiteiten niet specifiek publiekgericht zijn, en dat op kleine schaal in een woning en/of de daarbij behorende bouwwerken wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende activiteit een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie ter plaatse. 2.3

Aan- en uitbouwen

Een aan een hoofdgebouw gebouwde ruimte, die daaraan ruimtelijk (door zijn constructie of afmetingen) ondergeschikt is - maximaal bestaande uit één bouwlaag al dan niet met kap - met dien verstande dat een aanbouw een zelfstandige ruimte is en een uitbouw een uitbreiding van een reeds bestaande ruimte van een hoofdgebouw is. 2.4 Agrarisch bedrijf Een bedrijf, dat is gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden, fokken en/of africhten van dieren, inclusief pensionstallen als ondergeschikte nevenactiviteit. 2.5

Archeologisch deskundige

De regionaal (beleids)archeoloog of een andere door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg. 2.6

Archeologisch onderzoek

Onderzoek (bureauonderzoek en/of boren en/of geofysisch onderzoek en/of graven en/of begeleiden) verricht door een dienst, bedrijf of instelling beschikkend over een door een erkende certificerende instelling afgegeven certificaat voor opgraven en werkend conform de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (KNA) dan wel, na vaststelling ervan door de Minister van OCW, de normen zoals opgesteld door het Centraal College van Deskundigen Archeologie (CCvD). 2.7

Archeologische verwachting

Een toegekende hoge, middelmatige of lage archeologische verwachting in verband met de kennis en wetenschap van de in dat gebied te verwachten overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit het verleden. 2.8

Archeologische waarde

Een toegekende archeologische waarde in verband met de kennis en studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit het verleden; 2.9 Bebouwing Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouw zijnde. 2.10

Bed & breakfast

Een kleinschalige overnachtingsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en kortdurend verblijf in combinatie met het serveren van ontbijt.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet

41

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet

2.11 Bedrijf Een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen. 2.12

Begane grond

De onderste bouwlaag van een gebouw, niet zijnde een kelder. 2.13 Bestaand a. bij gebruik: legaal aanwezig op het moment van het van kracht worden van dit TAMomgevingsplan; b. bij bouwwerken: legaal aanwezig op het moment van de terinzagelegging van het ontwerp van dit TAM-omgevingsplan, en bouwwerken die op het moment van de terinzagelegging van het ontwerp van dit TAM-omgevingsplan mogen worden gebouwd krachtens een daartoe verleende omgevingsvergunning voor het bouwen. 2.14 Bijgebouw Een niet aan een hoofdgebouw verbonden gebouw, dat door zijn vorm, functie, situering en/of afmetingen ondergeschikt is aan dat op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw. 2.15 Bouwen Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 2.16

Bouwgrens

De grens van een bouwvlak. 2.17 Bouwlaag Een gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke bouwhoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van een kelder en de ruimte(n) in de kap. 2.18

Bouwperceel

Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 2.19

Bouwperceelsgrens

De grens van een bouwperceel. 2.20

Bouwvlak

Een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, zijn toegelaten. 2.21 Bouwwerk Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 2.22

Dak

De gesloten bovenbeëindiging van een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde. 2.23

Erf

Het gedeelte van een bouwperceel gelegen buiten het, binnen het bouwperceel gelegen, bouwvlak. 2.24 Extensieve dagrecreatie Recreatief medegebruik van gronden zoals wandelen, paardrijden en fietsen, waarbij de recreatie geen specifiek beslag legt op de ruimte.

42

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet

2.25 Gebouw Elk bouwwerk, dat voor een mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden (twee of meer wanden die tot de constructie behoren) omsloten ruimte vormt. 2.26

Gebruiken

Gebruiken, het doen gebruiken, laten gebruiken en in gebruik geven. 2.27 Grondgebonden agrarisch bedrijf Een agrarisch bedrijf waarvan de bedrijfsvoering volledig of nagenoeg volledig is gericht op het gebruik maken van grond als productiemiddel ten behoeve van de teelt van gewassen of de weidegang van vee. 2.28 Hobbymatig agrarisch grondgebruik Het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of door middel van het houden van dieren op niet bedrijfsmatige wijze. Onder hobbymatig agrarisch gebruik wordt niet verstaan een volkstuin. 2.29

Hoofdgebouw

Een gebouw, of een gedeelte daarvan, exclusief aan- en uitbouwen, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die functie het belangrijkst is. 2.30

