26-06-02.17 Relevant stuk 1. Motivering en regels_TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet_vastgesteld_1
Tekst van het document
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p
Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet
Inhoudsopgave
Vaststellingsbesluit
4
Motivering
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Huidig juridisch-planologisch regime 1.4 Leeswijzer
6 6 6 7 8
Hoofdstuk 2
Bestaande situatie
9
Hoofdstuk 3
Toekomstige situatie
10
Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Gemeentelijk beleid
12 12 13 14
Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Milieueffectrapportage 5.2 Geluid 5.3 Luchtkwaliteit 5.4 Activiteiten en milieuzonering 5.5 Geurhinder 5.6 Bodem 5.7 Omgevingsveiligheid 5.8 Ontplofbare oorlogsresten 5.9 Kabels en leidingen 5.10 Waterparagraaf 5.11 Natuur 5.12 Archeologie en cultuurhistorie 5.13 Verkeer en parkeren 5.14 Trillingen 5.15 Gezondheid 5.16 Duurzaamheid
17 17 17 18 19 21 22 22 24 24 24 27 29 31 31 32 32
Hoofdstuk 6 Juridische planopzet 6.1 Algemene opzet 6.2 Toelichting op de regels
34 34 34
Hoofdstuk 7
36
Financiële toelichting
Hoofdstuk 8 Overleg en inspraak 8.1 Inleiding 8.2 Participatie 8.3 Overleg 8.4 Wijziging van het omgevingsplan 8.5 Beroep
37 37 37 37 37 37
Bijlagen motivering
38
Bijlage 1
Landschappelijke inpassing
38
Bijlage 2
Watertoets
38
Bijlage 3
Omgevingsvergunning Natura 2000-activiteit
38
2
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet
Regels
39
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Artikel 3
Inleidende regels Toepassingsbereik Begrippen Meet- en rekenbepalingen
40 40 41 46
Hoofdstuk 2 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6
Functies en activiteiten Agrarisch Bedrijf Waarde - Archeologische verwachting 2
47 47 49 52
Hoofdstuk 3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11
Algemene regels Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Anti-dubbeltelregel
55 55 56 57 59 60
Hoofdstuk 4 Artikel 12
Overgangsregels Overgangsrecht
61 61
Bijlagen regels
62
Bijlage 1
Landschappelijk inpassingsplan
62
Bijlage 2
Staat van bedrijfsactiviteiten
62
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet
3
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet
Vaststellingsbesluit
4
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet
Motivering
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet
5
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De initiatiefnemer is voornemens om op het perceel gelegen aan de Homoetsestraat 27 in Homoet, de agrarische bedrijvigheid te beëindigen en op deze plek niet-agrarische bedrijvigheid (statische opslag) mogelijk te maken. Op 25 maart 2025 is het verzoek gedaan om de bestaande bedrijfsbebouwing te saneren, en de pluimveehouderij te beëindigen. Dit in het kader van de LBV+regeling (Landelijke Beëindigingsregeling Veehouderijlocaties). Het voorliggende initiatief is in strijd met het huidige omgevingsplan. Op 2 september 2025 is een collegebesluit genomen om medewerking te verlenen aan het wijzigen van het omgevingsplan om dit initiatief mogelijk te maken. De wijziging van het omgevingsplan wordt doorlopen met toepassing van de tijdelijke alternatieve maatregel (TAM). In dit TAM-omgevingsplan wordt het omgevingsplan gewijzigd om het initiatief planologisch mogelijk te maken.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied is gelegen aan de Homoetsestraat ter hoogte van nummer 27 welke de bedrijfswoning vormt van het hier gelegen bedrijf. Het perceel is bebouwd en is gelegen in het buitengebied van Overbetuwe, tussen Elst en Heteren en ten oosten van de A50. Homoet is een buurtschap in het buitengebied bestaande uit lintbebouwing met verschillende woningen aan beide zijden van de Homoetsestraat. Het perceel heeft een bouwvlak van 1,7 hectare waarvan de achterste gebouwen met een oppervlakte van 5.533 m² worden gebruikt voor het houden van pluimvee. Deze zullen worden gesloopt.
Globale aanduiding locatie van het plangebied aan de Homoetsestraat Het perceel aan de Homoetsestraat betreft de kadastrale percelen bekend als gemeente Valburg, sectie M, perceelsnummers 131, 180, en een gedeelte van 192. Het perceel M 180 is het perceel waar de bedrijfswoning is gesitueerd.
6
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet
Luchtfoto van de locatie Homoetsestraat 27 en omliggende percelen Om aan het functieveranderingsbeleid van de gemeente te voldoen worden er agrarische bedrijfsgebouwen gesloopt. Daarnaast verplicht de LBV+-regeling waaraan initiatiefnemer zich heeft gecommitteerd, dat stallen worden gesaneerd. Momenteel staan er meerdere bedrijfsgebouwen van gezamenlijk ca. 7.830 m² waarvan een deel in aanmerking komt voor sanering. Van de totale bedrijfsbebouwing zijn drie grote agrarische bedrijfsgebouwen door de beoogde bedrijfsbeëindiging overtollig die daarom met behulp van de LBV+-regeling gesloopt worden. De overige bedrijfsbebouwing is bebouwing die behouden blijft ten behoeve van de toekomstig aanwezig blijvende bedrijfsvoering. De meest aan de weg gelegen bedrijfsbebouwing van circa 1.000 m² is momenteel een bedrijfswinkel met detailhandel waar lokale producten worden verkocht, en waar de bestaande invulling behouden blijft. De bedrijfswinkel wordt daarvoor aangeduid als onderdeel van het toekomstige bedrijf. De bedrijfswoning blijft ook onderdeel van dat bedrijf, en verandert dus niet van functie - behalve de omzetting van agrarisch bedrijf, naar bedrijf met statische opslag. In de schuur van circa 1.200 m² die direct achter de bedrijfswoning is gelegen vindt deze opslag plaats.
1.3
Huidig juridisch-planologisch regime
Ten aanzien van alle gronden is van toepassing het bestemmingsplan “Buitengebied Overbetuwe”, welke op 5 maart 2013 werd vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Overbetuwe en onherroepelijk werd door de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State op 30 april 2014. Het bestemmingsplan is van rechtswege per 1 januari 2024 opgenomen in het tijdelijke omgevingsplan.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet
7
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet
Uitsnede geldend omgevingsplan Buitengebied Overbetuwe Volgens dit bestemmingsplan rust op de grond de enkelbestemming “Agrarisch”. Daarnaast is er een bouwvlak opgenomen. Deze gronden zijn aangewezen voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf, met dien verstande dat niet-grondgebonden agrarische bedrijven niet zijn toegestaan. Aangezien er ter plaatse een aanduiding 'intensieve veehouderij' geldt is hier het huidige pluimveebedrijf toegestaan. Voor het gebied geldt een 'milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied' die is opgenomen voor de bescherming van de kwaliteit van het grondwater in verband met de drinkwatervoorziening. Er geldt voor het gehele plangebied een dubbelbestemming “Waarde- Archeologische verwachting 2”. Tot slot is de gebiedsaanduiding 'waardevol landschap' van toepassing op het gebied waar onderhavig plangebied zich binnen bevindt. Door deze aanduiding zijn de gronden mede bestemd voor het beschermen en ontwikkelen van de bijzondere kwaliteiten van het waardevol landschap.