Huishouden

Een persoon die of groep personen die gezamenlijk, onbestendig voor onbepaalde tijd, een huishouding voert. 2.31 Intensieve veehouderij een agrarisch bedrijf of een deel daarvan waar ten minste 250 m² aan bedrijfsvloeroppervlak aanwezig is dat gebruikt wordt als veehouderij voor het houden van dieren, waarbij dit houden van dieren geheel of nagenoeg geheel plaatsvindt in bebouwing. Het biologisch houden van dieren en het houden van melkrundvee, schapen en paarden wordt niet aangemerkt als intensieve veehouderij. 2.32

Inwoning

Twee huishoudens die, in afwijking van het begrip woning, één woning bewonen met gemeenschappelijk gebruik van één of meerdere voorzieningen of (verblijfs)ruimten van die woning en waarbij de woning één hoofdtoegang behoudt en de voorzieningen c.q. (verblijfs)ruimten onderling vrij toegankelijk zijn. 2.33 Kamerverhuur Het bedrijfsmatig verhuren of het aanbieden van kamers voor bewoning. Hieronder wordt niet verstaan de verhuur door particulieren van maximaal twee kamers in de door hen zelf bewoonde woning. 2.34 Kelder Een overdekte, met wanden omsloten, voor mensen toegankelijke ruimte, beneden of tot ten hoogste 0,50 meter boven de kruin van de weg, waaraan het bouwperceel is gelegen. 2.35

Laanboomteelt

Laanboomteelt: het bedrijfsmatig telen van houtgewassen, waaronder laan-, sier- en vruchtbomen, in open grond alsmede in potten, containers en dergelijke. 2.36

Landschaps-/inrichtingsplan

Een plan bij realisering van nieuwe bouw- en/of gebruiksmogelijkheden waarin de ruimtelijke (waaronder landschappelijke) inpassing hiervan in de bestaande situatie wordt beschreven. 2.37

Lawaaisporten

Sportbeoefening die met veel lawaai gepaard gaat zoals bijvoorbeeld motor- en autosport, karten, modelvoer- en vaartuigen.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet

43

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet

2.38 Locatiegrens de grens van een locatievlak; 2.39 Locatievlak een geometrisch bepaald vlak dat is aangewezen voor een gebruiksdoel. 2.40

Luifel

Afdak of overkapping aan of bij een gebouw, aan de openbare zijde, al of niet ondersteund. 2.41

Medegebruik

Gebruik dat niet direct gerelateerd is aan de functie, maar dat krachtens de regels tevens is toegestaan op de betrokken gronden. 2.42

Niet-grondgebonden agrarische bedrijfsvoering

De agrarische bedrijfsvoering die niet geheel of hoofdzakelijk van de open grond als agrarisch productiemiddel afhankelijk is, maar waarvan de productie geheel of overwegend in gebouwen en/of verharding plaatsvindt, zoals varkens-, kalver- of pluimveefokkerij, eendenmesterij of -fokkerij en champignonkwekerij. 2.43

Normaal onderhoud, gebruik en beheer

Werkzaamheden die ter plaatse regelmatig terugkeren, teneinde tot een goed beheer van de gronden te komen; hieronder vallen niet de incidentele ingrepen in bijvoorbeeld de cultuurtechnische situatie of werkzaamheden die een onherstelbare aantasting betekenen van de aan een gebied toegekende waarde. 2.44 Nutsvoorzieningen Voorziening ten behoeve van algemeen nut in ruime zin zoals: voorzieningen/installaties ten behoeve van gas, water en elektriciteit, signaalverdeling, telecommunicatieverkeer, waterzuivering, waterbeheersing, waterhuishouding, vuil- en afvalverwerking, compostering, wijkverwarming, milieuvoorzieningen, e.d. 2.45 Ondergeschikte bouwdelen Bouwdelen van beperkte afmetingen, die buiten het gebouw uitsteken, zoals schoorstenen, windvanen, dakoverstekken, windvanen, balkons en liftschachten. 2.46 Ondergronds Onder peil. 2.47

Open teeltondersteunende voorzieningen

Teeltondersteunende voorzieningen welke niet voorzien zijn van voor- en/of zijwanden, met uitzondering van vogelgaas, en enkel bestaan uit een overkapping, zoals schaduw- en hagelnetten. 2.48

Opslagbedrijf

Een bedrijf dat inpandig zaken opslaat, zoals caravan/boten, meubels en (semi-) agrarische producten. Verhuur van opslagruimtes aan particulieren is hieronder niet begrepen. 2.49 Overkapping Bouwwerken, geen gebouw zijnde met een dak en maximaal één gesloten wand. 2.50

Paardenbak

Een omheind terrein waarvan de natuurlijke bovenlaag is vervangen door zand of ander doorlatend materiaal ten behoeve van het africhten, trainen en berijden van paarden en pony's en het anderszins beoefenen van de paardensport. 2.51 Peil a. voor gebouwen: de hoogte van het maaiveld ter plaatse van de hoofdtoegang van het gebouw; b. voor overige bouwwerken: de gemiddelde bouwhoogte van het aansluitend terrein.