1.4
Leeswijzer
Deze motivering is als volgt opgebouwd. Na dit inleidende hoofdstuk, worden in hoofdstukken 2 en 3 respectievelijk de bestaande en de toekomstige situatie in het plangebied beschreven. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het bij deze omgevingsplanwijziging van toepassing zijnde rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. In hoofdstuk 5 komen de relevante milieu- en omgevingsaspecten aan de orde. Daarmee wordt inzichtelijk gemaakt of en hoe de ontwikkeling voldoet aan het criterium van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In hoofdstuk 6 is de juridische planopzet beschreven en in hoofdstuk 7 is de financiële toelichting opgenomen. In hoofdstuk 8 is de procedure beschreven.
8
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet
Hoofdstuk 2
Bestaande situatie
Op het perceel aan de Homoetsestraat 27 in Homoet is in de bestaande situatie geen agrarisch bedrijf meer actief. De pluimveehouderij is gestopt en de drie agrarische bedrijfsgebouwen achteraan het perceel (westzijde) zijn niet meer in gebruik. Het plangebied betreft het bestaande bouwvlak van het gehele bedrijf, waar tevens de aanduiding 'intensieve veehouderij' op is gelegen. Dit bouwvlak bevat ook de bedrijfswoning aan de voorzijde van het perceel aan de Homoetsestraat.
Plangebied Homoetsestraat 27 te Homoet
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet
9
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet
Hoofdstuk 3
Toekomstige situatie
Het initiatief bestaat uit het omzetten van het agrarische bedrijf tot een bedrijf voor statische opslag. Hiervoor worden drie bedrijfsgebouwen ten behoeve van de voormalige pluimveehouderij gesloopt in het kader van de LBV+-regeling. Om aanspraak te maken op de LBV+-regeling wordt voor het bouwvlak de aanduiding 'intensieve veehouderij' verwijderd. Hiervoor komt een aanduiding 'intensieve veehouderij uitgesloten' in de plaats. Doordat de functie van de overblijvende gebouwen zal veranderen naar een bedrijfsfunctie is een veehouderij hier in de toekomst dan ook uitgesloten. De twee overige bestaande bedrijfsgebouwen worden behouden, de meest noordelijk gelegen ten behoeve van opslag, de meest oostelijk gelegen ten behoeve van de boerderijwinkel. Voor de bedrijfsfunctie wordt specifiek geregeld dat er op deze plek sprake is van een bedrijf voor opslag. De bedrijfsbebouwing is en blijft daarmee beschikbaar voor opslag van het lokale verenigingsleven. In de buurt van de planlocatie zijn er veel ZZP’ers en kleine bedrijven actief. Deze bedrijven beschikken over divers materiaal, benodigd voor het kunnen uitoefenen van hun bedrijfsactiviteit. Bij hun eigen woning beschikken zij vaak niet over voldoende ruimte om dit materiaal op te kunnen slaan. Middels onderhavig plan ontstaat op korte afstand van de kern een mogelijkheid om op kleine schaal materiaal op te slaan.
Initiatiefnemer wenst deze personen ook de kans te bieden om een ruimte te huren. Middels het plan wordt derhalve voorzien in een lokale behoefte. De reeds aanwezige landwinkel in agrarische producten blijft in de nieuwe situatie behouden. Het behoud van de landwinkel (boerderijwinkel) draagt namelijk bij aan de leefbaarheid van het buurtschap. Conform het vastgestelde koersdocument voor Homoet is het gewenst dat de landwinkel blijft bijdragen aan de vitaliteit en identiteit van het buurtschap Homoet. Voor de boerderijwinkel wordt een aanduiding opgenomen zodat deze passend is binnen de toekomstige bedrijfsfunctie. Op een deel van de te slopen bebouwing liggen zonnepanelen. Deze zijn nog lang niet afgeschreven. Daarom is gevraagd om de zonnepanelen, die op de daken van de te slopen gebouwen liggen, terug te plaatsen in het veld op de achterzijde (vrijkomende ruimte) van het perceel. In de nieuwe situatie zullen deze panelen dus in een veldopstelling terugkeren. Dit zal aan de zuidwestzijde van het perceel zijn, waar de voormalige pluimveestallen worden gesloopt. Voor deze zonnecollectoren in veldopstelling is maximaal 2.900 m² gereserveerd.
Beoogde situatie voor de herontwikkeling met toekomstige functies aan de Homoetsestraat
10
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet
De ontwikkeling zorgt door de oppervlakte van te slopen bedrijfsbebouwing voor een grote ruimtelijke kwaliteitswinst. Hierdoor wordt het erf compacter en het geeft de mogelijkheid tot een betere landschappelijke inpassing van het perceel in het landelijk gebied. Onderstaand zijn de te slopen bedrijfsgebouwen aangeduid:
De te slopen bedrijfsbebouwing aan de Homoetsestraat Landschappelijke kenmerken en inpassing Bij onderhavig plan zal worden ingezet op het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit, landschappelijke kwaliteit en biodiversiteit. Dit is vertaald in een landschappelijk inpassingsplan, welke is toegevoegd als bijlage 1. Hierin zijn ook de landschappelijke kenmerken van het perceel benoemd, en is ook een beplantingsplan opgenomen. Het nieuwe perceel krijgt een groene omranding die met gebiedseigen soorten wordt ingericht. Hierbij is aan de zuidzijde sprake van het aanplanten van bomen zoals de es, en voor de zuidwestkant, bij de zonnepanelen sprake van een haag, zoals de meidoorn. Ook de zonnepanelen worden aansluitend aan het nieuwe perceel zowel ruimtelijk als landschappelijk ingepast. Middels een voorwaardelijke verplichting is de landschappelijke inpassing geborgd in de regels van het plan. De zonnepanelen zijn middels een aanduiding opgenomen op de verbeelding.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet
11
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet
Hoofdstuk 4 4.1
Beleidskader
Rijksbeleid
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving voor Nederland in 2050. De NOVI komt voort uit de Omgevingswet, die op 1 januari 2024 in werking is getreden. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Het Rijk wil sturen en richting geven op vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om beleidskeuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het prioriteren en afwegen van de verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Er wordt weer gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van ruimte. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: er moet altijd gekeken worden naar de context van het gebied. Keuzes in verschillende gebieden kunnen daarom verschillen. 3.
Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties. Beoordeling en conclusie Gezien de kleinschalige omvang van het initiatief, zijn er in beginsel geen nationale belangen aan de orde. Het rijk zet in de NOVI voor het landelijk gebied in zijn algemeenheid in op een toekomstbestendige ontwikkeling. Dit betekent dat landgebruik in balans wordt gebracht met natuurlijke systemen en ontwikkelingen in het landelijk gebied niet ten koste mogen gaan van landschappelijke kwaliteiten. Met de sloop van de overtollige bedrijfsbebouwing, in combinatie met een zorgvuldig landschappelijk ontwerp en inpassing, doet het initiatief geen afbreuk aan de landschappelijke kwaliteiten. Het initiatief sluit aan bij de ambities uit de NOVI. Ladder voor duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen, is in artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) de 'ladder voor duurzame verstedelijking' opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk maakt.
Wat onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 5.129 g, eerste lid, Bkl bepaald: 'De ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, zeehaventerrein, kantoren, een detailhandelvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is'. Bij de wijziging van een omgevingsplan, die voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, moet rekening worden gehouden met de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling. Er moet gemotiveerd worden dat de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied of binnen stedelijk groen kan worden gerealiseerd als de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied plaatsvindt. Beoordeling en conclusie Het plan ziet toe op de sloop van overtollige agrarische bedrijfsbebouwing, en de omzetting van een agrarisch bedrijf in een bedrijf voor opslag met een landwinkel. Volgens vaste jurisprudentie is er bij een dergelijk initiatief geen sprake van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' op basis van de ladder voor duurzame ontwikkeling. Daarom is een toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking niet aan de orde voor dit plan.
12
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet
4.2
Provinciaal beleid
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Provinciale Staten hebben op 19 december 2018 de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (hierna: de Omgevingsvisie) vastgesteld. Deze is in werking getreden op 1 maart 2019. Het doel van de Omgevingsvisie is: een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland, vanuit het verleden én met het oog op de toekomst. De provincie is als middenbestuur een belangrijke schakel bij het bereiken van deze doelstellingen en wil op een aantal manieren waarde toevoegen: met een brede blik kijken naar de inrichting en kwaliteit van de Gelderse leefomgeving; stimuleren van ontwikkelingen enerzijds en beschermen van waarden anderzijds; focussen op duurzaamheid, onderlinge verbondenheid en een economisch krachtig Gelderland; door middel van 7 ambities verder verdiepen van de focus. De 7 ambities van de provincie zien op de volgende thema's: energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, vestigingsklimaat en de woon- en leefomgeving. Per ambitie is de provinciale aanpak beschreven. Beoordeling en conclusie De Omgevingsvisie is concreet uitgewerkt in de hierna beschreven Omgevingsverordening Gelderland. Deze bevat concrete regels, waaraan concrete ontwikkelingen moeten worden getoetst.
Ten aanzien van de Omgevingsvisie kan worden gesteld dat het initiatief een verbetering van de kernkwaliteiten oplevert, door op een daarvoor passende locatie en met behoud en versterking van de landschappelijke waarden een functieverandering te bewerkstelligen. Daarnaast wordt overtollige agrarische bedrijfsbebouwing gesloopt en zal het bouwvlak in het plangebied verkleind worden. Door het behoud van de boerderijwinkel blijft de vitaliteit van de locatie en van het buurtschap Homoet echter behouden. Dit sluit aan bij de ambities van de provincie. Omgevingsverordening Gelderland Provinciale Staten actualiseren de Omgevingsverordening Gelderland (hierna: de Omgevingsverordening of verordening) regelmatig. De Omgevingsverordening is in januari 2024 in werking getreden en geactualiseerd in april 2025. De laatste actualisatie betreft kleine wijzigingen en heeft geen invloed op de voorgenomen ontwikkeling. Gelderse streek Over-Betuwe Het plangebied maakt onderdeel uit van de Gelderse streek Over-Betuwe. Artikel 5.41 van de Omgevingsverordening, dat is opgesteld met als doel om het (Gelderse) landschap te beschermen, bevat de instructieregel dat bij het toestaan van een nieuwe activiteit of ontwikkeling rekening moet worden gehouden met de voor die streek vastgestelde kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van het landschap.
Kernkwaliteiten zijn de essenties van het landschap van de Gelderse streken; de te behouden kenmerken waarmee de deelgebieden zich van elkaar onderscheiden. Deze kernkwaliteiten vormen de basis van de ruimtelijke kwaliteit en bepalen de identiteit van Gelderland. Ze zijn gebaseerd op de ruimtelijke opbouw van het historisch gegroeide landschap met de karakteristieken van de bodem en het watersysteem, de ecologie, ontginningsgeschiedenis, cultuurhistorie en verstedelijking. De ontwikkeldoelen geven aan wat wordt beoogd met versterking van de kernkwaliteiten. Uitgangspunt is dat alle ruimtelijke ontwikkelingen bijdragen aan de versterking van de kernkwaliteiten van de Gelderse streken. De kernkwaliteiten voor de streek Over-Betuwe zijn als volgt geformuleerd: 1. Verstedelijkt rivierengebied (als “Gelderse poort van de delta”) tussen Pannerdens Kanaal, Nederrijn en Waal, met een afwisseling van enkele nog relatief open (vrij van bebouwing) overwegend agrarische landschappen. 2. Van oudsher wringt de Rijn zich tussen de stuwwallen van Montferland, Nijmegen en Veluwe. Met indrukwekkende en unieke splitsingspunten van rivieren: Rijn-Waal en Rijn-IJssel. Ruimtelijke ensembles waarin de combinatie van landschap en historie, afzijdige ligging, barrièrewerking en grens tot uitdrukking komt. 3.
Rivierengebied met klassieke opbouw van rivier, brede en smalle uiterwaarden, dijktrajecten, fijnmazige (hoger gelegen) oeverwallen en min of meer open (lager gelegen) komgronden. 4. Vrij uitzicht vanaf dijken over het binnendijkse landschap, over de rivieren en naar de stuwwallen van de Veluwe en van Nijmegen. 5. Verstedelijking vanuit Arnhem en Nijmegen via ‘riviersprongen’, aangevuld met landschapspark
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet
13
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet
Lingezegen als buffergebied. Grote variatie in grondgebruik, infrastructuur en bebouwing. 6. Gegraven Linge als structurerend landschapselement. 7. Waardevol open komgebied Hollanderbroek: uitgestrekt grootschalig open landschap en rustig en stil gebied met oud ontwateringssysteem met de Linge. Zicht op de stuwwallen van het Veluwemassief. 8. IJssellinie: (relicten van) een historische verdedigingslinie uit de jaren '50 van de 20e eeuw. 9. Ecologische waarden met name langs de rivieren en zegen en in weidevogelgebieden. Natura 2000 waarden in Rijntakken en Huissense waarden. 10. Overblijfselen en verwijzingen naar de Hollandse Waterlinie (Fort Pannerden) en Limes (UNESCO-waarde). 11. Relatieve stilte en rust als contrast met de stedelijke zones, zoals in omgeving van Doornenburg, in de brede uiterwaarden en in de nog relatief ‘lege’ gebieden zoals het Hollanderbroek. Beoordeling en conclusie Het plangebied ligt in het buitengebied tussen de kernen Elst en Heteren, in het buurtschap Homoet. Het gebied kenmerkt zich door de overwegend agrarische landschappen met een relatief open karakter met daartussenin lintbebouwing aan de Homoetsestraat. Het ligt in het rivierengebied waar de klassieke opbouw van rivier en de open komgronden herkenbaar zijn. Er liggen verschillende agrarische percelen met hier en daar woonfuncties op ruime vrijliggende percelen.
De beëindiging van de pluimveehouderij zorgt voor een significante verbetering van diverse milieuaspecten. De oude overtollige bebouwing wordt gesloopt wat leidt tot ruimtelijke kwaliteitsverbetering, die verder wordt verbeterd door de zorgvuldige landschappelijke inpassing. De ontwikkeling past dan ook binnen de kernkwaliteiten van de Gelderse streek Over-Betuwe. De ontwikkeling is daarmee passend binnen de Omgevingsverordening Gelderland en de kernkwaliteiten die daarin worden omschreven.