44

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet

2.52

Prostitutie

Het zich tegen vergoeding beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander. 2.53

Publiekgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis

Een publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit, waarvan de activiteiten in hoofdzaak publieksaantrekkend zijn en waarvan de omvang en uitstraling zodanig is, dat de activiteit past binnen de desbetreffende woonomgeving en derhalve in een woning en/of de daarbij behorende bouwwerken, met behoud van de woonfunctie, kan worden toegestaan. 2.54 Seksinrichting Een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in omvang als zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in elk geval verstaan: een (raam)prostitutiebedrijf, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater, een parenclub of een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar. 2.55

Teeltondersteunende voorzieningen

Voorzieningen, anders dan een kas, die door grondgebonden agrarische bedrijven toegepast worden om de teelt van fruit, bomen, groente of potplanten te bevorderen en te beschermen, daaronder begrepen pot- container- en gootteelt. 2.56 Tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen Teeltondersteunende voorzieningen welke buiten het teeltseizoen niet aanwezig zijn, met dien verstande dat de voorzieningen maximaal 7 maanden aanwezig mogen zijn. 2.57

Tuin

Een stuk grond in particulier eigendom dat ten dienste staat van het woon- of werkgenot. 2.58

Uitvoeren

Uitvoeren, het doen uitvoeren, laten uitvoeren en in uitvoering geven. 2.59

Verdieping

De bouwlaag respectievelijk bouwlagen die boven de begane grond gelegen is/zijn. 2.60 Voorgevel De naar de weg en/of fiets- en voetpad gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig dient te worden aangemerkt. 2.61 Waterhuishoudkundige voorzieningen Voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging en waterkwaliteit. 2.62

Woning

Een (gedeelte van een) gebouw inclusief aan- en uitbouwen dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet

45

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet

Artikel 3

Meet- en rekenbepalingen

Bij de toepassing van de regels van dit TAM-omgevingsplan wordt als volgt gemeten: 3.1 bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen. 3.2

goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. Bij toepassing van het meten van de goothoogte van een bouwwerk worden dakkapellen en wolfseinden buiten beschouwing gelaten. 3.3

inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 3.4 oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

46

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet

Hoofdstuk 2 Artikel 4 4.1

Functies en activiteiten

Agrarisch

Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1734.0422BUITHomoetsest-VSG1 is aangewezen voor het gebruiksdoel Agrarisch. 4.2

Functieomschrijving

4.2.1

Algemeen

Een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Agrarisch' heeft de volgende functies: a. de uitoefening van een agrarisch bedrijf, met dien verstande dat niet-grondgebonden agrarische bedrijven niet zijn toegestaan, met uitzondering van bestaande niet-grondgebonden agrarische bedrijven; b. een zonneveld voor de opwekking van duurzame energie ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - zonnecollectoren in veldopstelling'; c. hobbymatig agrarisch grondgebruik; d. extensieve dagrecreatie met bijbehorende wegen en paden; e. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; een en ander met bijbehorende bouwwerken, geen gebouw zijnde, ontsluitingsvoorzieningen, tuinen en erven. 4.2.2

Veehouderij uitgesloten

Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - veehouderij uitgesloten' is het bedrijfsmatig houden van dieren niet toegestaan. 4.3

Gebruiksactiviteit - verboden

4.3.1

Algemeen

Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de in 4.2 genoemde functies van de gronden, hieronder wordt in ieder geval verstaan het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van lawaaisporten. 4.3.2

Spuitzone

De uitoefening van (glas)tuinbouw, fruit- en boomteelt is niet toegestaan op een afstand van minder dan 50 m van een locatievlak ten behoeve van voor bestrijdingsmiddelen gevoelige functies. Dit zijn alle functies behoudens de agrarische bedrijvigheid. 4.3.3