4.3
Gemeentelijk beleid
Omgevingsvisie Overbetuwe 2040 Op 1 oktober 2019 heeft de gemeenteraad van Overbetuwe de Omgevingsvisie Overbetuwe 2040 (hierna: Omgevingsvisie) vastgesteld. De Omgevingsvisie geeft de integrale koers en ambities van de gemeente Overbetuwe voor de fysieke leefomgeving voor de periode tot en met 2040 aan. De Omgevingsvisie is er primair op gericht om de kwaliteit van het leefmilieu te behouden en waar mogelijk te versterken. In de Omgevingsvisie wordt een omschrijving gegeven welke ontwikkelingen passend zijn in het buitengebied. Agrarisch wordt hierbij als belangrijk en karakteristiek gezien. Er wordt opgemerkt dat door digitalisering, schaalvergroting, verstedelijking en klimaatverandering ruimte nodig is voor verbreding naast de agrarische activiteiten. In Overbetuwe worden er zeven deelgebieden onderscheiden met verschillende ontwikkelmogelijkheden. Er zijn echter ontwikkelingen die overstijgend zijn aan de deelgebieden en deze overstijgen. Het gaat om de volgende vier ontwikkelingen: 1. Bij vrijkomende agrarische bebouwing waardecreatie voorop stellen aan de hand van (verbeteren van) omgevings- en milieuwaarden, aansluitend op de ambities per deelgebied. 2. Meer gedifferentieerd bezien van mogelijke nieuwe functies voor tijdelijk gebruik van vrijkomende agrarische loodsen, met respect voor de ambities per deelgebied. 3.
Toepassing van clustering en bundeling bij transformatie van (leegstaand) agrarisch vastgoed naar woonfuncties. Waar nodig gebruiken we daarbij ook saldering om 'plussen' en 'minnen' op meerdere locaties met elkaar te verbinden en als totaal meerwaarde te creëren. 4. Kleinschalige extensieve recreatie (nevenfuncties) vooral stimuleren nabij het netwerk van recreatieve routes dat zich door het gehele buitengebied begeeft. Beoordeling en conclusie Het plangebied ligt in het buitengebied van Overbetuwe en biedt de mogelijkheid tot het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van het terrein door overtollige bebouwing van het agrarische bedrijf te slopen, het bouwvlak te verkleinen, en de resterende bebouwing landschappelijk in te passen. De zonnepanelen op het dak van één van de gebouwen komen terug in een veldopstelling achter op het perceel. Hierdoor wordt voor de vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing waardecreatie voorop
14
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet
gesteld en een toekomstbestendige functie aan het gebied gegeven. Door het behouden van de boerderijwinkel en bedrijfsruimte voor opslag blijft de vitaliteit van het bedrijf aanwezig. Hiermee krijgt het gebied een kwaliteitsimpuls, zonder het karakter van het perceel en de omgeving aan te tasten. Dit TAM-omgevingsplan is daarmee in overeenstemming met de gemeentelijke Omgevingsvisie. Landschapsontwikkelingsplan Overbetuwe (LOP) In het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) uit 2009 zijn de (algemene) doelstellingen en gebiedsspecifieke opgaven voor Overbetuwe geformuleerd. De hoofddoelstelling is het ontwikkelen van een sterke samenhangende landschappelijke structuur met een eigen Betuwse identiteit, die tegenwicht biedt aan de verstedelijking en waarbij belangrijke landschappelijke waarden duurzaam in stand worden gehouden. Per deelgebied zijn daarnaast gebiedsspecifieke opgaven opgenomen.
In het LOP formuleert de gemeente de volgende hoofddoelstellingen: In stand houden en versterken van de waardevolle samenhang tussen kom-oeverwal en uiterwaard (gradiënten); Behouden en versterken van openheid, grootschaligheid en kenmerkende weidebouw in de kommen, tegenover de kleinschalige structuur van oeverwallen; Waardevolle landschappelijke en historische elementen en structuren beter herkenbaar maken in het landschap; Benutten van de landschapsecologische potenties die het watersysteem biedt; Verbeteren van de overgangen tussen de stads- en dorpskernen en het platteland. Beoordeling en conclusie Het plangebied ligt in deelgebied 9 “Oeverwal Valburg-Homoet” zoals die in het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) staat. Kenmerken hierin zijn: Hogere oeverwal met oude bewoning. Veel karakteristieke en monumentale boerderijen rond Homoet en Valburg. Het oude gedeelte van Valburg ligt op een rivierduin. Kleinschalig/besloten landschap, veel microreliëf. Kenmerkende hagen rond Homoet, boomgaarden rond Valburg. Daarnaast zijn er specifieke opgaven geformuleerd, waaronder monumentale beplanting op erven behouden en versterken, en behoud en versterking van het kleinschalige besloten landschap. In het kader van deze opgaven en op basis van het LOP is een landschappelijke inpassing opgesteld. Dit is opgenomen in bijlage 1 bij de motivering van dit plan.
Verder is er sprake van functieverandering, waarbij voorwaarden gelden die voorkomen dat de gemeente Overbetuwe volstroomt met niet-agrarische functies. Sloop van agrarische bebouwing is één van die voorwaarden. Hoewel bedrijven initieel op bedrijventerreinen thuishoren is hier sprake van een bedrijf dat - met een boerderijwinkel en opslag voor het lokale verenigingsleven - passend is binnen de omgeving. De gemeente ziet in dat bepaalde hergebruiksvormen niet onwenselijk zijn in de gebieden waar dat passend is. Het omzetten van een intensieve veehouderij naar een bedrijfsfunctie is in dit geval dan ook een ruimtelijke kwaliteitswinst die dan ook past binnen de uitgangspunten van het LOP. Het plan sluit al met al goed aan op de doelstellingen uit het LOP. Beleidsregel functieverandering en nieuwvestiging in het buitengebied gemeente Overbetuwe Evenals de provincie Gelderland onderkent het gemeentebestuur van Overbetuwe de ‘leegloop’ in de agrarische sector en staat men niet in alle gevallen onwelwillend tegenover functieverandering in het buitengebied. Door functieverandering van bestaande gebouwen kan tegemoet worden gekomen aan de aanwezige behoefte aan wonen en werken in het buitengebied, zonder daarvoor extra bouwlocaties toe te voegen. Doelstelling van het beleid is een toetsingskader te bieden voor functieverandering in het buitengebied.
In het agrarisch gebied kan functieverandering naar wonen plaatsvinden. Voor dit gebied geldt bij sloop van minimaal 1.500 m² dat medewerking kan worden verleend aan functieverandering van maximaal drie woningen. Hierbij kan een combinatie worden gemaakt van hergebruik van een bestaand bijgebouw voor één woning en één nieuw woongebouw met twee woningen of in geval van sloop van alle bijgebouwen de realisatie van één nieuw woongebouw met drie woningen. Vervangende nieuwbouw kan ook plaatsvinden in de vorm van twee vrijstaande woningen.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet
15
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet
Beoordeling en conclusie Het initiatief is een functieverandering in het buitengebied. Dergelijke initiatieven worden getoetst aan de beleidsregel functieverandering. De activiteiten van het agrarisch bedrijf zijn reeds beëindigd. In totaal wordt er 5.500 m² aan overtollige bebouwing gesloopt. In ruil voor het beëindigen van het agrarische bedrijf, de te slopen bedrijfsbebouwing, de verkleining van het bouwvlak, en de landschappelijke inpassing is het mogelijk de functie te veranderen naar één van de acht benoemde categorieën in de beleidsregel. Opslag is hierin opgenomen. Daarnaast is detailhandel gericht op verkoop van lokaal geproduceerde agrarische producten qua gebruik passend binnen een agrarische omgeving. De voorziene hergebruiksvormen zijn dan ook passend binnen de beleidsregel. Het initiatief voldoet aan de voorwaarden zoals opgenomen in de beleidsregel en is daarmee in overeenstemming met het functieveranderingsbeleid. Plussenbeleid niet-grondgebonden veehouderij Overbetuwe (2020) Het doel van het plussenbeleid is meer kwaliteit bij de ontwikkeling van niet-grondgebonden veehouderijbedrijven: in dialoog met de omgeving en extra investeren in fysieke maatregelen passend bij een gebied. Iedere uitbreiding van mogelijkheden voor de niet-grondgebonden veehouderij ten opzichte van het geldende bouwvlak (incl.
eventuele beperkende regels die gelden binnen het bouwvlak) moet worden getoetst aan het plussenbeleid. Tot het moment dat het plussenbeleid is geïmplementeerd in het omgevingsplan (voor een locatie of een gebied) wordt in de beleidsregels uitbreiding van agrarische bebouwing binnen de mogelijkheden van het bestaande bouwvlak gerespecteerd, wat betekent dat hierbij geen plussenbeleid toegepast hoeft te worden. De gemeente Overbetuwe heeft het plussenbeleid-gebied geregeld in het parapluplan bij gebruikmaking van de wijzigings- en afwijkings-bevoegdheden die flexibiliteit bieden. Dit betekent dat bij iedere verruiming van de planologische mogelijkheden voor de nietgrondgebonden veehouderij de spelregels van het plussenbeleid toegepast moeten worden. Omdat het plussenbeleid niet onnodig belemmerend mag werken kan per niet-grondgebonden veehouderij(tak) elke 5 jaar éénmaal een uitbreiding van maximaal 500 m² mogelijk worden gemaakt zonder dat de spelregels van het plussenbeleid van toepassing zijn. Bestaande niet-grondgebonden veehouderijen kunnen groeiruimte verdienen door maatschappelijke tegenprestaties (plussen) welke leiden tot een betere kwaliteit voor de leefomgeving en verduurzaming van de niet-grondgebonden veehouderij. Het voeren van een omgevingsdialoog speelt bij hierbij een belangrijke rol.
Beoordeling en conclusie Het plussenbeleid van gemeente Overbetuwe is alleen van toepassing voor uitbreiding of verruiming van niet-grondgebonden veehouderijbedrijven. Onderhavige ontwikkeling gaat over het beperken van de veehouderij en verkleining van het bouwvlak in het onderhavige plangebied van de agrarische functie.
16
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet
Hoofdstuk 5 5.1
Milieu- en omgevingsaspecten
Milieueffectrapportage
Bijlage V bij het Omgevingsbesluit in samenhang met de artikelen 11.6 en 11.8 van het Omgevingsbesluit bepalen of een besluit project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig is. Bijlage V bij het Omgevingsbesluit heeft als ingang (eerste kolom) de omschrijving van projecten waarvoor een m.e.r.-(beoordelings)plicht geldt. In kolom 4 zijn de besluiten opgenomen die betrekking hebben op projecten waarvoor de m.e.r.-(beoordelings)plicht geldt. Of er voor het besluit een m.e.r.plicht of een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt, volgt uit de tweede en derde kolom. Als het project voldoet aan de voorwaarden van kolom 2, geldt een m.e.r.-plicht. Anders geldt een m.e.r.beoordelingsplicht, tenzij ook in kolom 3 nog voorwaarden staan. Of een project, dat voorkomt in Bijlage V bij het Omgevingsbesluit, aanzienlijke milieueffecten heeft, wordt beoordeeld door het bevoegd gezag. Bij de beoordeling houdt het bevoegd gezag rekening met: a. de relevante criteria van bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn; b. voor zover relevant: de resultaten van eerder uitgevoerde controles of andere beoordelingen van milieueffecten die op grond van verordeningen, richtlijnen en besluiten als bedoeld in artikel 288 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie zijn verkregen.
In kolom 1 zijn verschillende categorieën van projecten aangewezen, waaronder een 'stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en parkeerterreinen' (J11). Voor deze categorie projecten is een m.e.r.-plicht, zoals genoemd in artikel 16.43, eerste lid, aanhef en onder a, niet van toepassing (kolom 2). Bij de aanleg, wijziging of uitbreiding van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' geldt wel een m.e.r.-beoordelingsplicht (kolom 3). Dit houdt in dat de initiatiefnemer van een project mededeling dient te doen bij het bevoegd gezag. Of een project als een stedelijk ontwikkelingsproject wordt beschouwd, hangt af van de specifieke omstandigheden van dat project. Aspecten zoals de aard, omvang, locatie, en omgeving van de ontwikkeling, de toename van bebouwd oppervlak, en het al dan niet plaatsvinden van een functiewijziging spelen hierbij een rol. Dit is niet uitsluitend gebaseerd op de vraag of er (netto) aanzienlijke negatieve milieueffecten kunnen optreden. Het kan variëren per regio of een beoogde ontwikkeling als een stedelijk ontwikkelingsproject wordt aangemerkt.
Beoordeling en conclusie Gezien de omvang en locatie kan de voorgenomen ontwikkeling, bestaande uit de functiewijziging van een agrarisch bedrijf - met sloop van bedrijfsbebouwing - naar bedrijf, niet worden beschouwd als een stedelijk ontwikkelingsproject in het kader van de milieueffectrapportage. Gezien de verwachte positieve milieueffecten door de beëindiging van de intensieve veehouderij is er geen sprake van een m.e.r.-plicht. Een m.e.r-plicht of m.e.r.-beoordeling is daarmee niet aan de orde. Vanuit het aspect milieueffectrapportage is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
5.2
Geluid
Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening te worden gehouden met het geluid door (spoor)wegen op geluidgevoelige gebouwen. Daarbij gelden er geluidaandachtsgebieden rondom (spoor)wegen. Binnen een dergelijk geluidsaandachtsgebied, moet het geluid op geluidgevoelige gebouwen aanvaardbaar zijn (par. 5.1.4.2a Bkl). Als het geluid op een geluidgevoelig gebouw (binnen een geluidaandachtsgebied) niet meer bedraagt dan de standaardwaarde, dan is er in ieder geval sprake van een aanvaardbare woon- en leefomgeving. De standaardwaarden zijn aangegeven in onderstaande tabel. Deze geluidsnormen hebben betrekking op het geluid op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw en hebben primair als doel het beschermen van de gezondheid door het stellen van eisen aan het geluid op en rond woningen, waar mensen langdurig verblijven en slapen. Geluidbronsoorten
Standaardwaarde
Rijkswegen en provinciale wegen
50 Lden
Gemeentewegen en waterschapswegen
53 Lden
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet
17
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet
Hoofdspoorwegen en lokale spoorwegen
55 Lden
Tabel: Standaardwaarde geluid voor een geluidbron op een geluidgevoelig gebouw per (spoor)weg De regels voor geluid hebben een tweezijdige werking om de bescherming tegen geluidsbelasting vorm te geven. Enerzijds bij de aanleg of aanpassing van (spoor)wegen en anderzijds bij het mogelijk maken van nieuwe geluidsgevoelige gebouwen en locaties nabij een (spoor)weg. Beoordeling Wegverkeer Voor het aspect wegverkeer is de gemeentelijke weg Homoetsestraat relevant voor de ontwikkeling. Het plan valt binnen het aandachtsgebied van de doorgaande gemeentelijke weg waar sprake is van een weg met 1 rijstrook per richting en een rijsnelheid van 60 km/u. Ten behoeve van provinciale wegen en Rijkswegen is de locatie niet gelegen binnen geluidaandachtsgebieden. De A50 is op meer dan 1,2 km van het plangebied gelegen. Deze weg is geen weg waarvoor een Geluidsproductieplafond (GPP) is vastgesteld. Het bedrijf is aan de weg gelegen, met aan de voorzijde de bedrijfswoning en de boerderijwinkel. Voor de ontwikkeling geldt dat de boerderijwinkel en aanwezige bedrijfswoning niet veranderen qua functie. Er is dan ook geen wijziging in een geluidgevoelig gebouw. Met de voorliggende wijziging van het omgevingsplan worden dus geen nieuwe geluidgevoelige gebouwen mogelijk gemaakt aan de Homoetsestraat.