Laanboomteelt

Het is verboden om binnen het locatievlak gronden te gebruiken ten behoeve van laanboomteelt, met uitzondering van gronden die al bestaand in gebruik zijn voor laanboomteelt waarbij het in de bestaande omvang voortgezet mag worden. 4.4

Beoordelingsregels bouwwerken

4.4.1

Gebouwen

Het is verboden om op een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Agrarisch' gebouwen te bouwen. 4.4.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde a. Het is verboden om op een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Agrarisch' zonder omgevingsvergunning bouwwerken, geen gebouw zijnde te bouwen.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet

47

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet

b. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, niet zijnde teeltondersteunende voorzieningen, ten dienste van de in artikel 4.2 bedoelde functies verlenen, mits wordt voldaan aan de volgende beoordelingsregel: 1. bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde maximaal 1 m.

48

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet

Artikel 5 5.1

Bedrijf

Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1734.0422BUITHomoetsest-VSG1 is aangewezen voor het gebruiksdoel Bedrijf. 5.2

Functieomschrijving

Een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Bedrijf' heeft de volgende functies: a. een opslagbedrijf, met dien verstande dat buitenopslag niet is toegestaan; b. de bestaande bedrijfswoning, waarbij inwoning is toegestaan in de bedrijfswoning; c. een boerderijwinkel voor de verkoop van lokale producten ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - boerderijwinkel'; met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouw zijnde, wegen en paden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, water en voorzieningen voor de waterhuishouding, tuinen en erven. 5.3

Gebruiksactiviteit - verboden

Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de in 5.2 genoemde functies van de gronden, hieronder wordt in ieder geval verstaan het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van: a. buitenopslag; b. detailhandel, met uitzondering van verkoop van lokale producten ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - boerderijwinkel'; c. vuurwerkbedrijven; d. activiteiten met aanzienlijke milieueffecten die zijn genoemd in bijlage V van het Omgevingsbesluit. 5.4

Beoordelingsregels bouwwerken

5.4.1 Bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen a. Het is verboden om op een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Bedrijf' zonder omgevingsvergunning bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen te bouwen. b. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning voor het bouwen van bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen, ten dienste van de in artikel 5.2 bedoelde functies verlenen, mits wordt voldaan aan de volgende beoordelingsregels: 1. gebouwd binnen het bouwvlak; 2. goothoogte van:  bedrijfsgebouwen 4,5 m;  bedrijfswoningen maximaal 6 m; 3. bouwhoogte van:  bedrijfsgebouwen maximaal 10 m;  bedrijfswoningen maximaal 10 m; 4. oppervlakte bedrijfsgebouwen maximaal 2.212 m², exclusief bedrijfswoning; 5. er maximaal 1 bedrijfswoning is toegestaan; 6. inhoud van de bedrijfswoning maximaal 600 m³, tenzij de bestaande inhoud van de bedrijfswoning groter is, waarbij de bestaande inhoud als maximum geldt.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet

49

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet

5.4.2

Bestaande hoogte bij uitbreiding

In geval van uitbreiding van de oppervlakte van een bestaand gebouw met een bestaande goot- en/of bouwhoogte die hoger is dan aangegeven in 5.4.1 onder b sub 1 of 2, respectievelijk 5.4.1 onder c sub 1 of 2, bedraagt de goot- en/of bouwhoogte van het gebouw inclusief uitbreiding maximaal de bestaande goot- en/of bouwhoogte. 5.4.3 Bijgebouwen bij de bedrijfswoning a. Het is verboden om op een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Bedrijf' zonder omgevingsvergunning bijgebouwen bij de bedrijfswoning te bouwen. b. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning voor het bouwen van bijgebouwen bij de bedrijfswoning, ten dienste van de in artikel 5.2 bedoelde functies verlenen, mits wordt voldaan aan de volgende beoordelingsregels: 1. gezamenlijke oppervlakte aan bijgebouwen per bedrijfswoning maximaal 90 m², tenzij de bestaande oppervlakte van de bijgebouwen groter is, waarbij de bestaande oppervlakte als maximum geldt; 2. goothoogte is maximaal 3 m; 3. bouwhoogte is maximaal 5 m. 5.4.4 Bouwwerken, geen gebouw zijnde a. Het is verboden om op een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Bedrijf' zonder omgevingsvergunning bouwwerken, geen gebouw zijnde te bouwen. b.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=2ffad9d2-154b-4f8d-a8a6-acc0ac11234a