Ten behoeve van wegverkeer is er dan ook geen verandering van de situatie, waardoor een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai niet benodigd is. Spoorwegverkeer De dichtstbijzijnde spoorlijn bevindt zich op meer dan 2 km ten zuiden van het plangebied. Dit is de spoorlijn tussen Tiel en Elst. De spoorlijn van de Betuweroute ligt op meer dan 3,5 km ten zuiden van het plangebied en het aandachtsgebied hiervan valt niet in het plangebied. Conclusie Vanuit het aspect geluid vanwege (spoor)wegen is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
5.3
Luchtkwaliteit
De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen ter bescherming van de gezondheid staan beschreven in de instructieregels opgenomen in het Bkl (paragraaf 5.1.4.1). Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). Aandachtsgebieden De toetsing en monitoring van de luchtkwaliteit vindt plaats in de aandachtsgebieden. Aandachtsgebieden zijn locaties met hogere concentraties NO 2 en/of PM10. Aandachtsgebieden voor zowel NO2 als PM10 staan vermeld in artikel 5.51, lid 2 van het Bkl. Aandachtsgebieden voor alleen PM10 zijn aangewezen in artikel 5.51, lid 3 van het Bkl. In een aandachtsgebied moet de overheid de omgevingswaarden in acht nemen (artikel 5.51 Bkl). Niet in betekende mate De beoordeling van de luchtkwaliteit in een aandachtgebied vindt niet altijd plaats. Voor een activiteit die niet in betekende mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging, is geen toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor NO2 en PM10 nodig. Uit artikel 5.53 en 5.54 van het Bkl volgt dat een project niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de toename van de concentratie NO 2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 ug/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties.
Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit Sinds 1 januari 2023 wordt de luchtkwaliteit berekend en gemonitord via het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK). Beoordeling Het plangebied valt niet in een van de aandachtsgebieden voor zowel NO2 als PM10 of voor alleen PM10. Nader onderzoek naar luchtkwaliteit is daarom niet benodigd. Er wordt volstaan met een quickscan luchtkwaliteit, welke is gebaseerd op het CIMLK-instrument en de NIBM-tool. 18
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet
CIMLK In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is het van belang om aan te tonen of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat met betrekking tot luchtkwaliteit. Hierover kunnen uitspraken worden gedaan aan de hand van achtergrondwaarden voor NO2, PM10 en PM2.5 ter plaatse van het projectgebied. Op basis van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK), zijn de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 voor het monitoringsjaar 2023 (monitoringsronde 2024) bepaald. De jaargemiddelde grenswaarden (40 µg/m3 voor NO2 en PM10 en 25 µg/m3 voor PM2,5) worden niet overschreven op de toetspunten: ter plaatse van het dichtstbijzijnde toetspunt 51178567_20506 op het nabij gelegen adres (receptor veehouderij) Homoetsestraat 29, voor PM10 is de concentratie 17,9; ter plaatse van het dichtstbijzijnde toetspunt 27364178_497 op de nabij gelegen weg (receptor wegverkeer) A50, voor NO2 is de concentratie 22,6 en voor PM2,5 is de concentratie 9,0. Daarnaast is de trend dat in de toekomst de emissies en de achtergrondconcentraties van deze stoffen zullen dalen, waardoor geen overschrijdingen van de grenswaarden zijn te verwachten. Hieruit kan worden afgeleid dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat met betrekking tot luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied.
Effect op de luchtkwaliteit De luchtkwaliteit eisen vormen geen belemmering voor een ruimtelijke ontwikkeling als een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt. Het plan voorziet in de realisatie van een wijziging van gebruik met sloop van bedrijfsgebouwen en verkleining van het bouwvlak. De luchtkwaliteit zal door beëindiging van het pluimveebedrijf significant verbeteren. Daarnaast zullen er door de verandering in bedrijvigheid minder voertuigbewegingen van en naar de locatie aan de Homoetsestraat overblijven. Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling, is op voorhand duidelijk dat het plan niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan verslechtering van de luchtkwaliteit. Nader onderzoek is daarom niet aan de orde. Conclusie Vanuit het aspect luchtkwaliteit is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
5.4
Activiteiten en milieuzonering
Bij ruimtelijke ontwikkelingen is het van belang dat activiteiten met gebruiksruimte en milieugevoelige functies in evenwicht tot elkaar locaties krijgen toegedeeld in de fysieke leefomgeving. Dit kan in hoofdzaak op twee manieren: 1. Menging van milieugevoelige en milieubelastende functies waar het kan en gewenst is. 2. Scheiding van milieugevoelige en milieubelastende functies waar het moet. Op deze manier wordt zowel voor ruimte voor bedrijvigheid gezorgd als voor het behoud van bescherming van de woon- en leefomgeving. Daarbij moet worden voldaan aan de instructieregels uit het Bkl ten aanzien van geluid, geur en trilling door activiteiten, met als gevolg dat milieunormering in het omgevingsplan plaatsvindt om tot een evenwichtige toedeling van milieugevoelige en milieubelastende functies te komen. Deze milieunormen voor activiteiten met gebruiksruimte (gebiedsgerichte regels) beogen de gebruiksruimte van een activiteit specifiek te begrenzen, zodat die activiteit op een specifieke locatie kan worden verricht zonder onaanvaardbare gevolgen voor een milieugevoelige functie in dat gebied. Het uitgangspunt is dat alle activiteiten met gebruiksruimte in meer of mindere mate milieu gerelateerde gebruiksruimte nodig hebben en dus belastend kunnen zijn. Alleen het wonen is hiervan uitgezonderd.
Dat betekent dat wanneer het om wonen gaat, het niet nodig is om specifiek te kijken naar de impact op het milieu bij het bepalen van de ruimte die voor deze activiteit nodig is. Wel is wonen een milieugevoelige functie, net als o.a. onderwijs en gezondheidszorg. Bij een ontwikkeling die ziet op een milieugevoelige functie is het dus noodzakelijk te bepalen of er sprake is van een aanvaardbare woon- en leefomgeving. Spuitzonering Een specifiek relevant aspect betreffen spuitzones bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State moet bij het
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet
19
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet
toestaan van nieuwe gevoelige functies een afstand van 50 meter in acht worden genomen ten opzichte van percelen waar het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen aan de orde is. Beoordeling Dit TAM-omgevingsplan voorziet aan de Homoetsestraat in de sloop van agrarisch bedrijfsbebouwing, het verkleinen van het bouwvlak en de omzetting naar een bedrijfsfunctie. De bedrijfsvoering van deze situatie zal veranderen, maar de functie van de aanwezige bedrijfswoning blijft bestaan. De bedrijfswoning is nu al aan te merken als een gevoelig object en dat blijft hij ook na de wijziging. Er worden geen nieuwe milieugevoelige objecten gerealiseerd, en ook geen nieuwe milieubelastende activiteiten toegestaan. Er is dan ook geen sprake van intensivering van het gebruik. Er is geen locatie-specifiek onderzoek meer benodigd.
Uitsnede tijdelijk omgevingsplan met omliggende bedrijfsfuncties Afstand tot bedrijven De dichtstbijzijnde bedrijfsfunctie is gelegen ter hoogte van de Homoetsestraat 13, ten zuiden van het plangebied. Hier bevindt zich planologisch een 'agrarisch hulpbedrijf' welke is gespecificeerd als loonbedrijf. Een loonbedrijf van meer dan 500 m² valt in de bedrijfscategorie 3.1 en heeft een richtafstand van 100 meter. De feitelijke afstand is meer dan 300 meter, waarmee de functiewijziging niet leidt tot een beperking van de bedrijfsvoering van omliggende bedrijven. Ten noorden van het plangebied ligt een detailhandelsbedrijf ten behoeve van een houthandel. Deze ligt op meer dan 400 meter afstand, welke ook voldoet aan de richtafstand van 100 meter. Er zijn derhalve geen bedrijven in de omgeving aanwezig die hinder ondervinden van onderhavige functieverandering. Andersom zijn er geen bedrijven in de omgeving liggend die activiteiten ontplooien en daarmee een goed woon- en leefklimaat voor de woningen belemmeren. Spuitzonering Rondom het perceel liggen percelen met de functie 'Agrarisch'. In verband met het mogelijk spuiten van bestrijdingsmiddelen moet er tevens rekening worden gehouden met een spuitzone van 50 meter. Een tuin is ook een voor bestrijdingsmiddelen gevoelige functie.
De bestaande bedrijfswoning die onderdeel uit maakt van het stoppende agrarische bedrijf is al een gevoelige functie. Aangezien de bedrijfsvoering van dit agrarische perceel gaat stoppen, en het bouwvlak met bedrijfsbebouwing hiervoor wordt beperkt middels dit TAM-omgevingsplan is niet te verwachten dat hier nog gewerkt
20
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet
wordt met gewasbeschermingsmiddelen die invloed hebben op het plangebied. Aangezien de bedrijfswoning al bestaand is en het gebruik niet wordt geïntensiveerd (of gevoeliger wordt) zullen er geen omliggende bedrijven die gewasbeschermingsmiddelen gebruiken in hun bedrijfsvoering worden geschaad. Conclusie Het aspect activiteiten en milieuzonering staat de uitvoering van het plan niet in de weg.
5.5
Geurhinder
Geurhinder kan optreden bij het houden van dieren in dierenverblijven (stallen, inclusief een vaste uitloop) en het opslaan en bewerken van agrarische bedrijfsstoffen (mest, kuilvoer, krachtvoer). Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met geur door activiteiten op geurgevoelige gebouwen. Daarbij dient de geur op geurgevoelige gebouwen aanvaardbaar te zijn (par. 5.1.4.6 Bkl). Voor enkele, met name agrarische, activiteiten zijn standaardwaarden bepaald voor de geurbelasting of afstand waarbij er in ieder geval sprake is van een aanvaardbare woon- en leefomgeving. Voor bedrijfsmatige activiteiten zoals onder meer industrie worden geen waarden en afstanden toegekend. Ook in deze gevallen dient er rekening te worden gehouden met de geur afkomstig van deze activiteiten op geurgevoelige gebouwen. Geurgevoelige gebouwen zijn gebouwen, waaronder een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat bijvoorbeeld een woon-, onderwijs- of zorgfunctie heeft. Voor andere gebouwen of locaties bepaalt de gemeente zelf de mate van bescherming tegen geur op grond van artikel 4.2 van de Omgevingswet. Dat doet de gemeente vanuit een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Beoordeling Dit TAM-omgevingsplan maakt geen nieuwe geurgevoelige gebouwen mogelijk. Er worden daarentegen geen nieuwe geurbelastende activiteiten mogelijk gemaakt.
Voor het aspect geur geldt dat er voor het plangebied geen veehouderijen binnen 100 meter van het plan aanwezig zijn. Voor het perceel aan de Homoetsestraat 21 geldt dat dit agrarische bedrijf in 2024 is omgezet naar woonfunctie. Voor dieren zonder geuremissiefactor, zoals melkkoeien geldt een minimumafstand van 50 meter in het buitengebied. De melkveehouderij aan de Homoetsestraat 8 ligt op meer dan 200 meter afstand. Hiertussen ligt echter een burgerwoning die maatgevend is voor de geurbelastende activiteiten op de omgeving. Concluderend worden er geen bedrijven met geurbelastende activiteiten geschaad in hun bedrijfsvoering. Conclusie Voor het aspect geur zijn er geen belemmeringen voor het plan.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet
21
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet
5.6
Bodem
Het omgevingsplan bevat de waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie (par. 5.1.4.5 Bkl). Het gaat daarbij om een gebouw of een deel van een gebouw dat de bodem raakt en waar personen meer dan twee uur per dag aaneengesloten aanwezig zullen zijn. Ook de aangrenzende tuin of perceel maakt hier onderdeel van uit. Bij het bepalen van de waarden voor de toelaatbare kwaliteit houdt de gemeente rekening met de interventiewaarden voor de verschillende stoffen en neemt de gemeente de grenswaarden in acht. Bij overschrijding van de toelaatbare kwaliteit kan alleen gebouwd worden als de door de gemeente voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen. Daarnaast is in het omgevingsplan de landbodem in verband met grondverzet in de bodemfunctieklassen landbouw/natuur, wonen en industrie ingedeeld, rekening houdend met de functie van de locatie. Ook kunnen in het omgevingsplan bodembeheergebieden zijn aangewezen. Beoordeling Dit TAM-omgevingsplan maakt dat een agrarisch pluimveebedrijf beëindigd wordt. Er worden geen nieuwe bodemgevoelige gebouwen opgericht. Daarom is een verkennend bodemonderzoek niet noodzakelijk. Er zal alleen sloop van agrarische bebouwing plaatsvinden. Op de achterzijde van het perceel komen zonnepanelen.
Deze worden echter bevestigd op palen, waardoor de impact op de bodem ter plekke minimaal is. Bovendien is er met het toekomstige opslagbedrijf en met de boerderijwinkel geen sprake van een bodemgevoelige activiteit. Asbest Voor asbest zijn geen verdachte deellocaties te onderscheiden. Een verkennend onderzoek asbest conform NEN5707 wordt niet noodzakelijk geacht. Conclusie Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties met betrekking tot de bodemkwaliteit.
5.7
Omgevingsveiligheid
Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie, als op het transport van gevaarlijke stoffen. Een van de uitgangspunten van de Omgevingswet is dat overheden bij hun plannen zo vroeg mogelijk kijken naar veiligheid zodat de gevolgen van een brand, ramp of crisis voorkomen kan worden of de gevolgen zoveel mogelijk beperkt kunnen worden. In paragraaf 5.1.2. van het Bkl staan de instructieregels voor omgevingsplannen van gemeenten. Op basis van artikel 8.0b in dat besluit moeten deze instructieregels ook worden toegepast in geval van een aanvraag omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Dit betreft onder andere regels over het plaatsgebonden risico, aandachtsgebieden, en groepsrisico. Uit de bepalingen van de genoemde paragraaf vloeit de verplichting voort om in ruimtelijke plannen in te gaan op de veiligheidsrisico's ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze externe veiligheidsrisico's dienen te worden beoordeeld aan de normen voor het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Voor beide risiconormen geldt dat hoe groter de afstand tussen planontwikkeling en risicobron, des te kleiner zal de impact van het plan zijn op de hoogte van het risico.
Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico heeft tot doel om hetzelfde minimale beschermingsniveau te bieden voor iedere burger in Nederland. Het plaatsgebonden risico beschrijft de kans per jaar dat een onbeschermd individu komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron (bedrijf, weg, spoorlijn etc.), waarbij de 10-6/jaar contour (kans van 1 op 1 miljoen op overlijden) de maatgevende grenswaarde voor (zeer) kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties c.q. standaardwaarde voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties is.
22
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet
Groepsrisico De benadering van het groepsrisico, met aandachtsgebieden, moet ervoor zorgen dat het gemeentebestuur externe veiligheid eerder in ruimtelijke plannen meeneemt. Aandachtsgebieden laten zien waar extra aandacht nodig is om aanwezigen te beschermen tegen mogelijke ongevallen bij activiteiten met gevaarlijke stoffen. Daarnaast laten de aandachtsgebieden zien waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen, onvoldoende beschermd kunnen zijn tegen gevaren uit de omgeving. Voorbeelden van die gevaren zijn warmtestraling (brand), overdruk (explosie) en giftige stoffen in de lucht (gifwolk). Via de aandachtsgebieden worden deze gevaren zichtbaar op de kaart, zodat direct duidelijk is welke gevaren waar op kunnen treden. Daardoor heeft het bevoegd gezag bij het nemen van besluiten over ruimtelijke ordening de risico's van activiteiten met gevaarlijke stoffen meteen in beeld. Zo kan het bevoegd gezag ze al aan het begin van het planproces meenemen. Het groepsrisico blijft de kans op het overlijden van een groep van tien of meer personen per jaar als gevolg van een ongewoon voorval. De gemeente moet in het omgevingsplan binnen aandachtsgebieden rekening houden met dit groepsrisico. Onderdeel van deze verantwoording is overleg met (advies vragen aan) de veiligheidsregio.
Beoordeling Het initiatief betreft het slopen van agrarische bedrijfsbebouwing, verkleining van het bouwvlak, en het omzetten van de agrarische bedrijfsfunctie naar een bedrijfsfunctie met opslag en een boerderijwinkel. Op basis van de signaleringskaart omgevingsveiligheid is een inventarisatie gemaakt van de risicobronnen in en rondom het plangebied, die een extern veiligheidsrisico kunnen veroorzaken. In onderstaande afbeelding is een uitsnede opgenomen van de risicokaart:
Uitsnede aandachtsgebied omgevingsveiligheid met aanduiding plangebied (bron: atlasleefomgeving.nl) De planlocatie is niet gelegen binnen de aandachtsgebieden van de A50 (ten westen) en de spoorlijn Nijmegen - Arnhem (ten oosten). Ten oosten en iets verder ten zuiden zijn twee buisleidingen van Gasunie aanwezig. Deze risicocontouren vallen niet binnen het plangebied en het plangebied is gelegen buiten het brandaandachtsgebied van deze leidingen. Daarnaast zijn er op verschillende agrarische bedrijven in de omgeving propaantanks aanwezig die een klein aandachtsgebied hebben. Ook deze aandachtsgebieden hebben geen invloed op de functieverandering en het plangebied.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet
23
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Buitengebied, Homoetsestraat 27, Homoet
Door de beoogde functieverandering zullen de agrarische activiteiten op deze plek beëindigen. Dat betekent dat er minder mensen (werknemers, leveranciers, logistiek) op het perceel aanwezig zullen zijn ten opzichte van de vigerende planologische situatie. Op het gebied van risico ten behoeve van groepen of personen zal hier in de toekomst dan ook een kleiner (groeps)risico zijn dan de voormalige situatie betrof. Het groepsrisico op deze locatie zal dan ook afnemen. Omdat er al een bedrijfswoning aanwezig is, is er geen sprake van oprichting van nieuwe kwetsbare gebouwen. Nader onderzoek is derhalve niet noodzakelijk. Conclusie Het aspect omgevingsveiligheid van de relevante risicobronnen vormt geen belemmering voor het voorgenomen initiatief.
5.8
Ontplofbare oorlogsresten
In de Tweede Wereldoorlog is de gemeente Overbetuwe getroffen door explosieven. Geschat wordt dat circa 10% van deze explosieven niet tot ontploffing is gekomen. Een deel hiervan is tijdens en na de Tweede Wereldoorlog al geruimd. Echter is er een kans op niet gesprongen explosieven in de grond. Beoordeling en conclusie Bij bodemroerende werkzaamheden, zoals het oprichten van gebouwen, graafwerkzaamheden, aanleg van kabels en leidingen en het uitvoeren van bepaalde onderzoeken, is de aanwezigheid van mogelijke niet-gesprongen explosieven (NGE's) van belang. Ter plaatse van de Homoetsestraat wordt het bouwvlak van het agrarisch bedrijf verkleind, en worden er geen nieuwe gebouwen opgericht, of verhardingen aangelegd. Het bouwvlak wordt dermate verkleind dat nader onderzoek naar explosieven afkomstig uit WOII niet benodigd wordt geacht.
5.9
Kabels en leidingen
Het verrichten van werkzaamheden in de nabijheid van hoogspanningsmasten en -kabels en dergelijke, kan gevaar met zich meebrengen. Om dit gevaar zoveel mogelijk te beperken moet de hoogspanningleidingbeheerder aangeven onder welke voorwaarden de werkzaamheden veilig plaats kunnen vinden. Beoordeling en conclusie In het plangebied en in de directe omgeving zijn geen planologisch relevante hoogspanningskabels en -leidingen aanwezig. Wel zijn er op gepaste afstand twee buisleidingen aanwezig van Gasunie, welke beschreven zijn in het aspect Omgevingsveiligheid. Dit aspect levert dan ook geen belemmeringen op voor het plan.
5.10
Waterparagraaf
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder b) moet inzicht worden gegeven in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Daarbij zijn de hierna beschreven beleidsstukken van belang. Rijksbeleid Nationaal Water Programma 2022-2027 Het Nationaal Water Programma 2022-2027 (NWP) is de opvolger van het Nationaal Waterplan uit 2015. Het NWP plan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode tot en met 2027 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het NWP richt zich op schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook worden de maatregelen genoemd die hiertoe worden genomen, waaronder het overstromingsrisicobeheerplan en stroomgebiedbeheerplannen voor de rijkswateren. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening heeft het NWP, tot aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, voor de ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie.